De godloosheid van het kruis

De godloosheid van het kruis

Jezus stierf aan het kruis. Voor het christelijk geloof is het niet alleen van belang dat Jezus stierf, maar ook het hoe van Zijn dood heeft grote betekenis voor de boodschap van het christelijk geloof. De manier waarop Hij stierf het het christelijk geloof voor altijd bepaald. De vraag waarom Jezus moest sterven is daarom een vraag die tekortschiet. De vraag moet zijn: waarom moest Jezus sterven aan het kruis?

Degradatie, ontmenselijking
Het kenmerkende van de dood aan het kruis is dat het om totale ontmenselijking en totale degradatie gaat. Het kruis is de meest inhumane manier van sterven. Voor de Romeinen van de clou van de kruisdood juist de totale ontmenselijking, totale schande, totale degradatie.
De Schepper en Heer van het universum kiest ervoor om deze laagste vorm van de dood te sterven: Jezus sterft niet de dood van een martelaar, maar de dood van een vervloekte, buitengesloten van de gemeenschap met God. Het kruis is totale godloosheid. Het kruis is een doorbreking van alle menselijke religiositeit. Het tegenovergestelde van wat mensen van God verwachten.

Idealisatie
Daarom is het uitzonderlijk dat het kruis wel een religieus symbool geworden is. Voorwerp van romantische verbeelding en idealisatie. Die religieuze strekking wordt ook door niet-gelovigen ingezien: een kruis in de openbare ruimte roept wel discussie op (zie VS en Duitsland), terwijl een kerstboom of een chanoeka-kandelaar die discussie niet oproept.

Vernedering
De dood aan het kruis is met niets uit de Amerikaanse cultuur te vergelijken. Zelfs een vergelijking met de elektrische stoel schiet tekort. De enige overeenkomst die er is, is dat bij de elektrische stoel het vaak om mensen de laagste klasse van de samenleving gaat die deze straf krijgen. Het enige waarmee het te vergelijken is, zijn de reacties van Amerikaanse soldaten op de afbeelding van Jezus aan het kruis: dit hebben wij in Irak gezien, in de vernedering van Iraakse soldaten.

Korinthische mentaliteit
Het kenmerkende van Jezus’ sterven aan het kruis is niet het lichamelijk lijden. De schaamte, de schande, de vernedering, de totale godloosheid is van grotere betekenis. Voor de eerste christenen was de dood van Jezus aan het kruis moeilijk te verkopen: een ergernis, een dwaasheid (1 Korinthe 1:18-25). Alleen deze schande, totale godloosheid en vernedering van Gods Zoon is Gods kracht. Zowel Joden als heidenen willen het kruis niet. Rutledge komt deze ‘Korintische mentaliteit’ ook veel in hedendaagse Amerikaanse kerken tegen. Daar wordt de theologie van het kruis liever ingeruild voor een theologia gloriae.

Vervloekte
Om deze theologia gloriae te doorbreken zou een preek op Goede Vrijdag over Galaten 3:10-14 niet verkeerd zijn. Daarin werkt Paulus uit dat Jezus stierf als vervloekte. Zodat hedendaagse gelovigen inzien waarom God juist deze vorm van sterven heeft gekozen om Christus te laten sterven.

N.a.v. Fleming Rutledge, The Crucifixion. Understanding the Death of Jesus (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015) 72-105

Het kruis als de kern

Het kruis als de kern

Christus als de gekruisigde is de kern van het christelijk geloof. Hoe verschillend de 4 canonieke evangeliën mogen zijn, als het gaat om de kern stemmen ze overeen: het kruis is de climax van Jezus’ weg op aarde. Daarom is vanaf het begin het christendom het kruis en de boodschap van het kruis de kern van de theologie. Het kruis is de toetssteen voor wat authentiek christelijk is.

In de traditie van het christelijk geloof zijn er altijd manieren geweest om het kruis niet centraal te hoeven stellen:
– een theologie van de glorie en overwinning (in tegenstelling tot een theologie van het kruis).
– het gnosticisme als verleiding.

Verleiding van het gnosticisme
In de geschiedenis van het christendom is het gnosticisme de grootste verleiding geweest. Het gnosticisme is een vrij ingewikkeld verschijnsel. Kenmerken zijn:
(1) Een bevoorrechte spirituele kennis dat leidt tot verlossing en verlichting.
(2) Een hiërarchie binnen de gemeenschap waarbij mensen met die bevoorrechte kennis aan de top staan en ontstegen zijn aan gewone stervelingen die deze kennis niet hebben.
(3) Een theologie, waarbij het kruis als lijden niet gewenst of niet nodig is. Om verlossing en verlichting te bereiken is er geen verlossend lijden nodig.

Invloedrijk
Volgens Rutledge is een hedendaagse variant van dit gnosticisme erg invloedrijk in de Amerikaanse kerken, omdat deze vorm van gnosticisme erg goed past bij de Amerikaanse normen en waarden. Ze vindt het belangrijk om in te gaan op dit gnosticisme (en dit te bestrijden), omdat dit gedachtengoed een belangrijke obstakel is om de Bijbelse betekenis van het kruis te begrijpen.

Voor Rutledge is het kruis een streep door alle menselijke religiositeit. Onder religiositeit verstaat ze menselijke verlangens en wensen. God kiest in het kruis een weg die niet past bij de menselijke verwachtingen en wensen. (Dit wordt in het volgende hoofdstuk uitgewerkt: de godloosheid van het kruis.)

Kruis niet meer vanzelfsprekend de kern
In de afgelopen decennia is het kruis, waaraan Christus stierf, inclusief de betekenis daarvan niet voor iedereen meer de kern:
– De aandacht voor het leven van Jezus en de zoektocht naar de historische Jezus doet het kruis als climax naar de achtergrond verschuiven.
– De aandacht voor de incarnatie van Christus, waarbij de incarnatie de betekenis krijgt dat God de wereld zoals de wereld is onvoorwaardelijk aanvaardt. De wereld waarin Christus incarneert is niet meer de gevallen wereld.
– Door een verschuiving in de liturgische accenten, waarbij Pasen meer nadruk krijgt dan Goede Vrijdag. Een verschuiving neemt ze ook waar in accenten rondom avondmaal, die meer vanuit Pasen wordt geduid.

Rutledge brengt daar tegenin:
– Wanneer het kruis niet meer de climax is van het leven van de historische Jezus wordt de historische Jezus ontdaan van elke transcendente en religieuze betekenis. Wat we weten over de historische Jezus hebben we te danken aan de verhalen die bewaard zijn gebleven en doorverteld omdat de Gekruisigde is opgestaan.
– Het kruis is niet los te maken van de incarnatie: zonder incarnatie geen kruis. Als omgekeerd de incarnatie wel losgemaakt wordt van het kruis is er geen ruimte meer voor thema’s als oordeel en redding.
– Het is geen goede zaak als in de liturgie Goede Vrijdag en Pasen tegenover elkaar worden uitgespeeld. Opstanding is niet los te maken van het kruis, want de Gekruisigde werd opgewekt. Van oudsher was er in het kerkelijk jaar een verband tussen Goede Vrijdag en Pasen in het Triduum.
– In de Bijbelse gegevens over het avondmaal wordt nadrukkelijk de link met het kruis gelegd. Avondmaal staat in het teken van het kruis.

Voor Rutledge genoeg reden om te blijven bij de klassieke theologie, die het kruis en de betekenis daarvan centraal stelt. Christelijke theologie is kruistheologie.

N.a.v. Fleming Rutledge, The Cricifixion. Understanding the Death of Jesus Christ (Grand Rapids, Michigan: Eerdmans, 2015) 41-71.


‘Waarom hangt die man nog steeds aan dat kruis?’

‘Waarom hangt die man nog steeds aan dat kruis?’

Binnenkort is het Goede Vrijdag. Dan staan we stil bij het lijden en sterven van Christus op Golgotha. Kinderen die op een christelijke school zitten of naar de kerk of kindernevendienst gaan, zullen stil staan bij dat lijden en sterven. Door de paasvieringen die er zijn. Door de verhalen die worden verteld. Krijgen kinderen op die momenten ook mee dat het sterven van Christus verzoening en verlossing tot stand bracht?

Dat hangt van verschillende dingen af: Op welke manier en met welke betekenis worden de lijdensverhalen doorverteld? Wat is de betekenis van Jezus’ sterven voor ouders en leerkrachten? Welke liederen worden er aangeleerd en gezongen? Zijn de symbolen die met de kruisdood ook in de leefwereld van kinderen aanwezig? Hoe wordt er naar Goede Vrijdag toegeleefd?

Het sterven van Christus op Golgotha is een belangrijke kern van het christelijk geloof. Toch is het niet vanzelfsprekend dat de verhalen aan de orde komen. Ook is het niet vanzelfsprekend dat aan kinderen wordt uitgelegd dat Jezus Zijn leven gaf als offer voor onze zonde – dat Hij stierf voor onze redding en om ons met God te verzoenen.

Ouders of leerkrachten kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met het geweld en het bloed in deze verhalen. Zij vinden de verhalen over het lijden en sterven van Jezus niet geschikt om aan hun kinderen te vertellen. Of zij hebben moeite met de gedachte dat Christus Zich als offer gaf. Daardoor kan het voorkomen dat kinderen niet begrijpen wat de betekenis is van de dood van Christus aan het kruis en waarom deze dood tot de kern van het christelijk geloof behoort. De onkunde en de misverstanden kunnen voortleven.

Wat als je het als predikant of leiding van een club, zondagsschool of vakantiebijbelweek kinderen iets meer wil duidelijk maken? Op welke manier zou je dat dan kunnen doen? Het model van lesvoorbereiding voorgesteld door de godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer kan behulpzaam zijn:

(1) Basale structuren: In het Nieuwe Testament komt de kruisiging op verschillende manieren aan de orde en heeft de dood van Christus verschillende aspecten. Bijvoorbeeld: verzoening, offer, voorbeeld. Kies door concentratie en vereenvoudiging uit wat wezenlijk is voor de betekenis.

(2) Basale ervaringen: Bij deze stap gaat het om waarneming van analogieën in de leefwereld van kinderen. In eerste instantie zal het niet eenvoudig zijn om het kruis als offer, verlossing of verzoening uit te leggen, omdat deze woorden voor kinderen te abstract zijn. In hun leefwereld zijn wel overeenkomsten te vinden. Zelfs voor het fenomeen offer: ook in kinderfilms zijn er personages die bereid zijn om hun leven te geven, zodat anderen gered kunnen worden.

(3) Basale toegang: Kinderen brengen hun eigen manier van verstaan mij. Zij geven zelf op hun eigen manier betekenis aan de gebeurtenissen die rondom de kruisiging worden verteld. Zij geven hun eigen interpretatie van de kruissymbolen. Een voorbeeld: een kind loopt langs het crucifix van hun dorp. Het vraagt aan zijn moeder: ‘Waarom hangt die man nog steeds aan dat kruis?’ In het gesprek dat er op volgde gaf het kind aan, dat het een teken van hoop was als de man eens van het kruis af kwam.

(4) Zoeken naar basale vormen van leren: het zoeken naar bij de thematiek passende en creatieve werkvormen, die rekening houden met de verschillende aspecten van het leren (cognitief, affectief, handelingsgericht). Hierbij gaat het ook om het stimuleren van het eigen leerproces van een kind.

(5) Basale waarheden: Het gaat hier om de existentiële dimensie van het geloof. Wat is mijn enige houvast in leven en sterven? Wat is echt betrouwbaar?

Het zou wel eens kunnen zijn, dat niet de verhalen op zichzelf de kinderen bij de betekenis van Christus’ sterven brengen, maar de beelden en metaforen die in de Bijbel worden gebruikt.

Een gesprek op een peuterspeelzaal:
Juf: ‘Weten jullie waarom Jezus is gestorven?’
Kind 1: ‘Ze hebben hem gedood.’
Kind 2: ‘Toen kwam hij in een graf met een steen ervoor.’
Kind 1: ‘Hij had een kroon gekregen, een doornenkroon.’
Kind 3: ‘Hij werd aan het kruis gespijkerd.’
Juf: ‘Wat is er gebeurd?’
Kind 4: ‘Daarna zei hij: Ik ben niet meer dood.’
Kind 2: ‘Hij was weer opgestaan.’
Juf: ‘Wat heeft dat met de graankorrel te maken?’
Kind 5: ‘Omdat dat hetzelfde is.’
Juf: ‘Hetzelfde?’
Kind 5: ‘Ook de graankorrel moest eerst dood worden om weer levend te worden.’

Martin Luther en zijn theologie van het kruis

Martin Luther en zijn theologie van het kruis

Voor Luther is de ‘theologie van het kruis’ de kern van zijn theologie. ‘CRUX sola est nostra theologia.’ Vanuit hedendaags perspectief worden er echter bezwaren aangedragen tegen Luthers visie. Moet die ‘theologia crucis’ nog wel gehandhaafd worden?
Hans-Martin Barth neemt zijn vertrekpunt in de kritiek op de theologie van het kruis. Hij gaat na wat Luther beoogde en sluit af met een kritische evaluatie.

Kritiek
De meeste kritiek raakt niet alleen de visie van Luther, maar van de gehele klassiek-reformatorische visie op het kruis van Christus.
De betekenis van dit kruis is voor veel mensen verdwenen. In veel kerken spreekt men niet over de lijdenstijd, maar over de veertigdagentijd. Waarbij niet altijd duidelijk is wat deze periode nog te maken heeft met het kruis.
Het kruis staat symbool voor de macht van de kerk. Deze macht is tanende, maar de kerk heeft moeite om dit verlies te accepteren. Eind jaren-’90 is er in Duitsland een stevige discussie gevoerd over de aanwezigheid van het kruis in klaslokalen (het zgn. Kruzifix-Beschluß).
Mensen in het westen kunnen niets meer met het kruis aanvangen, omdat zij in staat zijn zichzelf te ontplooien. Aan de andere kant zijn er velen in deze wereld die zoveel lijden, dat zij met het kruis van Christus ook niets kunnen beginnen.
Velen hebben vandaag de dag moeite met de klassieke visie, dat Jezus’ dood een offer zou zijn. Vanuit andere godsdiensten stuit men ook op onbegrip: hoe kan de veroordeling van één enkele mens van betekenis zijn voor de gehele mensheid?

Het uitgangspunt
Luther introduceert het begrip theologia crucis voor het eerst in 1518 in de Heidelberger Disputaties.
Twee bijbelteksten vormen de basis voor deze theologie van het kruis: 1 Korinthe 1:18vv (het kruis als dwaasheid voor de Grieken en ergernis voor de Joden) en Romeinen 1:18-23.
In de Heidelberger Disputaties gebruikt Luther het kruis van Christus om aan te geven dat men niet genoeg heeft om te spreken over God als de schepper. Men kent God onvoldoende als men alleen naar Zijn handelen in de schepping kijkt. Die weg is niet meer begaanbaar, omdat de mens die weg heeft misbruikt. Sindsdien kan men God alleen maar kennen op de manier waarop Hij zich bekend maakt(e) aan onze werkelijkheid: door Zijn, nederigheid, lijden en kruis. Alleen in Christus kunnen wij de eeuwige God ontmoeten.
Luther gebruikt de theologie van het kruis op een kritische manier: om de zelfverheerlijking en de zelfbepaling van mensen door te prikken. De mens kan God niets aanbieden wat Hem behaagt. Tegelijkertijd vormt God uit de (gevallen) mens een nieuwe schepping. Deze herschepping is vergelijkbaar met de opstanding der doden: het niets wordt tot aanzijn, tot leven geroepen.
Het kruis is voor Luther de plaats waar wij mensen God kunnen vinden. God is vooral te vinden in de vernedering. Het kruis van Christus, Zijn sterven waarin Gods vernedering blijkt, is het kernstuk van het christelijk geloof en werkt in alle onderdelen door.

Kritisch op prestatiedruk
Het tegenovergestelde van de theologie van het kruis is de theologia gloriae: theologie die zich baseert op menselijke prestatiedrang. Deze menselijke prestatiedrang heeft de neiging om God voor zijn karretje te spannen. God wordt op die manier een menselijk instrument. De mens is dan niet meer wat hij hoort te zijn: dienaar van God. De mensen die deze theologie aanhangen zijn mensen die streven naar een perfect leven, ook voor Gods aangezicht. Men streeft dan naar indrukwekkende kerkgebouwen en structuren, naar invloedrijke gemeenschappen. Het kruis van Christus is voor deze gelovigen eerder een abstract idee of een symbool.
De werkelijke kerk is volgens Luther echter onaanzienlijk: een kerk in de schaduw, bespot vanwege de dwaasheid van het evangelie. De Koning van de kerk is een knecht (Jes. 53)
De theologie van het kruis krijgt daarmee ook een politieke lading. Vanuit de knechtsgestalte van de Heer kan er kritiek worden uitgeoefend op elke machtsaanspraak.

Barth betreurt het echter dat Luther in concrete situaties, zoals de Boerenopstand (1525) niet de volledige consequenties heeft getrokken uit zijn eigen leer. Maar ook hier ligt het genuanceerder dan ogenschijnlijk lijkt. In zijn boek gaat hij in op de rol van Luther in de Boerenopstand (p.72-87) in het hoofdstuk over ‘Zugangsschwierigkeiten’.

M.J. Schuurman

N.a.v. Hans-Martin Barth, Die Theologie Martin Luthers Theologie (Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus, 2009) p. 169-192: ‘Alternative – zwischen Kreuz und Selbstbestimmung’.

Preken op Goede Vrijdag (1) De ideeën van Peter Stuhlmacher

Preken op Goede Vrijdag

grunewald372
Hoe kun je op Goede Vrijdag preken? De nieuwtestamenticus Peter Stuhlmacher heeft dat in een artikel verwoord.

Gebaseerd op ervaring
Op Goede Vrijdag, de dag waarop de christelijke gemeente stilstaat bij het sterven van Christus, gaat het om de kern van het evangelie.
Het verwoorden van die kern is geen gemakkelijke taak. Voor iemand als Paulus ging de verkondiging van het kruis terug op een eigen ervaring. Die ervaring leidde tot zijn bekering en na zijn bekering kon hij alleen nog maar de gekruisigde Christus prediken (1 Korinthe 2:1-16).

Hedendaagse distantie
Niet elke gelovige heeft deze ervaring gehad. Er is vanuit onze eigen ervaring dus een bepaalde distantie tot de werkelijke betekenis van het kruis.
Het ontdekken van de werkelijke betekenis van het kruis wordt bemoeilijkt door de kerkelijke traditie. De satisfactieleer van Anselmus of de strijd over het misoffer kunnen ertoe leiden dat de dood van Christus niet op juiste waarde wordt geschat.
Daarnaast kan het sterven van Christus vanwege die betekenissen ook een aanstoot zijn. Stuhlmacher pleit ervoor om de gebeurtenissen rondom de kruisiging na te vertellen, zoals die door de bijbel beschreven is. Hij wijst erop, dat de manier waarop de kruisiging beschreven word historisch accuraat is.

Luther-Predigt-LC-WB

Soteriologische betekenis
De dood van Jezus heeft soteriologische betekenis. Dat wil zeggen: door de dood van Jezus kunnen wij redding verkrijgen. De dood van Jezus is niet te begrijpen zonder het Oude Testament erbij te betrekken, maar ook de Vroeg-Joodse traditie over het offer. De betekenis van de dood van Jezus wordt met vele metaforen beschreven. Deze metaforen dienen zorgvuldig te worden geanalyseerd.

Schuldoffer
De dood van Jezus wordt getypeerd als schuldoffer (Jes. 53:10): De lijdende rechtvaardige sterft in plaats van de zondaren.
De dood van Jezus is dus plaatsvervangend bedoeld. Zijn dood is een loskopen van zondaren, een verzoening met God op basis van het offer van Zijn eigen leven. Dat offer is door God aanvaard. Dat kunnen we zien, omdat God de Gekruisigde heeft opgewekt.

Verlegenheid
Spreken over Christus’ offerdood stuit op verlegenheid bij hedendaagse predikers:
(1) tijdgebrek, waardoor belangrijke studies niet verwerkt kunnen worden
(2) moeite met de offer-gedachte.

Stuhlmacher verzet zich tegen een primitieve offer-gedachte. In het Oude Testament wordt het offer bedoeld als het stichten van de gemeenschap tussen God en mens. Er wordt bovendien niet aan God betaalt, maar God betaalt Zelf door middel van Zijn Zoon. De kruisdood laat geen wrede God zien, maar een God wiens diepste karaktertrek barmhartigheid is.

lamb

Homiletische suggesties
Hoe te preken op Goede Vrijdag? De Bijbel is de norm. Verkondigen betekent zorgvuldig de Bijbelse metaforen en verhalen naspreken.
Preken over de dood van Christus kan alleen als die dood wordt getypeerd als genadig handelen van God:
God zorgt verzoening, niet de mens. Wanneer er over het offer van Christus wordt gesproken, dient benadrukt te worden, dat dit offer voor ons geschiedt. Dat offer kunnen wij niet nadoen. Met andere woorden: Christus is hier sacramentum; geen exemplum.
De kruisdood van Jezus kan niet losgezien worden van Pasen. De opstanding van Christus houdt in, dat God het offer van de Gekruisigde heeft aanvaard.

crosses

De bijbelse metaforiek is zo rijk, dat de gehele betekenis van Christus’ lijden en sterven nooit in een preek gestopt kan worden.

Enkele gedachten waarop zo’n preek vorm kan krijgen:
(a) als navertelling van de bijbelse lijdensgeschiedenis. Dit wordt gesuggereerd door Rudolf Bohren en Friedrich Mildenberger.
(b) Als samenvatting van de bijbelse rechtvaardigingsleer. Bijvoorbeeld als soteriologische ruil: de heilige Christus ruilt met de arme zondaar.
(c) Als prediking van de verhoogde Heer.
(d) In de Stille Week kunnen in overdenkingen op weg naar Goede Vrijdag passages en metaforen overdacht worden.
(e) Het vieren van het Heilig Avondmaal als gedachtenis van Christus’ sterven. Dit vieren is niet alleen een terugkijken, maar ook een vooruitzien: maranatha!

avondmaal5

Het verkondigen van de gekruisigde Christus vraagt natuurlijk om een persoonlijk mediteren en een grondige voorbereiding.

N.a.v. Peter Stuhlmacher, “Zur Predigt am Karfreitag”, in: C. Breytenbach e.d. (Hg.), Anfänge der Christologie. FS. Ferdinand Hahn (1991) 447-472.
Een bewerking van dit artikel is te vinden in: Theo Sorg / Peter Stuhlmacher, Das Wort vom Kreuz. Zur Predigt am Karfreitag. Calwer Taschenbibliothek 52 (Calw: Calwer Verlag, 1998).

Zie ook: Peter Stuhlmacher, Was geschah auf Golgotha. Zur Heilsbedeutung von Kreuz, Tod und Auferweckung Jesu (Calw: Calwer Verlag, 1998).