Preek Eerste Kerstdag 2017

Preek Eerste Kerstdag 2017
Lukas 2:8-20
Tekst: en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen (vers 9).

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als Jezus geboren wordt, zijn er buiten het stadje Bethlehem, in het veld herders.
Als het nacht is houden deze herders de wacht over de schapen die ze bij zich hebben.
Ze beschermen de schapen tegen het gevaar dat er in de nacht kan zijn:
het gevaar van schapendieven die in het donker een schaap willen stelen,
het gevaar van de wilde dieren die van het donker gebruik willen maken
om onder de beschutting van het donker een makkelijke prooi te hebben.
In de nacht waarin de meeste mensen slapen, zijn de herders wakker,
omdat zij de schapen moeten bewaken en beschermen.

Dan is er in die nacht een engel, die voor hen een boodschap heeft:
Er is een Kind geboren, niet zomaar een kind dat hen grote vreugde zal brengen,
voor iedereen die het geloven wil.
Voordat de engel deze boodschap uitspreekt, gebeurt er eerst iets anders.
Als de engel neerdaalt bij de herders, brengt hij een licht mee,
zo helder en indrukwekkend, geen gewoon licht,
maar het licht uit de hemel, het licht dat bij God vandaan komt.
De herders die in het donker van de nacht bij elkaar zijn om te waken
worden in dat hemelse licht van God geplaatst:
de heerlijkheid van de Heere omscheen heen.
De heerlijkheid van de Heere – dat is meer dan het licht van de dag, meer dan zonlicht,
het is het licht van God zelf, zo stralend en indrukwekkend.
Wie de heerlijkheid van de Heere ziet, kan zeggen dat hij God zelf gezien heeft.
Hier in de nacht, waar de herders zijn bij hun kudde, komt dat licht van God,
zijn heerlijkheid, als een verschijning van God zelf.
Dat licht van God breekt de nacht open en plaatst de herders in dat licht van God.
De engel brengt Gods licht mee naar de aarde en brengt het licht van God op de aarde
om daarmee aan te kondigen dat er een tijd zal komen
dat de hemel op aarde zal zijn en dat God zelf hier op aarde zal zijn, tussen ons mensen
en dat de nacht, die soms zo heel duidelijk aanwezig kan zijn, voorbij is en beëindigd is
door God die zelf komt en die Zijn licht op aarde breekt.

Het is nacht als de herders bezig zijn met hun werk.
De nacht – dat kan gewoon het tijdstip zijn:
ze zijn aan het werk, terwijl veel andere mensen slapen.
Zoals er nu nog mensen zijn die ‘s nachts moeten werken.
Het kan ook een subtiele aanwijzing zijn, dat het donker is om deze herders heen.
Een donkere tijd waarin ze leven.
Het kan voor u op dit moment ook wel donker zijn,
waardoor Kerst dit jaar anders is dan vorig jaar.
Je hebt een moeilijk jaar achter de rug van gevecht tegen de depressies,
je werd ziek of je moet iemand uit je directe omgeving omgeving missen, die overleden is.
Dan kun je tegen Kerst opzien, zoveel mensen die het gezellig hebben,
maar in jouw leven is dat er niet, omdat de glans ervan af is, voor even of voorgoed.
De glans die de engel op aarde bracht, die zie je niet, meer het donker waarin je zit.
Je kunt je heel alleen voelen, juist met deze dagen waarop het gezellig hoort te zijn.

De komst van de engel, zijn boodschap en het licht dat hij uit de hemel meebrengt
is bijzonder: de engel laat aan de herders en aan ons weten
dat God ons op de aarde niet alleen laat,
maar dat Hij zelf neerdaalt waar het donker is, waar dat licht van Hem gemist wordt,
daar komt Hij hoogst persoonlijk, om dat licht weer terug te brengen.
Het volk dat in duisternis wandelt, zo kondigde de profeet Jesaja aan, zal een groot licht zien
Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen.
Dat is wat er bij de herders gebeurt.
Het is een aankondiging, dat God de aarde niet vergeten is,
dat Hij zelf uit de hemel neerdaalt, met die engel mee
en ook in dat kleine kindje dat geboren is in de stal en in doeken gewikkeld ligt.
Het is het begin van een missie, waarop God aan ons laat weten
dat elke duisternis verdreven zal worden van de aarde, die ons gevangen houdt.
En dat licht dat de engel uit de hemel meebrengt, kondigt aan hoe de wereld zal worden
als dat Kind dat geboren is, als Jezus Zijn werk zal volbrengen aan het kruis
en als Hij uit de hemel weer terugkeert:
dan zal de hele wereld vol zijn van deze heerlijkheid van God, van dit licht van God.
De engel kondigt het aan: de duisternis, dat donker is niet het laatste,
dat de glans er voorgoed af is, is toch niet het laatste.
De engel, zijn komst is een voorbode van een nieuwe tijd,
Waar we als kerk ook naar uitkijken: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuw leven
dat er zal komen, omdat dit Kind voor ons geboren is, omdat Jezus kwam in een kribbe,
God die mens werd, vanuit de hemel waar Zijn heerlijkheid en glans is,
naar de aarde waar Gods nabijheid zo vaak gemist wordt,
waar de glans wordt gemist omdat je iemand kwijt raakt,
omdat mensen elkaar pijn doen, landen in oorlog zijn, mensen elkaar geweld aan doen
of leven in een wereld waarin gevochten wordt, waarin onrecht heerst,
zonder dat het er op lijkt dat er een einde aan komt.
Er is zoveel donkerheid op deze wereld.
In de Bijbel wordt die donkerheid niet ontkend, ook in de Bijbel zien we het leed van mensen,
lezen we hoe mensen de vreugde missen en snakken naar een teken van God.
Tegelijkertijd geeft de Bijbel ook aan dat God bezig is
om het donker te verdrijven, om een nieuwe wereld te brengen
zonder lijden, zonder dood, zonder onrecht, zonder zonde.
Het begint heel klein: een klein kindje geboren, hulpeloos en teer – en toch: Gods Zoon.
Een engel die aan een klein groepje mensen verschijnt
en aan hen Gods heerlijkheid en licht brengt,
in een wereld waarin de keizer van Rome het voor het zeggen lijkt te hebben
en met één bevel de hele wereld in beweging kan brengen
omdat hij wil weten hoeveel mensen er in zijn rijk zijn,
om te weten hoe groots zijn aanzien is
en om te weten hoeveel mensen hij kan ronselen
voor de oorlogen die gevoerd moeten worden om de vrede te behouden.
Dan is het licht van die engel maar een klein lichtje in die grote donkere wereld.
en toch geweldig, want die engel maakt waar wat er in Psalm 139 staat:
Als het nacht is, zal die nacht helemaal licht worden, verlicht worden,
omdat God zelfs in het donkerste van de nacht er zal zijn
en sterker is dan welke macht van het donker ook.
Geen wonder dat de herders bevreesd zijn.
Moet je voorstellen: dat Gods heerlijkheid hier vanmorgen over ons komt.
Dat we ons opeens bevinden in een heilig licht van God afkomstig,
omdat God zelf hier in ons midden afdaalt.
En toch: vreest niet, ik kom met goed nieuws voor iedereen, voor heel het volk.
Niet alleen voor jullie, herders, maar het is een boodschap vol vreugde voor iedereen.
Die heerlijkheid, die glans die jullie nu mogen zien, die over jullie komt
En waar jullie van huiveren, komt er terug op aarde.
Het Kind dat geboren is in de kribbe zal het terugbrengen.
Het Kind dat geboren is, Jezus, klein en teer, is het teken
dat er een andere tijd zal komen, dat Gods tijd weer zal aanbreken
en dat is goed nieuws voor ons.

De herders zullen het vol verbazing hebben aanschouwd.
En als de heerlijkheid, die glans over hen nog niet genoeg is,
komt er een heel koor van engelen, die de boodschap van de eerste engel onderstreept:
Ere zij God, vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
De hemel is vol vreugde, vol engelen, die de herders willen aansporen
om met eigen ogen te gaan kijken dat het waar is wat de engel zegt.
Ook ons sporen de engelen aan om te kijken, te kijken in geloof
om met de herders mee te gaan, naar de stal van Bethlehem
om daar in eerbied mee te knielen
om daar in eerbied mee te knielen
Om mee te zingen met de engelen,
om het net als de herders te vertellen tegen iedereen die we tegen komen

Wij staan aan een kribbe, aanschouwen de bron,
de oorsprong der schepping, de rijzende zon:


Hoe diep ook het  duister waarin Hij verschijnt,
zijn ster aan de hemel heeft alles omlijnd.
Hij is ons tot lichtbron in donkere nacht.
Het zonlicht van Pasen wint hier al aan kracht.,
Amen

Preek Eerste Kerstdag 2016

Preek Eerste Kerstdag  2016 (Kerstnachtdienst Westerkerk Kampen)
Lukas 2:6-20
Tekst: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal  (Lukas 2:10)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Zomaar, opeens is daar de engel die de herders opschrikt met zijn verschijning.
Zomaar, opeens is hij daar – met goed nieuws.

Als je in je dagelijkse bezigheden wordt opgeschrikt,
is dat juist meestal geen goed nieuws.
Dan is het vaak een bericht dat je leven  op de kop zet:
bericht van een ontslag, boodschap dat je ziek bent of iemand onverwacht overleden.

Het bericht waarmee de engel zo onverwachts komt is goed nieuws.
Goed nieuws zonder dat ze er op bedacht waren of rekening mee hielden.
En dat goede nieuws zal niet alleen hen blij maken,
maar de boodschap is voor iedereen een grote vreugde.
Niemand zal er bij deze vreugde buiten staan.
Niemand zal zich een buitenstaander voelen
omdat hij of zij door een heel andere stemming beheerst wordt,
zoals verbittering, jaloezie of verslagenheid.

Als ik nadenk over goed nieuws en hoe ik zelf zou reageren
merk ik dat ik vooral sceptisch reageer:
Eerst zien dan geloven.
Het moet eerst maar eens zover zijn.
De engel die het goede nieuws komt vertellen is een boodschapper van God.
God kondigt het goede nieuws aan.
God wil dat die blijdschap iedereen bereikt
en zal er ook voor zorgen dat iedereen door deze blijdschap bereikt wordt
en vol van deze blijdschap wordt.
Dat ook ikzelf vol van die blijdschap word – en u en jij.
Want wat de engel vertelt is een persoonlijke boodschap
die God voor de herders heeft
en niet alleen voor de herders, maar voor alle mensen.
Ook voor u, nu u hier in de kerk zit en voor jou.
En misschien bent u of ben jij er daarom wel in de kerk
om iets van de blijdschap te krijgen, omdat je die nu niet hebt.

In de afgelopen weken heb ik dat aan enkele mensen gevraagd.
of ze uit keken naar het kerstfeest of dat ze er juist tegenop zagen.
In mijn werk spreek ik veel mensen, die nogal wat tegenslag krijgen,
juist van die berichten die je leven op z’n kop zetten en waar je niet blij van wordt.
‘Ik ben blij als het januari is en de feesten achter de rug zijn,’ zei er een,
‘Juist met kerst is het gemis zo sterk. De glans is er toch wel van af.’
Kan de engel dan nog wel zeggen dat de vreugde er voor iedereen zal zijn?
En dan nog wel een grote vreugde?
Of is die vreugde er alleen voor de mensen die zonder zorgen zijn,
die zich in de afgelopen dagen hebben voorbereid met de kerstinkopen,
de afspraken op welke dagen ze waar zijn en met wie het gevierd worden.

De engel zegt niet dat er in iedereen de vreugde, de blijdschap komt boven borrelen
als een gevoel dat je helemaal in beslag neemt
en alle andere zorgen overstemt.
Dan kan overigens wel, dat je even opgetild wordt boven alles uit.
Maar als de stemming weg is, of misschien als u al weer thuis komt,
dan kan het stil zijn, leeg, de stemming weg.

De blijdschap wordt verkondigd.
Dat wil zeggen: die blijdschap zit niet in onszelf, niet een gevoel van binnen,
maar de vreugde komt bij God vandaan.
Het is een vreugde die iedereen bereikt,
omdat het iets van God laat merken die iedereen bereikt.
Het is de blijdschap die er is,
omdat God zelf naar de aarde gekomen is,
de blijdschap die te maken heeft met dat kind, in doeken gewikkeld, liggend in de kribbe.
Omdat dit kind geboren is, is er voor iedereen vreugde, heel persoonlijk.
Voor de één is de vreugde veel makkelijker te aanvaarden dan voor de ander.
Het kan best zijn dat u of jij jezelf in die herders herkent,
die als ze de boodschap van de engel gehoord hebben, gelijk ook die blijdschap ervaren en nieuwsgierig worden naar het kind,
dat van Godswege uit de hemel komt
en dat u daarom in de afgelopen dagen zo druk was met de voorbereidingen
omdat het Kerstfeest voor u niet alleen een feest van gezelligheid is
van met elkaar als familie – dat ook,
maar vooral het feest is van de komst van Christus op aarde, de Zoon van God.

Toen ik het in de afgelopen weken vroeg, zei er iemand:
‘Ik kijk er ook weer naar uit, juist vanwege de betekenis.’
Want Kerst betekent wel wat, namelijk dat God afdaalt in ons gewone bestaan.
De engel spreekt daarover, als de reden van de vreugde:
dat kind dat in doeken gewikkeld is en in een voerbak ligt.
In doeken gewikkeld, dat is niet bijzonder, dat gebeurde met elk kind dat geboren werd.
Jezus, de Zoon van God, wordt op dezelfde manier als wij geboren
Met Hem wordt op dezelfde manier omgegaan als met ons na onze geboorte.
Het zijn vaak de gewone dingen die iets bijzonders laat zien.
De zon die elke morgen opkomt, zo heel gewoon, is een teken van Gods trouw
dat Hij weer een nieuwe dag geeft,
Een teken dat Hij onze wereld niet vergeten is, en dat Hij ons nooit loslaat
maar altijd voor ons zorgt.
Het brood en de wijn bij het avondmaal, geen bijzonder brood en ook geen bijzondere wijn en toch wijzen ze op iets bijzonders, namelijk de liefde die Christus in zich droeg
toen Hij naar de aarde kwam en toen Zijn leven eindigde aan het kruis.
Zo ook in de kribbe: een kind in een gewone nacht,
gewoon en toch zo heel bijzonder: Christus de Heer, de messias, de Heer.
Zo komt God in deze wereld: in het gewone, Hij wordt zoals wij.
En daarom die vreugde, omdat Christus op aarde geboren wordt.
Ga maar kijken, zegt de engel. Zie, ik verkondig u grote blijdschap.’
Die blijdschap is te zien, in de kribbe, waar dat kind in doeken gewikkeld ligt,
dat gewone kind, baby Jezus en toch zo bijzonder: Christus de Heer.
De vreugde, de blijdschap die de engel aankondigt, verkondigt
heeft met dit kind te maken dat geboren is
en een bijzondere afkomst heeft, uit de hemel
en een bijzondere weg zal kennen: naar het kruis van Golgotha.

Jezus, die de de Redder zal zijn, de zaligmaker, die mensen weer terugbrengt bij God,
kiest ervoor om dezelfde weg te gaan als ieder ander mens.
9 maanden van zwangerschap, een tijd van hoop én spanning,
van uitzien en toch ook vrees hebben of het allemaal goed zal gaan,
zoals bij elke zwangerschap en geboorte.
Hoe zal dit Kind zijn als het geboren is
en in wat voor een tijd zal dit Kind opgroeien?
Zal het een veilige jeugd hebben.
Christus deelde niet alleen in de mooie momenten van het menselijk bestaan,
maar ook in de spanning, de zorg.
Hij daalde van de hemel af om diep af te dalen,
zelfs in het rijk van de dood, in de hel daalde Hij af.
Als je niet blij kunt zijn, omdat je iemand die veel voor je betekent mist,
of omdat je eigen leven zo’n chaos is,
dan heb je in dit Kind iemand gekregen die in je bestaan deelt
en niet zomaar iemand maar Gods eigen Zoon,
die niet alleen je bestaan deelt en met je meeleeft,
maar je Zijn hand op je legt, die je optilt en meeneemt naar God toe.
Zelfs als je niet zoveel met God hebt
en zelfs als je God kwijt bent geraakt, dan ben je niet onbereikbaar voor dit Kind
en komt Hij naar je toe
en zegt tegen je: in de kribbe begon Mijn weg om jou weer bij God te brengen.
Ik liet de hemel achter, om speciaal voor jou
en voor alle andere mensen naar de aarde te komen, om mens te worden.
Om ook jou te laten delen in die vreugde,
die bij God vandaan komt, omdat God zelf de vreugde is en Zich aan jou bekend maakt.
Dit Kind laat Gods zorg voor jou, voor u zien.
Het is heel persoonlijk deze geboorte, zoals de engel dat zegt:
Hij is voor jou, voor u geboren.
Ik had dit voor jou over, zegt Jezus
om ervoor te zorgen dat jij, dat u weer terug kan komen bij God.
Daarom vreugde: omdat de redder geboren is, die je weer terugbrengt bij God.
Je hoeft niet bang te zijn, dat wat Jezus geeft niet voor jou is
Of dat je er buiten staat, omdat je vanuit niet gelovig bent opgevoed.
Of dat je er buiten komt te staan, omdat je de laatste tijd zo weinig met Hem gedaan hebt.
God komt nu naar je toe, vandaag.
Hij is heden geboren, zegt de engel. Vandaag in de stad van David.
Dat was eeuwen geleden, heel lang terug.
Toen konden de herders naar de stal gaan, om dit Kind te zien.
Nu is dit Kind niet meer op aarde, maar in de hemel.
En toch kunnen wij Hem ontmoeten,
als we over Hem nadenken, als we tot Hem bidden, over Hem zingen
als we met anderen over Hem spreken.
Als je dat kan beamen, als je dat gelooft,
dan valt datzelfde licht over jouw, over uw leven, dat de engel bracht:
de glans, de heerlijkheid van God uit de hemel
waarmee de Heere zegt: Ik kom naar je toe,
om jou, om u bij Mij te brengen.
Ook nu nog kun je Mij vinden. Amen

Preek Eerste Kerstdag

Preek Eerste Kerstdag
Lukas 2:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Afgelopen week was Rianne weg met de kinderen
en kon ik in alle rust aan de preken voor Kerst werken.
Omdat er nog wat speelgoed in de kamer lag,
besloot ik eerst alles op te ruimen.
Een opgeruimde kamer geeft immers een opgeruimd hoofd?
Ik dacht dat ik de kamer aardig had opgeruimd,
maar steeds kwam ik weer speelgoed tegen, vooral soldaatjes.
Verstopt in de kerststukjes, waar ze in hinderlaag lagen voor de vijand.
Nadat ik alles had opgeruimd pakte ik mijn boeken en begon aan de preekvoorbereiding.
Na enige tijd liep ik weer door de kamer
en opeens hoorde ik ‘krak’.
Een bekend geluid…
Ik stond bovenop een soldaatje dat ik over het hoofd had gezien.
Dwars door midden.
Het is niet de eerste keer dat een van zijn soldaatjes kapot ging.
Degene die hij beschouwde als de commandant raakte zijn hoofd kwijt.
Jelmer kwam bij me om te vragen of het hoofd er nog aan gelijmd kon worden.
Omdat dit soldaatje veel voor hem betekende heb ik nog speciale secondenlijm gekocht.
Helaas. Het hoofdje wilde er niet meer op.
Het soldaatje dat ik van de week door midden trapte
heb ik maar gelijk weggegooid.
Geen beginnen meer aan om die te maken.

Zo in deze laatste weken van het jaar zijn we allemaal aan het opruimen, denk ik,
van alles wat zich in het afgelopen jaar heeft opgestapeld
in uw hoofd, in uw hart.
Al de dingen die gebeurd zijn.
Tijdens dat opruimen kom je mooie dingen tegen, die in dit afgelopen jaar zijn gebeurd.
Je haalde je diploma, rondde een studie (eindelijk) af, een baan gevonden!
Je bent dit jaar getrouwd.
Je hebt samen een kind van de Heere ontvangen.
Dat zijn van die herinneringen die je neerlegt op een plek waar je ze zo weer oppakt
om er van te genieten.
Je komt gebeurtenissen die je zonder problemen kunt opbergen of kunt weggooien.
Er kunnen gebeurtenissen zijn, waar je
die nu juist in deze periode van kerst en afsluiting van het jaar aan moet denken:
Afgelopen jaar overleed je vader, was er die operatie, raakte je je baan kwijt,
of werd je relatie verbroken.
Je kunt deze herinneringen maar niet opruimen.
Of je komt een gebeurtenis tegen, zoals mij dat overkwam met het soldaatje,
iets dat kapot ging waar je zelf de hand in had en dat je niet meer kunt herstellen.
En dan zit je hier in de kerk.
Je bent toch nog gekomen.
Je had even geaarzeld. Moet ik wel gaan?
Al die blijde gezichten en al die gezinnen bij wie het er wel harmonieus aan toe gaat.
Toch gekomen, omdat je wat zoekt,
dat je verder helpt, erboven uit tilt misschien, herstel geeft. Naar God.

Zo zijn we vanmorgen bij elkaar,
De een met een overzichtelijk en opgeruimd leven,
de ander bij wie het maar niet op orde wilt raken wat je ook probeert.
Samen in één kerk, voor diezelfde Heer, die voor ons allemaal naar de aarde kwam,
mens werd, een klein baby’tje zelfs.
Goed nieuws voor allemaal, want de redder is geboren.
Het mooie van deze boodschap is dat Jezus niet geboren is voor een bepaalde groep.
Voor de mensen met een ongelukkig leven, een leven dat niet op orde wil komen.
Ook als je dankbaar bent en gelukkig, in feeststemming,
is Jezus voor je geboren – als redder, als Christus de Heer.
En omgekeerd: Jezus is niet alleen gekomen voor de mensen
die er in slagen om hun leven opgeruimd te hebben of te houden.
Want Jezus geeft iets, dat we allemaal nodig hebben,
hoe ons leven er ook uitziet en wat we van ons leven maken.
Hij kwam iets brengen, wat wij zelf niet voor elkaar krijgen.
Hij kwam iets helen, dat wij als mensen zelf niet kunnen helen.
Jezus kwam om de hemel en de aarde met elkaar te verbinden,
om mensen weer bij God te brengen.
Ook als er van je leven met God gebroken is,
zodat het soldaatje dat doormidden gebroken was,
zo kan ons leven met God ook verbroken zijn
en wij zijn met de brokken achtergebleven.
We kunnen ze zelf niet lijmen.
Niet door ons best te doen.
Jezus wordt door de engel Redder, Zaligmaker genoemd,
omdat Hij wel die brokken kan lijmen
en ons weer aan God kan verbinden.
Als de engel naar de aarde komt, is dat al een teken
dat God vanuit de hemel contact zoekt met de aarde
en het er niet bij laat dat wij als mensen dat contact verbreken.

Afgelopen week zag ik een bericht voorbijkomen op Facebook,
een vriendin die een foto plaatste met haar en een vriendin,
genomen tijdens de vakantie, samen genietend van het mooie weer.
Kom terug! – schreef ze – toen was je nog gelukkig.
We willen weten wat er van je geworden is.
En je moet eens zien hoe je kinderen, die je achtergelaten hebt, het doen.
Wil je hen niet meer zien?
Een bericht vol machteloosheid, omdat degene die het bericht plaatste,
niet weet waar haar vriendin is en hoe ze haar kan bereiken
en kan bewegen om naar huis te komen.
God weet ons wel te vinden.
Dat laat de engel zien, die naar de herders komt met de mooie boodschap.
God weet hoe Hij u moet vinden.
Je bent nooit te ver weg voor Hem.
Hij plaatst geen wanhopige oproep op facebook, waar de onmacht in doorklinkt.
Hij stuurt een engel.
En die engel, die met zijn komst al laat zien,
dat God vanuit de hemel de verbinding met de aarde weer herstelt,
bevestigt dat nog eens in de woorden:
Hij is voor u geboren, Hij is uw redder en is niemand minder dan de HEER zelf.
Hij is naar de aarde gekomen om ons te zoeken, u, jou en mij.

Hij brengt samen tot een geheel wat wij niet meer kunnen lijmen:
Hemel én aarde, God én mens, een nieuw, heilig leven en ú.
Het Kind in de kribbe laat dat nog eens zien.
Zo bijzonder is dat kind voor het oog niet:
in doeken gewikkeld – in onze tijd een baby met een rompertje aan.
Ziet elke baby er niet zo uit?
Alleen op een bijzondere plaats: een kribbe.
Daaraan kunnen we God herkennen, omdat Hij op een bijzondere plaats komt.
Maar wel als mens.

Onlangs was ik samen met Rianne naar de nieuwe James Bond geweest.
Een film waarin allerlei spectaculaire dingen gebeuren,
waarbij James Bond als geheim agent de wereld redt van een kwaad,
dat door mensen niet wordt herkend:
iemand die allerlei terroristische aanslagen laat plegen,
zodat alle wereldleiders op zijn anti-terroristensysteem overgaat,
waarmee hij direct ook de macht over de gehele wereld krijgt.
Een duivel als het ware die zich presenteeert als een engel van het licht.
Na afloop van de film zeiden we tegen elkaar:
Hij was geen echt persoon, die James Bond.
Alleen, zonder familie, zonder relatie, haast zonder verleden
en nauwelijks een besef dat wat hij doet verkeerd kan zijn, pas op het eind
als hij zijn vijand spaart, komt er een besef.
Een redder die geen echt mens is, geen mens van vlees en bloed, zoals wij.
Een kind in de kribbe, in doeken gewikkeld,
God met een rompertje aan – Hij komt om gewoon mens te zijn, van vlees en bloed.
Geen supermens, maar een mens met een moeder en een familiegeschiedenis,
met broers en zussen,
die weet wat het is om onderdeel van een familie te zijn,
De mooie kanten, maar ook de moeilijke kanten van familiezijn.
Om te worden – net zoals wij.
Alleen zo, door te delen in onze sores en vreugde, door alles mee te maken,
wat wij meemaken, kan Hij onze redder zijn.
God zelf die heelmaakt wat gebroken is, onverdiend samenbrengt
en het toch maar doet.
Die hemel en aarde verenigt te saam.
Het engelenkoor geeft al een blik in de toekomst:
Ere zij God – niet alleen gebracht door de engelen, maar ook door de mensen.
En vrede op aarde.
De verbinding – verzoening.

Preek Eerste Kerstdag 2014

Preek Eerste Kerstdag 2014
Lukas 2:8-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Een groep mensen is bij elkaar voor een opname van een tv-serie.
Het zijn bekende Nederlanders die zijn uitgenodigd door de EO
om na te denken over het verhaal van Jezus’ geboorte.
Vier afleveringen lang volgen ze de reis van Jozef en Maria naar Bethlehem.

Stelt u nou eens voor
dat er serie “Oldebroekers naar Bethlehem” is.
Geen bekende Nederlanders, maar Oldebroekers of Loosen uit onze eigen omgeving,
net als wij, met de ervaringen en de vragen die wij ook hebben.
En hier in de vertrouwde omgeving denken ze na over het verhaal van Jezus’ geboorte.
Laten we ons dat eens voorstellen,
Oldebroekers naar Bethlehem.
Dan niet met bestaande Oldebroekers, maar personages die Oldebroekers hadden kunnen zijn.


[film: Intro van “De sterren van Bethlehem]

Laten we de eerste Hennie noemen.
Hennie houdt van het Kerstfeest en al weken van tevoren kan zij zich erop verheugen.
Want met Kerst zijn alle kinderen en kleinkinderen bij haar thuis.
Ze maakt een feestelijke maaltijd klaar.
Als de kinderen dan allemaal bij elkaar zijn, geniet zij enorm.
Waar Hennie ook zo van geniet is de kerkdienst.
Want in de dienst op Eerste Kerstdag is Hennie niet alleen,
maar gaan haar kinderen en kleinkinderen ook allemaal naar de kerk.
Het is voor haar dan net als vroeger, toen haar man nog leefde en de kinderen klein waren:
met z’n allen naar de kerk.
Nu gaan haar kinderen niet vaak meer naar de kerk.
Ze heeft het er maar niet meer met hen over.
Ze wil de goede band met hun niet kwijtraken,
maar vaak zou ze willen dat ze vaker met haar meegingen.
Kom, niet piekeren, nu zijn ze allemaal mee.
Voor Hennie is dat Kerst: feest met elkaar
en met elkaar naar de kerk om te vieren dat de Heere Jezus geboren is.
Ze kan niet zonder haar kinderen en kleinkinderen én ze kan niet zonder de Heere Jezus.
Op deze dag komt dat zo mooi bij elkaar.
Wat is Hennie gelukkig.

Ook Henk is gevraagd voor deze tv-serie.
Henk is niet zo’n kerkganger.
Vroeger wel, als kind, toen ging hij wel.
In de loop van de tijd is er de klad ingekomen.
Druk met zijn werk, ’s morgens vroeg ging de wekker
en ’s avonds kluste hij bij, ging hij naar anderen toe.
Als hij niet naar anderen toeging, was hij wel in zijn schuur bezig,
een echte rommelschuur.
Henk was verrast dat hij gevraagd werd en hij moest er over even over nadenken,
maar hij deed het toch toen hij werd gevraagd.
Als hij zich voorstelt, legt hij uit waarom hij toch meedoet:
‘Ik ben er niet zo actief mee bezig. Ik geloof wel en ik zou er ook wel meer mee willen doen.
Dit is voor mij een kans om me er meer mee bezig te houden.’
In de eerste aflevering krijgt hij de opdracht om iets te maken
wat voor hem met Kerst te maken heeft.
Hij moet er even over nadenken, maar dan weet hij al wat.
Hij wil het nog niet vertellen wat het wordt.
Pas als het af is, zal hij er iets over vertellen.
We zien hem bezig met hout, met stro, met kleden.
We zien langzaamaan dat er iets omhoog komt:
een afdak, een soort schuur lijkt het wel.
Het blijkt een kerststal te worden, met Jozef en Maria en het kindje Jezus in de kribbe.
Er zijn dieren in de stal.
Herders knielen bij de kribbe neer bij het Kindje
en buiten de stal is te zien dat de wijzen er  aankomen op hun kamelen.
Henk moet lachen als de camera inzoomt op de kleding:
‘Die kleren heeft mijn vrouw genaaid. Daar is zij heel goed in.
Ik vind het fijn dat zij mee wilde werken.’
Dan komt zijn vrouw in beeld. Ze straalt:
‘Sinds mijn man meedoet, is hij toch wel veranderd.
Hij staat er meer open voor en praat er meer over dan voorheen.’
Dan zoomt de camera in op een bijzonder detail in de stal.
Achter de kribbe staat in de stal een kruis.
Een eenvoudig kruis.
‘Ja’,  zegt Henk, ‘Voor mij hoort dat er toch bij.
Daar zal straks Jezus aan hangen.’
Hij is even stil en zegt dan, stil: ‘Ik besef dat Hij daar ook voor mij gehangen heeft.’
Hij is zichtbaar ontroerd als zijn grote hand het houten kruis aanraakt.

Welke Oldebroeker zouden we nog meer kunnen zien in deze serie?
Laten we haar Alissa noemen.
Als zij voor het eerst in beeld komt, is zij wat onzeker en zegt zij voorzichtig:
‘Ik weet niet zoveel over Jezus.
Ik heb enkele voor het eerst het verhaal over Zijn geboorte gelezen.
Want ik heb het van thuis niet meegekregen.
De verhalen over Jezus zeggen mij steeds meer,
ik zou bij Hem willen horen,
maar ik weet niet of dat kan, want mijn ouders hebben mij niet laten dopen.
Dat is de vraag waar ik een antwoord op hoop te vinden:
Hoe kan ik bij Jezus horen? Hoe word ik van Hem?
Later zullen ze met zijn allen bij de kerststal van Henk staan
en dan zegt Alissa het:
‘Jullie horen maar mooi bij Jezus.
Maar ik niet, want ik ben niet gedoopt.
Ik zou zo graag bij Hem willen horen. Kunnen jullie mij dat vertellen?’
Dan doet Hennie iets wat zij nooit bij haar kinderen heeft gedurfd.
Ze slaat haar arm om Alissa heen en zegt:
‘Kind, Jezus is ook voor jou geboren.
Als je voor Hem knielt, wil Hij ook jouw Heer zijn!’
Echt? Alissa kijkt haar vol verwachting aan.
‘Ja’, gaat Hennie verder, zichzelf verbazend dat zij dit durft te zeggen:
‘En je kunt ook gedoopt worden. Als je in Hem gelooft!’
Dan gebeurt er wat bij Alissa – ze loopt naar de kerststal en knielt neer
voor het Kindje – voor Jezus en ze zegt het zacht:
‘Dat U ook voor mij gekomen bent en dat ik ook bij U mag horen,
dank U wel dat U gekomen bent, ook voor mij.’

De laatste is een beetje vreemde eend in de bijt.
Ronald lacht als hij dat hoort:
‘Ja, dat hebben ze bij mij altijd gezegd.
Ik kom wel van hier.
Ik ben er mee opgegroeid. Elke zondag ging ik 2 keer naar de kerk.
Ik moest. Als ik er niet uitkwam, stond mijn vader net zo lang te roepen,
tot ik eruit kwam en meeging naar de kerk.
En vooral met Kerst, man, hoeveel diensten en kerstvieringen hadden we wel niet!
Maar dat is niet de reden, waarom ik er niets meer mee heb.
Dat kwam, omdat mijn moeder…’
Ronald stopt even, ‘dat kwam, omdat mijn moeder … jong overleden is,
in de tijd waarin ik met mijzelf overhoop lag.
Wat is ze ziek geweest en wat heeft ze geleden.
Toen ik haar zo zag lijden, toen kon ik niet meer geloven.
Niet meer in een God van liefde die degenen die in Hem geloven zo laat lijden.
Waarom ik dan toch mee doe? Goeie vraag!
Misschien wel door mijn moeder.
Vlak voor ze stierf, zei ze het tegen mij: Ronald, ik hoop dat het ook voor jou is,
dat je met God leert leven. Dan zijn mijn gebeden verhoord.’
Knielen bij de kribbe: ik weet niet of ik dat kan, of ik dat wel wil…’

Gemeente,
4 verschillende reacties op het verhaal over Gods geboorte.
Wellicht lijkt één van de verhalen wel op uw verhaal.
Hebt u naar Kerst uitgekeken om dat te vieren:
de Heiland die geboren is, waar we als gemeente over mogen zingen.
Wat mooi om dat met elkaar ook te doen.
U bent hier in de kerk en dat betekent dat de geboorte van de Heere Jezus
u iets te zeggen heeft. Het laat u niet koud!
Dat is al heel mooi!
Dan bent u al heel ver op weg.
Dan lijkt u op de inwoners van Bethlehem die het verhaal van de herders horen
en zich daarover verwonderen.
Maar is dat genoeg: alleen die verwondering?
Is het genoeg dat Kerst u iets zegt
en dat u het belangrijk vindt om daarvoor ook naar de kerk te komen?

Wat moet er nog in uw leven gebeuren voordat u de stap neemt,
zoals de herders deden,
om te knielen voor de Heere Jezus en Hem te aanbidden:
‘Heere Jezus, U bent ook voor mij geboren!
Wilt U ook mijn Heer worden? Wilt U mijn leven ook aannemen?’

En wat moet er voor jou gebeuren
voordat je net als de herders alles achter laat
en niet rust voordat je ook bij de Heere Jezus bent
en neerknielt bij Hem,
omdat je weet en gelooft: Hij is ook voor mij geboren,
mijn Heer, mijn redder?
Waar wacht je op?
Totdat er ook bij jou een engel staat
Die het tegen je zegt: ‘Zie, ik breng je namens God een boodschap!’?
Zou je dan gaan?
Weet je dan niet, dat God al naar je toe gekomen is,
nog dichter naar je toe
dan een engel ooit naar je toe kan komen?
Dat het Kindje in die kleine kribbe God zelf is,
die naar deze aarde kwam
en dat Hij jou roept om naar Hem toe te gaan?

Of is er iets anders dat je tegenhoudt
om voor Hem te knielen, omdat je nog zoveel vragen hebt.
Vragen die je diep van binnen bezig houden
en waarmee je misschien nog nooit met iemand over hebt gesproken,
die in je boven komen als je naar de Heere Jezus toe wilt gaan.
Die door je heen gaan als je wilt knielen voor Christus,
de Heere die gekomen is in deze wereld,
God Zelf was Hij, die de afstand naar ons overbrugde.
Dacht je dat Jezus die vragen niet kende?
Hij is zelf mens geworden,
geen supermens,
maar een mens net als wij.
Hij kent je vragen en Hij roept je – met je vragen
naar Hem toe en zegt: Laat Mij met je praten,
Laat Mij je uitleggen, hoe Ik God in je leven terug kan brengen.
Je zult niet alles begrijpen en je vragen ook houden, in ieder geval de eerste tijd,
maar je zult ervaren dat God er is
en er niet alleen is, maar dat Hij voor jou naar deze aarde gekomen is
om jou op te zoeken.

Of je kunt niet knielen voor Hem,
omdat je zo weinig met Hem gedaan hebt
en je voelt: zo kan ik niet met de Heere leven.
er moet eerst iets gebeuren.
Niet een bijzondere verschijning, maar eerst een last weg uit mijn leven,
de zwarte bladzijde uit mijn leven.
Maar weet je niet,
dat dit Kind geboren is, naar jou toegekomen is,
om alles wat jij verkeerd gedaan hebt, te dragen aan het kruis.
Daarom werd Hij geboren en nu roept Hij jou toe:
Laat die zwarte bladzijde niet tussen ons instaan.
Daarom ben ik juist gekomen.
Kniel bij Mij neer en geef het aan Mij over.
Dan zal Ik je schuld wegnemen
en je zult vrede ontvangen – Mijn vrede die Ik je geef.

En weet je waarom Ik naar deze aarde kwam?
Heb je het de engel niet tegen de herders horen zeggen?
Omdat God om mensen geeft.
Een groter bewijs van liefde kunt u niet krijgen dan dit Kind in Bethlehems kribbe.
Want dat zegt jou, zegt u:
Ook voor u, en jou is Hij gekomen
om ook voor u en jou degene te zijn
die jou, die u in Gods Naam komt halen
om u en jou bij God terug te brengen.
Amen

Preek Eerste Kerstdag 2013

Preek Eerste Kerstdag 2013
Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Voor u is Hij geboren.
Dat zegt de engel niet alleen tegen de herders die in het veld
bijeen waren en de wacht over de kudde hielden.
Wat de engel zegt, is ook voor u, voor jou bedoeld
hier met Kerst 2013 in de Maranathakerk.
Hij kwam niet voor zichzelf, maar voor u en jou.
Om te onderstrepen dat Jezus kwam voor u en jou,
werd er een teken gegeven:
u zult het Kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.
Dat het Kind te vinden was in doeken en in de kribbe,
dat is voor u het teken, dat Christus ook voor u gekomen is.

Een teken wil zeggen:
het komt van God zelf
en is een bevestiging dat wat de boodschap die de engel brengt
ook waar is en van Hemzelf komt.
Zodat u niet straks naar huis gaat en denkt:
heb ik het goed gehoord? Heb ik mij dat zelf verzonnen?
Of dat later, als u niet meer in de sfeer van Kerst bent, dat je dan gaat twijfelen.
Dat Jezus voor mij werd geboren: dat kan toch niet waar zijn?
Jawel, want dit is het teken dat Hij voor u, voor jou naar deze aarde kwam.

Wat is dat voor een teken?
Wat kunnen we aan een Kind, dat in doeken is gehuld, herkennen?
Elk kind in die tijd werd na de geboorte in doeken gehuld.
Een kind in doeken gehuld was niets bijzonders
en toch juist dat allergewoonste geeft aan,
dat het hier om God zelf gaat die neerdaalde,
de redder die er voor u, voor jou gekomen is.
Kunt u zich voorstellen, dat God naar deze aarde kwam,
in een baby die in doeken gehuld is?
Hulpeloos: als baby, in doeken gehuld en liggend,
afhankelijk van Maria en Jozef.
En toch, juist in dat gewone laat God zien
dat Hij niet komt in Zijn hemelse glans.
Als wij God in ons midden zouden verwachten,
zouden wij misschien verwachten dat er een indrukwekkend licht zou zijn,
zoals dat over de herders valt: de heerlijkheid van de Heere
– de glans en glorie van de hemel, hemelse heerlijkheid komt over hen heen.
En toch is dat licht, waardoor de herders bevreesd raken
omdat zij beseffen dat zij het met God zelf te doen hebben,
het is niet het licht dat over hen komt en hen in de nacht verlicht.

Het teken dat God geeft van zijn komst naar deze aarde
is geen teken dat afstand schept, waardoor wij zouden terugschrikken
en zouden zeggen: het is niet voor ons,
wij kunnen daar niet bij zijn.
Nee, het is een teken dat ons uitnodigt
om bij Hem te komen, om de Heere juist te zoeken:
Een kind in de kribbe – een kind dat is te vinden.
Heel gewoon, niet in pracht en praal, niet afstand te schappen,
het bijzondere is dat het voor u een teken is, juist dat hele gewone
dat in dat Kindje in de kribbe God zelf gekomen is.
De grote God komt in alle nederigheid – om ons te werven:

Ik kwam een verhaal tegen, dat het tegenovergestelde liet zien
waardoor ik nog meer besefte hoe bijzonder het was,
dat God deze weg van nederigheid, klein worden als kind in een kribbe,

‘Mohammed is de zoon van een rijke Arabische olieproducent.
Zijn vader heeft hem naar de VS gestuurd voor studie.
Na enkele weken schrijft Mohammed zijn eerste brief naar huis:
Lieve papa, Amerika is een bijzonder land.
Miami is een fantastische stad.
De mensen hier zijn heel aardig en vriendelijk.
Ik voel me hier thuis.
Het is voor mij alleen een beetje gênant om het mijn gouden Ferrari naar de uni te rijden,
want alle professoren en medestudenten komen met de trein.
Het duurt niet lang voordat Mohammed antwoord van zijn vader krijgt:
Mijn lieve zoon,
ik heb zojuist 200 miljoen dollar op je rekening overgemaakt.
Maak ons niet belachelijk en maak je familie niet te schande.
Ga direct voor jezelf een trein kopen.
Een vader stuurt zijn zoon en die zoon heeft een missie.
Hij mag zijn vader niet te schande maken.
Geheel anders is de missie van de Zoon,
die door de Vader gezonden wordt
en diep neerdaalt in onze schande en rotzooi.
Een Zoon die niet in een gouden Ferrari rijdt,
maar geboren werd in een stal.
Een zoon die op een ezel een stad binnenrijdt en aan een schandpaal gekruisigd wordt.
Het gaat hier om de missie van de Gekruisigde.’
Het teken dat de herders krijgen is het startpunt van deze weg.

Later zal dit Kind een verhaal vertellen dat bij velen bekend is,
dat velen getroost heeft en velen bij God gebracht heeft,
waarin Jezus vertelde waarom Hij gekomen was.
Welk mens onder u die honderd schapen heeft
en er één van verliest,
verlaat niet de negenennegentig in de woestijn
en gaat achter het verlorene aan, totdat hij het vindt?
Doet een mens dat? In ieder geval God wel!
En daarom wordt Hij mens, daarom wordt Hij klein en nederig,
als een kind en hulpeloos in doeken gehuld.
In doeken gewikkeld: misschien zit daar ook wel een verborgen aanwijzing in
naar het einde van het leven van dit Kind:
toen Hij in doeken gewikkeld in het graf werd gelegd.
Bij het kindje in de kribbe zal men nog vertederd gekeken hebben
en hoop hebben gehad: hij is door God gestuurd.
Bij het graf, toen hij weer in doeken werd gehuld, gaf men het op.
Als een boomstam die afgehouwen werd
en werd het geloof tot een vraagteken: is dit het teken?
Is dit kind wel Gods zoon?
Simeon zal het enkele weken later in de tempel tegen Maria en Jozef zeggen:
Jezus zal een teken zijn, dat mensen zullen tegenspreken: Hij kan het niet geweest zijn.
En toch, zegt de engel: Hij was het wel.
De kribbe was het begin, het kruis en het graf het doel.

De herders, al weten zij nog niet alles, zij hebben aan dit teken genoeg.
Zij gaan en zij vinden het Kind, zij vinden het teken dat door God is gezonden.
Zij vinden het Kind als teken, dat God gekomen is
om deze herders ook weer thuis te brengen.
De herders worden schapen – laat mij van uw grote kudde ook een heel klein schaapje zijn.

Misschien bent u ook wel gekomen, om een teken te krijgen van God,
een bevestiging, een bemoediging,
waardoor u weer de weg naar God terugvindt.
Dan is het ook voor u, voor jou het teken: dit Kind in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.
Dat Kind is een teken: bedoeld om u aan het zoeken te brengen en ook om te vinden.
om Hem, Jezus, te vinden, die verlorenen weer bij God thuisbrengt. Amen

Voor u is Hij geboren – Preek Eerste Kerstdag 2012

Voor u is Hij geboren
Preek Eerste Kerstdag
Lukas 2:11: U is heden geboren

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Voor u is Hij geboren, zegt de engel. De engel richt zich niet alleen tot de herders. Deze woorden zijn bedoeld voor iedereen die ze hoort. Hij is voor u, voor jou geboren!

Voor u – als u hier zit en hoopt wat rust te vinden in deze dagen van Kerst. Omdat de afgelopen tijd een periode was van drukte en stress. En nu met de Kerstdagen hoopt u even wat tijd te vinden voor uzelf. Om weer bij te komen.

Voor u die bij uzelf denkt: ik zou vrolijk moeten zijn, want we vieren de geboorte van onze Heere. Maar echt vrolijk ben ik niet. Daarvoor was het afgelopen jaar te ingrijpend.

Voor u die naar deze dag hebt toegeleefd: omdat we op deze dag de geboorte van onze Heere en Heiland gedenken.

Hij is voor jou geboren. Je bent wellicht toe aan vakantie. Het afgelopen jaar op school was niet eenvoudig. Je moest er veel voor doen. Je moest er hard aan trekken.

Of je bent moe, omdat je in de afgelopen dagen veel moest werken in de winkel. Kerst betekent voor jou vooral bijkomen en bijslapen.

Voor jou is de Heere Jezus geboren. Je bent wellicht nog op zoek naar de Heere Jezus. Je wilt wel geloven, maar je zou wel wat meer willen weten hoe je dat doet: geloven. Je zou wel meer willen weten wat het betekent dat Christus voor jou is geboren.

Hoe wij hier vanmorgen ook bij elkaar zijn, wat de engel tegen de herders geldt, geldt ook voor ons: Heden is voor u geboren: Christus de Heere.
En ook voor u, voor jou geldt, wat voor de herders geldt: deze geboorte zal u, jou veel vreugde geven!

Wellicht is die vreugde er bij jou, bij u al. De muziek neemt je mee. Of het verlangen naar de Heere Jezus. Je zou wel mee willen met de herders, die zich haasten naar de kribbe. Om daar de Heere te begroeten. Om voor Hem neer te knielen. Zijn komst naar deze aarde betekent alles voor je. Loof God, gij christnen, maakt Hem groot. Bij Kerst hoort de vreugde. Dat kan zijn, omdat u in de geboorte van Christus uw verlangen vervuld ziet.

Vreugde hoort bij Kerst, vooral omdat de engel de vreugde aanzegt. Hij verkondigt de vreugde. Ook voor u, als u hier in de kerk bent en u voelt die vreugde niet. Ook aan u verkondigt de engel vreugde. Omdat ook uw redder geboren is.

Al maakt u zich zorgen om het komend jaar. Zal er dan nog werk voor mij zijn? Zal ik na zo lange tijd zonder werk te zitten toch werk vinden? Zorgen kunnen zo terneerdrukken. Zorgen kunnen de vreugde wegnemen.

En toch, wat de engel aankondigt kan ook vreugde geven aan degenen voor wie de vreugde ontbreekt. Omdat de vreugde waar de engel over spreekt, te maken heeft met dat Kind dat geboren is. Omdat Hij geboren is voor u. Voor jou.

Tot zijn krib roept Hij de mensen,
u en mij.
Kom, zegt Hij,
Ik vervul uw wensen;
laat u niet door schijn verblinden.
Wat gij mist
in Mij is ‘t
voor wie zoekt te vinden.
(Gezang 144 Liedboek voor de Kerken)

Wat u mist, is bij Hem te vinden. Dat gaat dieper en verder dan de zorgen om onze gezondheid of om ons werk. Om onszelf of om de mensen om ons heen. Daarmee wil ik niets afdoen van die zorgen. Het kan terecht zijn, dat u zich zorgen maakt. We leven niet in een gemakkelijke tijd. Het gaat verder dan de vraag naar een beetje alledaags geluk, waar wij soms al heel dankbaar voor kunnen zijn.

Een beetje alledaags geluk. Gewoon wat rust. Ik denk dat veel mensen daar in deze tijd naar snakken. Even wat tijd voor jezelf. De rest van wat je bezighoudt naast je kunnen neerleggen. Je kunt er soms zo naar verlangen.

Wat de engel aankondigt, hebben wij niet zelf in de hand. Wat de engel aankondigt, komt bij God vandaan. God zelf die naar deze aarde is gekomen. Geboren in een kribbe. Geboren voor u, voor jou, voor mij.

De engel komt niet zeggen: het verlangen naar alledaags geluk, naar wat rust en vrede om je heen is niet van belang. Nee, ook de herders in het veld hadden het vast niet gemakkelijk. Ze waren daar ’s nachts in ieder geval aan het werk. Ze hadden nachtdienst. Het was ook vast geen licht werk dat zij verrichtten.

Wat de engel aankondigt, is de geboorte van de Redder, de Zaligmaker. Door Hem kunnen wij leven. Ook al krijgen wij te maken met tegenslagen. Als wij ons werk kwijtraken. Of onze hypotheek straks niet meer kunnen betalen. Of als ziekte ons gezin binnenkomt. Door Zijn komst kunnen wij leven. Ook al hebben wij een kruis te dragen. Omdat Hij voor ons geboren is.

Heden, zegt de engel. Hij is heden, nu geboren. De engel kondigt een nieuwe tijd aan. Een nieuwe tijd sinds de geboorte van Christus naar deze aarde: het koninkrijk van God.
Het Kind, waar de engel over spreekt, dat voor ons geboren is, zal later zeggen dat het in het leven om meer gaat dan alleen om brood. Of om werk. Zoek eerst het koninkrijk van God! Het koninkrijk van God: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, zoals God heeft bedoeld. Waarop gerechtigheid woont. Waarop de Heere bij Zijn volk zal zijn.

Daarom is Hij voor u en mij geboren. Om deze nieuwe wereld, het Koninkrijk van God, te brengen. De Heiland, de Redder is geboren! God zelf wordt mens. Voor u en mij! Het Kind dat geboren is, laat zien dat de Heere zich over ons ontfermt. Dat Hij ons die nieuwe wereld, het Koninkrijk van God wil schenken.

Tot zijn krib roept Hij de mensen,
u en mij.
Kom, zegt Hij,
Ik vervul uw wensen;
laat u niet door schijn verblinden.
Wat gij mist
in Mij is ‘t
voor wie zoekt te vinden.
(Gezang 144 Liedboek voor de Kerken)

Wat gij mist – het leven meer is dan werk, dan brood, dan gezondheid. Meer dan het hier en nu. Ook al heeft dat ook zijn waarde. Het leven dat God ons wil geven en dat ons draagt. Dat ons bij God brengt en doet delen in Hem:

Wat gij mist
in Mij is ‘t
voor wie zoekt te vinden.

De engel mag het ook ons verkondigen: Grote vreugde voor u en voor jou! Hij die het leven is en God. Hij werd geboren – om ons dat leven te geven. Hij bracht een nieuwe tijd.
Nu ontsluit Hij weer de poort van ’t schone paradijs.Leven met God – het is weer mogelijk, want Hij opende de poort. Boven het hier en nu gloort het koninkrijk van God. Dat voor ons gekomen is in Hem.

Zoals Hij voor ons geboren is – voor ons. Zo zal Hij ook voor ons terugkomen – voor u, voor jou, voor mij. Dan zal de werkelijke vreugde, waar de engel over spreekt, aanbreken. Niemand zal dan meer zeggen: Vreugde? Ik voel geen vreugde!

Heden, zegt de engel, is er van die vreugde al iets aangebroken: Hij is gekomen. Wij verwachten zijn wederkomst.
U die voor ons geboren bent, neem ons ook mee naar de dag van uw vreugde, de dag waarop U tot ons wederkomt.
Amen

Preek nieuwjaarsdag 2012

Preek nieuwjaarsdag 2012

Lukas 2:29-30
Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als we aan Simeon denken, zien we een oude man voor ons. Een oude man, die een heel leven voor zich heeft. Zo wordt hij ook vaak afgebeeld: als een oude man, die een eerbiedwaardige leeftijd bereikt heeft.
Maar is dat wel zo? Is Simeon een oude man? Hoe komen we er eigenlijk bij om van Simeon een oude man te maken. Heeft dat te maken met het lied dat hij zingt, een lied waarin hij zingt dat de Heere hem nu mag laten gaan in vrede? Wanneer we van Simeon een oude man maken, zou dit gedeelte eerder geschikt zijn voor oudjaarsavond. Dan zouden we met deze oude Simeon terugblikken en zeggen dat het goed was zo. In onze terugblik zouden we bedenken: We hebben een mooi en gezegend leven gehad. Dit lied van Simeon zou dan een lied zijn, dat wij zelf op onze oude dag zouden zingen. Als afsluiting van een leven. Het zit er nu op.
Wanneer we zo denken, zou dat betekenen dat wij het leven zelf in eigen hand hebben en als het voor ons genoeg is, dat wij het leven da teruggegeven aan de Heere. Als wij bepalen dat wij genoeg in dit leven hebben gezien. Als we oud en verzadigd zijn.
Het kan zijn, dat wij zo denken. We doen er in ieder geval Simeon geen recht mee. Hij zegt niet tegen de Heere: ‘Nu is het mooi geweest. Ik heb genoeg in het leven gezien. Alles wat ik nog mee wilde maken, heb ik bereikt. Nu mag het wat mij betreft erop zitten.’ Nee, Simeon stelt een vraag of de Heere hem van zijn plicht wil ontslaan. Simeon heeft zijn leven niet voor zichzelf geleefd, maar voor God. Op het leven van Simeon is zondag 1 van de Heidelberger Catechismus van toepassing: Hij wist dat hij, Simeon, toebehoorde aan Jezus Christus, Zijn getrouwe heiland en zaligmaker. Al had hij zijn Heiland en Zaligmaker tot dan toe nog niet gezien, Hij stond in dienst van zijn Heere.
Wellicht is het u wel eens opgevallen, dat de Catechismus in dat bekende antwoord geen onderscheid maakt tussen leven en sterven. Terecht maakt de catechismus geen onderscheid. De opstellers hebben het goed begrepen, dat er geen onderscheid is tussen leven en sterven als het gaat om toebehoren aan de Heere Jezus. We behoren met lichaam en ziel, in leven en sterven aan Hem toe.
Wat dat betekent om in niet alleen met het oog op het naderende sterven, maar ook midden in het volle leven van de Heere Jezus te zijn, kunnen we zien aan Simeon. Hij zingt het uit met het Kind in zijn armen: Nu laat Gij, Heere, uw dienstknecht gaan in vrede. Het is een verzoek aan de Heere. Simeon had zijn leven niet in eigen hand. Hij was geen kapitein op zijn eigen levenschip. U kent wellicht wel het versje. Mijn vader schreef dat bij mijn zussen in hun poëziealbum: Geef de Heiland ’t roer in handen van uw aardse levenschip. Dat had Simeon gedaan. Hoor maar wat hij zingt: uw dienstknecht. Hij zingt niet: nu de reis van mijn aardse levenschip er bijna op zit, zoek ik een haven waarin ik mijn schip kan aanmeren, zodat ik veilig aan land kan komen. Simeon had zijn leven niet in eigen hand, maar was een dienstknecht. Dat woord geeft aan, dat Simeon een ondergeschikte was. Hij volgde de bevelen van de Heere op. Dat zien we niet alleen aan het woord dienstknecht, maar ook uit wat Lukas nog meer over Simeon vertelt: dat de Heilige Geest op hem was. Dat kan ook een verlangen van ons zijn om met de Heilige Geest vervuld raken. Beseft u wel dat u daarmee de regie over uw eigen leven kwijtraakt. Want vervuld raken met de Heilige Geest betekent niet, dat we op hetzelfde niveau staan als God en dat Hij ons alles laat weten waar Hij mee bezig is. Het kan natuurlijk wel zo zijn, dat je door de Heilige Geest een tipje van de sluier wordt opgelicht en dat we iets mogen zien van Gods plan. Vervuld raken met de Heilige Geest betekent ook niet, dat wij enthousiast gemaakt worden, in vuur en vlam en er nu eindelijk voor gaan. Nee, vervuld zijn door de Heilige Geest betekent juist het tegenovergestelde: dat we toeschouwer worden gemaakt. Passief. Het enige wat we moeten doen, is op weg gaan naar de plaats die God ons wijst, zodat wij getuige zijn van wat God doet. Net als Simeon. Zijn leven stond in het teken van de verwachting. Hij zal er over gesproken hebben. Hij zal de belofte, die hij van God ontvangen heeft, wellicht hebben gedeeld met anderen. We weten het niet. Daar gaat het ook niet om. Het gaat de Heere erom, dat wij slechts komen om het heil, dat Hij, de Heere, bereidt om dat te aanschouwen. Christenzijn zit niet in activiteiten, maar in aanschouwen van wat God doet. De machtige, grote daden van God op ons laten inwerken. Zoals Simeon daar staat, met het Kind in zijn armen. De redder. Degene die verwacht werd, waar hij, Simeon, zo naar heeft uitgekeken.
Nu hij het Kind gezien heeft, nu hij met eigen ogen de weg ziet, die God gekozen heeft om Israël de vertroosting te zien, nu mag hij gaan. Zijn taak was niet om een massa op de been te brengen om deze redder, deze troost van Israël met groots onthaal te ontvangen. Hij moest slechts zichzelf brengen. Hij zegt ook niet: mijn taak zit er op. Hij vraagt: mag ik in vrede gaan. Hij dient een verzoek in aan diegene die de regie heeft over zijn leven. Maar als de Heere andere plannen met hem heeft? Zou hij, Simeon, dan ook zeggen: Uw wil geschiede? Ik vermoed van wel, want hij was in leven en sterven, met lichaam en ziel, met alles wat hij had, eigendom van Christus, van dat Kind dat Hij in de armen heeft.
Nu laat gij, Heere, uw dienstknecht gaan in vrede. Ik heb deze tekst niet voor niets gekozen om het nieuwe jaar mee te beginnen. Want wat Simeon hier zingt, zo horen we in het leven te staan. Met de bereidheid dat ons kan laten gaan, als Hij van mening is, dat onze taak er op zit. Christenzijn, dat betekent: dat we kunnen leven met de bereidheid om te sterven. Niet dat we leven alsof ons leven er op zit en hier op deze aarde niets meer te zoeken is, maar leven met de wetenschap dat dit leven niet het enige is. Dat we niet alles uit dit leven hoeven halen, want dat ook een leven in Gods heerlijkheid komt. Op zo’n manier leven, dat ook het leven hier op deze aarde al van Christus is. Zoals Paulus dat zegt: het leven is mij Christus, het sterven is winst. Ook dat eerste: dat ons leven Christus is. Daar is wat Simeon belijdt. Zijn leven is van Christus.
Wat het betekent dat ons leven van Christus is, kunnen we beter begrijpen als we het vergelijken met een gewoonte van nieuwjaarsdag, namelijk: de goede voornemens. Aan het begin van het jaar nemen we voor om te minderen met onze slechte gewoontes: stoppen met roken, minder drinken, meer tijd voor het gezin, meer tijd voor God. Het heeft ook iets moois, dat het nieuwe jaar iets van een nieuwe start krijgt. Als we er in slagen om die slechte gewoonten te minderen, mogen we daarin de genade van God zien. Hij geeft ons weer een nieuw begin. Waar het mij om gaat, is dat wij van goede voornemens vaak weinig terecht brengen. We beloven het aan onze familie of aan onszelf. Soms tegen beter weten in. En we menen het ook wel, maar op de een of andere manier slagen wij er zelden in om onze voornemens in praktijk te brengen. Om echt een nieuw leven te leiden. Al in januari vallen wij weer terug in het oude levenspatroon. Daarmee frustreer je jezelf. Je voelt je falen. Daar ga je weer. Je had het al gedacht, dat je het niet zou halen, maar je wilde het toch proberen. En nu je weer in je oude patroon terugvalt, val je jezelf zo tegen.
Het leven is Christus vraagt om een andere kijk naar onszelf. Het gaat er allereerst niet om wat wij doen, wat wij voornemen, maar om wat God doet. De enige rol die wij hebben is toekijken naar wat God in ons leven doet, in de wereld om ons heen. Oog hebben voor het werk van de Heere. Daarmee zeg ik niet dat u geen goede voornemens moet hebben. En ik zeg ook niet, dat u niet moet stoppen met slechte gewoonten. Want het maakt nogal uit of wij zelf ons eigen leven op de rit moeten hebben of dat er een Kind is geboren, die gekomen is voor degenen die weinig van hun leven maken. Voor degenen die het wel proberen om het goed te doen, maar op de een of andere manier niet in slagen. We moeten overigens niet te onschuldig denken over die slechte gewoonten. Bepaalde slechte gewoonten kunnen grote gevolgen hebben voor de nabije omgeving. Veel drinken bijvoorbeeld zorgt voor spanningen in een huwelijk, zorgt ervoor argwaan naar elkaar, een verstoring. Natuurlijk wil je er mee breken, wie wil dat ten diepste niet. Maar het goede dat ik wil, dat doe ik niet en het kwade dat ik niet wil, dat staat mij bij. Als je in dat patroon gevangen bent, kun je verlangen naar vrede. Vrede met de mensen om je heen, vrede met God, vrede met jezelf.
Nu zal dat niet iedereen te maken hebben met zulke ontwrichtingen. Maar op de een of andere manier hebben wij er allemaal wel mee te maken dat wij onze waardigheid afmeten aan wat wij kunnen of wat we hebben bereikt. Net als bij de goede voornemens, waar het gaat om wat wij (moeten) doen.  Je hebt dat niet altijd door, totdat je thuis komt te zitten en echt alles moet inleveren wat te maken heeft met je baan. Of als je iets overkomt, dat je door ziekte echt niet meer kunt. Een hard gelag. Een moeizame tijd waarin je noodgedwongen onder ogen ziet, dat er meer in het leven is dan je werk. Dan wat jij kunt.
Laat uw dienstknecht gaan in vrede. Laat dat onze levenshouding zijn. Niet alleen aan het einde van het jaar, of aan het einde van een leven. Maar aan het begin van het jaar. Heel ons leven. Zodat wij die vrede ontvangen.
Wat is de vrede dan waarover Simeon zingt en waar de engelen in het hun koor ook over hadden? Voor ieder werkt dat weer anders uit, maar het heeft alles te maken met dat Kind, dat alles een licht uitstraalt over alles en iedereen dat God gekomen is om zich te ontfermen. Dat dit kind gekomen is als een redder. God troost Zijn volk Israël en de gehele wereld door dit Kind, Zijn eigen Zoon. Die vrede merken we niet alleen in de zegeningen die we ontvangen. Als het goed met ons gaat, als wat wij kunnen wordt beloond. Die vrede kan er ook zijn als het leven tegenzit. Die vrede is meer dan accepteren van wat er over je heen komt. Die vrede is het geloof dat je leven geborgen is bij God. Dat wat er ook gebeurt, dat God je leven leidt en in Zijn hand houdt. Op de pieken van je leven, op het toppunt van je kunnen, maar ook in de diepe dalen, waarin je het niet meer ziet zitten. Die vrede heeft ermee te maken dat mijn Heiland voor al mijn zonden betaald heeft. Dat wie ik ben te maken heeft met dat Kind dat Simeon in zijn armen houdt.
Mijn ogen hebben het gezien, wat God gedaan heeft. Dat Kind. Voor ons is dat zien niet weggelegd, zoals Simeon dat wel mocht. Maar mij mogen er over horen en het op die manier van heel dicht bij ervaren. Het gaat erom, dat God iets doet. En als wij al iets moeten doen is dat kijken, aanschouwen, op ons laten inwerken en geloven. Het gaat er niet om dat ik mijzelf overeind houd, maar het gaat er om wat God mij geeft. Dag in dag uit. Leven als christen is kunnen ontvangen, leven uit wat God geeft. Leven alsof we kunnen sterven. Niet om het hier op te geven, maar wel om te relativeren. Het echte leven is dat leven dat God mij geeft, waarin ik geborgen ben in het werk van Christus. Nu laat gij, Heere, uw dienstknecht gaan naar 2012, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.
Amen