Preek zondag 14 april 2019

Preek zondag 14 april 2019
Mattheüs 26:47-68

Gemeenten van onze Heere Jezus Christus,

Van mensen die Israël bezoeken hoor ik terug dat Gethsemané altijd veel indruk maakt.
Je staat op de plek waar onze Heer en Heiland geworsteld heeft
en vroeg of de drinkbeker aan Hem voorbij mocht gaan.
Het maakt indruk om daar te zijn op de plaats, waar Jezus de mogelijkheid had
om nog terug te gaan en een andere weg te kiezen en het lijden uit de weg te gaan.
Het had zo anders kunnen lopen als Jezus de weg naar het kruis niet was gegaan.
Maar na die worsteling besefte Jezus dat Hij die weg moest gaan
en boog zich en gaf zich over aan het plan van God.
Het maakt indruk om daar te zijn, omdat je beseft hoe ingrijpend de gevolgen zouden zijn
als Jezus toch afzag van de weg naar het kruis
– en toch Hij ging!
Na de worsteling met Zijn hemelse Vader gaf Hij zich over: Uw wil geschiede.
Vanaf dat moment staat er een andere Jezus.
Niet meer een Jezus die er tegen opziet om de drinkbeker leeg te drinken,
maar een Jezus die bereid is om de lijdensweg te gaan.
Als Hij voor de derde keer bij Zijn leerlingen terug komt,
maakt Hij hen wakker om hen voor te bereiden op wat komen gaat:
Sta op, want Ik heb begrepen dat Ik deze weg moet gaan
en Mijn verrader komt er aan.
De leerlingen hebben nog niet de kans om de woorden van Jezus op zich te laten inwerken,
Want op het moment dat Jezus nog in gesprek is met Zijn leerlingen
om hen voor te bereiden op wat komen gaat,
komt Judas er al aan met een hele menigte om Jezus gevangen te nemen.
Een bijzonder moment op de weg, die Jezus gaat, namelijk Zijn instemming met Gods plan
nu de uitvoering van dat plan – de weg naar het kruis – dichterbij komt,
gaat gepaard met een dieptepunt in wat mensen kunnen doen:
Verraad en dan nog wel door een van de twaalf.
Een van de twaalf leerlingen, die door Jezus uitgekozen was,
Hem volgde op Zijn wegen, Zijn woorden hoorde en Zijn wonderen zag,
met Jezus optrok en met Jezus aan een tafel zat en de hand samen in de schotel doopte.

Verraad is een van de ergste dingen die je kan overkomen.
Iemand die als een vriend met je optrok en je op het moment dat je hem nodig hebt
je in de steek laat, je laat vallen,
zich tegen je keert en zich aansluit bij je vijanden.
Verraad is meer dan het verbreken van de band die je samen hebt.
Verraad is schending van trouw.
Dat maakt het zo erg.
Terwijl Jezus net nog gezien had, dat Zijn leerlingen niet met Hem konden waken
En sliepen terwijl Hij zich worstelend overgaf aan Gods plan,
wordt Hij nu geconfronteerd met één van Zijn intimi, door Hemzelf geroepen,
die Hem uitlevert aan de hogepriester en de oudsten van het volk.
Dat zijn Zijn leerlingen, die met Hem opgetrokken hebben:
De leerlingen die Hij vraagt te waken vallen in slaap
en een ander verraadt Hem en levert Hem uit.
Jezus, die ingestemd heeft met de weg die voor Hem bepaald is,
moet die weg alleen gaan.
Al Zijn leerlingen zullen Hem afvallen en kunnen Hem niet volgen op Zijn weg.
Het is niet eens zo, dat ze afhaken, maar er zit ergernis bij de leerlingen over deze Jezus.
Voor Hij de hof van Gethsemané inging, waarschuwde Hij al Zijn leerlingen:
Deze nacht is een nacht die jullie van je leven nooit zult vergeten,
Want jullie zullen allemaal over Mij heen vallen.
Ik ben niet de Jezus die jullie steeds voor ogen hebben gehad
en daarom zullen jullie allemaal bij Mij weggaan.
Alleen moet Hij die weg gaan.
Alleen is Hij tot overgave gekomen, zonder de steun van Zijn leerlingen,
Terwijl Hij wel gevraagd had dat ze met Hem zouden waken.

De eerste die weggegaan is, komt terug en begroet Hem als een vriend,
die hij lang niet meer heeft gezien, blij om elkaar weer te zien.
Een begroeting die er op duidt dat er veel bijgepraat moet worden
over wat ze hebben meegemaakt in de tijd dat ze elkaar niet hebben gezien.
Terwijl achter Judas de mannen staan met zwaarden en stokken in de hand,
klaar om een misdadiger te arresteren,
is de stap vooruit van Judas en zijn begroeting van zijn Meester een daad
om iedereen gerust te stellen: Maak je maar geen zorgen, er is niets aan de hand.
Ik las: de Judaskus heeft Jezus zwaar gewond en Zijn ziel en geest hittiger geschroeid,
dan Zijn gelaat (K. Schilder, Christus in Zijn lijden, I, 392)

Zou Judas willen weten, wat Jezus heeft gedaan en heeft doorgemaakt
in de paar uur dat ze elkaar niet hebben gezien?
Zou hij willen horen, dat Jezus geaarzeld heeft en geworsteld heeft,
maar net op het moment dat hij, Judas, aankwam vastberaden was te gaan?
Judas, die verrader wordt genoemd, op het moment dat hij Jezus begroet als een vriend.
‘Gegroet, meester.’
In menselijke communicatie kunnen veel lagen zitten.
Zo ook met deze twee woorden, die Judas tegen zijn Meester zegt als hij Jezus begroet.
Gegroet – dat kan de vreugde van het weerzien zijn,
de vreugde iets een belangrijke boodschap te vertellen die veel betekent,
zoals de engel Gabriël Maria aansprak: ‘Wees gegroet.’
Het kan ook een ironische toon hebben: Ik groet U, maar ik meen er helemaal niets van.
Ik doe alsof U veel voor mij betekent en dat ik blij ben U weer te zien,
maar in mijn hart minacht ik U,
zoals de soldaten Jezus al spottend en minachtend begroeten,
als zij hem omgekleed hebben tot een koning: ‘Wees gegroet, Gij koning der Joden!’
Aan de buitenkant zal het geleken hebben op de groet van de engel Gabriël,
maar Jezus zal ook die andere toon hebben opgevangen,
waarmee Hij later die nacht begroet zal worden door de soldaten.
‘Gegroet’ – al in dat ene woordje, in de begroeting, kan, net als in de kus,
een dubbele boodschap zitten: oppervlakkig gezien toenadering,
maar van binnen, in het hart afscheid en minachting, verraad.
Had Jezus in de Bergrede niet gezegd dat Zijn volgelingen moeten zijn:
mensen met een hart dat één is: één in het dienen van God.
Hier is Judas dubbelhartig: aan de buitenkant betoont hij zijn loyaliteit aan Jezus,
maar van binnen is er een ander die zijn hart gewonnen heeft: de boze.
Een ambivalente boodschap zit ook in de aanspraak ‘Meester’:
Judas geeft aan veel van Jezus’ woorden te hebben opgevangen, te hebben geleerd
een eerbetoon: er is nog nooit iemand geweest van wie ik zoveel leerde.
En toch zit er ook een afstand nemen, een stap achteruit,
want Meester is minder dan Heer.
Judas kan Jezus niet meer als Heer aanspreken, alleen nog als Meester.
Judas ontworstelt zich steeds meer aan Jezus, probeert zich van Jezus te ontdoen.
Zoals Jezus nog zo even op een knooppunt stond: Ga Ik die weg of niet?
Zo staat ook Judas op een knooppunt: Keer ik terug naar mijn Heer,
of neem ik steeds meer afstand en kies ik de tegenpartij en verraad ik Hem?
Je zou het Judas toe willen roepen: Weet je wel wat je doet?
Wat is er in je gevaren? Keer nog om nu het nog kan!
Zorg dat wat in je hart leeft, je niet gaat beheersen,

waardoor je Jezus verraadt – en het leven dat Hij alleen geven kan opgeeft.
Je kunt je afvragen of Judas wel echt in Jezus heeft geloofd.
Kan iemand die een echt geloof heeft Jezus kwijtraken,
zich aan Hem ontworstelen en tegen Hem keren?
Ik weet niet of we een antwoord op die vraag moeten weten.
Het is genoeg dat Judas voor ons een waarschuwend voorbeeld is
om het niet zover te laten komen dat je stap voor stap bij Jezus weggaat,
dat het geloof van je afglijdt, dat je teleurgesteld wordt
En uiteindelijk die laatste stap zet om je tegen Jezus te keren.
Keer om! Ga weer naar Jezus terug, niet om Hem met een Judaskus te begroeten,
maar op je knieën om Hem als je Heer te aanbidden!

In het antwoord dat Jezus geeft, zit ook die boodschap: Let op wat je doet Judas.
‘Vriend!’, zegt Jezus.
Het is een ongebruikelijk woord, dat alleen in het evangelie van Mattheüs voorkomt.
Buiten de Bijbel heeft het de betekenis, dat je iets gemeenschappelijks hebt.
Je hebt samen veel meegemaakt, je deelt ervaringen met elkaar.
Dan kan Jezus ermee bedoelen: Weet je niet meer, Judas, wat we samen mee maakten?
Ben je dat vergeten? Heb je dat verdrongen?
Weet je niet meer wat je in het met mij meelopen, achter Mij aan gaan allemaal hebt gezien?
Heb je niet gezien dat Ik het Koninkrijk der hemelen kom brengen
en dat jij daar in mag delen, dat jij bij Mij mag horen?
Mattheüs gebruikt het woord 3x
en in de twee andere keren klinkt er een waarschuwende toon in door:
Jezus gebruikt het in een gelijkenis, waarbij werklieden de hele dag werken in de wijngaard
en ook mensen die het allerlaatste uurtje nog even meehelpen.
Wanneer de mensen, die de hele dag hebben gewerkt protesteren,
Zegt de eigenaar: Vriend, dat hadden we toch afgesproken?
In de tweede keer is het opnieuw in een gelijkenis.
Er is een koning, die een maaltijd klaar maakt vanwege de bruiloft van zijn zoon.
De genodigden komen niet.
Er worden overal mensen vandaan gehaald.
Ze hebben niet de juiste kleren, maar krijgen de kleren van de koning,
zodat ze waardig kunnen deelnemen aan het feest.
Er is echter één man, de zijn eigen kleren aangehouden heeft.
Hij wordt door de koning aangesproken: Vriend, hoe ben je binnengekomen?
Vriend, zegt Jezus tegen Judas
En er klinkt de toon in door: ben je werkelijk Mijn vriend?
Ben je zoals je je voordoet, of ben je ten diepste, in je hart een ander?
Nog is het tijd om je te veranderen.
Je houdt Mij trouwens niet voor de gek, je kunt je van buiten nog zo mooi verpakken,
Ik kan je hart lezen. Ik weet wie je bent. Ik peil je motieven.
Ik weet wat je plan is.
De discipelen weten niet wat er speelt, want zij willen Jezus verdedigen
en een van de leerlingen grijpt een zwaard en zwaait om zich heen
om aan te geven dat ze Jezus niet laten gaan
en desnoods met hun eigen leven willen verdedigen,
maar ze hebben zitten slapen, toen Jezus worstelde
hebben nog niet begrepen wat Jezus hen uitlegde, toen Hij vertelde dat Judas eraan kwam.
Deze weg moet Ik gaan. Ik ben bereid om te gaan.
Hier ben Ik –
Toen zei ik: zie ik kom. In de boekrol is over mij geschreven.
Ik vind er vreugde in, mijn God, om Uw wil te doen.
Geen verzet bij Jezus, maar overgave.
De leerlingen van Jezus mogen niet voor Hem strijden.
De twaalf legioenen engelen moeten in de hemel blijven
en mogen niet afdalen naar de aarde om hun Aanvoeder bij te staan of te verlossen.
De rest van de uren die Jezus nog restten, tot Hij aan het kruis geslagen worden,
worden gekenmerkt door deze overgave, die verdiept is in de worsteling in Gethsemané,
Toen Jezus besefte dat Hij niet mocht afwijken, dat Hij de beker niet mocht afwijzen,
maar moest leegdrinken.
Het verraad brengt Hem niet van Zijn stuk.
Hoe de kus Hem ook geschroeid moet hebben, Hij blijft vastberaden.
Welke beschuldigingen er ook ingebracht worden, ook al zijn ze verzonnen
en is het daarmee net zo laag bij de grond als het verraad van Judas met de kus,
Jezus zwijgt om daarmee net als Judas een teken te geven, een hint:
Ik vecht niet terug, maar Ik stem er mee in. Dit is de weg die voor Mij is uitgetekend.
Twee keer klinkt het: Hiermee wordt de Schrift in vervulling gebracht.
Eerst als vraag aan de leerlingen: Heb je het dan niet door gehad?
Heb je niet opgelet toen je met Mij optrok? Ken je Gods plan niet?
Een tweede keer naar de menigte, die Jezus gevangen komt nemen:
Jullie denken, dat dit jullie plan is,
maar door jullie optreden heen, dat net zo vol kwaad is als de ontrouw van Judas,
werkt God aan Zijn plan, dat plan dat al aan de profeten werd onthuld,
Waar zij al spraken, om het volk op de juiste weg te brengen.
Steeds dwaalde het volk af en ging het bij Mij weg.
Dat jullie Mij aanhouden past in die lijn.
Een lijn, die niet alleen kenmerkend is voor IsraËl, maar die al begint in het paradijs
en die zal blijven totdat Christus terugkomt,
als Zoon des mensen, waarbij Hij aan het hoofd van alle engelen
op aarde neerdaalt om te oordelen de levenden en de doden.
Tot die tijd zal er steeds ongeloof en verzet zijn, maar dan definitief gebroken
en zal iedereen Hem zien WIe Hij is: de Christus, de Zoon van de levende God.
Dat wij geloven is alleen maar een wonder,
Een wonder, dat ons nee is omgedraaid in een ja,
dat Hij ons aansprak: Vriend en dat we daarin een waarschuwing hoorden
En wisten dat we op de verkeerde weg waren,
dat ons hart – anders dan bij Judas – wel geraakt werd door Zijn waarschuwing,
Waardoor ons hart voor Hem open gingen en we weer naar Hem toe gingen,
niet om Hem de Judaskus te geven, maar een gebroken hart.
Heer, U deed dat voor Mij. U was bereid voor Mij te gaan.

 

Ja, ik kost Hem die slagen,
die smarten en die hoon;
ik doe dat kleed Hem dragen,
dat riet, die doornenkroon;
ik sloeg Hem al die wonden,
voor mij moet Hij daar staan;
ik deed door mijne zonden,
Hem al die jamm’ren aan.

Laat mij toch nooit vergeten
die kroon, dat kleed, dat riet!
Dit trooste mijn geweten:
’t is al voor mij geschied!
Amen

Preek zondag 4 februari 2018

Preek zondag 4 februari 2018
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Mattheüs 26:17-30

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er is weinig dat er zo erg inhakt als het verraad van je eigen vrienden.
Je hebt met ze opgetrokken, je hebt veel tijd met ze doorgebracht.
Je hebt hun verhalen aangehoord: Leuke verhalen, maar ook hun sores aangehoord.
Je hebt zelf veel met ze gedeeld.
Als ze je dan verraden, krijgt alles een wrange bijsmaak:
Wat heb ik allemaal niet aan ze verteld?
Hoeveel tijd heb ik niet aan ze besteed?
Je krijgt er zo’n knauw van, dat je niet snel meer vriendschap sluit
maar alles vanuit wantrouwen bekijkt.
In psalm 140, de psalm die we zongen, klinkt verbittering door:
Hun tongen scherpen zij als slangen.

Over de meest intieme bijeenkomst die Jezus heeft met Zijn leerlingen
hangt de schaduw van het verraad:
Jezus zal verraden worden door één van de twaalf leerlingen,
overgeleverd in de handen van Zijn vijanden,
zodat ze Hem ter dood kunnen brengen.
Eén van de twaalf een verrader.
Maar komen ze allemaal niet in de buurt van dat verraad?
Niet dat ze allemaal Jezus uitleveren.
Maar geen van de twaalf zal aan het einde van die nacht nog bij Jezus zijn.
Zo eindigt een maaltijd die bedoeld is om aan te geven
hoezeer Jezus en Zijn leerlingen bij elkaar horen
ermee dat Jezus alleen overblijft, verraden door één van Zijn leerlingen
En in de steek gelaten door de andere 11.
Jezus verraden en Jezus verloochenen.

Dr. Jan Koopmans, een Amsterdamse predikant die in de slotdagen van de Tweede Wereldoorlog omkwam door een verdwaalde kogel, schreef over de kerk:
De kerk is de plaats waar Christus met zondaren wil samenwonen.
Dat kan Christus wel willen, maar als het op aankomt,
staat Hij er alleen voor
en zijn de zondaren met wie Hij wil samenwonen bij Hem weggegaan,
omdat ze de andere kant hebben gekozen, Hem verraden,
of omdat ze gevlucht zijn en niet meer aankonden om bij Christus te zijn.
En is dat niet wat een zondaar typeert, wat ons als zondaars typeert:
dat terwijl Christus met ons wil samenwonen, we dat niet willen of aankunnen?

Dat klinkt wel heel scherp
en misschien zegt u bij uzelf: waarom zou ik dat niet willen, of niet kunnen.
Dat de discipelen dat niet konden volbrengen, dat zij dat niet konden,
dat wil nog niet zeggen, dat ik dat niet kan.
Ik vermoed dat de discipelen ook niet verwacht hadden
dat zij op de loop zouden gaan, hun Heer en heiland in de steek zouden laten,
het ziet er in het evangelie er ook niet naar uit
dat Judas een mol was, die zich bewust in de discipelkring van Jezus heeft ingewerkt,
vertrouwen gewonnen heeft, om als de tijd ervoor rijp was, zijn slag te slaan.
Nee, in korte tijd verandert Judas van een volgeling van Jezus
in een verrader, die Jezus aangeeft en in handen speelt van Zijn tegenstanders.
Dat kan blijkbaar.
Als gelovige ben je kwetsbaar voor teleurstelling,
loop je het gevaar dat je op de vlucht slaat en het niet zitten om met Jezus samen te zijn.
Als we in de week van voorbereiding over onszelf en onze band met Christus nadenken
is dit de eerste stap waar we over nadenken.
In het formulier heet dat: de opdracht om stil te staan, te overdenken
van je zonden en vervloeking.
Dat we weglopers zijn, dat we het niet uithouden, niet willen uithouden bij Christus.
Dat is onze basishouding, dat is de neiging die we hebben
En daarom is het eigenlijk ook niet mogelijk om bij Christus te horen.
Hoe kunnen schepselen die bij God weglopen bij God horen,
hoe kunnen degenen die voor de Verlosser op de loop gaan verlost worden?
Maar er hoort er wel iets bij.
Namelijk dat als we daarover nadenkt, dat je dat niet wilt
en dat dit een diepe wens die gegroeid is: Ik wil niet meer weglopen, niet meer op de vlucht.
En dat het ook niet meer hoeft, omdat Christus gekomen is,
die gekomen is om ons te bevrijden van onze neiging om weg te lopen,
om ons van Hem af te keren, tegen Hem in te gaan.
Sterker dan ons weglopen, sterker dan ons verraad is Zijn genade.

Om dat steeds weer te geloven, om dat geloof steeds te versterken,
dat Zijn genade sterker is dan ons weglopen, ons verraad
– want dat dat geloof wordt steeds weer in ons aangevallen en in twijfel getrokken –
gaf Christus het avondmaal,
de laatste maaltijd die Hij met Zijn discipelen had,
de laatste keer samen, samen met Christus,
De verrader erbij aan tafel, de discipelen die op de vlucht zullen slaan erbij,
samen om de tafel, één in Christus.
Dat is de kerk: de plaats waar Christus wil samenwonen met zondaars.
Waar de discipelen straks allemaal weg zullen zijn – en Jezus weet dat
zit Hij met hen aan tafel.

Het is een bijzondere maaltijd.
Nergens in de evangeliën wordt verteld hoe Jezus apart eet met de leerlingen.
Altijd zijn er anderen aanwezig: Farizeeën, tollenaars en zondaars, de menigte.
Deze maaltijd, een afscheidmaaltijd zonder dat de discipelen dat weten,
is voor Jezus en Zijn discipelen alleen.
Even geen anderen, op dit belangrijke moment, nu Zijn weg naar het kruis echt begint.
Juist dan, alleen met deze kleine kring, de twaalf leerlingen.
Tijdens de maaltijd van Pesach, de nachtelijke maaltijd
Waarop de uittocht uit Egypte werd herdacht.
Een maaltijd die je in de meest intieme kring vierde, van je gezin, familie.
Hier is Jezus, samen met Zijn twaalf leerlingen, als gezin, als hechte groep,
op de avond voordat deze groep uit elkaar zou vallen.

Het is een maaltijd die moet worden voorbereid.
Er mocht geen zuurdeeg in huis zijn, een soort gist waarmee het brood kon rijzen
en waarmee het brood een smaak kreeg.
En daarom moest het hele huis worden schoongemaakt.
Er moest een lam worden geslacht in de tempel van Jeruzalem
En de maaltijd moest het liefste worden gehouden in of kort nabij Jeruzalem.
Op een speciale manier moesten de gerechten worden bereid,
met bittere kruiden, zodat na eeuwen van bevrijding uit Egypte
De bitterheid van het lijden dat het volk in Egypte onderging kon worden geproefd.
Als herinnering hoe moeilijk het daar was in Egypte
en hoe geweldig het was dat God hen bevrijdde, hen liet gaan.

Ons avondmaal vraagt ook om voorbereiding.
Vraagt een innerlijke schoonmaak: de strijd tegen het weglopen bij Christus vandaan,
De strijd tegen de gedachte dat je het zonder Christus kunt redden, of zelfs beter hebt.
Vraagt om naar jezelf te kijken: leef ik echt met Christus?
Of is mijn geloof zo dun dat het bij de eerste de beste tegenslag omvergeblazen wordt?
Is er in mij iets dat concurreert met mijn liefde en aandacht voor Christus,
die mijn liefde opslokt, mijn aandacht opeist die voor Christus bedoeld was.
Er wordt in het avondmaalsformulier eigenlijk gewaarschuwd voor twee dingen:
Een zwak geloof en verlangens en begeerten die je op de verkeerde weg kunnen brengen.
Jezus had Zijn leerlingen gewaarschuwd voor een zwak geloof,
Voor een geloof dat ermee stopt als het spannend wordt,
een geloof dat het niet kan opbrengen om een offer te brengen,
maar voor de gemakkelijkere weg kiest omdat het leven hier aantrekkelijker lijkt.
De waarschuwing hebben de leerlingen steeds in de wind geslagen,
zelfs de opmerking van hun Heer dat als ze Hem verloochenen
er ook een moment komt dat Hij hen niet zal belijden voor Zijn Vader.
Ze hebben het wel gehoord, maar het drong niet tot hen door.

En die verkeerde verlangens, begeerten die je naar je ondergang leiden,
die je verloren kunnen laten gaan.
Wat er gebeurd is tussen Jezus en Judas – Mattheüs vertelt het niet.
Het gebeurde toen die vrouw Jezus met een dure zalf zalfde
en Jezus dat niet afkeurde door te zeggen dat het geld beter besteed had kunnen worden.
Integendeel, Jezus prees haar: je doet dit vanwege Mijn begrafenis.
En toen knapte er iets bij Judas.
Was het een verlangen naar geld? Dan is het een voorbeeld van zo’n verlangen,
die je naar de ondergang helpt en dan is het een verderfelijke begeerte.
Of is het een verwachting over Jezus die niet uitkomt?
Een zwak geloof, ongeloof waar we tegen moeten strijden.

Toch zitten die twaalf bij Jezus aan tafel.

Over Judas valt nog te twijfelen,
maar Petrus zit er wel aan, die in diezelfde nacht nog zal zeggen
dat hij Jezus niet kent en niets met Hem van doen heeft.
De 3 discipelen die niet met Jezus kunnen waken als Hij lijdt en worstelt in Gethsemané.
De anderen die ervandoor zijn gegaan.
Ze zitten daar bij Jezus aan tafel.
De kerk is de plaats waar Christus met zondaren wil samenwonen.
Dat de zondaren zondaren zijn, verhindert de kerk niet kerk te wezen, omdat immers Christus Christus is.
Christus is Christus – dat is het geheim van de kerk,
dat is de kern van het avondmaal
Christus is Christus, die stierf aan het kruis,
Die de schuld betaald heeft voor de zondaren
Uw schuld, mijn schuld.
Uw zwak geloof, jouw ongeloof, mijn zwak geloof en ongeloof.
Juist vanwege ons zwak geloof, ons ongeloof,
onze neiging weg te lopen, in te gaan op verkeerde verlangens
is het avondmaal ingesteld
als een herinnering aan hoe Jezus daar zat, bij die twaalf
die allemaal bij Hem vandaan zouden gaan:
Jezus die zich geeft – gaf aan het kruis, geeft bij het avondmaal.
Neemt, eet, gedenkt en gelooft.

Tijdens die maaltijd, dat fijne samenzijn
– wat zullen ze tijdens die maaltijd gezegd hebben: bijzonder om zo met elkaar te zijn,
dit samen te vieren, zo alleen even met Jezus te mogen zijn
en Hem niet te hoeven delen,
we kunnen ons voorstellen dat het avondmaal is ingesteld
om de onderlinge band te versterken.
Komt opnieuw de waarschuwing van de Heere:
Iemand van jullie zal mij verraden, zal Mij in handen spelen van Mijn tegenstanders.
Je proeft de schrik?
Dat ben ik toch niet, Heere?
Het geloof is er nog. Ze versterken hun band.
Door Hem Heere te noemen, geven ze aan: Wij kunnen niet zonder U.
Wij kunnen ons geen leven indenken zonder U.
Wij zetten een stap naar U toe. U laat ons wel schrikken.
En dan als laatste: Judas.
Een heel subtiel verschil.
Judas die Jezus niet aanspreekt als Heer, maar als Meester.
Zijn gelooft taant, glijdt van Hem af, is al stuk gebroken, nog niet eens zo lang geleden.
Judas die vergeet zijn geloof te laten versterken,
in het samenzijn bij Jezus met de maaltijd.
Judas die de hand in dezelfde schaal doopt, uit dezelfde beker drinkt,
die erbij zit, maar niet meer van Jezus is.
Meester, zegt Judas. Dat is hoe buitenstaanders Jezus aanspreken.
Niet meer het Heer, zoals een discipel Jezus aanspreekt, maar Meester.
Judas die zich buiten deze kring plaatst, ook al zit hij erbij.
Zijn hart is er niet meer bij.
Strijd tegen het ongeloof, zegt het formulier,
wees niet tevreden met de zwakheid van je geloof.
Doe eraan wat je kunt.
NAtuurlijk, het is de Heilige Geest, die je ongelukkig laat zijn met je ongeloof,
die je laat lijden aan de zwakte van je geloof.
Dat is genoeg, zegt het formulier, om te mogen zitten aan de tafel van Christus.

Dat de zondaren zondaren zijn, verhindert de kerk niet kerk te wezen, omdat immers Christus Christus is.


Daarom, al krijgen wij dat ongeloof en die begeerten zelf niet uit ons weg en al klaagt ons ongeloof en klagen die verkeerde verlangens ons aan, we mogen er ten volle van verzekerd zijn dat zij ons niet verhinderen om aan het avondmaal aan te gaan. Want ze zijn kunnen niet Gods genade tegenhouden die Hij ons schenkt. Door Gods genade ontvangen wij de waardigheid, ondanks ons ongeloof en onze verkeerde verlangens, om aan te gaan en Gods genade te ontvangen. Door die door God geschonken waardigheid ontvangen wij het brood en de wijn, die Christus ons schenkt.
Amen

Preek Goede Vrijdag 2016

Preek Goede Vrijdag 2016
Lukas 23:26-49

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Gisteren kwam er een man bij ons thuis die een klusje moest doen.
De man was door zijn bedrijf vanuit het noorden van het land naar ons adres gestuurd.\
Bij het weggaan vroeg hij: ‘U bent predikant?
Wat vind u van deze tijd, met die aanslagen in Brussel?
De islam wil over de hele wereld regeren.
Wat moet dat van ons worden?’
Ik weet nooit zo goed hoe ik op dat soort vragen moet antwoorden.
Allereerst kon ik niet goed inschatten
of deze man bij een kerk hoorde en geloofde
of dat hij was afgehaakt.
‘We leven in een rare tijd,’ zei ik maar – om tijd te winnen.
‘Ach,’ zei de man, ‘het is met alle oorlogen zo.
Ook in de Tweede Wereldoorlog speelde het geloof een rol.’
‘Bij het kruis op Golgotha toch ook?’ zei ik,
want ik was bezig met de preek.
‘Dat is ook zo,’ zei de man
‘het is van alle tijden.’
Toen wist ik pas wat ik moest zeggen:
‘Er is er maar één die regeert!’
‘Dat is waar.’
Toen vertelde ik hem dat ik vorig jaar de diensten van Goede Vrijdag en Pasen niet kon doen
en dat de diensten door gastpredikanten werden geleid
en dat op Goede Vrijdag de boodschap was
dat Christus aan het kruis de overwinnaar is gebleken,
De overwinnaar op de zonde en op de duivel
En dat daarmee alle kwade en demonische machten overwonnen zijn
en het uiteindelijk niet zullen houden.
‘Moed houden dan maar’ zei ik tegen hem toen ik hem uitgeleide deed.
‘Dat moeten we maar doen: moed houden!’ zei hij.

Dat Christus aan het kruis de overwinnaar is
op alle kwade machten
en dat macht van de duivel en de demonen
dat zien we niet, ook niet in onze tijd.
Juist niet in onze tijd.
De aanslagen in Brussel raken ons diep
en geven het gevoel dat het nu wel dichtbij komt.
Wat we in Brussel hebben gezien,
het geweld dat zo zinloos is en zoveel mensenlevens kost
en zoveel mensen in levenslang verdriet dompelt – ook als de aanslagen vergeten zijn
gebeurt in deze wereld op veel plaatsen dagelijks
waar oorlog, geweld, bombardementen en aanslagen het dagelijks leven beheersen.
Het gebeurt ook dichtbij
wellicht in uw eigen leven
En dan niet in de vorm van een aanslag,
maar dan als ziekte, een tegenslag die ingrijpend is en alles op zn kop zet
een overlijden van iemand die je nu nog niet kunt missen.
Er kan zoveel duisternis in je leven komen.
Er wordt niet voor niets gesproken over een kruis dat iemand te dragen heeft.
Door uw, jouw eigen lijden
kun je soms dichterbij het lijden van Christus komen
omdat je er iets meer van aanvoelt
dan toen je dat kruis niet te dragen had.

Op Golgotha was er ook een sprake van duisternis,
op het zesde uur,
midden op de dag.
Een duisternis die niet gewoon was,
geen gewone zonsverduistering,
maar het is, wat de Heere Jezus al had aangekondigd:
het uur van de macht van de duisternis.
Lukas meldt aan het begin van zijn evangelie,
als de Heere Jezus in de woestijn is verzocht geweest
dat de satan Hem voor een bepaalde tijd verliet
en Lukas heeft er oog voor
dat de satan, als het kruis op Golgotha dichterbij komt,
zijn uiterste best doet
om te voorkomen dat het kruis op Golgotha zal staan.
Door Petrus zo ver te brengen
Dat hij zijn Meester aanspreekt om de weg van het kruis niet te kiezen.
En als het kruis er toch gekomen is,
de verzoeking door middel van de spot probeert op te voeren.
Anderen heeft Hij verlost,
laat Hij zichzelf verlossen,
als Hij de Christus is,
de Uitverkorene.
De uitdaging die ook in de wildernis op Christus afkomt:
Bewijs maar eens dat U het bent:
de Christus waarop heel de wereld wacht,
waar de gelovigen in het Oude Testament naar hebben uitgekeken.
Moet je zien hoe machteloos Hij daar hangt.
Moet dat de Uitverkorene zijn, de Gezalfde?
Is dat Gods zoon, als Hij zichzelf niet eens kan bevrijden?
En als die verzoekingen geen effect hebben,
dan door middel van de duisternis
die midden op de dag, het 6e uur, om het kruis hangt, 3 uur lang.

Enkele uren daarvoor,
toen Jezus voor Herodes stond,
kreeg Jezus de vraag om een teken te geven, een wonder te verrichten.
Hier om het kruis gebeuren er enkele tekenen:
een duisternis van 3 uur,
het gordijn dat in de tempel hangt dat scheurt.
Ondertussen zijn er al meerdere tekenen geweest:
Jezus die op de weg naar het kruis
de vrouwen waarschuwt om niet over Hem te rouwen,
maar over zichzelf vanwege de rampspoed dat hen te wachten staat,
het gebed dat Jezus bidt voor degenen die Hem kruisigen:
Vader, vergeef hen wat zijn weten niet wat zij doen,
de ene moordenaar die het verzoek bij Jezus aan het kruis indient:
Gedenk mij, als U in Uw koninkrijk gekomen bent.
Herodes, je vroeg om een teken.
Nu ze komen, die tekenen, ben je er niet
en als je er was, had je dan die tekenen begrepen?
Had je dan door wat die tekenen tegen jou, tegen de overpriesters, tegen het volk,
tegen ons willen zeggen?
Het duiden van wat er gebeurt,
is niet zo eenvoudig.
We zien dat bij de aanslagen die in Brussel zijn gepleegd.
Als de afschuw en verontwaardiging is geluwd,
hebben we dan door wat die aanslagen betekenen?
Ook de tekenen op Golgotha zijn niet zo eenvoudig
en toch geeft Lukas ons een aantal van die tekenen om het kruis door
om daarmee aan ons aan te geven
wat daar op Golgotha gebeurde
toen Jezus aan het kruis gehangen werd.

Er gebeurt een hoop op Golgotha.
Alles balt er samen, een intense strijd van goed en kwaad,
van Christus tegen de macht van de duisternis,

de rechtvaardige, die terwijl Hij onschuldig is, wordt gestraft als misdadiger
tegen de satan die mensen knecht in boeien van de zonde en opstand tegen God.
Het is er Lukas alles aangelegen
dat wij begrijpen
dat omdat Jezus daar hangt,
u vergeving van zonden kan krijgen als u in Hem gelooft.
Die vergeving is tegelijkertijd een bevrijding, een uittocht uit het slavenhuis,
uit de slavernij van de zonde,
bevrijding van de dictatuur van de satan.
Dat is te zien aan de duisternis die over heel de aarde komt.
Nu kwam het vaker voor dat er gesproken werd over duisternis
bij het overlijden van een grootheid in die tijd.
Ook bij de dood van Julius Caesar wordt zo’n duisternis gemeld,
om aan te geven dat ook de hemel rouwt om de doodheid van deze grote man,
ik denk vergelijkbaar wat er gisteren te zien was in de media
bij het overlijden van Johan Cruyff:
de hele wereld die er bij stilstaat en stilhoudt en een vorm van rouw laat zien.
Maar dat is niet wat Lukas wil aangeven.
Die duisternis om het kruis is een laatste poging van de vorst van de duisternis
om zijn macht over Jezus te laten gelden,
een laatste greep naar de macht over heel de wereld.
Jezus kondigt dat uur aan,
als Hij in Gethsemané gevangen genomen wordt.
Hij uit een verwijt richting de leiders:
Jullie hadden me kunnen oppakken toen Ik in de tempel was.
Dat het nu gebeurt, komt,
omdat nu de tijd is aangebroken van de macht van de duisternis.
Drie uur lang houdt Jezus deze duisternis uit,
drie uur lang, waarbij heel de schepping en alle engelen in de hemel de adem inhouden.
Nooit zijn er op aarde spannender uren geweest,
nooit is een tijdstip op aarde crucialer geweest dan deze uren
die Jezus aan het kruis doorbrengt.
Het is geen gewone duisternis,
maar een zon die verduisterd wordt,
het licht dat elke dag teken is van Gods trouw en goedheid
mag zijn kracht niet laten zien
en Jezus moet in het donker hangen,
de beker die Hij moet leegdrinken van de Vader.
Neem deze drinkbeker van Mij weg,
maar niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.
Daarom houdt Jezus het uit,
in die zwaarste aanval die er is,
de laatste en ultieme poging om Jezus er onder te krijgen
en de macht over deze wereld voort te laten bestaan.

Als die uren van duisternis voorbij zijn, is er een nieuw teken:
het gordijn in de tempel dat scheurt.
Is dat een teken dat de tempel niet meer nodig is?
Of is dat juist een teken dat wat er in de tempel gebeurt onbeschermd is
omdat de Heer die tot Zijn tempel kwam gedood werd?
Geeft God daarmee aan, dat de deur voor iedereen naar Hem open staat
en dat er voor iedereen op deze wereld verzoening, bevrijding, vergeving te vinden?
Een teken dat de poorten van het paradijs zijn opengegaan
en dat iedereen die in Hem gelooft, mag zien, mag geloven
dat er een poort openstaat en dat wij daar vrij door heen mogen gaan?
Of is dat een slag van de boze, een litteken voor altijd op dit heilige gebouw,
Gods huis op aarde?
Dan opeens is het voorbij.
De spot wordt uitgebreid uit de doeken gedaan,
de tekenen om het kruis krijgen volop aandacht,
maar het sterven van Jezus wordt maar kort en sober beschreven.
Jezus blaast de laatste adem uit.
Na alle hectiek, na alle spanning en strijd is er rust en overgave:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.

Een intiem moment: Vader, zoals Jezus steeds zei
om de intieme band te benadrukken
Dat wat Jezus doet op een lijn staat met wat God vraagt
En dat het Gods weg is, Gods wil,
naast de aanval van de boze ook de beker van God.
Vader, hier ben Ik.
Wat U verder doet, is aan U.
Mijn taak is volbracht.
Al zou het moeten zijn dat Ik voor altijd uitgewist zou moeten zijn
om daarmee anderen vrij te kopen.
Vader, wat Gij doet is goed.
Jezus had al aangekondigd
dat Hij de dood moest ingaan,
maar ook dat er een opstanding zou zijn,
een weg door de dood heen.
Hoe zwaar die duisternis ook zou zijn
– we moeten het donker van de dood niet onderschatten –
het zou maar een korte tijd zijn
dat het donker het wint.
Drie uur duisternis bij het kruis,
drie dagen donkerheid in het graf
en dan, op de eerste dag breekt er weer een ochtendgloren aan,
weer een teken,
een teken van God, dat er een nieuwe schepping is,
Dat al het oude voorbij gegaan is,
Daarmee ook de macht van de satan.

Hoe machtig de satan ook is,
Hoe sterk de duisternis ook in ons leven aanwezig kan zijn,
Er komt een einde aan,
Zoals aan de duisternis om het kruis een einde kwam, na 3 uur
en na 3 dagen het licht weer doorbrak, een nieuwe zon
die zich nooit meer liet verduisteren
omdat Jezus sterker bleek dan de dood, dan de duivel.

Dat is moeilijk te geloven, zeker in een week waarin zo’n ingrijpende gebeurtenis plaatsvindt,
een aanslag met zoveel mensen die daarbij het leven moeten laten.
Moeilijk te geloven in een wereld waarin de duisternis sterker overkomt.
‘Moed houden’ zei ik tegen de man die wegging.
Heb ik hem een te makkelijke boodschap gegeven?
Ik weet niet hoe hij thuis kwam, wat zijn privésituatie was,
zelfs niet of hij geloofde.
Ik weet niet wat hij met die opmerking deed.
Misschien was hij die opmerking wel vergeten
toen hij van de Ratelaar de Otto Veeninglaan opreed.

Afgelopen weken las ik een recent boek over de betekenis van het kruis,
waarin de schrijfster alle aspecten van het kruis langs wilde gaan.
In de afgelopen weken zijn verschillende betekenissen langsgekomen:
het dragen van Gods oordeel,
de schande die God draagt en wegdraagt,
Jezus die in onze plaats hangt
en deze preek de overwinning op het kwaad en de duivel aan het kruis.
Op de voorkant van het boek staat een glas-in-loodraam afgebeeld.
Dat raam heeft de bijnaam het Wales-raam,
Het is in 1963 geschonken door de bevolking van Wales
aan een baptistenkerk in de Amerikaanse plaats Birmingham.
Op zondagmorgen 15 september 1963 werden er 4 meisjes doodgeschoten.
Deze meisjes waren in het wit gekleed vanwege de kerkdienst.
Deze meisjes werden doodgeschoten door de Ku Klux Klan.
Het was de tijd van de hevige rassenrellen
en de meisjes werden in de kerk doodgeschoten vanwege hun huidskleur.
Uit diepe medeleven besloot men in Wales geld in te zamelen voor een raam
om de gebeurtenissen te herdenken.
Er werd een raam gemaakt,
met Christus daarop afgebeeld,
Als een gekruisigde,
niet naakt, zoals toen gebruikelijk was,
maar in kleren, dagelijkse kloffie of gevangeniskleren?
Het hoofd gebogen,
als de Christus die lijdt voor de zonde van heel de mensheid,
hier een donkere Christus die lijdt
voor het kwaad dat door blanke mensen werd aangedaan,
De moord op 4 onschuldige meisjes,
Christus die lijdt aan het onrecht van deze wereld en dat draagt.
De ene hand duwt weg,
Duwt de kwade machten weg, het demonische, de behoefte aan wraak,
De andere hand is een zegengebaar,
een hand die zegt: Kom maar bij mij,
Bij Mij ben je veilig, Ik bescherm je.
Jezus die zich geeft in een donkere wereld,
De chaos die zich om het kruis toont als een heftige storm,
een woedende en alles vernietigende storm.
En toch, in die donkerheid is er een licht.
Licht in de vorm van het kruis
en achter het hoofd van Jezus breekt het licht door, een zon die opkomt,
het ochtendgloren reeds, de dag van de opstanding breekt aan.
De duisternis heeft niet het laatste woord.
In die duisternis stond het kruis van Christus,
dat het duister breekt.
Jezus die zich geeft, lijdend,
maar daardoor het licht brengt, het licht is, in deze donkere wereld.

16th-St-Baptist-Ch-Wales

Daarom: het kan – moed houden,
Want Christus stierf,
als overwinnaar – op de zonde, de dood, de satan,
op alle machten die er zijn en ons leven willen beschadigen, kapot willen maken.
De duisternis heeft niet het laatste woord.
Na het kruis gaat het verder.
De nieuwe week begint met het ochtendgloren,
een scheppingsdag – de nieuwe schepping.
Jezus stierf – maar won.
Amen

 

Preek zondagmorgen 13 maart 2016

Preek zondagmorgen 13 maart 2016
Lukas 22:1-23

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is bijna feest in Jeruzalem:
Pascha, een van de belangrijkste feesten van het volk Israël staat op het punt te beginnen.
Honderdduizenden mensen zijn de stad binnengestroomd,
omdat dit feest vooral binnen de poorten van Jeruzalem moet worden gevierd.
Honderdduizenden lammeren worden aangeleverd
om in de tempel als offerdier te worden geslacht.
Over enkele dagen wordt gevierd
dat de Heere Zijn volk uit Egypte heeft bevrijd.
Elk jaar wordt dat feest gevierd
en komen vanuit de gehele wereld de Joden naar Jeruzalem
om te vieren dat de Heere Zijn volk heeft bevrijd uit de slavernij
en door dat te vieren herinneren ze zich steeds weer opnieuw
dat de Heere Zijn volk niet vergeet,
maar trouw is
en dat Hij Zijn volk bevrijd van de vijanden die het volk knechten.
De stad is reeds gevuld met drukte en met vreugde.

Je zou verwachten dat de hogepriesters hun handen vol hebben
aan de coördinatie van alle festiviteiten,
met de regie van de offerdienst in de tempel.

En dat de Schriftgeleerden bezig zijn om de pelgrims in te wijden
in de Schriften, over wat er gebruikelijk is met Pascha
met het offerlam en de maaltijd in het gezin
en wat de betekenis daarvan is, wat er gevierd wordt.
Of dat ze bezig zijn de liederen aan te leren die gezongen worden.

Bij alle drukte die er in de stad is en die de aandacht van hen vraagt
en bij alle voorbereidingen die er nodig zijn
om het Pascha op een waardige manier te vieren
vinden de hogepriesters en de Schriftgeleerden een moment
om bij elkaar te komen om te praten over de dood van Jezus.
Niet de dood van de lammeren, die geslacht zouden worden
om de bevrijding uit Egypte te gedenken, heeft hun aandacht,
maar de dood van Jezus.
Jezus moet uit de weg geruimd worden,
maar dan op zo’n manier dat het niemand opvalt,
zodat er vanuit het volk geen protest kan komen
tegen het optreden van de hogepriesters en de Schriftgeleerden.
In mijn Bijbel wordt er een verwijzing gemaakt naar Psalm 2:
De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde.
Als Lukas ons vertelt over de weg naar Golgotha
waar het kruis van Christus werd opgericht
wil hij laten zien dat alle volken daar bij betrokken zijn,
zowel Gods eigen volk als de heidenen
en dat uit verzet tegen God en Zijn gezalfde.
Jezus is niet zomaar een willekeurige slachtoffer,
maar de gezalfde, de messias die gekomen is,
maar moet sterven.
Moet – in de ogen van de hogepriesters en de Schriftgeleerden.
Moet – in de ogen van de satan.
Moet – in de ogen van God.

Dat wil Lukas ons ook laten zien,
dat het bij de weg van Jezus naar Golgotha om meer gaat
dan een aards gebeuren,
waarbij de Joodse hogepriesters en de Schriftgeleerden aangeklaagd kunnen worden.
Er is een diepere dimensie in het lijden en sterven van Christus,
die openbaar komt op het moment dat Jezus in Jeruzalem is
Voor de laatste etappe van Zijn leven op aarde.
Een gebeuren, waarbij de hemel en de aarde, maar ook de hel betrokken is.
Toen voer de satan in Judas.
In deze kleine zin gaat een diepte open:
de satan die in iemand vaart
en dan nog wel iemand uit de intieme kring van Jezus zelf,
die erbij is geweest toen Jezus onreine geesten en demonen uitdreef,
die door de Heere Jezus heeft leren bidden: Leidt ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze
En die van de Heere Jezus zal hebben geleerd
dat je je door het geloof moet wapenen tegen de satan.
En dat dan toch de satan in je vaart
en de regie over je leven overneemt.
Zo dicht bij Jezus en zoveel gezien en meegemaakt.
Een van de twaalf die Jezus vergezeld hebben.
Zijn naam is Judas, schrijft Lukas.
Lukas kan ook bedoeld hebben: deze Judas
is ook ooit eens door Jezus geroepen bij zijn naam,
geroepen om zijn Heer te volgen
en elke dag zijn kruis op zich te nemen, achter Christus aan.
Straks zal ook Petrus worden gewaarschuwd:
De satan heeft u allen opgeëist om te ziften als de tarwe.
Hoe dichter Golgotha eraan komt, hoe sterker satan actief wordt.

We kunnen dat soms in ons eigen leven ook herkennen:
Hoe meer je je wilt overgeven aan de Heere,
Hoe sterker de kracht is die je tegenwerkt.

Voor de Heere Jezus gaat het helemaal op:
Het donker pakt zich boven Hem samen, de duisternis maakt zich op.
De satan is bezig.
In de tijd dat het volk Israël bezig is om het paaslam uit te zoeken
en dat naar de priesters te brengen
om het daar te laten slachten en het huis in gereedheid te brengen
om het grote feest van de bevrijding uit Egypte te vieren,
komt Judas bij de hogepriesters en de bevelhebbers van de tempelwacht.
Judas heeft hun haat gemerkt
en weet dat hij nu bij hen moet zijn om Jezus uit te leveren.
Nu alleen nog een geschikt moment en hij kan zijn Meester uitleveren.

Als de componist Johann Sebastian Bach de Lukas Passion schrijft,
neemt hij een tekst op:
Dwaze man, welke verkeerde gedachte heeft bezit van je genomen?
Waarom denk je alleen maar aan winst door geld
en denk je niet aan de hel?
Verkoop je voor geld en goed
het bloed van je meester en jezelf
als knecht van de satan?
Denk aan de lange eeuwigheid,
Ga terug, nu je nog kan.
Het is nog tijd.

Terwijl de dreiging om Jezus toeneemt,
Het is als op een warme dag in de zomer, waarop het broeit
en je voelt dat er iets gaat gebeuren, een heftig onweer dat komt
en nog is het rustig.
In die rust wil Jezus het Pascha vieren, voordat Zijn tijd gekomen is
omdat Hij hen aan de maaltijd die met Pascha gehouden wordt,
de maaltijd waarin men de bitterheid van de onderdrukking van Egypte proeft
maar ook de hoop dat God de bevrijding spoedig zal brengen,
aan die maaltijd wil Hij hen nogmaals uitleg geven over Zijn dood,
over de betekenis van Zijn dood.
Hij zegt het tijdens die maaltijd: Blijf Mijn dood altijd gedenken,
zoals je nu het Pascha viert, Pesach,
Waarbij je  terugkijkt naar het verleden
om je te herinneren welke machtige daden de Heere heeft gedaan
Door je uit Egypte te leiden,
het diensthuis, het slavenbestaan, waar je jezelf niet uit kon bevrijden.
Die uittocht was meer dan een herinnering,
tijdens de maaltijd wordt dat een werkelijkheid, gebeurt die bevrijding weer opnieuw
en kijk je hoopvol de toekomst in,
omdat je weet God gaat weer Zijn bevrijding geven.
Zo, zegt de Heere Jezus, moet je mijn dood gedenken.
Aan de ene kant een gebeuren op Golgotha, in Jeruzalem,
maar ook meer dan een gebeuren in het verleden.
Gedenk Mijn dood op zo’n manier dat je het nu weer beleeft, alsof je er zelf bij bent
En de betekenis voor je nu levend is.

Lukas wil ons laten zien dat de viering van het Pascha
de betekenis van het kruis op Golgotha kleurt.
Het is niet zomaar dat de hogepriesters en de Schriftgeleerden
kort vooraf aan het Pascha bezig zijn met de dood van Jezus
om Hem uit de weg te ruimen.
Die bevrijding die Christus kwam brengen was echter niet een bevrijding
uit een aards slavenhuis,
maar het verbreken van de macht van de duisternis,
waarin de mensen gevangen zijn.
Aan de tafel, waar Christus het brood breekt,
het brood dat herinnert aan de uittocht uit Egypte,
legt Jezus uit:
Als je dit brood breekt, moet je niet alleen maar denken
aan hoe de boeien van Egypte gebroken werden,
maar denk daarbij ook aan Mijn lichaam, dat verbroken wordt.
Dat gebeurt niet zomaar, maar voor jullie.
Als Mijn lichaam gebroken wordt, gaan voor jullie de deuren van de gevangenis open,
een gevangenis die machtiger en duisterder is dan Egypte ooit was,
En een hardere werkelijkheid dan dat slavenhuis ooit was.
Elke keer als je het brood breekt,
denk er dan aan hoe Ik, jullie Heer, werd gebroken aan het kruis,
om de macht van de satan te breken.
Dat moet je gedenken, dat moet je vieren,
niet alleen als iets uit het verleden, maar als iets dat je nu weer meemaakt,
hoe voor jullie de boeien van de satan worden verbroken
en dat je vrij bent.
Die bevrijding moet je steeds weer ondergaan,
niet om het offer van Christus over te doen,
maar als iets dat steeds weer tot je doordringt, dat je raakt,
Dat je doet geloven en ervaren: je bent vrij gekomen uit de macht van de satan.

Kun je dat wel ervaren?
Hebben we dan niet, dat we steeds die macht van de satan nog ervaren
ook in ons eigen leven?
Vorige week ging het over de hoop, waarvan we moesten getuigen,
de hoop die in ons is als gelovigen.
Misschien dacht u toen wel: Ik zou willen dat ik die hoop had
en dat ik er van kon getuigen, maar die hoop die heb ik niet, die voel ik niet.
Wellicht hebt u dat vanmorgen ook:
Die bevrijding zou ik wel willen ervaren, willen geloven,
maar dat andere is nog zo sterk in mij.
Doe dat tot Mijn gedachtenis, om Mij te gedenken,
net zo lang tot je het beleeft, moet je dat ondergaan,
moet je het kruis dat voor Christus werd opgericht voor je ogen houden
net zo lang tot het tot je doordringt en ook jij het gelooft
en dan niet ophouden, maar het blijven gedenken, voor je blijven zien
als een voortdurende herinnering aan jezelf:
Er heeft een kruis op Golgotha gestaan
waardoor alles, ook mijn leven, helemaal veranderd is.
Geen enkele macht opgewassen tegen mijn Heer,
die zichzelf gaf, Zijn leven overgaf, Zijn ziel uitstortte.
Dat gedenken van de dood van Christus is voor ons een voortdurende opdracht
En dan niet alleen het gebeuren alleen, maar ook de betekenis voor ons,
zodat we die betekenis steeds weer ondergaan,
erin meegenomen worden en het daardoor gaan geloven:
Dat gebeurde ook voor mij.

Dat moest gebeuren, vonden de hogepriesters en de Schriftgeleerden.
Maar dan wel in het verborgen, heimelijk,
zodat er geen haan naar kraait.
Dat moest gebeuren, vond de satan,
maar dan op zo’n manier dat de macht van Jezus gebroken zou worden
En zijn macht gecontinueerd
de macht van de duisternis voorgoed.
Het moet gebeuren, zei God,
om weer een nieuwe exodus te bewerkstelligen,
Waarbij de deuren opengingen, waarin de satan ons gevangen houdt.
Satan voer in Judas.
Aangrijpend, maar door het kruis op Golgotha,
het leven dat Jezus gaf, mogen wij weten dat er voor ons een open deur is
om uit de macht van de satan te komen.
Omdat Jezus zich liet binden, opdat Hij ons zou ontbinden.
Omdat de macht van de satan gebroken is,
is er een nieuwe gemeenschap mogelijk, met God.
En de discipelen aan tafel mogen daar al iets van merken
en Lukas vertelt er ons over
zodat wij het ook zouden zien en geloven,
die nieuwe gemeenschap om Jezus, en door Jezus.
Een nieuwe gemeenschap van God.
Ik heb er naar verlangd om deze maaltijd van Pesach met jullie te vieren.
Want daardoor kan Ik jullie al iets laten zien
van wat Mijn sterven voor jullie gaat betekenen:
de deur gaat open, van de gevangenis die satan had
de deur gaat open, van God, die je roept.
De nieuwe gemeenschap, het koninkrijk van God, dat er komt,
omdat Jezus stierf voor ons.  Amen

Overdenking Paasviering ouderenmiddag 2016

Overdenking Paasviering ouderenmiddag 2016
Jesaja 53:1-8
Lukas 22: 47-63

Als Lukas vertelt over de weg die de Heere Jezus gaat naar het kruis op Golgotha
heeft Hij aandacht voor één discipel in het bijzonder: Petrus.
In zijn hele evangelie laat Lukas deze discipel steeds naar voren komen
alsof hij tegen ons als lezers van zijn evangelie zegt:
Let goed op Simon Petrus,
want als je deze leerling van Jezus in de gaten houdt
dan begrijp je beter welke weg Jezus ging
en wat het betekent om leerling te zijn van Christus.
Zou Lukas zo de aandacht vestigen op Petrus,
zodat wij in zijn voetsporen kunnen gaan?
Ons herkennen in het enthousiasme om bij Christus te zijn en met Hem mee te gaan,
maar ons herkennen in een moment dat we de Heere Jezus niet meer begrijpen
en daarom onze Heere niet meer kunnen volgen?

De weg naar Golgotha begint voor Petrus met een waarschuwing van Christus:
Beste Petrus, er komt voor jou en je medediscipelen een moeilijke weg aan,
want satan heeft het oog op jullie laten vallen.
Hij wil jullie ziften als de tarwe.
Jullie zullen een heftige tijd meemaken,
waarbij de echtheid van je geloof zal worden getest.
De satan zal willen weten of jullie wel echt bij Mij horen
en hij gaat ervan uit dat hij het voor elkaar krijgt
dat jullie Mij allemaal in de steek zullen laten.
Hij gaat ervan uit dat Ik, op de weg die Ik zal gaan,
helemaal niets aan jullie zal hebben.
Hij verwacht dat door zijn toedoen, door zijn aanvallen op jullie geloof in Mij,
jullie allemaal kaf zullen blijken te zijn,
dat door zijn stormwind weggeblazen zal worden.

De satan staat aan de vooravond van zijn grote nederlaag
en toch probeert hij nog zoveel mogelijk schade aan te richten
Door twijfel bij de leerlingen van Jezus te zaaien,
Waardoor Jezus Zijn weg alleen moet gaan,
zonder daarbij gesteund te worden door Zijn leerlingen.
Zijn leerlingen zullen Zijn weg eerder zwaarder maken,
doordat ze Hem in de steek zullen laten
en van Hem zullen zeggen dat ze Hem niet kennen.

Maar, zegt Jezus tegen Petrus, dat is niet het enige dat er gebeurt.
Je hebt ook Mijn gebed nog.
Mijn gebed zal je vergezellen, zodat je in de komende nacht
het geloof in Mij zal behouden.
Terwijl Christus de zware weg in zal gaan,
waarop Hij de beker helemaal zal moeten leegdrinken,
is Hij nog bezig met Petrus,
om hem en zijn geloof te behouden,
zodat de satan geen succes heeft in zijn aanval op Petrus’ geloof
en zijn betrokkenheid op Christus.

Petrus wil deze waarschuwing niet horen.
Als de satan mij en mijn geloof in U wil testen, mij best.
Heert, zit maar niet over mij in.
U kunt op mij bouwen.
Ik ben bereid om met u mee te gaan
de gevangenis in en als het moet de dood in.
Heer, ik geloof in U.
Ik zou niet weten hoe mijn geloof in u zou kunnen breken
en hoe de satan mij zover krijgt
dat hij mij van U losweekt.
Wat een geloof in Jezus, wat een moed.
Ik zou willen dat ik zo vurig in Christus zou kunnen geloven
als Petrus deed,
bereid zelfs om zijn leven te riskeren, op te offeren
om Jezus te dienen.

Nee, Petrus, zegt Jezus, deze nacht nog,
in de duisternis die over ons komt,
nog voordat het nieuwe licht is aangekondigd
zal jouw geloof breken
en zul je tot 3 keer toe zeggen
dat je niet bij Mij hoort.
Wat een waarschuwing voor Petrus!
Wat zou u ervan vinden
als u op deze manier wordt gewaarschuwd?
Nu ben je nog in vuur en vlam, vol geloof, vol overgave
bereid om mee te gaan,
maar op korte termijn zal je zo’n klap krijgen
door de satan
dat je geloof breekt,
zal hij je zover krijgen dat je geen vertrouwen in Mij meer hebt.
Nee, Petrus, in deze nacht nog maakt je geloof, je vertrouwen in Mij
plaats voor ongeloof en zul je afscheid nemen.
Nog voordat de haan zal kraaien.

Petrus kan het zich niet voorstellen.
Vol geloof gaat hij Jezus achterna, Gethsemané in.
Vastberaden om te laten zien dat hij echt bij Jezus hoort.
In Gethsemané worden alle leerlingen, en ook Petrus,
nog twee maal gewaarschuwd:
wat vannacht zal gebeuren, dat zullen jullie niet begrijpen.
Het zal een grote verzoeking voor jullie zijn
om Mij in de steek te laten, om Mij te verraden.
Ga in gebed of God je voor die verzoeking bewaart
en of Hij je zoveel kracht geeft,
niet om voor Mij te strijden, maar om je geloof in Mij sterk te laten zijn.

Ook deze waarschuwing heeft Petrus niet gehoord.
Hij blijft vastberaden, vastberaden om te laten zien wat hij waard is,
bereid om te strijden voor Jezus
en zijn leven te riskeren.
Is het Petrus die het oor van de dienaar afslaat?
Lukas meldt geen naam.
Lukas vertelt alleen maar dat er een leerling is
die in de groep soldaten die op Jezus afkomt
een lafhartige streek van de hogepriester is
die Jezus nu, in het donker, gevangen durft te nemen.
Deze leerling valt daarom een knecht van de hogepriester aan
en brengt een verwonding aan.
Kon de knecht de slag van deze leerling nauwelijks ontwijken?

Daar is al de eerste reactie van Jezus die voor onbegrip zorgt.
Geen signaal voor de aanval.
Blijkbaar is nu nog niet de tijd gekomen voor de Meester
om tot actie over te gaan.
De tijd is nog niet rijp.
Jezus gaat nog verder.
Hij geneest het oor van degene die Hem gevangen komt nemen.
Geen wraak voor Zijn gevangenneming,
geen verzet tegen de lafhartige overval,
geen krachtdadige verdediging,
maar aan een aanraking van het oor,
waarbij Zijn kracht overvloeit in de knecht van de hogepriester
eerder een gebaar van een zegen,
waarbij Jezus zijn vijand zegent dan verwondt.

Petrus kan er niet over uit.
Wat moet er gebeuren?
Hij besluit achter de groep aan te gaan.
Het is een volgen op een afstand,
alsof Lukas wil zeggen:
Kijk, Petrus wordt al halfslachtiger.
Aan de ene kant wil hij Jezus volgen.
Dat heeft Jezus toch van hem gevraagd toen hij discipel werd
dat hij, Petrus, Jezus zal volgen.
Ook al moest hij het kruis op zich nemen, elke dag weer opnieuw.
En toch, er komt al een bepaalde afstand.
Voelt Petrus dat er een kant van Jezus komt
die hij niet verwacht heeft,
die hij niet zal begrijpen?
Die hij niet kan volgen?
Bang is hij in ieder geval niet.
Hij begeeft zich onder degenen die Jezus gevangen genomen hebben
en wil de afstand tot Jezus zo klein mogelijk maken.
Zal zijn Heer hem nog nodig hebben?
Als zijn Heer een teken geeft, moet hij er zijn, klaar staan.
Heer, hier ben ik, om Uw wil te doen.
De ijver voor Uw huis heeft mij verteerd.
Zal Petrus hebben gedacht aan de droom die koning Nebukadnezar had?
Over een steen die naar beneden rolde en alle koninkrijken verwoesten zal?
Is dit het moment?
En zal hij daarbij, hij, Petrus, een rol van betekenis spelen?
Zal Jezus die steen zijn? Of hijzelf?
Petrus zorgt ervoor dat hij Jezus in de gaten kan houden,
gaat het middenplein op
en gaat net als de anderen ook bij het vuur staan.
Terwijl hij daar staat wordt hij aangestaard door een dienstmeisje,
een slavinnetje dat op de hoogte blijkt te zijn:
‘Die man hoorde er ook bij!’
Zou dat meisje geschrokken zijn
dat een van de aanhangers van Jezus zich zo onder hen gevoegd heeft,
zo dicht bij Jezus?
Wat moet Petrus daar nu mee?
Moet hij aangeven dat hij Jezus kent?
Of loopt dan heel het plan van zijn Heer in de soep?
Kan hij niet beter zeggen dat hij Jezus niet kent,
om te wachten op het moment van Jezus?
Dit was nog niet het moment, had Jezus gezegd,
dat is het uur van de duisternis.
Hij lijkt vergeten te zijn wat Jezus nog meer gezegd had,
namelijk de waarschuwing dat zijn geloof in Jezus zal breken deze nacht.
‘Ik ken die man niet.’

Zou daar geen kern van waarheid in zitten?
Dat Petrus ook Jezus niet echt kent

en dat hij zijn eigen beeld van Jezus heeft gevolgd
in plaats van steeds te luisteren naar wat Jezus werkelijk zei?
We lazen ook met elkaar uit Jesaja 53.
Wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de hand van de Heere geopenbaard?
Wij als mensen geloven niet zomaar de boodschap van de Heere.
In Jesaja 53 is er iemand die door de Heere is gestuurd
maar die niet wordt geloofd.
Ze draaien het hoofd om.
Deze man kennen wij niet,
want dit is geen held.
Dit is iemand die lijdt, iemand zonder charisma, zonder kracht.
Dat kan niet de door God gezondene zijn.
Dit is een mislukkeling.
Zo staat Petrus ook in de tweestrijd:
Moet hij trouw blijven aan Jezus?
Maar is dat wel de Jezus die hij kent,
Jezus die zich nu zo weerloos als een lam ter slachting laat leiden?
Dit is inderdaad het moment van de macht van de duisternis
Van de satan die Petrus zift
en Petrus gaat mee: ik ken deze man niet.

Petrus is nog niet van de vragen af.
Iemand anders vangt op wat hij ontkent
en geeft aan: je hoort wel bij hem!
Petrus, jij kunt nog wel aangeven dat je niet bij Jezus hoort,
maar de mensen om je heen,
ze hebben door dat jij wel bij Jezus hoort.
Nee hoor, klinkt de stem van Petrus vastberaden.
Als er een satan in het spel is.
dan is hij er op uit om Petrus te ontmaskeren,
zodat hij gevangen genomen kan worden
en Jezus geen enkele steun meer heeft.
Na een uur komt er iemand, die het zeker weet:
Jij hoort bij Hem. Jij was ook in de gezelschap van Jezus.
Ontken dat maar niet. Jij hoort er bij!
‘Ik weet niet waar je het over hebt!’

Op dat moment kraait er een haan.
Petrus schenkt daar geen aandacht aan.
Hij is op Jezus gericht.
Wanneer komt dat teken dat Jezus zal geven,
zodat hij, Petrus, tot actie kan overgaan?
Er komt een teken, een ander teken dan Petrus had verwacht,
een teken dat diep door zijn ziel heen snijdt:
Jezus draait zich om en kijkt hem, Petrus, indringend aan.
Als Jezus zich omdraait, dan is er wat aan de hand.
Dan houdt Hij zich stil op de weg die Hij gaat,
Dan onderbreekt Hij alles waar Hij mee bezig is.
Hij draait Zich om – om Petrus lang en indringend aan te kijken.
Jezus kijkt hem lang en indringend aan.
Terwijl Hij bespot en geslagen wordt,
is Zijn blik op Petrus gericht.
Een sprekende blik.
Wat leest Petrus in de ogen die hem aankijken?
Petrus, wat heb je gedaan?
Besef je wel waar je mee bezig was?
Petrus, weet je de waarschuwing die Ik je gaf?
Opeens hoort Petrus de haan.
Het dringt tot hem door.
Doordat hij nu de haan hoort kraaien,
denkt hij terug aan de woorden van Christus:
Je geloof zal breken.
Nu weet hij wat er gebeurd is.
Hij dacht dat hij trouw was aan Jezus en aan Zijn missie.
Maar de afstand tot Jezus heeft gewonnen.
Hij heeft afscheid van Jezus genomen, zonder dat hij, Petrus, daar erg in had.
Ik stond niet klaar om Jezus te helpen,
maar ik hield me juist afzijdig.
Ik wilde niet zien welke weg Jezus in ging.
Opeens dringt het tot hem door,
de satan heeft zijn slag geslagen.
Zijn hoop en vertrouwen in Jezus, waar is dat allemaal gebleven.
Zijn geloof valt op dat moment in scherven uit elkaar.
Nu is hij alles kwijt:
Zijn hoop en ook zijn Heer.
Want heeft hij niet gezegd dat hij Jezus niet kende
en dat hij niet in verband gebracht wilde worden met Jezus?

Had Jezus niet gezegd:
De Zoon des mensen moet lijden en sterven.
Petrus had dat blijkbaar gezien als een soort code,
als een onthulling van hoe het in Jeruzalem er aan toe zal gaan.
als een verborgen aanwijzing voor een soort opstand.
Dat was het niet.
Het was een onthulling, wel van de weg,
maar een andere weg dan Petrus dacht.
Als een lam werd hij ter slachting geleid.
Niet als een onverzettelijke held, die met zijn vijanden de strijd zou aanbinden,
maar iemand die zich overgeeft,
die Zijn vijanden zegent en geneest.
De messias die bereid is te lijden.
De mensenzoon die bespot wordt.
De Zoon van God die afgewezen wordt, zelfs door Zijn eigen leerlingen.
Petrus’ geloof moest breken
om de echte Jezus te zien,
die kwam – als dat lam, om geslacht te worden
Stemmeloos voor het aangezicht van Zijn scheerders.
Zo moest dat.
Alleen zo kon Gods plan worden uitgevoerd.
Petrus kon niet volgen op deze weg.
Jezus moest die alleen gaan,
een eenzame weg,
maar wel een weg van behoud,
voor Petrus, voor ons.
Satan beproeft het geloof
en breekt het geloof van Petrus
en het lijkt voorbij.
Het geloof van Petrus moest breken,
om Jezus te kunnen zien zoals Hij is:
Hij die als een misdadiger werd gevangen genomen
nam onze straf op zich
en Zijn lijden brengt ons, ook Petrus, verzoening.
Daar vieren we een Goede Vrijdag
omdat de dood van onze Heer
voor ons goed nieuws is, evangelie.
Door te sterven kon Hij ons het leven geven.
Jezus leeft – en ik met Hem.
Amen

Preek biddag 2016 – avonddienst

Preek biddag 2016 – avonddienst
Lukas 12:13-21
Lukas 22: 39-46

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In het gebed dat de Heere Jezus gegeven heeft om te bidden,
geeft Hij ook gebeden die over onszelf gaan.
Geef ons heden ons ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Een gebed om elke dag ons brood te mogen ontvangen
laat zien dat de Heere oog heeft voor ons alledaagse leven.
In ons gebed worden we opgedragen
om ook aandacht bij de Heere te vragen voor dat alledaagse leven van ons.
Biddag voor gewas en arbeid is dan ook een herinnering voor onszelf
dat we mogen bidden om eten te ontvangen en werk te hebben
en dat we onze alledaagse zorgen bij de Heere mogen brengen.
Biddag is voor ons ook een dag waarop we dat doen:
speciaal bidden voor het brood dat de Heere ons elke dag wil geven
Heere, ook wat betreft ons eten zijn we elke dag afhankelijk van U.
Wilt u ons dat vandaag ook weer geven?
En niet alleen aan ons, maar ook aan ieder op deze wereld die niet heeft?
Vandaag bidden we voor ons werk in het bijzonder:
Heere, zegen het werk dat we doen:
het werk waarvoor we betaald krijgen
én het werk dat we doen uit zorg voor de mensen om ons heen.
Geef dat we voldoening hebben in ons werk
en dat we door ons werk voor anderen tot zegen mogen zijn.
Als we bidden om dagelijks eten te ontvangen
en als we bidden om een zegen op ons werk
dan laten we zien dat we ook voor ons eten en voor ons werk van de Heere afhankelijk zijn,
van Zijn zorg voor ons.
Alles wat we hebben, hebben we aan de Heere te danken.

Naast het bidden om ons dagelijks brood
leert Christus ons ook te bidden om vergeving van onze schuld
en om te bidden om bewaring voor verleiding.
Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Door dit gebed leert de Heere Jezus ons
dat we in de verleiding komen om te vergeten bij de Heere aan te kloppen
en dat we er niet aan denken
om bij de keuze voor een vervolgopleiding of een nieuwe baan
of om de zegen over onze huidige baan bij de Heere aan te kloppen.
Bij wie kloppen we dan aan om wijsheid, om zegen?
Of denken we dat wij dat zelf wel aankunnen.
Vandaag bidden wij. Heere, bewaar ons voor de verleiding dat we U vergeten,
Bewaar ons voor de verzoeking om de zegen ergens anders te halen
waarbij we U uit het oog verliezen.
Behoed ons ervoor om ergens anders aan te kloppen
voor ons dagelijks brood en een zegen op ons werk.
voor beslissingen die wij te nemen hebben.

We kunnen in de verleiding komen om pas achteraf, als wij ons plan al klaar hebben
en weten hoe het er aan toe moet gaan,
dat we dan nog even naar de Heere gaan,
want Hij moet natuurlijk onze plannen wel zegenen.
Bewaar ons voor de verleiding om zelf eerst onze plannen klaar te hebben
en ons leven al uitgestippeld te hebben
en dat we dan pas bij de Heere aankomen.

Wanneer we het gebed na gaan laten,
als we ons alledaagse leven niet meer aan de Heere voorleggen
en Hem niet meer betrekken in de keuzes die we maken,
dan kunnen we in de verleiding komen
om te denken dat ons leven van onszelf is
en dat wij zelf hebben te zorgen voor ons eten, voor een goede baan,
voor een zinvol en gezegend leven.

We zien dat in de gelijkenis die de Heere Jezus vertelt
over iemand die door de overvloed die hij heeft
denkt dat zijn leven zijn eigen eigendom is, van hemzelf is, zijn bezit.
Dat we gaan denken dat ons leven van onszelf is,
is een grote verleiding.
Zo voor het oog lijkt het er ook op,
dat ons leven van onszelf is en dat wij daar de baas over zijn.
Maar dat is een van de verleidingen, waar de Heere Jezus ons voor wil waarschuwen
Dat we zo gaan denken
en dat we gaan handelen alsof ons leven alleen maar van onszelf is.
Dan vertelt hij over iemand die inderdaad zo denkt en zo leeft:
Alles wat ik heb, is van mij en heb ik zelf opgebouwd.
En wanneer ik een onverwachte meevaller heb,
dan is dat voor mij een uitdaging om daar een goede investering mee te doen,
zodat ik weer verder kan om mijn bedrijf uit te bouwen.
Hij heeft reeds een groot bedrijf
en is enorm vermogend.
Bijna iedereen in het dorp is van hem afhankelijk wat inkomen betreft.
Als de oogst dan veel groter is dan verwacht,
houdt hij het voor zichzelf.
Het is immers zijn eigen bedrijf, zijn eigendom.
En alles wat zijn grond opbrengt, is van hem.
Hij is er maar druk mee om te bedenken wat hij ermee kan:
Wat moet ik doen?
Hoe kan ik met deze onverwacht grote oogst, deze gigantische meevaller
mijn bedrijf nog meer uitbouwen, nog rendabeler maken?
Hij wil niet inzien
dat deze oogst hem gegeven is om anderen te gedenken, bij te staan,
de mensen in het dorp die weinig hebben en nauwelijks rondkomen.
Maar daar heeft hij geen oog voor, verblind door zijn bezit.

Leid ons niet in verzoeking
betekent dat wij de Heere er voortdurend om vragen
of Hij ons ervoor wil behoeden
dat wat wij hebben als puur en alleen ons eigendom zien,
Waar alleen maar wij recht ophebben.
Het is de verzoeking die ons ervoor de ogen sluit
dat wij onze rijkdom in God hebben te zoeken.
We zijn rijk als we God hebben
en we zijn gezegend als we met God leven
en van Hem onze zegen verwachten.

Het is niet zozeer de bedoeling dat de man alles weggeeft,
wel dat hij er blijk van geeft dat de Heere deze grote oogst hem niet zomaar geeft,

dat hij door een deel van die enorme oogst,
boven op de rijkdom die hij toch al had,
had kunnen gebruiken om anderen, die minder hadden, te dienen.
Niemand leeft voor zichzelf alleen, schrijft Paulus.
Maar de man leeft wel voor zichzelf alleen
en kan alleen maar denken aan zichzelf
en aan een goed leven voor zichzelf, voor hem alleen.
Als ik het maar goed heb.
Hoe die anderen dat redden, dat is hun zorg.
Dat is niet mijn verantwoordelijkheid.
Hadden ze maar net zo hard moeten werken als ik.
Of net zoveel geluk moeten hebben als ik.

De verleiding om alles voor zichzelf te houden
hangt samen met een andere verleiding:
te denken dat je zelf verantwoordelijk bent voor je geluk.
Ik kan mijn geld niet weggeven aan anderen,
want stel dat ik dan tekort kom, een stap terug moet doen,
niet meer kan genieten van mijn rust.
Daar heb ik toch recht op?
De verleiding om het geld voor jezelf te houden
houdt ook verband met de verleiding
te denken dat het leven hier op deze aarde alles is.
Je leeft maar eens – YOLO
en je bent een ongelooflijke loser als je niet genoten hebt tijdens dat leven.
Dan moet je wel alles naar te toe halen
en voor jezelf houden,
krampachtig voor jezelf houden, uit angst om alles kwijt te raken.
Want als je je geld kwijtraak,
raak je ook je leventje kwijt, raak je je positie kwijt
en wat houd je dan nog over?
Dat is niet alleen een verleiding voor vandaag,
hoewel die verleiding vandaag ook sterk aanwezig is.
Een verleiding van alle tijden – laat de Heere Jezus zien met deze gelijkenis,
namelijk de gedachte dat wij zelf moeten streven naar ons geluk
en dan vooral een geluk hier op deze aarde.

Het is de mythe van een perfect leven,
een leven dat voor slechts heel weinigen is weggelegd
Deze man van de gelijkenis kan in die mythe van een perfect leven in het hier en nu geloven
omdat hij die luxe heeft
en daardoor ziet hij niet hoe leeg en hoe plat dat is.

Het is de mythe van een perfect leven,
een leven dat voor slechts heel weinigen is weggelegd
en wie misgrijpt en dat leven niet kan bereiken
zal dan de last moeten dragen van een leven dat niet geslaagd is
een last die ook als een schuld naar jezelf toe kan voelen.
Niet iedereen die meegenomen wordt in de verleiding van een perfect leven is oppervlakkig.
Heel vaak zijn het hele serieuze mensen, die de verantwoordelijkheid voelen
om van hun leven wat te maken,
ook in hun verantwoordelijkheid naar de Heere toe.

Afgelopen week hoorde ik hiervan nog een voorbeeld op de radio.
Een moeder die een verslag deed van het overlijden van haar dochter,
die zelf ervoor koos om niet meer verder te leven.
Deze dochter was weliswaar somber geweest,
maar had het verder goed: fijne contacten, bepaalde dromen die ze wilde verwerkelijken,
behoorlijke ambities,
maar ze legde, zonder dat haar omgeving dat door had,
voor zichzelf de lat wel erg hoog.
Zo hoog, dat ze het niet meer aankon.
Ik denk dat deze druk in onze tijd steeds sterker wordt
omdat we als mensen steeds meer verantwoordelijk worden
om onszelf gelukkig te maken.
Een sterke verleiding in een cultuur waarin veel mensen het goed hebben
en doelen kunnen nastreven en ambities kunnen formuleren.
Als je leeft in een maatschappij waar veel mogelijk is,
dan moet je dat ook allemaal waarmaken,
Want stel je voor dat je een kans mist.


De Heere Jezus plaatst er een andere rijkdom tegenover:
niet de rijkdom van veel geld of van veel bezit,
rijkdom heeft te maken met het kennen van God.
Wie God kent, weet dat hij rijk is
en wie zich eigendom weet niet van zichzelf, maar van God
weet dat God voor geluk zal zorgen.
Die rust die de man zelf dacht te bereiken, zegt de Heere Jezus, geef Ik,
want Ik zorg voor jou.
Laat je niet in de verleiding brengen dat jij daar verantwoordelijk voor bent.

Toch zijn we als christenen ook vatbaar voor verleidingen,
Verleidingen die sterk zijn in onze maatschappij.
We zijn als christenen geen morele giganten, die alle verleidingen zomaar de baas zijn.
We voeren vaak een strijd waarin we ten onder dreigen te gaan.
Leid ons niet in verzoeking
is daarom ook een gebed aan God
of Hij ons niet wil loslaten
en ons de ogen wil openen voor de verleiding
en als we de verleiding niet doorhebben en verstrikt raakt,
dat Hij ons dan verlost van de boze.

In de tuin van Gethsemané waarschuwt Christus nogmaals voor de verleiding,
dubbelop zelfs.
Maar de discipelen, ze horen de beide waarschuwingen niet.
Ze zijn teveel bezig met hun eigen weg en eigen gedachten,
hun eigen verdriet waardoor ze in slaap vallen.
‘Als we slapen, verzinken we in een eigen wereld,
onbewust van Gods handelen.’ (Eugene H. Peterson)
Als we op deze manier slapen en vol zijn van onszelf
staan we, als we wakker worden weer op,
vatbaar voor de verleiding om het zelf weer te moeten doen.

In de tuin van Gethsemané gaat Jezus de strijd aan
met de verleiding die er voor Hem is:
om terug te deinzen voor de weg die de Vader voor Hem uitstippelde.
Vader, neem deze beker weg van mij,
De beker van uw oordeel
over alle verleidingen waarvoor de mensen zijn gevallen
en waardoor ze in slaap zijn gesukkeld, vermoeid door hun eigen onmacht, verstrikt.
Terwijl zijn leerlingen slapen en Hem hadden moeten steunen,
worstelt Jezus
om niet voor de verleiding te bezwijken: niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde.
Hoe zwaar de druk ook is
– de angst overvalt Hem, ondanks de steun die de engel biedt
en zijn bloed komt over als bloed,
dat kan geduid worden als het zichtbaar worden van zijn innerlijke worsteling
maar ook een teken van bereidheid om de slagen te ondergaan
op weg naar het kruis.
God zij dank zag Christus zijn leven niet als een bezit
Dat alleen maar voor Hem zelf was,
maar zag Hij zichzelf als een offer
en was Hij bereid om zichzelf als dat offer te geven
waarmee Hij betaalde voor al die momenten
Waarop wij voor de verleiding bezweken waren.
Hier zegt Jezus tegen Zijn Vader: Ja, Ik ga
om hen vrij te kopen
en tegen ons: Ja, Ik ga om jullie vrij te kopen.

Wat is uw enige houvast in leven en sterven.
Dat ik het eigendom ben – niet van mijzelf en ook niet van de satan,
maar van mijn getrouwe zaligmaker Jezus Christus
die mij vrijkocht van alles waarin ik verstrikt was
mij vrijkocht door zelf zijn leven te geven
en daarom bestand was tegen die verleiding,
omdat Hij niet aan zichzelf dacht, maar aan iedereen die Hij zou kunnen vrijkopen en redden.
Amen

Gepassioneerde prediking: de Gekruisigde voor ogen schilderen

Gepassioneerde prediking: de Gekruisigde voor ogen schilderen

Vanaf het ontstaan is de boodschap van het christendom de gekruisigde Christus geweest. In de laatste eeuwen is er binnen bepaalde stromingen van het christendom verzet geweest tegen de betekenis van Christus die gekruisigd is. Deze kritiek is in de afgelopen decennia veel sterker geworden en is invloedrijk in de kerk en theologie in West-Europa. Tegen de achtergrond van deze vraag stelt Michael Herbst zich de vraag, hoe in deze tijd gepreekt kan worden over de gekruisigde Christus.

Herbst is hoogleraar Praktische Theologie aan de Universiteit van Greifswald, waar hij zich onder meer bezig houdt met de homiletiek. Herbst is tevens directeur van het missionaire Instituut voor Evangelisatie en Gemeenteopbouw.
Hij begint zijn uiteenzetting met de boodschap van Paulus: aan de Galaten schrijft hij dat hij hen u steeds Jezus Christus eerder voor ogen heeft geschilderd alsof Hij onder hen gekruisigd was (Galaten 3:1). Tegen de Korinthiërs zegt hij dat hij geen andere boodschap heeft dan Christus, die is gekruisigd (1 Korinthe 2:2).

grunewald372

Troost
Ook de reformator Maarten Luther heeft deze boodschap in zijn preken en pastoraat centraal gesteld. Zo schrijft hij in een pastorale brief aan Georg Spenlein, dat hij zich steeds de gekruisigde Christus voor ogen moet houden, over de betekenis voor hemzelf moet nadenken en de gekruisigde Christus moet aanbidden als degene die ook voor hem gestorven is.

Ook in zijn liederen klinkt deze boodschap door. Zijn lied Verheug u, christenen, tesaam (Gezang 402, Liedboek 1973) is een ballade, die erover zingt wat de gekruisigde Christus voor de gelovige en de gemeente betekent. In vers 4 schildert Luther de hemelse dialoog tussen Vader en Zoon:

Toen zag God in de eeuwigheid
mijn mateloze ellende
en haastte zich, te rechter tijd
mij, arme, hulp te zenden.
Mijn Vader, want Hij wendde mij
zijn hart vol liefde toe, ja Hij
liet het zich ’t liefste kosten.

In vers 7 en 8 wat Christus tegen de gelovige persoonlijk zegt:

Hij sprak tot mij: Zie, het is nu
de kentering der tijden.
Ik heb mijn leven veil voor u,
Ik zelf zal voor u strijden.
Want Ik ben de uwe, gij zijt mijn,
en waar Ik ben, daar zult gij zijn,
geen vijand zal ons scheiden.

De vijand zal Mij ’t hartebloed,
het leven zelfs ontroven,
’t is u ten goede, en daar moet
gij rotsvast in geloven.
Mijn leven overwint de dood,
mijn onschuld delgt uw schulden groot,
En zo zijt gij behouden.

Luther-Predigt-LC-WB

Christelijke prediking, zo geeft Herbst aan, is in wezen gepassioneerde Christusprediking. Wanneer Christus centraal staat, kan men niet om het kruis heen. De gekruisigde Christus en de betekenis van Zijn sterven aan het kruis voor ogen schilderen is een kerntaak van de christelijke verkondiging. In die verkondiging moet steeds worden bedacht en doorgegeven, dat dit sterven aan het kruis – zoals de liederen van Luther ook aangeven – tot onze troost is.

Omstreden thematiek
Dat wil niet zeggen dat deze kerntaak om de gekruisigde Christus voor ogen te schilderen eenvoudig is. Allereerst omdat de thematiek van de gekruisigde Christus tegenwoordig niet alleen buiten de kerk maar ook binnen de kerk omstreden is. Veel kerkgangers vragen zich af, wat voor God dat is die Zijn eigen Zoon of de mens Jezus opoffert.

Crucifix-strijd
In Duitsland zijn er in het afgelopen decennium enkele voorbeelden geweest die de betekenis  van het kruis laten zien.
Vanaf de jaren-’90 is er in de deelstaat Beieren een discussie over crucifixen in schoolgebouwen. Ouders die geen christelijke achtergrond hebben, hadden via de rechter afgedwongen dat de kruisbeelden werden verwijderd uit de openbare schoolgebouwen. Van christelijke ouders en van kerken kwam er protest, omdat de kruisbeelden aangeven dat Duitsland een christelijke traditie kent. In 2009 gaf de Europese rechter de ouders, die om een verbod vroegen, gelijk. Met als argument dat het kruis niet zo maar een symbool is, maar een duidelijk symbool is dat verwijst naar waar het christendom voor staat. Het kruis is geen nationaal, maar religieus symbool.
Herbst tekent hierbij aan dat de Europese rechter veel duidelijker dan kerken en theologen weet aan te geven wat de betekenis van het kruis voor het christelijk geloof is. Vooral degenen die geen christelijke achtergrond (meer) hebben, ervaren het ergerlijke en aanstootgevende van het kruis. In plaats van kritisch te zijn op de klacht van de ouders en de uitspraken van de Beierse en Europese rechters zouden de kerken juist dankbaar moeten zijn dat het kernachtige symbool van het christelijk geloof zo sterk spreekt en dat het ergerlijke en aanstootgevende voor buitenstaanders zo helder is.

Navid Kermani
Ook in de discussie over de opmerkingen van Navid Kermani zitten de kerken mis. Herbst ziet de kerkelijke reactie bijvoorbeeld kardinaal Lehmann als een theologisch bedrijfsongeval, waarbij men de kans laat liggen om aan te geven welke betekenis de gekruisigde Christus heeft voor christenen.
Wat is het geval? De moslim en oriëntalist Navid Kermani heeft zich over het kruis uitgelaten: Hij ervaart het kruis als negatief. Het kruis is niet een onschuldig symbool, maar roept om zich af te wenden. Hij neemt radicaal afstand van het kruis: het kruis is godslastering en afgodenverering.
Als in 2009 kardinaal Lehmann en Peter Steinacker samen met Kermani zijn voorgedragen voor de Hessische cultuurprijs, geven Lehmann en Steinacker aan dat zij de prijs niet samen in ontvangst kunnen nemen met Kermani vanwege zijn uitspraken over de gekruisigde Christus.
Deze houding van Lehmann en Steinacker heeft voor veel discussie en kritiek gezorgd. Herbst vraagt zich verbaast af, waarom deze vooraanstaande christenen niet hebben gezien dat de woorden van Kermani een goede illustratie zijn van wat Paulus schrijft over het aanstootgevende en het ergerlijke van het kruis. Deze moslim heeft het kruis beter begrepen dan die vooraanstaande christenen.
Hersbt bekritiseert Lehmann en Steinacker ook dat ze door hun verontwaardiging niet verder hebben gelezen. Kermani gaat namelijk verder en schrijft dat over een altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina (Rome):

‘Toen zat ik voor het altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina. Ik vond de aanblik zo indrukwekkend, zo vol zeggen, dat ik het liefst nooit meer was opgestaan. Voor het eerst dacht ik: Ik – niet alleen: men – ik zou in een kruis kunnen geloven.’

sllcrocifissoguidoreni

Kermani blijft volhouden dat hij Jezus niet kan zien als Gods Zoon of als een door God gezondene. Toch is deze ‘belijdenis’ van een moslim bijzonder. Door de gekruisigde Christus voor ogen geschilderd te zien, ervaart deze moslim iets van het geheimenis van God.
De prijs is uiteindelijk wel gezamenlijk uitgereikt, maar de schade is groot: in plaats van een missionaire dialoog grepen de vooraanstaande christenen terug op een machtsmiddel.

Herbst vraagt zich af of de kerken niet teveel bezig zijn om het ergerlijke en aanstootgevende af te zwakken. Hij vraagt zich tevens af, of deze strategie wel zinvol en gepast is. Zou het niet beter zijn om dit aanstootgevende te laten staan en anderen uit te nodigen om te ontdekken welk heil en welke troost er in het kruis verborgen is.

Binnenkerkelijke kritiek
Niet alleen buiten de kerk maar ook binnen de kerk reageert men op het ergerlijke en aanstootgevende van het kruis. Binnen de kerken is er veel verlegenheid met de gekruisigde Christus en kan men niet meer de troost van de gekruisigde Christus ontdekken. In preken op Goede Vrijdag wordt dan niet meer de gekruisigde Christus voor ogen geschilderd, maar wil men een pastorale boodschap brengen (God staat aan de kant van degenen die lijden) of een ethische boodschap (zoals Jezus aan de kant van degenen die lijden stond, zo hebben wij aan de kant van degenen die lijden te staan).
Deze verlegenheid kan ook omgezet worden in een programma. De theoloog en journalist Matthias Morgenroth voert een pleidooi om het christendom van Goede Vrijdag en Pasen te vervangen door een Kerst-christendom, waarbij de kribbe – en niet meer het kruis – het centrale symbool van het christendom wordt.
Veel moeite is er met de gedachte dat er aan het kruis sprake is van plaatsvervanging en verzoening. Waarom heeft God een bloedig offer nodig? Hij kan toch ook vergeven zonder offer? Hoezo kunnen wij vervangen worden?

Volgens Herbst is het goed om deze kritiek serieus te nemen. Bepaalde elementen uit deze kritiek is terecht: zoals het beeld van een wrede, sadistische God die zijn gram haalt via een ander. Tegelijkertijd wordt er in de kritiek teveel overhoop gehaald en worden er karikaturen gemaakt van wat er in de Bijbel en in de Reformatie is gezegd. Wat Herbst vooral verbaast, is dat de kritiek op het kruis en de betekenis daarvan meer afkomstig is uit onze eigen cultuur dan uit een goed lezen van wat er in de Bijbel staat.

Verzoening ondanks het kruis
De verlegenheid en de kritiek heeft ook tot een tegenreactie geleid. Bijvoorbeeld van de praktisch-theoloog Reiner Knieling. Herbst vindt de poging tot rehabilitatie van de gekruisigde Christus van belang, omdat Knieling een belangrijke stem is in het missionaire debat in Duitsland.
Herbst neemt wel een verschuiving waar bij Knieling: kan Knieling in zijn onderzoek naar preken over Pasen, Goede Vrijdag en Kerst nog uitgaan van de plaatsbekleding, in latere boeken laat hij dit punt varen. In zijn homiletiek (2009) spreekt Knieling over een verdamping van de christelijke traditie in een postmoderne tijd. Veel onderdelen van het christelijk geloof moeten opnieuw worden uitgelegd en zeker de theologie van het kruis. Wat wil Knieling?
(1) Navertellen van de geschiedenis van de kruisiging, waarbij Jezus de liefdesverklaring van God aan mensen is. Deze liefde gaat zover, dat Jezus zich laat kruisigen. De verzoening vindt dan echter niet plaats door het kruis, maar ondanks het kruis. Zelfs het kruis kan Gods liefde niet afwijzen. Het kruis is de prijs die God bereid is te betalen voor Zijn liefde. Het kruis is de uiteindelijke consequentie van Gods liefde.
(2) In de kruisiging handelt God. Hier volgt Knieling – in de ogen van Herbst doet Knieling dat terecht – de theologen Otfried Hofius en Hartmut Gese.
Conclusies van Knieling:
– Jezus is groter dan onze duidingen. In een gemeente met verschillende stemmen is het goed om de veelkleurigheid met betrekking tot de duidingen van het kruis serieus te nemen.
– In de liturgie moeten liederen, die spreken over de toorn van God, niet te snel meer gezongen worden, omdat deze liederen veel misverstanden oproepen.
– In de boodschap van het kruis moet de passie van God voor mensen worden verkondigd.

Herbst waardeert de poging van Knieling, maar vindt de gedachte dat de verzoening niet door het kruis, maar ondanks het kruis tekort schieten. Op die manier kan men niet gepassioneerd spreken over de gekruisigde Christus.

Plaatsbekleding – voor ons en niet voor God
In de theologie kan er gesproken worden over de hedendaagse Tübinger School met theologen als Bernd Janowski, Peter Stuhlmacher, Hartmut Gese, Otfried Hofius. Deze ‘school’ houdt vast aan de plaatsbekleding van Christus en wijst op de betekenis van het Oude Testament in het geheel. Niet God moet verzoend worden, maar de wereld die zich tegen God heeft gekeerd moet worden verzoend.
De oudtestamenticus Bernd Janowski heeft zich bijvoorbeeld intensief bezig gehouden met dit thema. Hij geeft aan dat de thematiek van de zondebok (Leviticus 16) en het plaatsvervangende offer (Jesaja 53) van grote betekenis zijn om het kruis op Golgotha te begrijpen. In de verzoening wordt de mens gereinigd van de zonde (Romeinen 3:25). Jezus sterft niet voor God, maar voor ons.

Anselmus
Wie nadenkt over de kruisiging, plaatsbekleding en verzoening komt op een gegeven moment bij Anselmus van Canterbury uit. Nu bestaan er veel karikaturen over zijn theologie, alsof Jezus moest sterven om de geschonden eer van God te herstellen. De karikaturen gaan voorbij aan de wezenlijke vraag, waar het voor Anselmus om draaide: Waarom moest de almachtige God een kwatsbaar mens worden. Deze vraag draait om het moeten, om de noodzakelijkheid van dit gebeuren.
Anselmus geeft aan dat de mens voor de zaligheid was bestemd maar door de val een zondaar geworden is die verzoening nodig heeft. De mens heeft Gods eer geroofd. De zonde heeft ook de orde in de schepping verstoord. Als God ons zou straffen, zouden we niet zalig worden en mist God zelf het doel van Zijn schepping. In het kruis gaat het om het herstel van de geschonden orde. Daarbij moet de ernst van de zonde bedacht worden. God kan niet zomaar over de zonde heen stappen, omdat hij anders onrecht zou vergoelijken. Gods toorn is geen duistere emotie, maar de keerzijde van Zijn liefde. In het kruis laat God Zijn bereidheid zien zelf dat onrecht op zich te willen nemen. Het gaat niet om de zwaarte van het lijden, maar om Wie er aan het kruis lijdt: Christus die in overeenstemming met Gods liefde en Gods wil tot heil vrijwillig zich geeft. God heeft het lijden en sterven van Jezus niet nodig voor zichzelf, maar voor het herstel van de schepping. De doordenking van Anselmus is juist gericht tegen een wrede, willekeurige God die zomaar straft.

Waarom moest Jezus dan lijden? Moest het zo gebeuren? Dit moeten, is volgens Herbst, geen moeten uit dwang. Het is een moeten uit liefde: zie de hemelse dialoog in het lied van Luther.
Wanneer we niet bij God beginnen, maar bij de mens die betekenis moet geven aan het gebeuren van het kruis, lopen we het gevaar weer theologisch terug te vallen in zelfverlossing en gaan we er aan voorbij dat in het sterven van Christus de goddeloze wordt gerechtvaardigd. Nogmaals: het aanstootgevende en ergerlijke moet niet worden afgezwakt, maar uitgelegd welk heil en welke troost er schuil gaat in het kruis van Christus.

Wat betekent dat nu voor de prediking?
(1) Navertellen
Het beste wat men kan doen is het gebeuren, die op christelijke feestdagen centraal staan, navertellen van wat er op deze dag in de hemel en op aarde gebeurt (Walter Lüthi). Rudolf Bohren voegt daar aantoe, dat men niet moet onderschatten hoe moeilijk dit navertellen is.
In een narratieve prediking wordt Christus voor ogen geschilderd en worden de gemeenteleden uitgenodigd en meegenomen op de weg van Christus naar het kruis. Herbst voegt hieraan toe, dat het van belang kan zijn om de theologische betekenis in de navertelling in te voegen. Een narratieve verkondiging staat niet haaks op een dogmatische preek. Beide kunnen elkaar versterken: het verhaal kan vooraf gaan om de inhoud uit te leggen. De inhoud kan helpen de diepgang en de betekenis van het verhaal uit de doeken te doen. Het gaat niet om zomaar een historisch verhaal, maar zoals Friedrich Mildenberger in zijn Kleine Predigtlehre terecht opmerkte, over de geschiedenis van God. Juist hier. En deze geschiedenis is ons leven.

(2) De beelden natekenen
Dit is een variant op de narratieve verkondiging. Bij het natekenen van de beelden gaat de preek na wat de betekenis en de diepgang van de in de Bijbel gebruikte beelden is. De ervaringen die in die beelden aanwezig is, is niet eens zo ver van de hedendaagse ervaring verwijderd. Romans, verhalen en films kunnen helpen om analogieën voor het gebeuren aan het kruis te vinden. Daarbij moet men wel rekening houden met de grenzen van de analogie: de dood van Christus is uniek en kan niet te snel met iets anders worden vergeleken. Het is een gevaar om een ingewikkelde dogmatiek te vervangen door eenvoudige verhalen en ervaringen. Daarmee kan de predikant zijn gemeente wel op een verkeerd spoor zetten. Centraal moet blijven staan dat in het sterven van Christus iets gebeurt, dat alleen God kan doen.

(3) Pleidooi voor een apologetische prediking van het kruis
Omdat het gebeuren van het kruis binnen en buiten de gemeente niet helder is, kan een themapreek helpen om de betekenis uit te leggen en met de gemeente nadenken over het geheimenis van het gebeuren van het kruis. De verkeerde interpretaties kunnen dan worden bestreden en de juiste interpretaties uitgelegd worden. In de preek kan dan uit de doeken gedaan worden wat Paulus, Lukas, Johannes of Markus bedoelde en ook wat de Joodse wortels zijn van het apostolisch geloof.

(4) De gekruisigde Christus voor ogen schilderen
Bij het kruis gaat het niet alleen maar om het gebeuren als zodanig, maar ook om de betekenis voor ons en de troost en heil die in het gebeuren besloten ligt. Wanneer de gekruisigde Christus voor ogen geschilderd wordt, is dat tot onze troost en tot ons heil. Waarbij de gemeente ook leert om in de aanvechtingen zich tot de Gekruisigde te wenden en zich aan Hem vast te klampen en Hem te vertrouwen en te belijden. Deze vorm van prediking hoeft niet alleen op kerkelijke ‘insiders’ gericht te zijn. Zo’n prediking kan ook de ‘buitenstaanders’ uitleg geven en uitnodigen mee te doen.

N.a.v. Michael Herbst, ‘Passionierte Predigt: Den Gekreuzigten vor Augen malen. Systematische und praktische Überlegungen zu einem umstrittenen Thema,’ Theologische Beiträge 41/5, oktober 2010, 314-334.