Preek Tweede Kerstdag 2018

Preek Tweede Kerstdag 2018

Lukas 2:8-14; Hebreeën 1. Tekst: Hebreeën 1:5-6

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
‘Met Kerst eet ik boerenkool,’ zei iemand deze week met een uitdagende toon.
Geen kerstrecept uit Allerhande of met anderen gourmetten, maar boerenkool.
Toen ik dat hoorde, vond ik dat maar apart.
Dat had ermee te maken dat ik in die dagen juist bezig was
met de tekst uit Hebreeën waar gesproken wordt
over Christus die door de engelen feestelijk onthaald werd.
Als Christus feestelijk wordt bejubeld en toegezongen worden,
zal daarna vast geen boerenkool worden geserveerd
en ik reageerde dat ik boerenkool niet echt een gepast recept vindt
om zo’n belangrijk feest als het Kerstfeest is op te luisteren.
Ik proefde in die uitdagend bedoelde opmerking om met Kerst boerenkool te eten
ook iets van een soort weerzin tegen het Kerstfeest en alle feestelijkheden daarbij
en daar kan ik niet goed tegen,
omdat ik vind dat we met Kerst echt iets belangrijks vieren.

Dat de boerenkool op tafel zou komen, was de reactie van de ander,
had te maken met al die kerstrecepten die in de bladen van de supermarkten
en op websites met recepten voorgesteld worden.
Alsof het belangrijkste van Kerst is dat je met elkaar als familie en vrienden lekker eet.
De boerenkool met Kerst was bedoeld als protest tegen die kerstmenu’s,
omdat door de nadruk op een bijzondere maaltijd vergeten wordt
waar het met Kerst om draait.
In de ogen van diegene die ik sprak was dat niet zozeer het terugdenken
aan het Kind dat in Bethlehem geboren werd,
maar hebben we als kerk vooruit te kijken,
naar de dag waarop Christus weer hier op aarde verschijnt,
niet als kind, maar als hemelse rechter.

De uitdagende opmerking: bij ons komt er boerenkool op tafel met Kerst
heeft te maken met een belangrijke vraag: Hoe eren wij als gelovigen onze Heer?
Welke manier van eren en feestvieren past bij wat Christus op aarde kwam doen?
Hoor je dat op een sobere manier te doen,
waarbij je je afsluit van alle feestelijkheden, die je om je heen ziet
in de winkels, op tv, in reclames, in tijdschriften?
Of maak je juist gebruik van al die feestelijkheden om Christus je Heer te eren?
Welke eer komt Hem toe? Dat is al een belangrijk punt – welke eer Christus toekomt,
maar er speelt nog iets mee:)
Door feest te vieren, krijg je toegang tot wat er in Bethlehem gebeurde.
kun je heel dicht bij Christus komen, hoor je voor je gevoel de engelen zingen
en loop je met de herders mee naar de stal en kniel je aan de kribbe neer voor Hem.
(2) Het lukt de gemeente van toen niet om Christus te eren (page 1)
Juist dat speelt in de gemeente, waaraan de brief van de Hebreeën geschreven is:
de vraag: nu Christus niet meer op aarde te vinden is, hoe kom ik bij Hem?
Hoe kan ik met Hem in contact komen?
Hoe kan ik Hem bereiken, als ik Hem niet in levende lijve kan zien?
Er zijn momenten waarop zo’n vraag niet speelt.
Als je bijvoorbeeld iemand hebt, die mooi kan vertellen alsof je er zelf bij bent geweest.
U kent vast de oude Simon Kalf nog.
Als ik bij hem op bezoek kwam, vertelde hij wel eens over een meester die hij had gehad
die erg goed kon vertellen, alsof het voor je ogen ziet gebeuren en je er zelf bij bent.
Als je zo iemand hebt, die over Christus vertelt,
Dan ben je zelf een van de herders in Bethlehem, die de engel horen spreken
Je hoort dan in je verbeelding de engelen het Ere zij God over de velden zingen
en je gaat met de andere herders mee naar Bethlehem,
waar je aan de kribbe neerknielt.
Je ervaart het wonder, je voelt de eerbied voor het Kind in je, alsof je er zelf bij was.

Er kunnen echter momenten zijn,
waarop je niet meegenomen wordt in een verhaal over Christus
en niet meegaat met de herders naar Bethlehem,
maar hier in de kerk op je stoel of in de bank achterblijft
en dat je bij jezelf dacht: Kon ik maar.
Juist dat speelt in de gemeente, waaraan de brief van de Hebreeën geschreven is.
In de gemeente is het enthousiasme van het eerste uur verdwenen
en  is daarvoor ongemak in de plaats gekomen.
Ze komen nog wel bij elkaar – al komt niet iedereen meer,
maar het zegt hen veel minder dan voorheen:
De liederen die gezongen worden, de preek, het gebeuren van de dienst raakt hen niet meer
zoals dat eerder gebeurde, ze worden er niet in opgenomen.
Het wordt voor hen een probleem dat ze hun Heer niet voor zich kunnen zien.
Hoe ze ook over Hem zingen, hoe ze ook over Hem spreken, wat ze over Hem horen
– Hij blijft onzichtbaar
en ook ver weg in de hemel, waar Hij voor hen, die op aarde zijn, niet bereikbaar is.
Ze weten niet of Hij naar hen kijkt, ze zien niet hoe Zijn gezicht staat,
Er is een crisis in deze gemeente gekomen
– alle brieven in het Nieuwe Testament zijn geschreven omdat er een crisis is,
omdat het niet zo lekker loopt in de gemeente waaraan de brief geschreven is –
en de crisis hier in deze gemeente heeft te maken met de onbereikbaarheid van Christus,
omdat Hij niet meer te zien is.
De verhalen over Bethlehem, over Jozef en Maria in de stal, over de herders die komen
omdat er een engel aan hen verscheen
– het zijn mooie verhalen, maar ze vertellen hen niet of Jezus nu nog onder hen is.
Of ze nog iets van Hem te horen krijgen, nu Hij in de hemel is.

Hebreeën is niet zo’n makkelijk Bijbelboek,
maar je kunt het beter begrijpen als je bedenkt dat het hier sprake is van een geloofscrisis.
Die geloofscrisis doet een aanval op hun voorstellingskracht, op hun verbeeldingsvermogen.
Het lukt hen gewoon niet meer om Christus voor zich te zien nu Hij in de hemel is
en daardoor lopen ze vast in hun geloof.
Want hielp eerst hun verbeeldingskracht, hun voorstellingsvermogen hen nog
om de afstand van de aarde naar de hemel te overbruggen
En stelden ze zich voor hoe het was toen Jezus geboren werd
nu lukt het niet en voelen ze zich verweesd op aarde achtergebleven.
Ik denk dat het wel iets weg heeft van wanneer iemand gestorven is, van wie je veel hield
en eigenlijk nog steeds veel houdt en die je nog steeds niet kunt missen.
Je probeert je voor te stellen hoe diegene het in de hemel heeft, maar het lukt je niet.
Je bent te verdrietig – en degene van wie je zoveel gehouden hebt, raakt nog verder weg.
Je kunt er niet bij, je ervaart dat je van de aarde niet in de hemel kunt komen.
Het is voor het pastoraat een van de belangrijkste vragen:
‘Waar is mijn man nu hij is overleden?” “Hoe heeft mijn moeder het in de hemel?”
Je probeert je voor te stellen hoe het in de hemel is,
maar je voorstellingsvermogen schiet tekort.

(3) Het lukt ons niet om Christus te eren (page 3)
Hoe kom je in contact met Christus,
als je niet meer leeft in de tijd van de herders en de wijzen uit het oosten,
die naar Bethlehem konden gaan om Christus in levende lijve te aanbidden.
Het is een vraag die in de eerste gemeenten speelden, nadat Christus naar de hemel ging
en die vraag is altijd gebleven: Hoe kom dan ik bij Hem?

Misschien kent u dat kerstverhaal, wat lang geleden geschreven werd door W.G. vd Hulst:
Een rijke boer wil indruk maken op de boeren in zijn omgeving
door hen met Kerst uit te nodigen bij hem op de Scholtenhoeve
en hen iets bijzonders aan te bieden,
zodat iedereen die bij hem te gast is onder de indruk komt van zijn rijkdom.
Deze rijke boer heeft een zoontje van 5, die net het Kerstverhaal heeft gehoord
van het Kind Jezus dat in een stal te vinden was.
Dat verhaal heeft deze kleine Jan zo aangesproken, dat hij het Kind ook wil vinden.
Hij besluit op de dag waarop zijn vader dat speciale feest wil geven
op zoek te gaan naar het Kerstkind en raakt zo onvindbaar voor allen die hem zoeken.
Voor de schrijver W.G. van der Hulst had er een speciale boodschap mee,
want de kleine Jan kwam uit bij een arme vrouw, die niet mocht komen,
omdat ze niet paste in de allure van het feest, die de rijke boer voor ogen had.
Maar het gaat mij om die kinderlijke verbeelding van die kleine jongen:
Als ik op zoek ga, kan ik het Kind in de kribbe vinden.
Dat is zijn manier om de afstand tussen aarde en hemel te overbruggen
– in onze ogen een kinderlijke manier -.
Je zou misschien willen, dat het zo werkte, dat je bij Jezus uit zou komen.
Ik heb in de afgelopen dagen verschillende manieren gezien
waarop geprobeerd wordt om bij Jezus te komen
en misschien werken ze op een bepaalde manier ook bij u of bij jou
en helpen ze u om heel dicht bij Christus te komen alsof je er toen bij was.
De school van onze kinderen had een kerstwandeling gemaakt,
Waarbij je als gezin langs verschillende fasen van het kerstverhaal kon lopen,
uitgebeeld door de leerkrachten van de school.
Ze waren verkleed als Romeinse soldaten, als herders,
als heraut die de opdracht van Augustus meldde, Jozef en Maria op verschillende tijden.
Misschien is bij jullie ook wel zo’n kerstwandeling georganiseerd en heb je meegelopen.
Het kan best indruk gemaakt hebben, je geholpen hebben om bij Christus te komen,
alsof je er zelf bij was, toen.

Een andere vorm om dicht bij Jezus te komen, zag ik door de EO aangekondigd:
een programma dat in deze dagen wordt uitgezonden,
Waarin de programmamaker Kefah Allush dicht bij Jezus wil komen.
Jezus van Nazareth, een persoonlijke zoektocht.
Er zijn er die ook zo’n persoonlijke zoektocht hebben gemaakt
Door naar het land Israël te gaan, bijvoorbeeld met een gemeentereis.
Om zo te komen op de plaatsen waar Jezus geweest is
Dan kun je ook in Bethlehem komen, waar op de plek waar Jezus geboren zou zijn
een kerk is gebouwd: de Geboortekerk.
Ik heb gemeenteleden gesproken, voor wie het geloof meer ging spreken
nadat ze in Israël waren geweest, omdat ze zich de verhalen nu beter konden voorstellen.

(4) God geeft Christus meer eer dan de engelen (Page 3)
Bij de zoektocht hoe je Christus in de hemel moet voorstellen haakt Hebreeën aan.
Wat de gemeente moet leren, is dat het niet kunnen zien bij het geloof hoort.
Dat is de omschrijving van geloven, die in hoofdstuk 11 wordt gegeven:
in geloven gaat het niet om zien – nee, juist wat je niet kunt zien:
God kun je nu nog niet zien, nu je nog op aarde bent.
Het geloof weet wel dat er een moment komt, dat je wel mag zien:
Als je in de hemel aankomt, of als Christus terugkomt.
En dat geeft de Hebreeënbrief aan ons door:
Je ziet nu nog niet – dat is toekomstmuziek, maar je mag wel doen alsof je al ziet.
Je mag wel de hoop hebben, en dat is niet een misschientje, maar zekerheid
dat je Christus zult zien naar wie je verlangd hebt.
En dan wordt er een beroep gedaan op onze verbeeldingskracht:
Kijk, hoe Christus aankomt in de hemel en hoe Hij alle eer van God ontvangt.
Een hogere positie dan de engelen, meer eer dan de engelen ontvangt Hij van God.
God geeft Hem Zijn eigen naam – samen Eén.
Misschien kun je je dat niet voorstellen, hoe dat is: de Vader en de Zoon één.
En denk je bij jezelf: Hoe moet ik dat zien dat Christus in de hemel aangekomen is.
Dan zegt de Hebreeënbrief: begin dan bij de engelen.
Probeer je eens een engel voor de geest te halen.
Een engel, zoals hij gezonden werd aan Maria, aan Jozef in een droom,
Aan de herders in de velden van Efratha, het engelenkoor dat aan de hemel zong.
Dat moet al bijzonder geweest zijn – nou, nog bijzonderder moet het met Christus zijn.
Er is wel eens gedacht, dat in de gemeente waaraan deze brief geschreven werd,
engelen aanbeden werden – in plaats van Christus.
Dat ze de verkeerde hemelse machten aanbaden.
Ik denk dat het niet zo is.
Ik denk dat het meer zo is, dat er tegen ons gezegd wordt:
Als je de heerlijkheid van Christus in de hemel niet voor je kunt zien,
probeer dan een stapje lager: denk eens aan de engelen.
Misschien kun je je daar een voorstelling van maken en van daar uit Christus voor je zien.
Jaap Zijlstra schrijft in zijn meditatie voor Eerste Kerstdag,
die hij in zijn Bijbels Dagboek Toekomst schreef, over een ontdekking die hij deed
met betrekking tot de engelen in Lukas 2.
Hij ontdekte dat er niet staat dat ze zongen, maar ze proclameren.
Het is geen engelenkoor, maar een engelenleger, de hemelse legermachten,
een grote massa van niet te tellen engelen
en ze proclameren, ze roepen het uit over de aarde, dat de aarde van Christus zal zijn,
nu nog bezet gebied, maar de aarde wordt door Christus terugveroverd,
al komt Hij op de meest kwetsbare manier.
Wat Hebreeën verwoordt, is dat de missie, waarmee Jezus gezonden werd, geslaagd is.
In Hebreeën 1:6 gaat het niet over de komst van Christus naar de aarde,
– dat dacht ik eerst en daarom had ik dit gedeelte voor Tweede Kerstdag uitgekozen.
Het gaat om het ontvangst in de hemel, nadat het werk erop zit.
En juist dat is de bemoediging voor de gemeenteleden, die het zich niet kunnen voorstellen:
Er is wel wat gebeurd! Christus kwam naar de aarde, Deed wat Hij moest doen
En al kun je misschien niet voorstellen hoe het ontvangst in de hemel is,
maar je hebt wel de verhalen over Bethlehem en Golgotha, over de Olijfberg.
En als je eigen verbeelding tekort blijft schieten, als je het nog steeds niet voor kunt stellen,
dan komt er hulp van de Andere kant, vanuit de hemel,
God spreekt je aan: dit is Mijn geliefde Zoon, zie Hem.
Hij wordt nu al geprezen, door de engelen in de hemel.
Als overwinnaar is Hij binnengehaald en zit op de troon.
En al kun je het niet voorstellen, het is waar.

(5) (Page 4)
Zolang je nog op aarde bent, blijft het behelpen met ons voorstellingsvermogen
dat steeds tekortschiet om te verbeelden hoe het in de hemel is.
Maar er komt een dag, waarop Christus zichtbaar wordt.
Dan hoef je je niet meer te behelpen met een kerkdienst of een kerstwandeling,
dan hoef je niet meer na te denken over de vraag
of je Christus meer eert met boerenkool te eten of door toch te gaan gourmetten.
Want dan zal er een feest zijn in de hemel, waar wij zelf niets voor hoeven te organiseren,}
het wordt voor ons georganiseerd in de hemel.
Kijk daarnaar uit!
Tijdens de jaren in Ilpendam-Watergang had ik een verhaal dat me op de been hield.
Ik denk dat ik in die tijd vaak zelf nog zo worstelde
omdat ik er juist tegenop liep, dat ik het niet kon verbeelden, niet voor me kon zien
dat het waar was dat Christus nu al in de hemel is aangekomen, als overwinnaar
en het werk dat Hij in Bethlehem begon voltooid heeft.
Ik heb het denk ik ook wel eens in een preek gebruikt:
Er was een priester in de oude Sowjetunie,
in een tijd waarin kerkgang bespot werd en op plekken tegengewerkt en verboden.
Deze priester was de enige van zijn dorp die naar de kerk ging.
Elke zondag deed hij in zijn eentje dienst,
en elke zondag voerde hij alleen de hele liturgie uit.
Hij werd erop aangesproken of hij dat niet eens moe werd
om steeds in een verder lege kerk die dienst te leiden, zonder dat er iemand aanwezig was.
Verbaasd keek de priester degene die de vraag stelde aan:
Alleen? Tijdens de dienst ben ik in de hemel, in gezelschap van de Vader, Zoon en Geest
en de duizenden engelen die in de hemel voor de troon van God zijn.
Ik ben niet alleen.
Ieder ander die komt, zal de feestvreugde alleen maar groter maken, maar alleen ben ik niet.

Feestvreugde, samen met de engelen in de hemel,
het wordt beloofd en soms hier op aarde al ervaren.
Ik hoop dat de feestvreugde, die u met Kerst mag beleven, u dicht bij het Kind mag brengen.
En als het niet gaat, wanhoop niet, want de dag breekt aan
Dat er in de hemel feest zal zijn, met al degenen die verlost zijn, samen met de engelen
en dan klinkt het: Ere zij God en is er vrede op aarde. Amen

 



Preek Eerste Kerstdag 2018

Preek Eerste Kerstdag 2018
Lukas 2:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
Elk jaar kijk weer uit naar het Kerstfeest
en het lijkt wel of ik elk jaar nog meer van het Kerstfeest ga houden.
Kort na Sinterklaas heb ik de kerstversieringen van zolder naar beneden gehaald
en vroeger dan anders kwam de kerstboom bij ons in huis.
Ik kan altijd wel uitkijken naar Kerst, naar de diensten die er zijn,
het vieren thuis met vrienden en familie,
maar bovenal gaat de betekenis van Kerst elk jaar nog meer spreken:
Dat God Zijn Zoon naar de aarde heeft gezonden om onze Redder, mijn Redder te zijn.
Ik hoop dat u ook zo vol vreugde kunt zijn.
Voor de meesten betekent kerst dat je even niet hoeft te werken en dat je vrij bent,
of dat je op een andere manier druk bent:
Met de voorbereidingen om Kerst op een fijne manier te vieren,
om af te spreken met familie of vrienden,
En dan feest vieren met een diepe betekenis, omdat dit feest vieren met elkaar,
dat gezellig samenzijn in het teken staat dat God naar Zijn wereld heeft omgezien
En dat Hij niet wilde dat de mensen verloren zouden gaan.
Ik hoop dat jij ook kunt genieten van dit Kerstfeest, nu je in de kerk bent,
een toch wat bijzondere dienst en vandaag of morgen feestvieren met anderen
en dat je weet: dat doen we omdat Gods Zoon naar de aarde kwam, ook voor mij.

In de afgelopen weken ben ik bij de voorbereiding voor de diensten van kerst
ook weer bezig geweest met Jozef en Maria, met de herders in het veld, de engelen.
Het is net of het oude bekenden zijn, die je weer ontmoet,
fijn om ze weer terug te zien, om ze weer te ontmoeten.
Zonder hun gezelschap zou Kerst ook wat kaal zijn.
Lukas 2 hoort bij Kerst. In een kerstviering moet het gaan over de stal, over de kribbe,
over Jozef en Maria die op weg gaan van Nazareth in Galilea naar Bethlehem in Judea,
over de engel die neerdaalt uit de hemel en licht brengt
en de herders komt vertellen dat Jezus is geboren.
Zij horen erbij met Kerst.

(2) Eén man met veel macht (Page 1)
En keizer Augustus, hoort hij erbij met Kerst?
Heel wat keren heb ik met Kerst dat gedeelte dat over hem gaat overgeslagen
en ben ik begonnen met Jozef en Maria die in Bethlehem aankomen
of met de herders die in het veld de wacht houden over hun kudde.
Ik heb het eigenlijk niet zo op die keizer, moet je kijken wat voor macht hij heeft:
Met één opdracht kan hij de hele wereld in beweging brengen.
Moet je eens voorstellen dat jij zoveel macht hebt:
dat je niet alleen iets van je broer of zus gedaan krijgt,
dat niet alleen je ouders naar je luisteren (misschien vind je dat al heel wat!),
dat je niet alleen invloed hebt op de mensen hier in Oldebroek,
dat je een heel dorp is kunt laten doen,
maar dat je de hele wereld in beweging kunt krijgen.
Ik zou er niet gelukkig van worden als ik zoveel macht zou hebben.
Natuurlijk, je kunt veel voor elkaar krijgen:
Je kunt maatregelen afkondigingen waarmee je het milieu zou kunnen redden
of een maatregel waarmee je arme mensen kunt helpen,
of andere problemen die er in de wereld zijn kunt oplossen.
Maar bij elk besluit dat je neemt, zijn er altijd mensen die er last van hebben,
zoals Jozef en Maria maar naar Bethlehem moeten gaan,
ook al is Maria hoogzwanger en krijgt ze bijna een kind.
Daar moet je wel tegen kunnen, dat jouw besluit zoveel invloed heeft in iemands leven.
Het heeft iets moois, zoveel macht, maar het is ook wel eng.
Want als jij beveelt dat iemand in de gevangenis moet, gebeurt dat ook.
En als je een hekel hebt aan iemand
en vindt dat iemand voor de leeuwen gegooid moet worden, zodat hij opgegeten wordt,
Dan zullen mensen er misschien niet mee eens zijn, maar ze zullen het wel uitvoeren.
Jouw wil is wet.
En als je een land wil aanvallen, dan zullen de legers aanvallen,
ook al zullen er veel soldaten sneuvelen.
Of met één bevel een heel leger uit een land weghalen,
omdat je denkt dat het niet meer nodig is.
Dan heb je veel verantwoordelijkheid.
En het is altijd een spanning: gebruik je die verantwoordelijkheid voor jezelf
of om het land dat je hoort te dienen verder te helpen?

Eén bevel waarmee de mensen verplicht op reis moeten.
Deze keizer wil namelijk weten hoeveel mensen in zijn grote, uitgestrekte rijk wonen.
Dan weet hij hoeveel belasting hij kan heffen
en hoeveel soldaten de overwonnen landen kunnen leveren voor zijn legers.
Als je zoveel macht hebt, als je met één bevel een hele wereld in gang kunt brengen,
kijk je niet naar individuele gevallen.
Dan let je er niet op, dat een jong stel, Maria en Jozef, nog niet getrouwd, wel verloofd,
op weg moet naar een andere plaats om daar ingeschreven te worden.
Je kunt er geen rekening mee houden dat er ook zwangere vrouwen op weg moeten.
De regel, het systeem bepaalt.
In Israël, waar Jozef en Maria wonen, is dat bevel met veel argwaan bekeken.
Een volk tellen mag alleen de God van Israël.
Daar in Rome is een keizer die zich God waant
en ook door degenen die hem steunen vereerd als een god.
Augustus – dat betekent: de Verhevene – geen gewoon mens,
maar iemand met goddelijke status.

Lukas is de enige, die de volkstelling heeft.
Waarom vertelt Lukas, dat de hele wereld ingeschreven moest worden
op basis van dat ene gebod van de keizer in Rome?
En waarom vertelt hij dan dat Jozef en Maria onderweg zijn gegaan naar Bethlehem?
Ik denk, dat hij ons iets wil duidelijk maken.
Maar wat?
Deze preek hield ik vorige week zaterdag ook in een dienst voor doven.
Toen was de kerstviering van Ammas, met leden van de Veluwe en Overijssel.
Tijdens de dienst was er een tolk, die gebarentaal kon.
Terwijl ik de preek hield, vertaalde zij mijn preek in gebarentaal.
Na afloop liep ik rond en probeerde wat met de mensen te spreken.
Ik was echter steeds afhankelijk van die tolk, die mijn woorden vertaalde in gebarentaal
En de gebarentaal voor mij in woorden vertaalde.
Als die tolk er niet was, dan kon iemand wel wat tegen mij zeggen, maar begreep ik het niet.
Ik had dezelfde ervaring bij het lezen van Lukas 2, over Augustus.
Lukas wil ons iets zeggen, maar het is net of ik doof ben.
Ik zie dat hij mij iets verteld, maar ik hoor niet goed wat hij wil zeggen.
En in de afgelopen week heb ik een aantal commentaren gelezen over Lukas 2
die net zo doof waren als ik en voor mij niet konden vertalen,
bijvoorbeeld in gebarentaal wat hij mij wil vertellen.

Opeens begreep ik Lukas beter en denk ik te begrijpen wat hij ons wil vertellen:
Jozef en Maria gingen op pad vanwege een bevel van de hoogste die er op de wereld is:
de keizer in Rome.
Een hogere macht op aarde bestaat niet. Deze macht bestuurt alles op aarde.
Maar het gaat Lukas niet om Augustus. Augustus is helemaal niet zo belangrijk voor Lukas.
Lukas wil ons duidelijk maken dat er een nog hogere macht is,  die bevelen geeft
en de wereld beheerst, een macht waar we van gered moeten worden

en om ons van die macht te redden kwam Jezus op aarde.
Naast God die de wereld geschapen heeft is er nog een macht op aarde gekomen,
een indringer om de wereld van God te roven
en om ons mensen bij God vandaan te krijgen: de boze.
Hier op aarde leven we niet in vrijheid, maar is er een macht die ons aanstuurt,
waar we onszelf niet van kunnen bevrijden, waarin we gevangen zitten.

(3) In de greep van een andere macht (Page 2)
Toen ik de preek vorige week tijdens de kerstviering hield,
Ik heb daar wel over na moeten denken.
Merk ik dat ik in die macht gevangen zit?
Ik heb toen lang moeten nadenken over een voorbeeld om het duidelijk te maken
en kon toen geen voorbeeld bedenken.
Vorige week was een gebeurtenis, waarbij ik dacht:
Daar kun je die macht zien die ons gevangen houdt,
de duisternis waarin wij als mensen verkeren.
Ik had liever dat die gebeurtenis niet plaatsgevonden had
En dat ik nog steeds moest zoeken naar een voorbeeld.
Afgelopen dinsdag werd in Rotterdam bij haar school een scholiere van 16 doodgeschoten.
Aangrijpend: een school hoort een veilige plek te zijn, waar je je kunt richten op je toekomst.
En met 16 jaar hoor je te dromen over een toekomst die je later hebt.
En later kwamen er nog meer berichten naar buiten, hoe de man die haar doodschoot
een relatie had gehad, maar haar niet kon loslaten
en haar steeds volgde en daarvoor een contactverbod kreeg
En nog weer later kwam een bericht dat hij haar zou hebben willen ontvoeren.
Hier wordt zichtbaar hoe mensen in de greep komen van een boze macht,
iemand niet los kunnen laten en uiteindelijk zelfs om het leven brengen.
En dit is niet het enige voorbeeld dat er te geven zou zijn.
Als je het nieuw gaat bij houden, zul je geregeld zulke voorbeelden kunnen tegenkomen
alleen al in ons land en dan hebben we het niet over zoveel geweld verder in de wereld.
Als ik zulke berichten hoor of lees, vind ik dat altijd weer aangrijpend.
En tegelijkertijd besef ik: ik kan niet alleen over anderen zeggen,
dat een verkeerde macht hen in de greep houdt,
maar moet ik ook naar mijzelf kijken.
Ook in mijn eigen hart kan die duistere macht wonen en de regie hebben
en dat het nooit naar buiten komt, is alleen maar genade.
Ik ben geen beter mens en wij allemaal moeten gered worden van die boze macht,
die over ons regeert.

(4) God stuurt dé Redder (page 3)
Lukas vertelt dit ons ook, dat God zelf gekomen is om te bevrijden.
Terwijl Augustus denkt dat hij de regie over heel de wereld heeft
en de macht van de boze denkt over de hele wereld te heersen
is er een Kind geboren in Bethlehem, gekomen uit de hoge hemel.
Nog veel verder weg dat het verre Rome
en toch is deze heerser gekomen, uit de hemel neergedaald, gekomen naar ons toe.
God wordt mens: Hij komt in deze wereld,
Zijn wereld die in de greep gekomen is van die andere macht.
De machtige Augustus wordt een instrument in Gods hand
om het kind in Bethlehem te brengen.
Welke macht op aarde er ook is, Gods macht is sterker.
als mens komt Hij, hulpeloos en kwetsbaar,
in doeken gewikkeld om te laten zien dat Hij geen supermens is,
maar gewoon mens,
die onze kou deelt en ons verdriet, ook pijn kan hebben en kan lijden,
kan lachen en genieten, mens zoals als
alleen geen zonde, maar gekomen om ons te bevrijden uit de macht van de zonde.
Die doeken wijzen ook vooruit naar hoe dit kind als het ouder geworden is
neergelegd wordt in een graf,ook in doeken gewikkeld.
Hier bij de kribbe met het pasgeboren Kind zegt Lukas: er komt een kruis
waar dit kind als het groot geworden is aan gehangen wordt.

Een van de bekende onderdelen van het kerstverhaal is
dat er geen plaats is in de herberg
en dat Jezus daarom maar in een stal geboren moest worden.
Je kunt dat opvatten als een gebrek aan gastvrijheid,
maar dat is niet wat Lukas aan ons wil doorgeven.
Daar waar Jezus neergelegd wordt, worden de gasten opgevangen.
Daar kunnen zij zich terugtrekken, slapen en verblijven tot ze verder gaan.
Ook dat Kind zal onderweg zijn – het evangelie van Lukas is één groot reisverhaal.
Op reis van Galilea naar Judea, zoals Maria en Jozef ook die weg gingen.
Zijn reis zal uitgebreider verteld worden
en het eindpunt is Jeruzalem.
Niet het kruis is het eindpunt van dit Kind, maar de Olijfberg
waar Hij heengaat naar Zijn Vader.
Dit Kind wordt in een kribbe neergelegd, omdat het onderweg is,
maar tijdelijk op deze aarde.
We staan er vandaag bij stil hoe Hij gekomen is, in dankbaarheid dat Hij wilde komen,
dat Hij bereid was om de aarde te verlaten.
Hij werd mens en werd net als wij – en toch Gods Zoon!
Hij kwam voor ons om het licht te brengen.
Dat licht komt er al, als de engel neerdaalt en dat indrukwekkende licht mee brengt,
het licht van Gods heerlijkheid, dat al op aarde komt
bij de geboorte van Jezus.
Zo zal de wereld vol Zijn van Gods heerlijkheid
als de Heer die toen geboren werd als Kind, later zal terugkomen.

(5) De Redder is gekomen (page 4)
Vandaag vieren we feest omdat die Redder is gekomen, gezonden door God zelf.
De macht van de duisternis heeft niet het laatste woord,
al zien we nog wel veel aan ellende,
zoals een meisje dat nog een heel leven voor zich had, gedood werd,
Met de komst van Christus naar de aarde heeft God laten weten,
Dat de macht van de duisternis niet meer het laatste woord heeft in onze wereld
en dat er een tijd gaat aanbreken, waarop er vrede zal zijn,
Vrede op aarde en vrede in ons hart.
Het is nog toekomstmuziek en we kijken er naar uit
en toch vieren we dat God iets beslissends heeft gedaan:
daar in Bethlehem werd een begin gemaakt met onze bevrijding,
werd Hij geboren, onze Redder.
Wij kunnen niet meer naar Bethlehem om Hem te aanbidden,
We kunnen wel ons hart aan Hem toewijden en welkom heten in ons hart.
De engelen zingen al tot Zijn eer – nu wij nog! Amen

Preek Tweede Kerstdag 2017

Preek Tweede Kerstdag 2017
Mattheüs 2:1-23
Tekst: vers 14-15

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er is een oude profetie die zegt dat als er een kind geboren zal worden
het voorbij is met het  marcheren van de soldaten van de vijand,
die je met hun gestamp je angst inboezemen,
dat de wapens waarmee ze hebben huisgehouden onbruikbaar geworden zijn
en de uniformen waar de sporen van de strijd nog aan te zien zijn
in het vuur verbrand zullen worden.
Er zal een bevrijding zijn en vrede
omdat er een Kind geboren is, een Zoon die aan ons gegeven wordt,
die regeren zal, die de verantwoordelijkheid zal hebben om te regeren.
Deze vredevorst zal voor altijd regeren.

Als dat Kind dan geboren is, gebeurt juist het tegenovergestelde van deze profetie:
Een van de zwartste bladzijden van de Bijbel wordt geschreven
als de soldaten van Herodes het dorp inmarcheren
om in het dorp Bethlehem en de hele omtrek uit voorzorg alle jongetjes te doden.
Herodes laat zich van zijn meest wrede kant zien
omdat de wijzen niet gekomen zijn om hem van informatie te voorzien.
Een stem is in Rama gehoord, geklaag, gejammer en veel gekerm; Rachel huilde over haar kinderen, en wilde niet vertroost worden, omdat zij er niet meer zijn.
Er is geen troost te bedenken voor het dorp dat getroffen is.
Mooie woorden worden er niet geaccepteerd.
Er zit verzet in deze houding: mijn kinderen hebben ze afgenomen,
Ze nemen mij ook niet het verdriet om mijn kinderen af, want ze zijn er niet meer.
Het is de harde werkelijkheid van de wereld waarin wij leven,
Waarin dit Kind geboren is, die de Vredevorst zal zijn.
Een engel waarschuwt Jozef
en nog diezelfde nacht, onder de bescherming van het duister,
gaat Jozef op pad naar een ander land, naar Egypte, samen met het Kind en Zijn moeder.
Balling zijn ze daar in dat land, waar eerder al Abraham naar vluchtte
omdat er in het land dat God hem gegeven had honger dreigde.
Balling net als Jerobeam, die ook voor zijn leven moest vluchten
nadat de profeet Ahia hem tot opvolger van Salomo had aangewezen
en Salomo dat te weten kwam en Jerobeam om het leven wilde brengen.
Zo moet ook Jezus vluchten voor Zijn leven en een veilig heenkomen zoeken in Egypte,
omdat er een koning is die Hem wil doden.
Nog maar net zijn er wijze mannen geweest uit het oosten
om Hem te aanbidden als de nieuwe Koning van Israël die net geboren is.
Ze hebben geknield bij de kribbe
en toen ze vertrokken waren kreeg Jozef een droom en meteen verliet hij Bethlehem.
Een Koning in ballingschap, waar Hij in een vreemd land moet opgroeien.
Dat Christus de hemel verliet en als hulpeloze baby geboren werd,
dat was al een bijzondere weg, dat was al een weg van vernedering, van kruisdragen,
de beloofde Redder, die Koning zal zijn en elke macht zal verbreken,
wordt geboren als een kwetsbaar kindje dat verzorgd moet worden.
Die kwetsbaarheid en die zorg wordt nog groter
als blijkt dat er gevlucht moet worden.
De Zoon van God, de beloofde redder en koning, wordt een vluchtelingenkind.
Zoals zoveel mensen door de eeuwen heen hebben moeten vluchten voor hun leven.
Jezus deelt in hun misère.
Het is al het eerste kruis dat Hij in Zijn leven te dragen heeft.

Dat Gods Zoon een vluchteling wordt heeft de spot opgeroepen.
Enkele eeuwen later was er een felle bestrijder van het christelijk geloof: Celsus.
Hij dreef de spot met deze vlucht:
Als Jezus God was en de macht en het gezag had van God
dan had Hij toch niet hoeven vluchten.
Voor deze Celsus was het een teken van zwakte, ongeloofwaardig,
dat Jezus een veilig heenkomen moest zoeken.
Hij zag het al voor zich: een God op de vlucht, mooie God is dat.
Een God die een zwerverskind is, een asielzoekerskind.
Er is iemand die deze Celsus bestrijdt: Origenes.
Deze Origenes wijst erop dat dit de weg is die God vaak kiest
En zeker met Jezus gaat: De eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten de eersten.
God draait de verhoudingen om.
Machtigen, die geloven dat aan hun macht nooit een einde komen, vallen van de troon.
Jezus draait alle verhoudingen om: de meeste wordt de minste, de Heer een knecht.
En het loopt er op uit dat omgekeerd de minste de meeste wordt,
We zongen het afgelopen zondagmiddag:

Sterk mij door uw tere handen,
maak mij door uw kleinheid groot,
maak mij vrij door uwe banden,
maak mij rijk door uwe nood,
maak mij blijde door uw lijden,
maak mij levend door uw dood!

Omkering van de rollen: het loopt uit op de opstanding van de doden.
Om dat voor ieder mens te laten gelden moest Jezus ook  helemaal mens worden.
Door te vluchten deelt Jezus in ons bestaan;
anders kon Jezus niet de hoop zijn voor al die mensen die door al de eeuwen heen
moesten vluchten voor een beter bestaan of moesten vluchten voor hun leven.
Anders konden al die mensen zeggen: Mooi verhaal, maar wat heb ik er aan?
Wat heeft het met mij te maken,
ik die mijn land moest verlaten omdat ik anders gedood zou worden
en doordat ik gevlucht ben, heeft mijn familie moeten boeten.
Jezus deelt in het leed, in de wonden, in de vlucht, de dreiging voor gevaar.
Toch is dat niet het enige wat Mattheüs ons wil meegeven:
God die weet wat het is om kwetsbaar te zijn, om op de vlucht te moeten,
die weet wat is om bedreigd te worden.
Wat Mattheüs wil zeggen: Kijk verder dan deze Herodes en alle Herodessen die er zijn.
Want als de tijd van Herodes voorbij is komt deze Koning weer terug,
keert de balling naar huis – Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
De Herodessen in deze wereld hebben het niet voor het zeggen.
Ook al lijkt het er wel op als we het nieuws op ons laten inwerken.
Dictators die hun macht niet uit handen willen geven
en met een woord, een gebaar een hele stad kunnen uitmoorden.
Er zijn heel wat namen te noemen:
Oradour-sur-Glane, Lidice, Putten, Halabja, Tiananmenplein in Peking
– zij weten wat het is om met Rachel mee te treuren over de kinderen die er niet meer zijn.
En toch … Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
Dat citaat uit de profeet Hosea geeft Mattheüs
nog voordat hij schrijft over de gruweldaad van Herodes.
Uit Egypte, waar de jongetjes in de Nijl geworpen moesten worden,
Waar de vaders zo hard moesten werken,
dat ze geen tijd meer hadden om bij elkaar te komen,
maar dag en nacht als dwangarbeiders moesten werken,
zodat het volk kapot gemaakt zou worden.
Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
Het Egypte, waar de noodkreten van een lijdend volk naar de hemel stegen
en bij God in de hemel aankwamen,
en al duurde het nog tachtig jaar voordat Mozes geroepen werd
om het volk uit te leiden, tachtig lange, harde jaren,
de poort van Egypte ging open.
Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
Uiteindelijk mag Israël uit Egypte gaan, uitgeleid door de sterke hand van God.
Steeds als er een Egypte is, een hard bestaan, dan zal er ook een uittocht zijn.
Ook al houdt Herodes nog huis, zijn macht is slechts voor korte duur.
Het is de draak uit Openbaring 12 die wacht tot hij het kind kan verslinden,
maar uiteindelijk zelf verslagen wordt en het onderspit moet delven
en hoe hij ook tekeergaat en slachtoffers maakt, zijn macht is van korte duur,
gebroken is zijn macht en vernietigd.

Uit Egypte heb ik Mijn Zoon geroepen – dat is ook de troost voor Rachel
die niet getroost wil worden, die zich verzet tegen elke troost
En haar machteloosheid, haar waarom, haar verdriet naar de hemel schreeuwt
en ook door God niet getroost wil worden.
Om de pijn en het verdriet van Bethlehem te beschrijven
grijpt MAttheüs terug op een oude gebeurtenis, ook diep ingrijpend,
nooit vergeten door Bethlehem, als een oude wond, nog steeds een litteken.
In de tijd dat de Babyloniërs kwamen om de kinderen van Rama mee te nemen,
als ballingen weggevoerd naar Babel, naar de concentratiekampen ver weg.
Rachel, ze weent om haar kinderen, omdat ze er niet meer zijn, niet meer bij haar,
maar ver weg, onbereikbaar,
ontroostbaar is ze, want die kinderen zullen nooit meer terugkomen.
Voorgoed kwijt.
Een diep, intens verdriet, dat nu in Bethlehem door Herodes wordt herhaald.
De kinderen, ze komen niet meer terug.

Er is iets bijzonders met de tekst die Mattheüs aanhaalt.
Mattheüs die in zijn evangelie een echte bijbelkenner blijkt te zijn laat iets weg.
Want de tekst die hij aanhaalt, geeft juist aan dat er voor de ontroostbare Rachel
troost is, omdat de Heere ingrijpt
en de kinderen uit Babel zal laten terugkeren naar Israël.
Rachel, die ontroostbaar is, zal worden herenigd met haar kinderen.
Maar voor die tweede Rachel?
Mattheüs laat de troost weg.
Hij vertelt alleen dat Herodes sterft en dat er een engel verschijnt aan Jozef
en Jozef opdraagt om terug te keren naar Israël.
Er is bij Jozef nog wel aarzeling, omdat er een zoon van Herodes nu regeert.
Is het wel veilig?
Is dat de troost voor Rachel? Dat Jezus weer terugkeert? Of is er geen troost?
Mattheüs kan alleen maar vertellen over Jezus die terugkeert met Jozef,
nog niet helemaal veilig en daarom maar de uitwijk moet nemen naar Nazareth
en daar verder opgroei.
Mattheüs kan alleen maar vertellen dat de tijd van Herodes voorbij is
en de tijd van Jezus is gekomen.
Mattheüs kan alleen maar vertellen hoe na dertig jaar na het drama van Bethlehem
deze Jezus rondtrekt door Zijn land, als de nieuwe koning,
met meer gezag dan de Schriftgeleerden, lerend over een nieuwe wereld die komt:
Gods koninkrijk, waarin degenen die treuren getroost worden,
waarin de zachtmoedigen het land zullen bezitten
en dat dit koninkrijk er is voor hen die vanwege de gerechtigheid worden vervolgd.
Mattheüs vertelt verder, een heel evangelie lang, over deze koning
tot deze Jezus komt te staan voor iemand die Herodes opgevolgd heeft: Pilatus.
Pilatus die voor elkaar krijgt wat Herodes niet gelukt is:
Om deze koning te doden, uit de weg te ruimen.
Hoe deze koning aan het kruis wordt bespot als een machteloze,
iemand die zei dat Hij een redder zou zijn, maar zichzelf niet kan redden,
iemand die de koning van Israël zou zijn, maar daar troont op een kruis
gekroond met een doornenkroon en sterft aan het kruis
Daarmee is het verhaal van Mattheüs niet uit.
Rachel, het verhaal van dit Kind van jou gaat verder,
Treur niet te lang, wees niet ontroostbaar,
want kijk wat er op de eerste dag van de week gebeurt,
Als de sabbat voorbij is, de dag waarop God rustte van Zijn werk:
De engel die afdaalt en de steen wegrolt en opnieuw de Zoon wegroept uit Egypte,
Uit het Egypte van de dood
En zoals de soldaten van Herodes Jezus niet konden doden, God hen te snel af is,
Kunnen de soldaten van Pilatus Jezus niet in de dood houden,
ook hen is God te snel af.
Daar komt Hij uit het graf, die gekruisigd is geweest en leeft.
En nog, Rachel, is Zijn verhaal niet, van deze Zoon van jou.
Het eindigt ermee, dat Hij op de berg staat en tegen Zijn leerlingen zegt:
Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Houd dit voor ogen: Ik ben bij jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Zo is Hij ook jou nabij, Rachel, in je verdriet,
Zoals Jezus er is als er weer een nieuw Bethlehem is,
als er weer een stem van geween uit Rama klinkt, en Rachel niet getroost wil worden.
In het donker van de wreedheid,
als je machteloos moet toekijken hoe je kinderen worden je worden afgenomen.
Ik ben bij je – Mij is gegeven alle macht.
Is dat het einde van het verhaal?
Nee, pas als de wereld voltooid is, dan is het verhaal voorbij.
Dan is de rouw van Rachel voorbij,
Want dan worden ook haar kinderen uit het Egypte van de dood geroepen
en bij Rachel teruggebracht,
Dan is de boze vijand, dan is Herodes en alle Herodessen die er zijn geweest,
Verslagen en de draak zal geen dreiging meer kunnen uitoefenen.
Dan wordt het waar als het Koninkrijk van de hemelen er is en Christus koning.
degenen die treuren getroost worden,
de zachtmoedigen het land zullen bezitten
dat dit koninkrijk er is voor hen die vanwege de gerechtigheid worden vervolgd.
Samen met Rachel kijken wij uit naar die dag
dat er werkelijk vrede komt op deze wereld
en ondertussen weten we en houden we ons eraan vast,
dat geen enkele Herodes hier het laatste woord heeft,
maar dat vooraf aan wat er komen gaat deze belofte staat:
Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen, uit elk Egypte, zelfs  uit het rijk van de dood.
en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd,  Ik ben de Eerste en de Laatste. en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid.
Amen.

Preek Eerste Kerstdag 2017

Preek Eerste Kerstdag 2017
Lukas 2:8-20
Tekst: en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen (vers 9).

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als Jezus geboren wordt, zijn er buiten het stadje Bethlehem, in het veld herders.
Als het nacht is houden deze herders de wacht over de schapen die ze bij zich hebben.
Ze beschermen de schapen tegen het gevaar dat er in de nacht kan zijn:
het gevaar van schapendieven die in het donker een schaap willen stelen,
het gevaar van de wilde dieren die van het donker gebruik willen maken
om onder de beschutting van het donker een makkelijke prooi te hebben.
In de nacht waarin de meeste mensen slapen, zijn de herders wakker,
omdat zij de schapen moeten bewaken en beschermen.

Dan is er in die nacht een engel, die voor hen een boodschap heeft:
Er is een Kind geboren, niet zomaar een kind dat hen grote vreugde zal brengen,
voor iedereen die het geloven wil.
Voordat de engel deze boodschap uitspreekt, gebeurt er eerst iets anders.
Als de engel neerdaalt bij de herders, brengt hij een licht mee,
zo helder en indrukwekkend, geen gewoon licht,
maar het licht uit de hemel, het licht dat bij God vandaan komt.
De herders die in het donker van de nacht bij elkaar zijn om te waken
worden in dat hemelse licht van God geplaatst:
de heerlijkheid van de Heere omscheen heen.
De heerlijkheid van de Heere – dat is meer dan het licht van de dag, meer dan zonlicht,
het is het licht van God zelf, zo stralend en indrukwekkend.
Wie de heerlijkheid van de Heere ziet, kan zeggen dat hij God zelf gezien heeft.
Hier in de nacht, waar de herders zijn bij hun kudde, komt dat licht van God,
zijn heerlijkheid, als een verschijning van God zelf.
Dat licht van God breekt de nacht open en plaatst de herders in dat licht van God.
De engel brengt Gods licht mee naar de aarde en brengt het licht van God op de aarde
om daarmee aan te kondigen dat er een tijd zal komen
dat de hemel op aarde zal zijn en dat God zelf hier op aarde zal zijn, tussen ons mensen
en dat de nacht, die soms zo heel duidelijk aanwezig kan zijn, voorbij is en beëindigd is
door God die zelf komt en die Zijn licht op aarde breekt.

Het is nacht als de herders bezig zijn met hun werk.
De nacht – dat kan gewoon het tijdstip zijn:
ze zijn aan het werk, terwijl veel andere mensen slapen.
Zoals er nu nog mensen zijn die ‘s nachts moeten werken.
Het kan ook een subtiele aanwijzing zijn, dat het donker is om deze herders heen.
Een donkere tijd waarin ze leven.
Het kan voor u op dit moment ook wel donker zijn,
waardoor Kerst dit jaar anders is dan vorig jaar.
Je hebt een moeilijk jaar achter de rug van gevecht tegen de depressies,
je werd ziek of je moet iemand uit je directe omgeving omgeving missen, die overleden is.
Dan kun je tegen Kerst opzien, zoveel mensen die het gezellig hebben,
maar in jouw leven is dat er niet, omdat de glans ervan af is, voor even of voorgoed.
De glans die de engel op aarde bracht, die zie je niet, meer het donker waarin je zit.
Je kunt je heel alleen voelen, juist met deze dagen waarop het gezellig hoort te zijn.

De komst van de engel, zijn boodschap en het licht dat hij uit de hemel meebrengt
is bijzonder: de engel laat aan de herders en aan ons weten
dat God ons op de aarde niet alleen laat,
maar dat Hij zelf neerdaalt waar het donker is, waar dat licht van Hem gemist wordt,
daar komt Hij hoogst persoonlijk, om dat licht weer terug te brengen.
Het volk dat in duisternis wandelt, zo kondigde de profeet Jesaja aan, zal een groot licht zien
Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen.
Dat is wat er bij de herders gebeurt.
Het is een aankondiging, dat God de aarde niet vergeten is,
dat Hij zelf uit de hemel neerdaalt, met die engel mee
en ook in dat kleine kindje dat geboren is in de stal en in doeken gewikkeld ligt.
Het is het begin van een missie, waarop God aan ons laat weten
dat elke duisternis verdreven zal worden van de aarde, die ons gevangen houdt.
En dat licht dat de engel uit de hemel meebrengt, kondigt aan hoe de wereld zal worden
als dat Kind dat geboren is, als Jezus Zijn werk zal volbrengen aan het kruis
en als Hij uit de hemel weer terugkeert:
dan zal de hele wereld vol zijn van deze heerlijkheid van God, van dit licht van God.
De engel kondigt het aan: de duisternis, dat donker is niet het laatste,
dat de glans er voorgoed af is, is toch niet het laatste.
De engel, zijn komst is een voorbode van een nieuwe tijd,
Waar we als kerk ook naar uitkijken: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuw leven
dat er zal komen, omdat dit Kind voor ons geboren is, omdat Jezus kwam in een kribbe,
God die mens werd, vanuit de hemel waar Zijn heerlijkheid en glans is,
naar de aarde waar Gods nabijheid zo vaak gemist wordt,
waar de glans wordt gemist omdat je iemand kwijt raakt,
omdat mensen elkaar pijn doen, landen in oorlog zijn, mensen elkaar geweld aan doen
of leven in een wereld waarin gevochten wordt, waarin onrecht heerst,
zonder dat het er op lijkt dat er een einde aan komt.
Er is zoveel donkerheid op deze wereld.
In de Bijbel wordt die donkerheid niet ontkend, ook in de Bijbel zien we het leed van mensen,
lezen we hoe mensen de vreugde missen en snakken naar een teken van God.
Tegelijkertijd geeft de Bijbel ook aan dat God bezig is
om het donker te verdrijven, om een nieuwe wereld te brengen
zonder lijden, zonder dood, zonder onrecht, zonder zonde.
Het begint heel klein: een klein kindje geboren, hulpeloos en teer – en toch: Gods Zoon.
Een engel die aan een klein groepje mensen verschijnt
en aan hen Gods heerlijkheid en licht brengt,
in een wereld waarin de keizer van Rome het voor het zeggen lijkt te hebben
en met één bevel de hele wereld in beweging kan brengen
omdat hij wil weten hoeveel mensen er in zijn rijk zijn,
om te weten hoe groots zijn aanzien is
en om te weten hoeveel mensen hij kan ronselen
voor de oorlogen die gevoerd moeten worden om de vrede te behouden.
Dan is het licht van die engel maar een klein lichtje in die grote donkere wereld.
en toch geweldig, want die engel maakt waar wat er in Psalm 139 staat:
Als het nacht is, zal die nacht helemaal licht worden, verlicht worden,
omdat God zelfs in het donkerste van de nacht er zal zijn
en sterker is dan welke macht van het donker ook.
Geen wonder dat de herders bevreesd zijn.
Moet je voorstellen: dat Gods heerlijkheid hier vanmorgen over ons komt.
Dat we ons opeens bevinden in een heilig licht van God afkomstig,
omdat God zelf hier in ons midden afdaalt.
En toch: vreest niet, ik kom met goed nieuws voor iedereen, voor heel het volk.
Niet alleen voor jullie, herders, maar het is een boodschap vol vreugde voor iedereen.
Die heerlijkheid, die glans die jullie nu mogen zien, die over jullie komt
En waar jullie van huiveren, komt er terug op aarde.
Het Kind dat geboren is in de kribbe zal het terugbrengen.
Het Kind dat geboren is, Jezus, klein en teer, is het teken
dat er een andere tijd zal komen, dat Gods tijd weer zal aanbreken
en dat is goed nieuws voor ons.

De herders zullen het vol verbazing hebben aanschouwd.
En als de heerlijkheid, die glans over hen nog niet genoeg is,
komt er een heel koor van engelen, die de boodschap van de eerste engel onderstreept:
Ere zij God, vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
De hemel is vol vreugde, vol engelen, die de herders willen aansporen
om met eigen ogen te gaan kijken dat het waar is wat de engel zegt.
Ook ons sporen de engelen aan om te kijken, te kijken in geloof
om met de herders mee te gaan, naar de stal van Bethlehem
om daar in eerbied mee te knielen
om daar in eerbied mee te knielen
Om mee te zingen met de engelen,
om het net als de herders te vertellen tegen iedereen die we tegen komen

Wij staan aan een kribbe, aanschouwen de bron,
de oorsprong der schepping, de rijzende zon:


Hoe diep ook het  duister waarin Hij verschijnt,
zijn ster aan de hemel heeft alles omlijnd.
Hij is ons tot lichtbron in donkere nacht.
Het zonlicht van Pasen wint hier al aan kracht.,
Amen

Preek 17 december 2017

Preek 17 december 2017
Preek jongerendienst. Thema: Wat trek jij aan met Kerst?
N.a.v. Romeinen 13:8-14
24232378_1724355950931116_7173329242606294367_nVanmiddag komt mijn broer met zijn vrouw
om hier bij ons het kerstdiner te gebruiken.
Ik ben de hele week al bezig met nadenken:
Wat doen we met dit kerstdiner? Wat zetten we op tafel?
Want ja, mijn broer heeft stijl.
Misschien komt dat wel door zijn vrouw…
En weet je hoe hij er altijd uitziet?
Het is altijd, ja hoe zal ik het zeggen: verrassend,
een soort sjiek, maar dan ook weer een soort losjes.
Als hij komt, dan kijk ik toch altijd naar zijn kleren
en dan heb ik het idee dat ik zelf er maar gewoontjes bijloop, wat ik ook aantrek.
Daarom ben ik er al een paar dagen mee bezig, wat ik aantrek.

[voorbeelden: colberts/gilet & pyjama]

Hebben jullie dat ook, dat je al heel lang van tevoren
erover nadenkt wat je zult aantrekken?

Ik weet nog goed hoe toen ik klein was
Er een kerstboom uit ons tuintje
in de kamer werd gezet.

Ach nee, bij ons werd er nooit een kerstboom in de tuin gezet,
dat was heidens.
Wat we wel eens deden: na nieuwjaar kerstbomen bij ons in de tuin zetten.
Hadden we toch een kerstboom.
En een kerstdiner hadden we ook niet,
want we moesten veel naar de kerk:
Op Eerste Kerstdag 2x
en op Tweede Kerstdag hadden we ‘s morgens een gewone kerkdienst
en ‘s middags een lange kerstviering van de zondagsschool in de kerk.
Daarom aten we altijd heel eenvoudig met kerst.
Heel af en toe hebben we met Kerst gegourmet,
als ik de foto’s mag geloven
maar ik kan me het niet meer herinneren.

En toch, weet je: de kerstvieringen vond ik altijd bijzonder.
Ook de kerstviering op school:
‘s avonds laat nog naar school (zo voelde het), de zondagse kleren aan.
in het donker op school, kaarsen aan, de kerstliederen,
de sfeer, de vertelling uit de Bijbel, het kerstverhaal.
Heb jij ook een mooie herinnering aan de kerstvieringen?
Ik weet nog goed hoe toen ik klein was
Weet je, voor mij hebben die kerstvieringen mij geholpen, denk ik zo,
om als kind te geloven in dat Kind dat kwam,
Gods eigen Zoon in de kribbe,
Dat Hij kwam voor mij.

Daarom is het voor mij een feest dat veel betekent, ik hoop voor jullie ook.
Maar ja, nu komt mijn broer met kerst
en ik ben nu veel meer bezig met hoe het in de kamer er uit moet zien, hoe de sfeer is,
Wat er op tafel moet staan, wat ik aantrek.
Kun jij ook zo er mee bezig zijn hoe anderen over je denken?
Hoe zij het bij jou vinden om bij jou in huis te zijn?

Ik ben daar haast meer mee bezig dan waarom ze komen
en waarom we feestvieren,
Waarom het gezellig is:
Omdat er een Kind geboren is, niet zomaar een Kind, de Redder.
Hij kwam in een wereld, die helemaal niet zo gezellig was,
in een stal, omdat niemand zijn ouders een plekje in huis wilde geven, nergens welkom.
De Redder – en nergens welkom!
Kun jij dat voorstellen, dat je nergens welkom bent
en dat je maar in een schuur geboren wordt
en neergelegd wordt in een kist waar eerst dierenvoer in zat?
Kun je je voorstellen dat je ouders nadat je geboren bent
snel hun spullen moeten pakken
en op de vlucht moeten naar een ander land,
omdat je anders gedood wordt?
Wat kunnen wij ons dan druk maken over wat we moeten aantrekken!
Is Hij bij jou wel welkom?
In jouw hart, in jouw leven?

Er komt een dag, waarop Jezus terugkomt, het Kind van Bethlehem.
Hij komt dan niet terug als kind, maar als Koning.
Ben jij daarop voorbereid?
Want je kunt je wel, net als ik, op een feestje met elkaar voorbereiden,
maar uiteindelijk gaat het erom, dat we deze Koning kunnen ontmoeten.
Dat betekent niet, dat je elk moment aan Hem moet denken,
maar wel dat als Hij komt, dat je dan niet verrast bent,
maar juist blij bent: Heere Jezus, mijn HEER, U bent gekomen!
Ik heb er naar uitgekeken!

Weet je, zegt Paulus, die dag komt snel dichterbij.
Nu is het nog donker op deze wereld, niet gezellig donker,
maar duister, verkeerd en dreigend.
Mensen die alleen maar denken aan zichzelf
en dat zij het maar goed hebben en een ander laten stikken.
Die van anderen kunnen stelen – ik kan me dat niet voorstellen
wat daar aan is, dat je van een ander steelt.
Die vriendschappen of relaties kapot maken, omdat ze alleen maar met zichzelf bezig zijn en hoe zij gelukkig kunnen worden,
ook al is dat ten koste van anderen.
Ze kunnen zich soms heel mooi voordoen, mooi aankleden,
de duurste kleren kopen
en indruk maken met hoe ze voor de dag komen
en toch is het leeg in hun leven, hebben ze niets en zijn ze niets.

Weet je wanneer je pas iets bent en iets hebt?
Als je gelooft in Jezus, als je Hem toegelaten hebt.
Weet je wat je er gebeurt als je gaat geloven?
Dan wordt het weer licht in je leven, dan wordt het dag,
het licht gaat schijnen in je leven en over je leven.
Net zoals toen de engel bij de herders kwam.
Het is dan niet meer donker, niet meer duister.
Je mag opstaan, een nieuw leven krijgen.

Er kunnen van die dagen zijn, waarop je moeilijk kunt opstaan.
Misschien heb je dat juist wel in deze dagen als het donker is en koud.
Je weet niet wat je aan moet trekken
en daarom ga je eerst maar eens naar beneden om te ontbijten
om als je wakker bent dan te kijken wat je aandoet.
Ook al is het donker, dan is er toch al een nieuwe dag begonnen.

Zo legt Paulus uit hoe het voor ons om uit te kijken naar de Wederkomst.
Het lijkt nog donker om je heen:
Je ziet zoveel mensen die niet geloven in Christus,
er niet mee bezig zijn dat er er een God is,
of er niet voor hen zelf mee bezig zijn.
Misschien jijzelf ook nog niet.
Dan slaap je nog, terwijl het al dag geworden is!
De dag is al begonnen zegt Paulus, want Jezus is al geboren,
Hij is al gestorven en jij mag geloven dat Hij ook voor jou gekomen is.
Maar dan moet je ook opstaan
en je pyjama uitdoen,
want in het echt ga je ook niet met je pyjama aan naar school,
naar de kerk, naar vrienden, naar de winkel.
Je trekt kleren aan, op een gewone dag misschien gewone kleren
en op een speciale dag speciale kleren
waar je al lang over nagedacht hebt.

Als je gelooft, heb je een nieuw leven, ben je aan de dag begonnen,
je slaapt niet meer, maar je bent wakker geworden.
Daar horen nieuwe kleren bij: Bekleed je met de Heere Jezus Christus.
Trek Christus aan, zoals je elke morgen aankleedt.

Hoe doe je dat dan?
Dat is allereerst: geloven. Geloven dat Jezus ook jouw Heer wil zijn.
Dat je zegt: Wilt U ook in mijn hart komen?
Heb je dat al eens gedaan?
Maar ook: dat je als christen leeft.
Dat je in wat je doet bewust bent: Ik hoor nu bij Christus.
Dat is ook wat anderen aan mij zien.
Liefde en bewogenheid, de liefde en bewogenheid van Christus.
Je doet een aantal dingen niet meer, omdat ze niet bij Christus horen.
Alles wat niet bij Christus past, dat doe je uit, zoals je je pyjama uitdoet.
Daarmee kun je Christus niet onder ogen komen
als Hij terugkomt.
Wat moet je dan uitdoen? Wat kan niet meer?
Teveel eten, vreten – want dan denk je alleen aan jezelf
en is je buik je god waarvoor je knielt.
Niet teveel drinken en niet dronken worden.
Niet steeds aan seks denken of porno kijken.
Geen ruzie meer maken
of ook niet ervoor zorgen dat twee anderen ruzie met elkaar krijgen.
Niet jaloers meer zijn.
Daarmee kun je niet voor Christus komen als Hij komt.
Alleen als je Hem aangetrokken hebt,
als je gelooft, als Hij in je hart leeft en ook als je leeft uit Hem.

Dat kan best moeite kosten – dat kost strijdt.
de werken van de duisternis afleggen
en de wapens van het licht aandoen
[Geestelijke wapenrusting: met Kerst uniform aandoen!]
Maar het is de moeite waard! Neem dat maar van mij aan.
En je bent goed voorbereid voor als Jezus terugkomt.

Dus … wat trek je aan met Kerst?
Dat mag van alles zijn. Zelfs je pyjama.
Als je maar de Heere Jezus hebt aangedaan.
Als je opgestaan bent en leeft alsof het al dag is,
alsof het al de dag is dat Christus is teruggekomen.
Dat als Hij komt je niet schrikt,
maar zegt: Welkom HEER. Ik had U al verwacht. Amen

Preek Tweede Kerstdag 2016

Preek Tweede Kerstdag 2016
Mattheüs 2:1-18

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Opeens zijn ze in Jeruzalem
en met hun vraag, die de reden van hun komst laat zien,
brengen ze heel wat opschudding te weeg.
Aan hoe ze eruit zien, kun je wel zien dat het geen gewone mensen zijn
en aan hun spraak te horen, komen ze ver weg.
‘Waar is de koning van de Joden geboren,
want deze hele lange reis hebben wij ondernomen
om deze koning die net geboren is te aanbidden.’
Deze mannen komen in een stad waar al een koning is,
een koning die bang is voor concurrenten voor de troon,
een koning die altijd het besef met zich meedraagt
dat hij uiteindelijk maar een vreemde is op deze troon,
omdat hij geen Jood is
en hoe zijn best ook doet om door de Joodse onderdanen geaccepteerd te worden,
zijn macht uiteindelijk te danken heeft
aan zijn goede connecties met degenen die in Rome de macht hebben.
Er is een koning geboren, zeggen deze mannen
die een lange reis hebben ondernomen vanuit het oosten.
‘Dat die koning geboren is, weten we omdat wij zijn ster hebben gezien.
We hebben aan de hemel het teken van zijn geboorte gezien.
De hemel heeft het ons zelf meegedeeld en wij moesten wel gaan.
Weten jullie soms waar deze koning is?’

Is dat geen rare vraag:
In Jeruzalem komen, de hoofdstad waar een koning zetelt
om daar in die stad rond te vragen waar pasgeboren koning is?
Je zou toch verwachten dat ze zich zouden laten aandienen bij de koning die er is?
Waarom dat rondvragen?
Ik denk dat Mattheüs ons daar iets mee wil vertellen.
Namelijk dat die koning die er in Jeruzalem niet de eigenlijke koning van de Joden is.
Een vreemde in de stad van David, een vreemde op de troon van David.
In het Oude Testament houdt een vreemde overheerser meestal in
dat God Zijn volk heeft losgelaten
en heeft prijsgegeven aan de wereldmachten
of sterker nog: de wereldmachten gebruikt als Zijn instrument
om Zijn volk Israël te laten zien dat het op de verkeerde weg is
en God heeft losgelaten.
En wat is er nog over van degenen die afstammen van David
en recht zouden hebben op de troon in Jeruzalem?
Jozef en Maria, zij komen uit deze lijn voort, maar wie weet dat nog?
Wat is er nog over van het geloof in de beloften uit het Oude Testament
dat er voor altijd een afstammeling zou zijn op de troon van David?
Dan komen de mannen uit het Oosten met deze vraag:
Waar is de pasgeboren koning?
Daar klinkt iets van door: zijn we hier op de juiste plek of moeten we ergens anders zijn?
Die wijzen, ze roepen iets op van de oude profetie.
Zou er daarom zoveel ontzetting zijn en verwarring onder de mensen van Jeruzalem.
Want zij hoeven toch niet vol schrik te zijn, niet ontsteld te worden
als de wijze mannen komen met deze vraag.
Er kan onder de inwoners van Jeruzalem ook wel de hunkering hebben geleefd
naar regime change, een andere machthebber, een echte koning van Israël.
Misschien hadden ze het geloof in die oude belofte van God wel opgegeven,
omdat de politieke werkelijkheid wel iets anders liet zien:
de Romeinen beheersten bijna heel de wereld en weinig landen konden tegen hen op.
Van Gods belofte zal op korte termijn niets meer terecht komen.
We moeten ons maar schikken.

En dan komen die wijzen uit het oosten:
Waar is de nieuwe koning van jullie geboren?
Het is alsof deze vraag de hoop weer doet opvlammen:
Toch weer een nieuwe koning?
Heeft God dan naar Zijn volk omgezien?
Zijn het de boden die Gods toekomst aankondigen
en gaat daarmee die andere profetie in vervulling
dat de volken zullen optrekken naar Jeruzalem
om daar God te aanbidden?
Mattheüs vertelt het ons: weet je nog, die stam van David,
als een boom omgehakt.
Wie heeft er nog weet van een afstammeling van David.
Moet je kijken wat er met die afgehakte stam is gebeurd?
Wat heeft Jesaja aangekondigd?
Dat die afgehakte boom weer zou uitlopen.
Bij ons in de tuin stond vroeger een grote berk, meters hoog.
een indrukwekkende boom, met veel takken en bladeren.
Deze boom werd omgehakt, maar het laatste stukje van de stronk bleef staan.
Er gebeurde niets mee.
Later werd de stronk uitgegraven met wortel en al en werd er een schuur bovenop gezet.
De boom was verdwenen inclusief de stronk.
Zo was de stamboom van David haast verdwenen,
maar de mannen uit het oosten riepen de hoop levend
dat deze boom weer begon te groeien, al was het maar één kleine loot, scheut.

Op de vraag van de wijzen uit het oosten moeten kenners van de Schrift antwoord geven.
Mooi dat ze een ster zagen en op weg gingen
om die pasgeboren koning te zoeken om te aanbidden,
maar de plaats stond niet in de sterren.
De plaats van de geboorte staat in het Woord van God,
in wat de profeten hebben verteld, hebben geprofeteerd.
Over Bethlehem, die kleine plaats
waar die grote koning David uit voortkomt
en waarvan de profeet Micha heeft gezegd dat er Iemand geboren zal worden
die voor het volk Israël een herder zal zijn.
een leidsman die Mijn volk zal weiden.
Dat is meer dan dat er bij ons iemand zal opstaan en zegt:
er is iemand die ons uit de politieke onzekerheid kan leiden,
die echt een nieuwe toekomst voor ons land kan bieden.
Het is de belofte van de Heere, de profetie dat er een herder zal komen,
die het volk zal leiden, zoals God een herder is,
Ik ben de goede herder zal Jezus later zeggen,
om duidelijk te maken wie Hij is.

Herodes houdt dat trouwens achter als hij de wijzen bij zich geroepen heeft.
Ze mogen alleen de plaats weten,
maar wat de Schrift verder vertelt, over deze leider die een herder zal zijn
mogen de wijzen niet weten.
Herodes gebruikt hen alsof ze zijn boden zijn,
inspecteurs om te ontdekken om wat voor kind het gaat
en of de profetie zal uitkomen.

Mattheüs vertelt hoe iedereen te horen krijgt dat de koning geboren is,
maar dat er maar weinig zijn die een keuze maken.
De wijzen maken een keuze om dit kind te gaan aanbidden
en Herodes maakt een andere keuze, om dit kind uit de weg te ruimen
en toch is deze Herodes een hulpmiddel
om de wijzen bij zijn concurrent te krijgen.
Maar het volk en de kenners van de Schrift, zij blijven op hun plaats.
Misschien is het: eerst zien en dan geloven.
Misschien is het veel positiever en heeft dit bericht hoop gezaaid
dat God zijn volk niet vergeten is
en dat met de nieuwe koning die geboren is
ook weer een nieuwe weg gebaand wordt voor het volk Israël.
In heel zijn evangelie wil Mattheüs laten zien,
dat het volk opnieuw moet beginnen,
maar ook opnieuw kan beginnen
omdat er een koning is geboren die opnieuw met hen begint
en niet zomaar een koning,
maar de vervulling van de belofte en meer nog:
Immanuël – God met ons.

De wijzen zijn bij Mattheüs de eersten die deze koning zullen aanbidden,
heidenen uit een ver land,
als een voorbode van die grote stoet die later zal volgen
om te knielen voor deze koning.
Mattheüs sluit zijn verhalen over deze koning af met die woorden,
die opnieuw aangeven dat Jezus de Immanuël is,
dan niet meer de geboren koning,
maar de koning die stierf en opstond uit de dood en verscheen:
Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Ga dan heen, onderwijs al de volken,
hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,
hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen
En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen

Preek Eerste Kerstdag middagdienst

Overdenking ouderenmiddag / Preek Eerste Kerstdag middagdienst
Schriftlezing: Jesaja 9:1-6 & Mattheüs 1:18-25

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

We komen ze elk jaar weer tegen met Kerst:
Maria en Jozef, de engel Gabriël en de andere engelen,
de herders, de wijzen uit het Oosten.
Het kunnen inmiddels vertrouwde personen zijn,
die in deze tijd van het jaar de aandacht krijgen,
in de kerstvertellingen en de meditaties,
afgebeeld op kerstversieringen en liturgieën,
opgesteld in een kerststal.
Het kunnen zulke vertrouwde personen zijn
dat u aan hen gehecht bent geraakt.

De jonge Maria,
die zich bereid verklaart om de moeder van de Zaligmaker te worden.
Als de engel Gabriël naar haar toekomt met deze geweldige boodschap
zegt zij: Mij geschiede naar uw Woord.
Het zal met mij gebeuren, zoals u het tegen mij gezegd hebt.
Maria die een voorbeeld is
voor hoe je Christus in geloof kunt ontvangen.

En Jozef, de man van de achtergrond.
Ik weet niet of u dat ook hebt, maar doordat Jozef niet zo op de voorgrond treedt,
maakt hij indruk op mij
én ben ik nieuwsgierig naar hoe hij het allemaal heeft beleefd.
Jozef, die uit respect en liefde voor Maria
nog meer naar de achtergrond wil wil gaan
en uit het leven van Maria wil verdwijnen
om Maria alle ruimte te geven voor de taak die zij heeft toegewezen gekregen.

De engel Gabriël die uit de hemel komt,
de bevoorrechte engel die Gods heerlijke boodschap op aarde mag brengen,
eerst aan Zacharias en later aan Maria.
Wat moet het voor hem een vreugde geweest zijn om naar de aarde te mogen gaan
en aan Maria de aankondiging te mogen doen
dat zij de Zaligmaker, de Redder van de wereld mag dragen.

En wat zou Kerst zijn zonder de herders en de wijzen uit het Oosten,
de herders uit de nabije omgeving, in het velden van Efratha.
De ruige mannen, gehard in het buitenleven en het zware werk van schapen hoeden
die vol eerbied hun handen vouwen en in aanbidding neerknielen.
De wijze mannen uit het oosten, die er een lange reis voor over hadden
naar Israël omdat ze een ster hadden gezien
die de geboorte van een koning van de Joden aankondigde
en de pasgeboren Koning geschenken aanbieden
en ook in aanbidding neerknielen voor de Zoon van God die op aarde kwam.

Er is uit het Kerstverhaal één persoon, die niet zo vaak de aandacht krijgt met Kerst.
En dan bedoel ik niet Herodes, die nog niet is genoemd,
de koning die de concurrentie voelt van dit pasgeboren Koningskind
en in Bethlehem kinderen laat doden
om ervoor te zorgen dat dit Kind nooit de troon zal bestijgen.
Nee, de persoon die ik bedoel is de Heilige Geest.
Voor de Heilige Geest is nooit zoveel aandacht met Kerst.
Dat hebben we gereserveerd voor het Pinksterfeest.
Dan is er volop aandacht voor de Heilige Geest,
maar op het Kerstfeest moet toch alle aandacht naar Christus gaan,
de Zoon van God die uit de hemel neerdaalde om mens te worden,
geboren werd uit Maria en in doeken werd gewikkeld, neergelegd in een kribbe?
Met Kerst zou je toch alle aandacht verwachten voor Jozef en Maria,
voor de herders en de wijzen uit het oosten.
Want die komen toch in het kerstevangelie voor.
Toch komt ook de Heilige Geest in het Kerstevangelie voor:
Als de evangelist Mattheüs vertelt over de geboorte van Christus
vertelt hij als eerste over de Heilige Geest.
Bij het Kind dat uit Maria geboren wordt, is de Heilige Geest betrokken.
Maria werd zwanger bevonden door de Heilige Geest
en dat is de reden waarom Jozef haar heimelijk wil verlaten.
De Heilige Geest is betrokken bij de geboorte van de Zoon van God.
We moeten de Heilige Geest daarom niet te snel wegduwen naar alleen Pinksteren.
Ook bij Kerst is er een rol weggelegd voor de Heilige Geest.

Het is wel wat merkwaardig wat Mattheüs schrijft.
Maria die zwanger bevonden wordt van de Heilige Geest
Net of Mattheüs tegen ons wil zeggen, als wij zijn evangelie lezen:
Je moet niet te snel naar de geboorte van Jezus.
Je moet eerst ergens anders aandacht voor hebben:
voor wat de Heilige Geest doet.
Hij zorgt ervoor dat Christus geboren wordt.
Gaat het eigenlijk wel om de geboorte van Jezus.
De geboorte van Jezus was als volgt, lazen we.
In het Grieks staat een woord dat iemand die maar een beetje Bijbelkennis heeft kent:
de genesis van Jezus was als volgt.
Genesis – dat kan inderdaad vertaald worden met geboorte.
Maar het kan ook betekenen: afkomst of begin.
Zo is het begonnen met Jezus, dit is Zijn afkomst.
En dan bedoelt Mattheüs: dat kind dat geboren wordt
en voor wie er straks ver weg uit het oosten mannen komen
om Hem te aanbidden, is niet zomaar een mens.
Zijn geboorte is niet zomaar vergelijkbaar met elk ander mens.
Jawel, een gewone natuurlijke geboorte,
maar een bijzondere afkomst:
uit de hemel, waar de Geest uitgezonden wordt naar de aarde.

Genesis, dat woord kent u.
Zo heet het allereerste boek uit de Bijbel
en dat gaat over de schepping, dat gaat over Abraham die geroepen wordt,
over Izaäk en Jakob en Jozef in Egypte.
En dan zegt Mattheüs tegen ons:
Als je wilt begrijpen waar het met Kerst om gaat
en wie dat Kind is dat in de kribbe ligt
dan moet je terug gaan naar het allereerste begin van de Bijbel.
Naar de schepping van de hemel en de aarde.
De geboorte van Christus is een nieuwe schepping
die de oude schepping weer terug moet brengen bij God de Schepper.
De schepping was een bijzondere daad van God
die niemand ooit heeft kunnen nadoen:
het scheppen van de hemel en de aarde – wie heeft God dat ooit na kunnen doen?
De komst van Christus naar deze aarde is net zo groots
als de eerste schepping
of misschien nog wel groter:
met de komst van Christus naar deze aarde laat God weten
dat Hij deze wereld niet heeft afgeschreven, maar wil redden.
Maria met het Kind dat zij verwacht staat aan het begin van een nieuwe schepping
die niet een afschrijven van de oude schepping is,
maar vernieuwing van de schepping: redding en vergeving van de zonde.
De naam van dit Kind is niet voor niets Jezus – want Hij redt en bevrijdt van zonde.
Dat Jezus door de Geest geboren wordt,
geeft aan dat er opnieuw begonnen moet worden.
Mattheüs verwerkt in zijn weergave van het Kerstverhaal
al wat Jezus tegen Nicodemus zei: Je moet opnieuw geboren worden.
Dat opnieuw geboren worden, geeft Mattheüs aan, begint met Jezus.
Hij is de eerstgeborene van Maria.
In de Bijbel is de eerstgeborene degene die de baarmoeder opent.
Hier is Jezus de eerstgeborene van Maria
maar tegelijkertijd de eerstgeborene door de Geest.
Zoals Zijn geboorte de baarmoeder van Maria opende,
zo opent de geboorte van Christus ook de weg van geboren worden door de Geest.
Het zou best wel eens zo kunnen zijn
dat Jozef er iets van begrepen heeft van dat diepe wonder
van dat Kind dat in de buik van zijn verloofde groeit
en dat hij ontzag voor de Heilige Geest zich naar de achtergrond verplaatst
om Maria in staat te stellen dat zij zich kan toewijden aan de Heilige Geest
en aan het dragen en laten geboren worden van dit Kind.

Opnieuw geboren worden, waarvan Christus’ geboorte het eerste is.
Jezus die geboren wordt door de Geest,
Zijn herkomst, Zijn afkomst in de Geest heeft
– niet dat de Geest de biologische vader van Christus is, helemaal niet!
het gaat hier niet om biologie, maar om de weg van God. –
ook voor ons betekenis:
We moeten opnieuw beginnen – en we kunnen opnieuw beginnen,
omdat Christus geboren wordt.
Dat geeft de naam van Jezus ook aan: Hij zal bevrijden van de zonde.
Hij zal ons ervan losmaken en een vrijheid geven, die we niet kennen.
Meer nog, wanneer we opnieuw geboren worden
zal dat niet meer een leven zonder God zijn,
want Jezus wordt geboren als de Immanuël – God met ons.

Opnieuw beginnen in het leven:
Soms zou ik dat wel willen,
dat ik met de levenservaring, de kennis en de wijsheid die ik heb opgedaan
opnieuw zou kunnen beginnen.
Voor mij gaat het er niet zozeer om, om bepaalde keuzes opnieuw te maken.
Maar toch, soms zou ik wel willen: bepaalde dingen overdoen.
Ik denk dat er best mensen zijn, misschien u ook wel,
dat u zegt: als ik iets in mijn leven over zou kunnen doen:
Dan zou ik mijn man of mijn vrouw anders benaderen,
dan had ik meer tijd aan mijn huwelijk, aan mijn toenmalige man of vrouw besteed,
want nu ben ik gescheiden. Als ik dat toch eens over kon doen.
Dan had ik meer tijd aan mijn kinderen besteed,
want terugkijkend heb ik ze toch wel verwaarloosd.
Of misschien denkt u dat over uw relatie met de Heere:
Als ik toch eerder gehoor had gegeven aan Zijn roepstem.
Als ik het over zou doen, dan zou ik eerder knielen aan Zijn kribbe,
dan zou ik het belijdenis doen niet zo uitgesteld hebben,
dan had ik eerder aan het avondmaal gegaan.
Maar of u nu wel of niet de wens hebt om iets over te doen:
we moeten opnieuw beginnen.
Maar kunnen we dat wel, met alle fouten en tekorten die we meedragen,
ook naar de Heere God toe:
Alle momenten dat we niet naar Hem geluisterd hebben,
dat we geen gehoor gaven aan Zijn stem,
dat we zonder Hem gingen.
Zonde noemt de Bijbel dat en de Bijbel geeft aan
dat wij ons niet kunnen ontworstelen aan de zonde.
Wij kunnen onszelf niet van de zonde losmaken,
wij kunnen onszelf niet bevrijden.
Wij kunnen helemaal niet opnieuw beginnen.
Wij dragen de last van onze keuzes met ons mee.
We hebben die maar te dragen.
En dan wordt door de Heilige Geest een Kind geboren,
met een nieuwe Genesis, een nieuwe oorsprong: van God.
De eerste Genesis had die oorsprong ook, maar die oorsprong raakten we kwijt
dat begin met God en we kwamen als mensen buiten het paradijs terecht.
Er is een nieuw begin door God,
dat ervoor zorgt dat we weer terug kunnen komen bij God,
omdat God zelf bij ons is – Immanuël,
omdat God zelf ons bevrijdt van de zonde – Jezus, zo moet dat Kind horen.
Als een boodschap voor iedereen,
Dat Kind dat niet alleen voor Jozef en Maria geboren wordt,
dat niet alleen voor Zijn eigen volk geboren werd,
niet alleen Koning van Israël zal zijn – dat zeer zeker ook!
maar Koning van iedereen.
Mensen uit een ver en vreemd land, uit het oosten
waar ze een ster hadden gezien die op Zijn komst wees
kwamen om te aanbidden, om te knielen.
Een aansporing voor ons om te knielen,
mensen van wie het de oorsprong was om bij God te leven, in Zijn gemeenschap,
in het paradijs, waar met God gewandeld werd.
Toen we dat kwijtraakten, kwamen we in het duister terecht.
Maar dat Kind dat geboren werd, is een licht voor iedereen die in duisternis leeft.
Hét licht voor iedereen.
Als u de duisternis van de zonde kent, zie dan hier uw licht,
dat ook in uw leven het duister wil, het duister kan en het duister zal verdrijven,
zodat u leeft in het licht van Christus,
dat Zijn liefde en genade als een licht over uw leven schijnt.
Dat leven met zijn gebreken en tekorten, met de zonden,
dat leven dat u wellicht opnieuw zou willen doen, maar dat niet kan:
Zie hier is een Kind, dat voor u geboren wordt
en voor u opnieuw begint, God met u.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven

In het Midden-Oosten is het zo, dat bij een feest degenen die het wat minder hebben
bij de mensen die het beter hebben komen
en dat de mensen die het beter hebben
de mensen die minder hebben geschenken geven.
Hier komt God zelf, die het beter heeft,
om hét geschenk te geven: zichzelf
en daarmee een nieuw leven voor ons, voor u en voor mij.

Men had Hem eeuwen lang verwacht;

en toen Gods tijdperk was volbracht,

zond Hij ons van zijn hoge troon

het heil der wereld, zijne Zoon.

 

U, die voor ons geboren zijt,

U zij ons hart, ons lied gewijd.

Wij voegen juichend onze stem

bij ’t Eng’lenheir van Bethlehem.

Zingt u mee en buigt u ook bij de kribbe in Bethlehem?
Amen