Vragen bij Mattheüs 5:1-16 (Bijbel in Gewone Taal)

Vragen bij Mattheüs 5:1-16 (Bijbel in Gewone Taal)

  1. Ik ben gelukkig als ik…………………………………..

  2. Kun je ook onecht geluk hebben? Kun je een voorbeeld geven?

  3. Jezus geeft uitleg over Gods nieuwe wereld. In andere vertalingen heet die nieuwe wereld van God het “koninkrijk van God”. Wat weet je over Gods nieuwe wereld / over het koninkrijk van God?

  4. Waarom geeft Jezus uitleg over die nieuwe wereld?

  5. Wat kan het je kosten als je nu al leeft volgens Gods nieuwe wereld? Heb jij dat er voor over?

  6. Als licht zul je opvallen, zegt Jezus. Waarom is dat nodig om op te vallen? Zou jij zo willen opvallen?

thumb
Afbeelding uit de Prentenbijbel van Marijke ten Cate

 

Preek 20 januari 2019

Preek 20 januari 2019
Mattheüs 5:21-48
Tekst: vers 27-29

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De eerste vraag die boven komt, als je de uitspraak van Jezus hoort,
dat het beter is om je oog uit te rukken dan om door verleiding te struikelen, is:
moet je deze uitspraak letterlijk nemen?
Moet je echt je oog uitrukken om verleidingen tegen te gaan?
Als je deze uitspraak letterlijk neemt, zouden er toch heel wat mannen moeten zijn
zonder rechteroog en zonder rechterhand?
Mannen die weten dat ze kwetsbaar zijn voor verleiding.
En misschien zijn er wel vrouwen, die bij zichzelf denken:
Het is goed dat Jezus hier de mannen aanspreekt,
maar Hij had dit net zo goed tegen vrouwen kunnen zeggen,
Want als vrouw heb ik net zo goed last van die begeerte, die Jezus wil bestrijden.

Zou het helpen om als je zorgt dat je oog niet meer kan zien?
Ben je dan beter bestand tegen bepaalde verleidingen?
Kun je voorkomen dat je een verkeerde kant op gaat als je je hand onbruikbaar maakt?
Dan is je andere oog toch nog in staat om verkeerde dingen te zien?
En daarbij: zonder dat oog ben je nog in staat om je gedachten te laten gaan, te fantaseren.
Als je gevoelig bent voor een bepaalde verleiding,
zoals Jezus hier noemt: bij het zien van een vrouw een bepaalde begeerte voelen opkomen,
dan gaat het toch om een gevoeligheid, die er in jezelf is?
Ik denk dat we al snel tot de conclusie kunnen komen:
Dit kun je niet letterlijk nemen, want je ziet niemand om je heen,
die deze opdracht van Jezus ooit in praktijk gebracht heeft.
en het pakt de bron van waaruit de verleiding komt, ons hart in ons, niet aan.

Toch wil ik er even wat langer bij blijven stil staan:
Want het kan ons ook wel goed uitkomen,
als we deze regel van Jezus niet letterlijk hoeven te nemen,
als we zeggen: het gaat alleen maar om het idee dat je wat doet tegen verleiding.
Want als je tegen jezelf zegt: je hoeft dit niet letterlijk te nemen,
kun je toch, zonder dat je het wellicht zelf door hebt, de deur van je hart toch openzetten
en allerlei uitvluchten en excuses bedenken, waarom je bepaalde verleidingen toelaat.
Je kunt zeggen: iedereen heeft toch zijn zwakten?
We zijn allemaal menselijk? Mensen van vlees en bloed?
Je hebt je ogen toch niet in de zak?
Dat is juist het gevaarlijke van zonde en verleiding,
dat het de neiging heeft om zich kleiner te maken,
wat van het gevaarlijke van de zonde af te dingen en het wat onschuldiger te maken.
Ach, het valt wel mee, wat je doet. Zo erg is het toch niet? Dit moet toch kunnen?
Niemand die het merkt!
Zonde en verleiding heeft ook de neiging om de schuld bij een ander neer te leggen:
Ik kan er niets aan doen! Het is sterker dan ik!
Bovendien: die vrouw moet zich anders kleden, want nu zij die kleren aantrekt,
roept zij een begeerte in mij op, die ik niet kan onderdrukken.

Jezus zegt: ‘Nee!’
Hij zegt zowel tegen die excuus en de uitvluchten:
‘Nee! geen uitvlucht zoeken, geen excuus aandragen!
Trap er niet in als de verleiding zich voordoet als iets onschuldigs.’
Hij zegt ook: ‘Nee!’ als we de schuld bij een ander neerleggen
en zeggen dat wij er niet tegen bestand zijn, omdat het sterker is dan wij
en daarom niets aan kunnen doen.
Dan zegt Hij: ‘Je ontloopt je verantwoordelijkheid.
Jij laat je ogen gaan! Jij houdt je niet in toom!
Jij gaat de strijd niet aan tegen het verlangen dat in je hart leeft.
Je moet er voor zorgen, dat een bepaalde verleiding geen aanknopingspunt in je vindt.
En als je merkt dat je toch vatbaar bent voor een verleiding,
Dat het je niet lukt om de verleiding de baas te blijven,
Wees dan bereid om een radicale maatregel te nemen.
Want zo onschuldig is een verleiding niet:
En als je denkt dat het geen kwaad kan, ja wel degelijk: onderschat verleiding niet.
Het doet je struikelen, het brengt je op de verkeerde weg.
Een weg bij God vandaan, waarbij je je ondergang tegemoet gaat.
Jezus zegt zelfs dat als je de strijd niet aangaat, de verleiding je verloren doet gaan.
En alles beter dan dat, zelfs het leven met één oog, met één hand.

Dit zegt Jezus, die anders zo mild is,
die er niet in meegaat om een vrouw die op overspel betrapt is te stenigen,
die vrouwen, die geen al te beste reputatie hadden, niet negeert,
maar in hun gezelschap verkeert, met hen eet en feest viert,
zodat veel serieuze mensen uit die tijd er schande van spraken
en bij de discipelen hun verontwaardiging uitten over de mensen met wie Jezus omging.
Hier hebben we toch te maken met een andere Jezus,
die juist als het gaat om verleiding stevig stelling neemt.
En in plaats van ruimte te bieden om te vergoelijken, om te zeggen dat het zo erg nog niet is
en dat er voor elke zonde die je begaat ook vergeving is,
waarschuwt en zegt: denk er niet te licht over, neem je maatregel,
wees bereid om ver te gaan in de strijd tegen verleiding.

Je hebt gehoord, dat tegen het voorgeslacht gezegd is, zegt Jezus.
Het is één van de Tien Geboden, waar Jezus naar verwijst
en iedereen die aanwezig is bij de toespraak van Jezus kent de Tien Geboden.
Er zijn heel wat kerken waarin de Tien Geboden op zondagmorgen worden voorgelezen
En er zijn ook kerken, waarin de Tien Geboden zijn opgehangen aan de muur,

zodat iemand, die in de kerk zit, niet alleen deze geboden ook hoort,
maar ook ziet en ze op zich in kan laten werken, om ze niet te vergeten, en er naar te leven.
Zulke geboden geven duidelijkheid, geven houvast voor het dagelijks leven.
Ze laten zien wat je wel mag en wat je niet mag, hier heb je je aan te houden:
Pleeg geen overspel.
Dat is een duidelijke regel: Je mag het niet aanleggen met de vrouw van een ander,
ga geen relatie aan met een man, als hij al bij een andere vrouw hoort,
of als je zelf een man hebt.
Maar dan begint de discussie: wanneer is het overspel?
Is het overspel als je niet zo gelukkig bent in je huwelijk?
Is het verkeerd als je merkt dat je verliefd wordt op iemand die al bij een ander hoort?
Het is toch niet zo erg om bij iemand die niet erg gelukkig in de liefde is te denken:
als wij eens samen wat hadden?
Je kunt het ook nog eens heel geestelijk brengen: God wil toch dat iedereen gelukkig is?
Met regels ben je er niet, omdat het menselijk leven niet in regels te vangen is.
Bij elke regel kun je wel een uitzondering bedenken.
Daarom wil Jezus leren dat je er niet genoeg aan hebt om dit gebod als regel te zien.
Niet zozeer, omdat het samenleven van mensen te complex is om in regels te vangen,
maar als je de Tien Geboden als regels opvat – dit mag wel, dit mag niet,
dan houd je jezelf buiten schot.
Dan kun je altijd denken: het ligt niet aan mij. Het is zijn, haar schuld! Ik begon niet.
In de tijd van Jezus moest een vrouw zich zo kleden, dat ze niet de begeerte opwekte.
Het ligt aan haar.
Zoals je in de VS onder bepaalde christenen ook wel de regel hebt,
dat je nooit samen bent met een andere vrouw als man als je eigen vrouw er niet is.

Nee, zegt Jezus: je legt het probleem bij iemand anders neer, je moet met jezelf in de weer.
Naar de bron van de verleiding en dat is niet die ander, dat is je eigen hart
en dat moet je onder ogen zien.
Natuurlijk, dat geldt ook voor je buurman of buurvrouw,
dat is alleen hun verantwoordelijkheid en jij kunt alleen aan jezelf iets doen.
Je moet bereid zijn om een offer te brengen.
Ik hoorde een keer het voorbeeld van iemand die zijn computer weg deed,
omdat hij merkte dat hij niet in staat was, om de verleiding die hij via internet kon vinden,
tegen te houden en steeds weer verkeerde beelden opzocht.

Waarom is Jezus zo fel als het gaat om de begeerte?
Jezus heeft oog voor de zonde, die gebruik maakt van die begeerte
en wanneer zonde, wanneer de duivel, de grote verleider
begeerte voor zijn eigen doel gebruikt
dan wordt iets dat God aan de schepping heeft meegegeven, een scheppingsgave
op een verkeerde manier gebruikt en kom je door die verleiding op de verkeerde weg.
Jezus is niet tegen seksualiteit, dat is een gave, een geschenk van God
Hij is er ook niet op uit dat je elk gevoel uit je gedachten of lichaam uitbant.
Hij wil alleen laten zien, waarom God seksualiteit aan de mens gegeven heeft,
Wat het doel daarvan is.
Het doel is niet allereerst: de passie of het genot. Dat is niet het hoogste.
In de seksualiteit, het samen zijn als man en vrouw, gaat het om elkaar kennen.
In het Oude Testament wordt voor seksualiteit het woord bekennen gebruikt,
het is hetzelfde woord als elkaar kennen:
Je kent elkaar als man en vrouw, je kent elkaar intiem, niet alleen op lichamelijk gebied,
maar je kent ook elkaars karakter, elkaars mooie kanten en zwakten,
Je weet van elkaar wanneer de een dreigt te struikelen
en wanneer de ander een verkeerde weg in slaat.
Seksualiteit is dat je geen geheimen voor elkaar hebt, maar dat je elkaar kent door en door.

Dat geeft aan de ene kant het belang van de seksualiteit aan:
het is een bevestiging van het elkaar kennen, het verdiept je band als man en vrouw,
maar het relativeert ook: het is niet de enige manier om elkaar goed te kennen.
Het is een van de vormen om een relatie te hebben.
Ook vriendschap is een vorm, waarbij je elkaar goed kunt kennen, samen verbonden te zijn.
In de geschiedenis van de kerk is vriendschap daarom ook altijd een belangrijk thema
om degenen die nooit een relatie hebben gehad een volledige plek te geven in de kerk.

Wanneer er begeerte boven komt en zeker als die begeerte niet ingedamd, beteugeld wordt,
dan gaat het niet meer om dat kennen, dan gaat het om hebben, om bezitten.
Je bent dan op jezelf gericht.

Een tijdje geleden las ik een boek over karaktervorming
En vooral over hoe het christelijk geloof je karakter kon vormen.
In dat boek ging ook een hoofdstuk over kuisheid.
Het allereerste dat ik dacht bij dat hoofdstuk, was dat dit woord niet meer in gebruik is.
We leven in een tijd waarin niet al te moeilijk gedaan moet worden.
En drempels die verleidingen tegenhouden zijn er al helemaal niet meer.
Juist daarom was het de moeite waard om dat hoofdstuk te lezen.
Kuisheid is weten wanneer je niet op een seksuele verleiding moet ingaan,
is jezelf kennen, ook de kant in jezelf die vatbaar is voor verleiding en fantasie.
Kuisheid, zo las ik, gaat allereerst over geloofwaardigheid.
Ben je echt wie je bent.
Stel dat je een relatie krijgt, verkering krijgt of een huwelijk
en je zet de deur open voor verleiding, zonder dat de ander het weet,
dan houd je jezelf achter, dan ben je niet helemaal jezelf.
Je mist geloofwaardigheid.Je kunt je niet helemaal geven, jezelf niet helemaal laten kennen.
En dat werkt door in je relatie, niet alleen naar je man of vrouw,
maar ook in je relatie naar anderen toe en ook in je relatie met God werkt het door.
Wanneer je je laat leiden door je begeerte,
wanneer je niet in staat bent om er tegen te strijden,
raak je op jezelf, raak je geïsoleerd, omdat je een geheim met je meedraagt,
Maar ook omdat je steeds meer op jezelf gericht raakt
Een relatie is juist bedoeld voor het omgekeerde: om op een ander gericht te zijn,
niet om die te begeren, maar om te kennen en hoog te achten.
Kuisheid – om dat woord nog maar eens te gebruiken – is gericht op samenzijn
samenzijn, waarin iedereen integer is.

Alleen als je integer bent, of je best doet om integer te doen, kun je Gods licht uitstralen.
Want ook daarom is het van belang om te strijden tegen de zonde,
omdat in de ogen van Jezus de gelovige altijd iets van God laat zien.
In het streven naar zorgvuldige, integere omgang met elkaar laat je iets van God zien,
hoe Hij met mensen omgaat.
Het huwelijk is bedoeld om iets te laten zien van hoe God gekomen is om ons te dienen,
maar niet alleen het huwelijk, elke relatie die er is, weerspiegelt iets van God naar ons toe.
Jezus legt de lat hoog: niet alleen als het gaat om de begeerte,
maar in alles in de omgang met anderen:
Wees dan volmaakt.
Hoe kan Jezus dat nu van ons vragen, om volmaakt te zijn?
Niemand kan toch hier op aarde die volmaaktheid bereiken, die alleen God heeft?
Die volmaaktheid betreft ons hart: een hart dat één is,
één in het dienen van God en van de naaste en niet verscheurd is door onze begeerte,
integer en betrouwbaar, waar je op aan kunt,
iemand die zich niet laat leiden door impulsen of begeerten, maar daartegen strijdt.
Dat is een hart, dat ook weet, dat het die volmaaktheid zelf niet kan verkrijgen,
maar geschonken krijgt,
door Jezus die ons vraagt om een offer te brengen in de strijd tegen de verleiding,
die zelf alles gegeven heeft om ons te bevrijden uit de macht van de verleiding
en zich helemaal heeft gegeven, zodat wij gereinigd kunnen worden.

In de radicaliteit die Jezus vraagt, zit ook genade, een geschenk van Zijn kant
Ondanks onze onvolmaaktheid, onze kwetsbaarheid voor verleiding
is de deur niet dichtgeslagen, maar is er een mogelijkheid in Christus
om die reiniging en volmaaktheid te ontvangen.
Dat maakt het appèl van Jezus, Zijn aansporing, des te klemmender
om niet te struikelen door verleiding, maar Zijn weg te gaan.
Hij heeft alles over gehad, meer dan een oog, meer dan een hand,
maar Zijn hele lichaam in de vernietiging, zodat die ons bespaard kan blijven
en er een toekomst kan komen, waarin we niet verloren hoeven te gaan,
niet omdat wij perfect zijn en volmaaktheid hebben behaald,
maar omdat Hij dat ons geeft.
Amen





Preek zondag 13 januari 2019

Preek zondag 13 januari 2019
Mattheüs 5:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
Een echtpaar van in de zestig krijgt een telefoontje van hun zoon
met de mededeling dat hij langskomt om iets belangrijks te vertellen.
Ze schrikken van dat telefoontje en hebben geen goed gevoel bij dat telefoontje.
Hun voorgevoel wordt bevestigd als ze zien dat hun zoon alleen komt.
Ze hebben in de afgelopen maanden al vaak met elkaar gesproken
over het huwelijk van hun zoon, omdat ze hun zorgen daarover hebben.
De zoon komt inderdaad vertellen waar ze al bang voor waren,
toen ze in de afgelopen maanden met elkaar hun zorgen delen.
Hun zoon komt inderdaad vertellen dat hij en zijn vrouw uit elkaar gaan.
Dus toch, gaat het door het echtpaar heen en allerlei gedachten buitelen over elkaar heen:
over wat er gebeurd kan zijn, over hun zoon,
over hun schoondochter, die hun hun ex-schoondochter zal zijn,
en ze denken vooral aan hun twee kleinkinderen: hoe zal het met hen gaan.
Ze voelen zich boos en verdrietig en ze zouden willen dat ze er iets aan kunnen doen,
maar nee, ze kunnen er niets aan doen. Dit is hun keuze.
De ouders voelen gelijk aan, dat hun leven verder nooit meer hetzelfde zal zijn.
Altijd zal er de pijn zijn over de scheiding van hun zoon,
een pijn die zijn niet kunnen oplossen en wel moeten dragen.

Een jongere zit in de klas bij een meisje dat hier niet geboren is.
Haar ouders zijn hier naar toe gevlucht.
Het meisje en haar ouders hebben echter te horen gekregen dat ze hier niet mogen blijven.
De asielverzoeken die zijn ingediend worden niet ingewilligd
en steeds duidelijker wordt dat het meisje en haar ouders zullen worden uitgezet.
Die jongere moet er niet aan denken, niemand in de klas trouwens
en de hele school voert actie om het meisje toch hier te laten blijven.
Ondanks alle acties blijft het asielverzoek afgewezen.
Op een dag worden het meisje en de ouders opgehaald en op het vliegtuig gezet.
Hun leven in Nederland is voorbij en ze moeten terug naar hun land.
Haar klasgenoten blijven ontredderd achter, teleurgesteld.
maar vooral voelen ze hun machteloosheid
en ook hun boosheid: kan het in ons land niet anders geregeld zijn.
Waarom moet het er zo oneerlijk aan toe gaan?

Twee voorbeelden van hoe er in deze wereld pijn geleden kan worden
en hoe je er aan kunt lijden dat de wereld zo onrechtvaardig zo oneerlijk is.
Ze kunnen aangevuld worden met voorbeelden van dichtbij, uit je eigen leven
of van verder weg, over het onrecht in deze wereld, waar je over hoort of over leest.
Deze wereld is niet de wereld zoals God bedoeld heeft, zoals God geschapen heeft.
Dit is een wereld waaraan je kunt lijden, aan de pijn die er is, de oneerlijkheid.

(2) Jezus heeft oog voor de onrechtvaardigheid van deze wereld (pagina 1)
Als Jezus al die mensen voor zich ziet, ziet hij bij hen dit lijden aan deze wereld,
De pijn die ze ervaren, de oneerlijkheid die ze dag in dag uit ervaren.
Als Jezus de menigte ziet, ziet hij hen niet als groep of als massa,
maar ziet Hij hen stuk voor stuk: hun gezichten, hun ogen, hun houding.
Hij weet dat er mannen tussen zitten, die van ‘s morgens tot ‘s avonds laat
hard moeten werken op de akker en daar weinig voor betaald krijgen
en hun gezin nauwelijks genoeg eten kunnen bieden.
Hij weet dat er vrouwen tussen zitten die hun zorgen hebben over hun gezin
over of er wel genoeg te eten is en over of er wel een toekomst is voor hun kinderen,
Hij weet dat ook die vrouwen, die hun zorgen hebben,
zelf hard werken en weinig krijgen.

Hij weet dat er vrouwen tussen staan, die jong weduwe geworden zijn
En er nu van afhankelijk zijn van de goedheid van hun familie
En die maar moeten wachten of hun familie bereid is om hen te helpen
En zo niet, dan hebben ze niets te eten en moet zij zichzelf met haar kinderen verhuren.
Er staan ouderen tussen, oud geworden door alle zware arbeid,
kinderen en jongeren, van wie de meesten niet naar school kunnen maar moeten werken.
De meeste van die mensen die hier bij Jezus staan,
zijn niet in staat om zelf iets aan hun leven te veranderen,
Ze hebben maar te gehoorzamen wat hun baas zegt
En hebben het maar te accepteren als hun baas hen afscheept met een hongerloontje.
Geloven ze nog dat het ooit anders kan worden,
dat het er anders aan toe zal gaan in deze wereld, een eerlijker wereld?
Jezus deze mensen stuk voor stuk en weet wat hun leven is, wat ze doormaken.
Als discipelen van Jezus bij Hem komen om naar Hem te luisteren
geeft Hij aan Zijn leerlingen onderwijs, zodat zij die mensen kunnen vertellen over Hem,
de mensen die op de achtergrond meeluisteren naar het onderwijs van Jezus.
Er zijn mensen, die arm van geest zijn zegt Jezus.
Dat zijn de mensen die ervaren dat deze wereld oneerlijk is
en ver verwijderd van hoe God deze wereld bedoelde toen Hij deze wereld schiep.
Ze maken het zelf mee dat deze wereld oneerlijk is,
Of ze zien het om zich heen bij de mensen die om hen heen zijn.
Ze merken dat ze er niets aan kunnen doen en ze lijden dat deze wereld zo is
En ze lijden eraan dat zij aan deze wereld niet kunnen veranderen.
Ze kunnen alleen maar roepen tot God.
Wil Jezus aan Zijn leerlingen leren dat ook zij moeten lijden aan deze wereld
of weet Hij dat zij ook lijden aan deze wereld als zij die mensen daar zien
of hun eigen ervaringen hebben.
Zij  hebben verdriet over deze wereld om deze wereld niet meer is,
zoals God die geschapen. Ze zijn in rouw.
Ze hebben niet de invloed en de macht om de wereld te kunnen veranderen.
Zij ervaren hun onmacht. ‘Zachtmoedigen’, noemt Jezus hen.
Die onmacht is voor hen kruisdragen.
Hun pijn en lijden lijkt op honger en dorst.
Het lijden is een intens verlangen naar een eerlijke, rechtvaardige wereld.
Het lijden is een intens verlangen naar een wereld waarin Gods richtlijnen worden gevolgd.

(3) We leven in een onrechtvaardige wereld (pagina 2)
Als Jezus hier voor in de kerk zou staan, dan zou Hij ook ieder van ons zien, stuk voor stuk.
Hij zou onze gezichten zien, onze houding, zien hoe onze ogen staan,
of ze stralen of dat ze eerder een bezorgde uitdrukking hebben, of zelfs uitgeblust ogen.
Hij zou van ieder van ons weten, hoe ons leven is, wat we hebben meegemaakt,
wat onze worstelingen zijn, wat ons verlangen is.
Wat zou Hij vandaag de dag, hier voor in de kerk, tegen Zijn leerlingen zeggen,
tegen degenen die erop uit gaan voor een bezoek, catechisatie geven en club leiden?
Zou Hij ook beginnen over degenen die arm van geest zijn,
dat wil zeggen: degenen die hier niets in de melk te brokkelen hebben?
Zou Hij u als gemeentelid typeren als iemand die geen enkele invloed heeft,
niets kan beginnen in deze wereld?
Ik denk dat er kinderen en jongeren hier in de kerk zijn,
die heel wat zouden willen veranderen in onze wereld.
Je zou iets willen doen om het milieu te verbeteren,
net als de 24jarige Boyan Slat, die als tiener met een plan kwam
om de grote hoeveelheden plastic in de oceanen op te ruimen.
Hij kwam voor de kerst in het nieuws, omdat hij tegenslag had
en zijn slimme plan niet zo bleek te werken.
Er kunnen volwassenen in de kerk zitten, die als zij aan hun eigen jeugd denken,
herkennen de drang om iets te willen doen
en misschien nog steeds ook wel wat doen om een betere wereld na te laten.
Vrijwel de meesten kunnen alleen maar iets op kleine schaal betekenen:
Hooguit in de gemeenteraad of meedenken met een politieke partij,
of een beroep gekozen, waarbij je iets voor een betere wereld kunt doen:
de zorg of het onderwijs.
Je doet dit werk vanuit een ideaal en tegelijkertijd loop je steeds op tegen de regels,
Tegen wat niet kan volgens het systeem.
Soms word je moedeloos, dan weer probeer je alles te doen wat jij kunt doen.
Deze wereld is vaak geen eerlijke, rechtvaardige wereld
En er zijn er vanmorgen maar weinig die iets aan dat oneerlijke kunnen veranderen.
Je zou wel willen, je hebt een droom dat het er in ons land anders aan toe gaat, eerlijker.
Je zou willen horen wat je kunt doen, al is het op kleine schaal.
En als gelovige, als christen zou je ook willen zien dat God er iets aan doet.
Dat Hij mensen in beweging zet of zelf ingrijpt en onze wereld verbetert.
Hoe moet je je als christen opstellen in een wereld die niet is,
zoals God die bedoeld heeft,

een wereld die oneerlijk is, onrechtvaardig, die niet ten goede lijkt te veranderen?
Hoe leef je in deze wereld, als je nauwelijks mogelijkheden hebt
om daar iets aan te doen, om een betere wereld te geven.
Dat wil niet zeggen dat je er altijd last van hebt, dat je altijd aan lijdt aan deze wereld.
Dat is misschien ook niet vol te houden.
Maar er kunnen wel momenten zijn, waarop je je juist als gelovige druk maakt
over hoe deze wereld is en wat we als mensen elkaar aandoen.
Je wilt niet cynisch worden, soms is dat al het hoogst haalbare,
dat je zorgt dat je niet afknapt en gewoon de dingen blijft doen, die je doet.
Je kleine bijdrage die je levert voor een betere, eerlijkere wereld.

(4) God geeft een betere wereld (pagina 3)
Die betere wereld komt Jezus brengen: Gods nieuwe wereld.
Die nieuwe wereld die Jezus komt brengen wordt ook wel het Koninkrijk van God genoemd.
Jezus is die nieuwe wereld van God, Hij is het Koninkrijk van God
en hier als brenger van dat Koninkrijk van God,
de nieuwe wereld waarop het er alleen maar eerlijk aan toe zal gaan,
Waarop mensen elkaar niet meer pijn zullen doen, of tegen elkaar zullen strijden,
niet meer van elkaar af zullen gaan, of elkaar zullen haten.
Die nieuwe wereld van God komt met Jezus.
Je zou denken, zegt Jezus, dat je met deze mensen medelijden moet hebben,
maar je moet beseffen dat deze mensen de meest gelukkige mensen zijn,
omdat God hen een betere wereld geeft

God geeft hen een betere wereld en die betere wereld kom Ik brengen.
Die betere wereld is bestemd voor wie aan deze wereld lijden.
Zij ontvangen met die betere een geluk dat het aardse overstijgt.
Ze krijgen met die nieuwe wereld die Ik kom brengen een troost die nergens te vinden is.
Ze hoeven niet meer in rouw te zijn.
Zij zullen zien, zij zullen het zelf ervaren dat God een betere wereld geeft,
de betere wereld die Ik kom brengen, zegt Jezus
Die betere wereld is niet alleen iets van de toekomst,
maar de menigte die op de achtergrond mee staat te luisteren naar Jezus’ onderwijs
mag er op dat moment zelf al iets van veranderen
Dat met de komst van Jezus er al iets van dat Koninkrijk van God gekomen is.
Niet volledig, want als Jezus dit vertelt is Hij nog niet aan het kruis gegaan
en is Hij nog niet opgestaan uit de dood en is Hij nog niet teruggekomen op aarde.
Maar Hij geeft hen op dat moment als ze luisteren al iets van die nieuwe wereld.
Hij betrekt hen in die nieuwe wereld.
Zij kunnen zich op een bepaalde manier gedragen in deze oneerlijke wereld.
En dat ze zich op die manier kunnen gedragen is de kracht die ze van Jezus ontvangen,
nu nog in de woorden die Hij spreekt, die in hen iets wakker roepen,
en later als Hij naar de hemel is gegaan de kracht van de Heilige Geest.
Na die eerste zaligsprekingen kantelt het perspectief
en ligt de nadruk niet meer op wat ze niet kunnen, op hun machteloosheid,
maar laat Jezus hen zien, wat zij wel kunnen doen in deze oneerlijke wereld,
wat ze kunnen doen in Zijn kracht:
Zij kunnen hun hart laten spreken. Zalig de barmhartigen.
Zij kunnen hun hart laten spreken voor medemensen in nood.
Zij kunnen mild zijn in hun oordeel over anderen.
Zij kunnen in het klein iets voor anderen betekenen.
Als zij hun hart laten spreken,
als hun daden gekenmerkt worden door deze bewogenheid en mildheid
laten ze in deze wereld iets van God zien.
Wie zo leeft is als een licht in deze wereld.
Als het donker is in deze wereld, omdat het er zo oneerlijk aan toe gaat,
Zij stralen zij – misschien wel zonder dat ze het zelf beseffen het licht van God uit.
Het licht dat scheen bij de schepping over Gods goede wereld,
het licht dat straalde op de Opstandingsmorgen, nadat Jezus de dood had overwonnen,
straalt dan door hen heen en dat licht laat zien dat God een betere wereld geeft.

(5) God geeft ons een betere wereld (pagina 4)
Als jij denkt dat je aan deze wereld niets veranderen en je machteloos voelt,
kun je wel voorkomen dat de wereld jou verandert.
Of beter gezegd: mag je erop vertrouwen dat je een God hebt die je hart beschermt
en dat je Zijn Heilige Geest mag krijgen om te voorkomen dat de wereld jouw hart verandert.
En dat in jouw hart de normen van deze wereld worden ingeruild voor Zijn goede werken
Die normen van deze wereld zijn: ik-gerichtheid, gebrek aan compassie, aan empathie,
over de grenzen van anderen gaan, anderen beschadigen.
Als je integer leeft, rein van hart bent, zul je God mogen zien,
niet alleen later, als je in Zijn Koninkrijk mag binnen gaan,
maar nu al in de wereld om je heen, in de goede daden die mensen verrichten,
het licht dat je dan ziet, omdat je Gods werk in hen herkent.
Dat is een geluk dat niemand je afneemt, een geluk dat het aardse overstijgt,
Dat je nu al mag ontvangen, als een voorbode van het geluk in de hemel
als je God van aangezicht tot aangezicht mag zien.
God geeft een betere wereld, Hij vernieuwt deze wereld
en maakte met de komst van Christus onze oneerlijke wereld weer tot Zijn wereld.

Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht,
dat wij zijn als kaarsjes in de nacht.
Hij maakt ons tot een licht, waarmee Zijn licht door ons heenstraalt,
het is het licht van de schepping,
het is het licht dat weer terugkwam nadat Christus in de diepste donkerheid afdaalde
aan het kruis, het is het licht van Christus’ opstanding en van Zijn nieuwe wereld,
door ons heen.
Alleen dat maakt het waard om God te loven,
niet alleen met ons lied, maar ook met onze daden, omdat Hij ons tot dat licht maakt
En een licht laat zijn en ons gebruikt om iets van Hem te laten zien, in deze wereld.

Dat je iets van God laat zien als je zoon komt vertellen dat hij gaat scheiden
en je je zorgen maakt over hem en over wat er van je kleinkinderen moet worden.
Je kunt niet misschien niet meer doen dat strijden tegen je eigen boosheid
en je mond houden en je oordeel voor je houden, klaar staan voor hem en de kleinkinderen
en het in gebed bij God brengen.

Als je ziet dat je klasgenoot het land uitgezet is en het enige dat je er aan kunt doen
is het niet gewoon blijven vinden,
het niet accepteren dat er zoveel oneerlijkheid is in asielprocedures,

en dat aankaarten bij de hoogste Rechter in het heelal, in een klacht bij God zelf.
Dan maakt God je tot een licht in deze wereld
al kun je niet uit jezelf dat licht zijn en weet je niet of jouw licht voor anderen zichtbaar is,
maar door je heen schijnt wel Zijn licht,
opdat de mensen jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. Amen

De vier pagina’s van de preek (model van Paul Scott Wilson)
Text: Mattheüs 5:1-16
Theme sentence: God geeft ons een betere wereld
Doctrine: Vernieuwing van deze wereld (eschatologie)
Need: Hoe kan ik als gelovige in deze onrechtvaardige wereld leven?
Image: De gelovige als licht in een donkere wereld
Mission: God maakt de gelovigen tot een licht in de wereld

Pagina 1: Jezus heeft oog voor de onrechtvaardigheid van deze wereld
Pagina 2: We leven in een onrechtvaardige wereld
Pagina 3: God geeft een betere wereld
Pagina 4: God geeft ons een betere wereld

 

 

God geeft een betere wereld

God geeft een betere wereld

Komende zondag gaat de preek over Mattheüs 5:1-16. Omdat ik in deze tijd bezig ben om meer structuur aan te brengen de opbouw van mijn preken, gebruik ik intensief het model van de
Vier pagina’s van de preek van Paul Scott Wilson. Dat model zal ik in de komende weken hier bespreken.

Een van de stappen in dit model is het herschrijven van het Bijbelgedeelte in korte, directe zinnen. Daarom hier Mattheüs 5:1-10 op die manier herschreven:

Jezus ziet de menigte van mensen.
Jezus gaat op de berg zitten.
Jezus’ leerlingen komen naar Hem toe.
Jezus begint te spreken.
Hij geeft onderwijs.
Hij richt zich tot zijn discipelen.
De menigte is op de achtergrond aanwezig.

Zalig de armen van geest…
Jezus vertelt hoe Hij zijn leerlingen ziet.
De leerlingen van Jezus lijden aan de wereld.
Deze wereld is oneerlijk.
De leerlingen kunnen weinig aan deze wereld veranderen.
Daarom lijden ze aan deze wereld.
God geeft hen een betere wereld.
Die betere wereld is bestemd voor wie aan deze wereld lijden.
Zij ontvangen een geluk dat het aardse overstijgt.

Zalig die treuren …
De leerlingen van Jezus hebben verdriet over deze wereld.
Zij ervaren dat deze wereld niet is, zoals God die geschapen heeft.
Die ervaring is een ervaring van in ballingschap te zijn.
Dat deze wereld niet meer is, zoals God die geschapen heeft is voor hen verlies.
Daarom zijn ze in rouw.
God geeft hen een betere wereld.
Die betere wereld is bestemd voor wie rouwen
om het verlies van Gods oorspronkelijke wereld.
Dat God die betere wereld geeft is voor hen een troost.
Met het ontvangen van die betere wereld, ontvangen een geluk dat het aardse overstijgt.
Ze hoeven niet meer in rouw te zijn.

Zalig de zachtmoedigen …
De leerlingen van Jezus lijden eraan dat zij de wereld niet kunnen veranderen.
Ze hebben niet de invloed en de macht om de wereld te kunnen veranderen.
Zij ervaren hun onmacht.
Die onmacht is voor hen kruisdragen.
God is wel bij machte om die wereld te veranderen.
God zal deze wereld veranderen.
God geeft een betere wereld.
Die betere wereld is voor hen die de wereld niet kunnen veranderen.
Met het ontvangen van die betere wereld, ontvangen een geluk dat het aardse overstijgt.

Zalig die hongeren en dorsten …
Het lijden aan deze wereld is voor de leerlingen van Jezus een intense ervaring.
Het lijden lijkt op honger en dorst.
Het lijden is een intens verlangen naar een eerlijke, rechtvaardige wereld.
Het lijden is een intens verlangen naar een wereld waarin Gods richtlijnen worden gevolgd.
De leerlingen van Jezus kunnen de wereld niet veranderen.
God kan die wereld veranderen.
Hij kan een eerlijke, rechtvaardige wereld geven.
God geeft een betere wereld.
Die betere wereld is voor Jezus leerlingen, die intens verlangen hebben.
Als die betere wereld komt, gaat dat verlangen voor hen in vervulling.
Met die betere wereld, die God geeft, is hun honger en dorst voorbij.

Zalig de barmhartigen
De leerlingen kunnen aan de wereld niets veranderen.
Zij kunnen de wereld niet eerlijker maken.
Helemaal machteloos zijn ze niet.
Zij kunnen zich op een bepaalde manier gedragen in deze oneerlijke wereld.
Zij kunnen hun hart laten spreken.
Zij kunnen hun hart laten spreken voor medemensen in nood.
Zij kunnen mild zijn in hun oordeel over anderen.
Zij kunnen in het klein iets voor anderen betekenen.
Als zij hun hart laten spreken,
Als hun daden gekenmerkt worden door deze bewogenheid en mildheid
laten ze in deze wereld iets van God zien.
De leerlingen van Jezus zullen daarom in het laatste oordeel
van God zelf barmhartigheid ontvangen.
In het laatste oordeel zal God mild over hen oordelen.
Zij krijgen permissie het koninkrijk der hemelen binnen te gaan.

Zalig de reinen van hart …
De leerlingen van Jezus kunnen aan deze wereld niets veranderen.
Zij kunnen wel voorkomen dat de wereld hen verandert.
Zij kunnen voorkomen dat de wereld hun hart verandert.
Zij kunnen voorkomen dat zij denken en handelen volgens de normen van deze wereld.
Die normen van deze wereld zijn: ik-gerichtheid, gebrek aan compassie, aan empathie,
over de grenzen van anderen gaan, anderen beschadigen.
De leerlingen van Jezus zijn integer.
Zij hebben geen vervelende bijbedoelingen.
Omdat zij geleefd hebben, zoals God wil, zullen ze God zien.
Als God die betere wereld geeft en hen permissie geeft om binnen te gaan,
zullen ze de hemelse Vader mogen zien
van Wie zij in hun daden op aarde al iets lieten zien.

Zalig de vredestichters …
De leerlingen van Jezus leven in een wereld vol conflict en strijd.
De leerlingen van Jezus leven in een wereld waarin mensen elkaar pijn doen.
De leerlingen van Jezus brengen de partijen bij elkaar.
Zij helpen om conflicten uit de weg te ruimen.
Ze helpen om begrip voor elkaar op te brengen.
Ze delen in de pijn van het conflict, maar leggen zich er niet bij neer.
Ze geloven in een toekomst waarin het conflict weg is.
Ze doen alles eraan om dat te bereiken.
Omdat ze gericht zijn op de vrede noemt God hen Zijn kinderen.
Zij behoren tot het volk van God, tot het verbond.
Zij zijn erfgenamen bij God.
Zij noemen God hun (hemelse) Vader.
Hun contact met God is intiem.

Zalig zijn die vervolgd worden …
De leerlingen van Jezus hebben het niet makkelijk.
Ze worden niet begrepen.
Ze ervaren tegenstand.
Ze worden vervolgd.
Daarom geeft God hen een betere wereld.
Als God die betere wereld geeft en hen permissie geeft om binnen te gaan.


Preek zondag 5 november 2017 – kinderdienst

Preek zondag 5 november 2017 – kinderdienst
Schriftlezing: Mattheüs 5:13-16 / Mattheüs 21:28-32.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is tussen de middag en Thessa zit samen met haar moeder en broertje aan tafel.
Na het eten zegt haar moeder: ‘Thessa, ruim jij de tafel af?’
Thessa zucht: ‘Waarom moet ik altijd helpen?’
Ze gaat gauw naar de wc en als ze klaar is gaat ze gauw even naar haar kamer
om zogenaamd iets voor school te pakken.
Dan gaat ze naar beneden en trekt ze haar jas aan.
‘Mam,’ roept ze, ‘het is tijd. Ik ga. Doei!’
En in de kamer staat de tafel nog steeds gedekt. Thessa heeft niet opgeruimd.

Uit school gaat Thessa naar een vriendinnetje, Lisa.
Tegen etenstijd krijgt de moeder van Thessa de vraag
of Thessa mag blijven eten bij Lisa. Het mag.
Na het eten wordt Thessa thuisgebracht.
De moeder van Lisa is enthousiast:
Tegen de moeder van Thessa zegt ze:
‘Je hebt een leuke dochter en ze is zo behulpzaam!
Na het eten heeft ze geholpen met tafel afruimen en de keuken opruimen!
Nou, als ik iets aan Lisa vraag, dan voert ze niets uit.
Nu met Thessa erbij hielp ze mee. Thessa was een goede hulp!
Je hebt je dochter een goede opvoeding gegeven!’

Wat moet de moeder van Thessa nu:
Moet ze boos zijn omdat ze thuis niet hielp
of moet ze blij zijn dat Thessa bij een ander wel geholpen heeft?
Want Thessa heeft door te helpen wel voor een goede naam gezorgd.

Zo moeten jullie ook een stralend licht zijn voor de mensen.
Als Thessa door te helpen bij Lisa ervoor zorgt
dat de moeder van Lisa positief is over de opvoeding van Thessa,
dan laat ze iets zien, dat ze iets van haar moeder heeft geleerd
en dat wat haar moeder belangrijk vindt ook in praktijk brengt.
Dat is hoe wij hebben te leven als we geloven in de Heere Jezus,
als we de Heere Jezus kennen en van Hem houden en bij Hem willen horen.
Dan kunnen wij iets van de Heere Jezus laten zien.
Dan kunnen wij, dan kunnen jullie iets van de Heere Jezus uitstralen,
een licht in de wereld.
En zo’n licht zijn, de Heere Jezus laten zien aan andere mensen,
kan door wat je doet, wat je moet doen van de Heere Jezus.

Als je ruzie hebt bijvoorbeeld met iemand
en je gaat naar de kerk om de Heere God te danken
en Hem iets te geven omdat je dankbaar bent,
dan moet je naar huis gaan, voordat je iets geeft
en het goedmaken met die persoon met wie je ruzie hebt.

Of je kunt je heel erg boos maken om iemand die een moord heeft gepleegd.
Daarover zegt de Heere Jezus: Dat is ook heel erg verschrikkelijk.
Mijn Vader in de hemel heeft dat niet voor niets verboden.
Maar als je op iemand kwaad bent, is dat niet minder erg.
Een ander ziet dat niet, aan de buitenkant kun je heel erg aardig doen.
Maar van binnen kun je allerlei lelijke gedachten hebben over degene
op wie je kwaad bent, of zelfs allerlei verschrikkelijke dingen doen in je gedachten.

Of als je ruzie hebt en het loopt op vechten uit
en iemand slaat je in je gezicht, dan moet je niet terugslaan
maar je moet je hoofd omdraaien, want dan kan die ander je nog een keer slaan.
Je hebt mensen aan wie je een hekel hebt
of mensen die aan jou een hekel hebben.
Die jou steeds pesten, die zich naar gedragen.
Je moet van die mensen houden, zegt de Heere Jezus
en zelfs voor hen bidden. Bijvoorbeeld of de Heere hen anders wil maken
en ervoor wilt zorgen dat ze zich wel aardig gedragen.
Want dan doe je net als de Heere God.
De Heere God maakt ook geen verschil tussen mensen die goed leven
en mensen die slecht leven.
Als het regent, dan regent het ook voor slechte mensen
en als de zon schijnt, kunnen ook mensen die slecht leven van de zon genieten.
Als er koren is, kunnen slechte mensen eten krijgen
en als er vrede is, hebben ook mensen die slecht leven vrede.
God is goed voor iedereen, voor iemand die goed leeft én voor iemand die slecht leeft.

Dat is niet makkelijk: van iemand houden die je steeds dwarszit
en voor iemand bidden die je pijn doet of pest.
Het is niet makkelijk om eerst je boosheid kwijt te zijn of eerst iets goed te maken
voordat je de Heere God dankt.
Geen wonder dat er mensen zijn, die net als Thessa zeggen: Ik heb er geen zin in.
Net als die leerling die zijn huiswerk niet wil maken.
Het kost teveel moeite. Ik moet er teveel voor doen
en dan kan ik ondertussen veel leukere dingen doen.

Het is ook niet makkelijk om zo te leven.
Dat weet de Heere Jezus ook.
Daarom vertelt Hij een verhaal over twee zonen.
De ene zoon krijgt een opdracht. Hij zegt “Ja!” maar uiteindelijk doet hij het niet.
Een andere zoon krijgt ook de opdracht.
Deze zegt eerst “Nee!” maar doet het toch.
Wie is er dan het meest gehoorzaam?
Dat is toch degene die het uiteindelijk wel doet,
ook al zegt hij eerst nee?

Als je het doet, als je doet wat de Heere Jezus van je vraagt,
Dan ben je een licht, dan schijnt je licht voor alle mensen.
Als de Heere Jezus over licht spreekt, dan is dat niet zomaar een woord,
maar het licht hoort bij God. God is licht, staat er in de Bijbel.
En de Heere Jezus heeft eens gezegd: Ik ben het licht van de wereld.
In het begin van de Bijbel, bij de schepping, lezen we dat God als eerste licht maakt.
Nadat Hij de hemel en de aarde heeft geschapen,
wil Hij dat er allereerst licht is.
Op de aarde mag geen donker zijn, geen duisternis.
Geen nare dingen als ziekte of pijn, of liegen en iemand bedriegen,
geen mensen die slecht zijn of verkeerde dingen doen.
Alles is goed, helemaal vol van het licht van God.
Duisternis mocht er niet zijn.
Maar die is er wel gekomen, jullie weten dat vast wel
en je kunt dat ook merken, om je heen, bij anderen uit de klas, of in de straat,
zelfs bij je vrienden of vriendinnen, zelfs in je eigen familie
en ook bij jezelf, in je eigen hart.
Dat wij als mensen allemaal in staat zijn om slechte dingen te doen:
Soms liegen we als dat beter uitkomt, soms zijn we lui als we geen zin hebben,
soms ongehoorzaam, of soms zijn we zomaar gemeen tegen iemand,
soms vertellen we zomaar iets door over een ander dat niet klopt
maar ja, het is zo’n leuk verhaal.

Dan zegt de Heere Jezus: je moet anders leven.
Je moet daar niet aan mee doen: niet aan pesten, niet aan liegen,
niet aan gemene dingen doen of verhalen over anderen vertellen die niet kloppen.
Als je zo leeft, ben je een licht.
Als heel veel mensen om je heen, misschien wel allemaal, iets verkeerd doen
of iets slechts in zich hebben, of iets gemeen doen, dan ben jij anders.
In een wereld die donker is, omdat er zoveel slechtheid of oneerlijkheid is,
ben jij anders en daarom straal je iets uit: het licht van God.
De mensen om je heen zien iets aan je,
namelijk dat er een God is en ze gaan over God nadenken,
omdat ze aan jou merken, dat er een God is, die voor deze wereld zorgt.
Het geeft gevolg – net zoals de leerlingen voor een huiswerk leren,
er iets voor doen er een beter cijfer mee krijgen,
zo heeft het ook gevolg wat we doen, wat we in naam van de Heere Jezus doen.
Niet dat andere mensen over ons gaan praten
en ons zo bijzonder vinden, maar ze gaan nadenken over God
En ze gaan nadenken of ze zelf ook niet aan de Heere moeten denken, moeten geloven
en of zij zelf ook niet anders moeten gaan leven.
Wees een stralend licht – straal iets van God uit, door wat je doet.
Dat doe je allereerst voor God, en ook voor de mensen om je heen.
Nogmaals, het is niet makkelijk.
Het is niet makkelijk om niet mee te doen, als de hele klas wel meedoet,
als er kinderen uit je klas ruziezoeken met kinderen van een andere school.
Of als iedereen uit de klas wel meedoet met pesten
en je durft niet te stoppen, omdat je bang bent voor wat de anderen dan met jou doen.
De Heere Jezus zegt er ook niet bij dat het makkelijk is,
maar wel dat je het niet voor jezelf doet,
of dat je het doet om er zelf beter van te worden.
Je doet het voor God, om Hem te dienen.

Je mag ook weten dat de Heere God ziet, als je niet meedoet terwijl anderen dat wel doen.
Je mag ook weten, dat de Heere ziet wat het je kost,
dat het je niet gemakkelijk afgaat.
Hier op aarde heb je het dan misschien niet makkelijk,
maar er komt ook een ander leven, als ons leven op aarde voorbij is.
Dan is er het echte geluk.
Het echte geluk is dan voor jou, als je weet dat je God nodig hebt.
Of zoals het ook gezegd kan worden: Zalig de armen van Geest.
Want dan mag je bij God in Zijn koninkrijk komen.
Het echte geluk is voor wie verdriet heeft, want God zal je troosten.
Het echte geluk is voor jou als je vriendelijk bent, als je doet wat God wil
en als je vindt dat wat God wil het allerbelangrijkste is, dan zal God je moeite belonen.
Voor mensen die eerlijk zijn, die vrede sluiten, die lijden omdat ze doen wat God wil.
Je hoort bij de Heere en daarom wil je zo leven.
Dan wordt het misschien niet door de mensen om je heen gezien.
Maar God ziet het wel en Hij vergeet het niet. Je doet het niet voor niets.

Wees een stralend licht – misschien wel tussen allerlei mensen, die geen licht laten zien.
Mensen van de kerk, mensen hier in het dorp, kinderen uit je eigen klas.
Je kunt niet zeggen: ja maar iedereen deed mee,
Of niemand deed wat U vroeg. Iedereen deed als Thessa of als die ene leerling,
als die oudste zoon die zei ik doe het, maar het uiteindelijk toch niet deed.

Als je bij een voetbalclub hoort, heb je een tenue die je aan hebt met wedstrijden.
Als je bij die club hoort, ben je er trots op dat je dit tenue mag dragen.
Misschien draag je dat ook wel eens doordeweeks.
Maar als je bij een voetbalclub hoort, heb je nog meer, heb je regels.
Ik kom wel eens bij voetbalclubs en dan zie je bij de ingang of bij de kantine altijd regels:
Dat je respect hebt voor je medespelers én voor je tegenstander én voor de scheids.
Dat je niet scheldt en vloekt, dat je sportief bent
en dat je niet steeds je tegenstander expres hard onderuit schopt.
Soms hangt er ook iets over hoe ouders zich langs de lijn hebben te gedragen.
Eigenlijk zijn die regels bij elke voetbalclub hetzelfde:
Of je nu bij Owios zit of bij VSCO, bij CSV of Westerholte, DOS of Go Ahead.
Maar dat zijn regels aan de muur, regels op papier.
Het gaat er om wat er op het voetbalveld mee gebeurt:
Wat je als team doet, wat de ouders bij de wedstrijd doet, of een scheids eerlijk is.
zo is het ook met de woorden van de Heere Jezus:
Je moet ze doen, je moet ze opvolgen, gehoorzamen,
want anders straal je geen licht uit
En zeggen de mensen: hoort hij nu bij God? Ik merk er anders niets van.

Het gaat niet altijd fout.
Toen ik bij een supermarkt begon te werken, zei iemand van die supermarkt:
We nemen graag jongelui aan die bij de kerk horen,
want die zijn vaak eerlijk en betrouwbaar, die zijn bereid om hard te werken.
Die kun je goed in een winkel hebben.
Dan laat je een lichtstraal zien.
De Heere Jezus zegt erbij: Het kan ook veranderen.
Je kunt een lamp ook ergens onder zetten. Onder je bed, of onder een emmer.
Dan is er wel licht, maar je hebt er niets aan.
Dat kan eigenlijk niet, net zoals zout zijn smaak verliest.
Daar heb je niets meer aan, dat gooi je weg.
Zout werd in die tijd gebruikt om eten te bewaren (ze hadden geen koelkasten)
maar ook om de grond vruchtbaar te maken.
Eigenlijk kan het niet, dat zout niet meer zout is.
Ja, in die tijd was zout vaak vermengd met zand, of gruis van de rotsen.
Echt zuiver zout had je vaak niet.
Je leeft als christen ook tussen mensen die niet goed leven,
en dat kunnen ook gelovigen zijn. Het kan eigenlijk niet, maar het gebeurt wel.
Daar wil de Heere Jezus voor waarschuwen.
Wees een stralend licht – het is ook een waarschuwing.
Stop dat licht niet weg.
Dat doe je als je wel meedoet met pesten, wel kwaad blijft en het niet wil goed maken.
Overigens – soms zijn er redenen waarom je wel kwaad mag blijven.
Als iemand pijn gedaan is, of als het oneerlijk aan toegaat.
En toch … juist dan kun je een stralend licht zijn, omdat je weet: God heeft het gezien,
dat het niet eerlijk aan toeging – ik geef het maar aan God,
Hij moet er dan voor zorgen en nu hier op deze aarde,
of later als Hij terugkomt het goed maken.

Nog één ding: de goede dingen die je doet, zullen ervoor zorgen,
dat de mensen om je heen de hemelse Vader eren.
Hemelse Vader- die naam van God die kennen we, die kennen jullie
namelijk: uit het gebed: Onze Vader die in de hemelen zijt, trouwe Vader in de hemel.
Op een goede manier leven, eerlijk zijn, trouw, vriendelijk – en bidden
het hoort bij elkaar.
Je kunt niet oneerlijk zijn, gemeen, slecht – en bidden.
Dat kan wel, maar toch past dat niet. Dan moet je eerst je hart veranderen,
laten veranderen door de Heilige Geest, die ons nieuw wil maken.
Maar ook omgekeerd, als je bidt dan kun je niet zeggen:
nu zit mijn taak erop, ik hoef niets meer te doen.
Ja, soms kun je er niets meer aan doen.
Maar bidden maakt niet lui. Bidden en doen – dat hoort bij elkaar.
Bidden betekent ook, dat je God steeds om kracht vraagt:
Help mij om een stralend licht te zijn,
laat mij een zegen zijn.
Bidden betekent dat je aan de Heere vraagt om vergeving
als je geen licht was, niet durfde te zijn, niet wilde te zijn:
Wilt U mij vergeven en help mij om toch weer een licht te zijn.
Wilt U mij weer gebruiken om iets van uw licht uit te stralen?
Bidden betekent ook vragen om wijsheid, of God wil uitleggen, duidelijk maken
op welke manier jij als een licht kunt stralen, zodat de mensen om je heen zien:
Er is een God, dat zien we aan hem, aan haar.
Bidden betekent: dat je tegen God zegt:
Er komt een nieuwe wereld, waarop alles weer licht zal zijn.
Al het donker van zonde, van verkeerde dingen, van ziekte en pijn,
van oneerlijkheid en slechtheid, geen oorlog of geweld – het zal er niet meer zijn
en iedereen die van de Heere Jezus houdt en bij Hem hoort
mag daar zijn in het land van alleen maar licht, het land van Hem, bij God in de hemel.
Bidden betekent: dat je vraagt of God dat land, die wereld wilt laten komen
en dat je vraagt: Heere Jezus, wilt U komen met Uw koninkrijk, met dat land?
En tot die tijd zal het vaak donker zijn op deze wereld.
U hebt dat niet gewild.
En in die donkere wereld mogen wij een licht zijn, mogen wij stralen,
zodat de mensen weten: Er is een God in de hemel, die ons niet vergeten is.
Mogen ook wij Hem leren kennen?
Zodat de mensen weten: Er komt een andere tijd, waarop alles weer goed zal zijn:
de wereld en de mensen, zoals God heeft bedoeld.
amen


Preek zondagmorgen 15 september 2013

Preek zondagmorgen 15 september 2013 – opening Winterwerk
Mattheüs 4:18-5:16

Tekst: 5:14a: U bent het licht van de wereld

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wat betekent het voor jou om volgeling van de Heere Jezus te zijn? Maakt het voor jouzelf nog verschil of je bij de Heere Jezus hoort of dat je gewoon maar wat doet, zonder er bij na te denken? Kunnen anderen aan je merken dat je Zijn volgeling wil zijn?

Het kan best dat jij daar al over nadenkt. Je hebt steeds de verhalen over de Heere Jezus gehoord, je houdt van de Heere Jezus en je weet van jezelf: ik wil de Heere Jezus dienen! Ik wil zijn discipel zijn!
Elke dag bid je of de Heere Jezus bij je wil zijn, je bij alles wilt helpen en of Hij je duidelijk wilt maken,
hoe jij in jouw leven Zijn leerling kunt zijn.
Want ik kom dat hier in de gemeente tegen: bij jongeren op catechisatie, bij volwassenen op Bijbelkringen en op huisbezoek – gemeenteleden die bij de Heere Jezus willen horen, die oprecht de Heere willen dienen en volgen.
Dan niet persé zoals bij Andreas, Petrus, Johannes en Jakobus, die hun werk opgaven om met de Heere Jezus door het land te trekken, maar in hun werk, hun gezin, op school of in de vriendengroep
naar de Heere Jezus willen luisteren. Zoals de mensen die op de Heere Jezus afkwamen om naar Zijn woorden te luisteren. Die mensen luisterden vol bewondering naar de woorden van de Heere Jezus. Hij heeft hen wat te zeggen! Hij kan hen helpen, zodat zij in hun leven God kunnen dienen.
Als ik in de evangeliën lees over de menigte die Jezus opzoekt,is dat naar mijn idee meer dan nieuwsgierigheid. Dan is dat oprecht verlangen. Zij komen met hun vragen bij de Heere Jezus, waar zij zelf niet uitkomen. Een conflict in de familie over het verdelen van de erfenis bijvoorbeeld. Of om te weten hoe zij later, als zij sterven, het koninkrijk van God mogen binnen gaan. ‘Want u hebt woorden van eeuwig leven’ zegt iemand die met een vraag bij de Heere Jezus komt.

Zo ben jij vanmorgen misschien ook wel naar de kerk gekomen: Ik hoop dat ik de Heere Jezus mag ontmoeten en dat Hij mij uitleg geeft, speciaal voor mij, hoe ik Hem kan dienen met heel mijn hart en met heel mijn leven.
Met heel jouw leven – dat is nogal wat: dus niet alleen de uren dat je in de kerk zit, of naar catechisatie of club gaat, maar alle uren. Ook de uren waarop je omgaat met je vrienden en vriendinnen. Heel je leven – wat je online doet en offline. En niet alleen wat je vandaag doet, maar ook morgen en over een jaar. Om dat te doen, de Heere Jezus te dienen met heel je leven, daar heb je wel lef voor nodig. Of niet?
Zalig ben je als zij u smaden – gelukkig ben je als ze je uitschelden. Dat is nogal wat, dat je voor je keuze om de Heere Jezus te dienen uitgescholden wordt. Of allerlei vervelende dingen over je doorvertellen aan anderen: ‘Heb je het al van haar gehoord, zij is zo raar. Weet je wat zij gelooft?’
En je moet zachtmoedig zijn – Geen ruziezoeker, maar vredestichter. Dat is al lastig als je straks uit de kerk thuis komt en je ruzie krijgt met je broertje of zusje. Of ruzie op school, omdat je merkt dat iemand je niet mag. Als iemand je laat vallen, of over je roddelt, of jaloers op je is, om dan vrede te stichten in plaats van boos te blijven. Daar heb je lef voor nodig. Toch?

Lef is een Hebreeuws woord. Dat betekent ‘hart’. Leven met Jezus betekent: leven met lef. Je doet het met heel je hart. Niet een beetje. Niet alleen als je ’s avonds op je knieën gaat voordat je gaat slapen om dan nog even te denken aan de Heere Jezus. Maar je doet het helemaal. Voor 100%. Je kunt niet zeggen: ik volg Jezus een beetje wel en een beetje niet. Je kunt niet zeggen: vandaag volg ik de Heere Jezus, maar morgen ben ik geen discipel. Je kunt niet zeggen: vandaag neem ik even vrijaf als discipel. Of: hèhè, ik ben nu even geen volgeling van de Heere Jezus. Dat wil je misschien ook niet, want je wilt leven met lef, je wilt Hem volgen en dienen. Alleen … het lukt niet altijd. Soms doe je je best om zachtmoedig te zijn, of een vredestichter, soms lukt het ook en denk je bij jezelf: nu doe ik het gelukkig goed.
Of je denkt: ik wil wel, maar soms begrijp ik het ook niet of weet ik niet wat ik moet doen.

De discipelen om de Heere Jezus heen staan hier nog helemaal aan het begin. Ze weten nog maar weinig van de Heere Jezus. Ze hebben alleen nog maar zijn wonderen gezien. Ze volgen hem nog maar net. En dan zegt de Heere Jezus als tegen hen: ‘Jullie zijn het licht van de wereld.’ Licht van de wereld. In deze wereld zijn jullie het licht van de wereld. Jullie stralen wat uit! Als het donker wordt in deze wereld, zijn jullie het licht. En hoe kan het donker worden. Als mensen God niet meer kennen. Of als er veel mis gaat in de wereld, in een land als Syrië zal er ook veel donkerheid zijn door de oorlog die daar is. Als mensen niet gelukkig zijn, kan het ook heel donker zijn. Dan zegt de Heere Jezus tegen zijn discipelen: jullie zijn het licht in de wereld. In die wereld laten jullie een licht schijnen.
Hij zegt niet: je begint het al te begrijpen, maar je bent er nog lang niet. Hij had ook kunnen zeggen: denk erom, jullie hebben allerlei bijzondere dingen gezien, maar jullie moeten nog veel leren. Nee, Hij zegt: jullie zijn het licht van de wereld. Voor de wereld waarin jullie leven, betekenen jullie heel veel: door jullie weten de mensen om je heen dat er nog een God is, die om deze wereld geeft. Door jullie weten de mensen hier op deze aarde, dat er nog een God is die naar jullie gebeden luistert. Doordat jullie mij volgen en dienen weten de mensen om je heen dat er een God is die deze wereld wil redden, die Zijn koninkrijk laat komen. Dat deze wereld, waarop zoveel mis is, niet donker blijft.

Zou de Heere Jezus dat ook over jou of over u kunnen zeggen? U bent het licht van de wereld? Jij bent het licht dat in deze wereld straalt?
Ik denk dat de meesten dan verbaasd zouden zijn: straal echt zoveel uit? Hoe dan? Want zelf heb ik die indruk helemaal niet. En toch denk ik, dat de Heere Jezus het ook tegen u en tegen jou zou zeggen: als er in je hart een verlangen is om Hem te dienen en te volgen. Als je wilt leven met lef – voor de Heere. Als je de woorden uit Zijn onderwijs hoort en denkt: het is moeilijk, maar ik wil het wel, want Hij heeft mij geroepen om deze weg te gaan. Dan ben je een licht in deze wereld. En Hij zegt dat om daarmee aan te geven: Ik kan jou gebruiken! Je bent een licht – je betekent veel voor Mij en voor de komst van Mijn koninkrijk. als in jou dat verlangen is, als je dat wilt.
Zoals ’s avonds de lantaarns aangaan om te laten zien waar de weg is, zo mag je aan anderen laten zien dat de Heere Jezus de weg is, omdat je zelf die weg gaat. Omdat je luistert naar Zijn woorden en die ook in praktijk probeert te brengen. Een licht ben je, waardoor je aan anderen laat zien: hoe geweldig God is, en hoe bijzonder de Heere Jezus . Zoals ’s avonds de buitenlamp aangaat en een veilig gevoel geeft, omdat het niet meer zo donker is, zo kun je andere mensen een veilig gevoel geven: gelukkig er zijn er die bij de Heere Jezus horen, die Hem dienen, die bidden.

Dan kijk je naar jezelf en dan denk je: wie ziet mij staan, want zo bijzonder ben ik niet. Dan zegt de Heere Jezus: voor Mij wel, Ik ken je Ik ken ook je verlangen, Ik weet van de lef die je hebt voor Mij en Ik weet ook wat het je kost, dat ze je soms raar vinden, of belachelijk kunnen maken. Ik weet het, je moest eens weten wat je voor Mij betekent, wat je voor de kerk betekent. Of dan denk je van jezelf: ik kan het nog niet zo goed, want ik weet nog niet veel. Dan zegt de Heere Jezus: als je van Mij leert, zal ik het je laten zien en dan kun je groeien als discipel. Want het gaat er niet om, dat jij het perfect doet. Het gaat er om, dat je allereerst luistert naar Mijn woorden: Zalig zijn de armen van geest. Gelukkig ben je als je zegt: ik weet het allemaal niet zo goed – want dan ben je bereid om naar de Heilige Geest te luisteren. Dan heb je de juiste houding om bij Mij te horen. Je hoeft nu niet alles al te weten. De Heilige Geest zal je steeds meer uitleg geven. Er zullen mensen om je heen zijn, die je verder helpen, je krijgt van Mij moed, lef. Als je het vraagt, erom bidt omdat je het niet weet,
dan maak Ik je tot een licht en je schijnt in deze wereld.Het is een licht dat door de Heere Jezus zelf is ontstoken. Het komt niet bij onszelf vandaan, maar bij Hem. en de Heilige Geest zorgt ervoor, dat het licht niet dooft, niet uitwaait, maar blijft branden.

Ik heb je tot een licht gemaakt, zegt de Heere Jezus. Met een doel: om voor de mensen te schijnen. Dan moet je dat ook doen. dat is de opdracht: Je bent een licht wees dan ook een licht door de woorden van de Heere Jezus in praktijk te brengen.
Amen