Preek zondag 24 januari 2016

Preek zondag 24 januari 2016
Lukas 7:18-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Je moet maar durven: je twijfel over Jezus openlijk te verwoorden.
Zou u dat doen?
Onlangs hebben we als kerkenraad besloten
om meer aandacht te vragen voor kwetsbaar opstellen.
Johannes stelt zich hier wel heel kwetsbaar op.
Zo kwetsbaar, waarbij je hardop je vragen bij Jezus hardop stelt,
zullen we ons binnen een kerkenraad niet zo snel opstellen.
Hoe zou de andere kerkenraadsleden reageren
als u de vraag die Johannes  aan Jezus stellen ook eens hardop stelde
tijdens een kerkenraadsvergadering:
‘Is Jezus wel de ware? Is Hij wel degene die door God gestuurd is?
Of moeten we op zoek gaan naar iemand anders?’
En hoe zou u als gemeente reageren
als u zou horen dat deze vraag serieus tijdens een kerkenraadsvergadering werd gesteld,
Waarbij duidelijk werd dat een van de kerkenraadsleden openlijk twijfelt?

De een zal zich zorgen maken.
Als een ambtsdrager twijfelt en die twijfel ook nog eens openlijk verwoordt,
hoe kan zo iemand dan nog geloofwaardig ambtsdrager zijn?
Dan hoor je toch voor de waarheid te staan?
Een ander zal zeggen:
‘Gelukkig. Eindelijk iemand in de kerk die ook eens durft te zeggen wat ik ook heb.
Ik ben niet de enige met mijn twijfels.’

Johannes de Doper is nog wel meer dan de gemiddelde ambtsdrager.
Er zullen weinig ambtsdragers zijn
die zichzelf met Johannes de Doper zullen vergelijken.
Deze Johannes is niet de minste:
de belangrijkste van iedereen die uit een vrouw geboren is.
Er is in heel onze geschiedenis niemand die belangrijker is dan hij, zegt de Heere Jezus.
Nou, ga dan jezelf maar eens met deze Johannes vergelijken.
Johannes met zijn indringende boodschap
dat Gods tijd gekomen is om van iedereen rekenschap te vragen
wat iedereen met zijn leven heeft gedaan
en Johannes was van mening dat er maar weinigen waren
die zomaar door dat oordeel heenkonden:
De bijl ligt al aan de wortel.
Het is al bijna de tijd dat de boom van uw, van jouw leven zal worden omgehakt.
Er is maar één manier om jezelf te redden:
dat je je omkeert naar God toe en je leven verandert.
Johannes zou een prediker zijn die in Oldebroek zou worden gewaardeerd:
een prediker die zei waar het op stond,
die er niet omheen draaide en je aan durfde te spreken
en daarbij ook heel concreet zei, wat je moest doen.
Profetische prediking: de boel op scherp stellen.

Als mensen dan bij hem kwamen voor een makkelijke bekering,
een bekering zonder al te veel consequenties voor het dagelijks leven
schudde hij zijn hoofd en riep verontwaardigd:
‘Wie heeft jullie wijsgemaakt dat je zomaar aan het oordeel van God kunt ontsnappen?’
Zeker als ze bij hem kwamen om zich te laten dopen
als die doop alleen maar betekende dat hun zonden afgewassen worden.
Nee, als hij de mensen liet dopen betekende dat een heel nieuw leven,
waarbij je brak met het oude leven.
Als je meer had dan je kon gebruiken, moest je dat delen:
als je twee mantels had, moest je de ene geven aan wie niets had.
Als je met geld werkte, moest je eerlijk zijn.
Hij besefte dat zijn werk slechts voorlopig was: Ik doop maar met water.
Maar er zal Iemand komen die jullie zal dopen met vuur.
Ik mag dan scherp zijn in mijn woorden, maar er is bij mij nog een omkeer mogelijk.
Degene die nu mij komt, zal jullie het vuur van Gods oordeel laten ondergaan.

Opeens is daar twijfel gekomen bij Johannes de Doper.
Geen twijfel over zijn eigen boodschap die hij bracht, maar twijfel over Jezus.
Wat is er terecht gekomen van die man die het vuur zou brengen?
Het vuur van Gods toorn en oordeel: louterend en zuiverend,

Gij zult hen, daar G’ in glans verschijnt,
Als rook en damp, die ras verdwijnt,
Verdrijven en doen dolen.
’t Goddloze volk wordt haast tot as,
’t Zal voor Uw oog vergaan als was,
Dat smelt voor gloende kolen.

Wat komt daarvan terecht in het optreden van Jezus?

Het gaat er wel erg makkelijk aan toe, bij Jezus:
Genezingen en wonderen, dat wel, bijzondere verhalen om je over te verbazen,
maar geen oordeel dat voltrokken wordt, geen vuur
geen enkele goddeloze is verdwenen,
degenen die zich tegen God keren en de gelovigen onderdrukken gaan gewoon door
met hun praktijken, hun macht wordt niet gebroken.
Kan Jezus dan wel degene zijn die verwacht wordt?
Het zit Johannes hoog: hij stuurt een delegatie naar Jezus toe,
om hem rekenschap te vragen. Leg maar verantwoording af van wie je werkelijk bent.

In onze tijd kan twijfelen een mode zijn.
De twijfel waar ik over heb is dan een soort vrijblijvendheid
om niet alles te hoeven te doordenken
om jezelf niet helemaal te geven.
Dat is niet de twijfel die Johannes heeft.
Voor Johannes staat er echt wat op het spel.
God zelf staat op het spel en ook zijn eigen missie hier op aarde.
Promoot Jezus niet een bepaalde vrijblijvendheid,
een soort geloof waar je je goed bij voelt, dat niet teveel kost?
Waar blijft de strijd tegen de zonde en het ongeloof, tegen de vijandschap richting God?
Het gaat wel erg makkelijk bij Jezus.
Je kunt zomaar de hemel binnenlopen, zomaar het Koninkrijk van God in.
Bent U wel degene die we verwachten? Die komen zou?
Of wachten we op iemand anders, die wel komt doen wat U nalaat?

Mooi is het dat de twijfel, de kritiek van Johannes vermeld wordt
in het evangelie over Jezus Christus.
Deze kritiek doet ertoe, de vraag van Johannes is niet zomaar een vraag,
van een kritisch iemand die overal wel wat op aan te merken heeft.
Op de rand van het ongeloof,
en toch anders dan de openlijke twijfel van de Farizeeën en de Schriftgeleerden.
Wat is eigenlijk het verschil?
Is de kritiek van Johannes eigenlijk niet net zo scherp als die van hen?
Mooi is het dat Jezus deze openlijke kritiek, deze twijfel toelaat.
Hij wordt er ook niet zenuwachtig van. Jezus schiet niet in de verdediging.
Mooi is ook dat Johannes zijn twijfel en kritiek bij Jezus brengt,
de dialoog aangaat – net als in de klaagpsalmen wordt geworsteld met God:
niet klagen over Jezus, maar worstelen met Jezus,
een gebed waarin er een appèl gedaan wordt op Jezus, zoals in de psalmen:
Doe er wat aan, aan dat onrecht, aan die goddeloosheid,
aan degenen die Gods werk en Gods kinderen dwarszitten en tegenwerken.
Zo kan het toch niet langer, dat Gods volk verloren gaat,
door de verkeerde wegen die voorgehouden worden door de leiders.
Heer, uw volk gaat verloren!
Johannes brengt zijn twijfel bij Jezus
en geeft Jezus de mogelijkheid om te reageren,
om te laten zien dat Hij wel degelijk de verwachte is.
Dat Johannes niet tevergeefs zijn hoop op Jezus heeft gesteld.

Als de boden bij Jezus komen, is Jezus bezig met zijn werk, zijn missie:
Genezing van zieken, verlamden die kunnen lopen,
boze geesten die verdreven worden, blinden die zien
Hij voegt er nog aan toe:
doden worden opgewekt en armen krijgen het evangelie te horen.

Kijk en luister – laat het op je inwerken wat er gebeurt.
Dat is het antwoord aan Johannes.
Wat is dat nu voor een antwoord?
Waarom zegt Jezus niet gewoon: “Ik ben het!”?
Waarom een antwoord door middel van de daden?
Omdat Jezus uit zijn daden is te kennen.
Zijn daden zijn het teken dat Hij het is.

Die genezingen niet zomaar zijn, niet zomaar wonderen.
Uit het Oude Testament is bekend dat men een ziekte kon ervaren als een oordeel,
waarbij God afwezig is en men een grote afstand tot God ervaart.
Nu zullen we dat niet zo snel meer zeggen, gelukkig,
maar ook vandaag de dag kan iemand die ziek is een grote afstand ervaren,
overvallen worden door vragen: waarom moest dit zo
en God op een grote afstand ervaren worden.
Kan de twijfel je overvallen: is dit nu Gods weg die ik moet gaan. Waar is Hij?

Wat zei diezelfde profeet die Johannes als wegbereider aankondigde?
Onze ziekten heeft hij op zich genomen, ons leed heeft hij gedragen.
Het klassieke avondmaalsformulier geeft daar een betekenis aan,
die de diepte raakt van wat Jezus als antwoord aan Johannes meegeeft:
Hij heeft de oorzaak van onze eeuwige armoede en honger op zicht genomen.
Het is niet de tijd van Gods oordeel, maar de tijd van Zijn heil,
waarbij al het verbrokene wordt geheeld,
waarbij de zonde vergeven wordt
en het oordeel van God gedragen – door Jezus zelf.
ezus’ weg op aarde anders dan verwacht: degene die gekomen is:
God komt in
Christus niet om aan onze verwachtingen te voldoen,
maar om vergeving van zonden te brengen en Gods wil te doen.

Het gaat wel erg makkelijk bij Jezus.
Ja, omdat Hijzelf in dat oordeel gaat, dat oordeel draagt,
gedoopt wordt in het vuur van Gods oordeel.
Later zal Jezus het zeggen, als Hij op weg is naar Jeruzalem:
dat Hij gekomen is om het vuur op aarde te brengen.
Dat oordeel is niet weg,
maar Hij voegt er aan toe: ik moet met een doop gedoopt worden
en die doop beklemt mij, totdat die is volbracht.
Jezus valt Johannes ook niet af.
Ook al waarschuwt hij Johannes, dat hij niet over Jezus moet vallen.
Dat werk van Johannes is een belangrijk werk geweest.
Een nieuwe Mozes was Johannes, die het volk uit de slavernij van de zonde moest leiden:
Een engel, een bode die voor jullie uitgezonden is,
zoals in de woestijn de weg gewezen werd voor het volk om in Kanaän te komen.
Een Elia, die eerst komt.
Johannes erfde de staf van Mozes en de mantel van Elia.
Zo wees Johannes jullie de weg naar God.

Het gaat bij Jezus wel gemakkelijk, zou je kunnen denken.
Maar of nu het oordeel aangekondigd wordt of de genade ruimhartig uitgedeeld
beiden zijn geen garantie voor geloof.
Het is niet zo, een sterke oordeelsprediking de mensen sneller bij God brengt.
Want ook bij een oordeelsprediking kunnen mensen voor de vorm geraakt zijn,
zoals de mensen bij Johannes kwamen om zich te laten dopen
en toen wel dachten dat ze klaar waren.
En ook de boodschap van de liefde van Jezus, van Zijn genade,
Daar kunnen de mensen aan voorbij gaan.
In beide gevallen kun je op een afstand blijven staan,
niet aangeraakt, onveranderd blijven.


Net als bij de kinderen, die een spel spelen.
Daar hoor je bij mee te doen.
Zoals mijn zoon elke dag komt vragen: een potje stratego, een potje rummikub?
Zoals een van mijn dochters naar mij toekomt en met me wil dansen.
Kinderen willen dat je in hun spel meedoet
en als je niet meedoet, ben je spelbreker.
Het is niet leuk als ik als vader niet meedans,
de kans op een potje stratego afsla.
Waarom blijf je bij een spel op een afstand? Waarom doe je niet mee?
Het is niets voor mij. Geen tijd. Nu niet, later.
We hebben op de fluit gespeeld en je hebt niet gedanst.
We hebben een klaaglied gezongen, maar je wilde niet verdrietig zijn.

Dat is het menselijk hart: dat kan onbewogen blijven bij wat God doet.
Of dat nu een scherpe oordeelsaankondiging is,
een krasse oproep je leven te radicaal te veranderen
of een vreugdevolle uitnodiging om mee te doen – je kan onbewogen blijven.
Maar dan doe je niet mee: niet mee met Jezus en deel je niet in Zijn redding,
dan is je oordeel niet weggedragen.

Zalig die aan Jezus geen aanstoot neemt,
Zalig die niet op een afstand blijft staan, maar gaat
Het is gemakkelijk om te blijven staan, op een afstand,
als een volwassene die geen zin heeft in kinderspelletjes,
als een mens onbewogen onder Gods oordeel,
onaangedaan door zijn blijk van liefde in zijn zoon Jezus Christus.
Zalig wie gehoor geeft en meedoet,
in Jezus een nieuw leven begint. Werkelijk nieuw, weggeroepen uit de zonde
en vergeven en de weg van Jezus gaat
ook in je dagelijkse bezigheden –  net zo concreet als Johannes deed.
Amen

Preek zondagmorgen 13 juli

Preek zondagmorgen 13 juli
Thema: God is dag en nacht bereikbaar

Schriftlezing: Lukas 7:1-10.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Peter heeft een belangrijke vraag.
Hij moest aan die vraag denken toen hij gisteravond naar bed ging.
Toen hij vanmorgen wakker werd,
had hij nog steeds die vraag en wist nog steeds het antwoord niet.
Misschien zou mijn vader wel een antwoord weten, dacht hij.
Hij kwam uit bed om naar zijn vader toe te gaan,
maar zag dat zijn vader al druk bezig was om zijn spullen te pakken.
Hij zou zo dadelijk naar zijn werk gaan.
Peter zag het al aan het gezicht van zijn vader: geen tijd.
Zijn moeder riep hem al: Opschieten, Peter, je moet zo naar school.
Hmm, ook niet iemand aan wie hij zijn vraag zou kunnen stellen.
Zwijgend at hij zijn brood op.
Op school kwam het er ook niet van om die vraag te stellen.
Die middag kwam hij thuis – zonder antwoord op de vraag.
Hij wilde het aan zijn moeder vragen, maar die was aan het eten koken.
‘Zie je dan niet dat ik bezig ben?’ vroeg zij.
Toen Peter ’s avonds op bed lag, had hij die vraag nog steeds.
Hij vroeg zich af of hij de vraag aan God zou kunnen stellen.
Zou God naar hem willen luisteren?
Of zou God net als zijn vader zeggen: het komt nu niet uit, maar zaterdag,
dan kunnen we het er over hebben.
Of net als zijn moeder: Zie je dan niet dat ik het druk heb?
Zo twijfelt Peter of hij zijn vraag aan God zou stellen.
Is God niet te groot voor Peter?
Zou God zeggen: Peter, jij bent nog een kleine jongen. Later, als je belangrijker geworden bent,
zal ik naar je luisteren.
Er zijn op deze wereld zoveel mensen die tot God bidden,
komen ze allemaal wel aan?
En beantwoordt de Heere ze allemaal zelf?

Ja, God is dag en nacht bereikbaar.
In de Bijbel geeft de Heere dat zelf aan.
Psalm 121 bijvoorbeeld: De Heere sluimert niet en slaapt niet.
In de nacht wanneer bijna alle mensen slapen, is het de Heere die wakker is.
Dan waakt Hij over de mensen die slapen
en dan luistert Hij naar de mensen die niet kunnen slapen in die nacht.
Wanneer er veel gebeden bij Hem aan komen in de hemel,
kan Hij toch alle gebeden horen en een antwoord geven.
Wanneer niemand naar je wil luisteren
en geen tijd heeft voor je vragen,
weet de Heere al waar je aan denkt.
God is dag en nacht bereikbaar.
Hoe is God dan bereikbaar?
Wanneer je je vader of moeder nodig hebt,
kun je naar ze toegaan
of wanneer ze weg zijn, kun je ze ook bellen met de telefoon.
God kun je bereiken door te bidden,
door je handen te vouwen, door het tegen Hem te zeggen (hardop of in gedachten).

en weet je wat het mooie van de Heere is?
Hij is er al, voordat je er erg in hebt.
Hij komt al naar jou toe.
Kijk maar naar wat de Heere Jezus doet.
Hij is die dag druk bezig geweest.
Er waren veel mensen naar Hem toegekomen.
Ze kwamen met zieken naar Hem toe
en vroegen aan Hem: Heere, wilt u hen genezen.
Ze kwamen naar Hem toe om naar Hem te luisteren.
Jezus kan hen vertellen, hoe zij moeten leven.
Wat zij moeten doen, zodat God blij met hen wordt.
Veel heeft Hij verteld.
Wanneer Hij klaar is, zegt Hij niet: Ik stop er voor vandaag mee,
het is nu goed geweest, ik ga nu rusten.
Nee, Hij gaat op weg naar Kapernaüm.
Misschien wist Hij wel dat Hij daar nodig was.
Dat Hij naar Kapernaüm moest gaan,
om ervoor te zorgen dat die Romeinse commandant naar Hem toe zou kunnen gaan.
Zodat de commandant met de vraag die hij heeft bij Jezus terecht kan.
Dat zou mij niet verbazen, dat Jezus om die reden naar Kapernaüm gaat.
De Heere Jezus weet, wanneer Hij nodig is
en dan zorgt Hij ervoor dat Hij dáár is.
Nu zorgt Hij ervoor dat Hij in Kapernaüm is.
Jezus zorgt ervoor, dat Hij bereikbaar is.
Geen voicemail, geen telefoon die uitstaat,
geen opmerking: nu even niet, want ik heb een drukke dag gehad en ik moet nu uitrusten.
Nee, Jezus zorgt ervoor dat Hij bereikbaar is,
Dat de mensen die Hem nodig hebben, naar Hem toe kunnen komen.

In de afgelopen week moest ik eraan denken:
de Heere Jezus gaat naar Kapernaüm toe
omdat Hij voelt of weet dat Hij daar nodig is.
In deze week hebben we heel veel berichten over mijn schoonvader gehad.
Dan belde de ene zus op en dan de andere zus.
Vaak waren de berichten nog zorgelijker dan de vorige keer.
Als wij baden, of dat nu aan tafel was of voor het naar bed gaan of tussendoor,
werd er voor hem gebeden.
Bidden betekent: wij gaan naar de Heere toe, naar de Vader, naar de Heere Jezus toe,
met onze vragen.
Opeens dacht ik: de Heere Jezus gaat naar Kapernaüm voor die commandant en zijn zieke knecht.
Zodat die man met zijn vraag bij de Heere Jezus kan komen.
En ik dacht aan ons eigen gezin en aan ons eigen bidden
en ik wist opeens: de Heere Jezus is er al, bij ons, om ons heen.
Hij is er niet pas als wij naar Hem toegaan.
Hij is niet pas bereikbaar wanneer wij met onze vraag bij Hem komen.
Hij komt al veel eerder naar ons toe.
En ik geloof dat het ook voor jullie zo is.
Je hebt een vraag, je zou willen bidden.
Dan kun je denken: ik ben pas bij de Heere Jezus als ik bid.
Maar ik geloof: De Heere Jezus is al bij je en daarom kun je bidden.
Daarom hoort Hij je gebed – al is er niemand om je heen die je vraag wil horen.
Hij wel en Hij is er al – al heb je dat misschien niet eens door.

De commandant heeft een vraag voor de Heere Jezus.
Niet over zichzelf, maar over een knecht.
Een knecht die voor deze commandant heel veel betekent.
Deze knecht is heel ziek en de commandant is heel ongerust.
Steeds als hij bij zijn knecht gaat kijken, schrikt hij.
Hij denkt bij zichzelf: het zal niet lang meer duren of deze knecht zal overlijden.
Dan gaat hij bij zijn knecht zitten, stil en kijkt hij naar zijn knecht.
Hij denkt aan al die momenten dat ze samen waren
en dan weet hij: dat is nu voorbij.
Mijn knecht zal mij niet meer kunnen helpen.
Hij zal geen opdracht meer voor mij uit kunnen voeren.
Wanneer ik een moeilijke klus heb, waarbij ik iemand moet kunnen vertrouwen,
zal deze knecht mij niet meer kunnen helpen.
Hij zal mij geen advies meer kunnen geven.
Als hij dan bij zijn knecht gaat kijken of erbij gaat zitten, voelt hij zich steeds weer verdrietig.
Maar dan hoort de commandant dat Jezus in Kapernaüm gekomen is.
Opeens staat hij op en heeft hij haast.
Hij roept een aantal van zijn vrienden: Snel, willen jullie voor mij naar Jezus toegaan?
Willen jullie aan Hem vragen: Kom alstublieft, wij hebben U nodig.
Kom mijn knecht genezen, kom hem redden, want anders zal hij sterven. Snel!
Ik kan naar de Heere Jezus toe! Hij is er. Hij is bereikbaar!
Zo gaan de vrienden van deze man op weg.
Zij gaan het voor de commandant aan de Heere Jezus vragen.
Dat is het mooie van bidden:
We kunnen niet alleen voor onszelf vragen,
maar we kunnen bij de Heere Jezus ook aankloppen met onze vragen voor anderen.
Wanneer je voor iemand anders bidt, voor je opa of oma,
voor iemand anders die je kent,
ben je net als de vrienden van die Romeinse commandant,
die aan de Heere Jezus vragen: Kom, wilt u naar hem toegaan?

Waarom gaat de Romeinse commandant eigenlijk niet zelf naar de Heere Jezus toe?
Waarom haalt hij eerst zijn vrienden?
Waarom rent hij niet zelf de Heere Jezus tegemoet
om Hem mee te sleuren?
Omdat hij van zichzelf denkt: Ik kan niet bij de Heere Jezus komen.
Ik ben maar een Romeinse commandant.
Ik hoor er eigenlijk helemaal niet bij, bij het volk van God.
Maar mijn vrienden wel. Als ik hen stuur, zal Jezus misschien mij willen helpen.
Misschien herken je dat ook wel.
Je hebt zelf een vraag voor de Heere en je weet dat Hij dag en nacht bereikbaar is.
Maar je durft niet naar Hem toe te gaan.
Want God is zo groot en zo heilig.
Kan ik wel naar Hem toegaan?
Ja, anderen die horen veel meer bij de Heere.
Naar hen zal Hij wel willen luisteren, maar naar mij?

Weet je wat de Heere Jezus doet, als de vrienden bij Hem komen?
Hij gaat mee.
Hij zegt niet: dat is een Romein, daar hoor Ik helemaal niet naar toe te gaan.
Want het kon gebeuren, dat als Hij naar die Romein toe zou gaan,
dat hij dan een tijdje niet in de synagoge of in de tempel mocht komen.
Hij was namelijk dan in aanraking gekomen met iemand die niet bij de Heere hoorde
en dan hoorde je er zelf ook een tijdje niet bij.
Maar de Heere Jezus laat zich daardoor niet tegenhouden.
Het is belangrijker dat de knecht genezen, gered wordt.
Maar de Romeinse commandant denkt daar wel aan.
Stel je voor dat Jezus toch komt en bij mij in huis komt,
wat betekent dat dan voor Jezus.
Hij hoeft helemaal niet te komen.
Hij kan toch zeggen dat mijn knecht genezen moet worden?
Ik ben ook een commandant: ik kan mijn soldaten opdrachten geven.
En Jezus, die is nog veel meer dan ik.
Hij is de Heer – Heer over alles. Niemand is er hoger dan Hij.
Dan hoeft Hij niet te komen, maar hoeft alleen maar te zeggen: Word beter.
Of ziekte – ga weg!
Daarom stuurt de commandant nog een keer vrienden naar de Heere Jezus toe.
Kom maar niet, want u hoeft alleen maar iets te zeggen
en mijn knecht is genezen.

Als de Heere Jezus dat hoort, is hij onder de indruk.
Wat heeft deze man een geloof.
En dat begon al, toen de man hoorde over Jezus
en wist: bij Jezus moet ik zijn met mijn vraag.
Hij kan genezen en Hij wil genezen!
De man weet: zelfs al hoor ik er eigenlijk niet bij, toch mag ook ik aankloppen bij de Heere Jezus.
Dat is geloof: Dat je toch aanklopt bij de Heere Jezus.
Dat is geloof: ook al hoor je er voor jouw gevoel niet bij en weet je niet of je wel bij de Heere kan aankomen, dat je het toch aan Hem vraagt,
omdat je weet: alleen de Heere kan mij echt helpen.

God is dag en nacht bereikbaar!
Wanneer je een telefoon hebt, moet je zorgen dat je bereik hebt.
Als mijn familie komt, is het eerste wat ze doen:
zorgen dat ze de WiFi-code weten, zodat ze hun mobiel kunnen gebruiken.
Zo moet je het gebed ook gebruiken:
Want God is dag en nacht bereikbaar, maar dan moet je wel gebruik van Hem maken.
Wat heb je aan Gods bereikbaarheid, wat heb je aan bidden
als je er geen gebruik van maakt.
Dat is nog erger dan wanneer je een iPhone hebt, maar je niet druk maakt
om het bereik en de verbinding.
Dan zeggen we: dat is zonde, nutteloos, dat doe je toch niet?

Nog één ding: de knecht van de Romeinse commandant werd genezen.
God geneest niet altijd.
Waarom Hij niet altijd geneest, weten we niet.
Als wij bidden voor mijn schoonvader dan zou het fijn zijn
als hij beter werd of nog een tijdje te leven heeft.
Maar we weten dat één ding nog belangrijker is: dat de Heere Jezus er is.
Dan is het goed, wat er ook gebeurt.
Want ook als het niet goed afloopt, ook dan is de Heere Jezus erbij.
God is niet alleen bereikbaar wanneer het goed gaat,
maar juist dan als het slecht gaat, zorgt Hij dat Hij erbij is.
Zoals Jezus naar Kapernaüm kwam.
God is dag en nacht bereikbaar!
Ga daarom dag en als je ’s nacht s kunt slapen ook ’s nachts naar Hem toe.
Want Hij is ook voor jou bereikbaar, dag en nacht!
Amen