Kerkelijk pionieren en jongerenwerk -2

Kerkelijk pionieren en jongerenwerk -2

Jongerenwerk doordenken vanuit de ervaring van Fresh Expressions of Church (in het Nederlands: kerkelijk pionieren) betekent: je onderdompelen in de leefwereld van jongeren, om daar permanent te blijven en dan te ontdekken wat het evangelie in een nieuwe context betekent. De theologische notie daarbij is de menswording van Christus: in Christus dompelde God zich onder in een specifieke cultuur.
Methode

Cultuur bestaat uit lagen:
(a) Materiële cultuur
(b) Sociale cultuur
(c) Normen en waarden
(d) Levensbeschouwing

Kerkelijk pionieren betekent een leren kennen op alle niveau’s. Daarbij wordt er volgens een bepaalde methode gewerkt, waarbij de volgende stappen worden gevolgd met de volgende stappen:
(1) dubbel luisteren: naar de cultuur en naar het evangelie
(2) vol liefde dienen en het goede doen
(3) opbouwen van gemeenschap
(4) oefenen van navolging
(5) opnieuw beginnen.

Dubbel luisteren
De eerste stap in deze methode is: dubbel luisteren. Want het gaat om luisteren naar zowel de cultuur als naar het evangelie. Dubbel luisteren bestaat overigens uit luisteren naar 4 zijden (ook wel “luisteren 360 graden” genoemd):
(a) naar de context
(b) lezen in de Bijbel en gebed
(c) luisteren naar de ervaringen van plaatselijke gemeenten die er reeds zijn en mensen in de buurt die het project een warm hart toedragen
(d) naar het geheel van de kerk en kerkelijke traditie: we moeten niet doen alsof alles nieuw is. 

Niemand kan geheel onbevoordeeld luisteren. Het luisteren zelf is al gestempeld door denkkaders, verwachtingen, theologische uitgangspunten en een wereldbeeld. In het luisteren klinkt achtergrondgeluid mee dat socio-cultureel is bepaald.

Teamverband
Daarom verdient het aanbeveling om in teamverband te ‘luisteren’:
– Verschil in team leidt tot nieuwe en onverwachte inzichten.
– Werken in teamverband veronderstelt bereidheid tot gesprek en andere inzichten.
– Werken in teamverband stimuleert creativiteit.

Analyse van de context
Een manier van luisteren is een “analyse van de context”:
(1) Zien waar de jongeren zijn, hun verlangens waarnemen.
(2) Zien wat Gods werk in deze plaats is, welke weg Hij gaat, welk plan Hij heeft.
(3) Wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van je eigen team.

Op zoek naar Gods aanwezigheid
Wezenlijk onderdeel van kerkelijk pionieren is het op zoek gaan naar Gods aanwezigheid en plan, oa door lezen in de Bijbel en door gebed. Daarmee is kerkelijk pionieren een geestelijke herbezinning op de kern van het eigen geloof.

Het doen van het goede
Tweede stap na het “dubbel luisteren” in de manier van kerkelijk pionieren is: het goede doen. Dit doen van het goede is niet bedoeld om mensen (in dit geval jongeren) onderdeel van de gemeenschap te laten worden (al mag dat wel). Het is een doen voor en vooral ook met hen. Dat doen van het goede kan alleen na als team intensief betrokken te zijn op de doelgroep en met hen en met andere kenners en betrokkenen op de doelgroep in gesprek te zijn.

Dit doen van het goede is theologisch geïnspireerd: in de menswording van Christus. En vanuit de gedachte dat God reeds ergens is voor er een christelijke gemeenschap ontstaat. Bij dit doen van het goede gaat het niet om helpen als zodanig, maar om gelijkwaardige ontmoeting (‘op ooghoogte’). De houding waarmee dit goede nagestreefd wordt is van belang: het gaat niet om het verwennen van jongeren of het als buitenstaander beter weten wat ze nodig hebben. Maar hen helpen om zelf iets van hun leven te kunnen maken.

Gemeenschap
Derde stap voor kerkelijk pionieren is leven in gemeenschap. Ook in deze tijd is er een grote behoefte aan gemeenschap. Dat geldt ook voor jongeren. Maar traditionele vormen als jeugdclub werken bij hen niet meer. Uit onderzoek blijkt dat jongeren geen behoefte hebben om zich af te zetten tegen hun ouders. Integendeel: ze willen juist onderdeel zijn van de gemeenschap waarin ze opgroeien en daarin geborgenheid ervaren. digitalisering helpt hen om in contact met vrienden te blijven. Online in contact blijven is zelfs een van de belangrijkste redenen waarom ze online zo actief zijn.

Sociaal milieu
Welke vorm van gemeenschap gezocht wordt, verschilt per sociaal milieu. Jongeren verkeren het liefst in eigen milieu. Kerkelijk pionieren met jongeren uit verschillende milieus heeft weinig kans van slagen is de ervaring. Jongeren zijn niet meer plaatsgebonden. Wanneer ze naar een jeugdclub gaan, is dat uit eigen interesse of omdat ze door vrienden meegenomen worden. Jongeren die niet zo kerkelijk betrokken komen, komen niet dankzij, maar ondanks het geestelijke aanbod.
Het is de kunst voor een pioniersplek om de relaties met de jongeren zo vorm te geven, dat ze geïnteresseerd raken in het christelijk geloof. Door de relatie met en het beleven van de christelijke gemeenschap kunnen ze nieuwsgierig gemaakt worden.
(wordt vervolgd)

(kerkelijk) pionieren met jongeren

(kerkelijk) pionieren met jongeren

Afgelopen zaterdag kreeg ik een (Duits) boek toegestuurd om te lezen en een bespreking te schrijven. Dat boek gaat over hoe binnen het kerkelijk jongerenwerk jongeren bereikt kunnen worden, die nu geen band met de kerk hebben. In dit boek komen twee werelden bij elkaar: het kerkelijk jongerenwerk en de pioniersplekken, waarin men probeert om mensen die nu geen band met de kerk hebben in aanraking te brengen met het evangelie.

Het boek begint met een weergave van de leefwereld van de jongeren:
De maatschappij verandert en die veranderingen raken jongeren en hun leefwereld. Hoe kan kerkelijk jongerenwerk op die veranderingen inspelen door nieuwe vormen te ontwikkelen en bestaande vormen die goed werken te versterken?
61uYeLP2M-L
Alles bij het oude houden kan niet. Evenmin kan een radicale vernieuwing slagen. De toekomst van kerkelijk jongerenwerk bevindt zich – net als de toekomst van de kerk als geheel – ‘tussen traditie en innovatie’ (zoals de titel aangeeft). Wat zijn dan die veranderingen? In grote, algemene woorden:
– Pluralisering
– Globalisering
– Digitalisering
– Secularisatie
Wie zich inzet in het jongerenwerk of daar beroepsmatig mee bezig is, weet dat dit niet alleen theoretische begrippen zijn. 

Wie zijn die jongeren eigenlijk? Welke band hebben zij met kerk en geloof? Kan het kerkelijk jongerenwerk iets voor hen zijn? Om die vragen te beantwoorden is het nodig om te weten over welke groep je het hebt. Jongeren zijn tussen de 14-18 jaar. Ze zijn echter een diverse groep. Naast een verschil in opleiding is er een verschil in sociale leefwerelden.

Verschillende milieus
Het Duitse onderzoeksinstituut SINUS onderscheidt 7 verschillende soorten milieus van jongeren, verdeeld over de assen: opleidingsniveau (laag of hoog) en opvattingen (traditioneel – modern – postmodern). Dan zijn er de volgende milieus:
– hoog opgeleid & traditioneel: burgerlijk-conservatief
– laag opgeleid & traditioneel: precair
– hoog opgeleid & modern: sociaal-ecologisch
– laag opgeleid & modern: adaptief-pragmatisch / materialistische hedonisten
– hoog opgeleid & postmodern: expeditive (de snelle netwerkers die op succes en lifestyle zijn gericht)
– laag opgeleid & postmodern: experimentele hedonisten.
2016-09-07_Lebenswelten_14-17-Jährige_C-SINUS_web60_klein_PNG
(Een wat vergelijkbaar Nederlands model is het Mentality-model van Motivaction)

Eigen sociaal milieu
Kerkelijk jongerenwerk is vooral gericht op jongeren uit het eigen sociale milieu. Jongerenwerk kan zich ook niet op alle milieus richten. Het is niet mogelijk een vorm te vinden waarin alle milieus zich herkennen. Daarvoor is het verschil in opleiding en basiswaarden te groot. De vraag daarbij is: Op welke sociale groepen is het kerkelijk jongerenwerk eigenlijk gericht? Welke krijgen de meeste aandacht? Welke milieus vallen buiten de boot?

Tegenover de heterogeniteit van de jongerenwereld staat vaak een homogeniteit aan kerkelijk jongerenwerk. Om jongeren uit verschillende sociale milieus en met verschillende basiswaarden te bereiken is een divers aanbod van kerkelijk jongerenwerk nodig.

Geen “dubbele bekering”
Heinzpeter Hempelmann (een theoloog die veel bezig is met de thematiek van sociale milieus) waarschuwt voor de neiging “een dubbele bekering” van jongeren te verlangen: een bekering tot het evangelie én tot het burgerlijk-conservatieve of sociaal-ecologische milieu. Volgens hem is er een ander perspectief nodig: kerk, gemeente en de inhoud van het geloof kunnen zich pas in de leefwereld van de verschillende milieus verankeren wanneer ze relevant zijn en passen binnen dat milieu en functioneel zijn voor de in dat milieu heersende logica.

Uitdagingen voor het kerkelijk jongerenwerk
Kerkelijk jongerenwerk staat voor een aantal uitdagingen:
– gebrek aan tijd (veel jongeren hebben weinig echte vrije tijd)
-gebrek aan genoeg medewerkers
– gebrek aan (creatieve) methoden om bepaalde doelgroepen, war geen natuurlijke affiniteit mee is, te bereiken

Bereiken doelgroep
Er zijn twee stappen belangrijk om die doelgroepen wel te bereiken:
– Het afleren van de vertrouwde beelden van geloof, kerk en bereikbaarheid.
– Oog krijgen voor de jongeren en hun leefwereld in beeld krijgen (luisteren en begrijpen).

Onderzoeken
Er is veel onderzoek gedaan naar jongeren en geloof. De uitkomsten verschillen nogal. Drie opvallende dingen:
– Jongeren knutselen hun eigen geloof bij elkaar.
– Geloof wordt vooral aan emoties en ervaringen verbonden.
– Instituties als kerk hebben voor hen weinig betekenis.

Traditioneel
Veel kerkelijk jongerenwerk is nog op traditionele leest geschoeid, waardoor het voor een deel niet aantrekkelijk is voor hen. Ze vormen hun geloof liever zelf. Alleen als er vertrouwen is (en hen niet alles wil voorschrijven) kan men jongeren daarbij helpen. De instituties veranderen zelf ook. Zo wordt het aandeel van degenen die wel lid zijn en zich verbonden weten met de kerk maar geen intensief contact hebben (de zgn ‘randleden’) kleiner. De kerk wordt kleiner, maar de leden participeren meer.

Daling
Het aantal catechisanten daalt aanzienlijk. In het kerkelijk jongerenwerk (en catechese?) worden vooral degenen bereikt die reeds actief in de kerk participatie. Jongeren hebben te maken met de secularisatie onder eerdere generaties. Daardoor staat de kerk op een behoorlijke afstand. Zelfs als ze zelf wel tot een kerk zouden willen toetreden. Een extra complicatie voor kerkelijk jongerenwerk is dat veel jongeren minder vrije tijd hebben dan vroeger. Daardoor hebben ze vaak geen tijd om te participeren (mochten ze wel willen)

Digital “natives”
Jongeren zijn “digital natives”: ze gaan niet online, maar zijn online. Dat wil niet zeggen dat ze allemaal competent zijn in de omgang met een online leven. Ze zijn ambivalent: ze weten van de schaduwzijde en verlangen naar onthaasting, toch zijn ze voortdurend online.

Digitale immigranten
De oudere generaties, die niet met wifi zijn opgegroeid, worden “digitale immigranten” genoemd. Het onderscheid dat digitale immigranten maken tussen virtueel contact en contact irl begrijpen digital natives niet. Voor hen gaan die werelden (haast) naadloos in elkaar over. Als het van belang is, dat jongeren ontmoet worden in hun eigen leefwereld, kunnen “digitale immigranten” de digitale wereld online niet buitensluiten. Dat is niet hetzelfde als alle sociale media en digitale middelen kritiekloos overnemen. Moet je als leiding in het kerkelijk jongerenwerk actief participeren in de digitale leefwereld van de jongeren? Het ingewikkelde is dat er nog geen goed zicht is op effect van digitalisering op jongeren. Door participatie kunnen volwassenen jongeren constructief begeleiden.

Effecten van digitalisering:
– Tempo van het leven is aanzienlijk toegenomen.
– Jongeren groeien op in een tijd van overaanbod. (Hoe kan het kerkelijk jongerenwerk laten zien dat ze iets eigens te bieden hebben?)
– Druk neemt toe en is constant:  druk om online te zijn, om te reageren en reacties te krijgen, om op de juiste manier te posten, om op de juiste manier te reageren.
– Niets blijft meer privé. Het meeste is openbaar en permanent beschikbaar. Omdat de grens tussen offline en online, irl en virtueel niet meer geldt, is er voor jongeren die online leven geen verschil meer of je beroepsmatig actief bezig bent of in privésetting bent. “Nu reageer ik als privépersoon” is in tijden van digitalisering niet vol te houden.
– Elke mening is tegenwoordig online beschikbaar. Ook irrelevante meningen en feitelijke onjuistheden zijn komen zomaar voorbij. Voeg daarbij het wantrouwen met betrekking tot gezag en tot informatievoorziening. Waar is wat als waar aanvoelt of voor mij persoonlijk waar is.
EEQ4BsqW4AAUhuc
(bron: Twitter @prof_flo )

Omdat algemene waarheden niet aanslaan, is het een uitdaging voor kerkelijk jongerenwerk om te zoeken hoe het evangelie voor hen waarheid en geloofwaardig kan zijn en de relevantie van het christelijk geloof voor hun leven kunnen ontdekken.

n.a.v. Katharina Haubold / Florian Karcher / Lena Niekler (Hg.), Jugendarbeit zwischen Tradition und Innovation. Fresh X met Jugendlichen gestalten. Serie: Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit  4 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Verlag, 2019) 7-25.

Andere bijdragen over eerdere delen uit deze serie:
uitgangspunten missionair jongerenwerk
gebrek aan tijd
recensie Handboek missionair jongerenwerk

Preek jeugddienst – No more slaves

Preek jeugddienst – No more slaves
(nav Johannes 8:31-36)

Elke tiener droomt wel eens om het helemaal zelf voor het zeggen te hebben.
Tien dingen die je kunt doen, als je geen last hebt van ouders, een leraar, of…
Nee, laten we zo maar niet beginnen, want dan moet ik beginnen met “hey mensen…”

Maar je hebt er vast wel over nagedacht, wat je zou doen
als er geen regels waren, die volwassenen je opleggen.
Geen moeder die tegen je zegt dat je je mobiel weg moet doen,
of op tijd naar bed moet gaan.
Geen vader die je vraagt of je je huiswerk wel hebt gemaakt.
Geen school met regels, docenten en huiswerk,
maar zelf bepalen wat je doet.
Wat zou jij dan doen?

Je kunt laat naar bed, lang uitslapen, afspreken met wie je wilt,
gamen, hangen, werken wellicht. Niets moet, want je bent zelf de baas.
Of misschien was je vakantie ook zo en moet je er niet aan denken
dat over een week de school al weer begint,
voor de meesten van jullie toch een slavenbestaan.
Het hele seizoen door hoor ik jullie niets anders dan zuchten
als het over school gaat.
Zo zelf bepalen wat je mag, wat je doet: een heerlijk leven toch?

Het kan ook zijn dat je denkt:
Wat moet het heerlijk zijn als er geen regels zijn van God.
Als ik helemaal mijn eigen leven kan bepalen, zelf kan doen waar ik zin in heb,
zonder dat ik rekening hoef te houden met iemand anders, ook niet met God.
Zou je dat wat lijken, zo’n leven?
Misschien droom je ervan: lekker vrij zijn, geen gezeur aan mijn hoofd.
Ik wil niemands knecht zijn, zelfs niet van God, wat de kerk, wat mijn ouders ook zeggen.
Eigen baas over mijn eigen leven.

Is dat nou een vrij leven?
Stel dat je daarvoor kiest, om helemaal eigen baas te zijn
en van niemand iets aan te trekken en zelfs aan God niet en niet aan Zijn regels houdt.
Word je daar gelukkig van?
En wat zou je dan doen?
Misschien alles kijken op YouTube of Netflix, wat er ook maar te kijken valt
en vooral die filmpjes die je niet mag kijken, omdat er in gevloekt wordt,
of seks in voorkomt.

Of drinken, paor neemn, lekker dronken worden.

Of op een heel andere manier losgaan: een brommer opvoeren en lekker crossen
zonder dat je moeder bezorgd aan je vraagt of je wel voorzichtig zult doen?
Genieten, alleen maar genieten.
Wat al die dingen samen hebben, is dat je geniet van het leven op dit moment.
Niet nadenken aan straks als je je ouders ziet, of als je met een kater wakker wordt,
niet nadenken als je aangehouden wordt door de politie
of met een gevaarlijke manoeuvre op de brommer onderuit gaat.
Niet nadenken dat je je straks schaamt als je naar seks of porno hebt gekeken,
maar alleen aan  het spannende, opwindende gevoel dat je hebt als je kijkt.

Ben je dan wel echt vrij? Of is er iets anders in je dat de baas is?
Een soort stem in je die zegt: doe het.
Of een soort verslaving: je kunt het niet tegenhouden, daarom moet je het doen.

Soms kan een verslaving er zijn, omdat je voor iets wilt weglopen.
Je bent eigenlijk helemaal niet zo gelukkig, omdat je het idee hebt
dat niemand naar je kijkt en niemand echt om je geeft.
Je gaat dan drinken, in de hoop dat anderen je stoer vinden en zo jou aandacht geven.
Dan ben je niet vrij, maar dan is er iets anders sterker in je:
Een verlangen dat anderen je zien, je opzoeken, je opnemen in de vriendenkring.
Je bent dan ook niet jezelf, maar doet iets om erbij te horen.
Maak je je dan eigenlijk niet een slaaf?
Je denkt vrij te zijn, maar je bent niet vrij, een slaaf
omdat je dan niet meer echt jezelf bent
en je doet dingen, die je eigenlijk niet wil, waarvan je ook weet dat ze niet goed zijn,
maar doet om erbij te horen.

Je kijkt naar seksfilmpjes, omdat het spannend is,
of om er met anderen erover te kunnen praten, erover op te scheppen
dat je ook wat weet, of mee kunt fantaseren over hoe geweldig het is.
Maar als je niet meer kunt stoppen met kijken, hoe vrij ben je dan?
Dan zijn die filmpjes de baas over jou
zeker als je door die filmpjes alleen nog maar naar het lichaam van meisjes kijkt
en daarover fantaseert, dan beïnvloedt het je op een verkeerde manier.
Je kunt slaaf zijn, zegt de Heere Jezus, terwijl je denkt dat je vrij bent.
Je kunt slaaf zijn van de zonde: je bent niet meer zelf eigen baas over je leven,
maar er is een macht in je, de zonde, die ervoor zorgt dat je iets doet dat niet bij God past.
Je hebt niet meer de controle over jezelf,
er is iets in je sterker, een soort verslaving, je moet het doen.
De zonde is een macht in je die de controle overneemt.

Net als bij een telefoon of een Facebook-account die gehackt is.
Dan gebeuren er dingen die je niet wilt.
Er verschijnen rare berichten of je kunt je telefoon niet meer gebruiken.
Zo zou je met zonde ook kunnen zeggen dat je gehackt bent:
Je functioneert niet meer, zoals God je bedoeld heeft
Want Hij heeft je bedoeld om eerlijk te leven, trouw en betrouwbaar te zijn,
niet roddelen over ander, niet achterbaks, anderen geen pijn willen doen maar juist steunen.
Maar door de zonde, die je gehackt heeft, ga je dat juist doen:
anderen pijn doen, omdat je alleen maar denkt aan jezelf,
aan je eigen plezier, als je zelf maar geniet,
Als jij je plek in de groep maar hebt, ook al gaat dat ten koste van anderen.
Het zorgt ervoor, dat je de grenzen op gaat zoeken,
want je zou wel eens weten waarom je niet naar die filmpjes mag kijken,
je gaat eens occulte dingen uitproberen, want als het niet mag, kan het juist spannend zijn,
en wat geeft het nou als je naar een Fright Night op Halloween gaat in een pretpark, spannend toch? Of dat je lekker weggriezelt bij een horrorfilm?
Maar wat doet het met je?
Als het de deur openzet naar een wereld,
die duister is, waar je niet in aanraking mee moet komen,
omdat het een deur opent naar een wereld die gevaarlijk kan zijn.

Met zonde is het zo: je gaat eerst op een verleiding in,
omdat je denkt dat het spannend is, dat je wat beleeft wat je eigenlijk niet mag beleven,
of je denkt dat je het wel aan kan,
of je hebt het nodig om jezelf beter te later overkomen
en daarvoor moet je zorgen dat ze slecht over anderen gaan denken.
Maar die verleiding wordt sterker en wordt de baas over je en het verandert je, je karakter:
maakt je gemener, oneerlijker, zorgt dat je allerlei leugens gaat vertellen,
dat je dingen gaat verzwijgen, omdat je het niet meer durft te vertellen.
Er is iets sterker in je: de zonde – slaaf van de zonde.
Ieder die de zonde doet, is slaaf van de zonde.
En dat doen hoeft niet zichtbaar te zijn, kan ook onzichtbaar voor anderen,
van binnen in je hart, zonder dat iemand het weet.

Hij zegt dat ook nog eens tegen mensen die veel met God bezig zijn,
die trouw naar de kerk komen, Bijbel lezen
die in Jezus geloven (of misschien moeten we zeggen: geloofd hebben).
Dat je met Jezus bezig bent, naar de kerk gaat, of catechisatie,
is geen garantie dat je vrij bent.
Slaaf – je komt er niet meer vrij van. Zoals een hack moeilijk te bestrijden is.
Je bent het stuur kwijt. En ook het contact met God kwijt.
Het lijkt een mooi leven, prettig leven, maar alleen voor de korte termijn,
of anderen denken dat je een mooi leven hebt, je kunt helemaal losgaan
en zijn misschien wel jaloers, maar van binnen voel je je niet gelukkig,
omdat je weet, voelt: zo hoort het niet, het moet anders.

Je kunt maar op één manier vrij worden: door Jezus.
Daarom waarschuwt Hij de mensen ook.
Hij doet dat niet uit leedvermaak, of om te laten zien dat Hij zelf zonder zonde is.
Nee, Hij weet, dat we – als we slaaf zijn, slaaf van de zonde –
uiteindelijk ongelukkig zijn, want er is iets of iemand in ons leven de baas
Die dat niet hoort te zijn.
Alleen Jezus hoort dat te zijn. Dan word je vrij
en in plaats van slaaf wordt je kind – kind van God.
En moet je zien wat het verschil is: Een slaaf is wel in huis, maar voor de klusjes.
Bij de maaltijd, bij feesten merk je dat een slaaf er niet echt bij hoort.
Een kind wel: mag aan tafel zitten, mag meevieren, hoort er helemaal bij.
Als je gelooft in de Heere Jezus, maakt Hij je vrij
en meer nog: je bent dan niet alleen maar een iemand die vroeger slaaf was en nu vrij is,
maar je maakt promotie: van slaaf die vrijgemaakt moest worden
naar kind, zoon of dochter van God. Je hoort er echt helemaal bij, bij God.
Alleen als je bij Jezus blijft.
Als je Hem niet inruilt voor die andere macht, opnieuw slaaf maakt.
DAt kost strijd – bij Jezus blijven, Zijn woorden doen!
Verder, dat wij ons van de wereld afkeren, onze oude natuur doden en in een nieuw, godvrezend leven wandelen.  En wanneer wij soms uit zwakheid in zonde vallen, moeten wij niet aan Gods genade twijfelen en ook niet in de zonde blijven liggen. De doop is immers een zegel en ontwijfelbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond der genade hebben met God.

De doop laat zien dat God ons als kind wil hebben.
Vanaf het moment dat ik in mijn moeders buik groeide, voor ik geboren ben,
hebt U mij uitgekozen om Uw kind te zijn.
Uw liefde riep mij bij mijn naam.
Ik ben opnieuw geboren,

No longer slaves

Ik ben niet langer een slaaf, die bang moet zijn, maar Uw kind.
Dat betekent niet, dat je niet meer mag genieten.
Integendeel: God heeft de wereld geschapen, zodat wij ervan kunnen genieten
en als ervan genieten, prijzen wij God.
We mogen alleen niet meer genieten van de zonde, van wat verkeerd is,?
want dat brengt ons bij God vandaan, en zorgt ervoor dat we geen kind meer zijn.
Dan loop je alles mis wat God je wil geven – dat is niet nodig
je hoeft geen slaaf te zijn, maar mag kind van God zijn.
Amen

 

Preek 17 december 2017

Preek 17 december 2017
Preek jongerendienst. Thema: Wat trek jij aan met Kerst?
N.a.v. Romeinen 13:8-14
24232378_1724355950931116_7173329242606294367_nVanmiddag komt mijn broer met zijn vrouw
om hier bij ons het kerstdiner te gebruiken.
Ik ben de hele week al bezig met nadenken:
Wat doen we met dit kerstdiner? Wat zetten we op tafel?
Want ja, mijn broer heeft stijl.
Misschien komt dat wel door zijn vrouw…
En weet je hoe hij er altijd uitziet?
Het is altijd, ja hoe zal ik het zeggen: verrassend,
een soort sjiek, maar dan ook weer een soort losjes.
Als hij komt, dan kijk ik toch altijd naar zijn kleren
en dan heb ik het idee dat ik zelf er maar gewoontjes bijloop, wat ik ook aantrek.
Daarom ben ik er al een paar dagen mee bezig, wat ik aantrek.

[voorbeelden: colberts/gilet & pyjama]

Hebben jullie dat ook, dat je al heel lang van tevoren
erover nadenkt wat je zult aantrekken?

Ik weet nog goed hoe toen ik klein was
Er een kerstboom uit ons tuintje
in de kamer werd gezet.

Ach nee, bij ons werd er nooit een kerstboom in de tuin gezet,
dat was heidens.
Wat we wel eens deden: na nieuwjaar kerstbomen bij ons in de tuin zetten.
Hadden we toch een kerstboom.
En een kerstdiner hadden we ook niet,
want we moesten veel naar de kerk:
Op Eerste Kerstdag 2x
en op Tweede Kerstdag hadden we ‘s morgens een gewone kerkdienst
en ‘s middags een lange kerstviering van de zondagsschool in de kerk.
Daarom aten we altijd heel eenvoudig met kerst.
Heel af en toe hebben we met Kerst gegourmet,
als ik de foto’s mag geloven
maar ik kan me het niet meer herinneren.

En toch, weet je: de kerstvieringen vond ik altijd bijzonder.
Ook de kerstviering op school:
‘s avonds laat nog naar school (zo voelde het), de zondagse kleren aan.
in het donker op school, kaarsen aan, de kerstliederen,
de sfeer, de vertelling uit de Bijbel, het kerstverhaal.
Heb jij ook een mooie herinnering aan de kerstvieringen?
Ik weet nog goed hoe toen ik klein was
Weet je, voor mij hebben die kerstvieringen mij geholpen, denk ik zo,
om als kind te geloven in dat Kind dat kwam,
Gods eigen Zoon in de kribbe,
Dat Hij kwam voor mij.

Daarom is het voor mij een feest dat veel betekent, ik hoop voor jullie ook.
Maar ja, nu komt mijn broer met kerst
en ik ben nu veel meer bezig met hoe het in de kamer er uit moet zien, hoe de sfeer is,
Wat er op tafel moet staan, wat ik aantrek.
Kun jij ook zo er mee bezig zijn hoe anderen over je denken?
Hoe zij het bij jou vinden om bij jou in huis te zijn?

Ik ben daar haast meer mee bezig dan waarom ze komen
en waarom we feestvieren,
Waarom het gezellig is:
Omdat er een Kind geboren is, niet zomaar een Kind, de Redder.
Hij kwam in een wereld, die helemaal niet zo gezellig was,
in een stal, omdat niemand zijn ouders een plekje in huis wilde geven, nergens welkom.
De Redder – en nergens welkom!
Kun jij dat voorstellen, dat je nergens welkom bent
en dat je maar in een schuur geboren wordt
en neergelegd wordt in een kist waar eerst dierenvoer in zat?
Kun je je voorstellen dat je ouders nadat je geboren bent
snel hun spullen moeten pakken
en op de vlucht moeten naar een ander land,
omdat je anders gedood wordt?
Wat kunnen wij ons dan druk maken over wat we moeten aantrekken!
Is Hij bij jou wel welkom?
In jouw hart, in jouw leven?

Er komt een dag, waarop Jezus terugkomt, het Kind van Bethlehem.
Hij komt dan niet terug als kind, maar als Koning.
Ben jij daarop voorbereid?
Want je kunt je wel, net als ik, op een feestje met elkaar voorbereiden,
maar uiteindelijk gaat het erom, dat we deze Koning kunnen ontmoeten.
Dat betekent niet, dat je elk moment aan Hem moet denken,
maar wel dat als Hij komt, dat je dan niet verrast bent,
maar juist blij bent: Heere Jezus, mijn HEER, U bent gekomen!
Ik heb er naar uitgekeken!

Weet je, zegt Paulus, die dag komt snel dichterbij.
Nu is het nog donker op deze wereld, niet gezellig donker,
maar duister, verkeerd en dreigend.
Mensen die alleen maar denken aan zichzelf
en dat zij het maar goed hebben en een ander laten stikken.
Die van anderen kunnen stelen – ik kan me dat niet voorstellen
wat daar aan is, dat je van een ander steelt.
Die vriendschappen of relaties kapot maken, omdat ze alleen maar met zichzelf bezig zijn en hoe zij gelukkig kunnen worden,
ook al is dat ten koste van anderen.
Ze kunnen zich soms heel mooi voordoen, mooi aankleden,
de duurste kleren kopen
en indruk maken met hoe ze voor de dag komen
en toch is het leeg in hun leven, hebben ze niets en zijn ze niets.

Weet je wanneer je pas iets bent en iets hebt?
Als je gelooft in Jezus, als je Hem toegelaten hebt.
Weet je wat je er gebeurt als je gaat geloven?
Dan wordt het weer licht in je leven, dan wordt het dag,
het licht gaat schijnen in je leven en over je leven.
Net zoals toen de engel bij de herders kwam.
Het is dan niet meer donker, niet meer duister.
Je mag opstaan, een nieuw leven krijgen.

Er kunnen van die dagen zijn, waarop je moeilijk kunt opstaan.
Misschien heb je dat juist wel in deze dagen als het donker is en koud.
Je weet niet wat je aan moet trekken
en daarom ga je eerst maar eens naar beneden om te ontbijten
om als je wakker bent dan te kijken wat je aandoet.
Ook al is het donker, dan is er toch al een nieuwe dag begonnen.

Zo legt Paulus uit hoe het voor ons om uit te kijken naar de Wederkomst.
Het lijkt nog donker om je heen:
Je ziet zoveel mensen die niet geloven in Christus,
er niet mee bezig zijn dat er er een God is,
of er niet voor hen zelf mee bezig zijn.
Misschien jijzelf ook nog niet.
Dan slaap je nog, terwijl het al dag geworden is!
De dag is al begonnen zegt Paulus, want Jezus is al geboren,
Hij is al gestorven en jij mag geloven dat Hij ook voor jou gekomen is.
Maar dan moet je ook opstaan
en je pyjama uitdoen,
want in het echt ga je ook niet met je pyjama aan naar school,
naar de kerk, naar vrienden, naar de winkel.
Je trekt kleren aan, op een gewone dag misschien gewone kleren
en op een speciale dag speciale kleren
waar je al lang over nagedacht hebt.

Als je gelooft, heb je een nieuw leven, ben je aan de dag begonnen,
je slaapt niet meer, maar je bent wakker geworden.
Daar horen nieuwe kleren bij: Bekleed je met de Heere Jezus Christus.
Trek Christus aan, zoals je elke morgen aankleedt.

Hoe doe je dat dan?
Dat is allereerst: geloven. Geloven dat Jezus ook jouw Heer wil zijn.
Dat je zegt: Wilt U ook in mijn hart komen?
Heb je dat al eens gedaan?
Maar ook: dat je als christen leeft.
Dat je in wat je doet bewust bent: Ik hoor nu bij Christus.
Dat is ook wat anderen aan mij zien.
Liefde en bewogenheid, de liefde en bewogenheid van Christus.
Je doet een aantal dingen niet meer, omdat ze niet bij Christus horen.
Alles wat niet bij Christus past, dat doe je uit, zoals je je pyjama uitdoet.
Daarmee kun je Christus niet onder ogen komen
als Hij terugkomt.
Wat moet je dan uitdoen? Wat kan niet meer?
Teveel eten, vreten – want dan denk je alleen aan jezelf
en is je buik je god waarvoor je knielt.
Niet teveel drinken en niet dronken worden.
Niet steeds aan seks denken of porno kijken.
Geen ruzie meer maken
of ook niet ervoor zorgen dat twee anderen ruzie met elkaar krijgen.
Niet jaloers meer zijn.
Daarmee kun je niet voor Christus komen als Hij komt.
Alleen als je Hem aangetrokken hebt,
als je gelooft, als Hij in je hart leeft en ook als je leeft uit Hem.

Dat kan best moeite kosten – dat kost strijdt.
de werken van de duisternis afleggen
en de wapens van het licht aandoen
[Geestelijke wapenrusting: met Kerst uniform aandoen!]
Maar het is de moeite waard! Neem dat maar van mij aan.
En je bent goed voorbereid voor als Jezus terugkomt.

Dus … wat trek je aan met Kerst?
Dat mag van alles zijn. Zelfs je pyjama.
Als je maar de Heere Jezus hebt aangedaan.
Als je opgestaan bent en leeft alsof het al dag is,
alsof het al de dag is dat Christus is teruggekomen.
Dat als Hij komt je niet schrikt,
maar zegt: Welkom HEER. Ik had U al verwacht. Amen

Handboek missionair jongerenwerk (recensie)

Handboek missionair jongerenwerk (recensie)

In de laatste tijd zijn alle grote kerkverbanden in Europa zich bewust geworden van de missionaire uitdaging. Van degenen die de kerken zouden willen bereiken met is de bij de jongeren de uitdaging misschien wel het grootst. Alle onderzoeken geven aan dat de meeste jongeren vandaag de dag thuis of op school niets van het geloof meekrijgen. Op welke manier kunnen de kerken hen toch bereiken? Wat hebben de kerken jongeren, die niet of nauwelijks een godsdienstige achtergrond hebben, te bieden?

Om op die vragen een antwoord te kunnen bieden, is er in Duitsland een serie opgestart. Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit. De eerste twee delen van deze serie zijn verschenen. Het eerste deel is een Handboek missionair jongerenwerk; in het tweede deel worden concepten en bijbehorende werkvormen uitgewerkt.

978-3-7615-6286-4

Persoonlijke geloofskeuze
Missionair jongerenwerk bestaat al vanaf de 19e eeuw, toen verschillende organisaties jongeren die van de kerk vervreemd waren probeerden te bereiken. Vaak waren het organisaties uit piëtistische hoek, waar de nadruk op een persoonlijke geloofskeuze voor Christus lag. Deze stroming heeft een theologische insteek en neemt het vertrekpunt in de zendingsopdracht die Jezus aan zijn discipelen gaf.

Maatschappelijk geëngageerd
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde zich een nieuwe stroming. De jongeren die waren opgegroeid in het nazi-Duitsland moesten zich ontwikkelen tot vrije burgers, die van harte de democratische waarden konden onderschrijven. Deze meer maatschappelijk geëngageerde stroming heeft een meer sociaalpedagogische insteek: jongeren helpen bij hun ontwikkeling naar zelfstandige, mondige volwassenen.

Meerdere perspectieven
In het handboek worden beide stromingen samengebracht: missionair jeugdwerk is er op gericht om de jongeren te begeleiden tot worden van een zelfstandige, volwassen persoon, die vertrouwd geraakt  is met het christelijk geloof en mogelijk zelf ook leeft uit het geloof in Jezus Christus. Dit handboek beperkt zich niet tot één christelijke stroming, maar wil van betekenis zijn voor zowel het protestantse als het katholieke en het evangelische missionaire jeugdwerk.

Functies van de kerk
In het handboek wordt van het bijbelse spreken over zending en van de recente ontwikkelingen uitgewerkt wat dit betekent voor het missionair jeugdwerk. De eindredacteuren van het handboek zetten zelf wat lijnen uit. Zij gaan uit van 5 functies van de kerk: martyria (verkondiging), leiturgia (eredienst, vieren), koinonia (gemeenschap), diakonia (dienstverlening) en paideia (onderwijs, vorming en toerusting). Niet in elke vorm hoeft alle functies te hebben. Wel is het goed om aan de hand van deze functies te kijken of er niet iets over het hoofd gezien wordt.

Ontwikkeling
Geloven gebeurt vaak niet van de een op de andere dag. Pedagoge Martina Walter werkt uit met elke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden op persoonlijk vlak en op geloofsgebied bij een jongere. Walter werkt dat uit aan de hand van de fasen die Erikson en James W. Fowler reconstrueren.

Contact
Contact krijgen met deze doelgroep is ook niet altijd makkelijk. Nathanael Volke gaat in op de missionaire uitdaging van social media. Soms hebben kerken nog wel contact. De bekende godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer roept op ook de kerken die nog catechese hebben de catechese te zien als missionaire kans. Daniela Mailänder vraagt om de jongeren niet uit het oog te verliezen als ze volwassen geworden zijn.

Te druk
Een andere belemmering is het toenemende gebrek aan tijd bij jongeren. Kon het missionair jeugdwerk voorheen nog gebruik maken van de vrije tijd van jongeren, nu moet er geconcurreerd worden met een bijbaantje en activiteiten van school en sportclub die ook steeds meer in de vrije tijd wordt georganiseerd. Ook het vinden van leiding is lastiger geworden door de afname van vrije tijd. Dat vraagt om flexibele structuren en goede afstemming met andere verenigingen die ook voor deze doelgroep werken. Uitgewerkt wordt hoe men met scholen kan afstemmen of samenwerken.

Verschil in sociale milieus
Jongeren hebben niet allemaal dezelfde achtergrond. Dé jongerencultuur bestaat niet. In het missionaire werk wordt tegenwoordig rekening gehouden met verschillende sociale milieus. Heinzpeter Hempelmann werkt uit op welke manier het missionair jeugdwerk kan afstemmen op de verschillende milieus. Ernst-Ulrich Huster laat zien op welke manier er rekening gehouden kan worden met armoede. Sarah Koyyuru gaat in op missionair jeugdwerk met jongeren met een migrantenachtergrond. Karsten Jung laat de spanningen en de mogelijkheden zien van missionair jeugdwerk met jongeren die tot een andere godsdienst behoren.

Inhoud
Missionair werk is niet zonder inhoud. Daarom laat Jörg Kresse zien welke cursussen er voor jongeren zijn om hen met het geloof vertrouwd te maken. Steffen Kaupp gaat in op wat er nodig is om jongerendiensten een missionaire uitstraling te geven: voordat je een dienst organiseert moet je eerst de jongeren in beeld hebben. De missionaire kracht van een dienst neemt toe als je in vorm en inhoud kunt afstemmen op wat jongeren bezig houdt. Hoe meer ze wat er gezegd wordt in hun dagelijks leven herkennen en hoe meer de boodschap hen in hun dagelijks leven iets te zeggen heeft, des te zinvoller wordt zo’n dienst. Geloofsthema’s zeggen meer als ze verbonden worden met zingevingsthema’s. Deze zingevingsthema’s moeten niet als opstapje worden gebruikt om het alsnog over geloof te hebben, maar zinvol met elkaar verbonden worden.

978-3-7615-6395-3

Concepten en werkvormen
In het tweede deel worden concepten uiteengezet, die recent binnen de godsdienstpedagogiek zijn ontstaan, zoals jongerentheologie, creatieve bijbeldidactiek, biblioloog, Godly Play, performatieve godsdienstdidactiek, e.a.Daarbij worden werkvormen gegeven, waarbij heel concreet wordt uitgewerkt wat er nodig is om voor te bereiden, hoeveel tijd het kost en op welke manier zo’n vorm ingezet kan worden.

Conclusie
De beide boeken zijn een waardevolle bijdrage aan het missionaire debat. Ze bevatten genoeg uitdagingen, inzichten en praktische uitwerkingen  die ook in Nederland ingezet kunnen worden.

N.a.v. Florian Karcher / Gerco Zimmermann (Hg.), Handbuch missionarische Jugendarbeit (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Aussaat, 2016).
Florian Kracher / Petra Freudenberger-Lötz / Gerco Zimmermann (Hg.), Selbst glauben. 50 religionspädagogische Methoden und Konzepte für Gemeinde, Jugendarbeit und Schule
(Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Aussaat, 2017).

Gebrek aan tijd

Gebrek aan tijd

In het “Handbuch missionarische Jugendarbeit” schrijft Karin Wehmeyer over het gebrek aan tijd voor het jongerenwerk. Jongeren steeds minder vrije tijd hebben, omdat er meer voor hen (door school, sportverenigingen enz) georganiseerd wordt. Daarom doen ze minder snel mee met kerkelijk / missionair jeugdwerk. Daarnaast verplaatsen activiteiten zich meer naar het weekend, waarin de jongeren juist sporten, werken, uitgaan en uitrusten. Jeugdwerk wordt kwetsbaar, doordat leiding jonger wordt.

Belangrijke vraag voor kerkelijk / missionair jongerenwerk: blijft er genoeg tijd voor jongeren om mee te doen in het jeugdwerk? Jeugdwerk gebeurt steeds meer op projectmatige basis waarbij het soms lastig is een goede datum te vinden. Jeugdwerk vraagt nu flexibiliteit. Er is behoefte aan nieuwe, flexibele vormen van jeugdwerk die weinig organisatie vergen en toerusting van onervaren leiding. Verder nodig: reflectie op knelpunten, samenwerking zoeken met andere organisaties voor jeugdwerk, duidelijker eigen profiel jeugdwerk.

Zie: Karin Wehmeyer, ‘Missionarische Kinder- und Jugendarbeit im Takt einer beschleunigten Gesellschaft,’ in: Florian Karcher / Gerco Zimmermann (Hg), Handbuch missionarische Jugendarbeit. Serie: Beiträge zur missionarischen Jugendarbeit (Neukirchen-Vluyn, 2016) 204-225

Missionair jongerenwerk

Missionair jongerenwerk

Een missionaire houding staat volop in de aandacht van kerk en theologie. Ook het missionair jongerenwerk. Vorig jaar verscheen er een Duits handboek missionair jongerenwerk, als eerste deel van een serie over missionair jongerenwerk.

In dat handboek wordt het missionair jongerenwerk bewust tweeledig gepositioneerd: theologisch, maar ook sociaal-pedagogisch. Missionair jongerenwerk is volgens dit handboek niet alleen in aanraking brengen met christelijk geloof, maar ook een bijdrage aan persoonsvorming van jongeren om in deze maatschappij te leven.

978-3-7615-6286-4

In het handboek wordt er ook gepleit om recente ontwikkelingen in de (Duitse) godsdienstpedagogiek te verwerken, zoals meer aandacht voor beleving, ervaring en viering.

Een tweede deel in deze serie is inmiddels verschenen met 50 godsdienstpedagogische concepten en methoden toegepast op het (missionaire) jongerenwerk binnen kerk, school en jongerenwerk: “Selbst glauben”.

978-3-7615-6395-3

Een recensie volgt (bedoeld voor het Friesch Dagblad) en wellicht aandacht voor een aantal afzonderlijke bijdragen.