Preek zondag 28 april 2019 – morgendienst

Preek zondag 28 april 2019 – morgendienst
Schriftlezing: Lukas 24:13-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Ze wilden naar huis gaan om van het gedoe af te zijn.
Om geen verhalen meer te hoeven horen over Jezus die zou zijn opgestaan.
Het was al erg genoeg dat ze Jezus hadden opgepakt en aan het kruis hadden geslagen.
Daar hadden ze al genoeg mee te stellen.
Ze dachten dat Hij door God gezonden was om Israël te verlossen,
maar toen Jezus was opgepakt en ter dood veroordeeld,
konden ze niet opbrengen om bij Jezus aan het kruis te staan,
maar stonden ze op een afstand, net als de vrouwen die Jezus hadden gevolgd.
Ze waren nog in Jeruzalem gebleven.
Ze konden het nog niet opbrengen om naar huis te gaan.
Zo bleven ze die sabbat bij de leerlingen
en met elkaar zaten ze verslagen bij elkaar en niemand wist eigenlijk goed wat te doen.
Die sabbat, waarop ze bij de andere leerlingen waren, konden ze gebruiken
om na te denken hoe ze verder met hun leven zouden gaan,
het leven oppakken van de tijd voordat ze Jezus kenden.
Veel moed hadden ze nog niet.
Ook de volgende dag, de eerste dag van de nieuwe week,
de eerste week van een leven zonder Jezus, bleven ze nog dralen
en in Jeruzalem bij de andere leerlingen van Jezus,
die net zo verslagen waren als zij.
Toen kwamen die vrouwen met dat verhaal, dat ongeloofwaardige verhaal,
dat ze beter maar niet hadden kunnen vertellen,
omdat ze daarmee geen respect toonden voor hun Heer die was overleden,
geen respect hadden voor het verdriet en de verslagenheid die bij hen was.
De vrouwen die hun fantasie lieten gaan en zich inbeeldden dat Jezus weer leefde.
Dat was voor hen het moment om hun spullen bij elkaar te gaan rapen
en terug te gaan naar huis.
Ze zouden thuis, in afzondering, wel het gemis van Jezus verwerken.
Zo gaan ze op weg naar huis, definitief einde van het volgen van Jezus.
Hooguit dat ze daar in hun eigen omgeving nog aan Jezus konden blijven denken,
Hem herinneren, zoals ze Hem gezien hebben, voor altijd in ons hart.
Een vastomlijnd plan hebben ze nog niet.
Als ze thuis zijn, zullen ze wel zien.

Voordat ze thuiskomen, gebeurt er onderweg iets, waardoor hun hart langzaam open gaat

voor het goede nieuws dat Jezus is opgestaan, dat Hij werkelijk leeft.
Jezus zelf loopt met hen mee, gaat met hen het gesprek aan,
luistert naar hun teleurstelling en legt hen uit hoe het zit.
Al die tijd dat ze in gesprek zijn, hebben ze geen idee dat het Jezus zelf is,
die met hen mee loopt op weg naar huis, weg van de gemeenschap in Jeruzalem.
Hun ogen worden gesloten – waarbij Lukas wil aangeven: het is de hand van God,
die hen met gesloten ogen eerst wat wil leren, voordat ze Jezus kunnen zien.
Onderweg gebeurt er al wel iets, waardoor hun hart geopend wordt,
het verdriet en de teleurstelling plaatsmaken voor verlangen: zou het echt zo zijn?
Ik las een mooie uitspraak in de uitleg, die ook op andere momenten van toepassing is:
Mensen merken vaak iets op van de aanwezigheid van God, voordat ze God herkennen
of onder woorden kunnen brengen dat God in hun leven gekomen is.
Het is het zoeken van God, de opzoekende liefde van God, die Lukas ons wil vertellen:
Nog voordat je zelf je hart voor God opent, is Hij al bezig om je hart te openen,
zodat Christus er in kan gaan wonen, je hart van Hem wordt.
Lukas vertelt de verhalen om aan ons te laten zien hoe dat gebeurt:
dat ook ons hart voor de opgestane Heer opengaat en Jezus de levende in ons woont,?

Hoe de opgestane in ons leven kan verschijnen
– zonder dat we Hem daadwerkelijk zien wellicht,
maar Hem wel ontmoeten, ervaren, in ons hebben wonen.

Dat Jezus in je hart komt wonen, zodat je gaat geloven, gebeurt vaak geleidelijk aan.
Daar is vaak een hele tijd voor nodig.
Een tijd waarin je de verhalen over Jezus hoort vertellen:
ouders die je erover vertellen, op school, zondagsschool, in de kerk.
Of als je er niet mee opgegroeid bent hoor je erover door een vriend of vriendin.
Zeker als je er niet mee opgegroeid bent, zul je allerlei vragen hebben.
En ook als je er wel als kind al over gehoord hebt, dan zul kun je allerlei vragen hebben,
waarop je een antwoord nodig hebt voordat je kunt geloven.
Voordat jijzelf de deur van je hart open kunt zetten.
Voor deze twee mensen op weg naar Emmaüs is het de vraag
hoe het mogelijk kan zijn dat de door God gezonden messias in de dood kon gaan.
Wat Jezus dan toch niet de door God gezonden verlosser?
Hoe kon Hij dan sterven aan het kruis als Hij wel door God gestuurd was?
Het is niet alleen een vraag van het verstand.
Door teleurstelling is hun hart voor Jezus dicht gegaan.
Hadden ze achter de verkeerde aangelopen?
Was Jezus niet die Hij zei te zijn?
Nog steeds is teleurstelling een manier waarop bij ons het hart dicht kan gaan.
Dat kan bij u of bij jou zo zijn, dat er geen ruimte in je hart is voor Jezus,
omdat er bitterheid is, je bent teleurgesteld
En die teleurstelling, die bitterheid moet eerst uit je hart, eerst moet je hart genezen
voordat je de deur kan opendoen.
Het hoopvolle in dit verhaal is, dat we kunnen zien, dat Jezus al bezig is
om hun hart te genezen, om voorzichtig aan, behoedzaam hun hart te openen voor Hem.

Voor niet iedereen gaat het even gemakkelijk om het hart te openen voor Hem.
Hier in de gemeente kunnen er zijn, die net als de vrouwen zijn,
die over Jezus hebben gehoord dat Hij is opgestaan, dat geloven en blij zijn.
Hun hart is open – zo kan uw of jouw hart allang zijn geopend voor Hem.
Maar bij anderen gaat het veel moeizamer, is er veel meer voor nodig,
net als bij Kleopas en zijn metgezel op weg naar huis.
Er kunnen momenten zijn, waarop je iets verneemt, dat God aan het werk is.
Je herkent Hem nog niet, maar je merkt in je wel dat er iets gebeurt,
dat je verandert, dat de deur van je hart langzaam open gaat en er een lichtstraal binnenvalt.
Er kunnen ook momenten zijn, waarop de wegen uit elkaar lijken te gaan,
net als bij de Emmaüsgangers, die als ze aangekomen zijn bij hun huis,
merken dat Jezus hen wil verlaten en Zijn eigen weg wil vervolgen.

Jezus doet of Hij verder wil reizen.
Ik heb me altijd wat verwonderd over dit detail:
Jezus die doet of Hij verder wil reizen en deze twee leerlingen wil achterlaten,
terwijl ze wel een idee hebben van wat er gebeurd is
en wel er iets van merken dat God in hen werkt omdat ze een verlangen op voelen komen,
een vreugde die ze ergens in zich waarnemen,
maar waarvan ze nog niet helder hebben waar die vandaan komt, of waar dat op duidt.
En toch is het volle licht nog niet doorgebroken en zijn hun ogen nog niet open gegaan
en Jezus wil doorgaan en hen achterlaten met raadsels.
Lukas vertelt steeds hoe Jezus onderweg is,
maar dat is nog van voor de tijd dat Jezus in Jeruzalem aankwam
en zijn doel bereikte toen Hij aan het kruis ging en opstond uit het graf.
Door net te doen of Hij verder wil gaan, wil Jezus hen uittesten:
Is er voor jullie nog iets veranderd of is alles bij het oude gebleven?
Is Mijn werk ook in jullie ogen voltooid? Of moet Ik nog onderweg om iets af te maken?
Ben Ik iets vergeten om te vervullen?
Zo zullen de twee leerlingen die thuisgekomen zijn er vast niet over nagedacht hebben.
Voor hen was het dat ze thuisgekomen zijn
en dat ze deze gast, die met hen is meegelopen niet nu al kwijt willen.
Ze willen nog meer, nog langer in Zijn aanwezigheid verkeren.
Ze openen hun huis voor Hem en zonder dat ze het doorhebben,
stapt Jezus over de drempel van hun huis om er te zijn.
Zo zei Hij dat tegen Zacheüs: Ik moet heden in je huis zijn, daar voor altijd blijven,
al trek ik verder.
Hier zeggen deze twee leerlingen, zonder dat ze het beseffen: Kom in ons huis.
Neem intrek. Blijf hier voor altijd.
Al weten we nog niet wie je bent, maar we kunnen niet zonder je aanwezigheid.

Mensen merken vaak iets op van de aanwezigheid van God, voordat ze God herkennen
of onder woorden kunnen brengen dat God in hun leven gekomen is.
Ze zijn zich er nog niet van bewust, al begint er wel iets te dagen.
Ze kunnen Jezus niet laten gaan – al weten ze nog niet dat Hij het is.
Hij brengt teveel vreugde in hun leven om Hem zo te laten gaan.
Hij legt hen zoveel uit over de Bijbel en over de weg die Christus is gegaan,
dat ze niet meer zonder deze uitleg willen.
Zoals Jezus dat tegen Zacheüs zei: Ik moet in je huis zijn,
zo zeggen de twee mensen in Emmaüs: Wij willen dat U in ons huis komt en blijft.
Ze dringen er stevig bij Hem op aan. Ze overreden Hem.
Ze willen niet tegengesproken worden: U kunt nu niet meer verder gaan.

Als Jezus binnenkomt in hun huis, neemt Hij de regie over.
Het is niet meer hun huis, waar Hij te gast is,
maar Hij is zelf de gastheer en zij zijn – in hun eigen huis – te gast bij Jezus.
Het is eigenlijk maar een gewone maaltijd, gewoon brood,
maar het wordt een bijzondere maaltijd, omdat Jezus bij hen in huis is.
Zijn aanwezigheid maakt hun gewone huis bijzonder.
Zijn handen die het brood breken maken dat deze maaltijd geen gewone maaltijd is,
maar een vieren van de opstanding van Christus.
Wordt hier in dit huis het heilig avondmaal gevierd?
Of zien we er dan teveel in?
Een reden om niet aan het avondmaal te denken is het ontbreken van de wijn.
Tegelijkertijd is de kern van deze maaltijd dat de opgestane Heer er is
En met hen beiden de maaltijd viert.
Elke keer als we avondmaal vieren is dat ook in aanwezigheid van de opgestane Heer.
Hij, onze Heer, gestorven, begraven en weer opgestaan is er dan bij
en Hij is dan de gastheer die ons het brood aanreikt, zoals Hij hier het brood deelt.
Hier zit Hij aan een gewone keukentafel
en het mooie is dat Hij zomaar bij u of bij jou aan de keukentafel kan zitten.
Hij liep mee onderweg.
Je kon je hart bij Hem uitstorten, je hart luchten bij Hem.
Je verdriet en je pijn, de teleurstelling aan Hem kwijt en Hij luisterde.
Hij vertelde ook hoe het zat, hoe God in jouw leven werkt
en zo schuift Hij bij jou aan aan de keukentafel of op de bank
om je te laten weten: Ik ben in je leven gekomen en vanaf nu wordt je hart van Mij.
Zonder dat je er bewust van bent
En dan gaan opeens je ogen open: je beseft dat Hij het is,
binnengekomen in je hart, ongemerkt.
Voor hen is dat bij het breken van het brood: een alledaagse gebeurtenis
eigenlijk niets bijzonders, maar wel bijzonder omdat Jezus de gastheer wordt
en de beide anderen gast worden in hun eigen huis.
Zo kun je zelf ook gast in je eigen leven worden, omdat Jezus voor jou het brood breekt
en het brood aanreikt, dat door Hem gezegend is.
In het evangelie van Lukas hebben de maaltijden waar Jezus aan deelneemt iets bijzonders:
in de meeste gevallen gaan degenen die aan de maaltijd deelnemen bij Jezus horen.
En dat zijn vaak niet degenen die hun leven op orde hebben.
Dat kunnen degenen zijn, die op een verkeerde manier leven.
Of hier degenen die maar moeilijk kunnen geloven dat Jezus is opgestaan.
Als herder zoekt Hij deze verloren schapen op en brengt hen thuis.
En hun thuis wordt Zijn thuis.
Al vertrekt Hij wel direct, het huis is voortaan gevuld met Zijn aanwezigheid.
Ze kunnen het nu verder zonder dat Jezus zichtbaar aanwezig is,
want in het geloof is Hij voortaan in hun huis en is hun huis Zijn huis geworden.

Dat heeft uitwerking op hen.
Allereerst in henzelf: ze begrijpen nu wat er onderweg is gebeurd.
Dat in het gesprek de woorden van Jezus een uitwerking op hen hadden.
Vreugde en geloof, Gods woord die voor je open gaat.
Je begrijpt wie God is, je begrijpt de weg die Hij met je gaat.
Hun houding verandert ook: in plaats weg te blijven bij de anderen
komen ze in beweging en gaan ze weer terug naar Jeruzalem.
Ze vonden het niet verstandig dat Jezus verder zou reizen, want het was avond.
Nu kunnen ze niet anders dan in het donker, als de nacht gevallen is,
alles weer bij elkaar rapen en hun broeders en zusters opzoeken.
Vreugde over God die in je leven komt wil je delen.
Je zoekt anderen op om met de vreugde die in jouw leven gekomen is
anderen weer te bemoedigen en anderen te helpen om te zien
hoe zij Christus kunnen ontmoeten en hoe hun hart kan open gaan voor Hem.
Christus laat zich zien, op de meest onverwachte momenten,
zelfs op de weg, waarop je nergens meer mee te maken wilt hebben
en de weg die bij Hem en Zijn gemeenschap vandaan ging,
wordt een weg waarop je Hem weer vindt, omdat Hij er komt en zich laat zien.
Amen

Preek Tweede Paasdag 2019

Preek Tweede Paasdag 2019
Schriftlezing: Lukas 24:13-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Hem zagen ze niet
De weg naar Emmaüs is voor veel gelovigen bekend
en misschien hebt u die weg ook wel eens gelopen, van Jeruzalem naar Emmaüs.
Of loop jij op dit moment weg van Jeruzalem naar Emmaüs.
De weg naar Emmaüs ga je als je door teleurstellingen niet meer kunt geloven.
Je hebt er niet helemaal mee gebroken.
Je bent niet ongelovig geworden, maar het lukt niet meer om te geloven
omdat er iets gebeurde in je leven waardoor je teleurgesteld geraakt bent in God.
Voor Kleopas en zijn metgezel, die samen op weg gaan,
is de teleurstelling niet alleen dat Jezus gekruisigd werd en stierf en begraven was.
Dat had er al diep ingehakt en ontnam hen alle hoop.
Maar wat hen deed besluiten om de groep te verlaten en weer naar huis te gaan,
– misschien voorgoed afscheid van de groep van Jezus’ leerlingen –
was het verhaal waarmee de vrouwen kwamen aanzetten: dat Jezus was opgestaan.
In eerste instantie hadden alle aanwezigen meewarig gelachen: dat kan toch helemaal niet.
In de loop van de dag waren er echter meer berichten geweest
en begonnen anderen, die het eerst niet konden geloven, er toch van overtuigd te raken
dat er wat was gebeurd en zich begonnen af te vragen:
Zou het dan toch waar zijn dat Jezus opgestaan was uit de dood?
Dat was voor hen de druppel. Nu was het tijd om naar huis te gaan
en de anderen achter te laten. Dit konden ze niet aan.
Zo laten ze de gemeente in Jeruzalem achter en gaan ze hun eigen weg.
Het zijn kerkverlaters, die wel zouden willen geloven, maar het gewoonweg niet kunnen.
De teleurstelling is te diep, de berichten te ongeloofwaardig.
Daar houden ze het niet meer bij uit en gaan op weg naar hun eigen huis.

Onderweg praten ze hun teleurstelling en hun frustratie van zich af.
Met z’n tweeën spreken ze hun verbijstering erover uit,
dat de anderen de verhalen van die vrouwen toch lijken te gaan geloven.
Er klinkt verontwaardiging, boosheid in hun woorden door
en het is een heftig gesprek dat ze samen voeren,
zo heftig dat het de aandacht trekt van iemand anders die ook op die weg loopt.
Lukas vertelt er meteen bij, Wie die persoon is die mee gaat wandelen:
Het is de levende Heer, die opgestaan is uit de dood en zich hier aan hen laat zien.
Dat Jezus het is, kunnen ze echter niet zien.
Hun ogen zijn gevangen – te groot is de teleurstelling, te diep het verdriet.
Het verhaal van de Emmaüsgangers is een geliefd verhaal,
omdat het eerlijk is over de teleurstelling die ook gelovigen kan overvallen,
en niet verzwijgt dat het ook gelovigen kan overkomen, dat ze afhaken
omdat ze niet mee kunnen komen in de vreugde van Pasen,
zich buitenstaander voelen tussen al die anderen die de vreugde wel kennen.
Dat is niet de enige reden, waarom dit verhaal zo graag doorverteld wordt.
Ook omdat op die weg, waarop de teleurstelling de overhand heeft
en waarop je afhaken en niet meer mee kunnen komen Jezus zelf met hen mee loopt
met hen het gesprek aangaat, hen opzoekt in hun verdriet en teleurstelling,
zich aan hen voordoet als ze het geloof dreigen op te geven
en hen uitdaagt om te vertellen wat er in hun hart leeft.
Dit verhaal biedt hoop, want stel dat de opgestane Heer zo ook met jou of met u meeloopt
en aan jou vraagt: Wat is er nu gebeurd in je leven?
Vertel je verhaal eens aan Mij. Ik zal naar je luisteren.
Ik loop net zo lang mee, totdat je helemaal je verhaal gedaan hebt
en je al je teleurstellingen en pijn verteld hebt.
Hij zag je elk moment en telde elke traan.
Dat heb je wellicht niet door, dat de Heere in de hemel ook jouw verdriet en pijn kent.
Wellicht heb je eerder het gevoel dat je er alleen maar mee rondloopt
en het als een zware last meesjort, terwijl je zou willen dat de Heere je ziet
en je hebt het niet door, dat Hij al met je meeloopt en met je optrekt
en dat Hij het is, die naar de vragen luistert, die in je hart leven,
Die je voor je gevoel alleen maar aan jezelf stelt,
of hooguit deelt met iemand die je echt goed kent.
Heel je hart, al je pijn is bij Hem bekend.
Ga daarom maar het gesprek aan met Hem.
Omdat Hij van je hield gaf hij zijn eigen Zoon.
Hij wacht alleen nog maar totdat je komt.

[We luisteren naar: Nog voordat je bestond, kende Hij je naam]

O onverstandigen en tragen van hart!
Het is een heel verhaal wat Kleopas te vertellen heeft.
Eerst is hij verbijsterd dat hij deze man, die met hen mee gaat lopen,
moet vertellen wat er in Jeruzalem is gebeurd:
‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem?’
Soms is het te pijnlijk om het te vertellen en dat is het prettig als de ander het weet,
zodat je het niet uit de doeken hoeft te doen.
Maar als er iemand is, die oprecht luisteren wil, dan kun je je hart uitstorten
en dat is er ook wat er gebeurt met Kleopas.
Hij vertelt hoe bijzonder Jezus voor hem was:
een profeet waarin je de kracht van God kon merken.
Zowel God als het volk waren blij met wat hij deed.
Kleopas vertelt ook wat er fout is gegaan.
Hoe Jezus, ondanks dat Hij door God en de mensen geliefd werd,
een vernederende dood moest sterven, door middel van verraad en de dood aan het kruis
en hoe met de dood van Jezus alle hoop op het ingrijpen van God was vervlogen.
Nu Jezus gestorven is, zal er geen redding komen.
En wat moet er nu met hen en met het volk terecht komen?
Hij, Kleopas weet het niet meer.
Dat hij geen uitkomst meer ziet, geen hoop meer heeft,
Dat is nog niet eens het ergste.
Maar wat die vrouwen vertelden over het graf en Jezus die zou zijn opgestaan.
Maar ze hebben Jezus niet gezien. Hoe kunnen ze dan vertellen dat Jezus is opgestaan?
Dan is hij uitverteld. Zijn hele hart heeft hij kunnen luchten bij Jezus,
die met hem meeliep, zonder dat Kleopas door had
Dat hij de Heere Jezus informeerde over wat er met Jezus was gebeurd.

De reactie van Jezus op zijn verhaal had hij misschien niet verwacht.
Want in plaats van begrip en troost krijgt Kleopas met zijn metgezel te horen
dat het hen aan geloof ontbreekt, dat ze niet in staat zijn om te zien hoe God werkt.
Ondanks dat ze naar Jezus’  onderwijs geluisterd hebben, missen ze kennis over God
En hebben ze geen idee wat Zijn manier van werken in onze wereld is
En hun hart bevat niet het geloof om te kunnen begrijpen dat hier God aan het werk is.
Onverstandig en traag van hart zijn ze.
Daarmee bedoelt de Heere Jezus dat ze niet in staat zijn
om het onderwijs van Jezus op deze situatie kunnen betrekken.
Dat ze vergeten om de Bijbel er op na te slaan, om te zien wat Gods weg zou zijn.
Dat het zoveel tijd kost, dat hun hart open gaat voor het evangelie.
Dat hun hart er zo lang over doet om te geloven
En dat laat zien dat hun hart niet op Christus is georiënteerd.
Door het verdriet dat in hun leven gekomen is,
teleurstelling die hen zo diep geraakt heeft,

diep in het hart, hebben ze geen oog meer voor Gods werk
en missen ze de ogen van het geloof, waarmee ze Gods hand in het gebeuren zien.
Ze moeten dat gaan leren.
Ze moeten beseffen dat hier in de dood van Jezus en ook in Zijn opstanding
de Heere op een bijzondere manier aan het werk is.
Maar hoe leren ze dat?
Dat kunnen ze alleen maar leren door in de Bijbel te lezen
door daarin te zien hoe God zich bekend maakt, vertelt over Wie Hij is.
Ik ben die Ik ben, is Zijn naam waarmee Hij zich bekend maakte aan Mozes.
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Als God zichzelf een naam geeft, Zijn naam bekend maakt,
heeft Hij een naam gekozen met een betekenis: Ik ben er, Ik zal er zijn – is de betekenis.
Of iets vrijer: Ik sta voor je klaar, Ik kom voor je op.
Het is het beeld dat God iets voor je doet, iets voor je bevecht, iets voor je regelt.
Maar wel op een bijzondere manier.
Gods weg is vaak niet de makkelijkste:
Jozef werd eerst in de put gegooid en raakte daarna in de gevangenis
Voor hij aan het hof van de farao mocht dienen als onderkoning.
Israël moest eeuwen in Egypte wonen en werd uiteindelijk als slaaf behandeld,
totdat het na een lange, moeilijke tijd van onderdrukking mocht uittrekken.
De reis in de woestijn duurde niet een jaar, maar 40 jaar.
Als God omwegen kiest om tot Zijn doel te komen
– en de voorbeelden uit het Oude Testament zijn aan te vullen –
waarom zou de Messias dan rechtstreeks naar de hemel gaan
zonder de weg naar het kruis te nemen, zonder de dood in te gaan.
Weten jullie dan niet dat dit Gods plan was, dat dit moest gebeuren?
Hoe kan Gods naam anders HEERE zijn? Ik ben die Ik ben,
als Hij er niet is in de diepte waarin jullie je bevinden.
Hoe kan Hij je bevrijden uit de gevangenis en de slavernij van de zonde
Als Hij die weg niet genomen had?

‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

[We luisteren naar – ‘Ik zal er zijn’, SELA]

Was ons hart niet brandende in ons?
Dit lied Ik zal er zijn heb ik al enkele keren meegemaakt tijdens een dienst
Waarin we afscheid moesten nemen, van iemand die overleden was.

In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.

Als Kleopas en zijn metgezel zo in gesprek raken over de weg die God gaat,

Waarover al verteld wordt in het Oude Testament, gebeurt er bij hen iets.
Er wordt een verlangen geboren.
Als het al in de Bijbel staat, dan zou het wel eens waar kunnen zijn.
Als daar staat, dat de weg van Christus niet een mooie weg omhoog is,
maar een omweg, waarop Hij moet lijden, dan zou het wel eens waar kunnen zijn.
Als de weg van Jezus past in de weg die Jozef ging
en die Mozes ging,
als het paste bij de weg die zijn verre voorvader David moest gaan,
Toen hij op de vlucht was voor koning Saul en moest vrezen voor zijn leven,
dan is het niet vreemd als de Messias, die door God gestuurd is, de dood in ging.
dan moest dat wel gebeuren voor Hij de hemelse heerlijkheid in ging.

 

 

Hoe dichter ze bij Emmaüs komen, hoe meer de vreugde in hun hart komt.
Hoe dichter ze bij huis komen, hoe meer er geloof in hun hart komt.
De traagheid verdwijnt uit hun hart en ze worden steeds enthousiaster.
Zou het dan toch?
Zonder dat ze het weten, wordt de weg naar Emmaüs, de weg van twijfel,
De weg waarop ze afhaakten veranderd in een weg van geloof,
omdat Christus er zelf op meeloopt.
En in hun hart begint het langzaam aan te zingen.
Het is waar: onze Heer leeft. Hij is waarlijk opgestaan.
Nog steeds zien ze Hem niet en dat het in hen verandert hebben ze nog niet door.
Achteraf, als Jezus vertrokken is, nadat ze Hem hebben herkend,
geven ze aan dat er toen een verlangen in hen gewekt is,
een vuur dat brandt, het vuur van het geloof, dat niet meer dooft,
omdat het door de Heer zelf was aangestoken.
Was ons hart niet brandend in ons?

Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
veranderd in een blijde rei !
Mijn rouwkleed hebt Gij weggedaan,
uw vreugdekleed deedt Gij mij aan,
dat ik zou zingen tot uw ere
in eeuwigheid, mijn God, mijn Heere !

Loop jij nog op de weg naar Emmaüs? Zie je dan niet dat Jezus met je mee loopt
om te horen wat er in jouw hart leeft
En om jou te vertellen hoe Hij er is in jouw leven
om jou het geloof te geven, het verlangen in jouw hart te wekken
om meer over Hem te weten te komen, om Hem meer te zien en te ervaren,
zodat ook in jouw hart het vuur van het geloof gaat branden.
Amen

Preek Eerste Paasdag 2019

Preek Eerste Paasdag 2019
Schriftlezing: Lukas 24:1-12.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de verhalen die Lukas ons vertelt gaat het er niet alleen om dat Jezus is opgestaan,
maar gaat het er ook om dat ook wij de opgestane Heer kunnen vinden.
Lukas gebruikt hier enkele woorden, die hij vaak in zijn evangelie gebruikt
en voor hem dus blijkbaar belangrijke woorden zijn: zoeken en vinden.
Nu is bij ons de volgorde vaak dat je eerst gaat zoeken en dat je daarna vindt.
Je bent iets kwijt, wat je nodig hebt en je gaat op zoek, totdat je het vindt.
Lukas vertelt daarover de verhalen van een herder die een van schapen mist
En op zoek gaat om dat schaap te vinden.
Of die vrouw, die een penning kwijt is: ze zoekt net zo lang tot ze vindt.
Je bent iets kwijt en dan ga je op zoek.
Bij de opstanding gaat het echter net andersom: de vrouwen vinden iets
en daardoor moeten ze op zoek.
Ze zijn helemaal niets kwijt, want ze weten waar Jezus is.
Althans dat denken ze te weten:
ze waren erbij toen Jozef van Arimathea het lichaam van Jezus van het kruis haalde
en volgden Jozef toen Hij met het lichaam van Jezus naar het graf ging
en zagen met eigen ogen hoe het lichaam van Jezus in dat graf werd gelegd.
Daar gaan ze nu naar toe, nu ze een dag hebben gewacht, omdat het sabbat was
En ze niet bij het graf terecht konden, omdat de sabbat een dag van rust was,
Een dag voor God.
Maar als ze bij het graf komen, vinden ze iets, waardoor ze alsnog moeten zoeken.
Het is de omgekeerde wereld, omdat God met de opstanding van Christus alles omkeert.
Ze vinden en daardoor moeten ze alsnog op zoek.
Als ze aankomen, vinden ze niet wat nog in hun gedachten was,
de plek zoals ze daar tijdens de hele sabbat aan hebben zitten denken.
Ze treffen de situatie zo aan dat de steen van het graf is weggerold.
Ze vonden de steen afgewenteld van het graf, zegt Lukas
en gebruikt daarmee het woord, waarmee hij wil laten weten
dat God naar ons op zoek is en ons vindt.
Maar als de vrouwen vinden, moeten zij op zoek.
Als ze de steen vinden, moeten ze op zoek naar het lichaam van Christus
En het wordt nog erger, want het lichaam is hier niet,
zoals de engelen tegen de vrouwen zeggen.
Het lichaam is kwijt – weg – en daarom moeten ze op zoek.
Het is de omgekeerde weg van God: God zoekt en vindt.
Als het om God gaat, is het voor ons mensen net omgekeerd:
We vinden iets, waardoor alles in een nieuw licht komt te staan
en blijken daarmee God te missen en moeten op zoek naar Christus
tot wij Hem vinden – en Hem net als de vrouwen kunnen ontmoeten als de levende Heer.
Ik denk dat Lukas in de verhalen over de opstanding die hij in zijn evangelie ons wil leren
over hoe Christus in ons leven komt.
Hoe wij nu vandaag de dag de levende Heer kunnen ontmoeten.
Dat begint dat met het vinden van een situatie, die voor onverwacht is,
Waar je niet op gerekend hebt en waardoor de schrik je om het hart slaat
omdat je beseft: Ik ben mijn Heer kwijt. Hij is hier niet!
Je had het kunnen weten, dat Hij hier niet is,
maar omdat je niet scherp genoeg bent geweest op de signalen van God
die vertellen waar Hij wel is, ben je Hem uit het oog verloren,
Terwijl je denkt dat Hij nog bij je is, is Hij er niet meer.
Het begint al als de vrouwen Jozef met de dode Jezus volgen
en ze denken dat Jezus naar Zijn laatste rustplaats op aarde wordt gebracht.
Nu Hij gestorven is en begraven, willen ze Zijn lichaam de laatste eer bewijzen.
Ze denken niet meer aan wat Jezus vertelde over dat Hij zou sterven
en daarbij ook aangaf dat Hij weer zou opstaan uit de dood.
Elke keer als ik dat lees, ook nu weer, vraag ik me af:
Hoe hebben ze dat kunnen vergeten,
dat Jezus zowel Zijn dood als opstanding had aangekondigd?
Wat de dood aan het kruis zo’n ingrijpende gebeurtenis,
Waardoor alle geloof dat ze in Jezus hadden in één klap onderuit ging?
Zou ons dat ook kunnen overkomen?
Je kent de verhalen dat Jezus is opgestaan en je gelooft dat.
Maar opeens is er iets, waardoor je dat geloof kwijt bent.
Je kunt alleen nog maar aan vroeger denken.
Psalm 42 heeft dat ook: vroeger ging ik mee met de menigte die vol vreugde was
en kon feestvieren, omdat ze God bij zich wisten,
maar nu, nu ben ik op een afstand en ik heb heimwee naar die tijd, dat ik bij God was:
Kon ik dat nog maar weer meemaken!
Ook de vrouwen bij het graf kunnen alleen nog maar aan vroeger denken:
De goede tijd dat ze veel van Jezus leerden.
Nu kunnen ze alleen nog maar een dode Jezus in ere houden
en dat willen ze doen: met specerijen en mirre
om het lichaam van Jezus zolang mogelijk in goede staat te houden.
Ze maken de specerijen en mirre klaar, maar kunnen niet naar het graf,
omdat het sabbat is.
Ook dat is weer een aanwijzing van God dat Hij er is,
want de sabbat is er om Gods daden te gedenken,
om erbij stil te staan hoe Hij de schepping gemaakt heeft:
op de 7de dag om te rusten van de schepping.
Om te vieren hoe ze uit Egypte zijn bevrijd: geen slaaf meer,
maar door Gods krachtige hand uitgeleid en nu vrije mensen.
Voor de vrouwen zal de dag van de sabbat vooral een dag zijn,
waarop ze niet naar het graf kunnen, omdat Gods  regels houden hen tegenhouden.
En er is haast bij, want als het lichaam niet gauw behandeld wordt,
Zal het lichaam vergaan.
Ze staan er niet bij stil dat ze goed voor een dode Jezus willen zorgen,
terwijl God al bezig is om Hem op te wekken.
Voor hen telt alleen de werkelijkheid dat Jezus dood is.
Dat God in staat is om alles nieuw te maken, opnieuw te handelen,
te komen met Zijn macht en majesteit – de sabbat was bedoeld om dat te overdenken
– de vrouwen staan daar niet bij stil en wachten tot de sabbat voorbij is
en op z’n allervroegst, wanneer de dag nog maar amper begonnen is, gaan ze.
Ze zitten nog bij de situatie, zoals ze die achtergelaten hadden.
Wat ze vergeten zijn, is dat in de tussentijd God ook kan werken.
Ik begrijp wel waarom ze dat vergeten zijn,
want wie houdt er nu rekening mee na een begrafenis
Dat degene die je weggebracht hebt weer zal opstaan uit de dood.
Daar is de dood te werkelijk voor. De dood is het einde van het aards bestaan.
Het is ook geen beter weten van Lukas als hij ons doorverteld
dat de vrouwen hadden kunnen weten dat Jezus zou opstaan.
Er klinkt wel een verwijt aan de vrouwen, uitgesproken door de engel.
Maar dat verwijt is voor ons bedoeld.
Hij wil tegen ons zeggen: betrek elke situatie op God
en houd rekening mee, dat God kan ingrijpen,
de hele situatie kan omkeren, zoals Hij Jezus uit de dood riep
en terugbracht in het leven.
Want Lukas tekent met de weg die de vrouwen gaan de weg voor ons,
Waardoor wij tot geloof kunnen komen:
De start van de weg naar het geloof kan beginnen op het moment dat je God niet kent.
Maar kan ook beginnen op het moment, dat je er geen rekening mee houdt
dat God iets kan doen. Dat je dat geloof hebt opgegeven.
De situatie is zoals je die achtergelaten hebt.
Wat je achtergelaten hebt, is een zieke man op een ziekenzaal in het ziekenhuis.
En voor jouw idee blijft het zoals je het de laatste keer achterliet.
Wat je achtergelaten hebt, is de crisis van je huwelijk
en je ziet niet meer dat het goed kan komen.
Of je denkt dat God niets met je te maken wilt hebben, dat jij niet bij Hem kunt horen.
De situatie is zoals hij is en er is niemand die het verandert.
Ben je dan niet net als de vrouwen die naar het graf gaan om een dode Jezus te vereren?
En als je dan iets aantreft dat je niet verwacht,
duidt je dat niet als een signaal dat God bezig is, dat God Zijn Zoon riep uit het graf,
maar is er schrik, paniek, je moet zoeken, omdat er iets niet klopt.
Voor de vrouwen is het paniek: waar is het lichaam van Jezus gebleven?
Hij zou hier toch moeten zijn? Ze hebben dat toch zelf gezien dat Hij hier neergelegd werd?
Maar hoe ze zoeken, ze vinden niet.
Ook hier is er de omgekeerde weg van God.
Als Hij naar ons op zoek gaat, vindt Hij ons, maar de vrouwen zoeken maar vinden niet.
Omdat ze Jezus zoeken tussen de doden.
Ze zoeken op een plek waar Jezus niet is en daarom vinden ze Hem niet.
Het zijn de engelen die het hen bekend maken dat ze op de verkeerde plek zoeken.
De vraag kan uitgesproken zijn met een verwijt in de stem:
Je had hier helemaal niet moeten zoeken. Je had beter kunnen weten.
De engelen kunnen de vraag ook met een glimlach hebben uitgesproken:
Hier zul je Hem niet vinden, want je zoekt op de verkeerde plaats.
Je gaat er nog vanuit dat Jezus dood is. Maar Hij is hier niet.
Juist dat ze Jezus niet vinden is evangelie.
Meestal is als je iets niet vindt, geen goed nieuws,
Want dan ben je iets kwijt en hoe langer je iets kwijt bent,
hoe kleiner de kans dat je dat wat je kwijt bent nog terugvindt.
Maar de vrouwen zijn alleen een dode Jezus kwijt,
maar dat is goed nieuws, want er is iets gebeurd:
God heeft ingegrepen. Hij heeft Zijn Zoon opgewekt.
Net zoals een ouder een kind roept, omdat het op moet staan,
tijd om uit bed te komen, zo heeft God Zijn Zoon geroepen uit het graf.
Tijd om uit het graf te komen. Opstaan!
Dat is de volgende stap in de weg van het geloof.
De vrouwen begonnen met een verkeerde Jezus en raakten die Jezus kwijt
en moeten zoeken.
Ze vinden Hem weer terug door de woorden van de engelen.
Nu zullen er hier niet in de kerk zoveel zijn die ook door een engel zijn gaan geloven.
Dat kan overigens wel, maar hoeft niet.
Het gaat om de woorden, die tegen je gezegd worden.
Dat kan inderdaad door een engel.
Het kan ook door wat je in een preek hoort, of een ouderling tijdens huisbezoek zegt.
Een meester of juffrouw op school over de Heere Jezus vertelt
of wat je onderling met elkaar deelt.
Dat je het vertelt en tegen elkaar zegt: Weet je dat niet meer dat Jezus is opgestaan?
Ben je dat vergeten?
Ben je vergeten dat de dood niet het laatste is?
Ben je vergeten dat Jezus de dood heeft overwonnen?
Ben je vergeten wat Gods plan was? Met deze wereld? Met jouw leven?
De volgende stap is geloof:
Ik denk dat in de meeste gevallen het geloof niet zo snel komt als bij deze vrouwen
en dat je vaak nog moet zoeken, zoals de vrouwen dat doet op een plek waar Jezus niet is.
En dat er iemand tegen je moet zeggen: Hij is hier niet! Hij is opgewekt!
God is aan het werk geweest.
Wat zoek je de Levende bij de doden?
Je moet op een andere plek zoeken, een plek waar je rekening houdt met God.
Waar zouden wij moeten zoeken als we Jezus willen vinden?
Voor Lukas is dat waar de woorden over Jezus klinken
of waar het sterven en opstaan van Christus wordt gevierd.
In de kerkdienst, bij het avondmaal, als je voor jezelf de Bijbel opendoet,
als je met elkaar over Christus praat, als er een Bijbelverhaal verteld wordt,
als je in jezelf nadenkt over Hem.
Dat zijn allemaal momenten dat je Christus kunt ontmoeten.
Maar het is niet makkelijk om op die woorden af te gaan.
Als de vrouwen de woorden van de engelen doorgeven,
wordt dat afgedaan als kletspraat – jullie hebben iets in je hoofd gehaald.
Het is in je bol geslagen.
Zo wordt er dus op het goede nieuws gereageerd.
Zelfs voor de volgelingen van Jezus is het moeilijk om de opstanding aan te nemen.
Zij moeten de weg van het geloof nog lopen.
Zij zitten nog in de fase waarin de vrouwen die dag begonnen.
Ongeloof wordt vaak maar moeilijk doorbroken.
Vaak is het veel makkelijker om te geloven dat het is zoals het is.
Ze halen hun schouders op.
Behalve één, die Jezus al was kwijtgeraakt:
Petrus, die Jezus kwijtraakte toen Hij Jezus verloochende.
Juist bij hem wordt er iets geraakt, waardoor hij gaat zoeken.
Hij vindt nog niet, maar denkt er wel over na.
Ook dat kan een eerste stap zijn in het vinden van Jezus:
Verwondering: er is iets gebeurd. Je begrijpt het nog niet,
maar je komt er toch niet los van.
Hij staat in het lege graf en ziet de doeken liggen.
Nee, Jezus is er inderdaad niet
– Hij vindt Jezus ook niet. Jezus zal hem vinden.
Zo gaat het vaak: Als je denkt te vinden, blijk je te moeten zoeken.
Maar als je niet kunt vinden, dan wordt je gevonden.
Dan vindt de Herder je. Dat is een troostvolle gedachte.
Amen

Preek Tweede Paasdag

Preek Tweede Paasdag
Lukas 24:13-35

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

‘Dominee, gelooft u dat nou echt, dat van die opstanding?’
De vraag wordt mij gesteld voordat hij mij vraagt of ik koffie wil
en voor ik een antwoord kan geven, is hij mij voor:
‘Ach, laat maar,
u hebt natuurlijk op uw opleiding geleerd dat de opstanding wáár is.’
De man had ook kunnen zeggen:
‘De kerkenraad verwacht van u natuurlijk
dat u de opstanding als waargebeurd beschouwd
en dat u ook gelooft dat iedereen eens zal opstaan.’
Deze man kon dat niet meer geloven;
het zat hem ook hoog – dat geloof in de opstanding,
want hij viel direct bij de deur in huis.
Op de kerkenraad was zijn naam gevallen
toen ik in mijn eerste gemeente vroeg wie ik zou kunnen bezoeken
en er werd erbij gezegd
dat hij een van de laatste vrijzinningen van onze gemeente was,
opgegroeid in de tijd dat de predikanten van onze gemeente vrijzinnig waren.

Deze man, die ik ontmoette in mijn eerste gemeente,
Was op weg naar Emmaüs.
Hij was lid van de gemeente en kwam elke zondag trouw in de kerk
maar dan vooral om geamuseerd te kijken wat er gebeurde.
Innerlijk was hij afgehaakt,
Zoals die twee mannen
het gebeuren in Jeruzalem niet meer kunnen meemaken
Als er enthousiast verteld wordt dat Jezus is opgestaan uit de dood.
Juist dan gaan deze mannen naar huis. Ze kunnen het niet meer opbrengen
om aanwezig te zijn bij degenen die weer opnieuw geloof gevonden hebben
in Jezus, maar dan in een Jezus die leeft, uit de dood opgestaan.
Dat kunnen ze niet hebben.

Dat was ook bij die man zo.
Hoe ik geantwoord heb, weet ik niet meer.
Ik herinner me nog wel zijn levensverhaal.
Hoe zijn vrouw enkele jaren geleden gestorven was,
na een ingrijpende ziekte,
Waarbij hij moest toezien hoe zijn vrouw steeds meer werd afgebroken.
Terwijl zijn vrouw zich steeds meer overgaf aan Christus
en steun vond bij haar Heer – in deze weg,
leed bij hem het geloof schipbreuk en kon hij er weinig meer mee aanvangen.
Tenminste, zo gaf hij dat ook aan.

Ik denk dat er in Oldebroek ook heel wat zijn
die de weg naar Emmaüs zijn gegaan,
die het niet meer kunnen geloven
en het ook niet meer kunnen opbrengen om naar de kerk te gaan
om daar tussen al die mensen te zitten
die nog wel kunnen geloven
terwijl voor hen het geloof gebroken is, afgeknapt
op de kerk, op God, op wat er in hun leven is gebeurd.
Mensen om ons heen die de feestvreugde en het geloof niet meer kunnen hebben
en daarom zich afzijdig houden, of weggaan.
Net als Kleopas en zijn metgezel.
Weg uit Jeruzalem.
Deze mensen raken vaak uit beeld bij de kerk.
Misschien nog een enkele keer dat ze worden opgezocht door een ouderling,
of zijn ze onderwerp van gesprek op een bijbelkring:
‘Weet je nog van die en die? Die ging vroeger ook altijd naar de kerk.
Ik heb hem al tijden niet meer gezien in de kerk.’
En vaak laten we het er dan maar bij,
alsof we accepteren dat het eenmaal nu zo gaat.

Jezus is de goede herder,
Jezus, Hij is overal,
zingen we vaak met Elly en Rikkert.
Hier zien we waarom Hij een herder is, de goede herder,
omdat Hij deze mensen opzoekt op hun weg naar Emmaüs.
Hij vergezelt hen op de weg naar Emmaüs.
Jezus vergezelt hen op de weg van teleurstelling en verbittering,
de weg van vervlogen hoop, de weg waarop ze langzaamaan afhaken.
Als het aan Kleopas en zijn reisgenoot ligt
komen ze voorlopig niet meer in Jeruzalem, of misschien helemaal wel niet meer.
Jezus geeft deze mensen niet op.
Hij laat ze niet zomaar gaan.
Ook dat is logica van de opstanding:

dat Jezus iedereen opzoekt, die vol teleurstelling is.
Zo voegt Hij zich ook bij deze twee mensen
die zich in een heftige discussie verwikkeld zijn.
Ze bevragen elkaar: begrijp jij het? Ik niet! Nee, ik ook niet!
Hoe kunnen ze daarmee komen?
En hoe kunnen ze die kletspraatjes geloven?
Van die vragen waarmee ze zoeken naar de betekenis, die zij er zelf niet inzien.
Wellicht zo’n gesprek waarbij je elkaar meeneemt in een negatieve stemming,
vol boosheid over de achtergeblevenen in Jeruzalem
die opeens die verhalen waarmee de vrouwen komen zijn gaan geloven
dat Jezus is opgestaan
en zijn ze er wellicht stilletjes tussen uitgeknepen zonder dat iemand hen miste.
Het gemeentelid waar ik het over had,
kwam weliswaar in de kerk,
maar hij was eigenlijk niet te bereiken voor het evangelie.
Wanneer ik dichtbij kwam, ontweek hij mij met een glimlach.
Hij liet het over zich heen komen, waarbij ik merkte dat ik hem niet kon raken.

Zouden deze twee mensen op weg naar Emmaüs, weg van Jeruzalem,
weg van de gemeente,
ook onbereikbaar zijn geworden,
omdat ze te cynisch geworden zijn, te vol van verbittering?
Jezus zoekt hen speciaal op en loopt met hen mee.
En daarmee wordt, zonder dat ze het doorhebben, alles anders.
Ik zal wandelen voor het aangezicht van de Heere in het land van de levenden
Ze wandelen nu met de Levende mee
en in plaats van dat ze Hem volgen op Zijn weg,
Waartoe Hij hen opgeroepen had
en waarop zij hadden geantwoord door in gehoorzaamheid met Hem mee te gaan
gaat Hij nu hen mee, achter hen aan.
Als de goede herder die het verlorene zoekt
en net zo ver gaat tot Hij de verloren mens gevonden heeft.
Daarom is Hij, de goede herder, daar op de weg van de teleurstelling,
Van de ontnuchtering, de kater, de gebroken hoop.
Hij deelt in hun verdriet en wanhoop.
Hij gaat dat niet uit de weg, maar daalt daarin af
om dat te ondergaan en aan te horen.
Ook dat is Psalm 116:
Want Hij hoort mijn stem, mijn smekingen
Hij neigt Zijn oor tot mij.
Neigen is voorover buigen – en dat doet Christus hier.
De levende.
Terwijl deze twee mensen nog bij een dode Jezus zijn
zoekt de Levende hen op.
De HEERE – Ik ben er bij in alle omstandigheden.
Hij is overal – ook op de weg van de wanhoop, het donker.
Die weg gaat Hij niet uit de weg,
maar zoekt Hij ons op en loopt met ons mee
ook als we dat niet doorhebben.
Hij is er dan.
Als ze met elkaar er niet uitkomen
en allerlei theorieën uitproberen, anderen verwijten maken,
zoeken naar de betekenis van dit alles, op zoek naar een antwoord op het waarom.
Dan zoekt Hij ze op en loopt met ze mee.
Hij komt bij hen. Dat heeft een diepe betekenis.
Wanneer je mensen opzoekt, geef je daarmee aan:
Ik heb jou op het oog.
Ik kom speciaal voor jou.
Dat is onze HEER:
Hij zoekt je op en loopt met je mee, samen op.
Samen – Hij deelt hun weg. Ze hoeven niet alleen.
Hij zoekt hen op, zodat ze nooit meer alleen hoeven te zijn,
maar voor altijd samen met Hem, de levende Heer.
SAMEN!
En Hij daagt ze uit om te vertellen wat hen dwars zit,
De steen die zwaar op hun hart ligt.
Vanuit die verbondenheid, die er voor de HEERE reeds is,
ook al wordt dat samen, die verbondenheid nog niet opgemerkt door de Emmaüsgangers.
Sommige vragen kunnen een gedachtengang onderbreken, je stilzetten:
Wat is er eigenlijk gebeurd?
En dat gebeurt er ook op die weg.
Waar de Herziene Statenvertaling vertaalt: ‘Waarom ziet u er zo bedroefd uit?’
kan ook een vertaling zijn: ze blijven treurig staan.
De vraag van de Heere Jezus stopt hun gang naar Emmaüs.
Vertel maar eens wat er is gebeurd.
En de mannen ze blijven staan.
Dat is een eerste keerpunt op hun weg:
Is dit het moment waarop ze teruggaan naar Jeruzalem?
Zullen ze de stem van de herder herkennen?
Hebben ze door dat ze op de verkeerde weg zijn
en hebben ze door dat ze geroepen worden om met de Levende weer terug te gaan?
Nee, hun weg gaat verder naar Emmaüs
en hun onbegrip over de gang van zaken blijft er
en klinkt als een verwijt naar de man die zich na Jeruzalem bij hen heeft gevoegd.
Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem?
Bent u zo wereldvreemd dat u niet weet wat er in deze nabije omgeving zich heeft afgespeeld?
Bent u zo in uw eigen wereldje geweest
dat er geen enkel bericht tot u is doorgedrongen?
Ze vragen nog net niet: heeft u de afgelopen dagen onder, achter een steen geleefd?
Heeft u niet de moeite genomen om u op de hoogte te laten brengen?
Heeft u niet de moeite genomen om uw engagement, uw betrokkenheid te laten zien?
Vragen die normaal in een worsteling met de Heere worden gesteld
Worden nu aan de Heere gesteld
zonder dat ze het door hebben dat ze met Hem in gesprek zijn.
Ik vind dat altijd een heel bijzonder moment uit het evangelie van Pasen
en dat bemoedigt mij ook als predikant
Want ik zie vaak mensen die zonder dat ze het doorhebben
met Jezus in gesprek zijn
en soms is daar een vreemde voor nodig
een ouderling, een predikant, iemand van de kerk
waarbij je je hart uitstort voor God – Want Hij hoort mijn stem,
ook al heb ik zelf niet door dat ik mij tot Hem richt.
Op het eerste keerpunt kunnen ze nog niet terug,
omdat eerst hun hart leeg moet,
Schoongemaakt worden.
Dat doet Hij door eerst te vragen
naar wat er met hen gebeurd is, wat er zich in hun leven heeft afgespeeld.
Vertel maar je teleurstelling, je boosheid.
Ik loop er niet voor weg, zegt Jezus.
Soms is pastoraat niet meer dan het luisteren naar de pijn en teleurstelling
echt horen
en die pijn en teleurstelling uithouden.
Die man die zo cynisch geworden was,
ik heb hem een keer emotioneel gezien na een preek.
Toen in een preek er ruimte was voor de aanvechting
en de worsteling met God
kon ik aan hem zien, toen hij mij bij de uitgang de hand gaf,
dat de preek hem geraakt had.
Die worsteling, het gevecht met God dat verwoord werd
had hem geraakt en wie weet ook wel troost gegeven.

Als ze weer verder gaan naar Emmaüs, de weg toch verder vervolgen
neemt Jezus het initiatief over
en geeft Hij uitleg:
Heb je niet geweten dat dit zou gebeuren?
Heb je dan nooit in de Bijbel gelezen?
Heb je dan Gods plan nooit gesnapt.
Dat zegt Hij niet direct,
maar pas nadat Hij hun vragen en hun boosheid heeft uitgehouden en verdragen.
Het valt me vaak op dat deze belangrijke stap vaak wordt overgeslagen
de stap van het aanhoren en er niet voor weglopen
maar het uithouden een meegaan, ondergaan
En dat de uitleg hoe het zit met Gods plan
ook kan worden gebruikt om je eigen machteloosheid te overschreeuwen
omdat je zelf geen raad weet met de woede en teleurstelling bij de ander
de woede en teleurstelling die ook over God kan gaan.
Over Jezus die voor jou zoveel betekent.
Pas als de Emmaüsgangers weten
Dat Jezus niet voor hun vragen en onbegrip op de loop gaat,
draait Hij het gesprek om en heeft Hij voor hen vragen.
Niet bij iedereen werkt deze aanpak,
maar Jezus weet dat deze leerlingen het kunnen hebben
om aangesproken te worden op hun leven met God,
op hun hart dat altijd vol van Jezus was
maar nu Jezus levend geworden is Hem niet meer kan zien
en Zijn stem niet kan vernemen.
Onverstandig – je bent niet in staat om Gods weg te zien.
Traag van hart – je volgt het niet, je hart is niet open.
Later zullen ze aangeven
dat vanaf dat moment er iets bij hen gebeurde.
Dat er een verlangen werd wakker geroepen
dat ze niet begrepen,
Dat in hen groeide,
dat er iets gebeurde, dat het begon te gloeien
dat de verbittering wegsmolt en dat er een nieuwsgierigheid kwam:
Hoe zit het dan – vertel ons meer
Zo wordt hun hart langzaam ingewonnen,
ook al hebben ze nog niet begrepen wat er met hen en in hen gebeurt.
Zo wordt de weg naar Emmaüs zonder dat ze het doorhebben
verandert in een weg waarop ze Jezus volgen
en ze volgen Hem zonder dat ze dat door hebben
en het verlangen naar Hem is het geloof in Hem vooruit.
Zo werkt God – zo dorst mijn ziel naar de Levende,
Wanneer kan ik opgaan om Hem te aanschouwen?
Het wonder van de opstanding is niet alleen
Dat Jezus uit het graf kwam,
maar dat wonder, die daad van God, gaat door in ons eigen leven.
Dat Jezus zich bij ons voegt,
ook al hebben wij dat niet door.
En dat wonder loopt weer uit op een ander wonder
dat onze weg naar Emmaüs, onze weg vol teleurstelling en verbittering
wordt veranderd in een weg waarop we met Jezus wandelen.
Hij wandelde met Jezus en zijn weg was er niet meer
want het was nu, ongemerkt de weg van Jezus geworden,
die jou meeneemt en uitleg geeft
en zo wint voor Hem.
Totdat uiteindelijk de ogen opengaan
Bij deze leerlingen is dat aan de maaltijd
als Jezus het brood breekt en daarmee een stille hint geeft over Zijn dood
dan begrijpen zij dat Hij het is.
Zo gaan onze ogen op heel verschillende tijdstippen open.
Daarna zien we onze levensweg heel anders
en zien we dat Hij er al die tijd toch is geweest.

Soms kan iets heel gewoon zo bijzonder worden
Dat je opeens door hebt
Dat het de stem van Jezus is die nu met je in gesprek is.
Ik las daarover een verhaal van een vrouw.
Een gewaardeerd gemeentelid, die veel bezoekwerk deed in de gemeente.
Je kon met haar over alles praten:
Over gewone alledaagse dingen en over diepe geestelijke zaken.
Op een dag werd er bij haar borstkanker geconstateerd.
Er volgde een operatie
waarna men dacht dat ze schoon was.
Na verloop van tijd stak de ziekte toch weer op
en de dokters in het ziekenhuis moesten haar vertellen dat ze niet meer beter zou worden.
De vrouw bleef zoals ze was
opgewekt en voor anderen een steun.
Ze beurde eerder anderen op dan dat zij anderen moest opbeuren.
Die zomer ging ze met haar vriendin op vakantie.
Tijdens de vakantie bezocht ze met haar vriendin een kerk
en ging daar stil zitten
en liet de ruimte op zich inwerken.
Toen ze rondkeek zag ze ook het gebrandschilderde raam.
Doordat het licht door het raam naar binnen viel
was het raam helder en kon zij ook de tekst lezen
die er op was aangebracht:
Wie Mij vindt, vindt het leven.
Toen ze die spreuk las, moest ze huilen.
Het was alsof ze alles wat ze in haar binnenste opgeborgen had
naar buiten kwam:
haar verdriet, haar vragen, haar ‘pijn van het sterven’.
Maar ze ervoer dat die tekst voor haar was geschreven/
Het gebeuren had is van: ‘Ze herkende Hem.’
Met dat beeld en die tekst ging zij naar huis
en in de maanden die haar nog gegeven waren
begeleidde deze tekst haar op haar weg
en kon zij met die tekst de mensen om zich heen troost en uitzicht geven.
Wie Mij vindt, vindt het leven.
Dat is ook wat Jezus Kleopas en zijn metgezel wil leren
en dat leert Hij hen op de weg naar Emmaüs,
waarbij Hij hen dat leert op die weg
en terwijl Hij hen dat leert veranderd Hij hun weg
van een weg die een weggaan was in een weg naar het leven.
U hoort mijn stem, mijn smeken
en daarom neigt U uw oor tot mij – U zoekt mij op
en zo laat U mij wandelen in het land van de levenden, voor Uw aangezicht
en maakt mijn levensweg een weg met U
en naar U toe,
omdat U mij gevonden heeft op de weg naar Emmaüs.
Amen

Het voorbeeld aan het einde van de preek komt uit: HC vd Meulen, De pastor als reisgenoot.

Preek Eerste Paasdag 2014

Preek Eerste Paasdag 2014
Waarom zoekt u de Levende bij de doden? (Lukas24:5b)

De Heer is waarlijk opgestaan!
De dood heeft Hem niet vast kunnen houden.
Ook de grote steen, die voor het graf lag, heeft niet Hem niet tegen kunnen houden.
Hij kwam uit het graf. Hij leeft!
Hoe dat gebeurde weten we niet,
maar wel dat het een daad van God was.
God wekte Zijn Zoon op uit de dood,
waarmee de Heere laat zien dat Hij de dood, die machtige vijand, verslagen heeft.
Hoe krachtig de dood ook is, hoe angstaanjagend en onherroepelijk ook,
onze Heere is sterker dan deze geweldige macht.
Vanmorgen zijn we bij elkaar om Zijn overwinning te vieren
en met elkaar onze Heer de eer te brengen die Hij waard is:

Geen graf hield Davids Zoon omkneld,
Hij overwon, die sterke Held!
Hij steeg uit ’t graf door ’s Vaders kracht,
want Hij is God, bekleed met macht.

emptytomb

Het graf hield Hem niet tegen, Hij verbrak de macht van de dood
en we mogen weten dat Hij ook voor ons de macht van de dood verbrak.
Dat mag ons moed geven en houvast,
want er niets wat de macht van onze Heere kan tegenhouden.
Zelfs die macht, die ons wel te sterk is, niet. Zelfs de dood niet.
Als u vanmorgen hier in de kerk bent
en op zoek bent naar troost,
troost die u erboven uittilt,
zie dan de steen weggerold was, het graf leeg en onze Heere uit de dood opstond.
Als u hier vanmorgen in de kerk zit
en u draagt het verdriet met u mee
omdat u afscheid hebt moeten nemen van iemand die u hebt moeten afstaan,
of dat nu kort geleden gebeurde of dat het jaren geleden gebeurde,
zie dan hoe bij Christus het graf geen eindpunt is.
En zijn opwekking uit de doden door de Vader kondigt aan,
hoe God eens al degenen die gestorven zijn,
zal opwekken uit het graf en ook hen, die wij moesten afstaan,
een nieuw leven zal geven.
Zouden de engelen, die bij het graf verschenen, dat ook niet tegen ons vanmorgen zeggen:
‘Kijk, hoe Jezus uit het graf gekomen is.
Put daaruit moed en geloof, dat Zijn overwinning op de dood
een voorbode is van het leven dat wacht!’
Het verdriet is echt, de dood is echt, maar Christus is ook echt, waarlijk opgestaan!
Ook Jezus’ dood was echt.
Hij was daar, in het graf, op de plaats waar wij ook heengebracht zullen worden.
Het graf waar elke menselijke hoop stukbreekt,
waar ervaren wordt hoe bitter de dood is, hoe onherroepelijk.
Nadat iemand gestorven wordt, wordt de afstand steeds groter en onherroepelijker.
Eerst is het afscheid nemen, misschien zelfs al voordat iemand gestorven is
doordat iemand ziek is of omdat het contact steeds meer verbroken is.
Dan het afscheid nemen omdat de dood gekomen is en iemand niet meer in leven is.
Daarna afscheid nemen omdat het lichaam weggebracht moet worden naar een graf.
Daarna de afwezigheid die gemist wordt, de handen, de stem, de geur.
Daarna zelfs nog als de plek die iemand inneemt toch ingevuld blijkt te worden
wanneer iemand het werk overneemt, zonder dat degene die overleden wordt gemist wordt
of binnen het gezin de plaats overgenomen wordt.
Het verdriet is echt, de dood is echt, maar Christus is ook echt, waarlijk opgestaan!
Het graf kon Hem niet tegen houden en Hij zal eens al degenen die gestorven zijn
weer in het leven roepen, uit het graf.
In het verdriet schenkt God ons hoop, doordat Christus opstond uit de dood.
Als eerste van velen.

Maar Hij was wel gestorven en begraven.
Daarom gaan de vrouwen naar het graf,
om nog eens afscheid te nemen van hun meester,
het afscheid dat er niet was.
Om wat er van Hem nog overgebleven was, zijn lichaam, te verzorgen
en daarna weg te gaan met alleen nog de herinneringen in hun hart
aan Zijn woorden, aan Zijn optreden, aan hoe Hij was.
Zoals dat bij elke begrafenis gaat.
Ze zouden het wellicht tegen elkaar zeggen:
dat Jezus tragisch jong gestorven is en dat Zijn werk nog niet klaar was
en dat ze niet zonder Hem verder konden
en dat ze hun zouden proberen om Zijn werk voort te zetten, in Zijn geest te leven.
Dat voortdurend afscheid nemen is er ook voor de leerlingen van Jezus,
voor de vrouwen die Zijn lichaam in het graf nog willen verzorgen.
Over de eerste Paasmorgen hangt de schaduw van verdriet en afscheid nemen.
Zoals dat gebruikelijk is na het overlijden van iemand die dierbaar is.

Maar de weg van Jezus is niet gebruikelijk.
Dat laat het open graf ook zien, dat hen uitdaagt om verder te gaan en te kijken.
Dat lege graf roept hen toe: Jezus is hier niet,
je bent hier niet op de juiste plaats om Jezus te vinden.
De reactie van de vrouwen laat zien, dat de opstanding van Christus
totaal niet vanzelfsprekend is en tegen onze verwachtingen in gaat.
Want de vrouwen raken van streek als zij zien
dat het graf leeg is.
Ze nemen niet alleen Jezus van ons af,
maar ze nemen ons ook een dode Jezus nog af.
Jezus mogen wij niet hebben, maar ook zijn lichaam mogen wij niet hebben.
Jezus is hier niet meer!
Ze gunnen hen zelfs geen plek meer om met hun herinneringen naar toe te gaan,
waar Hij misschien na Zijn dood nog zal werken.
Zijn graf kan geen heilige plaats worden, want zelfs hier is Hij niet meer.
Mag er van Hem dan helemaal niets meer blijven?
In alle verhalen die over de eerste paasdag verteld worden,
wordt gemeld dat het lege graf en zelfs de verhalen over de opstanding
alleen maar voor onrust zorgen en ontzetting.
Hoe kan het waar zijn?
Waar is Jezus nu?
Waar kunnen we Hem vinden?

empty_tomb_wide

Je zoekt op de verkeerde plek.
Dat is wat de engelen hen vertellen,
die daar zitten als boodschappers van het goede nieuws van God.
Wat doen jullie bij het graf?
Waarom zoeken jullie hier?
Het is dezelfde vraag die Jezus aan Zijn ouders stelt
toen ze 3 dagen naar Hem op zoek waren en Hem uiteindelijk vonden in de tempel:
Waarom waren jullie naar Mij op zoek?
Wisten jullie dan niet wat ik kom doen?
Hebben jullie dan geen weet van Mijn band met Mijn Vader?
Wie niet weet Wie Jezus echt is, wat Zijn werkelijke identiteit is,
kan Jezus op de verkeerde plaats zoeken.
Waarom zoeken jullie de Levende uitgerekend bij de doden?
Het is een verwijt van de engelen vol bewogenheid en liefde,
omdat dit verwijt de vrouwen wil wakker schudden uit hun ongeloof.
Weet je dan niet wie Jezus is?
Weet je dan niet dat Hij de levende is – zoals alleen God de levende is?
Hoe kun je God zoeken in een graf?
Hij is hier niet – niet hier in het graf.
Het is ook een vraag die voor ons van belang is.
Weten we Wie God is?
Weet U dat God de levende is en leeft u daar ook mee?
Want ongeloof kan het zicht benemen op wie God echt is.
Kunnen ook wij Jezus op de verkeerde plaats zoeken?
Is dat ook wat ons kan overkomen,
Dat terwijl we weten en geloven dat Jezus is opgestaan,
Jezus toch zoeken bij de doden?
De vraag van de engelen aan de vrouwen wil in ieder geval
ook ons wakker schudden uit het ongeloof: Jezus leeft! Hij is niet meer dood.
Hij kan niet meer gerekend worden tot degenen die door de dood gevangen worden.
Machtiger dan de dood is Hij. Hij is het leven zelf.
Soms is dat voor ons moeilijk geloven, toch?
Als we bij het graf staan
– en toch is het waar: Jezus is niet meer dood. Hij leeft
en meer nog: Hij is de levende,
zoals God de levende is.
De bron van het leven, die ook aan ons het leven wil geven.
Het geweldige van Pasen is niet alleen dat Jezus opstond uit de doden
en de dood verslagen heeft als macht,
maar dat wie in Hem gelooft,
ook het leven mag ontvangen dat Hij geeft.
Een leven dat sterker is dan de dood, omdat het van Christus komt
en met Hem verbonden is.
De dood komt dan nog wel als einde van ons leven,
maar in de dood zijn we verbonden met Hem die het leven is
en mogen we weten, dat zoals Hij op de eerste paasmorgen
uit de doden opstond, wij ook mogen opstaan
in het nieuwe leven dat Hij geeft.
Onbegrijpelijk en toch waar!
Vanmorgen zijn we bij elkaar om dat te vieren
en dat tegen elkaar te zeggen: Jezus is niet dood,
we moeten Hem niet zoeken in het graf,
maar Hij is de levende, we moeten Hem zoeken waar God is.
Waar het leven lijkt te eindigen en er voor ons geen uitkomst is,
baant God een weg. Zelfs door de dood.
God wekt Zijn zoon op uit de dood,
zodat er ook voor u, voor jou en mij een weg uit de dood is, naar God en Zijn heerlijkheid.
Het lege graf, waar Jezus niet meer is, is een teken van Gods trouw.
Dat zegt tegen ons: zoals het graf van Jezus eens leeg was,
zo zal uw, jouw, mijn graf eens leeg zijn.
Omdat God ons eens bij name zal roepen.
Op uw woord, o Leven van ons leven!

Laat voor de hoogste Heer een danklied klinken
voor Zijn genade en eeuwige trouw.
Amen

crosses

Een pastorale ontmoeting: de Emmaüsgangers (Lukas 24)

Een pastorale ontmoeting: de Emmaüsgangers (Lukas 24)

Het Bijbelse verhaalvan de Emmaüsgangers biedt een goede weergave van een pastoraal gesprek. Twee mannen die vanuit Jeruzalem op weg zijn naar Emmaüs. Het is Pasen, maar het goede nieuws van Jezus’ opstanding heeft hen alleen nog maar treuriger gemaakt. Door de berichten over de opstanding hebben zij besloten om naar huis te keren.

road-to-emmaus

(1) Pastoraat is allereerst begeleiding op de weg die mensen afleggen. Meelopen op de weg is een bekend beeld in het nadenken over het pastoraat. Dit beeld houdt in, dat de ander de weg bepaalt en dat de pastor meeloopt en allereerst volgt. De pastor past zich aan het tempo van de ander aan.

(2) Als Jezus spreekt, doet Hij dat allereerst om de ander uit te nodigen om te vertellen. Deze twee mensen op weg naar Emmaüs moeten zich eerst uitspreken. In de geestelijke begeleiding heeft de pastor vaak de taak om de ander te laten beginnen met vertellen. Vaak is het begin het moeilijkste.
Jezus laat hen uitspreken en onderbreekt hen ook niet door te vertellen dat hun verdriet overbodig is geworden. Pastoraat is een geduldig, actief en waakzaam luisteren.

(3) Jezus plaatst wat de anderen vertellen in het licht van de Schrift. Maar Hij doet dat pas nadat de anderen zijn uitgesproken. Hij onderbreekt het gesprek niet of brengt het gesprek niet op een ander thema, maar plaatst wat de anderen vertellen in een nieuw kader. Hij verbindt het luisteren naar mensen met het luisteren naar God.
De Bijbelwoorden die Hij spreekt, zijn geen clichés of algemene waarheden, maar Geest en leven. Dit gesprek van Jezus laat ook zien dat een kritisch en confronterend gesprek in het pastoraat nodig kan zijn om denkbeelden waarmee men vastloopt te doorbreken. Door Zijn kritische vragen veranderden de trage harten zich in brandende harten.

(4) Jezus gaat: Bij het pastorale gesprek behoort ook afscheid nemen en het loslaten van de ander.

(5) Het was Jezus die meeliep. Niet in alles kan het gesprek van Jezus voor ons tot voorbeeld zijn, omdat er een wezenlijk verschil tussen ons en Jezus blijft. In het pastorale gesprek mag men wel ervaren dat Jezus meeloopt. In het pastorale gesprek mag er zelfs de ervaring zijn dat je als pastor door Jezus gebruikt wordt om met een ander mee te lopen op de weg.

N.a.v. Michael Herbst, beziehungsweise. Grundlagen und Praxisfelder evangelischer Seelsorge (Neukirchen-Vluyn, 2012) 29-34

Preek zondag 15 april 2012 (morgendienst)

Preek zondag 15 april 2012 (morgendienst)
Schriftlezing: Lukas 24:13-35
Tekst: En het gebeurde, terwijl zij met elkaar spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen meeliep (vers 15)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wat maakt het verhaal van de Emmaüsgangers tot een verhaal dat ons aanspreekt? Waardoor is dit verhaal een verhaal waarin wij onszelf herkennen?
Dat zal te maken hebben met de weg die deze twee mensen aflegden: de weg van Jeruzalem naar Emmaüs en weer terug. De weg die wij in geloof afleggen kan veel op deze weg lijken.

Het begint ermee dat deze twee mensen weggaan. Ze gaan weg – waarschijnlijk omdat ze zich niet meer thuis voelen in de gemeenschap van de discipelen. Ze waren nog niet eerder weggegaan naar huis. Ze zijn gebleven nadat Jezus was gearresteerd en gedood aan het kruis. Ze hadden deze dagen doorgebracht in de kring van de discipelen.
Zo gebeurt dat vaak. In de tijd na het overlijden kan er een hechte band ontstaan. Een tijd waarin je als broers en zussen dit verdriet met elkaar deelt en samen draagt. Door het overlijden van een vader of moeder kan er een hechte band ontstaan – ook door de herinneringen die worden gedeeld. Als het overlijden onverwacht komt, probeer je bij elkaar steun te vinden en met elkaar te achterhalen wat er is gebeurd.
Kleopas en zijn metgezel zijn daar bij geweest. Het is niet het verdriet om de dood van Jezus dat hen terug doet gaan naar huis. Ze gaan weg om iets anders: vanwege de verhalen waarmee de vrouwen zijn thuisgekomen. Zij vertelden dat Jezus niet meer dood was, maar dat Hij was opgestaan uit de dood. Dat bericht konden zij niet verdragen. Juist dat blijde nieuws zorgt ervoor dat zij weggaan. Het is nu wel mooi geweest. Zij horen er niet meer bij.
Terwijl deze twee mensen naar Emmaüs terug gaan is er in Jeruzalem vreugde. Deze twee op weg naar hun woning in Emmaüs verlaten niet een gemeenschap in rouw gedompeld, maar zij verlaten een gemeenschap die het verdriet juist heeft afgelegd. Dat heeft iets aangrijpends. Terwijl de gemeenschap vreugde beleeft, trekken deze twee het niet meer. Vaak valt het niet op als mensen de kerk verlaten. Vaak kom je er pas na een tijd achter – als je ontdekt dat je iemand al tijden niet meer hebt gezien.
Waarom verdwijnen mensen uit de kerk? Soms om naar een andere kerk te gaan. Vaak doordat er iets in hun leven is gebeurd. Een heftige gebeurtenis, zoals het overlijden van iemand die belangrijk of dierbaar was. Of een teleurstelling, waardoor het leven anders werd. Moeilijker dan voorheen. Ontslag. Of een ziekte. Waarom moest God mij dat aandoen? Waar heb ik dat aan verdiend?
Wat mij bij de Emmaüsgangers opviel was het moment waarop zij weggingen: als het geloof bij de anderen doorbreekt.
Als er geen ruimte is voor vragen te stellen bij wat God in je leven doet, als er niet geluisterd wordt naar de moeite die geloven ook kost, kunnen mensen afhaken. Vaak heel stil en geruisloos. Soms ook bedoeld als een stil protest of een stille schreeuw om hulp. Als ze merken dat ik niet meer kom, zullen ze wel op mij afkomen om te vragen wat er aan de hand is. Als dat niet gebeurt, kunnen mensen er verbitterd om raken: de kerk wil niet meer naar mij omzien en misschien God ook niet.
Dat we hier met een kerk vol mensen zijn is geen vanzelfsprekendheid. Ik denk dat er ook hier in de kerk gekomen zijn met vragen of twijfels in hun hart.
Zoals het lied van Sela over Emmaüs zingt:

Als geloven soms moeilijk is
waar U lijkt te zwijgen
waar mijn hart zo ontmoedigd is
ik kan U niet bereiken.
Wie bent U, Heer
als U zich niet openbaart
als mijn oog U niet ziet
mijn hart U niet ervaart
.

Zou het verhaal van de Emmaüsgangers daarom zo geliefd zijn, omdat Jezus met hen meeloopt, naar hun vragen en moeiten luistert en hen uitdaagt om te vertellen wat hen bezig houdt? Dat ze hun hart uitstorten bij Jezus, zonder dat zij weten dat Hij het is?
Verlangen wij er ook naar dat de Heere Jezus naast ons loopt en niet zomaar iemand? Dat Hij naar ons luistert naar wat we te vertellen hebben. Dat Hij oog heeft voor wat ons dwarszit? Kennen wij het verlangen niet dat Hij ons uitnodigt om te vertellen waarom we wegblijven van de gemeenschap (of zouden willen wegblijven). Dat we met de Heere Jezus in gesprek zijn over ons eigen leven of over de weg die Hij met ons gaat?
Wanneer dat gesprek er niet van komt en je je hart niet kunt uitstorten kan de Heere Jezus een vreemde zijn:
* Christus is dan voor ons een vreemde: Hij is er wel, maar we zien Hem of ontmoeten Hem niet. Terwijl dat wel ons verlangen is.
* Of we hebben het gevoel dat wij voor Hem een vreemde zijn. Hij is er niet in ons leven en dat geeft ons teleurstelling en gemis.
Je zou het dan tegen de Heere willen zeggen: ziet u niet wat er in mijn leven gebeurt? Zijn Uw ogen gesloten? Heeft U er geen weet van? Het christelijk geloof is een persoonlijke relatie met God. Maar hoe vaak lijkt deze relatie geen eenrichtingsverkeer? Als wij in gebed gaan, richten wij ons tot God en in Zijn Woord en in de verkondiging richt Hij zich tot ons. Je kunt voor je gevoel langs elkaar heen praten.
Kan deze spanning verdwijnen? Kan de spanning opgelost worden zodat wij de Heere Jezus wel kunnen ervaren? Soms kunnen er van die momenten zijn, waarop je met een ander in gesprek bent en je ervaart dat je niet alleen met z’n tweeën bent, maar dat je verhaal ook door de Heere Jezus wordt gehoord.
Deze twee Emmaüsgangers zijn met elkaar in een heftig gesprek, in een discussie verwikkeld. Wij herkennen dat wel: als er iets opzienbarends is gebeurd waar we vol van zijn, kunnen we er met elkaar over doorspreken om te achterhalen wat er is voorgevallen. Tijdens dat gesprek komt Jezus meelopen. Hij mengt zich in het gesprek. Hij luistert en daagt hen uit om te vertellen. Hij laat zien dat de weg van God een andere is dan deze twee hadden gedacht. Maar ze zien niet dat Hij het is.
Als wij vol zitten met onze vragen en die onderling met elkaar bespreken, kan de Heere Jezus er bij zijn – zonder dat wij er erg in hebben. Hij gaat niet op de vlucht voor onze vragen. Wij zouden Hem wel willen zien en horen. Wij zouden ook wel net als de Emmaüsgangers die uitleg van de Heere Jezus willen horen, waardoor ons hart ook gaat branden.
Waarom kunnen zij Hem eigenlijk niet zien? Waarom worden hun ogen gesloten gehouden? Ik denk dat het gaat om het horen van de woorden van de Heere Jezus. Dat zijn niet zomaar woorden. Jezus is hier geen gids die deze twee mensen meeneemt langs de woorden van het Oude Testament. Hij is het Woord zelf dat ons aanspreekt en ons oproept om te geloven. Hij spreekt ons aan. Hij kan zich verborgen houden – zodat wij Hem gaan zoeken waar Hij voor ons te vinden is: in Zijn woord. Hij, de Levende spreekt ons aan: Ik ken je hart en je levensweg. Ik ben er bij – ook als je het niet ervaart. Ik ga mee – ook de weg van vragen. Om je bij Mij te brengen.
Amen