Het unieke karakter van de Afro-Amerikaanse prediking

Het unieke karakter van de Afro-Amerikaanse prediking

De prediking binnen de Afro-Amerikaanse kerken hebben een uniek karakter. Dat stelt Frank A. Thomas in zijn Introduction to the Practice of African American Preaching. Tegelijkertijd komt deze cultuur steeds verder van de realiteit van alledag af te staan.

Thomas is zelf Afro-Amerikaan en Nettie Sweeney and Hugh Th. Miller hoogleraar Homiletiek aan de Christian Theological Seminary te Indianapolis (Indiana) en rector van de aan dezelfde universiteit verbonden Academy of Preaching and Celebration. Hij is een warm pleitbezorger van de Afro-Amerikaanse prediking. Hij doet dat door onder andere preken uit de afgelopen eeuwen te publiceren en nu ook met deze introductie.

51yynlrbv6l-_sx331_bo1204203200_

Mondeling
Het unieke van deze preektraditie is onder andere het mondelinge karakter. Dat maakt het onderzoek al ingewikkeld: de meeste preken zijn niet op papier gezet en de preken die wel zijn gepubliceerd zijn vaak gelegenheidsgeschriften bij een jubileum van een kerk. Lange tijd is de de Afro-Amerikaanse preektraditie onzichtbaar geweest voor de bredere Amerikaanse samenleving en ook voor de homiletiek. In de vroegste fase werd de Afro-Amerikaanse preektraditie alleen bestudeerd door onderzoekers die zich met de Afro-Amerikaanse gemeenschap bezighielden, zoals cultureel antropologen en etnologen. De retorische kracht van preken werd pas zichtbaar in de tijd van de burgerrechtenbeweging uit de vijftiger en zestiger jaren van de twintigste eeuw. Onder andere door de preken en toespraken van Martin Luther King en andere betrokken Afro-Amerikaanse predikanten.

Gestudeerd
De Afro-Amerikaanse preektraditie dateert al uit de 18e eeuw, toen de Afrikanen naar Amerika werden gebracht om daar als slaven op de plantages de dienen. In de eerste tijd hielden zij vast aan hun godsdienstige tradities, die zij uit Afrika meebrachten. Ze deden dat vaak in het verborgen en ‘s nachts. In de 19e eeuw worden veel Afro-Amerikanen christen, door onder andere opwekkingsbewegingen binnen deze gemeenschap. In het noorden, waar de slavernij was afgeschaft, konden Afro-Amerikanen een opleiding volgen en studeren.en waren er ook gemeenten, vooral van Methodische snit, waarin blank en zwart gelijkwaardig lid waren. Hier kwam de intellectuele manier van preken op: Afro-Amerikaanse predikanten die aan een universiteit of een seminarie hadden gestudeerd. Hun preken hadden dezelfde geleerde, rationalistische inslag als de preken van predikanten van wie de oorsprong in Europa lag. Met deze preekstijl wilden de Afro-Amerikaanse predikers laten zien dat zij intellectueel niet onder deden.

58348
(Gardner C. Taylor (1918-2015), “the dean of the nation’s black preachers”,
van wie een preek wordt besproken als voorbeeld van Afro-Amerikaanse prediking. Bron foto: een in memoriam in Christianity Today)

Whooping
In het zuiden, waar de slavernij pas na de Amerikaanse Burgeroorlog werd afgeschaft, bleef de segregatie een veel grotere rol spelen: als Afro-Amerikanen christen werden, kregen ze hun eigen kerken. De voorgangers waren vaak lekepredikers, die het preken hadden geleerd door dat bij andere voorgangers af te kijken en die na te doen. Deze volkse preekstijl was eenvoudiger en emotioneel geladen. Deze predikanten maakten gebruik van whooping: een emotioneel appèl op de gemeente door zangerig te preken of zelfs te zingen en daarbij de gemeente om een antwoord te vragen. Ondanks hun gebrek aan opleiding waren deze predikers heuse dichters, die gebruik maakten van de kracht van de taal.

Retorica
Wat de Afro-Amerikaanse preken bijzonder maakt ten opzichte van de dominante preekstijl van predikanten van wie de oorsprong in Europa lag, was dat voor Afro-Amerikanen retorica niet verdacht was. De preek is geen theoretische uiteenzetting. De boodschap moet immers worden overdragen en dat kan niet zonder een emotioneel appèl op de gemeente.

Profaan
Bijzonder is de Afro-Amerikaanse preektraditie ook doordat er geen groot verschil is tussen de preek in een kerkdienst en verkondiging in het alledaagse leven. Vrouwen die in de kerkdienst niet mochten preken, konden dat wel doen binnen hun gezin of bij bijeenkomsten van de gemeenschap buiten de kerkdienst om. Wie de Afro-Amerikaanse preektraditie wil bestuderen, dient daarom ook breder te kijken dan preek tijdens de kerkdienst. Ook kent deze gemeenschap geen sterk onderscheid tussen heilig en profaan.

Jay-Z
Om dit te illustreren geeft Thomas een homiletische reflectie op de rapper Jay-Z. De song ‘Meet the Parents’ start met een begrafenis van een 15jarige jongen. Deze jongen is doodgeschoten, naar later blijkt door zijn eigen vader die zijn zoon na de geboorte verliet.

Predikanten kunnen veel van Jay-Z leren, aldus Thomas. Jay-Z wil met zijn songs maximaal effect sorteren. Predikanten mogen bij hun preken dat meer bedenken. Daarnaast wil Jay-Z authentiek zijn en contact houden met waar hij vandaan komt. Van rappers die door succes zich anders gaan kleden en gedragen, moet hij niets hebben. Jay-Z deinst er niet voor terug om moeilijke thema’s zoals geweld binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap en de verbroken gezinnen aan de orde te stellen. De details van de songs laten merken dat hij weet waarover hij het heeft. Predikanten doen er goed aan om niet alleen geestelijke thema’s aan de orde te stellen, maar ook wat er leeft in de maatschappij. Daarbij is het wel een vereiste dat zij weten waar ze het over hebben en zich daarover desnoods laten informeren.

Distantie
Thomas is onder de indruk van de geschiedenis van de prediking binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Hij maakt zich wel zorgen over de toekomst. Hij signaleert dat veel Afro-Amerikaanse kerken hun tieners niet kunnen vasthouden, omdat zij bepaalde thema’s uit de weg gaan. Bovendien zijn veel Afro-Amerikaanse kerken conservatief in hun opvattingen en thematiseren ze niet de tweederangspositie van de Afro-Amerikanen binnen de samenleving, het geweld tegen Afro-Amerikanen en het geweld binnen deze gemeenschap.

#BlackLivesMatter
Doordat de huidige beweging, die opkomt voor de rechten en de plek van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, zoals #BlackLivesMatter, ook opkomt voor de rechten van de LBTQ-gemeenschap, distantiëren veel kerken zich van deze beweging. Bij de burgerrechtenbeweging uit de jaren’50 en -’60 waren de kerken meer betrokken. Ook toen ging het om een minderheid van de kerken en de predikanten. De angst van Thomas is dat de Afro-Amerikaanse kerken door hun afwijzende houding en het uit de weg gaan van deze maatschappelijke thema’s de band met hun jongeren kwijtraakt en de kerken irrelevant worden voor de opgroeiende Afro-Amerikanen.

Zie ook de websitie en het YouTubekanaal van Frank A. Thomas. Deze recensie verscheen ook op 28 februari in het Friesch Dagblad.

N.a.v. Frank A. Thomas, Introduction to the Practice of African American Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2016)

Advertenties

Formuleren van het onderwerp van de preek

Formuleren van het onderwerp van de preek

Het is zinvol om in één zin het onderwerp van de preek te formuleren. In deze zin wordt verwoord welk idee de preek wil doorgeven of onderzoeken. Het formuleren van het onderwerp is een van de belangrijkste stappen in het preekvoorbereidingsproces.

Standaardregel in de retorica is dat het onderwerp in een eenvoudige zin wordt geformuleerd. Niet in een zin met bijzinnen.  Het onderwerp van de preek wordt geformuleerd met een constatering en een claim. De zin wordt in de tegenwoordige tijd geformuleerd.

Er zijn twee soorten preken: preken gebaseerd op een Bijbeltekst en preken gebaseerd op een thema. In themapreken is het onderwerp van de preek een paraplu of brengt eenheid in de preek aan. In preken gebaseerd op een Bijbeltekst wordt de formulering van het onderwerp ontleend aan de exegese van de tekst.

Stromingen
Vandaag de dag zijn er 3 stromingen binnen de homiletiek die een pleidooi voeren voor de formulering van het onderwerp. Er is ook één stroming die het formuleren van het onderwerp in één zin geen goede stap in het preekvoorbereidingsproces vindt.

1. De Bijbeltekst is bevat één boodschap
Er is een stroming binnen de homiletiek die aansluit bij de traditionele gedachte dat een Bijbelgedeelte slechts één boodschap bevatte. De exegese werd gestuurd door twee vragen:
(1) Wat is de historische setting van deze tekst?
(2) Wat is de objectieve betekenis van deze tekst?
Wat de tekst wilde zeggen was dan gelijk ook het onderwerp van de preek.

Halverwege de 20e eeuw kwam de gedachte op dat een Bijbelgedeelte meerdere boodschappen bevat. Het ontlenen van betekenis of boodschap aan de Bijbeltekst heeft ook te maken met de vooronderstellingen van de Bijbellezer.

Verandering
In 1958 publiceerde H. Grady Davis zijn Design for Preaching. Dit is in de Amerikaanse homiletiek een belangrijke publicatie: het begin van veranderingen en een voorloper van de New Homiletic.  Volgens Davis zijn de vragen die de traditionele exegese sturen niet de vragen de vragen die leiden tot het uitwerken van een preek. Het onderwerp van de preek is voor hem theologisch en heeft betrekking op een aspect van het evangelie van Christus. Het onderwerp van de preek is een idee dat groeit, gestuurd door de volgende vragen:
– Waar spreek ik over?
– Wat betekent dit? / Wat moet er gezegd worden?
Deze dubbele vraagstelling had een theologische en een retorische intentie. Deze twee vragen leidden tot de volgende 2 stromingen:

2. Onderwerp heeft een retorische achtergrond
De retorische stroming geeft aan dat een preek hetzelfde moet dan als wat het Bijbelgedeelte bij hen deed als eerste lezer /  hoorder (Fred B. Craddock, Thomas G. Long). In de preek dient de predikant te anticiperen op wat een Bijbelgedeelte bij de hoorders zal doen. Hierbij is het literaire genre van het Bijbelgedeelte ook van groot belang. Deze stroming wil recht doen aan de retorische intentie van de tekst. Zo publiceerde Thomas Long in 1988: Preaching and the Literary Forms of the Bible.

3. Onderwerp heeft een theologische achtergrond
De theologische stroming wil meer aansluiten bij de ontwikkeling van het evangelie in de Bijbeltekst, bijvoorbeeld door te focussen op het handelen van God in de Bijbeltekst (Bryan Chapell, Paul Scott Wilson). In deze stroming kan de preek uit twee contrasterende delen bestaan: vraag en antwoord, wet en evangelie, zonde en genade, Wilsons eigen model van de 4 pagina’s van de preek. Deze stroming wil recht doen aan de theologische intentie van de tekst.

Beide stromingen gaan ervan uit dat er niet alleen een idee wordt doorgegeven, maar dat een preek argumenten (logos), gevoelens en ervaringen (pathos) en karakter (ethos) communiceert. In deze beide stromingen zijn de literaire kenmerken van een Bijbeltekst van belang: genre, beelden, stijl. Het onderwerp van de preek is niet langer meer eens statische zin onderverdeeld in punten, maar een organisch idee dat groeit en beweging (moves) en een plot mogelijk maakt.

4. Geen onderwerp formuleren
Er is een aanzienlijk deel van de homileten die zich uitspreken tegen het formuleren van het onderwerp van de preek (Buttrick, Lowry). Zij vinden de preek dan teveel gestuurd wordt door een (cognitief) idee. Lowry is van mening dat het geformuleerde onderwerp van de preek vaak niet veel met de Bijbeltekst te maken heeft. Preken dienen bovendien evocatief te zijn en een open einde te hebben. Sommige homileten zijn van mening dat een preek aan een ronde tafel (d.w.z. door middel van overleg) gebeurt.

Praktijk
Of een predikant van tevoren een onderwerp van de preek formuleert, hangt samen met zijn of haar gehele homiletische theorie en theologie, met de visie op de Bijbel en de rol van de Bijbel in de preek en in het proces van preekvoorbereiding.
De discussie kan ook vanuit een praktisch oogpunt bekeken worden: elke preek moet ergens over gaan en eenheid (een rode draad) hebben. Het formuleren van het onderwerp kan beschouwd worden als een gedisciplineerde poging van de predikant om voor zijn of haar hoorders een samenvatting te maken van wat er gezegd wordt.
Het ontbreken van een van tevoren geformuleerd onderwerp kan het moeilijker maken voor de luisteraar om de preek te volgen. Het overslaan van deze stap in het preekvoorbereidingsproces kan een recept zijn voor gebrekkige communicatie. Wie zich in de traditionele werkwijze niet (meer) thuis voelt, kan zijn of haar winst doen met de theologische of de retorische stroming.

N.a.v. Paul Scott Wilson, ‘Theme Sentence’, New Interpreter’s Handbook of Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2008) 207-209.

Uit het hoofd preken?

Uit het hoofd preken?

De laatste tijd komen er steeds meer pleidooien om uit het hoofd te preken. We kunne hierbij denken aan het boekje, dat ds. Ron van der Spoel enkele jaren geleden publiceerde: Passie voor preken.
Ook in Duitsland klinkt dat pleidooi steeds vaker. Volkert A. Lehnert publiceerde een pleidooi onder de titel: Geen blad voor de mond. Zonder manuscript leren preken in 7 stappen (een kleine praktische homiletiek).

Arndt E. Schnepper schreef een boek met de titel Uit het hoofd preken. Zonder manuscript op de kansel. Gezien de snelle herdrukken lijken deze boeken in een behoefte te voorzien. Schnepper is van mening dat iemand, die uit het hoofd preekt, meer open staat voor het werk van de Heilige Geest. Preken uit het hoofd doet meer recht aan het evangelie, vindt hij. Ook in de Bijbel gebeurt de verkondiging zonder een manuscript, geeft Schnepper aan.

Inmiddels is er een tegenbeweging ontstaan. Michael Meyer-Blanck, Alexander Deeg en Christian Stäblin vrezen dat het preken uit het hoofd ontaardt in een soort smalltalk met de gemeente; een preek die inhoudelijk onder de  maat is Zij bepleiten een zorgvuldige voorbereiding van een preek.

Zij geven de discussie ook een bepaalde draai: hoe kan de prediker zijn preek zou brengen, dat er wat gebeurt?

ds. M.J. Schuurman