Preek zondag 31 maart 2019

Preek zondag 31 maart 2019
Afsluiting Winterwerk
Johannes 12 en 19

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Elk jaar voeren we actie om geld op te halen voor een aantal doelen.
Elk jaar heeft de actie ook een naam en dat is dit jaar : Geloven in delen.
Geloven in delen: we geloven dat het zin heeft (belangrijk is) om te delen.
Een klein voorbeeld: Ik kan een zak snoep voor mijzelf houden,
maar ik kan die zak ook delen met anderen.
Ik kan die zak snoep voor mijzelf houden, want ik heb die zelf gekocht.
Maar als ik uitdeel, maak ik niet alleen anderen blij, maar ook mijzelf.

In de afgelopen maanden hebben we actie gevoerd voor drie doelen
en met die actie hebben gedeeld.
We deelden iets van ons geld door bij een actie is te kopen.
Dat kan bij de chocoladeletteractie van de zondagsschool zijn geweest,
of de oliebollenactie, de sinaasappelactie. Dit jaar is er zelfs een actiedag geweest.
We hadden het geld voor onszelf kunnen houden,
maar we geloven dat het goed is om een deel van je geld te geven aan anderen,
mensen die we niet kennen, die arm zijn misschien, of geholpen moeten worden.

Waarom doen we dat eigenlijk?
Dat heeft met het eerste woordje te maken: geloven.
Daarmee bedoelen we niet alleen dat we geloven dat delen werkt, zin heeft of mooi is,
maar dat delen te maken heeft met ons geloof in de Heere Jezus.
In het afgelopen seizoen hebben jullie op de clubs en op catechisatie over Christus gehoord
en op zondagsschool en in de kindernevendienst zul je ook verhalen hebben gehoord.
We hebben met elkaar een gedeelte over de Heere Jezus aan het kruis.
Dat was het tweede stukje uit de Bijbel dat we lazen.
We lazen over soldaten. Deze soldaten namen de Heere Jezus mee om te kruisigen.
Hij liep tussen hen in, toen hij bij Pilatus wegging en Hij droeg zelf zijn kruis.
Als ze bij Golgotha aankomen, om Hem daar te kruisigen, doen ze Hem alle kleren uit.
Als ze de Heere Jezus aan het kruis hebben vastgespijkerd,
Waar Hij straks zal sterven, rapen ze de kleren bij elkaar en verdelen die onder elkaar.
Ze scheuren de kleren in 4 stukken, zodat elke soldaat evenveel heeft.
Ook zij geloven in delen: je deelt in de buit, de buit die ze hebben afgepakt
van de man die ze aan het kruis hebben vastgespijkerd.
Misschien was dat hun beloning voor het werk wat ze delen:
dat ze de kleren mochten hebben.
Bij de kleren is er echter één stuk, dat ze niet kunnen scheuren: dat is te bijzonder.
In één stuk geweven: van boven naar onder.
Ze vinden het zonde om dat stuk in stukken te scheuren en dan te verdelen.
Als ze er nu eens om loten, dan krijgt een van vieren het hele stuk.
Het is een beetje vreemd verhaal, dat ene kledingstuk dat helemaal heel blijft.
Waarom vertelt Johannes dat? Dat heeft misschien wel een betekenis.
Een mogelijkheid is dat Johannes wil aangeven: dat onderkleed is bijzonder
omdat priesters zo’n kledingsstuk droegen en Johannes wil aangeven: Jezus is priester.
Aan het kruis brengt Hij een belangrijk offer: het belangrijkste offer dat ooit werd gebracht.
Alleen: nergens anders maakt Johannes duidelijk dat Jezus een priester is.
Wel een koning, maar geen priester.
Een andere, ook heel mooie uitleg is dat die mantel staat voor de gelovigen.
De gelovigen van Jezus vormen een eenheid.
Zelfs door de dood van Jezus worden ze niet verscheurd, maar blijven ze één.
In het afgelopen jaar heb je dat misschien wel gemerkt, bij een van de acties:
Gemeenteleden die verschillend denken en toch je merkt:
je hoort bij elkaar, omdat je bij de Heere Jezus.
En bij het actievoeren merkte je dat buren, die lid zijn van een andere kerk,
ook van jou iets wilde kopen en zo de actie van onze kerk wilde steunen,
omdat ze weten: hoe verschillend als kerk, we zijn één in Christus.

Het kan ook zijn – een derde mogelijkheid – dat Johannes wil laten zien
dat het kruis betekent, dat Jezus alles geeft – alles weggeeft wat Hij heeft,
zelfs Zijn kleren en straks als Hij sterft Zijn eigen leven zal geven.
Jezus kon alles delen wat Hij had en hield voor Zichzelf niets over.
Als Hij zoveel over had voor mensen, dan kunnen wij ook wel iets delen.
Omdat deze winteractie Geloven in delen heet, heb ik er nog een stukje bij gelezen
over de Heere Jezus die uitleg geeft over wat het kruis betekent.
Je zou het zo kunnen zeggen: door te delen wordt iets meer, wordt iets groter.
Dat klinkt misschien gek, want als je iets deelt, wordt het meestal kleiner,
maar als de Heere Jezus aan het kruis, zijn leven deelt, dan wordt het meer.
De Heere Jezus vergelijkt het met een graankorrel:
Je stopt een graankorrel in de aarde en doet er aarde overheen.
Die aarde moet je erover heen doen, anders kan een graankorrel niet groeien,
niet uitgroeien tot een plant, waar weer nieuwe graankorrels in zitten.
Dat in de aarde doen, lijkt wel op sterven.
Zo ging de Heere Jezus sterven,
maar net als bij een graankorrel die in de aarde wordt gestopt,
leverde zijn sterven veel op: veel vrucht.
En weet je wat die vrucht is: dat zijn wij – als we in Hem geloven zijn wij die vrucht.
Wij kunnen leven, groeien en bloeien, omdat de Heere Jezus zijn leven gaf.
Geloven in delen begint bij de Heere Jezus die bereid was om Zijn leven te delen.
Als ik een zak snoep zou hebben, zou ik niet aan iedereen iets kunnen geven,
Ik kan alleen maar een paar kinderen en volwassenen wat geven
en de rest zit te kijken: waarom krijgen wij niet.
Maar als de Heere Jezus gaat delen, dan kan iedereen krijgen
En iedereen krijgt genoeg.

Er zit nog een kant aan delen:
Als ik deze zak snoep wil delen, moet ik niet op de kansel blijven,
maar ervan af komen en naar beneden gaan en dan kan ik het uitdelen.
Om te delen moet ik naar beneden toe.
Dan kan ik gelijk zien hoe het beneden is, om daar in de kerk te zitten.
Dat is ook belangrijk aan delen als iemand komt om je leven te delen.
In dezelfde plaats te wonen: Hij weet dan hoe het hier in Oldebroek is om te wonen.
Stel dat je in Groningen zou wonen en er zo op een dag een belangrijk persoon komen:
een minister, of zelfs de minister-president of zelfs de koning,
dan loopt hij langs de huizen en ziet hij hoe er scheuren in huizen zitten
en kan hij verhalen horen,
Maar hoe het echt is, om te wonen in een huis en een aardbeving te voelen
en te denken dat je huis zomaar kan instorten en bang te zijn om te slapen,
dat kun je alleen maar voelen als je er zelf gaat wonen.
Weet je wat zo bijzonder is: de Heere Jezus kwam uit de hemel naar de aarde.
Hij had kunnen zeggen: Ik heb het in de hemel goed, Ik blijf daar mooi.
De mensen op aarde hebben het er zelf een probleem van gemaakt.
Zij hadden God niet nodig en verkozen verkeerd
Laat ze maar lekker voelen dat ze arm zijn.
Nee, Hij kwam uit de hemel. Al het mooie liet Hij achter in de hemel.
Denk je dat het een pretje voor Hem was om op aarde te komen?
Hij kon hier te maken met pijn, terwijl het in de hemel goed was.
Aan het kruis kreeg Hij te maken met de spot van de mensen.
Dat is trouwens een vierde betekenis van die kleren die de soldaten verdelen:
Alle mensen zullen Hem uitgelachen hebben.
Omdat Jezus naar de aarde kwam, maakte Hij hetzelfde mee,
ook de spot,uitgelachen worden. Hij deelt daarin.
Zijn kleren verdeeld – dat komt uit een psalm waarin de mensen zeggen:
God helpt Hem toch niet., God heeft Hem helemaal in de steek gelaten.

En dat gebeurde aan het kruis ook. Dat Jezus al Zijn kleren kwijtraakte,
betekent ook – de 4e betekenis – dat voor de mensen God zich teruggetrokken had.
Omdat Jezus dat toen ervaren heeft, hoeven wij dat nooit meer te ervaren.
Ja, je kunt het wel eens hebben en denken en zo ervaren,
maar nooit meer zo diep als Jezus, want omdat God Jezus aan het kruis alleen liet,
zal God ons nooit meer alleen laten.
Geloven in delen – betekent ook dat we geloven dat Jezus deelt in onze nood,
zodat wij daarvan los kunnen komen, bevrijd.

Het mooie van de drie doelen is, dat ze allemaal daar iets van laten zien:
* Stichting Gave: delen van je tijd met vluchtelingen
* Stichting Tot Heil des Volks: wonen in Amsterdam, tussen de mensen
die op straat zwerven, in de prostitutie werken.
* Vrienden van GGZ de Hoop: mensen steunen, die psychische problemen hebben.
Ze doen dat, omdat ze geloven dat Jezus naar de aarde kwam
om bij ons te zijn, onze nood te dragen en ook de zonde die voor die nood zorgde.

Op de clubs hebben jullie erover gehoord, op de zondagschool, kindernevendienst,
tov-groep, catechisatie, Bijbelkring.
Ik hoop dat je gegroeid bent.
Bijzonder dat gemeenteleden hun tijd willen delen, met anderen in de kerk:
kinderen, tieners, volwassenen.
We hebben wel een zorgpunt: in september willen we een nieuwe TOV-groep opstarten.
Het lukt heel moeilijk om leiding te vinden.
Natuurlijk, ik weet, eigenlijk doen de meesten hier in de gemeente al iets (of heel wat).
Maar het zou wel jammer zijn als de jongeren niet bij elkaar kunnen komen,
omdat de leiding ontbreekt.
Ik hoop dat jij, of dat u erover na wilt denken om iets van uw tijd te delen.
Uit dankbaarheid, omdat Christus naar de aarde kwam,
om door met hen mee te doen, te laten zien dat Christus kwam om te delen
in ons leven te komen, ons bestaan en dat te delen
En zo te weten wat we doormaakten, maar ook met ons en voor ons stierf.
Aan het kruis werden zijn kleren verdeeld. Hij hield niets over, zou je denken,
maar ook al raakte Hij alles kwijt, Hij kreeg er veel voor terug:
net als die graankorrel, die moest sterven, aarde erover, maar wel veel vrucht droeg.
Hij kwam bij ons, heel gewoon. Amen

Een nieuwe gemeenschap

Een nieuwe gemeenschap
Toen nu Jezus Zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad, bij haar zag staan, zei Hij tegen Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon (Johannes 19:27)

Onder aan het kruis, waaraan Jezus hangt, staat een aantal mensen die nauw bij Jezus betrokken zijn: Zijn moeder, de zuster van Zijn moeder, en Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena en de discipel van wie Jezus houdt. In dit uur laten ze Hem niet alleen. Ze staan daar bij het kruis en moeten wel beseffen dat het snel voorbij zal zijn met Jezus, met Zijn leven en met Zijn werk hier op aarde. Als Jezus er niet meer is, wat zal er dan nog overblijven?

Jezus zelf weet dat Zijn werk niet zal ophouden. Binnen enkele momenten zal Hij zeggen, dat alles is volbracht, zal Hij sterven en in het graf gelegd worden. Na Zijn dood houdt het niet op: Hij zal opstaan. Nadat Hij is opgestaan, zal Hij teruggaan naar Zijn Vader in de hemel. Ook dan zal Zijn werk niet ophouden.
Als Jezus aan het kruis hangt, valt Zijn oog op Maria en op de discipel die er ook staat. Hij gaat wat tegen hen zeggen. In de manier waarop Hij tegen Maria spreekt, komt er een herinnering boven aan die allereerste keer dat Jezus een wonder verrichtte: in Kana, toen het water in wijn werd veranderd. Opnieuw niet een tedere aanspraak van: ‘moeder!’, maar eerder wat afstand: ‘Vrouw!’ Maria staat hier voor Jezus namelijk niet als Zijn moeder bij het kruis, maar als voorbeeld van iedere gelovige die iets van Christus verwacht. Dat deed ze in ieder geval wel, toen in Kana bij die bruiloft de wijn op was en ze bij Jezus aanklopte om de bruiloft te redden. Toen gaf haar Zoon aan, die ook haar Heer is, dat de tijd van Jezus nog niet was gekomen. Nu aan het kruis is de tijd wel gekomen. Dit is Gods tijd.
Nu de tijd gekomen is, Gods tijd, om te sterven, geeft Jezus aan Maria een plek bij Johannes en zal Johannes de plek van Jezus als zoon overnemen. Johannes kan Jezus niet vervangen. Geen enkele levende kan iemand die gestorven is vervangen, laat staan dat een mens de Zoon van God kan vervangen. Het is hier Jezus ook niet te doen om Zijn vervanging, om te zorgen dat de zorg voor Maria verder gaat als Jezus er zo dadelijk niet meer is. Als Jezus Zijn aardse moeder een plek bij Johannes aanwijst, gaat het Hem er om te laten zien, welke betekenis Zijn sterven heeft aan het kruis: Het sterven van de Heere Jezus brengt een nieuwe gemeenschap. Allereerst gemeenschap met God. Het kruis verbindt hemel en aarde. Maar ook tussen mensen brengt de Here Jezus een nieuwe gemeenschap, die belangrijker wordt dan familiebanden en belangrijker dan vriendschap. Aan het kruis Jezus schenkt Zijn moeder aan Zijn vriend en Zijn vriend aan Zijn moeder. Ze vormen samen een gezin, maar niet zomaar een aardse familie. Nee, een nieuwe gemeenschap: de kerk, het gezin van Christus, verenigd om het kruis.

Daardoor kunnen we zien, wat het betekent om gemeente van Christus te zijn. Allereerst betekent dat een eenheid rondom het kruis. Maar het betekent ook dat we elkaar als gemeenschap hebben ontvangen van de Here Jezus. We hebben niet voor elkaar gekozen, zoals vrienden dat doen. Deze nieuwe eenheid moeten we niet te romantisch voorstellen: ook in de gemeente van Christus kan het zijn dat we niet met elkaar en niet zonder elkaar kunnen. Het gaat om een eenheid van andere orde: een eenheid die er komt, omdat de liefde van Christus in ons werkt. Wie gelooft in Christus, wordt lid van dat gezin van Maria en Johannes: het gezin dat één is om het kruis.

Preek zondagavond 9 april 2017

Preek zondagavond 9 april 2017
Johannes 19:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Elke keer als ik de verhalen over de kruisiging lees en daarover nadenk,
heb ik het gevoel dat ik heilige grond betreed.
Dan zie ik voor mij hoe de Heere Jezus daar staat voor de hogepriester,
Voor Pilatus voor Herodes.
Het valt mij dan zwaar om er een preek over te maken,
omdat ik dan alleen maar stil zou willen zijn
en willen toezien hoe de Heere Jezus die weg ging.
Het is niet alleen het lijden dat hij ondergaat, niet de pijn van de geseling, van de slagen,
de pijn van de lange doornen die in het hoofd gedrukt worden,
die mij stil doen zijn en mij de woorden ontnemen,
niet alleen de spot, die zo diep in de ziel van Jezus ingesneden moet hebben,
maar vooral het besef dat Hij die weg ging voor mij.
En ook het besef dat ik niet helemaal kan doorgronden wat Jezus moest doorstaan,
want omdat Jezus die weg ging naar Golgotha,
omdat Hij het oordeel van God over ons leven op zich nam,
hoef ik dat oordeel zelf niet te dragen.
Ik zou dan stil van verwondering willen zijn,
of iemand willen hebben die het voor mij verwoordt
wat het ontzaglijke is dat daar op die weg naar Golgotha en op Golgotha zelf gebeurde.

Zie de mens, zegt Pilatus.
Wat zien we dan?
Je zou denken een man die ineengekrompen is door de pijn
die de geselslagen op zijn rug hebben aangericht,
met een gepijnigd hoofd door de slagen en de doornenkroon.
Je zou denken dat je een lachwekkende verschijning zou zien,
een parodie op wat een koning is: de mantel die de soldaten om hem hebben gehangen,
De rietstaf in zijn hand.
De doornenkroon, waarschijnlijk een parodie op de goddelijke status die Jezus zou hebben.
Hadden de Joden niet aangegeven dat Jezus zichzelf Gods Zoon had genoemd
en had die opmerking Pilatus geen vrees ingeboezemd?
Met die doornenkroon, die een parodie zijn op de stralen
die goden op een afbeelding hebben, wordt die vrees weggenomen.
Want als je iemand kunt bespotten, geef je aan dat je niet onder de indruk bent,
spot is een vorm van verzet, van je nog niet gewonnen geven.
Zien we een gebroken man, geknakt door de pijn en de spot?
Nee, het is Jezus zelf die naar voren loopt, met de mantel om en de kroon op.
Pilatus kan Jezus willen tonen aan het volk,
maar het Jezus die zelf naar voren komt om zich te laten zien, om zich te tonen.
Heel subtiel legt Johannes, de evangelist, een link met de allereerste keer
dat Jezus in de openbaarheid kwam, toen Hij zich de eerste keer liet zien.
Toen was daar Johannes, die over Jezus zei: Zie, het Lam Gods,
dat de zonden van de wereld wegneemt.
Nu is het Pilatus die ook op Jezus wijst: Zie, de mens.
Voortdurend worden de lezers van het evangelie van Johannes, worden wij,
opgeroepen om Jezus te zien, op te kijken naar Hem
en kijken is bij Johannes altijd geloven in Hem,
die gekomen is vanuit de hemel, God om mens te worden op aarde.
Zie, kijk! Dat is een oproep om actief toe te kijken,
om het op ons te laten inwerken wat we zien
en met de ogen van het geloof te kijken.

Het geloof ziet meer dan Pilatus wil laten zien.
Het geloof ziet hier haar Koning staan
en geloof stoort zich niet aan de doornenkroon en de nepmantel,
omdat ook een echte kroon en een echte mantel nog te weinig is
om de heerschappij van deze Koning uit te drukken,
die niet een aards koninkrijk bestuurt, maar koning is van heel de wereld, heel de schepping,
ook over alle machten die er zijn en over de engelen.
Zie de mens, zegt Pilatus.
Ja zegt het geloof, dat we een mens zien,
dat is juist het bijzondere, want we weten dat deze mens hier op aarde kwam,
het Woord van God is vlees geworden en heeft onder ons gewoond
en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid van de Eniggeborene van de Vader.
Hier, Pilatus, laat je zonder dat je het doorhebt, die heerlijkheid zien.
Want die heerlijkheid wordt niet zichtbaar in een kroon, een scepter, een mantel,
wordt niet zichtbaar in de macht die je hier op aarde hebt,
maar wordt juist zichtbaar in die doornenkroon, in die mantel die de spot wil aangeven.
Wordt straks nog het meest zichtbaar als op Golgotha een kruis staat opgericht
en daar deze Koning gehangen wordt voor het oog van heel de wereld.
Deze Koning zal vanaf het kruis Zijn heerlijkheid laten zien.
Pilatus, hoe je deze Koning ook wilt bespotten, je krijgt Hem niet klein.

Pilatus heeft een doel om Jezus op deze manier te laten zien.
Een beroep op het volk om Jezus vrij te laten.
Is Hij al niet genoeg gestraft met de geseling en die doornenkroon, met die bespotting?
Is deze vernedering, waarin al Zijn eer is weggenomen, niet genoeg straf,
om Hem de rest van Zijn leven te laten weten dat Hij geen pretenties meer moet hebben
om zich als koning van de Joden op te werpen.
Pilatus wil medelijden met deze Jezus, die zo te kijk staat.
Het geloof wil geen medelijden voelen,
want het geloof ziet hoe haar Koning deze stap naar voren zet
en daarmee aangeeft: Hier ben Ik, om Uw wil te doen.
Het geloof herinnert de woorden die Christus al eerder gesproken heeft,
dat een echte herder bereid is om Zijn te sterven voor Zijn schapen.
Het geloof ziet niet alleen haar Koning, maar ook haar Herder,
de goede Herder, die bereid is om een lam te worden,
het lam van God, zoals Johannes de Doper Jezus al aankondigde.
Het geloof weet dat deze dag, waarop Jezus getoond wordt door Pilatus en zichzelf toont,
niet zomaar een dag is, maar de dag is waarop het Paaslam wordt uitgekozen en geslacht
en het weet dat vandaag de uitspraak van Johannes:
Zie het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt
een bijzondere betekenis krijgt, want het is vandaag de dag van dit Lam,
Christus die het Lam Gods is, dat zal sterven op de dag waarop het paaslam wordt geslacht.
Zie de mens, zegt Pilatus,
maar het geloof ziet meer dan een mens, meer dan een koning,
en herinnert zich de woorden van Abraham aan zijn zoon Izaak
op de dag dat hij zijn zoon Izaak moest offeren: dat God zelf in een lam zal voorzien.
Hier ziet het geloof dat lam gekomen, dat het offer van God zal zijn.

Hoe zie je dat dan, als je Jezus zo wel wilt zien, maar nog niet ziet?
Johannes vertelt ons daarom de verhalen, zodat als wij die verhalen horen
Jezus zien als degene die op aarde kwam, de koning, die mens werd en een lam,
zodat we gaan geloven
en wanneer we Jezus getoond zien, buigen voor Hem en zeggen:
U wordt hier getoond als Koning, U bent ook mijn Koning,
U wordt hier bespot en als ik niet zou geloven, zou ik meedoen in die spot
U wordt hier getoond als een koning die een lam wil zijn,
ik mag zien hoe U uw leven wilde geven, ook voor mij
Op Golgotha – als het lam van God dat ook mijn zonden weggedragen heeft.

Wanneer je die ogen van het geloof niet hebt, dan kun je Jezus zo niet zien.
Dan zie je Hem als iemand met een gevaarlijke pretentie,
iemand die onrust veroorzaakt en het zwijgen opgelegd wordt,
of als iemand die een pretentie heeft die ongepast is,
omdat Hij zichzelf aan God gelijk maakt, een godslastering die niet ongestraft mag blijven.
De mensen die voor Pilatus staan, zij moeten niets van Jezus hebben,
zij voelen geen mededogen en willen die ook niet voor Jezus tonen.
Het zijn Joden, schrijft Johannes.
Nu kunnen wij daar gevaarlijk mee aan de haal gaan
en de schuld aan de Joden toeschuiven, omdat zij Jezus hebben gekruisigd.
Ik denk niet dat Johannes dit aan ons doorgeeft, om ons beter te voelen,
alsof wij Jezus beter ingeschat zouden hebben
en wil in Hem geloofd zouden hebben, als wij daar hadden gestaan.
Het zijn niet alleen de Joden die Jezus hebben gekruisigd,
ook de Romeinen hebben hun aandeel
En als Johannes het toont dat de Joden riepen om de kruisiging van Jezus
om daarmee een boodschap door te geven, zou het zijn dat niemand van de mensen
zat te wachten op deze Koning die ook een lam wilde zijn,
op deze koning die zijn leven wilde geven voor de zijnen.
Hij kwam tot de zijnen, maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen,
schrijft Johannes in het begin.

Het moet hem pijn gedaan hebben, dat zijn eigen volksgenoten niet in Jezus geloofden.
Johannes die zelf Jood was en wil geloofde, omdat zijn ogen open gegaan zijn
en nu niet anders meer dan met de ogen van geloof kan kijken.
Voor dr. Henk Vreekamp was dat een serieuze vraag,
waarmee hij een groot deel van zijn leven geworsteld heeft:
Het nee van het Joodse volk, van Gods volk, dat moeten we serieus nemen.
Blijkbaar past dat in de weg die God gaat met deze wereld en Zijn eigen volk,
dat Hij niet geloofd wordt, dat Hij aan de kant geschoven wordt
en dat als Hij zelf op aarde komt, dat Hij niet direct op geloof kan rekenen,
maar dat er geroepen wordt om een kruisiging.

Zie de mens, zegt Pilatus,
maar het volk roept dat ze deze Koning niet willen
en ze betuigen hun loyaliteit aan de keizer in Rome
waarmee ze ten diepste aangeven dat ze afscheid nemen van de Heere als hun koning.
Met Jezus verwerpen ze God als koning.
Dat moet ons bescheiden maken – ook wij kunnen God als onze koning verwerpen.
Het zegt vooral iets over God.
Zie de mens, zegt Pilatus.
Bij de Schriftgeleerden en de hogepriesters die voor Pilatus stonden,
had een bel kunnen rinkelen,
Want in hun eigen Schrift wordt er ook op deze manier een koning getoond,
als God Saul aan Samuël toont, Saul een bijzondere koning, want de eerste,
maar niet het voorbeeld van de goede koning,
een koning die uiteindelijk door God verworpen wordt.
Deze koning, Jezus, wordt Hij ook door God verworpen?
OF menen zij dat zij alvast het vonnis over deze koning moeten vellen – in Gods naam.

Kruisig Hem

(slot van de preek niet digitaal beschikbaar)

Preek Goede Vrijdag 2017

Preek Goede Vrijdag 2017
Schriftlezing:  Genesis 3, Johannes 19:17-37

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er is een afbeelding die voor mij de Bijbel in een plaat samenvat: Eva ontmoet Maria.
Het is een afbeelding met een ontmoeting van de twee vrouwen.
Eva met een vrucht in de hand, kijkt naar beneden, schuldbewust.
Aan haar ogen is te zien dat ze beseft dat ze met haar daad veel kapot gemaakt heeft.
Voor haar staat Maria, zichtbaar zwanger, met haar ene arm troostend om Eva geslagen,
met haar andere hand heeft ze de hand van Eva vast
en heeft de hand van Eva op haar eigen buik gelegd,
een gebaar waarmee ze aangeeft: wacht maar op het Kind dat uit mij geboren wordt.
Dat zal geboren worden om alles te herstellen.
Op de afbeelding is ook een slang te zien, die zich heeft gekronkeld om de benen van Eva
als teken dat deze slang in Eva een prooi gevonden heeft.
Maar Maria heeft haar voet op de kop van de slang.
En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw,
en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht.
Dat zal u de kop vermorzelen en u zult het de Hiel vermorzelen.

eve mary

Eva ontmoet Maria.
Het leven van beide vrouwen gaan over een ingrijpende verandering in onze geschiedenis.
Een wissel omgezet.
We hebben het gelezen in Genesis 3, hoe Adam en Eva werden weggestuurd
uit de hof van Eden
en dat bij de ingang van de hof twee engelen staan, die weg versperren.
Het is niet meer mogelijk om in de hof van Eden, in het paradijs te verkeren.
Het paradijs was niet alleen een volmaakte wereld,
een wereld zonder pijn en verdriet, zonder lijden, zonder zonde,
maar ook een plek waar Adam en Eva samenleefden met de Heere God,
Waar Hij hen opzocht om, waar Adam en Eva zich mochten verheugen op Zijn komst.
Dat was voorbij.
De engelen versperren de toegang:
Het leven in het paradijs is voorbij, er is geen terugweg meer mogelijk.
En dat ligt niet aan God, maar dat ligt aan wat er in het paradijs gebeurde,
Wat Adam en Eva deden.
Dat we niet bij God kunnen horen, dat ligt aan ons mensen.
Er is aan onze kant iets misgegaan.
Niet aan Gods kant: Hij is dezelfde gebleven.
Na de zondeval is Hij dezelfde als voor de zondeval, maar wij mensen zijn veranderd
en omdat wij veranderd zijn kunnen we niet in Gods nabijheid blijven.

Vergelijk het met een man die bij een groot bedrijf werkt.
Hij is de rechterhand van de directeur.
Bij een belangrijke beslissing die hij moet nemen, gaat hij niet naar de directeur,
maar naar de concurrent en neemt een beslissing die voor de concurrent goed uit komt
en nadelig is voor zijn eigen directeur.
Als de directeur erachter komt, wat zijn rechterhand heeft gedaan, wordt de man ontslagen.
Dan kunnen we zeggen: de man wordt ontslagen, omdat zijn directeur boos is, beledigd,
maar de fout ligt bij de man zelf, die het vertrouwen heeft beschaamd
en de concurrent in de kaart gespeeld heeft.
Het gaat er niet om dat God beledigd is, in Zijn eer is aangetast of boos
en dat die boosheid of beledigdheid ontladen moet worden op het kruis van Golgotha,
maar wij hebben, in Adam en Eva, het zelf onmogelijk gemaakt om bij God te kunnen blijven.

Vergelijk het met een man die een goed huwelijk heeft.
Hij en zijn vrouw hebben het goed, in materieel opzicht, de klik, er is liefde en vertrouwen
en toch legt de man het aan met een andere vrouw.
Zijn vrouw komt erachter en zet hem het huis uit.
Dan kan hij zeggen: Ik ben het huis uitgezet, omdat mijn vrouw er een punt achter zette.
Zij was boos. Zij wilde niet meer dat ik bij haar in een huis ben.
Dat is de schuld bij de ander leggen.
Wij kunnen niet bij God in het paradijs blijven, omdat er aan onze kant iets mis is gegaan.
Daarvan kunnen we doen dat het iets heel kleins is, iets onbenulligs,
het eten van een vrucht
zoals iemand ook over het doorvertellen van bedrijfsgeheimen luchtig kan doen
of over het er op na houden van een andere relatie.
Het eten van de vrucht betekent dat we het kwade leren kennen
en dat in alles wat we daarna doen, dat kwade meekomt
en dat kwade kan zijn: wantrouwen naar God toe,
dat we Hem niet helemaal vertrouwen en Hem daarom maar niet meer benaderen.
het slechte denken van God,
denken dat Hij het ons niet gunt om meer te weten of meer te zijn,
dat het niet Gods oneindige wijsheid is, maar door jaloezie gedreven.
en als God iets vraagt, het tegenovergestelde doen.
Buiten het paradijs.
Eva die schuldbewust naar beneden kijkt en beseft:
voor mij geen plaats meer bij God en ik kan het niet zelf herstellen.
Zoals de man die bedrijfsgeheimen verkoopt, het niet meer kan herstellen
en geen recht meer kan doen gelden op zijn positie in het bedrijf, omdat hij het verbruid heeft.
Zoals die man die het buiten zijn huwelijk zocht, geen recht meer heeft
om zijn plek thuis op te eisen, maar alleen thuis mag komen als zijn vrouw het toestaat.
De kerk zegt over, wat daar in het paradijs misging en wat in Genesis 3 beschreven is,
dat het niet een kleine vergissing is, die zomaar even goedgemaakt kan worden,
maar dat het een brutale aanval op God was, een daad van opstand, rebellie.

Een wissel omgezet – dat gaat om een trein die een andere kant opgaat
en niet meer terug kan gaan.
Een wissel omgezet, dat gebeurde in het paradijs,
Waarbij de wegen van God en ons mensen uit elkaar gingen,
niet omdat God veranderde, Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid Dezelfde,
maar omdat wij mensen voor een verandering kozen, een ingrijpende verandering,
Die ook effect had op onszelf.
Wij veranderden, zodat wij niet meer bij God kunnen zijn.
Adam en Eva die uit de hof gaan en de engelen die de weg blokkeren,
Dat is niet alleen een straf, maar ook een bescherming voor ons,
omdat wij niet kunnen bestaan bij God die zo heilig is, omdat wij onze heiligheid kwijtraakten.
Met Eva zijn we buiten het paradijs terecht gekomen, een wissel omgezet,
onmogelijk om uit onszelf nog bij God uit te komen.

Johannes heeft gebruikt een woord om de wereld buiten het paradijs aan te geven:
Donkerheid, duisternis, het is de wereld waarin het licht van God ontbreekt.
Als hij het over de wereld heeft, heeft dat woord de betekenis
van de wereld die God de rug toegekeerd heeft
en Gods aanwezigheid niet kan, niet wil verdragen
– ook de aanwezigheid van Christus niet: kruisig Hem!
Het is een wereld waarin God niet de baas is, maar de overste van de wereld,
Dat is die slang die zich om de benen van Eva heeft gekronkeld om haar onderuit te sleuren
en verder weg te voeren bij God vandaan.
De wereld buiten het paradijs – dat is een gevangenis, een slavenbestaan,
vergelijkbaar met het leven van de Hebreeën in Egypte.

Bij Eva staat Maria.
Ze heeft haar arm om Eva heen geslagen, om haar te troosten en op te beuren
en pakt de hand van Eva vast en legt haar hand op haar buik.
Eva, wees getroost, treur niet langer om wat jij fout gedaan hebt.
Jij kunt het niet zelf herstellen, maar in mij groeit Gods Zoon, die gekomen is
om wat fout gegaan is te herstellen, om de breuk te helen,
om jouw schuld van je af te nemen en mee te nemen op het kruis.
Wanneer wij bewust een fout maken,
waarvan we weten dat we een ander daarmee benadelen, kunnen wij dat niet herstellen.
Wanneer je op een negatieve manier over een ander gesproken hebt
omdat je er van geniet om over een ander te roddelen,
en misschien daarmee over jezelf wilt doorgeven dat je heel wat beter bent,
dan kun je het kwaad dat je gestrooid hebt, niet allemaal wegkrijgen.
Wanneer iemand een ander bedrogen heeft, kan het vertrouwen niet zomaar hersteld worden.
Als iemand een moord pleegt en aangehouden wordt en veroordeeld wordt,
betekent de gevangenstraf nog niet dat degene die vermoord is terugkomt.
Kunnen wij, wanneer wij het naar God toe verbruid hebben, het zelf dan wel goedmaken
En herstellen welke schade wij aangericht hebben,
zelf de wissel ombuigen naar het goede spoor en weer in Gods gemeenschap komen?
Maria zegt tegen Eva: dat zal mijn Kind doen.
Maria, die zelf leefde buiten het paradijs
en haar Zoon, niet zomaar een kind, maar Gods eigen Zoon die mens werd
haar Zoon wordt ook geboren buiten het paradijs
en heeft maar één doel: opnieuw een wissel omzetten,
terug naar het goede spoor, om voor de mensen een nieuwe mogelijkheid te geven
toch weer in Gods nabijheid te komen,
niet omdat God veranderd is,
maar omdat aan het kruis onze positie ten opzichte van God veranderd wordt.
De zondeval was de eerste wissel, bij God vandaag,
het kruis is ook weer een wissel, terug naar God.
Maria staat bij Eva en kan Eva troosten: verlies je hoop niet,
want mijn Zoon, die niet alleen mijn Zoon is, maar Gods Zoon,
zal naar het kruis gaan en zal het daar uitroepen, voor iedereen hoorbaar:
Het is volbracht.
Machtige woorden, die voor ons als mensen zo’n wereld van verschil tonen.
Een overwinningsuitroep aan het kruis – vol troost voor de mensen die het willen geloven:
Niet langer heeft het kwade dat de slang gezaaid heeft door zijn listig spreken
meer het laatste woord, maar zijn macht en invloed is verbroken,
een nieuwe tijd is aangebroken, een wissel die is omgezet,
een nieuwe tijd waarin het weer mogelijk is om bij God te horen en bij God te komen.
Wat voor ons mensen niet mogelijk was, heeft God gedaan.
Het is volbracht – woorden waarmee de poorten van het paradijs, van de hemel opengaan,
het kruis als sleutel, waardoor geopend kan worden
Niet een instrument in onze handen, maar in Gods handen.
Het is volbracht, omdat aan het kruis Gods eigen Zoon zich gaf als het paaslam.
Niet alleen de poorten van de hemel zijn open gegaan,
maar ook de poorten van Egypte, waarachter wij gevangen zaten
en waarin de overste van de wereld ons niet liet gaan.
Het is volbracht – dat zijn de poorten van het slavenbestaan van de zonde die opengaan,
de duivel die moet laten gaan, omdat dat Nageslacht van Eva gekomen is
om hem de kop te vermorzelen.
Het is volbracht – dat is: de kop die is vermorzeld, de overwinning is behaald.
Aan het kruis staan daarom de nieuwe Eva en Adam, wordt wel gezegd.
Maria die de rol van Eva heeft en Johannes die de rol van Adam heeft.
Aan het kruis worden ze door de Heer aan elkaar toegewezen.
Bij het kruis, waar het ‘Het is volbracht!’ klinkt, is er daar die nieuwe gemeenschap
omdat nu de Heiland die sterft als het paaslam met Zijn dood de wissel omzet
en het uitroept: Het is volbracht.
Een nieuwe gemeenschap, waarin niet meer de duisternis de macht heeft,
Waarin niet meer de zonde de boventoon voert,
waarin niet meer de slang om de benen kronkelt,
Een nieuwe gemeenschap van mensen die bevrijd zijn: Zoon, zie uw moeder,
moeder, zie uw zoon.
In de Vroege Kerk werd het kruis nogal eens als boom afgebeeld,
de levensboom uit het paradijs, onbereikbaar geworden
door de zonde en door de engelen die de weg versperren.
Maria die de nieuwe Eva mag zijn en Johannes die de nieuwe Adam mag zijn,
ze staan opnieuw bij de boom, niet meer de boom van kennis van het goede en het kwade,
maar de boom van het leven, Christus aan het kruis, die voor hen het leven is
en Zijn leven aan hen schenkt, waardoor zij mogen leven.
Niet meer de verleiding om een vrucht te pakken. Niet meer de breuk,
maar het herstel, omdat het klonk vanaf het kruis: Het is volbracht.

zo mag het elke zondag klinken, en elke keer als u in Gods Woord leest
en vandaag in het bijzonder: Het is volbracht.
Mogen we bij het kruis staan dat voor ons de boom des levens is geworden,
herstel van wat verbroken is, die wissel die God heeft omgezet
waardoor wij weer terug kunnen komen.
Bij dat kruis mag het “Het is volbracht!” voor ons een loflied zijn,
Waarin we zingen van de bevrijding die onze Heer gaf, die wilde sterven aan het kruis,
Christus ons Paaslam, U hebt het volbracht.
Het is volbracht – we mogen het geloven, dat ook voor ons de poort is opengegaan.
De poort van Egypte, de poort van het paradijs.
Om uit te trekken, naar het Beloofde Land, het huis met de vele woningen, het Vaderhuis.
Daar mogen we voor eeuwig zingen: Het is volbracht! Door Christus onze Heer!
Amen





Kruiswoord 3: Een nieuwe gemeenschap

Kruiswoord 3: Een nieuwe gemeenschap
19 april – dinsdag

Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande, zeide Hij tot zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.  (Johannes 19:26-27)

I.

Het sterven van de Here Jezus brengt een nieuwe gemeenschap. Allereerst gemeenschap met God. Het kruis verbindt hemel en aarde. Maar ook tussen mensen brengt de Here Jezus een nieuwe gemeenschap, die belangrijker wordt dan familiebanden en belangrijker dan vriendschap. Aan het kruis Jezus schenkt Zijn moeder aan Zijn vriend en Zijn vriend aan Zijn moeder.
Daardoor kunnen we zien, wat het betekent om gemeente van Christus te zijn. Allereerst betekent dat een eenheid rondom het kruis. Maar het betekent ook dat we elkaar als gemeenschap hebben ontvangen van de Here Jezus. We hebben niet voor elkaar gekozen, zoals vrienden dat doen. Deze nieuwe eenheid moeten we niet te romantisch voorstellen: ook in de gemeente van Christus kan het zijn dat we niet met elkaar en niet zonder elkaar kunnen. Het gaat om een eenheid van andere orde: een eenheid die er komt, omdat de liefde van Christus in ons werkt. Aan het heilig avondmaal belijden wij aan elkaar gegeven te zijn.

II.

Bij Johannes hebben verhalen altijd ook een diepere laag. Die diepere laag heeft te maken met de missie van de Here Jezus. ‘Vrouw’, zegt de Here Jezus tegen Zijn moeder. Zo sprak Hij Zijn moeder ook aan bij de bruiloft te Kana. Maria staat daarom niet als de moeder van Jezus bij het kruis. Maria staat voor iets anders: iemand die alles van Christus verwacht. Bij de bruiloft te Kana geloofde zij dat de Here Jezus voor iets bijzonders zou kunnen zorgen. Zij vertrouwde op Hem en kon de regie uiteindelijk aan Hem overlaten. Maria bij het kruis staat voor de kerk, die al haar vertrouwen op de Here Jezus stelt en haar gebeden tot Christus richt.
De aanwezigheid van Maria aan het kruis verwijst terug naar de bruiloft te Kana. Daar was de beste wijn voor het laatst bewaard. De beste wijn voor het laatst: zou dat niet wijzen op de wijn bij het avondmaal. Deze wijn wijst heen naar Christus’ bloed dat Hij voor ons heeft gegeven. Op die manier lest Christus onze eeuwige dorst.
Bij het kruis staat ook de discipel die zich mag verheugen over de liefde van de Here Jezus voor hem. Bij de laatste maaltijd die zij gezamenlijk gebruikten, lag hij het dicht bij zijn Meester. De naam van deze discipel is niet belangrijk. Het gaat om wat deze discipel de kerk voorhoudt: voor een gelovige is het van belang dicht bij Christus te zijn. En waar kunnen we dichter bij Hem zijn dan tijdens de viering van het Heilig Avondmaal? Zoals Maria en de discipel bij elkaar stonden rondom het kruis, zijn wij aan het avondmaal dicht bij het kruis van de Here Jezus.

ds. M.J. Schuurman