Lezen van literatuur vormt je karakter

Lezen van literatuur vormt je karakter

Een van de vragen waar ik als predikant steeds mee bezig ben is welk effect het evangelie heeft op mijn eigen karakter en op dat van gemeenteleden. Met name tijdens de voorbereiding van de preek en van de catechisaties houdt die vraag me bezig. Welk moreel appèl doet het evangelie op ons karakter? Welke bijdrage kan ik als predikant vanuit het evangelie daaraan leveren?

Prior_OnReadingWell_3D-1
Deugdzaam leven
Daarom was ik benieuwd naar het boek On Reading Well van Karen Swallow Prior. Zij is hoogleraar Engels aan de Liberty University, een Amerikaanse christelijke universiteit. In On Reading Well laat Prior zien hoe het lezen van literatuur kan helpen een deugdzaam leven te vinden. Ze behandelt twaalf christelijke deugden aan de hand van een roman of een kort verhaal, waarin zo’n deugd wordt uitgetekend. Of juist een hoofdzonde als het tegenovergestelde van de christelijke deugd.
webRNS-Prior-Profile8-082018-1-990x556

Karaktervorming
In haar boek stelt Prior dat het lezen van literatuur goed is voor onze karaktervorming en morele ontwikkeling. Romans, verhalen en toneelstukken kennen een plot, waarin het karakter van de hoofdpersoon wordt onthuld. Als lezer volgen we een hoofdpersoon op de voet en zien van nabij wat hem of haar overkomt en wat hij of zij doet. Door de hoofdpersoon op de voet te volgen, krijgt de lezer inzicht in de afwegingen en keuzes die iemand maakt. Omdat niet elke keuze of beweegreden integer is, doet de lezer kennis op van goed en van kwaad. Deze inzichten in goed en kwaad kunnen de lezer helpen om zelf tot de juiste morele beslissingen te komen. Dat vraagt van de lezer een beoordeling. Prior laat zien dat literatuur vaak om morele beoordelingen van de lezer vraagt.
download
In het hoofdstuk over wijsheid behandelt Prior
De geschiedenis van Tom Jones (1749) van Henry Fielding, waarbij er een verteller die de morele beoordeling expliciet aan de lezer meldt. In De grote Gatsby van F. Scott Fitzgerald (in het hoofdstuk over matigheid) en in Stilte van Shusako Endo (in het hoofdstuk over geloof) gebeurt de beoordeling op een impliciete manier doordat een figuur over de hoofdpersoon vertelt.

Wijsheid
De eerste deugd die besproken wordt is wijsheid. Wijsheid is volgens Prior het hart van het morele karakter. Wijsheid is als een wagenmenner die iemand aanstuurt. Wijsheid is geen deugd die in een ivoren toren wordt ontwikkeld, maar in de praktijk tot uitdrukking komt door te kiezen voor het goede en het kwade te vermijden.
Beautiful young brunette with blue eyes reading a book,sitting in a park
Wijsheid is daarom moraliteit die in praktijk wordt gebracht. Wijsheid heeft te maken met vooruitkijken. Je ziet wat er op je afkomt en wat daarbij van je gevraagd wordt om de juiste keuze te maken en het kwade uit de weg te kunnen gaan. Daarbij is niet alleen het einddoel van belang, maar ook de manier waarop het nastrevenswaardige doel wordt behaald. Een wijs persoon zal nooit zeggen dat het doel alle middelen heiligt. Het tegenovergestelde van wijsheid is daarom sluwheid. Een sluw persoon weet zijn doel te bereiken via een weg van kwade handelingen of kwade intenties.

Gemeenschappelijk gebeuren
Wat mij opviel bij het lezen over de deugden is dat het kunnen ontwikkelen van een deugd een gemeenschappelijk gebeuren is, maar dat het kiezen voor een verkeerde weg vaak een individueel streven is met publieke gevolgen. Neem gerechtigheid, een deugd die het beste in praktijk gebracht kan worden als de gehele gemeenschap vanuit gerechtigheid denkt en handelt. Een onrechtmatige daad heeft altijd publieke gevolgen. Al is die onrechtmatige daad in kleine kring uitgevoerd. Prior laat dat zien aan de hand van Twee steden van Charles Dickens, waarin de Franse Revolutie, die ontstaat uit het streven naar gerechtigheid ontaardt in een spiraal van geweld en daarbij ook weer onrecht begaan wordt.

9780451531315

Kuisheid
Ook de deugd van de kuisheid is een deugd die een appèl doet op een hele samenleving. Volgens Prior is er in deze tijd een verkeerd beeld van kuisheid. Bij kuisheid gaat het niet om uit de weg gaan van seksuele verleiding, maar juist toewijding aan de ander die aan je gegeven is. De roman die aan de orde komt is Ethan Frome (1911) van Edith Wharton. De hoofdpersoon Ethan Frome, getrouwd met Zeena, knoopt een relatie aan met Mattie. Aan zijn vreemdgaan ligt niet de ontmoeting met Mattie ten grondslag, maar het eerder al niet meer zien van Zeena en van het goede dat zijn vrouw in zijn leven brengt. Had Ethan zijn vrouw niet verwaarloosd, had zijn relatie met haar veel beter kunnen zijn. Kuisheid als gerichtheid op de ander is een voorwaarde om liefde te kunnen laten bloeien.

9200000005454557
Endo
Indrukwekkend is het hoofdstuk over geloof, waarin Stilte (1966) van Shusaku Endo aan de orde komt. Stilte gaat over de trotse Jezuïet Rodrigues die in Japan aankomt tijdens de vervolgingen van christenen. Hij kan het leven van christenen redden door het beeld van Christus te vertrappen. De vraag die het boek oproept is: betekent dat vertrappen van Christus het einde van zijn geloof of juist het begin van een geloof zoals Rodrigues nog nooit heeft gehad? Prior waarschuwt ervoor om Endo niet teveel vanuit de eigen dogmatiek te lezen. De roman houdt de lezer een spiegel voor: geloof is geen menselijke prestatie. Geloof is een deugd omdat we daarin kunnen uitblinken in onze afhankelijkheid van God.

img_1770

McCarthy
Inzichtgevend was ook het hoofdstuk over hoop. Deze deugd laat zien dat we onderweg zijn naar een betere toekomst. Volgens Prior is het onderweg-zijn van mensen een eeuwenoud literair motief. In dit hoofdstuk bespreekt ze De weg (2006) van Cormac McCarthy. Hoop is een belangrijke deugd, omdat hoop een realistische kijk op de wereld veronderstelt. Wanhoop is een hoofdzonde, omdat het geen realistische kijk op de wereld heeft en daardoor aanzet tot verkeerd handelen.

N.a.v. Karen Swallow Prior, On Reading Well. Finding the Good Life through Great Books (Grand Rapids: Brazos Press, 2018).

Gepubliceerd in het Christelijk Weekblad

Waarom de preek echte verhalen nodig heeft

Waarom de preek echte verhalen nodig heeft
N.a.v. Scott Hoezee, Actuality. Real Life Stories for Sermons That Matter

Tell me the old, old story of unseen things above, of Jesus and His glory, of Jesus and His love.

7 Elements of Passionate Preaching041610


In veel preken wordt geen verband gelegd met de alledaagse werkelijkheid van de luisteraars. Dat is de ervaring van Scott Hoezee, rector van het Center for Excellence in Preaching van de Calvin Theological Seminary in Grand Rapids (Michigan).  Preken hebben vaak een boodschap, die ontzettend waar is. Ook de schoonheid van de preek komt niet tekort. Wat wel tekort komt, is wat de kerkganger met deze boodschap kan, omdat de boodschap abstract blijft.

Daardoor leert de kerkganger ook geen verbinding te maken tussen de Bijbel en zijn eigen leven. Volgens Hoezee kan er door middel van verhalen een brug worden geslagen tussen de boodschap en de leefwereld van de luisteraars. In verhalen heeft de luisteraar de mogelijkheid om zichzelf te herkennen en om te zien hoe de boodschap verschil maakt in zijn eigen leven.

actuality


Doel
Het verwerken van verhalen is geen gemakkelijke klus, erkent Hoezee. Kant-en-klare preekvoorbeelden werken averechts, omdat ze saai en voorspelbaar zijn en vaak ook niet echt zijn. Een predikant dient daarom zelf de voorbeeldverhalen te vinden. In de literatuur, de films, het nieuws of de eigen pastorale praktijk. Bij voorbeelden uit de eigen praktijk dient een predikant voorzichtig te zijn. Het ambtsgeheim is een groot goed. Daarom zijn voorbeelden uit de literatuur en film veiliger. Met dit boek geeft Hoezee een nadere uitwerking van wat zijn leermeester Cornelius Plantinga heeft verwoord in Reading for Preaching.

Pastorale zorg en liefde
Ook al is het vinden en verwerken van verhalen geen makkelijke klus. Het is volgens Hoezee wel een belangrijke taak voor een predikant. Door verhalen te verwerken, geeft de predikant woorden aan de ‘trouble’, waar gemeenteleden mee te maken hebben. Door verhalen laat de predikant ook zien hoe God aanwezig is in die ‘trouble’ en welke uitwerking Gods genade heeft. Het verwerken van verhalen is daarom geen vorm van zelfetalering, maar een vorm van pastorale zorg en liefde voor degenen die naar de kerk gekomen zijn om te horen wat God voor hen doet. Verhalen worden niet in de preek opgenomen om de preek interessanter te maken, maar om de preek echter en werkelijker te maken.

sharpton 910-091312


Show, Don’t Tell
De prediker dient concreet en specifiek te zijn in de uitwerking van de boodschap. De Amerikanen kennen daarvoor het principe Show, Don’t Tell. Als een predikant uitleg geeft of stelt (tell) blijft dat meer abstract en wordt het minder goed onthouden dan wanneer de predikant laat zien (show).
Een predikant kan voor het principe Show, Don’t Tell veel leren van schrijvers en filmmakers. Een voorbeeld geeft Hoezee met de eerste roman van Harper Lee, To Kill a Mockingbird (Spaar de spotvogel). In die roman is de hoofdpersoon Atticus een goed man. Lee gebruikt echter nooit deze typering voor Atticus, maar laat in gebeurtenissen en door het beschrijven van gebaren zien dat Atticus een goed man is.

Boodschap uitwerken
In een preek dient er ook uitleg gegeven worden. Het Tell-element kan niet ontbreken. Hoezee pleit voor een juiste balans tussen Tell en Show en voor een goede balans tussen beide. Uitleg dient wel gepaard te gaan met de concrete uitwerking in een verhaal. Want een predikant kan wel zeggen, dat God helpt, bemoedigt, erbij is, enz. Maar hoe dan? Wanneer de predikant dat uitwerkt in een concreet verhaal, leert de kerkganger zien hoe God in zijn alledaagse leven aanwezig is en werkt.
Dat predikanten deze uitwerking niet geven, zou ook wel eens te maken kunnen hebben, dat zij zelf het ook niet eenvoudig vinden om Gods aanwezigheid daar te zien. Een predikant dient te leren zien hoe God werkt en hoe Zijn genade verschil maakt.

Levendiger
Een preek wordt levendiger als de predikant dezelfde manier van spreken hanteert als in het alledaagse contact. Wanneer iemand bij de koffie vertelt over wat er thuis gebeurde, wat zijn vrouw of dochter zei, wordt iemand al sprekend geciteerd. ‘Ze zei tegen mij: “Bij anderen heb je er wel oog voor.” Hoezee pleit ervoor om ook op die manier te citeren, iemand in de 1e persoon sprekend in te voeren.
Wanneer een voorbeeld te algemeen is, helpt het nog niet verder. Maak een voorbeeld specifiek, door authentieke details te vermelden. Gebruik verbeelding, maar niet op een ongebreidelde manier. Zorgvuldig en gedisciplineerd, zegt Hoezee.
En vermijd ‘kunststof-heiligen’. Geen enkele heilige is alleen maar goed. Niets is moeilijker te beschrijven dan een heilige, zegt de predikant-schrijver Frederick Buechner. Ook het beschrijven van de aantrekkingskracht van een heilig leven is volgens hem het moeilijkst te beschrijven.

Showing trouble
Hoezee sluit in zijn boek aan bij Paul Scott Wilson, die in zijn The Four Pages of the Sermon aangeeft dat in elke preek zowel de menselijke trouble (zorg, nood, zonde) als de goddelijke genade verwoord moet worden. Naar mijn idee is de menselijke trouble gemakkelijker te tonen dan de werkzaamheid van God. Dat valt mij ook bij Hoezee op. Het hoofdstuk over ‘Showing trouble’ is veel uitgebreider dan het hoofdstuk over ‘Showing grace’.
Het belang van het tonen van de menselijke problematiek is dat de luisteraars woorden vinden voor wat hen bezighoudt. Door het lezen van literatuur en biografieën, door het kijken van films, door de eigen pastorale praktijk krijgt een predikant een sensitiviteit voor de menselijke problematiek. De kunst is om in de preek deze problematiek met de Bijbel te verwoorden. Door verhalen te vertellen kan de luisteraar op een veilige afstand blijven en zich toch herkennen.

Voor Hoezee zijn er 4 belangrijke vormen van menselijke trouble:
– de pijn van niet-functionerende gezinnen
– het verdriet om niet-uitgekomen dromen en vervlogen hoop
– menselijke karakters en de zonden
– De worsteling van eenzaamheid.
In zijn boek geeft Hoezee voorbeelden hoe deze trouble op een zorgvuldige en herkenbare manier voor luisteraars verwoord kunnen worden door te laten zien hoe hij zelf deze thema’s aan de orde stelt en verbindt met een Bijbelgedeelte. Alleen daarom al is dit boek de moeite waard om zelf te lezen!
De predikant stelt deze problematiek niet aan de orde uit een soort leedvermaak. De predikant vindt ook geen genoegen in het verwoorden van al deze ‘sores’. Deze nood wordt verwoord om aan te geven welk verschil God en Zijn genade maakt.

Showing grace
Het is een groot voorrecht voor de predikant om elke week te laten zien hoe God in Zijn genade werkzaam is. De uitwerking van Gods genade dient net zo echt en levendig uitgewerkt te worden als de menselijke trouble. Het ontdekken van Gods genade en het vinden van verhalen die Gods handelen uitwerken zijn niet eenvoudig te vinden. De predikant moet ook niet op zoek gaan naar grootse verhalen. Gods genade zit vaak juist in het kleine. Gods handelen komt vaak openbaar in iets dat onverwachts gebeurt. Ook Gods genade dient concreet en specifiek te worden uitgewerkt.
Hoezee vertelt dat zijn kinderen op de middelbare school de opdracht kregen om een opstel te schrijven over de glimpen van God, die zij om zich heen zagen. Alle kinderen van de klas zagen in die glimpen in hun alledaagse leven. Niet in de uitzonderlijke gebeurtenissen. Juist in de alledaagse gebeurtenissen zagen zij iets van Gods genade oplichten.

And when, in scenes of glory,
I sing the new, new song,
‘twill be the old, old story

that I have loved so long.

N.a.v. Scott Hoezee, Actuality. Real Life Stories for Sermons That Matter. Serie: The Artistry of Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2014).

 

Preken vanuit de overdaad

Preken vanuit de overdaad

sermon-preparation

Preken vanuit de overdaad verwijst naar een preekpraktijk die voortkomt uit een leven lang  gevarieerd lezen, diepgaand studeren en een voortdurende reflectie op wat er zal worden gepreekt. Predikanten die effectief willen zijn, lezen veel en gevarieerd. Om preken met (geestelijke diepgang te kunnen bieden heeft de predikant een stevig dieet van goede literatuur nodig.

Preken vanuit de overdaad beschouwt het preken maken als een geestelijke discipline. Deze preekpraktijk heeft te maken met de reformatorische notie dat een predikant behoort te studeren.

300px-West_Texas_Pumpjack

De Amerikaanse predikant William Stidger publiceerde in 1930 zijn boek Preken vanuit de overdaad (Preaching Out of the Overflow). Toen hij aan zijn boek werkte, reed hij eens met de trein door de olievelden van Kansas. Daar nam hij 3 verschillende typen oliebronnen waar: uitgeputte bronnen, bronnen waar men uit put en oliebronnen die overstroomden. Hij paste deze observatie toe op predikanten:

– Er zijn predikanten die op een uitgeputte bron lijken. Hun inhoud en stijl is droog, dor, levenloos en zonder stichting.

– Er zijn predikanten die uit zichzelf alles oppompen. Het  maken en houden van preken is voor hen letterlijk een krachtsinspanning. Zij zwoegen op, strijden voor en zweten op een preek. Met als gevolg dat zij zichzelf en hun gezin meetrekken in hun misère over hun prediking.

– Er zijn predikanten die preken vanuit de overdaad. Zij krijgen geen paniekaanval tijdens het voorbereiden van een preek. Zij hoeven niet de restjes van de bodem te schrapen voor het laatste kruimeltje evangelie.
Zij preken vanuit de overvloed van wat zij lezen en onderzoeken. Zij preken vanuit een rijkdom aan kennis, materiaal, getraind inzicht en rijke ervaringen verkregen door ijverige studie en voortdurende reflectie op Gods aanwezigheid in deze wereld.

reading-a-book

Lezen voor de korte termijn
Soms moet er iets op korte termijn gelezen worden. Dat is wat er gelezen wordt in verband met de voorbereiding van de preek van de komende zondag. Dit lezen helpt de predikant bij het bestuderen en overdenken van de Bijbeltekst: concordantie, theologische en exegetische woordenboeken, exegetische en meditatieve commentaren op de Bijbeltekst.

Lezen voor de lange termijn
Preken vanuit de overdaad groeit vanuit een praktijk van lezen voor de lange termijn. Het lezen gebeurt dus niet met een doel op korte termijn. Teveel predikanten scannen hun boekenkasten, bibliotheken en internet met het oog op de komende zondag. Als zij een boek zien dat hen niet direct verder helpt, leggen ze het aan de kant voor een boek dat hen wel verder helpt. Deze vluchtige vorm van lezen lijkt meer op het schrapen van de bodem dan putten uit de overdaad van de olie die over de rand stroomt.
Predikers die effectief willen zijn, hebben reeds vroeg geleerd om voor de lange termijn te lezen. Deze praktijk van lezen is breed, uitgebreid en verrijkend – hoewel het vaak niet direct toepasbaar is. In eerste instantie lijkt het meer iets voor de predikant zelf te zijn dan voor de gemeente. Maar op langere termijn plukt de gemeente hiervan de vruchten.

Beautiful young brunette with blue eyes reading a book,sitting in a park

Aanbevelingen
(1) Neem niet meer hooi op je vork dan je aan kunt. Veel predikanten beginnen wel, maar volharden niet. Begin kleinschalig en breid dan steeds verder uit.

(2) Begin met wat vertrouwd is en wat eenvoudig is. Begin bijvoorbeeld met het hoofdstuk voor hoofdstuk doorlezen van de Bijbel. Zo’n vorm van lezen kan onderdeel zijn van de dagelijkse stille tijd.
Aanvullend op het lezen van de Bijbel kunnen commentaren of monografieën over specifieke thema’s of teksten nuttig zijn. Hierbij kan rekening gehouden worden met een serie over een Bijbelboek die over enige tijd gepland staat. Koop trouwens nooit een hele serie commentaren, want elke serie kent zwakke delen. Ook het lezen van commentaren kan een onderdeel zijn van de dagelijkse stille tijd.

(3) Zorg ervoor dat goed leesvoer binnen handbereik is. Neem een abonnement op een (theologisch) tijdschrift dat goed materiaal aanlevert. Suggesties van LaRue:
Theology today (www.theologytoday.ptsem.edu)
Interpretation: a Journal of Bible and Theology (www.interpretation.org )
The Christian Century (www.ChristianCentury.org).
Zulke tijdschriften bieden niet alleen goede artikelen, maar ook goede boekbesprekingen (zodat men op de hoogte blijft van ontwikkelingen en ziet wat interessante boeken zijn).
Een predikant doet er ook goed aan om zich niet alleen bezig te houden met theologie. Bijvoorbeeld door kranten of tijdschriften te lezen. Niet elk artikel hoeft gelezen te worden.

(4) Lees gevarieerder. Begin met een introductie op theologen uit heden en verleden. Er zijn goede introducties op en selecties uit de werken van grote theologen. Lees preken van toonaangevende predikanten. Lees de (auto)biografieën van grote theologen en predikanten:
– Robert Miller, Harry Emerson Fosdick (1985)
– Eberhard Busch, Karl Barth (1978)
– Charles E. White, Beauty of Holiness: Phoebe Palmer as Theologian, Revivalist, Feminist, and Humanitarian (1986)
– Richard Fox, Richard Niebuhr (1985)
– Samuel DeWitt Proctor, The Substance of Things Hoped For (1996).

(5) Lees niet alleen op theologisch of religieus gebied. Lees boekbesprekingen (New York Times Book Review). Dichters, schrijvers en biografen hebben het inzicht in menselijke situaties die predikanten vaak ontberen.
Dompel jezelf onder in de romans van John Grisham, Flannery O’Connor, Frederick Buechner, William Faulkner, Toni Morrison en vele anderen. Romans vergroten onze levenservaring.

Lees de gedichten van Browning, Tennyson, Frost en Longfellow. Predikanten worstelen voortdurend om woorden te vinden om het meest wezenlijke te beschrijven, zoals God en liefde. Over Vernon Johns (de voorganger van Martin Luther Kind in de Dexter Avenue Baptist Church) wordt er gezegd dat hij gedichten reciteerde tijdens het ploegen van de akker en dat hij de rest van de dag rondscharrelde om boeken te kunnen vinden, die hij die avond zou kunnen lezen.

N.a.v. Cleophus J. LaRue, ‘Preaching Out of the Overflow’, New Interpreter’s Handbook of Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2008) 243-246

Lezen om te preken – 2: de leeslijst

Lezen om te preken – 2: de leeslijst.
Mijn eigen leesprogramma “Lezen om te preken”

Cornelius Plantinga geeft cursussen Imaginative Reading for Creative Preaching. Hoe zou mijn eigen leeslijst voor het lezen om te preken?

Werner Bergengruen – Der Großtyrann und das Gericht
Heinrich Böll – Herinneringen van een clown
– Biljarten om half 10
– Alle verhalen
Alfred Döblin – Pardon wird nicht gegeben
Sushako Endo – De samoerai
Max Frisch – Homo faber
Graham Greene – Genezen verklaard
– Geheim agent
– Monsieur Quichotte
Maarten ’t Hart – De aansprekers
Khaled Hosseini – De vliegeraar
John Irving – Bidden wij voor Owen Meany
Robert Lemm – Ontijdige bespiegelingen
François Mauriac – De adderkluwen
Vonne van der Meer – Zondagavond
B. Nijenhuis – De Tornado
Amoz Os – Een verhaal van liefde en duisternis
Willem Jan Otten – Waarom komt u ons hinderen?
* Arjan Plaisier, Is Shakespeare ook onder de profeten? Theologische meditaties bij zeven stukken van Shakespeare
Leo Pleysier – Wit is altijd schoon
– Zwart van het volk
Chaim Potok – De gave van Asjer Lev
– De zoon van Asjer Lev
– Het boek van het licht
Karel Schoeman – Verliesfontein
* Wilfred Scholten – Mooie Barend. Biografie van B.W. Biesheuvel (1920-2001)
Jan Siebelink – Laatste schooldag
* John Steinbeck – Druiven der gramschap
Maritha van der Vyver – Stiltetijd
Martin Walser – Rechtfertigung
Franz Werfel – De verduisterde hemel
Frank Westerman – Ararat
* Annejet van der Zijl – Anna. Het leven van Annie M.G. Schmidt

* = nog niet gelezen

Plantinga geeft ook aan dat het de moeite waard is om kinderboeken te lezen. Kinderboekenauteurs die op de ‘lezen om te preken’-lijst komen, zijn:
– Tonke Dragt – De brief voor de koning
– Vivian den Hollander – serie over Lisa en Jimmy
– Rindert Kromhout – Rintje; serie over meester Max
– Martine Letterie – serie over Berend; boeken over de Tweede Wereldoorlog
– Carry Slee, Iris & Michiel; Kinderen van de Grote Beer; Het grote Opa en Oma-boek
– Jacques Vriens – Meester Jaap; de bende van de Korenwolf

Lezen om te preken

Lezen om te preken Een predikant kan leren van schrijvers, journalisten en biografen, aldus Cornelius Plantinga MN_Lesen_ist_cool
Een predikant kan voor het preken maken in de leer van goede schrijvers, journalisten en biografen. Dat vindt Cornelius Plantinga, emeritus hoogleraar aan Calvin Theological Seminary. 10 jaar lang gaf hij in het postacademisch onderwijs voor predikanten een cursus Imaginative Reading for Creative Preaching.

In deze cursus liet hij predikanten schrijvers als John Steinbeck en Khaled Hosseini lezen, behandelde hij gedichten en biografieën en las hij essays van journalisten. Plantinga is van mening dat predikanten veel van schrijvers, journalisten en biografen kan leren in de preekvoorbereiding. Hij pleit ervoor dat predikanten voor zichzelf een leesprogramma opstellen.

Hij wil nog niet zo ver gaan als Eugene H. Peterson. Peterson had als predikant de gewoonte om zich van 13.30-15.00 af te zonderen om zich te verdiepen in schrijvers als Dostojewski. Op dit tijdstip was hij dan ook niet bereikbaar voor gemeenteleden. Plantinga geeft aan, dat dit wel veelgevraagd is, maar geeft tegelijkertijd aan dat het heel zinvol kan zijn om van het lezen een vast onderdeel van het werk te maken. De predikant en de gemeente hebben er baat bij.

Pittige taak
De predikant heeft namelijk een pittige taak: elke week het evangelie brengen voor een gemengd publiek. Er is, volgens Plantinga, geen enkel ander beroep waarin zoveel van iemand gevraagd wordt.
Een predikant moet voor zijn woordgebruik en stijl rekening houden met zijn hoorders: niet te ingewikkeld voor de een, niet te platvloers voor anderen. Geen ander als een predikant heeft zoveel thema’s te bespreken met zijn luisteraars – vaak ook steeds dezelfde luisteraars.
Het zijn ook niet de minste onderwerpen: God, wereld, genade, zonde, leven, e.d. Het lezen van literatuur, essays en biografieën helpt om een rijk gevarieerde woordenschat aan te leggen, waaruit geput kan worden en helpt ook in het onder woorden brengen de onderwerpen.

Daarbij gaat het niet om het showen van de opgedane kennis, maar om hulp bij de verkondiging van Gods Woord. Het is niet de bedoeling dat gemeenteleden na afloop van de dienst onder de indruk van de predikant (en zijn kennis) naar huis toe gaan, maar aangesproken door Gods Woord. Om dat te bereiken kan een leesprogramma zinvol zijn.

Verbeelding
Een leesprogramma helpt ook bijvoorbeeld om voorbeelden te vinden die de boodschap illustreren en toepassen. Een predikant heeft daardoor een rijkere voorraad aan preekvoorbeelden. Nog meer helpt zo’n algemeen leesprogramma om zijn eigen verbeeldingskracht te activeren en zo alert en gevoelig te zijn voor wat er in zijn eigen leefomgeving afspeelt.

Een predikant kan natuurlijk een zin van een schrijver citeren, naar een gedicht verwijzen of een voorbeeld van een journalist aanhalen. Voor een groot deel van de gemeente zal die naam echter onbekend zijn. Een voorbeeld wordt echter en authentieker en gemakkelijker inpasbaar in een preek als een voorbeeld uit de eigen waarneming van de predikant opkomt. Door het lezen wordt deze waarneming gestimuleerd.
Een predikant leest daarom romans, korte verhalen of gedichten. Niet om deze schrijvers te citeren, maar vooral ook om zelf te verbeelden.

Wijsheid
Door te lezen kan de predikant wijsheid opbouwen. De predikant is geroepen om over veel onderwerpen te spreken. Door journalisten en schrijvers te lezen leert een predikant de nuances te ontdekken bij een onderwerp, maar kan hij ook ontdekken hoe een onderwerp in de wereld van vandaag leeft.

Twee voorbeelden die niet uit het boek van Plantinga komen:
– John Irving liet met zijn Bidden wij voor Owen Meany zien dat uitverkiezing ook in onze tijd plausibel verteld kan worden. (Deze tip heb ik bij Gerhard Sauter opgedaan.)
– Chaim Potok bouwt zijn boeken over Asjer Lev op vanuit de ondoorgrondelijkheid van Gods wegen.

Complexiteit
Literatuur en krantenartikelen kunnen op een onverwachte manier een brug slaan naar de boodschap of zelfs helpen een boodschap in een Bijbelgedeelte te ontdekken.
Plantinga laat zien dat de winnaars van de Pulitzer-prijs allemaal geschreven hebben over een bepaalde zonde. Tegelijkertijd kunnen juist schrijvers en journalisten helpen om op onverwachte plaatsen genade te ontdekken. Door te lezen ontdekt een predikant dat de mensen met wie hij te maken heeft vaak complexer in elkaar zitten dan je in eerste instantie zou denken. Dat geeft aan de ene kant bewogenheid met mensen, die anders afgeschreven zouden worden.
Aan de andere kant krijgt de predikant er oog voor dat ook ‘gewone’ mensen complexer zijn dan je zou denken. Vanwege die complexiteit van mensen en van de wereld waarin wij leven geeft Plantinga aan dat het niet goed is om (te snel) een mening te hebben over de levensbeschouwing van een schrijver. Een predikant is God niet en kent het hart van de schrijver niet.

Leesprogramma
Wat moet een predikant lezen? Elke maand een goede roman van een grote schrijver? Plantinga beseft dat dit veel gevraagd is. Maar elke dag een gedicht moet toch wel kunnen. En het moet toch mogelijk zijn om in 1 jaar tijd 1 roman, 1 biografie en een aantal journalistieke essays te lezen? Op dit leesprogramma staan natuurlijk ook de belangrijke homiletische literatuur. Maar, zo Plantinga, lezen in het algemeen hoort ook bij de preekvoorbereiding.

N.a.v. Cornelius Plantinga, Reading for Preaching. The Preacher in Conversation with Storytellers, Biographers, Poets, and Journalists (Grand Rapids, Michigan / Cambrigde, U.K.: William B. Eerdmans Publishing Compagny, 2013) ResizeImageHandler Een ander interview: http://vimeo.com/77532651

De Bijbel in je gezin

De Bijbel in je gezin

Volgende week denk ik na met een aantal moeders uit onze gemeente over de Bijbel in je gezin

De opzet zal als volgt (ongeveer) zijn:

(1) Lezen en voorlezen in je gezin
Voordat we nadenken over het lezen uit de Bijbel denken we eerst na over lezen in het algemeen.
* Lees je voor aan je kind?
* Houd je kind van lezen? Of juist niet?
* Houd je zelf van lezen? Of kom je er niet aan toe?
* Zou je je kind stimuleren om te lezen?

(2) Eigen ervaringen als kind met de (kinder)bijbel
Zoals alles in de opvoeding maakt het uit wat je eigen ervaringen zijn als kind. Dat geldt ook voor het lezen uit de Bijbel:
* Kijk je daar met plezier op terug? Of juist niet?
* Hielp het je op de weg in je geloof? Of juist niet?

(3) Jij & de Bijbel
Wat is eigenlijk je eigen band met de Bijbel? Kom je er aan toe om voor jezelf te lezen? En wat lees je dan?

(4) De Bijbel in je gezin
Een groot deel van de morgen zal gaan over de Bijbel in je gezin.
- Ervaringen
- Ideeën
– Gesprekken met kinderen over een bijbelgedeelte
– Zelf een Bijbelverhaal vertellen aan je kind
– Alleen de kinderbijbel of ook de Bijbel (NBV of HSV)?

(5) Soorten Bijbels / kinderbijbels
Tot slot: waar moet je op letten bij de keuze van een (kinder)bijbel?
* Inhoud
* Lengte van de verhalen
* Illustraties
* ed