Voetbal houdt de kerk en de maatschappij een spiegel voor

Voetbal houdt de kerk en de maatschappij een spiegel voor

Vele mensen zitten deze weken voor de buis om het WK voetbal in Rusland te volgen. Voetbal kan de kerk helpen om te ontdekken waar hedendaagse mensen door gegrepen worden en waar ze helemaal voor kunnen gaan, zo is te lezen in Leidenschaft und Fussball.

Recensie

DSCN4298

In de jaren dat Nederland meedeed met een WK of EK Voetbal zocht ik ruim van tevoren het speelschema op om de wedstrijden die Nederland moest spelen in mijn agenda te vullen. Daarmee kon ik voorkomen dat er een kerkelijke activiteit of een vergadering gepland zou zijn op een dag waarop Oranje zou moeten spelen. Niet eens omdat ik zelf alle wedstrijden wil kijken, maar om gemeenteleden niet voor een dilemma te plaatsen waar ze prioriteit aan zouden (moeten) geven.

Voetbal heeft zo’n impact dat mensen er kerkdiensten of andere belangrijke bijeenkomsten voor laten schieten om de wedstrijd te kunnen volgen. Waarom heeft voetbal eigenlijk zo’n impact? En wat kan de kerk daarvan leren? Op deze vragen promoveerde de Duitse rooms-katholieke theoloog dr. Thorsten Kapperer. Kapperer is kerkelijk werker (Pastoralreferent) voor het bisdom Würzburg en jeugdtrainer.

Onlangs vertelde ik iemand uit mijn gemeente in Oldebroek dat ik een boek aan het lezen was over wat de kerk van voetbal zou kunnen leren. ‘Niets!’, zei hij direct, met een grijns op zijn gezicht. Hij had mij immers aangesproken over de club die ik volgde. Ik was bij iemand op bezoek geweest die enthousiast fan van Vitesse was. Daarom had ik aangegeven welke club ik volgde. Dat was in de ogen van degene die ik sprak niet de juiste club geweest… Ik had de club van de regio moeten volgen: PEC Zwolle.

DSCN4431

Orgelles
Ik ben zelf opgevoed met een duidelijke tegenstelling tussen kerk en betaald voetbal. Wedstrijden kon ik niet kijken, omdat we geen televisie hadden en de dominees waarschuwden ’s zondags op de kansel tegen ‘voetbal als afgod’. Amateurvoetbal mocht wel: mijn vader had gevoetbald en een paar broers van mij voetbalden. Ik ben mijn oudste broer altijd dankbaar geweest: omdat hij voor voetbal koos en daarom van orgelles af moest, kreeg ik de kans om op orgelles te gaan.

Thorsten Kapperer laat zien dat de kerken vanaf de negentiende eeuw enthousiaste supporters van voetbal waren. Zowel de Rooms-Katholieke Kerk als de protestantse kerken in Europa zagen in voetbal een manier om arbeiders en kinderen uit achterstandswijken  verantwoorde ontspanning te bieden. Het was volgens de kerk ook ‘een manier om hun emoties te kanaliseren’. De sport bood bovendien een mogelijkheid om de arbeiders, die in te kleine en verloederde huizen woonden, en vaak ongezond werk, een gezonde levensstijl aan te leren. Vandaar ook dat in het Ruhrgebied, waar vroeger veel mijnbouw was, er clubs ontstonden als bijvoorbeeld FC Schalke 04 en VFL Bochum.

Nog steeds organiseert het Vaticaan verschillende voetbaltoernooien, zoals toernooien voor priesters of voor daklozen. Voetbal werd in Engeland halverwege de negentiende eeuw opnieuw uitgevonden. Dat was in de tijd waarin er een massale migratie van het platteland naar de stad was. De voetbalclubs, die overal uit de grond schoten, boden een gelegenheid om zich te identificeren met de plaats waar ze nieuw waren komen te wonen. Het gaf een onderlinge verbondenheid aan degenen die door de verhuizing naar de stad ontworteld waren geraakt.
Kapperer is vooral geïnteresseerd in de impact van voetbal op mensen. Er zijn veel verhalen te vertellen van fans, die nog heel goed weten hoe zij de eerste keer een voetbalstadion bezochten en gegrepen waren door de sfeer. Voetbal werd hun leven.

Als voetbal zo’n impact heeft op mensen, is het dan geen godsdienst? Nee, zegt Kapperer duidelijk. Voetbal verleent fans een identiteit en een levensinvulling, maar er ontbreekt duidelijk een link naar het hogere, naar God. Er wordt wel vaak religieuze taal gebezigd wanneer op de wedstrijd teruggekeken wordt, maar dat gebeurt vaak op een ironische wijze. Hooguit kun je spreken van sporen van het heilige: in een cultuur, waarin velen geen binding hebben met een religie, kun je in voetbal iets opmerken van de functies die godsdienst voor mensen kan hebben: in de levensinvulling, in de beleving, in de rituelen rondom de wedstrijd. De beleving van voetbal komt in de buurt van een spirituele ervaring.
In een cultuur waarin velen de band met godsdienst zijn kwijtgeraakt, is het van belang dat kerken op zoek gaan waar zij zich bevinden. Voetbal kan de kerk helpen om te ontdekken waar hedendaagse mensen door gegrepen worden en waar ze helemaal voor kunnen gaan. Voetbal houdt de kerk en de maatschappij een spiegel voor en heeft zelfs een theologische betekenis, stelde emerituspaus Benedictus eens. Het ensceneert dé ambivalentie die er in onze cultuur ingebakken zit: dat alles maakbaar is en tegelijkertijd de ervaring dat zoveel onberekenbaar is.

Door betrokken te raken bij voetbal, kan de kerk actief worden in de wereld buiten de kerk. Het is een stap om theologisch narcisme tegen te gaan, waarbij de kerk alleen maar in zichzelf gekeerd is. Kapperer geeft verschillende voorbeelden: Predikanten en priesters die betrokken zijn bij een fanclub. Het bisdom Würzburg dat een eigen elftal heeft. De kapel in  het stadion van FC Schalke in Gelsenkirchen. Een mooi voorbeeld is ook een kerkendag die wordt gehouden in het stadion van Borussia Mönchengladbach. Deze club ging bijna ten onder, maar werd gered door een plaatselijke mecenas. De wederopstanding leidde tot de bouw van een nieuw stadion.

De overstap naar dat nieuwe, moderne stadion, dat nog niet de sfeer had van het oude op de Bökelberg, leverde vragen op over de toekomst van de kerk. Wat laat je achter, omdat het niet meer voldoet, terwijl je met het loslaten mogelijk wel aan sfeer verliest? Wat is er nodig om  in de nieuwe situatie net zo’n thuisgevoel te creëren als in de oude situatie? Zulke vragen zouden niet gesteld worden als de kerkendag niet in een voetbalstadion gehouden was.
De kerk kan van voetbal leren om een kerk voor werkelijk iedereen te zijn, stelt Kapperer. Meer dan de kerk weet het voetbal verschillende lagen van de bevolking aan te spreken. Voetbal kan ook een voorbeeld zijn in hoe jongeren binnen de eigen club worden getraind en gecoacht. Voor hun taak op het veld. Voor hun rol binnen de vereniging, als trainer van pupillen of als scheidsrechter.

Als ik als vader langs de lijn sta om de wedstrijd te volgen, waarin mijn oudste dochter keept of mijn zoon voetbalt, staat mijn eigen theologische reflectie niet stil. Geregeld denk ik dan na over wat er nodig is om een team te coachen, om bij een achterstand ze aan te sturen, om bij tegenslag ze te troosten of moed in te spreken. Om ze de normen en waarden van het voetbal aan te leren. De beste les van voetbal kreeg ik ooit van een gemeentelid. Haar kinderen waren afgehaakt van catechisatie. Ze sprak mij daarop aan en hield de plaatselijke voetbalvereniging mij als voorbeeld voor: ‘Nadat mijn jongens stopten met voetbal was er de volgende morgen direct iemand van de club die vroeg waarom ze stopten. Van de kerk heb ik nooit iemand gezien en ze zijn er nooit op aangesproken dat ze gestopt zijn.’

N.a.v. Thorsten Kapperer, Leidenschaft und Fussball. Ein pastoral-theologisches Lernfeld. Würzburg: Echter Verlag. 42 euro

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad

Kerst vieren in een postmoderne samenleving

Kerst vieren in een postmoderne samenleving
Boekbespreking van Stephan Wahle, Das Fest der Menschwerdung. Weihnachten in Glaube, Kultur und Gesellschaft (Herder Verlag, 2015)

0004474164_0001_170

Hoewel Kerst een van oorsprong christelijk feest is, hoef je tegenwoordig geen christen te zijn om dit feest te vieren. Ook op plaatsen waar het christendom niet sterk aanwezig is, kan Kerst worden gevierd. Ook in het geseculariseerde westen is Kerst een belangrijk feest. Godsdienstsocioloog Michael N. Ebertz is van mening dat de manier waarop Kerst wordt gevierd het paradigma van volksreligiositeit in een postmoderne samenleving is. In deze vorm is het meedoen met Kerst een familiegebeuren, waarbij het oude jaar wordt afgesloten en een nieuw jaar wordt begonnen. Bestaande relaties worden gekoesterd en voorbije relaties betreurd.

Spanning

In deze postmoderne en deels postchristelijke cultuur viert de kerk Kerstfeest. In een tijd waarin er aan Kerst allerlei andere betekenissen worden verbonden die niets of weinig te maken heeft met de menswording van God. Daarmee is er voor de kerk een spanning gegeven. De spanning betreft aan de ene kant wat de kerk in de liturgie viert en verkondigt: dat in de komst van Christus op aarde God heeft gehandeld en dat dit handelen van God niet een afgesloten gebeuren is, maar nog steeds in het heden – onder andere in de liturgie – gebeurt. Aan de andere kant is er een postmoderne feestcultuur, die geen eenduidige betekenis wil toekennen aan het Kerstfeest, maar allerlei duidingen openhoudt.
Volgens Stephan Wahle heeft elke eredienst met deze spanning te maken. In zijn boek over het vieren van Kerst in onze postmoderne cultuur heeft doordenkt hij vooral de spanning die zich bij Kerst voordoet.

Uithouden

Wahle (*1974) is een rooms-katholieke liturgiewetenschapper, die in 2006 promoveerde op de anamnese in de christelijke en Joodse liturgie. Volgens Wahle moet de kerk bewust de spanning uithouden tussen christelijke viering en verkondiging en de postmoderne feestcultuur met diffuse duidingen.

Mysterium paschale
Voor hem houdt dat in dat de kerk met Kerst als begin het
mysterium paschale viert. Mysterium paschale is een belangrijke term in de rooms-katholieke liturgie, die in de vernieuwing van de liturgie bij het Tweede Vaticaanse Concilie een nadrukkelijke rol speelde. Het mysterium paschale staat voor het geheel van het gebeuren van Christus op aarde: van zijn menswording tot zijn hemelvaart.
In de eredienst is dat gebeuren van Christus niet iets uit het verleden, maar wordt dat in het heden present gesteld: verleden, heden en toekomst van het Christusgebeuren vloeien in de eredienst samen. Het doel daarvan is het gelijkvormig worden van de kerk en de individuele christen aan Christus. Met de christelijke feesten viert de kerk steeds een onderdeel van dat mysterium paschale, maar blijft tegelijkertijd in de liturgie van die feestdag de verbinding houden met het geheel.

Kerst kan daarom niet gevierd worden zonder een koppeling naar het lijden, sterven, opstaan en opvaren van Christus. Wahle verzet zich tegen Matthias Morgenroth, die het pleidooi voerde om aansluiting te zoeken bij de postmoderne religiositeit en daarom de koppeling met Goede Vrijdag en Pasen maar op te geven. Wahle houdt nadrukkelijk vast aan de verbinding: de kerk viert bij elk feest een onderdeel van het totale mysterium paschale.

Analogie met de Paasviering
De oorsprong van het Kerstfeest ligt ook in de Paasviering. In de 4e eeuw ontstaat de behoefte om de verschillende onderdelen van de missie van Christus op aarde met een feest te vieren. Voor de liturgie staat de viering rondom Pasen model. In de gebruikte symboliek zijn er daarom ook veel dwarsverbanden. De tijdstippen van de liturgische vieringen worden van de paasliturgie overgenomen. Met als hoogtepunt van de Kerstliturgie de nachtmis om 0.00, waarbij de eucharistie wordt gevierd.

Onder druk
Wahle neemt een aantal ontwikkelingen waar, die de verbinding tussen Kerst en het geheel van het mysterium paschale onder druk zetten. Zo neemt de nachtmis aan populariteit af ten koste van een kerstnachtdienst of een kinderkerstfeest waarbij het kerstverhaal wordt nagespeeld. Degenen die de nachtmis bezoeken zijn vooral de trouwe kerkgangers. Het gevolg is dat de kinderen en degenen die alleen de kerstnachtdienst bezoeken niet meer in aanraking komen met de eucharistie. Het gevolg daarvan is dat de eucharistie in het geheel onbekender wordt en een drempel om een kerkdienst bij te wonen. Daarnaast signaleert hij steeds meer de gewoonte om Kerst in huiselijke kring te vieren, waarbij de kerkgang achterwege blijft.

Presentie
Voor degenen die de officiële rooms-katholieke liturgie hanteren kunnen die niet-officiële vieringen een principiële vraag oproepen: wordt in een viering waarin het sacrament van de eucharistie ontbreekt ook de aanwezigheid van Christus present gesteld? Kerk en liturgiewetenschap moeten volgens Wahle deze ontwikkelingen niet te snel bekritiseren. Alle vernieuwingen die er geweest rondom en na Vaticanum II hebben niet geleid hebben tot versterking van de kerkelijke rituelen. Bovendien kan men presentie misschien soms meer wordt ervaren dan tijdens een reguliere eredienst of tijdens de kerstviering in huiselijke kring.

Kans
Toch is het van belang dat de kerk de officiële liturgie blijft vieren: om in het diffuse van de postmoderne cultuur de mensgeworden God present te stellen en het besef levend te houden dat met Kerst het begin van het mysterium paschale wordt gevierd.  Wahle is optimistisch over de mogelijkheden. De opkomst van de commercie rond Kerst en van de alternatieve vieringen moet niet te snel bekritiseerd worden. In de ernst, de teleurstelling, de pijn en de vreugde over het leven en de relaties die in de postmoderne religiositeit zijn aanknopingspunten voor het evangelie te vinden. Kerst is geen belemmering, maar vooral een kans om het evangelie te vieren en te verkondigen.

N.a.v. Stephan Wahle, Das Fest der Menschwerdung. Weihnachten in Glaube, Kultur und Gesellschaft (Freiburg / Basel / Wien: Herder Verlag, 2015).

Geschreven voor het Friesch Dagblad

 

Populaire cultuur en christelijk geloof (1)

Populaire cultuur en christelijk geloof (1)

Films en (pop)muziek vormen een belangrijk deel van onze leefwereld. Veel films en songs bevatten expliciete religieuze thematiek of raken aan belangrijke religieuze thema’s. Vanaf de jaren-’90 is er vanuit de theologie veel aandacht gekomen voor deze religieuze thematiek in films en songs. In 1995 werd er bijvoorbeeld in Duitsland een Werkgroep Populaire Cultuur en Godsdienst (www.akpop.de) opgericht om serieus theologisch onderzoek te verrichten naar films, games, songs, reclame en bestsellers. Door deze fenomenen te bestuderen kan men ontdekken welke thema’s de hedendaagse mensen bezighoudt en welke existentiële en religieuze thema’s hen bezighouden.

Deze thema’s kunnen expliciet ontleend zijn aan de Bijbel of de christelijke traditie. In films of songs wordt geregeld een toespeling gemaakt op de christelijke traditie, bijvoorbeeld door gebruik van christelijke symboliek. Deze verwijzingen gebeurt geregeld ook vanwege kritiek op (het beleid van) de kerk of op de christelijke traditie en krijgt deze symboliek een nieuwe lading. Waar er geen verwijzing is naar de christelijke traditie, raakt de religieuze lading meestal aan een thematiek die ook binnen de christelijke traditie is doordacht en waar de christelijke traditie een heel ander antwoord heeft gegeven. Het kan ook gebeuren, dat er in de populaire cultuur existentiële en religieuze thema’s aan de orde komen, die binnen de kerk en de theologie nauwelijks aandacht krijgen.
In de komende tijd wil ik aandacht besteden aan de religieuze thema’s die in de populaire cultuur aan de orde komen. Ik doe dat aan de hand van een pas verschenen boek van Ingo Reuter, waarin hij de Apostolische geloofsbelijdenis vergelijkt met populaire films en songs.

Hoewel Reuter een (post)moderne herinterpretatie en correctie van deze geloofsbelijdenis voorstaat, kan zijn boek wel helpen bij de doordenking van de christelijke traditie vanuit de populaire cultuur en de populaire cultuur vanuit de christelijke traditie. In de komende bijdragen wil ik aan de hand van voorbeelden uit films laten zien hoe er bijvoorbeeld nagedacht wordt er bijvoorbeeld gedacht wordt over God, de kruisdood van Jezus, zonde en kwaad e.d.
Nu is het heel gemakkelijk om de populaire cultuur als oppervlakkig af te doen. Soms gaat het inderdaad om niet meer dan vermaak. Toch kunnen er onder het oppervlakkige diepere thema’s schuil gaan. Vermaak is niet alleen bedoeld om het (soms saaie) alledaagse te ontvluchten of om te ontspannen. Daaronder kan de wens schuil gaan om het eigen bestaan te ervaren: het verlangen naar een zinvol en gelukkig leven. Het kijken van een film kan ontspanning zijn, maar tijdens deze ontspanning kan iemand ervaringen opdoen, die niet onderdoen voor religieuze ervaringen. In het tijdsbestek van een film kan iemand uitgedaagd worden om na te denken over belangrijke godsdienstige of ethische thema’s. Het bekijken van een goede film kan een even sterke of misschien wel sterker effect hebben dan het beluisteren van een preek.[1]

Een film die op mij grote impact had, was de film All Quiet on the Western Front (1979). Deze film liet mij niet alleen de ogen openen voor de zinloosheid van oorlogsvoering; ook de stemming van deze film heeft mij lange tijd geraakt. Eenzelfde lading van roepingsbesef en zelfopoffering had voor mij For Lions and Lambs (2007).
Daarentegen is voor mij een slechte film een grotere afknapper dan een slecht geschreven boek. Ik heb dat vooral bij films waar de boodschap is waar je moet worden wie je bent – bevrijd van knellende (religieuze) banden.

Voorbeelden hiervan zijn Chocolat (2000) en As at is in Heaven (2004), die deze verlossing op een voor mij kitscherige manier uitwerken.

Het lied, dat Gabriëlla in de film As it is in Heaven zingt, is overigens een mooie illustratie van postmoderne religiositeit: Vanaf nu is mijn leven van mij. (Met Nederlandse ondertiteling: http://www.youtube.com/watch?v=JNG5RYGHtX4) Dit lied is te beschouwen als een postmoderne ‘geloofsbelijdenis’. Postmoderne religiositeit is een bekering tot het (echte) leven. En dat is in films veelvuldig te zien. De films As it is in Heaven en Chocolat laten ook zien, dat deze bekering tot het echte leven gepaard gaat met kritiek op de kerk, die dit leven in de weg staat.
Voor Reuter is de bekering tot het echte leven onderdeel van het bevrijdende van het evangelie.
Uit het boek van Reuter leer ik om bij alle kritiek die ik heb het onderliggende verlangen naar echt leven wel serieus te nemen. Niet alleen vanuit een missionaire drive om buitenstaanders te winnen. Ook betrokken gemeenteleden zien in films hun verlangens verbeeld. Ook voor hen kan de wisselwerking tussen christelijke traditie en populaire cultuur van belang zijn.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Ingo Reuter, Der christliche Glaube im Spiegel der Popkultur (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2012).
http://www.eva-leipzig.de/product_info.php?info=p3245_Der-christliche-Glaube-im-Spiegel-der-Popkultur.html

Zie voor de website van Ingo Reuter: http://www.ingo-reuter.de/page/index.php?page=home


[1] Martin Nicol en Alexander Deeg hebben een model van dramaturgisch model van preken maken ontwikkeld, waarbij in de leer gegaan wordt bij o.a. films.

Megatrend religie of megatrend “God is uit beeld”?

Megatrend religie of megatrend “God is uit beeld”?

Is er sprake van een terugkeer van godsdienst? Volgens (godsdienst)sociologen en praktisch theologen wel. In hun ogen zou de kerk moeten aansluiten bij deze “megatrend religie”. Is dat wel zo verstandig? Ulrich H.J. Körtner bekritiseert deze suggestie: de megatrend religie is een zeepbel die door deze sociologen en theologen zelf is gecreëerd. Er is volgens hem wat anders aan de hand: men weet niet meer waar het om gaat bij godsdienst of God. Er is geen sprake van bloei van spiritualiteit, maar een opmars van syncretisme en een onverschilligheid als het gaat om God. Volgens Körtner kan men net zo goed spreken van een megatrend God is uit beeld.

Er zijn verschillende ontwikkelingen tegelijkertijd aan de hand. Mensen zijn minder betrokken bij een godsdienstig instituut. Zij zijn in hun doen en laten, in hun denken en levensbeschouwing niet meer zo nadrukkelijk gevormd door een duidelijke traditie dan voorgaande generaties. Er is een multireligieuze samenleving ontstaan, die zeker voor jongeren de samenleving is waar zij in leven en zich niet aan kunnen onttrekken. Al deze factoren hebben er voor gezorgd, dat veel mensen geen duidelijk beeld meer van godsdienst of God hebben ontvangen van ouders, leerkrachten en andere personen die van belang zijn bij de opvoeding.
De kerken zijn daardoor onzeker geworden. Wat moeten zij doen om mensen te behouden als lid? Wat moeten zij doen om mensen (of ze nu wel betrokken zijn of niet) bereiken met een boodschap? En welke boodschap moet dat zijn? Kan dat nog de boodschap zijn dat God alleen te kennen is in de gekruisigde en opgestane Christus? Of moeten zij deze boodschap aanpassen en aansluiting vinden?

Volgens de godsdienstsocioloog Detlef Pollack is de zogenaamde opleving van religie een mythe. In ieder geval op basis van betrokkenheid. Aanhangers van nieuwe religiositeit tellen nog geen 2% van degenen die de kerk vaarwel hebben gezegd. Bovendien is religiositeit volgens hem nog steeds vooral door de kerk gestempeld. Iemand die op een of andere manier betrokken is bij een kerk zal een ervaring van schoonheid (natuur, muziek) of van gemeenschap eerder als religieus bestempelen dan iemand die geen binding meer heeft met de kerk. Het is waar dat religieuze vragen blijven en dat men voor het antwoord lang niet altijd meer de kerk of kerkelijke traditie erbij betrekt. Maar het is volgens hem niet waar dat daar tegenover staat dat godsdienst boomt. Godsdienstsociologen kunnen alleen spreken van heropleving van religie doordat zij de definitie van wat als religieus bestempeld kan worden enorm ver oprekken.
Daarnaast is het de vraag of de nieuwe spiritualiteit werkelijk dat kan bieden wat zij belooft. Is er bij deze nieuwe vormen van spiritualiteit geen sprake va naturalisme (de natuur dicteert wie wij behoren te zijn)? En als de nieuwe spiritualiteit een bepaalde liefelijke eenheid zonder al te scherpe discussies belooft, krijgt het dan niet het karakter van een utopische mythe?
Henning Luther heeft erop gewezen dat deze nieuwe religiositeit in dat geval trekken krijgt van een illusie en een ideologie. Die liefelijkheid is niet te vinden, omdat het leven weerbarstiger en pijnlijker is dan men vaak voor waar wil houden. Die weerbarstigheid, het lijden en het pijnlijke wordt genegeerd.
Neem bijvoorbeeld gebedsgenezers. Zij beloven dat zij zieken gezond kunnen maken. De onderliggende gedachte is dat ziekzijn niet past bij het menszijn. Wie gezond is, is pas werkelijk mens. Als de kerk aansluit bij de moderne mens, neemt zij deze illusie en ideologie van ‘de gezonde mens’ dan niet impliciet over?
Een discussie over secularisatie kan dus niet zonder discussie over de vraag wat religieus is. En over de vraag wat de consequenties zijn van die definiëring. Die discussie over definiëring is daarom dan ook een theologische discussie. Want is alles wat als religieus geduid wordt ook werkelijk religieus? Binnen de huidige godsdienstwetenschap is men steeds terughoudender met betrekking tot de precieze definiëring van religie. En heeft de kerk vanuit het geloof in God en in de openbaring van Christus niet een hartig en kritisch woordje mee te spreken? Vanuit de christelijke traditie definieert Körtner religie als bewustzijn van ‘schlechthinniger Empfänglichkeit’. (Hoe zal ik U ontvangen?) Van oorsprong bezit de mens een passiviteit, die zich niet alleen uit in geboorte en dood, in lijden, hulpbehoevendheid en afhankelijkheid, maar ook in liefde en vergeving. Het beslissende in een mensenleven kan de mens zichzelf niet geven.  De mens is daarom niet, zoals de Verlichting zegt, van nature religieus.
Voor Körtner is de uitdaging: Wat betekent deze megatrend “God is uit beeld” voor de kerkelijke praktijk en voor de kerkelijke verkondiging? Deze uitdaging raakt niet alleen de praktijk, maar ook de geloofsleer: Hoe denken wij over God? In welke God geloven wij? Valt er niet iets voor te zeggen om vast te blijven houden aan God die zich openbaart/openbaarde in de gekruisigde en opgestane Christus?

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Ulrich H.J. Körtner, Wiederkehr der Religion? Das Christentum zwischen neuer Spiritualität und Gottvergessenheit
(Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus, 2006).

De missionaire dimensie van een kerkdienst

De missionaire dimensie van een kerkdienst

Hoe kan een kerkdienst missionair worden vormgegeven? In het nadenken over de kerkdienst komt deze vraag vaak op, merkt Wolfgang Ratzmann. Ratzmann was tot voor kort hoogleraar Praktische theologie in Leipzig en heeft veel over liturgie en over missionair werk geschreven. Voor hij antwoord geeft, zet hij eerst de argumenten op een rij.

Contra
In de eredienst gaat het er niet om de mensen te bereiken. In een kerkdienst gaat het om de ontmoeting met de levende God. Sommigen, zoals de praktisch-theoloog Karl-Heinrich Bieritz, pleiten voor een tegen-cultuur: de kerk moet niet te veel aansluiting zoeken bij de cultuur (waarin belevenissen en amusement belangrijk zijn). In de eredienst kan men de rust vinden, die in een belevenismaatschappij ontbreekt. Wanneer men in de vorm aansluit bij deze cultuur, zal men ook de inhoud aanpassen.

Pro
Net als in Nederland zijn de grote Duitse kerken volop bezig met missie en evangelisatie. Die zijn er meer mee bezig dan de universitaire theologie, volgens Ratzmann. Vanuit de kerken komt de missionaire vraag op. Ook als het gaat om het doordenken van een missionaire liturgie. En anders komt die missionaire vraag wel op vanuit de systematische of de historische doordenking van de eredienst. In het voorwoord van de bundel artikelen over God eren in een postchristelijk tijdperk. De missionaire dimensie van de liturgie staat:

Men kan zich niet voorstellen dat de kerk een missionaire kracht kan ontplooien zonder de liturgie in het spel in te brengen. Het geloof doorgeven aan de hand van argumenten of samenvattingen van het geloof zou een absurd idee zijn. Christenen worden – net zoals degenen in de Vroege Kerk – vooral bepaald door wat de kerkdienst hen aanreikt.

Er zijn ook argumenten voor een missionaire doordenking van de liturgie te vinden. ‘We wisten niet dat de hemel op aarde te vinden was,’ zeiden de Russische gezanten tegen hun grootvorst Vladimir van Kiev, nadat ze teruggekeerd waren uit Byzantium en een bezoek hadden gebracht aan een kerkdienst in de Hagia Sophia.
De reden van Luther om te komen met een Deutsche Messe was ook een missionaire: de dienst wordt opgebouwd ter wille van de eenvoudige gelovigen.
De missionaire kracht van de liturgie zit in het ondergaan, het meemaken van een dienst.

Tendensen
In de alternatieve vormen van liturgie gaat het volgens Ratzmann er niet om wat er in de cultuur leeft. De alternatieve vormen laten eerder de behoeften van de bedenkers zijn. (Overigens: de meeste bedenkers zouden zelf nooit naar een alternatieve dienst gaan, die door een ander wordt georganiseerd.)
Men sluit de kerkdienst aan bij het levensgevoel en de levensstijl van de mogelijke bezoekers. Daarom geen orgel of gezangen. Men laat de bezoeker zelf mediteren in plaats van luisteren naar een preek.
Vanuit cultuursociologisch perspectief valt op dat:
– men vooral aansluit bij de behoefte aan amusement en belevenissen.
– men niets wil hebben wat herinnert aan gezag (toga, ouderling van dienst, e.d.), maar vooral inzet op de authenticiteit van bepaalde gelovige personen.
– men tijdens het ritueel veel over laat aan de eigen invulling van de bezoekers.
Wanneer deze tendensen overheersen is het niet vreemd dat men zich verzet tegen de missionaire doordenking van de liturgie. Want men sluit zich in die alternatieve kerkdiensten vooral aan bij de druk van de moderniteit om de enkeling centraal te stellen (individualiseringsdruk), waarbij men vooral inzet op de aardige en actieve burgers. Sociologisch gezien heeft men dan een heel kleine doelgroep.

Wat betekent missionair?
Missionair bezigzijn wordt vaak uitgelegd als het bereiken van degene die niet gelooft met het geloof. Volgens Ratzmann een beperkte visie, want in missie gaat het allereerst om de weg van God, Zijn zenden tot de mensen (missio Dei). Missionair bezigzijn betekent dan dus gehoorzaam en creatief het spoor volgen dat God zelf gewezen heeft. God wil tot de mensen komen. De kerkdienst is een van Zijn middelen om tot mensen te komen.

Deze definitie van zending onderbouwt Ratzmann vanuit de godsdienstsociologie en vanuit de liturgie.
Door de secularisatie is wel de traditionele volkskerkelijkheid verdwenen. Godsdienst als zodanig niet. Religie is veranderd in vorm en inhoud. Tegelijkertijd wordt er over God niet meer gesproken en heeft men niet meer het besef dat God het gehele leven kan bepalen. Voor velen staat God aan de rand van hun leven. In zo’n cultuur is de kerkdienst een ‘bevoorrechte plaats’, waar het zwijgen over God wordt doorbroken: zijn Naam wordt publiekelijk genoemd en aangeroepen. ‘Waar in onze maatschappij, in onze wereld hebben wij nog werkelijke vrije ruimten van confrontatie met het evangelie?’ (uit een van de bijdragen uit God eren in een postchristelijk tijdperk)
Bepaalde kenmerken van de kerkdienst vallen daardoor extra op:
– het gebed (dat in de Thomasviering een belangrijke plaats heeft)
– het persoonlijke getuigenis, waarin iemand zonder kanseltaal zich rekenschap geeft over God (in het ‘kruisverhoor’ tijdens GoSpecial).
– de verbinding tussen geloof of bijbelse thema’s en het gewone, alledaagse leven (in plaats van amusement). God kan in verband gebracht worden met situaties uit het alledaagse leven.

Ook in ‘traditionele’ kerkdiensten wordt over en tot God gesproken. Ratzmann vindt daarom dat niet alleen de alternatieve vormen missionair genoemd kunnen worden. Ook een zogenaamde traditionele liturgie kan missionaire kracht hebben.
Het is zelfs mogelijk dat in een evangelisatiedienst niet meer over God gesproken wordt – of dat de God van de bijbel wordt ingewisseld voor een god die mogelijk acceptabel is voor de mogelijke bezoekers. Kun je zulke diensten nog wel missionair noemen?

Enkele adviezen
(1) Door de cultuur die steeds pluraler is geworden, moet er ook in de liturgie daar rekening mee gehouden worden. Volgens Ratzmann hebben we verschillende kerkdiensten nodig met een andere culturele kleur. Eventueel in samenwerking met andere kerken in de regio.
Aan de andere kant zijn er ook aanwijzingen dat bepaalde vormen verbindend kunnen werken tussen cultureel verschillende groepen. De kerk is bovendien geroepen om een eenheid te zijn. Een traditionele kerkdienst, waarin jong en oud aanwezig zijn, kan daarom ook missionaire kracht hebben in een maatschappij waarin verschillende (leeftijds)groepen elkaar nauwelijks nog tegenkomen.
(2) De alternatieve vormen van kerkdiensten zijn vaak gebaseerd op traditionele vormen. Ratzmann pleit voor een kruisbestuiving over en weer tussen de nieuwe en de traditionele vormen.
(3) Elke kerkdienst (traditioneel of vooruitstrevend) heeft een vorm nodig die esthetisch overtuigt. De gevoeligheid voor de esthetische kwaliteit is belangrijk. Tegelijkertijd kan de vorm zo nadrukkelijk zijn, dat de inhoud ondersneeuwt.
(4) Tot slot: een kerkdienst is volgens Ratzmann niet missionair omdat een bepaalde doelgroep wordt bereikt, maar in het vieren van en vertellen over de God die tot deze wereld is gekomen.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Wolfgang Ratzmann, ‘Missionarische Liturgie? Überlegungen zu einem umstrittenen Phänomen’, Jahrbuch für Liturgik und Hymnologie 42 (2003) 49-63. Opgenomen in: Wolfgang Ratzmann, “Gott ist gegenwärtig”. Aufsätze zum Gottesdienst. Serie: Beiträge zu Liturgie und Spiritaulität (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2010). – dit boek is te raadplegen via books.google.com

McGrath: Postmoderniteit als kans voor de kerk

McGrath: Postmoderniteit als kans voor de kerk

De postmoderniteit is voor de kerk een kans om het evangelie te verkondigen. Hij relativeert het crisisgevoel, dat er in de kerk heerst. Het christendom heeft wel vaker in een crisis verkeerd, bijvoorbeeld in 1789 of rond 1900. Bovendien heeft elke tijd het gevoel zich in een breukvlak te bevinden.
In de moderniteit heeft het christendom soms teveel trekken van die tijd aangenomen. In de postmoderniteit kunnen die trekken worden gecorrigeerd.

Postmoderniteit
Postmoderniteit is te zien als een reactie op de moderniteit. In de moderniteit lag de nadruk op de eenheid en de uniformiteit. Deze nadruk op de uniformiteit kon ook onderdrukkend werken. Vooral de neiging van ideologieën om mensen te controleren en in een keurslijf te dwingen, wordt door de postmoderniteit bekritiseerd. Het relativisme van de postmoderniteit is echter ook een ‘meta-verhaal’. De postmoderniteit is daarom niet vrij van tegenstrijdigheden.
Een ander belangrijk kenmerk van de postmoderniteit is de herwaardering van het beeld. Veel christenen gebruiken echter nog steeds vooral woorden om het geloof over te dragen. Wanneer er vandaag de dag wordt nagedacht over apologetiek en communicatie van het evangelie kan men niet om beeld en film heen.

Het uitdragen van het geloof heeft baat bij de postmoderniteit. In deze periode is er opnieuw waardering gekomen voor verhalen en geschiedenissen. In de moderniteit was een verhaal een overbodige schil om een bepaalde moraal heen. In de moderniteit zag men het christendom dan ook vooral als een verzameling van geloofswaarheden.

Verhaal
De postmoderniteit heeft ontdekt dat moraal of identiteit bij uitstek via verhalen is over te brengen. Men heeft ontdekt dat het christendom een karakteristieke manier van leven is. Het christelijke verhaal levert een belangrijke om deze manier van leven gestalte te geven. In 1977 klaagde Hans Frei over het verlies van het bijbelse verhaal in 1977 (The Eclipse of Biblical Narrative). Theologen en filosofen als Paul Ricoeur, Alasdair MacIntyre, Charles Taylor, Stanley Hauerwas verwerken het verhaal in hun filosofie of theologie. MacIntyre: ‘Ik kan de vraag: “Wat moet ik doen?” niet beantwoorden zonder eerst een antwoord gevonden te hebben op de vraag: “Tot welke geschiedenis behoor ik?”’
Een verhaal heeft biedt een kijk op de wereld, die iemand zich heeft eigen gemaakt. Een verhaal kan mensen boeien en heeft de kracht om te vernieuwen en te veranderen. Het christelijk meta-verhaal kan een bijdrage leveren aan de verklaring van de wereld en tegelijkertijd iemand helpen zijn plaats in deze wereld te ontdekken.

Missionaire kans

De hernieuwde aandacht voor het verhaal kan helpen bij het nadenken over de vraag: Hoe kan in deze tijd het evangelie worden uitgedrukt. McGrath zal nu niet meer inzetten op argumenten voor het christelijk geloof. Hij zal zijn eigen verhaal vertellen: de manier waarop hij het geloof heeft gevonden.
De kerk is een gemeenschap, die door het christelijke verhaal in het leven is geroepen. Door alles wat er in een kerkdienst gebeurt (preek, viering avondmaal, gebeden, enz.) laat de kerk zien, op welk verhaal zij is gebaseerd. Door het verhaal van Jezus, de opgestane gekruisigde worden alle rituelen, symbolen en woorden in een geloofwaardig en samenhangend verhaal met elkaar verbonden. Deze geschiedenis gaat over het leven van mensen, kan onze kijk op de dingen bijstellen en kan ons gedrag veranderen. Hauerwas: de kerk moet leren om dit verhaal toe te passen op verschillende situaties – inclusief intellectuele reflectie en ethische belangen. De kerk is er volgens hem om de ware kijk op de wereld te vertellen.

Erbij horen
In de postmoderniteit heeft de lokale kerk meer betekenis gekregen. In onze huidige samenleving hebben veel mensen het gevoel dat zij verdreven zijn uit de samenleving, de thuisbasis zijn kwijtgeraakt (Walter Brueggemann, The Land: Place as Gift, Promise and Challenge in Biblical Faith 20022). Het creëren van gemeenschap is in veel landen een politiek item geworden. Volgens Alasdair MacIntyre staan de processen van de modernisering (vooral het liberalisme en kapitalisme) de gemeenschapsvorming in de weg. Hij pleit voor het vormen van gemeenschappen met karakter, waar normen en waarden worden overgeleverd. Deze gemeenschappen moeten echter ook levende gemeenschappen zijn, die net zoals de kloosters in de donkere Middeleeuwen het uiteenvallen van de samenleving tegengaan.
De christelijke kerken hebben in het Westen lange tijd de kern van het gemeenschapsleven gevormd. Ook vandaag de dag verlangen mensen ernaar ergens bij te horen. McGrath pleit ervoor om dit verlangen missionair te gebruiken. Bijvoorbeeld door niet pas lidmaatschap aan te bieden op het moment dat iemand een keuze voor het geloof gemaakt heeft. Hij wijst op het beeld dat Paulus gebruikt: christenen zijn geadopteerde kinderen van God (Rom. 8:23), een beeld uit het familierecht van die tijd. Het beeld van de adoptie spreekt niet alleen het verstand aan, maar ook het hart en de fantasie.
Binnen deze gemeenschap kan iemand zijn eigen identiteit vinden. Een identiteit waarvan de christen weet, dat die in Christus rust. De gemeenschap, waarbij de christen hoort, is gevormd door een verhaal dat geworteld is in het verleden (handelen van God en Christus) en toekomst (eschaton) biedt.

De belangrijke rol van het dogma
Volgens William James hebben mensen ‘werkhypothesen’ nodig betekenis te geven aan hun ervaringen in deze wereld. Volgens McGrath kan het christelijk geloof zo’n werkhypothese bieden: het christelijk geloof heeft op zichzelf betekenis en geeft tegelijkertijd een zin aan de wereld. Het christelijk geloof is relationeel, existentieel, ethisch en ook intellectueel. Hij vindt dat de kerk in deze postmoderne wereld moet benadrukken dat het christelijk geloof heel attractief en relevant is. Een kostbare parel (Matth. 13:44).
Het christelijk geloof gaat uit van een ontmoeting met de levende God. Hoe intellectueel het geloof ook is, deze ontmoeting blijft altijd ook iets van een mysterie houden. Dat mysterie moet worden beschermd. Dat beschermen van het mysterie betekent geen verstarring, maar een zorgvuldig en effectief doorgeven aan de volgende generatie. Dogma’s dragen bij aan het beschermen van het mysterie. Dogma’s vormen niet de kern van het geloof, maar de bescherming ervan. Het belangrijkste is de kern (namelijk: het geloof dat God door Christus handelt) – niet de vraag waar de grens ligt.
Dogma’s zijn echter wel belangrijk. Zonder dogma’s vervloeit het geloof en zal het geloof zijn aantrekkingskracht verliezen. De dogmatiek heeft de belangrijke taak het geheimenis over God levend en levendig te houden. Echte dogmatiek komt voort uit het reflecteren op het christelijke verhaal. Het verhaal dat gaat over Gods handelen met Zijn volk. Het verhaal dat zijn climax heeft in het leven, sterven en de opstanding van Jezus Christus.
In een postmoderne cultuur verkondigen wij geen christelijke waarheden, maar de Levende die als realiteit de basis vormt van deze waarheden.

M.J. Schuurman

N.a.v. Alister E. McGrath, ‘Erzählung, Gemeinschaft und Dogma. Reflexionen über das Zeugnis der Kirche in der Postmoderne’, Theologische Beiträge 41/1 (2010) 25-38

Zie ook zijn artikel: ‘Dogma, Identität und soziale Existenz: Kritische Reflexionen über die soziale Funktion der christlichen Dogmatik in der Aufrechthaltung von Gruppenidentität’, Zeitschrift für Theologie und Kulturgeschichte 2 (2007): http://aps.sulb.uni-saarland.de/theologie.geschichte/inhalt/2007/ (webmaster: “toegang verboden”)

Kerstfeest als uiting van postmoderne religiositeit

Kerstfeest als uiting van  postmoderne religiositeit

Als de postmoderne spiritualiteit een aparte godsdienst zou zijn, zou het in Nederland wellicht de godsdienst met meeste aanhangers hebben. Het is een geloof dat men zelf in elkaar knutselt. Een godsdienstigheid die vooral door sfeer en stemmingen wordt bepaald en niet door dogma’s of belijdenissen. Godsdienst is er dan vooral om kleur te geven aan het dagelijks leven, dat zo afgestompt en ordinair kan zijn. Om de wereld met andere ogen te bekijken. Postmoderne spiritualiteit kan sprookjesachtige trekken krijgen. Godsdienst kan ook worden gebruikt om deze wereld even te ontvluchten. Om geborgenheid te vinden.
Omdat velen nog wel met het christelijk geloof zijn opgegroeid, kunnen de gebeden en de liederen de geborgenheid bieden die men zoekt. Zolang het niet te dogmatisch is, kan men ermee uit de voeten. Over het algemeen speelt deze spiritualiteit zich echter buiten de kerk en kerkelijke traditie af. De postmoderne spiritualiteit heeft slechts incidenteel met de kerk te maken. Men zoekt alleen bij bijzondere gelegenheden (doop, huwelijk, begrafenis) de kerk op. Het Kerstfeest is een van de weinige momenten waarop er een raakvlak is tussen de postmoderne spiritualiteit en de kerkelijke traditie.
Omdat het Kerstfeest in een donker jaargetijde valt, kan men dit feest met veel sfeer omringen. Een feest waarin men op zoek is naar geborgenheid in het hier en nu. Temidden van een gure wereld. Daarom bezoekt men ook de kerk: om even uit deze wereld te zijn in een andere wereld. Om deze wereld even te ontvluchten. Men komt naar de kerk voor het zingen van traditionele kerstliedjes of christmas carols. Men wil graag de bekende verhalen over de geboorte van het kindje Jezus horen. De sfeer, de liederen en verhalen die men van vroeger kent.
Kerstfeest is dan ook een feest van de nostalgie: de liedjes van vroeger, kitscherige aankleding van het huis, Glühwein, de chocolademelk  komt weer eens in huis. De nostalgische sfeer geeft de geborgenheid. De tijd staat enkele dagen stil. Er treden ook figuren op in deze tijd, waaraan men anders weinig denkt: het kindje Jezus, engelen, herders. De tijd van Kerst is daarom een onwerkelijke wereld, een droomwereld.
Postmoderne spiritualiteit kan ook goed zonder de kerk. Men kan ook thuis de beschutting opzoeken.Ook het eigen huis wordt omgetoverd in een andere wereld. Een sprookjeswereld die bij de tijd van Kerst past. Met een term van de godsdienstsociologen zou men het eigen huis in deze kersttijd kunnen typeren als ‘een privékathedraal voor de geïndividualiseerde godsdienst’.
Het is voor de kerk niet gemakkelijk om mee om te gaan. Het Kerstfeest is een van de weinige momenten van het jaar dat het christelijk geloof nog raakvlak heeft met de samenleving. Het is een van de weinige perioden in het jaar waarin niet-kerkelijken behoefte hebben aan kerkgang. Kiezen we voor de sfeer of voor de boodschap? Wanneer de nostalgie overheerst, kan het Kerstfeest verstarren. Wanneer Kerst te weinig met sfeer te maken heeft, komen er weinig randkerkelijken in de kerk. Dan viert men thuis Kerstfeest. Desnoods met tv. Ligt de nadruk op sfeer, dan kan de boodschap ondersneeuwen.
Wie alleen met kerst naar de kerk komt, komt voor het geboren Kerstkind; niet voor de gekruisigde Christus. Hij komt naar de kerk voor de aanraking van deze wereld door het goddelijke; niet voor de verzoening door Christus. Hij komt naar de kerk om even deze wereld te ontvluchten in een sprookjeswereld; niet om de toevlucht te zoeken bij het kruis.
Het is goed mogelijk om met behulp van het kerstevangelie aan te sluiten bij de sfeer. Verkondigers moeten op zoek naar een ingang in deze postchristelijke cultuur. Het kerstevangelie heeft immers een adres: U is heden geboren de Zaligmaker. Zowel de herders als de wijzen gingen zonder veel voorkennis op weg om deze Koning te aanbidden. Daarom kunnen de wijzen en de herders voor  alle kerkgangers een voorbeeld zijn. In ieder geval is het niet verstandig om uitsluitend negatief te doen over de huidige sfeerreligie. Want daarmee gaan kerk en samenleving nog verder uit elkaar.
Tegelijkertijd zit het kerstevangelie vol met thema’s, die de sfeer ontstijgen: zonde, oordeel, redding, verzoening. En dat is maar goed ook. Men heeft immers in deze periode ook behoefte aan inhoud en reflectie. Elk evangelie, dus ook het kerstevangelie, biedt die mogelijkheid. Godskennis en zelfkennis kunnen immers niet zonder elkaar. Dat kan een goede ingang zijn om het enig nodige te verkondigen: de Zaligmaker der wereld.

Ds. M.J. Schuurman
Predikant van de Hervormde Gemeenten Ilpendam en Watergang (N.-H.)

Eerder gepubliceerd in het : Reformatorisch Dagblad, 22 december 2008