Hoe de catechismuspreek spannender kan

Hoe de catechismuspreek spannender kan

In de afgelopen tijd is er weer gediscussieerd over de tweede kerkdienst. Wanneer er in een kerkelijke gemeente ’s middags of ’s avonds een tweede kerkdienst wordt gehouden, staat deze dienst vaak in het teken van het doorgeven van de leer. Bijvoorbeeld door te preken aan de hand van de Heidelbergse Catechismus.
Op veel plaatsen valt op, dat deze tweede kerkdienst veel minder bezocht wordt. Daar zijn allerlei redenen voor aan te wijzen. Kerkgangers hebben genoeg aan één keer per zondag. Of kerkgangers vinden dat zo’n tweede kerkdienst in feite niets toevoegt.
Predikanten hebben de neiging om de oorzaak hiervoor bij de kerkgangers aan te wijzen. Vaak wordt erop gewezen, dat de kerkgangers vandaag de dag weinig met de leer hebben. Het zou ook wel eens met de predikant zelf te maken kunnen hebben. Met de manier waarop hij preekt.

Spreken vanuit i.p.v. spreken over
In een catechismuspreek wordt de leer uitgelegd. Waar staan we voor? Wat is er belangrijk in het geloof?
Belangrijke thema’s, die echter het risico met zich meedragen dat de preek abstract en afstandelijk wordt. Martin Nicol maakt een onderscheid tussen een spreken over (RedenÜber) en een spreken vanuit (RedenIn).
Ik vermoed dat veel catechismuspreken een spreken over zijn. Er wordt uitleg gegeven over de leer, over God. Het spreken over plaatst de luisteraar op een afstand. Hij is slechts toeschouwer. Hij maakt het niet mee.
Het spreken vanuit zorgt echter voor spanning en betrokkenheid. De thematiek is niet iets op afstand, maar een gebied waar je in de preek binnengeleid wordt. Een catechismuspreek wordt ook letterlijk veel spannender. De preek is dan geen gebeuren dat je als toeschouwer ondergaat (zoals een bioscoopbezoeker heel passief is), maar je maakt het zelf mee. Je doet er zelf aan mee.
Voor deze actieve betrokkenheid is het helemaal niet nodig dat er in de dienst mogelijkheid tot discussie komt.
Nicol sluit aan op wat Manfred Josuttis noemt: het binnenleiden in de verborgen en verboden zone van het heilige. De predikant wordt een gids die de luisteraar meeneemt op een spannende ontdekkingstocht.

De rol van het dogma
Het mooie van de methode van Nicol is dat de dogmatiek volop meedoet. De dogmatiek kent vele spanningen. De meest basale zijn die (1) tussen God en de wereld, (2) tussen God en de mens, (3) tussen God en de machten, tussen (4) God en de andere godsdiensten.
De dogmatiek en ook de catechismus is zeer behulpzaam voor wat dr. Bert de Leede scherp aan de w/Wind zeilen noemt. Wat de catechismus of het kerkelijke dogma aandraagt, kan haaks staan op onze belevingswereld. Kan onze wereld juist op scherp stellen.
Wanneer dat gebeurt in de preek – zeker als het gebeurt vanuit een spreken vanuit, een binnengeleid worden – zullen veel luisteraars geboeid zitten luisteren.
Dat is mijn ervaring tenminste. Veel kerkgangers gaan hiervoor juist naar de kerk: dat de Schrift, dat ’s avonds de catechismus hen verder helpt op de weg van het geloof. Niet alleen als een instructieboekje, maar als een gebeuren dat hun leven onder spanning plaatst.
Wanneer kerkgangers dat meemaken, zullen ze ook de waarde van het dogma zien. Veel kerkgangers verlangen ook naar meer kennis. Zeker als die kennis hun (geloofs)leven op scherp stelt.
Dit sluit aan bij wat Albrecht Grözinger zegt over preken in de postmoderniteit. Er is een andere hermeneutiek gekomen. Het gaat in de prediking er niet meer om dat onze identiteit wordt bevestigd, maar juist onder spanning komt te staan. Het gaat om een boodschap, die niet uit ons eigen hart voortkomt, maar in de Schrift staat.

Hoe werkt het dan?
Spanning is niet het woord dat veel mensen in verband brengen met de verkondiging en zeker niet met de catechismuspreek.
Bij spanning gaat het niet om sensatie of om een kick (event), maar om een gebeuren dat er echt toe doet (Ereignis). Dat is natuurlijk het werk van de Heilige Geest, maar de predikant kan er ook toe bijdragen.
Voor afgelopen zondag was ik bezig met een preek over Mattheüs 13:44: het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat in de akker… Ik richtte mij in het begin vooral op ‘geloof’, dat alle inzet vergt. Dat is op zichzelf nogal wat. Totdat ik dacht aan het beeld dat De Leede gebruikte (scherp aan de w/Wind zeilen). Toen viel het me op, dat Jezus spreekt over koninkrijk der hemelen en niet over geloof. Dit liet ik doorwerken in de verkondiging. Het koninkrijk der hemelen staat meer haaks op ons leven dan het woord geloof.

Dit kan ook in een leerdienst
Dit scherp aan de w/Wind zeilen kan ook met de catechismus. En ik vermoed dat ook bij de Dordtse Leerregels dit uitstekend kan. In deze benadering gaat het niet om op zoek te gaan naar het bekende, naar wat onze ideeën en traditie bevestigd. Het gaat om de zoektocht naar datgene dat we kwijtgeraakt zijn. Wat niet meer vanzelfsprekend is. Waar een spanning ontstaat tussen ons leven en het dogma, tussen het dogma en de Schrift.
Die spanning moet niet opgelost worden, maar uitgebuit.
Ook de exegese krijgt in het model van Nicol deze taak: op zoek te gaan naar de spanningen. Ook bij de catechismuspreek kan de tijd van ontstaan helpen om de spanningen te vinden.
Net zoals de historisch-kritische methode behulpzaam kan zijn voor de ontdekking van de Sitz im Leben.

Voorbeelden 
Een catechismusvraag of -antwoord dient nauwkeurig en intensief gelezen te worden. Wanneer stuit je voor je gevoel op een contrast met onze werkelijkheid? Neem er desnoods een hedendaagse tekst voor.
Wim H. Dekker deed dit in Wapenveld een keer met de ziekentroost. Hij plaatste die tegenover het dagboek van Marjet van Zuijlen.
Ik denk dat de spanning in antwoord 1 in zit in het woord eigendom. Niemand is vandaag de dag eigendom van iets anders. Iedereen in onze maatschappij is in principe vrij.
Is dat zo? Gisteravond op de AlphaCursus viel het ons als leiding op, dat jongeren geleefd worden. Zij krijgen voortdurend prikkels. Durven hun mobiel niet uit te zetten. Durven niets te missen op hyves en facebook. Zijn ze daar geen eigendom geworden van dan? Op welke manier kan het leven met Christus hierbij behulpzaam zijn? Door dat eigendomsbegrip in te voeren.
Je hebt geen leven met Christus, maar je bent van Christus. In de preek gaat het niet om de uitleg, dat die spanning er in die eigendomsrelatie zit. Om het creëren, oproepen, stellen, spreken vanuit die spanning.
Het gaat erom de gemeente die spanning mee te laten voelen. Niet om een spreken over, maar om een meenemen in die werkelijkheid waar het antwoord over spreekt.

ds. M.J. Schuurman

Literatuur
* Deeg, Alexander / Martin Nicol, Im Wechselschritt zur Kansel. Praxisbuch Dramaturgische Homiletik (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2005)
* Grözinger, Albrecht, ‘Die Predigt der Gnade und die Conditio Postmoderna’, in: Wilfried Engemann (Hg.), Theologie der Predigt. Grundlagen – Modellen – Konzequenzen. Arbeiten zur Praktischen Theologie 21 (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2002) 211-223.
* Josuttis, Manfred, Die Einführung in das Leben. Pastoraltheologie zwischen Phänomenologie und Spiritualität (Gütersloh: Chr. Kaiser / Gütersloher Verlagshaus, 1996).
* Leede, dr. Bert de, ‘Preken is scherp aan de w/Wind zeilen’, http://www.izb.nl/index.php?cId=253&aId=1270  
* Nicol, Martin, Einander ins Bild setzen. Dramaturgische Homiletik (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 20052)

Waar moet de preek over gaan: over het levensverhaal of over openbaring?

Tijdens mijn opleiding heb ik veel aan Praktische theologie gedaan. In Utrecht heb ik ook gekregen voor het geleefd geloof. Dat is het geloof dat de ‘gewone’ mensen hebben. Het geleefd geloof kan heel anders zijn dan het geloof dat de kerk belijdt. Geleefd geloof en beleden geloof kunnen mijlenver uit elkaar liggen.

Die aandacht voor geleefd geloof heb ik meegenomen in mijn werk als predikant. Steeds meer ben ik bezig met de vraag: ‘Hoe bereik ik de mensen waar ze zitten?’ Met andere woorden: hoe bereik ik hen in het geloof, zoals zij dat zelf beleven?
De preek over Johannes 4 zou dan gemakkelijk moeten zijn. De Here Jezus ontmoet de vrouw waar zij op dat moment is. Door Zijn manier van optreden bereikt Hij haar levensverhaal. Het kan niet mooier: Hij helpt haar zowel van haar schuld als van haar schaamte af.
Toch bekruipt mij een gevoel dat, hoe de Here Jezus haar bereikt niet het wezenlijke is. Hij bereikt haar niet door bij haar aan te sluiten. Maar juist door vertrouwde gedachtenpatronen te doorbreken: door als Joodse man aan een Samaritaanse vrouw om water te vragen. Door de verborgen pijn (en misschien wel schuld) van haar leven aan het licht te brengen. En als hoogtepunt openbaart Hij Zichzelf: Ik, die met u spreek, Ik ben het.  Hierin klinken allerlei johanneïsche motieven mee: Jezus als Woord van God (“die met u spreekt”), Jezus als Evenbeeld van de Vader (“Ik ben”).
Het gewone leven wordt een plaats van openbaring. Jezus onthult, openbaart Zichzelf aan deze vrouw. Zo komt Hij in haar leven: door middel van een Zelfopenbaring.
Het wordt spannend als ik dit naar het hier en nu toe breng. Hoe kan ons leven plaats van openbaring van Christus worden? Beter geformuleerd: wat gebeurt er als ons leven een plaats van openbaring wordt. Als Christus Zich in ons leven onthult. Dan komt ons levensverhaal aan het licht. Dan wordt duidelijk wie wij zijn. Niet zoals wij zelf zijn, maar zoals wij in het licht van Gods openbaring zijn.
De keuze zou kunnen zijn óf-óf. Een legitieme keuze: (1) óf aandacht voor het levensverhaal van deze vrouw (en daarmee die van ons). À la Ernst Lange: met de luisteraar over zijn leven praten voor Gods aangezicht. (2) óf aandacht voor het openbarende karakter van Jezus’ optreden. Het vreemde Woord van God, dat van de andere kant tot ons komt. Wat de Here hier biedt is nog gaat dwars tegen onze natuurlijke behoeften in: niet alleen genezing van de pijn, wegneming van de schuld. Hij biedt eeuwig leven. Een eeuwig leven dat niet in de eerste plaats aan onze behoefte naar oneindigheid tegemoet komt, maar zoals God die voor ons heeft bestemd.
Het liefst zou ik beide elementen vast willen houden en in verband willen brengen. Aan de ene kant het verbindende element: in ons leven(sverhaal) vindt die openbaring plaats. Aan de andere kant: het contrast en de spanning, want Gods openbaring is altijd anders dan we verwachten.  Volgens Martin Nicol is een bepaalde spanning een goede basis voor een spannende preek. Bij Nicol is de preek een gebeurtenis, waardoor God aanwezig is als de Opgestane, de werkzame Heer. Die aanwezigheid alleen al maakt een preek spannend.
Het nadeel is dan dat het voor gewone gemeenteleden weer te spannend wordt. Laat ik dan Nicols spanning vasthouden en ook de definitie van Reiner Knieling vasthouden: preek is eenvoudigweg (of op een eenvoudige manier) over God spreken. Waarbij hij aangeeft: zo eenvoudig is dat nog niet om eenvoudig over God te spreken. En ook Knieling heeft oog voor de verhouding van Godsopenbaring en menselijk levensverhaal.
Nu weet ik waar ik heen wil: een verband tussen openbaring en levensverhaal. Een verband dat aan de ene kant spannend is en aan de andere kant de verbinding legt.  Nu de preek zelf nog. Liefst op een spannende, doch eenvoudige manier

ds. M.J. Schuurman, Ilpendam-Watergang (N.-H.)

Literatuur

Martin Nicol, Einander ins Bild setzen. Dramaturgische Homiletik (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2005 – 2e druk).

Martin Nicol / Alexander Deeg, Im Wechselschritt zur Kansel. Praxisbuch Dramaturgische Homiletik (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2005).

Reiner Knieling, Was predigen wir? Eine Homiletik (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 2009).