Een toespraak of overdenking tijdens een begrafenisdienst

Een toespraak of overdenking tijdens een begrafenisdienst

Het houden van een toespraak tijdens een begrafenis(dienst) is niet het makkelijkste wat er is. Of het nu gaat om een preek, een overdenking of een in memoriam van de overledene. Hoe kan een predikant of een betrokkene zo’n toespraak voorbereiden? Kan in zo’n toespraak ook nog iets van het geloof doorklinken?

Voor een overdenking van een predikant spreekt dat wellicht vanzelf. Al kan elke overdenking een zoektocht zijn naar de juiste bewoordingen. Ik ben van mening dat familieleden het geloof ook in een in memoriam kunnen verwerken.

Geloof en leven
Zelf probeer ik in een overdenking geloof en leven beiden een plaats te geven. Als predikant vind ik het van belang, dat het leven van de overledene verteld wordt in een dienst van Woord en gebed. De overledene is iemand geweest. In het christelijk geloof doet de unieke biografie van een mens ertoe. Ook die van een overledene. Daarom verwerk ik voorvallen en typerende gebeurtenissen en karaktertrekken vaak in de overdenking.
Het geloof wordt altijd in de overdenking binnengebracht door een bijbelgedeelte. Dat bijbelgedeelte kies ik op basis van de rouwkaart of van het gesprek met de familie.
In de overdenking probeer ik dat het bijbelgedeelte het leven van de overledene in een ander licht (bijvoorbeeld het licht van Gods genade) komt te staan. Wanneer iemand in leven een gelovige was, is dat gemakkelijker dan wanneer iemand nauwelijks een band met God had.

Opbouw
De opbouw die ik gebruik voor de overdenking, is in mijn ogen ook toepasbaar op een in memoriam.
Ik begin meestal met een inleiding: Wij zijn vandaag bij elkaar om het lichaam van … naar zijn / haar laatste rustplaats te brengen.
Vervolgens wordt (een gedeelte van) het leven van de overledene verteld: naam, belangrijke data (geboortedatum, datum van overlijden, huwelijk, doop, belijdenis) en hoe de overledene wordt herinnerd.
Dan bouw ik een brug naar de verkondiging, die opkomt uit het voorafgaande. Dat kan op verschillende manieren:
* Als het overlijden tragisch is, kan de brug zijn: het vinden van troost bij de Here. Of het verwoorden van de onmacht en vertwijfeling. In dat geval zou ik een bijbelgedeelte eerder in de toespraak aan bod laten komen; bijvoorbeeld door een bijbelgedeelte dat de vertwijfeling onder woorden brengt.
* Een brug kan zijn: de dankbaarheid aan de Here voor het leven van de persoon.
* Of het geloof van de overledene. Ik ben zelf hierin wel voorzichtig, want de troost komt niet van het geloof van de overledene, maar van de God door Wie de overledene is geroepen.
* Een brug kan het verwoorden van een bepaalde spanning uit het leven zijn. Ik heb wel eens bij iemand, van wie de familie aangaf dat haar leven niet tot de volle ontplooiing kon komen, gekozen voor 1 Petrus 5:10. Deze tekst gaat over de voltooiing van het aardse leven in Gods heerlijkheid. Vandaar uit kon ik de tragiek van het onvervulde van dit aardse leven onder woorden brengen.
Wanneer die brug is gelegd, geef ik een korte boodschap – afkomstig uit het overdenken van het bijbelgedeelte.
Vervolgens pak ik het leven weer op om vanuit de boodschap het leven van de overledene te belichten. Het gaat mij om een eerlijk en respectvol beeld van de overledene. Iemand moet bijvoorbeeld niet vromer gemaakt worden dan hij of zij was.
Ten slotte sluit ik af met de boodschap, waar onze troost is te vinden. In dit slot verwoord ik de troost (en van het nochtans van de troost) van Godswege. Zodat God de gids is op de verdere levensweg.

(1) Inleiding
(2) Korte schets van het leven met belangrijke gegevens.
(3) Overstap naar de boodschap, in aansluiting op het voorgaande.
(4) Boodschap
(5) Terugkoppeling van de boodschap naar het leven van de overledene
(6) afsluiting met de troost van Godswege, met God zelf door wie de familie en betrokkenen verder kunnen gaan.
 
Boodschap
In een dienst van Woord en gebed, voorafgaande aan een begrafenis of crematie, is de tijd beperkt. Ik neem meestal 10 minuten. De boodschap dient kort en beknopt te zijn. Daarom kies ik er vaak voor om één element uit het evangelie kort en kernachtig weer te geven. Het gaat niet om de overdracht van het hele evangelie, maar om de troost en evangelie in verband met het leven van de overledene. Dit verweven van geloof en leven kan bijna met elke bijbeltekst.
Het verwerken van de opstanding van Christus, die was gekruisigd, in de overdenking is een extra uitdaging. De Zwitserse praktisch-theoloog Ralph Kunz heeft dat in een artikel onder woorden gebracht: ‘Die Auferweckung des Gekreuzigten als Thema der Grabrede’, Pastoraltheologie 91 (2002), 66-79.

ds. M.J. Schuurman