Preken met het oog op jongeren (3)

Preken met het oog op jongeren (3):
de consequenties van de mediacultuur voor de vorm en inhoud van de preek

De cultuur waarin de jongeren zich bevinden is vol media: sociale media, film, clips, games, internet. De preek is dan het tegenovergestelde van deze fenomenen: geen interactie maar een monoloog, geen of nauwelijks beelden tegenover een stortvloed aan beelden. Op welke manier kan de preek jongeren die in een mediacultuur leven toch bereiken? Moet de preek elementen uit deze mediacultuur overnemen? Dat zijn belangrijke vragen als het gaat om preken met het oog op jongeren, die – in deel 1 genoemde boek – worden gethematiseerd door Johann Pock (hoogleraar voor Pastoraaltheologie in Bonn).
Pock merkt op dat deze mediacultuur volop religieus is. In de Nederlandse situatie zouden wij als recent voorbeeld het Koningslied kunnen nemen. Dit lied heeft een volop religieuze lading: een refrein dat sterk doet denken aan beelden uit Psalm 121, het zingen over een levenstaak, het warme wij-gevoel. In deze mediacultuur zijn dus veel aanknopingspunten te vinden voor een preek.

Hoe moet er gepreekt worden voor jongeren die zich middenin een mediacultuur bevinden? Allereerst moet een preek jongeren wel iets te bieden hebben en daarom inhoud hebben. Bijvoorbeeld door ervaringen van jongeren te verwoorden. Daarbij kan ook aan jongeren de gelegenheid gegeven worden zelf deze ervaringen te verwoorden. Bij de voorbereiding dient overwogen te worden wat de brandende vragen van jongeren zijn en op welke manier het christelijk geloof hen kan helpen bij het vinden van een antwoord. Daarbij hoeft dat antwoord niet alleen bevestigend te zijn, maar kan het antwoord dat vanuit het christelijk geloof gegeven wordt een kritische vraag aan hen zijn. Deze antwoorden zijn vaak onbekend, omdat woorden en beelden onbekend zijn. Voor een predikant is het een uitdaging om nieuwe, hedendaagse beelden en gelijkenissen te vinden voor de ‘oude’ geloofswaarheden.
Inhoud krijgt een preek ook door uit te leggen waar het christelijk geloof voor staat. De denk- en leefwereld van jongeren staat vaak haaks op de officiële leer van de kerk (relaties, seksualiteit, moraal). Jongeren verlangen niet altijd dat zij goedkeuring ontvangen voor hun levensstijl. Zij verlangen ook duidelijke regels en grenzen. Het is een kans om aan jongeren uit te leggen waarom de christelijke leer of ethiek anders is. Dat vraagt wel van de gemeente en de predikant om een authentieke en oprechte levensstijl volgens de normen van het christelijk geloof.
De mediacultuur is alomtegenwoordig omdat in films, clips, reclames, songs e.d. de emoties geraakt worden. Het is mogelijk om uitingen uit de mediacultuur als voorbeeld te nemen bij het maken van de preek. Een fascinerend voorbeeld is de dramaturgische homiletiek van Martin Nicol. Nicol gaat in de leer bij filmregisseurs, schrijvers en componisten. Het mooie van Nicols model is dat de Bijbel en de dogmatiek een heel belangrijke rol krijgen in de preekvoorbereiding.
De mediacultuur heeft ook een negatieve kant: beelden en belevingen gaan zo snel dat men er geen tijd heeft om erbij stil te staan op welke manier men geraakt wordt. En daar liggen juist kansen voor de preek. In de preek kan een bewust tegenaccent gegeven worden. Door bijvoorbeeld jongeren mee te nemen in een concentratie op één beeld en daarmee de diepte in te gaan.

Een laatste boeiende constatering van Pock die ik wil doorgeven is de leeftijd van de predikant. Veelal is het preken voor jongeren uitbesteed aan jonge voorgangers. Dat gebeurt vanuit de gedachte dat zij makkelijker aansluiting hebben bij jongeren en hun leefwereld. Pock wijst erop dat jongeren juist heel enthousiast kunnen worden van een oude(re) spreker. Voor katholieke jongeren waren moeder Theresa en paus Benedictus aansprekende voorbeeldfiguren. Zij hadden door hun woord of daad hen iets te zeggen. En dat geldt ook voor reformatorische jongeren, die graag afkomen op een oude predikant die hen iets te zeggen heeft. Preken met het oog op jongeren is volgens Pock geen kwestie van leeftijd. Er speelt een andere vraag: is deze spreker of predikant in staat om jongeren enthousiast te maken?

N.a.v. Johann Pock, ‘Zwischen Videoclips und SMS. Jugendpredigt unter den Bedingen der Medienkultur’, in: Michael Meyer-Blanck / Ursula Roth / Jörg Seip (Hg.), Jugend und Predigt: Zwei fremde Welten? ÖSP 6 (München: Don Bosco Verlag 2008) 159-169.

Preken met het oog op jongeren (2) Friedrich Schweitzer

Preken met het oog op jongeren (2)

Hoe komt het dat jongeren een preek vaak saai vinden? Volgens de godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer zijn hiervoor duidelijke redenen aan te wijzen:

Letterlijk
(1) Jongeren nemen godsdienstige taal en symbolen nog heel letterlijk. Als in een preek metaforische taal wordt gebruikt, kunnen zij hiervan niet de diepere betekenis begrijpen.
Jongeren vatten een bijvoorbeeld gelijkenis vaak niet op als een verhaal dat iets wil duidelijk maken over het Koninkrijk van God. Zij vatten de gelijkenis vaak letterlijk op, als een waar gebeurd verhaal uit die tijd dat gaat over bijvoorbeeld familieproblemen. Zij merken vaak niet op, dat deze gelijkenissen iets wil duidelijk maken over God. Ook als jongeren luisteren naar een preek, pikken zij geregeld de diepere laag niet op. Hun begrip is nog niet zover ontwikkeld. Doordat zij deze diepere betekenis niet oppikken, missen zij een toegang tot de preek. De preek gaat over hun hoofd en hart heen en daarom ervaren zij de preek als saai.

Afscheid van het kindergeloof
(2) Jongeren bevinden zich in een fase van “afscheid nemen van het kindergeloof”. Jongeren gaan zich kritisch verhouden met de beelden van God die zij in hun kindertijd hebben meegekregen. Zij reageren kritischer op wat er in de Bijbel wordt verteld en beschreven. Kinderlijke voorstellingen van de hemel maken plaats voor een meer door de natuurwetenschappen gestempeld wereldbeeld. Ook het beeld dat jongeren hebben van Jezus wijkt vaak af van de traditie. Wanneer jongeren luisteren naar een preek, kan er – als zij al een preek begrijpen – een botsing zijn tussen hun eigen denkbeelden en de denkbeelden die in de preek naar voren komen. Overigens is nog amper onderzocht wat voor geloof er komt na het afscheid nemen van het kindergeloof. Ook is nog niet duidelijk welke beelden in de ogen van jongeren plausibel zijn. De gegevens die nu bekend zijn, wijzen er op dat jongeren veel eerder voorzichtig en aftastend zijn.

Onderdeel van een groep
(3) Jongeren zijn gevoelig voor de mening van de omgeving waarin zij zich bevinden. Zij willen graag bij een bepaalde groep horen en kunnen ook de mening van anderen overnemen. Zij willen geloven op de manier waarop de anderen van de groep geloven. Schweitzer trekt hieruit de conclusie, dat een preek die zich richt op jongeren hen aan de ene kant serieus moet nemen in hun individuele onafhankelijkheid, maar aan de andere kant hen serieus moet nemen als onderdeel van een bepaalde sociale groep.

Rechtvaardig
Jongeren maken een ontwikkeling door. Een ontwikkeling die al in de kindertijd begint, maar voor jongeren belangrijk wordt is een gevoel voor rechtvaardigheid. Gaat het in de kindertijd vooral er nog om dat alles eerlijk wordt verdeeld en dat iedereen gelijk behandeld wordt, in jeugdfase gaan ook intenties en de eigen ervaringen van (on)eerlijkheid meespelen. Een preek kan aansprekend worden als er een aansluiting gezocht wordt bij een gevoel voor rechtvaardigheid, die voor jongeren relevant en daardoor uitdagend is.

Ontwikkeling
Schweitzer houdt zich in zijn onderzoek sterk bezig met de ontwikkeling die kinderen en jongeren doormaken als het gaat om geloof, denkbeelden over God, de wereld, de kerk en zichzelf. In het nadenken over de preek heeft men de gegevens van de verschillende stadia in de ontwikkeling tot nu toe nog niet opgenomen. In de reflectie op godsdienstonderwijs en de catechese worden deze inzichten al wel verwerkt. Op dit terrein is men bezig hoe teksten en thema’s op een basale manier bij jongeren gebracht kunnen worden en omgekeerd: hoe jongeren op een basale manier een tekst of een thema leren ontsluiten. Schweitzer pleit ervoor om deze kennis ook toe te passen in de preekvoorbereiding. De preek werkt daarbij mee aan de vorming in de ontwikkeling van de jongeren.

N.a.v. Friedrich Schweitzer, ‘”Todlangweilige Predigt?” Jugendhomiletische Konsequenzen aus den entwicklungspsychologischen Erkenntnissen über das Jugendalter’, in: Michael Meyer-Blanck / Ursula Roth / Jörg Seip (Hg.), Jugend und Predigt. Zwei fremde Welten? (München: Don Bosco Verlag, 2008) 149-158.

Geschreven voor HWConfessioneel1

Preken met het oog op jongeren (1)

Preken met het oog op jongeren (1)

Juki

Jongeren en de preek: dat zijn twee verschillende werelden. Tot nu toe is er nog weinig over nagedacht hoe deze twee verschillende werelden met elkaar verbonden kunnen worden. Daarom besloot in de Arbeitsgemeinschaft für Homiletik in 2006 de jaarlijkse conferentie te wijden aan dit thema. Vanuit de gedachte dat deze twee werelden met elkaar te verbinden zijn en dat het ook voor de reflectie op de preek een uitdaging is om met dit thema bezig te zijn. Ik wil in deze rubriek enkele bijdragen aan dat congres de revue laten passeren.
Allereerst de bijdrage van Hans-Martin Gutmann (hoogleraar Praktische theologie in Hamburg).

gutmann

Onoverzichtelijkheid
Gutmann is in zijn bijdrage vooral bezig met de omstandigheden van de huidige jongeren. Volgens hem bevinden jongeren zich in een situatie van onduidelijkheid en onoverzichtelijkheid.
Er is voor hen weinig houvast en weinig nog zeker. Er zijn bijvoorbeeld geen duidelijke levensfasen meer: de kindertijd wordt eerder afgesloten, maar de puberteit duurt langer. Met 18 jaar zijn jongeren al meerderjarig, maar blijven langer dan voorheen sociaal en economisch afhankelijk van de ouders. Door de toenemende individualisering verkeert een jongere in verschillende werelden, die voor het gevoel van een ander nauwelijks te combineren zijn.

Tegenstrijdig
Vanuit de verschillende leefwerelden kunnen tegenstrijdige appèls gedaan worden. Aan de ene kant vraagt het werk en de opleiding om bereidheid tot prestaties, zelfbeheersing, discipline en verantwoordelijkheid. Aan de andere kant vragen vrije tijd, media, enz om emotionaliteit, gerichtheid op het hier en nu, ongeremdheid, genot.
Deze individualisering heeft een groot nadeel: er is voor jongeren geen duidelijk kader meer. Er zijn geen duidelijke richtlijnen die hen door het leven helpen. Er zijn geen duidelijke voorbeelden en idealen meer waaraan zij zich kunnen spiegelen. Ze hebben niet alleen keuzevrijheid, maar zijn gedwongen te kiezen. Door dit alles moeten zij zichzelf en hun eigen identiteit uitvinden.

Kwetsbaar
Dat maakt hen volgens Gutmann kwetsbaar. Ze zijn kwetsbaar voor wat de maatschappij van hen vraagt. Een maatschappij waarin het economische rendement steeds meer de norm wordt. Bovendien wordt hen van alle kanten (en nog het meest in reclames) voorgespiegeld hoe ze gelukkig kunnen en moeten worden. Al prikken ze door het meeste heen, de ondertoon van deze beloften van een gelukkig leven zijn niet vrijblijvend. Wie gelukkig wil worden, moet eerst presteren: een studie afronden, een diploma halen, een baan vinden. Wie het goede leven wil krijgen, moet eerst iets van zichzelf laten zien, moet zichzelf bewijzen.

IMG_1514_fuer_Plakat_geeignet

Kritische stem
Volgens Gutmann heeft de prediking van het evangelie een belangrijke meerwaarde en een belangrijke kritische stem in onze maatschappij. Preken met het oog op jongeren betekent scherp het verschil van wet en evangelie zien. In de prediking gaat het net als in de maatschappij om rechtvaardiging. Want jezelf bewijzen is een vorm van rechtvaardiging. Theologisch gesproken: een vorm van wet waaraan wij moeten voldoen willen wij iemand zijn, een norm waaraan onze waarde wordt afgemeten. Deze norm is niet vrijblijvend, maar kan in onze maatschappij net zo goed knechtend zijn: er wordt een gelukkig leven vol vrijheid voorgespiegeld. Maar paradoxaal genoeg verliest men zichzelf. Wie niet aan de norm voldoet, is overbodig.

Rechtvaardiging
In het evangelie gaat het ook om rechtvaardiging. Maar dan een rechtvaardiging van Godswege dat een geschenk is. Juist de overbodige mens krijgt deze rechtvaardiging toegezegd. (Gutmann vertaalt de rechtvaardiging van de goddeloze dus in de rechtvaardiging van de overbodige mens.) De Bijbelse verhalen ontmaskeren op heilzame manier de dwang in de keuzes en kunnen helpen om een weg door het leven te vinden. In de preek kan de Bijbelse vertelling met de levensgeschiedenis van de jongere verbonden worden. Op die manier kunnen worden ze op weg geholpen om hun identiteit uit Gods hand te ontvangen en hoeven ze niet om een eigen identiteit uit te vinden. Preken met het oog op jongeren kan een bijdrage leveren aan die zoektocht naar een eigen identiteit in een onoverzichtelijke wereld. In een preek wordt de zegen van God meegegeven: in de preek wordt de beschermende macht en de betrouwbare levensleiding van God de jongeren toegezegd.

N.a.v. Michael Meyer-Blanck / Ursula Roth / Jörg Seip (Hg.), Jugend und Predigt. Zwei fremde Welten? (München: Don Bosco Verlag, 2008).

Alle aandacht!

Alle aandacht!
Preken voor jongeren en kinderen

Preken voor kinderen en jongeren: hoe doe je dat eigenlijk? De HGJB heeft met Alle aandacht! een aardige stimulans uitgegeven om predikanten en andere betrokkenen op weg te helpen. Het boekje is een aanrader. Toch is het boekje naar mijn gevoel niet helemaal af. Daarom probeer ik wat verdere suggesties te doen.

Wat ik vooral van Alle aandacht! heb geleerd is het belang van metacommunicatie. Wil een predikant kinderen en jongeren bereiken is het nodig om in de preek expliciet aan te geven welke stappen er genomen worden in de preek: ‘De paradox hierbij is dat de prediker die ook op een metaniveau communiceert meer woorden gaat gebruiken, maar minder zegt, terwijl de preek wint aan zeggingskracht.’ (p. 69)

Zijn er wel kinderen?
Het is te merken dat het boek voor een bepaalde achterban is geschreven: de kerken waarin kinderen nog in de dienst aanwezig zijn. Hoe vanzelfsprekend is dat nog, dat kinderen naar een kerkdienst gaan? In de meeste kerkdiensten waar ik in voorga, zijn geen kinderen aanwezig, of gaan ze naar de kindernevendienst. En als er een dienst voor kinderen wordt georganiseerd, blijft een deel van de ouders met hun kinderen weg omdat ze het niet zien zitten met hun kinderen naar een kerkdienst te gaan.

Niet concreet
Ondanks het pleidooi voor concreet preken is Alle aandacht! lang niet altijd concreet.  Neem bijvoorbeeld het gedeelte waarin aangegeven wordt dat  Woord  en werkelijkheid elkaar in de preek dienen te ontmoeten: ‘Elke preek is een hermeneutisch proces waarin het Woord en de werkelijkheid op elkaar worden betrokken. (…) Voor de hermeneutische lijn in de preek is het van belang een bewust doordachte hermeneutische strategie te hanteren, waarin keuzes worden gemaakt voor de hermeneutische lijn in de preek.’

* Ergens begrijp ik wel waar het over gaat, maar ondanks alle pleidooien voor concreetheid wordt deze hermeneutische strategie niet uitgewerkt. Een preek concreet maken is zo makkelijk nog niet. Het had mij geholpen als er wat suggesties werden gedaan of voorbeelden werden gegeven.
* Door het ontbreken van concrete handvatten komt de ruime aandacht, die besteed wordt aan de noodzaak om in de preek het Woord en de werkelijkheid met elkaar te verbinden, op mij als bevoogdend over. Welke predikant probeert niet op de een of andere manier Woord en werkelijkheid met elkaar te verbinden?
* De voorbeelden die in het boek gebruikt worden zijn wel erg standaard: ruzie maken op school, oneerlijk zijn tijdens het spelen, pesten, niets tegen de juffrouw durven zeggen. In de schets van de leefwereld van jongeren wordt vooral ingezoomd op de communicatie tussen jongeren en ouderen.
Is de leefwereld van kinderen en jongeren niet veel gevarieerder?  Voor mijzelf is dat een vraag die mij bezighoudt: hoe komt de variëteit van leefwerelden in de preek terug?
* In het boek staat een hoofdstuk over ontwikkeling van kinderen. Wat mij betreft had nog concreter uitgewerkt mogen worden op welke manier het geloof en de bijbel dicht bij deze kinderen gebracht kan worden.
* Ook de nadruk op fantasie en verbeeldingskracht is zinvol. Al was het wel handig geweest om hier wat voorbeelden te geven, hoe je als predikant bij de voorbereiding van de preek tot verbeelding komt en dat een plaats geeft in de preek.

Na het lezen van het boek dacht ik: ik mis een theologische doordenking van fenomenen uit de leefwereld van kinderen en jongeren.  Waar houden jongeren zich mee bezig en wat valt er vanuit de Schrift over te zeggen? Wat betekent het om vrienden te hebben? Om naar school te gaan, vrije tijd te hebben, deel uit te maken van een gezin? Op welke manier kan een preek jongeren helpen bij het vinden van hun eigen identiteit?  
Met andere woorden: Wat is de religieuze dimensie van het alledaagse leven? Als protestant hoor ik te zeggen dat het geloof juist in het dagelijks leven geleefd wordt. Bij mijzelf merk ik steeds meer, dat  – zeker bij het voorbereiden van een preek – een kloof is tussen geloof en dagelijks leven. Ik stel vaak de dogmatiek aan de orde, terwijl ik steeds meer merk dat gemeenteleden het liever hebben over het alledaagse leven. Voor een preek in deze tijd is er een Alltagsdogmatik (Wolfgang Steck) nodig die verder helpt om de (verborgen) godsdienstige dimensie van het alledaagse leven helder te krijgen.
 Ik hoop dat dit leuke boekje een vervolg krijgt, waarin de verbinding wordt gelegd tussen het alledaagse leven en het geloof. Waarin voorgedaan wordt hoe Woord en werkelijkheid elkaar – voor het aangezicht van God – raken.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Hanneke Schaap-Jonker en Harmen van Wijnen (red.),  Alle aandacht! Preken voor kinderen en jongeren (Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum, 2011).