n.a.v. “Lila” van Marilynne Robinson

die dingen waar je het niet over wilt hebben
n.a.v. “Lila” van Marilynne Robinson

9789023994862

Er was een aansporing nodig om Lila te lezen, de recente roman van Marilynne Robinson. Nadat ik ooit enkele bladzijden van haar roman Gilead had gelezen, heb ik aan deze schrijfster geen aandacht meer besteed. Nadat ik Lila uit had, had ik nog een aansporing nodig om de roman te herlezen. Robinson mag dan wel bejubeld worden als een schrijver die veel kan en veel kan maken met haar manier van schrijven, Lila was bij de eerste lezing bij tijd en wijle erg taai. Door de manier waarop Lila denkt en reageert en door de stijl van Robinson, waarbij ze met enkele woorden vooruit grijpt of terugblikt. Ook enkele personages komen pas over de helft van het boek goed uit de verf, zoals de predikant John Ames.
Ook na de tweede keer blijf ik met de vraag zitten, wat ze als schrijver met dit boek wilde. Wilde ze de gedachtengang van Lila begrijpen en laten meevoelen of heeft ze door Lila zo in haar gedachten te volgen ook een bepaalde boodschap willen overbrengen? Of ging het haar eigenlijk ‘gewoon’ om het verhaal?

Marilynne Robinson returns to Gilead in the third book of the series, Lila.

Bij tweede lezing gaf het verhaal iets meer geheimen prijs. Het begint met een meisje dat door een zwervende vrouw, Doll, wordt weggenomen. Enige tijd later krijgt ze een vrouw bij wie Doll geregeld komt een nieuwe naam: Lila. Een de thema’s in het boek is de naamgeving. Lila weet haar eigenlijke naam niet en of de vrouw echt Doll heet, weet ze ook niet. Als ze getrouwd is, denkt ze over haar man vaak als ‘de ouwe man’.
Een ander thema dat als een rode draad door het boek verweven is, is het onder woorden brengen wat er in Lila leeft. Het verhaal begint ermee dat er een kind buiten wordt gezet, omdat ze alleen maar huilt. Omdat ze niet meer binnen mag komen, wordt ze meegenomen door Doll (die voor die tijd zich af en toe om haar bekommert, al vindt ze die zorg dan nog niet zo fijn omdat het haar vooral zeer doet). In de weken daarna zegt ze weinig en wat ze zegt, is zo grof dat de mensen die wel wat gewend zijn daar van schrikken. Doll reageert dan, dat ze blij is dat ze tenminste iets zegt en het wordt een grapje tussen hen beiden: ‘Niet vloeken!’ Ook daarna, als Doll en Lila aansluiting vinden bij een andere groep, is Lila heel zwijgzaam. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van Lila en volgt haar gedachtengang grotendeels op de voet. Daardoor lijkt er in de buitenwereld weinig te gebeuren, maar het zijn wel grootse gebeurtenissen die het leven van Lila doen kantelen. Ze gaat weg uit een bordeel in St. Louis, waar ze terechtgekomen is nadat Doll is opgepakt wegens doodslag (of moord) op wat mogelijk de vader van Lila had kunnen zijn.
Op haar vlucht uit St Louis belandt ze in de buurt van Gilead en blijft daar. Als ze op een regenachtige zondagmorgen in een kerk schuilt om haar goede jurk te sparen, hoort ze John Ames, een van de predikanten van Gilead, preken. Door wat zij in zijn preken hoort (of aanvoelt), gaat ze nadenken. Na de eerste keer in de kerk geweest te zijn, besluit ze hem op te zoeken, maar stelt ze niet haar vraag. Ames reageert begripvol: ‘Volgens mij vraag je me dit omdat je erge dingen zijn overkomen, die dingen waar je het niet over wilt hebben.’ (p. 35) Door de ontmoeting met de predikant gaat ze weer aan haar verleden denken: ‘Als ze aan de predikant dacht zodat ze met andere dingen bezig zou zijn, kon ze net zo goed terugdenken aan vroeger, toen ze Doll had gehad.’ Ook woorden uit zijn preken doen haar verder nadenken. In gedachten is ze zo met hem in gesprek, dat waar ze innerlijk weken mee bezig is, direct en impulsief tegen hem zegt: ‘Ik wil gedoopt worden.’

Lila

Aan de wens om gedoopt te worden, kunnen verschillende thema’s uit het boek verbonden worden. Als ze de wens hardop uit, is het een wens om ergens bij te horen, iets te ontvangen wat zij nooit heeft gekregen wat anderen wel hebben ontvangen. De doop roept het thema afkomst op: door haar afkomst groeit ze in armoede op en is ze zo wantrouwend en gesloten. De doop is voor Lila vooral een wens om haar gedachten te beheersen.

Qua leer van de kerk is de doop ook verbonden aan de nieuwe start. In het boek vooral de behoefte om niet meer naar St Louis terug te hoeven. Hoewel dit niet aan de doop wordt gekoppeld. Wel speelt reiniging en de behoefte aan reiniging een grote rol. Via de Bijbeltekst uit Ezechiël bijvoorbeeld over de baby die weggeworpen is en door God is opgepakt. Ook na haar huwelijk gaat Lila geregeld – en vaak op zondagmorgen, maar daar heeft ze dan geen erg in omdat ze geen besef van dagen heeft – naar de rivier om zich te wassen. De eerste doop van Lila gebeurt buiten de gemeenschap, bij de keet waar zij weken verblijft. Op een keer ontdoopt ze zich door zich in de rivier grondig te wassen. De tweede doop gebeurt in de kerk.

En het boek gaat over Calvijn: ‘Ik weet net zo goed als jij wat Calvijn heeft gezegd.’ (p. 257). Hoewel zijn naam slechts een enkele keer genoemd wordt. Het verbaast mij dat zijn naam wordt genoemd: zou een dominee die zijn hele leven in dezelfde gemeente staat en die plek van zijn vader heeft overgenomen zich zo intensief met Calvijn bezig hebben gehouden? De naam Calvijn kan ook verbonden worden met de discussie over het behoud van mensen, een discussie die Ames en Boughton voeren en die door Lila wordt gevolgd. Uit wat in deze roman over Ames wordt weergegeven, komt hij niet over als een predikant die veel studeert. Eerder een predikant die op de kansel alleen maar dingen zegt die hij hoort te zeggen en in het gesprek niet verder komt dan aan te geven dat ‘het leven een groot mysterie is en dat uiteindelijk alleen de genade Gods uitsluitsel kan bieden. En Gods genade is eveneens een groot raadsel.’ Op zich een diepzinnige gedachte, maar Ames laat zelf erop volgen dat hij dit cliché als het ware zo uit zijn mouw kan schudden: ‘Je hoort vast dat ik deze woorden al heel vaak uitgesproken heb. Maar ze zijn wel waar, volgens mij.’ (p. 35) Juist daarom vraag ik me af of in het inbrengen van de naam Calvijn niet meer besloten ligt. Omdat Lila een bepaalde levensweg gaat. Omdat ze zonder duidelijke reden in Gilead blijft hangen. Omdat ze een dominee trouwt. Omdat de eerste tekst die Lila vind in de Bijbel – bij het openslaan – de tekst is die gaat over de weggeworpen baby die door God wordt opgepakt. Omdat Lila zelf een kind krijgt. Gaat het uiteindelijk niet om het mysterie van het leven, waarin God een beslissende rol speelt, om Zijn leiding – ook al is Hij op de achtergrond? Een mysterie dat net zo groot is als het mysterie van het leven en het mysterie van de genade? Niet alleen predestinatie is bij Calvijn een belangrijk thema – ook voorzienigheid: de zorg van de Vader van onze Heere Jezus Christus voor Zijn kinderen.
Zoals het in de tekst van Ezechiël staat die door Lila verscheidene keren wordt overgeschreven: Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: ‘Leef, ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!’