Het nieuwe atheïsme

Het nieuwe atheïsme

Tegelijkertijd met de terugkeer van religie kan er worden gesproken van een opkomst van een nieuw soort atheïsme. Dit nieuwe atheïsme is een strijdbare vorm, die elke vorm van religie of geloof bestrijdt. De theoloog Ulrich H.J. Körtner gaat in discussie met het nieuwe atheïsme en concludeert dat de nieuwe atheïsten te weinig kennis van zaken hebben en de verschillende kanten van godsdienstigheid en de verschillen tussen de godsdiensten niet serieus nemen. Hij gaat allereerst in op de verhouding tussen het Christendom en de kritiek op godsdienst. Die verhouding is complexer dan bestrijders van religie voor waar willen hebben.

Het spreekt niet vanzelf om in God te geloven, aldus Körtner. Vooral het christelijk geloof is existentieel en intellectueel ongehoord! Dit geloof is niet irrationeel of absurd, maar wel paradox: geloven in een God die Zijn macht laat zien in de onmacht van een gekruisigde; geloven dat in de dood van deze gekruisigde het ware leven te vinden is en dat het leven zonder relatie met deze gekruisigde zo goed als dood is. Dit geloof is niet alleen een intellectueel gebeuren, maar ook een levenspraktijk. Zowel het gedachtengoed dat bij het christelijk geloof hoort als de levenspraktijk worden voortdurend onder kritiek gesteld.

Kritiek op religie
Godsdienstkritiek is een begrip met meerdere betekenissen en uitgangspunten:
(1) Religiekritiek kan vanuit het perspectief van de buitenstaander gebeuren. Bijvoorbeeld vanuit een filosofisch, godsdienstwetenschappelijk, antropologisch of cultuurwetenschappelijk perspectief. In deze kritiek gaat het erom hoe anderen over een godsdienst oordelen. Dat is wat anders dan hoe aanhangers van deze godsdienst zelf over hun godsdienst oordelen.
(2) Religiekritiek kan vanuit een binnenperspectief gebeuren. Het kan hier gaan om (a) kritiek op de eigen godsdienst of (b) vanuit de eigen religie kritiek op een andere godsdienst.
(3) Religiekritiek kan ook gebeuren vanuit een duidelijk anti-religieus standpunt. Dan gaat het erom om religie te bestrijden of het schadelijke van een religie aan te tonen voor individuen of voor de maatschappij.

Christelijk geloof en religiekritiek
Nu is het zo dat het christelijk geloof niet per definitie afwijzend staat tegenover kritiek op religie. De verhouding tussen christelijk geloof en religiekritiek is een complexe relatie:

* In de ontstaansperiode in de Grieks-Romeinse tijd werd het christelijk geloof door tegenstanders gezien als een vorm van atheïsme. Het verwijt aan het christelijk geloof om atheïstisch te zijn duikt in de 19e eeuw weer op in de strijd rondom Johann Gottlieb Fichte.

* Het christelijk geloof heeft zelf een kant die heel godsdienstkritisch kan werken. Denk aan het beeldverbod in het Oude Testament. Ook het kruis van Christus correspondeert met dit oudtestamentisch beeldverbod. Volgens Calvijn is het hart van de mens van nature een fabriek waarin (af)godsbeelden worden gefabriceerd.
Het beeldverbod leidde in de geschiedenis van de christelijke theologie tot een negatieve theologie. Deze negatieve theologie geeft aan dat God niet uitputtend te omschrijven is. In de christelijke traditie is de negatieve theologie niet dominant. Het hoofdaccent is dat God wel te beschrijven is – op basis van de openbaringen waar de Schrift over spreekt. De negatieve theologie herinnert er wel aan, dat God uiteindelijk niet door mensen te vatten is en het menselijk kennen overstijgt.

* In de christelijke traditie kan er naast een negatieve theologie ook worden gesproken over de verborgenheid van God. Dat het geloof in God aangevochten is en dat zijn bestaan betwijfeld wordt is dan geen uitdrukking van ongeloof, maar een ervaring van het geloof. Het christelijk geloof waarin een gekruisigde God centraal staat is een vorm van ‘zwak denken’ (Gianni Vattimo).

Het nieuwe atheïsme als reactie-beweging
In 2006 dook de typering ‘nieuw atheïsme’ voor het eerst op in een artikel van Gary Wolf, waarin Richard Dawkins, Sam Harris en Daniel Dennett werden getypeerd als de opperhoofden van een nieuwe ‘kerk van de nietgelovigen’ (church of non-believers). Tegenwoordig wordt ook Christopher Hitchens tot deze ‘opperhoofden’ gerekend.
Het nieuwe atheïsme reageert op verschillende ontwikkelingen in de afgelopen decennia:
1) Op de toenemende invloed van conservatieve religieuze groeperingen op de politiek
2) Op de poging van creationistische groeperingen om het creationisme erkend te krijgen als wetenschappelijk alternatief voor de evolutietheorie
3) Op het wegvallen van het door de staat gepropageerde atheïsme in de voormalige communistische landen.

Toenemende invloed van conservatieve godsdienstige groeperingen
In de afgelopen decennia is – in tegenstelling tot wat men verwacht had – in delen van de wereld de invloed van religie toegenomen. Ook de invloed op de politiek is toegenomen, zodat men zou kunnen spreken van een hertheologisering van de politiek. Denk aan de opkomst van de politieke islam, aan de invloed van ultra-orthodoxe Joden in Israël of aan de invloed van de evangelicalen in de VS. Deze toenemende invloed, vooral van meer conservatieve religieuzen is onverwacht. De Franse socioloog en politicoloog spreekt daarom van de ‘wraak van God’.
De terugkeer van religie is een ambivalent fenomeen. Aan de ene kant staat deze terugkeer voor een nieuwe zoektocht naar zin, waarin een onbehagen doorklinkt over het verlies van transcendentie en over de toenemende invloed van economisch denken en handelen op alle sectoren van de maatschappij. Daarnaast is die terugkeer van religie vooral een opkomst van individuele godsdienstigheid, een op het individu toegesneden mengelmoesje van elementen uit verschillende religieuze tradities die verbonden is met een kritische houding ten opzichte van bestaande instituties.
Het nieuwe atheïsme is een reactie op deze onverwachte invloed van conservatieve religieuze groeperingen op de politiek. De opkomst van het nieuwe atheïsme werd versterkt door de aanslagen van 11 september 2001.

Wetenschappelijke claim
De wereldbeschouwelijke basis van het nieuwe atheïsme is een materialistische visie op de wereld (naturalisme). Een kenmerk van het nieuwe atheïsme is de claim dat deze wereldbeschouwing wetenschappelijk onderbouwd is (onder andere door de evolutietheorie). Met deze wetenschappelijke claim reageert het nieuwe atheïsme op het creationisme en intelligent design. Bij het poneren van de wetenschappelijke claim van deze wereldbeschouwing gaat het niet om het oplossen van (natuur)wetenschappelijke vragen, maar om een wereldbeschouwing die ook tot fundering van ethisch handelen moet kunnen leiden.

Het nieuwe atheïsme als kerkgenootschap
Binnen de voormalige communistische landen was het de overheid die de religiositeit van de individuen ontmoedigde of zelfs bestreed. Het nieuwe atheïsme wil deze rol overnemen. Een van de redenen waarom gesproken kan worden van een nieuw atheïsme is het activistische van deze beweging: het doelbewust bestrijden van elke vorm van religie. Daarbij neemt dit nieuwe atheïsme paradoxaal genoeg allerlei religieuze elementen over. Nieuwe atheïsten kunnen zich bijvoorbeeld uiten in apocalyptische taal. Om hun doel, het actief bestrijden van elke vorm van religiositeit en elke invloed van religieuze groeperingen en instituten op de maatschappij, organiseren nieuwe atheïsten zich als een godsdienstige groepering.
Het nieuwe van het nieuwe atheïsme is dat men elk respect voor religiositeit of geloof in God afwijst. Men gaat zelfs zover dat men basale vrijheden ter discussie stelt, zoals het recht op vrijheid van geweten en godsdienstvrijheid. Daarbij zijn nieuwe atheïsten geregeld van mening dat de overheid deze vrijheden moet beperken, omdat godsdienst in hun ogen schadelijk is. Godsdienstigheid wordt geregeld gezien als een vorm van pathalogie

Open deur
Een kenmerk van het nieuwe atheïsme is dat men geen kennis heeft van atheïstische denkers en discussies over het atheïsme uit het verleden. Men heeft ook geen kennis van ontwikkelingen binnen bijvoorbeeld het christendom. Het nieuwe atheïsme neemt de verschillende godsdiensten en verschillende vormen van godsdienstigheid te weinig serieus.
De darwinistische verklaring van Dawkins voor het ontstaan van religiositeit door middel van mutatie en selectie is meer een ideologie dan een wetenschappelijk serieus te nemen denken over het ontstaan van godsdienst en godsdienstigheid.
Wanneer Richard Dawkins beweert dat men een goed mens kan zijn zonder aanhanger van een religie te zijn heeft hij moderne protestantse theologen aan zijn zijde. Reeds Schleiermacher in de 19e eeuw verwierp het idee dat godsdienst in de kern tot moraal te beperken is. De uiteindelijke onderbouwing van moraal is niet de godsdienst. Ook is het volgens Schleiermacher niet zo dat moraal per definitie om godsdienst vraagt. Voor hedendaagse protestantse theologen trapt Dawkins open deuren in. Vooral bij theologen die in de leer geweest zijn bij Dietrich Bonhoeffer, een theoloog die ook door Dawkins wordt gewaardeerd.

Hypothese
Volgens Dawkins is de bewering dat God bestaat een empirisch bedoelde hypothese, die met de gebruikelijke wetenschappelijke methoden te verifiëren of te falsifiëren is. Het bestaan van God is voor hem geen kwestie van existentiële zekerheid, maar van wetenschappelijke waarschijnlijkheid. Daarvoor beroept hij zich op de argumentatie van de Engelse filosoof John L. Mackie en zijn principe van spaarzaamheid. Dit principe berust op de premisse dat de empirisch toegankelijke wereld de enige wereld die er is. Maar deze premisse claimt meer dan het kan waarmaken, want de premisse is geen empirische uitspraak, maar een metafysische uitspraak.
De argumenten voor een naturalistisch wereldbeeld hebben een zwak punt: men moet opereren met een natuurbegrip dat niet uit de natuur als zodanig herleidbaar is.

Vooruitgang?
Dawkins hanteert een te eenvoudige tegenstelling van een absolute moraal gevoed door godsdienstige principes en een relatieve moraal die uit de evolutietheorie opkomt. Deze tegenstelling doet geen recht aan de complexe verhouding tussen religie en moraal. Bovendien ziet Dawkins over het hoofd dat evolutie geen ethiek kan funderen. Dawkins heeft ook niet door dat zijn ethiek in wezen een vorm is van onbereflecteerd utilitarisme, waarbij hij aanneemt dat de evolutionaire geschiedenis ook een geschiedenis van morele vooruitgang is.

Geweld
Een van de redenen waarom men religie wil bestrijden, is dat men van mening is dat religie leidt tot geweld omdat aanhangers van een godsdienst hun standpunt voor absoluut zouden verklaren. De stelling dat godsdienst in wezen fundamentalistisch, gewelddadig en verwoestend is, is niet houdbaar. Godsdienst kan wel tot geweld leiden, maar er zijn ook andere voorbeelden die deze stelling onderuithalen.
Ook de stelling dat geweld en agressie door godsdienst(igheid) ontstaan is niet houdbaar. Geweld en agressie zijn een antropologisch gegeven. Daarbij zijn er in godsdiensten ook principes aanwezig om geweld en agressie in te dammen of te bestrijden (pacifisme, prolife, verzet tegen de doodstraf).

N.a.v. Ulrich H.J. Körtner, Gottesglaube und Religionskritik (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2014) 7-37.