Als christen toegerust voor een taak in de wereld

Als christen toegerust voor een taak in de wereld
Proefschrift van Marinus de Jong over de visie van Klaas Schilder op kerk & wereld

Hebben christenen nog iets te zoeken in deze samenleving? Of is bijdragen aan de samenleving juist hun opdracht? Voor Klaas Schilder – bekend dan wel berucht van de vrijmaking in 1944, maar ook in vergetelheid geraakt – was dat geen vraag. Zijn visie op kerk, cultuur en maatschappij was onderwerp van promotieonderzoek.

Nederlandse christenen zijn onderdeel van een multireligieuze samenleving: er zijn nog meer religies. Daarnaast is de invloed van het christelijk geloof op de samenleving veel minder groot dan vroeger. Daarom kunnen we ook spreken van een postchristelijke samenleving. 

Dat roept vragen op naar de plek en de rol van de kerk in deze multireligieuze, postchristelijke samenleving: Moet de kerk zich volop inzetten in deze samenleving om zo het christelijk geluid te laten horen of moet de kerk zich juist afzonderen omdat de ontwikkelingen in de samenleving haaks staan op het evangelie? Moeten christenen maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid nemen of brengen ze zich dan in situaties, waarin ze maatregelen moeten nemen die afbreuk doen aan het christelijk geluid in de samenleving?

Marinus de Jong, sinds kort predikant van de gereformeerd-vrijgemaakte Oosterparkkerk in Amsterdam-West, promoveerde op 6 juni aan de Theologische Universiteit Kampen op deze vraagstelling. Hij deed in de afgelopen jaren onderzoek naar de theologie van Klaas Schilder (1890-1952), waarbij hij de visie van Schilder vruchtbaar wilde maken voor het heden.
D8Y-schXoAEfK1-

Dat hij Klaas Schilder als inspiratiebron nam, is verrassend. Zelfs voor iemand die onderzoek deed in Kampen. Want Schilder is een theoloog, die in de vergetelheid is geraakt. Zelfs in Kampen. 

Polemisch
De erfenis van Schilder in de Vrijmaking riep in de afgelopen decennia – zeker na de opening van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt – vooral verlegenheid op, omdat de theologie van Schilder vaak erg polemisch was.

Dat Schilder niet meer gelezen wordt, kan ook te maken hebben met een bepaald beeld van Schilder, dat werd doorgegeven. Dat was een beeld waarin alle spanning was weggehaald, en een beeld dat bepaalde Vrijgemaakten goed uitkwam.

Toen zijn leerlingen en volgelingen artikelen gingen heruitgeven, lieten ze ook wel artikelen weg die niet goed pasten bij het beeld van Schilder dat ze wilden doorgeven.

De Jong gaat achter dat beeld terug en wil laten zien dat Schilder soms moest zoeken naar zijn weg. Dat zijn theologie veel meer spanningen kende dan leerlingen wilden toegeven. Door die spanningen wordt de theologie van Schilder weer boeiender.

Schilder is zijn hele leven bezig geweest met de vraag, hoe de kerk zich moest opstellen in de wereld. Zelf afkomstig uit een arm arbeidersmilieu, ontwikkelde hij zich en klom zelf op tot professor. Voortdurend was hij bezig om in zijn eigen achterban te benadrukken, dat de kerk zich niet afzijdig moest houden van de wereld, maar daar haar plaats moest innemen.
Kaft-K-Schilder
Schilder stelde dat de mens een medewerker van God is en door God wordt gebruikt om Zijn weg in deze wereld te gaan. Voor Schilder was het ‘ambt van alle gelovigen’ van groot belang. Gelovigen waren vrijgekocht uit de zonde en waren nieuwe mensen geworden, die Gods gebod in praktijk konden brengen. Niet alleen de mensen aan de top zoals ambtsdragers en hoogleraren moesten hun bijdrage leveren, maar ook het gewone gemeentelid.

Vanuit de zondagse eredienst – voor Schilder het startpunt van het ambt van alle gelovigen – werden ook de gewone gemeenteleden in staat gesteld om hun bijdrage te leveren in de wereld: op hun werk, in het vrijwilligerswerk, in kunst en cultuur.

Zo’n bijdrage leveren, was volgens Schilder een goddelijk gebod. Wie zich daaraan onttrok, was ongehoorzaam aan Gods gebod. De Jong noemt deze lijn ‘kerk in de breedte’.
the-church-is-the-means-the-world-is-the-end-215x300
Cultuur
In de ogen van Schilder was de aarde niet een voorspel van de hemel (of van de hel), maar had de tijd hier op aarde een eigen waarde voor God. In deze tijd werkt God. Volgens De Jong is het handelen van God in de tijd hier op aarde de belangrijkste kern van Schilders theologie.

Dat handelen van God gaat al terug op de schepping. Bij de schepping van de mens kreeg de mens de opdracht om in de cultuur te werken. In het paradijs was er een eenheid van geloof en cultuur. Bij de zondeval raakte die eenheid versplinterd en koos de gelovige voor geloof en de ongelovige voor cultuur.

Zonder geloof is de cultuur echter onvolledig, hoe indrukwekkend de cultuuruiting ook kunnen zijn. Met de komst van Christus werd de eenheid van cultuur en geloof weer hersteld.

De nieuwe mensen, die door Christus zijn vrijgekocht, geven de cultuur een waarde, die een ongelovige niet kan geven.

Deze visie had wel nadelen. Hervormde theologen als Noordmans en Miskotte zagen deze opvatting leiden tot arrogante christenen, die wel weten hoe het zit. Daarnaast vonden ze dat deze visie te weinig kritisch was op de cultuur en daarmee een wereldgelijkvormigheid in huis haalde.

Noordmans en Miskotte hadden echter geen oog voor de sociale achtergrond van Schilder en zagen niet dat Schilder zijn eigen achterban wilde laten emanciperen.

Ware kerk
Een ander nadeel van deze visie is dat de nieuwe mensheid samenvalt met de concrete kerk. Het is dan een kleine stap om te zeggen dat je eigen kerk de ware kerk is. Schilder heeft dat nooit willen beweren en na de Vrijmaking in 1944 streed hij tevergeefs tegen die duidelijke koppeling die bepaalde Vrijgemaakten wel maakten.

Helemaal ongelijk hadden ze niet, omdat Schilder met zijn koppeling tussen de nieuwe mensheid en de concrete kerk wel die suggestie wekte.

Schilder streed echter niet voor de ware kerk. Hij was realistisch genoeg om te beseffen dat een kerkgenootschap nooit een ware kerk kon zijn, omdat het leven hier op deze aarde per definitie onaf is. Het gaat alleen om de wettige kerk. Daar zette hij zich voor in.

Om die reden polemiseerde hij met de Nederlands Hervormde Kerk, die door het kwijtraken van de binding aan de belijdenis volgens hem geen wettige kerk meer was. Omdat Schilder zich inzette voor een wettige kerk, hield hij zich veel bezig met de belijdenis en met de formele kant van kerkzijn, zoals de kerkorde en de vraag hoeveel pluriformiteit een kerk aankon.

Juist omdat het nadenken over de wettige kerk hem zo bezig hield, raakte het conflict in 1944 – dat uitliep op de Vrijmaking – hem diep. Vanwege meningsverschillen over de leer, die voor de oorlog hoop opliepen, wilde men in de oorlog duidelijke keuzes maken. Om vaart te maken, verlengde de synode de eigen zittingstermijn.

In Schilders ogen verloor de synode daarmee het gezag. Zeker toen de synode keuzes maakten, die tegen zijn visie inging, verzette hij zich tegen deze in zijn ogen niet-rechtsgeldige synode. 

Toen deze synode hem schorste, raakte dat hem persoonlijk diep. Naar zijn idee was hij aangepakt op de kern van zijn theologie. De schorsing door de synode was een traumatische ervaring voor hem.

De gevolgen waren echter paradoxaal. De groep die meegingen in de Vrijmaking begonnen vol bewijsdrang een nieuwe zuil op te bouwen. Soms tegen de zin van Schilder in.

De ‘synodalen’ (in de termen van Schilder: ‘synodocratischen’) bleven verdoofd achter. De Vrijmaking is een van de grote raadsels van de Nederlandse kerkgeschiedenis.

Eigenheid
Voor De Jong is het nadenken over de wettige kerk en het staan op Schrift en belijdenis de kerk in de diepte. In zijn proefschrift wil hij beide lijnen van Schilder combineren: een robuuste kerk die betrokken is op een wereld die op veel punten van haar afwijkt. Daarbij waakt de kerk steeds voor haar eigenheid en laat ze zich niet teveel beïnvloeden door wat de wereld wil.

Tegelijkertijd betekent de eigenheid van de kerk niet een terugtrekken van de wereld. Juist die eigenheid krijgt gestalte in de samenleving. Het publieke karakter van de kerk, haar staan in de wereld, is wezenlijk voor haar geloofwaardigheid.

Een goed proefschrift roept altijd vragen op, die uitdagen om verder op onderzoek te gaan. Een van de vragen die zijn proefschrift oproept, gaat over Schilder zelf. Er gebeurt iets in de jaren ‘30, waardoor de wind die Schilder eerst in de zeilen blies, zich tegen hem keerde en zelfs leidde tot zijn schorsing. Toen A.G. Honig als hoogleraar Dogmatiek aan de Theologische Universiteit Kampen moest worden opgevolgd, was Schilder de gedoodverfde opvolger. Als vanzelfsprekend werd hij het. Tien jaar later werd hij geschorst. Waren de verwachtingen die men had niet uitgekomen? Had hij zijn hand overspeeld?

Een andere vraag gaat over de praktische uitwerking van de kerkvisie die De Jong hier op basis van Schilders theologie neerlegt. De Jong pleit voor een kerk in de breedte en de diepte, een kerk die haar eigenheid bewaakt en tegelijkertijd volop haar rol heeft in de samenleving.

Mij werd alleen niet goed duidelijk hoe De Jong dat voor zich ziet. Bij Schilder – en ik vermoed dat De Jong hem hier volgt – gaat het via de gemeenteleden die op zondag in de kerk geweest zijn en daar aangevuurd zijn om hun taak op te nemen. Dan word ik nieuwsgierig: Wat voor soort kerkdienst is dat? Wat vraagt dat van de liturgie en de preek?

Naast deze vragen wil ik stellen dat De Jong Schilder terecht weer onder het stof vandaan haalt. Ontdaan van alle polemiek is Schilders theologie een waardevolle bijdrage om het gewone, dagelijkse leven als christen serieus te nemen. Dat dagelijks leven is niet alleen gezin of ethiek, maar ook werk, vrijwilligerswerk, kunst en cultuur.

Schilder daagt de gelovige uit om die terreinen niet te mijden. Persoonlijk zou ik iets voorzichtiger zijn met de identificatie van de gelovigen met de nieuwe mensheid, omdat de gevolgen van de zonde niet hier in het aardse bestaan al hersteld worden. Maar ook met die correctie biedt Schilder genoeg uitdaging om de roeping van God in onze samenleving als christen serieus gestalte te geven.

N.a.v. Marinus de Jong, The Church is the Means, the World is the End. The Development of Klaas Schilder’s Thought on the Relationship between the Church and the World (Uitgave: Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Kampen).

Gepubliceerd in Christelijk Weekblad