Niet als wezen achtergelaten

Niet als wezen achtergelaten (nav Johannes 14:18)

Afscheid nemen van iemand, met wie je een goede band hebt, is vaak niet makkelijk.  Je voelt aan dat er een lege plek in je leven komt. Je weet dat je de gesprekken, die je samen had, zult gaan missen. Je mist het plezier, dat je samen had, wanneer je samen optrok. Zeker als afscheid gaat nemen van iemand, die veel voor je betekend heeft,  iemand op wie je toch wel steunde, kan dat het gevoel geven, dat je je heel wat kwijtraakt, dat je verweesd achter zult blijven.
In dit gedeelte kondigt de Heere Jezus Zijn afscheid aan en Hij voorziet dat Zijn afscheid heel wat met de leerlingen zal doen. Hij zal naar de hemel gaan en de leerlingen zullen op aarde achterblijven. Ze zullen Hem ontzettend missen. Het zal een gevoel van heimwee geven naar de tijd, waarin hun Meester bij hen was. Ze zullen zich verweesd voelen. Met hun geloof zullen ze het ook niet makkelijk krijgen, want ze steunden behoorlijk op Hem.
Daarom geeft Hij hen een belofte mee, waar ze zich aan kunnen optrekken: 
Ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Je zult het moeilijk krijgen. Dat weet Ik vooruit. Maar je krijgt steun van Mij. De zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt ook wel Wezenzondag genoemd, waarbij de naam ontleend is aan deze belofte die de Heere Jezus aan Zijn leerlingen gaf. We hebben gevierd dat de Christus naar de hemel is gegaan om daar plaats te nemen aan de rechterhand van God. We kijken uit naar het Pinksterfeest, waarop we vieren dat die andere Trooster, die onze Heere aankondigt gekomen is. Deze zondag van vandaag valt er wat tussenin en daardoor kan al snel het gevoel ontstaan dat we nog wachten op de Heilige Geest. Zo voelt u dat misschien ook, dat u nog op iets wacht tot er iets in uw leven gebeurd, waarvan u kunt zeggen: dat is de Heilige Geest die in mij persoonlijk wordt uitgestort.
Vroeger dacht ik vooral dat deze zondag een zondag van gemis is: Christus is al weg
opgenomen in de hemel en de Geest is er nog niet. En ik dacht daarbij: zoals op deze zondag voel ik mij zo vaak. Christus ervaar ik niet, omdat Hij ver weg in de hemel is en niets overbrugt voor mij die afstand naar de hemel. Die gedachte herkent u wellicht ook wel en je zou daarbij willen dat het anders zou zijn, dat u wel iets van Hem zou ervaren.  Net of we wel verweesd achtergelaten zijn.
Toch is dat niet de bedoeling van deze zondag. Wezenzondag wil ons niet het gemis  onder de aandacht brengen, maar ons leren dat we bij ons gemis aan die ervaring van Christus niet moeten blijven, omdat Christus ons een belofte geeft, dat Hij ons niet alleen achter laat. Het moeilijke voor ons, is dat die belofte vaak tegen onze ervaring ingaat
en dat we daarom die belofte moeilijk kunnen geloven. Op deze zondag moeten we tegen elkaar zeggen: We zijn niet alleen. 
Christus vult Zijn belofte ook nog aan. Nadat Hij zegt, dat Hij ons niet alleen achter laat, zegt Hij ook nog: Ik kom terug. We mogen dus uitkijken naar Zijn komst. Hij blijft niet weg.
Is Hij trouwens wel weg?  IS Hij met de andere Trooster, die zal komen, de Heilige Geest, niet ook meegekomen? Is Hij door de Heilige Geest niet hier in ons midden aanwezig? Hier bij mij en bij u, waar u ook bent? Al bent u onderweg met de auto, of ligt u nog in bed,of bent u zich aan het klaarmaken voor deze dag, of al een tijdje op: De Heilige Geest kan ervoor zorgen dat Christus ook bij u komt, waar u nu ook bent. Dat is de troost, die de Geest kan geven: Hij kan ervoor zorgen dat u Christus wel ervaart. Dan maakt de Heilige Geest deze belofte van Christus ook voor u waar en komt Christus ook naar  persoonlijk terug.
 Als Christus zegt dat Hij weer zal komen, doelt Hij ook op een ander moment: Zijn Wederkomst. Op deze zondag na hemelvaart mogen we ook vooruitkijken naar dat moment, dat Christus hier weer op aarde verschijnt en ons tot Zich neemt. Tot die tijd zijn we niet alleen – al voelen we dat wel soms. We moeten dat misschien wel geregeld tegen elkaar zeggen, omdat we dat geloof zo makkelijk kwijtraken. Daarom is het zo bijzonder dat Christus ons de Heilige Geest heeft gegeven. De Geest die ons het geloof geeft, dat Christus zal komen en er nu al is. Hij sterkt ons in het geloof en helpt ons te zien, te ervaren, waar Christus nu in ons leven is. Zodat we de belofte van Christus uit eigen ervaring kunnen beamen: Inderdaad, we wij niet alleen achtergelaten. Hij is hier bij ons.

Meditatie EO-programma Groot Nieuws, 2 juni 2019

Preek zondagmorgen 21 mei 2017

Preek zondagmorgen 21 mei 2017:
de Geest als Aanmoediger, als Opvanger en Confronteerder

Johannes 14:15-31
Tekst: Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam,  Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb (Johannes 14:26)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Tijdens een voetbalwedstrijd gaat het eerst goed met een team.
Er worden enkele doelpunten gescoord en de ouders langs de kant juichen bij elk doelpunt,
maar halverwege de eerste helft gaat er iets mis.
Opeens scoort de tegenpartij en de tegenpartij gaat daarna beter voetballen.
Weer een doelpunt van de tegenpartij. Als het rust is, is het bijna gelijk.
De trainer roept de voetballers bij elkaar en spreekt hen toe:
‘ Het ging eerst zo goed. Kom op, deze ploeg kunnen we best aan.’
Als de tweede helft begonnen is, moedigt hij samen met de ouders het team aan.
De woorden van de trainer lijken te hebben geholpen.
Het team voetbalt beter en uiteindelijk wordt het een overwinning.

Ingrid heeft hard geleerd voor haar examens.
Het is best spannend om de examens te maken,
want het kan nog alle kanten op:
met een beetje geluk slaagt ze; als het tegenzit zakt ze.
Nadat ze de examens heeft afgerond, denkt ze dat het redelijk is gegaan,
maar ze weet het niet zeker.
Op de dag dat de uitslag bekend wordt gemaakt, wordt ze gebeld.
Ze heeft het niet gehaald. Ook een herkansing zal geen zin hebben.
Ze is er helemaal van slag van. Hier had ze niet op gerekend.
De moeder van Ingrid had er voor de zekerheid gezorgd dat ze thuis was.
Als haar dochter geslaagd was, kon ze gebak halen en feestvieren, de vlag uithangen.
Als ze het niet haalde, was ze er om haar dochter op te vangen.
Dat laatste, dat opvangen blijkt nodig te zijn.
Ze loopt op de dochter, slaat een arm om haar heen.

De ouders van Jort worden opgebeld: of ze in de Boni langs willen komen.
Daar aangekomen, worden ze meegenomen naar het kantoor van de bedrijfsleider.
Er zit ook twee agenten en de ouders schrikken en ze begrijpen waarom ze moesten komen.
Jort is betrapt op winkeldiefstal.
En dan horen ze dat Jort al een tijdje in de gaten werd gehouden,
omdat het winkelpersoneel al het vermoeden had, dat hij stal.
Nu hebben ze hem op heterdaad betrapt en de politie gewaarschuwd.
Daarna hebben ze ook de ouders van Jort ingelicht.
Thuisgekomen gaan ze het gesprek met Jort aan.
Hij krijgt een aantal beperkingen: een maand lang krijgt hij geen zakgeld, geen spelcomputer
en moet de boete helemaal terug betalen
Na school een week lang niet naar vrienden, maar direct naar huis.
Als het weer voorvalt, dan zal de straf strenger zijn.

Het zijn drie verschillende voorbeelden, maar in het Grieks van het Nieuwe Testament

kan er één woord voor worden gebruikt
En dat is het woord dat in onze tekst is weergegeven met Trooster,
een woord dat verschillende betekenissen heeft:
– aanmoedigen en stimuleren als je de moed verliest, om toch door te gaan, zoals in het voorbeeld van het voetbalteam, dat eerst goed gaat, maar daarna inzakt.
– je opvangen en troosten als het tegenzit, zoals bij Ingrid, die een teleurstellend resultaat behaalt bij haar examens.
– je corrigeren en terugroepen, vermanend toespreken,
of zelfs straffen in de hoop dat je inziet wat er misgegaan is, zoals dat bij Jort nodig was.

Dat zijn ook allemaal taken die de Heilige Geest doet.
Zijn taak als onze Trooster is dat Hij ons zowel aanmoedigt, als opvangt en troost,
als corrigeert en weer op het juist pad brengt.
We zouden ook kunnen weergeven als: de Heilige Geest als Aanmoediger, Moed-inspreker,
de Geest als Opbeurder,
de Geest als degene die je laat weten dat het zo niet kan.
Dat kan allemaal in het Grieks in één woord worden weergegeven
en wat al die verschillende betekenissen bij elkaar houdt,
dat is dat we bij Christus behouden worden,
verbonden aan Christus, bewaard in Zijn gemeenschap.

Het is Zijn taak om ons als mensen aan de Heere Jezus te verbinden,
vast te maken aan Hem,
een band hebben met Christus die in de hemel is
en Christus, die in de hemel is in ons woont.
De Geest legt die band aan en maakt de verbinding,
zodat we gaan geloven in de Heere Jezus, die nu in de hemel is
En zodat we met Hem leven, zodat we Zijn woorden ook in praktijk brengen.
Dat is geloof: dat je verbonden met Christus,
of nog sterker: dat je in Christus bent, als de ruimte waarin je hier op aarde al leeft.
Hij is daar ook met u en met jou mee bezig, om die band te leggen,
om je bij Christus te brengen en aan Hem te verbinden.

Waar het hier in dit gedeelte om gaat, is dat de Geest er ook voor is
om ons bij de Heere Jezus te houden.
Om ervoor te zorgen, dat die band blijft bestaan, een levende relatie is en blijft,
een hartelijke band, een band van liefde tussen Christus en ons.
Het is Zijn taak ook om ons bij Christus te houden, zodat we niet van Christus losraken.
Het is Zijn taak om u en jou bij Christus te houden.

Bij de een kan de band met Christus losser worden, als het geloven tegenzit.
Eerst was een enthousiasme, wilde je bezig zijn met God,
je probeerde om meer in de Bijbel te lezen, om meer over Christus na te denken,
meer tijd om te bidden
en meer in je doen en laten iets van Christus te laten zien.
Totdat er de klad in kwam: je sloeg het bidden over,
er waren dagen waarop je de Bijbel niet pakte.
En waarom? Ja, zeg met maar.
Een paar dagen van heel veel drukte op het werk, waardoor je moe thuis kwam
en je de energie er niet meer voor had.
Je hebt het zelf niet eens door, maar opeens is er iets,
je weet het zelf niet zo goed, misschien alleen maar een gedachte,
of je ziet je Bijbel liggen op je nachtkastje en je beseft: die heb ik al dagen niet open gehad.
Het is net als de trainer die je in de pauze bij het voetbalelftal de voetballertjes aanspreekt:
Kom op, ga er tegenaan, pak het weer op, zoals je eerst deed.
Het is de Heilige Geest als trooster, als Aanmoediger, die met je bezig is,
Want Hij weet, dat als jij het Bijbel lezen erbij laat zitten,
als jij uit jezelf niet het patroon doorbreekt, dat je langzaam losraakt van Christus,
zonder dat je het wellicht nog door hebt ook.
Hij is dan een Aanmoediger, een trooster, want Hij wil je bij Christus houden
en spreekt je juist aan op wat je nodig hebt.

Of er gebeurt iets in je leven waarop je niet had verwacht,
en ook al wil je het niet, je raakt door die gebeurtenis zomaar ver van Christus vandaan.
Je wilt wel bidden, maar het lukt niet om de handen te vouwen
en je gedachten op God te richten, om de aandacht bij het Bijbel lezen te houden.
Je hebt de Bijbel een aantal minuten op je schoot liggen.
Je ogen zoeken de letters op, je leest ze ergens wel,
maar de woorden bereiken je hart niet, omdat je je zorgen maakt om het huwelijk van je zoon,
omdat je in spanning wacht op de uitslag van het onderzoek,
omdat je net het bericht hebt gekregen, dat de operatie die je moet ondergaan
heel spannend is en dat er ook behoorlijke risico’s aan verbonden zijn.
Of je hebt het gevoel dat de grond onder je voeten is weggeslagen,
Dat je wegzinkt en dat niemand je kan opvangen.
Dan is de Geest er om je op te vangen, om je op te beuren,
om je te laten weten, dat wat er ook in jouw, in uw leven gebeurt,
dat het niet bij machte is om je bij Christus weg te slaan,
dat je niets van de liefde van Christus kan scheiden, geen leven of dood,
geen engelen, geen krachten of machten die op je leven losbeuken of je meesleuren,
maar dat jouw leven door de Heilige Geest zo sterk aan Christus is verbonden,
dat je in Christus verankerd bent, verzekerd bent in Christus.
Een houvast, die je misschien niet voelt, maar die er wel is.
Dan is de Geest een opbeurder, een trooster, zoals de moeder van Ingrid haar dochter
moest opvangen en troosten toen het tegenvallende bericht van het examen kwam.
Zo is de Heilige Geest ook onze Opbeurder en Trooster,
want Hij wil ons bij Christus houden
en weet dat op zulke momenten de tegenstander van Christus
ook van je zwakte gebruik kan maken, door je het gevoel te geven dat je van Christus losraakt.
Dan zal de Heilige Geest je herinnering brengen,
dat Christus aan jou een belofte heeft gedaan:
Dat je van Hem bent, en dat Hij voor je bidt, dat je geloof niet op zal houden,
dat je geborgen blijft in Zijn gemeenschap
en dat je weer weet, weer gelooft, dat ook al is Christus in de hemel
en niet zichtbaar voor ons is, dat je niet onbereikbaar bent en zeker niet los van Hem bent,
maar verbonden en dat het geloof, ook al wordt het op de proef gesteld
door de Geest wordt versterkt
en dat die moeilijke periode, waarin zo aan je geschud wordt, een verdieping voor je wordt,
omdat je in die periode merkt of daarna, dat je toch wordt vastgehouden.
Dat je toch moed hebt, dat je er niet alleen voorstaat.

Er is nog een manier om van Christus los te raken, de manier van Jort uit het begin,
Die de regels overtrad.
Ook in het leven met Christus zijn er regels.
Een van die regels wordt hier in het hoofdstuk ook genoemd:
de geboden van Christus houden, liefde die ook moet blijken in je houding naar anderen toe.
Er kunnen momenten zijn, waardoor je je niet door die liefde laat leiden.
Als je een roddel over iemand anders doorverteld,
Als je bewust een verhaal over iemand de wereld in helpt, dat niet klopt,
omdat je die persoon niet mag, als je je laat leiden door haat of jaloezie.
Als je dat doet, zegt de Heere Jezus tegen Zijn leerlingen,
dan laat je zien dat je niet met Mij verbonden bent,
en dan ben je van Mij losgeraakt.
Je kunt daar door de Geest op aangesproken worden,
maar soms is er meer nodig, dan alleen maar aangesproken worden,
omdat je anders met het verkeerde gedrag doorgaat.
Soms heb je nodig, om door een duidelijke confrontatie van de Heilige Geest,
zoals de ouders van Jort hem ook confronteerden,
niet alleen om te straffen, maar ook om door die straf bewustwording op gang te brengen.
Zo kan de Geest ook ons aanpakken, als het nodig is.
Dat doet Hij om ons weer bij Christus te brengen en aan Hem te verbinden,
want Hij weet dat als we losraken doordat we de regels niet houden,
dat dat niet goed voor ons is en steeds verder van Christus afgaan.
Daarom grijpt Hij in.

Voortdurend is de Geest met ons bezig
om ons bij Christus te brengen en bij Hem te houden.
Het moeilijkste is wanneer dat tegen onze eigen inzichten ingaat.
Als de Geest het nodig vindt om ons aan te sporen, als wij geneigd zijn
om het geloof er wat bij te laten hangen, omdat het allemaal tegenzit
en het niet meer lukt, zoals in het begin,
als een voetbalteam die niet meer gelooft in de overwinning
en daardoor niet meer zo fanatiek voetbalt en maar wat over het veld sloft.
Dat kan ook in het geloof, dat we het er maar wat bij laten hangen,
omdat we denken dat het toch niet veel meer wordt met ons, met de kerk, met Gods Koninkrijk
en dat de Geest ons dan toespreekt en dat kan net zo streng zijn als een trainer dat doet
omdat we dat nodig hebben, want zonder dat wat de Geest zou doen,
zouden we afdrijven en Christus meer en meer kwijtraken.

Of dat de Geest, wanneer Hij troost, Hij niet direct met een oplossing komt,
maar een weg gaat door die teleurstelling heen,
omdat de Geest van mening is dat deze weg ons vormt in het geloof
en ons toch meer verbindt met Christus, zoals soms bij gelovigen zo is,
dat tegenslag hen meer besef geeft dat ze het bij Christus moeten zoeken.

Of wanneer je een andere weg gaat dan God je gewezen heeft,
of wanneer je de regels van de liefde bewust overtreedt,
dat je stil gezet wordt en dat je eerst nog tegensputtert, beledigd haast, waarom God dat doet,
maar later zie je in dat je op een verkeerde manier bezig was,
en kun je zelfs dankbaar zijn dat de Geest je zo confronteerde,
omdat je wist: als ik op die manier verder ging, ging ik verder van Christus af.

De Geest – Hij herinnert je aan Christus en als Hij in je leven bezig is,
merk je dat omdat je Christus ervaart en ziet, Zijn stem hoort, Zijn hand in je leven opmerkt,
Zijn vergeving ervaart, en steun vindt in Zijn overwinning op de dood.
Christus die op aarde sprak en nu in de hemel is.
In de hemel, dat lijkt een afstand, maar juist die afstand wordt door de Geest overwonnen,
waardoor wij hier op aard verbonden zijn met Christus in de hemel, in Hem.
En dat Christus omgekeerd ook in ons is.
De Geest – Hij verbindt je aan Christus, Hij houd je bij Christus.
Niet dat we daarbij met de armen over elkaar zitten.
De Geest spoort ons aan, ook om zelf te zoeken, om onszelf te verbinden,
om zelf alles te doen om uit Christus te leven en bij Hem te blijven.
Maar het is een geruststelling én een aansporing tegelijk, dat de Geest daar ook mee bezig is.
Geruststelling, omdat als wij er niet alert op zijn, de Geest wel ingrijpt
en een aansporing, omdat een van de manieren van de Geest is: ons aan het werk te zoeken.
De Geest die gestuurd is door God de Vader en de Zoon, vanuit hun onderlinge band,
om ons die band op te nemen en te bewaren.

Gij zijt de Trooster, die ons leidt,
de gave, die ons God bereidt,
de bron, waaruit het leven vloeit,
het vuur, dat heel ons hart doorgloeit. (NH Bundel 1938 Gezang 78:2)
Amen

Preek themadienst School en kerk

Preek themadienst School en kerk
Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Johannes 14:6)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Intro
Tijdens een kinderfeestje van Kees gaan ze een speurtocht doen.
In het bos krijgen ze uitleg.
De vader van Kees vertelt:
‘Je moet goed luisteren naar wat ik zeg,
want er is maar één weg.’
Maar Kees luistert niet.
Hij denkt al aan de prijs, want hij weet wat die prijs is.
Hij denkt er al aan hoe geweldig het is als hij die prijs wint.
Tijdens de uitleg van zijn vader is hij met heel andere dingen bezig.
Zou er geen andere route zijn door het bos,
waarbij ze een stuk afsnijden?
Als zijn vader klaar is met de uitleg, heeft Kees zijn plan al klaar.
Hij roept de andere jongens van zijn groep bij elkaar.
‘Kom, volgens mij is er een kortere route,
waarbij we een heel stuk afsnijden.’
De andere jongens gaan mee, want Kees zal het wel weten.
Zijn vader heeft immers de route uitgezet.
Misschien heeft Kees wel stiekem gespiekt en heeft hij gelijk.
Ze gaan een heel eind de goede richting in.
Ze zullen wel een heel stuk sneller zijn dan de andere groepen.
Totdat ze in de verte een hek zien.
Ze lopen er naar toe en ze zien op een bord dat ze niet verder mogen:
Gevaarlijk terrein.
Ze moeten weer helemaal terug.
De weg die Kees had uitgekozen leek een handige weg,
maar uiteindelijk was er helemaal geen weg.
De enige weg die er is, is de weg die de vader van Kees had gewezen.
Maar ja, hoe vind je die weg als je niet hebt opgelet?

Eén weg
Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.
Met deze uitspraak van de Heere Jezus zijn jullie deze week op school bezig geweest.
Ik ben de Weg, zegt de Heere Jezus.
Daarmee bedoelt Hij: Ik ben de enige weg. Er is geen andere weg.
Als je niet via Mij komt, dan kom je er niet.
Dan kom je niet aan. Geen: bestemming bereikt!
Welke bestemming?
Waar zou je uitkomen als je de weg van Jezus volgt?
Ik denk dat jullie dat allemaal wel begrijpen
bij welke bestemming de Heere Jezus ons brengt:
bij God in de hemel – in het huis van Mijn Vader, zo zegt Hij het.
Daar gaat de weg naar toe.
Om de weg naar God toe en de weg naar de hemel te vinden, moet je bij Jezus zijn.
Ik ben de weg daarnaartoe, zegt Hij.

De weg door de Schelfzee
De enige weg.
En toch zijn er heel veel mensen, die niet voor deze weg kiezen.
Zij denken, net als Kees op zijn kinderfeestje, dat er een makkelijkere route is.
Niet die omweg via de Heere Jezus,
maar een weg die je zelf kiest.
Over de weg hebben jullie een Bijbelverhaal gehoord.
Welk verhaal was dat ook al weer?

(U moet straks in het Open huis gaan kijken naar de werkjes.
Ik was donderdag bij groep 0/1 en daar heeft een aantal kinderen
dit verhaal nagemaakt met knippen en plakken)

Waarom het verhaal over Mozes en het volk door die zee?
Omdat de Heere God een weg baant, waar eerst geen weg was.
Mozes – hij luistert naar Gods opdracht: neem in de woestijn de omweg.
Want dan denkt de farao dat je verdwaald bent
en dat je niet aankomt op je bestemming – wat was ook al weer de bestemming voor Mozes?
Waar moest hij met het volk naar toe?

De weg van de farao
Wie in dat verhaal lijkt op Kees, die zijn eigen route volgt?
De farao – hij luistert niet naar God.
Waarom zou hij.
Hij is machtig en is de baas over een groot rijk.
Zijn goden zijn toch veel machtiger dan dat kleine volkje van slaven.
Ik kom er op mijn eigen manier wel.
Ik heb Jezus niet nodig. Ik heb God aan mijn kant.
Er er zijn heel veel mensen, die de weg van farao kiezen.
Hij krijgt een heel leger mee, de beste soldaten:
de best getrainde commando’s en mariniers, met de beste wapens die er zijn.
En toch … de weg van farao loopt dood.
Voor hem en zijn soldaten is er geen weg door de zee. Zij verdrinken.
De weg van de farao lijkt een hele geweldige weg:
Niemand die zoveel macht heeft en zoveel voor elkaar krijgt
en toch … geen weg naar God, geen weg met God.
De farao komt niet verder en sterft.
God is machtiger dan de farao  – en welke andere macht ook.

De weg van het kruis
Toch lijkt dat er niet op.
Want de weg van de Heere Jezus heeft nog een andere bestemming.
Niet alleen bij God in de hemel, niet alleen een weg naar de hemel.
Voordat de Heere Jezus naar de hemel gaat, gebeurt er nog iets anders.
De weg van de Heere Jezus gaat naar Jeruzalem.
En wat gaat daar gebeuren?
Jezus sterft aan het kruis.
Eigenlijk gebeurt er met Hem hetzelfde als met de farao.
De weg van de Heere Jezus lijkt ook op een weg die dood loopt, net als bij de Schelfzee.
Toen gingen de golven weer terug en was het pad weg.
Voor de Heere Jezus was er aan het kruis geen pad meer om verder te gaan.
Net als de farao stierf, stierf ook Jezus.
Hoe kan dan Jezus zeggen: Ik ben de weg?
Omdat toen Hij stierf er een weg kwam, door de dood.
Net als bij het volk Israël.
Zij dachten: we kunnen geen kant meer op.
Naast ons zijn bergen. Daar kunnen we niet tegenop klimmen.
Voor ons is de zee. Daar kunnen we niet doorheen. Dan verdrinken wij.
Achter ons komt de farao aan.
Hij komt ons weer gevangen nemen en we worden weer slaven in Egypte.
En toch kwam er een weg, een weg die ze niet hadden verwacht,
een weg door de zee, waarin ze anders zouden verdrinken.
Zo zegt Jezus: Ik ben de weg, naar God en naar het Vaderhuis in de hemel.
Er is geen andere weg.
Maar deze weg gaat wel door de dood heen, waarbij Jezus sterft.
Het lijkt eerst op een mislukking.
Dat leek ook zo, toen Israël uit Egypte weg ging.
Ze kwamen er niet, ze leken te verdwalen in de woestijn.
God kiest meestal niet de makkelijkste weg, niet de weg van Kees.
Maar Hij zorgt er wel voor, dat er een weg is.
Al denken wij soms: Er is geen weg. We kunnen niet verder.

Soms lijkt het erop, dat de Heere Jezus er niet bij is.
Als je je alleen voelt, of verdrietig, als de dingen niet lukken.
De discipelen kenden dat: De Heere Jezus zei tegen hen: Ik ga weg, bij jullie vandaan.
Dat doe ik niet om jullie in de steek te laten.
Zo zal dat wel voelen.
Maar ik ga bij jullie weg, om iets voor jullie te doen.
Zorgen dat er in de hemel en zorgen dat er bij God een plaats voor jou is.
Zodat je bij God kunt blijven.
Nu al, terwijl je op aarde leeft en straks als je gestorven bent,
zodat je dan in de hemel mag komen.
Ik ga heen om ook voor jullie een plekje klaar te maken.
Ik dacht eerst dat de Heere Jezus bedoelde:
Ik ga naar de hemel en daar bij God maak ik een plek voor jullie klaar.
Ik denk dat de Heere Jezus ook dacht aan Golgotha.
Daar op Golgotha maakte Hij een plek voor ons klaar.
Omdat Hij voor ons stierf.
Daarom is Hij de enige weg.

Kun je je niet vergissen in de Heere Jezus?
Hoe weten we dat Hij de enige weg is:
omdat Jezus zegt: Ik ben de weg en de waarheid.
We zouden ook kunnen zeggen – de enige, ware weg.
Je hoeft niet bang te zijn dat de Heere Jezus je voor de gek houdt,
zoals Ananias en Saffira deden.
Zij wilden de waarheid niet vertellen.
Weet je nog?

En als je de weg van de Heere Jezus volgt,
kom je ook bij God uit.
Daarom zegt Hij ook: Ik ben het leven.
Net zoals Lazarus uit het graf kwam.
Zo zal de Heere Jezus ook aan ons weer het leven geven.

De weg die wij moeten gaan
Daar hebben wij in groep 4 over nagedacht.
Hoe kom je in de hemel terecht?
Is daar een weg naar toe, die je bijvoorbeeld met een raket kan gaan?
En hoe kom je vanuit het graf in de hemel?
Je bent toch in de kist en begraven. Hoe kom je er dan uit?
Dat kan, omdat de Heere Jezus zegt: Ik ben het leven.
Ik geef aan jou het leven, ook als je gestorven bent.
Ik ben de weg – ook na de dood is er een weg.
Ja, je wordt begraven en tegelijkertijd kun je ook in de hemel zijn bij God.
En later zal de Heere Jezus terugkomen
en zullen alle graven open gaan.
Ook als er een steen bovenop is.
Als de Heere het zegt gebeurt het – en anders zijn er engelen om de steen op te tillen.
Jezus zegt: Ik ben de weg, ook het leven ben ik – de weg naar het leven en het leven zelf.

Jezus is de weg – dat betekent dat wij ook over die weg moeten gaan,
de weg die de Heere Jezus is.
Wat betekent dat?
Dat we in Hem geloven.
Dat we geloven dat Jezus ons bij God brengt,
Dat we geloven dat Hij voor ons gestorven is.
Dat we geloven, dat als Hij terugkomt, ons ophaalt een meeneemt
– om bij Hem te zijn. Voor altijd, voor eeuwig.

Als de Heere Jezus zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven
denkt Hij niet alleen aan de toekomst.
Aan later, als we gestorven zijn, of als Hij terugkomt.
Dan denkt Hij ook aan nu.

En bedoelt de Heere Jezus dat wij Zijn weg moeten gaan.
Jij, ik, wij allemaal.
Hier in de kerk en de andere kerken die ook meedoen met school en kerk.
Dat betekent allereerst dat we de Heere Jezus er overal bij betrekken.
Ook in de keuzes die je maakt.
De leerlingen van groep 8 zijn in de afgelopen weken naar een volgende school wezen kijken: naar het LFC, Oosterlicht, Van Kinsbergen, of een andere school.
Ik begreep van de juf dat zij jullie ook heeft willen leren,
dat je bij de keuzes die je maakt ook de Heere Jezus betrekt.
Bij alles wat je doet.
Als je op een weg staat en je keuze moet maken:
Wordt het LFC of toch Oosterlicht.
Laat je dat bepalen door het resultaat van de cito of tegenwoordig het advies van de juf?
Laat je dat bepalen door waar je het prettigst voelt.
Of heeft de Heere daar ook een stem in?
De weg gaan van Jezus – is een weg van gehoorzaam zijn.
Niet ik bepaal, maar Hij.
Je mag best keuzes maken en dat moet ook.
Maar leg ze wel eerst voor.

Soms kan de Heere een weg met je gaan
die jij niet direct begrijpt.
Zoals Hij ging naar het kruis
en zoals het volk Israël daar stond voor de zee.
Waar moet ik heen? Ik kan eigenlijk niet vooruit, niet opzij, niet naar achteren.
Dan wijst de Heere jou de weg.
En als er geen weg is en ook geen weg komt,
dan zegt Hij: Ik neem je mee.
Door dat moeilijke stukje van je leven.
En ook als het einde van je leven gekomen is – we hopen dat je er nog lang mag zijn hier!
Dan zegt Hij tegen je:
Ik neem je mee, zodat je bent waar Ik ben.
Dat zegt Hij ook nu – tegen je, nu je gezond bent en nog hopelijk een hele mooie toekomst:
Ik neem je ook nu mee, zodat je nu bent, waar Ik ben,
op Mijn weg, de weg naar God.
Amen


Preek zondag 25 mei 2014

Preek zondag 25 mei 2014
Johannes 14:1-17

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Johannes vertelt in zijn evangelie hoe Christus afscheid neemt van Zijn leerlingen.
Hij geeft aan:
‘ Er komt een tijd dat Ik niet meer bij jullie ben.
Jullie zullen zonder Mij verder moeten gaan.’

Verder door het leven
zonder de lijfelijke aanwezigheid van Jezus.
Geen wonder toch dat de leerlingen schrikken
als zij horen, dat Jezus aankondigt
dat Hij hen zal verlaten.
Wat zullen ze Zijn nabijheid gaan missen!
Ze kunt niet meer naar Hem toegaan,
als ze Hem nodig hebben.
Ze kunnen Hem niet meer zien.
Ze kunnen Hem niet meer horen vertellen over Zijn Vader in de hemel.
Ze kunnen niet meer achter Hem aangaan.
Hij zal er niet meer zijn om voor hen uit te lopen en hen zo de weg te wijzen.

Voor de discipelen, die Jezus hebben gevolgd, zal het leven net zo zijn als voor ons.
Met het verschil, dat zij Jezus nog hebben gekend.
Zij weten hoe Hij was, wat er met Hem gebeurde.
Daar kunnen zij over vertellen.
Maar als hun Heer van hen is weggegaan,
zal er alleen nog maar de herinnering aan Hem overblijven.
Ze kunnen nog bij elkaar komen en dan tegen elkaar zeggen:
‘ Weet je nog wat Jezus toen en toen deed?
Ik kan me het nog levendig voor de geest halen.’
Of: ‘ Weet je hoe Jezus hierop zou reageren? Ik kan me zijn reactie voorstellen.’
Dat zijn dan herinneringen waar ze op kunnen terugvallen.
Herinneringen over Jezus die ze kunnen koesteren.

Maar er zullen ongetwijfeld momenten komen,
waarop ze het niet meer weten.
Momenten waarop ze zouden verzuchten: ‘ Was Jezus er nog maar.
Dan kon Hij ons raad geven.’
‘ Dan kon Hij ons weer moed inspreken.’
‘ Dan konden we door Hem weer ervaren dat we dicht bij God zijn.’
Als Jezus aankondigt dat Hij afscheid neemt,
beseffen ze dat ze dat allemaal kwijt zullen raken.
Hoe moeten ze zonder Hem verder?

Dat is niet alleen een vraag voor de discipelen.
Dat is ook een vraag voor veel gelovigen nu nog.
Een kind heeft de verhalen over de Heere Jezus gehoord.
En vraag zich af: Waar is de Heere Jezus nu?
Hoe ziet Hij eruit?
Kan ik Zijn stem ook horen?
Hoe kan ik Hem volgen als ik Hem niet zie?

Zijn dat vragen die verdwijnen als je volwassen wordt?
Ik hoor het wel eens zeggen:
‘Leefde ik maar in de tijd van de Heere Jezus.
Dan was het makkelijker om te geloven,
want dan kun je Hem zien, Zijn stem horen, Hem ook echt volgen.’
Omdat je Hem niet kunt zien, kan het geloven soms best moeilijk zijn.’

Maar het gaat om meer:
met Jezus is God aanwezig.
Jezus was Gods aanwezigheid op aarde.
Met Jezus kwam God zichtbaar en tastbaar naar de aarde.
Als Jezus aankondigt naar de hemel terug te keren,
is dat de vraag waar het om gaat: is God in ons midden of niet.
De Heidelberger Catechismus neemt deze vraag op:
Is Christus dan niet bij ons tot aan het einde van de wereld, zoals Hij ons heeft beloofd?
Dat is toch de belofte, dat Christus altijd bij ons zal zijn?
De vraag die de Catechismus stelt, is geen vraag om onze theorie over het geloof, onze leer,
kloppend te houden.
Het is een vraag die diep in het hart, in het geloofsleven van christenen raakt:
Als Jezus niet meer onder ons is, hoe zit het dan met Gods aanwezigheid?
Want Jezus is toch Gods aanwezigheid op aarde!
We kúnnen niet zonder de aanwezigheid van Jezus,
want we kunnen niet zonder de aanwezigheid van God!

De kerk: na Hemelvaart => hoe zit dat met de aanwezigheid van Christus?
Waar is Hij nu?
* Onrust
* Verwarring

Als Ik er niet meer ben, zegt Jezus, kan er onrust in je hart komen,
je kunt in verwarring gaan raken, omdat ik er niet meer ben.
Zorg ervoor, dat die verwarring, die onrust niet in je hart komt.
Als die verwarring komt, loop je het gevaar bij Mij te gaan.
En die verwarring, die onrust in je hart is ook helemaal niet nodig!
Ga je nu niet ongerust maken over de tijd dat Ik niet meer bij jullie ben!
Dat is niet nodig.
Want als je op God vertrouwt, dan heb je Mij nog steeds.
Wie op God vertrouwt, is nog steeds met Mij verbonden – al ben Ik niet meer met Mijn lichaam bij je.
Dat is een belangrijke vraag:
Hoe blijf ik met Jezus verbonden – als Hij er niet meer is?
Dat is een vraag, waar een antwoord op komt
dat de onrust in ons tot bedaren brengt – de onrust dat Jezus er niet meer is.
Waar een antwoord op komt, waardoor we de verwarring kwijtraken.
Dat is ook wat de Heere Jezus wil bereiken met Zijn afscheid nemen:
dat we vertrouwen blijven houden in Hem en in Zijn Vader.
Dat is ook de boodschap die de Heere Jezus bij Zijn vertrek aan Zijn discipelen achter laat:
Wie Mijn Vader gelooft, vertrouwt, is met Mij verbonden.

Daarom zegt de Heere Jezus ook: Laat uw hart niet in beroering raken.
Ps 42: spanning wel – niet; heimwee; huis van God samen met anderen

Jezus gaat uitleggen, dat Hij weggaat,
maar Hij spreekt tegelijkertijd over iets dat juist niet met weggaan te maken heeft.
Het belangrijkste woord in deze afscheidsreden is: blijven

1) Hij legt uit, waarom Hij weg gaat: om iets blijvends te maken,
waardoor wij nooit meer van Hem gescheiden zullen zijn.
Er komt iets blijvends in de toekomst, waar je voor altijd bij Mij zult zijn.

2) Heden: ik ga wel weg, maar je zult met Mij verbonden blijven.
Als Jezus afscheid neemt, is dat waarover de Heere Jezus het wil hebben:
verbonden blijven met Hem.

1) Het blijvende in de toekomst
In het huis van mijn Vader zijn vele verblijven.
=> woningen
Een mooi beeld en een bekende tekst,
die nog wel eens bij rouwdiensten wordt gebruikt,
waarin het geloof spreekt: degene die overleden is, mag bij God thuiskomen.
Als een kind na een lange zwerftocht in het leven op aarde thuiskomen bij de Vader in de hemel.
Jezus zegt over dat Vaderhuis: er zijn vele verblijven.
We zijn gewend, dat er vertaald wordt met woningen.
Daar valt wat voor te zeggen, want een woning geeft aan dat je er een thuis gevonden hebt.
Woning: dat geeft aan, dat het leven op aarde een reis is.
We hebben hier geen vastigheid.
We moeten niet doen alsof het leven hier op aarde onze thuis is.
Daar werd ik in de afgelopen week bij bepaald toen ik op de radio een reportage hoorde over Overberg.
Dat dorp dat ken ik, want ik ben er 7 jaar organist geweest.
Het dorp is in het nieuws, omdat er een nieuw Asielzoekerscentrum wordt geopend.
400 jonge asielzoekers zouden er opgevangen worden.
In de reportage klonk het door dat heel het dorp in protest was tegen de komst van dat AZC.
Het opvallende was alleen, dat niemand van degenen die aan het woord kwamen,
het dialect van Overberg sprak.
Het waren waarschijnlijk de campinggasten, die weinig trek hadden in een AZC.
De predikant van Overberg had afgelopen zondagmorgen, juist vanwege dat bericht,
een preek gewijd aan het vreemdeling-zijn op aarde.
Daarin gaf hij aan, dat de onrust te begrijpen is, maar dat wij als mensen hier geen woning hebben.
Wij zijn vreemdelingen hier op aarde, zoals een asielzoeker een vreemdeling is in ons land.
Ik zal die preek niet helemaal gaan herhalen, maar het gaat mij om dat vreemdelingschap:
Wij leven met een bestemming.
Als het aan God ligt is de bestemming van ons leven Zijn Vaderhuis. Als het aan God ligt …

Je hoort er eigenlijk niet, maar je bent er wel en je moet daarom hier een bestaan opbouwen.
Ons leven is hier niet blijvend.
Het leven in het Vaderhuis met zijn vele woningen, dat is blijvend.
Dat woord dat met woningen is vertaald is een woord dat eigenlijk heel weinig voorkomt.
Jezus geeft aan: in het huis van Mijn Vader zijn vele verblijven.
Alleen in het Vaderhuis, in de hemel, hebben wij een permanent verblijf.
=> voorbereiden, kwartiermaken.

Bij Zijn afscheid zegt de Heere Jezus: daar ga Ik naar toe,
om dat verblijf te regelen, om ervoor te zorgen dat jullie daar voor altijd kunnen zijn.
Een echt thuis, nooit meer zwerven, nooit meer onderweg.
Jullie kunnen daar blijven.
Je hoeft daar nooit meer vandaan. Je kunt daar altijd met Mij en Mijn Vader verbonden blijven.
Die onrust en die verwarring is een kenmerk van het leven hier op aarde.
Daar zul je er geen last meer van hebben, daar zul je mogen uitrusten en thuiskomen.
Ik zal er zelf voor zorgen dat jullie er komen,
want Ik kom terug om jullie op te halen en terug te brengen.
Daarom hoeven jullie je geen zorgen te maken, hoef je geen verwarring te hebben,
want je kent de weg, je weet hoe je moet komen in dat Vaderhuis.

Maar juist dat roept vragen op.
En misschien herkent u die vragen ook wel en zijn het ook de vragen die u of die jij hebt.
Hoe kom ik in dat Vaderhuis?
Want we kunnen er wel over zingen: alles is gereed in het Vaderhuis, daar is vreugd, vreugd, vreugd.
Ik zou daar wel willen komen, maar hoe kom ik daar?
Het is de vraag die Thomas hardop stelt:
Meester, dat kunt U nu wel zeggen, dat we de weg weten,
maar U zegt net zelf dat we het zonder U moeten doen.
Maar dat kan toch helemaal niet. Hoe kunnen wij zonder U de weg weten?
Hoe kunnen wij de weg vinden, als U niet met ons meegaat om de weg te wijzen?
Staan we er niet alleen voor?
We kunnen ons niet helemaal vergelijken met die jonge asielzoekers, die in Overberg zullen worden ondergebracht, maar hebben wij er niet toch een klein beetje van weg?
Moeten ook wij niet, in ons eentje, de weg vinden – zonder dat iemand ons helpt?
Net als die jonge asielzoeker die hier gekomen is
en in zijn eentje moet ontdekken hoe het in Nederland aan toe gaat?
Meester, daar kunnen wij helemaal niet komen.
Geef ons een methode, geef ons een routebeschrijving.
We kunnen niet zonder U en zonder Uw leiding.
Nee, zegt Jezus, die weg ben Ik.
Door Mij kom je er. Ik ben de weg. (Geen methode nodig, leven met mij => daarom van belang!)
Maar is dat juist niet het probleem, dat Jezus er niet meer is?

2) Blijvende verbondenheid
Dat hoeft ook niet, zegt de Heere Jezus.
Dat hoeft ook niet!
Dat hoeft ook niet?
En Jezus zegt, dat Hij weg zou gaan.
En wij merken dat Hij er toch niet meer is?

=> Juist de afscheidsreden in Joh hebben ervoor gezorgd
dat we toch spreken ondanks Zijn heengaan over Christus’ aanwezigheid.
niet zichtbaar, niet als mens,
maar wel aanwezig.
Antwoord van de Catechismus (is Hij dan niet bij ons tot het einde van de wereld?)
Jazeker, Zijn menselijke natuur is niet meer op aarde.
Naar zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons.
Hij is wel aanwezig.
Afwezig en toch aanwezig => dat kan alleen God.
Niet gezien worden, niet ervaren worden => er toch zijn.
* Godheid, majesteit, genade van Christus
=> Een mooi voorbeeld is het Avondmaal: Christus gastheer (hemelvaart; Jezus heengegaan)

* Geen trucje om de leer kloppend te krijgen,
maar een antwoord op de vraag die ons aanvecht / in verwarring brengen / heen en weer slingert:
Hemelvaart => wel weg, maar ons niet losgelaten, geen verweesden.
Kunnen we wel over afwezigheid spreken?
Verborgenheid! Ook geen trucje => Hij is er wel, maar niet altijd voor ons aanwijsbaar.
* Geest: een andere trooster
Een Ander als trooster
=> Geen andere God! Geest niet los van Christus / Vader,
maar vult de leegte in, zodat er voor ons geen leegte / gemis is.

Amen