Preek zondagavond 26 augustus 2018

Preek zondagavond 26 augustus 2018
Viering 100 jaar Maranathakerk

Schriftlezing (1): 2 Kronieken 29:20-30
Dit gedeelte werd gelezen in de inwijdingsdienst van 17 december 1966, waarbij het orgel en de uitgebreide Maranathakapel (weer) in gebruik werd genomen.
Ds. H.A. van Bemmel sprak hierover. Orgel en kerk werden overgedragen aan dhr. B. Brink, president-kerkvoogd. Ds. A. Noordegraaf sprak een dankwoord uit.

Schriftlezing: 1 Korinthe 16:13-24.
Bij de officiële opening op 11 augustus 1918 sprak ds. G.H. Beekenkamp over 1 Korinthe 16:22. De andere predikant, ds. Vonk, had ook zullen spreken, maar kon door ziekte niet aanwezig zijn.

Zie voor de geschiedenis van de Maranathakerk

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vandaag staan we er als Hervormde Gemeente Oldebroek – ‘t Loo erbij stil
dat de Maranathakerk 100 jaar geleden in gebruik werd genomen.
Op 8 augustus 1918 werd dit gebouw in gebruik genomen,
eerst als lokaal waarin kerkdiensten gehouden werden en zondagsschool.
Eerst was het een evangelisatiegebouw,
gericht op de mensen uit de buurtschappen om de Maranathakerk heen:
’t Loo, Stuivezand, Vreeweg, Vierschoten, de Lapstreek en de Hogenbrink.
Na de verbouwing was het eerst een kapel en met de torenspits een echte kerk.
De reden waarom de kerk gebouwd werd – het was eerst een gebouwtje van de diaconie,
was dat ds. Beekenkamp, de toenmalige predikant, in deze buurtschappen
heel wat mensen tegenkwam die niet naar de Dorpskerk kwamen.
De afstand was te groot, of men was te arm, had geen geld voor schoenen of een muts.
Deze predikant bracht dat op de kerkenraad ter sprake
en er werd voor deze mensen een gebouwtje neergezet, bij hen in de buurt.
Ik vind het een mooie gedachte: Als de mensen niet naar de kerk kunnen gaan,
moeten de mensen maar naar de kerk gaan,
als kerk zijn waar de mensen zijn.
Als er de afstand een belemmering is om te gaan,
zorgen voor een ruimte bij hen in de buurt

zodat ze in hun eigen nabijheid een plek hebben om een eredienst te hebben.
Een gebouwtje, een lokaal was het eerst nog, waar ze konden komen
met klompen aan, als ze geen geld hadden voor schoenen,
waar de vrouwen konden komen zonder een muts, waar het geld niet voor was.
100 jaar lang al een eenvoudig gebouw, later uitgebouwd tot kapel en kerk
een tastbare herinnering dat een kerkelijke gemeente de leden hoort op te zoeken,
ook al ze uit zichzelf niet komen,
want ook de leden die niet komen zijn schapen van de kudde van de Goede Herder.
Daarmee gaf de gemeente een goed beeld van haar Herder,
die ook op zoek ging naar dat ene schaap dat verloren was geraakt.

In 1966 las ds. Van Bemmel
(de predikant die na zijn vertrek op jonge leeftijd zou overlijden,

nog voor hij in Huizen bevestigd werd,)
bij de ingebruikname een gedeelte uit 2 Kronieken 29.

Het lokaal was weer eens uitgebreid, het harmonium vervangen door een pijporgel.
Uit het gedeelte dat ds Van Bemmel had uitgekozen, kunnen we opmaken
hoe belangrijk het was dat de Maranathakerk – toen nog gebouw of kapel –
een plek was om erediensten te kunnen houden.
Het gedeelte gaat over offers die worden gebracht:
verschillende soorten offers, die gebracht werden vanuit het besef
dat het volk steeds weer opnieuw vergeving en reiniging van de zonde nodig had.
Dat het weer goed komt met het volk, nadat het eerst was afgedwaald.
Verzoening van het volk met God.
verzoening betekent dat de breuk weer is geheeld, dat het goed gemaakt is.
niet door het offer. Het offer is alleen een vraag aan de Heere, of Hij het goed wil maken.
Door daar bij die splitsing, tussen de verschillende buurtschappen in
een ruimte te maken waar erediensten gehouden kunnen worden,
liet de kerkenraad weten dat het ook voor de mensen die hier woonden
het noodzakelijk is dat het weer goed kwam tussen hen en de Heere.
Ik weet niet hoe het beeld in die tijd was van ‘t Loo, Stuivezand, de Lapstreek, Vierschoten, Hogenbrink
maar het signaal was: ook voor de mensen hier is het nodig
dat ze weer bij Christus komen, dat ze horen dat Christus ook voor hen gestorven is
en dat ze dat niet alleen horen, maar ook zien en ervaren,
doordat er in hun eigen nabijheid een gebouw komt voor erediensten,
waar zij op hun eigen manier tot de Heere kunnen naderen.
Een eredienst is ook een plek waar gezongen wordt.
We lezen over priesters en Levieten die voor muziek zorgden.
Koperblazers en koren.
Ook de Maranathakerk kreeg een orgel om de gemeentezang te begeleiden
en er waren koren die in de zalen bij elkaar kwamen om te repeteren
en nog steeds op de zaterdagavond het uurtje zingen hier in de kerk.
Nu vandaag staan we er als gemeente bij stil dat dit gebouw 100 jaar wordt gebruikt
op deze manier, als een plaats om God te ontmoeten en te eren en te prijzen
als een herinnering hier bij de mensen in de buurtschappen
dat God onder mensen wil wonen, ook tussen hen.
100 jaar lang gebruikt de Heere dit gebouw voor Zijn koninkrijk
en vandaag willen we Hem daarvoor eren.

En toch … natuurlijk, feest, terecht feest. En toch … knaagt er iets.
Want die naam Maranatha betekent een oproep aan Christus om te komen:
Kom Heere Jezus!
Bij alle dankbaarheid voor de 100 jaar dat dit gebouw wordt gebruikt,
betekent ook dat er 100 jaar lang gewacht wordt op de Wederkomst
en dat Christus nog steeds niet is gekomen
en wij nog net zo als ds. Beekenkamp en de kerkenraad destijds uitkijken
naar de dag dat Christus terugkomt om bij ons te zijn.
Honderd jaar geleden werd er al naar uitgekeken
en het is bijzonder en mooi dat het ons samenbindt met de hervormden van die tijd.
Wat was het mooi geweest als we dit jubileum niet hadden,
omdat het niet meer nodig was dat er een tempel was of een kerkgebouw,
maar Christus zelf bij ons, teruggekomen uit de hemel tot Zijn gemeente, Zijn bruid.
Honderd jaar lang is de naam een herinnering, een heenwijzing
dat de wereld niet blijft zoals deze wereld is, maar dat er een betere wereld wacht,
de tijd die aanbreekt als Christus hier op aarde komt,
een mooi vooruitzicht voor degenen die Hem verwachten,
maar een waarschuwing voor hen die zonder Christus leven.

Ik weet niet wat de inhoud was van wat ds Beekenkamp sprak
tijdens de opening in 1918.

Koos hij dit gedeelte, omdat dit het enige gedeelte in de Bijbel was
waarin het woord Maranatha voorkomt?
Of koos hij dit gedeelte ook vanwege de waarschuwing die er naar voren komt?
Als iemand de Heere Jezus niet liefheeft, laat hij dan vervloekt zijn.
Dat zijn woorden die je niet bij de opening van een kerkgebouw zou verwachten.
Misschien had ds. Beekenkamp ontdekt wat een van u ooit eens tegen mij zei:
‘Je hoeft er niet omheen te draaien. Als het nodig is, moet je ons bij de lurven grijpen.’
De waarschuwing hoort er ook bij.
voor wie de Bijbel kent is en weet welke woorden er staan voor het woord Maranatha,
beseft dat dit gebouw met deze naam ook een vermaning is, een waarschuwing:
Leef niet zonder Christus! Kies niet voor een leven waarin je Hem buitensluit.
U kunt dat niet uit de vertaling halen,
maar de manier waarop Paulus deze waarschuwing verwoordt, is bijzonder.
Als Paulus schrijft over liefde, gebruikt hij meestal het woord agapè.
Dat woord heeft voor hem de betekenis van dienen, belangeloos leven tov de ander.
Maar dat woord gebruikt Paulus niet.
Als Paulus hier schrijft: wie de Heer niet liefheeft, bedoelt hij:
wie bewust kiest voor een leven waarin je Christus buiten sluit,
je hart expres voor Hem dicht doet, je wilt Hem gewoon niet in je leven.
Het gaat hier niet om tekort aan liefde,
waar je je als gelovige schuldig onder kunt voelen,

maar om je verzetten tegen deze Heer.
Zoals Paulus dat eerst ook deed, toen hij nog niet geloofde in Christus,
al was hij zich er toen niet bewust van
en moest Christus dat hem hardhandig duidelijk maken op weg naar Damaskus.
Zo staat het gebouw er ook als waarschuwing:
Het gaat wel ergens naar toe.
Kun je straks deze Heer, van wie deze kerk is, ontmoeten?
Of heb je hem buiten gesloten? Leef je zonder Hem?
Maar wat gebeurt er dan met je, als Hij terugkomt en je hart niet van Hem is?
Weet je dan niet wat er met je gebeurt, als Christus terug komt?
Je hoort er dan niet bij.
Je bent dan net als die 5 meisjes, die tevergeefs aankloppen op de deur
en tegen wie de bruidegom zegt: Ik ken jullie helemaal niet.
Maranatha – Christus die komt, is niet alleen de goede Herder,
maar is ook de hemelse rechter.
Je zult rekenschap afleggen van wat je met je leven hebt gedaan.
Van wat het woord dat je hier in de kerk hebt gehoord in je uitwerkte.
Van al die keren dat je langsfietste of langsreed en je eraan herinnerd werd
dat er een Heer is, die zich bekommert om jou en deze verloren wereld,
die afdaalde om je te redden en ook voor jou kwam.
In de vakantie liepen wij langs verschillende indrukwekkende kerken in Rouen,
heuse kathedralen, met indrukwekkende beelden aan de buitenkant.
Boven de kerkdeur was een troon, met daarop Christus – rechter!
In de kerk gaat het wel ergens om: Om wat er van jou gaat worden
En om hoe je nu bent, van wie jij nu bent, wie er woont in jouw hart
en de baas is in jouw leven.

Dat kan natuurlijk heel gemakkelijk opgevat worden
als een deur die dicht gedaan wordt,

De suggestie gewekt: als je niet tot onze club behoort,
als je je niet kunt vinden in onze manieren dan hoor je er niet bij.
Maar nee, voor Paulus gaat het hier niet om een deur die dicht gegooid wordt,
maar om een allerlaatste waarschuwing:
Als je zo leeft, dan loop je alles mis.
Maar daarmee sluit hij de brief niet af.
Als hij schrijft, dat wie zonder Christus leeft, bewust, opzettelijk, er niet meer bij hoort,
niet bij Christus hoort en daarom niet in de hemel kan komen,
doet hij dat niet om eens haarfijn te laten voelen dat hij goed zit.
Integendeel, hij weet maar al te goed dat je verkeerd kunt zitten.
Nee, hij doet juist de deur weer helemaal open, een brede uitnodiging,
want hij gaat spreken over de genade van Christus.
En die genade is er niet voor een enkeling, nee:
voor heel de gemeente, voor ieder die deze woorden hoort en leest:
De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u.
Opeens, royaal, de genade uitgestrooid, als een uitnodiging voor iedereen:
Pak die uitgestoken hand, kom aan boord! Ook voor jou is er een plek.
Je moet die verzen niet los van elkaar lezen, maar ze horen bij elkaar.
Zonder Christus heb je niets, en moet je vrezen voor het oordeel,
en Hij komt! Ook om te oordelen,
maar zolang Hij nog niet gekomen is, is er hoop.
Ook voor jou en voor u, voor iedereen die van Hem wil weten,
voor de mensen in de buurtschappen die niet naar de kerk konden komen
en voor wie de kerk naar hen komt,
omdat deze genade de kerk dringt om hier naar toe te komen,
Bij de mensen te zijn om hen te vertellen, te laten horen en te laten ervaren
dat die genade er ook voor hen is.
Zodat de dag waarop Christus komt niet een dag die met vrees tegemoet gezien wordt,
maar een dag van verlangen:
O hoe blijde zal ik wezen, op te trekken met die stoet,
juichend met ontelbre zaalgen, onze Bruigom tegemoet.

Jezus leeft in eeuwigheid en als Hij komt, mag ik binnen gaan,
voor Zijn troon staan en vol dankbaarheid zingen, waar ik nu al van mag zingen,
alsof ik dat nu al heb, maar dan volledig zal krijgen:
Hij is de Heer van mijn leven, het loflied omdat mijn verlangen is vervuld,
het verlangen dat zovelen hadden en hebben: Maranatha.
Heer, U bent gekomen. Uw sjaloom wordt werkelijkheid.
Amen

 

Kerkpedagogiek

Kerkpedagogiek
In aanraking brengen met het christelijk geloof door het kerkgebouw te laten ervaren

Een kerkgebouw fascineert. Zowel van de buitenkant als van de binnenkant. Zeker een oude, monumentale kerk. In de afgelopen tijd is bij kerken het besef ontstaan dat mensen zich graag laten rondleiden om meer van het gebouw te weten te komen, om de sfeer te proeven of om het effect van het kerkgebouw te ondergaan.

dyn001_original_640_427_jpeg_2546155_82896877c7d6f079dbece222aef25da3

De populariteit van rondleidingen binnen kerken is niet onopgemerkt gebleven. In de afgelopen tijd is er een heuse stroming kerkpedagogiek opgekomen. Dat is een stroming binnen de godsdienstpedagogiek, die uitgaat van de pedagogische kracht van het kerkgebouw. Het belangrijkste kenmerk van deze kerkpedagogiek (of pedagogiek van de kerkruimte) is dat men de bezoekers van het kerkgebouw deze ruimte wil laten ervaren.

Geloof
Het kerkgebouw getuigt in de opbouw, in de ruimte en in het gebruik door de eeuwen heen. Juist het gebouw kan degenen, die niet met het christelijk geloof bekend zijn, in aanraking brengen met kernelementen van het geloof. Door het kerkgebouw te ervaren, kunnen bezoekers ook een idee krijgen van wat het geloof inhoudt. Voor veel van onze tijdgenoten is het kerkgebouw de eerste kennismaking met het christelijk geloof en met de kerk. Het kerkgebouw zelf spreekt van het geloof. Christian Möller schreef eens over de prediking van de stenen.

In de afgelopen jaren zijn enkele publicaties verschenen op het terrein van de kerkpedagogiek:

Symbool voor de onzichtbare kerk
Het eerste boek over kerkpedagogiek verscheen in 1998: de godsdienstpedagoog Jörg Ohlemacher schreef samen met kunstenares Margarete Luise Goecke-Seischab het boek Krichen erkunden – Kirchen erschlieβen. Hierin wordt de lezer door zelf te oefenen ingewijd in de methoden van het ontsluiten van een kerkgebouw en de betekenis ervan.
De auteurs nemen hun uitgangspunt in de symboliek van de kerk. Het zichtbare kerkgebouw is een symbool voor de onzichtbare kerk. De betekenis van de architectuur wordt gekoppeld aan de grote heilshistorische lijnen en aan de Bijbel:

* als afbeelding van het hemelse Jeruzalem
* als een weg die de gelovige voert van het donker naar het licht
* als gebouw dat een eeuwige harmonie van de getallen in de kosmos symboliseert
* als plaats waar het kruis van Christus herinnert aan Zijn lijden en opstanding.

De auteurs laten aan de hand van de verschillende stijlperioden (barok, classicisme, enz) zien hoe men in die tijd geloofde en welke voorstellingen men van God en geloof had. Een kerkgebouw is dan niet zozeer een afbeelding van het hemelse Jeruzalem, maar een afbeelding van hoe mensen in een bepaalde tijd dat hemelse Jeruzalem voorstellen.

250px-05787_Ilpendam_PKN._vm.NHK._15e_Kerkstraat_19_NH._opname_23-08-1997_foto._Alie_Stok-Britting._Krommenie_(8)

‘Bezoek’ aan de Bijbel
Juist de kritische reflectie op hoe men in een bepaalde tijd kijkt, kan een stap zijn om de Bijbel erbij te pakken. De ‘tekst’ van het kerkgebouw kan met de ‘oertekst’ van de Bijbel vergeleken worden. Het kerkgebouw kan leiden tot een instap in bepaalde Bijbelgedeelten. Door het kerkgebouw te laten ervaren, kan men ook bezoekers van een kerkgebouw ook uitdagen om een ‘bezoek’ aan de Bijbel te brengen.

Belangrijke publicaties na dit boek zijn:
– Hartmut Rupp (Hg.), Handbuch der Kirchenpädagogik (2006)
– Birgit Neumann / Antje Rösener, Kirchenpädagogik (2003)
(Zie ook het artikel van Hartmut Rupp, ‘Bibel und Kirchenraum, in: Mirjam Zimmermann / Ruben Zimmermann (Hg.), Handbuch Bibeldidaktik (Tübingen: Mohr Siebeck, 2013) 582-589)

KIA050422_cf30f

Theologische betekenis van de kerkruimte
Binnen de protestantse traditie is nog lang niet iedereen doordrongen van de theologische betekenis van de kerkruimte. In 2002 werd over deze betekenis een bundel Kirchen – Raum – Pädagogik uitgegeven onder redactie van Sigrid Glockzin – Bever en Horst Schwebel. In deze bundel komen veel tegengestelde meningen aan het woord.

Niet heilsnoodzakelijk
In dat boek geeft Horst Schwebel aan dat een kerkgebouw geen theologische betekenis heeft, want een gebouw is niet heilsnoodzakelijk. Volgens hem is een gebouw geen middel dat het heil doorgeeft (medium salutis) en is het gebouw ook niet noodzakelijk voor de verhouding tot God. De betekenis van een gebouw is vooral die er door mensen aangegeven wordt (antropologisch). Kerkpedagogiek is voor hem wel van belang, omdat een gebouw het geloof uit het verleden laat zien en die distantie kan ook voor ons vandaag de dag heilzaam zijn.

watergang_wkansel-01

Sporen
In diezelfde bundel kiest Klaus Raschzok een ander spoor. Hij benadrukt dat de gemeente een gebouw nodig heeft om over een langere tijd de eredienst te kunnen houden. Dan is een kerkgebouw wel degelijk van belang voor de relatie met God. Raschzok gaat nog een stap verder: in een kerkgebouw zijn sporen te vinden van de eredienst, van het gebed en ook van de aanwezigheid van Christus. Hoe nadrukkelijker die sporen aanwezig zijn, hoe meer een gebouw met kracht geladen is.
Deze gedachte roept gelijk een aantal vragen op: om welke kracht gaat het en wat zijn die sporen? Werkt de kracht in het gebouw of in de gemeente die in dit gebouw samenkomt om te bidden, te zingen, de sacramenten te gebruiken? Wat is ervanuit de Bijbel hierover te zeggen?

In ieder geval is het duidelijk dat een kerkpedagogiek op basis van Raschzoks spirituele verstaan van een kerkgebouw er anders uitziet dan een kerkpedagogiek op basis van het antropologische model van Schwebel.

N.a.v. Werner Weiland, ‘… mehr als ein Schweinestall. Kirchenraum und Kirchenpädaogik’, Theologische Beiträge 38/1 (2007) 41-47.

Zie ook: uw kerk vertelt van geloof

Een kerk vertelt van het geloof

Een kerk vertelt van het geloof

Brengt u tijdens uw vakantie met uw kinderen ook een bezoek aan een kerk? Een bezoek aan een kerkgebouw is een goede gelegenheid om kinderen in aanraking te brengen met het christelijk geloof. Door de ruimte van een kerkgebouw binnen te stappen kunnen zij ervaren hoe mensen God door de eeuwen door hebben gezocht en gediend. Zij kunnen de stilte en de akoestiek ondervinden. Binnen en buiten is voor hen vaak veel te zien, dat hen kan vertellen over Christus en het leven met Hem.

Christian Möller schreef eens over de ‘prediking van de stenen’: het kerkgebouw zelf vertelt over het geloof en geeft aan kinderen de gelegenheid om de wereld van het geloof binnen te stappen.

dyn001_original_640_427_jpeg_2546155_82896877c7d6f079dbece222aef25da3

In de jaren-’90 heeft men ontdekt dat het de moeite was om het kerkgebouw te gebruiken om volwassenen en kinderen in aanraking te brengen met christelijk geloof en het in te wijden in wat christenen geloven en vieren. Sindsdien is de kerkpedagogiek in opmars: het rondleiden van volwassenen en kinderen om hen kennis te laten maken met het kerkgebouw, de betekenis van wat er in een kerkgebouw te vinden is uit te leggen en hen te laten ervaren hoe het is om in een kerkgebouw het geloof te beleven.

Deze opmars heeft verschillende oorzaken: Het aantal bezoekers van een kerkdienst mag wellicht afnemen, het aantal bezoekers van een kerkgebouw niet. Velen die geen kerkelijke binding meer hebben bezoeken graag als toerist een kerkgebouw en raken gefascineerd door wat de kerkelijke ruimte hen te bieden heeft. Daarnaast zal de opmars van de kerkpedagogiek te maken hebben met het besef, dat kerkgebouwen (kunst)historische waarde hebben. In Duitsland kreeg de kerkpedagogiek ook een Schwung door restauratie van kerken, die in de tijd van de DDR waren verwaarloosd. Met als bekend voorbeeld de heropbouw van de Frauenkirche in Dresden.

67-Frauenkirche-Dresden

Een mooie suggestie voor een rondleiding die de kerk zelf van het geloof laat spreken kwam ik tegen bij Christian Möller. Deze rondleiding is naar mijn idee ook heel geschikt voor kinderen. Hij noemt deze rondleiding door de kerk: Een kerk vertelt over het geloof. Een rondleiding voor toeristen, die de tijd hebben en graag meer willen weten over de kunstgeschiedenis van de kerk maar ook open staan voor de boodschap die deze kerk vertelt.

Deze rondleiding begint bij de doopvont. Vroeger stond de doopvont buiten de kerk, omdat de doop vroeger de toegang tot de kerk bood. Er zijn doopvonten die bijvoorbeeld door middel van houtsnijwerk een hele dooptheologie laten zien: van de zondvloed en de uittocht uit Egypte via de doop van Jezus en het bevel uit Mattheüs 28 tot aan de ark als metafoor voor de doop (1 Petr 3:20). Bij het doopvont zou de groep een dooplied kunnen zingen en het water en de doopvont aanraken (eventueel als een herinnering aan hun eigen doop).

watergang_wkansel-01 watergang_wkansel-05

De groep maakt dan een gang door het kerkgebouw om de ruimte van het gebouw te ervaren: een wijdse ruimte, die toch geborgenheid geeft. Hierdoor kunnen de bezoekers, zonder dat het hen nadrukkelijk gezegd wordt, een ervaring hebben van Gods grootheid en zich toch bij Hem geborgen voelen. Veel kerken zijn in oostelijke richting gebouwd, omdat vandaar de zon opkomt: een heenwijzing naar de opstanding van Christus. Veel kerken zijn zo gebouwd, dat het licht van de opkomende zon de kerk binnenvalt. De gids kan hier vertellen dat de kerk is leeft en gedragen wordt door de opstanding van Christus. De groep neemt plaats in de banken om te ervaren hoe het is om onderdeel te zijn van een vierende gemeente. Ze ervaren hoe hun ogen worden getrokken naar de kansel en het altaar of de avondmaalstafel en krijgen te horen dat dat niet voor niets is: de preek en het avondmaal zijn belangrijke onderdelen van de eredienst. De kinderen mogen voor één keer de kansel beklimmen. De kansel biedt de gelegenheid om te vertellen, waarom de preek zo’n grote plaats inneemt in de reformatorische liturgie. De gids zou de groep kunnen uitleggen hoe de gemeente in de preek het Woord van God verneemt. Bij het altaar of avondmaalstafel kan brood en wijn worden getoond. De gids kan hier vertellen wat de heilsbetekenis is van Christus’ sterven aan het kruis.
Zo kunnen de ruimte, alles wat in het gebouw aanwezig is, de bouwgeschiedenis spreken van het leven van God met mensen en omgekeerd.

Literatuur:
– Christian Möller, “Die Predigt der Steine. Zur Ästhetik der Kirche”, in: Jürgen Seim / Lothar Steiger (Hg.),
Lobet Gott. Beiträge zur theologischen Spiritualität.FS Rudolf Bohren (München: Chr. Kaiser, 1990) 171-178.
– Birgit Neumann / Antje Rösener, Kirchenpedagogik. Kirchen öffnen, entdecken und verstehen. Ein Arbeitsbuch (Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus, 2009 – 4e druk).
– Hartmut Rupp (Hg.), Handbuch der Kirchenpädagogik. Kirchenräume wahrnemen, deuten und erschließen (Stuttgart: Calwer Verlag, 2008 – 2e druk).

Preek 23 januari morgendienst

Preek 23 januari morgendienst
1 Koningen 8: 29
: Over het huis, de plaats waarvan U gezegd hebt: Mijn naam is er

Introductie op het Bijbelgedeelte
Een kerkgebouw is meestal herkenbaar als kerk. Stel je voor dat je Oldebroek niet zou kennen en je voor het eerst door Oldebroek rijdt, dan zouden de dorpskerk en de Maranathakerk herkenbaar zijn als kerk. Onze kinderen herkennen een kerkgebouw in ieder geval wel. Als we langs een kerk rijden in een andere plaats, zeggen ze: “Iemand anders zn kerk.” Als we langs de dorpskerk of langs de Maranathakerk rijden, zeggen ze: “Onze kerk.”
Wat is het bijzondere van een kerk? In deze week wordt de Actie Kerkbalans gehouden. De opbrengst van deze actie is onder andere bedoeld voor de kerkgebouwen. Waarom zouden we geld inzamelen voor een kerkgebouw?
Omdat de kerk niet zomaar een gebouw is, maar het huis van God. De kerk is de plaats waar de Heere woont. Toen we de drempel van de kerk overstapten, stapten we het huis van God binnen. We komen bij Hem in huis.
Moet u eens voorstellen, dat we hier in het gebouw, waar we bij elkaar zijn, in het huis zijn waar de Heere woont. In dit gebouw ontmoeten wij de Heere. Heel de kerkdienst is er op afgestemd, dat wij de Heere kunnen ontmoeten.
In de preek gaat het over de kerk als het huis, waarin de Heere woont. Het gaat over het gebed, dat Salomo uitspreekt bij de ingebruikname van de tempel.

Schriftlezing: 1 Koningen 8:22-36

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Hoe bent u vanmorgen naar de kerk gekomen? Met welke instelling zit je hier? Je kunt hier in de kerk zitten, omdat je van je ouders moet. Ze vinden dat je mee moet gaan naar de kerk. Naar de kerk gaan op zondagmorgen kan zo’n vaste gewoonte zijn, dat we er nauwelijks meer nadenken waarom  we gaan en wat we doen in de kerk. Het kan zijn dat we in de afgelopen week zo druk waren, dat we het eerste deel van de kerkdienst missen, omdat we eerst tot rust moeten komen.
Met welke instelling je gekomen bent, hangt ook af van hoe je tegen het kerkgebouw aankijkt. Hoe u, hoe jij naar de kerk gekomen bent, hangt ook af van wat je verwachtingen zijn van de dienst. Het maakt nogal uit of u gekomen bent, omdat u God wilde ontmoeten of dat het een verplicht sociaal gebeuren is (dat je ook nog eens niets doet). In het ene geval ben je er op gespitst iets van God op te vangen en wil je van Hem horen. In het andere geval laat je het gewoon over je heen komen. Je ziet het wel wat het met je doet.
Die laatste houding kan ook voortkomen uit onkunde. Omdat er nog nooit iemand is geweest die je heeft uitgelegd, dat je in de kerk in Gods huis bent. Kerkgang is in jullie gezin een vaste gewoonte, zonder dat iemand uitlegt waarom jullie eigenlijk naar de kerk gaan. Wellicht heb je nooit geleerd, hoe jij je kunt instellen op de ontmoeting met de Heere. Niemand die je uitlegde wat je zelf kunt doen om de Heere hier tegen te komen. Als dat bij u of bij jou het geval is, hoop ik dat deze preek ertoe bijdraagt dat je de kerk gaat zien als de plaats waar God te ontmoeten is.

De kerk is de plaats waar God woont. Daarmee lijkt de kerk op de tempel. Daarom heb ik vanmorgen een Bijbelgedeelte gelezen dat over de tempel gaat. We hebben vanmorgen een gedeelte gelezen van het gebed dat Salomo uitspreekt bij de inwijding van de tempel. In dat gebed zegt Salomo tegen de Heere: deze plaats, waarvan U gezegd hebt: “Mijn naam zal daar zijn.”  De tempel in Jeruzalem was de plaats, waar de Naam van God aanwezig was. En dan niet voor eventjes, maar voor altijd. De tempel is een woning voor God.
Een woning wil zeggen: een thuis, een vaste plek. Als iemand je zoekt, kun je daar gevonden worden. Als iemand je iets wil toesturen, kan hij dat naar je huis sturen. De tempel was het huis van God. In de tempel kon de Heere worden opgezocht. Offers van dankbaarheid konden in de tempel bij de Heere worden gebracht. De tempel was niet zomaar een woning, maar was een paleis. In het Oude Nabije Oosten regeerde de koning vanuit een paleis. De tempel was de plaats waar de troon van de Heere stond: Hij troonde op de ark van het verbond. De ark van het verbond was Zijn troon. De tempel was ook gebouwd als een paleis. De mensen in Israël bezochten de tempel ook omdat ze de Heere als koning beschouwden. Wie hulp nodig had, ging naar de koning. Zo ging men in de tempel aan de Heere hulp vragen. Wie ziek was, ging naar de tempel om genezing te ontvangen. Een koning werd geacht om recht te spreken. Had je een conflict met iemand anders en was je niet eerlijk behandeld, dan hing je naar de konig om jouw zaak voor te leggen aan de koning in de hoop dat hij eerlijk zou vonnissen. In de psalmen wordt er geregeld over gesproken dat iemand naar de tempel gaat met de vraag: Heere, er is iemand die mij oneerlijk behandeld heeft. Wilt u rechtspreken? Wilt Ú mij recht doen? (Bijvoorbeeld Psalm 27)
De mensen in Israël geloofden dat als zij naar de tempel gingen, dat zij ook daadwerkelijk voor de Heere zelf stonden. Bekende en geliefde psalmen zingen daar ook van: God des levens, ach wanneer zal ik naad’ren voor uw ogen? Psalm 73 geeft de worsteling van Asaf weer, die het allemaal niet meer snapt. Waarom gaat het mensen die nergens aan doen en oneerlijk zijn voor de wind en hij, die trouw is aan de Heere, heeft een moeilijk leven. Bijna had hij gedacht: Er is geen God – totdat hij in de tempel kwam om God te ontmoeten. Toen kreeg hij antwoord op zijn worstelingen.
De tempel is de plaats waar God op aarde woont. En al is de kerkgebouw anders dan een tempel, toch geldt wat voor de tempel gold ook voor het kerkgebouw.  Ook als we in de kerk zitten, zijn we voor Gods aangezicht. We zijn hier op een bijzondere plaats, waar de hemel de aarde raakt. Een plaats waar een verbinding is tussen hemel en aarde, omdat God zelf hier aanwezig is.
Die aanwezigheid hebben wij niet zelf bedacht. Het is de plaats, waarvan God gezegd heeft: Mijn Naam zal hier zijn. De plaats waar we onze gebeden tot God kunnen richten. De plaats waar we naar toe kunnen als we op zoek zijn naar God. Als ik daarover nadenk – ik weet niet hoe dat u vergaat – dan maakt het mij stil. We zijn hier op heilige grond, omdat God zelf ook hier is.
Je kunt op verschillende manieren tegen de Maranathakerk en de dorpskerk aankijken. De een moet er niet aan denken om in de Maranathakerk te zitten en kiest altijd voor de dorpskerk. De ander vindt het juist in de Maranathakerk zo knus en intiem. Maar in wezen zijn de dorpskerk en de Maranathakerk hetzelfde: de plaats waarvan de Heere heeft gezegd: Mijn Naam zal daar zijn. Als u langs een van de kerken rijdt, mag u dat bedenken: dit is de plaats waarvan de Heere heeft gezegd: “Mijn Naam zal daar zijn”. De stenen roepen het u toe. Ze verkondigen het van de daken: God is er en Hij waakt over u. Het kerkgebouw is een heenwijzing naar God die er nog is: hier woont Mijn Naam.
Dat betekent dat de grote en heilige God, die alles geschapen heeft wat er is, op aarde een woonplaats heeft. Dat betekent dat Hij, de grote en heilige God, tussen mensen wil wonen en door mensen opgezocht wil worden. Salomo vroeg zich in zijn gebed af of dat wel kan: “Maar de hoogste hemel is zelfs niet in staat om U te bevatten, hoe kan een gebouw op aarde U en Uw heerlijkheid bevatten?”
Mijn Naam: dat is geen afzwakking. Zo van: Ik ben Zelf te groot om op aarde te wonen, jullie moeten het maar doen met Mijn Naam. Nee, met die Naam geeft de Heere aan op welke manier Hij aanwezig is. Die Naam luidt: Ik ben die Ik ben (Ex. 3). Die Naam drukt uit: Als Ik aangeef dat Ik ergens ben, dan ben Ik er ook. Je kunt er zeker van zijn, dat je Mij daar zult ontmoeten. Ik ben die Ik ben: Ik houd Mij aan Mijn woord. Die Naam geeft ook aan dat de God van het verbond hier woont. Bij het betreden van een kerkgebouw gaat het niet zomaar om een religieus gevoel, maar om de God van Abraham, Izak en Jakob, de God van Israël. De Naam van God geeft aan: Ik ben er! Die Naam is er in Gods huis. Je hoeft er noot aan te twijfelen. Maar die Naam zegt nog meer. De Naam mogen we ook vertalen met: Ik zal er voor je zijn. Ik sta klaar. De Naam van God drukt actiebereidheid uit, een strijdende God. Als je komt met je nood, staat Hij – bij wijze van spreken – al met Zijn handen uit de mouwen. Als je oneerlijk behandeld bent, staat Hij klaar om in te grijpen en je recht te doen.
De kerk is de plaats waar je door de Heere wordt gezien. Je mag er zeker van zijn dat de Heere je gebeden hier hoort. Al heb je die gebeden niet verwoord. Soms kan het meer een vorm van zuchten zijn. Al ervaar je niet altijd dat de Heere de gebeden hoort, toch is het zo.
Als je de kerk binnenstapt, stap je de wereld van God zelf binnen, de plaats waar de hemel open is. Net zoals Stefanus mogen wij omhoog kijken en de Heere Jezus in de hemel zien. Tegelijkertijd mogen we weten dat de Heere op aarde aanwezig is. Juist hier in de kerk. Hij is nederig geworden. De kerk is de plaats, waar de Heere vanuit de hemel Zich voor over buigt, Zijn oor neigt, om onze gebeden te horen.
In de kerk ontvangen we ook de zegen. De aanwezigheid van de Heere gaat met ons mee, wordt ons toegezegd en beloofd. Het kerkgebouw is een teken dat we er niet alleen voor staan, want de eeuwige God gaat mee. Als we voor de Actie Kerkbalans geld ophalen, doen wij dat voor het huis van de Heere, de plaats waarvan Hij gezegd heeft: Mijn Naam zal daar zijn.
Daarmee is de kerk ook een voorbode van de hemel, de plaats waar we met God mogen zijn en de plaats, waarin Hij alles in allen zal zijn. Van die heerlijkheid mogen we in de kerk al iets zien, omdat Zijn Naam hier zal zijn.
Amen

ds. M.J. Schuurman