Omgaan met twijfel bij jongeren

Omgaan met twijfel bij jongeren
Workshop HSJJ 12 oktober 2017.
(Zie voor programma: hier)

Groeien naar een volwassen, zelfstandige persoonlijkheid
Omdat jongeren groeien naar volwassenheid, bevinden ze zich in een levensfase waarin veel voor hen verandert. Ze groeien naar een zelfstandige persoonlijkheid. Ze worden geacht zelfstandig na te denken, beslissingen te nemen, zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven en voor de keuzes die ze maken. Dat is zowel een uitdaging als een grote klus. Deze uitdaging en deze klus vraagt veel van hen. De groei naar een volwassen, zelfstandige persoonlijkheid gaat niet vanzelf en kost veel innerlijke, psychische kracht. Jongeren kunnen in deze fase ook innerlijke schade oplopen. Omdat deze groei naar volwassenheid veel met hen doet en omdat het niet altijd goed lukt, worden ze gedwongen om over zichzelf na te denken. Niet altijd hebben ze daar de goede handvatten voor meegekregen.

Groeien naar een eigen,  volwassen, zelfstandig geloof
In deze fase van groeien naar een volwassen, zelfstandige persoonlijkheid groeien jongeren ook naar een volwassen, zelfstandige gelovige. Ze ontwikkelen hun eigen gedachten over God, over de kerk, over medegelovigen, andersgelovigen. Dat gebeurt op basis van de ervaringen die ze meemaken, wat ze tegenkomen en hun eigen denkprocessen.
Die ervaringen die ze hebben kunnen anders zijn, dan wat ze tot dan toe over God, over de kerk, over geloof hebben meegekregen. Hebben ze bijvoorbeeld gehoord dat God er altijd is, dan kan de ervaring van een jongere zijn dat ze helemaal niets van Hem ervaren. Ook al zoeken ze nog zo intens. Ze moeten gaan nadenken, hoe ze dat bij elkaar krijgen: de officiële leer van de kerk, van ouders, van school en hun eigen ervaring en gedachten. De een kiest ervoor om de eigen gedachten en ervaringen wat opzij te zetten en kiest voor de officiële versie. Een ander kan juist kritisch worden op de officiële versie en de eigen gedachten als uitgangspunt nemen. Voor elke jongere geldt dat ze in deze fase groeien naar een eigen, volwassen, zelfstandig geloof. Ze groeien – als het goed is naar een eigen band met Christus.

Hoe ontstaat twijfel?
Twijfel kan op verschillende manieren ontstaan:

 

  • Als de eigen ervaring met God (of juist geen ervaring met God) afwijkt van wat ze altijd hebben gehoord.
  • Als ze veel ingrijpende dingen meemaken in de familie of vriendenkring, of in het wereldgebeuren, die ze niet kunnen rijmen met Gods leiding in deze wereld.
  • Als wat ze horen van het christelijk geloof in de preek, op catechisatie, op school, thuis ver van hun belevingswereld afstaat.
  • Als ze mensen tegenkomen die niet of op een andere manier geloven.
  • Als ze in aanraking komen met theorieën die voor hun gevoel botsen met het christelijk geloof, zoals evolutie, atheïsme.

 

 

Is twijfel verkeerd?
Twijfel is niet verkeerd. Zolang het maar geen houding is of eindpunt. Niet zelden is twijfel een vorm van wel willen geloven, maar op de een of andere manier niet kunnen geloven.
In de Bijbel komen we dat ook geregeld tegen. Bijvoorbeeld in de psalmen, waarin nogal eens geworsteld wordt met wat God doet of juist niet doet. Denk aan Psalm 13, Psalm 22, Psalm 80. Het bijzondere van deze teksten is dat het geen ongeloof is, maar heel diep geloof: als iemand iets kan doen, is God het wel. Maar het lijkt wel of Hij niets doet. Of Hij doet ook niets.
Ook in de verhalen over de Heere Jezus is twijfel iets dat steeds weer opkomt. Petrus die door het water zakt, omdat hij te weinig geloof heeft (Mattheüs 14:30). De leerlingen die een zieke niet kunnen genezen omdat ze te weinig geloof hebben en een man die wel wel geloven, maar vraagt of Jezus zijn ongeloof te hulp komt (Markus 9:14-27). Zelfs als Jezus is opgestaan is de twijfel niet bij iedereen overwonnen (Mattheüs 28:17).
Twijfel hoort bij de tijd dat wij als gelovigen nog op aarde leven. Misschien is het beter om te spreken over aanvechting: een geloof dat steeds aangevochten wordt. Twijfel hoort ook bij de fase van groei naar een volwassen, zelfstandig geloof.

Hoe om te gaan met twijfel bij jongeren?
Het is goed om vast te houden dat twijfel niet vreemd is:

  • er gebeurt zoveel in ons leven en in deze wereld dat we niet kunnen rijmen met Gods leiding in deze wereld.
  • voor jongeren zijn veel dingen onzeker. Dat werkt ook door in hun geloof.
  • Twijfel is authentiek en serieus te nemen als het een onderdeel is van een zoektocht om God beter te leren kennen.

Het is zinvol om uit te leggen:

  • dat twijfel onderdeel van een zoektocht is
  • dat in de Bijbel en onze geloofsleer twijfel en aanvechting ook een plek hebben.
  • dat twijfel een weg kan zijn om te groeien naar een eigen geloof.
  • om te laten zien dat er geen keuze gemaakt te hoeven worden tussen de eigen ervaring en inzichten en de officiële geloofsleer. Jongeren zijn geholpen als ze merken hoe de dialoog op gang gebracht wordt en wat hun twijfel kan leren van de officiële geloofsleer en omgekeerd.

In het contact met jongeren gaat het nooit alleen om de inhoud, maar ook altijd om de houding en de relatie:

  • Bied een open oor en schrik niet te snel als ze hun twijfels uiten.
  • Wees authentiek en open. Vertel als je zelf twijfels gekend hebt, waar ze vandaan kwamen en hoe jezelf daarmee omgegaan bent. Als je zelf heel overtuigt gelooft, vertel dan hoe je in je geloof gegroeid bent. Jongeren kunnen de kerk als een waardevolle plek waarderen als ze daar hun twijfels en vragen kunnen uiten, omdat ze serieus genomen worden.
  • Vraag door waar hun twijfels vandaan komen. Heb oog voor hoe vragen en twijfels opkomen uit wat ze meegemaakt hebben en zien in de wereld om hen heen.
  • Leer ze handvatten om over zichzelf en over God na te denken.

Gebrek aan tijd

Gebrek aan tijd

In het “Handbuch missionarische Jugendarbeit” schrijft Karin Wehmeyer over het gebrek aan tijd voor het jongerenwerk. Jongeren steeds minder vrije tijd hebben, omdat er meer voor hen (door school, sportverenigingen enz) georganiseerd wordt. Daarom doen ze minder snel mee met kerkelijk / missionair jeugdwerk. Daarnaast verplaatsen activiteiten zich meer naar het weekend, waarin de jongeren juist sporten, werken, uitgaan en uitrusten. Jeugdwerk wordt kwetsbaar, doordat leiding jonger wordt.

Belangrijke vraag voor kerkelijk / missionair jongerenwerk: blijft er genoeg tijd voor jongeren om mee te doen in het jeugdwerk? Jeugdwerk gebeurt steeds meer op projectmatige basis waarbij het soms lastig is een goede datum te vinden. Jeugdwerk vraagt nu flexibiliteit. Er is behoefte aan nieuwe, flexibele vormen van jeugdwerk die weinig organisatie vergen en toerusting van onervaren leiding. Verder nodig: reflectie op knelpunten, samenwerking zoeken met andere organisaties voor jeugdwerk, duidelijker eigen profiel jeugdwerk.

Zie: Karin Wehmeyer, ‘Missionarische Kinder- und Jugendarbeit im Takt einer beschleunigten Gesellschaft,’ in: Florian Karcher / Gerco Zimmermann (Hg), Handbuch missionarische Jugendarbeit. Serie: Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit (Neukirchen-Vluyn, 2016) 204-225

Jongeren hebben begeleiding nodig in het doolhof van de rouw

Jongeren hebben begeleiding nodig in het doolhof van de rouw

Jongeren gaan anders om met rouw dan volwassenen. Het is voor hen vaak extra ingrijpend, omdat ze in een levensfase zitten waarin veel verandert. Ze hebben iemand nodig bij wie ze hun verhaal en emoties kwijt kunnen, schrijft Stephanie Witt-Loers.

978-3-525-40229-0
Vier dagen na het overlijden haar broer Louis spreekt Sophie met vriendinnen af. Ze wil er even uit, naar haar vriendinnen die weten van het overlijden van haar broer. Voordat ze gaat, maakt ze zich op en trekt ze haar uitgaanskleren uit. Als haar moeder haar zo beneden ziet komen, loopt het uit op een conflict. Sophie krijgt haar moeder te horen dat zij zich gedraagt alsof er niets is gebeurd en dat het respectloos is tegenover Louis. Daardoor voelt Sophie zich schuldig en onzeker. Ze kan die geplande avond met vriendinnen niet meer gebruiken om zich weer op te laden, om zo doende beter om te kunnen gaan met het verlies van haar boer. Zij voelt zich niet begrepen door haar moeder  en sluit zich voor haar af.
Dit voorbeeld beschrijft Stephanie Witt-Loers, therapeut met veel ervaring in het begeleiden van jongeren die rouwen, in haar boek Trauernde Jugendliche in der Familie. Er is (nog) geen Nederlandse vertaling van dit boek, maar het biedt waardevolle inzichten in de wereld van jongeren die te maken hebben met rouw.

rouwen-eik

Rouw is een lang en heel ingewikkeld proces. Van binnen zijn er verschillende gevoelens. Die gevoelens kunnen heel intens zijn en ook heel tegenstrijdig, zoals pijn, verdriet, dankbaarheid, zorg, vertwijfeling, liefde, onmacht, woede, schaamte, paniek, verlangen. Rouw kost ontzettend veel kracht en energie en kan zo zwaar zijn dat de grens van wat iemand lichamelijk of geestelijk aankan wordt bereikt. Rouw kost tijd en blijft voor altijd een onderdeel van het leven. Rouw wordt eigenlijk nooit afgesloten.
Door het overlijden van een gezinslid wordt het hele gezin getroffen. Ieder lid van het gezin heeft het moeilijk met dat overlijden, maar omdat ieder lid van het gezin het verlies op een andere manier beleefd en er op een andere manier mee omgaat, wordt ook het gezin als geheel getroffen. De sfeer is opeens anders. De vaste patronen en gewoonten zijn ruw doorbroken. Extra belastend is dat gezinsleden elkaar niet begrijpen in de omgang met de rouw.
Voor jongeren is rouwen om een gezinslid vaak extra ingrijpend, stelt Witt-Loers. Zij bevinden zich in een fase van hun leven waarin veel verandert. Het is de tijd waarin lichaam verandert en waarin van binnen kunnen verschillende stemmingen zich afwisselen. In die wisseling van stemmingen begrijpen ze zichzelf vaak niet en zijn ze bang dat zij die gevoelens niet de baas kunnen zijn. Het is de tijd waarin de omgang met de ouders verandert. Naar hun ouders toe gedragen jongeren zich vaak ambivalent: aan de ene kant verzetten ze zich en willen ze zich losmaken, aan de andere kant hebben ze de bescherming van hun ouders nodig. Jongeren ervaren hun eigen puberteit vaak ook als ambivalent: de puberteit kent de uitdaging van nieuwe mogelijkheden maar ook de onzekerheid over de onbekende toekomst en het verlies van het vertrouwde.
Als er iemand uit het gezin overlijdt komt er door het verlies en gemis voor hen in deze toch al intensieve tijd een extra belasting bij. Voor een jongeren is dit overlijden vaak ook de eerste heftige gebeurtenis in het leven die verwerkt moet worden. De emoties die het overlijden en het gemis oproepen zijn nieuw. Het lichaam en de geest reageert anders. Er kan vermoeidheid en lusteloosheid optreden. Iemand die voor de ingrijpende gebeurtenis nuchter was, kan veel last krijgen van angstaanvallen of zich veel bezorgder opstellen naar de andere gezinsleden. Iemand kan de overledene missen en tegelijkertijd boos zijn op degene die is overleden. Emoties en stemmingen kunnen elkaar snel afwisselen. Vaak herkent een jongere zichzelf niet meer.
Jongeren geven op een andere manier uiting aan hun rouw dan volwassenen verwachten. Uit angst de controle over hun emoties kwijt te raken, kunnen ze zich ‘cool’ opstellen, waardoor het aan de buitenkant lijkt dat het gemis en verdriet hen niet raakt. Ze kunnen de neiging hebben om de emoties te onderdrukken, omdat ze zichzelf niet meer herkennen. Ze willen de andere gezinsleden niet belasten met hun moeilijkheden, want de anderen hebben het al moeilijk genoeg. Daarom kunnen ze afsluiten voor hun ouders – wat weer voor irritatie kan zorgen bij de ouders. In het geval van het overlijden van een vader of een moeder zijn er bovendien ook heel wat taken binnen of buiten het gezin die opgepakt moeten worden: er moet eten komen, de was en het huishouden moet gedaan worden, de financiën moeten op orde blijven. De eerste periode van de rouw kan soms een kwestie van puur overleven zijn. Omdat thuis al genoeg zorgen zijn, willen ze de andere gezinsleden sparen en hebben liever contact met iemand buiten het gezin. Dat kan een vriend zijn, een oom of tante, een goede kennis van het gezin. Bij iemand die op meer afstand staat, kunnen ze hun tegenstrijdige gevoelens en vragen kwijt, zonder dat zij de ander, die ook rouwt, nog eens extra te belasten. De andere gezinsleden kunnen zich hierdoor echter gepasseerd voelen en daardoor diep geraakt.

Tegenstrijdige emoties
Volgens Witt – Loers is het van belang om jongeren die te maken hebben met rouw te informeren wat hen allemaal kan overkomen. Informatie over lichamelijke klachten, over onverwachte, vaak heftige en tegenstrijdige emoties, waarbij iemand zichzelf niet herkent hoort bij rouw. Rouw is een langdurig en intens proces, dat in de loop van de tijd ook steeds verandert. Door te rouwen ‘leert’ iemand die achterblijft te leven met het gemis van de overledene.
Voor jongeren is het van belang om iemand te hebben, bij wie ze terechtkunnen met hun verdriet en emoties, met hun verhaal en zorgen. Ze hebben iemand nodig die naar hen luistert. Omdat ze iemand nodig hebben die hun doen en laten in de rouw niet veroordeelt en iemand die niet teveel zelf emotioneel betrokken is geweest bij het overlijden, zoeken ze vaak iemand die iets meer afstand heeft tot de familie. Volgens Witt – Loers is het van belang hen daarin niet te veroordelen, maar hen juist te stimuleren dat contact te onderhouden.

 

N.a.v. Stephanie Witt – Loers, Trauernde Jugendliche in der Familie (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2014) 157 pag.

Geschreven voor het Friesch Dagblad

Jongerentheologie

Jongerentheologie

Kunnen jongeren ook theoloog zijn? Wellicht een verrassende vraag, want theologie en jongeren zullen niet snel aan elkaar gelinkt worden. De meeste jongeren hebben een bepaald beeld van God, maar daarbij speelt theologie vaak nauwelijks een rol. Ze ontlenen hun voorstelling van God aan hun eigen ervaringen en gedachten. Soms worden deze voorstellingen verrijkt met beelden uit de Bijbel, met wat de media hen aanreikt of met wat er in de muziek bezongen wordt. Het blijkt dat jongeren hun eigen voorstelling van God bewust zijn en dat zij in staat zijn om op hun eigen geloof te reflecteren.


Voor Thomas Schlag en Friedrich Schweitzer is het gegeven, dat jongeren in staat zijn om op hun eigen geloof en hun eigen beeld van God te reflecteren, aanleiding om aandacht te vragen voor jongeren als theoloog. Schlag en Schweitzer zijn gerenommeerde godsdienstpedagogen en hebben onlangs een boek gepubliceerd over jongerentheologie.


Uitloop van de kindertheologie
Er zijn verschillende factoren geweest, die hebben geleid tot deze publicatie over jongerentheologie. Allereerst is er een decennium nagedacht over kindertheologie: de gedachten en uitspraken die kinderen hebben over God en Jezus. Kinderen laten zien dat zij op hun eigen manier nadenken over God, over Jezus of over henzelf. Sinds 2002 verschijnt er een Jahrbuch für Kindertheologie en vorig jaar was er in Kampen een internationale conferentie voor kindertheologie.
In de publicaties en onderzoeken kwam steeds de bovengrens van kindertheologie in zicht. Een kind van 8 denkt en redeneert anders dan een jongere van 16. Een kind spreekt gemakkelijker vrij uit in de groep. Een jongere zal in een grote groep niet snel iets over God of over zijn eigen geloof zeggen. Als ze over hun geloof of over God praten, zullen ze dat eerder tegenover vrienden doen. Een kind accepteert vaak nog wat er op school, in de kerk, in de kinderbijbel of door de ouders wordt aangereikt. Een jongere is bezig met zijn eigen ontwikkeling, waarin hij of zij bewust afstand neemt van de kindertijd. Een jongere kan daarbij ook bewust afstand nemen van de voorstellingen, die hij of zij had van God. Een verschil is ook, dat de uitspraken en gedachten van jongeren over God altijd een autobiografische kant hebben. De manier waarop zij over God nadenken heeft alles te maken met wat zij meegemaakt hebben. Anders is ook de houding ten opzichte van de kerk: jongeren hebben nauwelijks de verwachting dat de kerk hen kan helpen bij de vragen over geloof en leven, die zij hebben. (Daarbij moet ook worden verdisconteerd dat het afzetten tegen de kerk ook te maken kan hebben met het zicht willen afzetten tegen de manier waarop volwassenen in het leven staan.)

 Thomas Schlag                      Friedrich Schweitzer

Jongeren als subject
Een andere factor, die geleid heeft tot deze publicatie is het standpunt, dat de godsdienstpedagogiek en het kerkelijk jongerenwerk de jongeren steeds meer gaan waarderen als subject. Dat wil zeggen: jongeren zijn meer dan degenen die het geloof nog moeten leren. Zij zijn in staat om hun eigen afwegingen te maken. Binnen de godsdienstpedagogiek gaat het er steeds meer om, dat jongeren worden geholpen om te komen tot hun eigen, zelfstandige geloof. Er is hier sprake van een pedagogische paradox: jongeren worden nu reeds als subject behandeld, zodat zij in de toekomst subjecten kunnen worden.
Ook als het gaat om geloof en nadenken over God zijn jongeren reeds subject. In leerprocessen gaat het er niet om, dat zij aangeleerd krijgen hoe zij dienen te geloven, maar worden zij geholpen hun eigen weg te gaan. Die hulp is ook van belang. Jongerentheologie wil niet zeggen, dat jongeren niet geholpen kunnen of willen worden op hun weg in geloof.
Schlag en Schweitzer maken verschil tussen impliciete en expliciete theologie. De meeste jongeren kunnen hun geloof niet direct expliciet onder woorden brengen. Hun gedachten over God en hun geloofservaringen zijn meestal impliciet. In leerprocessen en gesprekken kunnen zij geholpenen uitgedaagd worden om hun gedachten expliciet te verwoorden. Jongerentheologie is daarom theologie van, met en voor jongeren.
Het nieuwe van de jongerentheologie is dat hier de aandacht gevraagd wordt voor de theologie van de jongeren. Vrijwel alle publicaties en onderzoeken met betrekking tot jongeren en hun voorstelling van God en geloof zijn duidingen van volwassenen.

Stellingname
De naam jongerentheologie is een stellingname. Theologie is namelijk vooral aan christelijk begrip. Joden en moslims zullen de reflecties op God en geloof niet snel theologie noemen. Bovendien veronderstelt theologie ook een gemeenschap en zelfs de gemeenschap van de kerk. Gezien de afstand die er geregeld is tussen jongeren en de kerk is dat ook een stellingname: Schlag en Schweitzer houden het voor mogelijk dat er weer toenadering kan zijn tussen kerk en jongeren. Zij zijn van mening dat de theologie en de kerk jongeren wel degelijk van dienst kunnen zijn.
Jongerentheologie is volgens Schlag en Schweitzer te typeren als een vorm van lekentheologie. Binnen de protestantse traditie is lekentheologie van groot belang, omdat de reflectie op God en geloof niet voorbehouden is aan experts, maar ook aan gemeenteleden (en dus ook aan jongeren!).
Theologie staat in dienst van de communicatie van het evangelie. Theologie heeft daarom een theoretische en een praktische kant. Theologie denkt na over God, geloof en leven (theorie) én helpt bij het onder woorden brengen en in praktijk brengen van geloof.
Jongerentheologie heeft diezelfde theoretische en praktische kant. De theoretische: de jongeren laten nadenken over hun eigen voorstellingen van God en op welke manier deze voorstellingen in verband gebracht kunnen worden (of gecorrigeerd kunnen worden!) door het evangelie. De praktische: hoe zij in hun eigen leven het geloof in praktijk kunnen brengen.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Thomas Schlag / Friedrich Schweitzer, Brauchen Jugendliche Theologie? Jugendtheologie als Herausforderung und didaktische Perspektive (Neukirchen-Vluyn, 2011)

Laten zien hoe de Bijbel ervaringen verwoordt

Laten zien hoe de Bijbel ervaringen verwoordt
Jongeren en de Bijbel (3)

De Bijbel kan voor jongeren dichterbij komen als zij ontdekken, hoe de Schrift hen helpt om ervaringen te verwoorden. Dat stelde ik in mijn vorige bijdrage. Alleen, hoe ontdekken jongeren dat de Bijbel hen helpt? De vraag is dan: op welke manier kunnen jongeren in aanraking met de Bijbel worden gebracht, die hen raakt en verder helpt? 

Deze vraag kunnen we bijvoorbeeld vanuit de didactiek benaderen: welke lessituatie is geschikt om dit verband te leggen tussen het leven van een jongere en de woorden of de tekst van de Bijbel?
Een catecheseles wordt vaak in fasen verdeeld: een introductie op het thema, een fase waarin de inhoud wordt overgedragen en een fase waarin de verwerking plaatsvindt. De eerste neiging zou zijn om een Bijbelgedeelte in de fase van de kennisoverdracht aan de orde te stellen. In de introductie van de les zou begonnen kunnen worden met een stelling of het tonen van een cartoon, een schilderij of een andere afbeelding. De catecheet of de leerkracht heeft van tevoren al bedacht welke inhoud hij aan de orde wil stellen en hoopt op deze manier de jongeren zover te krijgen, dat zij de inhoud in zich willen opnemen en verwerken. Het is wel van belang dat jongeren de vrijheid hebben om hun eigen weg in geloof gaan of hun eigen mening te vormen.
In de catechesemethode Reflector wordt bij het thema ‘feest’ het verhaal van Belsazar (Daniël 5) aangeboden.


Omdat dit verhaal een negatief beeld van feest neerzet, wordt jongeren de vrijheid ontnomen zelf een positief gevoel bij het thema te hebben. Bovendien wordt op deze manier een Bijbelverhaal ondergeschikt gemaakt aan de persoonlijke mening van de auteur van deze methode. Niet alleen de jongeren missen de vrijheid om met de Schrift bezig te zijn, ook de Schrift wordt de vrijheid om op de jongeren in te werken ontnomen.
Een Bijbelgedeelte dat in de inhoudsfase aangeboden wordt, kan alleen van betekenis zijn als het jongeren stimuleert, uitdaagt, prikkelt of zelfs provoceert om hun eigen weg in geloof te gaan. Daarbij is niet de catecheet of de methode de stimulator of de prikkel, maar de Bijbeltekst. Een methode of een catecheet kan wel behulpzaam zijn door verschillende perspectieven te laten zien of achtergrondinformatie te geven. Als het maar dienstbaar is aan de ontmoeting of confrontatie tussen de jongere en de Bijbeltekst.
Maar waarom zou een gedeelte uit de Bijbel niet al aan het begin van een les aan de orde komen? Een Bijbeltekst als Jesaja 9:1 kan genoeg oproepen: Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Dit is een tekst die verschillende vragen kan oproepen: Is deze uitspraak een feit of een belofte? Verwoordt het een ervaring uit het verleden of een toekomst? En wat is duisternis? In de tijd voor Kerst (de donkere dagen!) roept de duisternis andere associaties op dan wanneer deze tekst op het bord geschreven wordt in een tijd van Tweede Kamerverkiezingen. De catecheet kan de jongeren stimuleren om verder na te denken wat die duisternis inhoudt. Door bijvoorbeeld verschillende afbeeldingen te laten zien en een keuze te maken welke het beste erbij past.


Käthe Kollwitz, Die Gefangenen (1908)

Door de jongeren zelf te laten tekenen of schilderen. Of door hen een gedicht te laten maken over de duisternis. Er kan een gesprek ontstaan naar aanleiding van vragen als: Wat als die duisternis zelf is veroorzaakt? Of juist andersom: duisternis als een macht die je overweldigt (zoals depressiviteit). 
 Renu Röthlisberger, Richtung Berlin 4 (2008)

Er kan een gesprek ontstaan over de betekenis en de werking van het licht. Wat kan het licht bewerkstelligen in deze duisternis? Daarbij kunnen de jongeren zelf of de catecheet inbrengen dat het mogelijk is om Christus als dit licht te beschouwen. Wat is daar de betekenis van? (De afbeeldingen of de tekenopdracht kan ook na dit gesprek gegeven worden, waarbij ze verwerken wat het effect is van het licht op het volk in de duisternis.)
De catecheet kan inbrengen dat Jan Willem Schulte Nordholt een geschiedenis schreef van de zwarte inwoners van Amerika met de titel: Het volk dat in duisternis wandelt en daarbij het gesprek brengen op slavernij en onderdrukking en daarbij het gesprek brengen op het perspectief van daders en slachtoffers.
Het is ook mogelijk om muziek te laten horen. Jesaja 9:1 is op verschillende manieren berijmd of op muziek gezet. Wat vinden zij van de berijmingen of de melodieën die in het Liedboek van de Kerken zijn opgenomen? Is er een Bachcantate met deze Bijbeltekst, een Engels koorwerk, een hedendaags klassiek werk, een popsong? Welke muziek past het beste? Hoe zouden zij het zelf doen?
Op deze manier ontdekken jongeren dat een Bijbeltekst niet alleen hun ervaringen kan verwoorden, maar hen ook uitdaagt om na te denken over zichzelf en de wereld waarin zij leven.

ds. M.J. Schuurman

Verwoording van ervaringen en gevoelens

Verwoording van ervaringen en gevoelens
Jongeren en Bijbel lezen (2)

Hoe kunnen jongeren gestimuleerd worden om de Bijbel te lezen? Daarvoor moeten zij met de Bijbel in aanraking komen op een manier die vooroordelen doorbreekt en negatieve ervaringen doet vergeten. Het is een uitdaging om een jongeren te laten zien, dat de Bijbel hen wel wat te zeggen kan hebben.  Een belangrijke verbinding tussen het leven van de jongeren en de tekst van de Bijbel loopt via de ervaring.

De meeste jongeren zullen deze verbinding niet uit zichzelf leggen. Mijn indruk als ik met jongeren lees in de Bijbel dat zij eigenlijk niet weten wat zij aan het doen zijn. Het komt mij over alsof zij in een vreemde wereld stappen en niet weten wat zij er van moeten denken. Dat betekent in mijn ogen dat jongeren ook geholpen moeten worden bij het lezen van de Bijbel. Door bijvoorbeeld te laten ervaren of te laten zien, dat de Bijbel een boek vol ervaringen is.
Die ervaringen worden vaak met behulp van beelden en metaforen uitgedrukt. Een mooi voorbeeld vind ik zelf Psalm 69. Deze psalm begint met:
Red mij, God, het water staat aan mijn lippen,
ik zink weg in bodemloos slijk
en vind geen grond voor mijn voeten,
ik ben in diep water geraakt,
de stroom sleurt mij mee.

Om ons de situatie in te denken, hoeven we niet veel verbeeldingskracht te hebben. We kunnen ons een situatie voorstellen. Elke jongere kan een voorbeeld vertellen van wanneer het water letterlijk aan de lippen staat of waarin iemand letterlijk geen grond onder de voeten heeft. Het is de moeite waard om dan erover door te praten wat iemand voelt en beleeft. Op basis van dit gesprek kan een stap verder gemaakt worden. De psalm verwoordt niet alleen een letterlijke ervaring. De ervaring kan ook figuurlijk zijn. Ik lees de beginregels van deze psalm vaak als mensen te horen hebben gekregen dat zij ziek zijn of te maken hebben met een andere ingrijpende ervaring. De ervaringen die beschreven worden zijn: bijna verdrinken, meegesleurd worden, geen grond meer onder de voeten. Deze ervaringen kunnen ook toegepast worden op situaties, waarbij er een ingrijpende gebeurtenis plaatsvindt en het gevoel is dat er op dit moment geen enkele zekerheid meer is.
De ervaringen die in de Bijbel verwoord zijn doorbreken ook bepaalde taboes. Een van de taboes is de ervaring van Gods afwezigheid of de ervaring dat God Zich tegen je gekeerd lijkt te hebben. Veel gelovigen zijn van mening dat zij deze ervaring niet mogen hebben. Mijn indruk is dat veel jongeren vanwege deze taboes stagneren op hun geloofsweg. De ervaringen die zij hebben mogen niet zo zijn. Er zijn verschillende psalmen die zich afvragen waarom de Here zich afzijdig houdt:
ik ben als een gesneuvelde in een massagraf,
aan wie u niet langer denkt, losgerukt uit uw hand
. (Psalm 88:6)

Jongeren bevinden zich vaak in een periode van heftige emoties en gevoelens en zullen deze verwoorde emoties op zijn minst aan kunnen voelen. Wellicht herkennen zij deze gevoelens, omdat zij deze ook hebben. Psalm 88 gaat overigens nog verder: U hebt mij onder in de kuil gelegd, in het duister van de diepte  (vers 7). Psalm 88 is een van de heftigste psalmen, omdat deze psalm een van de weinige is die niet afsluit met de dank. Juist daarom is deze psalm geschikt voor veel jongeren. Zeker voor degenen die te maken hebben met depressiviteit of met teleurstellingen. Het mooie van deze psalm is dat niet alleen ervaringen en gevoelens verwoord worden, maar dat deze gevoelens en ervaringen uitgesproken worden naar God toe. Deze psalm daagt ons uit om onze negatieve gevoelens en ervaringen naar God toe uit te spreken. Ook onze teleurstelling over de weg die God met ons gaat of de klacht dat wij niets van Hem ervaren. Het uitspreken van de klacht naar God toe kan een weg zijn om Hem weer te vinden in tijden waarin Hij afwezig is. Psalmen kunnen ons helpen om woorden te vinden voor wat er in ons omgaat en kunnen ons helpen om dit naar God uit te spreken.
Niet alleen in de psalmen is de Bijbel een boek waarin ervaringen en gevoelens verwoord worden. Ook in de verhalen, de profetische teksten, de brieven, de evangeliën worden ervaringen en gevoelens verwoord. Daarvoor is het soms wel nodig om inzicht te hebben in het soort teksten.

ds. M.J. Schuurman