Psalm 82

Psalm 82

Psalm 82 is een bekende psalm in de uitleg van het Oude Testament, omdat er gesproken wordt over de raad van goden die in de hemel bij elkaar komt. Uit de omringende culturen is zo’n raad van goden bekend. Net als de aardse koning had de hemelse hoofdgod een hofhouding, waarbij allerlei lagere goden als adviseurs en uitvoerders aanwezig waren om de troon van deze god. In deze psalm wordt zichtbaar dat het Oude Testament oud-oosterse kenmerken heeft.

De vraag bij deze psalm is: gaat het om hetzelfde fenomeen: rondom God een raad van lagere goden? Dat is om twee redenen een vraag:
– Men geloofde in het oude Israël toch dat er maar één God is? Waarom kan men dan spreken over een raad van goden?
– Als dit bij andere, omringende goden bekend is, heeft het oude Israël dan iets van hen overgenomen? Met andere woorden: is men beïnvloed door de omringende Kanaänitische godsdiensten?

In de uitleg wordt er vaak gekozen voor 3 opties:

  1. In deze psalm gaat het om de dood van de goden, die hun plicht als goden niet nagekomen zijn.
  2. In de psalm gaat het om aardse rechters die geen recht spreken en aan hun einde komen.
  3. De keuze is een verkeerde, omdat bij onderdrukking door aardse machthebbers er altijd goden achter hen staan en bij goden die hun aardse plicht niet nakomen dat altijd tot uiting komt door middel van aardse machthebbers.

Wie is er in deze psalm aan het woord?
Een belangrijke vraag bij deze psalm is wie er aan het woord is. Duidelijk is dat in vers 8 een mens aan het woord is. Meestal wordt aangenomen dat in het begin de God van Israël aan het woord is. Het is echter ook mogelijk om er vanuit te gaan dat in de hele psalm er een mens aan het woord is.

Gaat deze psalm over de God van Israël?
Meestal wordt in het Oude Testament de God van Israël aangeduid als HE(E)R(E). In deze psalm ontbreekt deze naam. De vraag is of deze psalm wel over de God van Israël gaat. Omdat deze psalm in het boek van de Psalmen is opgenomen mag je daar toch vanuit gaan. Er zijn ook wel meer psalmen waar niet over HEER, maar over God gesproken wordt. Blijkbaar maakt dat in poëtische teksten als de psalmen niet uit.

Wat doet de God van Israël in deze psalm?
In deze psalm wordt niet verteld dat de God van Israël de raad van de goden voorzit. Dan zou hij zitten. Aangezien hij staat, heeft hij de rol van aanklager. Hij klaagt de andere goden aan dat zij hun taak niet nakomen. De God van Israël roept hen ter verantwoording.

Waarom wordt er over de raad van goden gesproken?
Het is vreemd dat er over een raad van goden gesproken wordt, omdat in veel gevallen het Oude Testament ervan uit gaat dat er maar één God is. De andere goden kunnen wel in de gedachten van mensen bestaan en worden wel vereerd, maar ze zijn lucht en leegte, hebben oren maar horen niet.
Hier wordt over de raad van goden gesproken omdat de andere goden worden aangeklaagd. Die goden staan symbool voor de landen om Israël heen, die allemaal hun eigen beschermgoden hebben. Deze goden worden door de God van Israël aangeklaagd voor hun onverschilligheid en wreedheid.
Het gaat hier niet om een abstract of leuk theorietje over goden in de hemel, maar het gaat hier wat er op aarde gebeurt. De psalm staat in de buurt van psalmen die spreken over de inval van andere volken in Israël (Psalm 74, 79, 80). Israël heeft te lijden onder het geweld van de andere goden, omdat hun onderdanen in Israël huishouden. Terwijl het de taak voor een god is om te zorgen voor de armen, de weduwen en andere kwetsbaren in het land (vers 3-4)
Doordat de goden hun taak niet nakomen is de gehele wereld in gevaar: het is duister en de fundamenten van de aarde wankelen. In het Oude Nabije Oosten was er een verband tussen het slechte gedrag van de mensen en het voortbestaan van de wereld: door slecht gedrag (onderdrukking, uitbuiting, oorlog, plundering) raken de fundamenten uit het lood en dreigt de wereld in te storten. De goden doen niets. Nu moet de God van Israël wel ingrijpen. met het einde voor die andere goden als gevolg. Zij stortten ter aarde. Zij verliezen hun macht en hun einde is nabij. Het einde van een god wordt zichtbaar in het einde van een rijk of dynastie. Hoe machtig de landen zich nu tonen (en daarmee hun goden), het einde van die wereldrijken komt er aan en wordt door de God van Israël bewerkstelligt.

Psalm 82 gaat dus over de val van de wereldrijken vanwege hun geweld. Dat wordt verteld in de vorm van goden die hun onsterfelijkheid kwijt raken. Het gaat dus om het tegenovergestelde van apotheose: hoe machtig een wereldrijk is, er komt een einde aan als de God van Israël dat bepaalt.

Een vergelijkbare tekst is: Jesaja 14, waar de val van het rijk van Babylon wordt verteld als een val van de god van Babylon uit de hemel. De zo onsterfelijk geachte god valt van zijn hemelse troon en komt in het dodenrijk terecht. Zijn we daar altijd zo bang voor geweest, vragen de anderen in het dodenrijk zich verbaasd af.

 

Deborah, Barak en Jaël (Richteren 4)

Deborah, Barak en Jaël (Richteren 4)

Het verhaal van Deborah, Barak en Jaël is een van de bekendere verhalen uit het bijbelboek Rechters / Richteren. Dat het een bekender verhaal is, wil nog niet zeggen dat dit verhaal gemakkelijk te begrijpen is. Ik wil wat uitleg geven bij het verhaal.

gedeon01
(Gustav Dore, 1885)

Spiegel
De verhalen uit Rchters / Richteren willen niet als historisch verhaal gelezen worden. Daarmee doe ik geen uitspraak over de historische betrouwbaarheid van deze verhalen. Het boek staat in de Bijbel, omdat het ons als lezers iets te zeggen heeft. De verhalen houden ons een spiegel voor: wat zou jij doen in deze situatie.

(Ik baseer me verder op de Herziene Statenvertaling. Deze vertaling is in de gemeente die ik dien in gebruik. Deze uitleg schrijf ik op n.a.v. een bijbelstudie met gemeenteleden. Vandaar dat ik verder spreek over Richteren.)
2a16ade85edd89c3c741322282d386e7


Kanaänitische levensstijl
Richteren 4 begint met de dood van Ehud. Toen Ehud gestorven was, deden de Israëlieten opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE (vers 1). Ehud was richter. Een richter (of rechter) is in dit bijbelboek niet alleen iemand die rechtspreekt, maar ook recht brengt. Het recht dat geschonden is wordt hersteld. De gerechtigheid die ontbreekt wordt teruggebracht.

Na de dood van Ehud blijkt dat het dienen van de Heere niet diep geworteld is in het hart en het leven van de Israëlieten. Ze verlaten Gods weg. Daarmee gaan ze niet alleen de afgoden dienen, maar  de Kanaänitsche levensstijl (zie de blog over Richteren 1) wordt weer hun manier van leven. Dat betekent dat er geen omzien naar elkaar meer is. Het recht van de sterkste geldt. Mensen zijn geen persoon meer met een levensverhaal maar worden een nummer. Een mensenleven telt niet. De Kanaänitische levensstijl is een harde, egocentrische levensstijl. Zo had de Heere Israël niet bedoeld.

Deborah3

De klok terugdraaien
Met de keuze voor de Kanaänitische levensstijl is het ‘project’ verovering van Kanaän mislukt. Het volk Israël had de taak om te leven in Godsvertrouwen en had de taak om te leven volgens Gods sjaloom: tot eer van God en in dienst van de naaste. Met de keuze voor de verkeerde levensstijl draait het volk de klok terug, naar het oude, harde bestaan. Uit dat bestaan waren ooit verlost, toen ze uit Egypte weg mochten trekken.
Als het volk de klok terugdraait naar voor de intocht in Kanaän,. krijgt het een koekje van eigen deeg. De Heere, de God van Israël draait ook de klok terug. De Kanaänieten – volgens Jozua – bijna geheel verslagen, worden door de Heere gestuurd om te laten zien wat er gebeurt als je de klok terugzet naar de oude, harde periode waarvan je juist was bevrijd. Als het volk kiest voor de Kanaänitische levensstijl wordt het zelf slachtoffer van die stijl: ze worden knecht van de Kanaänieten.

2015566_univ_lsr_xl

Weer in Egypte
Ze worden weer tot slaaf gemaakt. Ze zijn weer terug in Egypte. In vers 2-3 wordt de situatie beschreven met kenmerken, die het volk meemaakte toen het in Egypte was: de stijdwagens, de onderdrukking, het roepen tot God. De koning van de Kanaänieten heeft de naam Jabin. Die naam betekent: ‘hij zal het opmerken’. Het is een signaal naar de Israëlieten toe: Merk de hand van je God hierin op. Het is geen Vreemde die het je aandoet. In  de uitleg van het Oude Testament is er altijd de discussie: straft God Zijn volk of laat Hij het volk de gevolgen van hun verkeerde keuze ondervinden. Ik denk dat het allebei is: het is straf om te laten ervaren wat er gebeurt als je als volk recht en gerechtigheid prijsgeeft. Het is de gevolgen van je verkeerde daden en intenties te laten ervaren. Als waarschuwing en oproep tot omkeer. Het verhaal wordt verteld om aan ons te laten zien: dit gebeurt er als je Gods richtlijnen voor de samenleving prijsgeeft.

download (1)

Deborah
De Heere, de God van Israël is niet alleen een oordelende God. Hij brengt ook redding. Welke keuze het volk ook maakt, het blijft Zijn volk. Met dit volk heeft Hij een verbond gesloten. Deze keer wordt een richter niet rechtstreekts geroepen, maar gebeurt het via Deborah. Deborah is rechter en profetes. Israël in Kanaän is niet de ideale samenleving. Er is een rechter nodig. Een rechter moet oordelen in conflictsituaties. Een rechter mag zich daarbij niet laten leiden door de status van een van de partijen. In het oordeel mag de rijkere, sterkere niet een gunstiger vonnis krijgen dan de zwakkere, armere partij. Deborah is niet alleen rechter, maar ook profetes. Zij ontvangt de boodschappen van de Heere, die aanwijzingen geeft. Ze wordt de vrouw van Lappidoth genoemd. Het is de vraag of het hier gaat om een echtgenoot of een plaatsnaam. Lappidoth betekent ‘vuurvlam’, ‘fakkel’ en kan ook duiden op de openbaringen die ze krijgt of op de overwinning van de Heere die aanstaande is.
deborah-barak


Barak
Een andere hoofdpersoon is Barak (‘Bliksemflits’). Barak wil niet gaan als Deborah niet meegaat. Deborah heeft hier dezelfde functie als de ark in de slag met de Filistijnen (1 Samuël 4): Deborah staat voor de zichtbare aanwezigheid van de Heere in het strijdtoneel. Vanwege die wens van Barak gaat de eer van de overwinning niet naar hem. Hij heeft een belangrijk aandeel in de strijd, maar de eer gaat naar een vrouw.

Deborah-GettyImages-173449598-57068a385f9b581408ce21b8

Barak krijgt de opdracht om 10.000 man te verzamelen op de berg Tabor. Zo vormt hij een lokaas voor Sisera, de generaal van Jabin. Met zijn strijdwagens (geduchte wapens, vergelijkbaar met een tank die een bataljon infanteriesoldaten aanvalt) trekt hij op naar de Tabor. Barak lijkt een makkelijke prooi voor hem: hij hoeft de berg alleen maar te omsingelen en het is uit met de opstand. Als hij de berg Tabor nadert, daalt Barak met zijn 10.000 man af en komt er verwarring en angst in het leger van Sisera. Ook dit is Gods hand en die verwarring die God brengt, ontstaat vóórdat Barak het leger van de onderdrukker aanvalt. Hij wint de slag wel. Heel de vijandelijke legermacht, met zijn indrukwekkende wapenarsenaal, wordt verpletterd. Slechts één man kan ontkomen.
B802153


Jaël
De ene man die kan ontkomen is de generaal: Sisera. Hij gaat op de vlucht voor Barak. Tijdens zijn vlucht komt hij aan in het tentenkamp van een loyale stam, die niet tot de Israëlieten behoort. Het is een groepje dat zich afgesplitst heeft van de Kenieten, die zich aan Israël hadden gelieerd. In plaats van een veilig onderkomen te vinden, wordt hij in een tent vermoord. Men heeft dit Jaël kwalijk genomen in de uitleg. Ze zou zondigen tegen het heilige gebod van de gastvrijheid.
Deborah_and_Barak_battle_C-324


Sisera
Degene die zondigt tegen de gastvrijheid is echter niet Jaël, maar Sisera. Hij vlucht niet naar het stamhoofd Heber, maar naar zijn vrouw. Sisera toont zich als een man die altijd gewend is om zijn zin te krijgen. Wat Sisera doet is oneervol voor Jaël en ook kwetsend en bedreigend. Door naar haar toe te gaan, ontrooft hij haar eer. Hij verlaagt haar en behandelt haar als prostituee. Hij zoekt zijn toevlucht waarschijnlijk bij Jaël, omdat ze een man niet in een tent van een vrouw zullen zoeken. Sisera toont grensoverschrijdend gedrag naar een vrouw. Een vrouw in oorlogsgebied is kwetsbaar. Ze loopt het gevaar om aangerand of verkracht te worden. Als hij in de tent is, vertoont Sisera zich als heer en meester en gedraagt hij zich niet als gast. Opnieuw zondigt hij tegen de gastvrijheid. Hij vraagt om drinken, terwijl een gast altijd gastvrij onthaald wordt met eten en drinken. Een gast hoort nooit te vragen. Hij vraagt ook de achtervolgers voor te liegen. Op tal van manieren schendt Sisera de eer van deze vrouw, ter wille van zijn eigen veiligheid. De tentpin in de slaap (of door de keel) is een vorm van zelfbescherming. Voor Sisera haar eer nog meer kan aantasten door haar aan te randen of te verkrachten, moet hij onschadelijk gemaakt worden.

Spot op de macht
In plaats van water, waar Sisera om vraagt, krijgt hij melk en wordt hij toegedekt. Net of Jaël als moeder een klein kindje toedekt. De harde, wrede, gevreesde generaal is verworden tot een klein hulpeloos kindje. Ook u bent nu  zo zwak geworden als wij,  u bent aan ons gelijk geworden (Jesaja 14:10, het spotlied op de machtige koning van Babel, die zijn onoverwinnelijkheid kwijt is en ook kwetsbaar lijkt te zijn.) Dit is een Bijbelse trek: de spot op de machthebbers, die denken dat ze heel wat zijn, maar wiens macht slechts lucht en leegte, ijdelheid der ijdelheden is. De machthebbers worden op een voor hun vernederende manier van hun tronen gestoten (zie Maria’s Lofzang: Lukas 1:52). Die in de hemel woont zal lachen, de HEERE zal hen bespotten (Psalm 2:4). Zo vernederde God op die dag Jabin, de koning van Kanaän, vóór de Israëlieten (vers 23). De koning van Kanaän leidt gezichtsverlies, een van de ergste dingen die je kan overkomen in het (Oude) Nabije Oosten.
MV5BZWVhYzE0NzgtM2U1Yi00OWM1LWJlZTUtZmNkNWZhM2VkMDczXkEyXkFqcGdeQW1yb3NzZXI@._V1_CR46,0,1401,788_AL_UY268_CR15,0,477,268_AL_
Jaël: een vrouwelijke held à la Wonder Woman?

6a00e5520fbe938834019aff81be70970b-500wi
Of eerder een van de Koreaanse ‘troostmeisjes’ uit de Tweede Wereldoorlog?

Om over te preken
De verhalen van Richteren zijn bedoeld om door te vertellen als verhaal met een boodschap: Wat doe jij? Hoe ga jij om als je de baas bent, als je de macht hebt? Als je directeur bent van een bedrijf, een school, een zorginstelling. Als je in de politiek zit. Als je in de kerkenraad zit. Kies je voor de Kanaänitische levensstijl (die ook heel vroom gecamoufleerd kan worden met een zogenaamd geestelijke levensstijl), of kies je echt om te leven volgens de richtlijnen van de Heere?
Tijdens de Bijbelkring gaven gemeenteleden aan, dat zij de verhalen uit Richteren tijdens het bijbellezen overslaan. Dat is jammer, want daarmee mis je de boodschap, de kritische spiegel: hoe ga je om met je verantwoordelijkheden? Dat heeft volgens de Bijbel altijd te maken met je hart. Daarom: Wie stuurt je hart aan? Wie leeft er in je?

Opdracht:
1) Bekijk de bovenstaande verbeeldingen van Deborah:
a. Wat zie je? Hoe worden de personages afgebeeld?
b. Welke aspecten van het verhaal worden benadrukt?
c. Wat zegt het over hoe de tekenaar / schilder het verhaal ziet?
d. Kun je de verbeeldingen in een tijd plaatsen? Kun je daaraan ontleden hoe men tegen Deborah aankeek en waarom?
e. Welke verbeelding past het beste bij jouw beeld van Deborah?
f. Hoe zou jij zelf Deborah verbeelden?

2) Bekijk de twee onderstaande schilderijen van Jaël en Sisera
a. Wat zie je? Hoe worden de personages afgebeeld?
b. Welke aspecten van het verhaal worden benadrukt?
c. Wat zegt het over hoe de tekenaar / schilder het verhaal ziet?
d. Kun je de verbeeldingen in een tijd plaatsen? Kun je daaraan ontleden hoe men tegen Deborah aankeek en waarom?
e. Welke verbeelding past het beste bij jouw beeld van Deborah?
f. Hoe zou jij zelf Jaël en Sisera verbeelden?

1200px-Jacopo_Amigoni_002
Jacopo Amigoni, 1739

Giaele_e_Sisara
Artemisia Gentileschi, 1620


Uitleg van Richteren / Rechters 1:1-15

Uitleg van Richteren / Rechters 1:1-15

Het Bijbelboek Richteren (NBV: Rechters) bevat veel verhalen. Wat de betekenis van die verhalen is, is niet zo maar duidelijk. Daarom wil ik van het eerste gedeelte van dit Bijbelboek een mogelijke uitleg delen.

Vertellen
Het begint met vertellen. Vertellen kan om verschillende redenen. Iemand kan graag vertellen om herinneringen uit het verleden te delen. Of om een bepaalde sfeer te scheppen. Er kan een verhaal verteld worden om subtiel een boodschap aan je door te geven. In de trant van: wie de schoen past, trekke hem aan. De verhalen die in Richteren worden verteld, geven een boodschap op een vertellende wijze door. Vaak gebeurt dat zo subtiel, dat het voor de hedendaagse lezer niet eenvoudig is om die boodschap op te pikken.

Nieuw tijdperk
De openingszin van een boek zet vaak de toon. Zo ook in Richteren: Het gebeurde na de dood van Jozua dat de Israëlieten de HEERE vroegen: Wie van ons zal het eerst optrekken tegen de Kanaänieten om tegen hen te strijden? Hier is sprake van een nieuw tijdperk: Jozua is gestorven.

Jozua
Wat was het tijdperk van Jozua? Jozua had de uittocht uit Egypte meegemaakt, de reis door de woestijn, de intocht in Kanaän en de vestiging in dit land. Jozua is degene die herinnert aan Gods handelen in die tijd: door Zijn sterke arm en krachtige hand werd Israël uitgeleid. Jozua was mee de berg op, toen Mozes de wet uit Gods hand ontving. Jozua was getuige van alle keren dat het volk mopperde op de leiding van God en zag ook hoe de Heere steeds weer opnieuw Zijn volk hielp. Soms na straf en oordeel. Jozua was mee naar het Beloofde Land als verspieder en was samen met Kaleb (die verderop aan de beurt komt) de enige die geloofde dat God hen dit land kon geven.

Verleden tijd
Met de dood van Jozua zijn al die gebeurtenissen verleden tijd. Niemand die zich de daden van God en de omwegen van het volk herinnert uit eigen ervaring. Degenen die nu de leiding hebben kennen dit alleen maar van horen zeggen. Hoe zal dat de leiders vergaan? En het volk? Zullen ze in het spoor van Gods wetten gaan? Of zullen ze ervan afwijken? In dit eerste hoofdstuk worden al de eerste signalen gegeven: Zonder de leiding van Jozua gaat het niet goed. Steeds zal het volk moeite hebben om op Gods weg te blijven wandelen.

Broederschap
In de eerste zin van Richteren wordt het volk nog als één geheel gepresenteerd: de kinderen van Israël. Die eenheid staat steeds onder druk of wordt verscheurd door conflicten en tegenstellingen. Geregeld zijn er burgeroorlogen. Broederschap is een van de thema’s van het Richterenboek. In het volgende verzen staat dat Juda Simeon meeneemt en later Simeon belooft te helpen het gebied dat hij toegewezen heeft gekregen te veroveren.

Volk van God
Met de aanduiding kinderen van Israël speelt er nog iets mee: Israël is geen gewoon volk. Israël is anders dan de Kanaänieten en de Ferezieten (Perizzieten). Israël is het volk van God en heeft de roeping om op een andere manier te leven in het Beloofde Land. Als Abram de opdracht krijgt om weg te trekken uit zijn land en familiekring, krijgt hij de belofte én opdracht mee om voor de andere volken tot zegen te zijn. In het Bijbelboek Richteren blijkt dat het volk niet in staat is om naar Gods wetten te leven en steeds weer de levensstijl van de volkeren in Kanaän overneemt.

 

Raadplegen

Het begin is goed: Israël gaat niet op eigen initiatief, maar raadpleegt de Heere. Er wordt niet verteld hoe het antwoord komt. Juda zegt later tegen Simeon dat dit de uitkomst is van het lot, dat geworpen is. In eerste instantie lijkt het erop dat Israël in vertrouwen op de Heere wil leven. Alleen werpt het Bijbelboek Richteren gelijk de vraag op: zit het wel goed met het vertrouwen. Want Juda neemt Simeon mee. Is dat een daad uit broederschap, omdat Juda de kleinere stam Simeon, die ook nog eens het grondgebied kreeg dat midden in Juda’s gebied ligt, bij wil staan? Of is het een signaal dat Juda niet alleen wil gaan, ook al mag het verwachten dat de Heere aan deze stam het land geeft dat aan hen is toegewezen? Juda zal optrekken. Zie, Ik heb het land in zijn hand gegeven (vers 2).

Geweld
Een van de thema’s die het voor christenen lastig maakt om de boodschap van Richteren op te pikken is het geweld. In dit hoofdstuk is het ook nog eens geweld in opdracht van de Heere. Hoe moet je daar als christenen tegenaan kijken? Hadden de Puriteinen gelijk, die met Richteren in de hand de indianen uitmoorden, omdat ze zich het nieuwe Israël waanden en de kolonie in Amerika als het door God aan hen Beloofde Land? Nee, Richteren wil juist het tegenovergestelde zeggen: voorzichtig met geweld. Wie geweld gebruikt, gaat snel grenzen over. Dat gebeurt ook in de strijd van Juda tegen Adonibezek. Moet er wel geweld gebruikt worden om het land te veroveren? Was het niet genoeg om te weten dat God het land  zal geven? Zal geven op Zijn manier? Als David op Goliath afloopt, zegt hij: En deze hele gemeente zal weten dat de HEERE niet door zwaard of door speer verlost. (1 Samuël 17:47a) God is bij machte om zonder geweld te winnen. Ook in het verhaal van Gideon wint verdrijft het volk de vijand zonder al te veel geweld te gebruiken.

Kanaänieten
Het is goed om te beseffen wie de Kanaänieten zijn. Als het volk de opdracht krijgt om de Kanaänieten te verdrijven uit het land gaat het niet om een idee dat de inwoners in dat land minderwaardig zijn. Het is vergelijkbaar met het Babylon waaruit Abram wegtrekt. Of met de farao uit Egypte die de Hebreeën op een gewelddadige manier knecht. De Kanaänieten staan voor een gewelddadig systeem, een harde, wrede, egoïstische levensstijl zonder respect voor de tegenstander. God haat de Kanaänieten niet omdat ze andere mensen zijn dan de Israëlieten. Want de Kenieten (vers 11-16) worden opgenomen in het volk Israël. Bovendien is God ook de Schepper van die mensen. Nee, Adonibezek laat zien welke stijl er in Kanaän gebruikelijk is.

Ban
Er is nog een andere reden, waarom Israël alle inwoners moet doden. Het land is aan de Heere gewijd. Alles wat er voor de intocht in Kanaän aanwezig is, is voor de Heere. Door mensen te sparen, kan Israël de Kanaänieten gebruiken voor eigen gewin. Bovendien loopt het volk Israël het risico om de levensstijl van Kanaän over te nemen.  (Ik besef dat het niet alle vragen over het geweld beantwoordt, omdat wij tegenwoordig geneigd zijn om naar de individuele mensen te kijken, omdat veel geweld in de afgelopen gewelddadige eeuw werd veroorzaakt door het kijken naar bevolkingsgroepen in plaats van de individuele mens te zien.)

Adonibezek
Adonibezek, heer van Bezek, laat zien wat er in Kanaän gebruikelijk was: overwonnen koningen werden verminkt. Duimen en tenen werden afgehakt. Door deze verminking waren de overwonnen koningen niet meer in staat om naar de wapens te grijpen of te marcheren als soldaten. Zonder duim konden ze geen zwaard of speer hanteren. Zonder de grote teen konden ze geen rechte lijn meer lopen. De koningen krijgen niet meer te eten dan de kruimels die van de tafel vallen: ze worden als honden behandeld. Als uitschot. Deze koning wordt bij Bezek verslagen, de plaats waar later Saul zijn soldaten voor het eerst verzameld om op te trekken. Vanaf Bezek gaan ze de Ammonieten verslaan.

Straf van God?
Als Adonibezek zelf gevangen genomen wordt en verminkt wordt op de manier waarop hij anderen verminkte, ervaart hij dat als straf van God. (Of van de goden, zo kun je het ook vertalen.) Zijn gedachte lijkt te passen bij het oog om oog, tand om tand: wat je de ander aandoet, mag jou worden aangedaan worden. Het lijkt te passen bij hoe het Oude Testament denkt over de gevolgen van een slechte daad: wanneer je een slechte daad verricht, komen de gevolgen als een boemerang naar je toe. Je draagt zelf de consequenties van een slechte daad.
Al het gegeven dat Adonibezek dat pas beseft nadat het hem zelf is overkomen, doet de vraag rijzen of hij gelijk heeft met zijn conclusie. (Zijn geweten sprak blijkbaar niet eerder, niet eerder leek hij te beseffen dat ook hij aan God verantwoording schuldig is voor zijn daden, alsof hij als koning boven Gods wetten stond.) Adonibezek, die als enige gespaard blijft, terwijl er 10.000 soldaten (dit aantal kan ook voor het totaal zijn: alle soldaten) zijn gesneuveld, lijkt op Agag die door Saul wordt gespaard. Daarmee overtreden de Judeeërs de gedachte van de ban: iedereen moet worden gedood.

Trofee
Bovendien wordt Adonibezek op deze manier een trofee. De overwonnen koning wordt geshowd. Bij het showen van een overwonnen koning kan al snel de gedachte opkomen: dat hebben wij zelf toch maar mooi voor elkaar gekregen. De overwonnen koning tonen kan snel leiden tot een op de borst kloppen. Een op de borst kloppen is niet ver verwijderd van een vergeten dat God de overwinning heeft geschonken.

Kanaänitische stijl
Nog problematischer is dat de Judeeërs een grote fout begaan met de behandeling van Adonibezek. Ze doen wat Adonibezek altijd zelf deed. Boontje komt om zijn loontje, zouden we kunnen zeggen. Richteren oordeelt anders: de Judeeërs nemen de levensstijl van de Kanaänieten over: de krijgsgevangen op een wrede, onmenselijke manier behandelen, hen verminken, hen minder dan een mens maken. Nog maar net in het land of ze handelen niet meer als volk van God, maar kopiëren het gedrag van de volken die ze aantreffen in het land. Niet de torah van de Heere, maar wat ze aantreffen in het land geeft het voorbeeld. Richteren laat zien: steeds weer begaat het volk Israël de fout om als de Kanaänieten te worden. God is een God van recht en leven. In de omgang met Adonibezek vervallen de Judeeërs in een ver-baä-isering en ver-kanaän-isering van hun levensstijl. Niet de Kanaänieten zijn het probleem, maar de gevoeligheid van Israël voor deze wrede, inhumane stijl van met elkaar omgaan. Richteren houdt ook christenen een spiegel voor: niet elk middel heiligt een doel. In hoeverre kunnen wij niet een Kanaänitische omgangsvorm hebben met degenen die anders denken binnen of buiten de kerk?

 

Achsa
Tot slot: Achsa. Wat is de reden dat dit verhaal is opgenomen in Richteren? Met andere woorden: wat is de boodschap? Othniël is de zoon van Kenaz. Kenaz is mogelijk de stamvader van de Kenieten, een stam die het volk onderweg tegenkomt en zich aansluit bij Israël omdat zij geloven in de God van Israël en Zijn weg willen gaan. Integratie in Gods volk voor mensen van buitenaf is blijkbaar mogelijk. Het bijzondere van Achsa is dat zij vraagt om een zegen. Een zegen is een geschenk van God. Ze vraagt niet om water of bronnen. Ze geeft aan dat ze afhankelijk wil zijn van Gods zegen. Aan Gods zegen is alles gelegen. Daarmee is zij een voorbeeld van een niet-Israëlitische die de weg van God wel gaat. Ze houdt Israël een spiegel voor: de weg van God is wel degelijk te bewandelen. In een donkere tijd mag zij het licht van God verspreiden.