Aansporing om trouw te blijven aan Christus

Aansporing om trouw te blijven aan Christus
Recensie van Klaus Bergers monumentale commentaar op Openbaring

Tussen Pasen en Pinksteren dit jaar had ik een prekenserie over het bijbelboek Openbaring gepland. In het kerkblad had ik deze serie aangekondigd en vermeld dat ik over gedeelten zou preken, waarover niet vaak gepreekt wordt. Ik kondig altijd in het kerkblad aan over welke gedeelten ik preek, maar nog nooit werd ik zo vaak op aangesproken door gemeenteleden als deze keer. Tijdens deze serie over Openbaring had ik meer gesprekken over de preek en het bijbelgedeelte dan anders. Blijkbaar fascineert dit bijbelboek heel wat gemeenteleden.

Een van de redenen om te preken over Openbaring was dat er in de laatste jaren goede commentaren op dit bijbelboek verschenen zijn. Een van die commentaren was geschreven door de Duitse nieuwtestamenticus Klaus Berger.

180px-KlausBerger
Klaus Berger (bron: Kathpedia)

Historisch-kritische en meditatieve exegese
Ik heb wel wat met Berger: altijd goed voor een een provocatieve stellingname, nogal eens te provocatief, maar wel op basis van grondige kennis van de tijd van de Bijbel. Berger begon als historisch-kritisch exegeet, werkte van 1970-1974 in Leiden en daarna tot 2006 in Heidelberg. Hij hield zich bezig met de vormen en de genres waarin teksten geschreven zijn en verdiepte zich met name in Joodse apocalyptische geschriften. Halverwege zijn loopbaan ontdekte hij de meditatieve exegese uit de Middeleeuwen, met name de cisterciënzer spiritualiteit. Vanaf die tijd combineerde hij in zijn werk de wetenschappelijke exegese met deze kloosterspiritualiteit.

die-apokalypse-des-johannes-kommentar-978-3-451-34779-5-49193

Vanwege deze combinatie was ik benieuwd naar zijn commentaar op Openbaring. Zijn commentaar, resultaat van 50 jaar intensief bezig zijn met dit bijbelboek en uitgegeven in 2 dikke delen, is inderdaad een combinatie. Vanuit zijn kennis van de Joodse apocalyptische geschriften weet hij steeds parallellen aan te dragen, die helpen om de opbouw en de gebruikte beelden in Openbaring te begrijpen.

266px-Johannes_op_Patmos_Jeroen_Bosch
Jheronimus Bosch – Johannes op Patmos

Joodse traditie, Paulus
Hij laat zien dat Openbaring volop in de Joodse traditie staat, maar dan wel een volop christelijk geschrift. In die tijd betekende dat echter geen tegenstelling. Berger, die zich ook altijd verdiept heeft in de verhouding tussen de verschillende stromingen binnen het Vroege Christendom en de geschriften van het Nieuwe Testament gaat uitgebreid in op de relatie tussen Openbaring en Paulus. Ze werkten immers in dezelfde tijd en in hetzelfde gebied. Volgens Berger zijn er wel verschillen, maar zijn de overeenkomsten groter. Het grootste verschil tussen hen beiden is, is dat Johannes preciezer is waar Paulus rekkelijker is.

Pastoraal
Volgens Berger is Openbaring niet een boek dat over de toekomst gaat, maar over het heden. Openbaring is een pastoraal geschrift om te gelovigen, die net tot bekering gekomen zijn, aan te sporen om trouw te blijven aan Christus. Hun geloof staat onder druk, onder andere vanwege het Romeinse imperium dat hen als een gevaar ziet, maar ook vanwege de vele verleidingen die er zijn om zich in hun levensstijl aan te passen aan de omgeving. Johannes doet die aansporing door middel van beelden over de toekomst. Die beelden over de toekomst zijn, net als de geschriften van de Profeten, bedoeld om de ogen van de gelovigen te openen voor de tijd waarin zij leven. Ze leven in een tijd waarin twee machten met elkaar strijden: God de schepper van hemel en aarde en de duivel die de macht van God op aarde heeft willen overnemen.

Diabolische triniteit
Voor de gelovige manifesteert de duivel zich in verleiding tot aanpassing en in de druk door de overheid. Johannes kan de gelovigen bemoedigen door erop te wijzen dat de duivel God alleen maar kan nabootsen. Het beest uit de afgrond en het beest uit de zee zijn slechts diabolische imitaties van God, die zijn Zoon en zijn Geest naar de aarde zond. Met die twee beesten vormt de duivel een diabolische triniteit. De troost is dat die dreiging en verleiding slechts tijdelijk is: deze wereld gaat voorbij en er komt een nieuwe wereld. Wie trouw blijft, wacht in de nieuwe wereld een beloning.
800px-B_Valladolid_93
Beatus van Liébana – De apocalyptische ruiters

Berger laat zien dat  vanwege deze aansporing om trouw te zijn en de bemoediging dat God alles in de hand heeft dit bijbelboek in de geschiedenis van de kerk altijd gelezen is als troostboek. Vooral in tijden waarin de kerk onder druk stond door vervolging of in tijden waarin de kerk corrumpeerde en een instituut van macht en rijkdom werd, werd dit boek gelezen. Voortdurend haalt Berger laat zien hoe bijvoorbeeld Mozarabische christenen, christenen die in Spanje van de 8e tot de 15e eeuw leefden onder de Moorse overheersing in hun liturgie teruggrepen op Openbaring. Denk bijvoorbeeld aan de illustraties van Beatus van Liébana.

800px-B_Facundus_191v
Beatus van Liébana – De aanbidding van het beest

Kritisch beeld van de kerk
Preken en commentaren uit de Middeleeuwen laten een kritisch beeld van de kerk zien. Deze liturgieën, preken en commentaren hielpen de gelovige om zich niet aan te passen, maar hoop te houden op een andere tijd die door God gegeven wordt. Als dat niet in de aardse geschiedenis zal zijn, dan in de hemel of na de Wederkomst. Het Duizendjarig Rijk uit Openbaring moet dan ook niet opgevat worden als iets dat nog moet komen, maar is laat een dubbel perspectief op het heden zien: aan de ene kant op aarde nog de werkelijkheid van de diabolische imitatie, aan de andere kant het geloof dat deze hele werkelijkheid in Gods hand is, omdat de boze reeds verslagen is. Hoe fel de boze zich nog uit en met welke manifestaties hij God imiteert, het einde van zijn macht is aangebroken. Door dit dubbele perspectief weet de gelovige in welke tijd hij leeft en leert hij om zijn ziel niet voor deze korte tijd aan de duivel te verkopen.

Goslar_42-X3
Replica van de Dom van Goslar

Ontmaskeren
Dit commentaar is opgedragen aan de herinnering van de Dom van Goslar, de geboorteplaats van Berger. Deze Dom uit de 11e eeuw werd in de 19e eeuw afgebroken om plaats te maken voor een kazerne. Deze kazerne stond er slechts 80 jaar. Berger ziet hierin dat gelovigen steeds in de verleiding staan om het werk van Christus te vervangen door macht die imponeert. Hoe men dat ook probeert en hoe die macht imponeert, die macht is slechts tijdelijk. Luisteren naar Openbaring helpt om die imponerende macht steeds weer te relativeren en te ontmaskeren.

N.a.v. Klaus Berger, Die Apokalypse des Johannes. 2 delen (Freiburg / Basel / Wenen: Herder Verlag, 2017).

Gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 21 september 2018

Commentaren Bijbelboek Openbaring

Commentaren Bijbelboek Openbaring

Bij de prekenserie over Openbaring heb ik de volgende boeken gebruikt:

(1) Dit recente commentaar van Klaus BergerDie Apokalypse des Johannes
die-apokalypse-des-johannes-kommentar-978-3-451-34779-5-49193

Het bijzondere aan dit commentaar is: (a) Bergers grondige kennis van de Joodse apocalyptiek en (b) Bergers grondige kennis van de receptiegeschiedenis. Bij elke perikoop geeft Berger ook aan op welke manier dit gedeelte door de eeuwen heen in liturgie en preken is opgenomen.  (c) Bijzonder is ook dat zijn commentaar is opgedragen aan de herinnering van de kathedraal, die in zijn geboorteplaats stond. Deze kathedraal van 800 jaar oud moest plaats maken voor een kazerne die na 80 jaar werd afgebroken. (d) Bergers combinatie van wetenschappelijke exegese en meditatieve overweging van dit bijbelboek. Berger is ook eigenzinnig in de uitleg. Soms storend, vaak prikkelend. Ondanks de hoge prijs een mooie aanwinst voor de exegese van Openbaring.

(2) Dit recente commentaar van Craig R. Koester.
revelation.jpg
Ook Koester is een kenner van de apocalyptiek. Steeds een sterke exegese, waarbij je als lezer merkt dat Koester dit bijbelboek begrijpt. Dit commentaar bevatte voor mij veel eye-openers en maakte voor mij het ook aangeschafte commentaar van Beale eigenlijk overbodig.

(3) Op de een of andere manier heb ik iets met Ben Witherington III. Daarom heb ik ook zijn commentaar op Openbaring aangeschaft.
517oj1kW+lL._SX331_BO1,204,203,200_
Zijn commentaar is beknopt en to-the-point. Prettig om mee te werken. Zijn specialiteit: aandacht voor de rethotiek en de socio-historische achtergrond van Openbaring. Steeds legt Witherington uit hoe Openbaring gelezen moet worden in de context van het Romeinse imperium.

(4) Ook het commentaar van Gregory K. Beale schafte ik aan.
682076
Vooral omdat dit commentaar werd geroemd vanwege de aandacht voor het Oude Testament in Openbaring. Een nuttig commentaar, maar zoals ik al schreef: naast het commentaar van Koester niet echt nodig.

Naast deze meer wetenschappelijke commentaren gebruikte ik nog twee meer meditatieve commentaren, die geschreven zijn met kennis van de wetenschappelijke exegese:

(5) Marva J. Dawn, hoogleraar theologie, die te maken heeft met allerlei ziekten en lichamelijke handicaps vond in Openbaring Vreugde (met hoofdletter!) in Christus beschreven.
download
Vanuit de kennis van de exegese en vanuit haar eigen ervaring schreef ze een uitleg van Openbaring: Joy in Our Weakness, waarin de nadruk ligt op de volharding en de trouw aan Christus in een wereld vol verleidingen. Net als al haar andere boeken zeer de moeite waard!

(6) Ook Eugene H. Peterson schreef een boek over Openbaring. Het enige boek dat in het Nederlands (alleen tweedehands) verkrijgbaar is: Laatste woorden. Net als het boek van Dawn geschreven met het oog op de gemeente. Voor Peterson is Johannes, de schrijver van het bijbelboek Openbaring allereerst pastor.
989104.jpg

Naast deze boeken heb ik nog twee boeken thuis liggen die ik incidenteel gebruikte:
(7) K. Schilder, Openbaring en het sociale leven
(8) K.H. Miskotte, Hoofdsom der historie

Preek zondagmorgen 26 november 2017

Preek zondagmorgen 26 november 2017

Voorbereiding Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Openbaring 3:14-22
Tekst: Openbaring 3:17-18

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In onze Bijbel hebben we het Bijbelboek dat we gelezen hebben de naam gegeven:
(de) Openbaring van Johannes.
In de tijd waarin het boek geschreven werd, waren de eerste woorden van een boek de titel.
Het boek heet dan: Openbaring van Jezus Christus.
Jezus Christus, die nu in de hemel is, maakt zichzelf bekend aan de gemeente.
Hij, Jezus Christus, maakt Zich bekend aan de gemeenten hier op aarde
om hen te laten weten: Vanuit de hemel ben Ik met jullie bezig.
En Ik ben ook bezig met de wereld waarin jullie leven.
Hoe jij deze wereld ook ervaart, het is een wereld waarover Ik regeer.
De kerk, die in deze wereld is, wordt door Mij bewaard.
Het Bijbelboek Openbaring moeten we dan ook niet horen als woorden van lang geleden,
maar lezend in dit Bijbelboek en deze woorden overdenkend,
gaat het erom dat we horen dat Christus die nu in de hemel is ook ons hier aanspreekt.
Hij zoekt ons op – om ons aan te spreken.
Hij wil iets van ons.
De brief die gericht is aan de gemeenten van Laodicea is niet alleen maar
voor die gemeente bedoeld, die daar vele eeuwen geleden in Klein-Azië was.

Schrijf aan de engel van de gemeente van Oldebroek.
Dat woord engel waar de brief mee begint,
betekent niet dat elke gemeente een eigen engel heeft – een soort beschermengel.
Het gaat hier om iemand die in de gemeente gezonden is, een gezonde,
om de woorden van Christus te laten klinken.
Het gaat er om – net als bij elke zondag – dat de woorden van Christus worden gesproken
en dat u als gemeente deze woorden hoort die Christus tegen u zegt.
Dat u deze woorden tot u neemt als Christus die ons als gemeente aanspreekt.
Dat is elke zondag en elke dag van belang,
en zeker vandaag en komende week, nu we ons voorbereiden op het Avondmaal
en we ons gereed maken om aan de tafel van Christus te komen.

Wat zou Christus ons als gemeente hier in Oldebroek te zeggen hebben?
Hij zou het kunnen hebben over de mooie dingen hier in de gemeente.
Hij zou het kunnen hebben over wat in Zijn ogen niet goed hier in de gemeente gaat.

De brief begint ermee dat Christus zichzelf voorstelt:
Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige.
Christus die ons aanspreekt, die wij dienen, die Heer is van de kerk en ook van onze wereld
maakt zichzelf bekend als de Amen.
Amen kennen wij als antwoord op ons gebed,
Als wij Amen op ons gebed zeggen, dan spreken wij ons vertrouwen in God uit:
Ik weet dat God mijn gebed gehoord heeft en dat wat ik vraag bij Hem in goede handen is,
ik kan Hem vertrouwen, ik kan mijn hele leven op Hem bouwen.
Jezus zegt: Ik ben de Amen – je kunt jouw leven met een gerust hart in Mijn handen leggen.
Je kunt je leven op Mij bouwen, want Ik draag de hele wereld en ook jouw leven.
Ik ben het fundament, waarop de schepping is gebouwd.
Als u volgende week aan de tafel aangaat, dan zegt u:
Ja, Heere, U bent de Amen – ik kan mijn leven in Uw hand leggen, ik bouw op U.
In een wereld waarin zoveel onzeker is,
Ik weet niet eens wat er over een uur gaat gebeuren,
bent U mijn zekerheid, het fundament in Mijn leven.
Hoeveel mensen er ook tegenvallen – U niet. U bent de Betrouwbaarheid Zelve!

Die betrouwbaarheid werkt twee kanten uit:
Zijn woorden die uit het Bijbelboek Openbaring tot ons komen, zijn betrouwbare woorden.
Hij, Christus onze Heer, is betrokken bij het bestuur van Zijn Vader over deze wereld.
Er wordt heel wat meegedeeld over wat er zal gebeuren
– allerlei ellende die er op aarde zal gebeuren, de eindtijd,
maar veel belangrijker nog: waar het volgende hoofdstuk mee begint: Het Lam op de troon,
Het Lam die tegelijkertijd de Leeuw van Juda is.
Die met Zijn macht regeert – niets gaat buiten Hem om.
Wat er ook in de wereld gebeurt, wat er ook tegen de kerk gebeurt – Hij regeert: het Lam!
Het begin van de schepping – kan ook weergegeven worden
als de heerser van de schepping – Hij die alles in de schepping bepaalt.
Een belangrijk thema in Openbaring, het Bijbelboek, is de machten die er op deze aarde zijn:
de macht van de satan, van de antichrist en andere machten
die de gemeente en de gelovige bestrijden en bij Christus vandaan trekken,
machten die ook in de gemeente invloed hebben.
Welke macht ook heerst, welke macht ook invloed heeft of denkt te hebben,
De echte macht berust bij Christus.
Als we volgende week aan het avondmaal gaan,
dan delen we de maaltijd met de Heer van het Universum, die alles schiep,
die alles in het leven riep en nu nog steeds alles bepaalt
en deze wereld leidt naar Zijn doel, het doel dat zichtbaar wordt met de Wederkomst:
Alleen Gods macht op aarde – de machten die tegen God ingingen verslagen en verdreven.

Wat ook betrouwbaar is, is wat Hij in onze gemeente signaleert.
Als Hij ons als gemeente, en u als lid van deze gemeente persoonlijk aanspreekt,
dan hebt u te luisteren, want wat Hij ziet, wat Hij opmerkt, dat is waar.
Als Christus vindt dat die andere machten teveel invloed hebben, dan is dat waar.
Als onze Heer vindt dat we ons teveel laten meeslepen
in de machten die er in deze wereld zijn en die ons bij Christus wegdrijven, dan klopt dat
en dan hebben we naar Hem te luisteren.
Dan kunnen we niet aankomen met allerlei excuses of ja-maars.

Nu kunnen we niet de brief aan Loadicea zomaar overnemen,
alsof juist deze brief van de zeven brieven het meest van toepassing is op onze gemeente.
Ik denk dat die 7 brieven aan de 7 gemeenten bij elkaar horen
En met elkaar, als geheel, ons als gemeente in 2017 een spiegel willen voorhouden,
Een spiegel die Christus, onze Heer, ons voorhoudt.
De spiegel die ons voorgehouden wordt, kan alleen maar de spiegel van Christus zijn,
niet een persoonlijke mening van een predikant, of een mening van een kerkenraad.
Een predikant, een kerkenraad, een gemeentelid kan zich niet zomaar
aan de zijde van Christus scharen, alsof wij weten
wat Christus nu over onze gemeente, tegen ons zou zeggen.
In deze week van voorbereiding zeggen we als gemeente, als kerkenraad, als predikant:
Heere, leer mij te luisteren naar Uw woorden,
en leer mij niet al van te voren in te vullen wat U zult gaan zeggen.

Ik ken uw werken, zegt Christus – Ik weet wat je doet,
Ik weet wat er uit je handen komt, Ik weet hoe hard je ervoor werkt,
wat je er allemaal voor doet, wat je er voor nalaat.
Wat hier op aarde binnen de gemeente gebeurt, het effect van wat er gedaan wordt,
dat is zichtbaar voor onze Heer. Dat wordt in de hemel opgemerkt.
En toch – voor de gemeente van Laodicea is dat geen compliment.
Er is iets in de gemeente, in wat de gemeente doet, wat uit de handen komt.
Van die werken die jullie doen, zegt Christus tegen de gemeente in Laodicea,
Wat ik daarvan zie, is dat die werken niet warm of koud zijn, maar lauw.
Zo lauw, dat ik je uit mijn mond uitspuugt.
Ik kom wel eens mensen tegen – niet persé gemeenteleden van déze gemeente –  
die dat over hun eigen gemeente zeggen: Onze gemeente is een lauwe gemeente.
Dan denk ik altijd: dat oordeel komt ons niet toe. Dat is het oordeel van Christus.
Want anders meten wij met onze eigen maatstaven.
Dan hebben we ons eigen ideale beeld van een gemeente
en bovendien denken we dan al gauw dat wij het wel goed doen
en dan wij die correctie van Christus niet nodig hebben.

Er is een mooie verklaring van dat warm en dat koud.
Het was de gewoonte om bij maaltijden wijn te koken samen met water.
Ik denk dat we dat dan moeten vergelijken met onze koffie, of thee, of soep.
Die gekookte wijn had dan een lekkere smaak, een genot om te drinken.
Die wijn is niet zomaar gekookt.
Als je die gekookte wijn laat staan, dan koelt het af, tot het lauw geworden is
en dan is het niet meer te drinken, dan is het lekkere er af.
Wijn kon je juist ook koelen, met sneeuw en ijs, net als bij ons een biertje of cola.
Dat koelen van de wijn was wellicht nog meer werk dan het opwarmen van wijn,
zeker in het klimaat van Laodicea.
Wanneer er geen ijs en sneeuw meer was om de wijn te koelen, dan werd de wijn lauw,
en dan was het niet meer te drinken, dan is het lekkere er af.
Lauwe wijn is wijn die de temperatuur van de omgeving aanneemt.
Een lauwe christen is een christen die niet meer afwijkt van de omgeving waarin je leeft.
Een lauwe gemeente is een gemeente die niet meer afwijkt van wat anderen doen.
Wijn verwarmen kost moeite, daar moet je ook iets voor doen
en juist omdat het verschil maakt met de omgeving geniet je er van en heb je er wat aan.
Een gemeente die anders is, die verschil maakt, die niet gelijk is aan de wereld,
die moet daar iets voor doen – net zoals wijn gekookt moet worden: dat kost tijd, kracht.
En die gekoelde wijn, dat is niet iemand die onverschillig is, die niet gelooft,
maar iemand die heel bewust streeft om Christus te dienen,
Hij is mijn Heer en heeft alle gezag in mijn leven.
Dat dienen gebeurt door een sober leven waarin je niet meegaat in de luxe van deze wereld.
Je laat iets na, wat anderen wel doen, dat gaat niet zomaar,
net zo intensief als het koelen van wijn in een warm klimaat.

En dan zegt Christus tegen de gemeente van Laodicea: Ik mis het verschil.
Als Ik naar jullie werken kijk, als Ik kijk naar wat jullie doen,
dan zie ik geen verschil met wat er in de wereld om je heen, in diezelfde plaats, gebeurt.
Het verschil is weg. Het dienen van Mij maakt geen verschil meer
En daaruit moet ik concluderen dat je Mij helemaal niet meer dient – alleen met woorden.
En waar zit dat dan in, dat gelijk aan de wereld zijn, dat geen verschil maken?
Die lauwheid, dat gelijk aan de wereld zijn, heeft te maken met de gemeente die zegt:
Wij hebben alles al. We komen niets meer tekort. Alles wat ons hartje begeert.
Ons leven hier op aarde is af.
Hier is een gemeente aan het woord die nog wel aan God doet,
die nog wel bij elkaar komt, uit de Bijbel leest en bidt, omziet naar elkaar,
maar zonder dat ze er erg in hebben Christus hebben buiten gesloten.
Ze missen Hem niet, want ze hebben alles al.
Want u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden en heb aan niets gebrek
Dat is heel wat, als je dat kunt zeggen:
(1) Ik ben rijk, (2) Ik ben steeds rijker geworden, (3) Ik heb aan niets gebrek.
Drie keer meer dan genoeg hebben, dan ben je er toch wel.
Het oordeel van Christus is anders: je hebt helemaal niets.
En je bent er veel erger aan toe dan je doorhebt.
Tegenover 3 keer meer dan genoeg in de gemeente plaatst Christus 5 zaken van gebrek:
u bent ellendig, u bent beklagenswaardig, u bent arm, blind en naakt.
Je bent een bedelaar en je hebt helemaal niets,
je ziet het zelf niet eens en je hebt niets om je sores te verbergen.
Je staat in je hemd, of nog sterker: je staat naakt voor God,
zoals Adam en Eva nadat ze hadden gegeven van de boom van kennis van goed en kwaad.
Hier is Christus die Zijn gemeente wil wakker schudden:
Besef je dan niet hoe slecht het met je gesteld is? Dat je zonder Mij bent?
En die leegte, dat gemis aan Mij heb je gecompenseerd met geld, aardse rijkdom.
In het Bijbelboek is dat geld, is aardse rijkdom één van die machten
Die de gemeente van Christus afhoudt, één van de machten die de gemeente verwoest.
Die machten worden in 11:18 vernietigers van de wereld genoemd
En die aardse welvaart, het goed hebben en daarom God niet nodig hebben, is er één van
van die machten die de wereld vernietigen.
De Bijbel zegt dat God een verterend vuur is, maar dat is die aardse rijkdom ook.
Dat leidt je op de verkeerde weg, dat verteert je uiteindelijk.
Je denkt alles te hebben, maar je hebt helemaal niets.
Niets als je voor God komt. Je kunt als je deze aarde verlaat helemaal niets meenemen.
Hoe vol je zakken ook zijn hier op deze aarde, voor God sta je met lege handen.
Hoezeer je ook kunt pronken met de kleren die je hebt, voor God sta je naakt.
Hoezeer andere mensen jaloers zijn op je inzicht, op je handigheid om geld te vergaren,
in geestelijk opzicht ben je blind, want je ziet niet eens dat je het allerbelangrijkste mist.

Zolang zij zich aan zulke zonden vasthouden moeten zij zich onthouden van dit brood en deze wijn die Christus allen voor de gelovigen heeft bestemd.
Zij komen met lege handen: Doe uw mond open en Ik zal hem vullen.

En dan komt Christus met Zijn raad, Zijn aansporing:
Zorg dat je krijgt wat Ik in de aanbieding heb.
Neem van Mij aan wat ik je allang heb willen geven.
Ook al heb je Mij buiten gesloten, Ik sta hier bij je, bij je hart, en Ik klop aan: laat Mij binnen.
Zeg niet meer: Ik ben voorzien, Ik heb alles,
Maar zeg: Heere, kom binnen, ik heb me vergist, mooier voorgedaan dan ik kon.
Ik heb helemaal niets. Mag ik Uw genade ontvangen?
En dit is dan het geschenk van Christus:
Goud – niet zomaar goud, maar gelouterd, gezuiverd in het vuur,
Gelouterd in het vuur – beeld van reiniging van onze zonden, zoals vuur het goud zuivert,
en het wijst vooruit naar het hemelse Jeruzalem waar de straten van goud zijn.
Neem hier al aan wat je daar zult hebben.
LAat alleen dat voor je waarde hebben wat in de hemel ook waarde heeft.
Het is een geschenk dat Christus wil aanbieden.
Neem die witte mantel aan, beeld van degenen die gereinigd zijn door Christus’ bloed,
de verlosten die in de hemel staan en net als de engelen de witte kleren mogen dragen,
bekleed met de heiligheid, de reinheid, de hemelse glans van Christus.
Het is een geschenk dat Christus wil aanbieden.
En zalf voor de ogen, waarmee onze geestelijke blindheid genezen wordt
en we niet meer zeggen hoe rijk we zijn zonder Christus maar hoe arm
en dat we in onze armoede alleen maar kunnen aankloppen bij Christus.
Het is een geschenk dat Christus wil aanbieden.

Ik zeg dat niet zomaar, zegt Christus, en ook niet om je eens flink de waarheid te zeggen,
maar omdat Ik van je houd, om je geef, Mijn leven voor u gegeven heb
en Ik wil dat je wordt gered.
Omdat Ik om je geef, van je houd, daarom spreek Ik je zo streng aan,
omdat Ik niet kan zien, dat je zonder Mij bent.
Keer je om, zoals je dat deed toen je ging geloven.
Voorbereiding avondmaal is je omkeren, terug naar die eerste liefde.
Voorbereiding avondmaal is die geschenken aannemen, die de Heere ons aanbiedt:
Zijn goud, hemelse rijkdom, Zijn kleding waarmee Hij onze schande wil bedekken,
Zijn zalf, waardoor onze ogen opengaan
en wij maar één ding zien: Christus die voor de deur van ons hart staat
om bij ons binnen te komen.

Aan de deur van ’s harten woning
klopt des hemels Bruidegom:
“Op, ontwaakt, de nacht is om.
Buiten wacht uw Heer en Koning:
kom mijn bruid, die ik bemin,
doe mij open, laat mij in!”

Christus, van zo ver gekomen,
wist, hoe Hij u vinden zou.
Geef u over aan zijn trouw;
klopt Hij nog, verwin uw schromen.
Schoon gij aarzelt, Hij houdt aan,
Hij zoekt bij u in te gaan.
Amen

Moed leren

Moed leren

Op 4 mei is er de jaarlijkse dodenherdenking. We gedenken degenen die in de Tweede Wereldoorlog omgekomen zijn. Het is een goede zaak om deze herdenking elk jaar weer en terug te denken aan degenen die hun leven gegeven hebben voor onze vrijheid.
Inmiddels ben ik erachter gekomen, dat de oorlog in deze omgeving soms diepe sporen heeft nagelaten. Ik heb verhalen gehoord over families die Joodse onderduikers verborgen hielden en dat ook voor elkaar verborgen moesten houden. Hoewel de omgeving zich er door de bossen en de boerderijen voor leende, was het niet zonder gevaar, omdat er vanwege de kazernes veel Duitse soldaten in de omgeving aanwezig waren. Er zijn Oldebroekers die moed hebben laten zien.
Hoe wordt moed aangeleerd? Deze vraag kreeg ik onder ogen bij de voorbereiding van de preek van afgelopen zondag over Openbaring 21.* Ik las dat er moed voor nodig was om alles op te schrijven wat Johannes opgeschreven had. Het boek Openbaring kan worden beschouwd als een boek van verzet. Johannes roept zijn gemeenteleden en lezers op om niet mee te doen met de praktijken van het Romeinse Rijk. Net als in de Tweede Wereldoorlog gebeurt deze oproep tot (innerlijk) verzet niet altijd openlijk. Soms ook een boodschap tussen de regels door, die door de goede verstaander wordt opgepikt.
Moed verwacht men van mensen op een belangrijke post, die hun gezag op de juiste manier uitoefenen. In de oorlog zijn er ook vooraanstaande mensen geweest, die moedig waren. Ook eenvoudige mensen zijn in de oorlog moedig geweest. Boeren bijvoorbeeld die op hun boerderij of in de bossen achter het huis onderduikers hadden verborgen.
Johannes leerde zijn gemeenteleden en lezers om vol te houden. Zij moesten hun hart en innerlijk bewaren voor de dienst aan Christus. Zoals de meeste Nederlanders hoopten op het ineenstorten van de macht van Hitler en zijn aanhangers hoopte Johannes op de ondergang van het machtige Rome. Als een echt verzetsboek werd deze stad aangeduid met de naam van die andere machtige vijand: Babylon. Op het moment dat Johannes schreef, werd de macht van Rome alleen maar sterker.
Hoe wordt moed geleerd? In de Bijbel staat niet alleen het boek dat Johannes schreef (over wat hij in een visioen van de Heere te zien kreeg). Er staat bijvoorbeeld ook het verhaal van de vrienden van Daniël. Zij wilden niet buigen voor het beeld – ook al konden zij dit met het eigen leven bekopen. Een minder bekend gedeelte is het spotlied op de koning van Babylon uit Jesaja 14. In dat spotlied wordt gezongen over de val van de machtige koning van Babylon. Hij waande zich eerst zo groot, dat hij reikte tot in de hemel. Hoger dan de sterren was hij. Iedereen op aarde sidderde voor hem. Ook deze machtige koning valt en komt in het dodenrijk terecht. Daar wordt zijn komst en zijn verlies van macht bezongen door degenen die op aarde bang voor hem waren: hij die zich op aarde groter waande dan wie dan ook, is het allerdiepst van iedereen gevallen. Dit spotlied eindigt ermee dat de Heere deze machtige koning ten val zal brengen. (Zowel het bijbelboek Daniël als Jesaja 14 komen terug in het boek dat Johannes moest schrijven.)
Zo leert het Woord van God ons moed te hebben door deze verhalen, maar bovenal door ons steeds weer op te roepen te geloven in de God, die de macht over alles heeft.

* Martin Leutzsch, ‘Didaktik der Apokalypse’, in: Bernd Dressler / Harald Schroeter-Wittke (Hg.), Religionpädagogisches Kommentar zur Bibel (Leipizig: Evangelische Verlagsanstalt, 2012).

Geschreven voor de Veluwse Kerkbode