Preek zondag 14 juli 2019

Preek zondag 14 juli 2019
Bediening Heilige Doop
1 Johannes 4:7-21

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als je nieuwsgierig bent, hoe een stel bij elkaar gekomen is, kun je vragen:
‘Hoe zijn jullie bij elkaar gekomen?
Die vraag kan ook aan jullie, doopouders, gesteld worden:
vertel eens hoe het met jullie begon.
Als je elkaar wat beter kent en als je je nieuwsgierigheid niet kunt bedwingen,
kun je ook vragen: wie was nou de eerste? Wie zag wie nou staan?
Bij de een kun je een verhaal horen dat het liefde op het eerste gezicht was.
Bij een ander kun je een verhaal horen dat er een hele tijd overheen ging,
dat iemand echt zijn of haar best moest doen om de ander voor zich in te winnen.

Hoe zijn jullie bij elkaar gekomen? En wie is er begonnen?
Dat is een vraag, die je ook kunt stellen aan iemand die gelooft?
Wanneer is je relatie met God nu begonnen? Wanneer ben je gaan geloven?
Kun je iets vertellen over hoe je van God bent gaan houden?

Misschien heb je dat wel heel duidelijk wanneer dat begon.
Niet iedereen kan dat heel duidelijk aanwijzen, maar het kan wel.
En wie is dan de eerste: ben jij begonnen en moest je op God wachten?

Of is de Heere begonnen met jou en moest Hij op jouw antwoord wachten?
Moest Hij wel heel lang met je bezig zijn, je misschien wel wel veroveren?

God is begonnen, zegt Johannes in zijn brief.
God was als eerste met Zijn liefde voor ons en is naar ons op zoek gegaan
om ons hart te winnen voor Hem, net zolang tot we geloven,
tot we van Hem houden.
Ik denk dat iedereen dat wel kan beamen, als je nadenkt over wie er begonnen is:
Dat is de Heere. Hij was het eerst.
In je kindertijd en je jeugd is over Hem verteld en je hebt altijd al gelooft,
als kind al en je geloof groeide met je mee
terwijl je tiener was en later volwassen werd.

Of je hebt een tijd gehad, waarin het je niets zij, het raakte je niet, het liet je koud.
En later, als tiener, of nog later, toen je volwassen werd, was Hij daar
En kon je niet om Hem heen en ben je gaan geloven.
Of je nu als kind altijd al geloofde, of dat je later bent gaan geloven,
nog voor jij met God bezig bent geweest, is Hij al met jou bezig.
Of wellicht is de Heere nog met je bezig, omdat je nog niet gelooft.
Want dat kan ook, dat je je hart nog niet voor Hem hebt open gedaan.

God is de eerste in ons leven.
Dat is een van de redenen voor ons als gemeente om kleine kinderen te dopen.
Dat God de eerste is, begint al bij onze geboorte.
Want wij hebben er niet zelf voor gezorgd dat we er zijn.
En dat we er zijn, dat we geboren werden,
hebben we niet allereerst aan onze ouders te danken.

Dat we er zijn, dat we geboren zijn, hebben we aan God te danken.
Wij hebben allemaal ons bestaan aan de Heere te danken.
Hij wilde dat wij er zouden zijn.
Dat is nog niet genoeg reden om te dopen,
want dan zou doop een soort geboorteritueel zijn
een manier om een kind, dat net geboren is welkom te heten.
Dan zou het een soort kerkelijk kraamfeest zijn.

In de doop gaat het echter om meer.
Dat God niet alleen wilde dat wij er zouden zijn, maar ook dat we zouden geloven,
Geloven dat Jezus voor ons gestorven is
En dat we ons leven aan Hem geven,
van Hem houden en met Hem leven.
Ook daarin is God de eerste en daarom dopen we zo’n klein kind,
al begrijpt zo’n klein kind er niets van
en moeten zijn ouders de vragen beantwoorden.

Met de doop geven we aan dat we geloven in de Heilige Geest,
Die bij de doop de belofte geeft, ook al aan zo’n klein kind,
dat Hij in het leven van zo’n klein kind zal werken,
zodat zo’n klein kind ook gaat geloven,
om, zoals Johannes dat schrijft, zal belijden
dat Jezus de Zoon van God is,
zodat God in hem blijft en hij in God.

Natuurlijk is dat heel gewaagd, want we kunnen allemaal
voorbeelden aandragen
van personen, die ook als kind zijn gedoopt e
n die er niets meer van willen weten
of er niets meer aan willen doen.
Een reden waarom heel wat christenen moeite hebben met dopen van kinderen,
Want je moet als mens toch eerst aangeven, dat je Jezus als je Heer belijdt,
Dat je met God wil leven en dat Hij in je leven gekomen is
om de doop te kunnen ontvangen.

Dan is de doop pas mogelijk als wij ons antwoord hebben gegeven op God
En is de doop ons antwoord aan God,
een manier om te laten zien dat wij ons aan Hem geven.
Haal je dan de waarde van de doop niet naar beneden als je alle kinderen doopt
ook als je weet dat er een kans bestaat dat zo’n dopeling niet gaat geloven?

Nee, want we dopen omdat God de eerste is
en we dopen vanwege de belofte die God geeft bij de doop:
Dat de Heilige Geest ook in dit jonge kind zal gaan werken,
Zoals Hij dat bij een ieder van ons gedaan heeft en nog steeds doet.
Al betekent dat niet, dat iedereen gelooft.

Dat kan een van de raadsels zijn van het geloof: Waarom gelooft mijn kind niet.
Ik heb hem of haar toch ten doop gehouden, ook voor in de kerk gestaan,
ook geloofd dat Gods belofte voor mijn kind gold.
Dat je je kind hebt laten dopen en dat je veel gebeden hebt voor je kind
en dat je kind er niets meer mee doet, of zelfs er helemaal niets van wil weten,
kan een verdriet zijn voor ouders, kan het voor jezelf ook wel moeilijk maken
om zo onbevangen te geloven als je deed toen je je kind liet dopen.

NAtuurlijk geloofde je toen dat Jezus de Zoon van God was
en dat Hij door de Vader gestuurd was om ook voor jouw kind aan het kruis te gaan
en zo vergeving van de zonden van je kind te brengen.
Nu zeg je het voorzichtiger en zou je in ieder geval willen, dat je er iets van zag
dat de belofte die God deed, in het leven van je kinderen zou uitkomen.

Moeten we dan maar stoppen met het dopen van kinderen
en dat pas gaan doen als we zeker weten dat ze gaan geloven?

Ik denk het niet, want dan doen we tekort aan de belofte die God geeft
En dat is nu juist de basis: dat God de eerste is
en dat je als ouders steeds bij de Heere mag aankloppen:
Heere, U hebt het beloofd, als Vader, Zoon en Heilige Geest,

Dat U met ons kind bezig zou zijn, het geloof zou geven,
liefde voor U in zijn, haar hart zou wekken.
We blijven net zo lang bidden tot U het doet.

We hebben het steeds over het liefhebben van God en dat God de eerste is.
Maar er is ook een andere kant: dat wij die liefde afwezen
En dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat God ons liefheeft
En als eerste naar ons toekomt.

Dat is ook de reden waarom we kleine kinderen laten dopen.
Niet alleen omdat we geloven dat God de eerste is en Zijn belofte geeft,
maar ook omdat er aan onze kant iets mis is,
waardoor die liefde van God alle vanzelfsprekendheid voor ons mist.
We kunnen dat wel Johannes nazeggen: God is liefde.
Maar dan moeten we er wel bij zeggen, dat als het aan ons ligt,
wij die liefde niet hadden beantwoord.

En dat is ook nog een reden waarom we kinderen jong dopen,
om daarmee aan te geven dat ze die neiging, die wij als volwassenen ook kunnen hebben
en soms maar al te goed kennen: wat we aan die liefde van God voorbij gaan
en dat we ons tegen God keren, God overbodig verklaren
en Hem op het hart trappen door Hem in te ruilen
en niet Hem lief te hebben, maar het leven zoals we dat hier op aarde hebben/

Daar begint het doopformulier ook mee.
Het is alsof er wordt gezegd: ja ja, mooi allemaal een nieuwgeboren baby

zeer zeker een wonder waar je God dankbaar voor mag zijn
en je mag daarin verwonderd zijn over God als Schepper, die je dit kind geeft.

Maar besef wel, dat je kind ook kan deelt in de afwijzing van Gods liefde.
Alleen als God zelf er iets aan verandert, in zijn hart werkt, het geloof geeft,
alleen dan zal er wat aan veranderen.
En dan wordt ook het bijzondere van Gods liefde zichtbaar.
Dat God komt in een wereld, die niet op Hem zit te wachten,
ook al heeft Hij deze wereld geschapen.

Dat God geeft om een wereld die Hem de rug kan toekeren.
Gods liefde is wel sterker en daarom is ook dit kind gedoopt:
vanuit het geloof dat God ook in dit kind de zonde en de neiging tot zonde kan overwinnen

En een hart kan geven dat wel van God houdt en Hem gehoorzaam wil zijn en wil belijden.
Als wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest
verzekert ons de Heilige Geest dat Hij in ons zal wonen
en dat Hij ons tot leden van Christus heiligen wil.

God is de eerste – en dat God de eerste wordt zichtbaar in de doop,
maar gaat nog verder terug: naar het kruis op Golgotha
en nog verder terug: naar de kribbe in Bethlehem
en nog verder terug: naar het paradijs, waar God Adam en Eva opzocht
en een belofte gaf dat de macht van de zonde verbroken zal worden
en dat ze eens weer vrije mensen zullen zijn.

Die belofte is al uitgekomen voor wij geboren werden.
Er is maar één woord dat echt kan weergeven wat er gebeurde: liefde.
En dan niet liefde zoals wij daarover spreken en denken.
Als je vader of moeder wordt, houd je van je kind
en die liefde is er al voor je kind geboren is en je je kind nog niet hebt gezien.

Wat is die liefde dan?
Dat je om je kind geeft en dat je kind belangrijker is dan jezelf.
Dat als er iets met je kind is, dat je diep raakt.
En dat je niet zonder je kind kunt en dat je tot veel bereid bent om je kind gelukkig te maken.

Als Johannes spreekt over de liefde die God heeft,
Dan denkt Johannes aan de bereidheid dat Jezus wilde komen, uit de hemel op aarde,
aan de bereidheid dat Jezus zichzelf als offer wilde geven.,
Dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden en dat Hij ons inlijft in Zijn gemeenschap.
Liefde.

Die liefde van God voor ons – zichtbaar geworden aan het kruis
en op ons leven betrokken in de doop – vraagt om onze liefde.
Onze liefde tot God en tot andere christenen.

Die liefde tot andere christenen laat ik nu even rusten (omdat ik daar pas over preekte)
En richt me nu op de liefde tot God,
ons antwoord op Zijn liefde voor ons,
ons antwoord op het kruis dat op Golgotha staat, jouw antwoord op de doop die je kreeg.

Want de doop vraagt om een antwoord, om wat jij ermee doet.
Je ouders hebben je laten dopen, maar dat is bedoeld
om jou te laten antwoorden op de liefde van God.
Johannes spreekt over belijden, belijden dat Jezus de Zoon van God is.
Wat is dat belijden dan? Dat je “ja” zegt tegen God,
Hier ben ik Heer, Ik kniel voor U neer

omdat ik U iets zeggen wil

het zit heel diep in mij, het maakt me soms zo blij

en dan weer even stil

 

Ik wil U graag vertellen dat ik zoveel van U hou

het klinkt misschien eenvoudig maar ‘t is alles wat ik zeggen wou
Belijden is je liefde verklaren aan God, omdat Hij van jou houdt
en de eerste is en steeds naar jou op zoek is, om jou voor zich te winnen.
U alleen, U behoor ik toe.
Belijden is dat je zegt: Heere, ik wil het nu zelf,
De reden waarom mijn ouders mij hier bij de doopvont brachten om gedoopt te worden.
Ik ben van U, ik wil van U zijn. Ik wil niet meer bij U weggaan, maar leven met U.

Leven met U, altijd. Wie ben ik zonder U?

U bent om mij heen. Waar ik ga houdt U mij vast.

Wie ben ik zonder U? U bent om mij heen.

Waar ik ga houdt U mij vast. Wie ben ik zonder U?

U bent om mij heen. Waar ik ga houdt U mij vast.

Wie ben ik zonder U? U bent om mij heen.

Waar ik ga houdt U mij vast.
Amen

 

Preek zondag 5 mei 2019

Preek zondag 5 mei 2019
Bediening Heilige Doop
Schriftlezing: Jesaja 54:1-10 en 1 Petrus 1:3-9.

Tekst: 1 Petrus 1:3-4

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders,

Vandaag, 5 mei, is het Bevrijdingsdag. Deze dag is bedoeld om te vieren dat we hier in Nederland in vrijheid leven. Die vrijheid is niet vanzelfsprekend, want over 5 dagen is het 79 jaar geleden dat ons land werd binnengevallen en er 5 jaren van bezetting volgden. De meesten van ons hebben de oorlog niet zelf meegemaakt. Toch is het goed om daar elk jaar weer bij stil te staan. Allereerst voor degenen die de oorlog nog wel hebben meegemaakt
en voor degenen die de gevolgen van de oorlog hebben ondervonden in hun leven. Door er bij stil te staan zijn we ons er elk jaar weer van bewust, hoe bijzonder het is om te leven in een vrij land.

Binnen de kerk houden we ook een Bevrijdingsdag. Op Goede Vrijdag en op Pasen staan we er ook bij stil dat er voor ons bevrijding is. Door het sterven en opstaan van Christus is er bevrijding gekomen. We hebben in de Bijbel gelezen hoe God wordt gedankt voor die bevrijding: Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.

De lof op God is niet zomaar. In deze lof op God komt naar voren dat we ons leven met de Heere aan Hem hebben te danken. Omdat God barmhartig is geweest, omdat Hij ons lot had aangetrokken,toen we als mensen in zonde leefden, daarom kunnen we bij God horen.
Toen we nog in de macht van de zonde leefden, waren we niet in staat om God te loven. Maar nu die bevrijding er gekomen is, kunnen we dat weer en doen we dat oprecht.

God heeft ons als mensen geschapen om Hem te loven, Hem groot te maken en als we weer in staat zijn – door die bevrijding in Christus – betekent dat dat we als mensen weer tot onze bestemming kunnen komen: God prijzen – met wat we zeggen, met wat we doen, met heel ons leven. Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.

Steeds weer zijn er redenen om de Heere te loven. Het ontvangen van een kind is een reden om de Heere te loven. Dat laten jullie ook zien op het geboortekaartje: U bent het waard, HEERE, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen. Daarmee willen jullie aangeven, dat jullie kind op Gods tijd gekomen is. Of jullie gezin uitgebreid zou worden en wanneer dat de beste tijd daarvoor was, dat hebben jullie niet zelf willen beslissen, maar het in Gods handen gelegd en jullie hebben ervaren dat jullie zoon op Gods tijd in jullie leven gekomen. Gods wil en daarom is hij er in jullie leven – door de Heere geschapen, gekomen op Zijn tijd. Jullie hebben daarin ervaren dat de Heere betrokken is op jullie leven. Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.

Dat prijzen van God is geen vanzelfsprekendheid. Er was eens een tijd, waarop er geen behoefte was om God te prijzen. Waarop wij als mensen de Heere de rug toegekeerd hadden. Het doopformulier zegt: de kinderen die geboren worden hebben dat met ons gemeen. Als de Heere niets zou doen, zouden we niet bij God horen, zouden we leven in de macht van de zonde, bij de boze horen. Maar de Heere heeft het niet zo gelaten en vandaar die grote dankbaarheid, de lof op onze God, de Vader van onze Heere Jezus Christus. Vanwege de ervaring van Gods barmhartigheid: God heeft ons niet in de zonde willen laten. Hij kon dat niet over Zijn hart verkrijgen. Dan zouden we verloren zijn. Daarom liet God Zijn hart spreken – en niet zo’n klein beetje ook.

Barmhartigheid – is de manier waarop God met ons omgaat. Barmhartigheid betekent dat onze keuze voor de zonde God in het hart raakte.Hij wist toen: als Ik niets doe, dan zijn de mensen voor altijd verloren, de mensen, die Ik geschapen heb, Mijn mensen. Barmhartigheid betekent dat de Heere niet werkloos kon toekijken in de hemel naar hoe wij hier op aarde als mensen de verkeerde weg kozen, de weg van de ondergang. Er moest wat gebeuren – onze Heere Jezus Christus moest afdalen naar de aarde, afdalen in de dood, in de hel – om redding te brengen. En dat afdalen in de dood, in de hel, die redding en bevrijding heeft met ons te maken. Ook dat is de reden waarom God geprezen wordt, omdat die barmhartigheid ervaren mag worden, omdat je gaat geloven. Omdat je betrokken wordt op Christus, omdat je van Hem wordt.

Als Hij in je leven komt, is dat niet minder dan opnieuw geboren worden. Een geboorte is niet makkelijk voor een moeder en ook niet voor een kind. Voor beiden een pijnlijk, vaak moeilijk gebeuren. Een pasgeboren baby is de geborgenheid van de baarmoeder kwijt,
komt een hele nieuwe wereld binnen, waar je kind van alles moet leren. Leren ademen, leren eten, de ouders leren kennen, leren kijken, lopen, praten. Met dat leren ben je als mens nooit klaar: levenslang leren zeggen we dan. Petrus gebruikt dit beeld om aan te geven dat wie bij Christus gaat horen een hele nieuwe wereld binnengaat, die zo radicaal anders is,  Dat je alles weer opnieuw moet leren over God, over jezelf, over de wereld,
helemaal opnieuw beginnen – de wereld achter je laten, je oude natuur doden zelfs.

Petrus zegt daarvan: dat doet God. Hij laat je helemaal opnieuw beginnen. Hij  laat je die nieuwe wereld binnengaan. Later in de brief zou Petrus trouwens zeggen dat de gelovigen niet genoeg groeien en maar blijven hangen en steken op dat allereerste beginnersniveau,
alsof ze pasgeboren kinderen zijn, die alleen nog maar moedermelk kunnen hebben en steviger voedsel nog niet aankunnen.

Hier gaat het nog om het bijzondere van die nieuwe wereld binnen gaan. Die nieuwe wereld waar je binnengaat is de wereld van de Vader en de Zoon, als je gaat geloven mag je van God zeggen: mijn God. Dan is Hij niet alleen maar de Vader van onze Heere Jezus Christus
maar dan mag je ook zeggen: mijn hemelse Vader. Vader en Zoon, God en Christus – ze zijn één en als je gelooft, dan mag je delen in die band en je kunt toetreden tot die band die de Vader en de Zoon hebben, omdat Jezus is opgestaan uit de dood. Met Zijn overwinning op de dood, met Zijn opstaan uit het graf ging voor ons de deur open en werd het mogelijk om toe te treden tot die wereld.

Helemaal opnieuw beginnen, maar dat is niet zomaar. Dat is het leven dat je kwijt was terugkrijgen en meer nog, want dan zou je nog leven hebben. Het gaat hier om weer tot leven komen, zelf uit het graf verrijzen, zelf levend worden, omdat Jezus is opgestaan uit de dood. Geldt dat nu voor jullie zoon ook dat, nu hij gedoopt is, levend geworden is? Mee opgestaan uit de dood? Of is dat teveel gezegd? Dat is toch ook de reden waarom we kinderen dopen: dat ze het leven in Christus vinden en dat ze uit de macht van de boze raken, bevrijd worden, mogen opstaan in een nieuw leven, tot eer van God? Ja en nee.

Elke keer weer word ik verrast door de stelligheid waarmee het doopformulier spreekt: Christus is aan het kruis gestorven, ook voor de kinderen die net worden gedoopt, die niet begrijpen dat ze gered moeten worden en moeten geloven. Ze begrijpen trouwens ook niet dat ze ook delen in de zonde, die door Adam in de wereld kwam, waarin ook wij als ouders delen en onze ouders. Door diezelfde ouders mogen ze ook delen in de bevrijding die Christus bracht. Dat gebeurt in het dagelijks leven ook: kinderen horen bij je, ze wonen in je huis. Ze delen in je ziektekostenverzekering en als ze een ongeluk veroorzaken of iets uithalen, word je als ouder aangesproken. Ze horen bij je en ze zijn van je afhankelijk. Zo is het ook in het geloof: God rekent ze met je mee. Als jij als ouder leeft met Christus en met Hem verbonden bent, zijn zij dat ook. Daarom ook de doop: om aan te geven dat ze ook delen in die band, die jij zelf met God en Christus hebt.

Je gunt het hen als ouders ook en daarom vertel je hen en lees je hen voor uit de Bijbel,
leg je aan je kinderen uit, wat het betekent om gedoopt te zijn. Je leest hen voor uit de kinderbijbel, je zingt met hen, je leeft hen voor, De sfeer in huis is een sfeer herinnert aan de relatie die de Vader en de Zoon hebben, een sfeer van vreugde om de redding,  maar ook van strijd tegen de zonde, die je ook nadat je bent gaan geloven niet los wil laten.


Als hij dan mag delen in jouw band met God, waarom is er dan ook een nee? Omdat dit niet betekent dat een kind dat gedoopt wordt er al is, dat hij achterover mag leunen en doen alsof hem niets meer kan gebeuren. Hij moet het zelf gaan beamen, zelf ook de keuze maken, Jezus als bevrijder in zijn eigen leven binnenhalen.

Laat ik dat uitleggen aan de hand van een gebeurtenis uit de meidagen van 1945. Op 5 mei werd in Wageningen duidelijk dat de Duitsers zich zouden overgeven. Niet elke plaats was toen echter bevrijd. Voor Veenendaal, vlakbij Wageningen, duurde het nog tot 9 mei voor de bevrijding kwam, toen de Engelsen opgehaald werden om Veenendaal te bevrijden. En voor Texel kwam de bevrijding pas op 20 mei, toen de Canadezen op het eiland kwamen. Tot die tijd kwamen er nog mensen in Veenendaal en Texel om door vuurgevechten. De bevrijding kwam pas echt toen de bevrijders het gebied binnen traden. De capitulatie was al getekend, de nederlaag was al definitief, de oorlog was al over.

Zo weten we dat met de opstanding van Christus de duivel definitief verloren heeft, maar Christus de Bevrijder moet wel in ons leven binnengelaten worden om daar de boze te verdrijven en ons te bevrijden van die macht van het kwaad. Christus is voor ons, voor u, voor jou, voor mij, voor de dopeling gestorven, maar we moeten Hem wel verwelkomen in ons leven, binnenlaten, binnenhalen als bevrijder.  Natuurlijk: het hangt niet van ons af. Het is God die het doet. Maar als we zeggen: voor ons hoeft het niet. Mooi dat het iets van mijn ouders is, maar het is echt iets van hen, laat het maar aan mij voorbij gaan. Dan mis je ook wat je krijgt als je opnieuw geboren wordt. Dan wijs je de barmhartigheid van God af, de betrokkenheid van God op jouw leven. De deur die voor jou open staat, het nieuwe leven dat God wil geven, bevrijding uit de zonde, uit de macht van de boze. Opnieuw geboren tot een levende hoop: je hebt toekomst, toekomst met God en bij God. Als je kind van deze Vader geworden bent, als je bij Christus hoort, mag je delen in wat van Christus is.

Als ouders regel je voor je kinderen allerlei zaken, waar ze nu wellicht niets aan hebben, maar waar ze later wel profijt van hebben: Een rekening, waarbij ze het geld krijgen als ze 18 zijn, bijvoorbeeld. Zo heeft God ook iets klaargemaakt, klaargelegd in de hemel. Je kunt daar zeker van zijn, want het is een erfenis die niet in waarde kan dalen, waar niemand bij kan, omdat het in de hemel is, niemand kan het beschadigen of afpakken. Onvergankelijk is het, helemaal zuiver, zonder zonde, helemaal van God, een erfenis die niet minder wordt in de loop van de jaren, of beschadigd kan raken: onverwelkbaar.

Dat onderstreept de doop ook: als God iets belooft, dan doet Hij dat ook. Als Hij je iets toezegt, dan krijg je dat ook. Je kunt er zeker van zijn, omdat je van God zeker kunt zijn. Veilig opgeborgen in de hemel. Nu is het zo, dat als je een rekening voor je kind opent, waar hij pas op z’n 18e bij kan er in die eerste 18 jaar niets aan heeft. Dat geldt voor die hemelse rijkdom, die overvloed die God in de hemel voor je heeft niet. Want die ligt veilig opgeborgen in de hemel. Dan zegt Petrus tegen ons: als je gelooft, ben je net zo veilig als die hemelse schat,Waar niemand bij kan, die niemand van God kan afpakken. Zo veilig ben je in Gods hand en niemand kan jou, kan je kind uit Gods hand rukken. Zoals God die hemelse schat voor je bewaart en bewaakt, zo word jezelf en wordt je kind door God bewaakt.

Het is, zoals de Jesaja 54:10: Want al zouden bergen wijken en heuvels wankelen, Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond met de HEERE zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer. De Ontfermer, uw, jullie ontfermer, die Zijn grote barmhartigheid laat spreken in de opstanding van Christus, die ook jullie opstanding mag zijn. Waardoor je mag binnentreden in die wereld die van God en van Christus is. Waar je veilig bent, voor altijd bewaard. Wat je zelf krijgt, mag je doorgeven aan je kind: Want ik ben ervan overtuigd, dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heere. Amen

Preek zondagmorgen 10 december 2017

Preek zondagmorgen 10 december 2017
Bediening Heilige Doop
Schriftlezing: Lukas 1:26-38

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als de engel Gabriël Maria ontmoet, bevinden we ons op heilige grond.
We kunnen alleen maar met de diepste eerbied dit verhaal lezen
en deze gebeurtenis op ons laten inwerken,
omdat in de ontmoeting van Gabriël met Maria Gods belofte gaat uitkomen.
Alle engelen in de hemel zullen naar dit moment hebben uitgekeken,
het moment dat Gabriël de hemel mocht verlaten
en met deze boodschap naar Maria mocht gaan,
die door God was uitgekozen om de Zoon van God te dragen.
De hemel zal vol vreugde geweest zijn toen Gabriël ging:
Nu is het moment aangebroken, waar zo lang naar uitgekeken is.
We zijn op heilige grond, omdat Gabriël niet zomaar een engel is,
maar één van de belangrijkste engelen van God is,
de engel die dicht bij de troon van God staat.
Een van de belangrijkste engelen werd gestuurd
om aan te geven welk groot belang de Heere zelf aan deze aankondiging hechtte.
Je kunt er alleen maar met eerbied naar kijken en met geloof,
hoe Gabriël aankondigt dat God zelf mens gaat worden
en geboren gaat worden als Zoon van de Allerhoogste uit Maria.

Heilige grond, maar het toneel is heel gewoon,
haast te gewoon voor een gebeurtenis die net zo groots gaat worden als de schepping.
Maar voor deze grootse gebeurtenis dat God uit een mens geboren gaat worden,
het begin van de lijdensweg die onze redding zal zijn,
hoeft God niet te kiezen voor iets spectaculairs dat de aandacht trekt.
Heilige grond, maar het toneel is heel alledaags:
Een jonge vrouw, eigenlijk een meisje nog, maagd,
die in een dorp woont dat zo onbekend en onbetekenend is dat het nergens werd genoemd.
Nazareth, het is een soort Nergenshuizen, the middle of nowhere.
De plek is onbetekenend, maar de jonge vrouw is door God uitgekozen
voor een bijzondere opdracht, zo bijzonder als er nooit meer zal zijn:
De gezegende onder de vrouwen is zij, Maria, die nog geen vrouw is, maar maagd.
Maagd is zij, omdat zij de tweede Eva is,
omdat zij de taak krijgt de moeder van alle levenden te worden, (de naam die Eva kreeg)
omdat haar Zoon aan iedereen het leven zal terugkrijgen.

Heilige grond – ook vanmorgen zijn we op heilige grond,
Waar wij net als Maria de heilige God mogen ontmoeten.
Zoals de engel Gabriël binnenwandelde bij Maria, zo kwam de Heere vanmorgen Zelf
hier in dit kerkgebouw binnen toen Hij Zelf tegen ons zei:
Genade, barmhartigheid en vrede, zij u van God de Vader,
van onze Jezus Christus, Zijn Zoon, door de Geest.
Heilige grond omdat God zelf bij ons binnenkomt en ons aanspreekt, onze ruimte vult
en net als Gabriël uit de hemel neerdaalt in ons midden.
Het lijkt gewoon, een groep mensen op zondagmorgen bij elkaar,
maar het is zo bijzonder omdat God zelf hier in ons midden is
en ons Zijn genade meedeelt en meedeelt dat Hij ons op het oog heeft.
Heilige grond, omdat vanmorgen ook de doop is bediend,
waarin we weer hebben mogen zien hoe God ons mensen in Zijn gemeenschap wil hebben.
Het lijkt zo gewoon: een kind binnengebracht en de doop ontvangen.
Maar wat is gewoon als je beseft dat over dit kind is gesproken
dat het mag behoren tot de gemeenschap van God,
zoals over de meesten van ons de naam van Vader, Zoon en Geest is uitgesproken.
Als je niet de doop ontvangen hebt, is deze doop vanmorgen een uitnodiging
om tot de gemeenschap van Christus toe te treden, om de doop te ontvangen.

Het is haast gewoontjes hoe Gabriël, die voorname engel, binnentreedt,
niet een indrukwekkend neerdalen uit de hemel, geen gewapper van engelenvleugels,
maar een binnenwandelen, zoals iemand zich als gast aandient.
Wat deze engel aankondigt is dat God met haar zal zijn,
maar dan op een manier zoals God er nog nooit eerder was,
niet aan haar zijde, maar in haar baarmoeder,
De Zoon die zelf bij de schepping betrokken was,
door Wie God de wereld geschapen heeft, wordt zelf een schepsel,
De Zoon van de Allerhoogste wordt een klein kind,
een weg van kwetsbaarheid, omdat een zwangerschap niet de zekerheid geeft
dat een kind gezond en levend geboren wordt.
Dat was toen niet en nu ook niet.
Voor de meeste moeders is de zwangerschap niet alleen een tijd van blijdschap,
maar ook een tijd van spanning, van vrees: zal het goed gaan.
Ook nu nog maken we mee dat een zwangerschap anders eindigt
en dat er afscheid genomen moet worden.
Voor Maria zal die spanning niet minder zijn,
niet alleen om het vreemde van haar zwangerschap
(in heel de weg van God met Israël niet eerder vertoond)
maar ook om het bijzondere van het Kind dat zij draagt.
Het Kind dat zij zal dragen, dat zal niet van haar zijn, ook al is zij de moeder.
Het Kind dat zij zal dragen is van God.
Dat blijkt ook uit de naamgeving.
De naam wordt niet door moeder Maria uitgekozen en ook niet door Jozef,
maar God geeft de naam: Jezus
en in de naam die van God komt, die door God gegeven wordt,
geeft de Heere te kennen: dit Kind is van Mij.
In de naam die van God komt, legt God Zijn hand op dit Kind.

Gebeurt dat in de doop ook niet?
Dat God Zijn hand legt op jullie kind
en dat Hij daarmee zegt: Jullie kind is allereerst Mijn kind.
Dopen betekent dat je je kind uit handen geeft
en dat je belijdt: dit kind hebt U aan ons toevertrouwd.
Het is aan ons gegeven, maar het blijft allereerst van U.
Zoals dat ook met jullie zelf gebeurd is en voor ons allemaal geldt:
We zijn niet van onszelf, we zijn niet van onze ouders,
maar we zijn allereerst van God.
Het verschil met Maria is dat jullie je kind terug mogen krijgen.
Maria, zij moet meer afstand doen van haar Kind Jezus.

Maria is daarmee beeld voor de kerk, of voor de gelovige.
Wil je uitleggen wat het betekent om te geloven, dan kun je naar Maria kijken
en wil je weten wat de kerk is, dan heb je Maria als voorbeeld.
Maria draagt Jezus in zich, maar Jezus wordt nooit helemaal van haar.
Als ze Hem in de tempel wil toewijden aan de Heere
wordt Hij uit haar handen genomen door Simeon de profeet.
Maria’s kind is ook van Simeon, geboren voor Simeon,
de vervulling van de belofte die hij in een goddelijke openbaring heeft gekregen.
En als ze twaalf jaar later opnieuw in de tempel komen,
blijft Jezus achter om aan te geven dat Hij allereerst van God is
en dat Hij bezig moest zijn met de dingen van Zijn Vader.
Dat ze haar Zoon steeds weer moet afstaan, blijkt wel in de rest van het evangelie.
Ze wordt verder niet meer bij name genoemd.
Ze wordt niet genoemd bij de kruisiging, niet bij de opstanding.
Pas na de hemelvaart wordt ze weer met name genoemd,
als de leerlingen wachten op de Heilige Geest, dan is zij ook aanwezig.
Ja, een keer eerder vertelt Lukas iets over de moeder van Jezus,
zonder dat haar naam wordt genoemd
als er gemeld wordt dat Zijn moeder en Zijn broers Jezus willen ontmoeten,
dan wijst Jezus die ontmoeting af
en zegt Hij: Iedereen die Mijn woorden doet, die is Mijn moeder.
Maria, wat moet je dienen!
Je hebt de Zoon van de Allerhoogste gedragen
en toch, Hij is niet van jou.
En dat is nu wat de gelovige ook is en wat de kerk is.
Geloven is dat je Jezus in je draagt, zonder dat Jezus helemaal van jou wordt.
Eerder omgekeerd: je wordt van Hem.

Zoals Jezus niet van Maria werd, maar Maria uiteindelijk wel van Hem
en een ereplaats kreeg in de gemeente, als de moeder van God.
Dat is de kerk: we hebben Christus in ons midden,
maar dan zonder dat we kunnen zeggen: Hij is van ons
nee, we zijn van Hem geworden.
En daarom de doop,  waarmee aangegeven wordt: we zijn niet van onszelf
en dat gebeurt al voor wij daar nog iets besef van hebben.
Zoals dat ook bij het avondmaal klonk: We zoeken het leven buiten onszelf,
in Jezus Christus.
Zo mogen we gemeenschap van Christus zijn, met Christus in ons midden
omdat we zelf van Christus geworden zijn
en het Maria meezeggen: Mij geschiedde naar Uw woord.

Ik heb een plekje voor Jezus. Hier in mijn hart mag Hij wonen.
Dat is het verlangen van jullie voor jullie dochter
en dat is wat jullie in de opvoeding mee willen geven
dat je je hart voor Jezus mag openen en dat Hij daar wil wonen.
Vorige week klonk het ook bij het avondmaal: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.
Opvoeden in het geloof houdt in dat je uitlegt
hoe jullie dochter haar hart kan openen voor Jezus
en hoe zij net als Maria kan zeggen: Mij geschiedde naar Uw woord.
Heel mijn leven is aan U gewijd.
Ik ben niet van mijzelf, maar van U.

Bijzonder zal het Kind zijn dat Maria zal dragen.
Niet alleen maar mens, maar ook God, Zoon van de Allerhoogste.
Hij zal zitten op de troon van David en regeren over het huis van Jakob,
Koning voor altijd, tot in eeuwigheid.
Simeon zal later aanvullen op welke manier dat zal gebeuren:
Een weg naar Jeruzalem, naar dit Koningschap dat niet zonder lijden zal zijn,
waarbij er ook voor Maria lijden zal zijn: een zwaard zal door haar ziel gaan.

Maar hoe kan dat nu, dat zij de moeder zal worden van dit bijzondere Kind.
Zij leeft nog niet samen met haar man.
Maar God heeft om Zijn doel te bereiken niet altijd mensen nodig
en ook niet de manier van mensen.
De wording van het Kind in haar schoot zal een unieke schepping zijn,
het begin van de herschepping van de in zonde gevallen wereld.
De Heilige Geest zal over haar komen, zoals de profeten vol waren van de Geest,
zo zal Maria vol zijn van de Heilige Geest
en de kracht van de Allerhoogste, voor Wie niets onmogelijk is,
die deze wereld geschapen heeft en nu een weg maakt voor Zijn Zoon
om de weg van mensen te kunnen gaan, van het allereerste begin tot het einde.
Dat overschaduwen is geen biologie, geen seksualiteit,
maar een neerdalen van Gods aanwezigheid in haar,
zoals dat ook gebeurde bij de tabernakel: de wolk die over de tabernakel kwam
en ook hier laat Maria zien wat de gelovige zal zijn en wat de kerk zal zijn:
een levende tempel, zoals Paulus dat later als vraag aan Korinthe stelt:
Weet u niet dat u Gods tempel bent
en dat de Geest van God in u woont?
Maria gaat ons hier voor.
De Geest komt over haar en de kracht van de Allerhoogste
om ruimte te maken voor de Zoon van de Allerhoogste, zodat Hij in haar kan zijn.
Zo kan de Geest over ons komen en Gods kracht in ons ruimte maken
voor Christus, zodat Hij niet alleen in Bethlehem geboren is,
maar ook in ons hart geboren kan worden en in het midden van de gemeente
en kan opgroeien en Zijn weg kan gaan en Zijn werk kan doen.

Mij geschiedde naar Uw woord.
Maria neemt de taak die zij van God krijgt op zich.
Ze gehoorzaamt. Ook hier, in haar toewijding, in haar ja tegen Gods taak
is ze een voorbeeld voor de gelovige, voor de kerk
om als God een taak voor je bestemd hebt niet gelijk te zeggen: Ik kan niet.
Nee, wat voor God onmogelijk is, dat is mogelijk voor God.

Laat mij gebeuren overeenkomstig Uw Woord.
Dat is toegepast op de doop vanmorgen:

Als wij gedoopt worden in de naam van de Zoon verzegelt ons de Zoon dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden en dat Hij ons inlijft in de gemeenschap van Zijn dood en opstanding. Zo worden wij van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend.

Als wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest verzekert ons de Heilige Geest dat Hij in ons zal wonen en dat Hij ons tot leden van Christus zal heiligen. Zo wil de Heilige Geest aan ons schenken wat wat in Christus hebben: de afwassing van onze zonde en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, totdat wij uiteindelijk in de gemeente van de uitverkoren in het eeuwige leven geheel rein een plaats zullen ontvangen.

Mij geschiedde naar uw Woord.
De engel gaat weer weg, maar de Heer blijft.
De engel gaat terug naar de hemel, naar de troon van God,
maar God gaat de omgekeerde weg: Hij daalt neer in de schoot van Maria,
Hij daalt neer in ons midden, in de kerk, in ons hart.

Wat heil, een Kind is ons geboren,
een Zoon gegeven door uw kracht!
De heerschappij zal Hem behoren,
zijn last is licht, zijn juk is zacht.
Zijn naam is “wonderbaar”, zijn daden
zijn wond’ren van genaad’ alleen.
Hij doet ons, hoe met schuld beladen,
verzoend voor ’t oog des Vaders treen.
Amen

Preek zondagmorgen 9 juli 2017

Preek zondagmorgen 9 juli 2017
Bediening Heilige Doop + belijdenis/doop
Schriftlezing: 1 Samuël 1:19-28, 2:11-20.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is een bijzondere naam die moeder Hanna aan haar zoon geeft,
de zoon waar ze zo lang op heeft moeten wachten.
Ze noemt haar zoon Samuël.
Een naam wordt vaak heel bewust uitgekozen,
daar ben je als ouders die een kind verwacht al lang mee bezig.
Je kiest een naam niet zomaar.
Je kiest een naam voor je kind uit, omdat je het een mooie naam vindt,
of vanwege de betekenis die een naam heeft, of omdat je vernoemt.
Toen Jasper de kerkenraad inlichtte over de naam die hij en Jacolien hadden gekozen,
gaf hij ook een uitleg bij van de naam van hun dochter.

In het Bijbelverhaal dat we hebben gelezen,
heeft moeder Hanna de naam ook met een reden uitgekozen.
God luistert! betekent deze naam.
Je hoort er de verbazing in en de dankbaarheid: dat God naar mij wil luisteren.
Ik heb aan de Heere om een kind gevraagd – en kijk nu toch eens,
God heeft naar mij geluisterd en mij een kind gegeven.
Als je lang hebt moeten wachten op de komst van een kind, kun je je in Hanna herkennen
en kun je je voorstellen hoe blij Hanna is geweest
toen ze zwanger werd en hoe deze blijdschap tijdens haar zwangerschap voortduurde,
misschien ook wel met extra spanning: want ze heeft zo moeten wachten.
En hoeft het niet aan je uitgelegd te worden,
wat het met je doet als je steeds weer merkt dat je niet zwanger bent.
Steeds weer die spanning: zal ik nu wel zwanger zijn en dan die teleurstelling – toch niet.
Verdriet, of misschien net als Hanna het gevoel dat je niet volop meetelt
met de anderen die wel kinderen hebben.
Veel in de kerk en misschien ook wel in onze samenleving wordt afgestemd op kinderen
en op gezinnen met kinderen.
Hanna voelde zich op de tweede plaats staan.
En Elkana, haar man, die dat niet aanvoelde en haar vroeg:
Ben ik je niet meer waard dan 10 zonen?
Misschien leed Elkana er zelf ook wel onder dat Hanna geen kinderen had,
maar hij had wel zonen en dochters – van een andere vrouw: Peninna.

Dan klopt Hanna bij de Heere aan met haar kinderwens die niet is vervuld.
Het kan best zijn dat ze daar veel moed voor nodig had,
Want als je jezelf op de tweede plan voelt staan,
als je het idee hebt, dat je er niet helemaal bij hoort
– bijvoorbeeld omdat je geen kinderen hebt –
kan het best een drempel zijn om naar de Heere toe te gaan.
Hanna doet het uiteindelijk wel.
Ze verschijnt voor God.
Het wordt zo verteld, dat ze God onder ogen komt
en dat God haar komst wel moet zien en haar gebeden wel moet horen.

En dat doet de Heere ook en Hij luistert naar haar gebed.

Vreugde of blijdschap, droefheid of smart,

er is een God, er is een God.

Stort bij hem uit, o mens toch uw hart,

er is een God die hoort.

Hanna mag het ervaren dat het ook echt zo is.
Dat er een God is, en dat God – ondanks dat Hij zo groot is – toch ook haar gebed hoort
en haar persoonlijke worsteling onder ogen wil zien.
God hoort! – heel haar leven herinnert ze door deze naam zichzelf aan God die hoort
en ook haar zoon, die geboren is, weet dat hij er niet zomaar is,
dat het bijzonder is, dat hij gekomen is
– na een lange tijd van wachten door God is gegeven.
‘Ik heb hem aan God gevraagd!’ er klinkt verwondering in door,
dat God het gebed van haar heeft willen verhoren: ‘Ik vroeg het en Hij gaf het aan mij!’
Doopouders, jullie zullen in de afgelopen tijd vast ook gebeden hebben.
Je hebt dat gebeden wanneer je samen met elkaar aan het bidden was,
of het was een stil gebed, dat je in je gedachten had,
een gebed dat je tot God had gericht
en nu mag je hier staan, samen met je kind – voor Gods aangezicht!
Ook bij jullie zal er de dankbaarheid zijn,
dat de Heere je dit kind heeft gegeven.

In haar gebed, waarin ze God om een kind gevraagd had, deed ze ook een toezegging:
Als U mij een kind geeft, dan weet ik dat het kind niet voor mij alleen is.
Het is voor U en ik zal het weer aan U teruggeven.
Het is bijzonder wat Hanna doet – zo verlangen naar een kind, daarom bij God aankloppen
en toch weer dat kind teruggeven aan God zelf.
Niet dat zij een slechte moeder is en niet voor haar kind kan zorgen
en er geen band is tussen haar en haar kind.
Integendeel: ze kiest ervoor om thuis te blijven
als haar man de belangrijke reis maakt om voor God te komen.
Mijn kind is nu even belangrijker dan het komen voor Gods aangezicht.
Mijn taak is nu om mij de komende tijd te richten op de zorg voor mijn kind,
heel praktisch: voeding en opvoeding.
De eerste jaren van een kind zijn heel cruciaal als het gaat om hechting.
Dat je merkt dat je moeder – en ook je vader – er voor je is,
dat je eten krijgt, dat je gekoesterd wordt, dat je ervaart dat je er mag zijn,
dat je er toe doet, dat je liefde ontvangt, even een knuffel,
even laten merken: ik ben blij dat je er bent, ik ben blij dat ik je moeder mag zijn.
Hoe belangrijk dat is, hoor je van kinderen die niet een moeder hadden die zo was.
En dat is toch wat je als moeder, en ook als vader, wilt geven.
Voor sommigen was deze week de tijd van zwangerschapsverlof ook weer voorbij
en moest je weer gaan werken.
Hoe leuk je werk ook kan zijn, zo’n eerste week zal het wel wennen zijn op je werk
ook om je kind achter te laten in de handen van anderen, die voor je kind zorgen.
Dan kun je als je klaar bent, weer naar huis om er voor je kind te zijn.
Hanna brengt haar kind weg, als het een jaar of 3, 4 is.
Het is heel wat, wat Hanna doet, een heel offer, om je kind dat je gekregen hebt,
toch weer aan de Heere terug te geven.
Om afstand te doen.
Het kind dat ik gekregen heb, dat is niet van mij, ik heb het slechts in bruikleen.
Ik mag er maar een tijdje op passen, maar zodra het mijn zorg niet meer nodig heb,
is mijn kind weer van de Heere, sta ik mijn kind weer af.

Gelukkig wordt dat niet van ons gevraagd.
Toch betekent de doop ook weer dat je je kind uit handen geeft,
in de handen van de hemelse Vader.
Heere, U geeft ons dit kind, maar we hebben geen recht op,
het is niet ons eigendom, het is van U.
Zoals een lied bij de doop zingt:

O Here God – ons liefst verlangen,
dit kind van ons, dit liefdepand,
wij hebben het van U ontvangen,
wij geven ‘t U uit uwe hand.

In de doop leg je je kind weer terug in handen van de hemelse Vader:
Heere, wat ik voor mijn kind kan doen, is maar beperkt.
Ik kan niet doen, wat U doet.
Je moet je kind in deze wereld opvoeden,
terwijl je zelf deze wereld niet altijd begrijpt en misschien ook wel je zorgen hebt.

Als Gij het zelf niet vast blijft houden
nu het in onze handen is,
dit kind voor ‘t licht bestemd – hoe zouden
wij ‘t hoeden voor de duisternis.

Duisternis – zo kunnen we de tijd van Hanna ook omschrijven.
Geen makkelijke tijd om je kind op te voeden.
Er was niets van God te merken, Hij zweeg bijna helemaal.
En de mensen die over God hadden moeten vertellen,
maken er een potje van – het is zo schandalig,
dat de mensen de tempel in Silo gaan mijden.
Daar moet je niet meer zijn, dat brengt je geloof schade toe.
Om je kind weg te brengen naar Silo, waar Eli was en zijn zonen.
Als haar kind bij haar gebleven was, had ze een voorbeeld kunnen zijn in geloof,
had ze haar kind zoveel mee kunnen geven,
maar nu moet het naar Silo, omdat ze dit kind weer aan God beloofd heeft.
Hoe zal haar zoon het daar vanaf brengen?
Zal hij het voorbeeld van haarzelf volgen?
Zal hij over enkele jaren nog weten wie zij was, wat ze hem over de Heere leerde,
hoe ze hem leerde om ook bij de Heere aan te kloppen?
Of zou het gedrag van Hofni en Pinehas hem meer trekken
en zou hij met hen meedoen en zo uiteindelijk de mensen bij God vandaan jagen?

Hanna moet haar kind uit handen geven – in Gods handen.
Dat is altijd spannend, ook nu.
Ook in de tijd van Hanna, want het was een tijd waarin weinig van God te merken was
en dan je kind in Gods handen te leggen – is een geloofsdaad.
Als ik mijn kind in Gods handen leg, dan kan Hij er ook voor zorgen
dat mijn kind Hem zal leren kennen, zal gaan geloven.

Geef dat wij niets zozeer begeren
als dat ons kind U kennen zal,
die U in Christus onze Here
geopenbaard hebt eens voor al.

Ik vind dat zelf altijd het mooie van de doop, die je als ouders aan een kind kunt meegeven:
Er spreekt een groot vertrouwen in God uit:
Mijn kind, er is een God en die God zal je nooit loslaten.
Hij zal in jou het geloof wekken,
Hij zal er voor zorgen dat je Hem gaat leren kennen, dat je Hem vertrouwt
en zelf je leven aan Hem toewijdt, zoals ik jouw leven al aan God toevertrouwde.
Ik heb je aan God gewijd, in Gods handen gelegd, afgestaan aan God
En Hij zal ervoor zorgen, dat je Hem leert kennen.
Ook al laat iedereen het afweten en is er niemand die je over Hem vertelt,
zelfs dan is Hij in staat om je het geloof te geven.
Vandaag zijn we niet alleen getuige van een doop aan kinderen,
maar is Willemien er ook, die als kind niet de doop heeft ontvangen
en dat gemist heeft en steeds meer is gaan missen.
God heeft in jouw leven gewerkt – steeds laten weten dat je niet zonder Hem kunt.
Ondanks dat je niet gedoopt bent, is het geloof toch in je gaan groeien.
Je hebt het vooral gemerkt, dat je in de afgelopen jaren, die niet zo makkelijk waren,
omdat je broer Jan zo ziek was en steeds zieker werd en uiteindelijk overleed,
omdat je zo verlangde naar een kind en je wens werd maar niet vervuld
en toch was God daar, gaf Hij je kracht en liet Hij je niet los.

Je wilt dat ook aan je kind meegeven, dat God er zal zijn als je Hem nodig hebt.
En de andere ouders zullen dat niet anders willen,
dat jouw kind dat je gekregen hebt en met wie je zo verbonden bent,
ook van de Heere Jezus hoort, gaat geloven, dat het hoort van de redding,
vergeving van de zonden, dat het een andere weg mag gaan,
de weg van onze Heere en Heiland.

Geef dat het van ons leert te kijken
naar Hem die ‘t licht der wereld is
en altijd meer op Hem gaat kijken
– een lichtglans in de duisternis.

Hanna geeft wat aan haar kind mee
en elk jaar als ze bij haar kind Samuël komt,
en vol spanning wat er van het leven met de Heere nog is overgebleven.
Ze heeft een kledingsstuk bij zich: een manteltje, een schortje.
Het is niet zomaar een manteltje, maar is een priestermanteltje in kinderformaat.
Daarmee geeft ze aan: Samuël, je bent niet zomaar iemand.
Je hebt je leven gekregen, dat je er bent is een geschenk, omdat God hoort
en je hebt een speciale taak – God en de mensen te dienen.
Dat manteltje herinnert Samuël aan zijn afkomst: aan de Heere gevraagd,
een kind door gebed gekregen.
Kind, je bent van God, ik heb je afgestaan.
Dat manteltje kun je vergelijken met wat de doop is:
een herinnering aan wie je kind is – hoewel in zonde ontvangen, toch in Christus geheiligd.
Je bent van Mij – ik vond het mooi om je dat als dooptekst mee te geven, Willemien.
Je hoort er echt bij, bij God. Hij zegt het tegen jouzelf:
Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij.
Zo is ook dat priestermanteltje: Samuël – je hoort bij Mij, niet bij Hofni en Pinehas,
Zo is ook de doop: je bent van Christus.

Dat manteltje is ook een bescherming, voor Samuël, tegen verkeerde invloeden,
Je kunt het vergelijken met het gebed, van jullie als ouders.

Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen.

Graveer Gij ze daarin met onuitwisbaar schrift.

Dat niets of niemand ze meer ooit daaruit kan branden,

ook niet als satan ze straks als de tarwe zift.

 

Houdt Gij mijn kinderen vast, als ik ze los moet laten

en laat altijd Uw kracht boven hun zwakheid staan.

Gij weet hoe mateloos de wereld hen zal haten,

als zij niet in het schema van de wereld zullen gaan.

 

Ik vraag U niet mijn kinderen elk verdriet te sparen,

maar wees Gij wel hun troost, als ze eenzaam zijn en bang.

Wil om Uws naams wil hen in Uw verbond bewaren,

en laat ze nooit van U vervreemden,nooit, hun leven lang!

 

Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen.

Amen.

 

Preek zondagmorgen 7 mei 2017

Preek zondagmorgen 7 mei 2017
Bediening Heilige Doop
Schriftlezing: Kolossenzen 2:6-15
Tekst: vers 6-7a

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders,

De doop is een bijzonder en ontroerend moment.
Allereerst voor jullie, doopouders:
Jullie kind, dat je uit Gods hand hebt ontvangen, krijgt nu het teken van Gods verbond
en krijgt de beloften van God mee – als Vader, Zoon en Geest.
Ook voor ons als gemeente is het een bijzonder en ontroerend moment.
Om te zien dat Gods werk doorgaat, van generatie op generatie.
Dat heeft ook voor ons als gemeente iets bemoedigends.

Tegelijkertijd is de doop niet niks.
Paulus schrijft erover, hoe ingrijpend de doop is:
U bent immers met Hem begraven in de doop.
Je zou het bij al het mooie dat de doop heeft haast vergeten,
dat er met de doop iets gebeurt dat nog ingrijpender is dan de geboorte zelf.
Ik denk dat jullie, doopouders, het allemaal zullen beamen,
dat een geboorte best spannend is, ook in onze tijd nog
en dat je blij bent als je je kind gezond en wel in je armen houdt
en dat het ook een goede start heeft en het goed doet.
In de afgelopen tijd hebben we ook gezien dat het ook anders kan.

Als een kind geboren wordt, komt het op een nieuwe wereld.
Deze wereld is anders dan de wereld van de baarmoeder
en ze moeten leren om in die nieuwe wereld buiten de baarmoeder te leven.
Bijvoorbeeld ademhalen en eten en drinken.
Als je gaat geloven, kom je ook in een nieuwe wereld terecht.
Net zoals een kind dat geboren wordt, buiten de baarmoeder komt
in de wereld waarin de ouders zijn,
zo gaat iemand die gelooft ook een nieuwe wereld binnen.
Paulus geeft benoemt die nieuwe wereld vaak als ‘in Christus’.
Geloven is dus niet alleen maar iets van binnen, dat in je hart Christus leeft,
maar dat je een nieuwe wereld binnengaat, die Christus is.
Als een baby de wereld waarin wij zijn binnenkomt, moet het zelf gaan ademen,
om de zuurstof die er is binnen te krijgen
en zonder die zuurstof zal het niet lang kunnen leven.
In Christus komen – dat is een nieuwe atmosfeer.
Soms heb je dat bij in een bepaald gebouw, of bij bepaald weer,
dat je last kunt krijgen van je ademhaling, omdat de lucht niet goed is.
In Christus zijn, dat is een wereld om je heen, een lucht die je inademt.
Bij Paulus zit hier ook een aansporing, een opdracht in:
zorg ervoor dat je in die nieuwe wereld blijft, in het klimaat van Christus,
dat je alleen maar ademt in de atmosfeer van Christus.
De mensen die in de stad Kolosse waren gaan geloven in Christus,
zij hadden een verandering meegemaakt.
Een ingrijpende verandering, zoals iemand die het altijd benauwd heeft,
opeens op een plek komt, waar de benauwdheid wegvalt
en zomaar goed kan ademhalen, omdat de lucht er zo zuiver en helder is.
Zelfs dat geeft nog niet genoeg aan wat er gebeurt,
het is alsof je sterft, maar ook gelijk weer helemaal levend wordt
in in die nieuwe wereld, die veel beter voor je is.
Christus, die je als het ware inademt, en als zuurstof in je bloed komt,
en helemaal door je heen gaat.
Jullie hebben Christus aangenomen, schrijft Paulus, je bent die nieuwe wereld binnengegaan.

Dat aannemen: is dat nu iets wat wij als mensen doen?
Er zijn groepen christenen, die heel veel nadruk leggen op onze keuze.
Als je Christus aanneemt, dan gelden de beloften van God ook voor jou.
Er zijn ook groepen christenen en gelovigen, die zeggen:
Wij kunnen als het er op aankomt, helemaal niets.
Het is allemaal Gods werk.
Ik denk dat allebei – zowel iets dat we moeten doen, maar uit onszelf eigenlijk niet kunnen.

Christus aannemen – dat is zoals een baby de liefde van zijn of haar ouders aanneemt.
zich laat koesteren en daar geen genoeg van kan krijgen, de verzorging die het nodig heeft,
dat ondergaat en aanneemt.
Christus aannemen, ze waren daar in Kolosse in aanraking gekomen
met de liefde en de barmhartigheid die God door Christus liet zien.
Christus aannemen, dat was voor de gelovigen in Kolosse gebeurd
en ze waren in een heel ander geloof, een heel andere manier van leven terecht gekomen.
De drie kinderen die gedoopt zijn, voor hen ligt dat aannemen van Christus nog vóór hen
en het is ons gebed en ons verlangen, dat ze Christus ook zullen aannemen,
want daarom laat je hen dopen, om daarmee aan te geven
dat jullie als ouders van jullie kant er alles aan wilt doen, wat je kan
om je kind zover te brengen dat het ook gaat geloven, Christus aanneemt
de liefde ontvangt en zich laat koesteren door Gods genade en zo in die nieuwe wereld komt.
De doop die jullie kind heeft ontvangen, geeft aan:
aan Gods kant is alles zover: Christus is ook voor je kind gestorven
en de Heilige Geest belooft om in je kind het geloof te wekken,
zodat ook jouw kind Christus zal aannemen en uit Zijn genade en liefde zal leven.
De kinderdoop is daarom heel gewaagd, omdat we ook weten
dat niet iedereen die gedoopt is zal gaan geloven.
Er kan daarom ook kritiek op de doop komen: kun je dat wel zeggen
dat de Geest in het hart van mijn kind gaat werken?
Ik zou dat wel willen en ik bid er ook voor, maar zo stellig?
Maakt dat ook niet laks, waardoor je al heel snel tegen een kind zegt
dat het wel goed zit, omdat het gedoopt is.
In de vorige gemeente wel eens meegemaakt, dat iemand zijn kind liever niet wilde dopen,
omdat hij vond dat de doop van een kind niet radicaal genoeg was,
Hij was bang dat zijn kind door de doop veel te gemakzuchtig zou worden
en Christus niet zou aannemen, omdat het zou denken dat het wel goed zat.
Dat hij behouden zou worden, omdat hij al gedoopt was.
De doop bij een kind is helemaal niet bedoeld om gemakzuchtig te maken,
want ook als je als kind gedoopt bent, word je antwoord op Gods liefde gevraagd,
wordt je gevraagd om ermee in te stemmen, te beantwoorden,
zoals een baby ook de liefde en de zorg van ouders beaamt, accepteert, koestert.
De doop geeft aan: alles wat er nodig is van Gods kant is al gebeurd.
Apartgezet, toegewijd, nog radicaler dan in de besnijdenis gebeurde.
We hoeven het alleen maar aan te nemen, te ontvangen.
MAar zoals we de zuurstof opnemen, zo moeten we ook Christus opnemen
en het door ons heen laten gaan, net als zuurstof door ons heen gaat.
We kunnen niet zonder.

Die besnijdenis: dat is de toewijding aan God die je ook echt in je lichaam voelt,
als je er onzeker over bent of je wel bij God mag horen, een duidelijk teken, gemarkeerd:
Je bent van Mij, Ik ben je bij je naam geroepen.
Soms kun je ook als gelovige behoefte hebben om dat ook echt te voelen,
bijvoorbeeld door je opnieuw te laten dopen.
De behoefte om het zelf mee te maken, zelf te voelen en te ervaren kan ik nog wel inkomen,
Paulus geeft alleen aan dat de doop nog radicaler is dan de besnijdenis,
Dat je ook echt wel aan je lichaam merkt.
En dat overgeplant worden, is nog radicaler dan we ooit kunnen ervaren.
Helemaal doorleven kunnen we het niet
en dat hoeft ook niet, als we er maar uit leven, als het maar de basis van ons leven is:
Christus, de nieuwe wereld waarin wij leven, waarin we niet alleen maar zijn,
maar dat een uitwerking heeft op ons.

Dat is wat Paulus hier ook aangeeft, als aansporing:
Wandel in Hem. Laat Christus in je werken. Maak het praktisch dat je van Christus bent.
Dat praktische heeft met normen en waarden te maken,
maar hier ook met een bepaalde eigenwijsheid, waarin je nee zegt tegen een wereld,
Die je nog van vroeger kent, maar die niet goed voor je is
Omdat het niet de wereld van Christus is en je daar bij Hem weg houdt.
Zorg ervoor, dat je niet in een andere atmosfeer komt, een andere wereld.
Ook niet in de oude wereld.
Er blijft een kwetsbaarheid voor die oude wereld, waaruit we komen,
die van ons afgestorven waren,
zoals je bij een baby soms ook de indruk kunt hebben dat ze heimwee hebben
naar het knusse, het geborgene van de baarmoeder,
Dat als je ze dat enigszins biedt, door dat na te bootsen, dat ze rustig worden.
Paulus waarschuwt de gelovigen, die nog maar zo’n pril geloof hebben,
dat ze meegesleurd kunnen worden,
meegesleept door allerlei gedachten die ze tegen kunnen komen,
Waarin ze vroeger wel hadden geloofd, maar dat door het leren kennen van Christus,
het leren kennen van hoe God werkelijk is, achter hen ligt.
Maar soms kan het nog wel aan je trekken, omdat het je imponeert,
je er onder de indruk van raakt, omdat iemand het heel stellig kan zeggen.
Een collega, die spot met het geloof en zegt dat het toch iets van vroeger was
een docent op de opleiding die met allerlei theorieën aankomt, waardoor je het idee krijgt
dat God helemaal niet meer nodig is en ook niet gemist wordt.
Een vriend of broer die helemaal prima zonder geloof en zonder kerk redt.
Vandaag heb je je kind laten dopen
En daarmee ook aangegeven dat je je kind wilt opvoeden of wilt laten opvoeden,
in het kennen van God.
Maar je kunt ze niet voor elke schadelijke invloed bewaren.
Je hebt het niet altijd in de hand wat ze op tv, internet, social media tegenkomen.
Je kunt ze helpen, maar je weet nooit welke mening of welk persoon in hun leven
zo invloedrijk is dat jouw woorden en waarschuwingen niets meer helpen.
Zijn ze wel sterk genoeg voor wat ze in deze wereld tegenkomen,
Die hen weer meeslepen naar de oude wereld van voor het kennen van Christus?
Een zus van mij die graag tekende, heeft toen ze nog jong was,
Zich ooit geabonneerd op een dure tekencursus die ze thuisgestuurd kreeg,
Ze had er alleen maar oog voor gehad, wat ze ermee zou kunnen, niet wat het kostte.

Paulus waarschuwt de gemeenteleden: Pas op dat je je niet in beslag laat nemen
En laat meesleuren en dat je Christus weer kwijtraakt
en terugvalt in dat bedompte, benauwde bestaan, waar je het weer slecht hebt.
Dat oude leven, dat kan indruk maken, maar dat hoeft niet.
Weet je wat er met je gebeurd is?

Toen je in Christus kwam, gebeurde er iets met je: je ging wortelen,
net zoals een plant zijn wortels uitslaat, om voedsel op te nemen
en die wortels geven tegelijk vastigheid en houvast.
Je wordt door Christus gevoed en je hebt daardoor ook je houvast in Christus.
In de doop wordt dat nog eens bevestigd, dat je door Christus wordt gevoed
en dat je in Christus je houvast hebt: Christus is alles,
Wat Hij je geeft aan genade, aan kennis over God en over de wereld, over jezelf
daar heb je geen andere theorie of godsdienst voor nodig.
De doop is een bevestiging van de wortels in Christus voor je kind:
Ook mag de woorden van Christus in mij opnemen en daarvan groeien,
wat er in de Bijbel staat, geldt ook voor mij, niet alleen voor iemand die volwassen is.
De doop is ook een bevestiging voor jullie als ouders en voor ons als gemeente:
Dat ook deze kinderen door Christus gevoed worden
en dat Hij hen houvast biedt, stevigheid, ze waaien niet zomaar weg.
Een boom kan door zijn wortels heel wat stormen overleven.
Voor jullie en voor heel veel leden uit deze gemeente zijn zulke stormen niet onbekend,
Waarin je het gevoel hebt dat je een heel eind buigt, haast wel breekt,
voor je gevoel haast onderuit gaat en dat je God kwijt bent
en dan toch die wortels in Christus die je houvast bieden
en ook je voeden: Ik ben er nog en Ik houd je vast.
In het voorhof van de Heere geplant – je zult verder groeien (Psalm 92)
De doop is ook een aansporing om daarover te vertellen.
Je houvast – onder je leven, hoe het ook verloopt en wat je ook meemaakt,
zelfs als je door stormen heengaat waaraan er flink aan jezelf en je geloof wordt gemorreld,
dan mag je weten – ik heb een fundament onder mijn leven: gegrond.
Maar doen moet ik er wel uit leven.
Dan moet ik wel mijn wortels in Hem uitslaan en het bij Hem zoeken
en niet ergens anders, bij een ander geloof, een andere manier van leven.
Er is zoveel gebeurd, toen Christus aan het kruis stierf en toen Hij uit het graf kwam.
Er is zoveel gebeurd voor mij, dat moet ik wel aannemen.
Groeien in Christus – aannemen van Gods barmhartigheid en daaruit leven,
strijden tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk, leven onder Christus.

Wij bidden U ook door Hem, Uw geliefde Zoon, dat U deze gedoopte kinderen door Uw Heilige Geest altijd wilt regeren, opdat zij christelijk en godvrezend opgevoed worden en meer en meer groeien in de Heere Jezus Christus. Geef dat ze zo Uw vaderlijke goedheid en barmhartigheid die U aan hen en ons allen hebt bewezen zullen belijden en om alle gerechtigheid onder onze enige Leraar, Koning en Hogepriester Jezus Christus leven en moedig tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk strijden en mogen overwinnen. Dan zullen zij U en Uw Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest, de enige en waarachtige God, eeuwig loven en prijzen. Amen


Preek zondagmorgen 11 oktober 2015

Preek zondagmorgen 11 oktober 2015
Bediening Heilige Doop
Markus 9:2-13

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders,

Het zal een indrukwekkende ervaring zijn geweest
die Petrus, Johannes en Jakobus hebben meegemaakt.
Er zijn heel wat bijzondere ervaringen die je je leven lang bijblijven, die je nooit vergeet,
zoals de verwachting van een kind en de geboorte.
En toch, deze ervaring van de Heere Jezus, om Hem zo te zien,
dat moet nog indrukwekkender zijn,
een ervaring die je nooit vergeet, een ervaring die je leven voorgoed verandert.
Dat zul je als ouders willen uitleggen aan je kinderen, dat dit de Heere Jezus is.
In al de verhalen die je over de Heere Jezus zult vertellen of zult voorlezen uit de kinderbijbel
wil je als ouders niets liever dan dat je kind ontdekt wie de Heere Jezus is.
3 discipelen mogen daar op de berg even iets van zien
als ze meegenomen worden door de Heere Jezus
en de Heere Jezus voor hun ogen van gedaante verandert.
Hij heeft niet alleen maar de gestalte van een mens,
maar heeft een lichtglans zoals alleen God maar heeft, zo helder wit en zuiver.
Petrus en Johannes en Jakobus worden door de Heere Jezus meegenomen
de berg op, om die ervaring op te doen, om erbij te zijn.
Zo zou je als ouders je kind ook willen meenemen
naar de Heere Jezus toe, door over Hem te vertellen, zodat je kind begrijpt
wie de Heere Jezus is en gaat geloven in Hem.
Wat dat is toch het doel waarom je vandaag je kind hebt laten dopen,
dat hij, zij ook in de Heere Jezus gaat geloven.
Zelf vind ik dat altijd het mooie, het waardevolle van de kinderdoop:
dat je je kind zo heel dicht bij de Heere Jezus mag brengen.
Je kind hoeft alleen nog maar te kijken en zelf te geloven
(- al kan dat soms een hele weg zijn; dat moeten we niet onderschatten!)
Als je aan je kind de verhalen vertelt en als je vertelt over de doop,
dan kan je kind de Heere Jezus zien
en zelf kun je ook ervaren dat de Heere Jezus er opeens is
als je over Hem vertelt
of vanmorgen met de doop, waarbij je net als de discipelen ontdekt wie Christus echt is,

zoals de discipelen de Heere Jezus mogen zien in een andere gestalte:
als Zoon van God met de heerlijkheid uit de hemel
en dat vlak voordat de Heere Jezus aan Zijn lijdensweg naar het kruis begon.
Daarom is het van groot belang om steeds over Hem te vertellen,
zodat als je over Hem vertelt je kind Hem steeds voor ogen kan zien.

De Heere Jezus zien, zien zoals Hij is,
zoals de discipelen Hem ook zagen op de berg.
Dat klinkt heel mooi en het is ook heel mooi als dat echt gebeurt,
maar gebeurt dat wel?
Is het niet zo, dat als je over de Heere Jezus vertelt
Dat je zou willen dat je er zelf bij was,
dat Hij jouzelf riep, dat Hij naar je toekwam en jou aanraakte en zegende,
Dat jij Hem mag zien zoals de drie discipelen op de berg zagen?
Is het niet zo, dat we er vaak tegenaan lopen, dat we zulke ervaringen missen?
Zulke ervaringen, waardoor je nou eens zeker wist: God bestaat.
Zulke ervaringen, waardoor je het nou eens zeker weet: ik ben een kind van God.
Dat is toch zo, dat als we eerlijk zijn, ons geloof helemaal niet zo zeker is
En dat daarom de belofte, die je net bij de doop gegeven heeft, ook zwaar kan voelen:
je hebt beloofd om je kind bij de Heere Jezus te brengen,
terwijl je eigenlijk zelf nog steeds zo op zoek bent,
naar een veel zekerder geloof en misschien zelfs wel naar Christus zelf.

Ik kijk nu ook even naar de broeders die afgelopen donderdag verkozen zijn.
Toen het bericht vanuit de kerkenraad kwam dat je op de lijst stond
kan er wel een schrik geweest zijn: Hoe kan de kerkenraad nu bij mij komen?
Hoe kan het zijn dat er gemeenteleden waren die mij hebben ingediend?
Ze moesten eens weten hoe vaak ik zelf worstel met mijn geloof
om de Heere Jezus te dienen, om de Heere Jezus te vinden,
om iets te horen, te zien in mijn eigen dagelijkse leven.
Hadden ze niet iemand kunnen kiezen die een sterker geloof had,
die vanuit eigen ervaring zou kunnen vertellen wie Christus is
en vanuit zijn eigen geloofservaringen anderen kunnen opzoeken,
kunnen aanspreken en bemoedigen?
Wat heb ík nu aan anderen te vertellen?
Als dat uw vragen zijn, broeders, dan zou ik willen zeggen:
de verkiezing is niet voor niets en zie daar niet alleen de stem van de gemeente in,
maar ook van Christus zelf, die tegen u persoonlijk zegt:
Kom, ga met me mee, ik wil je wat laten zien.
Ik wil je laten zien wie Ik ben.
De eerste taak is niet om iets te brengen of iets te vertellen over mij,
maar allereerst om te kijken wat Ik je wil laten zien,
hoe Ik iets van Mijzelf laat zien,
zodat je zelf ook weer in je eigen geloof gesterkt wordt in de bezoeken die je aflegt.
Je mag iets van Mij zien, van Mijn heerlijkheid, van Wie Ik ben
en wat Ik vandaag nog doe, hier in de hervormde gemeente van Oldebroek.
Je kunt verlangen naar een eigen ervaring met de Heere Jezus
en wat ik meemaak is dat juist in ontmoetingen met anderen,
op huisbezoek of tijdens de Bijbelkring,
wanneer we met elkaar in gesprek raken over de Heere Jezus
dat ik ontdek en ervaar dat de Heere Jezus zelf ook aanwezig is in het gesprek.

Uit de kring van de discipelen kiest de Heere Jezus er 3 uit: Petrus, Johannes en Jakobus.
Later zal Paulus over deze 3 discipelen zeggen in Galaten 2:
Zij zijn steunpilaren in de gemeente.
Door Christus geroepen en aangesteld om een belangrijke taak in de gemeente te dragen.
Nu dragen mensen de gemeente niet.
Christus zelf draagt de gemeente.
Wie als ambtsdrager verkozen is, hoeft niet te denken dat je als mens de gemeente draagt.
De Heere zelf bouwt de gemeente
en dat geldt ook voor jullie als ouders:
wat je voor je kinderen doet is belangrijk, vertellen en voorleven
en toch het geloof geven en het geloof opbouwen van je kind kun je niet,
ook al zou je dat willen.
Je mag wel vertellen en voorleven en je mag erop vertrouwen dat de Heere het gebruikt
voor je kind, voor de gemeente.
Ook als je zelfs soms nog zo op zoek bent, mag je je kind meenemen,
want het kan ook leren van je eigen zoektocht.
Je hoeft er niet pas over te vertellen als je voor je gevoel er helemaal uit bent.
Ik kom ze wel tegen – het zijn vaak mannen,
die zoeken, tot ze helemaal zeker zijn en zich dan pas kunnen overgeven.
Die op zoek zijn tot ze het helemaal begrijpen,
tot op alle vragen die ze hebben een antwoord hebben en dan pas de stap kunnen maken
en tot die tijd zoeken en maar niet kunnen vinden.
Of die op zoek zijn naar zo’n intense, indrukwekkende ervaring zoals de 3 mannen hebben
die door de Heere Jezus zijn meegenomen op de berg.

Maar juist deze 3 mannen, die later steunpilaren van de gemeente worden genoemd,
zijn geen perfecte gelovigen,
zijn geen mensen die alle aanwijzingen die de Heere Jezus geeft direct door hebben.
Hoe lang lopen ze al niet mee met de Heere Jezus
en wat hebben ze ondertussen niet meegemaakt?
Petrus en Jakobus en Johannes – zij waren het die mee gingen het huis van Jaïrus in,
zij waren erbij toen de Heere Jezus dat dochtertje opwekte uit de dood,
en deze drie zijn er ook bij in Gethsemané,
waar zij hadden kunnen zien hoe de Heere Jezus worstelde met het lijden
dat op Hem afkwam en toch de weg in gehoorzaamheid ging.
Ze hadden dat kunnen zien, als ze niet in slaap waren gevallen.
Ook hier hebben ze niet door wat er gebeurt.
Ik zeg dit niet uit betweterigheid, maar om aan te geven,
dat de Heere Jezus je juist meeneemt – ook als je nog niet alles helder hebt,
omdat je juist zo zoekt en zo weinig nog zeker hebt,
om juist dan te laten zien Wie Hij werkelijk is.
Zo neemt de Heere Jezus ons vanmorgen ook mee,
ook als je nog zo heel aarzelend gelooft, ook als je nog zo weinig van Hem ervaren hebt,
ook als je er eigenlijk helemaal nog niet zo veel mee bezig bent
en zegt tegen jou, tegen u, tegen mij: Kijk nu eens wie Ik ben!
Weet u wat de Heere Jezus ons wil laten zien?
Die indrukwekkende gebeurtenis op de berg roept herinneringen op uit het Oude Testament.
Uit de tijd dat het volk Israël bij de berg Sinaï was, vanuit Egypte op weg naar Kanaän,
door de woestijn, kwam het bij de berg Sinaï en Mozes klom omhoog,
samen met 3 andere mensen: met Aäron, Hur en Jozua
en als Mozes met die 3 mannen op de berg is, daalt God zelf neer
vanuit de hemel op de berg.
Als Jezus op de berg van gedaante verandert,

wordt voor de 3 discipelen op de berg voor heel even duidelijk wie Jezus is: God de Zoon
(zoals Christus in het doopformulier wordt genoemd).
met de heerlijkheid van de Vader, de heerlijkheid waarmee Christus zal terugkomen
bij de Wederkomst wordt voor deze 3 discipelen even zichtbaar.
Dit is Jezus! Zo zullen we Hem zien als Hij terugkomt.
Het is een bijzonder moment wanneer Jezus van gedaante verandert.
De Heere Jezus is in deze dagen begonnen om Zijn discipelen te vertellen
over Zijn weg naar het kruis o p Golgotha, waar Hij zal lijden en sterven.
Voordat die weg begint, de weg naar Jeruzalem, mogen de discipelen alvast verder kijken,
naar de Wederkomst.
De weg naar het lijden moet nog wel komen, het kruis komt er aan.
Het is wel dezelfde Jezus: deze heerlijkheid, deze stralende glans had Hij in de hemel
en die legde Hij af om hier op aarde te komen,
diezelfde heerlijkheid heeft Hij weer als Hij terugkomt.
Dat lijden en sterven aan het kruis, dat hoort bij de Heere Jezus. Zo is Hij!
En ook Zijn heerlijkheid, waarmee Hij terugkomt! Zo is Hij!
Dat is wat je aan je kind mag vertellen over de Heere Jezus:
dat Hij vanuit de hemel kwam op aarde, dat Hij hier op aarde stierf voor ons
en dat we vooruitkijken naar die dag, waarop Hij weer terugkomt.
Dat is wat mijn taak is als predikant, om u als gemeente hier aan te herinneren
dat de Heere Jezus voor ons uit de hemel kwam
en deze heerlijkheid aflegde, dat Hij stierf aan het kruis voor ons
En dat er een dag is, waarop Hij weer terugkomt
en mijn taak hier in de gemeente is om het verlangen aan te wakkeren,
zodat u naar die dag uitkijkt, waar op Hij komt.
Dat laat ook zien waarom de doop van belang is, ook voor een klein kind.
Zodat we beseffen dat we op reis zijn,
door dit leven heen, op weg naar een eeuwig leven.
De doop is een oproep aan de kinderen die worden gedoopt,
maar ook aan ons als gemeente om open te staan voor de aanwijzingen van de Heere,
om te zien wat de Heere doet en vooral te geloven.
U, jij hebt al heel vaak een doop gezien en dat ontroert vaak heel erg.
Heb je bij de doop ook de roep van de Heere Jezus zelf gehoord: kom naar Mij toe?
Ga met Mij mee! Geloof in Mij en dan heb je het eeuwige leven
en mag je bij Mij in mijn heerlijkheid zijn.

Die oproep hebben we steeds weer nodig, want geloven is vaak een weg.
We kunnen dat aan Markus zien, hoe hij zijn evangelie schrijft:
geloven is geen plotselinge bekering – al kan dat wel en gebeurt dat ook,
dat mensen opeens alles achterlaten en Jezus achteraan gaan,
maar bij Markus is geloven bijna altijd: steeds met Jezus meelopen
en steeds weer ontdekken wie Hij echt is
en dat ontdekking is steeds weer nodig, omdat we het niet altijd doorhebben,
niet altijd zien, wat Jezus ons wil laten zien
en dat we maar zoeken en tasten.
Net als Petrus, die de geweldige ervaring wil vasthouden.
Petrus denkt dat de eindtijd al begonnen is
en dat ze dit moment moeten vasthouden, voor altijd bewaren.
Maar de stralende glans om Jezus verdwijnt
en voordat Jezus alleen overblijft, klinkt de stem van God uit de wolk
tegen de discipelen, tegen ons:
Dit is Jezus – luister naar Hem!
Want Hij gaat de taak vervullen die Ik, de Vader, op Hem legde,
Mijn geliefde Zoon, Hij zal doen wat Ik van Hem vroeg.
Als wij gedoopt worden in de naam van de Zoon verzegelt ons de Zoon dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden
en dat Hij ons inlijft in de gemeenschap van Zijn dood en opstanding.
Jezus sterft voor ons – en draagt wat voor ons was bestemd: Gods oordeel.
Daardoor wordt – door Hem – voor ons ook die heerlijkheid die om Jezus hangt mogelijk.
Geloof Hem – zegt God zelf tegen ons.
Want Hij is onze redding – onze heerlijkheid.
Amen

Preek zondag 12 juli 2015

Preek zondag 12 juli 2015

Efeze 6:1-10

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
beste doopouders,

Van harte gefeliciteerd met de doop van je kind en Gods zegen bij de opvoeding!

Met de opvoeding van je kind ben je wellicht nog helemaal niet bezig.
Je bent in deze maanden vast vooral bezig met het genieten van je kind,
met wennen aan de verandering die er gekomen is,
nu je echt een gezin vormt: niet meer met z’n tweeën, maar nu met een kind erbij.
Ik hoop dat het je leven heeft verrijkt en dat je ook gelukkig bent.
Je moet vast ook wennen aan de verantwoordelijkheid die je hebt gekregen
nu zijn klein en hulpeloos mensje aan je is toevertrouwd.
Je hebt er vast naar uitgekeken in de afgelopen maanden, naar de geboorte van je kind.
Nu ben je samen vader en moeder.
Ook al zijn er oma’s en misschien ook wel opa’s die graag je kind overnemen,
de fles willen geven, mee uit wandelen willen gaan, op schoot willen houden,
de eerste zorg ligt bij jullie.
Straks zul je gaan merken dat jij je kind het beste kent.
Dat je weet wat hij of zij nodig heeft aan zorg.

Vandaag belooft God aan je kind, dat Hij als de hemelse Vader voor hen zal zorgen.
Dat heeft Hij ook al beloofd bij de geboorte en zelfs voor ze geboren werd.
Vandaag wordt die belofte van Zijn zorg nog eens bevestigd in de doop die je kind ontvangt.
Je hoeft het niet alleen te doen.
Sterker nog, de allereerste verantwoordelijkheid ligt ook bij de Heere.
Zoals Hij voor jullie zorgt, nog steeds, ook al kun je heel goed voor jezelf zorgen,
zo zal Hij ook voor je kind zorgen.
Je zult ook wel geregeld met je kind in je armen staan,
waarbij je naar je kind kijkt en dan een gebed in je op voelt komen:
‘Heere God, zorgt u alstublieft voor mijn kind.
Ik kan het niet alleen!’
Of een gebed voor jezelf: ‘Geef mij de kracht en de wijsheid om een goede ouder te zijn.’
Vandaag heb je beloofd om een goede ouder te zijn voor je kind,
aan je kind, aan de gemeente en vooral aan God.
Dat wil je ook graag, een goede ouder zijn, voor je kind dat je nu al zo dierbaar is.
Je zou niet meer zonder je kind kunnen.
Ze horen er helemaal bij.
Voor je kind wil je een goede ouder zijn
en daarom heb je ook vol overtuiging, met heel je hart “ja!” gezegd op de laatste doopvraag,
de vraag of je je kind een christelijke opvoeding wil geven.

Wat is dat dan: een christelijke opvoeding?
Vaders, wek geen toorn op bij uw kinderen,
maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.
Of – in een andere vertaling (Bijbel in Gewone taal):
Vaders, wees niet hard voor je kinderen. Maar waarschuw ze voor verkeerde dingen
en leer ze de christelijke regels.

Dat is dus een korte samenvatting van wat een christelijke opvoeding is:
Vaders, wees niet hard voor je kinderen. Maar waarschuw ze voor verkeerde dingen
en leer ze de christelijke regels.
Of in de wat plechtigere taal die we gelezen hebben:
Vaders, wek geen toorn op bij uw kinderen,
maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.

Dat kun je je nu vast nog niet voorstellen, vaders,
nu je kind nog zo klein en zo afhankelijk van je is
en zoveel tederheid bij je oproept,
dat er ooit een moment komt, dat je kind hard zou willen aanpakken,
zo hard dat het woedend op je is, niet zomaar een boosheid.
Ik hoop ook niet, dat zo’n moment in de opvoeding ook komt,
dat je je kind hardhandig zou moeten opvoeden.
Dan is er toch echt is mis!
Een hardhandige manier van opvoeden is een teken van onmacht
en laat zien dat je het niet aankan: dat je je kind niet aan kan en ook de opvoeding niet.

Waarom mag dat eigenlijk niet, een hardhandige opvoeding?
Omdat je als ouder ook iets van God laat zien:
als vader en als moeder representeer je iets van God, straal je iets van God uit.
Net als met je werk: als werknemer heb je de naam van je bedrijf hoog te houden.
Al zit je in Oostenrijk en zou er niemand van het bedrijf zien wat je doet,
toch heb je ook daar de naam van het bedrijf hoog te houden.
Net als met je naam, de naam van de familie.
Je hebt niet alleen de naam van je bedrijf en van je familie hoog te houden,
ook de naam van God.
Naar je kind toe straal je iets van de Heere uit.
Daarom mag je geen hardhandige opvoeding geven,
waarbij een kind het gevoel krijgt: ik mag er niet zijn.
Want dan gaat een kind door de opvoeding denken, dat er bij God ook geen plaats is.
Ik kom ze geregeld tegen, die een hardhandige opvoeding hadden.
Je ziet vaak een levenslange worsteling om liefde te ontvangen,
van God van mensen om zich heen
omdat ze van hun vader of moeder geen liefde hebben gekregen
en soms hebben ze ook een boosheid of diepe teleurstelling naar hun vader of moeder.
Van vaders wordt geen macht gevraagd,
maar ontzag vol liefde voor God,
dat ook doorwerkt in hoe je met je kinderen omgaat.

Daarom is die derde vraag van belang bij de doop,
waarin je beloofd hebt om een christelijke opvoeding te geven:
als vader en als moeder ben je de eerst aangewezen persoon
om je eigen kind, dat je van de Heere hebt gekregen, over God te vertellen.
zodat je kind leert dat er een Vader in de hemel is,
die het leven van hen heeft gewild.
Die jullie als ouders heeft voorbestemd, waarin Hij Zijn zorg voor jullie kind laat zien.
God gebruikt je, je mag vader en moeder zijn, zodat je Gods zorg mag laten zien.
Zodat je kind leert over de Heere Jezus
en dat als het iets verkeerd heeft gedaan, vergeving mag ontvangen.
Zodat het leert, dat er een Heilige Geest is die helpt bij het geloven.
Daarom heb je te vertellen waarom je je kind hebt laten dopen.
Zodat ze begrijpen dat het niet zomaar was, niet een gewoonte,
maar een teken van Gods liefde dat aan hen is meegegeven.
Daarom vertel je de verhalen uit de Bijbel of lees ze je voor, leer je ze liederen
want juist daardoor gaan ze begrijpen wie God is en wat Hij doet.
Door je kind te leren bidden, heel klein al,
zodat het zich veilig en geborgen weet bij de Heere, als het gaat slapen,
zodat het weet dat ons eten en drinken van onze Hemelse Vader komt,
Dat kun je niet aan opa en oma overlaten,
de eerste verantwoordelijkheid heb je als ouders.
Ook niet aan school, of de zondagsschool.
Dat werkt niet, als je deze opvoeding als een verplichting ziet.
Het moet uit je hart komen.
Je kind merkt het snel genoeg of het uit je hart komt of niet
en je houdt het ook niet lang vol.

De oproep van Paulus is aan de vaders gericht.
In die tijd vanwege het gezag dat de vader had, het hoofd van het gezin
en had alle gezag over het gehele gezin, over het gehele huishouden.
Een vader in die tijd moest je niet tegenspreken,
je had je maar te voegen naar wat hij zei.  Zijn wil was wet.
Vandaag de dag kan de oproep van Paulus net zo goed naar vaders toegaan.
Wat doen jullie vaders? Wat brengen jullie je kind, je kinderen bij over de Heere?
Of besteed je de opvoeding uit aan je vrouw?
Zeg je: ‘Vraag maar aan je moeder!’
En wat straal je zelf uit van de Heere?
Als het thuis over de Bijbel gaat, over bidden, over God,
houd je je dan op de achtergrond?
Er ligt nog steeds een taak voor vaders. Juist voor vaders.
Vaders zijn belangrijk in de opvoeding.
Een vader geeft zijn kind vaak uitdagingen.
Waar moeders zeggen: ‘Doe maar niet!’ Of: ‘Pas op!’ ‘Ga daar weg!’
zegt een vader eerder: ‘Probeer het maar!’ Of: ‘Ik zal je uitleggen hoe dat moet!’
Waar moeders soms angsten uitstaan, kan een vader ervan genieten om iets te ondernemen.
Niet alleen in de gewone opvoeding is een vader belangrijk.
Ook in het vertellen over de Heere, over het voorleven van het geloof.

Als vader kun je je kind leren om te gaan met teleurstellingen
en ook hoe je die in geloof kunt opvangen en verwerken.
Als vader kun je aan je kind leren hoe je met een (drukke) baan
toch tijd weet te vinden om over God na te denken, om te lezen in de Bijbel, om te bidden.
De vaders hier in Oldebroek zijn vaak niet van die lezers,
maar doen liever iets met hun handen, zijn liever bezig.
Doen liever iets dan dat ze praten.
Ze vinden het makkelijker om een huis op te bouwen dan het leven van hun kind.
Ze zouden hun kind eerder mee de vrachtwagen op nemen,
dan een gesprek over hoe je God kunt dienen.
Als vader ben je belangrijk, ook voor je kind om God te dienen.
Laat zien waar je je kracht vandaan haalt: bij God.
Laat zien waar je voor leeft, niet alleen voor je werk,
maar ook voor je gezin, voor God, met het oog op de eeuwigheid.
Neem ook de tijd om te horen wat je kind wil vertellen,
welke vragen er in je kind leven
en laat zien hoe je zelf op de vragen van het leven of de vragen over God nadenkt.
Oprechte tonen in je kind,
omdat God oprechte interesse in ons toont, in onze kinderen.
Bereid om een verhaal aan te horen, omdat wij ook bij God ons hart uit kunnen storten
en als wij naar onze kinderen luisteren,
durven ze ook hun verhaal aan God te vertellen
omdat ze dan ontdekken dat er geluisterd wordt en dat God zou kunnen luisteren.
Soms moet je daarvoor je bezigheden ook even laten rusten
en niet weglopen of wegkijken als er aan tafel over begonnen wordt.

Als je echte interesse hebt voor je kind, voor wat er in hem of haar omgaat,
als je bereid bent om te luisteren en mee te denken,
als je er voor hen bent,
dan kun je hen ook de regels uitleggen die bij het geloof horen.
Dan kun je hen ook waarschuwen voor wegen die verkeerd zijn.
Dan heb je de basis voor een goed gezinsleven,
waarin je samenleeft met elkaar en met God.

Als vader, ook als moeder, heb je de christelijke regels uit te leggen, zegt Paulus.
Allereerst dat ze gehoorzaam zijn aan God, dat God nummer 1 in hun leven is.
Dat alles wat ze bij God weghoudt, voor hen verkeerd is.
Ook dat heb je als vader, als moeder voor te leven met hen daarover te vertellen.
En waarom het erg is als ze een verkeerde weg kiezen,
omdat ze dan God kwijtraken en hun relatie met God op het spel zetten.
Spreek daarom je kind ook aan, ook als vader.
Leg je kind uit welke verleidingen er in het leven zijn
en hoe je kind hier het beste tegen kan strijden.
Leer je kind ook dat er bepaalde dingen niet mogen,
omdat ze andere mensen of God pijn doen: vloeken, pesten, schelden, stelen.
Leer ze ook om om niet alleen aan zichzelf te denken,
maar ook de minste te worden als het moet, om elkaar in liefde te dienen.
Jullie als ouders in de eerste plaats, omdat je iets van God laat zien:
Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders.
Maar dat dienen is wederzijds: je dient ook je kind.
Niet door het in alles naar de zin te maken,
maar door het wegwijs te maken in het leven, door het een opvoeding te geven,
door hen over God te vertellen en het geloof voor te leven,
ook als het je tijd kost.

Toen jullie trouwden, hebben jullie aan elkaar beloofd
om voor elkaar te zorgen in alle dingen,
die tot het tijdelijke en het eeuwige behoren.
Ook voor je kind heb je dat nu beloofd,
Om je kind een weg door het leven te vinden,
zodat het een weg gaat met God
en later, we hopen dat het nog een hele tijd zal duren,
dit leven met de troost mag verlaten omdat je kind weet: ik ben van Christus,
omdat Hij voor mij gestorven is, is er bij Hem een plaats voor mij.

Als ouders straal je iets uit van hoe God is.
Een hele verantwoordelijkheid!
Tegelijkertijd ook iets moois:
als je zelf dicht bij de Heere leeft, elke dag in afhankelijkheid van Hem,
als je zelf de Heere dient, zullen je kinderen dat ook oppikken,
ook al heb je het er met hen niet over.
Je hoeft het niet in eigen kracht te doen, maar de Heilige Geest wil je bijstaan.
Zo voed je je kind het beste op:
in afhankelijkheid, waarin je beseft: ik red het ook alleen niet.
Ik ben niet alleen mijn man of vrouw nodig in de opvoeding,
maar vooral God.
Zo draag je de afhankelijkheid van God over aan je kind, misschien wel onbewust,
en leer je samen als gezin, die weg te gaan.
In vertrouwen op God zegen!
Amen