Preek 17 december 2017

Preek 17 december 2017
Preek jongerendienst. Thema: Wat trek jij aan met Kerst?
N.a.v. Romeinen 13:8-14
24232378_1724355950931116_7173329242606294367_nVanmiddag komt mijn broer met zijn vrouw
om hier bij ons het kerstdiner te gebruiken.
Ik ben de hele week al bezig met nadenken:
Wat doen we met dit kerstdiner? Wat zetten we op tafel?
Want ja, mijn broer heeft stijl.
Misschien komt dat wel door zijn vrouw…
En weet je hoe hij er altijd uitziet?
Het is altijd, ja hoe zal ik het zeggen: verrassend,
een soort sjiek, maar dan ook weer een soort losjes.
Als hij komt, dan kijk ik toch altijd naar zijn kleren
en dan heb ik het idee dat ik zelf er maar gewoontjes bijloop, wat ik ook aantrek.
Daarom ben ik er al een paar dagen mee bezig, wat ik aantrek.

[voorbeelden: colberts/gilet & pyjama]

Hebben jullie dat ook, dat je al heel lang van tevoren
erover nadenkt wat je zult aantrekken?

Ik weet nog goed hoe toen ik klein was
Er een kerstboom uit ons tuintje
in de kamer werd gezet.

Ach nee, bij ons werd er nooit een kerstboom in de tuin gezet,
dat was heidens.
Wat we wel eens deden: na nieuwjaar kerstbomen bij ons in de tuin zetten.
Hadden we toch een kerstboom.
En een kerstdiner hadden we ook niet,
want we moesten veel naar de kerk:
Op Eerste Kerstdag 2x
en op Tweede Kerstdag hadden we ‘s morgens een gewone kerkdienst
en ‘s middags een lange kerstviering van de zondagsschool in de kerk.
Daarom aten we altijd heel eenvoudig met kerst.
Heel af en toe hebben we met Kerst gegourmet,
als ik de foto’s mag geloven
maar ik kan me het niet meer herinneren.

En toch, weet je: de kerstvieringen vond ik altijd bijzonder.
Ook de kerstviering op school:
‘s avonds laat nog naar school (zo voelde het), de zondagse kleren aan.
in het donker op school, kaarsen aan, de kerstliederen,
de sfeer, de vertelling uit de Bijbel, het kerstverhaal.
Heb jij ook een mooie herinnering aan de kerstvieringen?
Ik weet nog goed hoe toen ik klein was
Weet je, voor mij hebben die kerstvieringen mij geholpen, denk ik zo,
om als kind te geloven in dat Kind dat kwam,
Gods eigen Zoon in de kribbe,
Dat Hij kwam voor mij.

Daarom is het voor mij een feest dat veel betekent, ik hoop voor jullie ook.
Maar ja, nu komt mijn broer met kerst
en ik ben nu veel meer bezig met hoe het in de kamer er uit moet zien, hoe de sfeer is,
Wat er op tafel moet staan, wat ik aantrek.
Kun jij ook zo er mee bezig zijn hoe anderen over je denken?
Hoe zij het bij jou vinden om bij jou in huis te zijn?

Ik ben daar haast meer mee bezig dan waarom ze komen
en waarom we feestvieren,
Waarom het gezellig is:
Omdat er een Kind geboren is, niet zomaar een Kind, de Redder.
Hij kwam in een wereld, die helemaal niet zo gezellig was,
in een stal, omdat niemand zijn ouders een plekje in huis wilde geven, nergens welkom.
De Redder – en nergens welkom!
Kun jij dat voorstellen, dat je nergens welkom bent
en dat je maar in een schuur geboren wordt
en neergelegd wordt in een kist waar eerst dierenvoer in zat?
Kun je je voorstellen dat je ouders nadat je geboren bent
snel hun spullen moeten pakken
en op de vlucht moeten naar een ander land,
omdat je anders gedood wordt?
Wat kunnen wij ons dan druk maken over wat we moeten aantrekken!
Is Hij bij jou wel welkom?
In jouw hart, in jouw leven?

Er komt een dag, waarop Jezus terugkomt, het Kind van Bethlehem.
Hij komt dan niet terug als kind, maar als Koning.
Ben jij daarop voorbereid?
Want je kunt je wel, net als ik, op een feestje met elkaar voorbereiden,
maar uiteindelijk gaat het erom, dat we deze Koning kunnen ontmoeten.
Dat betekent niet, dat je elk moment aan Hem moet denken,
maar wel dat als Hij komt, dat je dan niet verrast bent,
maar juist blij bent: Heere Jezus, mijn HEER, U bent gekomen!
Ik heb er naar uitgekeken!

Weet je, zegt Paulus, die dag komt snel dichterbij.
Nu is het nog donker op deze wereld, niet gezellig donker,
maar duister, verkeerd en dreigend.
Mensen die alleen maar denken aan zichzelf
en dat zij het maar goed hebben en een ander laten stikken.
Die van anderen kunnen stelen – ik kan me dat niet voorstellen
wat daar aan is, dat je van een ander steelt.
Die vriendschappen of relaties kapot maken, omdat ze alleen maar met zichzelf bezig zijn en hoe zij gelukkig kunnen worden,
ook al is dat ten koste van anderen.
Ze kunnen zich soms heel mooi voordoen, mooi aankleden,
de duurste kleren kopen
en indruk maken met hoe ze voor de dag komen
en toch is het leeg in hun leven, hebben ze niets en zijn ze niets.

Weet je wanneer je pas iets bent en iets hebt?
Als je gelooft in Jezus, als je Hem toegelaten hebt.
Weet je wat je er gebeurt als je gaat geloven?
Dan wordt het weer licht in je leven, dan wordt het dag,
het licht gaat schijnen in je leven en over je leven.
Net zoals toen de engel bij de herders kwam.
Het is dan niet meer donker, niet meer duister.
Je mag opstaan, een nieuw leven krijgen.

Er kunnen van die dagen zijn, waarop je moeilijk kunt opstaan.
Misschien heb je dat juist wel in deze dagen als het donker is en koud.
Je weet niet wat je aan moet trekken
en daarom ga je eerst maar eens naar beneden om te ontbijten
om als je wakker bent dan te kijken wat je aandoet.
Ook al is het donker, dan is er toch al een nieuwe dag begonnen.

Zo legt Paulus uit hoe het voor ons om uit te kijken naar de Wederkomst.
Het lijkt nog donker om je heen:
Je ziet zoveel mensen die niet geloven in Christus,
er niet mee bezig zijn dat er er een God is,
of er niet voor hen zelf mee bezig zijn.
Misschien jijzelf ook nog niet.
Dan slaap je nog, terwijl het al dag geworden is!
De dag is al begonnen zegt Paulus, want Jezus is al geboren,
Hij is al gestorven en jij mag geloven dat Hij ook voor jou gekomen is.
Maar dan moet je ook opstaan
en je pyjama uitdoen,
want in het echt ga je ook niet met je pyjama aan naar school,
naar de kerk, naar vrienden, naar de winkel.
Je trekt kleren aan, op een gewone dag misschien gewone kleren
en op een speciale dag speciale kleren
waar je al lang over nagedacht hebt.

Als je gelooft, heb je een nieuw leven, ben je aan de dag begonnen,
je slaapt niet meer, maar je bent wakker geworden.
Daar horen nieuwe kleren bij: Bekleed je met de Heere Jezus Christus.
Trek Christus aan, zoals je elke morgen aankleedt.

Hoe doe je dat dan?
Dat is allereerst: geloven. Geloven dat Jezus ook jouw Heer wil zijn.
Dat je zegt: Wilt U ook in mijn hart komen?
Heb je dat al eens gedaan?
Maar ook: dat je als christen leeft.
Dat je in wat je doet bewust bent: Ik hoor nu bij Christus.
Dat is ook wat anderen aan mij zien.
Liefde en bewogenheid, de liefde en bewogenheid van Christus.
Je doet een aantal dingen niet meer, omdat ze niet bij Christus horen.
Alles wat niet bij Christus past, dat doe je uit, zoals je je pyjama uitdoet.
Daarmee kun je Christus niet onder ogen komen
als Hij terugkomt.
Wat moet je dan uitdoen? Wat kan niet meer?
Teveel eten, vreten – want dan denk je alleen aan jezelf
en is je buik je god waarvoor je knielt.
Niet teveel drinken en niet dronken worden.
Niet steeds aan seks denken of porno kijken.
Geen ruzie meer maken
of ook niet ervoor zorgen dat twee anderen ruzie met elkaar krijgen.
Niet jaloers meer zijn.
Daarmee kun je niet voor Christus komen als Hij komt.
Alleen als je Hem aangetrokken hebt,
als je gelooft, als Hij in je hart leeft en ook als je leeft uit Hem.

Dat kan best moeite kosten – dat kost strijdt.
de werken van de duisternis afleggen
en de wapens van het licht aandoen
[Geestelijke wapenrusting: met Kerst uniform aandoen!]
Maar het is de moeite waard! Neem dat maar van mij aan.
En je bent goed voorbereid voor als Jezus terugkomt.

Dus … wat trek je aan met Kerst?
Dat mag van alles zijn. Zelfs je pyjama.
Als je maar de Heere Jezus hebt aangedaan.
Als je opgestaan bent en leeft alsof het al dag is,
alsof het al de dag is dat Christus is teruggekomen.
Dat als Hij komt je niet schrikt,
maar zegt: Welkom HEER. Ik had U al verwacht. Amen

Preek over Romeinen 13:11

Preek van zondag 12 december 2010
Derde zondag van Advent
Romeinen 13:11: Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen.

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

‘U hebt door in welke tijd wij leven. U doorziet onze tijd.’ Als dat tegen  gezegd wordt, vraagt u zich wellicht af: ‘Ik? Wie ben ik nou? Ik ben geen deskundige.’ Toch zegt Paulus dat tegen de gemeente – en daarmee ook tegen ons: U verstaat de tijd. U weet wat er speelt.
Hoe kan Paulus dat tegen ons zeggen? Omdat onze ogen open gemaakt zijn door God, omdat wij door Hem zijn wakker geschud. Er is iets gebeurd in ons leven – gedaan door God zelf. Hij liet ons zien dat wij niet zonder God kunnen leven.
In het boekje van Vreugdenhil, het boekje voor de Bijbelkringen, gaat één hoofdstuk over het doen van belijdenis. Op sommige Bijbelkringen is dat hoofdstuk al aan de orde geweest. Kringleden vertelden hoe zij belijdenis hadden gedaan en wat het voor hun leven betekende. Degenen die al wat langer geleden belijdenis deden, vertelden dat zij dat uit een zekere gewoonte deden. Dat hoorde in die tijd. Tegen de tijd dat je 18 was en de catechisatie had doorlopen, was het tijd om belijdenis te doen. Sommigen hadden niet eens zelf aangegeven dat zij belijdenis wilden doen. Daar was de dominee van toen er gewoon van uitgegaan.
Soms was er een grote groep. Zeker vroeger. Maar als er dan teruggekeken werd op die groep waren de meesten in de loop van de tijd afgehaakt. Slechts een enkeling gaat nu nog naar de kerk. Het bijzondere was dat iedereen die langere tijd geleden belijdenis gedaan had, wel kon vertellen dat er in de loop van de tijd een bewustwording plaatsvond. Dat het geloof geen gewoonte of vanzelfsprekendheid meer was, maar dat het een echt levende relatie met de Here Jezus is geworden.
En waren daar bijzondere gebeurtenissen aan vooraf gegaan?  Bij de een was het de verhuizing naar Ilpendam, waardoor men ontdekte dat het geloof ook een levende relatie met de Here Jezus is. Een persoonlijke band. Een ontdekking! Bij de ander was het omdat ze kennis kregen aan iemand die naar de kerk ging. Langzaam maar zeker raakten ze vertrouwd met de wereld van de kerk en van het geloof, totdat opeens het kwartje viel: mijn leven overgeven aan de Here Jezus.
Was het een behoefte van jullie zelf? Als ik zo die verhalen aanhoorde, niet. Het was iets wat de Here in jullie leven bracht. Bij de een geleidelijk aan – een groeien. Bij de ander een confrontatie, waarop de Here Jezus u stilzette en liet weten: Je kunt niet zonder Mij!

Het geloof in de Here Jezus is geen aanvulling op het leven dat voor onszelf al wat moois had. Nee, we ontdekten – en ik denk dat de meesten dat wel kunnen beamen – we ontdekten iets, dat we niet hadden, maar eigenlijk ook niet misten.
Pas toen de Here Jezus dat zelf liet zien, toen Hij in ons leven kwam, toen ontdekten wij het: Hoe leeg ons leven zou zijn zonder de Here Jezus. Dat is niet bedoeld als veroordeling van andersdenkenden. Meer een uiting van dankbaarheid: dank u Heer, dat u in mijn leven kwam. U hebt mij gered, mij de ogen geopend voor hoe deze wereld is zonder God.
Wij kennen deze wereld, omdat wij er uit gered zijn. Omdat wij uit die oude wereld, die godloze wereld, gered zijn. Aan de dood ontkomen. Wij kennen de tijd, omdat God ons krachtig wakker heeft geschud. Ons met kracht heeft op doen staan: “Wakker worden, je vergaat. Pak mijn hand, ik red je.” Toen gingen onze ogen open voor waar we vandaag komen.
U kent de tijd, omdat het u gezegd is dat het een wereld zonder God is, maar ook omdat God ons geopenbaard heeft dat Hij ons en onze wereld wil redden. Wij kennen onze tijd, omdat wij Gods plan, Gods reddingsplan leerden kennen, Zijn barmhartigheid met ons en onze wereld.
Want was gebeurde er in ons leven? Die beslissende wending in de geschiedenis, de komst van Christus naar deze aarde gebeurde ook in ons leven.
Als u vroeger uit gewoonte belijdenis deed, omdat iedereen dat deed, omdat het hoorde,  hoe kwam het dat u echt bent gaan geloven? Bent u dat zelf gaan doen? Is dat omdat u gewoon wat ouder en wijzer geworden bent? Ik hoor het mijn generatiegenoten de laatste tijd geregeld zeggen: “Vroeger toen ik jonger was, had ik er geen oog voor, maar nu, nu ik moeder ben…” (vul maar in) Is dat het?
Nee toch! Het geloof werd in ons gewekt. U kent de tijd: het is de tijd waarin God werkt. Ook in uw leven. De tijd is niet zomaar een golf die alles mee spoelt, maar ook de tijd staat onder Gods regime. Ook over de tijd heeft Hij macht. De tijd ontglipt de Here niet. Heer – ook over de tijd. U kent de tijd – het is ons verkondigd. Wat wij weten van de tijd hebben wij niet zelf bedacht, het is ons geopenbaard, tegen ons gezegd van Godswege! Dat er in de geschiedenis is beslissends is gebeurd: dat Christus naar de aarde kwam. Dat Hij Gods barmhartigheid, zijn hart voor ons liet spreken. Hij geeft niet prijs wat Zijn hand begon – ook de wereld niet, die van hem was afgedwaald. Ook als wij vanuit onszelf misschien liever een lege, zinloze vrijheid kozen en niet beseften dat we daarmee eigenlijk ook voor onze dood kozen.
Dat het geloof in ons gegroeid is, wakker geroepen is, komt omdat de Here rusteloos met ons bezig is en bezig is geweest. Hij wil niet wat wij in ons leven doodlopen, de ondergang tegemoet. Dat wij zijn gaan geloven, de band met de onze Schepper ook echt wat ging betekenen, omdat u geroepen werd.
De Here trok u naar  Zich toe. Zo bad de dominee bij ons in de kerk vroeger: “Wilt u ons trekken met uw koorden van liefde.” Koorden van liefde: een koord waarmee wij als drenkeling uit de wereld werden gered en op het droge bij God werden geplaatst. In de nabijheid van Zijn heerlijkheid, zodat zijn heerlijkheid over ons leven kwam en heel ons leven doordrong.
Er wordt wel eens gezegd, dat de Here Jezus in ons hart moet komen wonen. Maar daarmee wordt niet bedoeld dat de Here Jezus hier in ons binnenste zit, maar dat heel ons bestaan, dat hoe wij zijn als persoon, mijn ik, mijn wezen, helemaal doortrokken wordt van Hem. Tot geloof komen – betekent voor Paulus: als een drenkeling als een verlorene eruit gehesen, gered, in een andere wereld, onder Gods hoede, in Gods dienst. Een beslissende wending in ons leven net zo beslissend als er toen gebeurde op Golgotha. Toen verloor de boze zijn zeggenschap over deze aarde. Tot geloof komen – een beslissende wending.
Als wij zeggen dat wij bewuster zijn gaan geloven, komt dat niet omdat wij wat ouder en wijzer geworden zijn, komt dat niet omdat wij in onszelf een leegte ontdekten, maar gebeurde dat omdat God ons eruit griste, uit die wereld. Ons in onze nekvel greep.
We weten: de redding komt naderbij – de terugkomst van de Here Jezus op de wolken van de hemel. Ook van die wederkomst geldt: de tijd is geen golf die alles voortstuwt. In die tijd is God aan het werk, druk bezig om de wederkomst van Christus voor te bereiden. De wereld gereed te maken voor de ontvangst van Christus. De tijd van het heil komt dichterbij. Niet omdat de tijd verstrijkt. Maar omdat het evangelie verkondigd wordt. Elke zondag. Daarom is het van belang om elke zondag naar de kerk te komen. Voor Christus, omdat Hij ons aanspreekt in de verkondiging.  
Door de woorden van de preek klinkt de stem van de goede herder. Christus zelf. De preek is geen leuke overdenking, geen aardig filosoferen, wat praktische handvatten, nee de preek is een geding om uw leven, een gevecht, een worstelen, een trekken en roepen van de goede Herder zelf, Christus. Dat u luistert, dat u gehoorzaamt – niet naar mij, op mij en mijn voordracht, mijn woorden mag u kritiek hebben – als u maar luistert naar de goede herder.
Als u zijn woorden maar gehoorzaamt en opmerkt. Paulus spreekt over de vordering van het heil. Daarmee bedoelt Paulus, dat ons leven steeds meer en meer onder invloed van Christus komt te staan. Dat we steeds meer gaan gehoorzamen. Gehoorzaam gemaakt worden aan Christus.

Tijdens de Bijbelkringen werd ook gezegd: sommigen vielen na het belijdenisdoen in een zwart gat. Als groep leefde je toe naar de dienst van belijdenis, was je er intensief mee bezig. Daarna zwakte het af. Ook al is dat begrijpelijk, het heeft ook iets riskants. Misschien is dat wel die slaap waar Paulus over spreekt. Het is tijd om uit de slaap te ontwaken. Een herinnering aan de doop – overgang naar de wereld van God, toebehoren aan Christus,
Paulus roept de herinnering aan de doop op, omdat de gemeente in versukkeling is gevallen, in slaap. Daarmee zouden wij de redding teniet doen.Wat bedoelt Paulus? Hoe blijkt in ons leven dat wij in slaap vallen?Paulus is in dit gedeelte niet concreet – het verband overigens wel. Hier geeft hij aan, dat christenzijn een strijd is. Een worsteling tegen de slaap. Gemakzucht? Toch het verlangen naar het oude leven? Dat het toch teveel kost om discipel te zijn (en daarom slechts gemeentelid zijn)? We moeten al leven alsof we in de hemel zijn Alsof we al door die poort gegaan zijn. Wanneer we in slaap vallen verwachten we te weinig goeds van onze redder. Strijden we te weinig tegen dat oude leven en is dat oude levenleven ons steeds te sterk. Maar daarmee glijden we langzaamaan weer terug in het oude leven en doen we de redding in Christus teniet.

De tijd is naderbij. Dat zegt Paulus – Paulus niet zomaar iemand – dienstknecht – gezag van Godswege.
Okke Jager schreef een gedicht hoe de Zoon in de hemel staat te wachten tot Hij terug mag komen. Hij kan echter niet gaan, omdat de gelovigen er nog niet aan toe zijn. Eerst moet dit nog gebeuren en dat…  Paulus is nog scherper: Christus kan nog niet terugkeren omdat de gemeente verlangt naar de oude wereld. Voor Paulus is dat onbegrijpelijk. Terwijl overal signalen komen dat Gods heil nader komt, zelfs in je eigen leven, dat je dan toch weer terug valt in het oude leven. Nog is het tijd  – genadetijd – verkondiging: wakker roepen. Om onze Koning te kunnen ontvangen.
Amends. M.J. Schuurman