Offeren, waarom moet dat eigenlijk?

Offeren, waarom moet dat eigenlijk?
De manier waarop Jezus sterft is niet willekeurig of toevallig

Iemand die sterft voor jou, voor je zonden. Het is een ergernis of een dwaasheid maar gewoon geaccepteerd wordt het nooit. Hoe moet je dat offer van Jezus duiden? De valkuilen zijn legio, zeker in een cultuur waarin we geen offercultus kennen.

Vanaf het moment dat Jezus stierf, hebben christenen nagedacht over de betekenis van dit sterven en over de betekenis van de manier waarop hij stierf. Al in de allereerste reflecties op de betekenis wordt Jezus’ sterven aan het kruis verbonden met God. Het kruis is geen toevallige gebeurtenis, maar in de ogen van Paulus het middel dat God koos om de mensen te bevrijden uit de macht van de zonde.

sllcrocifissoguidoreni
altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina (Rome)

Het sterven van Jezus aan het kruis is allereerst een handelen van God, waarin God iets bewerkstelligt: Hij brengt daarin twee partijen bij elkaar die zonder dat kruis niet te verenigen zijn. In het sterven van het kruis wordt de mensheid, die in de macht van de boze en de zonde geraakt was, verenigd met God.

Verzoend
Aan het kruis wordt de mensheid verzoend met God. God hoeft niet verzoend te worden, aan zijn kant zit de fout niet. De mensen moeten verzoend worden met God. Voor Paulus gaat het sterven van Jezus aan het kruis niet buiten ons om. Als Jezus sterft aan het kruis, sterft elke gelovige op dat moment aan het kruis met Jezus mee, schrijft hij in Romeinen 6.

Op beeldende wijze
In de vier evangeliën wordt de betekenis van Jezus’ dood op beeldende wijze verteld. In Mattheüs, Markus en Lukas worden op cruciale momenten teksten uit Jesaja 53 verwerkt, waarmee zij willen aangeven dat er met het sterven van Jezus er iets gebeurd is in de relatie tussen God en mensen. Jezus sterft in de plaats van de mensen. Hij neemt het oordeel van God op zich en draagt dat weg. Zijn dood is een loskopen. Dat beeld wordt niet ontleend aan de slavenhandel, maar aan het vrijkopen van krijgsgevangenen die in de macht van de vijand zijn geraakt. Zo koopt de dood van Jezus de gelovigen vrij uit de macht van de zonde en de duivel.

Johannes legt andere accenten: zijn evangelie verbindt aspecten uit de tempelcultus met het Joodse Pesachfeest. Jezus is het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Jezus sterft bij Johannes op het moment dat het Pesachlam wordt geslacht. In alle vier de evangeliën staat Jezus dicht bij God of kan hij worden gezien als God zelf.
16th-St-Baptist-Ch-Wales
“The Black Christ of Alabama” – Gebrandschilderd raam in de 16th Street Baptist Church Birmingham (Alabama)

Onttronen van de kwade machten
Ook in de overige geschriften van het Nieuwe Testament is de dood van Jezus onderdeel van het handelen van God. De dood van Jezus onttroont de kwade machten, verslaat de duivel, verbreekt de macht van de dood. In zijn dood daalt Jezus in het dodenrijk neer om daar zijn overwinning te proclameren en aan te kondigen dat de gelovigen, die nu nog gevangen zijn in het dodenrijk, bevrijd zullen worden. In alle gevallen kan de betekenis van de dood van Jezus niet los gezien worden van zijn opstanding en binnengaan in de hemel.

Niet willekeurig of toevallig
De manier waarop Jezus sterft is ook niet willekeurig of toevallig. De dood aan het kruis is de meest vernederende en de meest gruwelijke vorm van ontmenselijking. Daarnaast is de kruisdood de meest eenzame vorm van sterven, want als Jezus sterft aan het kruis is hij ook door God verlaten, het is de totale vorm van Godverlatenheid.
william-congdon-crucifix-no.-2
William Congdon – Crucifix no. 2

Daarom hebben buitenstaanders en ook christenen geregeld moeite met deze vorm van sterven van Jezus aan het kruis. In de tijd van het Nieuwe Testament was de gedachte dat een God sterft aan het kruis de grootst mogelijke onzin en de hoogste vorm van Godslastering. Voor gelovigen is het moeilijk om te zien dat God ervoor kiest verworpen en vernederd te worden, dat Hij zijn zwakheid toont in plaats van zijn macht.

Moeite
Tegenwoordig hebben mensen niet minder moeite met de dood van Jezus, eerder meer. Een van de moeiten ontstaat als Jezus helemaal losgemaakt wordt van zijn eenheid met de Vader. Jezus wordt dan een mens, weliswaar een van de meest bijzondere, maar wel een mens. Dan valt het aspect weg, dat Jezus niet alleen mens is maar ook God en aan het kruis niet alleen als mens, maar ook als God daar hangt. Wanneer dat aspect van het God-zijn van Jezus wegvalt, ontstaat het beeld dat God de last van de zonde neerlegt op een mens. Dat een mens de volle woede van God over zich heen gestort krijgt.

Een ander probleem ontstaat wanneer Jezus als individueel mens gezien wordt en niet meer als representant van de hele mensheid. Dan wordt ingewikkeld om te zien wat de dood van Jezus met mij te maken heeft en raakt de gedachte uit beeld dat ik aan het kruis in de dood van Jezus meesterf.

Offer
Weer een andere moeite gaat over de beelden die gebruikt worden om de betekenis van het kruis uit te leggen. Neem het beeld van het offer, dat toegepast wordt op de dood van Jezus. Al gauw is de gedachte dat Jezus door God is opgeofferd, God slachtoffert een mens als Jezus voor een doel, dat God wil bereiken.

En dan is er nog de taal van de offercultus uit het Oude Testament die gebruikt wordt om de betekenis uit te leggen. Bij een offer in de tempel vloeide namelijk bloed. De oud-testamentische offercultus is voor ons moderne mensen moeilijk te begrijpen, omdat er met het bloedvloeien het idee ontstaat dat er iets wreeds gebeurt. De gedachte bij het offer is echter dat een dier de plaats van een mens inneemt. De kern van het offer is dat er één dier zijn leven geeft, waardoor een heel volk het leven van God ontvangt en verder kan blijven leven.

Bloed
Wanneer in Hebreeën gesteld wordt dat Jezus als hogepriester met zijn eigen bloed de hemel ingaat en voor God verschijnt, is dat een uitleg van de betekenis van Jezus’ dood: zoals het offer reinigt van zonden – een reiniging die nodig is om in gemeenschap van God te komen – zo is de dood van Jezus aan het kruis het definitieve offer. Jezus wordt niet door God geofferd, maar geeft zijn leven over in de dood. Dat doet hij bewust, met het oog op ons. Om ons vrij te kopen en te reinigen van de zonde.

Het uitleggen van de dood van Jezus aan het kruis is niet eenvoudig. We staan op heilige grond, omdat we hier te maken hebben met het meest diepe van Gods wezen, woorden schieten tekort. Woorden schieten ook tekort omdat we hier met het meest diepe in de geschiedenis van de mensheid in aanraking komen, namelijk de totale Godverlatenheid.

Daarnaast worden beelden, die in het verleden iets van dit heilige en diepe lieten zien, onbegrijpelijk doordat de tijden veranderen. Omdat we geen offercultus kennen, wordt het zoeken naar wat de Bijbel wil uitdrukken met het toepassen van het offer op Jezus’ dood. Bovendien hebben we een eeuw achter de rug waarin mensen rücksichtslos geslachtofferd werden. Er is een gevoeligheid ontstaan met betrekking tot een dood die gewild is door God.

Als we Jezus’ gewelddadige dood op Golgotha in verbinding brengen met Gods handelen, zoals heel het Nieuwe Testament doet, kunnen we er niet aan voorbij gaan dat God met het kruis op Golgotha meer doet dan vergeving en verlossing bieden: God rectificeert. Hij herstelt geschonden recht, dat wij als mensen God en elkaar hebben aangedaan. Wanneer wij als mensen het recht van een ander schenden, kunnen wij het nooit helemaal goed maken. Wij kunnen de persoonlijke schade die is aangericht bij de ander hooguit erkennen, maar rechtzetten niet.

Het bijzondere van het kruis is God zelf met Jezus’ dood, die mens is en ook God, zich verantwoordelijk maakt voor die schade en onze schuld op zich neemt, verzoent en ons en die ander herstelt.

Gepubliceerd in Christelijk Weekblad 18 april 2019

Preek zondag 7 april 2019

Preek zondag 7 april 2019
Hebreeën 9:11-28.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Je zou dat niet snel zeggen als je dit gedeelte leest,
maar het Bijbelboek Hebreeën is gericht aan een gemeente in crisis,
gericht aan een gemeente, die het moeilijk vindt om te blijven geloven.
Er blijven mensen weg uit de kerk
en de mensen uit hun eigen omgeving zijn niet blij dat ze dit geloof hebben.
De mensen om hen heen zouden blij zijn als ze dat nieuwe geloof in Jezus
zouden opgeven en weer hun oude leven zouden oppakken.
Als de mensen met wie je optrekt, steeds laten weten dat ze je geloof maar niks vinden
moet je sterk in je schoenen staan om vol te blijven houden
om de kerkdiensten te bezoeken en met de gemeente op te trekken.
Als je dan ook nog merkt, dat er bij de kerkdiensten minder gemeenteleden komen,
dan wordt het vol blijven houden wel een heel lastige klus.

Er is onzekerheid in de gemeente gekomen
en niemand binnen de gemeente krijgt dat voor elkaar om dat te doorbreken.
Ze gaan het tegen elkaar zeggen: dat geloof van ons is toch best ingewikkeld.
Je gelooft in Christus, maar niemand van ons heeft Hem gezien
en niemand kan vertellen hoe Hij eruit ziet.
De verhalen die we over Hem kennen, hebben we alleen maar van horen zeggen.
En juist nu die onzekerheid binnen de gemeente komt,
komt Christus voor hen op een afstand te staan – Hij is zo ver weg in de hemel.
Onbereikbaar! Was Hij nog maar nog net zo dichtbij als toen ze net tot geloof kwamen.
Was Hij nog maar net zo dichtbij als toen Hij op aarde rondwandelde
En je naar Hem toe kon gaan, Hem kon zien en kon aanraken.
Ze gaan verlangen naar iets dat het geloof zichtbaar maakt en tastbaar.
Wat ze hadden, bijvoorbeeld, toen ze nog niet geloofden
en meededen met de feesten in hun Romeinse stad,
Waar het beeld van de god tijdens een feest door de stad werd gedragen
En iedereen blij was met deze god die door dat beeld zichtbaar werd voor de mensen,
bereikbaar – en ze geloofden toen dat met die gang door de stad mensen beter werden,
of een zegen konden ontvangen of geluk.
Degenen die een Joodse achtergrond hadden,
dachten aan wat ze in de tempel hadden gezien, tijdens een van de feesten.
Die grote massa in de tempel, machtige optreden van het priesterkoor,
de offers die gebracht werden, de vreugde die er in de tempel was.
En dan die ene dag, waarop de hogepriester zijn bijzondere mantel uitdeed
En als een gewone, eenvoudige priester de tempel binnenging,
naar het gedeelte waar niemand kwam en hij alleen op deze ene dag mocht komen,
zo heilig was die plaats, omdat je daar het dichtst bij God was.
Daar was de ark – de troon van God.
Daar was op aarde Gods aanwezigheid het meest te merken.
Dat was indrukwekkend om mee te maken, die dag in Jeruzalem, daar in de tempel,
waarbij de hogepriester de tempel binnenging met het offer dat voor God is bestemd,
dan wist je als aanwezige: daar gaat de hogepriester, met mijn zonden
en met mijn zonden verschijnt hij voor de heilige God.
Hij brengt mijn zonden en die van het hele volk voor de Heere, heilige God.
Wat zal Hij daarmee doen, met mijn zonden?
Zal God die hogepriester wegsturen?
Of zal God de zonden wegnemen en verklaren dat het volk weer een jaar mag leven,
zonder zonde, met een hart dat gereinigd is en vergeving heeft ontvangen?
Als de hogepriester dan naar buiten kwam, dan was er bij iedereen een grote opluchting:
ook nu weer zijn mijn zonden vergeven. Ik kan gereinigd worden. Opnieuw beginnen.
Je wist dat op dat moment en je ervaarde dat op dat moment:
de last, die ik met me meedroeg, wordt van me afgenomen. Ik ervaar Gods vergeving nu.
Ik denk dat het te vergelijken is op wat met het avondmaal ervaren kan worden:
Christus die Zijn leven gegeven heeft. Tijdens het avondmaal vier je dat, overdenk je dat
en met dat je dat overdenkt, voel je de last van je zonde, maar ook de bevrijding, vergeving.
Je kunt weer verder.

Maar ja, juist als je als gelovige of als gemeente in crisis bent,
is het eerste wat onder druk staat: het geloof dat God er is,
dat Hij in het midden van de gemeente is, tijdens de kerkdienst, dat Hij werkt,
de levende Heer en dat je daar bij Hem moet zijn.
Als je ziet, dat anderen die er voorheen wel bij waren, nu wegblijven,
– zeker als het je eigen kinderen zijn, of vrienden met wie je vaak optrekt –
dan kan de twijfel je gaan bekruipen: is het allemaal wel waar? Houd ik me niet voor de gek?
Je probeert het vol te houden: naar de kerk gaan, lezen in de Bijbel, geloven,
maar juist als je geloof onder druk staat en het om je heen niet mee zit,
lukt het vaak niet meer om de aanwezigheid van God te ervaren,
om te zien dat Hij werkt en doorgaat met Zijn werk en Zijn kerk zelf in het leven riep
en in stand zal houden totdat de dag is aangebroken van Zijn terugkomst.
Hoe krijg je dat geloof weer terug? Hoe wordt je geloof dan weer gesterkt?
In ieder geval niet door om je heen te kijken.
Dat lukt vooral als het mee zit in de gemeente: als je net een nieuwe predikant hebt,
als je weet dat er jonge leden belijdenis willen gaan doen,
als je ziet dat er nieuwe mensen zijn die naar de kerkdiensten komen.
Maar als je dat niet hebt om je je daaraan op te trekken – wat dan?

Hier in deze brief (of preek – het is niet helemaal duidelijk hoe we Hebreeën moeten zien)
is het antwoord op die crisis:
Je moet helemaal niet om je heen kijken.
Niet naar de mensen die afhaken, niet naar wat die heidense feesten je bieden,
niet naar wat de tempel in Jeruzalem biedt.
Aan die heidense feesten met de goden die dan door de stad gedragen wordt,
heb je niets. Je lijdt alleen maar schade aan je ziel.
Wanneer je kijkt naar de mensen die afhaken, laat je je ontmoedigen
en vergeet je dat ondanks menselijke ontrouw God met Zijn werk doorgaat.
Als je aan de tempel in Jeruzalem denkt, dat indrukwekkende gebeuren,
waar je schuld van je afgenomen wordt tijdens die dag, waarop God het goed maakt
en jou met Hem verzoent, heb je alleen maar tijdelijk iets.
Volgend jaar moet je weer naar Jeruzalem, om opnieuw verzoend te worden.
Je bent even van je schuld af. Je hebt voor even een rein hart ontvangen.
Maar volgend jaar sta je er weer en heb je het weer nodig
dat de hogepriester voor jou het allerheiligste van de tempel binnengaat:
het heilige der heiligen.
Kijk naar Christus!
Dat is de voortdurende boodschap in deze brief (of preek): Kijk naar Christus!
Ook hier: zorg dat je Christus ziet.

Maar hoe doe je dat? Want is een van de dingen waar je als gelovige tegen aanloopt
juist niet dat Christus in de hemel is en dat we Hem niet kunnen zien
en dat we eigenlijk ook niet weten hoe we Hem voor ons moeten zien?
Met de ogen van het geloof – maar dan weet je nog niet hoe je dat doet.
Je moet in je gedachten voor je zien
hoe de Heere Jezus de hemel binnenkomt, het heilige in de hemel doorloopt
en dan aankomt in het heilige der heiligen, het allerheiligste,

de plek waar God op Zijn troon zit.
Net zoals de hogepriester dat deed:
Op die feestdag, waarop er zoveel mogelijk Israëlieten bij de tabernakel waren
liep de hogepriester met het offer naar de tabernakel toe,
stapte binnen, maar ging in dat allerheiligste om een offer aan God aan te bieden.
Zo moet je voor je zien hoe Christus door de hemel heen loopt
op weg naar de troon, waarop God zit om Hem een offer aan te bieden.
Jezus biedt Zijn Vader een offer aan. Hij heeft iets in Zijn hand mee voor Zijn Vader.
De hogepriester had een bok mee, dat voor de tabernakel werd geslacht
en het bloed nam hij mee en dat druppelde hij op de deksel van de ark
– en de ark moet je zien als de troon van God.
Met dat gebaar, waarop de hogepriester dat dat deksel besprenkelde met bloed,
werd de zonde van het volk afgenomen en ging dat over naar de ark.
God verzoent – dat betekent dat op dat moment alle aanwezigen rein werden:
de zonde weg uit je leven, uit je hart. Gereinigd!
Dat dier stierf in plaats van de mensen.
Het kostte het dier zijn leven en doordat het dier stierf konden de mensen blijven leven.
Zo geeft JEzus met Zijn sterven een offer – en omdat Hij sterft kunnen wij leven.
Net zoals de hogepriester heeft Christus ook bloed bij zich
maar dan niet van een bok voor het volk of voor een stier voor zichzelf,
maar Zijn eigen bloed.
Ik weet niet of je dat letterlijk moet zien.
Als ik deze gebeurtenis zou moeten afbeelden,
zou ik niet een schaaltje bloed schilderen in de handen van Christus,
maar een kruis, dat wijst op het kruis dat op Golgotha heeft gestaan.
Dat kruis op Golgotha, dat is het offer dat Christus aan Zijn Vader aanbiedt
als Hij in de hemel voor de troon van de Vader komt te staan:
Het is volbracht. Ik ben aan het kruis gegaan. Ik heb Mijn leven gegeven.
hier gaat het niet om het letterlijke bloed van Jezus, dat meegenomen wordt.
In de verhalen rondom de kruisiging ligt er ook niet eens zoveel nadruk
op het bloed, op de wonden.
Het is al genoeg dat Hij daar hangt zonder kleren, met spijkers in de handen,
lijdt en bespot wordt, uitgelachen door de mensen
en zelfs door Zijn eigen Vader wordt verlaten.
Toch wordt hier niet voor niets over het bloed gesproken,
want dat duidt op het sterven van Christus aan het kruis.
Op het moment dat Jezus daar hangt aan het kruis, Zijn hoofd buigt en de geest geeft,
sterft, op dat moment loopt Jezus door de hemel met het offer in Zijn hand
om te laten zien aan Zijn Vader: het is klaar, het is gebeurd, het is volbracht.
Er hoeft niets meer te gebeuren.
Alle zonden zijn weggedragen. Alle zonden, die van jou, die van mij, van de hele wereld!
Als je dat eens bedenkt! Dat het een keer gebeurd is
en dat het toen genoeg was en dat het niet nog een keer hoeft te gebeuren,
Zoals toen bij de tabernakel of in de tempel, toen het elk jaar weer opnieuw moest gebeuren.
Voor eens en voor altijd.

Op deze zondagen in de Lijdenstijd denken we na over het sterven van de Heere Jezus
aan het kruis op Golgotha.
Daar kun je over nadenken en dat in gedachten voor je zien:
hoe de soldaten Hem meenemen uit Jeruzalem en Hij zijn eigen kruis draagt.
Hoe ze Hem vastpakken en Zijn kleren uitdoen, hoe ze Zijn kleren onder elkaar verdelen
en hoe ze een kruis oprichten met Hem eraan vastgespijkerd
en het opschrift boven Zijn hoofd en hoe de mensen om Hem lachen.
Het geloof ziet meer: het geloof ziet niet alleen dat Jezus daar verworpen wordt,
vernederd aan het kruis, door iedereen en door God verlaten,
maar ook nog meer: hoe op het moment dat Hij aan het kruis gaat
de hemel door gaat om voor de Vader te verschijnen om te zeggen:
Dit is de weg, die we samen hebben afgesproken. Ik geef Mijn leven.
Ik breng het offer dat nodig is om alle zonden weg te nemen
en de mensen die op aarde zijn een rein, een schoongewassen hart te geven.
Dat is het enige antwoord op de crisis: Maar toen – het verschil dat Christus maakt.
Christus is verschenen in de hemel als hogepriester
om te laten zien wat wij allemaal kunnen krijgen, omdat Hij stierf aan het kruis.
Zo geeft JEzus met Zijn sterven een offer – en omdat Hij sterft kunnen wij leven.
Zijn sterven geeft ons leven.
Zijn sterven is een vrijkopen en een reinigen.
Vrijkopen: we zijn niet langer onderworpen, knecht van de zonde, maar vrij.
Reinigen: we hebben niet langer een hart waarin de zonde woont, maar gereinigd.

Hoe weten we nu of dat met ons is gebeurd: Dat wij zijn vrijgekocht
en dat ons hart is gereinigd?
Door het geloof: door het geloof zie je dat Jezus voor jou aan het kruis hangt,
met jouw zonden en daar zichzelf als offer geeft.
Door het geloof zie je dat als Jezus daar hangt aan het kruis
Hij met je zonden de hemel doorgaat en voor de Vader komt te staan.
En zegt: het is ook voor hem, voor haar volbracht.
Geef vergeving, maak hem of haar vrij.
Hier staat: dat is al gebeurd. Jezus is die weg al gegaan.
We hoeven dat alleen maar aan te nemen, te geloven dat Jezus ook voor ons ging.
Meer is niet nodig.
Als je nadenkt over Jezus aan het kruis, als je voor je ziet dat Jezus de hemel doorging
gaat het erom, dat je weet Hij deed dat ook voor mij.
Hij ging met mij en voor mij aan het kruis en de hemel door.
Mijn zonden zijn voor God gebracht en daardoor mag ik weten: Ik leef, door Hem.
Laat je dat niet afnemen door wat hier op aarde gebeurt.
Kijk naar Hem! Aan het kruis! Op Zijn weg door de hemel.
Laat niets voor dat beeld komen, niet de zorgen die hier op aarde zijn,
of de gedachte dat het allemaal niet zo veel meer voorstelt.
Nee, het belangrijkste is al gebeurd: JEzus aan het kruis
en op het moment dat Hij aan het kruis ging, gaf Hij Zijn leven voor ons.

Een grote hogepriester
de hemel doorgegaan
is voor de troon gaan staan
en offert al zijn liefde.
Hij heeft zichzelf gegeven,
Hij plengt zijn eigen bloed;
geloof het vast; houd moed:
zijn dood belooft u leven!

Laat ons dan zeer vrijmoedig
de weg gaan tot de troon –
God is om Hem, de Zoon,
genadig en lankmoedig;
al wie zijn hulp verlangen
zullen te Zijner tijd
als Hij als priester pleit
barmhartigheid ontvangen.
Amen

Het verzoeningsoffer van Christus: identificatie met de zondige mens

Het verzoeningsoffer van Christus: identificatie met de zondige mens

Het Nieuwe Testament geeft aan dat Jezus voor ons gestorven is: Hij is in onze plaats gestorven. De schrijvers van het Nieuwe Testament, zoals Paulus in 2 Korinthe 5:14-21, leggen de plaatsvervanging uit door het gebruik te maken van de metafoor van het verzoeningsoffer (Sühnopfer).

Dat offer is in onze cultuur niet meer bekend. Een van de redenen is dat het offer van Christus aan het kruis zoenoffers overbodig heeft gemaakt. In onze Europese cultuur kennen wij alleen nog maar offers in ethische betekenis, niet meer in cultische betekenis. Dat maakt het moeilijk om het verband tussen het verzoeningsoffer en de kruisdood van Jezus te zien.

Offer als belijdenis van zonde
Wie offert, laat zien dat er een tweespalt is tussen het eigen bestaan en dat van de gemeenschap waarin hij leeft. Wie offert is geen heilige en kan de heilige God niet onder ogen komen. Door te offeren wordt de onreinheid opgeheven. Het offer zorgt dus voor de mogelijkheid van vergeving.
Het gevaar bestaat, dat het offer wordt gezien als een prestatie. Dat degene die offert weer rein wordt is niet zijn eigen prestatie, maar wordt door God geschonken.

Verzoeningsoffer
De achtergrond van een verzoeningsoffer is de overtreding, die niet meer ongedaan gemaakt kan worden. Degene die de overtreding begaan heeft, kan zich niet vrijmaken van zijn schuld.
Bij een verzoeningsoffer neemt de ander de plaats in van de schuldige. De plaatsvervanging gebeurt vanuit een identificatie van de schuldige en de onschuldige. De onschuldige neemt de plaats in van de schuldige. De onschuldige wordt geofferd als ware hij de schuldige. De schuldige wordt niet aan de kant gezet, maar in het offer gaat hij mee. Plaatsvervanging betekent dus niet een aan de kant schuiven van de schuldige, maar een volstrekte identificatie. K. Schilder spreekt daarom over plaatsbekleding en niet over plaatsvervanging (Heidelberger Catechismus II, p. 47).
Door handoplegging wordt de eenheid tussen de schuldige en diegene die zich offert (of het dier dat geofferd wordt) benadrukt. Niet alleen de schuld wordt overgedragen, maar het gehele bestaan.
De kern van het verzoeningsoffer is dat God de schuldige verzoent. Men maakt nogal eens de fout door te denken, dat met dit offer er iets aan God moet veranderen. Alsof Hij veranderd, tevredengesteld moet worden. Nee, in het offer wordt de schuldige mens veranderd: rein verklaard.
De dood van het offer(dier) schenkt aan de schuldige mens het leven. Het verzoeningsoffer betekent dus dat de schuldige een nieuw leven ontvangt van God, een met God en door God verzoend leven. De mens ontvangt de vrede van God.

Geen vervanging
Deze gedachte is de basis ook van de kruisdood van Christus. Hij is degene die zich als offer geeft om aan de mensen een nieuw leven te geven dat met God en door God is verzoend. Als Hij sterft, doet Hij dat in gemeenschap met de zondige mens. Hij maakt zichzelf identiek aan de zondige mens. In zijn plaats gaat Hij. Hij identificeert zich met ons. Wij worden niet aan de kant geschoven, maar in Zijn offerdood worden wij meegenomen.
Christus is aan het kruis eenheid tussen God en de mensen. Zo weet Hij de zondige mens met de heilige God te verbinden. In Zijn dood vindt er verzoening plaats.
Dat betekent dat het kruis van Christus geen mensenoffer is, maar een identificatie van Christus (die een is met de heilige God) met de zondige mens. Aan deze verzoening tussen God en mens komt de mens niet aan te pas. Dit heilsgebeuren aan het kruis is enkel en allen handelen van God. Hij offert in Christus zichzelf en doet de schuld en onreinheid van de mens weg.
Dit offer is het definitieve offer van verzoening. Na dit offer van Christus is er geen verzoeningsoffer meer nodig. Het sterven van Christus aan het kruis heeft alle verzoeningsoffers tot een einde gebracht. Daarom kan alleen Christus de middelaar zijn tussen God en mens. Een andere middelaar is er niet.

NB: De betekenis van Christus’ dood wordt versterkt door het tijdstip van overlijden: na de 9e ure, het tijdstip waarop het verzoeningsoffer (tamid-offer) in de tempel werd gebracht.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Eberhard Jüngel, Das Evangelium von der Rechtfertigung des Gottlosen als Zentrum des christlichen Glaubens (Tübingen: Mohr Siebeck, 19993) 127-146.