Mannen en zingeving

Mannen en zingeving

Hoe gaan mannen om met zingeving? En wat komt daarvan terug in pastorale gesprekken? Op welke manier vertellen ze erover? Of op welke manier verpakken ze hun omgang met zingeving juist?

In neem hier weer de serie op over het boek Männerseelsorge van David Kuratle en Christoph Morgenthaler. Zij verwerken een onderzoek van Martin Engelbrecht en Martin Rosowski – Was Männer Sinn gibt (2007).  Dit onderzoek is volgens Kuratle en Morgenthaler verplichte literatuur voor iedereen die mannen begeleidt. In interviews worden katholieke en protestantse mannen, die wat verder van de kerk staan, bevraagd.

Persoonlijk
Deze interviews laten zien, dat het clichébeeld, dat mannen niets persoonlijks prijsgeven, niet klopt. De meeste mannen hebben zelfs plezier om in de gesprekken iets van zichzelf prijs te geven.

Taal
Ze doen dat wel op een specifieke manier. Ze spelen met taal. Ze wisselen snel van taalvorm: dan spreken ze weer ironisch, dan plaatsen ze weer kanttekeningen of spreken ze juist hun lof uit over bepaalde personen die voor hen een voorbeeld zijn of over hun echtgenotes. Met eenzelfde enthousiasme gaan ze tekeer tegen die of gene. De zin die mannen aan hun leven geven is vaak niet uit de inhoud op te merken, maar meer aan de manier waarop ze over iets spreken, of verbanden leggen.

Dimensies van zingeving
Engelbrecht en Rosowski reconstrueren drie dimensies van zin uit de gesprekken:
Zingeving waar mannen zich voor hebben moeten inzetten: Bij deze vorm van zingeving ligt de nadruk op de prestaties die zijn geleverd, de successen die zijn behaald: een succesvolle baan, een goed huwelijk, goed opgevoede kinderen, een goede gezondheid, de prestaties die ze ook met betrekking tot kleine dingen behalen.
Zingeving die ontvangen wordt: Bij deze vorm van zingeving ligt de nadruk op de mooie ervaringen en belevenissen, zoals de liefde van vrouw en kinderen, mooie natuurervaringen. Deze vorm van zingeving wordt zelden op de werk dat door een man verricht wordt betrokken.
Zingeving die opgedaan wordt door iets waar mannen geen grip op hebben. Hierbij kan het om spontaniteit gaan, iets nieuws dat onverwacht komt, geluk dat ten deel valt. Hierbij kan het ook gaan om ingrijpende gebeurtenissen, zoals een ongeluk. Uit de interviews kwam naar voren dat mannen vooral positieve gebeurtenissen als een bron van zingeving ervoeren. Crises, ziekten, ongeval werden niet gezien als een bron van zingeving.

Thema’s in gesprekken
Welke thema’s komen er in de gesprekken voor, die aan zingeving zijn de verbinden?

  • Het leven wordt getypeerd als een alledaagse strijd tegen de omstandigheden (of tegen mensen). In die strijd is discipline van groot belang.
  • Voor de meeste mannen is een zinvol leven een leven waarin de relaties goed zijn. Ze leven niet op zichzelf en voor zichzelf, maar zien zichzelf graag in verbondenheid, op anderen betrokken. Ze steunen de andere gezinsleden graag en worden graag door de andere gezinsleden ondersteund.
  • Mannen leren graag en zien het leven als avontuur. De meesten houden van uitgedaagd worden: ‘een gooi doen naar wat er nog niet is’. Ze zoeken uitdaging ook om niet in routine te vervallen.
  • Het leven wordt zinvol ervaren als zij in staat zijn om hun leven creatief in te richten. Ze hebben er plezier in om iets voor elkaar te krijgen. Ook in hun werk.


Beslissingen nemen
Interessant is te zien hoe mannen omgaan met het nemen van beslissingen en welke ruimte zij voor zichzelf daarin zien:

  • Er is een spanning tussen zelf kunnen kiezen en de beslissing die een ander voor hen neemt. In de interviews gaven de meeste mannen aan, dat zij er waarde aan hechten om zelf keuzes te maken en niet overgeleverd te zijn aan anderen die voor hen beslissen.
  • Er is een spanning tussen het nemen van verantwoordelijkheid en het afschuiven van verantwoordelijkheid. Mannen nemen graag of willen graag verantwoordelijkheid nemen voor wat bij hen hoort, zoals verantwoordelijkheid voor hun gezin, voor familie, voor buren, sportvereniging, de lokale omgeving. 
  • Er is een spanning tussen wereld en buitenwereld. Mannen creëren naast de wereld waarin zij leven, van bijvoorbeeld werk, graag ook een buitenwereld van sport en hobby’s. Zij pendelen tussen die beide werelden heen en weer. Belangrijke motieven om te kiezen voor zo’n ‘buitenwereld’ zijn:
    – er zelf voor kunnen kiezen.
    – op jezelf kunnen zijn.
    – zonder tijdsdruk en planning.


Niet als religieuze taal
Zingeving wordt door deze mannen zelden in godsdienstige taal geformuleerd. In de interviews zijn nauwelijks verwijzingen naar God, de bijbel of de kerk te vinden. Onverwachte of onverklaarbare gebeurtenissen worden niet met God in verband gebracht. Het leven voltrekt zich voor hen met een voor hun onverklaarbare logica. In hun gang door het leven zijn deze mannen vooral op zichzelf aangewezen.
Deze mannen, die wat verder af staan van de kerk, zien zichzelf als competent genoeg om een eigen levensbeschouwing te hebben. Daar hebben ze actieve participatie in de kerk niet voor nodig. Wel waarderen ze contact met individuele vertegenwoordigers van de kerk op kruispunten in hun leven.

Mannen en godsdienstigheid
Uit onderzoeken komt steeds weer naar voren dat vrouwen religieuzer zijn dan mannen. Als mannen zich wel als religieus beschouwen, hebben ze nogal eens een geheel eigen invulling (pluralisering, individualisering) en een afstand tot de kerk (de-institutionalisering). Voor veel mannen is niet zo makkelijk om aansluiting te vinden bij de kerk als instituut. Omgekeerd weet de kerk vaak niet aan te sluiten bij de zoektocht van mannen naar zingeving. Wanneer mannen nadrukkelijk op godsdienstige thema’s bevraagd worden, geven ze een heel divers beeld te zien.

Pastorale gesprekken met mannen
Kuratle en Morgenthaler werken niet uit hoe mannen op de inhoud van het christelijk geloof leren of welke specifieke godsbeelden zij ontwikkelen. Dat is jammer, want dat zou de moeite waard zijn om te zien hoe mannen dat anders beleven en invullen. Knieling doet dat wel volop. (Ik zou die thema’s eigenlijk weer eens moeten oppakken en uitwerken.)

Morgenthaler en Kuratle richten zich vooral op de zoektocht naar de eigen identiteit. Voor hen gaat het in pastorale gesprekken en pastorale begeleiding om het recht een ander te worden en te zijn (dus loskomen van de vaste, traditionele invulling van wat een man hoort te zijn en zoeken naar een eigen, persoonlijke invulling).
In het pastorale gesprek gaat het dan om:
– empathie – om mogelijk te maken om een ander te worden en te zijn.
– provocatie – om mannen uit te dagen een ander te worden en te zijn.

n.a.v. David Kuratle & Christoph Morgenthaler, Männerseelsorge. Impulse für eine gendersensible Beratungspraxis (Stuttgart: Kohlhammer, 2015)

Mannen en depressie

Mannen en depressie

Mannen kunnen aanleg voor depressie hebben, omdat:
– ze hebben geleerd dat dat ze niet zwak mogen zijn.
– ze hebben niet geleerd om te praten over wat hen bezig houdt.
– ze willen voortdurend presteren.
– ze hebben een diepe angst om te mislukken.

Mannen hebben vaak geleerd om niet naar hun angst, verdriet of pijn te luisteren. Ze moeten opnieuw leren bij deze gevoelens stil staan (dmv liefdevolle confrontatie). Vaak schamen ze zich dat ze in therapie moeten en verzwijgen bezoeken aan de therapeut voor familie.

Ze verzwijgen hoezeer ze aan prestatiedruk onderdoor gaan.  Onderdrukte gevoelens uiten zich door agressie, geweld en/of anti-sociaal gedrag, door een wegvluchten in werk, alcohol of drugs, tot en met suïcide toe.

Depressie bij vrouwen wordt geregeld gemakkelijker gediagnosticeerd door artsen dan depressie bij mannen. Depressie bij mannen uit zich vaak niet in neerslachtigheid en een verlamd gevoel, maar eerder in overdreven activiteit (waardoor depressie gecamoufleerd wordt.

Dat depressie niet onderkend wordt, komt ook omdat artsen uitgaan van hun eigen stereotypen en mannen zich niet snel bij een arts zullen melden met psychische problematiek.

Wat een man tot een man maakt en wat dat voor pastoraat betekent

Wat een man tot een man maakt en wat dat voor pastoraat betekent


Wie pastorale gesprekken voert met mannen doet er goed aan rekening te houden

  •  met de eigensoortige manier waarop zij communiceren 
  • eigen manier waarop ze naar zichzelf kijken (zelfbeeld)
  • welke voor mannen specifieke thema’s ze in een gesprek aan de orde stellen
  • welke verplichtingen ze aangaan.

Hier is in de afgelopen decennia onderzoek naar gedaan, vooral vanuit gesprekstherapie waaraan mannen deelnemen. Ook is er onderzoek gedaan naar de specifieke manier waarop mannen omgaan met zingeving. De resultaten van deze onderzoeken geven veel inzichten voor hoe pastorale gesprekken met mannen gevoerd kunnen worden.

Socialisatie
Bij deze thema’s – communicatie, zelfbeeld, gespreksthema’s en verplichtingen – is de socialisatie van mannen van groot belang. Socialisatie gaat over de normen en waarden, idealen en verwachtingen die iemand in de opvoeding bewust en onbewust meekrijgt. In een opvoeding worden normen en waarden, idealen en verwachtingen over hoe een man hoort te zijn bewust en onbewust doorgegeven:

  1. Zoals mannen nu zijn, zijn ze omdat ze zo ‘gemaakt’ zijn door hun socialisatie. Ze zijn gevormd door wat ze thuis, in hun omgeving, op school, op hun werk, enz hebben meegekregen en gezien over man-zijn.
  2. Mannen worden mannen doordat ze zelf verwerken wat ze hebben meegekregen en gezien aan normen, waarden, idealen, opvattingen en verwachtingen over man-zijn. Daar kan een nadrukkelijke keuze aan ten grondslag liggen. Dit proces kan ook heel onbewust gaan.

Deze socialisatie gebeurt niet alleen in de vroege kindertijd, zoals lang gedacht wordt, maar is een levenslang proces vanaf de kindertijd en gaat via (post)adolescentie en volwassenheid door tot in de hoge ouderdom.

Aangeboren of aangeleerd?
Het is de vraag hoe het komt dat mannen de mannen worden die ze zijn. Is dat aanleg en aangeboren? Of is dat opvoeding, socialisatie, aangeleerd? Dit is het beroemde debat tussen nature en nurture. In die discussie zijn de volgende modellen:

 

  • Neurobiologisch: omdat mannen genetisch anders in elkaar zitten, hebben ze ook een andere ontwikkeling.

 

  • Persoonlijkheidpsychologisch: mannen zijn het ‘extreme geslacht’. Mannen zijn zowel in de intraverte kant als de extraverte kant extremer dan vrouwen. Ook als het gaat om intelligentie of geestelijke beperking zijn volgens de personlijkheidspyschologie bij mannen extremere varianten te vinden dan bij vrouwen.
  • Evolutiebiologisch: de man als jager. Hoe mannen zicht ontwikkelen gaat ver terug tot in de oertijd.
  • Psychoanalytisch: het drama van Oedipus. Mannen ontwikkelen zich volgens de psychoanalyse in hun vroege kindertijd als afgrenzing van wat typisch vrouwelijk is. Mannen voelen zich door nabijheid en intimiteit bedreigd in hun mannelijkheid. Later groeit dit uit tot een onbewust drama, waarbij de opgroeiende jongen de concurrentie aangaat met zijn vader om de moeder en zich in toenemende mate met zijn vader gaat identificeren.
  • Humanistisch-psychologische duiding: vervreemding van het ware zelf. Mannelijkheid ontstaat doordat jongens leren hun primaire verlangens en behoeften te onderdrukken. Wat anderen van hen verwachten, gaan ze ook van zichzelf verwachten.
  • Leertheoretisch: tot man gedresseerd worden. Mannelijkheid ontstaat door een proces van conditionering, versterking en modellering van gedrag naar modellen van mannelijkheid.

 

 

Wat een man tot man maakt staat dus in geen geval vast. Dat biedt voor het pastorale gesprek de ruimte om met de gesprekspartner te verkennen hoe hij zichzelf ziet als man, hoe de socialisatie is geweest, welke verwachtingen, idealen, normen en waarden hij heeft meegekregen en welke hij zelf heeft.
Daarbij moet bedacht worden: mannen zijn geen slachtoffer van de omstandigheden. Man-zijn en man-worden is een project, een taak om zichzelf als man verder te ontwikkelen. Uit onderzoek blijkt: ‘Mannen gunnen zichzelf deze ontwikkeling.’ (Onderzoek van Rainer Volz en Paul M. Zulehner). Pastoraat met mannen betekent volgens Kuratle en Morgenthaler mannen begeleiden en te versterken in deze ontwikkeling van zichzelf.

Veranderbaar zelfbeeld
In pastorale gesprekken met mannen is het goed om te beseffen dat er talloze varianten zijn op wat een man tot een man maakt:

  • Zo maakt het bijvoorbeeld uit of iemand een traditioneel beeld heeft van wat een man tot een man maakt of juist een modern beeld. Dat zijn twee uiterste polen. Daarbinnen zijn nog varianten mogelijk: een pragmatisch zelfbeeld of een man die onzeker is en zoekt naar wat een man tot man maakt.
  • Hoe een man een man is of zich als man ziet, hangt sterk af van het sociale milieu waarin hij is opgegroeid en van het milieu waarin hij nu verkeert (of zou willen verkeren).
  • Wat een man tot man maakt verschilt per generatie en per cohort (leeftijdsgroep die gekenmerkt wordt door dezelfde maatschappelijke en historische gebeurtenissen meemaakt).

Dat houdt in dat wat een man tot een man maakt niet vastligt, per sociaal milieu en per generatie kan verschillen. Het beeld van wat een man maakt ligt niet vast en is dus veranderbaar, kneedbaar. Die mogelijkheid tot veranderen is kenmerkende trek voor wat een man tot een man maakt.

Project
Lange tijd werd gedacht dat er een soort oerkern was wat een man tot man maakt. Mannelijkheid is dan een essentie. Wie onzeker is over zijn eigen rol en beeld als man, hoeft alleen maar in zichzelf te graven om het beeld boven te krijgen. Hedendaagse populaire visies die hier vanuit gaan zijn De ijzeren man (The Iron Man) van Robert Bly en De ongetemde man van John Eldredge. Volgens Kuratle en Morgenthaler gaan deze visies de complexiteit uit de weg en vluchten ze weg in ongezonde beelden. Het is veel zinvoller om ervan uit te gaan dat man-worden en man-zijn een ingewikkeld levenslang project is, waarbij een man verschillende rollen moet combineren.
Veel mannen hebben trouwens te maken met een veranderde beeld van wat een man tot een man maakt: ze zien een verschil tussen hoe ze zichzelf beleven en welke opvattingen hun omgeving heeft. Dat kan innerlijke spanningen geven. Veel mannen, zeker van de wat oudere generaties, zijn in de weer met de traditionele opvattingen die ze hebben meegekregen en zoeken naar een nieuwe identiteit en nieuwe invulling. Van belang is het om deze mannen te laten weten dat man-zijn geen vaste identiteit is, maar een beeld dat zich kan ontwikkelen. Dat biedt een kans: hun mannelijkheid wordt een creatief onderdeel van hun bezig-zijn met het zoeken en vinden van hun identiteit. Mannen kunnen door deze zoektocht overvraagd worden, maar die zoektocht naar identiteit als man kan juist ook een motor zijn om veranderingen in gang te zetten en iets te laten zien.

Pastoraat als hulp bij de zoektocht naar de identiteit als man
Pastoraat aan mannen kan helpen bij die zoektocht:

  • door een diversiteit aan beelden, rollen, verwachtingen en normen aan te bieden over wat een man een man maakt.
  • door hen in gesprek te gaan over hoe zij zichzelf ervaren in hun rol als man.
  • Door hen te helpen om een manier te vinden waarop zij kunnen omgaan met wat ze hebben meegekregen en waar ze naar toe willen groeien.

‘Pastoraat aan mannen schept ruimte, zodat mannen beelden van man-zijn, die voor hen persoonlijk relevant zijn, preciezer kunnen waarnemen, net als de daarbij behorende conflicten en mogelijkheden. Dan kunnen zij zich er kritisch toe verhouden.’ (p. 97). Deze zoektocht is erg ingewikkeld en kan gepaard gaan met schaamte en verloopt vaak anders dan de vast gevormde voorstellingen over wat een man tot een man maakt. Ervaringen van discrepantie worden vaak verzwegen. Deze zoektocht moet ook anders verlopen dan de vaste vormen, want anders kan de zoektocht niet bevredigend zijn. Identiteit is niet te verkrijgen zonder het risico een ander te worden.

In het pastorale gesprek dient de pastor ervan uit te gaan dat de zoektocht naar de identiteit als man een zoektocht is die nooit afgesloten kan worden. De pastor ondersteunt de man in zijn zoektocht en begeleidt hem, waarbij de pastor oog heeft voor en sensibiliteit heeft voor de complexiteit van de zoektocht van deze man en voor wat anders en speciaal is juist aan deze man.

Gender-gevoelige sleutelvragen:

  • Hoe schaalt u uzelf als man in? (0= watje, 10=superman). Waar staat u? Waardoor zou u op de schaal een stap opzij naar links of naar rechts kunnen doen?
  • Hoe denkt u dat u als man zou willen zijn? Bent u werkelijk zo? Hoe goed past wat u wil zijn bij hoe u bent? Wanneer merkt u overeenstemming? Wanneer is er een verschil tussen wat u wil zijn en hoe u bent?
  • Zijn er uitzonderingen in dit gedrag (als man)?
  • Hoe zou uw partner of uw dochter u als man beschrijven? Wat doet u in haar ogen op verschillende terreinen (werk, relaties, openbaar optreden) anders dan andere mannen?
  • Geeft de rol als man u stress? Geeft de rol u vleugels? Verlamt de rol u?
  • Wat is uw wapen als man? Wat is als man uw achilleshiel?
  • Stel dat u een oude man bent, die tevreden is over het leven dat hij heeft geleid. Wat zou dan als u terugkijkt wezenlijk voor u geweest zijn? Waarin zou u geslaagd zijn? Wat zou u anders doen? Welk advies zou u aan een opgroeiende jongeman geven?
  • Wat denkt u hoe ik over u als man denk? Welk effect heeft dat op uw gedrag in ons gesprek?


(volgende bijdrage gaat over zingeving door mannen)

N.a.v. David Kuratle & Christoph Morgenthaler, Männerseelsorge. Impulse für eine gendersensible Beratungspraxis (Stuttgart: Verlag W. Kohlhammer, 2015) 88-99

Waar blijven de mannen?

Waar blijven de mannen?

Op 17 september wordt het preekfestival in Amersfoort gehouden. Wie naar de aangeboden workshops kijkt, ziet dat er aandacht is voor veel doelgroepen: kinderen, jongeren, ouderen, zelfs meerdere workshops over vrouwen. Als deze doelgroepen zo nadrukkelijk aandacht krijgen is het opvallend dat één doelgroep ontbreekt: de mannen.

Dat past bij de signalen, die aangeven dat mannen het moeilijk hebben in de kerk, omdat er geen specifieke aandacht voor hen is. In Duitsland waarschuwen de mannenbewegingen binnen de katholieke als de grootste protestantse kerk al geruime tijd, dat mannen afhaken. De Männerarbeit der EKD heeft berekend dat het aandeel mannen onder de kerkverlaters beduidend groter is dan het aandeel van vrouwen. In 2017 lieten in de leeftijd van 25-39 jaar 113.000 mannen uitschrijven tegen 81.000 vrouwen.

David Kuratle en Christoph Morgenthaler, die een boek schreven over pastoraat aan mannen, houden er rekening mee, dat mannen zich er op moeten instellen dat zij een minderheid zijn binnen het ambt, onder de kerkbezoekers en bij kerkelijke activiteiten. Kuratle en Morgenthaler schatten, dat slechts 30% van de pastorale gesprekken met mannen wordt gevoerd. Zij signaleren zelfs dat mannen geregeld door hun vrouwen buiten het pastorale gesprek gehouden worden. Vaak met de opmerking dat ze niets met de kerk of het geloof hebben.

Als ik aankaart, dat er binnen de kerk weinig aandacht is voor mannen, krijg ik steevast de reactie dat de kerk lange tijd toch een mannenbolwerk is geweest. Daaruit spreekt impliciet de gedachte, dat er oog is geweest voor alle mannen. Uit onderzoek blijkt echter dat lang niet elke man zich identificeerde met de mannen die aan het roer stonden. Dat mannen dominant zijn in de kerk, wil nog niet zeggen dat participatie in de kerk voor mannen aantrekkelijk is.

De manier waarop de mannen, die de leiding hebben in de kerk, zich presenteren en gedragen kan een drempel zijn. Niet alleen de thema’s, die in de preek aan de orde komen, kunnen voor een afstand zorgen, maar ook de manier waarop er over mannen gesproken wordt.

Clichématige beelden over mannen hebben vaak de overhand in de exegese. In deze weken ben ik bezig met de verhalen over Jakob. Daarin kan Ezau gemakkelijk overkomen als de echte man: een avonturier, een jager die erop uittrekt en zijn grenzen verlegt, terwijl Jakob een moederskindje is die zich in de buurt van de tent ophoudt. Deze clichébeelden ontnemen de boodschap op de betekenis van deze verhalen, die de lezer de twee wegen uit Psalm 1 willen voorhouden.

Waar in de exegese al enkele decennia aandacht is voor de manier waarop de Bijbel vrouwen ten tonele voert, is er sinds enkele jaren pas aandacht voor de manier waarop de Bijbel over mannen bericht. Daarbij is het goed de verhalen niet vanuit onze eigen beelden en verwachtingen te lezen, maar nauwkeurig te lezen hoe de personages worden uitgebeeld.

Dat de relatie van mannen met geloof en kerk zo moeizaam is, komt doordat zij minder dan vrouwen geneigd zijn om in religieuze taal te spreken of hun ervaringen religieus te duiden. Door hun opvoeding of door de beelden die zij hebben meegekregen over man-zijn, zijn mannen van bepaalde generaties vaak niet goed in staat om te spreken over hun gevoelens. In een tijd waarin gevoel en beleving steeds meer aandacht krijgen en steeds meer eisen worden gesteld aan communicatie en empathie hebben zij het moeilijk. Daarbij komt, dat als mannen hun leven of over geloofsbeleving spreken, zij vaak begrippen gebruiken die bij vrouwen tegen de borst stuiten.

Er is nog een hele wereld te winnen volgens Reiner Knieling, die zich vanuit zijn interesse voor contextualisatie van het evangelie zich bezig houdt met het thema mannen & de kerk. Het mooiste zou er volgens hem zijn als er – in navolging van de feministische theologie – een leerstoel zou komen voor een specifiek op mannen afgestemde theologie, waarbij alle theologische disciplines hun bijdrage leveren.

Ps. Ik ben gewoon op het preekfestival te vinden en aan enkele workshops deel te nemen.

Moeten mannen over hun innerlijke gevoelens kunnen praten?

Moeten mannen over hun innerlijke gevoelens kunnen praten?
– Pastoraat aan en door mannen; Blog 2

In mijn vorige blog, waar ik een introductie gaf op pastoraat aan mannen, meldde ik dat mannen vaak anders communiceren dan vrouwen. Mannen communiceren over hun innerlijke gevoelens door te vertellen over wat zich buiten hen afspeelt. De vraag die daarbij opkomt is: moeten mannen wel over hun innerlijke gevoelens kunnen praten?

(Een intermezzo, omdat ik even afstap van de lijn van het boek van Kuratle & Morgenthaler) 

Voordat ik iets meer zeg over deze vraag, eerst even een voorbeeld van hoe mannen praten over hun innerlijke gevoelens door te praten over iets dat buiten hen is:

Een keer klaar
Een predikant-in-opleiding komt in het ziekenhuis op bezoek bij een man van 33, die een bedrijfsongeval heeft gehad. Als de predikant-in-opleiding de zaal betreedt, staat de man bij het raam en kijkt naar buiten. Wanneer de predikant-in-opleiding aan de man vraagt hoe het gaat, vertelt hij dat hij nog een keer onder het mes moet, omdat zijn arm niet wil.

Patiënt: ‘Ik weet dat mijn elleboog stijf blijft. Daar heb ik mij al bij neergelegd. maar nu moet het toch een keertje klaar zijn? Misschien kan ik mijn arm helemaal niet meer gebruiken of moet mijn arm eraf. Weet u, dominee, dan vraag je je toch echt af of onze lieve Heer dat wel wil? Ik kan toch niet voor invalide gaan spelen? Met 33 jaar arbeidsongeschikt zijn? Nee, dat wil ik niet?’
Predikant-in-opleiding: ‘Ben je bang dat je niet meer zult kunnen werken?’
Patiënt: ‘Niet meer is teveel gezegd. Maar aan een bureau hangen en rekeningen betalen, dat is niets voor mij.’
Predikant-in-opleiding: ‘Misschien heeft je baas nog wel ergens een plek voor je, waar je kunt doen wat je wel leuk vindt?’
Patiënt: ‘Ach, dan moet ik steeds mijn arm meeslepen. Dan vraag je je toch af, waar ik het aan verdiend heb om met 33 jaar al invalide te zijn? Of kijk naar die Pool’ (hij wijst naar de man verderop in de zaal. ‘Hij is hier gekomen omdat hij hier een paar cent meer kon verdienen dan thuis. En nu heeft hij bij een bedrijfsongeval zijn beide benen verloren. Heeft thuis vrouw en kinderen? Dan vraag je je toch af: waarom zit deze wereld zo in elkaar?

Wel aangevoeld?
Als de predikant-in-opleiding dit gesprek in zijn intervisiegroep inbrengt, komt de vraag op of hij wel aangevoeld heeft wat de man, die hij bezocht, bezig hield. Er is een gesprek over het verlies van zijn arm en van zijn werkplek. Hij verwijst ook naar een man die ook een ernstig bedrijfsongeval heeft gehad. Wat houdt de man bezig?

Het is niet zijn verlies van werkplek, want daar is nog wel een mouw aan te passen. Het gesprek begint ermee, dat hij zich afvraagt of hij nu niet genoeg operaties heeft ondergaan. Hij meldt dat hij onzeker is of hij zijn arm nog wel kan behouden. Nu heeft hij zijn arm nog wel. Verderop in zijn gesprek verwijst hij naar iemand die al wel lichaamsdelen is kwijtgeraakt.

Bang
Dat geeft het vermoeden dat deze man bang is om zijn arm te verliezen. Hij wil heel graag zijn arm behouden en heeft zich erbij neergelegd dat zijn arm niet helemaal meer zal doen wat hij wil. Blijkbaar is hij bang dat hij, als zijn arm moet worden geamputeerd, hij meer verliest dan zijn arm. Wellicht iets aan zijn status als goede werknemer, als man, als sporter. Of vul maar in.

De angst dat zijn lichaam niet meer compleet zal zijn en dat hij daardoor aan status verliest, verwoordt hij door te vertellen over de operatie, over zijn arm die niet wil en zijn zaalgenoot die uit Polen komt en reeds twee benen is kwijtgeraakt.

Noodzakelijk?
Is het nodig dat hij over zijn innerlijke gevoelens weet te praten? Is het voor elke man noodzakelijk om dat te kunnen? Moet je als gesprekspartner niet accepteren dat het typisch iets voor mannen is om dat niet te kunnen?


De rol van innerlijke gevoelens
Om daar een antwoord op te kunnen geven, is het nodig om te kijken naar de rol die innerlijke gevoelens spelen. Innerlijke gevoelens geven vaak feilloos aan hoe iemand zich op een bepaald moment of in een bepaalde situatie voelt.

Zeker in gesprekken en relaties spelen de innerlijke gevoelens een rol. Zij laten voelen of iemand blij is met de opmerking van een gesprekspartner. Of registreren dat iemand door een opmerking, door een gebaar of een gezichtsuitdrukking wordt herinnerd aan iemand anders, die een belangrijke rol in zijn of haar leven speelde.

‘Doe de deur even dicht!’
Als een vrouw in de woonkamer tegen haar man zegt: ‘Doe de deur even dicht!’ kunnen daar verschillende innerlijke gevoelens bij bovenkomen.
Het kan het gevoel zijn van hulpvaardig willen zijn. De opdracht kan ook een gevoel van irritatie opleveren, omdat er sinds hij is thuisgekomen nog niet het idee heeft gehad dat er echt contact is geweest. Ze heeft hem niet echt gezien sinds hij thuisgekomen is en nu heeft ze hem opeens nodig, omdat ze zelf niet naar de deur wil lopen.

De opdracht of de intonatie kan herinneren aan zijn eigen moeder, met wil de man niet echt een goede band had, omdat hij steeds weer klusjes moest doen zonder dat hij voelde dat zijn moeder hem waardeerde. De opdracht kan verkeerd vallen, omdat de man vindt dat het er op lijkt dat zijn vrouw hem probeert op te voeden. Hij doet de deur niet dicht en denkt bij zichzelf: ‘Ik ben geen kind!’

Stemming
Een eenvoudige opdracht kan dus verschillende innerlijke gevoelens oproepen, die signaleren hoe de relatie op dat moment is tussen de man en de vrouw. Die gevoelens geven ook aan hoe de stemming van de man is. Deze gevoelens sturen de reactie van de man aan.

Als hij het gevoel heeft dat hij zich nuttig kan maken, zal hij wellicht vrolijk aan tafel gaan bij de maaltijd. Wanneer hij het gevoel heeft, dat zijn vrouw hem nog niet echt gezien heeft, zal hij met een innerlijke distantie aan tafel gaan en zich afwezig gedragen of kribbig reageren op alles wat zijn vrouw zegt.

Wanneer hij vindt dat zijn vrouw hem als een kind probeert op te voeden, kan hij zich kinderachtig gedragen. Ook als zijn vrouw hem ergens herinnert aan zijn dominante moeder, zal de man niet gelukkig aan tafel zitten en op zijn hoede zijn.

Waarnemen van innerlijke gevoelens
In contacten en relaties is het daarom belangrijk om de innerlijke gevoelens waar te nemen en te luisteren wat zij te zeggen hebben. Want zij geven aan hoe je je op dat moment in die relatie bevindt en wat er allemaal speelt.

Het ingewikkelde is vaak, dat die gevoelens onbewust waargenomen worden. Iemand voelt wel dat er iets aan de hand is, en merkt ook dat hij vanuit die gevoelens reageert. Vaak gebeurt dat echter zo impliciet en tussen de regels, dat de ander nooit opmerkt wat er aan de hand is.
Behalve dat de relatie stroef verloopt. ‘Er is weer wat op zijn werk gebeurt en hij reageert het op mij af’, denkt de vrouw. Ze voelt zich gepikeerd, want ze heeft haar best gedaan op de maaltijd om te laten zien dat ze echt voor haar man wil zorgen. Ze vindt dat hij ondankbaar is.

Niet geleerd
Mannen hebben vaak niet geleerd hun innerlijke gevoelens waar te nemen en daarnaar te luisteren. In hun opvoeding werd daar niet over gesproken. Ze hadden geen vader die dat deed. Als vrienden onderling, praatten ze over heel wat andere zaken. Onbewust kregen ze misschien mee, dat een man die zijn emoties toont een zwakkeling is en ze grendelden de toegang tot hun innerlijk af. Of ze schaamden zich voor hun innerlijke gevoelens, omdat het geen fijne emoties waren: schaamte, boosheid, wrevel. Of het is onmacht om aan te kunnen haken de gesprekken aan tafel, omdat er al van binnen een distantie was.

Congruentie
In de psychologische hulpverlening is congruentie van belang. Congruentie betekent, dat iemand in staat is om waar te nemen wat er in een situatie of na een opmerking van binnen gebeurt. Congruentie betekent ook dat iemand naar aan de ander in het gesprek of in het contact laat merken wat er van binnen gebeurt.

Zonder verwijt
Als een man in de opdracht van zijn vrouw om de deur dicht te doen, het gevoel heeft dat zij hem nog niet echt heeft gezien, kan hij dat verwoorden. Als iemand net naar zijn gevoelens heeft leren luisteren, zal dat als een verwijt gebeuren: ‘Hé, je merkt dus toch dat ik er ben.’ Hoe klinkt het zonder verwijt? ‘Ik merk dat we samen een belangrijke stap is overgeslagen. We hadden even moeten signaleren dat we er weer zijn. Ik ben binnengestapt zonder te signaleren dat ik thuis ben en jij hebt had ook duidelijker kunnen laten weten, dat je zag dat ik er weer was.’ Dan komt er ook ruimte om te vertellen, waarom iemand zo binnenstapt of de ander niet nadrukkelijk reageert op de binnenkomst.

Verwoorden
Is het noodzakelijk dat een man over zijn innerlijke gevoelens kan spreken? Noodzakelijk niet, maar het maakt een relatie wel eenvoudiger als hij in staat is om te verwoorden wat er van binnen speelt.

Daarbij kan het nodig zijn dat de gesprekspartner ook een stap zet naar de man toe, die niet goed in staat is om zijn innerlijk waar te nemen. De vrouw had de binnenkomst van haar man wat nadrukkelijker kunnen signaleren. Door even te stoppen met haar werkzaamheden. Door oog en oor te hebben voor hoe zijn dag was en door te laten merken dat ze het fijn vindt dat hij er weer is. Door hem te helpen om de omschakeling van zijn werk naar thuis te maken, zodat hij thuis ook echt aanwezig kan zijn als aanwezige echtgenoot en vader.

Bouwstenen voor conflict
Het is daarbij van belang om de manier van communiceren van zichzelf en van de ander te begrijpen. De vrouw kan bij binnenkomst van haar man ook allerlei innerlijke gevoelens waarnemen, die bouwstenen opleveren voor een conflict. Omdat zij zich niet gezien voelt. Omdat hij aan haar vader doet denken. Omdat zij voorziet dat de maaltijd weer een bron van ergernis wordt. Omdat zij denkt: ‘Moet ik hem alweer opvoeden?’

Van belang is ook om goed te luisteren en te registreren wat de man zegt en aan te voelen, waarom hij dat zegt. Niet door in te vullen, maar ook door te checken of een bepaalde gedachte klopt. In het gesprek met de man in het ziekenhuis had de predikant-in-opleiding verscheidene mogelijkheden aan te haken bij wat de man letterlijk zei en daarmee de gevoelslaag aan te boren, die de man eigenlijk wil communiceren:
– ‘Nog een operatie…!’
–  ‘Je arm wil nog steeds niet!’
– ‘Je bent er voorlopig nog niet klaar mee!’
– ‘Dat ongeval heeft echt een impact voor je!’
– ‘Zo, dat is niet niets.’
– ‘Na die operatie moet alles goed zijn?’
Wanneer een pastor in staat is om door middel van de juiste woorden de gevoelslaag te bereiken, geeft de pastor erkenning aan de man. Door die erkenning is de man meer in staat om zijn angst waar te nemen. De pastor helpt dan ook de patiënt om te vertellen wat hem hem werkelijk bezig houdt.

Tempo in het gesprek
Wat ik nog niet verwerkt heb, is het tempo in gesprekken. Omdat mannen vaak niet geleerd hebben om naar hun innerlijke gevoelens te luisteren, kost het hen tijd om in een gesprek antwoord te geven op een vraag naar hoe zij iets zien of beleven. Daarbij komt dat ze vaak ook testen of het gesprek veilig genoeg is om wat zij zelf vinden in te brengen. Is het gesprek niet veilig genoeg, dan trekken ze zich uit een gesprek terug. Of kiezen ze ervoor om over hun innerlijke gevoelens te praten door iets dat zich buiten hen afspeelt. Daarom is ook de Rogeriaanse voorwaarde acceptatie van groot belang voor een goed gesprek.

Verwijzingen naar andere blogs:
– Een psychologisch model van gespreksvoering, waarbij nadrukkelijk naar de innerlijke emoties gekeken wordt, is het model van Friedemann Schulz von Thun.

 

 

Pastorale gesprekken met mannen

Pastorale gesprekken met mannen
– blog 1: introductie

Waar blijven de mannen? Het viel David Kuratle en Christoph Morgenthaler dat mannen in pastorale gesprekken vaak ontbreken. Kuratle en Morgenthaler zijn beiden theoloog met een grondige training in psychologische hulpverlening. Kuratle is predikant en Morgenthaler hoogleraar praktische theologie. Beiden hebben ze zich bekwaamd in de systematische benadering: aandacht voor de gesprekspartner in het pastorale gesprek of de therapeutische sessie in het geheel van de relaties die iemand heeft. Juist vanuit hun ervaring in de systematische benadering viel het hen op dat de mannen in pastorale gesprekken ontbreken.

Daarbij ligt het voor de hand om te denken dat mannen zelf geen behoefte hebben aan een pastoraal gesprek. Volgens cijfers van het telefoonpastoraat is slechts 30% van de bellers een man. Morgenthaler en Kuratle schatten dan ook dat zo’n 30% van de pastorale gesprekken binnen de gemeente door een man wordt aangevraagd.

David_Kuratle
David Kuratle

Niet aanwezig hoeft te zijn
Ze signaleren echter dat het ontbreken van de mannen in het pastoraat ook vanuit een andere zijde komt. Het komt nogal eens voor dat vrouwen die om een pastoraal gesprek vragen of zich voorbereiden op een kerkelijke gebeurtenis, zoals de doop, aangeven dat hun echtgenoot niet bij het gesprek hoeft te zijn. Hun echtgenoot is niet zo geïnteresseerd in de kerk, in het geloof, of spreekt er niet zo makkelijk over. Of kan juist de confrontatie zoeken als iemand van de kerk langs komt.
41LnJDxb3fL

In een systematische benadering is het van belang dat er aandacht is voor alle personen een een (gezins)systeem. Als de echtgenoot, die toch een belangrijk persoon in het gezinssysteem afwezig is tijdens een gesprek, kan hij zijn eigen visie niet geven. Er wordt door zijn echtgenote voor hem besloten dat hij niet geïnteresseerd is.

Ogenschijnlijke desinteresse
Het kan ook zijn dat achter de ogenschijnlijke desinteresse iets heel anders schuil gaat: De echtgenoot heeft niet de vaardigheid om aan de gesprekken over de kerk en het geloof mee te doen. De echtgenoot heeft heel andere verwachtingen van de kerk of andere beelden van God, maar voelt niet de ruimte om zijn perspectief in te brengen. De manier waarop het in de kerk gaat, spreekt hem niet aan. Hij mist de aansluiting met de andere mannen in de kerk. De levensvragen waar hij mee bezig is, komen niet aan de orde. De manier, waarop over mannen gesproken wordt, hun idealen, hun angsten en worstelingen doet geen recht aan wat hij beleeft. De desinteresse is een manier om zijn onmacht en onvermogen om over zijn eigen geloof, gevoelens of inzichten te spreken te camoufleren.
morgenthaler
Christoph Morgenthaler

Een andere benadering
Het zou wel eens kunnen zijn dat een andere benadering mannen wel de mogelijkheid geeft om betrokken te zijn op de kerk of een plek te geven in het pastorale gesprek. Ze schreven daarom samen het boek: Pastoraat aan en door mannen. Impulsen voor een pastorale praktijk die gevoelig is voor gender.

Kuratle & Morgenthaler willen zich niet beperken tot pastorale gesprekken met mannen alleen, maar zich richten op allerlei soorten ontmoetingen waarin mannen betrokken zijn. Ze hopen bij te dragen aan een pastorale praktijk in de kerken die sensibel is voor wat mannen bezighoudt.

Vraagstelling
De vraagstelling in het boek is: Welke mogelijkheden zijn er om het pastoraat zo vorm te geven dat mannen ruimte ervaren waarin hun interesses, vragen en verlangens serieus genomen worden en zij in geestelijk opzicht een stap verder kunnen zetten?

Daarbij komen een aantal vragen om de hoek kijken: Is er een verschil op te merken tussen pastorale gesprekken met mannen en pastorale gesprekken met vrouwen? Is er een verschil op te maken in manier waarop het gesprek gevoerd wordt en welke thema’s daarin aan de orde komen? Welke vragen en thema’s houden mannen eigenlijk bezig. Kuratle en Morgenthaler geven aan, dat deze vragen gek genoeg zelden zijn gesteld.

Theologische doordenking ontbreekt
Bovendien ontbreekt er een theologische doordenking van wat het betekent om man te zijn. Dit ondanks de kerkelijke mannenbeweging, die al enkele decennia binnen de kerk actief is. En ondanks de inzichten van de feministische theologie, die ook in het kader van het pastoraal veel inzichten heeft opgeleverd.

Minderheid in de kerk
In de laatste decennia is een kentering in de kerken waar te nemen. Mannen zijn in het kerkelijke leven vaak minder aanwezig dan vrouwen.  Op steeds meer plekken is het zo, dat vrouwen meer kerkelijke taken voor hun rekening nemen dan mannen. We gaan naar een tijd, waarin het merendeel van de predikanten vrouw is. Morgenthaler en Kuratle verbazen zich erover dat er nog geen onderzoek gedaan is, hoe dat voor mannen is om man tot de minderheid binnen de kerk te behoren of als man pastor te zijn in een kerk waarin het merendeel van de actieve personen vrouw is.

A-typisch persoonlijkheidsprofiel
Maar is de kerk in de afgelopen eeuwen niet altijd gedomineerd door mannen? Dat is wel zo, maar het is goed om te beseffen dat het vaak om een bepaald type mannen gaat. Zoals studies sinds de jaren-’90 laten vermoeden, ontmoeten mannen vaak pastores die in hun mannelijkheid afwijken van het gros van de andere mannen. Mannen die in de kerk werken hebben vaak in vergelijking met andere mannen een a-typisch persoonlijkheidsprofiel. Ook met mannelijke dominantie in de kerk kunnen mannen afhaken, omdat ze in de aanwezige mannen of de mannelijke predikanten hun manier van man-zijn niet terug zien.

Traditioneel beeld loslaten
Is pastoraat wel iets voor mannen? Volgens Kuratle en Morgenthaler is het in de ontmoeting met mannen niet verstandig om een traditioneel beeld van pastoraat te hebben. In onderzoeken verwoorden ze zich vaak minder religieus dan vrouwen, terwijl het maar de vraag is of ze minder religieus zijn. In hun zoektocht naar zin gaan ze vaak liever eigen wegen.
In hun boek laten Kuratle en Morgenthaler zien dat mannen vaak meer vragen over geloof en de kerk (zoals de theodicee) hebben dan vrouwen en dat ze zich daardoor meer op een afstand houden van kerk en geloof, omdat ze geen ruimte voelen hun vragen te uiten of te houden.
19f8a7
In pastorale gesprekken met mannen moeten daarom soms nieuwe wegen ingeslagen worden, of duidelijkheid gegeven worden wat pastoraat is. In een aantal gevallen is pastoraat niet vanzelfsprekend en moet er ‘gestoeid’ worden om helder te krijgen wat pastoraat is of zelfs flink ‘gestoeid’ worden om een pastoraal gesprek voor elkaar te krijgen.


Geen kant-en-klare uitspraken
In pastorale gesprekken werkt het vaak niet om theologische uitspraken kant-en-klaar in het gesprek te droppen. Ook in gesprekken met mannen gaat dat niet werken: theologische uitspraken slaan dood of bewerken het tegendeel als ze niet in het proces van het gesprek betrokken zijn of in respect, empathie en authenticiteit tot uitdrukking komt. Alleen als dat gebeurt wordt iets van het wezen van het evangelie zichtbaar.


Innerlijke gevoelens
Voor predikanten zijn pastorale gesprekken met mannen niet altijd eenvoudig, omdat ‘mannen vaak over hun innerlijke gevoelens spreken door over iets in de wereld buiten hen te spreken. Zij ordenen hun innerlijke wereld door de buitenwereld te ordenen.’ De weg van de Seelsorgebewegung is duidelijk: aan mannen moet dmv accepterende en empathische toewending door (gesprekken over) deze buitenwereld heen een weg naar het innerlijk worden geopend. Of mannen hun innerlijke wereld kunnen en willen openen, wordt verder geëxploreerd.

‘Kunstmatige vereenzaming’
Volgens de psychotherapeuten W. Neumann & B. Stüfke hebben mannen in hun socialisatie geleerd om juist over uiterlijke dingen te spreken wanneer ze eigenlijk over hun innerlijk (willen) spreken. Zij hebben geleerd om zich van hun innerlijk te distantiëren. Voor therapie met mannen betekent dat vaak een confrontatie om hen uit hun “kunstmatige vereenzaming” te lokken. In deze confrontatie sluit de therapeut letterlijk aan bij wat de man zegt. De therapeut wordt dan als bedreigend, brutaal of “een moment lang als vijand” beleefd. Doel van deze confronterende benadering is om in direct menselijk contact met de gesprekspartner te komen en de cliënt in staat te stellen meer contact met zichzelf te vinden.

Inzichten uit de psychotherapie met mannen
Volgens Kuratle en Morgenthaler zijn de volgende inzichten vanuit de therapeutische gesprekken met mannen van belang:

(1) Zelfreflectie als basis: Het is van belang dat een therapeut gereflecteerd heeft (en dat in de therapeutische gesprekken ook blijft reflecteren) op hoe zijn of haar eigen biografie als man of als vrouw is gevormd, welke manier van waarnemen hij of zij heeft, hoe hij of zij handelt. Daarmee kunnen zij mannen, die in hun socialisatie en in de maatschappij waarin ze leven tegenstrijdige visies op hun rollen meegekregen hebben, op een open manier ontmoeten. Door zelf gereflecteerd te hebben kunnen zij de mannen, die bij hen in therapie komen, helpen om kritisch met hun eigen beelden over hun mannelijkheid om te gaan en hen aanmoedigen om hun leven zo te leiden, zoals ze zelf zouden willen.

Houding
(2)
Houdingen: Echtheid, acceptatie en empathie zijn voorwaarden om het vertrouwen van mannen te krijgen, om zich aan het tempo van mannen aan te passen en om met hun nieuwe gedragingen die voor hen ongewoon zijn te oefenen.

Mannen waarderen discussie, uitdaging en confrontatie, die hen ertoe brengen om de vanzelfsprekendheden die ze hebben ter discussie te stellen. Dit kan hen helpen om bolwerken van afweer te verlaten en een nieuwe weg te wagen. Een omzichtige omgang met (gevoelens van) schaamte helpt hen om zich te openen. Humor, gevoel voor het absurde en woordkunst helpen om hen weg te lokken bij wat zich bij hen heeft vastgezet aan gewoonten, beelden, gedragingen.

Meervoudig partijdig zijn helpt mannen om zich in hun relaties op een nieuwe manier te zien en hen in beweging te brengen.

Relaties
(3) Vormen van relaties en reflectie op relaties: Een gescherpte opmerkzaamheid voor vormen van overdracht en tegenoverdracht, waar speciaal mannen mee te maken hebben, voor macht en concurrentie, voor nabijheid en erotiek schept voorwaarden om vastgeroeste patronen en beelden over wat een man is of hoort te zijn opnieuw te overdenken. Het is handig als een therapeut in staat is om te spelen met de gebruikelijke therapeutische regels, om mannen zover te krijgen dat zij bereid zijn om zich te veranderen of anders te gedragen.

Sinds de eeuwwisseling komen therapeuten in toenemende mate mannen tegen, die minder door het traditionele beeld van mannen is gevormd. Zij engageren zich meer in hun gezin, hebben makkelijker toegang tot hun emoties en hebben begrip voor een gelijke behandeling. Zij zijn eerder bereid om zich in (relatie)therapie in te zetten. Ondanks deze verandering hebben ze nog wel te maken met tegenstrijdige beelden over wat een man is of hoort te zijn.

Volgende bijdrage: een intermezzo over de vraag of mannen wel over hun emoties moeten kunnen spreken.

N.a.v. David Kuratle & Christoph Morgenthaler, Männerseelsorge. Impulse für eine gendersensible Beratungspraxis (Stuttgart: Verlag W. Kohlhammer, 2015) 7-32.