kerkelijk missionair jeugdwerk doordacht vanuit het concept Fresh Expressions of Church

kerkelijk missionair jeugdwerk doordacht vanuit het concept Fresh Expressions of Church

Voor veel jongeren staat de kerk op een grote afstand. Omdat hun ouders of grootouders niet meer naar de kerk gaan, komen ze niet meer met de kerk in aanraking. Daarmee is ook het geloof en het evangelie voor hen vreemd. Is het mogelijk om deze jongeren in aanraking te brengen met het evangelie?

In de Duitse bundel Jugendarbeit zwischen Tradition und Innovation wordt het kerkelijk missionair jeugdwerk doordacht vanuit het concept Fresh Expressions of Church (Fresh X).

EEQ4BsqW4AAUhuc

Fresh X is een nieuwe vorm van gemeente, gericht op mensen die geen band met de kerk hebben. De inzet is om mensen te bereiken die nu nog geen band met de kerk hebben en om een vorm en een boodschap te vinden die past bij de doelgroep.

De drijfveer is om hen navolgers van Christus te maken en met hen een gemeenschap te vormen. In het concept van Fresh X wordt van 5 stappen uitgegaan, die in het boek uitgewerkt worden voor missionair jongerenwerk.

Intensief luisterproces
De eerste stap voor een Fresh X is een intensief luisterproces, waarbij degenen die een Fresh X willen starten de doelgroep leren kennen. In het geval van missionair jongerenwerk wordt uitgezocht waar jongeren zich daadwerkelijk bevinden en wordt contact met hen gezocht.

Ze worden bevraagd op hoe zij leven, waar zij gelukkig van worden, waar zij van dromen, wat ze missen. Dat luisteren gebeurt niet op een afstand. De groep die een Fresh X wil opstarten, dompelt zich onder in de wereld van de doelgroep.

Daarbij hoeft men niet de leefwijze overnemen, maar wel zo leren kennen dat de doelgroep begrepen en aangevoeld wordt. Bij Fresh X is de doelgroep gelijkwaardig aan degenen die een Fresh X willen opstarten en levert de doelgroep zelf belangrijke kennis over de doelgroep aan.

Vanuit dit luisterproces ontstaan relaties, waarop de Fresh X verder kan bouwen. Jongeren worden opgezocht waar ze zijn vanuit het gezichtspunt dat God in Jezus op aarde kwam wonen en zich onderdompelde in de menselijke leefwereld. In dit luisterproces komt de cultuur van de jongeren in beeld door te participeren in hun leefwereld.

Sociale milieus
Ook komen de verschillende sociale milieus in beeld. Jongeren uit verschillende leefwereld hebben een andere manier van leven en zijn daadwerkelijk ook op een andere manier te benaderen, omdat zij op andere plekken bij elkaar komen en andere dromen, verlangens en frustraties hebben.
2016-09-07_Lebenswelten_14-17-Jährige_C-SINUS_web60_klein_PNG
Het SINUS-model mbt sociale milieus dat veelvuldig binnen Fresh X wordt gebruikt

Wezenlijk voor een Fresh X is dat de doelgroep nauwkeurig in beeld gebracht wordt en dat men ook weet op welke sociale groepen van jongeren men richt. Voor Fresh X is het van fundamenteel belang dat dit luisterproces ook een geestelijke kant heeft: er wordt ook naar God geluisterd om erachter te komen wat Zijn plan is.

Iets goeds doen met en voor jongeren
De tweede stap is het doen van iets goeds met en voor de jongeren. Uit het luisterproces wordt helder wat jongeren missen of waar ze van dromen. Het gaat er om iets met de jongeren te doen en hen in staat stellen om zelf iets te doen.

Een voorbeeld in het boek is een project in Berlijn om jongeren uit precaire gezinnen, waar de financiële zorgen dagelijks gevoeld wordt, kostenloos culturele workshops aan te bieden, zodat zij hun creatieve kanten kunnen ontwikkelen. Een praktische tip die gegeven wordt is het openen van een fietswerkplaats, zodat jongeren hun fiets kunnen laten repareren en leren om hun fiets te repareren.

Dit doen van het goede is niet bedoeld om de jongeren die hiermee bereikt worden door te laten stromen naar de gemeenschap van de Fresh X. Dit goede gebeurt belangeloos om te laten zien dat God onvoorwaardelijk om mensen geeft en zich belangeloos voor Zijn schepselen inzet.

Het vormen van een open gemeenschap
De derde stap is het vormen van een open gemeenschap. Een Fresh X start al als gemeenschap, omdat het opzetten ervan alleen maar in teamverband kan. Die gemeenschap maakt onderdeel uit van de leefwereld van de doelgroep. Iedereen, die wil, kan zich aansluiten bij de gemeenschap. Daarbij hoef je nog niet gelovig te zijn. De grens tussen wie bij deze gemeenschap hoort en wie niet wordt niet strak getrokken.

M3351M-T013


Ook hier dient rekening gehouden worden met het sociale milieu. Een jongere uit een sociaal-ecologisch milieu zoekt intellectuele en persoonlijke uitdagingen. Jongeren zijn vaak op zoek naar andere jongeren die uit hetzelfde sociale milieu komen. Voor hen is het niet meer zo belangrijk om hun leefwereld af te grenzen van volwassenen. Ze zoeken meer naar normaliteit en zijn zich bereid om wat aan te passen om onderdeel van de gemeenschap te kunnen zijn.

Er is bij jongeren een grote behoefte om onderdeel te zijn van een gemeenschap. Tegelijkertijd werken de traditionele vormen van vereniging en club bij het niet meer.

Kennis laten maken met God en met het evangelie
De vierde stap is het kennis laten maken met God en met het evangelie. Van belang is dat het evangelie en het kennis laten maken met God ook al in eerdere fasen zit doordat een Fresh X vanuit het evangelie wordt opgezet en een deel van de leiding als gelovige het geloof voorleeft en de jongeren met wie ze in aanraking komen aan het nadenken brengen over geloof.
Andacht bei Sonnenaufgang vor Abschluss des Kirchentages
Bij Fresh X gaat aan het ter sprake brengen van God eerst het voorleven van het evangelie en het laten kennis maken met de gemeenschap vooraf. Wie een rol heeft in de gemeenschap hoeft nog niet gelijk gelovig te zijn. Het kan juist handig zijn om teamleden te hebben, die niet gelovig zijn, omdat zij beter aanvoelen waar niet-gelovige jongeren zich bevinden en hoe ze met het evangelie bereikt kunnen worden. Ook teamleden die zoeken kunnen laten zien dat je nog geen afgerond geloof hoeft te hebben om onderdeel te zijn van de gemeenschap.

Fresh X wil jongeren dan uitdagen om de reis van het geloof te beginnen en wil en begeleiden op die weg. Jongeren zijn vaak religieuze toeristen. Ze vinden het nogal eens fijn om op een vrijblijvende manier kennis te maken met het christelijk geloof. Voor Fresh X is het van belang dat zij leren dat geloof niet alleen meer iets cognitiefs is, maar ook een manier van leven. Door onderdeel te zijn van de gemeenschap en ook uitgenodigd te worden voor de viering van de christelijke feestdagen kunnen ze kennis maken met het evangelie.

Het boek biedt allerlei werkvormen om in de dagelijkse praktijk van de FeshX het evangelie zichtbaar te laten worden aan jongeren die God niet kennen: samen koken, samen sporten, aandacht voor overgangsrituelen, geloofscursussen, enz.
start_teaser
Uitgroeien tot een volwaardige gemeente
De laatste stap is om een Fresh X uit te laten groeien tot een volwaardige gemeente. Voor missionair jongerenwerk is dat wel de vraag of het de bedoeling is dat of er een eigensoortige gemeente ontstaat. Dan komen allerlei theologische en kerkelijke spanningsvelden om de hoek kijken.

Fresh X ziet zichzelf ook niet als concurrent van andere gemeenten in de omgeving, maar wil slechts het evangelie aanbieden aan degenen die door de bestaande kerken nog niet worden bereikt. De bestaande gemeenten kunnen ook een belangrijke gesprekspartner worden om de doelgroep beter te leren kennen. Er kan ook samenwerking gezocht worden met bestaande gemeenten.

Spanningen
De auteurs signaleren ook spanningen in de doordenking en het opzetten van een Fresh X. Zij benadrukken steeds dat jongeren gelijkwaardig participeren in alle stappen. Ook als ze niet gelovig zijn.

Een vraag voor mij is wat er gebeurt als wat de niet-gelovige jongeren inbrengen botst met het evangelie. Is het evangelie gelijkwaardig aan hun visie? Of is het voldoende als er binnen de Fresh X het gesprek aangegaan wordt? Is dat ook een zichtbaar maken van het evangelie?

Een andere spanning betreft naar mijn idee de mogelijkheid tot falen. De auteurs benadrukken heel sterk het experimentele karakter van een Fresh X. Bij experimenten horen ook de mogelijkheden tot mislukken. In de voorbeelden komen echter alleen geslaagde voorbeelden voorbij.
Wanneer het falen een wezenlijk onderdeel is, omdat er van geleerd kan worden, had daar in dit boek wel meer aandacht voor mogen zijn.
61uYeLP2M-L
Het waardevolle van dit boek is niet alleen de vruchtbare combi van Fresh X en missionair jongerenwerk, maar ook de schets van de leefwereld van de jongeren. Ook al is die schets op de Duitse situatie gericht, wie in Nederland werkt met jongeren zal er veel van herkennen. Die zijn als het ware geboren in een digitale wereld, waarbij internet en social media een net zo wezenlijke en werkelijke wereld is als het analoge bestaan.

Traditionele instituten, zoals de kerk, staan voor hen op een afstand. Ze zijn vaak druk, omdat er door school en baantjes veel van hen gevraagd wordt. Als ze al gelovig zijn, gaat het niet zozeer om kennis en geloofsleer, maar eerder om emoties en ervaringen. Omdat de kerk op een afstand staat, hebben ze allerlei vooroordelen over de kerk, over God en kennen ze het evangelie niet.

Om erover na te denken moeten ze in aanraking komen met anderen die wel geloven. Vanwege de grote afstand tot de kerk is het niet eenvoudig om deze doelgroep te bereiken.

In Jugendarbeit zwischen Tradition und Innovation gaan de auteurs ervan uit dat het wel mogelijk is. Als er maar bereidheid is om te komen in de leefwereld van de jongeren om daar het evangelie te laten zien. Door in de leefwereld van de jongeren te komen en daar te participeren wordt iets zichtbaar van God die mens op aarde werd. 

N.a.v. Katharina Haubold / Florian Karcher / Lena Niekler (Hg.), Jugendarbeit zwischen Tradition und Innovation. Fresh X mit Jugendlichen gestalten. Serie: Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit, deel 4 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Verlag, 2019). 

Kerkelijk pionieren en jongerenwerk -2

Kerkelijk pionieren en jongerenwerk -2

Jongerenwerk doordenken vanuit de ervaring van Fresh Expressions of Church (in het Nederlands: kerkelijk pionieren) betekent: je onderdompelen in de leefwereld van jongeren, om daar permanent te blijven en dan te ontdekken wat het evangelie in een nieuwe context betekent. De theologische notie daarbij is de menswording van Christus: in Christus dompelde God zich onder in een specifieke cultuur.
Methode

Cultuur bestaat uit lagen:
(a) Materiële cultuur
(b) Sociale cultuur
(c) Normen en waarden
(d) Levensbeschouwing

Kerkelijk pionieren betekent een leren kennen op alle niveau’s. Daarbij wordt er volgens een bepaalde methode gewerkt, waarbij de volgende stappen worden gevolgd met de volgende stappen:
(1) dubbel luisteren: naar de cultuur en naar het evangelie
(2) vol liefde dienen en het goede doen
(3) opbouwen van gemeenschap
(4) oefenen van navolging
(5) opnieuw beginnen.

Dubbel luisteren
De eerste stap in deze methode is: dubbel luisteren. Want het gaat om luisteren naar zowel de cultuur als naar het evangelie. Dubbel luisteren bestaat overigens uit luisteren naar 4 zijden (ook wel “luisteren 360 graden” genoemd):
(a) naar de context
(b) lezen in de Bijbel en gebed
(c) luisteren naar de ervaringen van plaatselijke gemeenten die er reeds zijn en mensen in de buurt die het project een warm hart toedragen
(d) naar het geheel van de kerk en kerkelijke traditie: we moeten niet doen alsof alles nieuw is. 

Niemand kan geheel onbevoordeeld luisteren. Het luisteren zelf is al gestempeld door denkkaders, verwachtingen, theologische uitgangspunten en een wereldbeeld. In het luisteren klinkt achtergrondgeluid mee dat socio-cultureel is bepaald.

Teamverband
Daarom verdient het aanbeveling om in teamverband te ‘luisteren’:
– Verschil in team leidt tot nieuwe en onverwachte inzichten.
– Werken in teamverband veronderstelt bereidheid tot gesprek en andere inzichten.
– Werken in teamverband stimuleert creativiteit.

Analyse van de context
Een manier van luisteren is een “analyse van de context”:
(1) Zien waar de jongeren zijn, hun verlangens waarnemen.
(2) Zien wat Gods werk in deze plaats is, welke weg Hij gaat, welk plan Hij heeft.
(3) Wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van je eigen team.

Op zoek naar Gods aanwezigheid
Wezenlijk onderdeel van kerkelijk pionieren is het op zoek gaan naar Gods aanwezigheid en plan, oa door lezen in de Bijbel en door gebed. Daarmee is kerkelijk pionieren een geestelijke herbezinning op de kern van het eigen geloof.

Het doen van het goede
Tweede stap na het “dubbel luisteren” in de manier van kerkelijk pionieren is: het goede doen. Dit doen van het goede is niet bedoeld om mensen (in dit geval jongeren) onderdeel van de gemeenschap te laten worden (al mag dat wel). Het is een doen voor en vooral ook met hen. Dat doen van het goede kan alleen na als team intensief betrokken te zijn op de doelgroep en met hen en met andere kenners en betrokkenen op de doelgroep in gesprek te zijn.

Dit doen van het goede is theologisch geïnspireerd: in de menswording van Christus. En vanuit de gedachte dat God reeds ergens is voor er een christelijke gemeenschap ontstaat. Bij dit doen van het goede gaat het niet om helpen als zodanig, maar om gelijkwaardige ontmoeting (‘op ooghoogte’). De houding waarmee dit goede nagestreefd wordt is van belang: het gaat niet om het verwennen van jongeren of het als buitenstaander beter weten wat ze nodig hebben. Maar hen helpen om zelf iets van hun leven te kunnen maken.

Gemeenschap
Derde stap voor kerkelijk pionieren is leven in gemeenschap. Ook in deze tijd is er een grote behoefte aan gemeenschap. Dat geldt ook voor jongeren. Maar traditionele vormen als jeugdclub werken bij hen niet meer. Uit onderzoek blijkt dat jongeren geen behoefte hebben om zich af te zetten tegen hun ouders. Integendeel: ze willen juist onderdeel zijn van de gemeenschap waarin ze opgroeien en daarin geborgenheid ervaren. digitalisering helpt hen om in contact met vrienden te blijven. Online in contact blijven is zelfs een van de belangrijkste redenen waarom ze online zo actief zijn.

Sociaal milieu
Welke vorm van gemeenschap gezocht wordt, verschilt per sociaal milieu. Jongeren verkeren het liefst in eigen milieu. Kerkelijk pionieren met jongeren uit verschillende milieus heeft weinig kans van slagen is de ervaring. Jongeren zijn niet meer plaatsgebonden. Wanneer ze naar een jeugdclub gaan, is dat uit eigen interesse of omdat ze door vrienden meegenomen worden. Jongeren die niet zo kerkelijk betrokken komen, komen niet dankzij, maar ondanks het geestelijke aanbod.
Het is de kunst voor een pioniersplek om de relaties met de jongeren zo vorm te geven, dat ze geïnteresseerd raken in het christelijk geloof. Door de relatie met en het beleven van de christelijke gemeenschap kunnen ze nieuwsgierig gemaakt worden.
(wordt vervolgd)

(kerkelijk) pionieren met jongeren

(kerkelijk) pionieren met jongeren

Afgelopen zaterdag kreeg ik een (Duits) boek toegestuurd om te lezen en een bespreking te schrijven. Dat boek gaat over hoe binnen het kerkelijk jongerenwerk jongeren bereikt kunnen worden, die nu geen band met de kerk hebben. In dit boek komen twee werelden bij elkaar: het kerkelijk jongerenwerk en de pioniersplekken, waarin men probeert om mensen die nu geen band met de kerk hebben in aanraking te brengen met het evangelie.

Het boek begint met een weergave van de leefwereld van de jongeren:
De maatschappij verandert en die veranderingen raken jongeren en hun leefwereld. Hoe kan kerkelijk jongerenwerk op die veranderingen inspelen door nieuwe vormen te ontwikkelen en bestaande vormen die goed werken te versterken?
61uYeLP2M-L
Alles bij het oude houden kan niet. Evenmin kan een radicale vernieuwing slagen. De toekomst van kerkelijk jongerenwerk bevindt zich – net als de toekomst van de kerk als geheel – ‘tussen traditie en innovatie’ (zoals de titel aangeeft). Wat zijn dan die veranderingen? In grote, algemene woorden:
– Pluralisering
– Globalisering
– Digitalisering
– Secularisatie
Wie zich inzet in het jongerenwerk of daar beroepsmatig mee bezig is, weet dat dit niet alleen theoretische begrippen zijn. 

Wie zijn die jongeren eigenlijk? Welke band hebben zij met kerk en geloof? Kan het kerkelijk jongerenwerk iets voor hen zijn? Om die vragen te beantwoorden is het nodig om te weten over welke groep je het hebt. Jongeren zijn tussen de 14-18 jaar. Ze zijn echter een diverse groep. Naast een verschil in opleiding is er een verschil in sociale leefwerelden.

Verschillende milieus
Het Duitse onderzoeksinstituut SINUS onderscheidt 7 verschillende soorten milieus van jongeren, verdeeld over de assen: opleidingsniveau (laag of hoog) en opvattingen (traditioneel – modern – postmodern). Dan zijn er de volgende milieus:
– hoog opgeleid & traditioneel: burgerlijk-conservatief
– laag opgeleid & traditioneel: precair
– hoog opgeleid & modern: sociaal-ecologisch
– laag opgeleid & modern: adaptief-pragmatisch / materialistische hedonisten
– hoog opgeleid & postmodern: expeditive (de snelle netwerkers die op succes en lifestyle zijn gericht)
– laag opgeleid & postmodern: experimentele hedonisten.
2016-09-07_Lebenswelten_14-17-Jährige_C-SINUS_web60_klein_PNG
(Een wat vergelijkbaar Nederlands model is het Mentality-model van Motivaction)

Eigen sociaal milieu
Kerkelijk jongerenwerk is vooral gericht op jongeren uit het eigen sociale milieu. Jongerenwerk kan zich ook niet op alle milieus richten. Het is niet mogelijk een vorm te vinden waarin alle milieus zich herkennen. Daarvoor is het verschil in opleiding en basiswaarden te groot. De vraag daarbij is: Op welke sociale groepen is het kerkelijk jongerenwerk eigenlijk gericht? Welke krijgen de meeste aandacht? Welke milieus vallen buiten de boot?

Tegenover de heterogeniteit van de jongerenwereld staat vaak een homogeniteit aan kerkelijk jongerenwerk. Om jongeren uit verschillende sociale milieus en met verschillende basiswaarden te bereiken is een divers aanbod van kerkelijk jongerenwerk nodig.

Geen “dubbele bekering”
Heinzpeter Hempelmann (een theoloog die veel bezig is met de thematiek van sociale milieus) waarschuwt voor de neiging “een dubbele bekering” van jongeren te verlangen: een bekering tot het evangelie én tot het burgerlijk-conservatieve of sociaal-ecologische milieu. Volgens hem is er een ander perspectief nodig: kerk, gemeente en de inhoud van het geloof kunnen zich pas in de leefwereld van de verschillende milieus verankeren wanneer ze relevant zijn en passen binnen dat milieu en functioneel zijn voor de in dat milieu heersende logica.

Uitdagingen voor het kerkelijk jongerenwerk
Kerkelijk jongerenwerk staat voor een aantal uitdagingen:
– gebrek aan tijd (veel jongeren hebben weinig echte vrije tijd)
-gebrek aan genoeg medewerkers
– gebrek aan (creatieve) methoden om bepaalde doelgroepen, war geen natuurlijke affiniteit mee is, te bereiken

Bereiken doelgroep
Er zijn twee stappen belangrijk om die doelgroepen wel te bereiken:
– Het afleren van de vertrouwde beelden van geloof, kerk en bereikbaarheid.
– Oog krijgen voor de jongeren en hun leefwereld in beeld krijgen (luisteren en begrijpen).

Onderzoeken
Er is veel onderzoek gedaan naar jongeren en geloof. De uitkomsten verschillen nogal. Drie opvallende dingen:
– Jongeren knutselen hun eigen geloof bij elkaar.
– Geloof wordt vooral aan emoties en ervaringen verbonden.
– Instituties als kerk hebben voor hen weinig betekenis.

Traditioneel
Veel kerkelijk jongerenwerk is nog op traditionele leest geschoeid, waardoor het voor een deel niet aantrekkelijk is voor hen. Ze vormen hun geloof liever zelf. Alleen als er vertrouwen is (en hen niet alles wil voorschrijven) kan men jongeren daarbij helpen. De instituties veranderen zelf ook. Zo wordt het aandeel van degenen die wel lid zijn en zich verbonden weten met de kerk maar geen intensief contact hebben (de zgn ‘randleden’) kleiner. De kerk wordt kleiner, maar de leden participeren meer.

Daling
Het aantal catechisanten daalt aanzienlijk. In het kerkelijk jongerenwerk (en catechese?) worden vooral degenen bereikt die reeds actief in de kerk participatie. Jongeren hebben te maken met de secularisatie onder eerdere generaties. Daardoor staat de kerk op een behoorlijke afstand. Zelfs als ze zelf wel tot een kerk zouden willen toetreden. Een extra complicatie voor kerkelijk jongerenwerk is dat veel jongeren minder vrije tijd hebben dan vroeger. Daardoor hebben ze vaak geen tijd om te participeren (mochten ze wel willen)

Digital “natives”
Jongeren zijn “digital natives”: ze gaan niet online, maar zijn online. Dat wil niet zeggen dat ze allemaal competent zijn in de omgang met een online leven. Ze zijn ambivalent: ze weten van de schaduwzijde en verlangen naar onthaasting, toch zijn ze voortdurend online.

Digitale immigranten
De oudere generaties, die niet met wifi zijn opgegroeid, worden “digitale immigranten” genoemd. Het onderscheid dat digitale immigranten maken tussen virtueel contact en contact irl begrijpen digital natives niet. Voor hen gaan die werelden (haast) naadloos in elkaar over. Als het van belang is, dat jongeren ontmoet worden in hun eigen leefwereld, kunnen “digitale immigranten” de digitale wereld online niet buitensluiten. Dat is niet hetzelfde als alle sociale media en digitale middelen kritiekloos overnemen. Moet je als leiding in het kerkelijk jongerenwerk actief participeren in de digitale leefwereld van de jongeren? Het ingewikkelde is dat er nog geen goed zicht is op effect van digitalisering op jongeren. Door participatie kunnen volwassenen jongeren constructief begeleiden.

Effecten van digitalisering:
– Tempo van het leven is aanzienlijk toegenomen.
– Jongeren groeien op in een tijd van overaanbod. (Hoe kan het kerkelijk jongerenwerk laten zien dat ze iets eigens te bieden hebben?)
– Druk neemt toe en is constant:  druk om online te zijn, om te reageren en reacties te krijgen, om op de juiste manier te posten, om op de juiste manier te reageren.
– Niets blijft meer privé. Het meeste is openbaar en permanent beschikbaar. Omdat de grens tussen offline en online, irl en virtueel niet meer geldt, is er voor jongeren die online leven geen verschil meer of je beroepsmatig actief bezig bent of in privésetting bent. “Nu reageer ik als privépersoon” is in tijden van digitalisering niet vol te houden.
– Elke mening is tegenwoordig online beschikbaar. Ook irrelevante meningen en feitelijke onjuistheden zijn komen zomaar voorbij. Voeg daarbij het wantrouwen met betrekking tot gezag en tot informatievoorziening. Waar is wat als waar aanvoelt of voor mij persoonlijk waar is.
EEQ4BsqW4AAUhuc
(bron: Twitter @prof_flo )

Omdat algemene waarheden niet aanslaan, is het een uitdaging voor kerkelijk jongerenwerk om te zoeken hoe het evangelie voor hen waarheid en geloofwaardig kan zijn en de relevantie van het christelijk geloof voor hun leven kunnen ontdekken.

n.a.v. Katharina Haubold / Florian Karcher / Lena Niekler (Hg.), Jugendarbeit zwischen Tradition und Innovation. Fresh X met Jugendlichen gestalten. Serie: Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit  4 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Verlag, 2019) 7-25.

Andere bijdragen over eerdere delen uit deze serie:
uitgangspunten missionair jongerenwerk
gebrek aan tijd
recensie Handboek missionair jongerenwerk

Missionair jongerenwerk: doelen, uitgangspunten, dimensies

Missionair jongerenwerk: doelen, uitgangspunten, dimensies

Al enige tijd staat het missionaire werk op de agenda van de kerk. Daarbij is het het winnen van jongeren voor het evangelie weer een specifieke taak, omdat jongeren vaak zich in eigen leefwerelden bevinden én de afstand tot de kerk vaak groot is. Dat vraagt dan ook weer om een specifieke doordenking en een specifieke aanpak.

Florian Karcher en Germo Zimmermann, die beiden als docent betrokken zijn bij de CJVM-Hochschule (een particulier Duits missionair opleidingsinstituut dat ook door de staat is erkend), hebben een handboek Missionair jongerenwerk geredigeerd. In het eerste hoofdstuk geven zij een aftrap door de doelen, uitgangspunten en dimensies van het missionair jongerenwerk te schetsen.

c5c0f1c6-7c50-464a-9574-82dfeb5e661c
I. DOELEN

In het beleidsstuk van de EKD waarmee beoogd werd de missionaire uitdaging kerkbreed op te pakken wordt gesteld dat het aanspreken van mensen om hen tot geloof te wekken behoort tot alle terreinen van de kerk. Het missionair jongerenwerk wil dat aanspreken met als bedoeling met geloof in aanraking te brengen of tot geloof bewegen oppakken met het oog op jongeren. Missionair jongerenwerk heeft verschillende doelen:

1.1 Verwerkelijking van de zendingsopdracht van de kerk
Missionair jongerenwerk is afgeleid van het zendingsbevel (Mattheüs 28:16-20). Een missie houdt in dat je gezonden wordt door iemand. In het geval van missionair jongerenwerk door Christus (de missio Dei). Bij een missie wordt je ook naar iemand toe gestuurd. In het geval van missionair jongerenwerk: naar jongeren toe. Missionair houdt in dat er aandacht voor geloof is en dat jongeren uitgenodigd worden om te geloven. Het evangelie hoeft niet achterwege te blijven.

1.2 Sociaal-pedagogische verantwoordelijkheid
Missionair jongerenwerk vindt plaats in een maatschappij die het van groot belang vindt dat jongeren zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen, die hun eigen keuzes kunnen maken en voor hun eigen leven verantwoordelijk zijn. Missionair jongerenwerk heeft tot taak de jongeren in dit proces van subjectwording te steunen en uit te dagen. In het missionair jongerenwerk gaat het niet alleen om aandacht voor het evangelie, maar ook om een bijdrage te leveren aan de persoonlijke vorming en ontwikkeling van jongeren.

1.3. Christelijke opdracht tot vorming en toerusting
In theologisch opzicht vormt vorming en toerusting van jongeren geen bijzaak. Ook voor het missionair jongerenwerk is vorming en toerusting geen bijzaak, maar is vorming en toerusting onlosmakelijk met missionair jongerenwerk verbonden. Die vorming en toerusting gebeurt op veel manieren: door te ervaren, door relaties, door kennisoverdracht, enz. Veelal gebeurt het op een informele manier.

kinder

II. UITGANGSPUNTEN
Jongerenwerk wordt gekenmerkt door een uitnodigende openheid en toegankelijkheid, door vrijwillige deelname, door participatie van jongeren. Missionair jongerenwerk vormt daar geen uitzondering op. In het missionair jongerenwerk zijn in ieder geval de volgende uitgangspunten van belang:

2.1 Respectvolle houding
Missionair jongerenwerk gebeurt in een pluralistische en multireligieuze samenleving. Dat vraagt om:
– een respectvolle benadering van elke jongere, ook van de jongeren die andersgelovig zijn.
– het tegengaan van manipulatie. Jongeren mogen nooit gemanipuleerd worden om gelovig te worden.
– het helpen van de jongeren om ook kritisch op het christelijk geloof te kunnen reflecteren.
– jongeren te zien als subject (dat wil zeggen dat zij over hun eigen leven hun eigen beslissing kunnen nemen en dat zij bepaalde verantwoordelijkheden kunnen dragen).
– een begeleiding naar een eigen, zelfstandig geloof.
– de keuze bij jongeren te laten over wat zij voor zichzelf plausibel en relevant voor hun eigen leven vinden.

2.2. Aandacht voor de verschillende sociale milieus
Missionair jongerenwerk heeft als doel om jongeren te bereiken in hun eigen leefwerelden. Daarbij dient er rekening mee gehouden worden, dat recent onderzoek naar de sociale milieus ervan uitgaat dat er verschillende sociale milieus zijn waartoe jongeren behoren. Er is niet één jongerencultuur. Deze sociale milieus worden inzichtelijk gemaakt aan de hand van demografische kenmerken.
Deze inzichten in de verschillende sociale milieus waartoe jongeren behoren zijn niet alleen belangrijk om hen te bereiken in hun sociale milieu. Het is ook van belang om voor de jongeren inzichtelijk te maken wat het evangelie concreet voor het dagelijkse leven in dat sociale milieu inhoudt.

zie voor meer informatie: hier

2.3. Mogelijk maken van democratische participatie
In het jongerenwerk – en dus ook in het missionaire jongerenwerk – is van belang dat jongeren zelf mee kunnen werken en mee kunnen denken en bepalen.

2.4 Resource-geörienteerd en YouthEmpowerment
Wanneer we ervan uit kunnen gaan dat elk mens van God gaven en talenten heeft ontvangen, gaat het er in het missionair jongerenwerk erom de bekende gaven en talenten in te zetten (resource-geörienteerd). Daarnaast gaat het erom op het spoor te komen wat een jongere in potentie in zich heeft en dat verder te helpen te ontwikkelen (YouthEmpowerment).

2.5 Relatiegericht
In het missionair jongerenwerk zijn draagkrachtige relaties van belang, waarbij leiders authentiek en betrouwbaar zijn. Vaak zijn degenen die zich inzetten in het missionair jongerenwerk gedreven. Ze hebben een persoonlijke motivatie om het geloof door te geven. Ook al doen zij dat vaak als vrijwilligers, het vraagt wel om een professionele inzet. Zeker met jongeren uit precaire sociale milieus is een professionele houding van belang.
Uit onderzoek is gebleven dat persoonlijke relaties, de ervaring onderdeel te zijn van een gemeenschap, betrokkenheid op sociale milieus en het inzichtelijk maken van wat het evangelie voor iemand persoonlijk kan betekenen een belangrijke bijdrage leveren als iemand tot geloof komt.

III DIMENSIES
Alle dimensies van de kerk kunnen hun bijdrage leveren aan het missionaire werk. Deze dimensies moeten niet behandeld worden als verschillende sectoren binnen de kerk, die niets met elkaar te maken hebben.

3.1 Martyria:
in het missionair jongerenwerk wordt het evangelie van Jezus doorgegeven
Een belangrijke manier om het evangelie door te geven is door erover te spreken. Bijvoorbeeld door een preek in een missionaire dienst, in een overdenking tijdens een jongerenvakantie, in een toespraak tijdens een georganiseerde avond. Er zijn echter veel meer manieren om het evangelie door te geven.
Het doorgeven van het evangelie door middel van een preek, een overdenking of een toespraak gebeurt vaak door leken. Het gevaar is een eenzijdige inhoud of een manipulatieve insteek. Het pluspunt is dat degenen die hier spreken vaak dicht bij de leefwereld van de jongeren staan, die niet bekend zijn met de kerk en het geloof. Het zou jammer zijn als daar geen gebruik van gemaakt wordt. Een (eenvoudige) toerusting door middel van een cursus zou kunnen bijdragen aan de kwaliteit. (zie bijvoorbeeld de Juleica bij 3.5)
In didactisch opzicht is de preek of de toespraak wel eenzijdig. Er zijn veel andere manieren om het evangelie ook door te geven, bijvoorbeeld te leren door te ervaren (in een viering bijvoorbeeld), door gesprekken, door ervaring van gemeenschap.

3.2 Koinonia
missionair jongerenwerk schept ruimte voor relatie en gemeenschap
Door mee te doen ervaren de jongeren een gemeenschap, waarin ze opgenomen zijn en er helemaal bij horen. Volgens de ontwikkelingspsychologie is het voor jongeren van groot belang om tot een gemeenschap te behoren. Ook al moet ieder individu zelf de keuze maken om al dan niet in te gaan op de uitnodiging vanuit het evangelie, geloof gebeurt altijd in een gemeenschap. Het evangelie kan ook doorgegeven worden doordat jongeren weten dat ze geaccepteerd zijn, dat ze er helemaal bijhoren. Het gaat hier om de ervaring van welkom te zijn en helemaal geaccepteerd te worden zoals ze zijn. Het gaat om contact en aandacht zonder dat het benauwend wordt. Het gaat om betrouwbare relaties waarbij jongeren een voorbeeld hebben van hoe geloof werkt en bij wie ze terechtkunnen voor vragen over zichzelf, over het geloof en deze wereld.

Juki

3.3 Leiturgia
Missionair jongerenwerk biedt ruimte voor geestelijke ervaringen
Jongeren leren het evangelie nooit echt kennen en het christelijk geloof nooit echt begrijpen als het bij alleen maar kennis over het evangelie en over God blijft. Het is van belang om jongeren te helpen bij het ervaren van God. De christelijke traditie kent volop vormen waarin dat mogelijk is: een kerkdienst, een viering. Dat vraagt om aandacht voor rituelen, symbolen, hoogtijdagen, enz. Een viering kan groots, maar ook klein en intiem. Dat kan in een kerkzaal, in een sportkantine, aan een tafel waar samen gegeten wordt, enz. In de godsdienstpedagogiek is er de laatste jaren veel aandacht voor het in aanraking brengen met het geloof door jongeren te laten ervaren. Jongerenkerken en praiseavonden steken volop in op de dimensie van de leiturgia.

M3351M-T013

3.4 Diakonia
Missionaire jongerenwerk stelt zich belangeloos in deze wereld op
Diakonia is de naastenliefde die Jezus vraagt in praktijk gebracht. Voorheen werden een diakonale insteek en een missionaire insteek als concurrenten gezien. Tegenwoordig wordt gezien dat ze elkaar kunnen aanvullen in het bereiken van mensen en in het zich opstellen ten dienste van deze wereld om daarmee iets van Christus te laten zien. In het missionair jongerenwerk kan de diakonale insteek genomen worden door jongeren uit precaire sociale milieus huiswerkcursussen of cursussen voor sociale vaardigheden aan te bieden. Er kan de insteek genomen worden om jongeren uit de precaire milieus te helpen om een baan te vinden. Er kunnen projecten ontwikkeld om kinderen en jongeren uit deze milieus meer zelfvertrouwen en eigenwaarde te geven.

3.5 Paideia
Missionair jongerenwerk stimuleert informele vormingsprocessen
De dimensie van vorming ontbreekt niet in de andere dimensies. ‘Spiritualiteit heeft altijd vorming nodig om zich te kunnen ontvouwen.’ (G. Fermor) Vorming kan er zijn voor de jongeren die niets of weinig over het geloof of de kerk weten, bijvoorbeeld door een missionaire cursus als YouthAlpha. Vorming kan er ook zijn voor de degenen die in het missionair jongerenwerk actief zijn. In Duitsland is het mogelijk dat degenen die in het jongerenwerk actief zijn via scholing of cursussen een certificaat behalen: de Jugendleiter-Card (Juleica, zie voor meer informatie: hier). Ook in het missionair jongerenwerk zijn zulke cursussen te volgen om een Juleica te ontvangen. Daarmee zijn ze gekwalificeerd voor hun taak en kunnen ze zich steeds verder ontwikkelen.

home_2015

3.6. Instrumentarium om te analyseren
Deze vijf dimensies zijn bedoeld om te kijken wat een bepaalde vorm van missionair jongerenwerk goed heeft opgepakt. Daarnaast kan gekeken worden welke dimensies over het hoofd worden gezien.

978-3-7615-6286-4

IV AANDACHTSPUNTEN
Het handboek Missionair jongerenwerk is bedoeld als stimulans om het missionaire jongerenwerk verder te ontwikkelen. Karcher en Zimmermann zien de volgende uitdagingen:
– Meer aandacht voor de dimensie van de diakonia in de concrete vormen van missionair jongerenwerk.
– Het vinden van effectief aanbod en effectieve werkvormen. Daarvoor is het nodig dat missionair jongerenwerk leert van de recente ontwikkelingen en onderzoeken binnen de godsdienstpedagogiek en en de sociaal-pedagogische vakken.
– Betrekken van de ervaring die (partner)organisaties elders op de wereld hebben opgedaan.

Missionair jongerenwerk is geen concept dat werkt als er maar de juiste methode gevonden wordt. Missionair jongerenwerk vraagt om passie en enthousiasme voor zowel het evangelie als voor jongeren.

csm_Florian_Portrait_web_01_aea8ce03f7  csm_Germo_Zimmermann_09-2015_09cbb1be4a
Florian Karcher          Germo Zimmermann

N.a.v. Florian Karcher / Germo Zimmermann, ‘Was ist missionarische Jugendarbeit? Ziele, Leitlinien und Dimensionen’, in: Idem (Hg), Handbuch missionarische Jugendarbeit. Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit, Bd. 1 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Aussaat, 2016) 17-49.

Handboek missionair jongerenwerk (recensie)

Handboek missionair jongerenwerk (recensie)

In de laatste tijd zijn alle grote kerkverbanden in Europa zich bewust geworden van de missionaire uitdaging. Van degenen die de kerken zouden willen bereiken met is de bij de jongeren de uitdaging misschien wel het grootst. Alle onderzoeken geven aan dat de meeste jongeren vandaag de dag thuis of op school niets van het geloof meekrijgen. Op welke manier kunnen de kerken hen toch bereiken? Wat hebben de kerken jongeren, die niet of nauwelijks een godsdienstige achtergrond hebben, te bieden?

Om op die vragen een antwoord te kunnen bieden, is er in Duitsland een serie opgestart. Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit. De eerste twee delen van deze serie zijn verschenen. Het eerste deel is een Handboek missionair jongerenwerk; in het tweede deel worden concepten en bijbehorende werkvormen uitgewerkt.

978-3-7615-6286-4

Persoonlijke geloofskeuze
Missionair jongerenwerk bestaat al vanaf de 19e eeuw, toen verschillende organisaties jongeren die van de kerk vervreemd waren probeerden te bereiken. Vaak waren het organisaties uit piëtistische hoek, waar de nadruk op een persoonlijke geloofskeuze voor Christus lag. Deze stroming heeft een theologische insteek en neemt het vertrekpunt in de zendingsopdracht die Jezus aan zijn discipelen gaf.

Maatschappelijk geëngageerd
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde zich een nieuwe stroming. De jongeren die waren opgegroeid in het nazi-Duitsland moesten zich ontwikkelen tot vrije burgers, die van harte de democratische waarden konden onderschrijven. Deze meer maatschappelijk geëngageerde stroming heeft een meer sociaalpedagogische insteek: jongeren helpen bij hun ontwikkeling naar zelfstandige, mondige volwassenen.

Meerdere perspectieven
In het handboek worden beide stromingen samengebracht: missionair jeugdwerk is er op gericht om de jongeren te begeleiden tot worden van een zelfstandige, volwassen persoon, die vertrouwd geraakt  is met het christelijk geloof en mogelijk zelf ook leeft uit het geloof in Jezus Christus. Dit handboek beperkt zich niet tot één christelijke stroming, maar wil van betekenis zijn voor zowel het protestantse als het katholieke en het evangelische missionaire jeugdwerk.

Functies van de kerk
In het handboek wordt van het bijbelse spreken over zending en van de recente ontwikkelingen uitgewerkt wat dit betekent voor het missionair jeugdwerk. De eindredacteuren van het handboek zetten zelf wat lijnen uit. Zij gaan uit van 5 functies van de kerk: martyria (verkondiging), leiturgia (eredienst, vieren), koinonia (gemeenschap), diakonia (dienstverlening) en paideia (onderwijs, vorming en toerusting). Niet in elke vorm hoeft alle functies te hebben. Wel is het goed om aan de hand van deze functies te kijken of er niet iets over het hoofd gezien wordt.

Ontwikkeling
Geloven gebeurt vaak niet van de een op de andere dag. Pedagoge Martina Walter werkt uit met elke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden op persoonlijk vlak en op geloofsgebied bij een jongere. Walter werkt dat uit aan de hand van de fasen die Erikson en James W. Fowler reconstrueren.

Contact
Contact krijgen met deze doelgroep is ook niet altijd makkelijk. Nathanael Volke gaat in op de missionaire uitdaging van social media. Soms hebben kerken nog wel contact. De bekende godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer roept op ook de kerken die nog catechese hebben de catechese te zien als missionaire kans. Daniela Mailänder vraagt om de jongeren niet uit het oog te verliezen als ze volwassen geworden zijn.

Te druk
Een andere belemmering is het toenemende gebrek aan tijd bij jongeren. Kon het missionair jeugdwerk voorheen nog gebruik maken van de vrije tijd van jongeren, nu moet er geconcurreerd worden met een bijbaantje en activiteiten van school en sportclub die ook steeds meer in de vrije tijd wordt georganiseerd. Ook het vinden van leiding is lastiger geworden door de afname van vrije tijd. Dat vraagt om flexibele structuren en goede afstemming met andere verenigingen die ook voor deze doelgroep werken. Uitgewerkt wordt hoe men met scholen kan afstemmen of samenwerken.

Verschil in sociale milieus
Jongeren hebben niet allemaal dezelfde achtergrond. Dé jongerencultuur bestaat niet. In het missionaire werk wordt tegenwoordig rekening gehouden met verschillende sociale milieus. Heinzpeter Hempelmann werkt uit op welke manier het missionair jeugdwerk kan afstemmen op de verschillende milieus. Ernst-Ulrich Huster laat zien op welke manier er rekening gehouden kan worden met armoede. Sarah Koyyuru gaat in op missionair jeugdwerk met jongeren met een migrantenachtergrond. Karsten Jung laat de spanningen en de mogelijkheden zien van missionair jeugdwerk met jongeren die tot een andere godsdienst behoren.

Inhoud
Missionair werk is niet zonder inhoud. Daarom laat Jörg Kresse zien welke cursussen er voor jongeren zijn om hen met het geloof vertrouwd te maken. Steffen Kaupp gaat in op wat er nodig is om jongerendiensten een missionaire uitstraling te geven: voordat je een dienst organiseert moet je eerst de jongeren in beeld hebben. De missionaire kracht van een dienst neemt toe als je in vorm en inhoud kunt afstemmen op wat jongeren bezig houdt. Hoe meer ze wat er gezegd wordt in hun dagelijks leven herkennen en hoe meer de boodschap hen in hun dagelijks leven iets te zeggen heeft, des te zinvoller wordt zo’n dienst. Geloofsthema’s zeggen meer als ze verbonden worden met zingevingsthema’s. Deze zingevingsthema’s moeten niet als opstapje worden gebruikt om het alsnog over geloof te hebben, maar zinvol met elkaar verbonden worden.

978-3-7615-6395-3

Concepten en werkvormen
In het tweede deel worden concepten uiteengezet, die recent binnen de godsdienstpedagogiek zijn ontstaan, zoals jongerentheologie, creatieve bijbeldidactiek, biblioloog, Godly Play, performatieve godsdienstdidactiek, e.a.Daarbij worden werkvormen gegeven, waarbij heel concreet wordt uitgewerkt wat er nodig is om voor te bereiden, hoeveel tijd het kost en op welke manier zo’n vorm ingezet kan worden.

Conclusie
De beide boeken zijn een waardevolle bijdrage aan het missionaire debat. Ze bevatten genoeg uitdagingen, inzichten en praktische uitwerkingen  die ook in Nederland ingezet kunnen worden.

N.a.v. Florian Karcher / Gerco Zimmermann (Hg.), Handbuch missionarische Jugendarbeit (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Aussaat, 2016).
Florian Kracher / Petra Freudenberger-Lötz / Gerco Zimmermann (Hg.), Selbst glauben. 50 religionspädagogische Methoden und Konzepte für Gemeinde, Jugendarbeit und Schule
(Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Aussaat, 2017).

Missionair jongerenwerk

Missionair jongerenwerk

Een missionaire houding staat volop in de aandacht van kerk en theologie. Ook het missionair jongerenwerk. Vorig jaar verscheen er een Duits handboek missionair jongerenwerk, als eerste deel van een serie over missionair jongerenwerk.

In dat handboek wordt het missionair jongerenwerk bewust tweeledig gepositioneerd: theologisch, maar ook sociaal-pedagogisch. Missionair jongerenwerk is volgens dit handboek niet alleen in aanraking brengen met christelijk geloof, maar ook een bijdrage aan persoonsvorming van jongeren om in deze maatschappij te leven.

978-3-7615-6286-4

In het handboek wordt er ook gepleit om recente ontwikkelingen in de (Duitse) godsdienstpedagogiek te verwerken, zoals meer aandacht voor beleving, ervaring en viering.

Een tweede deel in deze serie is inmiddels verschenen met 50 godsdienstpedagogische concepten en methoden toegepast op het (missionaire) jongerenwerk binnen kerk, school en jongerenwerk: “Selbst glauben”.

978-3-7615-6395-3

Een recensie volgt (bedoeld voor het Friesch Dagblad) en wellicht aandacht voor een aantal afzonderlijke bijdragen.