Preek zondagmiddag 17 februari 2019

Preek zondagmiddag 17 februari 2019
Dienst met medewerking van Christelijke Muziekvereniging Concordia
Schriftlezing: Psalm 118

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het loven van God is niet iets dat je in je eentje doet.
Je betrekt er anderen bij: Loof de Heer.
Een oproep om mee te doen in het loven van God.
Je wilt niet de enige zijn die onder de indruk is van de Heere
en je wilt alleen staan in het bezingen van God,
Want Hij is het waard dat er velen zijn die de Heere loven.
Want Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw.
Iedereen moet instemmen met de ervaring die je hebt opgedaan,
dat God goed is en dat aan Zijn trouw nooit een einde komt.
Heel Israël moet er in meestemmen, dat God goed is en Gods trouw nooit eindigt.
Israël, dat vanuit de eigen geschiedenis kan vertellen over Gods goedheid
en verhalen te over heeft om te vertellen van Gods trouw.

De priesters, die dag in dag uit in de tempel mogen werken
en dicht bij God mogen zijn, vrijgesteld om Hem te dienen met hun werk,
ze worden opgeroepen
om het dienen van God in de eredienst van de tempel niet tot een formaliteit te laten worden
maar om het met hart en ziel te doen, met vreugde om de God die ze mogen dienen:
de goedheid van God is niet alleen maar iets dat je in de tempel ervaart,
maar in alles om je heen, in de schepping, in je eigen leven, in de wereld
kun je steeds weer opnieuw opmerken dat deze wereld geschapen is
door God die alleen maar goed is
– goedheid is Zijn karakter en goed was de wereld toen Hij deze wereld schiep.
Steeds weer opnieuw mag je ervaren
dat je voor altijd geborgen bent in Zijn trouw, Zijn goedertierenheid.
Je kunt niet uit Zijn hand vallen. Daarom: doe mee in de lof op jouw en onze Heer.

Het loven van God is niet iets dat tot de kerk of tot de tempel beperkt mag blijven.
Ook daarbuiten, bij degenen die er van oudsher niet mee opgegroeid zijn.
Dat is namelijk van de derde groep
die na het volk Israël en de priesters uitgedaagd worden om mee in te stemmen met de lof
de gedachte: dat zijn mogelijk degenen die er niet van huis uit mee zijn opgevoed.
Die later in hun leven met God in aanraking gekomen zijn
En onder de indruk zijn geraakt en zijn gaan geloven.
Of je er nu van huis met opgegroeid bent en de verhalen over God hebt meegekregen,
dat je het in je opvoeding hebt meegekregen
dat God goed is en dat je altijd mag rekenen op de trouw van God,
of dat je dat later ook hebt mogen ontdekken en bent gaan geloven:
Iedereen wordt opgeroepen om God te loven,
zodat heel de aarde vol is van de lof op God.

Dat loven van God – is dat nu iets wat je doet als je in de stemming bent?
Als je een dienst hebt met een orkest en waarin je veel liederen zingt?
Stemming kan best uitmaken.
Het valt mij altijd op aan het einde van de winter, als de eerste lentedagen komen
alle mensen gelijk vrolijker zijn, uitbundiger.
Dan ben je misschien wel makkelijker mee te nemen in het loven op God
En geef je wellicht eerder gehoor aan de oproep om God te loven.
Toch gaat het bij het loven van God om meer dan een bepaalde stemming.

Ik kwam dat tegen bij de Duitse theoloog Claus Westermann.
Deze Claus Westermann heeft zich veel met het Oude Testament bezig gehouden
En een van de thema’s uit het OT waar hij mee bezig was, was het loven van God.
In zijn boek over het loven van God in de Psalmen begint hij ermee
door te zeggen dat het loven van God de kerk weer bezig hield.
Het waren juist de moeilijke tijden van de Tweede Wereldoorlog
En voor de Duitse kerk de tijd ervoor, toen Hitler aan de macht gekomen was
En velen in de verleiding raakten om daarin de hand van God te zien,
die tijd was voor de Duitse kerk al een moeilijke tijd,
maar juist in die tijd ontdekte de kerk volgens Claus Westermann weer het loven van God.
Na de oorlog werd een verzameling van brieven uitgegeven,
Die geschreven was door predikanten die in de gevangenis gezeten hadden.
De titel van die uitgegeven brieven was En zij loofden God.
Een andere predikant gaf gedichten uit van de periode 1933-1945
En die bundel gaf hij de titel mee Lof uit de diepte.
Juist de tegenstand waar de kerk mee te maken kreeg,
Zorgde ervoor dat de kerk weer uitkwam bij het loven van God.
Westermann wist overigens waar hij het over had.
Hij was als predikant lid van de groep kerken die zich verzette tegen Hitler,
wat hem in die tijd al verdacht maakte.
diende in de Tweede Wereldoorlog als soldaat
en zat als krijgsgevangene een aantal maanden in een Russisch kamp.
Om zich bezig te houden, verdiepte hij zich in de psalmen.
In zijn voorwoord van zijn boek over het loven van God in de psalmen schrijft Westermann:
Hier en daar ervoeren gemeenteleden onder de zware druk van het gebeuren
dat zij niet alleen het geduld leerden
en zich eerden om zich te voegen in wat hen werd opgelegd,
maar dat zij onder de hun opgelegde last – ondanks alle aanvechtingen –
in staat waren om God te loven.
Voor iedereen die dat meemaakte was dat een ontdekking.
Westermann gaat erop door: de lof op God die in moeilijke omstandigheden opkomt,
zorgt ervoor dat je niet meer alleen staat,
maar dat je onderdeel bent van een gemeente, een gemeenschap
Loof de Heer, want Hij is goed. Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

Dat zijn dus niet alleen woorden, die klinken om een mooie dag in februari,
waarbij de lentezon alles weer tot leven wekt
en laat weten dat het met de kou en de regenachtige dagen voorlopig gedaan is.
Juist de ervaring dat alles in je leven op het spel staat  en je alles kunt kwijtraken
die je brengt tot de lof op God.
Uit de benauwdheid heb ik tot de Heere geroepen. horen we in de psalm.
Een nare ervaring, waarbij je geen lucht meer hebt om te ademen en dreigt te stikken.
Ik hoorde een keer iemand in het ziekenhuis zeggen:
‘Benauwdheid is erger dan pijn. Want bij pijn kun je nog pijnstillers nemen,
maar bij benauwdheid weet je niet waar je het moet zoeken.’
Ik heb ook de verhalen gehoord van mensen met longproblemen
die ‘s morgens voor dag en dauw al hapten naar adem
en dan moest de dag nog beginnen.
Een gebrek aan lucht en ruimte – benauwdheid.
Later in de psalm wordt die ervaring concreter gemaakt:
Oorlogsgeweld, een omsingeling, waarbij er geen ontsnappen meer mogelijk is
en de vijand vol dreiging op je afkomt.
Dat is het moment, waarop de lof geboren wordt,
Was het inzicht dat Westermann had opgedaan.
Dat inzicht doe je niet op door met elkaar te discussiëren,
Want daar is geen tijd voor, je kunt alleen maar roepen, roepen om God
dat Hij komt helpen: Uit de benauwdheid heb ik tot de Heere geroepen.
Daar in de benauwdheid wordt de lof geboren,
niet in de zin dat je dan al kunt loven, daar heb je dan geen adem voor,
maar wel, dat als je zelf geen uitkomst meer ziet, als alles verloren lijkt
dat God er dan is, en je eruit helpt en je het leven teruggeeft.
Want dat roepen was niet tevergeefs,
het was geen loze kreet, in het heelal geslingerd uit onmacht,
maar gericht aan de Heere, die het ook hoorde en daadwerkelijk kwam.
Dat is kenmerk van geloof, zo gaan de gelovige en God met elkaar om:
de gelovige roept tot God en om God en de Heere antwoordt,
de Heere laat Zijn trouw en goedheid zien en de gelovige looft de Heer.
God is goed.
Eigenlijk kun je het niet onder woorden brengen.
God is goed – dat zeggen is eigenlijk maar een stamelen, een zoeken van woorden
om aan anderen te beschrijven hoe wij God ervaren:
God is goed – het is een lof op Gods karakter: zo is God.
Zo laat God zich zien en zo heb ik Hem zelf ook mogen ervaren.
En het is niet alleen maar mijn eigen ervaring.
Het wordt ook in de verhalen in de Bijbel zo verteld,
Het is door veel gelovigen voor mij zo ervaren, ze hebben die ervaringen doorverteld
En zelf mag ik het ook ervaren: Gods goedheid en Gods trouw.
En ik wil mee kunnen zingen over Zijn goedheid en over Zijn trouw,
omdat zij daarmee kunnen instemmen en dat ook zelf mogen ervaren.
Loven doe je niet in je eentje. Je betrekt er anderen bij.

Maar wat als je net als Thomas bent, die Jezus nog niet heeft ontmoet
op de eerste avond van Pasen, toen Jezus aan Zijn discipelen verscheen
en daarom het geloof niet heeft?
Toch nodigen ze Thomas weer uit, zodat Hij er de volgende keer er wel bij is
en Hij Jezus mag ontmoeten, opgestaan uit de dood.
En zo heeft Hij zelf die ervaring ook, dat Jezus inderdaad leeft
en zijn verdriet wordt van hem afgenomen, Thomas gelooft
en kan wel zingen van vreugde: Loof de Heer, want Hij is goed.
Zelfs de dood kan Zijn trouw en goedheid niet beëindigen.
Voor altijd geborgen in Gods trouw.

In de uitleg wordt God is goed verbonden aan de schepping,
God zag wat Hij geschapen had en zie het was goed.
De goedertierenheid, de trouw zou dan op de geschiedenis van Israël wijzen.
God gaat met Zijn volk mee:
Vanaf dat Hij deze wereld geschapen had,
Abraham die werd uitgekozen als vader van een volk dat God zal dienen,
God die dat volk uit Egypte bracht, door de woestijn, in Kanaän.
Loof de Heer, want Hij is goed, Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
Loven is vol verwondering opzien naar God,
onder de indruk van hoe Hij alles heeft geschapen: Hoe groot zijt Gij!
In het zingen worden we meegenomen in de verwondering
dat Jezus naar de aarde kwam, om onze schuld te dragen.
Loof de Heer, want Hij is goed, Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
Hoe groot zijt Gij.
Het uitzicht, de verwachting dat Jezus eens zal komen
met majesteit en luister, om ons thuis te brengen.
Loof de Heer, want Hij is goed, Want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
Amen

Preek dankdag 2012

Preek Dankdag 2012
Psalm 145:9
: De HEERE is voor allen goed

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is onze bestemming om God te loven. Het is onze levenstaak en onze roeping om God te loven. Jochend Arndt, een Luthers theoloog uit de 17e eeuw heeft het eens kras onder woorden gebracht: Wie God niet dagelijks looft, is voor niets geschapen.
Als het onze bestemming is om God te loven betekent dat, dat het meer moet zijn dan een levenstaak of een plicht die wij in het leven hebben te vervullen. Als het onze bestemming is om de Heere te loven, wil dat zeggen: in het loven van God is ons diepst geluk te vinden. Wij zijn als mensen het meest gelukkig wanneer wij God loven. Wanneer wij niet onszelf en onze wensen in het middelpunt plaatsen, maar gericht zijn op de Heere en op Zijn eer. Wanneer wij ons verheugen in God.
Geloven betekent dat wij ons verheugen in God. Dat wij dankbaar en blij zijn God te mogen kennen. Dat we dankbaar zijn dat God is, zoals Hij is. Een vreugde om God zelf. Psalm 145 gaat ons er in voor:

Mijn God en Koning, ik zal u roemen.

Ontzag en intimiteit klinkt in deze regel tegelijkertijd door. Het zijn de twee stemmen, waaruit het loven van God bestaat.
Ontzag voor de grootheid van God. Een grootheid die voor ons mensen niet is te doorgronden. In de wereld om ons heen kunnen wij iets opmerken van de grootheid van God. In alles wat Hij geschapen heeft, in de zorg die de Heere heeft voor Zijn schepping. Het is een grootheid die ons mensen ons begrip overstijgt. Mijn God, mijn Koning. Wie is er met God te vergelijken? Alles wat er is, is door God geschapen. Niets op onze aarde heeft verder die grootheid van God. Mijn Koning zingt de lofprijzing: niets op onze aarde, in de schepping heeft de macht die de Heere heeft. Lofprijzing bestaat uit de verwondering en het ontzag voor Gods grootheid.
En tot die grote God, de Koning van deze wereld mogen wij zeggen: mijn God, mijn Koning. Loven betekent niet alleen dat wij oog hebben voor de grootheid van God, maar dat er ook een intieme band, een vertrouwensband met de Heere is. Mijn God, mijn Koning, waarbij het woord ‘mijn’ de liefde verwoordt die er tot God is. Zoals wij ook vol liefde kunnen zeggen: mijn man of vrouw, mijn kind, mijn ouders. Geloven heeft ook de betekenis van verwondering over het feit dat die grote God mijn God en Koning wil zijn. Dat Hij het toelaat, dat wij ons verbonden weten met Hem. Dat Hij het zelfs stimuleert en ons ertoe oproept naar Hem toe te komen en heel ons leven aan Hem toe te vertrouwen. Wanneer een jong stel op de trouwdag elkaar het ja-woord geven, houdt dat in dat zij samen door het leven gaan. Na de bruiloft keren zij niet elk terug naar het huis van de ouders, maar betrekken samen een nieuwe woning, een gezamenlijk huis. Ze vertrouwen elkaar en ze geven ze aan elkaar over. Mijn man, mijn vrouw, dat wil niet zo zeer zeggen dat de ander van jou is, maar dat je je overgeeft aan de ander. In vertrouwen. Meer nog is het met de Heere. Als wij zeggen: mijn God en Koning betekent dat wij ons geheel overgeven aan Hem. Wij zijn van Hem – Zijn eigendom. En het maakt ons gelukkig te weten dat wij Zijn eigendom mogen zijn. Het schenkt ons zo’n diep geluk, dat wij weten: zo ben ik bedoeld, als een schepsel dat leeft tot eer van Zijn schepper. Het maakt ons gelukkig om aan Hem te denken en met Hem te leven. Het geeft ons vreugde om over de Heere te spreken. Ik zal u roemen. Ik zal … dat kan bij ons nog wel eens de betekenis hebben van: ik doe het als ik er aan denk, als het er van komt. Zo is het in deze psalm niet bedoeld. Het is een niet anders kunnen. Wie de lofzang op God aanheft, wil niets liever dan dat God geëerd en geprezen wordt. Het is een overstromen van het hart van geluk en liefde en verlangen tot God. Ik zal U roemen – waar het hart vol van is stroomt de mond van over.
Het is geen eenmalige gebeurtenis, maar het loven is een terugkerend refrein op elke dag. Het gebeurt elke dag en het duurt tot in eeuwigheid. Het gaat om de korte termijn en om de langste termijn die er is. Elke dag – en tot in eeuwigheid. Voor eeuwig en altijd. Dat klinkt wel erg definitief. En toch we doen het geloof tekort als we het alleen maar als een voornemen zouden opvatten. We doen het werk van de Geest in ons leven tekort wanneer wij de lofprijzing alleen zien als een voornemen, dat wij snel weer zouden vergeten. Ons verheugen in God is een vrucht van de Geest. Het loven van God, het God dankbaar zijn houdt niet op. Het kan mensen wel eens benauwen dat het loven van God tot in eeuwigheid duurt. Dat de eeuwigheid zal bestaan uit loven. Maar hier op aarde kunnen wij toch ook vaak intens genieten van onze kinderen of van onze man of vrouw. Wanneer wij genoeg zouden hebben van onze man of vrouw, van onze kinderen, zou het geen goed teken zijn. Hoe zouden wij dan wel genoeg kunnen krijgen van de Heere? De Heere is voor ons een bron van goedheid, van troost en vertrouwen.
Deze hooggestemde woorden over de Heere hebben een reden. Er ligt een ervaring aan ten grondslag. De ervaring wordt vanaf vers 8 verwoordt:

Genadig en barmhartig is de Heere
geduldig en groot aan goedertierenheid
De Heer is goed voor allen
Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken.

Uit deze woorden blijkt dat de Heere Zijn grootheid en macht heeft ingezet voor ons. Uit Zijn optreden, uit wat Hij doet blijkt Zijn genade en Zijn barmhartigheid. Uit deze woorden spreekt niet alleen ontzag voor de grootheid en macht, maar ook de verwondering voor de manier waarop de Heere deze macht en grootheid gebruikt: om Zijn volk bij te staan en te zegenen. Om Zicht met Zijn volk te bemoeien – al is die zorg onverdiend. Onze ogen zijn geopend voor de genade en barmhartigheid, die ten grondslag liggen aan wat God doet. Vandaag zijn we als gemeente bij elkaar om hier in Oldebroek gehoor te geven aan de oproep uit Psalm 145: generatie op generatie zal Uw werken roemen. Het is ook de reden waarom wij vanavond als gemeente bij elkaar zijn. In ons eigen dagelijks leven mogen wij merken hoe de Heere goed voor ons is, hoe Hij ons genadig is en Zijn barmhartigheid nog steeds laat gelden.
We mogen dat zien in wat vaak zo gewoon voor ons is: dat wij elke dag een nieuwe dag van de Heere ontvangen. Dat is al een reden om Hem dagelijks te loven. Elke dag die wij ontvangen is een teken van Gods zorg, waarin Zijn genade en barmhartigheid zichtbaar wordt. Waarin Zijn goedheid door ons kan worden opgemerkt.
We mogen hem danken voor de gezondheid die wij hebben, het werk dat wij mogen doen. Het eten dat wij ontvangen. De vrede en welvaart die er in ons land is. Een huwelijksjubileum. Een geboorte. Lofprijzing heeft vaak een concrete aanleiding. Een daadwerkelijk ervaren van Gods goedheid. De Heere is het waard dat wij er bij stil staan. En vaak gebeurt dat ook. Is die dankbaarheid er ook op zulke momenten. In de vorige gemeente ben ik een keer gevraagd om voorafgaande aan een feest ter gelegenheid van een huwelijksjubileum een kerkdienst te leiden, waarin het jubilerende echtpaar hun dank bij de Heere brachten. De gemeenteleden, die tijdens deze dienst aanwezig waren, zeiden tegen mij: als wij een huwelijksjubileum hebben, doen wij het ook op deze manier. Willen wij u ook vragen om een dienst te beleggen. Dankbaarheid aan de Heere wil gedeeld worden. We zien dat ook in deze psalm terug. Het is een oproep om de Heere te loven.
Tegelijkertijd als we alle redenen opsommen om dankbaar te zijn, weten we ook dat er ook onder ons zijn voor wie dit te hoog gestemd is. Er zijn er die zorgen maken over hun werk. Ik heb al verschillende gemeenteleden gehoord, die dagen vrij kregen, omdat er minder werk was. Dan kun je zorgen hebben: zal ik mijn baan behouden? Of anderen die al geen baan meer hebben en al geruime tijd op zoek zijn naar werk. Ook onder ons zijn er gezinnen die de eindjes aan elkaar moeten knopen. De Heere doet aan allen goed – dan wordt het wel erg stellig gezegd.
En als we de zorgen niet zelf hebben, weten we ook wel anderen die in de kerk zitten. Wellicht hebt u in de preek ook wel geluisterd met de oren van degene die naast of voor u in de kerk zit en van wie u weet dat het een ingrijpend jaar is geweest. De Heere is goed voor allen? Hij ontfermt Zich over heel Zijn schepping? Heeft deze psalm dan geen weet, dat het leven zo anders kan zijn?
Jawel, alleen zien we dat niet aan de psalm zelf, maar aan de plaats die deze psalm in het psalmboek heeft. Als we enkele voorgaande psalmen lezen, komen we ervaring van nood, van achtervolging, van wanhoop tegen. Deze psalm, psalm 145, komt op uit de nood. Weet aan den lijve wat het is om moeilijkheden te hebben. Om een kruis te dragen. Lofprijzing wordt door ook door gestempeld. Het loven van God is geen vlucht van de aarde. Geen ontkenning van alle moeilijkheden die er zijn. Het is de ervaring dat God helpt. Er is een God die hoort. Mijn God en Koning – het ontzag en de intimiteit komt op uit de nood en de ervaring van hulp in die nood. Het is de ervaring uit het verleden, dat God helpt, die hoop geeft voor de toekomst. Waardoor wij uitzien naar Gods hulp en bijstand. De machtige daden van God, die we doorvertellen, zijn niet van het verleden.
De psalmen zijn een geliefd deel van de Bijbel, omdat zij de ervaringen van mensen verwoorden: worstelingen met de leiding van God, de uitredding en de dankbaarheid. In het psalmboek, dat zo gestempeld is door de menselijke ervaring, de menselijke reactie op God, heeft de lofprijzing het laatste woord. Nadat Psalm 145 is afgesloten klinkt er een finale: Psalm 146-150 waarin het thema wordt gevormd door het halleluja: looft God.
Want daardoor wordt het psalmboek ook gestempeld, zeker ook Psalm 145: het verheugen in God. Ook al is de wereld niet verlost – er is nu al wel de lof tot God, de vreugde in God. Als een voorbode van Gods rijk die komt.
Deze psalm krijgt namelijk een vervolg in het Nieuwe Testament. In de verkondiging van de Heere Jezus over het Koninkrijk van God dat in Hem gekomen is. Er loopt een lijn van deze psalm naar de bede van het Onze Vader: Uw koninkrijk kome. Het gebed om Gods rijk. Wij loven God nu nog in de gebrokenheid. In een wereld die onderworpen is aan de dood en de zonde. En dat merken wij geregeld dat het Koninkrijk van God er nog niet is. De een meer dan de ander. Met onze loflied willen wij dat verdriet en de pijn niet overstemmen. Het wakkert wel ons verlangen aan, naar de wereld waarin wij God in alle volmaaktheid mogen dienen. De wereld waarin wij ervaren dat God ons lijden heeft gezien. De wereld waarin de lofprijzing zuiver is, omdat het niet meer wordt ontstemd doordat wij ook met onszelf bezig zijn, maar wij volledig God de eer brengen. Die wereld is er nog niet. Pas als Christus in Zijn heerlijkheid komt. Hij doet aan allen goed – is een ervaring en ook een belofte, die ons houvast geeft, die ons de vreugde in God geeft. Ik ken de rots waarop ik bouwe: Hij faalt niet die uw heil verwacht. Eens aan de avond van mijn leven breng ik van zorg en strijden moe, voor elke dag mij hier gegeven, U hoger, reiner loflied toe.
Amen

ds. M.J. Schuurman