Preek nieuwjaarsdag 2012

Preek nieuwjaarsdag 2012

Lukas 2:29-30
Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als we aan Simeon denken, zien we een oude man voor ons. Een oude man, die een heel leven voor zich heeft. Zo wordt hij ook vaak afgebeeld: als een oude man, die een eerbiedwaardige leeftijd bereikt heeft.
Maar is dat wel zo? Is Simeon een oude man? Hoe komen we er eigenlijk bij om van Simeon een oude man te maken. Heeft dat te maken met het lied dat hij zingt, een lied waarin hij zingt dat de Heere hem nu mag laten gaan in vrede? Wanneer we van Simeon een oude man maken, zou dit gedeelte eerder geschikt zijn voor oudjaarsavond. Dan zouden we met deze oude Simeon terugblikken en zeggen dat het goed was zo. In onze terugblik zouden we bedenken: We hebben een mooi en gezegend leven gehad. Dit lied van Simeon zou dan een lied zijn, dat wij zelf op onze oude dag zouden zingen. Als afsluiting van een leven. Het zit er nu op.
Wanneer we zo denken, zou dat betekenen dat wij het leven zelf in eigen hand hebben en als het voor ons genoeg is, dat wij het leven da teruggegeven aan de Heere. Als wij bepalen dat wij genoeg in dit leven hebben gezien. Als we oud en verzadigd zijn.
Het kan zijn, dat wij zo denken. We doen er in ieder geval Simeon geen recht mee. Hij zegt niet tegen de Heere: ‘Nu is het mooi geweest. Ik heb genoeg in het leven gezien. Alles wat ik nog mee wilde maken, heb ik bereikt. Nu mag het wat mij betreft erop zitten.’ Nee, Simeon stelt een vraag of de Heere hem van zijn plicht wil ontslaan. Simeon heeft zijn leven niet voor zichzelf geleefd, maar voor God. Op het leven van Simeon is zondag 1 van de Heidelberger Catechismus van toepassing: Hij wist dat hij, Simeon, toebehoorde aan Jezus Christus, Zijn getrouwe heiland en zaligmaker. Al had hij zijn Heiland en Zaligmaker tot dan toe nog niet gezien, Hij stond in dienst van zijn Heere.
Wellicht is het u wel eens opgevallen, dat de Catechismus in dat bekende antwoord geen onderscheid maakt tussen leven en sterven. Terecht maakt de catechismus geen onderscheid. De opstellers hebben het goed begrepen, dat er geen onderscheid is tussen leven en sterven als het gaat om toebehoren aan de Heere Jezus. We behoren met lichaam en ziel, in leven en sterven aan Hem toe.
Wat dat betekent om in niet alleen met het oog op het naderende sterven, maar ook midden in het volle leven van de Heere Jezus te zijn, kunnen we zien aan Simeon. Hij zingt het uit met het Kind in zijn armen: Nu laat Gij, Heere, uw dienstknecht gaan in vrede. Het is een verzoek aan de Heere. Simeon had zijn leven niet in eigen hand. Hij was geen kapitein op zijn eigen levenschip. U kent wellicht wel het versje. Mijn vader schreef dat bij mijn zussen in hun poëziealbum: Geef de Heiland ’t roer in handen van uw aardse levenschip. Dat had Simeon gedaan. Hoor maar wat hij zingt: uw dienstknecht. Hij zingt niet: nu de reis van mijn aardse levenschip er bijna op zit, zoek ik een haven waarin ik mijn schip kan aanmeren, zodat ik veilig aan land kan komen. Simeon had zijn leven niet in eigen hand, maar was een dienstknecht. Dat woord geeft aan, dat Simeon een ondergeschikte was. Hij volgde de bevelen van de Heere op. Dat zien we niet alleen aan het woord dienstknecht, maar ook uit wat Lukas nog meer over Simeon vertelt: dat de Heilige Geest op hem was. Dat kan ook een verlangen van ons zijn om met de Heilige Geest vervuld raken. Beseft u wel dat u daarmee de regie over uw eigen leven kwijtraakt. Want vervuld raken met de Heilige Geest betekent niet, dat we op hetzelfde niveau staan als God en dat Hij ons alles laat weten waar Hij mee bezig is. Het kan natuurlijk wel zo zijn, dat je door de Heilige Geest een tipje van de sluier wordt opgelicht en dat we iets mogen zien van Gods plan. Vervuld raken met de Heilige Geest betekent ook niet, dat wij enthousiast gemaakt worden, in vuur en vlam en er nu eindelijk voor gaan. Nee, vervuld zijn door de Heilige Geest betekent juist het tegenovergestelde: dat we toeschouwer worden gemaakt. Passief. Het enige wat we moeten doen, is op weg gaan naar de plaats die God ons wijst, zodat wij getuige zijn van wat God doet. Net als Simeon. Zijn leven stond in het teken van de verwachting. Hij zal er over gesproken hebben. Hij zal de belofte, die hij van God ontvangen heeft, wellicht hebben gedeeld met anderen. We weten het niet. Daar gaat het ook niet om. Het gaat de Heere erom, dat wij slechts komen om het heil, dat Hij, de Heere, bereidt om dat te aanschouwen. Christenzijn zit niet in activiteiten, maar in aanschouwen van wat God doet. De machtige, grote daden van God op ons laten inwerken. Zoals Simeon daar staat, met het Kind in zijn armen. De redder. Degene die verwacht werd, waar hij, Simeon, zo naar heeft uitgekeken.
Nu hij het Kind gezien heeft, nu hij met eigen ogen de weg ziet, die God gekozen heeft om Israël de vertroosting te zien, nu mag hij gaan. Zijn taak was niet om een massa op de been te brengen om deze redder, deze troost van Israël met groots onthaal te ontvangen. Hij moest slechts zichzelf brengen. Hij zegt ook niet: mijn taak zit er op. Hij vraagt: mag ik in vrede gaan. Hij dient een verzoek in aan diegene die de regie heeft over zijn leven. Maar als de Heere andere plannen met hem heeft? Zou hij, Simeon, dan ook zeggen: Uw wil geschiede? Ik vermoed van wel, want hij was in leven en sterven, met lichaam en ziel, met alles wat hij had, eigendom van Christus, van dat Kind dat Hij in de armen heeft.
Nu laat gij, Heere, uw dienstknecht gaan in vrede. Ik heb deze tekst niet voor niets gekozen om het nieuwe jaar mee te beginnen. Want wat Simeon hier zingt, zo horen we in het leven te staan. Met de bereidheid dat ons kan laten gaan, als Hij van mening is, dat onze taak er op zit. Christenzijn, dat betekent: dat we kunnen leven met de bereidheid om te sterven. Niet dat we leven alsof ons leven er op zit en hier op deze aarde niets meer te zoeken is, maar leven met de wetenschap dat dit leven niet het enige is. Dat we niet alles uit dit leven hoeven halen, want dat ook een leven in Gods heerlijkheid komt. Op zo’n manier leven, dat ook het leven hier op deze aarde al van Christus is. Zoals Paulus dat zegt: het leven is mij Christus, het sterven is winst. Ook dat eerste: dat ons leven Christus is. Daar is wat Simeon belijdt. Zijn leven is van Christus.
Wat het betekent dat ons leven van Christus is, kunnen we beter begrijpen als we het vergelijken met een gewoonte van nieuwjaarsdag, namelijk: de goede voornemens. Aan het begin van het jaar nemen we voor om te minderen met onze slechte gewoontes: stoppen met roken, minder drinken, meer tijd voor het gezin, meer tijd voor God. Het heeft ook iets moois, dat het nieuwe jaar iets van een nieuwe start krijgt. Als we er in slagen om die slechte gewoonten te minderen, mogen we daarin de genade van God zien. Hij geeft ons weer een nieuw begin. Waar het mij om gaat, is dat wij van goede voornemens vaak weinig terecht brengen. We beloven het aan onze familie of aan onszelf. Soms tegen beter weten in. En we menen het ook wel, maar op de een of andere manier slagen wij er zelden in om onze voornemens in praktijk te brengen. Om echt een nieuw leven te leiden. Al in januari vallen wij weer terug in het oude levenspatroon. Daarmee frustreer je jezelf. Je voelt je falen. Daar ga je weer. Je had het al gedacht, dat je het niet zou halen, maar je wilde het toch proberen. En nu je weer in je oude patroon terugvalt, val je jezelf zo tegen.
Het leven is Christus vraagt om een andere kijk naar onszelf. Het gaat er allereerst niet om wat wij doen, wat wij voornemen, maar om wat God doet. De enige rol die wij hebben is toekijken naar wat God in ons leven doet, in de wereld om ons heen. Oog hebben voor het werk van de Heere. Daarmee zeg ik niet dat u geen goede voornemens moet hebben. En ik zeg ook niet, dat u niet moet stoppen met slechte gewoonten. Want het maakt nogal uit of wij zelf ons eigen leven op de rit moeten hebben of dat er een Kind is geboren, die gekomen is voor degenen die weinig van hun leven maken. Voor degenen die het wel proberen om het goed te doen, maar op de een of andere manier niet in slagen. We moeten overigens niet te onschuldig denken over die slechte gewoonten. Bepaalde slechte gewoonten kunnen grote gevolgen hebben voor de nabije omgeving. Veel drinken bijvoorbeeld zorgt voor spanningen in een huwelijk, zorgt ervoor argwaan naar elkaar, een verstoring. Natuurlijk wil je er mee breken, wie wil dat ten diepste niet. Maar het goede dat ik wil, dat doe ik niet en het kwade dat ik niet wil, dat staat mij bij. Als je in dat patroon gevangen bent, kun je verlangen naar vrede. Vrede met de mensen om je heen, vrede met God, vrede met jezelf.
Nu zal dat niet iedereen te maken hebben met zulke ontwrichtingen. Maar op de een of andere manier hebben wij er allemaal wel mee te maken dat wij onze waardigheid afmeten aan wat wij kunnen of wat we hebben bereikt. Net als bij de goede voornemens, waar het gaat om wat wij (moeten) doen.  Je hebt dat niet altijd door, totdat je thuis komt te zitten en echt alles moet inleveren wat te maken heeft met je baan. Of als je iets overkomt, dat je door ziekte echt niet meer kunt. Een hard gelag. Een moeizame tijd waarin je noodgedwongen onder ogen ziet, dat er meer in het leven is dan je werk. Dan wat jij kunt.
Laat uw dienstknecht gaan in vrede. Laat dat onze levenshouding zijn. Niet alleen aan het einde van het jaar, of aan het einde van een leven. Maar aan het begin van het jaar. Heel ons leven. Zodat wij die vrede ontvangen.
Wat is de vrede dan waarover Simeon zingt en waar de engelen in het hun koor ook over hadden? Voor ieder werkt dat weer anders uit, maar het heeft alles te maken met dat Kind, dat alles een licht uitstraalt over alles en iedereen dat God gekomen is om zich te ontfermen. Dat dit kind gekomen is als een redder. God troost Zijn volk Israël en de gehele wereld door dit Kind, Zijn eigen Zoon. Die vrede merken we niet alleen in de zegeningen die we ontvangen. Als het goed met ons gaat, als wat wij kunnen wordt beloond. Die vrede kan er ook zijn als het leven tegenzit. Die vrede is meer dan accepteren van wat er over je heen komt. Die vrede is het geloof dat je leven geborgen is bij God. Dat wat er ook gebeurt, dat God je leven leidt en in Zijn hand houdt. Op de pieken van je leven, op het toppunt van je kunnen, maar ook in de diepe dalen, waarin je het niet meer ziet zitten. Die vrede heeft ermee te maken dat mijn Heiland voor al mijn zonden betaald heeft. Dat wie ik ben te maken heeft met dat Kind dat Simeon in zijn armen houdt.
Mijn ogen hebben het gezien, wat God gedaan heeft. Dat Kind. Voor ons is dat zien niet weggelegd, zoals Simeon dat wel mocht. Maar mij mogen er over horen en het op die manier van heel dicht bij ervaren. Het gaat erom, dat God iets doet. En als wij al iets moeten doen is dat kijken, aanschouwen, op ons laten inwerken en geloven. Het gaat er niet om dat ik mijzelf overeind houd, maar het gaat er om wat God mij geeft. Dag in dag uit. Leven als christen is kunnen ontvangen, leven uit wat God geeft. Leven alsof we kunnen sterven. Niet om het hier op te geven, maar wel om te relativeren. Het echte leven is dat leven dat God mij geeft, waarin ik geborgen ben in het werk van Christus. Nu laat gij, Heere, uw dienstknecht gaan naar 2012, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.
Amen

Vreemde vrede

Vreemde vrede
Kerstoverdenking 2011

De dagen vlak voor Kerst zijn vaak drukke dagen. We weten dat er enkele dagen van feest en van gezelligheid komen en die moeten goed voorbereid worden om echt te kunnen genieten van de rust en de gezelligheid. Net als met de voorbereidingen van de vakantie. Voordat je op vakantie kunt gaan, moet er eerst nog van alles worden klaargemaakt. Zo kunnen de dagen voor Kerst ook dagen zijn van topdrukte. Voor degenen onder ons die een winkel hebben of in een winkel werken. Het zijn drukke dagen voor degenen die hun relaties nog een geschenk langsbrengen en dat liefst persoonlijk overhandigen. Voor de ouders en de kinderen die kerstviering na kerstviering hebben. De maand december is voor de kinderen al een drukke maand met alle festiviteiten. Je kunt als ouder soms ook blij zijn dat alle drukte op school en in de kerk voorbij is, zodat je kinderen weer kunnen bijtanken.
Je kunt een hekel krijgen aan het kerstfeest en aan alle drukte en rompslomp erom heen. Als je in de winkel staat, kun je je mateloos ergeren aan alle aankopen die worden gedaan met het oog op het aankomende kerstfeest en tegelijk doe je er zelf aan mee.
Er zijn ook mensen die een hekel hebben aan het kerstfeest. In deze tijd, waarin iedereen de familie opzoekt, kan de eenzaamheid nog meer gevoeld worden dan anders. Deze tijd waarin met allerlei sfeerlicht geprobeerd wordt om gezelligheid te brengen in een wereld die koud en kil kan zijn. Maar ze weten dat geen enkel licht de somberheid uit hun hart kan verdrijven. Waar ze naar verlangen is dat er eindelijk rust is in hun leven, in hun hoofd, in hun hart. En alle sfeer doet hen pijn, want ze voelen dat het een schijn is, een wereld die niet werkelijk is. Hoe vaak zijn wij niet zo ver verwijderd van die vrede die de engel aankondigde? Ook een reden waarom veel christenen liever hun aandacht vestigen Goede Vrijdag en Pasen. Dagen waarin het minder om de sfeer gaat en meer om de werkelijke betekenis van de komst van de Heere Jezus.
Waarom besteden we er dan zoveel aandacht aan? Door alle activiteiten, door alle voorbereiding kan er een verwachting ontstaan, dat er op Eerste Kerstdag iets moet gebeuren. Er moet iets gebeuren, maar wat? Zou het soms om de verwachting gaan, dat we nu eindelijk iets van God merken? Om een verlangen om de vrede, die de engel aankondigt, nu eens werkelijk te ervaren? Zou het zo kunnen zijn dat we met z’n allen zo druk zijn vanwege dat verlangen om iets van die vrede van God te ontvangen die de engel aankondigt? Dat we zo druk zijn om hier in ons dagelijks bestaan als het ware een eiland van rust te creëren. Een verlangen dat we ook buiten de kerk tegen komen, in kerstfilms of reclames: een bepaalde glans van geluk, van liefde en vriendschap wordt ons voorgehouden. In de reclame van Albert Heijn is de keuken een vredig tafereel, waarin man en vrouw op elkaar ingespeeld zijn of de man zelfs al bezig is terwijl de vrouw thuis komt. De ideale wereld, waar we graag in zouden willen leven maar die vaak ver af staat van onze dagelijkse praktijk. Zou het ook niet zo kunnen zijn dat we als gelovigen dit in de kerk zoeken. De laatste dagen van het jaar streven naar de rust, die we in het gehele jaar vaan zijn misgelopen. Op zoek naar de harmonie die er in er door het jaar heen vaak niet is, omdat er soms zulke spanningen onderling kunnen zijn. Aan het einde van het jaar even de rust, de vrede. Even bijkomen en al onze zorgen van ons af laten glijden.
En met dat we ernaar streven, weten wij dat we dat die vrede, waar we naar streven, vaak niet langer duurt dan enkele dagen.  Kan het ook daarom zijn, dat we het bij God zoeken. Dat u hier nu in de kerk bent, om de vrede die God belooft, te ontvangen? Want achter al ons bezig zijn, ons in de weer zijn kan er ook een verlangen naar een werkelijke ervaring van God schuil gaan, dat Hij het is die onze zorgen van ons afneemt en ons het geluk geeft waar we naar streven. Vrede op aarde, zegt de engel. Wat de engel zegt, is een vreemde boodschap, want we merken er vaak weinig van. We krijgen zo’n vredige wereld niet voor elkaar.
En die boodschap van kerst is zo’n vertrouwde, overbekende boodschap. Aan de ene kant wil je het wel geloven, dat er iets geweldigs gebeurt. Dat de geboorte van de Heere Jezus heel je leven veranderd, maar je weet het wel. Het is net als met de reclame van Coca Cola of van C1000: er wordt ons als kijkers voorgehouden dat er met de kerst iets gaat gebeuren dat onze dagelijkse sleur doorbreekt, iets verrassends, waardoor wij worden meegenomen naar een wereld waarin iets bijzonders gebeurt. En met dat je kijkt, weet je dat het niet zo werkt, maar je zou wel willen dat het zo werkt. Vrede op aarde.
Die vrede die de engel aankondigt is een vreemde vrede. Die vrede is niet afhankelijk van de sfeer die wij creëren. De sfeer is onze poging om iets van de vrede, die de engel aankondigt, voor elkaar te krijgen. En dat maakt die vrede ook vreemd, omdat wij die vrede niet voor elkaar krijgen. Omdat die vrede, die de engel aankondigt, van God komt. Een vreemde vrede, omdat deze vrede niet zomaar op deze aarde verkregen kan worden, maar alleen door God geschonken worden. Alle sfeer rondom kerst, alle kerstdrukte zou ook wel eens een poging kunnen zijn om die vrede die God ons belooft binnen handbereik te krijgen. In ons eigen leven.
Vrede op aarde – de vrede waar we met al onze vieringen naar streven en de vrede die ons in de reclame wordt voorgespiegeld heeft een groot handicap. Dat geluk, die ervaring ontvang je alleen als je meedoet, als je het zelf voor elkaar krijgt. Al die vieringen kunnen ook voor een druk zorgen: we doen dit niet echt meer uit overtuiging, maar omdat we dat horen doen. En we doen mee, omdat het van ons wordt verwacht. Maar het hoeft ons geen echte vreugde te geven. Soms kan er vooral opluchting zijn dat alles weer achter de rug is. En al die kerstreclames kunnen iets wrangs hebben: dat is alleen maar bereikbaar als je het geld hebt om dat te kopen of een leven dat al gelukkig is en harmonieus. Anders is het vooral een schijnwereld, waarbij je op je tegen moet lopen en je soms een huichelaar kunt voelen.
Dat maakt de vrede, die God ons geeft, zo vreemd: het is een vrede die wij niet voor elkaar krijgen. Hoe hard wij er ook voor werken. Hoezeer wij er ook naar jagen. Het is ook een vreemde vrede, omdat ons niet voorgehouden wordt dat wij het perfecte en ideale leven moeten nastreven of zelf moeten opbouwen. De vrede die de engel ons aankondigt is de belofte van zo’n wereld die ons geschonken wordt. En wat die vrede helemaal vreemd maakt, is dat het te maken heeft met dat Kind dat geboren werd in Bethlehem, dat neergelegd werd in de kribbe. Dat Kind dat werd geboren in onze wereld, waarin wij pogingen doen om vredig en gelukkig te leven. Soms geslaagd, soms minder geslaagd, soms zelfs heel krampachtig. In die wereld werd Hij geboren. Onze wereld, waarin wij leven. Hij is gekomen. Voor iedereen. Omdat iedereen Hem nodig heeft, die geboren werd in Bethlehem.
Want dat is misschien nog wel het vreemdste aan dit Kind dat geboren werd, het vreemdste aan de vrede die God ons geeft. Dat dit Kind te maken heeft met onze redding. Al zingen we er geregeld over, ook in de liederen voor Kerst, ook dat kan zo bekend zijn dat het ons weinig meer doet. Waarom moest Hij als zaligmaker, als redder komen? Dat Hij gekomen is om afgedwaalden terug te roepen, verloren zonen, dat begrijpen we en we kunnen dat mooi vinden. Dat Hij gekomen is, om ons die vaak onze best doen om God te dienen. Waar moeten wij van gered worden? Ja, diegenen die alleen vandaag naar de kerk komen, daarvan geloven we wel dat zij gered moeten worden. Maar wij?
Het gaat er niet om, dat wij er aan toe zijn. Het gaat om wat God ons geeft. Ook de herders hadden niet gerekend op de komst van de engel, op de komst van Christus. Ook al kunnen kinderbijbels daar over fantaseren dat zij bij het kampvuur op de messias zaten te wachten. De herders wachten nergens op. De engel kwam, omdat God hem gestuurd had. Als vredebode, om de vrede die God geeft aan te kondigen. Hebt u zich wel eens afgevraagd waarom die herders in de nacht in het veld waren? Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen. De engel komt hen vrede aanbieden, die zij niet hadden en die zij ook niet misten. Totdat God hen dat gaf. Misten zij die vrede? Misten zij God in hun bestaan? Zij waren daar vast nooit mee bezig geweest. Maar nu moesten zij, omdat God wonderlijk in hun leven ingreep.
Toen kwam er een vrede in hun leven. Nogmaals, een vreemde vrede, want die vrede is geen gevoel, niet iets wat wij zelf bezitten, maar die vrede is een geschenk van God. Hij geve u Zijn vrede. Daar wordt elke kerkdienst mee afgesloten. De komst van de Heere Jezus naar deze aarde laat zien, dat het God menens is om deze vrede aan ons te geven. Een vrede die hier niet zomaar te vinden is, omdat God die schenkt. Een vrede die waar blijft, ook al blijft het rusteloos in ons leven, omdat die vrede niet alleen voor deze tijd is. Die vrede is een voorbode voor Gods wereld. De aankondiging van deze vrede is de uitnodiging om bij God te horen en zo deze vrede te ontvangen. Een vrede die ons te wachten staat. De vrede die van God komt en veelbetekenend is. Want in wat de engel aan de herders moet vertellen, laat God zien wie Hij is. Het is Hem een vreugde om ons deze vrede te geven, om zichzelf aan ons te geven en ons te laten delen in Zijn gemeenschap.  Hoe vreemd die vrede ook is en onbegrijpelijk voor ons, die vrede is wel voor ons bestemd. Om God en ons weer bij elkaar te brengen. Daarmee krijgen wij geen perfecte wereld in het hier en nu, maar de belofte dat wij in Gods koninkrijk mogen komen. Daarmee worden wij geen perfecte mensen, maar ontvangen wij de belofte dat God ons zal vernieuwen. Elke keer als wij de vreugde en de vrede ervaren, breekt er al iets door van die vernieuwing. Als wij de behoefte voelen om net als de herders dit Kind te aanbidden, hebben wij al iets van die vrede ontvangen. Maar die belofte van die nieuwe wereld en van onze vernieuwing blijft ook staan als wij er niets van merken. Als u te druk bent, wordt u net als de herders weggeroepen uit wat u bezig houdt om de vrede van onze God te ontvangen. Want die vrede blijft. Ook als wij hier het perfecte leven, het paradijs niet kunnen vinden. Daar kun je soms aan lijden, dat dat leven niet te verkrijgen is. Dat Kind dat geboren werd in Bethlehem, staat garant, dat dat leven door God ons geschonken wordt. Dat leven komt. Van Godswege.
Amen

ds. M.J. Schuurman

Kerstnachtdienst Watergang
Eerste Kerstdag Oldebroek