Preek oudjaarsavond 2019

Preek oudjaarsavond 2019
Schriftlezing: Lukas 2:22-40

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Elke dag gaat Simeon naar de tempel en elke keer weer blijft het bijzonder.
Gewoon wordt het nooit om naar een plek in zijn eigen stad te gaan,
Waar hij de mogelijkheid heeft om bij God te komen.
De Heere van de legermachten, Die in de hemel troont en regeert
en toch daar in de stad een plek heeft binnen de muren van de tempel
Waar het mogelijk is voor hem als mens om deze God te ontmoeten,
om in Zijn aanwezigheid te zijn.
Wat is het toch steeds weer bijzonder dat hij vanuit zijn huis de tempelmuren kan zien
en weet dat achter die muren de heilige God, de Koning van de wereld woont,
in de stad waar hij, Simeon woont, een stad die vanwege de aanwezigheid van God
de heilige stad wordt genoemd en ook wel de stad van God.
Elke keer is het weer bijzonder voor hem om zijn huis te verlaten
en op weg te gaan naar de tempel en te weten: straks verschijn ik voor God.
Elke keer kan hij er weer naar uitkijken om voor God te komen.
Om naar de tempel te gaan met dat verlangen, die wetenschap dat hij voor God verschijnt.
Wat hij ook meemaakt in zijn leven, aan vreugde en verdriet, dankbaarheid en teleurstelling,
hoe de stad er aan toe is,
of er een economische crisis is, of de mensen juist veel kunnen besteden,
of er vrede in de stad is of er vreemde soldaten van het verre Rome door de stad marcheren
– er is voor hem, Simeon één rustpunt in de stad: God die woont achter de tempelmuren
in het heilige der heiligen, waar de ark als troon staat – vandaar regeert God over de wereld.
Elke keer als hij de poort van de tempel doorgaat
en zich moet wassen om zich rein te maken beseft hij:
ik kan mijn oude leven achter mij laten en mag God ontmoeten, in Zijn wereld komen.
Simeon weet dat God daar is in de tempel, onzichtbaar en toch aanwezig.
Hij gelooft dat er een dag zal komen, dat de Heere zelf naar deze stad zal komen,
een bijzondere dag zal dat zijn, omdat zijn volk weer hersteld wordt als volk van God,
weer de eer, de luister, de glorie zal dragen van God:
de heerlijkheid van de Heere die hen zal omschijnen.
Wat zou het mooi zijn als hij die dag mag meemaken,
dat zijn volk deze troost mag ontvangen.
Hij verwacht de HEERE en kijkt uit naar die dag,
zoals een wachter uitkijkt naar de morgen,
waarop de stad bevrijd wordt en er voor de stad uitredding zal zijn en het gevaar voorbij is.
Zo kijkt Simeon uit naar die dag.
Al jaren keek Simeon uit en elke keer als hij naar de tempel ging, vroeg hij zich af
hoe lang het nog moest duren voor die bijzondere dag, waarop God zou komen, er was.
Op een keer heeft Simeon een bijzondere ervaring gehad,
een ervaring die hij niet eerder had gehad: dat de Heilige Geest hem iets duidelijk maakte.
Hij kon niet uitleggen hoe hij wist dat het de Heilige Geest was.
Dat was voor hem duidelijk: Simeon, die dag waar je naar uitkijkt, mag je zelf meemaken,
de dag dat God naar Zijn stad komt
en zich laat zien in de tempel die jij elke dag bezoekt
en dan zul je weten: dit is de vertroosting van Israël.
Sindsdien gaat Simeon met nog meer verlangen naar de tempel
omdat hij weet dat er een dag komt, waarop God zal verschijnen in de tempel
en al de beloften die God eens deed over Israël zullen dan uitkomen.
Vanaf dat moment was zijn leven samen te vatten zoals Lukas dat deed: 

En zie, er was een man in Jeruzalem, van wie de naam Simeon was,
en die man was rechtvaardig en godvrezend.
Hij verwachtte de vertroosting van Israël en de Heilige Geest was op hem.

Op oudjaarsavond zullen we een verschillende broeders en zusters gedenken,
die in 2019 van ons zijn heengegaan.
Afgelopen jaar zijn er weer heel wat rouwkaarten gedrukt, in memoriams uitgesproken
waarin in een paar zinnen een typering van iemand is gegeven.
Vaak hoe iemand als vader, als opa of als moeder, als oma is geweest.
Verhalen die verteld werden, waarin kenmerkende karaktertrekken naar voren kwamen.
Geregeld klonk daar ook iets van dat godvrezende door,
De verwachting van de vertroosting van Israël.
Vaak door de (bijbel)teksten boven de kaart:

De Heer is mijn herder.

De kabel van Gods liefde is groter dan de zijden draad van ons geloof.
Uw genade is mij genoeg.

’t Is mij goed, mijn zaligst lot, nabij te wezen bij mijn God.

Wie in de schuilplaats van de allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.

In zulke teksten boven een rouwkaart, die vaak gekozen zijn door de overledene zelf
of door degenen die achterbleven die met deze bijbeltekst iemand willen typeren.
Godvrezend, verwachtend de vertroosting van Israël.
Vanavond zijn we bij elkaar om hen te gedenken, om wie ze waren,
om wat ze hebben betekend, om wat ze van die verwachting hebben voorgeleefd.)
Weggenomen door onze Heere, op Zijn tijd, door de Heere thuisgehaald.
Een leven met de verwachting, die Simeon ook had, verwachting van de Heere.
Een verwachting die om Christus draait, om Hem te mogen kennen, met Hem te leven.
Al kunnen we hier, zolang we op aarde wonen, Christus niet zien, zoals Simeon dat kon
en gaat die belofte pas in vervulling als we in Zijn heerlijkheid mogen komen
en voor Hem komen te staan,
Dan mogen we Hem zien, naar Wie ons verlangen uitgaat: Christus.
Voor degenen die we hier vanavond gedenken is dat verlangen reeds in vervulling gegaan
en mogen ze nu al bij de Heere zijn
en mogen ze zien Wie als de vertroosting van Israël gekomen is,
naar wie Simeon mocht uitkijken.

Voor Simeon gaat het verlangen in vervulling
als de Heilige Geest het hem laat weten dat hij deze dag naar de tempel moet gaan
omdat Degene die door hem, Simeon, verwacht wordt, er vandaag zal zijn.
Daar gaat hij op weg naar de tempel. Dit moet een bijzondere dag zijn.
Naar deze dag heeft hij altijd uitgekeken en nu is het zover.
De vreugde die deze man, die rechtschapen en vroom is, op wie de Heilige Geest rust heeft
omdat hij nu zijn Heer mag ontmoeten.
Steeds mocht hij in de tempel al voor God verschijnen,
de Heere van de legermachten die onzichtbaar maar wel aanwezig woonde in Jeruzalem.
Nu mag hij deze Heer in persoon ontmoeten, met eigen ogen zien.
Zijn leven is niet meer van hemzelf maar van zijn Heer
en nu mag hij die Heer ontmoeten die hij zijn hele leven dient,
nu komt die Heer in zijn stad, in zijn tempel, in zijn leven.
Daar staat Simeon met dat Kind in zijn armen, dat die Heer is:
Christus de Heer, die geboren is in de stad van David.
Dat Kind Jezus dat gekomen is, om zich hier aan de hemelse Vader te presenteren
Zijn eigen Vader in de hemel, die Hem naar de aarde zond.
Simeon weet, gelooft, ervaart: dit Kind Jezus is de vervulling.
Op deze Jezus heeft hij zijn leven gewacht en nu heeft hij dat Kind in zijn armen.

Als Hij maar van mij is
en ik ben van Hem,
Als ik, tot de dood nabij is,
luister naar zijn trouwe stem,
heb ik niets te lijden,
leef ik in een vroom en stil verblijden.

Als Hij van maar mij is
laat ik alles staan,
wil ik enkel zijn waar Hij is,
volg ik Hem waar Hij zal gaan.
Mij is om het even
heel het lichte, luide, aardse leven.

Waar Hij maar van mij is,
is mijn vaderland.
Zie hoe Hij alom nabij is
met de gaven van zijn hand.
Broeders lang verloren,
vind ik weer in wie aan Hem toebehoren.

Daar staat hij met het Kind Jezus in zijn armen,
maar heeft ook dat Kind in zijn hart.
Hij ervaart: dit Kind dat gekomen is, kan alles vervullen.
Dat vult met Zijn aanwezigheid de tempel,
zijn eigen hart, deze hele wereld.
Hij ziet het al voor zich, nu met dit Kind in zijn armen,
hoe het verhaal over dit Kind over heel de wereld zal gaan
en harten zal openen en mensen zal brengen bij God.
Als een licht dat over de wereld gaat en overal het duister verdrijft,
Nu daagt het in het oosten,
het licht schijnt overal, het komt de volken troosten.
De vreugde die hij zelf nu heeft zal niet tot hem beperkt blijven hier in de tempel.
Er zullen velen zijn over heel de wereld, die dit Kind in hun hart zullen krijgen.
Nu hij met dat Kind in de armen staat en voor zich ziet, hoe Zijn licht over de wereld zal gaan
moet hij denken aan de woorden van de profeet Jesaja:
en Ik zal U stellen tot een verbond voor het volk, tot een licht voor de heidenvolken.
Simeon kan wel dansen over het tempelplein.
Vanuit zijn hart borrelt een loflied op voor zijn God, die zou komen in de tempel,
Voor zijn Heer die hij nu in zijn armen houdt.
Woorden die allereerst voor God zijn bedoeld, voor zijn Heer in zijn armen:
‘Het wachten is voorbij. Mijn taak zit erop.
God heeft mijn verlangen in vervulling laten gaan.
Ik hoef niet meer uit te zien, want ik heb mijn Heer in mijn armen.

Nu laat Gij, Uw dienstknecht gaan in vrede, overeenkomstig Uw woord,
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.’

Simeon heeft niet alleen voor zichzelf uitgekeken naar deze komst.
Hij dacht ook aan de anderen van zijn eigen volk
En aan de mensen die er over heel de wereld zijn,
mensen die hij niet kent, die een andere cultuur hebben, een andere taal,
Er heel anders uitzien, misschien wel helemaal aan het einde van de wereld wonen.
Hij zingt verder: ‘Alle volken op aarde zullen dit licht zien
en in dit Licht, in dit Kind God zelf herkennen.
Ze zullen over Hem horen en in Hem geloven,
Zelfs volken die nog nooit over God gehoord hebben
zullen door dit Kind dat ik in mijn armen houdt bij God gaan horen.

Simeon, dat hadden wij kunnen zijn, dat kunnen wij zijn.
Hij zong over ons en over al diegenen die over Jezus hebben gehoord
en dit Kind in hun hart hebben gesloten, koesteren, geloven,
omdat dit Kind God zelf is die op aarde kwam, voor ons.
Dat Hij ook ons licht wil zijn, door het leven heen:
We gedenken met oudjaar broeders en zusters die zich hebben laten leiden door dat licht.

Leid vriend’lijk licht mij als een trouwe wacht, leid Gij mij voort.

Jezus kwam in hun hart, de Jezus die Simeon in zijn armen hield,
maar dan niet meer alleen dat Kind, maar die Heer die aan het kruis gegaan is
en gestorven is, in een graf werd gelegd en opstond
en naar Zijn Vader in de hemel ging.

Een licht om de heidenen te verlichten
en  Uw volk Israël te verheerlijken.

Als dat licht over je leven schijnt, in je hart ontstoken wordt,
als je je weg met deze Jezus in je hart mag gaan.

Vraag er maar om….
Soms kan je nood zo hoog zijn,
je hart zo vol pijn.
Je zou God om hulp willen vragen
om een deel van jouw zorgen te dragen.
Maar zelfs daarvoor ontbreekt je soms de kracht,
ook al weet je van Zijn grote almacht!
Wat een troost is het om dan te weten dat je niet alleen hoeft te gaan.
Dat er mensen om je heen willen staan!
Zij mogen voor je bidden als jij het niet kan.
En als je dat wilt: Vráág het ze dan!
God vraagt dit in Zijn Woord aan ons allen,
zodat er niemand hoeft te vallen.

Als God dit licht in je hart ontsteekt, deze Jezus in je hart brengt.
Dat is niet alleen een voorrecht dat alleen aan Simeon is toebedeeld.
Dat kan ook bij ons gebeuren, al gebeurt dat op een andere manier dan bij Simeon,
Die een persoonlijke boodschap van de Heilige Geest hoorde,
Zodat hij naar de tempel ging en deze Jezus in zijn armen mocht sluiten
en zo zijn Heer mocht vinden.
Voor ons gaat het via de verhalen uit de Bijbel, de liederen die we zingen,
de mensen die het ons voorgeleefd hebben:
Een vader of een moeder, een opa of een oma, een broer of een zus.
Als je zo iemand gedenkt, die het geloof kon voorleven,
dan valt er heel wat weg, ook al mag je dankbaar zijn voor wat de Heere gegeven heeft.
Wij mogen zelf dat licht doorgeven, uitstralen, totdat onze taak erop zit
en ons verlangen in vervulling gaat en wij onze Heer,
over wie we gezongen hebben, tot wie wij gebeden hebben,
bij wie wij onze dankbaarheid en vreugde brachten mogen zien
van aangezicht tot aangezicht.
Amen

Uitleg van Lukas 2:22-35

Uitleg van Lukas 2:22-35

Dit gedeelte vertelt over de komst van het kind Jezus met de ouders in de tempel. Via En (vers 22; Grieks: kaì) is dit gedeelte verbonden met de besnijdenis en naamgeving van Jezus, een gedeelte dat weer verbonden is met dat over de geboorte en de komst van de herders.
Om aan het voorschrift van de wet van de HEER (vers 23) of de wet van Mozes (vers 22) te voldoen, gaan de ouders (vers 27) naar Jeruzalem. Jeruzalem is niet zomaar een stad voor de Joden, maar de stad van God en de stad waar de tempel (vers 27) staat.
art for feb 2 DT8826 CROPStad en tempel
Jezus’ werk en Jezus’ leven is niet van de tempel los te maken. In het evangelie van Lukas is Jeruzalem het eindpunt van de reis, die ondernomen wordt door Jezus: daar zal Hij gearresteerd, verhoord en gekruisigd worden. Jeruzalem is ook de stad waar het graf zal zijn en waar de vrouwen merken dat Jezus is opgestaan. Vanaf de Olijfberg nabij Jeruzalem zal Jezus naar de hemel gaan. Een deel van het onderwijs van Jezus vindt plaats in de tempel. Wanneer Lukas vermeldt dat Jezus hier in de tempel aan de HEER wordt gepresenteerd is dat niet zonder betekenis. Temeer omdat het voorschrift, dat de eerstgeboren zoon in de tempel aan de HEER moet worden gepresenteerd, nergens in de Joodse wetten te vinden is.

De betekenis van Jezus’  komst naar de tempel is niet alleen dat Jozef en Maria als torah-trouwe Joden worden gepresenteerd. Het eerste openbare optreden na de geboorte is Zijn komst in de tempel. Mogelijk speelt op de achtergrond de tekst van Maleachi 3:1, dat de HEER zelf tot de tempel komt. Alleen is daar sprake van een ander woord voor de tempel: Lukas gebruikt het woord ieros (heiligdom, tempel), terwijl Maleachi het woord naos (paleis, tempel) heeft.

Reiniging
Er zijn twee redenen om in Jeruzalem de tempel te bezoeken. De eerste reden is dat op de veertigste dag na de bevalling van een zoon de onreinheid van een vrouw voorbij is. De overgang van de status van onreinheid naar reinheid kan alleen door een priester worden aangegeven en wordt gemarkeerd met een reinigingsoffer. Onreinheid houdt in dat iemand geen deel uitmaken de godsdienstige vieringen. Een vrouw die net bevallen is en een kind dat net geboren is zijn onrein, onder andere door het bloed dat vrijkomt bij de bevalling. De eerste fase van onreinheid is na 7 dagen voorbij. Daarom wordt een jongen op de 8e dag besneden. Met een reinigingsritueel (hier door middel van een offer) wordt een vrouw weer rein verklaard en kan ze weer deelnemen aan de godsdienstige rituelen.
PWI95117

In Leviticus 12:1-8 wordt de noodzaak van deze reiniging voorgeschreven. In Leviticus is dit ritueel alleen voor de moeder bestemd. Lukas vertelt echter dat ook Jezus gereinigd moet worden. Hij verschuift de aandacht van moeder naar kind, ook in het reinigingsritueel.

Presentatie
Een tweede reden waarom Jozef en Maria naar de tempel gaan, is om Jezus voor te stellen (vers 22), te presenteren als oudste zoon. Volgens Lukas is die presentatie een regel die in de wet van Mozes voorkomt. Dit voorschrift is echter niet in de wet van Mozes opgenomen, ook al citeert Lukas hier uit Exodus. Dit voorstellen van Jezus is bedoeld om Jezus in de presentie van de HEER te brengen, zoals ook Gabriël verkeert in de aanwezigheid van de HEER. Naast het in de tegenwoordigheid van God brengen, bij de heilige sfeer bij de HEER in Zijn heilige tempel, heeft deze voorstelling ook de betekenis van toewijding aan de HEER. Dit Kind is door de Heilige Geest geboren. De presentie van dit Kind in de tempel is een bevestiging van wat dit Kind al is: heilig voor de HEER (vers 23).

Godsnaam en Heilige Geest
In de eerste twee hoofdstukken gebruikt Lukas veelvuldig de naam HEER (Grieks: kurios) om God aan te geven. Ook in deze perikoop gebruikt Lukas deze Godsnaam veelvuldig. Daarnaast is de Heilige Geest een belangrijke actor: ‘Bij Lukas is de Heilige Geest de choreograaf van de gebeurtenissen’. De Geest is op (Grieks: epi) Simeon; door middel van (Grieks: hupo) de Geest weet Simeon dat de vertroosting van Israël aanstaande is; door (Grieks: en) de Geest komt Simeon in de tempel. Waar in het Oude Testament slechts een enkeling is op wie de Geest is, zijn de verhalen uit Lukas 1-2 vol met mensen in wie de Geest bezig is. De geboorte van Jezus markeert de nieuwe tijd van Joël 2, waarin aangekondigd wordt dat de Geest op ouderen en jongeren zal zijn.

witherington1
Simeon
Van Simeon weten we weinig. Ook zijn leeftijd weten we niet. Persoonlijke informatie wordt nauwelijks gegeven. Alleen zijn rechtschapenheid (dikaios) en zijn vroomheid (eulabès) worden gemeld als karaktereigenschappen. Verder wordt nog verteld dat Simeon uitkijkt naar de vertroosting van Israël: het eschatologische herstel van het volk Israël, zoals het in DeuteroJesaja is aangekondigd (Jesaja 40:1 bijvoorbeeld). Simeon is als een wachter, die uitkijkt naar de nieuwe morgen die de verlossing van Israël zal zijn (Psalm 130).

De belofte aan Simeon
Deze Simeon heeft de belofte gekregen dat hij de vertroosting van Israël zal zien met eigen ogen. Het woord zien (met eigen ogen) geeft aan dat de vervulling van die belofte een theofanie (verschijning van God) zal zijn. Dat Kind dat in de tempel gebracht gaat worden, zal de verschijning van God zijn en zal de vervulling van Gods belofte in persoon zijn. Lukas geeft door middel van een woordspel de belofte van de Geest door: nog voor Simeon de dood zou zien, zou hij de verlossing zien. Zoals de herders mogen zien wat de engel verkondigt, mag Simeon de vervulling van de belofte zien. Zien duidt op een directe vorm van openbaring, zoals Simeon al van de Heilige Geest door middel van  goddelijke communicatie (Grieks: kechrèmatisménon; vers 26) had te horen gekregen.

Lofzang
Als Simeon de ouders aantreft (ook al is Jozef niet de biologische vader), neemt hij het kind in de armen en looft hij God. Anders dan de lofzang van Maria en Zacharias is dit niet een lofzang over God, maar een lofzang tot God gericht. Simeon prijst God om wat Hij in dit Kind gaat doen. Allereerst looft Simeon God, omdat zijn diensttijd erop zit. Hij hoeft niet meer uit te zien als een wachter. Hij kan in vrede heengaan. Dat kan betekenen dat Simeon nu kan sterven. De uitdrukking kan ook betekenen dat zijn diensttijd erop zit, omdat de diensttijd van Jezus is aangebroken. Het wachten zit erop. De knecht (Grieks: doulos) mag afgelost worden door de Knecht des Heeren – zoals DeuteroJesaja aankondigde. DeuteroJesaja is een belangrijk gedeelte voor Lukas om de betekenis van Jezus aan te geven.

Voor alle volken

Lukas is een tweestemmig evangelie: aan de ene kant benadrukt hij de Joodse herkomst van Jezus; aan de andere kant geeft hij aan dat de verlossing niet alleen voor Israël is bedoeld, maar voor alle volken. Dat klinkt ook door in de lofprijzing van Simeon. Het bijzondere van deze lofprijzing is niet alleen dat de heidenvolken mogen delen in de verlossing en gelijk aan Israël zijn, maar ook dat zij vooropgeplaatst worden in de laatste regel van het Nunc Dimittis. Het verschil is dat de heidenvolken bekering nodig hebben en dat zij daarom het licht nodig hebben om het duister van de godloosheid te verdrijven, terwijl voor Israël de eer, glorie als volk van God wordt hersteld.  Ook in de verlossing van de heidenvolken deelt Lukas in de verwachting van DeuteroJesaja.

Tweedeling
De tweedeling van Israël en de heidenvolken wordt afgewisseld door een tweedeling in het volk. Jezus zal redding brengen aan Israël en zorgen dat er velen zullen zijn die nieuw leven zullen ontvangen. Tegelijkertijd zullen er velen zijn die dit nieuwe leven in Jezus zullen afwijzen. Zij zullen over Jezus heenvallen: Jezus is een val en een opstanding. Die tweedeling blijft tot aan het einde van Handelingen bewaard.

 

Preek Eerste Kerstdag 2019 – morgendienst

Preek Eerste Kerstdag 2019 – morgendienst
Schriftlezing: Lukas 2:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als je familie of vrienden ontmoet, die je maar een enkele keer per jaar ziet,
kan het twee kanten opgaan tijdens die ontmoeting:
Of je gaat verder waar je de vorige keer gebleven bent
en de ontmoeting verdiept de relatie verder
en al zie je elkaar maar een enkele keer, dit contact, deze relatie voegt echt iets toe.
Je zou elkaar wat vaker willen ontmoeten, maar de agenda’s laten het niet toe.
Of het gesprek tijdens die ontmoeting blijft oppervlakkig
en je vertelt over jezelf precies hetzelfde als je de vorige keer hebt gedaan.
Als je dan weer naar huis gaat, bedenk je dat het op zich prima is om elkaar weer te zien,
maar je hebt niet de behoefte om hen vaker te zien, omdat de relatie niet verdiept.

Bij een preek met kerst is het gevaar van het laatste groot aanwezig.
Je bent weer in de kerk net als vorig jaar
en weer hoor je over het Kindje, over Maria en Jozef, over herders en wijzen, over Augustus,
En het doet met je wat het vorig jaar ook deed:
Het is op zich prima om weer over hen te horen, maar het verdiept niet echt.
Ik wilde voor de kerstpreken echter meer:
dat het meer is dan gewoon prima om in de kerk te zijn met kerst,
maar dat u, dat jij ook echt het gevoel hebt na afloop dat het goed was
om met kerst in de kerk te zijn, omdat het je wat deed,
Dat er gebeurde, waar u op hoopte, namelijk dat er een ontmoeting met God plaats vond
in de liederen die we in de kerk zongen, in wat je hoorde in de preek.
Zo zou je de kerk uit willen gaan: met een ontmoeting met God, een ervaring van God.
Alsof je zelf daar in die stal aanwezig was,
toen Maria het Kind vol eerbied en aanbidding in de kribbe legde,
dat u erbij was toen de herders geroepen werden en meeging op weg naar de stal
En daar aangekomen met hen ook in aanbidding neerknielde:
U bent ook voor mij gekomen. Voor mij verliet U de hemel en kwam U naar de aarde.
Ik ben nu vanmorgen gekomen om U te aanbidden.

Lukas vertelt trouwens niet dat de herders het Kind in de kribbe aanbidden.
Al is het niet vreemd en ook niet verkeerd om te bedenken dat ze geknield hebben
en dat ze het kind aanbeden hebben.
Want knielen en aanbidden zijn gepaste reacties als je God tegenkomt
en de herders ontmoeten daar in Kind dat geboren is, in Jezus die daar in de kribbe ligt,
ontmoeten ze de hemelse Heer, die boven de engelen staat:
God zelf ontmoeten ze daar, in de kwetsbare gestalte van een klein, pasgeboren Kind.
Lukas gebruikt andere woorden om de ontmoeting te beschrijven:
De herders vinden Maria, Jozef en het Kind in de kribbe en ze zien het Kind.
Daarmee kunnen we hun ontmoeting met de Heere beschrijven: met vinden en met zien.
Vinden heeft hier de betekenis van: ontdekken – het ontdekken van een bijzonder geheim,
of een kostbare schat, waar je opeens op stuit.
En bijzonder is het om dit geheim te mogen ontdekken:
Dat God uit de hemel is afgedaald om mens te worden,
dat Kindje dat daar ligt in de kribbe, kwetsbaar net als elk ander pasgeboren kind,
de Koning van het heelal, God de Zoon.
Zo maar midden in hun dagelijkse bezigheden – de wacht houden over hun kudde –
is er opeens een mogelijkheid om God te vinden; een positieve verrassing.
Er komt een engel uit de hemel, door God zelf gestuurd, om hen in te lichten,
Waardoor ze op weg gaan om de verlosser die gekomen is te zoeken.
En ze vinden Hem.
Het is geen ingewikkelde zoektocht. Ze hoeven niet ingewikkeld te doen.
God laat zich vinden, op Zijn eigen aanwijzing.
Dat is wat Kerst is: dat God zich laat vinden hier op onze aarde.
Dat Hij uit de hoge hemel is neergedaald om mens te worden net als wij.
Je moet er wel op uit trekken om Hem te vinden,
maar als je gaat om Hem te ontmoeten, dan zul je Hem ook vinden.
Dat is de belofte van Kerst: dat je God kunt vinden, zoals de herders Hem vinden
en met hun eigen mogen zien.

Daar in die stal, als de herders hun Heer vinden, is het even een rustpunt
in een chaotische wereld, een oase van rust in een wereld op drift.
De kribbe waarin dit Koningskind wordt neergelegd
staat in een wereld waarin veel landen hun eigen vrijheid zijn kwijtgeraakt,
Een wereld waarin veel mensen gedwongen worden op pad te gaan
om zich te laten registreren om later eventueel dienstbaar te kunnen zijn
aan dat verre Rome, hetzij om als soldaat te dienen, hetzij om belasting te bepalen.
Een wereld waarin veel mensen niet de regie over hun eigen leven hebben
en Jezus zelf heeft daarmee te maken,
omdat zijn wieg niet in de woonplaats van zijn ouders staat,
maar ergens anders, omdat zijn ouders op reis moesten gaan
in opdracht van een verre keizer die wel de regie over de wereld lijkt te hebben
en met één bevel een hele wereld in beweging kan brengen.
Zo deelt deze pasgeboren Koning in het leven van veel kinderen,
die onderweg geboren worden, omdat de ouders onderweg zijn:
op de vlucht of op zoek naar een beter bestaan,
of omdat iemand hen de opdracht heeft gegeven om weg te gaan.
Dat je in zo’n wereld God kunt vinden, dat je Hem aantreft, zoals de herders dat doen,
dat is een wonder, en dat is juist het wonder van Kerst,
Dat God in deze onrustige wereld afdaalt en mens wordt,
de almachtige God, heerser over hemel en aarde,
kwetsbaar als een baby, afhankelijk van een liefdevolle zorg van ouders,
God geeft de regie uit handen als Hij in Jezus mens wordt
en tegelijkertijd blijkt Hij de regie te hebben als Hij
de mens Augustus, die door zijn volksgenoten als een god wordt gezien,
gebruikt om dit onopvallende stel, Jozef en de zwangere Maria in Bethlehem te krijgen.
Zodat Hij daar geboren wordt, in de stad van David
en gevonden kan worden door de herders die de wacht hielden in het veld.
God laat zich vinden, ook door u en door jou.
Of je nu net als Maria en Jozef gerekend hebt op de aanwezigheid van Christus,
of dat je er niet op gerekend had Christus te vinden.
Of je leven nu op een alledaagse manier verloopt,
zoals de herders die bezig zijn met hun gewone werk,
of dat je je in een turbulente wereld bevindt, zoals Jozef en Maria
die geen regie hebben over hun eigen leven en gedwongen op reis zijn,
omdat iemand ver weg een bevel heeft uitgevaardigd heeft.
Zo kun je het gevoel hebben dat anderen je leven bepalen,
dat je werk zo’n druk geeft, of de regels van de overheid waar je tegenaan loopt,
gedoe binnen je familie.
De kribbe van onze Heere staat midden in deze turbulente wereld,
midden in jouw wereld en mijn wereld,
Waar het soms goed uit te houden is en waar het soms ook heel zwaar is.
De Koning die in de wereld van Zijn onderdanen stapt,
niet om even een kijkje te nemen en dan naar een paar uurtjes weer weg te zijn,
in zijn paleis, waar hij zich kan terugtrekken in een zorgeloos bestaan.
Nee, deze Koning wil alles meemaken, wat wij meemaken.
Ook Hij werd geboren, een kwetsbare en gevaarlijke gebeurtenis,
want niet elk kind dat in de moederschoot groeit wordt overleeft de bevalling.
Deze Koning zal zich niet afschermen van het leed van deze wereld,
maar tussen Zijn onderdanen opgroeien, omdat Hij voor hen gekomen is.
Dat zegt de engel ook tegen de herders: Hij is voor U geboren.
Deze Koning Jezus kwam niet voor zichzelf naar de aarde,
maar voor u, voor jou, voor mij.
Zijn geboorte zal grote vreugde geven, voor iedereen, voor u, voor jou, voor mij.
Want deze Koning zal de Redder zijn – de Bevrijder.
Hij komt om te verlossen, te redden, te bevrijden.
God zelf die uit de hemel komt om te redden, te verlossen.

Dit Koningskind, waar de engel over sprak en waar de herders naar op zoek gingen
is een Redder – Zaligmaker, Heiland.
Al die woorden hebben ermee te maken, dat dit Kind dat geboren is
de weg naar God weer vrij maakt en het mogelijk maakt dat wij weer bij God horen.
Dit Kind, God zelf die naar de aarde komt om ons weer bij Hem terug te brengen
en daarmee ons te genezen, te helen, te redden van de zonde – onze God!
Wat dit Kind ons kan brengen, kan geen enkel ander mens op aarde brengen.
Geen wereldleider, geen profeet, geen politicus, geen geestelijke.
Keizer Augustus, die met dat bevel de hele wereld op z’n kop zette
zag zichzelf ook als redder en werd door zijn aanhangers bejubeld als redder,
als heiland en zaligmaker, meer dan een mens, met goddelijke status.
Dit pasgeboren Kind, deze Zaligmaker, Jezus de Heer kan meer bieden
dan wie ook op aarde leeft of heeft geleefd of zal leven.
Lukas vertelt wat er van dit Kind terecht komt als het opgegroeid is.
Jezus bindt de strijd aan tegen duivel en zal die strijd winnen.
Hij brengt de heerschappij van God weer op de aarde terug,
door de wonderen die Hij verricht, door de verhalen die Hij vertelt,
door de mensen, die op de verkeerde manier leven, te zoeken en terug te brengen.
Jezus die in de kribbe gelegd wordt, dit Koningskind, blijft niet in Bethlehem wonen.
Daar begint Hij wel, om aan te geven dat met Zijn komst Gods beloften in vervulling gaan.
Dat God Zijn hart laat spreken, bewogen is met deze wereld, met ons, met u, met mij
en dat Hij zelf gekomen is om het weer goed te maken en ons terug te brengen.
De kribbe in de stal is geen eindpunt van de reis, maar juist begin.
Een reis die zal voeren naar Galilea en Judea, naar Jeruzalem,
waar een kruis zal staan, waar Hem een kroon van doornen zal wachten,
Waar een graf klaar gemaakt zal zijn om deze dode Koning in te leggen.
Dat zal de weg van dit Koningskind zijn om die redding te brengen
en daarmee de vreugde die de redding zal brengen.
De kribbe is het begin van die redding.

Geen wonder dat ze vol vreugde zijn als de herders dit Kind vinden
en mogen zien met eigen ogen, de stal kunnen binnentreden en op de knieën gaan.
Hier zijn wij Heere, onze redder, ons leven is van U voortaan.
Wij knielen voor u neer, wij wijden ons toe aan U, U bent onze Koning.
Voor ons is het om ook dat Kind te vinden, om te knielen bij de kribbe
en ons hart te openen voor Hem, in eerbied neer te knielen en te aanbidden.
Wij kunnen dat Kind niet vinden op de manier van de herders
en niet met eigen ogen zien, zoals de herders dat voorrecht wel hadden.
Hoe kunnen wij dit Kind dan vinden?
Hoe kunnen wij dan komen en aanbidden, zoals we deze dienst begonnen?
Door ons hart te openen en deze Heer binnen te laten.
Door in onze gedachten de stal binnen te stappen en in onze verbeelding te knielen.
Hier zijn wij Heere, onze redder, ons leven is van U voortaan.
Wij knielen voor u neer, wij wijden ons toe aan U, U bent onze Koning.
Over die herders wordt verteld, zodat ook wij deze Heer vinden en begroeten.
Dat Hij Zijn intrek in ons hart neemt
en zo ook onze, mijn Redder, mijn Heiland, mijn Zaligmaker wordt.
Ik kniel aan uwe kribbe neer,

o Jezus, Gij mijn leven!

Ik kom tot U en breng U, Heer,

wat Gij mij hebt gegeven.
Amen

Meditatie Kerstviering 2019

Meditatie Kerstviering 2019

Het was geen makkelijke tocht vanuit Nazareth naar Bethlehem.
Omdat Maria hoogzwanger was, duurde de reis langer.
Geregeld stopten ze om Maria de rust te geven die ze nodig had.
Het was een hele opgave om in deze omstandigheden op reis te zijn.
Dat was niet hun eigen keuze.
Ze moesten wel, vanwege een opdracht die ver weg in Rome was gegeven.
De keizer in Rome wilde dat iedereen in zijn uitgestrekte rijk ingeschreven werd.
Dan wist hij wat voor belasting hij kon innen
en hoeveel soldaten hij kon oproepen voor de oorlog.
Jozef en Maria wisten dat ze niet in Nazareth konden blijven.
Want hun familie komt van oorsprong uit een andere plaats.
Ze zouden naar Bethlehem moeten gaan, waar hun stamvader David vandaan kwam.
Zo gingen ze op weg. Ze hadden geen andere keuze.
Wellicht waren ze nog nooit eerder in Bethlehem geweest
en hadden ze de route moeten uitzoeken
of onderweg moeten vragen of ze in de juiste richting gingen.

Na een paar dagen reizen kwamen ze aan in de stad van hun bestemming: Bethlehem.
Hier lagen hun wortels, hier kwam hun beroemde voorvader David vandaan.
Er was echter niemand die hen kwam binnenhalen
als afstammelingen van deze beroemde Bethlehemiet.
Geen ontvangstcomité die blij was met hun komst.
Eerder het tegendeel.
Als ze langs de deuren gaan op zoek naar een plek om te kunnen overnachten
is alles vol – ook in de herberg is er geen plek.
Het zou kunnen zijn dat er meer mensen onderweg waren om zich in te schrijven.
Of wellicht zag de waard van de herberg het niet zitten
dat er een hoogzwangere vrouw in zijn herberg zou verblijven,
bang voor de consternatie die een bevalling zou kunnen geven bij de andere gasten.
Er was geen plaats voor haar in de herberg,
terwijl juist het moment gekomen is dat zij moet bevallen.
Het Kind dat geboren wordt, ziet er niet bijzonder uit. Net als alle andere baby’s.
En toch, als Maria haar eerstgeboren Zoon in de armen houdt,
Weet ze dat dit Kind bijzonder is.
Het is niet alleen haar Kind, maar ook Gods Zoon.
De engel had aangekondigd dat ze van Hem in verwachting zou raken.
En nu is Hij geboren, de aangekondigde Zoon,
die niet alleen voor haar een grote vreugde is, maar voor ieder die er over zal horen.
Vol eerbied wikkelt ze Hem in doeken en legt Hem in een kribbe.
Met deze handeling aanbidt ze haar Kind, die meer is dan een gewoon kind.
In dit Kind komen beloften uit, die God al eeuwen geleden gesproken had,
Tegen Eva over een Kind dat uit haar geboren zou worden
en de kop van de slang zou vermorzelen.
Beloften die door de profeet Jesaja uitgesproken werden:
Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons geboren
En men noemt Zijn naam: Wonderlijk, Raadsman, Sterke God Eeuwige Vader, Vredevorst.
Maria kan er niet over uit: God heeft Zijn beloften vervuld.

Op hetzelfde moment gebeurt er verderop, in de buurt van Bethlehem iets bijzonders.
Waar een groep herders bij elkaar is om de wacht te houden over de schapen,
verschijnt een engel en hij vertelt namens God dat dit bijzondere Kind geboren is.
Als de engel is uitgesproken, verschijnen er nog veel meer engelen:
Een grote menigte van engelen bezingt de eer van God:
Eer zij God in de hoge en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
De herders zijn verbaasd over wat er gebeurt.
Hier hadden ze niet opgerekend.
Ze blijven echter niet achter bij de schapen.
Ze gaan op weg naar Bethlehem, op zoek naar de stal met de kribbe
waar ze dit Kind kunnen vinden.
Als ze de stal vinden, betreden zij het vol eerbied en ontzag.
Vol ontroering knielen ze neer bij de kribbe.
Ze kunnen niet uit over het wonder dat hier gebeurd is:
De Verlosser geboren, God die mens geworden is, net als zij.
Het begin van een lange weg om Zijn volk te redden van de zonden.
Ze vertellen Jozef en Maria wat hen overkomen is,
over hoe de engel vertelde van de geboorte van Jezus Christus de Heer
En dat ze Hem konden vinden in de kribbe, in doeken gewikkeld
En dat ze gekomen waren om Hem te aanbidden.
Een kleine gemeenschap is zo aanwezig om de kribbe waarin Gods Zoon ligt.
Vreugde en eerbied is er in de harten van allen die er aanwezig zijn.

Vandaag zijn wij bij elkaar om dit wonder te vieren.
Dat Christus naar de aarde kwam, dat Hij geboren werd, onze Redder.
Ook wij zijn geroepen om te aanbidden.
Al kunnen wij niet naar Bethlehem gaan, wij kunnen wel in ons hart knielen,
voor onze Heer die geboren werd en daarmee onze redding bracht.
Komt laten wij aanbidden, die Koning!

 

Overdenking Kerstviering 2019

Overdenking Kerstviering 2019
Lukas 2:8-14
download (3)


Waar zou ik moeten beginnen met vertellen van die nacht?
Wat ik van die nacht nog herinner is hoe donker die nacht was.
Niet dat we dat door hadden toen we op de schapen pasten.

Hoe donker die nacht was, werd mij pas duidelijk toen het licht kwam
en uit dat licht een engel tevoorschijn stapte.
Dat licht was zo schoon, zo heerlijk. Ik zou het niet kunnen beschrijven.
Het was een hemels licht, alsof God zelf in dat licht naar ons toe kwam.
Dat hemelse licht, dat over ons viel, zat er iets van genezing in, en ook troost.
En toch, toen dat licht kwam, schrokken we allemaal.
Niet omdat er in de nacht zo onverwacht een licht kwam en alles helder verlicht werd.
Maar omdat licht iets heiligs had
en ook omdat het licht dat kwam liet zien hoe donker het bij ons was.
Niet alleen in de nacht om ons heen, maar ook in ons zelf.
Dat licht onthulde hoe duister het was in mijn eigen hart
en als ik om mij heen keek en de verschrikte gezichten van de andere herders zag
merkte ik dat zij dat ook hadden,
dat ze hun zondigheid beseften nu we zomaar onverwacht in Gods licht kwamen te staan.
We konden er niet voor weg kruipen.
Dat licht omscheen ons helemaal. We konden ons niet verbergen.
Toen klonk de stem van de engel
en de vrees die er was in ons hart, zakte weg en maakte plaats voor een blij gevoel.
De engel had bijzonder nieuws voor ons.
Na die nacht met dat licht is ons leven nooit meer hetzelfde geworden.
Hoe kan ik je uitleggen wat voor blijdschap er in mijn hart gekomen is?
Dat zou je zelf moeten ervaren hoe het is
dat je merkt dat de duisternis uit je hart verdreven wordt,
Dat je merkt dat de zondigheid die je neerdrukt van je afgenomen wordt.
Je zou zelf moeten ervaren wat de vrede van God is, waar de engel over sprak.
Ik hoop dat je zelf eens mag ervaren dat Gods welbehagen er ook voor u is,
dat God ook u op het oog heeft.
We zijn met z’n allen gaan kijken bij het Kind dat door de engel aangekondigd werd.
Over wat de schapen hebben we niet nagedacht, zo graag wilden we dat Kind ontmoeten.
Je had ons eens moeten zien: mannen die soms dagen en nachten lang buiten zijn,
wij met onze verweerde gezichten en ruwe handen,
stoere mannen die de tranen in de ogen hadden,
mannen die heel wat hebben meegemaakt die neerknielden,
mannen voor wie heel wat mensen in de stad bang zijn, die hun handen vouwden.
Aan het Kind dat in de kribbe lag, zagen we niets bijzonders.
Niet zo’n heerlijk licht als de engel meedroeg uit de hemel, of een glanzend gelaat,
maar een gewoon Kind, in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.
En toch, al terwijl we de stal al binnentraden, merkten we dat dit Kind
nog bijzonderder was dan de engel die uit de hemel kwam
en net zo heilig was als het licht dat over ons viel toen de engel kwam.
Het zag er gewoon uit en toch wisten we dat er niets groter was dan dit Kind,
hoe klein en kwetsbaar was zoals het daar in de kribbe lag:
de Koning van het heelal, de Heer van de hemel en de aarde.
Wij waren zo heel dicht bij Hem toen we daar knielden voor de kribbe.
Terwijl we daar zo eerbiedig knielden bij de kribbe,
wisten we nog niet wat er uit dat Kind zou worden.
De engel had het over vrede gehad en we geloofden dat dit Kind vrede zou brengen.
Al wisten we toen nog niet op welke manier dat Kind er voor zorgden.
Jaren later hoorden we wat er van dit Kind geworden is,
toen Zijn volgelingen door het land trokken en over Hem vertelden.
Over hoe Hij stierf aan het kruis, hoe Hij opgestaan was.

In die stal daar bij die kribbe konden we het nog niet bevroeden wat Gods weg was.
We wisten daar nog niet wat Gods weg zou zijn,
wel wisten we dat Gods weg begonnen was en dat Hij gekomen was in dat Kind.
De vreugde van dat moment daar in die stil ben ik nooit kwijt geraakt.
Ik heb dat altijd bij mij gedragen als een kostbare schat die ik koester.
Vaak denk ik nog terug aan die nacht dat wij bij de kudde weggeroepen werden.
Ik kan me alles zo voor de geest halen: het licht, de engel, zijn boodschap,
het Kind en Zijn ouders en wijzelf daar in de stal.
Vanaf dat moment was mijn leven niet meer van mijzelf maar van dat Kind,
van God die in dat Kind gekomen is en Zijn weg begonnen was om redding te brengen.
Dat Kind droeg ik altijd in mijn hart,
totdat ik hoorde van Zijn volgelingen hoe Hij was opgegroeid en wat Hij gedaan heeft.
Hoe Hij rondtrok om zieken te genezen, om te vertellen over Gods koninkrijk.
Ze vertelden hoe Hij naar Jeruzalem ging en hoe Zijn weg daar leek te eindigen
toen Hij werd opgepakt, veroordeeld, aan het kruis gebracht en stierf.
Het verhaal ging echter door. De weg naar het kruis was voor Hem geen eindpunt,
want Hij kwam terug uit de dood.
Zijn weg eindigde in de hemel, waar Hij vandaan kwam voor Hij als Kind geboren werd.
Nu draag ik in mijn hart niet alleen het beeld van dat Kind,
denk ik niet alleen aan de kribbe en hoe wij knielden,
maar probeer ik er ook steeds aan te denken hoe Hij daar hing aan het kruis.
Ik probeer mij dan voor te stellen hoe ik daar zou staan.
Zou ik blijven geloven, of zou ik ook zijn weggegaan zoals Zijn leerlingen deden?
Voor mij is het genoeg om te weten dat Hij gekomen is, voor mij.
Want dat zei de engel. Dat was ook voor ons de reden om te gaan kijken in de stal:
Hij is voor u geboren, de redder, de zaligmaker.
Nu heb ik u verteld over mijn verhaal, hoe ik bij de kribbe kwam door die engel.
Ik hoop dat u ook dat Kind kent en daarmee de vreugde dat Hij voor u geboren werd.
Dat uw hart van Hem is
en dat u ook mag ervaren wat er gebeurde in die nacht:
Dat het duister uit het hart verdreven werd en daar plaats kwam voor dit Kind:
Gods eigen Zoon die de hemel verliet om ook in uw leven te komen en in uw hart te wonen.

Preek Eerste Kerstdag 2017

Preek Eerste Kerstdag 2017
Lukas 2:8-20
Tekst: en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen (vers 9).

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als Jezus geboren wordt, zijn er buiten het stadje Bethlehem, in het veld herders.
Als het nacht is houden deze herders de wacht over de schapen die ze bij zich hebben.
Ze beschermen de schapen tegen het gevaar dat er in de nacht kan zijn:
het gevaar van schapendieven die in het donker een schaap willen stelen,
het gevaar van de wilde dieren die van het donker gebruik willen maken
om onder de beschutting van het donker een makkelijke prooi te hebben.
In de nacht waarin de meeste mensen slapen, zijn de herders wakker,
omdat zij de schapen moeten bewaken en beschermen.

Dan is er in die nacht een engel, die voor hen een boodschap heeft:
Er is een Kind geboren, niet zomaar een kind dat hen grote vreugde zal brengen,
voor iedereen die het geloven wil.
Voordat de engel deze boodschap uitspreekt, gebeurt er eerst iets anders.
Als de engel neerdaalt bij de herders, brengt hij een licht mee,
zo helder en indrukwekkend, geen gewoon licht,
maar het licht uit de hemel, het licht dat bij God vandaan komt.
De herders die in het donker van de nacht bij elkaar zijn om te waken
worden in dat hemelse licht van God geplaatst:
de heerlijkheid van de Heere omscheen heen.
De heerlijkheid van de Heere – dat is meer dan het licht van de dag, meer dan zonlicht,
het is het licht van God zelf, zo stralend en indrukwekkend.
Wie de heerlijkheid van de Heere ziet, kan zeggen dat hij God zelf gezien heeft.
Hier in de nacht, waar de herders zijn bij hun kudde, komt dat licht van God,
zijn heerlijkheid, als een verschijning van God zelf.
Dat licht van God breekt de nacht open en plaatst de herders in dat licht van God.
De engel brengt Gods licht mee naar de aarde en brengt het licht van God op de aarde
om daarmee aan te kondigen dat er een tijd zal komen
dat de hemel op aarde zal zijn en dat God zelf hier op aarde zal zijn, tussen ons mensen
en dat de nacht, die soms zo heel duidelijk aanwezig kan zijn, voorbij is en beëindigd is
door God die zelf komt en die Zijn licht op aarde breekt.

Het is nacht als de herders bezig zijn met hun werk.
De nacht – dat kan gewoon het tijdstip zijn:
ze zijn aan het werk, terwijl veel andere mensen slapen.
Zoals er nu nog mensen zijn die ‘s nachts moeten werken.
Het kan ook een subtiele aanwijzing zijn, dat het donker is om deze herders heen.
Een donkere tijd waarin ze leven.
Het kan voor u op dit moment ook wel donker zijn,
waardoor Kerst dit jaar anders is dan vorig jaar.
Je hebt een moeilijk jaar achter de rug van gevecht tegen de depressies,
je werd ziek of je moet iemand uit je directe omgeving omgeving missen, die overleden is.
Dan kun je tegen Kerst opzien, zoveel mensen die het gezellig hebben,
maar in jouw leven is dat er niet, omdat de glans ervan af is, voor even of voorgoed.
De glans die de engel op aarde bracht, die zie je niet, meer het donker waarin je zit.
Je kunt je heel alleen voelen, juist met deze dagen waarop het gezellig hoort te zijn.

De komst van de engel, zijn boodschap en het licht dat hij uit de hemel meebrengt
is bijzonder: de engel laat aan de herders en aan ons weten
dat God ons op de aarde niet alleen laat,
maar dat Hij zelf neerdaalt waar het donker is, waar dat licht van Hem gemist wordt,
daar komt Hij hoogst persoonlijk, om dat licht weer terug te brengen.
Het volk dat in duisternis wandelt, zo kondigde de profeet Jesaja aan, zal een groot licht zien
Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen.
Dat is wat er bij de herders gebeurt.
Het is een aankondiging, dat God de aarde niet vergeten is,
dat Hij zelf uit de hemel neerdaalt, met die engel mee
en ook in dat kleine kindje dat geboren is in de stal en in doeken gewikkeld ligt.
Het is het begin van een missie, waarop God aan ons laat weten
dat elke duisternis verdreven zal worden van de aarde, die ons gevangen houdt.
En dat licht dat de engel uit de hemel meebrengt, kondigt aan hoe de wereld zal worden
als dat Kind dat geboren is, als Jezus Zijn werk zal volbrengen aan het kruis
en als Hij uit de hemel weer terugkeert:
dan zal de hele wereld vol zijn van deze heerlijkheid van God, van dit licht van God.
De engel kondigt het aan: de duisternis, dat donker is niet het laatste,
dat de glans er voorgoed af is, is toch niet het laatste.
De engel, zijn komst is een voorbode van een nieuwe tijd,
Waar we als kerk ook naar uitkijken: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuw leven
dat er zal komen, omdat dit Kind voor ons geboren is, omdat Jezus kwam in een kribbe,
God die mens werd, vanuit de hemel waar Zijn heerlijkheid en glans is,
naar de aarde waar Gods nabijheid zo vaak gemist wordt,
waar de glans wordt gemist omdat je iemand kwijt raakt,
omdat mensen elkaar pijn doen, landen in oorlog zijn, mensen elkaar geweld aan doen
of leven in een wereld waarin gevochten wordt, waarin onrecht heerst,
zonder dat het er op lijkt dat er een einde aan komt.
Er is zoveel donkerheid op deze wereld.
In de Bijbel wordt die donkerheid niet ontkend, ook in de Bijbel zien we het leed van mensen,
lezen we hoe mensen de vreugde missen en snakken naar een teken van God.
Tegelijkertijd geeft de Bijbel ook aan dat God bezig is
om het donker te verdrijven, om een nieuwe wereld te brengen
zonder lijden, zonder dood, zonder onrecht, zonder zonde.
Het begint heel klein: een klein kindje geboren, hulpeloos en teer – en toch: Gods Zoon.
Een engel die aan een klein groepje mensen verschijnt
en aan hen Gods heerlijkheid en licht brengt,
in een wereld waarin de keizer van Rome het voor het zeggen lijkt te hebben
en met één bevel de hele wereld in beweging kan brengen
omdat hij wil weten hoeveel mensen er in zijn rijk zijn,
om te weten hoe groots zijn aanzien is
en om te weten hoeveel mensen hij kan ronselen
voor de oorlogen die gevoerd moeten worden om de vrede te behouden.
Dan is het licht van die engel maar een klein lichtje in die grote donkere wereld.
en toch geweldig, want die engel maakt waar wat er in Psalm 139 staat:
Als het nacht is, zal die nacht helemaal licht worden, verlicht worden,
omdat God zelfs in het donkerste van de nacht er zal zijn
en sterker is dan welke macht van het donker ook.
Geen wonder dat de herders bevreesd zijn.
Moet je voorstellen: dat Gods heerlijkheid hier vanmorgen over ons komt.
Dat we ons opeens bevinden in een heilig licht van God afkomstig,
omdat God zelf hier in ons midden afdaalt.
En toch: vreest niet, ik kom met goed nieuws voor iedereen, voor heel het volk.
Niet alleen voor jullie, herders, maar het is een boodschap vol vreugde voor iedereen.
Die heerlijkheid, die glans die jullie nu mogen zien, die over jullie komt
En waar jullie van huiveren, komt er terug op aarde.
Het Kind dat geboren is in de kribbe zal het terugbrengen.
Het Kind dat geboren is, Jezus, klein en teer, is het teken
dat er een andere tijd zal komen, dat Gods tijd weer zal aanbreken
en dat is goed nieuws voor ons.

De herders zullen het vol verbazing hebben aanschouwd.
En als de heerlijkheid, die glans over hen nog niet genoeg is,
komt er een heel koor van engelen, die de boodschap van de eerste engel onderstreept:
Ere zij God, vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
De hemel is vol vreugde, vol engelen, die de herders willen aansporen
om met eigen ogen te gaan kijken dat het waar is wat de engel zegt.
Ook ons sporen de engelen aan om te kijken, te kijken in geloof
om met de herders mee te gaan, naar de stal van Bethlehem
om daar in eerbied mee te knielen
om daar in eerbied mee te knielen
Om mee te zingen met de engelen,
om het net als de herders te vertellen tegen iedereen die we tegen komen

Wij staan aan een kribbe, aanschouwen de bron,
de oorsprong der schepping, de rijzende zon:


Hoe diep ook het  duister waarin Hij verschijnt,
zijn ster aan de hemel heeft alles omlijnd.
Hij is ons tot lichtbron in donkere nacht.
Het zonlicht van Pasen wint hier al aan kracht.,
Amen

Preek Eerste Kerstdag 2016

Preek Eerste Kerstdag  2016 (Kerstnachtdienst Westerkerk Kampen)
Lukas 2:6-20
Tekst: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal  (Lukas 2:10)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Zomaar, opeens is daar de engel die de herders opschrikt met zijn verschijning.
Zomaar, opeens is hij daar – met goed nieuws.

Als je in je dagelijkse bezigheden wordt opgeschrikt,
is dat juist meestal geen goed nieuws.
Dan is het vaak een bericht dat je leven  op de kop zet:
bericht van een ontslag, boodschap dat je ziek bent of iemand onverwacht overleden.

Het bericht waarmee de engel zo onverwachts komt is goed nieuws.
Goed nieuws zonder dat ze er op bedacht waren of rekening mee hielden.
En dat goede nieuws zal niet alleen hen blij maken,
maar de boodschap is voor iedereen een grote vreugde.
Niemand zal er bij deze vreugde buiten staan.
Niemand zal zich een buitenstaander voelen
omdat hij of zij door een heel andere stemming beheerst wordt,
zoals verbittering, jaloezie of verslagenheid.

Als ik nadenk over goed nieuws en hoe ik zelf zou reageren
merk ik dat ik vooral sceptisch reageer:
Eerst zien dan geloven.
Het moet eerst maar eens zover zijn.
De engel die het goede nieuws komt vertellen is een boodschapper van God.
God kondigt het goede nieuws aan.
God wil dat die blijdschap iedereen bereikt
en zal er ook voor zorgen dat iedereen door deze blijdschap bereikt wordt
en vol van deze blijdschap wordt.
Dat ook ikzelf vol van die blijdschap word – en u en jij.
Want wat de engel vertelt is een persoonlijke boodschap
die God voor de herders heeft
en niet alleen voor de herders, maar voor alle mensen.
Ook voor u, nu u hier in de kerk zit en voor jou.
En misschien bent u of ben jij er daarom wel in de kerk
om iets van de blijdschap te krijgen, omdat je die nu niet hebt.

In de afgelopen weken heb ik dat aan enkele mensen gevraagd.
of ze uit keken naar het kerstfeest of dat ze er juist tegenop zagen.
In mijn werk spreek ik veel mensen, die nogal wat tegenslag krijgen,
juist van die berichten die je leven op z’n kop zetten en waar je niet blij van wordt.
‘Ik ben blij als het januari is en de feesten achter de rug zijn,’ zei er een,
‘Juist met kerst is het gemis zo sterk. De glans is er toch wel van af.’
Kan de engel dan nog wel zeggen dat de vreugde er voor iedereen zal zijn?
En dan nog wel een grote vreugde?
Of is die vreugde er alleen voor de mensen die zonder zorgen zijn,
die zich in de afgelopen dagen hebben voorbereid met de kerstinkopen,
de afspraken op welke dagen ze waar zijn en met wie het gevierd worden.

De engel zegt niet dat er in iedereen de vreugde, de blijdschap komt boven borrelen
als een gevoel dat je helemaal in beslag neemt
en alle andere zorgen overstemt.
Dan kan overigens wel, dat je even opgetild wordt boven alles uit.
Maar als de stemming weg is, of misschien als u al weer thuis komt,
dan kan het stil zijn, leeg, de stemming weg.

De blijdschap wordt verkondigd.
Dat wil zeggen: die blijdschap zit niet in onszelf, niet een gevoel van binnen,
maar de vreugde komt bij God vandaan.
Het is een vreugde die iedereen bereikt,
omdat het iets van God laat merken die iedereen bereikt.
Het is de blijdschap die er is,
omdat God zelf naar de aarde gekomen is,
de blijdschap die te maken heeft met dat kind, in doeken gewikkeld, liggend in de kribbe.
Omdat dit kind geboren is, is er voor iedereen vreugde, heel persoonlijk.
Voor de één is de vreugde veel makkelijker te aanvaarden dan voor de ander.
Het kan best zijn dat u of jij jezelf in die herders herkent,
die als ze de boodschap van de engel gehoord hebben, gelijk ook die blijdschap ervaren en nieuwsgierig worden naar het kind,
dat van Godswege uit de hemel komt
en dat u daarom in de afgelopen dagen zo druk was met de voorbereidingen
omdat het Kerstfeest voor u niet alleen een feest van gezelligheid is
van met elkaar als familie – dat ook,
maar vooral het feest is van de komst van Christus op aarde, de Zoon van God.

Toen ik het in de afgelopen weken vroeg, zei er iemand:
‘Ik kijk er ook weer naar uit, juist vanwege de betekenis.’
Want Kerst betekent wel wat, namelijk dat God afdaalt in ons gewone bestaan.
De engel spreekt daarover, als de reden van de vreugde:
dat kind dat in doeken gewikkeld is en in een voerbak ligt.
In doeken gewikkeld, dat is niet bijzonder, dat gebeurde met elk kind dat geboren werd.
Jezus, de Zoon van God, wordt op dezelfde manier als wij geboren
Met Hem wordt op dezelfde manier omgegaan als met ons na onze geboorte.
Het zijn vaak de gewone dingen die iets bijzonders laat zien.
De zon die elke morgen opkomt, zo heel gewoon, is een teken van Gods trouw
dat Hij weer een nieuwe dag geeft,
Een teken dat Hij onze wereld niet vergeten is, en dat Hij ons nooit loslaat
maar altijd voor ons zorgt.
Het brood en de wijn bij het avondmaal, geen bijzonder brood en ook geen bijzondere wijn en toch wijzen ze op iets bijzonders, namelijk de liefde die Christus in zich droeg
toen Hij naar de aarde kwam en toen Zijn leven eindigde aan het kruis.
Zo ook in de kribbe: een kind in een gewone nacht,
gewoon en toch zo heel bijzonder: Christus de Heer, de messias, de Heer.
Zo komt God in deze wereld: in het gewone, Hij wordt zoals wij.
En daarom die vreugde, omdat Christus op aarde geboren wordt.
Ga maar kijken, zegt de engel. Zie, ik verkondig u grote blijdschap.’
Die blijdschap is te zien, in de kribbe, waar dat kind in doeken gewikkeld ligt,
dat gewone kind, baby Jezus en toch zo bijzonder: Christus de Heer.
De vreugde, de blijdschap die de engel aankondigt, verkondigt
heeft met dit kind te maken dat geboren is
en een bijzondere afkomst heeft, uit de hemel
en een bijzondere weg zal kennen: naar het kruis van Golgotha.

Jezus, die de de Redder zal zijn, de zaligmaker, die mensen weer terugbrengt bij God,
kiest ervoor om dezelfde weg te gaan als ieder ander mens.
9 maanden van zwangerschap, een tijd van hoop én spanning,
van uitzien en toch ook vrees hebben of het allemaal goed zal gaan,
zoals bij elke zwangerschap en geboorte.
Hoe zal dit Kind zijn als het geboren is
en in wat voor een tijd zal dit Kind opgroeien?
Zal het een veilige jeugd hebben.
Christus deelde niet alleen in de mooie momenten van het menselijk bestaan,
maar ook in de spanning, de zorg.
Hij daalde van de hemel af om diep af te dalen,
zelfs in het rijk van de dood, in de hel daalde Hij af.
Als je niet blij kunt zijn, omdat je iemand die veel voor je betekent mist,
of omdat je eigen leven zo’n chaos is,
dan heb je in dit Kind iemand gekregen die in je bestaan deelt
en niet zomaar iemand maar Gods eigen Zoon,
die niet alleen je bestaan deelt en met je meeleeft,
maar je Zijn hand op je legt, die je optilt en meeneemt naar God toe.
Zelfs als je niet zoveel met God hebt
en zelfs als je God kwijt bent geraakt, dan ben je niet onbereikbaar voor dit Kind
en komt Hij naar je toe
en zegt tegen je: in de kribbe begon Mijn weg om jou weer bij God te brengen.
Ik liet de hemel achter, om speciaal voor jou
en voor alle andere mensen naar de aarde te komen, om mens te worden.
Om ook jou te laten delen in die vreugde,
die bij God vandaan komt, omdat God zelf de vreugde is en Zich aan jou bekend maakt.
Dit Kind laat Gods zorg voor jou, voor u zien.
Het is heel persoonlijk deze geboorte, zoals de engel dat zegt:
Hij is voor jou, voor u geboren.
Ik had dit voor jou over, zegt Jezus
om ervoor te zorgen dat jij, dat u weer terug kan komen bij God.
Daarom vreugde: omdat de redder geboren is, die je weer terugbrengt bij God.
Je hoeft niet bang te zijn, dat wat Jezus geeft niet voor jou is
Of dat je er buiten staat, omdat je vanuit niet gelovig bent opgevoed.
Of dat je er buiten komt te staan, omdat je de laatste tijd zo weinig met Hem gedaan hebt.
God komt nu naar je toe, vandaag.
Hij is heden geboren, zegt de engel. Vandaag in de stad van David.
Dat was eeuwen geleden, heel lang terug.
Toen konden de herders naar de stal gaan, om dit Kind te zien.
Nu is dit Kind niet meer op aarde, maar in de hemel.
En toch kunnen wij Hem ontmoeten,
als we over Hem nadenken, als we tot Hem bidden, over Hem zingen
als we met anderen over Hem spreken.
Als je dat kan beamen, als je dat gelooft,
dan valt datzelfde licht over jouw, over uw leven, dat de engel bracht:
de glans, de heerlijkheid van God uit de hemel
waarmee de Heere zegt: Ik kom naar je toe,
om jou, om u bij Mij te brengen.
Ook nu nog kun je Mij vinden. Amen