“De vier pagina’s van de preek” – blog 11: Trouble in onze eigen wereld

“De vier pagina’s van de preek” – blog 11: Trouble in onze eigen wereld

Als Paul Scott Wilson in zijn preekmodel spreekt over ‘trouble’ heeft dat veel aspecten:

  • Gods opdrachten en eisen aan mensen
  • Menselijke zonde(n)
  • Gebrokenheid
  • Lijden
  • Niet willen of kunnen handelen

Waarom moet er eigenlijk over ‘trouble’ worden gepreekt?
Antwoord: omdat we in een gevallen wereld leven. Er is ‘trouble’ in ons en wij zijn in ‘trouble’. In Gods ogen zijn we schuldig. Als mens kunnen we dat aan de kant willen schuiven. Daarom hebben we het nodig om overtuigd te worden van onze zonde.

We hebben het nodig dat ons getoond wordt:
– dat onze wegen vaak doodlopen
– dat we onze vrijheid geregeld misbruiken
– dat onze onze sociale systemen ook te maken hebben met gebrokenheid
– dat onze oneigenlijke drijfveren tot naastenliefde ontmaskerd worden
– dat we beseffen hoe diep ons nee-zeggen tegen God gaat.

Er zijn gemeenteleden die betrokken zijn bij onrecht. Ook zijn er gemeenteleden die te lijden hebben gehad onder onrecht of daar nog steeds aan lijden. Lijden en gebrokenheid kan zich op vele manieren voordoen.


Het is nog niet eenvoudig om de zonde aan de kaak te stellen en de gebrokenheid te laten zien in de preek. Het is voor een preek van belang dat ‘trouble’ op een geloofwaardige manier aan de orde komt. Preken schieten vaak door naar het uiterste: of de ‘trouble’ komt te weinig subtiel in de preek aan de orde of juist veel te subtiel.

De volgende manieren kunnen de predikant helpen om ‘trouble’ in de preek aan de orde te stellen:

  • Ontwikkel een tweeledige visie op ‘trouble’:
    a) Trouble is verticaal: ‘trouble’ vanuit Gods ogen.
    – Bekeer je
    – Je mist God
    – Je hebt niet van je naaste gehouden als van jezelf
    – Ga naar de kerk
    – Je zou meer moeten doen
    – Eer je ouders
    – Je bent verkeerd
    Het risico voor de predikant is om de verticale ‘trouble’ zo te preken, dat de predikant zelf torenhoog uittorent boven de gemeente.
    Deze vorm van ‘trouble’ klinkt vaak in de imperatief (gebiedenden wijs).

    b) Trouble is horizontaal: trouble als een spiegel, reflecterend op de gevolgen van de val, de gebrokenheid van systemen, lijden van de kwetsbaren.
    – We leven in een angstige tijd
    – Deze vrouw lijdt aan kanker
    – Voor velen lijkt het leven betekenisloos
    – De oorlogen houden niet op
    – We hebben met racisme te maken
    – De opwarming van de aarde bedreigt het leven zoals we dat kennen
    – De vicieuze cirkels van kindermisbruik worden niet doorbroken
    – Velen zwerven dakloos over straat
    Deze vorm van ‘trouble’ klinkt vaak in de indicatief (beschrijvend)

    De ‘trouble’ komt vanuit het geloof ter sprake. Geen enkele ‘trouble’ is sterker dan Gods macht. Wilson constateert dat gemeenten vaak eerder openstaan voor de horizontale ‘trouble’, zeker als ze het op zichzelf moeten betrekken. Het is verstandig als je als predikant weet welke vorm van trouble je aan de orde moet stellen en of je de imperatief of de indicatief moet gebruiken.

  • Als je ‘trouble’ aan de orde stelt in de preek, laat het niet beperkt zijn tot de directe omgeving maar varieer en stel ook wereldwijde problematiek aan. Wanneer de trouble alleen uit de eigen omgeving komt, maak je als predikant Gods wereld erg klein.

  • Houd vroomheid en recht bij elkaar. In het Oude Testament werd geloof niet losgemaakt van de zorg voor de zwakken en kwetsbaren. De kerk is in heden en verleden vaak betrokken (geweest) bij de strijd tegen onrecht.

  • Zorg ervoor dat ‘trouble’ in de preek gekoppeld is aan de genade (dat is in het preekmodel van Wilson het handelen van God in het heden). Op elke pagina van de preek komt Christus naar de luisteraar toe. Het is niet de taak van de predikant om informatie door te geven, maar om het evangelie te verkondigen.


Aan het einde van Pagina 2 (‘trouble’ in onze eigen wereld) maakt de predikant een belangrijke overstap van de ‘trouble’ naar de genade en het handelen van God. De vragen van de luisteraars worden meegenomen en in verband gebracht met Gods handelen. Ons verlangen, onze nood, ons lijdt gaat God ontmoeten.

Het theologisch gebruik van verhalen om ‘trouble’ uit te werken
Volgens Wilson zijn er 3 manieren om ‘trouble’ uit te werken:

  • Verhalen over Gods oordeel over mensen
  • Verhalen die laten zien hoe de mens er aan toe is na de zondeval
  • Verhalen over Christus als lijdende knecht, waarin Christus lijdt aan onze zondigheid en gebrokenheid.


N.a.v. Paul Scott Wilson, The Four Pages of the Sermon. A Guide to Biblical Preaching (Nashville, 2018) 111-127

“De vier pagina’s van de preek” – blog 10: Filmen van ‘trouble’ in de Bijbel

“De vier pagina’s van de preek” – blog 10: Filmen van ‘trouble’ in de Bijbel

Elke preek die op de Bijbel is gebaseerd belicht iets van ‘trouble’. In het preekmodel van Paul Scott Wilson gaat het er om dat die ‘trouble’ met woorden wordt verfilmd.

In dit preekmodel is ‘trouble’ in de Bijbel pagina 1. De ‘trouble’ die hier aan de orde komt is het omgekeerde van de boodschap van de preek.
images (1)
Paul Scott Wilson heeft de volgende tips bij het verfilmen in woorden van ‘trouble’. Zie voor de algemene richtlijnen voor verfilmen in woorden hier.

    • Werk ‘trouble’ uit. Niet door de Bijbeltekst te herhalen maar door daarbij de discussie over een Bijbeltekst te verwerken.
      In een preek over Lukas 10:25-37 doet Samuel D. Proctor dat: Jezus begint: “Een zeker man…” Hij vertelt daarbij niets over uit welke stam deze man komt, wat zijn ras is, zijn clan, zijn sociale klasse, zijn dialect en zelfs niet de taal die hij sprak. Wij weten daar niets over. Waarom zouden we kenmerken moeten weten? Jezus laat al die informatie achterwege! Gewoon homo sapiens. Dat is alles. Een zeker man, dat zou iedereen kunnen zijn, was gewoon onderweg van Jeruzalem naar Jericho. Als we vragen naar de achtergrond van de man, ruïneren we het hele verhaal. Jezus wil vanaf hier vertrekken.
      De reis was 17 gevaarlijke mijlen door een eenzame, droge, ruwe woestijn. Vandaag de dag nog steeds 17 eenzame mijlen. Het was bekend dat rovers en dieven de reizigers aanvielen. Deze man was geslagen door dieven en bleef halfdood achter. In het verhaal dat Jezus vertelt hebben ze de man zijn kleren uitgetrokken, zodat hij niet geïdentificeerd kan worden aan de hand van zijn kleren. Wij kunnen niets zeggen over de snit van zijn kleding. We kunnen niet vertellen of de man arm was met een goedkoop geweven stuk kleding of een rijke man die stof van dure purper droeg en zorgvuldig gemaakt.  We hebben geen enkele aanwijzing om onze vooroordelen hun gang te laten gaan. Alleen maar “een zeker man”. Jezus laat hem naakt achter, zodat we geen enkele aanwijzing met betrekking tot zijn status hebben. Hij heeft niets gezegd, zodat we zijn accent niet kunnen horen. We weten niet of hij “sjibbolet” zei of “sibbolet”.
      Zo, omdat hij daar lag zonder kleren en zonder iets te zeggen kunnen we niet zeggen wie daar lag. Jezus wilde dat we ons zouden focussen op het lijden van de man. Jezus liet elk detail achterwege. Hij was gewond! Zonder kleren en zwijgzaam lag de man daar. Hij kon iemand zijn van ons eigen ras en onze eigen klasse. Hij kon van een ander ras en een andere klasse zijn.  Jezus laat in het verhaal alleen een mens in nood, halfdood, in elkaar geslagen, beroofd ten tonele komen. Wij weten niet of hij een goede opleiding had of hij arm was. We weten niet uit welke familie hij kwam en in welke stad hij leefde. Zwaar ademend, bloedend, bijna dood – deze “zekere man” was achtergelaten om te sterven.
      511h28bhz5l._sx334_bo1,204,203,200_
    • Werk de vraag of het verlangen van de luisteraar uit.
      Wilson geeft een voorbeeld van een eigen preek over Johannes 3:1-20. Boodschap is: ‘God brengt Nicodemus tot geloof’. Pagina 1 van de preek is: ‘Nicodemus verlangt ernaar God te ervaren’. De vraag van de luisteraar, die in de preek wordt opgepikt is: ‘Hoe kan ik God ervaren?’ Het antwoord komt via pagina 3 (God brengt Nicodemus tot geloof) bij pagina 4: ‘God brengt ons tot Jezus’.
      Nicodemus is een man met een innerlijk conflict. Zelfs als hij zich haast door het stormachtige duister door de nauwe geplaveide straten van het oude Jeruzalem ligt zijn hoofd overhoop met zijn hart. Het kind in hem rebelleert tegen de volwassene. Er woedt een strijd onder zijn huid. ‘Zal ik gaan?’ vraagt hij zich af als hij zijn weg gaat langs slapende honden. ‘Zal ik gaan? Zal een rechter van de hoge raad naar een wonderdoener van boerenafkomst, die vandaag de tafels in de tempel heeft omgegooid?’ Hij trekt zijn hoed ver over zijn gezicht en beklimt de Olijfberg naar de plek waarvan gezegd werd dat Jezus daar gevonden kan worden.
      Hij weet nauwelijks wat hij wil zeggen. Hij vindt Jezus vlak bij de top, waar hij zit bij een klein kampvuur. Nicodemus stapt uit de schaduw van het duister in de lichtkring van het kampvuur, doet zijn hoed af, wacht en zegt dan op de bedachtzame toon, die hij leerde tijdens het onderwijs over de wet: ‘Rabbi, wij weten dat u een leraar bent, die door God is gezonden. Niemand kan deze tekenen en wonderen doen die u doet, zonder de aanwezigheid van God.’ En dan opeens, weet hij welke woorden hij heeft voor wat er in hem omging, waar hij eerst de vinger nog niet op kon leggen: hij bespeurt in Jezus de aanwezigheid van God. Hij weet veel over God. Hij heeft over God gestudeerd vanaf zijn kindertijd, jaren besteed aan het bestuderen van de Schrift en de rabbijnse wet. Maar hij weet niets van de aanwezigheid van God. Hij heeft veel informatie over GOd, maar verlangt naar een ervaring van God, de werkzaamheid van God in zijn leven. Je kan naar een theologische universiteit gaan en niets van God weten. Hij voelt te beschaamd om dat tegen iemand anders te zeggen, in verlegenheid gebracht door zijn verlangen naar God, hij voelt zich dwaas in zijn verlangen naar geloof. Hij durft nog niet te geloven dat de God naar wie hij zo verlangt hem op weg gebracht heeft om Jezus te ontmoeten.
      [Pagina 2] Veel mensen verlangen ernaar iets van God te vernemen in hun leven, zelfs zonder het te weten. Er is niet zoveel tijd vandaag de dag voor God. Twee jonge vrouwen komen elkaar tegen bij Starbucks…

 

  • Gebruik een bepalend beeld
    Barbara Brown Taylor gebruikt het beeld van Lukas als arts om eenheid in de preek te creëren:
    Ik denk dat Lukas nooit zijn werkzaamheden als genezer heeft beëindigd. Hij is alleen van medicijnen veranderd. In plaats van kruiden en specerijen voor te schrijven, warme compressen en bedrust. vertelt hij verhalen vol kracht om gebroken levens te verbinden en bange harten nieuwe kracht te schenken. In plaats van pillen en toverdrank stopt hij woorden in zijn zwarte tas, woorden zoals: ‘huil niet meer’, ‘wees niet bevreesd’, ‘uw zonden zijn u vergeven’, ‘sta op en wandel’. Zijn medicijn is het medicijn van het evangelie, wat Jezus’ medicijn was. Een medicijn dat werkte, vreemd genoeg, door middel van woorden.

  • Prikkel de zintuigen
    In een preek over Handelingen 16:16-40 werkt John M. Rottman levendig en vol humor uit hoe Paulus en Silas zingen in de gevangenis:
    Daar zitten ze in de inktzwarte duisternis van deze vochtige gevangenis. Onterecht beschuldigd, tot bloedens toe geslagen, hun voeten in blokken. Zij hebben verkondigd hoe Jezus de Heer van de wereld was, de redder van de kosmos. Elk klein hoekje van deze wereld behoort Hem toe. En nu overkomt hen dit.
    Paulus stelt voor om te gaan zingen.
    ‘Zingen? Nou, vooruit,’ zegt Silas weinig enthousiast, ‘jij begint.’
    Paulus begint te zingen uit Psalm 9 (misschien was het de oude berijming uit het oude psalmboekje van lang geleden):
    Ik zal met al mijn hart den Heer’,
    blijmoedig geven lof en eer.
    Je kunt Paulus onmiskenbare bas de psalm vol overgave horen zingen. Silas gaat meezingen met een onzekere tenorstem.
    Mijn tong zal mijn gemoed verzellen
    en al Uw wonderen vertellen.
    Twee Joodse mannen van middelbare leeftijd die een thuis zoeken in deze donkere wereld door samen een psalmduet te zingen. Je kunt je erover verbazen. Jezus is Heer van deze wereld. Elk klein hoekje behoort hem toe. Werkelijk!

  • Werk intermenselijke ‘trouble’ uit om empathie op te wekken
    In een preek over Hosea en Gomer vertaalt werkt Brown Taylor dit levendige beeld van de relatie tussen God en Israël uit:
    Op dit moment blijft de regen achterwege en de koeien geven weinig melk. Gomer was vertrokken. Ze had niet eens een briefje achtergelaten op de keukentafel: “Ik ben ergens anders naar toe gegaan waar ik het beter kan krijgen.” Waar is zij naar toe gegaan? Naar andere minnaars, die haar beloofden te geven waar haar hart naar verlangde? Met Baäl was er geen somber gepraat over betrokkenheid of eer, geen waar-was-je-afgelopen-nacht of heb-je-wel-eens-gedacht-wat-je-de-kinderen-aandoet. Alles was spontaan. Je deed wat je ingegeven werd, net zoals je voelde wat je ingegeven werd. De enige regel was dat je je er goed bij voelde op dat moment. Niemand kent je naam en je kent niemand anders naam. Maar dat deed er niet toe. Het enige dat er toe deed was dat je voelde dat je leefde op een fijne, intense manier. Israël kwam altijd weer thuis als ze genoeg had gekregen, of op de momenten dat ze realiseerde dat het gras aan de andere kant helemaal niet zo groen was als het leek. Op een morgen zou Jahweh de voordeur horen slaan en haar ruiken voor Hij haar zag: de geur van de sigaretten, haar muffe kleren, van oud bier. Dan zal ze de kamer binnenkomen en tegen de deuropening leunen en naar Hem kijken, een snee in haar bovenlip, een blauwe plek op haar bovenarm ten teken dat iemand haar hard had beetgepakt. Thuisgekomen bij haar echtgenoot, waar Hij haar bij de hand neemt en haar meeneemt naar het bad, haar de kleren uitdoet en zij haar magere armen omhoog doet voor hem zoals een kind.

  • Verfilm de tekst vanuit een verrassend perspectief
    Haddon Robinson werkt de ontmoeting tussen de slang en Eva uit als een film:
    De satan is niet alleen als persoon vermomd, hij vemomt ook zijn bedoelingen. Hij zegt niet: ‘Ik ben hier om je te verleiden.’ Hij wil alleen een godsdienstige discussie. Hij wil met haar discussiëren over theologie. Hij heeft niet de intentie om over zonde te praten. De slang opent de discussie door te vragen: ‘Heeft God echt gezegd: “Je mag van geen enkele boom eten?”’ Daar kun je niet over discussiëren. Satan wil alleen opheldering. ‘Kijk, ik wil dat je zeker bent van je exegese. Ik wil helder hebben wat God met je van plan is. Heeft Hij echt gezegd dat je nergens van mag eten?’ Je ziet het, de duivel is godsdienstig. Hij komt niet bij je aankloppen op de deur van je hart door te zeggen: ‘Mag ik een half uurtje van je leven en ik zal je daardoor naar de ondergang brengen.’ Nee, hij wil alleen maar met je praten over theologie. Hij wil alleen maar Gods woord interpreteren. Het is mogelijk, nietwaar, om over theologie te discussiëren, waarbij we onze ondergang tegemoet gaan. We kunnen niet op een abstracte manier over God spreken, als Hij een wiskundige formule is. Je kunt een theologie erop nahouden die je ertoe aanzet God ongehoorzaam te zijn.

    Nancy Hastings Sehested gebruikt voor een preek over Exodus 1:8-22 het verrassende perspectief van de 2 vroedvrouwen. Boodschap van de preek: ‘De God die leven schenkt begeleidt ons’.
    Farao had geen idee wat hij vroeg… Maar Sifra en Pua wisten wie zij waren. Zij wisten dat het hun roeping was om het leven te ondersteunen, niet om te assisteren bij het sterven. Zij wisten dat zij in Farao’s ogen geen macht hadden. Zij lieten Farao zijn gang gaan – om zijn eigen gedachten te hebben, om het op zijn eigen manier te doen. Ondertussen gingen zij door om het leven te ondersteunen. Het duurde niet lang voordat Farao erachter kwam dat zij hem ongehoorzaam waren. Hebreeuwse vrouwen wandelden met hun pasgeboren zoontjes om die baby’s vol trots aan anderen te tonen. De vroedvrouwen werden op het matje geroepen. ‘Ik kan geen burgerlijke ongehoorzaamheid tolereren in dit land,’ zegt Farao.
    De vroedvrouwen keken Farao recht in de ogen aan en beweerden met droge ogen dat de Hebreeuwse vrouwen hun kinderen zoveel sneller op de wereld brachten dan de Egyptische vrouwen en dat de kinderen, die zij baarden, al gevoed en gebakerd in de wieg lagen op het moment dat zij arriveerden. Sifra en Pua moesten vast gedacht hebben dat zo’n nobele leugen gemakkelijk door Farao geloofd zou worden. Want wat weet een Farao nou van kinderen die geboren worden? Wie zijn onze Farao’s nou eigenlijk?

  • Creëer een gebeurtenis; reporteer zo’n gebeurtenis niet
    We slogan toon, vertel niet omvormen in verbeeld, reporteer niet. Roep een ervaring op. Geef niet slechts een opsomming van feiten. Ook niet als het gaat om maatschappelijke of sociologische gegevens.
    Martin B. Copenhaver geeft daarvan een voorbeeld in een preek over Lukas 14:12-24:
    Jezus vertelde hoe je een feestje moest geven, terwijl hij zelf aanwezig was tijdens een feestje dat door een heel belangrijk persoon werd gegeven, een van de voorbeeldige personen, een toonaangevend figuur. Aan de tafel zaten invloedrijke priesters, succesvolle priesters en andere personen van maatschappelijk belang. (….) Tijdens deze feestmaaltijd, terwijl ze de koosjere kwartelpastei doorgaven, zei Jezus: ‘Als je een diner of een etentje geeft, nodig dan niet alleen je vrienden of je broers of je familie uit of je rijke buren, die jou op hun beurt ook weer zullen uitnodigen.

    Uit een andere preek van Copenhaver. Dit keer over Lukas 12:16-21:
    Ik probeer me voor te stellen hoe het zal zijn om door de weduwe van de rijke dwaas gebeld te worden. Dat is niet zo moeilijk voor te stellen, want ik krijg geregeld zulke telefoontjes. De boer is net overleden, zijn vrouw in shock. Ze vraagt: ‘Wat behoor ik nu te doen? Niemand heeft me verteld hoe ik dit moet doen.’ Al sprekend zoekt ze naar wat ze moet doen, en ik volg haar en luister alleen maar. Dan bespreken we de afscheidsdienst. Ik stel haar enkele vragen over haar man die nog maar pas is overleden. U weet dat ik hem niet zo goed ken. Ik kwam hem maar af en toe tegen. Maar nu we de afscheidsdienst voorbereiden, wil ik me een beeld vormen van de hele persoon, omdat ik in de overdenking de hele persoon recht wil doen en niet alleen die enkele vluchtige momenten dat we elkaar tegenkwamen. Daarom vraag ik haar: ‘Wat was belangrijk voor hem?’ De weduwe antwoordt: ‘Zijn familie is – was – heel erg belangrijk voor hem. Hij was echt trots op zijn kinderen, hoewel ik niet zeker weet of ze dat wel weten. Maar hij sprak vaak over hen. Zijn portemonnee was gevuld met hun foto’s.’ Ik vraag haar: ‘Waar besteedde hij zijn tijd aan?’ Zij antwoordde: ‘Met werken op de boerderij. Hij was erg succesvol. Aan de andere aspecten van het leven kwam hij niet echt toe. Ik heb het hem ook niet altijd makkelijk gemaakt. Ik wilde hem geregeld vragen wanneer hij zou stoppen om meer tijd voor elkaar te hebben. Hij zou mij steeds proberen gerust te stellen met woorden als ‘morgen’ of ‘binnenkort’, ‘dit ga ik niet eeuwig doen’, ‘op een dag’, ‘ik beloof je’. Hij meende dat echt. Ik weet dat hij dat meende.

  • Verfilm het verhaal door de context voor te stellen
    In de Week van Gebed voor de Eenheid van de Christenheid preekte Wilson over Romeinen 8:14-27. Brieven uit het Nieuwe Testament kunnen gemakkelijk als abstracte essays worden ervaren. Daarom wilde Wilson het Bijbelgedeelte dichterbij halen door aandacht te schenken aan de locatie van zowel degene die de brief schrijft als degenen die de brief ontvangen:
    Ons tekstgedeelte uit de brief van Paulus aan de Romeinen is een van de meest overvolle gedeelten uit het het Nieuwe Testament. Christenen roepen in hun lijden: ‘Abba, Vader’. Tegelijkertijd getuigen ze als kinderen van God. ‘De hele schepping’, schrijft Paulus, ‘kreunt in barendsnood tot nu toe.’ ‘Wij zelf’, voegt hij eraan toe, ‘kreunen ook innerlijk, terwijl we wachten op onze “adoptie”, de uiteindelijke “redding van onze lichamen”. En zelfs de Heilige Geest, die tot God bidt vanwege de kerk, komt tussenbeide met verzuchtingen die te diep zijn om te verwoorden. Het Griekse werkwoord stenazo betekent zuchten of kreunen, kreunen die te diep zijn om onder woorden te brengen. Zelfs de Heilige Geest zucht voor de kerk, verlangt naar de vervulling van Gods doelen.
    Waarom legt Paulus de nadruk op dat kreunen en zuchten? Paul schreef aan de kerk in Rome vanuit Korinthe, waar hij overwinterde, een schuilplaats had voor de winter. In zijn gedachten zijn die zuchten. Wellicht kreunt het houten dak onder het gewicht van de sneeuw of de bevroren regen en de arctische winden. Of hoort hij het kreunen van de houten schepen, die in de haven naast zijn huis zijn aangemeerd. Misschien hoort hij wel het kreunen van de vrouw in het huis naast hem, die aan het bevallen is van een baby. Want hij schrijft: ‘De hele schepping is in barendsnood tot nu toe.’ Wellicht roept hij zijn eigen kreunen in herinneringen, als hij terugdenkt aan de laatste marteling: zoals hij ergens anders schrijft: veertig stokslagen min één, drie keer geslagen met een roede, een keer gestenigd, vaak halfdood achtergelaten en in in veel gevallen zonder eten, schuilplaats en kleren. Misschien zucht hij wel hardop als hij zijn brief dicteert aan Tertius, zijn secretaris, die bij hem zit bij het licht van de flakkerende kaars in een tochtig huis, en zijn woorden opschrijft. Want we weten dat Paulus is geraakt door de verdeeldheid in de kerk. Heeft hij niet de verdeeldheid in de kerk van Korinthe pas proberen te overwinnen?
    als de lente komt en het weer veilig genoeg is om uit te zeilen over de Middellandse Zee om op de winden uit Afrika voortgedreven te worden, moet hij zich inschepen om  naar Jeruzalem te gaan om daar een scheuring proberen te voorkomen. Hij heeft bij de Griekse kerken geld ingezameld voor de armen in Jeruzalem. Sommigen in Jeruzalem hebben gezegd dat Paulus’ gemeenten afvallig zijn en dat Paulus zelf een afvallige is. Paulus zucht als hij denkt aan de mogelijkheid dat de kerk van Christus kan scheuren. Na Jeruzalem is Paulus van plan om door te zeilen naar de zeven heuvels van Rome om daar iets aan de verdeeldheid te doen. Enkele jaren geleden heeft de keizer Claudius de Joodse christenen uit Rome verbannen. Nu Claudius overleden is, vergiftigd door zijn vrouw, zijn de bannelingen na 6 jaar teruggekeerd naar hun oude gemeenten. Nieuwe leden vormen altijd een bron van conflict. Overal zijn problemen en alles wat Paulus verkondigt heeft met de eenheid van het lichaam van Christus te maken.

  • Ken de karakters
    De predikant moet de Bijbelse persoon tot leven wekken, net of het voor de luisteraar een mens van vlees en bloed is, die op dit moment leeft.
    In een preek stelt Suzan D. Johnson Esther de vraag wat het is om deze persoon te zijn.
    Esther was een Joodse vrouw die in Perzië leefde. Zij was in dat land gekomen op dezelfde manier AfroAmerikanen in de VS aankwamen: door middel van slavernij. Zij was tweede generatie van degenen die als slaaf waren weggevoerd. Niemand, behalve haar oude oom Mordechai, wist dat zij Joods was. Dat was een geheim. Hoe voelt dat om je identiteit te verbergen? Als je jezelf niet bekend kunt maken? 

 


N.a.v. Paul Scott Wilson, The Four Pages of the Sermon. A Guide to Biblical Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2018) 95-107.

“De vier pagina’s van de preek – blog 9: Het filmen in woorden

“De vier pagina’s van de preek – blog 9: Het filmen in woorden

Om een boodschap over te brengen, is het van belang om de luisteraar mee te nemen in het verhaal. Dat meenemen van de luisteraar in het verhaal gaat beter als de predikant geen uitleg geeft, maar in woorden verfilmd.
5789filming

Deze richtlijnen gelden voor alle 4 pagina’s. Daarbij hoeft niet de hele preek als een film getoond te worden. Het verfilmen in woorden legt wel de lat hoog wat betreft communicatie aan de luisteraars.

Paul Scott Wilson geeft een aantal richtlijnen voor het verfilmen:

  • Ga er niet vanuit dat de luisteraars het Bijbelgedeelte kennen. (Ook al is het vooraf aan de preek gelezen of gaat het om een bekend gedeelte.)
  • Voordat een predikant commentaar of uitleg geeft, moet het Bijbelgedeelte eerst tot leven komen en daarom getoond worden als een film in woorden. (Nog beter is het om het commentaar of de uitleg al vertellenderwijs te verwerken.)
  • Show, don’t tell.
  • Doe alsof het Bijbelgedeelte zich in het heden afspeelt. Gebruik daarom de tegenwoordige tijd en niet de verleden tijd.
  • Het gaat erom dat de luisteraars ervaren wat er gebeurt. Daarom is een hele pagina in de preek nodig.
  • Gebruik woorden die visueel en zintuiglijk zijn. Voordat je de pagina uitwerkt, moet je de desbetreffende pagina eerst voor jezelf verbeelden en visualiseren.
  • Werk kenmerkende details uit. Gebruik daarvoor de exegese en reconstrueer die details aan de hand van informatie over het Midden-Oosten:
  • – over de geografie
    – de flora en fauna
    – over de mensen
    – over de economie
    – over de architectuur
    – over het klimaat
    – enz.
    Deze informatie vind je in Bijbelse encyclopedieën (of soms in commentaren).
  • Doe net zoals filmmakers zouden doen bij het opnemen van een scène:
  • Blijf in de film in woorden op dezelfde plaats totdat de scène voldoende is gefilmd.
  • Maak de scène concreet, waarbij je als een regisseur optreedt. Zeg niet: ‘Ergens in het Midden-Oosten’, maar plaats de scène bij een wadi, berghelling, een rivier, een dorp, een marktplaats. Doe net zoals filmmakers zouden doen bij het opnemen van een scène.
  • Focus op de hoofdpersoon die iets doet.
  • Begin midden in de actie of handeling. Neem geen lange aanloop. Vertel wat eraan vooraf gaat in flashbacks.
  • Blijf zo dicht mogelijk bij de tekst. Voeg geen extra personen onnodig toe.

obdWFTF39YA8vwSBmEjeyj.jpgGebruik de camera: (1) Scènes verfilmen

  • Houd de focus op één groep mensen of één gebeurtenis voor meerdere minuten om de gemeente de gelegenheid te geven in het verhaal mee te komen.
  • Snelle wisseling van scènes is bij filmen in woorden niet geschikt. Dan raak je luisteraars kwijt. Elke keer als de scène of de personages wisselen, moeten de luisteraars die wisseling in hun verbeelding, in hun hoofd kunnen meemaken.
  • Maak aan het begin van een pagina en van een nieuwe scène de locatie waar het zich afspeelt helder.
  • Laat kenmerkende details van de locatie zien, een detail dat tot de verbeelding spreekt en evocatief werkt.
  • Neem de tijd om de scène en de attributen te verfilmen. Een luisteraar kan geen boot voor zich zien als de boot niet in een haven aangemeerd ligt of dobbert op de golven.
  • Laat geen belangrijke details weg. Dat schept verwarring.
  • Beperk beschrijvingen tot het minimum. Vertel ze niet, maar laat ze al filmend zien.

Uneasy_iPhone.jpgGebruik de camera: (2) Mensen en handelingen

  • De setting moet duidelijk zijn, maar tegelijkertijd achtergrond blijven.
  • Focus op wat mensen doen.
  • Beschrijving en gesprek kunnen belangrijk zijn, maar houdt dit kort en weef het in de gefilmde handelingen in.
  • Als een personage in de Bijbel iets zegt, laat die persoon die woorden ook in de preek zeggen.
  • Vermijd bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden. Velen gaan er ten onrechte van uit, dat zij een teken zijn van creativiteit.
    Zeg daarom niet: ‘een mooie weg’, maar laat concreet zien hoe de weg eruit zien.
    Zeg daarom niet: ‘ze rende vlug’. maar beschrijf hoe ze liep of rende.
  • Focus de camera op details, zoals gebaren, manier van lopen, kleding en voorwerpen, vooral op de details die iets onthullen van het karakter van de hoofdpersoon. Deze kleine details laten het echte leven zien.

shutterstock_618915005-825x465Neem de beperkingen van de camera serieus

  • Blijf zoveel mogelijk weg uit de hoofden van de hoofdpersonen. Innerlijke monologen en uitgebreide dialogen zijn zelden effectief.
  • Laat daarom een personage een korte zin zeggen. Bij voorkeur een zin die uit de Bijbeltekst afkomstig is.
  • Laat de camera je gids zijn in wat je wel of niet kunt laten zien.
  • Ga niet psychologiseren als je een karakter verbeeldt.
  • Voeg geen motieven aan een hoofdpersoon toe als de Bijbeltekst die niet vermeldt.

“De vier pagina’s van de preek” – blog 8: Trouble in de Bijbel (pagina 1)

“De vier pagina’s van de preek” – blog 8: Trouble in de Bijbel (pagina 1)

Het kenmerk van het preekmodel van Paul Scott Wilson is dat hij de preek onderverdeelt in 4 aspecten van de kernboodschap. Deze 4 aspecten krijgen een even groot aandeel in de preek. Het gaat om:
(1) Trouble in de Bijbel
(2) Trouble in het hier en nu
(3) Grace in de Bijbel
(4) Grace in het hier en nu

In mijn blogs heb ik trouble steeds onvertaald gelaten, omdat deze term bij Wilson erg breed wordt ingevuld.

Wilson begint bewust met de trouble. Hij beroept zich daarvoor op Frederick Buechner, die stelde: Het evangelie is slecht nieuws voordat het goed nieuws is. Maar wat Wilson doet met trouble is in feite niets anders dan het aloude, klassieke onderscheid tussen wet en evangelie.

Daarbij gaat het bij dit onderscheid als het gaat om de wet niet om de Tien Geboden. Het gaat bij de wet om het menselijk leven dat ligt onder het oordeel van God, omdat de mens zich niet kan houden aan Gods geboden. In iets algemenere termen: in de wet (die bij dit onderscheid hoort) kijken we in een spiegel, waarin we zien dat wijzelf en de wereld niet beantwoorden aan Gods oorspronkelijke bedoeling. Als we in de spiegel kijken, zien we het lijden en de tragiek van de menselijke situaties, die men kan beschrijven met zonde en gebrokenheid. Wie eerlijk in deze spiegel kijkt, beseft dat er hulp nodig is, die alleen God als Redder kan bieden. De wet drijft uit naar Christus.

Bij Wilson gaat wat trouble betreft om meer dan zonde en gebrokenheid. Het gaat ook om het menselijk verlangen naar God of het leven naar Gods wil, dat de mens niet in eigen kracht kan volbrengen. De ambivalenties die optreden in gelovigen als het gaat om het dienen van God. Bijvoorbeeld de strijd tussen nederigheid en menselijke trots, tussen Gods wil en de eigen keuze. Het kan gaan om een gebrek aan vertrouwen. Om een geloof dat aangevochten wordt.

Op pagina 1 gaat het erom dat de zonde en de gebrokenheid, het menselijk falen en verlangen zoals dat in het Bijbelgedeelte aan de orde komt uit de doeken worden gedaan.

Maar wat als het Bijbelgedeelte geen trouble kent? Dan moet de Bijbeltekst als een negatief worden gelezen:

Handelen van God Omkering
Jezus drijft de demonen uit Demonen willen Christus uitdrijven
Jezus zal zijn werk voltooien Mensen kunnen de taak die hen is opgedragen niet voltooien
Jezus is als een moederkloek Wij kiezen er niet voor om ons te laten verzorgen
Jeruzalem zal heten: Jezus Gezegend Zonder Christus zijn we veroordeeld
God geeft ons vertrouwen Wij moeten God vertrouwen
God werkt door ons Wij moeten anderen helpen
God geeft kracht om te handelen Doe wat God opdraagt

Volgens Wilson moet dat op een creatieve, verbeeldende wijze gaan. Hij spreekt daarom van het verfilmen (in woorden) van de trouble in de Bijbel. Daar zal de volgende blog over gaan.

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 7: Ingaan op een vraag die bij de luisteraars leeft

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 7: Ingaan op een vraag die bij de luisteraars leeft

Een wezenlijk onderdeel van de preekmethode van Paul Scott Wilson is dat de predikant in de preek ingaat op een vraag die bij de luisteraars leeft. Daarbij gaat het niet om de mening van de predikant over de gemeente, maar een vraag die bij de luisteraars leeft. Van belang is dat de kernboodschap (theme sentence) een antwoord geeft op die vraag. Een preek die geen antwoord geeft op een van de vragen die bij de luisteraars leeft hoeft niet gehouden te worden.

Op verschillende manieren kan er een vraag opkomen bij de luisteraars:

  • De luisteraar kan zich afvragen welk verschil deze boodschap in zijn of leven maakt.
  • De luisteraar kan zich met betrekking tot een bepaalde boodschap aangevochten voelen.
  • De luisteraar kan een bepaald tekort ervaren.

Hank Langknecht (een collega van Paul Wilson) is van mening dat het ook om een verlangen kan gaan dat bij de luisteraars leeft.

De kernboodschap geeft een antwoord op de vraag of het verlangen. Dat wil niet zeggen dat er een pasklaar of simpel antwoord gegeven kan worden. In de preek is het van belang om de ambivalentie, de aanvechting en de worsteling volop ruimte te geven. Dat kan op pagina 2 (of eventueel 1 vanuit het Bijbelgedeelte) of in de inleiding. Op pagina 4 wordt aangegeven wat het handelen van God betekent voor de vraag of het verlangen.

De vraag of het verlangen kan ook op pagina 4 aan de orde komen. Wanneer dat gebeurt, is de vraag of het verlangen ingekaderd in het handelen van God.

Hoe ontdek je een verlangen of een vraag bij een kernboodschap?
Mocht er vanuit de pastorale ervaring niet helder zijn welke vraag of welk verlangen er kan leven, kan men op de volgende manieren een vraag vinden:

(1) Bedenken op welke vraag of welk verlangen de kernboodschap een antwoord is

Kernboodschap Bijbehorende vraag
God betaalt de prijs Hoe kan ik opnieuw beginnen?
God schiep alle dingen Wat heeft God met alles te maken?
God koos Jeremia Waarom zou ik gaan?
God weet het al Wie kan begrijpen?
God kan elk moment komen Hoe kunnen we volhouden?
Jezus voorziet in al hun noden Wat moet ik doen als ik geen werk kan vinden?
God voedt de kerk Wat zal er met de kerk gebeuren?
Christus openbaart zijn identiteit aan Paulus Hoe weet ik of de kennis over God betrouwbaar is?
De engel toont Johannes de hemelse stad Waarom is dit niet het einde?

 

(2) Het onderdeel van de dogmatiek de vraag laten bepalen

 

Onderdeel van de dogmatiek Bijbehorende vraag
Openbaring Hoe kunnen we God vinden?
Uitverkiezing Wat wil God van ons?
Schepping Wat doen we hier?
Zonde Waarom kun je niet gewoon jezelf zijn?
Incarnatie Waar is God?
Opstanding Wie heeft de touwtjes in handen?
De Heilige Geest Wat is het nieuwe?
Eschatologie Wat zal er met ons gaan gebeuren?

 

‘De vier pagina’s van de preek’ – 6: Het vinden van de kernboodschap

‘De vier pagina’s van de preek’ – 6: Het vinden van de kernboodschap

Het is verstandig om een preek te beperken tot één kernboodschap. Paul Scott Wilson noemt die kernboodschap van de preek:
theme sentence. Ik heb daar al eens eerder over geblogd.

In de preekvoorbereiding wordt de kernboodschap gevonden door te vragen: Wat doet God in of achter de tekst?
Om te ontdekken wat God doet, is het nodig om de tekst theologisch te lezen: gericht op het handelen van God dus.
Voor Paul Scott Wilson heeft de kernboodschap immers te maken met de verkondiging van het evangelie (gospel). En die verkondiging is voor Wilson: de menselijke nood, het verlangen, de zonde (trouble) in combinatie met het handelen van God (grace).

Onderdelen van de kernboodschap

  • Een van de personen van de Triniteit als onderwerp
  • een actief werkwoord
  • een handeling of actie, waarmee God redt of kracht geeft
  • een complete gedachte
  • een eenvoudige, korte zin (niet samengesteld)

Wat je moet vermijden:

  • Vermijd zwakke werkwoorden
  • Vermijd werkwoorden als ‘zegt’ of ‘vertelt’.
  • Vermijd vragen (maak van de vraag een stelling)
  • Vermijd het stellen van voorwaarden voor het goede nieuws
  • Vermijd samengestelde en ingewikkelde zinnen
  • Vermijd een kernboodschap, die niet zoveel zeggen.
    Zoals:
    – God schept het licht. Maak ervan: Christus verlicht ons leven
    – De vader is verkwistend in zijn liefde. Maak ervan: God is buitensporig in zijn liefde voor ons.


Een kernboodschap vinden:
(1)  vanuit waar de tekst over gaat
Een manier om de kernboodschap te vinden is om van waar de tekst over gaat (concern of the text) stelling te maken, die over Gods handelen in het heden gaat:

  • God wil dat Israël zich verandert => God geeft Israël (of: ons) een nieuwe identiteit
  • Jezus roept Israël op tot bekering => Jezus brengt ons tot berouw
  • De Heilige Geest overtuigt Paulus => De Heilige Geest werkt in Paulus (of: in ons).
  • God nodigt Jeremia uit om te handelen => God stelt Jeremia in staat om te handelen
  • Als Israël zich zal …, dan zal God … => Christus maakt in ons de voorwaarden voor Gods liefde compleet
  • God kan in je leven handelen => God handelt (of: heeft gehandeld) in je leven
  • Laat God in je leven handelen => God is niet tegen te houden

(2) Vanuit de nood / het verlangen / de zonde
De kernboodschap is een antwoord op de nood, het verlangen of de zonde. Daarom wordt de kernboodschap uitgewerkt in pagina 3 en 4 als antwoord op pagina 1 en 2.

  • Hoe kan ik opnieuw beginnen? => God betaalt de prijs
  • Wat heeft God met dit alles te maken => God heeft alles geschapen
  • Waarom zou ik gaan? => God koos Jeremia (of ons in Christus)
  • Wie kan dit begrijpen? => God weet alle dingen
  • Hoe kunnen we volhouden => God kan elk moment komen
  • Wat moet ik doen als ik geen werk kan vinden => Christus voorziet in alle noden
  • Wat zal er met onze kerk gebeuren? => Christus onderhoudt de kerk

(3) Vanuit de dogmatiek
De dogmatiek kan helpen om de kernboodschap te vinden:

  • Door te helpen bij de reflectie om welk handelen van God het gaat
  • Door te helpen om de ambivalenties, spanningen en aanvechtingen te vinden
  • Door te helpen bij het vinden van het antwoord op de nood, het verlangen, de zonde

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 5: Dogmatiek in de preekvoorbereiding

‘De vier pagina’s van de preek’- blog 5: Dogmatiek in de preekvoorbereiding

Het voordeel van het model van “De vier pagina’s” van de preek” is dat de dogmatiek daarin een rol kan spelen bij de preekvoorbereiding.

De dogmatiek kan helpen bij:

  1. het vinden van de boodschap (theme sentence).
  2. het beperken tot één onderdeel van de dogmatiek.
  3. het ontdekken van trouble (pagina 2 en evt 1) en grace (pagina 4 en evt 3) bij deze boodschap.
  4. het ontdekken van de vraag of het verlangen dat in de gemeente leeft bij deze boodschap.
  5. de uitwerking (of zoals Paul Wilson het noemt: verfilmen) van pagina 2 en 4:
    – wat is er aan de orde of wat staat er op het spel bij de boodschap, trouble, grace en vraag of verlangen?
    – welke aarzelingen, ambivalenties, tegenwerpingen kunnen of moeten aan de orde komen? Welke aarzelingen, ambivalenties, tegenwerpingen kunnen of moeten juist achterwege blijven?
    – wat is het verschil in uitwerking voor doorgewinterde kerkgangers en voor incidentele bezoekers van kerkdiensten?
  6. de reflectie op de vraag of de boodschap van de preek wel een antwoord geeft op het verlangen en de vraag in de gemeente.
  7. de reflectie op welke thema’s er veel aan de orde komen en welke thema’s blijven liggen.
  8. de reflectie op hoe de boodschap betrokken kan worden op het werk van Christus (incarnatie, kruis, opstanding, koningschap in de hemel).
  9. de reflectie op wat gemeenteleden van dat gedeelte van de dogmatiek zouden moeten weten en wat tot vakkennis behoort.

 

In een vorig blog schreef ik: Het zou de moeite waard zijn om een geloofsleer of dogmatiek uit te werken die allereerst gericht is op de preekvoorbereiding en niet op de interne dogmatische discussies.
Collega’s die affiniteit hebben met dogmatiek zullen daar tegen in het geweer komen: die tegenstelling bestaat niet. Toch is mijn ervaring dat die tegenstelling er wel degelijk. In de jaren dat ik preek heb ik geregeld de dogmatiek erbij gehaald, maar zelden werkte de dogmatiek op de bovenstaande manier. In mijn ervaring zijn dogmatische handboeken bijna altijd gericht op:
– discussies in de kerkgeschiedenis
– discussie met filosofie of min of meer seculiere wereld waarin we leven
– intern-dogmatische discussies.

Ik grijp mis als ik wil in de preek wil nadenken over bij thema’s als karaktervorming, verleiding, aanwezigheid van God in het dagelijks leven, praktisch en inzichtelijk maken van waarom Christus onze redder is, incarnatie, koningsheerschappij van Christus. Natuurlijk zijn de oudtestamentische verhalen vrij lastig aan de dogmatiek te relateren, maar gek genoeg zijn ook de verhalen uit de evangeliën niet zo gemakkelijk met de dogmatiek te verbinden is mijn ervaring.
(Misschien mis ik een leeswijzer om de publicaties op het terrein van de dogmatiek, die ik heb, op een zinvolle manier te gebruiken.)

Wil de dogmatiek relevant zijn voor de preekvoorbereiding, dan kan het zinvol zijn om te kijken hoe godsdienstpedagogen de dogmatiek relevant maken voor het godsdienstonderwijs. Een voorbeeld van wat ik bedoel is het boek van Kees en Margriet van der Kooi over het gesprek tussen dogmatiek en pastoraat: Goed gereedschap is het halve werk.

Ps voor wie denkt, dat ik niet genoeg dogmatiek in huis heb- in mijn kast staan de dogmatieken van Allen / Swain, Althaus, Barth, Van de Beek, Beker/Hasselaar, Berkhof, Berkouwer, Van den Brink & Van der Kooi, Brunner, Ebeling, Elert, Van Genderen & Velema, Kraus, Kreck, Mildenberger, Van Niftrik, Noordmans, Joest, Pannenberg, Sonderegger, Weber.