Godsbeelden van kinderen en jongeren

Godsbeelden van kinderen en jongeren
Verslag van de lezing van prof. dr. Gerhard Büttner op de studiedag van JOP en PCGVO.

Vorige week was ik op een studiedag over Godsbeelden van kinderen en jongeren. Deze studiedag was georganiseerd door JOP (JongerenOrganisatie Protestantse Kerk in Nederland) PCGVO (Protestants Centrum voor Godsdienstigig Vormingsonderwijs).

Op deze dag was prof. dr. Gerhard Büttner gevraagd om te spreken. Prof. Büttner, hoogleraar aan de Technische Universiteit van Dortmund, doet al jaren onderzoek naar hoe kinderen en jongeren over God denken.

Het is interessant, zo stelde Büttner, om te onderzoeken hoe kinderen en jongeren over God denken, omdat je hun ideeën kunt vergelijken met het eigen beeld dat je hebt van God. In het begin van zijn lezing ging hij een aantal kenmerkende onderzoeken naar beelden, die kinderen en jongeren hebben, langs:

  • Het onderzoek naar beelden, die kinderen van God hebben, begon met Stephanie Klein. Zij vroeg meisjes een serie tekeningen te maken. Daarna ging ze met de kinderen in gesprek over deze tekeningen. Ze ontdekte dat elke tekening slechts één deel weergaf van hoe een kind over God dacht. Ook kwam ze erachter dat het belangrijk was dat kinderen zelf uitleg gaven bij de tekening die ze hadden gemaakt. De uitleg van jonge kinderen bij hun eigen tekening is vaak heel anders dan wat op de tekening te zien is.
  • In een ander onderzoek werden jongeren en kinderen uit twee plaatsen vergeleken in de ontwikkeling van de beelden die zij hebben. Hij ontdekte dat kinderen zonder een nadrukkelijke godsdienstige opvoeding God vaak weergeven in de vorm van een mens en dat bleven doen als jongere. Kinderen met een godsdienstige opvoeding deden dat minder en gaven een meer symbolische weergave van God en hadden als jongere een veel gevarieerder beeld van God, een beeld dat meer paste bij hun leeftijd.
    Büttner stelde naar aanleiding van dit onderzoek dat kinderen en jongeren zowel een heel concreet als ook een heel abstract beeld van God hebben. (Volwassenen trouwens ook).
    Hoe meer bouwstenen uit ervaringen met anderen, door het horen van Bijbelverhalen, door liederen, enz kinderen aangereikt hebben gekregen, hoe gevarieerder en gepaster kinderen een beeld van God kunnen vormen.
  • Het Godsbeeld van kinderen en het kindergeloof wordt in grote mate bepaald door wat zij meekrijgen via hun omgeving. Hun geloof wordt gevormd door wat ouders, leerkrachten en anderen aan hen meegeven. Ze vertrouwen wat ouders en leerkrachten hen vertellen. Ouders, leerkrachten, leiding van zondagsschool, kindernevendienst, kinderclubs zijn daarom belangrijk voor kinderen om het beeld van God te vormen. Wat deze volwassenen van God laten zien helpt kinderen om zelf een beeld te vormen. Kinderen herhalen wat volwassenen hen meegeven én hebben hun eigen verbeelding.
  • Als kinderen vertellen hoe zij over God denken of uittekenen hoe zij over God denken laten ze iets zien van zichzelf en van hun gedachten over God. In een gesprek kun je daarbij op beide kanten ingaan.
  • Voor kinderen is het onzichtbare van God ingewikkeld. Büttner voerde een pleidooi om heel concreet aan te wijzen waar God is in de dagelijkse leefwereld. Dat kun je als volwassene het beste doen door ‘dubbel te kijken’: aan de ene kant de zichtbare kant van onze concrete leefwereld, de andere kant van wat God daarin doet. Hij gaf het voorbeeld van het uitlopen van de bomen in de lente. Aan de ene kant is dat een natuurlijk proces. Tegelijkertijd kun je aan kinderen heel goed uitleggen dat Gods hand deze bomen weer tot leven wekt na de winter.
  • In het verleden werd nogal eens gedacht dat de vraag waarom God het kwaad toelaat voor jongeren leidde tot twijfel en zelfs tot afscheid van het geloof. Recenter onderzoek laat weten dat het veel genuanceerder ligt. Onder jongeren zijn verschillende manieren om te geloven:
    – overtuigde gelovigen
    –  jongeren die sympathiek staan tegenover het bestaan van God
    – jongeren die geen duidelijke mening hebben
    –  jongeren die het bestaan van God relativeren
    – jongeren die Gods bestaan negeren
    – jongeren die zich fel verzetten tegen de gedachte dat God bestaat.
    Alleen voor de jongeren die uit zichzelf al twijfelen is de vraag waarom God kwaad, pijn, tegenslag, teleurstelling en lijden toelaat een probleem. Jongeren die overtuigd geloven hebben een zo’n groot vertrouwen dat hun geloof niet aangevochten wordt. Voor de jongeren die het bestaan van God ontkennen is tegenslag en lijden de bevestiging dat God niet bestaat.
  • Uit een recent onderzoek kwam naar voren dat jongeren met een verschillende godsdienstige achtergrond eenzelfde beeld van God lijken te hebben. Het is het beeld van God die er is om mensen gelukkig te maken. Alleen als je Hem nodig hebt, dan is Hij op het leven van de jongeren. Anders niet. Dit beeld werd de ‘therapeutische butler’ genoemd. Büttner gaf aan dat ouders, leerkrachten, predikanten, jeugdwerkers voor de uitdaging staan om de jongeren met andere beelden van God in aanraking te brengen, waarin God ook liefhebbend is, kracht geeft, verzoening biedt en de weg wijst in het leven.

In de onderzoeken werd nogal eens gevraagd aan kinderen en jongeren hun beeld(en) van God te tekenen en schilderen. Voor kinderen met een islamitische achtergrond is dat niet mogelijk. En ook voor kinderen en jongeren met christelijke achtergrond kan het een belemmering zijn, omdat zij meegekregen hebben dat je je geen beeld van God mag vormen. In dat geval kun je eerder door gesprekken ontdekken hoe zij over God denken.
father-and-child-together
Kindertheologie

Uit het onderzoek naar hoe kinderen en jongeren denken zijn kindertheologie en jongerentheologie gegroeid. Kindertheologie en jongerentheologie denkt na
– over hoe kinderen en jongeren zelf over God nadenken (theologie van kinderen en jongeren)
– hoe je hen kunt helpen en uitdagen om over God na te denken (theologie voor kinderen en jongeren)
– en hun beeld gevarieerder te maken en hoe je met hen bezig kunt zijn in gesprek of in andere werkvormen (theologie met kinderen en jongeren).

Uitdaging voor theologie van volwassenen

Kindertheologie en jongerentheologie stelt ook vragen aan volwassenen en hun theologie. Bijvoorbeeld over de vraag naar Gods stem: Kan Gods stem nog gehoord worden? Hebben volwassenen zelf die stem wel eens gehoord? Hoe klinkt die stem? Wat zegt God dan? Hoe kun je die stem horen?
Büttner: volwassenen hebben nogal eens de neiging om te direct te antwoorden of om de vragen te omzeilen. Het is van belang en ook mooi om met de kinderen en jongeren zelf na te denken over de vragen die zij stellen en hen te stimuleren om hun eigen gedachten te formuleren. Je kunt samen nadenken over hoe je een antwoord vindt. Geregeld is er slechts een voorlopig antwoord mogelijk. Ook dat kan jongeren en kinderen helpen in hun eigen nadenken over en leven met God.

Jongerentheologie

Jongerentheologie

Hoe denken jongeren over God? Zijn ze in staat om zelfstandig na te denken over God, geloof en godsdienst? Godsdienstpedagogen zoals Friedrich Schweitzer en Thomas Schlag vinden van wel. Zij voeren een pleidooi om jongeren serieus te nemen in hun nadenken over God, geloof en godsdienst. Omdat jongeren nadenken over deze thema’s zijn ze volgens hen heuse theologen. Jongerentheologie is een nieuwe invalshoek in de godsdienstpedagogiek en heeft direct veel weerklank gevonden.

Jongerentheologie is allereerst theologie van jongeren. Jongeren denken na over God en godsdienstige thema’s en hebben hun eigen gedachten over God. Daarvoor kunnen zij putten uit verschillende bronnen, zoals de Bijbel en hun geloofsopvoeding maar ook uit hun eigen ervaringen en wat zij tegenkomen in hun eigen leefwereld. Jongerentheologie gaat ervan uit dat jongeren die geen godsdienstige opvoeding hebben of hebben gehad ook in staat zijn om over God en godsdienstige thema’s nadenken. Jongerentheologie heeft iets provocatiefs: jongeren zijn niet alleen personen die te leren hebben hoe over God en geloof gedacht moet worden, maar kunnen reeds zelfstandig nadenken en het is van groot belang dat zelfstandig nadenken van jongeren binnen de kerk en in het godsdienstonderwijs serieus te nemen.

Janine (J), een 17jarige leerling van het gymnasium wordt gevraagd door een onderzoeker (O) gevraagd of zij in God gelooft:
O: Geloof je in God?
J: Ik denk dat ieder mens door een hogere macht begeleid wordt, door deze hogere macht beschermd wordt en ook in bepaalde dingen gestuurd.
O: Is dat de God van de Bijbel?
J: Ik zou niet willen zeggen dat er één God voor alle mensen is. Ik geloof dat iedereen zijn eigen God voor zichzelf moet definiëren. Maar als men dat gedaan heeft, weet ik niet of ik dat zo maar ‘God’ zou noemen. Iedereen heeft immers zijn eigen voorstelling. De gedachten over God kunnen zo verschillend uitpakken, dat ik niet denk dat één naam – of dat nu God is of Jahweh – daar nog recht aan doet. Ik geloof niet dat er één God is. Ik geloof niet in een God-in-het-algemeen, die de wereld en de mensen geschapen heeft en almachtig is, over iedereen waakt en voor iedereen gelijk is. Ik kan mij dat niet voorstellen. Wat ik niet goed vindt aan deze gedachte over God is dat er dan iemand is die mij leidt, die mij als een marionet in zijn hand heeft, mijn leven zo bepaalt dat ik er helemaal niets aan kan veranderen. Dat is een gedachte waar ik mij niet prettig bij voel.

Deze aandacht voor hoe jongeren denken past in de theologie van deze tijd. Er is veel aandacht voor geleefd geloof. Geleefd geloof houdt in: niet hoe de kerk of de officiële godsdienst voorschrijft hoe de mensen zouden moeten geloven, maar de praktijk hoe mensen werkelijk geloven en denken. Dit geleefde geloof kan nogal afwijken van de officiële leer. Om dat geleefde geloof van jongeren in beeld te krijgen, wordt er veel empirisch onderzoek gedaan, door onder andere gebruik van interviews, essays en klassengesprekken.
Jongerentheologie is niet alleen methode om te achterhalen hoe jongeren over God en godsdienstige thema’s denken. Het is ook een concept voor het godsdienstonderwijs en catechese. In het onderwijs dient het nadenken van de jongeren aan bod te komen. Jongerentheologie is ook een nadenken met jongeren. De docent of catecheet daagt hen uit om tot een zelfstandig oordeel te komen. Van groot belang is dat jongeren aan kunnen haken bij een thema. Wanneer een thema te hoog gegrepen is of geen aansluiting vindt bij de jongeren, zullen ze er niet over nadenken. Hier wordt aangesloten bij elementarisering,j een didactische werkwijze, die binnen de godsdienstpedagogiek al langer gehanteerd wordt en onder andere door Friedrich Schweitzer wordt gepleit. Elementarisering wil thema van de les en de leerling bij elkaar brengen.

Jongeren kunnen weliswaar zelfstandig nadenken, maar zijn niet altijd goed in staat om hun gedachten onder woorden te brengen. Bovendien is niet elke gedachte van jongeren zinvol. Jongeren kunnen destructieve gedachten krijgen. Juist in de jonge levensfase kun je de jonge generatie begeleiden in het ordenen van gedachten. Sommige jongeren kunnen namelijk, bijvoorbeeld, destructieve en sombere gedachten krijgen. Ze kunnen door na te denken ook een gevoel van zinloosheid opdoen. Daarom is jongerentheologie niet alleen een theologie van en met jongeren, maar ook een theologie voor jongeren. De docent heeft meer levenservaring en meer kennis dan jongeren en die kennis en levenservaring kan hij gebruiken om jongeren verder te leiden op hun weg en in hun nadenken. De docent kan antwoorden geven waar jongeren niet aan hadden gedacht. De docent kan vragen stellen waar jongeren niet op gekomen waren. De docent is hen vooruit en kan dat gebruiken om jongeren te stimuleren hun eigen weg te gaan.

Het pleidooi van Schlag en Schweitzer kan op veel instemming rekenen. Toch is er ook op dit concept kritiek gekomen, bijvoorbeeld van Berhand Dressler, een belangrijk godsdienstpedagoog in Duitsland. Hij bespeurt een bepaalde romantische verheerlijking van de gedachten van jongeren. Hij is van mening dat de gedachten van jongeren te gemakkelijk theologie worden genoemd. Volgens hem is nadenken over geloof nog geen theologie. Als het nadenken van jongeren centraal komt te staan dreigen volgens hem specifiek godsdienstige thema’s te verdwijnen, zoals het nadenken over de bijzondere rol van Christus voor het christelijk geloof. Jongerentheologie wordt daarmee eerder een vorm van filosofie dan theologie. Dat heeft een behoorlijke consequentie: in Duitsland staat het godsdienstonderwijs onder druk en is op veel scholen al vervangen door het algemenere vak levensbeschouwing.
Godsdienst bestaat uit meer dan nadenken. Godsdienst bestaat ook uit een geloofspraktijk met rituelen, gemeenschappen en traditie. Ook dat is een reden voor Dressler om kritisch te zijn op jongerentheologie. In het godsdienstonderwijs dient ook informatie over godsdiensten en hun gewoonten overgedragen te worden.

Thomas Schlag / Friedrich Schweitzer, Brauchen Jugendliche Theologie? Jugendtheologie als Herausforderung und didaktische Perspektive (Neukirchen-Vluyn, 2011)

Verschenen in het Friesch Dagblad
Bernhard Dressler, ‘Zur Kritik der “Kinder- und Jugendtheologie”’, Zeitschrift für Theologie und Kirche jaargang 111 (2014) 332-356.

 

 

Die Reformatoriese Tradisie as ’n Teologie vir Jongmense

Die Reformatoriese Tradisie as ’n Teologie vir Jongmense

Die Gereformeerde Protestantisme het ontwikkel as ’n stroming naas ander strominge soos die Lutherane, Rooms-Katolieke en Anglikane. ’n Gereformeerde kerk is ’n Christelike Kerk, dit wil sê ’n kerk onder haar hoof, Jesus Christus. Christus is verhoog in die hemel, maar tegelyk by sy kerk op aarde aanwesig.

Gereformeede kerke was daarom van oorsprong af ekumenies ingestel: een van die belangrikste belydenisskrifte is vir ’n groot deel deur ’n Lutheraan opgestel (Die Heidelbergse Kategismus). Wanneer ’n nuwe geloofsbelydenis opgestel word, word daar nie gesoek om die eie kerk te verdedig nie, maar word daar saam met andersoortige kerke gesoek na die waarheid van die Evangelie. Dit gaan om die belydenis van Christus as Hoof van die kerk en as Heer.

Wat hou die terme reformatories of Gereformeerd in? Dié aanduiding beteken vernuwend en is ’n onderdeel van ’n langer sin: gereformeerd beteken vernuwend volgens en deur die Woord van God. Die Woord van God is die norm van die vernuwing, maar ook die veroorsaker van die vernuwing. Deur die Woord van God word die kerk geskape en deur dieselfde Woord word die kerk telkens weer nuutgemaak.

Die gereformeerde tradisie en vormgewing van die kerk kan daarom nie as afgehandel beskou word nie. Dit geld die geloofsbelydenis, die manier waarop die kerk bestuur word en die invulling van die erediens.. Die kerk moet telkens van voor af deur en ooreenkomstig die Woord nuutgemaak word.

Die Gereformeerde tradisie gaan daarvan uit dat God deur sy Woord tot ons praat. Die Skrif is daarom nie alleen ’n historiese dokument nie, maar die Woord waarmee die Here ook in die hede praat en waarmee Hy in sy gemeente en in die lewe van gelowiges werk. Die gelowiges het ontsag vir hierdie spreke van die Here en laat hulle daardeur in gehoorsaamheid lei.

Die reformatoriese tradisie is derhalwe by uitstek geskik as ’n teologie vir jongmense. Hierdie tradisie is naamlik nie gerig om die handhawing van homself nie, maar soek in elke tydsgewrig na die eer van God. Die inkleding van die erediens, die geloofsbelydenis, die riglyne vir die daaglikse lewe kan nie deur die tradisie bepaal word nie, maar moet telkens weer deur die eerbiedige luister na die spreke van God in sy Woord gesoek word. Die reformatoriese tradisie bied vir jongmense ’n geestelike tuiste by Christus en in die Skrif, maar leer tegelykertyd die jongmense om krities te bly ten opsigte van hulle eie tradisie en ten opsigte van die wêreld waarin hulle leef.

’n Bykomende voordeel is dat die gereformeerde tradisie reeds ervaring opgedoen het oor hoe om in ’n tyd van sekularisasie en kritiek op die Christelike geloof tog die Here te bly dien. Gereformeerdes word al vir ’n lang tyd vervolg en teen gediskrimineer. Van hulle oorsprong af is hulle gewoond om vanuit ’n gemarginaliseerde posisie terwyl hulle openlik bespot word, Christus te dien. Selfs al verloor hulle gereeld hulle poste of hulle lewens, bly hulle bereid om God en die samelewing te dien. Hierdie manier van doen help jongmense om in belangrike poste hulle werk getrou te doen sonder om verbitterd te raak oor die aanvalle op hulle Christelike geloof.

Met dank aan dr. Wouter van Wyk, Sekretaris: Toerusting, Inligting en Kommunikasie van de Nederduitsch Hervorme Kerk van Afrika – voor de vertaling en de publicatie in het kerkblad e-Hervormer

Wie God is

Wie God is

De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (5)

In de vorige bijdrage gaf ik aan: de gereformeerde traditie is samen te vatten als alleen aan God de eer (soli Deo gloria). Het centraal stellen van de eer van God heeft ook consequenties voor hoe wij over God denken. Als wij over God spreken, gaat het over God zoals Hij Zichzelf aan ons openbaart. In de gereformeerde traditie hebben de eerste twee geboden dan ook een belangrijke plaats gekregen in het spreken over God.
In het eerste gebod wordt aangegeven dat er maar één God is. Veel geloofsbelijdenissen zetten daarom ook in met de ene God die er is. Bijvoorbeeld de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1:Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is… De NGB zet met het geloof in de ene God in, omdat de Schrift er over spreekt. God Zelf openbaart Zich aan ons als de enige God die er is. De eenheid van God staat voorop. Dat is het uitgangspunt. Pas daarna wordt er gesproken over de drie-eenheid. Tegelijkertijd geeft de Nederlandse Geloofsbelijdenis in de woordkeus aan, dat we bij God moeten denken aan de Vader van onze Heere Jezus Christus. De woordkeuze geloven met het hart en belijden met de mond is namelijk ontleend aan Romeinen 10:9. Het belijden van Christus behoort volgens de gereformeerde traditie tot het eerste gebod: er is maar één God en Hij heeft Zich ons geopenbaard als Vader, Zoon en Heilige Geest. De eenheid van God gaat voorop, maar het geloven in God als Vader, Zoon en Geest en toch één is een daad van gehoorzaamheid aan God Zelf. Onze kennis over God hebben we niet te danken aan onze ervaring, aan wat onze ouders over God vertellen, wat wij zelf vinden van God, maar is ontleend aan de Schrift (NGB zie artikel 2).
Nu raakt dit eerste artikel van de NGB ook aan het tweede gebod, het beeldverbod, dat in de gereformeerde traditie zo’n belangrijk spoor heeft getrokken. De manier waarop in art. 1 over God gesproken wordt moet op de Schrift terug te voeren zijn. Anders is het in strijd met het tweede gebod. Artikel 1 moeten we dan ook zien als een samenvatting van hoe de Schrift over God spreekt: God, Die deze wereld geschapen heeft door te spreken; de Heere, die Abram uitkoos en daarmee Israël; God, Die Zijn volk uit Egypte leidde naar Kanaän; God die in Christus mens werd. In artikel 1 wordt geen definitie gegeven van God, maar wordt in verwondering en dankbaarheid verteld wie God is. Artikel 1 is – conform het Soli Deo gloria – dan ook lofprijzing: Heere, U bent eeuwig, onbevattelijk, onzienlijk, enz.
Wezenlijk voor de gereformeerde traditie is wat over God beschreven wordt geen herinnering aan een roemrijk verleden is. God is nog steeds zo: nog steeds is Hij eeuwig, onveranderlijk, almachtig, rechtvaardig, enz. De gereformeerde traditie wordt gedragen door het besef dat God nog steeds werkzaam is.  De voorredes van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels zijn door dat geloof gestempeld. Christus is in de hemel, maar ook bij Zijn kerk op aarde aanwezig. Hij schept en bewaart Zijn kerk hier op deze aarde. Bijvoorbeeld tijdens de verkondiging en de viering van het Heilig Avondmaal, maar ook in moeilijke omstandigheden van vervolging. De eerste twee geboden zijn voor de gereformeerde traditie van groot belang, omdat we in de Schrift de enige God die er is leren kennen. Vandaag de dag is Hij geen ander dan in de tijd van Abram of van David. Christus is nog steeds – zoals Hij aan de apostelen beloofde – tot het einde van de wereld bij Zijn gemeente. God is de levende God. Hij is (vandaar de ruime aandacht voor gebed in de gereformeerde belijdenisgeschriften) en was (vandaar de aandacht voor het verbond en de heilsgeschiedenis) en zal komen (het was het waard om het eigen leven te geven voor het geloof in deze God).

In de volgende bijdragen wil ik verder uitwerken wat de betekenis is van deze twee geboden in de gereformeerde traditie én wat deze uitwerking kan betekenen voor jongeren.

ds. M.J. Schuurman

Geschreven voor HWConfessioneel

Deel 1:https://mjschuurman.wordpress.com/2012/07/04/de-reformatorische-theologie-als-een-theologie-voor-jongeren-1/
Deel 2: https://mjschuurman.wordpress.com/2012/07/24/de-reformatorische-traditie-als-theologie-voor-jongeren-2/
Deel 3:https://mjschuurman.wordpress.com/2012/08/29/wat-is-reformatorisch/
Deel 4: https://mjschuurman.wordpress.com/2012/09/13/soli-deo-gloria-de-kern-van-de-gereformeerde-traditie/

Soli Deo gloria – de kern van de gereformeerde traditie

Soli Deo gloria – de kern van de gereformeerde traditie
De reformatorische traditie als een theologie voor jongeren – deel 4

De gereformeerde traditie is met 3 woorden samen te vatten: soli Deo gloria (alleen aan God de eer). God verdient al onze eer, omdat Hij de Schepper is van deze wereld en van ons bestaan en omdat Hij deze wereld niet aan zijn lot heeft overgelaten. Hij handelt nog steeds met zorg in onze wereld. Hij verdient al onze eer, omdat Hij ons wilde redden uit de verlorenheid en met Zich wilde verzoenen. Hij verdient onze eer, omdat Hij ons door Zijn Geest wil vernieuwen.
God staat dus in het middelpunt. Dat is een relativering van ons mensen. Niet wij en onze eer staan in het middelpunt, maar de Heere. Het eerbetoon aan de Heere gebeurt niet alleen met woorden, maar met heel ons leven en alle facetten van ons bestaan. In ons leven gaat het niet om onze plannen, onze opvattingen en onze wensen, maar om de wil van God. We moeten onszelf ook niet te hoog inschatten: zelfs onze beste werken zijn nog aan de zonde onderhevig. Om de wil van God te kennen, is er zorgvuldig luisteren naar Gods Woord en gebed om de leiding van de Heilige Geest voor nodig. Het Woord van God is niet zozeer een boek met verschillende teksten en verhalen, maar allereerst de levende stem waarmee God ons aanspreekt en gezag over ons heeft. In de zoektocht naar Gods wil worden de opvattingen die wij hebben, gecorrigeerd. Wanneer wij van tevoren reeds weten wat de Schrift zegt (al zouden dat goed gereformeerde standpunten zijn!), gaat het om onze eer en niet de eer van God. Het soli Deo gloria heeft is daarmee een kritische en relativerend ‘principe’ van al ons handelen en denken, van al onze standpunten en houdingen: de mens komt alleen als dienaar van God tot zijn recht.
Geen enkele instantie mag de eer, die voor God bedoeld is, naar zichzelf toehalen. Of het nu gaat om de overheid, de synode of welke andere instantie er ook is die streeft naar gezag over ons leven, kan  in het soli Deo gloria een kritische houding tegenkomen. De eer van God betekent ook de vrijheid van de mens van knechtende en onderdrukkende instanties. God is onze vrijheid toegedaan, aldus Hyldrich Zwingli. Het soli Deo gloria is daarom heilzaam voor de mens.[1]
Het soli Deo gloriageeft aan de mens ook een hoge status. Door de vernieuwing van de Heilige Geest zijn we in staat om in heel ons doen en laten God eer te bewijzen. De Heilige Geest maakt ons in staat om door middel van goede werken God eer te bewijzen. Door de Heilige Geest ontvangen we de waardigheid om tot eer van God te leven. Daarmee kan alles uit het gewone, dagelijks leven tot eer van God worden. Scholing, opleiding, werk, kunst, naastenliefde, vrije tijd kunnen tot eer van God worden gedaan. De reformatoren Zwingli, Calvijn, Bullinger, Beza waren hoogopgeleide, erudiete persoonlijkheden. Ze leefden vanuit de Schrift. Dat was hun geestelijk thuis. Vanuit de Schrift zochten ze naar nieuwe wegen voor de kerk en de maatschappij. Daarnaast kenden ze ook hun klassiekers, waren zeer muzikaal Ze waren literair onderlegd (Zwingli en Beza waren dichters). Zij werden vanuit geheel Europa geraadpleegd vanwege hun politieke inzichten. Het was hun echter niet te doen om die invloed. Maar om de eer van God en het lichamelijk en geestelijk welzijn van de mensen om wie het ging.


[1] De Rooms-Katholieke Calvijn-onderzoeker vatte de theologie van Calvijn samen met de tweeslag: De eer van God en het heil van de mens. Zie: http://www.digibron.nl/search/share.jsp?uid=00000000012de1b67f59c94687b16d23&sourceid=1011

Wat is reformatorisch?

Wat is reformatorisch?
De reformatorische traditie als theologie voor jongeren (3)

Het gereformeerd protestantisme heeft zich ontwikkeld als een stroming naast andere stromingen als de Lutheranen, Rooms-Katholieken en Anglicanen. Een gereformeerde kerk is een christelijke kerk; dat wil zeggen: kerk onder haar Hoofd Jezus Christus. Christus is verhoogd in de hemel, maar  tevens bij Zijn kerk op aarde aanwezig. Gereformeerde kerken zijn daarom van oorsprong oecumenisch ingesteld: Een van de belangrijkste belijdenisgeschriften is voor een groot deel door een Lutheraan opgesteld (de Heidelberger Catechismus). In de oecumene zijn de gereformeerden voor anderen lang niet altijd te begrijpen. Er is geen gemeenschappelijke geloofsbelijdenis, zoals bij de Lutheranen en de Rooms-Katholieke Kerk wel het geval is. Elk gebied kan zijn eigen geloofsbelijdenis en eigen vorm van kerkbestuur hebben. Wanneer er een nieuwe geloofsbelijdenis opgesteld wordt, zoekt men niet de eigen kerk te verdedigen, maar zoekt men met andersoortige kerken naar de waarheid van het Evangelie. Het gaat om het belijden van Christus als Hoofd van de kerk en Heer.
Van oorsprong was het helemaal niet de bedoeling om een aparte stroming of een apart kerkgenootschap te vormen. Gereformeerden kunnen deel uitmaken van andere kerken, zoals dat in bepaalde delen van Duitsland is gebeurd of fuseren met een Lutherse kerk (zoals dat met de PKN) gebeurde en Lutherse geloofsbelijdenissen onderschrijven (zoals Calvijn al deed) . Volgens professor Michael Beintker moeten de gereformeerden ook niet zien als intern-protestants alternatief beschouwd worden voor bijvoorbeeld Lutheranen, maar zijn gereformeerden gewoonweg consequentere Lutheranen.
Wat houdt reformatorisch of gereformeerd in? De aanduiding betekent vernieuwd en is onderdeel van een langere zin: gereformeerd betekent vernieuwd volgens en door het Woord van God. Het Woord van God is de norm van de vernieuwing, maar ook de veroorzaker van de vernieuwing. Door het Woord van God wordt de kerk geschapen en door datzelfde Woord wordt de kerk steeds weer vernieuwd. De gereformeerde traditie en vormgeving van de kerk kan daarom niet vastliggen. Dat geldt voor de geloofsbelijdenis, de manier waarop de kerk bestuurd wordt, de invulling van de eredienst. Telkens weer opnieuw moet de kerk door en overeenkomstig het Woord van God worden vernieuwd. De gereformeerde traditie gaat ervan uit dat God door Zijn Woord spreekt. De Schrift is niet alleen een historisch document, maar het Woord waarmee de Here ook in het heden spreekt en waarmee Hij in Zijn gemeente en in het leven van gelovigen werkt. De gelovige heeft ontzag voor dat spreken van de Heere en laat zich daardoor in gehoorzaamheid leiden.
Dat Woord bevat ook geen kern, waaraan de rest wordt afgemeten. Binnen de eredienst en het persoonlijk geloofsleven dient de gehele Schrift aan de orde te komen. Het is een gereformeerde gewoonte in de verkondiging  een lectio continua van bepaalde Bijbelboeken en minder zich vast te laten leggen door bepaalde leesroosters.
De reformatorische traditie is bij uitstek geschikt als theologie voor jongeren. Deze traditie is namelijk niet gericht op handhaving van zichzelf, maar zoekt in elke tijd in naar de eer van God. De invulling van de eredienst, de geloofsbelijdenis, de richtlijnen voor het dagelijks leven kunnen niet door de traditie worden bepaald, maar dienen steeds weer in het eerbiedig luisteren naar het spreken van God in Zijn Woord gezocht te worden. De reformatorische traditie biedt de jongere een geestelijk thuis bij Christus en in de Schrift, maar leert tegelijkertijd de jongere zich kritisch te verhouden tot de eigen traditie en tot de wereld waarin hij of zij leeft.
Een bijkomend voordeel is dat de gereformeerde traditie kennis in huis heeft om in een tijd van secularisatie en kritiek op het christelijk geloof toch de Heere te dienen. Gereformeerden werden lange tijd vervolgd en gediscrimineerd en zijn van oorsprong gewend om in de marginaliteit en met openlijke spot Christus te dienen. Ook al verloren ze geregeld hun positie of hun leven, ze waren bereid om God en de maatschappij te dienen op vooraanstaande posities. Deze traditie helpt jongeren om op belangrijke posten hun werk getrouw te doen zonder verbitterd te raken over de aanvallen op het christelijk geloof.
In de komende artikelen wil ik bepaalde zaken, die kenmerkend zijn voor de gereformeerde traditie uitwerken als een theologie die in deze tijd bij uitstek geschikt is voor jongeren.

ds. M.J. Schuurman

 Geschreven voor HWConfessioneel

Overige delen:
Deel1:https://mjschuurman.wordpress.com/2012/07/04/de-reformatorische-theologie-als-een-theologie-voor-jongeren-1/
Deel2: (Uitleg over theologie voor jongeren) https://mjschuurman.wordpress.com/2012/07/24/de-reformatorische-traditie-als-theologie-voor-jongeren-2/
Deel 4: https://mjschuurman.wordpress.com/2012/09/13/soli-deo-gloria-de-kern-van-de-gereformeerde-traditie/
Deel 5: https://mjschuurman.wordpress.com/2012/09/26/wie-god-is/