Uitleg van Lukas 2:22-35

Uitleg van Lukas 2:22-35

Dit gedeelte vertelt over de komst van het kind Jezus met de ouders in de tempel. Via En (vers 22; Grieks: kaì) is dit gedeelte verbonden met de besnijdenis en naamgeving van Jezus, een gedeelte dat weer verbonden is met dat over de geboorte en de komst van de herders.
Om aan het voorschrift van de wet van de HEER (vers 23) of de wet van Mozes (vers 22) te voldoen, gaan de ouders (vers 27) naar Jeruzalem. Jeruzalem is niet zomaar een stad voor de Joden, maar de stad van God en de stad waar de tempel (vers 27) staat.
art for feb 2 DT8826 CROPStad en tempel
Jezus’ werk en Jezus’ leven is niet van de tempel los te maken. In het evangelie van Lukas is Jeruzalem het eindpunt van de reis, die ondernomen wordt door Jezus: daar zal Hij gearresteerd, verhoord en gekruisigd worden. Jeruzalem is ook de stad waar het graf zal zijn en waar de vrouwen merken dat Jezus is opgestaan. Vanaf de Olijfberg nabij Jeruzalem zal Jezus naar de hemel gaan. Een deel van het onderwijs van Jezus vindt plaats in de tempel. Wanneer Lukas vermeldt dat Jezus hier in de tempel aan de HEER wordt gepresenteerd is dat niet zonder betekenis. Temeer omdat het voorschrift, dat de eerstgeboren zoon in de tempel aan de HEER moet worden gepresenteerd, nergens in de Joodse wetten te vinden is.

De betekenis van Jezus’  komst naar de tempel is niet alleen dat Jozef en Maria als torah-trouwe Joden worden gepresenteerd. Het eerste openbare optreden na de geboorte is Zijn komst in de tempel. Mogelijk speelt op de achtergrond de tekst van Maleachi 3:1, dat de HEER zelf tot de tempel komt. Alleen is daar sprake van een ander woord voor de tempel: Lukas gebruikt het woord ieros (heiligdom, tempel), terwijl Maleachi het woord naos (paleis, tempel) heeft.

Reiniging
Er zijn twee redenen om in Jeruzalem de tempel te bezoeken. De eerste reden is dat op de veertigste dag na de bevalling van een zoon de onreinheid van een vrouw voorbij is. De overgang van de status van onreinheid naar reinheid kan alleen door een priester worden aangegeven en wordt gemarkeerd met een reinigingsoffer. Onreinheid houdt in dat iemand geen deel uitmaken de godsdienstige vieringen. Een vrouw die net bevallen is en een kind dat net geboren is zijn onrein, onder andere door het bloed dat vrijkomt bij de bevalling. De eerste fase van onreinheid is na 7 dagen voorbij. Daarom wordt een jongen op de 8e dag besneden. Met een reinigingsritueel (hier door middel van een offer) wordt een vrouw weer rein verklaard en kan ze weer deelnemen aan de godsdienstige rituelen.
PWI95117

In Leviticus 12:1-8 wordt de noodzaak van deze reiniging voorgeschreven. In Leviticus is dit ritueel alleen voor de moeder bestemd. Lukas vertelt echter dat ook Jezus gereinigd moet worden. Hij verschuift de aandacht van moeder naar kind, ook in het reinigingsritueel.

Presentatie
Een tweede reden waarom Jozef en Maria naar de tempel gaan, is om Jezus voor te stellen (vers 22), te presenteren als oudste zoon. Volgens Lukas is die presentatie een regel die in de wet van Mozes voorkomt. Dit voorschrift is echter niet in de wet van Mozes opgenomen, ook al citeert Lukas hier uit Exodus. Dit voorstellen van Jezus is bedoeld om Jezus in de presentie van de HEER te brengen, zoals ook Gabriël verkeert in de aanwezigheid van de HEER. Naast het in de tegenwoordigheid van God brengen, bij de heilige sfeer bij de HEER in Zijn heilige tempel, heeft deze voorstelling ook de betekenis van toewijding aan de HEER. Dit Kind is door de Heilige Geest geboren. De presentie van dit Kind in de tempel is een bevestiging van wat dit Kind al is: heilig voor de HEER (vers 23).

Godsnaam en Heilige Geest
In de eerste twee hoofdstukken gebruikt Lukas veelvuldig de naam HEER (Grieks: kurios) om God aan te geven. Ook in deze perikoop gebruikt Lukas deze Godsnaam veelvuldig. Daarnaast is de Heilige Geest een belangrijke actor: ‘Bij Lukas is de Heilige Geest de choreograaf van de gebeurtenissen’. De Geest is op (Grieks: epi) Simeon; door middel van (Grieks: hupo) de Geest weet Simeon dat de vertroosting van Israël aanstaande is; door (Grieks: en) de Geest komt Simeon in de tempel. Waar in het Oude Testament slechts een enkeling is op wie de Geest is, zijn de verhalen uit Lukas 1-2 vol met mensen in wie de Geest bezig is. De geboorte van Jezus markeert de nieuwe tijd van Joël 2, waarin aangekondigd wordt dat de Geest op ouderen en jongeren zal zijn.

witherington1
Simeon
Van Simeon weten we weinig. Ook zijn leeftijd weten we niet. Persoonlijke informatie wordt nauwelijks gegeven. Alleen zijn rechtschapenheid (dikaios) en zijn vroomheid (eulabès) worden gemeld als karaktereigenschappen. Verder wordt nog verteld dat Simeon uitkijkt naar de vertroosting van Israël: het eschatologische herstel van het volk Israël, zoals het in DeuteroJesaja is aangekondigd (Jesaja 40:1 bijvoorbeeld). Simeon is als een wachter, die uitkijkt naar de nieuwe morgen die de verlossing van Israël zal zijn (Psalm 130).

De belofte aan Simeon
Deze Simeon heeft de belofte gekregen dat hij de vertroosting van Israël zal zien met eigen ogen. Het woord zien (met eigen ogen) geeft aan dat de vervulling van die belofte een theofanie (verschijning van God) zal zijn. Dat Kind dat in de tempel gebracht gaat worden, zal de verschijning van God zijn en zal de vervulling van Gods belofte in persoon zijn. Lukas geeft door middel van een woordspel de belofte van de Geest door: nog voor Simeon de dood zou zien, zou hij de verlossing zien. Zoals de herders mogen zien wat de engel verkondigt, mag Simeon de vervulling van de belofte zien. Zien duidt op een directe vorm van openbaring, zoals Simeon al van de Heilige Geest door middel van  goddelijke communicatie (Grieks: kechrèmatisménon; vers 26) had te horen gekregen.

Lofzang
Als Simeon de ouders aantreft (ook al is Jozef niet de biologische vader), neemt hij het kind in de armen en looft hij God. Anders dan de lofzang van Maria en Zacharias is dit niet een lofzang over God, maar een lofzang tot God gericht. Simeon prijst God om wat Hij in dit Kind gaat doen. Allereerst looft Simeon God, omdat zijn diensttijd erop zit. Hij hoeft niet meer uit te zien als een wachter. Hij kan in vrede heengaan. Dat kan betekenen dat Simeon nu kan sterven. De uitdrukking kan ook betekenen dat zijn diensttijd erop zit, omdat de diensttijd van Jezus is aangebroken. Het wachten zit erop. De knecht (Grieks: doulos) mag afgelost worden door de Knecht des Heeren – zoals DeuteroJesaja aankondigde. DeuteroJesaja is een belangrijk gedeelte voor Lukas om de betekenis van Jezus aan te geven.

Voor alle volken

Lukas is een tweestemmig evangelie: aan de ene kant benadrukt hij de Joodse herkomst van Jezus; aan de andere kant geeft hij aan dat de verlossing niet alleen voor Israël is bedoeld, maar voor alle volken. Dat klinkt ook door in de lofprijzing van Simeon. Het bijzondere van deze lofprijzing is niet alleen dat de heidenvolken mogen delen in de verlossing en gelijk aan Israël zijn, maar ook dat zij vooropgeplaatst worden in de laatste regel van het Nunc Dimittis. Het verschil is dat de heidenvolken bekering nodig hebben en dat zij daarom het licht nodig hebben om het duister van de godloosheid te verdrijven, terwijl voor Israël de eer, glorie als volk van God wordt hersteld.  Ook in de verlossing van de heidenvolken deelt Lukas in de verwachting van DeuteroJesaja.

Tweedeling
De tweedeling van Israël en de heidenvolken wordt afgewisseld door een tweedeling in het volk. Jezus zal redding brengen aan Israël en zorgen dat er velen zullen zijn die nieuw leven zullen ontvangen. Tegelijkertijd zullen er velen zijn die dit nieuwe leven in Jezus zullen afwijzen. Zij zullen over Jezus heenvallen: Jezus is een val en een opstanding. Die tweedeling blijft tot aan het einde van Handelingen bewaard.

 

Preek Eerste Kerstdag – middagdienst

Preek Eerste Kerstdag – middagdienst
Schriftlezing: Mattheüs 1:18-25

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als we alleen het Evangelie van Mattheüs zouden hebben,
zou ons Kerstfeest er heel anders uit zien.
Dan zouden we geen reis van Jozef en Maria naar Bethlehem hebben,
omdat ze zich in Bethlehem zouden moeten inschrijven.
Dan zouden we geen stal en kribbe hebben
en zouden we het zonder de herders en de engelen moeten doen, geen Ere zij God.
Het verhaal dat Mattheüs ons vertelt is maar heel sober:
Jozef die merkt dat Maria, zijn Maria, zwanger blijkt te zijn
en daarom heimelijk bij haar weg wil gaan,
maar tegengehouden wordt door een engel die in een droom verschijnt.
Als we alleen Mattheüs zouden hebben,
zouden we niet de familie van Jezus gezellig en romantisch bij elkaar in een stal hebben,
maar zouden we een tafereel hebben, waarbij Jozef er heimelijk tussenuit knijpt
en tegengehouden wordt door een engel, die hem weer terugstuurt naar Maria.

Mattheüs vertelt zijn verhaal niet zomaar, niet zonder reden.
Hij heeft zijn verhaal zorgvuldig uitgezocht om een boodschap door te geven.
Net als Lukas dat trouwens heeft gedaan.
De boodschap die beide evangelisten willen doorgeven verschilt niet zoveel van elkaar.
De boodschap die Mattheüs wil doorgeven is: hier zie je God aan het werk.
Dat zou je ook van Lukas kunnen zeggen.
Waar ze in verschillen is vooral de reactie van de mensen die ervan horen.
Lukas vertelt over Maria en Jozef en herders die geloven.
Mattheüs laat zien dat het tijd kost om te geloven dat God aan het werk is.
In ieder geval voor Jozef kost het tijd om te geloven dat God in Maria aan het werk is.
Dat haar zwangerschap niet een normale zwangerschap is,
maar een bijzondere, omdat God er op een unieke manier bij betrokken is.
Nu is elke zwangerschap bijzonder en is bij elke zwangerschap God betrokken,
maar hier in de zwangerschap van Maria is geen enkele menselijke betrokkenheid.
Ja, of het moet Maria zijn, maar…
ook voor Maria geldt dat haar baarmoeder slechts een plek is waar God gevonden wordt.
Wat in haar groeit is meer dan een gewone schepping.
In haar groeit Degene die de wereld zal herscheppen, de Herschepper,
de Bevrijder uit de macht van de zonde.
Jozef ontdekt dat Maria zwanger wordt, maar uit de manier waarop Mattheüs vertelt
wordt niet duidelijk of hij ook door heeft
dat de zwangerschap van Maria met de Heilige Geest te maken heeft.
Hij wil bij haar weg gaan, omdat ze zwanger is.
Als verklaring waarom hij bij Maria weg gaat, wordt gezegd dat hij rechtvaardig is,
een eretitel
Een rechtvaardige is iemand die eerbied voor God heeft en daar ook naar leeft.
Vaak wordt daarbij gedacht dat Jozef ruimte maakt voor Maria, om haar eigen weg te gaan.
Rechtvaardig is iemand allereerst in de verhouding tot God.
Rechtvaardig ben je als je respect hebt voor God en Gods werk,
als je bereid bent om je leven in dienst van God te stellen,
ook al heeft dat consequenties.
Het is echter niet Gods plan dat Jozef bij Maria weg gaat en haar alleen laat.
Jozef heeft een plaats in het plan van God, naast Maria.
Als God aan het werk is, heeft Hij ons mensen er niet bij nodig,
maar Hij betrekt mensen er wel bij.
Jozef is niet de eerste, die door God betrokken wordt
om dat Kind, dat de redding zal brengen en Redder zal zijn, op aarde te brengen.
Aan Jozef gaat een hele geschiedenis vooraf
van mannen en vrouwen die een plek hebben in het plan van God.
De Heere is machtig genoeg om zonder deze mensen ook Zijn plan uit te voeren
en toch hebben ze allemaal stuk voor stuk hun plek in de geschiedenis
die uitmondt in de komst van Christus op aarde.
Al die namen, die in Mattheüs 1 genoemd worden, – het geslachtsregister –
zijn allemaal stuk voor stuk een getuigenis, dat God hier aan het werk is.
Jozef neemt zijn plek in de familie in, ook als iemand die God mag dienen.
In al die geschiedenissen van zijn familie en ook in die van Jozef zelf is Gods hand te zien:
Hier ben Ik aan het werk.
Mattheüs laat ons terugkijken,
niet alleen in de geschiedenis van Israël en in de geschiedenis van de gehele wereld
om ons te laten zien hoe de Heere in al die eeuwen, die vooraf gaan aan Christus,
God niet stil gezeten heeft, maar bezig geweest is, aan het werk geweest is
om Zijn Zoon hier op aarde te brengen.

Op welke manier God aan het werk is, kun je vaak pas achteraf zien
Als je vanuit later tijd terugkijkt op gebeurtenissen.
En dan blijkt in het geval van Jozef God al vanaf het begin van de schepping aan het werk
aan het werk in de wereld, aan het werk in zijn familie.
Er zijn momenten waarop het heel duidelijk is dat God aan het werk is:
Toen Adam werd geschapen, toen Abraham werd geroepen, David werd gezalfd.
Er zijn tijden waarin dat veel minder duidelijk was
of dat er afgevraagd werd of er nog wel een God in de hemel was
die Zich om deze wereld, die Zijn wereld is, bekommerde.
Toen Adam en Eva van de vrucht aten en de zonde in de wereld kwam.
In de eeuwen dat de nakomelingen van Jakob in Egypte verbleven
of in de tijd van de richters, toen de omringende volken steeds binnenvielen
om te plunderen en het volk tijdenlang kwam onderdrukken.
In al die tijden en door al die eeuwen heen was de Heere bezig met Zijn plan
en liet Hij niet los wat Zijn hand begon.
Er kwamen profeten die iets mochten laten zien van waar God mee bezig was
en waar het op uit liep: dat er eens een Kind geboren zou worden uit een jonge vrouw.
Niet zomaar een Kind, maar de Koning der wereld
En met die Koning zou er een heel nieuw begin gemaakt worden.
In een droom krijgt Jozef te horen dat zijn Maria die beloofde Koning in zich draagt.
Hij krijgt die droom als hij het plan opgevat heeft om Maria te verlaten,
als hij bij haar weg wil gaan.
Dan komt de engel in een droom naar Jozef toe om hem tegen te houden.
Jozef moet niet bij Maria weg gaan.
Want God wil hem gebruiken, zoals de Heere ook Maria inschakelde in Zijn plan.
God kan zonder mensen werken, maar Hij betrekt ze wel steeds om Zijn plan uit te voeren.

Waarom zou Jozef nodig geweest?
Waarschijnlijk om Maria en Jezus een goed thuis te bieden.
Om Maria en Jezus bij te kunnen staan als ze op de vlucht moeten voor Herodes
en een veilig onderkomen moeten vinden in Egypte.
Om Maria te kunnen steunen in haar rol als moeder van de Heere.
Want dat zal voor Maria vast geen eenvoudige taak zijn geweest.
Om voor het Kind dat geboren wordt een voorbeeld te zijn van rechtvaardigheid,
zodat de Koning die geboren zal worden opgroeit in een gezin van iemand die integer is.
Jozef biedt niet alleen een thuis aan dit kind, een een goed voorbeeld,
maar Jozef kan dit Kind dat geboren gaat worden ook een familiegeschiedenis aanbieden:
Een familie die teruggaat op het allereerste begin van de wereld: Adam.
Daar begon de geschiedenis van de mensen mee.
Het Kind dat geboren gaat worden zal niet een van de zoveelste in de rij zijn,
vergelijkbaar met al diegenen die in de familiegeschiedenis worden opgenoemd.
Het Kind dat Maria ter wereld zal brengen en opgenomen zal worden in Jozefs gezin
was er reeds voor hem en voor al diegenen die genoemd zijn
en zelfs betrokken bij de schepping van de allereerste mens.
Dat blijkt wel uit de tweede naam die de engel aan Jozef bekend maakt:
Immanuël – God met ons.

Normaal gesproken laat een naam die aan een kind gegeven wordt iets oplichten
van het werk dat God zal gaan doen in de tijd dat het kind opgroeit of zelfs door dit kind.
Die tweede naam die het Kind zal moeten krijgen, zo vertelt de engel,
betekent niet alleen dat God door dit Kind zal werken,
maar dat God zelf bij ons is met dat Kind.
God aan het werk – niet alleen maar in de hemel en vanuit de hemel op aarde,
maar God aan het werk op aarde, in de persoon van Jezus,
van dat Kindje dat groeit in de buik van Maria en dat op zo’n bijzondere manier is ontstaan.
Immanuël – dat betekent dat het Kind dat geboren wordt
ook de naam van God zal dragen en alles wat er met de naam van God wordt gezegd.
Zoals de naam van God een schuilplaats is waar je veilig bent,
– de naam des Heeren is een sterke toren.
zo kunnen we schuilen in Jezus, geborgen in Zijn naam.
Zoals de naam van God op de gemeente gelegd wordt in de zegen,
zo zal de naam van Jezus een naam zijn die voor ons tot een zegen is.
Immanuël: God is erbij, bij elke situatie die je overkomt.
Of je op school zit, of net begonnen bent met je werk, of je met pensioen bent,
of je alleen bent of een relatie hebt, of je gezond bent of juist niet.
Immanuël – Ik ben met je – zegt deze Heer: Jezus Christus.
Immanuël betekent niet zozeer dat Christus in alles met ons meegaat
om ons bij te staan en ons moed in te spreken, om ons op te vangen,
maar om het voor ons in orde te maken, wat er mis zit in ons leven.
Immanuël betekent dat Jezus in de naam van God en als God
het voor ons op orde maakt, voor ons werkt, zoals God de Vader voor ons werkt.
Mattheüs zal er in de loop van zijn evangelie meer over vertellen:
Hoe Jezus vertelt over het Koninkrijk van God, om ons te bewegen te geloven
en te komen tot Hem en door Hem het koninkrijk van God mogen binnengaan.
Hoe Jezus rondtrok door de steden en de dorpen om de zieken te genezen
en meer nog: de ziekten te dragen,
de ziekten die er zijn en de oorzaak ervan op zich te nemen:
Onze ziekten heeft Hij gedragen (Jesaja 53).
Omdat Hij de naam van God draagt – Immanuël – en God-met-ons is
heeft Hij ook de volmacht van Zijn hemelse Vader gekregen om te vergeven,
om de zonden van ons weg te nemen
en zo Zijn naam Jezus eer aan te doen: bevrijder van onze zonden.

De evangelist Mattheüs zet de familiegeschiedenis
en het bijzondere van Zijn geboorte en de namen die Jezus zal dragen
bewust voorop, zodat we elke keer als we over Jezus lezen
we bij het lezen bedenken dat deze Jezus onze Redder is
en dat deze Jezus die vertelt en rondgaat, die geneest en verkondigt
ook die tweede naam waarmaakt: God- met – ons.
Want waar de Mattheüs zijn evangelie mee begint,
daar eindigt hij zijn beschrijving van Jezus ook mee
om aan te geven dat de naam Immanuël niet alleen voor Jozef geldt,
maar voor ieder die gelooft of zal geloven.
Want dat is wat Jezus zegt als Hij Zijn leerlingen erop uit zendt:
Ik ben met jullie – alle dagen die er zijn. Tot aan de voleinding van de wereld.
De betekenis van de naam Immanuël zal dus nooit eindigen.
Ook voor ons, die nu vanmiddag bij elkaar zijn, geldt deze naam.
Als we geloven in deze Jezus, leven wij in Zijn naam,
en hebben we Jezus in ons midden, God-met-ons en God die voor ons werkt.
Waar twee of drie in Mijn naam bij elkaar zijn, daar ben ik ook.
De aanwezigheid van God op aarde, die in Jezus begonnen is, houdt niet op.
Ook als deze Jezus, die als Kind geboren werd uit Maria,
van de aarde is heengegaan, zijn we nog in de aanwezigheid van deze Immanuël.
Jezus is het beginpunt van God-met-ons,
als is dat ook niet iets nieuws, want wat Jezus doet
is een vervulling van de beloften uit het Oude Testament.
Wat Jezus doet, is die beloften vervullen. Hij maakt ze waar.
Hij laat zien dat het God menens is met Zijn belofte,
met Zijn belofte aan Adam en Eva, aan Abraham en Sara, aan het volk Israël,
de boodschap die Zijn profeet Jesaja kwam brengen.
God-met-ons, God aan het werk – de engel maakt het Jozef bekend,
zodat Jozef zijn plek kan innemen in het plan van God en er voor Maria is
en ook voor het Kind dat geboren wordt.
Jozef: een voorbeeld in geloof, die zich dienstbaar opstelt aan het Kind van Maria
en die ook zijn plek inneemt in het plan van God,
zodat God door hem heen kan werken om Zijn beloften te vervullen.
God werkt.
Wat God in Jezus begonnen is, dat is niet opgehouden en gaat nog steeds door.
Ook voor ons is Jezus God-met-ons, Immanuël,

de God die er voor ons is en met ons is.
Van het begin dat deze wereld geschapen is, totdat deze aarde voorbij zal zijn
is God aan het werk voor ons en is Hij met ons.
Ik heb het in deze preek nog niet gehad over het kruis dat op Golgotha staat,
maar dat is niet los te zien van de naam die Jezus krijgt.
Want ook daar is Jezus de Immanuël – God die met ons is en voor ons werkt.
Al moest Hij het zelf uitroepen dat Hij door God verlaten werd.
De Immanuël Zelf door God verlaten
die tegen ons zegt: Ik verlaat je nooit. Alle dagen van deze wereld,
totdat Ik terugkom, zal Ik er zo voor je zijn:
als Jezus – redder van de zonden, als Immanuël – God voor jou, u aan het werk.
Voor ons komt er geen engel om duidelijk te maken Wie Jezus is,
hoe bijzonder Hij is en hoe wij onze plek kunnen innemen in Gods plan,
net zoals Jozef zich dienstbaar opstelde aan Gods plan, een voorbeeld in geloof.
zo wordt van ons geloof gevraagd in deze God-met-ons en God voor ons aan het werk.
Amen

Preek Eerste Kerstdag 2019 – morgendienst

Preek Eerste Kerstdag 2019 – morgendienst
Schriftlezing: Lukas 2:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als je familie of vrienden ontmoet, die je maar een enkele keer per jaar ziet,
kan het twee kanten opgaan tijdens die ontmoeting:
Of je gaat verder waar je de vorige keer gebleven bent
en de ontmoeting verdiept de relatie verder
en al zie je elkaar maar een enkele keer, dit contact, deze relatie voegt echt iets toe.
Je zou elkaar wat vaker willen ontmoeten, maar de agenda’s laten het niet toe.
Of het gesprek tijdens die ontmoeting blijft oppervlakkig
en je vertelt over jezelf precies hetzelfde als je de vorige keer hebt gedaan.
Als je dan weer naar huis gaat, bedenk je dat het op zich prima is om elkaar weer te zien,
maar je hebt niet de behoefte om hen vaker te zien, omdat de relatie niet verdiept.

Bij een preek met kerst is het gevaar van het laatste groot aanwezig.
Je bent weer in de kerk net als vorig jaar
en weer hoor je over het Kindje, over Maria en Jozef, over herders en wijzen, over Augustus,
En het doet met je wat het vorig jaar ook deed:
Het is op zich prima om weer over hen te horen, maar het verdiept niet echt.
Ik wilde voor de kerstpreken echter meer:
dat het meer is dan gewoon prima om in de kerk te zijn met kerst,
maar dat u, dat jij ook echt het gevoel hebt na afloop dat het goed was
om met kerst in de kerk te zijn, omdat het je wat deed,
Dat er gebeurde, waar u op hoopte, namelijk dat er een ontmoeting met God plaats vond
in de liederen die we in de kerk zongen, in wat je hoorde in de preek.
Zo zou je de kerk uit willen gaan: met een ontmoeting met God, een ervaring van God.
Alsof je zelf daar in die stal aanwezig was,
toen Maria het Kind vol eerbied en aanbidding in de kribbe legde,
dat u erbij was toen de herders geroepen werden en meeging op weg naar de stal
En daar aangekomen met hen ook in aanbidding neerknielde:
U bent ook voor mij gekomen. Voor mij verliet U de hemel en kwam U naar de aarde.
Ik ben nu vanmorgen gekomen om U te aanbidden.

Lukas vertelt trouwens niet dat de herders het Kind in de kribbe aanbidden.
Al is het niet vreemd en ook niet verkeerd om te bedenken dat ze geknield hebben
en dat ze het kind aanbeden hebben.
Want knielen en aanbidden zijn gepaste reacties als je God tegenkomt
en de herders ontmoeten daar in Kind dat geboren is, in Jezus die daar in de kribbe ligt,
ontmoeten ze de hemelse Heer, die boven de engelen staat:
God zelf ontmoeten ze daar, in de kwetsbare gestalte van een klein, pasgeboren Kind.
Lukas gebruikt andere woorden om de ontmoeting te beschrijven:
De herders vinden Maria, Jozef en het Kind in de kribbe en ze zien het Kind.
Daarmee kunnen we hun ontmoeting met de Heere beschrijven: met vinden en met zien.
Vinden heeft hier de betekenis van: ontdekken – het ontdekken van een bijzonder geheim,
of een kostbare schat, waar je opeens op stuit.
En bijzonder is het om dit geheim te mogen ontdekken:
Dat God uit de hemel is afgedaald om mens te worden,
dat Kindje dat daar ligt in de kribbe, kwetsbaar net als elk ander pasgeboren kind,
de Koning van het heelal, God de Zoon.
Zo maar midden in hun dagelijkse bezigheden – de wacht houden over hun kudde –
is er opeens een mogelijkheid om God te vinden; een positieve verrassing.
Er komt een engel uit de hemel, door God zelf gestuurd, om hen in te lichten,
Waardoor ze op weg gaan om de verlosser die gekomen is te zoeken.
En ze vinden Hem.
Het is geen ingewikkelde zoektocht. Ze hoeven niet ingewikkeld te doen.
God laat zich vinden, op Zijn eigen aanwijzing.
Dat is wat Kerst is: dat God zich laat vinden hier op onze aarde.
Dat Hij uit de hoge hemel is neergedaald om mens te worden net als wij.
Je moet er wel op uit trekken om Hem te vinden,
maar als je gaat om Hem te ontmoeten, dan zul je Hem ook vinden.
Dat is de belofte van Kerst: dat je God kunt vinden, zoals de herders Hem vinden
en met hun eigen mogen zien.

Daar in die stal, als de herders hun Heer vinden, is het even een rustpunt
in een chaotische wereld, een oase van rust in een wereld op drift.
De kribbe waarin dit Koningskind wordt neergelegd
staat in een wereld waarin veel landen hun eigen vrijheid zijn kwijtgeraakt,
Een wereld waarin veel mensen gedwongen worden op pad te gaan
om zich te laten registreren om later eventueel dienstbaar te kunnen zijn
aan dat verre Rome, hetzij om als soldaat te dienen, hetzij om belasting te bepalen.
Een wereld waarin veel mensen niet de regie over hun eigen leven hebben
en Jezus zelf heeft daarmee te maken,
omdat zijn wieg niet in de woonplaats van zijn ouders staat,
maar ergens anders, omdat zijn ouders op reis moesten gaan
in opdracht van een verre keizer die wel de regie over de wereld lijkt te hebben
en met één bevel een hele wereld in beweging kan brengen.
Zo deelt deze pasgeboren Koning in het leven van veel kinderen,
die onderweg geboren worden, omdat de ouders onderweg zijn:
op de vlucht of op zoek naar een beter bestaan,
of omdat iemand hen de opdracht heeft gegeven om weg te gaan.
Dat je in zo’n wereld God kunt vinden, dat je Hem aantreft, zoals de herders dat doen,
dat is een wonder, en dat is juist het wonder van Kerst,
Dat God in deze onrustige wereld afdaalt en mens wordt,
de almachtige God, heerser over hemel en aarde,
kwetsbaar als een baby, afhankelijk van een liefdevolle zorg van ouders,
God geeft de regie uit handen als Hij in Jezus mens wordt
en tegelijkertijd blijkt Hij de regie te hebben als Hij
de mens Augustus, die door zijn volksgenoten als een god wordt gezien,
gebruikt om dit onopvallende stel, Jozef en de zwangere Maria in Bethlehem te krijgen.
Zodat Hij daar geboren wordt, in de stad van David
en gevonden kan worden door de herders die de wacht hielden in het veld.
God laat zich vinden, ook door u en door jou.
Of je nu net als Maria en Jozef gerekend hebt op de aanwezigheid van Christus,
of dat je er niet op gerekend had Christus te vinden.
Of je leven nu op een alledaagse manier verloopt,
zoals de herders die bezig zijn met hun gewone werk,
of dat je je in een turbulente wereld bevindt, zoals Jozef en Maria
die geen regie hebben over hun eigen leven en gedwongen op reis zijn,
omdat iemand ver weg een bevel heeft uitgevaardigd heeft.
Zo kun je het gevoel hebben dat anderen je leven bepalen,
dat je werk zo’n druk geeft, of de regels van de overheid waar je tegenaan loopt,
gedoe binnen je familie.
De kribbe van onze Heere staat midden in deze turbulente wereld,
midden in jouw wereld en mijn wereld,
Waar het soms goed uit te houden is en waar het soms ook heel zwaar is.
De Koning die in de wereld van Zijn onderdanen stapt,
niet om even een kijkje te nemen en dan naar een paar uurtjes weer weg te zijn,
in zijn paleis, waar hij zich kan terugtrekken in een zorgeloos bestaan.
Nee, deze Koning wil alles meemaken, wat wij meemaken.
Ook Hij werd geboren, een kwetsbare en gevaarlijke gebeurtenis,
want niet elk kind dat in de moederschoot groeit wordt overleeft de bevalling.
Deze Koning zal zich niet afschermen van het leed van deze wereld,
maar tussen Zijn onderdanen opgroeien, omdat Hij voor hen gekomen is.
Dat zegt de engel ook tegen de herders: Hij is voor U geboren.
Deze Koning Jezus kwam niet voor zichzelf naar de aarde,
maar voor u, voor jou, voor mij.
Zijn geboorte zal grote vreugde geven, voor iedereen, voor u, voor jou, voor mij.
Want deze Koning zal de Redder zijn – de Bevrijder.
Hij komt om te verlossen, te redden, te bevrijden.
God zelf die uit de hemel komt om te redden, te verlossen.

Dit Koningskind, waar de engel over sprak en waar de herders naar op zoek gingen
is een Redder – Zaligmaker, Heiland.
Al die woorden hebben ermee te maken, dat dit Kind dat geboren is
de weg naar God weer vrij maakt en het mogelijk maakt dat wij weer bij God horen.
Dit Kind, God zelf die naar de aarde komt om ons weer bij Hem terug te brengen
en daarmee ons te genezen, te helen, te redden van de zonde – onze God!
Wat dit Kind ons kan brengen, kan geen enkel ander mens op aarde brengen.
Geen wereldleider, geen profeet, geen politicus, geen geestelijke.
Keizer Augustus, die met dat bevel de hele wereld op z’n kop zette
zag zichzelf ook als redder en werd door zijn aanhangers bejubeld als redder,
als heiland en zaligmaker, meer dan een mens, met goddelijke status.
Dit pasgeboren Kind, deze Zaligmaker, Jezus de Heer kan meer bieden
dan wie ook op aarde leeft of heeft geleefd of zal leven.
Lukas vertelt wat er van dit Kind terecht komt als het opgegroeid is.
Jezus bindt de strijd aan tegen duivel en zal die strijd winnen.
Hij brengt de heerschappij van God weer op de aarde terug,
door de wonderen die Hij verricht, door de verhalen die Hij vertelt,
door de mensen, die op de verkeerde manier leven, te zoeken en terug te brengen.
Jezus die in de kribbe gelegd wordt, dit Koningskind, blijft niet in Bethlehem wonen.
Daar begint Hij wel, om aan te geven dat met Zijn komst Gods beloften in vervulling gaan.
Dat God Zijn hart laat spreken, bewogen is met deze wereld, met ons, met u, met mij
en dat Hij zelf gekomen is om het weer goed te maken en ons terug te brengen.
De kribbe in de stal is geen eindpunt van de reis, maar juist begin.
Een reis die zal voeren naar Galilea en Judea, naar Jeruzalem,
waar een kruis zal staan, waar Hem een kroon van doornen zal wachten,
Waar een graf klaar gemaakt zal zijn om deze dode Koning in te leggen.
Dat zal de weg van dit Koningskind zijn om die redding te brengen
en daarmee de vreugde die de redding zal brengen.
De kribbe is het begin van die redding.

Geen wonder dat ze vol vreugde zijn als de herders dit Kind vinden
en mogen zien met eigen ogen, de stal kunnen binnentreden en op de knieën gaan.
Hier zijn wij Heere, onze redder, ons leven is van U voortaan.
Wij knielen voor u neer, wij wijden ons toe aan U, U bent onze Koning.
Voor ons is het om ook dat Kind te vinden, om te knielen bij de kribbe
en ons hart te openen voor Hem, in eerbied neer te knielen en te aanbidden.
Wij kunnen dat Kind niet vinden op de manier van de herders
en niet met eigen ogen zien, zoals de herders dat voorrecht wel hadden.
Hoe kunnen wij dit Kind dan vinden?
Hoe kunnen wij dan komen en aanbidden, zoals we deze dienst begonnen?
Door ons hart te openen en deze Heer binnen te laten.
Door in onze gedachten de stal binnen te stappen en in onze verbeelding te knielen.
Hier zijn wij Heere, onze redder, ons leven is van U voortaan.
Wij knielen voor u neer, wij wijden ons toe aan U, U bent onze Koning.
Over die herders wordt verteld, zodat ook wij deze Heer vinden en begroeten.
Dat Hij Zijn intrek in ons hart neemt
en zo ook onze, mijn Redder, mijn Heiland, mijn Zaligmaker wordt.
Ik kniel aan uwe kribbe neer,

o Jezus, Gij mijn leven!

Ik kom tot U en breng U, Heer,

wat Gij mij hebt gegeven.
Amen

Meditatie Kerstviering 2019

Meditatie Kerstviering 2019

Het was geen makkelijke tocht vanuit Nazareth naar Bethlehem.
Omdat Maria hoogzwanger was, duurde de reis langer.
Geregeld stopten ze om Maria de rust te geven die ze nodig had.
Het was een hele opgave om in deze omstandigheden op reis te zijn.
Dat was niet hun eigen keuze.
Ze moesten wel, vanwege een opdracht die ver weg in Rome was gegeven.
De keizer in Rome wilde dat iedereen in zijn uitgestrekte rijk ingeschreven werd.
Dan wist hij wat voor belasting hij kon innen
en hoeveel soldaten hij kon oproepen voor de oorlog.
Jozef en Maria wisten dat ze niet in Nazareth konden blijven.
Want hun familie komt van oorsprong uit een andere plaats.
Ze zouden naar Bethlehem moeten gaan, waar hun stamvader David vandaan kwam.
Zo gingen ze op weg. Ze hadden geen andere keuze.
Wellicht waren ze nog nooit eerder in Bethlehem geweest
en hadden ze de route moeten uitzoeken
of onderweg moeten vragen of ze in de juiste richting gingen.

Na een paar dagen reizen kwamen ze aan in de stad van hun bestemming: Bethlehem.
Hier lagen hun wortels, hier kwam hun beroemde voorvader David vandaan.
Er was echter niemand die hen kwam binnenhalen
als afstammelingen van deze beroemde Bethlehemiet.
Geen ontvangstcomité die blij was met hun komst.
Eerder het tegendeel.
Als ze langs de deuren gaan op zoek naar een plek om te kunnen overnachten
is alles vol – ook in de herberg is er geen plek.
Het zou kunnen zijn dat er meer mensen onderweg waren om zich in te schrijven.
Of wellicht zag de waard van de herberg het niet zitten
dat er een hoogzwangere vrouw in zijn herberg zou verblijven,
bang voor de consternatie die een bevalling zou kunnen geven bij de andere gasten.
Er was geen plaats voor haar in de herberg,
terwijl juist het moment gekomen is dat zij moet bevallen.
Het Kind dat geboren wordt, ziet er niet bijzonder uit. Net als alle andere baby’s.
En toch, als Maria haar eerstgeboren Zoon in de armen houdt,
Weet ze dat dit Kind bijzonder is.
Het is niet alleen haar Kind, maar ook Gods Zoon.
De engel had aangekondigd dat ze van Hem in verwachting zou raken.
En nu is Hij geboren, de aangekondigde Zoon,
die niet alleen voor haar een grote vreugde is, maar voor ieder die er over zal horen.
Vol eerbied wikkelt ze Hem in doeken en legt Hem in een kribbe.
Met deze handeling aanbidt ze haar Kind, die meer is dan een gewoon kind.
In dit Kind komen beloften uit, die God al eeuwen geleden gesproken had,
Tegen Eva over een Kind dat uit haar geboren zou worden
en de kop van de slang zou vermorzelen.
Beloften die door de profeet Jesaja uitgesproken werden:
Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons geboren
En men noemt Zijn naam: Wonderlijk, Raadsman, Sterke God Eeuwige Vader, Vredevorst.
Maria kan er niet over uit: God heeft Zijn beloften vervuld.

Op hetzelfde moment gebeurt er verderop, in de buurt van Bethlehem iets bijzonders.
Waar een groep herders bij elkaar is om de wacht te houden over de schapen,
verschijnt een engel en hij vertelt namens God dat dit bijzondere Kind geboren is.
Als de engel is uitgesproken, verschijnen er nog veel meer engelen:
Een grote menigte van engelen bezingt de eer van God:
Eer zij God in de hoge en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
De herders zijn verbaasd over wat er gebeurt.
Hier hadden ze niet opgerekend.
Ze blijven echter niet achter bij de schapen.
Ze gaan op weg naar Bethlehem, op zoek naar de stal met de kribbe
waar ze dit Kind kunnen vinden.
Als ze de stal vinden, betreden zij het vol eerbied en ontzag.
Vol ontroering knielen ze neer bij de kribbe.
Ze kunnen niet uit over het wonder dat hier gebeurd is:
De Verlosser geboren, God die mens geworden is, net als zij.
Het begin van een lange weg om Zijn volk te redden van de zonden.
Ze vertellen Jozef en Maria wat hen overkomen is,
over hoe de engel vertelde van de geboorte van Jezus Christus de Heer
En dat ze Hem konden vinden in de kribbe, in doeken gewikkeld
En dat ze gekomen waren om Hem te aanbidden.
Een kleine gemeenschap is zo aanwezig om de kribbe waarin Gods Zoon ligt.
Vreugde en eerbied is er in de harten van allen die er aanwezig zijn.

Vandaag zijn wij bij elkaar om dit wonder te vieren.
Dat Christus naar de aarde kwam, dat Hij geboren werd, onze Redder.
Ook wij zijn geroepen om te aanbidden.
Al kunnen wij niet naar Bethlehem gaan, wij kunnen wel in ons hart knielen,
voor onze Heer die geboren werd en daarmee onze redding bracht.
Komt laten wij aanbidden, die Koning!

 

Overdenking Kerstviering 2019

Overdenking Kerstviering 2019
Lukas 2:8-14
download (3)


Waar zou ik moeten beginnen met vertellen van die nacht?
Wat ik van die nacht nog herinner is hoe donker die nacht was.
Niet dat we dat door hadden toen we op de schapen pasten.

Hoe donker die nacht was, werd mij pas duidelijk toen het licht kwam
en uit dat licht een engel tevoorschijn stapte.
Dat licht was zo schoon, zo heerlijk. Ik zou het niet kunnen beschrijven.
Het was een hemels licht, alsof God zelf in dat licht naar ons toe kwam.
Dat hemelse licht, dat over ons viel, zat er iets van genezing in, en ook troost.
En toch, toen dat licht kwam, schrokken we allemaal.
Niet omdat er in de nacht zo onverwacht een licht kwam en alles helder verlicht werd.
Maar omdat licht iets heiligs had
en ook omdat het licht dat kwam liet zien hoe donker het bij ons was.
Niet alleen in de nacht om ons heen, maar ook in ons zelf.
Dat licht onthulde hoe duister het was in mijn eigen hart
en als ik om mij heen keek en de verschrikte gezichten van de andere herders zag
merkte ik dat zij dat ook hadden,
dat ze hun zondigheid beseften nu we zomaar onverwacht in Gods licht kwamen te staan.
We konden er niet voor weg kruipen.
Dat licht omscheen ons helemaal. We konden ons niet verbergen.
Toen klonk de stem van de engel
en de vrees die er was in ons hart, zakte weg en maakte plaats voor een blij gevoel.
De engel had bijzonder nieuws voor ons.
Na die nacht met dat licht is ons leven nooit meer hetzelfde geworden.
Hoe kan ik je uitleggen wat voor blijdschap er in mijn hart gekomen is?
Dat zou je zelf moeten ervaren hoe het is
dat je merkt dat de duisternis uit je hart verdreven wordt,
Dat je merkt dat de zondigheid die je neerdrukt van je afgenomen wordt.
Je zou zelf moeten ervaren wat de vrede van God is, waar de engel over sprak.
Ik hoop dat je zelf eens mag ervaren dat Gods welbehagen er ook voor u is,
dat God ook u op het oog heeft.
We zijn met z’n allen gaan kijken bij het Kind dat door de engel aangekondigd werd.
Over wat de schapen hebben we niet nagedacht, zo graag wilden we dat Kind ontmoeten.
Je had ons eens moeten zien: mannen die soms dagen en nachten lang buiten zijn,
wij met onze verweerde gezichten en ruwe handen,
stoere mannen die de tranen in de ogen hadden,
mannen die heel wat hebben meegemaakt die neerknielden,
mannen voor wie heel wat mensen in de stad bang zijn, die hun handen vouwden.
Aan het Kind dat in de kribbe lag, zagen we niets bijzonders.
Niet zo’n heerlijk licht als de engel meedroeg uit de hemel, of een glanzend gelaat,
maar een gewoon Kind, in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.
En toch, al terwijl we de stal al binnentraden, merkten we dat dit Kind
nog bijzonderder was dan de engel die uit de hemel kwam
en net zo heilig was als het licht dat over ons viel toen de engel kwam.
Het zag er gewoon uit en toch wisten we dat er niets groter was dan dit Kind,
hoe klein en kwetsbaar was zoals het daar in de kribbe lag:
de Koning van het heelal, de Heer van de hemel en de aarde.
Wij waren zo heel dicht bij Hem toen we daar knielden voor de kribbe.
Terwijl we daar zo eerbiedig knielden bij de kribbe,
wisten we nog niet wat er uit dat Kind zou worden.
De engel had het over vrede gehad en we geloofden dat dit Kind vrede zou brengen.
Al wisten we toen nog niet op welke manier dat Kind er voor zorgden.
Jaren later hoorden we wat er van dit Kind geworden is,
toen Zijn volgelingen door het land trokken en over Hem vertelden.
Over hoe Hij stierf aan het kruis, hoe Hij opgestaan was.

In die stal daar bij die kribbe konden we het nog niet bevroeden wat Gods weg was.
We wisten daar nog niet wat Gods weg zou zijn,
wel wisten we dat Gods weg begonnen was en dat Hij gekomen was in dat Kind.
De vreugde van dat moment daar in die stil ben ik nooit kwijt geraakt.
Ik heb dat altijd bij mij gedragen als een kostbare schat die ik koester.
Vaak denk ik nog terug aan die nacht dat wij bij de kudde weggeroepen werden.
Ik kan me alles zo voor de geest halen: het licht, de engel, zijn boodschap,
het Kind en Zijn ouders en wijzelf daar in de stal.
Vanaf dat moment was mijn leven niet meer van mijzelf maar van dat Kind,
van God die in dat Kind gekomen is en Zijn weg begonnen was om redding te brengen.
Dat Kind droeg ik altijd in mijn hart,
totdat ik hoorde van Zijn volgelingen hoe Hij was opgegroeid en wat Hij gedaan heeft.
Hoe Hij rondtrok om zieken te genezen, om te vertellen over Gods koninkrijk.
Ze vertelden hoe Hij naar Jeruzalem ging en hoe Zijn weg daar leek te eindigen
toen Hij werd opgepakt, veroordeeld, aan het kruis gebracht en stierf.
Het verhaal ging echter door. De weg naar het kruis was voor Hem geen eindpunt,
want Hij kwam terug uit de dood.
Zijn weg eindigde in de hemel, waar Hij vandaan kwam voor Hij als Kind geboren werd.
Nu draag ik in mijn hart niet alleen het beeld van dat Kind,
denk ik niet alleen aan de kribbe en hoe wij knielden,
maar probeer ik er ook steeds aan te denken hoe Hij daar hing aan het kruis.
Ik probeer mij dan voor te stellen hoe ik daar zou staan.
Zou ik blijven geloven, of zou ik ook zijn weggegaan zoals Zijn leerlingen deden?
Voor mij is het genoeg om te weten dat Hij gekomen is, voor mij.
Want dat zei de engel. Dat was ook voor ons de reden om te gaan kijken in de stal:
Hij is voor u geboren, de redder, de zaligmaker.
Nu heb ik u verteld over mijn verhaal, hoe ik bij de kribbe kwam door die engel.
Ik hoop dat u ook dat Kind kent en daarmee de vreugde dat Hij voor u geboren werd.
Dat uw hart van Hem is
en dat u ook mag ervaren wat er gebeurde in die nacht:
Dat het duister uit het hart verdreven werd en daar plaats kwam voor dit Kind:
Gods eigen Zoon die de hemel verliet om ook in uw leven te komen en in uw hart te wonen.

Preek Tweede Kerstdag 2018

Preek Tweede Kerstdag 2018

Lukas 2:8-14; Hebreeën 1. Tekst: Hebreeën 1:5-6

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
‘Met Kerst eet ik boerenkool,’ zei iemand deze week met een uitdagende toon.
Geen kerstrecept uit Allerhande of met anderen gourmetten, maar boerenkool.
Toen ik dat hoorde, vond ik dat maar apart.
Dat had ermee te maken dat ik in die dagen juist bezig was
met de tekst uit Hebreeën waar gesproken wordt
over Christus die door de engelen feestelijk onthaald werd.
Als Christus feestelijk wordt bejubeld en toegezongen worden,
zal daarna vast geen boerenkool worden geserveerd
en ik reageerde dat ik boerenkool niet echt een gepast recept vindt
om zo’n belangrijk feest als het Kerstfeest is op te luisteren.
Ik proefde in die uitdagend bedoelde opmerking om met Kerst boerenkool te eten
ook iets van een soort weerzin tegen het Kerstfeest en alle feestelijkheden daarbij
en daar kan ik niet goed tegen,
omdat ik vind dat we met Kerst echt iets belangrijks vieren.

Dat de boerenkool op tafel zou komen, was de reactie van de ander,
had te maken met al die kerstrecepten die in de bladen van de supermarkten
en op websites met recepten voorgesteld worden.
Alsof het belangrijkste van Kerst is dat je met elkaar als familie en vrienden lekker eet.
De boerenkool met Kerst was bedoeld als protest tegen die kerstmenu’s,
omdat door de nadruk op een bijzondere maaltijd vergeten wordt
waar het met Kerst om draait.
In de ogen van diegene die ik sprak was dat niet zozeer het terugdenken
aan het Kind dat in Bethlehem geboren werd,
maar hebben we als kerk vooruit te kijken,
naar de dag waarop Christus weer hier op aarde verschijnt,
niet als kind, maar als hemelse rechter.

De uitdagende opmerking: bij ons komt er boerenkool op tafel met Kerst
heeft te maken met een belangrijke vraag: Hoe eren wij als gelovigen onze Heer?
Welke manier van eren en feestvieren past bij wat Christus op aarde kwam doen?
Hoor je dat op een sobere manier te doen,
waarbij je je afsluit van alle feestelijkheden, die je om je heen ziet
in de winkels, op tv, in reclames, in tijdschriften?
Of maak je juist gebruik van al die feestelijkheden om Christus je Heer te eren?
Welke eer komt Hem toe? Dat is al een belangrijk punt – welke eer Christus toekomt,
maar er speelt nog iets mee:)
Door feest te vieren, krijg je toegang tot wat er in Bethlehem gebeurde.
kun je heel dicht bij Christus komen, hoor je voor je gevoel de engelen zingen
en loop je met de herders mee naar de stal en kniel je aan de kribbe neer voor Hem.
(2) Het lukt de gemeente van toen niet om Christus te eren (page 1)
Juist dat speelt in de gemeente, waaraan de brief van de Hebreeën geschreven is:
de vraag: nu Christus niet meer op aarde te vinden is, hoe kom ik bij Hem?
Hoe kan ik met Hem in contact komen?
Hoe kan ik Hem bereiken, als ik Hem niet in levende lijve kan zien?
Er zijn momenten waarop zo’n vraag niet speelt.
Als je bijvoorbeeld iemand hebt, die mooi kan vertellen alsof je er zelf bij bent geweest.
U kent vast de oude Simon Kalf nog.
Als ik bij hem op bezoek kwam, vertelde hij wel eens over een meester die hij had gehad
die erg goed kon vertellen, alsof het voor je ogen ziet gebeuren en je er zelf bij bent.
Als je zo iemand hebt, die over Christus vertelt,
Dan ben je zelf een van de herders in Bethlehem, die de engel horen spreken
Je hoort dan in je verbeelding de engelen het Ere zij God over de velden zingen
en je gaat met de andere herders mee naar Bethlehem,
waar je aan de kribbe neerknielt.
Je ervaart het wonder, je voelt de eerbied voor het Kind in je, alsof je er zelf bij was.

Er kunnen echter momenten zijn,
waarop je niet meegenomen wordt in een verhaal over Christus
en niet meegaat met de herders naar Bethlehem,
maar hier in de kerk op je stoel of in de bank achterblijft
en dat je bij jezelf dacht: Kon ik maar.
Juist dat speelt in de gemeente, waaraan de brief van de Hebreeën geschreven is.
In de gemeente is het enthousiasme van het eerste uur verdwenen
en  is daarvoor ongemak in de plaats gekomen.
Ze komen nog wel bij elkaar – al komt niet iedereen meer,
maar het zegt hen veel minder dan voorheen:
De liederen die gezongen worden, de preek, het gebeuren van de dienst raakt hen niet meer
zoals dat eerder gebeurde, ze worden er niet in opgenomen.
Het wordt voor hen een probleem dat ze hun Heer niet voor zich kunnen zien.
Hoe ze ook over Hem zingen, hoe ze ook over Hem spreken, wat ze over Hem horen
– Hij blijft onzichtbaar
en ook ver weg in de hemel, waar Hij voor hen, die op aarde zijn, niet bereikbaar is.
Ze weten niet of Hij naar hen kijkt, ze zien niet hoe Zijn gezicht staat,
Er is een crisis in deze gemeente gekomen
– alle brieven in het Nieuwe Testament zijn geschreven omdat er een crisis is,
omdat het niet zo lekker loopt in de gemeente waaraan de brief geschreven is –
en de crisis hier in deze gemeente heeft te maken met de onbereikbaarheid van Christus,
omdat Hij niet meer te zien is.
De verhalen over Bethlehem, over Jozef en Maria in de stal, over de herders die komen
omdat er een engel aan hen verscheen
– het zijn mooie verhalen, maar ze vertellen hen niet of Jezus nu nog onder hen is.
Of ze nog iets van Hem te horen krijgen, nu Hij in de hemel is.

Hebreeën is niet zo’n makkelijk Bijbelboek,
maar je kunt het beter begrijpen als je bedenkt dat het hier sprake is van een geloofscrisis.
Die geloofscrisis doet een aanval op hun voorstellingskracht, op hun verbeeldingsvermogen.
Het lukt hen gewoon niet meer om Christus voor zich te zien nu Hij in de hemel is
en daardoor lopen ze vast in hun geloof.
Want hielp eerst hun verbeeldingskracht, hun voorstellingsvermogen hen nog
om de afstand van de aarde naar de hemel te overbruggen
En stelden ze zich voor hoe het was toen Jezus geboren werd
nu lukt het niet en voelen ze zich verweesd op aarde achtergebleven.
Ik denk dat het wel iets weg heeft van wanneer iemand gestorven is, van wie je veel hield
en eigenlijk nog steeds veel houdt en die je nog steeds niet kunt missen.
Je probeert je voor te stellen hoe diegene het in de hemel heeft, maar het lukt je niet.
Je bent te verdrietig – en degene van wie je zoveel gehouden hebt, raakt nog verder weg.
Je kunt er niet bij, je ervaart dat je van de aarde niet in de hemel kunt komen.
Het is voor het pastoraat een van de belangrijkste vragen:
‘Waar is mijn man nu hij is overleden?” “Hoe heeft mijn moeder het in de hemel?”
Je probeert je voor te stellen hoe het in de hemel is,
maar je voorstellingsvermogen schiet tekort.

(3) Het lukt ons niet om Christus te eren (page 3)
Hoe kom je in contact met Christus,
als je niet meer leeft in de tijd van de herders en de wijzen uit het oosten,
die naar Bethlehem konden gaan om Christus in levende lijve te aanbidden.
Het is een vraag die in de eerste gemeenten speelden, nadat Christus naar de hemel ging
en die vraag is altijd gebleven: Hoe kom dan ik bij Hem?

Misschien kent u dat kerstverhaal, wat lang geleden geschreven werd door W.G. vd Hulst:
Een rijke boer wil indruk maken op de boeren in zijn omgeving
door hen met Kerst uit te nodigen bij hem op de Scholtenhoeve
en hen iets bijzonders aan te bieden,
zodat iedereen die bij hem te gast is onder de indruk komt van zijn rijkdom.
Deze rijke boer heeft een zoontje van 5, die net het Kerstverhaal heeft gehoord
van het Kind Jezus dat in een stal te vinden was.
Dat verhaal heeft deze kleine Jan zo aangesproken, dat hij het Kind ook wil vinden.
Hij besluit op de dag waarop zijn vader dat speciale feest wil geven
op zoek te gaan naar het Kerstkind en raakt zo onvindbaar voor allen die hem zoeken.
Voor de schrijver W.G. van der Hulst had er een speciale boodschap mee,
want de kleine Jan kwam uit bij een arme vrouw, die niet mocht komen,
omdat ze niet paste in de allure van het feest, die de rijke boer voor ogen had.
Maar het gaat mij om die kinderlijke verbeelding van die kleine jongen:
Als ik op zoek ga, kan ik het Kind in de kribbe vinden.
Dat is zijn manier om de afstand tussen aarde en hemel te overbruggen
– in onze ogen een kinderlijke manier -.
Je zou misschien willen, dat het zo werkte, dat je bij Jezus uit zou komen.
Ik heb in de afgelopen dagen verschillende manieren gezien
waarop geprobeerd wordt om bij Jezus te komen
en misschien werken ze op een bepaalde manier ook bij u of bij jou
en helpen ze u om heel dicht bij Christus te komen alsof je er toen bij was.
De school van onze kinderen had een kerstwandeling gemaakt,
Waarbij je als gezin langs verschillende fasen van het kerstverhaal kon lopen,
uitgebeeld door de leerkrachten van de school.
Ze waren verkleed als Romeinse soldaten, als herders,
als heraut die de opdracht van Augustus meldde, Jozef en Maria op verschillende tijden.
Misschien is bij jullie ook wel zo’n kerstwandeling georganiseerd en heb je meegelopen.
Het kan best indruk gemaakt hebben, je geholpen hebben om bij Christus te komen,
alsof je er zelf bij was, toen.

Een andere vorm om dicht bij Jezus te komen, zag ik door de EO aangekondigd:
een programma dat in deze dagen wordt uitgezonden,
Waarin de programmamaker Kefah Allush dicht bij Jezus wil komen.
Jezus van Nazareth, een persoonlijke zoektocht.
Er zijn er die ook zo’n persoonlijke zoektocht hebben gemaakt
Door naar het land Israël te gaan, bijvoorbeeld met een gemeentereis.
Om zo te komen op de plaatsen waar Jezus geweest is
Dan kun je ook in Bethlehem komen, waar op de plek waar Jezus geboren zou zijn
een kerk is gebouwd: de Geboortekerk.
Ik heb gemeenteleden gesproken, voor wie het geloof meer ging spreken
nadat ze in Israël waren geweest, omdat ze zich de verhalen nu beter konden voorstellen.

(4) God geeft Christus meer eer dan de engelen (Page 3)
Bij de zoektocht hoe je Christus in de hemel moet voorstellen haakt Hebreeën aan.
Wat de gemeente moet leren, is dat het niet kunnen zien bij het geloof hoort.
Dat is de omschrijving van geloven, die in hoofdstuk 11 wordt gegeven:
in geloven gaat het niet om zien – nee, juist wat je niet kunt zien:
God kun je nu nog niet zien, nu je nog op aarde bent.
Het geloof weet wel dat er een moment komt, dat je wel mag zien:
Als je in de hemel aankomt, of als Christus terugkomt.
En dat geeft de Hebreeënbrief aan ons door:
Je ziet nu nog niet – dat is toekomstmuziek, maar je mag wel doen alsof je al ziet.
Je mag wel de hoop hebben, en dat is niet een misschientje, maar zekerheid
dat je Christus zult zien naar wie je verlangd hebt.
En dan wordt er een beroep gedaan op onze verbeeldingskracht:
Kijk, hoe Christus aankomt in de hemel en hoe Hij alle eer van God ontvangt.
Een hogere positie dan de engelen, meer eer dan de engelen ontvangt Hij van God.
God geeft Hem Zijn eigen naam – samen Eén.
Misschien kun je je dat niet voorstellen, hoe dat is: de Vader en de Zoon één.
En denk je bij jezelf: Hoe moet ik dat zien dat Christus in de hemel aangekomen is.
Dan zegt de Hebreeënbrief: begin dan bij de engelen.
Probeer je eens een engel voor de geest te halen.
Een engel, zoals hij gezonden werd aan Maria, aan Jozef in een droom,
Aan de herders in de velden van Efratha, het engelenkoor dat aan de hemel zong.
Dat moet al bijzonder geweest zijn – nou, nog bijzonderder moet het met Christus zijn.
Er is wel eens gedacht, dat in de gemeente waaraan deze brief geschreven werd,
engelen aanbeden werden – in plaats van Christus.
Dat ze de verkeerde hemelse machten aanbaden.
Ik denk dat het niet zo is.
Ik denk dat het meer zo is, dat er tegen ons gezegd wordt:
Als je de heerlijkheid van Christus in de hemel niet voor je kunt zien,
probeer dan een stapje lager: denk eens aan de engelen.
Misschien kun je je daar een voorstelling van maken en van daar uit Christus voor je zien.
Jaap Zijlstra schrijft in zijn meditatie voor Eerste Kerstdag,
die hij in zijn Bijbels Dagboek Toekomst schreef, over een ontdekking die hij deed
met betrekking tot de engelen in Lukas 2.
Hij ontdekte dat er niet staat dat ze zongen, maar ze proclameren.
Het is geen engelenkoor, maar een engelenleger, de hemelse legermachten,
een grote massa van niet te tellen engelen
en ze proclameren, ze roepen het uit over de aarde, dat de aarde van Christus zal zijn,
nu nog bezet gebied, maar de aarde wordt door Christus terugveroverd,
al komt Hij op de meest kwetsbare manier.
Wat Hebreeën verwoordt, is dat de missie, waarmee Jezus gezonden werd, geslaagd is.
In Hebreeën 1:6 gaat het niet over de komst van Christus naar de aarde,
– dat dacht ik eerst en daarom had ik dit gedeelte voor Tweede Kerstdag uitgekozen.
Het gaat om het ontvangst in de hemel, nadat het werk erop zit.
En juist dat is de bemoediging voor de gemeenteleden, die het zich niet kunnen voorstellen:
Er is wel wat gebeurd! Christus kwam naar de aarde, Deed wat Hij moest doen
En al kun je misschien niet voorstellen hoe het ontvangst in de hemel is,
maar je hebt wel de verhalen over Bethlehem en Golgotha, over de Olijfberg.
En als je eigen verbeelding tekort blijft schieten, als je het nog steeds niet voor kunt stellen,
dan komt er hulp van de Andere kant, vanuit de hemel,
God spreekt je aan: dit is Mijn geliefde Zoon, zie Hem.
Hij wordt nu al geprezen, door de engelen in de hemel.
Als overwinnaar is Hij binnengehaald en zit op de troon.
En al kun je het niet voorstellen, het is waar.

(5) (Page 4)
Zolang je nog op aarde bent, blijft het behelpen met ons voorstellingsvermogen
dat steeds tekortschiet om te verbeelden hoe het in de hemel is.
Maar er komt een dag, waarop Christus zichtbaar wordt.
Dan hoef je je niet meer te behelpen met een kerkdienst of een kerstwandeling,
dan hoef je niet meer na te denken over de vraag
of je Christus meer eert met boerenkool te eten of door toch te gaan gourmetten.
Want dan zal er een feest zijn in de hemel, waar wij zelf niets voor hoeven te organiseren,}
het wordt voor ons georganiseerd in de hemel.
Kijk daarnaar uit!
Tijdens de jaren in Ilpendam-Watergang had ik een verhaal dat me op de been hield.
Ik denk dat ik in die tijd vaak zelf nog zo worstelde
omdat ik er juist tegenop liep, dat ik het niet kon verbeelden, niet voor me kon zien
dat het waar was dat Christus nu al in de hemel is aangekomen, als overwinnaar
en het werk dat Hij in Bethlehem begon voltooid heeft.
Ik heb het denk ik ook wel eens in een preek gebruikt:
Er was een priester in de oude Sowjetunie,
in een tijd waarin kerkgang bespot werd en op plekken tegengewerkt en verboden.
Deze priester was de enige van zijn dorp die naar de kerk ging.
Elke zondag deed hij in zijn eentje dienst,
en elke zondag voerde hij alleen de hele liturgie uit.
Hij werd erop aangesproken of hij dat niet eens moe werd
om steeds in een verder lege kerk die dienst te leiden, zonder dat er iemand aanwezig was.
Verbaasd keek de priester degene die de vraag stelde aan:
Alleen? Tijdens de dienst ben ik in de hemel, in gezelschap van de Vader, Zoon en Geest
en de duizenden engelen die in de hemel voor de troon van God zijn.
Ik ben niet alleen.
Ieder ander die komt, zal de feestvreugde alleen maar groter maken, maar alleen ben ik niet.

Feestvreugde, samen met de engelen in de hemel,
het wordt beloofd en soms hier op aarde al ervaren.
Ik hoop dat de feestvreugde, die u met Kerst mag beleven, u dicht bij het Kind mag brengen.
En als het niet gaat, wanhoop niet, want de dag breekt aan
Dat er in de hemel feest zal zijn, met al degenen die verlost zijn, samen met de engelen
en dan klinkt het: Ere zij God en is er vrede op aarde. Amen

 



Preek Eerste Kerstdag 2018

Preek Eerste Kerstdag 2018
Lukas 2:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
Elk jaar kijk weer uit naar het Kerstfeest
en het lijkt wel of ik elk jaar nog meer van het Kerstfeest ga houden.
Kort na Sinterklaas heb ik de kerstversieringen van zolder naar beneden gehaald
en vroeger dan anders kwam de kerstboom bij ons in huis.
Ik kan altijd wel uitkijken naar Kerst, naar de diensten die er zijn,
het vieren thuis met vrienden en familie,
maar bovenal gaat de betekenis van Kerst elk jaar nog meer spreken:
Dat God Zijn Zoon naar de aarde heeft gezonden om onze Redder, mijn Redder te zijn.
Ik hoop dat u ook zo vol vreugde kunt zijn.
Voor de meesten betekent kerst dat je even niet hoeft te werken en dat je vrij bent,
of dat je op een andere manier druk bent:
Met de voorbereidingen om Kerst op een fijne manier te vieren,
om af te spreken met familie of vrienden,
En dan feest vieren met een diepe betekenis, omdat dit feest vieren met elkaar,
dat gezellig samenzijn in het teken staat dat God naar Zijn wereld heeft omgezien
En dat Hij niet wilde dat de mensen verloren zouden gaan.
Ik hoop dat jij ook kunt genieten van dit Kerstfeest, nu je in de kerk bent,
een toch wat bijzondere dienst en vandaag of morgen feestvieren met anderen
en dat je weet: dat doen we omdat Gods Zoon naar de aarde kwam, ook voor mij.

In de afgelopen weken ben ik bij de voorbereiding voor de diensten van kerst
ook weer bezig geweest met Jozef en Maria, met de herders in het veld, de engelen.
Het is net of het oude bekenden zijn, die je weer ontmoet,
fijn om ze weer terug te zien, om ze weer te ontmoeten.
Zonder hun gezelschap zou Kerst ook wat kaal zijn.
Lukas 2 hoort bij Kerst. In een kerstviering moet het gaan over de stal, over de kribbe,
over Jozef en Maria die op weg gaan van Nazareth in Galilea naar Bethlehem in Judea,
over de engel die neerdaalt uit de hemel en licht brengt
en de herders komt vertellen dat Jezus is geboren.
Zij horen erbij met Kerst.

(2) Eén man met veel macht (Page 1)
En keizer Augustus, hoort hij erbij met Kerst?
Heel wat keren heb ik met Kerst dat gedeelte dat over hem gaat overgeslagen
en ben ik begonnen met Jozef en Maria die in Bethlehem aankomen
of met de herders die in het veld de wacht houden over hun kudde.
Ik heb het eigenlijk niet zo op die keizer, moet je kijken wat voor macht hij heeft:
Met één opdracht kan hij de hele wereld in beweging brengen.
Moet je eens voorstellen dat jij zoveel macht hebt:
dat je niet alleen iets van je broer of zus gedaan krijgt,
dat niet alleen je ouders naar je luisteren (misschien vind je dat al heel wat!),
dat je niet alleen invloed hebt op de mensen hier in Oldebroek,
dat je een heel dorp is kunt laten doen,
maar dat je de hele wereld in beweging kunt krijgen.
Ik zou er niet gelukkig van worden als ik zoveel macht zou hebben.
Natuurlijk, je kunt veel voor elkaar krijgen:
Je kunt maatregelen afkondigingen waarmee je het milieu zou kunnen redden
of een maatregel waarmee je arme mensen kunt helpen,
of andere problemen die er in de wereld zijn kunt oplossen.
Maar bij elk besluit dat je neemt, zijn er altijd mensen die er last van hebben,
zoals Jozef en Maria maar naar Bethlehem moeten gaan,
ook al is Maria hoogzwanger en krijgt ze bijna een kind.
Daar moet je wel tegen kunnen, dat jouw besluit zoveel invloed heeft in iemands leven.
Het heeft iets moois, zoveel macht, maar het is ook wel eng.
Want als jij beveelt dat iemand in de gevangenis moet, gebeurt dat ook.
En als je een hekel hebt aan iemand
en vindt dat iemand voor de leeuwen gegooid moet worden, zodat hij opgegeten wordt,
Dan zullen mensen er misschien niet mee eens zijn, maar ze zullen het wel uitvoeren.
Jouw wil is wet.
En als je een land wil aanvallen, dan zullen de legers aanvallen,
ook al zullen er veel soldaten sneuvelen.
Of met één bevel een heel leger uit een land weghalen,
omdat je denkt dat het niet meer nodig is.
Dan heb je veel verantwoordelijkheid.
En het is altijd een spanning: gebruik je die verantwoordelijkheid voor jezelf
of om het land dat je hoort te dienen verder te helpen?

Eén bevel waarmee de mensen verplicht op reis moeten.
Deze keizer wil namelijk weten hoeveel mensen in zijn grote, uitgestrekte rijk wonen.
Dan weet hij hoeveel belasting hij kan heffen
en hoeveel soldaten de overwonnen landen kunnen leveren voor zijn legers.
Als je zoveel macht hebt, als je met één bevel een hele wereld in gang kunt brengen,
kijk je niet naar individuele gevallen.
Dan let je er niet op, dat een jong stel, Maria en Jozef, nog niet getrouwd, wel verloofd,
op weg moet naar een andere plaats om daar ingeschreven te worden.
Je kunt er geen rekening mee houden dat er ook zwangere vrouwen op weg moeten.
De regel, het systeem bepaalt.
In Israël, waar Jozef en Maria wonen, is dat bevel met veel argwaan bekeken.
Een volk tellen mag alleen de God van Israël.
Daar in Rome is een keizer die zich God waant
en ook door degenen die hem steunen vereerd als een god.
Augustus – dat betekent: de Verhevene – geen gewoon mens,
maar iemand met goddelijke status.

Lukas is de enige, die de volkstelling heeft.
Waarom vertelt Lukas, dat de hele wereld ingeschreven moest worden
op basis van dat ene gebod van de keizer in Rome?
En waarom vertelt hij dan dat Jozef en Maria onderweg zijn gegaan naar Bethlehem?
Ik denk, dat hij ons iets wil duidelijk maken.
Maar wat?
Deze preek hield ik vorige week zaterdag ook in een dienst voor doven.
Toen was de kerstviering van Ammas, met leden van de Veluwe en Overijssel.
Tijdens de dienst was er een tolk, die gebarentaal kon.
Terwijl ik de preek hield, vertaalde zij mijn preek in gebarentaal.
Na afloop liep ik rond en probeerde wat met de mensen te spreken.
Ik was echter steeds afhankelijk van die tolk, die mijn woorden vertaalde in gebarentaal
En de gebarentaal voor mij in woorden vertaalde.
Als die tolk er niet was, dan kon iemand wel wat tegen mij zeggen, maar begreep ik het niet.
Ik had dezelfde ervaring bij het lezen van Lukas 2, over Augustus.
Lukas wil ons iets zeggen, maar het is net of ik doof ben.
Ik zie dat hij mij iets verteld, maar ik hoor niet goed wat hij wil zeggen.
En in de afgelopen week heb ik een aantal commentaren gelezen over Lukas 2
die net zo doof waren als ik en voor mij niet konden vertalen,
bijvoorbeeld in gebarentaal wat hij mij wil vertellen.

Opeens begreep ik Lukas beter en denk ik te begrijpen wat hij ons wil vertellen:
Jozef en Maria gingen op pad vanwege een bevel van de hoogste die er op de wereld is:
de keizer in Rome.
Een hogere macht op aarde bestaat niet. Deze macht bestuurt alles op aarde.
Maar het gaat Lukas niet om Augustus. Augustus is helemaal niet zo belangrijk voor Lukas.
Lukas wil ons duidelijk maken dat er een nog hogere macht is,  die bevelen geeft
en de wereld beheerst, een macht waar we van gered moeten worden

en om ons van die macht te redden kwam Jezus op aarde.
Naast God die de wereld geschapen heeft is er nog een macht op aarde gekomen,
een indringer om de wereld van God te roven
en om ons mensen bij God vandaan te krijgen: de boze.
Hier op aarde leven we niet in vrijheid, maar is er een macht die ons aanstuurt,
waar we onszelf niet van kunnen bevrijden, waarin we gevangen zitten.

(3) In de greep van een andere macht (Page 2)
Toen ik de preek vorige week tijdens de kerstviering hield,
Ik heb daar wel over na moeten denken.
Merk ik dat ik in die macht gevangen zit?
Ik heb toen lang moeten nadenken over een voorbeeld om het duidelijk te maken
en kon toen geen voorbeeld bedenken.
Vorige week was een gebeurtenis, waarbij ik dacht:
Daar kun je die macht zien die ons gevangen houdt,
de duisternis waarin wij als mensen verkeren.
Ik had liever dat die gebeurtenis niet plaatsgevonden had
En dat ik nog steeds moest zoeken naar een voorbeeld.
Afgelopen dinsdag werd in Rotterdam bij haar school een scholiere van 16 doodgeschoten.
Aangrijpend: een school hoort een veilige plek te zijn, waar je je kunt richten op je toekomst.
En met 16 jaar hoor je te dromen over een toekomst die je later hebt.
En later kwamen er nog meer berichten naar buiten, hoe de man die haar doodschoot
een relatie had gehad, maar haar niet kon loslaten
en haar steeds volgde en daarvoor een contactverbod kreeg
En nog weer later kwam een bericht dat hij haar zou hebben willen ontvoeren.
Hier wordt zichtbaar hoe mensen in de greep komen van een boze macht,
iemand niet los kunnen laten en uiteindelijk zelfs om het leven brengen.
En dit is niet het enige voorbeeld dat er te geven zou zijn.
Als je het nieuw gaat bij houden, zul je geregeld zulke voorbeelden kunnen tegenkomen
alleen al in ons land en dan hebben we het niet over zoveel geweld verder in de wereld.
Als ik zulke berichten hoor of lees, vind ik dat altijd weer aangrijpend.
En tegelijkertijd besef ik: ik kan niet alleen over anderen zeggen,
dat een verkeerde macht hen in de greep houdt,
maar moet ik ook naar mijzelf kijken.
Ook in mijn eigen hart kan die duistere macht wonen en de regie hebben
en dat het nooit naar buiten komt, is alleen maar genade.
Ik ben geen beter mens en wij allemaal moeten gered worden van die boze macht,
die over ons regeert.

(4) God stuurt dé Redder (page 3)
Lukas vertelt dit ons ook, dat God zelf gekomen is om te bevrijden.
Terwijl Augustus denkt dat hij de regie over heel de wereld heeft
en de macht van de boze denkt over de hele wereld te heersen
is er een Kind geboren in Bethlehem, gekomen uit de hoge hemel.
Nog veel verder weg dat het verre Rome
en toch is deze heerser gekomen, uit de hemel neergedaald, gekomen naar ons toe.
God wordt mens: Hij komt in deze wereld,
Zijn wereld die in de greep gekomen is van die andere macht.
De machtige Augustus wordt een instrument in Gods hand
om het kind in Bethlehem te brengen.
Welke macht op aarde er ook is, Gods macht is sterker.
als mens komt Hij, hulpeloos en kwetsbaar,
in doeken gewikkeld om te laten zien dat Hij geen supermens is,
maar gewoon mens,
die onze kou deelt en ons verdriet, ook pijn kan hebben en kan lijden,
kan lachen en genieten, mens zoals als
alleen geen zonde, maar gekomen om ons te bevrijden uit de macht van de zonde.
Die doeken wijzen ook vooruit naar hoe dit kind als het ouder geworden is
neergelegd wordt in een graf,ook in doeken gewikkeld.
Hier bij de kribbe met het pasgeboren Kind zegt Lukas: er komt een kruis
waar dit kind als het groot geworden is aan gehangen wordt.

Een van de bekende onderdelen van het kerstverhaal is
dat er geen plaats is in de herberg
en dat Jezus daarom maar in een stal geboren moest worden.
Je kunt dat opvatten als een gebrek aan gastvrijheid,
maar dat is niet wat Lukas aan ons wil doorgeven.
Daar waar Jezus neergelegd wordt, worden de gasten opgevangen.
Daar kunnen zij zich terugtrekken, slapen en verblijven tot ze verder gaan.
Ook dat Kind zal onderweg zijn – het evangelie van Lukas is één groot reisverhaal.
Op reis van Galilea naar Judea, zoals Maria en Jozef ook die weg gingen.
Zijn reis zal uitgebreider verteld worden
en het eindpunt is Jeruzalem.
Niet het kruis is het eindpunt van dit Kind, maar de Olijfberg
waar Hij heengaat naar Zijn Vader.
Dit Kind wordt in een kribbe neergelegd, omdat het onderweg is,
maar tijdelijk op deze aarde.
We staan er vandaag bij stil hoe Hij gekomen is, in dankbaarheid dat Hij wilde komen,
dat Hij bereid was om de aarde te verlaten.
Hij werd mens en werd net als wij – en toch Gods Zoon!
Hij kwam voor ons om het licht te brengen.
Dat licht komt er al, als de engel neerdaalt en dat indrukwekkende licht mee brengt,
het licht van Gods heerlijkheid, dat al op aarde komt
bij de geboorte van Jezus.
Zo zal de wereld vol Zijn van Gods heerlijkheid
als de Heer die toen geboren werd als Kind, later zal terugkomen.

(5) De Redder is gekomen (page 4)
Vandaag vieren we feest omdat die Redder is gekomen, gezonden door God zelf.
De macht van de duisternis heeft niet het laatste woord,
al zien we nog wel veel aan ellende,
zoals een meisje dat nog een heel leven voor zich had, gedood werd,
Met de komst van Christus naar de aarde heeft God laten weten,
Dat de macht van de duisternis niet meer het laatste woord heeft in onze wereld
en dat er een tijd gaat aanbreken, waarop er vrede zal zijn,
Vrede op aarde en vrede in ons hart.
Het is nog toekomstmuziek en we kijken er naar uit
en toch vieren we dat God iets beslissends heeft gedaan:
daar in Bethlehem werd een begin gemaakt met onze bevrijding,
werd Hij geboren, onze Redder.
Wij kunnen niet meer naar Bethlehem om Hem te aanbidden,
We kunnen wel ons hart aan Hem toewijden en welkom heten in ons hart.
De engelen zingen al tot Zijn eer – nu wij nog! Amen

Preek Tweede Kerstdag 2017

Preek Tweede Kerstdag 2017
Mattheüs 2:1-23
Tekst: vers 14-15

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er is een oude profetie die zegt dat als er een kind geboren zal worden
het voorbij is met het  marcheren van de soldaten van de vijand,
die je met hun gestamp je angst inboezemen,
dat de wapens waarmee ze hebben huisgehouden onbruikbaar geworden zijn
en de uniformen waar de sporen van de strijd nog aan te zien zijn
in het vuur verbrand zullen worden.
Er zal een bevrijding zijn en vrede
omdat er een Kind geboren is, een Zoon die aan ons gegeven wordt,
die regeren zal, die de verantwoordelijkheid zal hebben om te regeren.
Deze vredevorst zal voor altijd regeren.

Als dat Kind dan geboren is, gebeurt juist het tegenovergestelde van deze profetie:
Een van de zwartste bladzijden van de Bijbel wordt geschreven
als de soldaten van Herodes het dorp inmarcheren
om in het dorp Bethlehem en de hele omtrek uit voorzorg alle jongetjes te doden.
Herodes laat zich van zijn meest wrede kant zien
omdat de wijzen niet gekomen zijn om hem van informatie te voorzien.
Een stem is in Rama gehoord, geklaag, gejammer en veel gekerm; Rachel huilde over haar kinderen, en wilde niet vertroost worden, omdat zij er niet meer zijn.
Er is geen troost te bedenken voor het dorp dat getroffen is.
Mooie woorden worden er niet geaccepteerd.
Er zit verzet in deze houding: mijn kinderen hebben ze afgenomen,
Ze nemen mij ook niet het verdriet om mijn kinderen af, want ze zijn er niet meer.
Het is de harde werkelijkheid van de wereld waarin wij leven,
Waarin dit Kind geboren is, die de Vredevorst zal zijn.
Een engel waarschuwt Jozef
en nog diezelfde nacht, onder de bescherming van het duister,
gaat Jozef op pad naar een ander land, naar Egypte, samen met het Kind en Zijn moeder.
Balling zijn ze daar in dat land, waar eerder al Abraham naar vluchtte
omdat er in het land dat God hem gegeven had honger dreigde.
Balling net als Jerobeam, die ook voor zijn leven moest vluchten
nadat de profeet Ahia hem tot opvolger van Salomo had aangewezen
en Salomo dat te weten kwam en Jerobeam om het leven wilde brengen.
Zo moet ook Jezus vluchten voor Zijn leven en een veilig heenkomen zoeken in Egypte,
omdat er een koning is die Hem wil doden.
Nog maar net zijn er wijze mannen geweest uit het oosten
om Hem te aanbidden als de nieuwe Koning van Israël die net geboren is.
Ze hebben geknield bij de kribbe
en toen ze vertrokken waren kreeg Jozef een droom en meteen verliet hij Bethlehem.
Een Koning in ballingschap, waar Hij in een vreemd land moet opgroeien.
Dat Christus de hemel verliet en als hulpeloze baby geboren werd,
dat was al een bijzondere weg, dat was al een weg van vernedering, van kruisdragen,
de beloofde Redder, die Koning zal zijn en elke macht zal verbreken,
wordt geboren als een kwetsbaar kindje dat verzorgd moet worden.
Die kwetsbaarheid en die zorg wordt nog groter
als blijkt dat er gevlucht moet worden.
De Zoon van God, de beloofde redder en koning, wordt een vluchtelingenkind.
Zoals zoveel mensen door de eeuwen heen hebben moeten vluchten voor hun leven.
Jezus deelt in hun misère.
Het is al het eerste kruis dat Hij in Zijn leven te dragen heeft.

Dat Gods Zoon een vluchteling wordt heeft de spot opgeroepen.
Enkele eeuwen later was er een felle bestrijder van het christelijk geloof: Celsus.
Hij dreef de spot met deze vlucht:
Als Jezus God was en de macht en het gezag had van God
dan had Hij toch niet hoeven vluchten.
Voor deze Celsus was het een teken van zwakte, ongeloofwaardig,
dat Jezus een veilig heenkomen moest zoeken.
Hij zag het al voor zich: een God op de vlucht, mooie God is dat.
Een God die een zwerverskind is, een asielzoekerskind.
Er is iemand die deze Celsus bestrijdt: Origenes.
Deze Origenes wijst erop dat dit de weg is die God vaak kiest
En zeker met Jezus gaat: De eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten de eersten.
God draait de verhoudingen om.
Machtigen, die geloven dat aan hun macht nooit een einde komen, vallen van de troon.
Jezus draait alle verhoudingen om: de meeste wordt de minste, de Heer een knecht.
En het loopt er op uit dat omgekeerd de minste de meeste wordt,
We zongen het afgelopen zondagmiddag:

Sterk mij door uw tere handen,
maak mij door uw kleinheid groot,
maak mij vrij door uwe banden,
maak mij rijk door uwe nood,
maak mij blijde door uw lijden,
maak mij levend door uw dood!

Omkering van de rollen: het loopt uit op de opstanding van de doden.
Om dat voor ieder mens te laten gelden moest Jezus ook  helemaal mens worden.
Door te vluchten deelt Jezus in ons bestaan;
anders kon Jezus niet de hoop zijn voor al die mensen die door al de eeuwen heen
moesten vluchten voor een beter bestaan of moesten vluchten voor hun leven.
Anders konden al die mensen zeggen: Mooi verhaal, maar wat heb ik er aan?
Wat heeft het met mij te maken,
ik die mijn land moest verlaten omdat ik anders gedood zou worden
en doordat ik gevlucht ben, heeft mijn familie moeten boeten.
Jezus deelt in het leed, in de wonden, in de vlucht, de dreiging voor gevaar.
Toch is dat niet het enige wat Mattheüs ons wil meegeven:
God die weet wat het is om kwetsbaar te zijn, om op de vlucht te moeten,
die weet wat is om bedreigd te worden.
Wat Mattheüs wil zeggen: Kijk verder dan deze Herodes en alle Herodessen die er zijn.
Want als de tijd van Herodes voorbij is komt deze Koning weer terug,
keert de balling naar huis – Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
De Herodessen in deze wereld hebben het niet voor het zeggen.
Ook al lijkt het er wel op als we het nieuws op ons laten inwerken.
Dictators die hun macht niet uit handen willen geven
en met een woord, een gebaar een hele stad kunnen uitmoorden.
Er zijn heel wat namen te noemen:
Oradour-sur-Glane, Lidice, Putten, Halabja, Tiananmenplein in Peking
– zij weten wat het is om met Rachel mee te treuren over de kinderen die er niet meer zijn.
En toch … Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
Dat citaat uit de profeet Hosea geeft Mattheüs
nog voordat hij schrijft over de gruweldaad van Herodes.
Uit Egypte, waar de jongetjes in de Nijl geworpen moesten worden,
Waar de vaders zo hard moesten werken,
dat ze geen tijd meer hadden om bij elkaar te komen,
maar dag en nacht als dwangarbeiders moesten werken,
zodat het volk kapot gemaakt zou worden.
Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
Het Egypte, waar de noodkreten van een lijdend volk naar de hemel stegen
en bij God in de hemel aankwamen,
en al duurde het nog tachtig jaar voordat Mozes geroepen werd
om het volk uit te leiden, tachtig lange, harde jaren,
de poort van Egypte ging open.
Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
Uiteindelijk mag Israël uit Egypte gaan, uitgeleid door de sterke hand van God.
Steeds als er een Egypte is, een hard bestaan, dan zal er ook een uittocht zijn.
Ook al houdt Herodes nog huis, zijn macht is slechts voor korte duur.
Het is de draak uit Openbaring 12 die wacht tot hij het kind kan verslinden,
maar uiteindelijk zelf verslagen wordt en het onderspit moet delven
en hoe hij ook tekeergaat en slachtoffers maakt, zijn macht is van korte duur,
gebroken is zijn macht en vernietigd.

Uit Egypte heb ik Mijn Zoon geroepen – dat is ook de troost voor Rachel
die niet getroost wil worden, die zich verzet tegen elke troost
En haar machteloosheid, haar waarom, haar verdriet naar de hemel schreeuwt
en ook door God niet getroost wil worden.
Om de pijn en het verdriet van Bethlehem te beschrijven
grijpt MAttheüs terug op een oude gebeurtenis, ook diep ingrijpend,
nooit vergeten door Bethlehem, als een oude wond, nog steeds een litteken.
In de tijd dat de Babyloniërs kwamen om de kinderen van Rama mee te nemen,
als ballingen weggevoerd naar Babel, naar de concentratiekampen ver weg.
Rachel, ze weent om haar kinderen, omdat ze er niet meer zijn, niet meer bij haar,
maar ver weg, onbereikbaar,
ontroostbaar is ze, want die kinderen zullen nooit meer terugkomen.
Voorgoed kwijt.
Een diep, intens verdriet, dat nu in Bethlehem door Herodes wordt herhaald.
De kinderen, ze komen niet meer terug.

Er is iets bijzonders met de tekst die Mattheüs aanhaalt.
Mattheüs die in zijn evangelie een echte bijbelkenner blijkt te zijn laat iets weg.
Want de tekst die hij aanhaalt, geeft juist aan dat er voor de ontroostbare Rachel
troost is, omdat de Heere ingrijpt
en de kinderen uit Babel zal laten terugkeren naar Israël.
Rachel, die ontroostbaar is, zal worden herenigd met haar kinderen.
Maar voor die tweede Rachel?
Mattheüs laat de troost weg.
Hij vertelt alleen dat Herodes sterft en dat er een engel verschijnt aan Jozef
en Jozef opdraagt om terug te keren naar Israël.
Er is bij Jozef nog wel aarzeling, omdat er een zoon van Herodes nu regeert.
Is het wel veilig?
Is dat de troost voor Rachel? Dat Jezus weer terugkeert? Of is er geen troost?
Mattheüs kan alleen maar vertellen over Jezus die terugkeert met Jozef,
nog niet helemaal veilig en daarom maar de uitwijk moet nemen naar Nazareth
en daar verder opgroei.
Mattheüs kan alleen maar vertellen dat de tijd van Herodes voorbij is
en de tijd van Jezus is gekomen.
Mattheüs kan alleen maar vertellen hoe na dertig jaar na het drama van Bethlehem
deze Jezus rondtrekt door Zijn land, als de nieuwe koning,
met meer gezag dan de Schriftgeleerden, lerend over een nieuwe wereld die komt:
Gods koninkrijk, waarin degenen die treuren getroost worden,
waarin de zachtmoedigen het land zullen bezitten
en dat dit koninkrijk er is voor hen die vanwege de gerechtigheid worden vervolgd.
Mattheüs vertelt verder, een heel evangelie lang, over deze koning
tot deze Jezus komt te staan voor iemand die Herodes opgevolgd heeft: Pilatus.
Pilatus die voor elkaar krijgt wat Herodes niet gelukt is:
Om deze koning te doden, uit de weg te ruimen.
Hoe deze koning aan het kruis wordt bespot als een machteloze,
iemand die zei dat Hij een redder zou zijn, maar zichzelf niet kan redden,
iemand die de koning van Israël zou zijn, maar daar troont op een kruis
gekroond met een doornenkroon en sterft aan het kruis
Daarmee is het verhaal van Mattheüs niet uit.
Rachel, het verhaal van dit Kind van jou gaat verder,
Treur niet te lang, wees niet ontroostbaar,
want kijk wat er op de eerste dag van de week gebeurt,
Als de sabbat voorbij is, de dag waarop God rustte van Zijn werk:
De engel die afdaalt en de steen wegrolt en opnieuw de Zoon wegroept uit Egypte,
Uit het Egypte van de dood
En zoals de soldaten van Herodes Jezus niet konden doden, God hen te snel af is,
Kunnen de soldaten van Pilatus Jezus niet in de dood houden,
ook hen is God te snel af.
Daar komt Hij uit het graf, die gekruisigd is geweest en leeft.
En nog, Rachel, is Zijn verhaal niet, van deze Zoon van jou.
Het eindigt ermee, dat Hij op de berg staat en tegen Zijn leerlingen zegt:
Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Houd dit voor ogen: Ik ben bij jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Zo is Hij ook jou nabij, Rachel, in je verdriet,
Zoals Jezus er is als er weer een nieuw Bethlehem is,
als er weer een stem van geween uit Rama klinkt, en Rachel niet getroost wil worden.
In het donker van de wreedheid,
als je machteloos moet toekijken hoe je kinderen worden je worden afgenomen.
Ik ben bij je – Mij is gegeven alle macht.
Is dat het einde van het verhaal?
Nee, pas als de wereld voltooid is, dan is het verhaal voorbij.
Dan is de rouw van Rachel voorbij,
Want dan worden ook haar kinderen uit het Egypte van de dood geroepen
en bij Rachel teruggebracht,
Dan is de boze vijand, dan is Herodes en alle Herodessen die er zijn geweest,
Verslagen en de draak zal geen dreiging meer kunnen uitoefenen.
Dan wordt het waar als het Koninkrijk van de hemelen er is en Christus koning.
degenen die treuren getroost worden,
de zachtmoedigen het land zullen bezitten
dat dit koninkrijk er is voor hen die vanwege de gerechtigheid worden vervolgd.
Samen met Rachel kijken wij uit naar die dag
dat er werkelijk vrede komt op deze wereld
en ondertussen weten we en houden we ons eraan vast,
dat geen enkele Herodes hier het laatste woord heeft,
maar dat vooraf aan wat er komen gaat deze belofte staat:
Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen, uit elk Egypte, zelfs  uit het rijk van de dood.
en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd,  Ik ben de Eerste en de Laatste. en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid.
Amen.

Preek Eerste Kerstdag 2017

Preek Eerste Kerstdag 2017
Lukas 2:8-20
Tekst: en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen (vers 9).

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als Jezus geboren wordt, zijn er buiten het stadje Bethlehem, in het veld herders.
Als het nacht is houden deze herders de wacht over de schapen die ze bij zich hebben.
Ze beschermen de schapen tegen het gevaar dat er in de nacht kan zijn:
het gevaar van schapendieven die in het donker een schaap willen stelen,
het gevaar van de wilde dieren die van het donker gebruik willen maken
om onder de beschutting van het donker een makkelijke prooi te hebben.
In de nacht waarin de meeste mensen slapen, zijn de herders wakker,
omdat zij de schapen moeten bewaken en beschermen.

Dan is er in die nacht een engel, die voor hen een boodschap heeft:
Er is een Kind geboren, niet zomaar een kind dat hen grote vreugde zal brengen,
voor iedereen die het geloven wil.
Voordat de engel deze boodschap uitspreekt, gebeurt er eerst iets anders.
Als de engel neerdaalt bij de herders, brengt hij een licht mee,
zo helder en indrukwekkend, geen gewoon licht,
maar het licht uit de hemel, het licht dat bij God vandaan komt.
De herders die in het donker van de nacht bij elkaar zijn om te waken
worden in dat hemelse licht van God geplaatst:
de heerlijkheid van de Heere omscheen heen.
De heerlijkheid van de Heere – dat is meer dan het licht van de dag, meer dan zonlicht,
het is het licht van God zelf, zo stralend en indrukwekkend.
Wie de heerlijkheid van de Heere ziet, kan zeggen dat hij God zelf gezien heeft.
Hier in de nacht, waar de herders zijn bij hun kudde, komt dat licht van God,
zijn heerlijkheid, als een verschijning van God zelf.
Dat licht van God breekt de nacht open en plaatst de herders in dat licht van God.
De engel brengt Gods licht mee naar de aarde en brengt het licht van God op de aarde
om daarmee aan te kondigen dat er een tijd zal komen
dat de hemel op aarde zal zijn en dat God zelf hier op aarde zal zijn, tussen ons mensen
en dat de nacht, die soms zo heel duidelijk aanwezig kan zijn, voorbij is en beëindigd is
door God die zelf komt en die Zijn licht op aarde breekt.

Het is nacht als de herders bezig zijn met hun werk.
De nacht – dat kan gewoon het tijdstip zijn:
ze zijn aan het werk, terwijl veel andere mensen slapen.
Zoals er nu nog mensen zijn die ‘s nachts moeten werken.
Het kan ook een subtiele aanwijzing zijn, dat het donker is om deze herders heen.
Een donkere tijd waarin ze leven.
Het kan voor u op dit moment ook wel donker zijn,
waardoor Kerst dit jaar anders is dan vorig jaar.
Je hebt een moeilijk jaar achter de rug van gevecht tegen de depressies,
je werd ziek of je moet iemand uit je directe omgeving omgeving missen, die overleden is.
Dan kun je tegen Kerst opzien, zoveel mensen die het gezellig hebben,
maar in jouw leven is dat er niet, omdat de glans ervan af is, voor even of voorgoed.
De glans die de engel op aarde bracht, die zie je niet, meer het donker waarin je zit.
Je kunt je heel alleen voelen, juist met deze dagen waarop het gezellig hoort te zijn.

De komst van de engel, zijn boodschap en het licht dat hij uit de hemel meebrengt
is bijzonder: de engel laat aan de herders en aan ons weten
dat God ons op de aarde niet alleen laat,
maar dat Hij zelf neerdaalt waar het donker is, waar dat licht van Hem gemist wordt,
daar komt Hij hoogst persoonlijk, om dat licht weer terug te brengen.
Het volk dat in duisternis wandelt, zo kondigde de profeet Jesaja aan, zal een groot licht zien
Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen.
Dat is wat er bij de herders gebeurt.
Het is een aankondiging, dat God de aarde niet vergeten is,
dat Hij zelf uit de hemel neerdaalt, met die engel mee
en ook in dat kleine kindje dat geboren is in de stal en in doeken gewikkeld ligt.
Het is het begin van een missie, waarop God aan ons laat weten
dat elke duisternis verdreven zal worden van de aarde, die ons gevangen houdt.
En dat licht dat de engel uit de hemel meebrengt, kondigt aan hoe de wereld zal worden
als dat Kind dat geboren is, als Jezus Zijn werk zal volbrengen aan het kruis
en als Hij uit de hemel weer terugkeert:
dan zal de hele wereld vol zijn van deze heerlijkheid van God, van dit licht van God.
De engel kondigt het aan: de duisternis, dat donker is niet het laatste,
dat de glans er voorgoed af is, is toch niet het laatste.
De engel, zijn komst is een voorbode van een nieuwe tijd,
Waar we als kerk ook naar uitkijken: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuw leven
dat er zal komen, omdat dit Kind voor ons geboren is, omdat Jezus kwam in een kribbe,
God die mens werd, vanuit de hemel waar Zijn heerlijkheid en glans is,
naar de aarde waar Gods nabijheid zo vaak gemist wordt,
waar de glans wordt gemist omdat je iemand kwijt raakt,
omdat mensen elkaar pijn doen, landen in oorlog zijn, mensen elkaar geweld aan doen
of leven in een wereld waarin gevochten wordt, waarin onrecht heerst,
zonder dat het er op lijkt dat er een einde aan komt.
Er is zoveel donkerheid op deze wereld.
In de Bijbel wordt die donkerheid niet ontkend, ook in de Bijbel zien we het leed van mensen,
lezen we hoe mensen de vreugde missen en snakken naar een teken van God.
Tegelijkertijd geeft de Bijbel ook aan dat God bezig is
om het donker te verdrijven, om een nieuwe wereld te brengen
zonder lijden, zonder dood, zonder onrecht, zonder zonde.
Het begint heel klein: een klein kindje geboren, hulpeloos en teer – en toch: Gods Zoon.
Een engel die aan een klein groepje mensen verschijnt
en aan hen Gods heerlijkheid en licht brengt,
in een wereld waarin de keizer van Rome het voor het zeggen lijkt te hebben
en met één bevel de hele wereld in beweging kan brengen
omdat hij wil weten hoeveel mensen er in zijn rijk zijn,
om te weten hoe groots zijn aanzien is
en om te weten hoeveel mensen hij kan ronselen
voor de oorlogen die gevoerd moeten worden om de vrede te behouden.
Dan is het licht van die engel maar een klein lichtje in die grote donkere wereld.
en toch geweldig, want die engel maakt waar wat er in Psalm 139 staat:
Als het nacht is, zal die nacht helemaal licht worden, verlicht worden,
omdat God zelfs in het donkerste van de nacht er zal zijn
en sterker is dan welke macht van het donker ook.
Geen wonder dat de herders bevreesd zijn.
Moet je voorstellen: dat Gods heerlijkheid hier vanmorgen over ons komt.
Dat we ons opeens bevinden in een heilig licht van God afkomstig,
omdat God zelf hier in ons midden afdaalt.
En toch: vreest niet, ik kom met goed nieuws voor iedereen, voor heel het volk.
Niet alleen voor jullie, herders, maar het is een boodschap vol vreugde voor iedereen.
Die heerlijkheid, die glans die jullie nu mogen zien, die over jullie komt
En waar jullie van huiveren, komt er terug op aarde.
Het Kind dat geboren is in de kribbe zal het terugbrengen.
Het Kind dat geboren is, Jezus, klein en teer, is het teken
dat er een andere tijd zal komen, dat Gods tijd weer zal aanbreken
en dat is goed nieuws voor ons.

De herders zullen het vol verbazing hebben aanschouwd.
En als de heerlijkheid, die glans over hen nog niet genoeg is,
komt er een heel koor van engelen, die de boodschap van de eerste engel onderstreept:
Ere zij God, vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
De hemel is vol vreugde, vol engelen, die de herders willen aansporen
om met eigen ogen te gaan kijken dat het waar is wat de engel zegt.
Ook ons sporen de engelen aan om te kijken, te kijken in geloof
om met de herders mee te gaan, naar de stal van Bethlehem
om daar in eerbied mee te knielen
om daar in eerbied mee te knielen
Om mee te zingen met de engelen,
om het net als de herders te vertellen tegen iedereen die we tegen komen

Wij staan aan een kribbe, aanschouwen de bron,
de oorsprong der schepping, de rijzende zon:


Hoe diep ook het  duister waarin Hij verschijnt,
zijn ster aan de hemel heeft alles omlijnd.
Hij is ons tot lichtbron in donkere nacht.
Het zonlicht van Pasen wint hier al aan kracht.,
Amen

Preek 17 december 2017

Preek 17 december 2017
Preek jongerendienst. Thema: Wat trek jij aan met Kerst?
N.a.v. Romeinen 13:8-14
24232378_1724355950931116_7173329242606294367_nVanmiddag komt mijn broer met zijn vrouw
om hier bij ons het kerstdiner te gebruiken.
Ik ben de hele week al bezig met nadenken:
Wat doen we met dit kerstdiner? Wat zetten we op tafel?
Want ja, mijn broer heeft stijl.
Misschien komt dat wel door zijn vrouw…
En weet je hoe hij er altijd uitziet?
Het is altijd, ja hoe zal ik het zeggen: verrassend,
een soort sjiek, maar dan ook weer een soort losjes.
Als hij komt, dan kijk ik toch altijd naar zijn kleren
en dan heb ik het idee dat ik zelf er maar gewoontjes bijloop, wat ik ook aantrek.
Daarom ben ik er al een paar dagen mee bezig, wat ik aantrek.

[voorbeelden: colberts/gilet & pyjama]

Hebben jullie dat ook, dat je al heel lang van tevoren
erover nadenkt wat je zult aantrekken?

Ik weet nog goed hoe toen ik klein was
Er een kerstboom uit ons tuintje
in de kamer werd gezet.

Ach nee, bij ons werd er nooit een kerstboom in de tuin gezet,
dat was heidens.
Wat we wel eens deden: na nieuwjaar kerstbomen bij ons in de tuin zetten.
Hadden we toch een kerstboom.
En een kerstdiner hadden we ook niet,
want we moesten veel naar de kerk:
Op Eerste Kerstdag 2x
en op Tweede Kerstdag hadden we ‘s morgens een gewone kerkdienst
en ‘s middags een lange kerstviering van de zondagsschool in de kerk.
Daarom aten we altijd heel eenvoudig met kerst.
Heel af en toe hebben we met Kerst gegourmet,
als ik de foto’s mag geloven
maar ik kan me het niet meer herinneren.

En toch, weet je: de kerstvieringen vond ik altijd bijzonder.
Ook de kerstviering op school:
‘s avonds laat nog naar school (zo voelde het), de zondagse kleren aan.
in het donker op school, kaarsen aan, de kerstliederen,
de sfeer, de vertelling uit de Bijbel, het kerstverhaal.
Heb jij ook een mooie herinnering aan de kerstvieringen?
Ik weet nog goed hoe toen ik klein was
Weet je, voor mij hebben die kerstvieringen mij geholpen, denk ik zo,
om als kind te geloven in dat Kind dat kwam,
Gods eigen Zoon in de kribbe,
Dat Hij kwam voor mij.

Daarom is het voor mij een feest dat veel betekent, ik hoop voor jullie ook.
Maar ja, nu komt mijn broer met kerst
en ik ben nu veel meer bezig met hoe het in de kamer er uit moet zien, hoe de sfeer is,
Wat er op tafel moet staan, wat ik aantrek.
Kun jij ook zo er mee bezig zijn hoe anderen over je denken?
Hoe zij het bij jou vinden om bij jou in huis te zijn?

Ik ben daar haast meer mee bezig dan waarom ze komen
en waarom we feestvieren,
Waarom het gezellig is:
Omdat er een Kind geboren is, niet zomaar een Kind, de Redder.
Hij kwam in een wereld, die helemaal niet zo gezellig was,
in een stal, omdat niemand zijn ouders een plekje in huis wilde geven, nergens welkom.
De Redder – en nergens welkom!
Kun jij dat voorstellen, dat je nergens welkom bent
en dat je maar in een schuur geboren wordt
en neergelegd wordt in een kist waar eerst dierenvoer in zat?
Kun je je voorstellen dat je ouders nadat je geboren bent
snel hun spullen moeten pakken
en op de vlucht moeten naar een ander land,
omdat je anders gedood wordt?
Wat kunnen wij ons dan druk maken over wat we moeten aantrekken!
Is Hij bij jou wel welkom?
In jouw hart, in jouw leven?

Er komt een dag, waarop Jezus terugkomt, het Kind van Bethlehem.
Hij komt dan niet terug als kind, maar als Koning.
Ben jij daarop voorbereid?
Want je kunt je wel, net als ik, op een feestje met elkaar voorbereiden,
maar uiteindelijk gaat het erom, dat we deze Koning kunnen ontmoeten.
Dat betekent niet, dat je elk moment aan Hem moet denken,
maar wel dat als Hij komt, dat je dan niet verrast bent,
maar juist blij bent: Heere Jezus, mijn HEER, U bent gekomen!
Ik heb er naar uitgekeken!

Weet je, zegt Paulus, die dag komt snel dichterbij.
Nu is het nog donker op deze wereld, niet gezellig donker,
maar duister, verkeerd en dreigend.
Mensen die alleen maar denken aan zichzelf
en dat zij het maar goed hebben en een ander laten stikken.
Die van anderen kunnen stelen – ik kan me dat niet voorstellen
wat daar aan is, dat je van een ander steelt.
Die vriendschappen of relaties kapot maken, omdat ze alleen maar met zichzelf bezig zijn en hoe zij gelukkig kunnen worden,
ook al is dat ten koste van anderen.
Ze kunnen zich soms heel mooi voordoen, mooi aankleden,
de duurste kleren kopen
en indruk maken met hoe ze voor de dag komen
en toch is het leeg in hun leven, hebben ze niets en zijn ze niets.

Weet je wanneer je pas iets bent en iets hebt?
Als je gelooft in Jezus, als je Hem toegelaten hebt.
Weet je wat je er gebeurt als je gaat geloven?
Dan wordt het weer licht in je leven, dan wordt het dag,
het licht gaat schijnen in je leven en over je leven.
Net zoals toen de engel bij de herders kwam.
Het is dan niet meer donker, niet meer duister.
Je mag opstaan, een nieuw leven krijgen.

Er kunnen van die dagen zijn, waarop je moeilijk kunt opstaan.
Misschien heb je dat juist wel in deze dagen als het donker is en koud.
Je weet niet wat je aan moet trekken
en daarom ga je eerst maar eens naar beneden om te ontbijten
om als je wakker bent dan te kijken wat je aandoet.
Ook al is het donker, dan is er toch al een nieuwe dag begonnen.

Zo legt Paulus uit hoe het voor ons om uit te kijken naar de Wederkomst.
Het lijkt nog donker om je heen:
Je ziet zoveel mensen die niet geloven in Christus,
er niet mee bezig zijn dat er er een God is,
of er niet voor hen zelf mee bezig zijn.
Misschien jijzelf ook nog niet.
Dan slaap je nog, terwijl het al dag geworden is!
De dag is al begonnen zegt Paulus, want Jezus is al geboren,
Hij is al gestorven en jij mag geloven dat Hij ook voor jou gekomen is.
Maar dan moet je ook opstaan
en je pyjama uitdoen,
want in het echt ga je ook niet met je pyjama aan naar school,
naar de kerk, naar vrienden, naar de winkel.
Je trekt kleren aan, op een gewone dag misschien gewone kleren
en op een speciale dag speciale kleren
waar je al lang over nagedacht hebt.

Als je gelooft, heb je een nieuw leven, ben je aan de dag begonnen,
je slaapt niet meer, maar je bent wakker geworden.
Daar horen nieuwe kleren bij: Bekleed je met de Heere Jezus Christus.
Trek Christus aan, zoals je elke morgen aankleedt.

Hoe doe je dat dan?
Dat is allereerst: geloven. Geloven dat Jezus ook jouw Heer wil zijn.
Dat je zegt: Wilt U ook in mijn hart komen?
Heb je dat al eens gedaan?
Maar ook: dat je als christen leeft.
Dat je in wat je doet bewust bent: Ik hoor nu bij Christus.
Dat is ook wat anderen aan mij zien.
Liefde en bewogenheid, de liefde en bewogenheid van Christus.
Je doet een aantal dingen niet meer, omdat ze niet bij Christus horen.
Alles wat niet bij Christus past, dat doe je uit, zoals je je pyjama uitdoet.
Daarmee kun je Christus niet onder ogen komen
als Hij terugkomt.
Wat moet je dan uitdoen? Wat kan niet meer?
Teveel eten, vreten – want dan denk je alleen aan jezelf
en is je buik je god waarvoor je knielt.
Niet teveel drinken en niet dronken worden.
Niet steeds aan seks denken of porno kijken.
Geen ruzie meer maken
of ook niet ervoor zorgen dat twee anderen ruzie met elkaar krijgen.
Niet jaloers meer zijn.
Daarmee kun je niet voor Christus komen als Hij komt.
Alleen als je Hem aangetrokken hebt,
als je gelooft, als Hij in je hart leeft en ook als je leeft uit Hem.

Dat kan best moeite kosten – dat kost strijdt.
de werken van de duisternis afleggen
en de wapens van het licht aandoen
[Geestelijke wapenrusting: met Kerst uniform aandoen!]
Maar het is de moeite waard! Neem dat maar van mij aan.
En je bent goed voorbereid voor als Jezus terugkomt.

Dus … wat trek je aan met Kerst?
Dat mag van alles zijn. Zelfs je pyjama.
Als je maar de Heere Jezus hebt aangedaan.
Als je opgestaan bent en leeft alsof het al dag is,
alsof het al de dag is dat Christus is teruggekomen.
Dat als Hij komt je niet schrikt,
maar zegt: Welkom HEER. Ik had U al verwacht. Amen