Preken met het oog op jongeren (1)

Preken met het oog op jongeren (1)

Juki

Jongeren en de preek: dat zijn twee verschillende werelden. Tot nu toe is er nog weinig over nagedacht hoe deze twee verschillende werelden met elkaar verbonden kunnen worden. Daarom besloot in de Arbeitsgemeinschaft für Homiletik in 2006 de jaarlijkse conferentie te wijden aan dit thema. Vanuit de gedachte dat deze twee werelden met elkaar te verbinden zijn en dat het ook voor de reflectie op de preek een uitdaging is om met dit thema bezig te zijn. Ik wil in deze rubriek enkele bijdragen aan dat congres de revue laten passeren.
Allereerst de bijdrage van Hans-Martin Gutmann (hoogleraar Praktische theologie in Hamburg).

gutmann

Onoverzichtelijkheid
Gutmann is in zijn bijdrage vooral bezig met de omstandigheden van de huidige jongeren. Volgens hem bevinden jongeren zich in een situatie van onduidelijkheid en onoverzichtelijkheid.
Er is voor hen weinig houvast en weinig nog zeker. Er zijn bijvoorbeeld geen duidelijke levensfasen meer: de kindertijd wordt eerder afgesloten, maar de puberteit duurt langer. Met 18 jaar zijn jongeren al meerderjarig, maar blijven langer dan voorheen sociaal en economisch afhankelijk van de ouders. Door de toenemende individualisering verkeert een jongere in verschillende werelden, die voor het gevoel van een ander nauwelijks te combineren zijn.

Tegenstrijdig
Vanuit de verschillende leefwerelden kunnen tegenstrijdige appèls gedaan worden. Aan de ene kant vraagt het werk en de opleiding om bereidheid tot prestaties, zelfbeheersing, discipline en verantwoordelijkheid. Aan de andere kant vragen vrije tijd, media, enz om emotionaliteit, gerichtheid op het hier en nu, ongeremdheid, genot.
Deze individualisering heeft een groot nadeel: er is voor jongeren geen duidelijk kader meer. Er zijn geen duidelijke richtlijnen die hen door het leven helpen. Er zijn geen duidelijke voorbeelden en idealen meer waaraan zij zich kunnen spiegelen. Ze hebben niet alleen keuzevrijheid, maar zijn gedwongen te kiezen. Door dit alles moeten zij zichzelf en hun eigen identiteit uitvinden.

Kwetsbaar
Dat maakt hen volgens Gutmann kwetsbaar. Ze zijn kwetsbaar voor wat de maatschappij van hen vraagt. Een maatschappij waarin het economische rendement steeds meer de norm wordt. Bovendien wordt hen van alle kanten (en nog het meest in reclames) voorgespiegeld hoe ze gelukkig kunnen en moeten worden. Al prikken ze door het meeste heen, de ondertoon van deze beloften van een gelukkig leven zijn niet vrijblijvend. Wie gelukkig wil worden, moet eerst presteren: een studie afronden, een diploma halen, een baan vinden. Wie het goede leven wil krijgen, moet eerst iets van zichzelf laten zien, moet zichzelf bewijzen.

IMG_1514_fuer_Plakat_geeignet

Kritische stem
Volgens Gutmann heeft de prediking van het evangelie een belangrijke meerwaarde en een belangrijke kritische stem in onze maatschappij. Preken met het oog op jongeren betekent scherp het verschil van wet en evangelie zien. In de prediking gaat het net als in de maatschappij om rechtvaardiging. Want jezelf bewijzen is een vorm van rechtvaardiging. Theologisch gesproken: een vorm van wet waaraan wij moeten voldoen willen wij iemand zijn, een norm waaraan onze waarde wordt afgemeten. Deze norm is niet vrijblijvend, maar kan in onze maatschappij net zo goed knechtend zijn: er wordt een gelukkig leven vol vrijheid voorgespiegeld. Maar paradoxaal genoeg verliest men zichzelf. Wie niet aan de norm voldoet, is overbodig.

Rechtvaardiging
In het evangelie gaat het ook om rechtvaardiging. Maar dan een rechtvaardiging van Godswege dat een geschenk is. Juist de overbodige mens krijgt deze rechtvaardiging toegezegd. (Gutmann vertaalt de rechtvaardiging van de goddeloze dus in de rechtvaardiging van de overbodige mens.) De Bijbelse verhalen ontmaskeren op heilzame manier de dwang in de keuzes en kunnen helpen om een weg door het leven te vinden. In de preek kan de Bijbelse vertelling met de levensgeschiedenis van de jongere verbonden worden. Op die manier kunnen worden ze op weg geholpen om hun identiteit uit Gods hand te ontvangen en hoeven ze niet om een eigen identiteit uit te vinden. Preken met het oog op jongeren kan een bijdrage leveren aan die zoektocht naar een eigen identiteit in een onoverzichtelijke wereld. In een preek wordt de zegen van God meegegeven: in de preek wordt de beschermende macht en de betrouwbare levensleiding van God de jongeren toegezegd.

N.a.v. Michael Meyer-Blanck / Ursula Roth / Jörg Seip (Hg.), Jugend und Predigt. Zwei fremde Welten? (München: Don Bosco Verlag, 2008).

Oordeel

Oordeel
De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (8 – slot)

‘Bij alles wat ik doe, heb ik voortdurend een camera op mijzelf gericht. Alles wat ik doe, wordt steeds door mij beoordeeld: Lach ik niet te hard? Ben ik niet teveel aan het woord? Doe ik het wel goed?’ Ik kom ze steeds meer tegen: jongeren die continue bezig zijn om zichzelf te beoordelen. Vaak is dat oordeel negatief. Ze zijn van mening dat zij het niet goed doen. En ze zijn van mening dat ook anderen vinden, dat zij falen.
Het zijn vooral meisjes. Ze twijfelen vaak aan zichzelf en aan de waarde van wat zij presteren. Daarom leggen zij de lat hoog, want als zij tevreden over zichzelf zijn, zullen anderen dat waarschijnlijk ook zijn. In deze maatschappij, die heel erg gericht is op het behalen van prestaties, hebben zij het niet gemakkelijk. Al hebben zij dat vaak niet door, omdat zij het niet vreemd vinden dat de maatschappij veel van hen eist. Zij vragen dat immers ook van zichzelf? Waarom zouden anderen het dan niet van hen verlangen?
Het is een neiging naar perfectionisme, die deze jongeren in hun geloof meenemen. Ze houden de boot af als het gaat om belijdenis te doen van het geloof. Want zij hebben te weinig Bijbelkennis om belijdenis te doen. Willen ze belijdenis doen, moeten ze eerst de Bijbel grondig kennen. Ze doen veel voor de kerk, want God vraagt toch dat zij hun leven inzetten voor het evangelie? En toch hebben ze het idee, dat er van alles aan hun geloof schort. Als zij al ontevreden over zichzelf zijn, hoe streng zal het oordeel van God over hun leven en geloof dan wel niet zijn? En dat leidt er toe, dat zij nog wel meer willen doen.
Door de strenge eisen aan zichzelf, door hun perfectionisme lopen veel jongeren lopen daarom in hun geloof of in hun studie. En ook dat nemen ze zichzelf weer kwalijk.
Weinig thema’s uit de reformatorische traditie zijn zo behulpzaam als de rechtvaardiging van de goddeloze. En toch stuit het allereerst op weerstand. Wat je doet, telt toch voor God? Hoe kan God een gunstig oordeel vellen over je leven als de hoge norm van een heilig leven niet haalt? Dat wij niet door onze werken zalig worden, weten ze vaak wel. In theorie. Maar dat prestaties een hedendaagse variant op goede werken is, hebben ze niet door. Ze kunnen niet accepteren, dat de genade van God onvoorwaardelijk. Zozeer zijn ze gewend om het oordeel over zichzelf af te laten hangen van de prestaties die ze leveren. Was dit ook niet de weg, waarop Luther vrij  
Ze kunnen niet geloven, dat liefde onvoorwaardelijk is. Tijdens voorbereiding van een huwelijksdienst vroeg ik aan de aanstaande bruid, van wie ik de indruk kreeg dat zij een neiging tot perfectionisme had: ‘Geloof je dat je vriend van je houdt.’ ‘Nee,’ zei ze eerlijk. ‘Maar ik zie zoveel aan hem, dat ik het wel moet accepteren.’ Ik zei tegen haar: ‘Wie weet, geeft de Heere je wel dit huwelijk om te leren, dat je ook Zijn liefde mag accepteren.’
Het is moeilijk voor een perfectionist om zalig te worden. Omdat het moeilijk is om te ontvangen, zonder dat er van tevoren om een behalen van een norm is gevraagd.  Voor hen is het vaak schokkend om te horen, dat Gods liefde genade is.
Menselijke woorden kunnen dit patroon, dat zo diep zit, niet doorbreken. Alleen woorden, die het gezag van God zelf hebben, kunnen hier een uitweg bieden. Daarom geef ik hen één regel mee uit de Bijbel. Omdat het in de Bijbel staat, zijn het geen menselijke woorden meer, maar is het God die het tegen hen zegt: Zo is er geen veroordeling meer voor wie in Christus Jezus zijn (Romeinen 8:1a). Voor perfectionisten geldt hetzelfde als voor andere gelovigen: niet onze prestaties redden ons, maar de gemeenschap met Christus. Het oordeel over ons leven is in Christus een genadig geschenk. Dat is voor perfectionisten confronterend én bevrijdend.

 

Beeldenstorm

Beeldenstorm
De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (7)

Het eerste gebod geeft aan, dat er maar één God is. In het tweede gebod betreft het dienen van deze ene, ware God. Kenmerkend voor de gereformeerde traditie is, dat men dit gebod voortdurend heeft uitgewerkt. Hierin verschilt de gereformeerde traditie bijvoorbeeld van de Lutherse. Voor Luther was het tweede gebod slechts voor de Joden bedoeld. Binnen de gereformeerde traditie werd dit tweede gebod van belang geacht, omdat de eer van God centraal stond. Het eren van God komt tot uitdrukking in gehoorzaamheid van wat de Here vraagt.

‘Vraag: Wat eist God in het tweede gebod? Antwoord: Dat wij God op geen enkele wijze afbeelden en op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft.’ (HC, vr&a 96).
Dit antwoord uit de HC geeft aan, dat het gebod breder werd ingevuld dan het vervaardigen van stenen of houten beelden. Dit gebod raakt ook de manier waarop wij God vereren en waarop wij over Hem denken. Wij mogen Hem alleen vereren, zoals Hij in zijn Woord voorschrijft. Wij mogen alleen maar die beelden over Hem hebben, zoals Hij Zichzelf bekend maakt in zijn Woord.

Theologie vor jongeren
Op het eerste gezicht lijkt dit de botsen met de theologie die jongeren zelf hebben. De beelden die zij over God hebben zijn meestal juist niet ontleend aan de Bijbel, maar aan hun eigen ervarings- en denkwereld. Deze beelden kunnen ook haaks staan op wat God in zijn Woord over zichzelf te kennen geeft.
Toch kan dit gebod een belangrijke bijdrage leveren aan een theologie voor jongeren. Daarmee bedoel ik: dit tweede gebod (en vooral de uitwerking daarvan in de gereformeerde traditie) kan jongeren juist helpen in hun nadenken over God. Een theologie voor jongeren vraagt kritisch door op de godsbeelden die jongeren hebben. Om schadelijke godsbeelden te ontmaskeren. Om inconsequenties naar voren te halen. Om hen in te wijden in een andere manier van nadenken over God.

Mondig
Het beeldverbod wordt gedragen door het Bijbelse besef, dat mensen niet in staat zijn om geheel te doorgronden wie Hij is. Menselijke woorden en menselijke beelden zijn te beperkt om de grote en heilige God, onze Schepper, af te beelden. De uitwerking van het beeldverbod had in de gereformeerde traditie de intentie om de gewone gelovigen mondig te maken. De reformatoren waren humanistisch geschoolde geleerden, die zich er aan stoorden hoe beelden en godsbeelden de gelovigen van hun tijd onmondig gemaakt hadden. Vanuit het geloof dat het Woord van God de gelovigen bevrijdt van banden die onmondig maakten wezen zij de gelovigen erop, dat zij zich slechts hadden te houden aan de levende verkondiging van Gods Woord (HC, antw 98).

Beeldenvloed
Vandaag de dag stelt het beeldverbod een andere onmondigheid onder kritiek. Jongeren worden in alle media overladen met beelden. Deze beelden kunnen zo overweldigend zijn dat zij moeite krijgen met luisteren en lezen. Deze mediabeelden kunnen ook hun beeld van God beïnvloeden. Het tweede gebod nodigt uit tot een beeldenstorm en te meer tijd te nemen voor luisteren en reflectie op Gods spreken.

Beeldenstorm
In mijn gesprekken met jongeren kom ik verschillende beelden van God tegen. Jongeren die geen kerkelijke opvoeding hebben gehad voelen zich ontheemd. Zij willen net zo vertrouwd worden met God als hun vriend of vriendin die wel die opvoeding heeft gehad. Aan de hand van hoe God Zelf spreekt in zijn Woord mogen zij ontdekken dat God hen dat geestelijk thuis wil bieden.

Aan de andere kant kom ik jongeren tegen met een opvoeding, waarbij geloof vooral bestond uit regels. Of uit een God van Wie niets mocht. Zij lopen vast in hun beeld over God en slagen er met moeite in om een nieuw beeld van God te ontwikkelen, zoals Hij dat aangeeft in zijn Woord.
Deze jongeren kunnen aan de hand van de geschiedenis van Israël leren om de verkeerde beelden van God te verwijderen en te vernietigen. Een beeldenstorm, zoals Mozes , Gideon en Hizkia deden. In de lege ruimte krijgt de Heere ruimte om te onthullen wie Hij werkelijk is.

Geschreven voor HWConfessioneel

Geen andere goden

Geen andere goden

De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (6)

In de reformatorische traditie speelt het eerste gebod een belangrijke rol. Als Luther zijn eerste catechismus aanvult, geeft hij vooral een uitgebreide uitleg van het eerste gebod. Daarin schrijft hij: ‘Een God noemt men dat, waarvan men alle goeds verwacht en waarheen men kan vluchten in alle noden. Daarom betekent ‘een God liefhebben’ niets anders, dan dat men van harte op Hem vertrouwt en in Hem gelooft, zoals ik al zo dikwijls gezegd heb, dat alleen het vertrouwen en het geloof van het hart beide God en afgod maakt. (…) Ik zeg u, dat waar uw hart aan hangt en op vertrouwt, dat is eigenlijk uw God.’
Voor kinderen en jongeren is het eerste gebod een abstract gebod. Het is niet gemakkelijk om hier een voorstelling bij te hebben of het in praktijk te brengen. Andere goden komen zij alleen tegen als zij andersgelovigen ontmoeten.
Er zijn pogingen ondernomen om dit gebod wat meer te laten spreken. De uitleg van Luther is er een voorbeeld van. Ik vrees dat het niet veel verder helpt. Is het niet meer iets voor volwassenen om je hart ergens aan te hangen? Bijvoorbeeld aan geld of macht? Mijn catechisanten van 14 en 15 zijn vaak net begonnen met een zaterdagbaantje of krijgen hooguit wat zakgeld. De verleiding om alles in het leven af te stemmen op het verdienen van zoveel mogelijk geld kennen ze nog niet echt.
Wat dichterbij komt het als jongeren zich vol overtuiging in laten met een politieke overtuiging. Een van de jongeren die ik vroeger als kind kende heeft op de lijst van de PVV gestaan. Toch ben ik ook hierin voorzichtig. In het verleden hebben christenen veel vaker gedacht dat bepaalde politieke voorkeuren te verenigen waren, waarvan wij nu ons afvragen of die combinatie met het christelijk geloof te maken is.
In een klein boekje over de Tien Geboden citeert de godsdienstpedagoog Fulbert Steffensky een preek uit de Tweede Wereldoorlog: ‘Voor ons is het vaderland heilig. Daarom offeren wij onze jeugd, onze gezondheid en onze levenskracht vol vreugde en van harte – zelfs in de voorste linie. Voor ons is het vaderland heilig. Wij eren Gods heilige wil in ons Duitser-zijn.’ Hij schrijft daar vervolgens achter aan, dat in dit citaat de natuurlijke liefde voor het vaderland tot een afgod wordt gemaakt. Ik stem van harte met zijn opmerking in, maar vraag mij wel af of wij dit door het ontzaglijke leed van de Tweede Wereldoorlog dit inzicht tot onze schande hebben moeten leren. Het is waar dat wij met de keuze voor een afgod ons leven verspelen. Maar voor ons is het vaak niet gemakkelijk aan te wijzen wat een afgod is.
Ook voor jongeren niet. Zij hebben vaak het idee, dat zij niet door de reclamefolders worden beïnvloed. Wanneer er een tv-spot komt, zappen ze naar eigen zeggen naar een andere zender.
In het eerste gebod gaat het om de eer van God. Eerder schreef ik dat de eer van God voor de reformatorische traditie een kernbegrip is. Voor Calvijn gaat de eer van God gepaard met het welbehagen dat God heeft in mensen. De eer van God maakt mensen zoals ze door God bedoeld zijn. Geen supermensen. Het eerste gebod is een relativering van alle menselijke grootheidswaanzin: wij zijn slechts schepsel en voor Gods aangezicht komen wij het beste tot ons recht. Het eerste gebod is ook een bescherming tegen vernedering: Voor Gods aangezicht staan wij allen op hetzelfde niveau. Niemand mag ons gehoorzaamheid afdwingen: een christen heeft alleen te buigen voor zijn hemelse Heer. Wanneer wij God alle eer geven, worden wij vol op mens.

Die Reformatoriese Tradisie as ’n Teologie vir Jongmense

Die Reformatoriese Tradisie as ’n Teologie vir Jongmense

Die Gereformeerde Protestantisme het ontwikkel as ’n stroming naas ander strominge soos die Lutherane, Rooms-Katolieke en Anglikane. ’n Gereformeerde kerk is ’n Christelike Kerk, dit wil sê ’n kerk onder haar hoof, Jesus Christus. Christus is verhoog in die hemel, maar tegelyk by sy kerk op aarde aanwesig.

Gereformeede kerke was daarom van oorsprong af ekumenies ingestel: een van die belangrikste belydenisskrifte is vir ’n groot deel deur ’n Lutheraan opgestel (Die Heidelbergse Kategismus). Wanneer ’n nuwe geloofsbelydenis opgestel word, word daar nie gesoek om die eie kerk te verdedig nie, maar word daar saam met andersoortige kerke gesoek na die waarheid van die Evangelie. Dit gaan om die belydenis van Christus as Hoof van die kerk en as Heer.

Wat hou die terme reformatories of Gereformeerd in? Dié aanduiding beteken vernuwend en is ’n onderdeel van ’n langer sin: gereformeerd beteken vernuwend volgens en deur die Woord van God. Die Woord van God is die norm van die vernuwing, maar ook die veroorsaker van die vernuwing. Deur die Woord van God word die kerk geskape en deur dieselfde Woord word die kerk telkens weer nuutgemaak.

Die gereformeerde tradisie en vormgewing van die kerk kan daarom nie as afgehandel beskou word nie. Dit geld die geloofsbelydenis, die manier waarop die kerk bestuur word en die invulling van die erediens.. Die kerk moet telkens van voor af deur en ooreenkomstig die Woord nuutgemaak word.

Die Gereformeerde tradisie gaan daarvan uit dat God deur sy Woord tot ons praat. Die Skrif is daarom nie alleen ’n historiese dokument nie, maar die Woord waarmee die Here ook in die hede praat en waarmee Hy in sy gemeente en in die lewe van gelowiges werk. Die gelowiges het ontsag vir hierdie spreke van die Here en laat hulle daardeur in gehoorsaamheid lei.

Die reformatoriese tradisie is derhalwe by uitstek geskik as ’n teologie vir jongmense. Hierdie tradisie is naamlik nie gerig om die handhawing van homself nie, maar soek in elke tydsgewrig na die eer van God. Die inkleding van die erediens, die geloofsbelydenis, die riglyne vir die daaglikse lewe kan nie deur die tradisie bepaal word nie, maar moet telkens weer deur die eerbiedige luister na die spreke van God in sy Woord gesoek word. Die reformatoriese tradisie bied vir jongmense ’n geestelike tuiste by Christus en in die Skrif, maar leer tegelykertyd die jongmense om krities te bly ten opsigte van hulle eie tradisie en ten opsigte van die wêreld waarin hulle leef.

’n Bykomende voordeel is dat die gereformeerde tradisie reeds ervaring opgedoen het oor hoe om in ’n tyd van sekularisasie en kritiek op die Christelike geloof tog die Here te bly dien. Gereformeerdes word al vir ’n lang tyd vervolg en teen gediskrimineer. Van hulle oorsprong af is hulle gewoond om vanuit ’n gemarginaliseerde posisie terwyl hulle openlik bespot word, Christus te dien. Selfs al verloor hulle gereeld hulle poste of hulle lewens, bly hulle bereid om God en die samelewing te dien. Hierdie manier van doen help jongmense om in belangrike poste hulle werk getrou te doen sonder om verbitterd te raak oor die aanvalle op hulle Christelike geloof.

Met dank aan dr. Wouter van Wyk, Sekretaris: Toerusting, Inligting en Kommunikasie van de Nederduitsch Hervorme Kerk van Afrika – voor de vertaling en de publicatie in het kerkblad e-Hervormer

Wie God is

Wie God is

De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (5)

In de vorige bijdrage gaf ik aan: de gereformeerde traditie is samen te vatten als alleen aan God de eer (soli Deo gloria). Het centraal stellen van de eer van God heeft ook consequenties voor hoe wij over God denken. Als wij over God spreken, gaat het over God zoals Hij Zichzelf aan ons openbaart. In de gereformeerde traditie hebben de eerste twee geboden dan ook een belangrijke plaats gekregen in het spreken over God.
In het eerste gebod wordt aangegeven dat er maar één God is. Veel geloofsbelijdenissen zetten daarom ook in met de ene God die er is. Bijvoorbeeld de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1:Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is… De NGB zet met het geloof in de ene God in, omdat de Schrift er over spreekt. God Zelf openbaart Zich aan ons als de enige God die er is. De eenheid van God staat voorop. Dat is het uitgangspunt. Pas daarna wordt er gesproken over de drie-eenheid. Tegelijkertijd geeft de Nederlandse Geloofsbelijdenis in de woordkeus aan, dat we bij God moeten denken aan de Vader van onze Heere Jezus Christus. De woordkeuze geloven met het hart en belijden met de mond is namelijk ontleend aan Romeinen 10:9. Het belijden van Christus behoort volgens de gereformeerde traditie tot het eerste gebod: er is maar één God en Hij heeft Zich ons geopenbaard als Vader, Zoon en Heilige Geest. De eenheid van God gaat voorop, maar het geloven in God als Vader, Zoon en Geest en toch één is een daad van gehoorzaamheid aan God Zelf. Onze kennis over God hebben we niet te danken aan onze ervaring, aan wat onze ouders over God vertellen, wat wij zelf vinden van God, maar is ontleend aan de Schrift (NGB zie artikel 2).
Nu raakt dit eerste artikel van de NGB ook aan het tweede gebod, het beeldverbod, dat in de gereformeerde traditie zo’n belangrijk spoor heeft getrokken. De manier waarop in art. 1 over God gesproken wordt moet op de Schrift terug te voeren zijn. Anders is het in strijd met het tweede gebod. Artikel 1 moeten we dan ook zien als een samenvatting van hoe de Schrift over God spreekt: God, Die deze wereld geschapen heeft door te spreken; de Heere, die Abram uitkoos en daarmee Israël; God, Die Zijn volk uit Egypte leidde naar Kanaän; God die in Christus mens werd. In artikel 1 wordt geen definitie gegeven van God, maar wordt in verwondering en dankbaarheid verteld wie God is. Artikel 1 is – conform het Soli Deo gloria – dan ook lofprijzing: Heere, U bent eeuwig, onbevattelijk, onzienlijk, enz.
Wezenlijk voor de gereformeerde traditie is wat over God beschreven wordt geen herinnering aan een roemrijk verleden is. God is nog steeds zo: nog steeds is Hij eeuwig, onveranderlijk, almachtig, rechtvaardig, enz. De gereformeerde traditie wordt gedragen door het besef dat God nog steeds werkzaam is.  De voorredes van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels zijn door dat geloof gestempeld. Christus is in de hemel, maar ook bij Zijn kerk op aarde aanwezig. Hij schept en bewaart Zijn kerk hier op deze aarde. Bijvoorbeeld tijdens de verkondiging en de viering van het Heilig Avondmaal, maar ook in moeilijke omstandigheden van vervolging. De eerste twee geboden zijn voor de gereformeerde traditie van groot belang, omdat we in de Schrift de enige God die er is leren kennen. Vandaag de dag is Hij geen ander dan in de tijd van Abram of van David. Christus is nog steeds – zoals Hij aan de apostelen beloofde – tot het einde van de wereld bij Zijn gemeente. God is de levende God. Hij is (vandaar de ruime aandacht voor gebed in de gereformeerde belijdenisgeschriften) en was (vandaar de aandacht voor het verbond en de heilsgeschiedenis) en zal komen (het was het waard om het eigen leven te geven voor het geloof in deze God).

In de volgende bijdragen wil ik verder uitwerken wat de betekenis is van deze twee geboden in de gereformeerde traditie én wat deze uitwerking kan betekenen voor jongeren.

ds. M.J. Schuurman

Geschreven voor HWConfessioneel

Deel 1:https://mjschuurman.wordpress.com/2012/07/04/de-reformatorische-theologie-als-een-theologie-voor-jongeren-1/
Deel 2: https://mjschuurman.wordpress.com/2012/07/24/de-reformatorische-traditie-als-theologie-voor-jongeren-2/
Deel 3:https://mjschuurman.wordpress.com/2012/08/29/wat-is-reformatorisch/
Deel 4: https://mjschuurman.wordpress.com/2012/09/13/soli-deo-gloria-de-kern-van-de-gereformeerde-traditie/

De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (2)

De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (2)

De reformatorische traditie kan vandaag de dag betekenis voor jongeren hebben. In de vorige bijdrage heb ik aangegeven dat ik de verbinding wil leggen met wat de godsdienstpedagogen Friedrich Schweitzer en Thomas Schlag typeren als theologie voor jongeren.
Schweitzer en Schlag gaan ervan uit dat jongeren in staat zijn om na te denken over hun eigen geloof en hun eigen visie op God. Zij noemen dat een theologie van jongeren. Daarnaast is er ook de mogelijkheid om met jongeren na te denken over hun geloof en hun Godsbeeld. Tenslotte zijn zij van mening dat jongeren soms ook geholpen moeten worden met hun geloof en Godsbeeld. Het is niet meer vanzelfsprekend dat jongeren van huis uit ingewijd worden in een religieuze traditie. Zij groeien op zonder ergens godsdienstig onderdak te vinden. Ze moeten hun eigen visie vaak zelf ontwikkelen. Daarvoor kunnen ze uit allerlei tradities nemen wat hen aanspreekt. Ze kunnen ook een beeld van God of geloof ontwikkelen dat schadelijk is voor hen zelf. Een theologie voor jongeren wil hen helpen bij de zoektocht naar hun eigen, authentieke geloof. Een theologie voor jongeren is dus een manier van omgaan met religieuze vragen en met religieuze tradities ten dienste van jongeren.
Het is niet de bedoeling om hen een traditie op te dringen of om hen te gebruiken om een traditie te laten voortbestaan. Dan ligt de interesse niet in de eerste plaats bij de jongeren, maar bij het voortbestaan van een traditie.
Een geloofstraditie kan wel gebruikt worden om jongeren te helpen bij hun zoektocht om een religieus thuis te vinden. Ook de reformatorische traditie. Juist de reformatorische traditie bevat voor jongeren een schat zowel aan geloofservaringen als aan doordenking van deze ervaringen. Deze traditie heeft genoeg in huis om jongeren een godsdienstig thuis te bieden in deze traditie. In de loop van deze serie wil ik daar iets meer van uitwerken.
Er is wel een spanning tussen de reformatorische traditie en de theologie voor jongeren. Een theologie voor jongeren kan niet voor jongeren bepalen wat zij moeten geloven. De reformatorische traditie heeft een duidelijk beeld van wie God is, omdat Hij Zich in Zijn woord heeft geopenbaard. Toch kan ook de reformatorische traditie hier een eind in meekomen. Ook in deze traditie kan iemand voor een ander niet het geloof bepalen. Dat doet God. Ook heeft de reformatorische traditie dat het Woord van God (waar deze traditie onvermoeibaar mee bezig is) in zichzelf genoeg overtuigingskracht heeft door het werk van de Heilige Geest. Juist daarom kan de reformatorische traditie in de theologie voor jongeren een bondgenoot zien.
Volgens Schweitzer en Schlag gaat het in de theologie voor jongeren om de jongeren te helpen bij het vinden van taal om hun eigen geloofservaringen en gedachten over God te verwoorden, maar ook om te laten zien hoe anderen in heden en verleden hebben geloofd. Aan de andere kant kunnen jongeren door wat zij zelf tegenkomen in hun eigen wereld gestimuleerd worden om hierover na te denken. Door films, songs, maatschappelijke ontwikkelingen, persoonlijke ervaringen. Door contact met godsdienstige gebruiken (kerkbezoek, begrafenis, bruiloft) en ruimten (kerkgebouw). Waar het verder om gaat bij een theologie van jongeren is de bereidheid van volwassenen om open en authentiek met jongeren het gesprek aan te gaan over de vragen van het leven en de vragen over God die er echt toe doen.
Een theologie voor jongeren daagt jongeren ook uit om na te denken over God en geloof op momenten die zij niet verwachten. Voor jongeren kan het heel verhelderend en uitdagend zijn om aan de hand van alledaagse gebeurtenissen een verrassend verband te ontdekken met de reformatorische inzichten over God, geloof en levensvragen

ds. M.J. Schuurman

Geschreven voor HWConfessioneel

N.a.v. Thomas Schlag / Friedrich Schweitzer, Brauchen Jugendliche Theologie? Jugendtheologie als Herausforderung und didaktische Perspektive (Neukirchen-Vluyn, 2011) 107-134.