Preek zondagavond 12 juni 2016

Preek zondagavond 12 juni 2016
Dankzegging en nabetrachting Heilig Avondmaal
Psalm 23:6

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Margriet van der Kooi heeft een boek geschreven
waarin zij haar ervaringen beschrijft met de gesprekken die zij heeft als predikant
– gesprekken over God en ons.
Dat boek heeft de de titel gegeven: Pelgrims en zwervers.
Deze titel wil ik gebruiken om het laatste vers van Psalm 23 uit te leggen:
Ik zal in het huis van de HEERE verblijven in lengte van dagen.
Bij pelgrims en zwervers gaat het om mensen die hetzelfde kunnen meemaken,
dezelfde levensweg kunnen doormaken en toch heel verschillend zijn
vanwege het doel, de richting die zij hebben in het leven.
Met pelgrims bedoelt ze mensen die weten dat hun leven in Gods hand is.
Onderweg in het leven zien ze dat God er is – soms in hele kleine dingen.
Ook al ervaren ze niet altijd Gods aanwezigheid,
ze weten dat Hij er is en hen brengt op de plaats waar ze moeten zijn.
Pelgrims zijn mensen die weten dat ze geleid worden
en dat ze op een bestemming aankomen.
Om met het slot van Psalm 23 te spreken:
zij weten dat ze aankomen in het huis van de Heere,
ze weten dat ze daar voor langere tijd kunnen blijven.
Bij de Heere hebben ze onderdak gevonden.

Maar niet iedereen ziet Gods leiding of wil weten van Gods leiding.
Dat zijn de zwervers.
Een zwerver is iemand die door het leven gaat zonder doel.
Iemand die maar loopt, sjokt, sjouwt, dag in dag uit.
Mensen die geen bestemming hebben, geen doel en zomaar door het leven gaan.
Ze erwachten geen hulp, geen leiding van God.
Ze willen dat niet zien of ze kunnen dat niet zien.
Ze weten niet dat de Heere hun herder wil zijn.
Dat kan heel diep gaan: kan het gevoel geven dat je verdwaald bent.
Het kan aan je vreten en diep in je ziel gaan nestelen.

Pelgrims en zwervers: ze maken dezelfde dingen mee,
Pelgrims – degenen die weten van Gods leiding en dat ze door God aankomen,
hebben geen andere levensweg dan de zwervers,
maar ze hebben wel weet van de Heere, die hun herder is
die ervoor zorgt dat ze niet teveel in hun eentje gaan, maar mensen om zich heeb hebben
die hen helpen op hun levensweg.
Als ze struikelen een hand vinden die hen weer op de been helpt.
Die als ze niet meer weten waar ze heen moeten een stem horen,
soms van een ander mens, soms van de herder zelf,
waardoor ze weten dat er een herder is die hun leven bewaakt en richting geeft.
Die je bij Hem doet thuiskomen en je leven doel en richting geeft.
Ik keer terug in het huis van de Heere
en ik vind daar een vaste plek, en thuis.
Ik mag aankomen, thuiskomen.
Avondmaal is ook even thuiskomen, ervaren dat je zo’n plek hebt bij de Heere,
een vaste plek, de grazige weiden, de stille wateren,
waar je gesterkt wordt, verkwikt, even op adem.
Ik heb het al eens eerder gezegd: avondmaal is niet even langskomen, maar aankomen,
Aankomen bij de Heere – tot in lengte van dagen. Alle dagen van mijn leven.

Dat maakt nogal uit of je in het leven een zwerver bent,
Die wel doorgaat, maar eigenlijk niet weet waar je uit moet komen,
omdat je niet weet van je doel, omdat je niemand hebt die je de weg wijst.
Of dat je een doel hebt: een leven waarin God je de weg wijst
en waarop je door Gods leiding mag aankomen.
Met het avondmaal vieren we dat we weer een doel hebben gekregen van God
– teruggekregen -: een weg naar God.
Staan we erbij stil dat we niet meer hoeven te zwerven, zonder zin in ons leven,
omdat Jezus kwam,
de goede herder die kwam om het verlorene te zoeken en te redden.
Ik weet niet hoe dat u vergaat, maar ik heb avondmaal ook weer nodig
om mij er weer aan te herinneren dat Hij mijn doel is,
omdat ik dat doel zo snel weer uit het oog verlies
en soms het gevoel heb dat ik alleen maar zwerf hier op deze aarde.
Het gedenken van Christus’ sterven bij het avondmaal
is ook erbij stil staan en dat meenemen de komende tijd in

dat Christus ons van zwervers pelgrims maakt, mensen met en bestemming:
leven met Hem.

Ik keer terug in het huis des Heeren.
Ik mag daar blijven, in Zijn huis, tot in lengte van dagen. Alle dagen van mijn leven.
Dat huis van de HEERE, dat is allereerst de tempel.
Maar de tempel dat is meer dan een gebouw alleen.
De tempel stond op een bijzondere plek: waar de hemel de aarde raakt,
waar God die in de hemel woont ook plek heeft op deze wereld,
waar je naar toe kunt gaan.
De tempel was een plek waar je de Heere kon opzoeken, waar je terecht kan.
De tempel als gebouw had ook een boodschap voor het volk:
Israël, jullie God wil onder jullie wonen, in jullie midden.
Dat is ook wat het avondmaal ons laat zien:
uw God, jouw God wil in jullie midden wonen.
Hij is niet een God die alleen maar in de hemel is, maar ook op aarde wil zijn,
onder ons – Hij heeft onder ons gewoond, Christus de levende tempel.
Ik wil jullie zijn, bij jullie zijn, in jullie midden – daarom ben je Mijn gast.
Tempel: welkom in Mijn gemeenschap.

De tempel is ook een plek waar je bescherming kunt zoeken bij God.
Schapen zijn vluchtdieren, zo leerde ik vorige week.
Ook wij als mensen hebben reden genoeg om te vluchten.
Dat de tafel gereed gemaakt wordt voor mij,
dat gebeurt voor de ogen van mijn tegenstanders, degenen die mij benauwen,
die mij opjagen met hun kritiek, verwonden met hun scherpe woorden,
die niet gunnen dat ik de rust bij de Heere vindt,
maar mij steeds bestoken.
Ik ben tegen hen niet opgewassen, kwetsbaar.
Juist als je met iemand anders over hoop ligt, kun je het gevoel hebben een zwerver te zijn,
onrust die je parten speelt, rust die niet te vinden is.
Ik hoor dat van ouders, van wie het huwelijk van een van de kinderen is stukgelopen,
de spanning en de onrust die dat met zich meebrengt.
Ik hoor over die spanning en die rusteloosheid, dat opgejaagd worden,
van iemand die niet opgewassen is tegen de scherpe woorden van anderen.
Dan kunnen de woorden over de grazige weiden, die stille wateren iets onwerkelijks hebben,
dat onbereikbaar is, iets van heel lang terug toen er nog niets was.
De tempel is een plek om asiel te vinden: bescherming bij God.
Achter de muren van de tempel, onder Gods vleugels een toevlucht.
Er is een plek waar ik veilig ben: ik ben veilig in Jezus’ armen.
Avondmaal is dat weer in herinnering roepen
dat we veilig zijn in Jezus’ armen
en dat geen enkele macht ons kan losrukken uit Zijn hand.
Asiel vinden – dat heeft ook de betekenis van de bescherming vinden
bij het kruis van Golgotha,
door dat kruis op Golgotha een open hemel,
waardoor God weer bereikbaar is
en we bij God in deze wereld een plek hebben waar we kunnen zijn.
Dat is ook wat we vanmorgen hebben gevierd:
dat de hemel is open gegaan en we bij God een thuis mogen hebben,
omdat Christus hier op aarde kwam om ons op te zoeken,
ons leven te delen:
een herder die gelijk wordt aan Zijn schapen
het niet alleen maar voor Zijn schapen opneemt, maar ook hun leven aanneemt,
Draagt en geneest van de zonde
en ons laat aankomen bij God.
Onze weg is al uitgestippeld: gebaande wegen, spoor van de gerechtigheid.
Een weg die al voorgevormd is, die er al is,
waarover wij kunnen lopen.
We hoeven niet te dwalen, als in een doolhof.
We hoeven niet zelf onze weg te banen, want die weg die is er.
Door het leven heen, zelfs door moeilijke perioden heen,
zelfs door de dood heen – een aankomen bij God.
Ik keer terug, zal verblijven in het huis van de Heere.
Dat spoor van de gerechtigheid, de gebaande wegen: torah, Bijbel, Gods wil
Leiding in ons leven.
Waarmee God ons terugbrengt bij Hem.
In Zijn gemeenschap.
Ook dat laat het avondmaal zien: dat ons leven bedoeld is
om aan te komen bij de Heere en voor altijd met Hem te leven.
Thuis bij de Heere, aankomen.


Dat aankomen bij de Heere en voor altijd bij Hem zijn is geen privéaangelegenheid.
Dat ik zal blijven in het huis van de Heere,
houd niet in dat ik daar alleen voor mijzelf ben,
afgezonderd van de wereld en dat ik niets meer met de wereld te maken heb.
Vanmorgen vertelde ik dat ik onlangs een conferentie had met collega-predikanten.
Die conferentie ging erover wat de kerk kan doen in een tijd
waarin het christelijk geloof op heel veel plekken in ons land onder druk staat
of zelfs dreigt te verdwijnen.
Waar wij dankbaar voor zijn: Gods leiding, Gods komst naar deze aarde,
een leven dicht bij Hem, in Zijn gemeenschap
wordt door heel veel niet nodig gevonden, ook niet gemist.
Hoe kunnen we dan in een tijd, waarin God eigenlijk niet eens zo wordt gemist,
toch het evangelie doorgeven?
In ieder geval doorgaan met de kerk, met avondmaal vieren,
geloven dat de kerk gebruikt wordt door God.
een open houding voor wat er om ons heen gebeurt.
Een dubbele houding:
midden in deze wereld staan, van je familie, van Oldebroek, van Nederland,
en tegelijkertijd dicht bij de Heere leven
en deze twee met al onze inzet doen.
Niet alleen kerk zijn voor ons alleen, maar ook voor de mensen om ons heen:
onze buren, onze familie, vrienden.
Door als wij bij de HEERE teruggebracht zijn in Zijn huis
en daar alle dagen van ons blijven
dat we dan niet onze ogen sluiten voor de mensen om ons heen,
maar hen meenemen in ons gebed,
Steeds weer opnieuw voor hen bidden.
En als zij niet kunnen geloven, of geen behoefte hebben om te geloven,
toch doorgaan.
In mijn begintijd had ik een mentor, die mij het verhaal vertelde
dat hij eens in een ziekenhuis bij iemand stond
die in ver was, niet meer bereikbaar voor de mensen om haar heen.
De dienstdoende zuster raadde af om te bidden: ‘Dat hoort ze toch niet meer.’
Toen wees hij met zijn vinger naar boven: ‘Maar Hij wel!’
Om zo in deze wereld te staan – vandaag weer in dat geloof gesterkt – Hij hoort wel!
Als anderen niet mee willen doen, dat wij dan in hun plaats voor hen bidden,
in hun plaats God groot maken, de verzoening die Hij bracht gedenken en vieren.
Ik zeg wel eens tegen ouders van wie de kinderen niet meer naar de kerk gaan
en er niets meer aan doen:
Wellicht kunnen ze alleen zo leven, omdat ze weten dat er voor hen gebeden wordt.
Bidden voor anderen is een van de belangrijkste taken die de kerk heeft,
in een tijd waarin het geloof op prijs gesteld wordt,
maar ook in een tijd waarin minder mensen van het geloof willen weten.
Je hoeft het niet tegen anderen te vertellen.
Dat God het weet is genoeg.
Maar dan moeten we ook open staan voor de kansen die God geeft.
We sluiten onze ogen om daarna scherper te zien
wat God doet en wat wij voor anderen kunnen doen.
We vouwen onze handen en geven daarmee aan
dat wij het niet doen, maar God,
maar dat Hij ons wel mag gebruiken
om anderen om ons heen bij Hem te brengen, mee te nemen op onze weg naar HEm toe.
Ik ben altijd weer verrast door de wegen die God gaat
om mensen weer terug te brengen bij HEm.

Wellicht dat we dan de moed vinden om daar toch over te beginnen.
Als we bevraagd worden,
Of als we de tijd nemen om te horen wat een ander dwars zit.
Dan stralen wij uit, dat er een herder is.
Mijn docent pastoraat had de definitie van pastoraat:
Vertellen dat er een herder is.
Dus ook aan mensen die zwerven, die geen idee hebben
Dat ook hun leven een doel en een richting kan hebben,
dat het ook voor hen kan zijn dat ze voor altijd uitkomen in het huis van de Heere
en daar voor altijd mogen blijven.
Alleen al door te luisteren kun je laten merken dat er een herder is,
Christus – je wordt gebruikt: een herder namens God.
Ik heb vaak de indruk in gesprekken
dat mensen niet zozeer tegen mij praten, maar met de Heere in gesprek zijn.
Daarom vinden mensen het belangrijk om van de kerk bezoek te hebben:
om te weten dat er ook voor hen een herder is,
die de moeite neemt om hen op te zoeken.
Iemand die de moeite neemt om voor hen te bidden en hen bij de goede herder te brengen.
Niet altijd heb je de gelegenheid om te vertellen over de goede herder.
Soms is het er zijn al genoeg.
Zo kunnen we voor anderen tot een herder worden.
Niet door woorden, maar door onze houding
en in onze houding iets uitstralen van hoe graag de Goede Herder
wil dat wij Hem vinden.ds. Hans Borst – hij ging tot voor kort wel voor in Oldebroek – heeft een boek geschreven over pastoraat, waarin hij vertelt over de depressiviteit van zijn vader.
Die depressiviteit kon niet meer genezen worden
en toch kwam de dokter elke week even langs.
Die vader vond dat heel bijzonder:
Ook al is er met mij niets meer te beginnen,
ik ben toch de moeite waard om bezocht te worden.
Zo kunnen we voor anderen tot een herder worden.
Niet door woorden, maar door onze houding
en in onze houding iets uitstralen van hoe graag de Goede Herder
wil dat wij Hem vinden.
Om voor altijd – niet alleen wij, maar ook de anderen om ons heen,
voor altijd bij Hem te zijn.
Eerst hier op aarde, maar later in de hemel als we helemaal bij Hem mogen zijn.
Amen

Preek zondag 12 juni 2016 morgendienst

Preek zondag 12 juni 2016 morgendienst
Viering Heilig Avondmaal
Psalm 23

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Onlangs was ik op Mennorode in Elspeet voor een conferentie met andere predikanten.
Als groep zaten we in een ruimte die wat verder van het restaurant af stond.
Op de route vanaf het restaurant naar onze ruimte
stond op verschillende momenten koffie en thee klaar.
Anders dan in het restaurant stond bij de koffie geen bordje
waarop aangegeven stond voor wie de koffie was bedoeld.
Dat riep af en toe discussie op: staat die koffie voor een bewuste groep
of stond het er voor iedereen die maar wilde klaar?
De ene collega liep door, omdat hij van mening was
dat de koffie en thee voor een bepaalde groep was klaargezet.
Andere collega’s namen koffie of thee,
want als het er staat, is het voor iedereen die in het gebouw aanwezig is bedoeld.

Vanmorgen staat de tafel van het avondmaal in de kerk
met brood en wijn op de tafel.
Staat dat brood en die wijn voor iedereen in de kerk
of is dat bedoeld voor een bepaalde groep in de kerk,
die – ook al staat er geen bordje bij voor welke groep het bestemd is –

toch wel weet dat het voor hen bestemd is?

In Psalm 23 staat de regel: U maakt voor mij de tafel gereed.
In de Nieuwe Bijbelvertaling is die zin iets anders weergegeven:
U nodigt mij aan tafel.
Vanmorgen is de Heere Jezus de gastheer van deze tafel
die voor u, voor jou de tafel gereed maakt,
die u aan tafel nodigt.
Zou dat geen antwoord van de Heere zelf zijn,
die u, jou uitnodigt om te komen?
Die nodiging is geen ‘zie maar, kijk maar wat je er mee doet!
Mocht je nog tijd over hebben, dan zou Ik het wel aardig vinden
als je ook even komt.’
Nee, die nodiging is heel persoonlijk gericht: aan u, aan jou.
Ik nodig jou, u aan tafel – Voor jou, voor u maak Ik de tafel gereed.

U krijgt vast wel eens een uitnodiging voor een feest of een receptie.
Die uitnodiging krijgt u al weken van tevoren,
zodat u er rekening mee kunt houden,
die dag of die avond in de agenda kunt vrijplannen,
op tijd een cadeau kopen, soms zelfs erop uit gaan om kleding uit te zoeken voor dat feest.
Afgelopen week hadden we een bruiloft van een nichtje
Waarbij we waren uitgenodigd.
We kennen dat nichtje goed en we waren al weken met die bruiloft bezig
en vonden het allemaal erg bijzonder om bij die bruiloft aanwezig te zijn.
Te horen bij de mensen die om haar en haar man heen staan,
delen in de vreugde en getuige zijn van die grote dag.

Waarom gaan we als we een uitnodiging voor een receptie of een bruiloft krijgen
daar wel op in en kunnen we daar al weken van tevoren mee bezig zijn,
maar zijn we veel afwachtender als onze Heer ons nodigt voor het feestmaal hier op aarde
dat vooruitwijst naar het grote feest in de hemel?
Is dat omdat we het ons niet kunnen voorstellen
dat onze hemelse Heer ons nodigt en voor ons de tafel gereedmaakt?
Is dat omdat we ons het niet kunnen voorstellen
dat de Heere ons heeft uitgekozen
– net als een bruidspaar of een jubilerend echtpaar de gasten heeft uitgekozen-
om deel uit te maken van de mensen om Hem heen?
U nodigt mij aan tafel. U maakt voor mij de tafel gereed.
Daar klinkt verwondering in door dat God zo met ons bezig is.
Soms is het beter voor te stellen dat de Heere anderen op het oog heeft
om deel uit te maken van de mensen om Hem heen – maar ik?
Als ik genodigd word, moet ik dan toch maar gaan?
In de Psalmen geeft Israël antwoord op de Heere, op de God van Israël.
U nodigt mij, die tafel maakt u voor mij gereed.
Zou dat ook uw, jouw antwoord kunnen zijn op de nodiging van de Heere?
Heere, ik neem Uw uitnodiging aan. Ik kom!

Hier, in het tweede gedeelte van Psalm 23 wordt de Heere getekend als gastheer.
Daarin doet Hij hetzelfde als wat Hij als onze herder doet:
Hij geeft eten en drinken
en door eten en drinken te geven laat Hij ons op krachten komen.
Maar het allerbelangrijkste is dat beide beelden
– zowel dat van de herder als van de gastheer –
aangeven dat de Heere ons graag bij zich heeft
en daarom ons leven leidt, voor ons zorgt en nieuwe krachten geeft.
De herder die Zijn leven gaf en die nu vanmorgen onze gastheer is.
Vorige week kwam in de dienst aan de orde dat schapen zich niet makkelijk laten vangen.
Je moet ze vangen met wat voer in de hand.
Dan vang je ze makkelijker.
In de consistorie zei daarop iemand: Je moet bedenken dat schapen vluchtdieren zijn.
Zou dat voor ons mensen ook niet gelden? Dat we geschapen zijn om te vluchten?
Te vluchten naar God toe
en dat we van nature geschapen zijn om gehoor te geven
aan de uitnodiging van de Heere om te komen aan Zijn tafel?
Onrustig is ons hart, tot we rust vinden bij U.
De grazige weiden, de stille wateren, de tafel in overvloed
die bij U te vinden zijn als een ruimhartige nodiging: Kom naar Mij toe! Amen




Preek zondagmorgen 5 juni 2016

Preek zondagmorgen 5 juni 2016
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Psalm 23

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

We hebben de nogal eens de neiging om van het geloof iets moeilijks te maken.
Neem nou het avondmaal (of de voorbereiding daarvan).
We kunnen in de week vooraf aan het avondmaal
allerlei intense gevoelens in onszelf oproepen
en piekeren over de vraag of wij daar horen te zitten
(en dan misschien wel opgelucht zijn als de avondmaalszondag voorbij is).
Maar geloven gaat om iets eenvoudigs:
om deze belijdenis: de Heere is mijn herder
en dat u, dat jij, dat ik zo ook in het leven sta:
Ik heb een God die voor mij zorgt.
Ik ben in goede handen – Zijn handen
en daarom hoef ik nergens over in te zitten.
Als je zo leeft, wat heb je dan nog meer nodig?
Als je dit vertrouwen hebt, dat de Heere er is
en dat je Zijn zorg ook ziet en ervaart, dan heb je toch genoeg?

Dat vertrouwen in God, zo kunnen leven met de Heere dat Hij je herder is,
dat is het belangrijkste in het geloof.
Want ook al kun je aan iemand uitleggen
wat het betekent dat de Heere je herder is
en ook al kun je het in de Bijbel terugvinden waar dat staat,
als je dat vertrouwen niet in praktijk brengt,
als je niet uit dat vertrouwen leeft, dan mis je het belangrijkste van het leven met de Heere.
Want dan zie je niet dat de Heere jouw God, uw herder is.
Je raakt Hem dan uit het oog.
We hebben het steeds weer nodig
dat het vertrouwen gevoed wordt
en dat we ook zien en ervaren dat de Heere er is.
Dat je het van Hem ontvangen hebt als je gezond bent opgestaan
en een nieuwe dag gekregen hebt.
Dat Hij bij je is op het moment als je ergens tegen opziet:
Een examen, een sollicatiegesprek.
Dat Hij met je meegaat als je naar het ziekenhuis moet
voor jezelf of met iemand mee,
of naar een begrafenis om een geliefde te begraven.
Dat Hij er dan is, niet alleen maar als iemand die er bij is om je te steunen,
maar omdat Hij dan op dat moment jouw leven in Zijn hand heeft
en over jouw leven kan besluiten wat er moet gebeuren.
Als de Heere niet wil dat je iets overkomt,
Dan is er geen ziekte, geen duivel, geen macht jou iets aandoen.
Vandaag in deze dienst van de voorbereiding kijken we terug
naar de afgelopen 3 maanden, vanaf de vorige keer
dat we avondmaal gevierd hebben
en gaan bij onszelf na:
Heb ik in de afgelopen 3 maanden uit dit vertrouwen geleefd?
Hebben we in de afgelopen 3 maanden ook dat vertrouwen steeds weer gevoed?
Zijn we bezig geweest – voor zover wij het kunnen –
omdat vertrouwen sterker te maken
en te zien dat Hij er elke keer is.
Daarvoor is de voorbereiding bedoeld:
om zo onze dagen van de afgelopen 3 maanden na te gaan:
Hoe was ons vertrouwen op de Heere?
Met welke verwachting ging ik al die keren naar de kerk?
Was ik er op berekend dat Hij er was
in de dagen door de week, toen ik aan het werk was,
was ik mij ervan bewust dat Hij mijn leven leidt
toen ik zo in de weer was met dat conflict in de familie?
Als dat vertrouwen er niet is geweest,
dan moeten we dat in vandaag en in de komende week aan de Heere belijden:
Heere, u vroeg mijn vertrouwen, maar het was er niet.
U wilde mijn leven leiden, maar ik wilde dat niet zien.

Dat is het belijden van onze schuld, op deze manier.
Niet door met een heel intensieve toer heel ons innerlijk overhoop halen,
maar concreet kijken naar de afgelopen 90 – 100 dagen
wat wij deden met Gods aanwezigheid,
wat het voor ons betekende, welk verschil het in ons leven maakte,
dat de Heere onze herder is.
Dat is wat er met het mishagen van onszelf wordt bedoeld:
dat je eerlijk onder ogen komt, als je in je vertrouwen tekort geschoten bent
terwijl dat niet nodig was, omdat de Heere steeds liet zien dat Hij er was.
Dat belijden van onze schuld is niet bedoeld om onszelf af te kraken.
maar om eerlijk onder ogen te zien hoe wij tekort zijn geschoten
en beseffen: zo kunnen we niet verder leven.
Zou dat een reden zijn om weg te blijven?
Heer, hier kom ik.
Ik heb het niet verdiend, want mijn vertrouwen was zo best nog niet.
Als u om die reden niet durft aan te gaan,
dan hebt u niet begrepen wat het doel is van het belijden van de schuld
en ook niet begrepen waarom de Heere Jezus het avondmaal heeft ingesteld.
Dat is niet bedoeld als een stopbord: Ho, niet verder!
Eerst maar even wat meer vertrouwen hebben en het beter doen.
Nee, dat inzicht in ons tekort schieten is juist ervoor bedoeld
om naar de Heere Jezus toe te gaan.
Want hoe kunnen we anders van dat te weinig vertrouwen loskomen?
Hoe kan ons vertrouwen anders gevoed worden als wij niet bij de Heere Jezus aankomen?
Als u niet komt, zegt u eigenlijk tegen uzelf: Ik moet het zelf doen,
terwijl de Heere Jezus zegt: Ik zal het doen.
Ik neem het op Me, dat je tekortgeschoten ben.
Ik heb dat op Golgotha gedragen
en Ik geef het je weer dat je gaat vertrouwen, dat je uit vertrouwen gaat leven.
zodat dat gebrek aan vertrouwen doorbroken kan worden
en dat vertrouwen er weer is, wij weer leven vanuit dat vertrouwen:
De Heere is mijn herder – ja, echt!
Het is waar wat de Bijbel zegt: Ik kan mijn weg met Hem gaan!
De Heere is mijn herder: Hij leidt mijn leven en Hij beschermt mij.
Het avondmaal is ingesteld om dat vertrouwen weer te voeden, te versterken,
terug te brengen als het er niet is geweest.

De Heere is mijn herder – het is een eenvoudige, maar ook diepe belijdenis.
Het raakt mij altijd als iemand kan aangeven uit dat vertrouwen te leven.
Deze psalm wordt nogal eens gekozen voor een rouwdienst
en bij de voorbereiding lees ik dan deze psalm
en dan lees ik ook die regel Mij ontbreekt niets.
Terwijl er dan juist alle reden is om gemis te ervaren
of waarvan juist verteld is over degene die is overleden
over alles wat er gebeurd, ook de moeilijke momenten.
Mij ontbreekt niets – als een samenvatting: zo is het geweest.
Natuurlijk, er is veel dat we missen, maar er is meer,
onze God is er en omdat Hij ons leven in Zijn hand heeft.
We zijn in goede handen en zo kunnen we het aan.
Er is meer dan gezondheid, hoe belangrijk dat ook is,
er is meer dan geld, er is meer dan ons werk, zelfs meer dan de relaties die we hebben:
de Heere is er – onze herder.
Dat kan heel gemakkelijk klinken, zoals deze woorden in een kamer
waar iemand is opgebaard ook heel makkelijk kunnen klinken.
Je zou met dit beeld van de herder, de grazige weiden en de vredige wateren
ook een idyllisch landschap voor je kunnen zien,
een soort paradijsje op aarde,
wat je kunt hebben als je op vakantie bent en onder de indruk bent van de omgeving
of gewoon dichtbij, als je in de tuin zit en geniet van het mooie weer,
met een kopje koffie en rust om je heen.
Ja, dan is het niet zo moeilijk om te zeggen dat je niets tekort komt,
dat je tot rust komt en kunt bijtanken.
Deze psalm heeft echter niets van een ongestoorde idylle,
maar is geboren in de ruigheid van het bestaan,
waarin je opgejaagd kunt worden door de mensen om je heen,
die je niet mogen, die je het leven zuur maken, kleineren, dwarszitten
– vijanden, tegenstanders worden ze genoemd.
We kunnen die categorie van tegenstanders heel breed maken:
de duivel die je geloof aanvecht,
bepaalde machten die er zijn die je van God willen lostrekken,
mensen om je heen, familieleden, buren met wie je overhoop ligt
en waardoor je geen rustig bestaan meer hebt.
Je vindt zelf geen rust meer, opgejaagd
en dan is de Heere er, die je doet neerliggen.
Je hebt nu de rust om bij te komen, om te eten en te drinken,
je hoeft niet steeds angstig om je heen te kijken
of er iets zal opduiken, waardoor je je leven niet veilig bent,
niet meer steeds op je hoede voor een nare opmerking,
nu niet meer die slapeloze nacht, niet meer de spanning voor een uitslag.
De dreiging kan er nog wel zijn, het nare is niet verdwenen,
je tegenstander loert nog steeds,
maar er is iemand bij door wie je – te midden van het gevaar – kan bijkomen.
Er is voor het schaap niet alleen tijd om te eten,
maar ook om te herkauwen, daar heb je die rust voor nodig.
En de Heere geeft je die rust
om de dag nog eens na te gaan en te bedenken: O ja, de Heere was er
en wat ben ik ook weer vandaag gezegend geweest.
Ook al heb ik het niet makkelijk, ik kom niets tekort.
Ook al is er zoveel hectiek in mijn leven, of spanning,
er is ook die rust – al is het maar een kort moment, zoals vanmorgen in de kerkdienst,
waar je even bij de Heere komt,
maar ook door de week heen momenten, waarop je gesterkt wordt
in de zorgen van alledag:
Als je niet naar bed durft, omdat je bang bent voor de nacht …
een mantelzorger, die het toch weer aankan,
een ouder die zorgen heeft over zijn of haar kind, de conflicten die er steeds zijn
en dan toch opeens voelt dat de last even wordt weggenomen.
Maar ook in het geloof: als je op zoek bent naar God
en je Hem niet kunt vinden, dat je het opeens merkt,
je kunt het niet uitleggen, je kunt het niet verklaren – dat je opeens iets ervaart,
misschien alleen maar binnen in jezelf en dan voor een kort moment:
Ik word gesterkt, ik kom op adem, ik kan er weer tegen.
Het kan zelfs als je weet, dat je niet lang meer hebt
en je aan het afscheid aan het nemen bent
dat je het merkt: de Heere laat mij neerliggen.
Ik kan in dat vertrouwen de laatste dagen ingaan:
In vrede zal ik slapen – elke avond die ik heb, maar ook op als mijn tijd gekomen is,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Eten en drinken – heel eenvoudig,
een stukje brood, een slokje wijn. Zo doet God dat: ons vertrouwen versterken,
onze aandacht – ook in een hectisch bestaan, of een leven vol spanning, zorg –
onze aandacht richten op de Heere Jezus.
Een stukje brood, een slokje wijn – je raakt er niet vol van, maar het is genoeg
om de stem van de Goede Herder te horen:
Ik geef je weer nieuwe kracht,
Denk aan mijn lichaam, aan mijn bloed,
Mijn lichaam werd voor jou verbroken, mijn bloed vergoot ik voor je.
Als je daaraan denkt in de komende week,
als je daaraan denkt als je brood en wijn ontvangt,
dan wordt je gesterkt, dan vind je Mij weer en ga je met mij verder.
Zo eenvoudig kan geloven zijn,
dat je geloof gesterkt wordt door een stukje brood, een slokje wijn,
die je herinneren aan wat je Heer voor je heeft gedaan.
Dan moet u het voor uzelf niet ingewikkelder maken,
door allerlei barrières op te werpen omdat u voor uzelf aan bepaalde voorwaarden moet voldoen voordat u dat stukje brood en dat slokje wijn mag ontvangen.

De HEERE, Hij is mijn herder.
Ik heb geen andere herder dan Christus,
die voor mij aan het kruis ging, die opstond uit de dood
en nu in de hemel is en mij volgende week aan Zijn tafel nodigt.
De HEERE is mijn herder.
Hij droeg mijn zonde, mijn schuld.
Hij ging voor mij de dood in,
om voor mij een weg te banen op een plaats waar die niet was:
een weg door de dood heen naar het Vaderhuis.
Als Hij door de dood heen een weg kan banen,
Kan Hij ook straks als ik thuiskom een weg banen, of morgen,
als ik er niet meer uitkom.
Er is geen plek te diep, hoe diep je ook gaat,
de Goede Herder kan daarin afdalen.
Hij daalde neer tot in het rijk van de dood, daalde neer tot in de hel.
Legde ik mijzelf neer in het rijk van de dood, in de hel – U bent daar.
Psalm 23 is geen idylle: in het centrum, in het midden van de psalm
is er dat diepe dal: je vindt er uit jezelf geen uitweg meer,
de wanhoop vliegt je naar de keel en je loopt vast
en je voelt dit is mijn einde,
maar dan dat onverwachte, waar je niet op rekende, misschien op hoopte,
waar je misschien om riep, in vertwijfeling: God, laat me niet alleen.
Laat mij niet in de steek,
of misschien was je zelfs het roepen naar God al afgeleerd.
Moet je zien wat er midden in de psalm gebeurt, op dat allerdiepste moment:
dan wordt God aangesproken: U – U bent bij mij.
Nou, dat maakt nogal uit! Gelukkig, God is geen sprookje.
Wat anderen vertelden, dat kan ook voor mij waar zijn!
Psalm 23 is niet een te mooi plaatje, een romantisch schilderij aan de muur
Dat aangeeft welk leven ik eigenlijk zou willen hebben: vredig en ongestoord,
maar een ervaring van opluchting die dankbaar doorgegeven wordt:
God is er. Zoals Zijn naam dat aangeeft: Heere (Ik zal er zijn, Ik sta klaar)
Ik ben waar jij bent, zelfs in het allerdiepste,
maar ook als het iets minder diep is en je worstelt
met wat meer huis-, tuin- en keukenzonden kunnen lijken,
maar waar je toch niet van afkomt.
Ik ben er ook aan het avondmaal en geef je daar brood en wijn
om je geloof te versterken, om je weer te doen ervaren: Ik ben er.
Om je een nieuwe start te geven:
vergeving, maar ook gehoorzaamheid, zodat je de weg gaat die Ik je wijs.

Die weg gaan we niet alleen.
De Heere is mijn herder. Daar kunnen we makkelijk iets van mij alleen maken,
maar is een belijdenis van een gemeenschap.
Zoals we met elkaar als gemeente avondmaal vieren
– ja, wel ieder voor zich, ook degenen die niet aangaan zijn erbij betrokken –
zo is deze belijdenis niet iets dat ik alleen beleef,
maar ik kan mij optrekken op momenten dat ik er niets van beleef
aan de mensen om mij heen in de kerk,
aan de gelovigen die voor mij geweest zijn,
aan degenen van wie ik het geloof geleerd heb
en wie weet mag ik zelf wel iets betekenen voor anderen om mij heen,
zodat ze door mij het ook kunnen zeggen:
Ik heb het gezien en nu zelf ook voor mijzelf ontdekt:
inderdaad, de Heere is mijn herder
en ik zeg het in dankbaarheid.
We hebben elkaar nodig op deze weg
en we worden door de Heere aan elkaar gegeven.
Daarom is avondmaal niet iets van mijzelf en mij alleen,
maar ook van ons allemaal, van onze gemeente,
Van de Dorpskerk en de Maranathakerk samen, wijk 1 en wijk 2 samen,
van alle kerken in Oldebroek samen,
heel de gemeenschap rondom Christus door alle tijden heen samen.
Samen zingen we deze psalm en spreken deze belijdenis uit,
samen danken wij de Heere, dat Hij onze herder is
en we houden elkaar scherp.
We roepen elkaar op, vandaag in deze dienst, na afloop,
morgen als we elkaar zien, als we met de Bijbelkring bij elkaar zijn:

Schaart u om de goede Herder,
gij, zijn schapen, hoort zijn stem!
Zoekt hier ruste, dwaalt niet verder,
o, het is zo goed bij Hem!

Zoek het niet ergens anders en loop niet voor Hem weg,

Uit de verste zandwoestijnen
brengt Hij eens zijn kudde saam.

Dat kan ook met u, met jou gebeuren.
Dat kan met iemand gebeuren die nu helemaal nog geen interesse heeft.
Hij is met u bezig, vandaag reeds – en misschien al heel lang.
U nodigt mij aan tafel.
De psalmen van Israël zijn bedoeld om antwoord te geven,
ze zijn het antwoord van Israël op God, die ook onze God wil zijn.
U nodigt mij aan tafel.
Is dat ook uw antwoord op wat de Heere voor u heeft gedaan?
Is dat ook jouw antwoord nu God je roept?
Amen



 

Belijdeniscatechisatie voor ouderen – deel 2: Psalm 23

Belijdeniscatechisatie voor ouderen – deel 2: Psalm 23

NB: Aan het einde van de vorige les heb ik de deelnemers de tip gegeven:
* Schaf een kistje aan om daarin bijzondere voorwerpen te verzamelen
– gedichten die uitgeknipt zijn
– Bijbelverzen die op een briefje geschreven zijn
– Kleine symbolische voorwerpen

* Schaf een schriftje aan, waarin aantekeningen worden gemaakt:
– Bijbelverzen die aanspreken
– Zinnen uit het dagboekje, waar vaker over nagedacht wordt
– Gedachten die opkomen.

Tekst
(Hardop voorlezen waarbij de andere deelnemers luisteren; daarna volgt een stilte)

1 Een psalm van David.
De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets.
2 Hij doet mij neerliggen in grazige weiden,
Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.
3 Hij verkwikt mijn ziel,
Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid,
omwille van Zijn Naam.
4 Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood,
ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij;
Uw stok en Uw staf,
die vertroosten mij.
5 U maakt voor mij de tafel gereed
voor de ogen van mijn tegenstanders;
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
6 Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen
al de dagen van mijn leven.
Ik zal in het huis van de HEERE blijven
tot in lengte van dagen.

Opdracht: Schrijf voor uzelf op welke zin bij u is blijven haken

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Luister met elkaar naar een of meerdere bewerkingen van Psalm 23
* De Heer is mijn herder (mel. J.G. Bastiaans)
* Psalm 23 (Oude of nieuwe berijming)
* De Heer is geen herder en geen ding
* De Heere is mijn herder mij ontbreekt niets

(Een variant is: bewerkingen van Psalm 23 uit de klassieke muziek)

Vraag: welke bewerking vindt u zelf het mooist? En in welke uitvoering: mannenkoor, gemengd koor, a capella, samenzang)?

De HEERE is mijn Herder

Opdracht: Bekijk de volgende afbeeldingen. Vertel elkaar daarna van elke afbeelding wat u ziet:
– Wat valt op?
– Waar is het oog van de herder op gericht?
– Wat is de relatie tussen de herder en zijn schapen?

1. Jesus-Good-Shepherd-18
2. good-shepherd-2
3. guter-hirt

Vraag: Welke spreekt u het meest aan?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Welk beeld hebt u zelf van een herder?

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Hoe hebt u ervaren dat de Heere voor uw herder is?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

David weet wie zijn Herder is: de HEERE. David spreekt hier zijn Herder aan met de naam die God heeft. Zijn leven wordt niet geleid door een anonieme macht of door een bepaald lot, maar door de Heere.
Wie is de HEERE? Hij is de God van Israël, die hemel en aarde heeft gemaakt. Een andere God is er niet. In Exodus 3:14 maakt God Zijn naam bekend: Ik ben die Ik ben. God geeft daarmee aan, dat Hij altijd dezelfde zal zijn. Trouw en betrouwbaar. De naam van God geeft ook aan, dat de Heere er altijd zal zijn. Hij zal erbij zijn en staat altijd klaar. Deze naam herinnert aan het verbond dat God gesloten heeft met Israël. (Door Christus en door de doop mogen wij ook tot dat verbond behoren). De naam van God is een beschermende muur, een veilige schuilplaats.

Mij ontbreekt niets
Mij ontbreekt niets – zegt David. Hij kijkt terug op zijn leven. Of hij gaat na, hoe het nu met hem is. Dan komt hij tot deze belijdenis: door de zorg van de Heere heeft hij geen enkel gebrek.

Vraag: Hoe is dat bij u? Komt u door de zorg van de Heere ook niets tekort?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………….

Grazige weiden & stille wateren
Bij een herder denkt u misschien aan iemand die over de Nederlandse heidevelden trekt. Met zijn kudde op weg naar de schaapskooi. Bij grazige weiden denkt u wellicht aan de Nederlandse weiden met het groene gras. Keurig omheind, vredig, beschut door bomen. Stille wateren zijn er bij ons ook: sloten, meertjes, poelen in het bos.

palestijnse kudde
Het landschap zag er voor David anders uit. Grazige weiden zijn er alleen na regenval. Putten moesten gegraven worden. Een goede herder kende het landschap en was in staat om zijn schapen aan eten en drinken te helpen.
Het leven van een herder was bovendien niet eenvoudig. David vertelt aan koning Saul, hoe hij met leeuwen en beren heeft gevochten om zijn schapen te beschermen.

Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid – omwille van Zijn naam

Het spoor waarover gesproken wordt geeft aan dat de weg al gebaand is. Vergelijkbaar met:
a) de voor die een ploeg in de akker trekt.
b) een wandelpad dat al is uitgesleten.

wandelpad-duinen

Het spoor voor ons leven ligt al klaar. In deze psalm het beeld van de richtlijnen van de Heere, zijn wetten, opdrachten. Het is de bedoeling dat wij onder de leiding van de Heere die weg gaan.
In het Nieuwe Testament wordt krijgt dit spoor de betekenis van de navolging van Christus en geleid worden door de Heilige Geest (levensheiliging).

Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood

wandern_02

Opdracht: teken hieronder de hoogte- en dieptepunten van uw leven:

Hoogtepunt

0 ——————————————————————————– nu

Dieptepunt

Vraag: Wat was voor u de troost op de hoogte- en dieptepunten?

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Hebt u ook gemerkt dat de Heere u uit de diepe dalen heeft geleid?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………

road-to-emmaus
Emmaüsgangers

voor de ogen van mijn tegenstanders

We praten niet gemakkelijk over de mensen die ons het leven zuur maken. Er kunnen mensen zijn met wie u overhoop ligt. Buren met wie u niet goed overweg kunt. Iemand die voor uw gevoel jaloers op u is. Een ex die maar blijft stalken, waardoor u zich niet meer veilig voorstelt. David kent die ervaring ook, maar ook dat de Heere hem uitnodigt om aan de tafel van de Heere te zitten. Terwijl anderen hem afkeuren, geeft de Heere hem een ereplaats aan de tafel van de Heere.

Opdracht: Bespreek met elkaar wat de betekenis is van Psalm 23
– op een geboortekaartje
– op een trouwkaart
– bij de opening van een schooljaar
– in tijden van ziekte
– bij een huwelijksjubileum
– op een rouwkaart