Gespreksvragen over opnieuw geboren worden

Gespreksvragen over opnieuw geboren worden
N.a.v. Annie Berents – Karkdijk, Ja kom binnen Heer (p. 4-20)

Wedergeboorte: vraag 1-3
Ja, kom binnen Heer: vraag 4-7
De kamer: 8-10

  1. Opnieuw geboren worden heeft te maken met opnieuw beginnen. Wat zou u anders doen als u opnieuw mocht beginnen? Wat heeft God met dat opnieuw beginnen te maken?
  2. Van Nicodemus kun je zeggen: Hij verlangt naar Gods aanwezigheid in zijn leven. Herkent u dat verlangen? Wat doet u om die aanwezigheid te vinden (te ervaren)?
  3. p. 10: Mijn leven heeft eeuwigheidswaarde gekregen. Wat betekent dat voor het leven na dit leven? En voor het leven hier op aarde?
  4. Hoe herken je dat de Heere aan de deur van uw hart staat te kloppen?
  5. Welke reactie had u (of zou u hebben) als Christus bij uw hart aanklopt: verlegenheid, onwennigheid, of ….?
  6. Hoe kun je Hem binnenlaten?
  7. Gaat dat bij mannen anders dan bij vrouwen?
  8. Naar welke kamer of ruimte in uw hart zou Hij het eerst naar toe gaan? Wat treft Hij daar aan? Wat moet daarmee gebeuren?
  9. Wat is er nodig om met Christus in je hart op je gemak te raken?
  10. Bij alles wat je nu doet is Christus erbij. Dat betekent:(a) dat Christus op de troon van uw hart zit en niet meer uw eigen ik, (b) dat Hij de leiding heeft in uw leven. Wat herkent u ervan? Vind u het een fijn idee of juist niet?1001004002014734

Preek zondag 12 februari 2017

Preek zondag 12 februari 2017
Viering Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Johannes 3:1-15
Tekst: Vers 14-15

Gemneente van onze Heere Jezus Christus,

Nu we vandaag met elkaar het avondmaal vieren,
staan we weer stil bij de betekenis van het kruis op Golgotha
en luisteren we naar de stem van Christus zelf, die tegen ons zegt:
‘Ik heb Mijn lichaam aan het kruis laten vastspijkeren, voor jou.
Mijn lichaam werd aan het kruis verbroken, voor u.’
Het brood dat u aangereikt krijgt, van Christus zelf,
onderstreept dat nog eens: Hij deed dat echt voor u,
om u een nieuw leven te geven, een eeuwig leven.
De beker met daarin de wijn die Christus jou aanreikt
herinnert jou eraan dat er een hoge prijs is betaald
om jou bij God terug te brengen
en die hoge prijs is dat het Christus Zijn leven heeft gekost:
Hij stierf aan het kruis op Golgotha.

Jezus laat aan Nicodemus al weten,
dat er op Golgotha een kruis zal staan dat voor Hem is bestemd.
De Zoon des mensen zal verhoogd worden:
Zijn lichaam zal aan een kruis worden vastgemaakt en omhoog getild worden,
boven de mensen uit, zodat iedereen kan zien, dat Hij aan een kruis hangt.
En dat zal niet zomaar gebeuren,
maar dat heeft een bedoeling – God heeft daar een bedoeling mee.
Om uit te leggen waarom Hijzelf daar aan het kruis hoog opgetild zal worden,
verwijst Christus naar een verhaal uit het Oude Testament.
Nicodemus, je kent het Woord van God heel goed.
Elke dag leef je in dat Woord van God.
Er is een verhaal uit de tijd dat het volk Israël door de woestijn ging,
vanuit Egypte naar het Beloofde Land.
Het volk moppert weer eens moppert over het brood dat ze krijgen,
manna – het brood dat de Heere hen uit de hemel geeft, vanuit Zijn zorg.
Ze zeggen tegen God: U hebt ons naar de woestijn gebracht
om ons hier te laten sterven, zonder water en zonder brood.
De hand van God, die hen uitleidde uit het harde bestaan in Egypte
en hen onderweg doet zijn naar een eigen land, dat de Heere hen heeft beloofd,
waar ze in vrijheid kunnen leven.
Ze kunnen alleen maar zien, dat God hen leidt om hen te vernietigen daar in de woestijn.
Een diep wantrouwen richting God, waardoor ze niet kunnen zien
dat de Heere juist het goede met hen voorheeft en hen wil leiden als herder, als Vader.
Dan komen er giftige slangen, door God gestuurd
en wie door die slang gebeten wordt, overlijdt.
Maar dan is er die slang, die Mozes van God omhoog moet richten.
En wie naar die slang kijkt, zal worden gered.

Zo zal de Zoon des mensen verhoogd worden,
net als die slang die omhoog getild werd
en redding bracht voor wie naar deze slang keek.
Wie naar dat kruis opkijkt, waarin Christus hing, hoger dan de mensen om Hem heen,
en gelooft dat Hij daar niet zomaar hing,
maar om ons te laten zien dat Hij daar hing aan het kruis, voor ons.
Opdat een ieder die gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Vanmorgen als we het brood breken, kijken we op naar het kruis waar Christus hing.
Als we de wijn aangereikt krijgen, zien we dat Christus daar lijden, in onze plaats
en mogen we geloven dat Zijn sterven voor ons alles betekent:
we hoeven niet verloren te gaan, maar mogen weten dat er eeuwig leven is.
Het brood dat gebroken wordt en dat op de schaal langs komt geeft aan:
dat eeuwige leven is er ook voor jou, voor u, pak het maar,
want daarvoor is Jezus gestorven
neem, eet en gedenkt gelooft dat Hij ook voor jou is verbroken.
Zoals er voor het volk Israël redding was, toen ze opkeken naar die slang en mochten leven,
zo is er redding voor ons, voor u, voor jou,
als je dat kruis voor ogen ziet en gelooft: dat deed Hij voor mij.
Het moest zo zijn, want daardoor mag ik komen bij God,
leven met God en daardoor mag ik bij Hem komen aan het avondmaal
en daar te gast zijn, het brood krijgen dat wijst naar Zijn sterven,
de wijn drinken die wijst naar Zijn bereidheid.
Het is Jezus zelf die het tegen ons zegt: Kijk naar mij op en zie wat ik voor je doe,
hoe ik daar hang aan het kruis, daardoor kun je leven.
En het is Christus zelf die ons roept om te komen:
Neem van het brood en proef dat die redding, dat eeuwige leven er ook voor jou is.
Drink de wijn en weet dat Ik het voor jou volbracht heb.
De Zoon des mensen – die moet worden verhoogd.
Jezus gebruikt een bijzondere aanduiding, die Nicodemus gekend zal hebben.
Zoon des mensen, dat is God die als rechter komt, om het oordeel uit te spreken.
De Zoon des mensen zal worden verhoogd,
Niet om het oordeel uit te spreken, maar om te zeggen:
Dat oordeel is voor Mij, zodat jij, zodat u vrijgesproken zal worden.
Kom naar Mijn tafel en wees Mijn gast,
zodat je het kunt ontvangen, zodat je het zelf kunt proeven, wat ik voor je heb gedaan,
zodat je zelf kunt zien, hoe dat kruis op Golgotha er stond,
hoog opgericht zodat het niet verborgen zou zijn wat daar gebeurde,
maar u, jij het ook zou kunnen zien en u, jij het zou weten: het is ook voor mij.
Ik mag dit geloven, ik mag deze genade aannemen.

Lof Hem, die door zijn kruis en dood
gena voor zondaars heeft bereid!
Lof Hem en zijne liefde groot,
alom en tot in eeuwigheid!

Amen

Preek zondag 5 februari 2017

Preek zondag 5 februari 2017
Johannes 3:1-15
Tekst: Johannes 3:3
Voorbereiding Heilig Avondmaal


Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als ik over Nicodemus nadenk, zie ik een man voor me die eerbied en heiligheid uitstraalt,
een man voor wie ik een zwak zou hebben,
omdat je bij het zien van hem al merkt dat hij dicht bij God leeft
en ik zou graag bij hem langs gaan, omdat hij een wijze man is,
die weet wat er in de Bijbel staat, die kan luisteren
en als je je verhaal gedaan hebt, in staat is om vanuit het Woord van God te geven
wat je op dat moment nodig hebt, waardoor ikzelf ook de nabijheid van God ervaar.
Een man die elke dag in het Woord van God leest
en daar de tijd voor neemt
om het te lezen, om het op zich in te laten werken,
om te luisteren naar wat God hem te zeggen heeft
vanuit het gedeelte dat hij gelezen heeft.

Je ziet het voor je, hoe hij leest en hoe hij erover mijmert.
Ik stel me voor dat het hem vaak overkomt,
wat mij wel eens overkomt als ik bezig ben met een gedeelte uit de Bijbel
als ik bezig ben met de preekvoorbereiding: dat ik dan in een andere wereld kom,
de wereld van God, in een andere werkelijkheid,
waar ik in mijn gedachten naar toe gekomen word.
Ik stel me het zo voor dat dit bij Nicodemus elke dag gebeurt.
Omdat Nicodemus zijn hele dag invult
vanuit het besef dat hij hij elke dag leeft in Gods tegenwoordigheid.
Als farizeeër is hij zich van bewust dat hij altijd leeft in de nabijheid van de heilige God.
Dat hij in de wereld van de heilige God binnentreedt is niet iets dat hem af en toe overkomt,
maar zijn leven, vol van leven in de Schrift en vol gebed, is vol van God.
Een farizeeër is geen schijnheilige, maar iemand die zijn hele leven
van minuut tot minuut heeft afgestemd op God.

Ik proef om mij heen een verlangen naar het leven dat Nicodemus heeft,
dat leven dicht bij God, met het overwegen en mijmeren over het Woord van God
en een tijd waarin je geconcentreerd bent op God zonder afgeleid te zijn.
Ik proef het bij degenen die belijdeniscatechisatie volgen en gevolgd hebben.
Bij hen is het een zoektocht om in het gewone dagelijkse leven dicht bij God te zijn,
om Hem te ervaren, bij Hem te verkeren ,
en tijd te hebben om aandacht voor God te hebben, om vormen daarvoor te hebben.
Ik proefde het van de week toen ik bij een presentatie was
van een boek over het maken van preken,
dat er een gesprek op gang kwam over het avondmaal,
waarbij verscheidene aanwezigen aangaven:
we zouden wel vaker avondmaal willen vieren.

Na dat gesprek bedacht ik, dat dit verlangen naar meer avondmaal vieren
ook wel eens een verlangen zou kunnen zijn naar het meer van God ervaren,
en vormen om die sfeer, die wereld van God binnen te gaan
om ook in het dagelijkse leven van werk, telefoon, mail en appjes,

van tijd willen hebben voor elkaar en God, tijd die er niet is
omdat je werk zoveel van je vraagt, dat je er ook thuis nog vol van bent
en je komt er maar niet van los.
Je zou tijd voor je gezin willen hebben, maar je kunt het niet opbrengen
en tijd voor God is al helemaal moeilijk te vinden, omdat je vol innerlijke onrust bent.
Zou dat verlangen naar vaker avondmaal iets kunnen hebben
van verlangen om ook in dat dagelijkse bestaan de wereld, de sfeer van God te betreden,
elke dag even in die heilige wereld binnentreden, al is het maar voor even,
om God de lof te brengen, om je gebeden bij God te brengen,
om voordat je naar je werk gaat of je dagelijkse dingen oppakt,
weer weet: God is er en Hij heeft nog steeds deze wereld in Zijn hand,
Hij leidt mijn leven en Hij bestuurt deze wereld.
Als je zo de dag kunt beginnen om de wereld van God te betreden,
dan begin je anders aan de dag.
Misschien is je dag niet anders, maar je weet dat je een God hebt,
die jou niet vergeet en die deze wereld niet vergeet.

Nicodemus had zo’n leven: aan het begin van de dag betrad hij de wereld van God,
nam hij de tijd om te horen wat God te zeggen had
door de woorden uit de Schrift te lezen en daar langdurig over te denken,
een leven dat ik ook zou willen, minder hectiek en meer tijd met God.
Niet dat Nicodemus zonder zorgen was.
Zorgen had hij genoeg.
Als hij zich weer aan de woorden van de Heere wijdde,
Dan deed het hem vaak pijn dat de mensen om hem heen, in zijn eigen stad Jeruzalem,
van zijn eigen volk, dat toch ook het volk van God was, daar niet zoveel mee deden.
Zij namen die tijd niet.
Zij kenden de Schrift gewoon niet en hadden met de wetten van God niets te maken.
Nicodemus bad dan voor zijn volk
en door het bij God te kunnen brengen, kon hij mild zijn in zijn optreden
en een wijze leider voor het volk.
Want hij kende zijn eigen hart.
Hij wist hoe moeilijk het voor hem zelf was om steeds zo in Gods nabijheid te leven.
Hoe verantwoordelijkheden hem soms van het bestuderen van Gods woord konden afhouden
De verleidingen, die aan hem trokken, hij kende ze maar al te goed.
En dan hoe het in de stad ging: de Romeinen die de macht hadden in de stad
hen wel een bepaalde zelfstandigheid hadden gelaten, over de tempel bijvoorbeeld
maar toch uiteindelijk aan de touwtjes trokken.
Was dat niet een teken dat zijn volk eigenlijk in ballingschap verkeerde,
ondanks de tempel die er is in zijn stad, ondanks wat er in de tempel gebeurde.
Juist over die tempel maakte hij zich zorgen.
De tempel werd verfraaid, een project dat al meer dan 40 jaar duurde,
begonnen door een koning die niet uit het eigen volk kwam, Herodes,
die deze uitbouw van de tempel nodig had om zijn eigen macht te versterken.
Het was mooi geworden, die tempel
en als je er was, kwam je onder de indruk  van Gods grootheid,
je stapte de wereld van God binnen, maar het was ook wel de wereld van Herodes
waar je binnenstapte, de grandeur van de tempel die afstraalde op zijn regering.
En tegenwoordig ook de wereld van Kajafas, de hogepriester,
die allerlei kooplui van buiten de stad naar de tempel had gehaald:
handelaars in koeien en schapen, in duiven, geldwisselaars
om handel te drijven bij de tempel, om met de opbrengst de tempel te kunnen financieren.
Nicodemus had ook hier moeite mee gehad,
maar kon weinig doen dan in de vergadering van het Sanhedrin aangeven
dat hij er niet mee eens was, dat hij dit niet kon verenigen met het dienen van God
en toen daar niet naar geluisterd werd, kon hij het alleen maar in gebed brengen bij God.

En toen was daar die Jezus geweest, die al die mensen wegjoeg.
Het had Nicodemus diep geraakt: iemand die zo vol van ijver was van Gods huis,
gedreven om van de tempel weer een heilig gebouw te maken,
waar God te vinden was en die aanwezigheid niet door het commerciële verdrongen werd,
waar iemand kritische kanttekeningen durfde te plaatsen
bij het megaproject waarmee Herodes aan de haal ging met de tempel:
Breek deze tempel af en ik zal deze tempel in drie dagen opbouwen.
Dat is niet zomaar iemand.
Daarvoor kent Nicodemus de Schrift te goed.
Deze man is door God gestuurd.
Nicodemus wil deze man ontmoeten.
Hij doet dat in de nacht, als hij door niemand gezien kan worden.
Johannes, die als enige evangelist het verhaal van Nicodemus doorgeeft,
heeft de nacht nog een extra betekenis:
het volle licht is nog niet doorgebroken, het volle licht van het geloof in Christus.
Hij komt als het donker is in Israël, duister in de wereld,
maar het kan ook zijn dat Johannes bedoelt: Hij komt uit een duistere wereld
en maakt de gang naar het licht,
In Jezus heeft hij al iets van Gods licht gezien
– Ik ben het licht der wereld, zal Jezus later zeggen,
wie in Mij gelooft, zal niet in het duister wandelen.
Hij komt tot Jezus. Dat heeft voor Johannes twee kanten:
komen tot Jezus dat kan iets oppervlakkigs hebben,
dat je komt vanwege het bijzondere, vanwege de wonderen die Jezus laat zien,
maar het kan ook een eerste stap in geloof zijn
en dan wordt komen tot Jezus een stap in geloof.
Zoals er ook hier in de gemeente velen tot Jezus gekomen zijn,
misschien aarzelend, zoals we zongen voor de preek, misschien zoekend,
maar toch gekomen zijn en daarna verder groeiden in geloof,
omdat ze steeds meer in gesprek waren met Christus.
En er zijn er velen in onze gemeente die komen tot Jezus als er avondmaal is
naar voren lopen, naar de tafel, omdat ze daar Jezus weten en bij Hem willen zijn.
Jezus als Gastheer, die brood en wijn uitdeelt, om je geloof te versterken.
Daar moeten we zijn, omdat Jezus daar is, en ik voel dat ik geroepen word.
Ik moet naar Hem toe.
En dan komt Nicodemus in die nacht bij Jezus aan, het licht der wereld.
In dankbaarheid komt Nicodemus en zijn woorden zijn een lofprijzing op God:
U bent een leraar die door God gestuurd is,
want wat U gedaan hebt, kan alleen iemand doen die door God is gestuurd.
Mooi is het, dat iemand kan opmerken wat God doet, de hand van God ziet in wat er gebeurt.
En toch, het is de vraag of Nicodemus het volledig door heeft wie Jezus is.

Dat is een troost voor ons.
Je kunt komen tot Jezus, zonder dat je alles doorhebt.
Je hoeft niet alles te begrijpen in één keer.
Je geloof hoeft niet af te zijn.
Als je maar komt en gehoor geeft aan de stem van Jezus die je roept
en als je daarna maar openstaat om verder te groeien.
Dat is wat Christus Nicodemus ook gunt.
Je kunt het opvatten als heel kritisch wat Jezus zegt,
maar ook als iets wat Jezus aan Nicodemus gunt: Nicodemus het is ook voor jou!
Als je niet opnieuw geboren wordt, kun je het koninkrijk van God niet zien.
Dat is vaak als een heel kritische opmerking opgevat,
zo van: je kan het koninkrijk van God niet binnen gaan,
er moet wel eerst wat met je gebeuren.
En dan ook voor het avondmaal: je kunt maar niet zomaar aangaan,
er moet wel wat gebeuren.
Ik heb geregeld die gesprekken gehad, met gemeenteleden die aangaven
dat ze niet aan het avondmaal konden aangaan,
omdat er eerst nog iets moest gebeuren.
‘Wat dan?’ is dan altijd mijn vraag. ‘Wat moet er met jou, met u gebeuren?’
Het valt mij op dat het antwoord dan uitblijft.
Er moet wat gebeuren, alleen weet men niet wat
en dan komt er een onzekerheid: dan zal het wel niet voor mij zijn.
Je kunt beter maar niet gaan, want dan eet en drink je je ook geen oordeel.
Of er moet iets ingrijpends gebeuren, dat als de stem van God ervaren wordt.
Voor Nicodemus is het een bijzondere gebeurtenis, de tempelreiniging,
maar het is vooral zijn bezigzijn met Gods Woord
waardoor hij de stem van Christus verneemt, waardoor hij geroepen wordt
om te komen tot Christus.
Daar begint het mee, dat je die stem van Christus verneemt, die je roept.
En dat hoeft niet in een bijzondere gebeurtenis,
dat kan ook in een preek, zoals nu, in een lied, in een gebed, in een opmerking,
zoek het niet teveel in het bijzondere, ook niet in iets dat je intens beleeft, (dat kan wel)
maar hoor die stem ook in de gewone dingen die gebeuren:
als je de Bijbel leest en daarover nadenkt, als je naar een preek luistert,
of een lied zingt of beluistert.
U bent niet zomaar een leraar, maar door God gestuurd.
Dat kun je ook zomaar hebben, dat een opmerking of een lied, niet zomaar kwam,
maar een persoonlijke boodschap was van God voor jou.

Zo krijgt ook Nicodemus een persoonlijke boodschap:
Nicodemus, je ziet mij als een leraar, die door God gestuurd is,
dan zal ik je wat vertellen.
Je bent zoveel met het Woord van God bezig, je betreedt de sfeer van God elke dag
en heel je leven is op God afgestemd,
maar zien hoe God bezig is en waar, dat kun je alleen als er iets met je gebeurt.
Alleen als je opnieuw geboren wordt.
Zodra dat niet gebeurt, dan ben je net als Mozes, die voor de Jordaan moest blijven staan
en het beloofde land niet mocht binnengaan.
Dan heb je het zelfs nog slechter dan Mozes, want Mozes mocht dat land zien,
maar als je niet opnieuw geboren wordt, dan kun je Gods werk en Gods koninkrijk niet zien.

Het is niet alleen voor Nicodemus onduidelijk.
Ook voor veel gemeenteleden is het onduidelijk: opnieuw geboren worden,
wat is dat en wanneer is dat en hoe weet je dat ik wedergeboren ben?
We zullen niet de gedachte hebben van Nicodemus,
dat je weer terug moet kruipen de baarmoeder in,
maar het is wel een troost dat ook de wijze Nicodemus het niet begrijpt,
ondanks zijn kennis van de Bijbel en ondanks zijn dicht bij God leven.
Opnieuw geboren worden, dat is voor heel mensen iets mysterieus.
Er moet wat gebeuren, maar wat?
De Heere Jezus zegt tegen Nicodemus:
als je uit water en Geest geboren wordt, dan kun je het koninkrijk van God binnengaan.
Maakt dat het duidelijker? Uit water en Geest?
De Heere Jezus zegt het hier tegen iemand die het Oude Testament door en door kent.
Welke gedeelten uit het Oude Testament zouden er zijn,
die duiden op geboren worden uit het water?
Dan krijg je het verhaal van de zondvloed:
de 8 mensen die gered worden van Gods toorn over de wereld, Noach met de zijnen.
Dan zou het betekenen: Nicodemus, die door God veroordeeld wordt, is een uitweg,
een redding, ook voor jou, zoals die er voor Noach was.
Of het is het verhaal van het pad dat er onverwacht komt door het water,
als het volk door de Rode Zee moet en later door de Jordaan.

Nicodemus, je hoeft niet voor het water te staan, dat de weg blokkeert,
water waar jij niet overheen kunt.
Er is een weg, door dat water heen, naar dat door God beloofde land.
Wat Jezus hier tussen de regels door zegt:
Nicodemus, Ik ben die weg. Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Nicodemus, er moet wat met je gebeuren, jij moet ook door dat water heen,
dat lijkt een onmogelijkheid voor jou, maar voor God niet,
want Hij stuurde Mij, om niet alleen een leraar te zijn, maar om de weg te zijn.
Als je in geloof tot Mij komt, dan ga je door die weg door het water.
Het gaat niet om iets mysterieus of iets ingrijpends dat er moet gebeuren,
alleen maar om het geloof dat Jezus die weg is
en dat die weg er ook voor u, voor jou is en dat je die weg ook moet gaan, naar Christus toe.
Er moet wat gebeuren, Nicodemus, je moet niet alleen in je gedachten in  Gods sfeer komen,
maar je moet met heel je bestaan, met lichaam en ziel,
zoals je bij het aangaan aan de tafel niet alleen dat in gedachten doet,
maar ook daadwerkelijk gaat, de stap zet, naar voren loopt en gaat zitten,
brood pakt van de schaal, het brood dat Christus je aanreikt
en wijn dat door Christus je gegeven wordt.
Het is de enige weg ten leven, Nicodemus.
Het is de enige weg ten leven, gemeente.
De weg die is er, u mag die weg gaan, u moet die weg gaan.
Een weg ten redding.
De Heere Jezus zegt nog meer, om uit te leggen hoe die je die weg kunt gaan.
We zullen daar volgende week in de avondmaalsdienst naar luisteren:
de Zoon des mensen die verheven wordt.
Hij vergelijkt het kruis met een verhaal uit het Oude Testament:
Als het volk Israël te maken krijgt met giftige slangen, waarvan de beet dodelijk is.
Alleen wie opkijkt naar de slang, die door Mozes op een stok gestoken werd, wordt genezen.
Zo wordt iedereen, die zijn oog op Christus slaat, die gestorven is aan het kruis, voor u gestorven, gered, van de zonde, gered uit de duisternis.
Hij is de weg en als je naar dat kruis kijkt, waarin Christus gehangen heeft, dan ga je die weg
de weg van het opnieuw geboren worden, de weg van het water, de weg van de Geest.
Dan ga je beloofde land in en dan is de Geest al in je en zal in je werken.
Je weet niet hoe de Geest werkt, waar Hij je vandaan haalt en waar Hij je brengt.
Daar moet je ook niet druk mee zijn.
In de week van voorbereiding gaat het vooral om, dat u die weg gaat,
de weg door het water heen, de weg die Jezus is, door te kijken naar het kruis
en elke dag die sfeer, die wereld van God, van Christus aan het kruis gestorven is te betreden.
Ja, ik schiet tekort, ik kom uit het donker,

maar Hij is het licht, Hij is mijn leven, mijn redding.
Wij komen uit de nacht van zonden, daar komen we vandaan,
maar we komen bij U, door die weg heen, om bij U te zijn,
voor altijd en ook volgende week als Uw tafel er is.
Dat is ons houvast wanneer wij onszelf en onze tekorten zien, onze zonden,
dat uw licht schijnt, uw licht alleen.
We schromen er te komen, om volop in uw licht te staan,
geef ons kracht toch te komen.
Had Gij ons niet meegenomen, dan waren wij niet gegaan,
maar U neemt ons mee, de weg door het water heen, om opnieuw te beginnen,
de weg die U bent.
Laat uw liefde ons bestralen en net als Nicodemus U als het licht vinden.
Uw licht dat schijnt, ook over mij, uw licht alleen!
Amen



Preek 3 februari 2013

Preek 3 februari 2013
Voorbereiding Heilig Avondmaal

Johannes 3:3: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet opnieuw geboren wordt,
kan hij het koninkrijk van God niet zien.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet opnieuw geboren wordt,
kan hij het koninkrijk van God niet zien.

Daar staat Nicodemus voor Jezus… Nicodemus, een man die bij de mensen bekend staat om zijn wijsheid en door mensen geregeld opgezocht wordt als zij vragen hebben over hun leven en hen met zijn wijze woorden hen verder hielp door het leven, hen verder hielp op de weg van God. Een man met een nauwgezette levenswandel – hij houdt zich stipt aan Gods geboden. Een man die de Schrift kent en dan niet oppervlakkig, maar iemand die leeft uit de Schrift. Een vrome en wijze man, geliefd en gerespecteerd – een leider van de Joden.

Ik hoop dat de jongeren hier in de gemeente ook iemand hebben, die voor hen is zoals Nicodemus. Iemand die jullie uitleg geeft over het leven of jullie verder helpt op de weg van God. Je vader of moeder, een ouderling, een docent(e) op school.

Nicodemus was in staat om een zuiver oordeel te geven, waarbij hij niet dacht aan zijn eigen standpunten, maar waarin hij de eer van de Heere zocht. Een man met een ruim hart, want hij is bereid om te erkennen dat Jezus door God gezonden heeft. Bij hem merken we weinig van wat de andere evangeliën vertellen over de Farizeeën: dat zij voortdurend Jezus bekritiseren en wantrouwen. Nee, Nicodemus, een toonaangevende Farizeeër zoekt Jezus op, omdat hij gelooft dat Jezus door God gezonden is. Hij heeft over Jezus gehoord, of hij heeft gezien wat Jezus deed en met zijn kennis van de Schrift, met zijn vroom en stipt leven herkent hij dat Jezus niet zomaar iemand is, maar door God gezonden.

Want niemand kan deze tekenen doen, die U doet – als God niet met hem is. Dan erkent Nicodemus ook dat God bij Jezus was, toen hij de handelaars uit de tempel verdreef en behoort Nicodemus niet tot de groep die beledigd is en zich afvraagt waar Jezus het recht vandaan haalde om dit teken te doen, maar heeft hij ingezien dat het dit wegsturen juist was, een teken dat Jezus door God gezonden was! En nu zoekt Nicodemus Jezus op – om het openhartig tegen Jezus te zeggen: Wij weten het, wij zien het in, wie U bent!
Gemakkelijk was het niet trouwens niet om bij Jezus te komen. Jezus had Zich verborgen, omdat Hij wist hoe mensen zijn: snel onder de indruk van wat Hij deed.Zonder dat zij doorvroegen: wie is die Jezus eigenlijk? En wat komt Hij doen? Nicodemus weet Jezus te vinden en Jezus laat Nicodemus binnen. Wellicht omdat Jezus wist, dat Nicodemus bij Jezus meer zag dan de ontzag voor de wonderen. Nicodemus met zijn kennis over God, de Schrift, zijn vroomheid en wijsheid, hij komt daar bij Jezus. Nicodemus is er niet op uit om Jezus te testen. Nee, naar mijn idee komt Nicodemus omdat hij in Jezus zijn meerdere heeft gevonden. Hij Nicodemus, die de mensen raadgeeft, die bij ingewikkelde geestelijke zaken een doorslaggevende stem heeft, die rabbijnen opleidt om het volk van God te onderwijzen en te leiden. Hij herkent in Jezus iemand van wie hij nog veel kan leren. Jezus, U bent door God gezonden om ons te onderwijzen. Het is de grootheid van Nicodemus, dat hij weet te buigen voor Jezus.

En dan zegt Jezus, als Nicodemus zo bij Hem komt: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.
De Heere Jezus zegt daarmee: Nicodemus, je kunt alleen weten of Ik door God gezonden ben, als je opnieuw geboren bent. Alleen als jouw wijsheid en jouw vroomheid niet uit jezelf komt, alleen dan kun je aangeven wie Ik ben. Nicodemus, alleen als je een ander mens wordt, ben je in staat om te zien waar God aan het werk is.
Jezus zegt: als je opnieuw geboren wordt, alleen dan kun je zien wat God doet. Opnieuw geboren worden, dat betekent voor Nicodemus: de levenswijsheid die hij in de loop van zijn leven heeft opgebouwd, zijn kennis van het geloof, zijn vermogen om te oordelen alles wat hij tot dan toe geleerd en opgebouwd heeft, moet hij afleggen om opnieuw geboren te worden, om in de leegte die in zijn leven ontstaat de Heilige Geest te ontvangen en dan helemaal opnieuw beginnen, van vooraf aan. Zoals een baby ter wereld komt en haast alles nog moet leren en alles moet ontvangen van anderen, zoals ouders: eten en drinken, liefde . Hulpeloos en afhankelijk van God, zoals een klein baby’tje, Nicodemus, zo moet je worden om werkelijk te kunnen zien waar God aan het werk is.

Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij niet zien hoe God aan het werk is. Dat zegt Jezus tegen Nicodemus als Nicodemus de Heere opzoekt.
Dat wordt ook tegen ons gezegd in deze week van voorbereiding van het Heilig Avondmaal. Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen wij geen oordeel geven over ons eigen geloof, hoe wij staan tegenover de Heere, kunnen wij niet aangeven of deelname aan het avondmaal voor ons is weggelegd. Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen ambtsdragers niet bij elkaar komen voor censura morum. Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen wij niet aangeven of ons geloof oprecht is. Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen wij niet aangeven of Christus aanwezig is in deze dienst of volgende week bij de viering van het Heilig Avondmaal. Als wij niet opnieuw geboren worden, dan doen wij maar wat.
Als wij geen ander mens geworden zijn. Als er in ons leven geen leegte gekomen is die alleen door de Heilige Geest opgevuld kan worden, kunnen wij het koninkrijk van God niet zien. Dan zijn wij niet in staat om aan te geven of het uit God is of dat wij het doen, omdat we vinden dat we het moeten doen op deze manier. Omdat we het altijd gewend zijn, of omdat onze traditie het ons voorschrijft,
omdat wij niet beter weten.
Als wij niet opnieuw geboren worden, kunnen wij niet aangeven of een gevoel in ons, een verlangen
opkomt uit onszelf of dat de Heere het in ons wakker roept. Kunnen wij niet aangeven of wij groeien in geloof of dat ons geloof achteruitgaat.
Er is maar één weg: weer zo hulpeloos en afhankelijk worden als een baby, die wacht tot zijn moeder komt om te voeden en alleen door te huilen kan aangeven dat hij honger heeft. Een baby die niet eens beseft dat hij of zij honger heeft, maar alleen kan huilen, omdat er een leeg gevoel is. Hij weet het niet, maar hij voelt het wel. Alleen wie zo is, kan Gods werk zien.

Hoe kan dat nu? Dat is ook een vraag die bij Nicodemus opkomt. Nicodemus die ingewijd is in het leven met de Heere, de verborgen omgang kent.
Dat Hij de Heilige Geest nodig heeft bij alles wat hij doet, dat begrijpt Nicodemus wel en zijn dagelijks leven is vol van momenten, waarop hij de Heilige Geest ruimte geeft om in zijn leven te komen.
Het was de gewoonte van de farizeeën om voordat zij in gebed gingen, eerst een uur stil waren – om de stemmen die in hen opkwamen te laten verstommen, om de stem van God te kunnen horen,
een uur van concentratie en wachten op de Geest voordat zij hun gebed tot God onder woorden brachten. Vanuit een besef van de heiligheid van God, dat wie niet geconcentreerd is snel is afgeleid en met zijn hart en gedachten niet werkelijk bij de Heere verkeert.
Wanneer hij de tempel bezocht, waste hij zich uitgebreid, omdat hij wist dat hij, onrein mens, niet zomaar voor God kon verschijnen. Alleen als hij gereinigd was van zijn zonden en verzoend was met God, kon hij de Heere ontmoeten.
Nicodemus, hij weet dat hij niet zonder de Geest kan, dat hij het van boven moet ontvangen, dat is hem wel bekend, maar dat hij opnieuw geboren moet worden, worden als een baby dat alleen maar kan roepen en schreeuwen om voedsel, een baby die uit zichzelf nergens komt, maar opgetild moet worden – daar struikelt hij over, dat gaat er bij hem niet in. Want wat moet hij dan doen? Wat moet hij doen om daarbij uit te komen?

En is dat voor ons ook niet merkwaardig wat de Heere Jezus tegen Nicodemus zegt? Alleen als je opnieuw geboren wordt? Als wij over ons geloof nadenken, zouden we toch vooral méér willen doen? Méér Bijbellezen, méér tijd voor bidden, méér vertrouwen op God, méér met de dingen van de Heere bezig zijn, méér enthousiasme, méér erover kunnen en durven praten.
Hulpeloos worden als een huilende baby? Opnieuw geboren worden, wederom geboren worden, kan veel oproepen. Wellicht bij u ook. U bent met uzelf in de weer en u gelooft ook echt wel in de Heere Jezus, maar opnieuw geboren worden, wedergeboorte betekent toch dat er iets in je moet veranderen? Iets dat bij u niet is gebeurd, maar wel bij een zus of een buurvrouw, die een ervaring heeft gehad, een tekst, die zekerheid ontving. Is wedergeboorte voor ons vaak niet iets mysterieus, iets ongrijpbaars, iets waarover je kunt vertellen als je het hebt meegemaakt?
Misschien hebt u daarom ook nog nooit belijdenis gedaan, omdat u zo’n ervaring nooit is overkomen.
Of wellicht ziet u daarom tegen de komende week op, omdat u weer over het heilig avondmaal moet nadenken, maar u komt er niet uit. Mag ik wel aangaan of is het niet voor mij bestemd?

Als u die vragen hebt, bent u in goed gezelschap, want ook de hooggeleerde Nicodemus begrijpt er weinig van. Geboren worden? Helemaal bij nul beginnen? Maar dat kan toch niet?
Dat zou toch veronderstellen, dat ik als oude man weer terug zou kruipen in de baarmoeder, die mij negen maanden heeft gedragen?
Nicodemus heeft veel vragen moeten beantwoorden en vast ook wel vragen waarbij hij met een glimlach om de mond heeft gedacht: hoe komen ze erop? En met wijsheid en met liefde voor de eenvoudige vragensteller had hij een antwoord klaar waarmee ze verder konden en niet meer hoefden te tobben.
Nu weet hij het niet meer, de geleerde. Hij tast in het duister.

En dat is juist zijn probleem. Ik heb al eens eerder aangegeven dat details in de Schrift veelzeggend kunnen zijn. Ook in de ontmoeting tussen Nicodemus en Jezus is er een veelzeggend detail. Nicodemus die in de nacht bij Jezus komt.
Nu kunnen gesprekken in de nacht bij ons heel waardevolle gesprekken zijn. In de nacht, een ongewoon tijdstip, waarop je elkaar echt ontmoet, je hart durft bloot te geven, zoals vroeger tijdens een kampweek dat op de laatste avond bij het kampvuur de meest serieuze gesprekken ontstonden.
Dan zou Johannes alleen maar als een sfeerbeschrijving vertellen dat het nacht was toen Johannes en Jezus elkaar ontmoetten.
En dan zouden we kunnen denken aan Jezus die verrast opkijkt dat Nicodemus Hem toch gevonden had en zou Jezus een fles wijn hebben geopend in de hoop dat ze samen een goed gesprek zouden voeren.

Johannes wil ons laten zien, dat Nicodemus vanuit de nacht naar Jezus komt. De nacht om hem heen en de nacht in zijn hart. En dat hij in die nacht het Licht dat gekomen is om de duisternis in en om Nicodemus te verdrijven. Het licht schijnt in de duisternis, schrijft Johannes aan het begin van zijn evangelie, maar de duisternis heeft het niet begrepen.
Nicodemus, als je werkelijk wilt weten wie Ik ben, als je Mij, het Licht van de wereld wil zien, dat gekomen is om ook jouw duisternis te verdrijven, moeten je ogen open gaan, dan moet je je leven weer van voren af aan beginnen, dan moet je alles inleveren en in de leegte die ontstaat de Heilige Geest laten komen. Nicodemus, het is nog nacht in je leven omdat je Mij nog niet kent, en daarom ken je God nog niet. Nicodemus, zolang je nog in die nacht bent, kun je het Koninkrijk van God niet binnengaan. Kun je nog niet bij Mij horen.
Nicodemus, je moet uit die nacht weg, je moet door Mij worden verlicht. Nicodemus, je moet opnieuw worden geboren. Je moet van voren af aan beginnen, omdat je leven tot nu toch nog in de duisternis was – zonder Mij.
Maar Nicodemus, je bent hier aan het goede adres. Nicodemus, je weet dat er twee wegen zijn.
Heel de Schrift spreekt erover: Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, maar de weg van de Heere gaat. Nicodemus, die weg ga je alleen als je in Mij gelooft. Daarom, Nicodemus, moet je geboren worden door water en Geest.
Nicodemus, je dorst naar God. In al je wijsheid en leven in de Schrift, is er een dorst, een verlangen naar God. Nicodemus, alleen als je door het water van de doop heen gaat, wordt je dorst gelest. Als je alle grip verliest, alle controle over je eigen leven. Want dat is je duisternis, Nicodemus, willen weten waar je aan toe bent, waar God is en wat God met jouw leven doet en met de mensen om je heen. Maar dan, Nicodemus, zoek je het nog bij jezelf. Als je het leven niet bij Mij zoekt, buiten jezelf, blijft het nog nacht.

Maar wat moet ik dan doen?

Ze hebben daar vast op het platte dak gezeten, in de stilte, met de wind die om hen heen waaide. Nicodemus, de wind laat zich niet sturen, zo laat ook de Geest zich niet sturen. Ook niet in jouw leven. Dat is voor ons misschien wel het moeilijkste aan het geloof: dat wij er geen grip op hebben. Wij zouden zekerheid willen en duidelijkheid. Maar die is er: maar niet in jou, maar in Mij. Nicodemus, je bent aan het goede adres: als je het leven buiten jezelf in Mij zoekt, zullen je ogen open gaan, mag je God en Zijn werk aanschouwen.
Nicodemus, er zal iets met Mij gebeuren, en dat is Gods werk dat er een kruis op Golgotha zal staan, dat kruis zal omhooggestoken worden – met Mij er aan. Als je dat ziet en daarin gelooft, zul je alles ontvangen.

Nicodemus, geloof je dat?

En ook wij – als wij geloven in dat kruis op Golgotha, waaraan Jezus stierf. Dat kruis staat als een vuurtoren in de duisternis en leidt ons levenschip uit de duisternis naar God. Als wij volgende week het avondmaal houden, is dat een herinnering aan dat licht dat ons naar God loodst. Uit de duisternis, dat wel, daar komen we vandaan, maar wie dat licht ziet en zich laat leiden door dat Licht
merkt dat ons levensschip gestuurd wordt, door de Geest – wie zijn het niet meer die sturen, maar die ons laten sturen – naar Christus.

Leid vriend’lijk licht, mij als een trouwe wacht, leid Gij mij voort
ik ben ver van huis en donker is de nacht – leid Gij mij voort

Het is het lied van een bekeerling, die in het duister voer en toch de vrede niet vond. Een gebed, waarmee wij alleen maar kunnen roepen tot God – roepen om Christus, de gekruisigde, als licht over ons leven: leid mij en breng mij thuis.
Amen