Preek zondag 31 maart 2019

Preek zondag 31 maart 2019
Afsluiting Winterwerk
Johannes 12 en 19

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Elk jaar voeren we actie om geld op te halen voor een aantal doelen.
Elk jaar heeft de actie ook een naam en dat is dit jaar : Geloven in delen.
Geloven in delen: we geloven dat het zin heeft (belangrijk is) om te delen.
Een klein voorbeeld: Ik kan een zak snoep voor mijzelf houden,
maar ik kan die zak ook delen met anderen.
Ik kan die zak snoep voor mijzelf houden, want ik heb die zelf gekocht.
Maar als ik uitdeel, maak ik niet alleen anderen blij, maar ook mijzelf.

In de afgelopen maanden hebben we actie gevoerd voor drie doelen
en met die actie hebben gedeeld.
We deelden iets van ons geld door bij een actie is te kopen.
Dat kan bij de chocoladeletteractie van de zondagsschool zijn geweest,
of de oliebollenactie, de sinaasappelactie. Dit jaar is er zelfs een actiedag geweest.
We hadden het geld voor onszelf kunnen houden,
maar we geloven dat het goed is om een deel van je geld te geven aan anderen,
mensen die we niet kennen, die arm zijn misschien, of geholpen moeten worden.

Waarom doen we dat eigenlijk?
Dat heeft met het eerste woordje te maken: geloven.
Daarmee bedoelen we niet alleen dat we geloven dat delen werkt, zin heeft of mooi is,
maar dat delen te maken heeft met ons geloof in de Heere Jezus.
In het afgelopen seizoen hebben jullie op de clubs en op catechisatie over Christus gehoord
en op zondagsschool en in de kindernevendienst zul je ook verhalen hebben gehoord.
We hebben met elkaar een gedeelte over de Heere Jezus aan het kruis.
Dat was het tweede stukje uit de Bijbel dat we lazen.
We lazen over soldaten. Deze soldaten namen de Heere Jezus mee om te kruisigen.
Hij liep tussen hen in, toen hij bij Pilatus wegging en Hij droeg zelf zijn kruis.
Als ze bij Golgotha aankomen, om Hem daar te kruisigen, doen ze Hem alle kleren uit.
Als ze de Heere Jezus aan het kruis hebben vastgespijkerd,
Waar Hij straks zal sterven, rapen ze de kleren bij elkaar en verdelen die onder elkaar.
Ze scheuren de kleren in 4 stukken, zodat elke soldaat evenveel heeft.
Ook zij geloven in delen: je deelt in de buit, de buit die ze hebben afgepakt
van de man die ze aan het kruis hebben vastgespijkerd.
Misschien was dat hun beloning voor het werk wat ze delen:
dat ze de kleren mochten hebben.
Bij de kleren is er echter één stuk, dat ze niet kunnen scheuren: dat is te bijzonder.
In één stuk geweven: van boven naar onder.
Ze vinden het zonde om dat stuk in stukken te scheuren en dan te verdelen.
Als ze er nu eens om loten, dan krijgt een van vieren het hele stuk.
Het is een beetje vreemd verhaal, dat ene kledingstuk dat helemaal heel blijft.
Waarom vertelt Johannes dat? Dat heeft misschien wel een betekenis.
Een mogelijkheid is dat Johannes wil aangeven: dat onderkleed is bijzonder
omdat priesters zo’n kledingsstuk droegen en Johannes wil aangeven: Jezus is priester.
Aan het kruis brengt Hij een belangrijk offer: het belangrijkste offer dat ooit werd gebracht.
Alleen: nergens anders maakt Johannes duidelijk dat Jezus een priester is.
Wel een koning, maar geen priester.
Een andere, ook heel mooie uitleg is dat die mantel staat voor de gelovigen.
De gelovigen van Jezus vormen een eenheid.
Zelfs door de dood van Jezus worden ze niet verscheurd, maar blijven ze één.
In het afgelopen jaar heb je dat misschien wel gemerkt, bij een van de acties:
Gemeenteleden die verschillend denken en toch je merkt:
je hoort bij elkaar, omdat je bij de Heere Jezus.
En bij het actievoeren merkte je dat buren, die lid zijn van een andere kerk,
ook van jou iets wilde kopen en zo de actie van onze kerk wilde steunen,
omdat ze weten: hoe verschillend als kerk, we zijn één in Christus.

Het kan ook zijn – een derde mogelijkheid – dat Johannes wil laten zien
dat het kruis betekent, dat Jezus alles geeft – alles weggeeft wat Hij heeft,
zelfs Zijn kleren en straks als Hij sterft Zijn eigen leven zal geven.
Jezus kon alles delen wat Hij had en hield voor Zichzelf niets over.
Als Hij zoveel over had voor mensen, dan kunnen wij ook wel iets delen.
Omdat deze winteractie Geloven in delen heet, heb ik er nog een stukje bij gelezen
over de Heere Jezus die uitleg geeft over wat het kruis betekent.
Je zou het zo kunnen zeggen: door te delen wordt iets meer, wordt iets groter.
Dat klinkt misschien gek, want als je iets deelt, wordt het meestal kleiner,
maar als de Heere Jezus aan het kruis, zijn leven deelt, dan wordt het meer.
De Heere Jezus vergelijkt het met een graankorrel:
Je stopt een graankorrel in de aarde en doet er aarde overheen.
Die aarde moet je erover heen doen, anders kan een graankorrel niet groeien,
niet uitgroeien tot een plant, waar weer nieuwe graankorrels in zitten.
Dat in de aarde doen, lijkt wel op sterven.
Zo ging de Heere Jezus sterven,
maar net als bij een graankorrel die in de aarde wordt gestopt,
leverde zijn sterven veel op: veel vrucht.
En weet je wat die vrucht is: dat zijn wij – als we in Hem geloven zijn wij die vrucht.
Wij kunnen leven, groeien en bloeien, omdat de Heere Jezus zijn leven gaf.
Geloven in delen begint bij de Heere Jezus die bereid was om Zijn leven te delen.
Als ik een zak snoep zou hebben, zou ik niet aan iedereen iets kunnen geven,
Ik kan alleen maar een paar kinderen en volwassenen wat geven
en de rest zit te kijken: waarom krijgen wij niet.
Maar als de Heere Jezus gaat delen, dan kan iedereen krijgen
En iedereen krijgt genoeg.

Er zit nog een kant aan delen:
Als ik deze zak snoep wil delen, moet ik niet op de kansel blijven,
maar ervan af komen en naar beneden gaan en dan kan ik het uitdelen.
Om te delen moet ik naar beneden toe.
Dan kan ik gelijk zien hoe het beneden is, om daar in de kerk te zitten.
Dat is ook belangrijk aan delen als iemand komt om je leven te delen.
In dezelfde plaats te wonen: Hij weet dan hoe het hier in Oldebroek is om te wonen.
Stel dat je in Groningen zou wonen en er zo op een dag een belangrijk persoon komen:
een minister, of zelfs de minister-president of zelfs de koning,
dan loopt hij langs de huizen en ziet hij hoe er scheuren in huizen zitten
en kan hij verhalen horen,
Maar hoe het echt is, om te wonen in een huis en een aardbeving te voelen
en te denken dat je huis zomaar kan instorten en bang te zijn om te slapen,
dat kun je alleen maar voelen als je er zelf gaat wonen.
Weet je wat zo bijzonder is: de Heere Jezus kwam uit de hemel naar de aarde.
Hij had kunnen zeggen: Ik heb het in de hemel goed, Ik blijf daar mooi.
De mensen op aarde hebben het er zelf een probleem van gemaakt.
Zij hadden God niet nodig en verkozen verkeerd
Laat ze maar lekker voelen dat ze arm zijn.
Nee, Hij kwam uit de hemel. Al het mooie liet Hij achter in de hemel.
Denk je dat het een pretje voor Hem was om op aarde te komen?
Hij kon hier te maken met pijn, terwijl het in de hemel goed was.
Aan het kruis kreeg Hij te maken met de spot van de mensen.
Dat is trouwens een vierde betekenis van die kleren die de soldaten verdelen:
Alle mensen zullen Hem uitgelachen hebben.
Omdat Jezus naar de aarde kwam, maakte Hij hetzelfde mee,
ook de spot,uitgelachen worden. Hij deelt daarin.
Zijn kleren verdeeld – dat komt uit een psalm waarin de mensen zeggen:
God helpt Hem toch niet., God heeft Hem helemaal in de steek gelaten.

En dat gebeurde aan het kruis ook. Dat Jezus al Zijn kleren kwijtraakte,
betekent ook – de 4e betekenis – dat voor de mensen God zich teruggetrokken had.
Omdat Jezus dat toen ervaren heeft, hoeven wij dat nooit meer te ervaren.
Ja, je kunt het wel eens hebben en denken en zo ervaren,
maar nooit meer zo diep als Jezus, want omdat God Jezus aan het kruis alleen liet,
zal God ons nooit meer alleen laten.
Geloven in delen – betekent ook dat we geloven dat Jezus deelt in onze nood,
zodat wij daarvan los kunnen komen, bevrijd.

Het mooie van de drie doelen is, dat ze allemaal daar iets van laten zien:
* Stichting Gave: delen van je tijd met vluchtelingen
* Stichting Tot Heil des Volks: wonen in Amsterdam, tussen de mensen
die op straat zwerven, in de prostitutie werken.
* Vrienden van GGZ de Hoop: mensen steunen, die psychische problemen hebben.
Ze doen dat, omdat ze geloven dat Jezus naar de aarde kwam
om bij ons te zijn, onze nood te dragen en ook de zonde die voor die nood zorgde.

Op de clubs hebben jullie erover gehoord, op de zondagschool, kindernevendienst,
tov-groep, catechisatie, Bijbelkring.
Ik hoop dat je gegroeid bent.
Bijzonder dat gemeenteleden hun tijd willen delen, met anderen in de kerk:
kinderen, tieners, volwassenen.
We hebben wel een zorgpunt: in september willen we een nieuwe TOV-groep opstarten.
Het lukt heel moeilijk om leiding te vinden.
Natuurlijk, ik weet, eigenlijk doen de meesten hier in de gemeente al iets (of heel wat).
Maar het zou wel jammer zijn als de jongeren niet bij elkaar kunnen komen,
omdat de leiding ontbreekt.
Ik hoop dat jij, of dat u erover na wilt denken om iets van uw tijd te delen.
Uit dankbaarheid, omdat Christus naar de aarde kwam,
om door met hen mee te doen, te laten zien dat Christus kwam om te delen
in ons leven te komen, ons bestaan en dat te delen
En zo te weten wat we doormaakten, maar ook met ons en voor ons stierf.
Aan het kruis werden zijn kleren verdeeld. Hij hield niets over, zou je denken,
maar ook al raakte Hij alles kwijt, Hij kreeg er veel voor terug:
net als die graankorrel, die moest sterven, aarde erover, maar wel veel vrucht droeg.
Hij kwam bij ons, heel gewoon. Amen

Preek zondagmorgen 29 mei 2016

Preek zondagmorgen 29 mei 2016
Kinderdienst. Thema: En er was licht.
Genesis 1:1-5; Johannes 12:34-36.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Zou ik ook licht kunnen maken?
Stel dat ik een professor zou zijn of een uitvinder
– zou ik dan licht kunnen maken
of licht kunnen uitvinden?

Met een zaklamp of een lucifer zou ik toch ook licht kunnen maken?

Maar is dat echt licht?
Is het niet eerder een soort namaaklicht?
Want licht maken, zoals de Heere God dat deed,
op de allereerste dag – dat kan ik niet.
Licht maken – dat is iets dat alleen de Heere kan.
Dat kunnen wij niet.
Zelfs de knapste professor of de slimste onderzoeker kan geen licht maken of uitvinden.
Wel namaken,
maar dan is het minder bijzonder dan wat God deed op de allereerste dag,
toen Hij het licht schiep.

Het licht komt bij God vandaan.
De Heere heeft er voor gezorgd dat er licht is.
God zei: ‘Er moet licht komen.’
En toen kwam er licht en dat licht dat er kwam was mooi, was goed.
Zoveel kracht hebben de woorden van God.
Hij zegt: Er moet licht komen en dan is er licht.

Nadat God de hemel en de aarde geschapen heeft,
is het eerste dat Hij doet
ervoor zorgen dat er op aarde licht komt.
Waarom zou God het voor onze aarde zo belangrijk vinden
dat er als eerste licht is?

Waar heb je allemaal licht voor nodig?
* Zonder licht is het donker en weet je niet waar je naar toe kunt gaan. Je hebt licht nodig om iets te zien.
* Zonder licht is het niet mogelijk om te groeien. De meeste planten en dieren hebben licht nodig om te groeien – en wij als mensen helemaal.

Stel je voor dat we zouden leven in een wereld
Waarin er geen licht zou zijn.
Alles zou donker zijn,
niet alleen maar tijdens een nachtje kamperen, maar altijd.
Dan zou je heel weinig kunnen zien
en daarom nergens naar toe kunnen.
Dan zou je altijd bang zijn als je iets hoort,
maar je niet kunt zien wat het is.
Dan zou je ook niet goed kunnen groeien.
We hebben het licht nodig.
Licht maakt mensen ook vrolijk.
‘s Winters is het eerder donker en ook overdag
en als in de lente het dan weer langer licht is
dan zijn de mensen vaak ook vrolijker.

God schept het licht
om aan te geven dat de wereld voor ons een fijne plek moet zijn
om te kunnen leven.
En wat is een fijne plek?
Een fijne plek is als je er niet ziek wordt,
als er niemand overlijdt
en er niemand ongelukkig is.
Daarom schept God als eerste een fijne plek
om daarmee aan ons te laten zien:
De aarde waarop jullie komen wonen,
is voor jullie mensen een fijne plek om te wonen.
Deze plek heb ik voor jullie uitgekozen,
een mooie, fijne plek – om te laten zien dat Ik van jullie houdt
en jullie gelukkig wil maken.

Daarom doet God ook nog iets anders:
Hij schept niet alleen het licht,
maar maakt ook een scheiding:
De Heere God haalt het licht en het donker uit elkaar.
Ook dat doet Hij niet zomaar.
Dat licht en donker verschillend zijn, dat merken we ook:
Stap maar eens een donkere kamer in en doe het licht aan,
Dan zorgt dat licht ervoor dat het niet meer donker is
en als je het licht uitdoet, wordt het gelijk weer donker.
God zegt: Dat heb Ik bewust gedaan.
Want Ik wilde dat dat de aarde een fijne plek voor jullie is om te leven.
Alle nare, vervelende dingen heb ik weggehaald:
Het wordt een wereld waarop je niet ziek zult worden, waarop je niet kunt sterven.
Je kunt er geen ongeluk krijgen
en er zal nooit oorlog komen.
Alles wat naar is, haal ik van de aarde weg.
Jullie zijn ervoor bestemd om in het licht te leven, overdag
en het licht overdag herinnert aan Mij, aan je Schepper.
Elke dag als je leeft, mag je je koesteren aan dat licht.
Bomen en planten groeien naar het licht toe.
Dat is hun manier om tegen de Heere te zeggen: Dank U wel voor Uw licht,
wij kunnen niet zonder Uw licht, wij kunnen niet zonder U.

Zoals een bloem zijn kelk heft naar de zon,
een boom zijn armen uitbreidt naar de hemel,
ja, zelfs het zaad, diep in de akkergrond,
zoekt naar het licht en opstaat om te leven,
zo zoekt ons hart naar U, o eeuwig Licht,
zo taalt ons lied naar U, o God van vrede.

Het licht op onze aarde herinnert ons aan onze Schepper,
aan God die ons heeft gemaakt.
Als we het licht zien, mogen we weten dat God voor ons wil zorgen,
ons gelukkig wil maken
ons heeft bedoeld voor een wereld zonder oorlog, zonder pijn, zonder verdriet.

En toch leven we op zo’n wereld.
We zagen straks een grappig toneelstukje over kinderen in het Oldebroeker bos.
Er zijn op deze wereld kinderen die echt in een tent moeten slapen,
omdat hun huis kapotgeschoten is in de oorlog.
Samen met hun ouders – als die nog leven – moeten ze leven in een tent,
in een vreemd land, waarbij de geluiden ‘s nachts vreemd zijn
en er niet altijd iemand is die hen kan helpen.

Hoe komt het dat die wereld niet meer zo mooi is?
Omdat het donker ook best spannend is.
Denk maar een het kamperen in een nacht, in de tuin of in het Oldebroeker bos.
Waarom doe je dat, terwijl je ook thuis kunt slapen?
Lekker spannend.

Ook als iets niet mag hebben – de Heere had het donker weggestopt
kun je het juist willen doen.
Want als iets verboden is, dan kun je het toch gaan proberen. Lekker spannend!
Als je ergens niet mag komen, dan probeer je er naar toe te gaan
om te ontdekken waarom je er niet mag komen.
De slang die in het paradijs kwam
zei het tegen Eva en tegen Adam:
Dat donker, die nacht, dat is helemaal niet gevaarlijk.
Dat hoort er juist bij.
De Heere gunt jullie dat nare, dat donker niet
en daagde de mensen uit om dat nare, dat donker er toch bij te halen op onze aarde.
Daarom is het niet alleen meer licht op deze wereld,
maar is er ook veel aan donker:
verdriet, pijn, oorlog, ziekte, sterven.
Misschien heb jij daar ook wel mee te maken
en denk je bij jezelf: kan de Heere God mij niet gelukkig maken
en al het vervelende wegdoen?
Kan Hij niet zorgen dat iedereen beter wordt en dat alle oorlogen ophouden?
Kan er niet iemand ervoor zorgen dat het weer een mooie wereld wordt,
een fijne plek om te zijn?

Dan zegt de Heere Jezus: ‘Dat kwam Ik doen.
De wereld waarin jullie leven is soms een hele donkere wereld.
In die wereld kom Ik om het licht te zijn, het ware licht.’
Hij heeft net verteld dat Hij zou sterven aan het kruis.
De mensen begrijpen dat niet.
Jezus is door God gestuurd als de messias
en dan zou Hij toch voor altijd moeten blijven?
Hoe kan Hij dan sterven?
Omdat Ik gestorven ben – zegt Jezus – ben Ik het ware licht.
Want toen Ik stierf, heb ik de duivel overwonnen
en ervoor gezorgd dat er een nieuwe wereld gaat komen,
waar al het donker weg is.
Een wereld waar alleen maar licht is, omdat we bij God zijn.
En wie in Mij gelooft, die zal daar komen.
Wie in dat licht gelooft, hoort bij Mij en zal altijd in dat licht zijn.
Als je een moeilijke tijd hebt, mag je je daaraan vast houden:
het donker gaat eens voorbij,
want de Heere Jezus is sterker, Hij is het echte licht.

Wie in Hem gelooft, mag een reflector zijn.
Je weerkaatst het licht door, je geeft het licht door.
Je laat aan iedereen zien, dat Jezus het licht is
zodat ook anderen in Hem kunnen geloven.

God zei: Er moet licht zijn.
De mensen zeiden: dat donker hoort er ook bij.
Dat zeiden ze omdat de duivel hen dat deed geloven.
Toen werd kwam er ook donker.
Maar de Heere God zei: Dat wil Ik niet.
Dat donker moet weer weg. Ik stuur Mijn Zoon: Jezus, het ware licht.
Hij is het licht en maakt het weer licht op aarde.
Elke keer als het licht er is, mag je weten:
God maakt het weer goed. Hij maakt het zoals het was.
Zoals alleen Hij dat kan.
Amen

Preek oudjaar 2010 (Joh 12:46)

Preek oudjaarsavond (voorlopige versie)
Johannes 12:37-50

Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijve. (vers 46)

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Als de Here Jezus over zichzelf: “Ik ben als licht in deze wereld gekomen”,
laat Hij nog één keer zien, waarom Hij naar deze aarde is gekomen.
Tot dan toe was Zijn optreden openbaar, voor iedereen zichtbaar.
Iedereen kon Zijn woorden horen,
iedereen had de mogelijkheid om zich in geloof bij de Here Jezus aan te sluiten.
Nu staat Hij op een grens: het openbare optreden is voorbij.
Nu zal Hij zich terugtrekken
om in het verborgen Zich voor te bereiden op Zijn weg naar Golgotha.
De Here Jezus neemt afscheid.
Op dit moment van afscheid roept Hij voor de laatste keer
het volk op om Hem te gehoorzamen en te dienen.
Hij toont zich nog één keer als het licht.

Christus zegt van Zichzelf: Ik ben gekomen als een licht.
Maar niet zomaar als een licht,
als het licht, dat het duister verdrijft.
Het duister van het licht scheiden – dat was ook het eerste dat God deed bij de schepping.
Daarmee gaf de Here aan: Ik wil niet dat de wereld, die ik schep door het duister wordt bedreigd.
Want het duister is namelijk een bedreigende macht.
Het duister is in de Bijbel een wereld van chaos,
een wereld die het leven en die God niet kan verdragen.
Het is een van de meest ernstige woorden van de Bijbel,
omdat het duister ook kan staan voor een wereld die God niet wil,
die de Here het liefste buiten de deur houdt.
daarmee is het duister het tegenbeeld van het leven, van God.
Een wereld die angstvallig het licht buiten houdt

Christus zegt: Ik ben gekomen als een licht om het duister te verdrijven.
Op de grens van dit jaar en het volgende jaar, het moment waarop wij terug kijken
en voor onszelf de balans opmaken,
de geslaagde momenten scheiden van de minder geslaagde momenten,
de goede herinneringen scheiden van de herinneringen die ons dwars zitten
om die achter ons te laten,
is er Iemand die ook de balans over ons leven opmaakt,
meer nog die een scheiding maakt
een scheiding tussen licht en donker.
Alles wat wij hebben gedaan in het afgelopen jaar wordt aan deze scheiding onderworpen.
dat daarmee deze woorden een ernst krijgen, hoef ik u niet te vertellen.
Ik denk aan mijn bezigheden in het afgelopen jaar:
Als man en vader in ons gezin,
de momenten dat ik er was en de momenten dat ik er niet was.
als predikant van uw gemeente,
in de bezoeken die ik heb gedaan,
de preken die ik heb voorbereid en gehouden heb ik uw midden,
heb ik genoeg geluisterd naar de stem van de Here,
heb ik u wel de enige boodschap voorgehouden die u redding brengt?
als bewoner van dit dorp.
Heb ik mij niet mij teveel opgesloten in mijn eigen wereld
en de kansen die de Here mij bood laten verschieten?
Heeft, ondanks alle goede bedoelingen, de duisternis niet geregeld over mij en mijn werk geheerst?
Christus die scheiding brengt tussen licht en duisternis.
Terugdenkend aan het begin van het jaar,
toen wij startten met het gebed om de zegen van e Here over het jaar 2010,
heeft de Here toen iets voor ons achter gehouden?
In een avondlied dat ik onlangs tegenkwam, wordt gezongen en gebeden:

Mijn nederlagen komen.
Als geheel heb ik de dag ontvangen
Hij viel ons uit handen.
Aan die kan ik de scherven overgeven
als mijn hart mij alleen nog maar aanklaagt
?

Maar voor wij ons overgeven aan ons zelfbeklag,
Voor wij de balans voor God opmaken
en daarbij het risico lopen het duister wat te verdoezelen,
zo onschuldig was het niet,
Voor wij aan onszelf overgeleverd zijn
met de last van het verleden en niet in dat licht durven kijken,
roept Christus ons.
Voor wij op de grens van oud en nieuw onze Here tegen komen,
die ons op deze grens dreigend tegemoet treedt en ons met onze schuld en tekorten confronteert,
roept Hij over ons uit, dat Hij gekomen is als een licht.
Wij kunnen het duister niet uit ons leven verdrijven,
Dat doet Hij in ons leven.
Bij ons houdt de dag op om middernacht.
Ook ons jaar houdt vannacht om middernacht op.
Bij de schepping is dat anders.
De dag begint met de nacht en eindigt met het licht, de dag van Godswege gezonden.
Christus is gekomen om aan te kondigen dat het duister over ons leven
niet het laatste woord heeft.
Als de morgenster gaat Hij op in ons duister.
Hij roept een ieder tot Zijn licht.
Het is een oproep om niet in onszelf gekeerd te blijven,
niet alleen te blijven met onze last,
Maar een uitnodiging en bevel tegelijk.
Een uitnodiging omdat de Here ons niet wil dwingen
Een bevel, omdat Hij niet wil dat wij in het duister rond blijven lopen
De machten die tegen ons leven zijn en ons van het leven afhouden.
Een hartstochtelijke roep om ons leven aan Hem toe te vertrouwen.
Niet morgen, niet als goede voornemen.

Jezus roept hier niet degenen die reeds tot geloof gekomen zijn.

Niet die het leven in hem al gevonden hebben.
Dat zijn er trouwens niet zo veel op dat moment, de meesten hadden zich van Hem afgewend.
De Here Jezus zegt niet: als je gelooft, maak ik de drempel nog eens hoger.
Maar het is de laatste poging van de Here Jezus om Zijn volk nog eens te winnen.
Jullie beseffen niet wie ik ben en wat ik kom doen.
Ik kom jullie tot een nieuwe schepping maken.
Beseffen wat jullie mislopen?

Christian Möller vertelt over een doopbezoek.
Hij kwam bij de ouders thuis.
Vol trots liet de vader zien, welke levensloopregelingen de vader allemaal had geregeld.
Zijn dochter zou een onbezorgde jeugd kunnen hebben.
Er was al een heel plan opgesteld, zodat zijn dochter kon studeren.
Möller hoorde dat eens aan
na een tijdje vroeg hij aan de man:
is het wel verstandig om je kind te laten dopen?
De man, verbaasd: hoezo?
Als je je kind laat dopen krijg je de hemelse Vader erbij als concurrent.
De man hield verbluft zijn mond.
Daarop begon de vrouw te spreken: Wilt u asltublieft ons kind dopen.
Dit is een voorbeeld van hoe mensen teruggekomen worden.
Hoe er goed gekeken is naar de werkwijze van de Here Jezus.
Want deze man had niet alleen voor zijn kind een keurslijf klaarliggen,
hij had ook nog eens buiten de zorg van de hemele Vader gerekend.
Alsof alleen hij als vader voorzijn kind zou zorgen.
Alsof er geen Vader in de hemel is.

De roep van de Here Jezus ontregeld onze vanzelfsprekende zekerheden.
Hij komt in ons leven – liefdevol en vragend.
Ik bied je het leven aan.
Ik verdrijf het duister (dat jij alleen degene bent die voor je kind kunt zorgen, want als het eigen wegen kiest, wat dan?)

Heel het werk van de Here Jezus dreigt op een mislukking uit te lopen.
Slechts een handjevol mensen heeft Hij gewonnen.
Die hebben ontdekt dat in Hem het leven.
Zo heeft Hij tijdens Zijn rondwandeling op aarde voortdurend hartstochtelijk
geworven om het hart en het leven van Zijn volk.
Wijs het leven niet af, want dan blijf je in de duisternis.
Wat komt er dan van je terecht?

Maar zover is het nog niet.
Jezus is gekomen als licht om het duister te verdrijven.
Zodat wij niet onder het oordeel vallen.
Hij is gekomen om ons uit het duister mee te nemen naar het licht.

Mijn vader is leraar op een school.
Aardrijkskunde gaf hij.
Ik heb een jaar bij hem in de klas gezeten.
Aardrijkskunde is niet voor iedereen het meest boeiende vak.
Het gebeurde wel eens dat iemand niet zat op te letten,
aan het knikkenbollen was.
Hij pakte dan een krijtje of een schoolborstel
en met een mooie boog wierp hij het precies op het tafeltje van degene die zat te slapen.
Diegene schrok natuurlijk wakker.
Hij deed dat natuurlijk niet omdat hij beledigd was, dat er iemand in zijn les in slaap viel.
Hij deed dat om degene die zat te knikkenbollen
bij de les te roepen.
Want met een overhoring zou hij of zij bepaalde informatie niet meer weten.

Hij roept ons tot Zijn licht,
zoals een herder een schaap roept dat te ver is afgedwaald.
Ga niet alleen door het leven, die last is u te zwaar.
Als we dat tegen elkaar zouden zeggen, zouden we het dan geloven?
Wellicht omdat het een lied is dat ons bekend is.
Daarom klinkt hier de stem van de goede Herder.
Aan Hem kunnen wij toch niet voorbij gaan?
Als Hij tegen ons zegt: Ga niet alleen door het leven.

Jezus geeft als waarschuwing aan Zijn woorden ook een ernst mee.
Nog ben ik niet gekomen met Mijn oordeel.
Nog steeds klinkt de genadige oproep
Om Zijn licht over ons leven te laten schijnen.
Ik treed u nodigend tegemoet.
Laat Mij in je leven zijn.
Want anders sta je er alleen voor.
Maar daarom ben ik niet gekomen
om je er alleen voor te laten staan.
Dan zijn wij alleen maar bezig met: of onze last
Of wij maken de last voor ons een beetje dragelijk maar houden ons voor de gek.

Vandaag werkt God nog.
Vandaag roept Hij ons tot Zijn dienst.
Vandaag houdt Hij ons het leven voor.

Zalig bent u, als u geroepen bent.
Als de Here ook over uw leven schijnt.
Herscheppend om ons Zijn heerlijkheid over ons te laten opgaan.
Dan mogen wij weten:
Ook over het afgelopen jaar heeft de duisternis niet het laatste woord.
Dat wordt ons verkondigd door onze Heiland zelf.
In Christus gaat de zon van Gods genade gaat over ons op.
Vlucht niet in het duister weg!
Amen

Homiletische aantekeningen bij Johannes 12:44-50


Homiletische aantekeningen bij Johannes 12:44-50
Vanwege een preek op Oudjaarsdag

‘Licht en donker zijn in de taal van de Heilige Schrift laatste woorden’, schrijft Hans-Joachim Iwand. Hij bedoelt met de uitdrukking laatste woorden, dat waar Jezus over spreekt te maken heeft met het oordeel van God op de laatste dag. Iwand voegt eraan toe: ‘De scheiding van licht en duisternis was de eerste scheppingshandeling van God. Wee degene die deze grens opheft of verwart.’

Het is deze scheiding die volgens Iwand in Johannes 12:44-50 aan de orde is en bepalend is voor al ons bezig zijn. Of het nu gaat om wereldbeschouwing, ethos, religie. Maar ik denk ook ons gewone bezigzijn. Daarmee denk ik aan mijn alledaagse bezigheden. Waar heb ik mijn tijd aan besteed? Waar mijn tijd aan verkwist? Ik heb preken voorbereid, mensen bezocht, artikelen geschreven, getwitterd. De scheiding tussen licht en duister treft ook mijn bezigheden.
Duisternis is bij Johannes een sfeer, een macht waarin men zich eigen best thuis is, maar leeft zonder God. Wandelen in de duisternis, aldus Iwand, typeert een bestaan dat geleefd wordt zonder besef van het doel. Hij verwijst naar enkele verzen eerder: wie in de duisternis wandelt, weet niet waarheen hij gaat. (Johannes 12:35). Wandelen in de duisternis kan zowel in luiheid als activiteit worden gedaan.
‘Bedenk dat de gehele wereld een ijdele leugen is en dat alles ons anders voorkomt dat het in werkelijkheid is. Moeizaam is ons leven en wij vergeten desondanks elk ogenblik dat al onze handelingen ooit voor een Revisor komen, die niemand kan omkopen.’ (Nikolaj V. Gogol – geciteerd door Rudolf Bohren – Das Gebet I, p. 11). Zelfbedrog leidt uiteindelijk tot Gottesbetrug, aldus Bohren: wie zichzelf voor de gek houdt, camoufleert zich uiteindelijk ook voor God. Daarmee wordt God van Zijn eigenheid beroofd; de oervorm van zonde. Redding van de zonde is dus redding van ons zelfbedrog.
Ik denk aan een avondlied van Svein Ellingson (vertaald door Jürgen Henkys) dat ik onlangs tegenkwam:

Meine Niederlagen kommen.
Ganz hab ich den Tag empfangen,
und er fiel aus den Händen.
Wem soll ich in letzter Stunde
lauter Scherben übergeben
und ein Herz, das nur noch anklagt?

Als geheel heb ik de dag ontvangen, maar heb de dag zelf als een vaas in stukken laten vallen. Aan wie kan ik de scherven geven als mijn hart mij daarover aanklaagt?
Of aan Gezang 167:2 (van Ad den Besten) dat ik zo graag laat zingen:

Wij hebben dag en nacht verward,
de nacht geprezen in ons hart
en onze dag verslapen
.

Misschien dat ik daarom zo graag Duitse theologen lees: vanwege het ernstige besef in de Lutherse traditie van het oordeel van God. En dat ik daarom zo graag de muziek van Joh. Seb. Bach beluister, omdat dat besef in zijn muziek alom doorklinkt.
Tegelijkertijd vraag ik mij af, waarom ik die ernst de gemeente niet altijd voorhoudt? Wat blokkeert er in mij? Wil ik het de gemeente toch naar de zin maken en de ernstige kant niet al te strak aantrekken? En dat terwijl ik weet dat in de gemeente ook wel degelijk het verlangen om de ernst aanwezig is.

Voordat ik het weer om mijzelf kan laten draaien, benadrukt Iwand dat de beslissing allereerst aan Christus toekomt. Het is Christus die duisternis en licht in mijn leven, in de wereld, in de kerk scheidt. Hij is als licht in deze wereld gekomen, opdat een ieder die in Hem gelooft niet in de duisternis blijft. Dit is de reden van Zijn komst. Daarom is Zijn komst vol genade en waarheid (Johannes 1:17).Het draait om de aanwezigheid van Christus. Ook in de preek.
De prediker spreekt in naam van Christus. Volgens Iwand kan dat maar op één manier: ‘Spreek, Heer, want uw knecht hoort.’ Manfred Josuttis beschrijft zijn herinnering aan Iwand als prediker: een forse man, die op de kansel achter zijn biddende handen verborgen was: de gestalte van de radicale onderwerping. De prediker laat op deze manier in zijn ambt zien, wat de kerk tot kerk maak.
Dat leer ik ook van Iwand: de belofte. Dat heel Gods handelen in het teken staat van Gods belofte. Ook de ernst van het oordeel. Die belofte maakt de preek concreet en actueel. Concreter en actueler dan het recente nieuws te gebruiken of te refereren aan trends. Want die referenties willen uiteindelijk heersen over de tekst: ‘We lopen voortdurend het risico om de kracht van het Woord van God en de beslissingskracht die van het Woord uitgaan te neutraliseren.’ Het Woord van God heeft meer effect dan alle positieve ideeën. Ook al zijn die positieve ideeën gekleed in een christelijk jasje. ‘We worden als eerste tot de tekst geroepen, maar moeten ons dan weer laten uitzenden in de missio om te verkondigen.’ Daarom over de tekst:

Over Johannes 12:37-50
Deze perikoop sluit het openbare optreden van Jezus af: (1) in het onbegrijpelijke ongeloof van de Joden, (2) in het benadrukken van Jezus dat Hij niet namens zichzelf kwam, maar gezonden was door de Vader.
Jezus neemt afscheid door Zijn volk nogmaals te roepen, op te roepen tot geloof en ommekeer. Hij is niet gekomen om Gods oordeel te brengen, maar om te redden van dat oordeel. Hij negeert hier zijn ambt als rechter. De laatste roep laat nog steeds genade zien. ‘Onze weg door de tijd wordt begeleid door de voortdurende bemoeienissen van God met ons.’ (Voigt) De teleurstelling leidt niet tot verwijten, maar een laatste oproep. Jezus roept op om zich dmv Hem toe te vertrouwen aan God. Om zo de verbroken gemeenschap met God te laten herstellen. Daarom is Zijn optreden niet vrijblijvend. Alleen door te luisteren naar Zijn roepstem kan de verbroken gemeenschap worden hersteld.
Jezus roept ons uit de duisternis tot het licht. Om Gods eerste scheppingsdaad ook aan ons te laten voltrekken. Voigt: ‘Dat wij in de duisternis zijn gaan wandelen, komt omdat wij Jezus te weinig vertrouwd en gehoorzaamd hebben. De ‘sfeer’ van de duisternis zou ook in het jaar dat bijna achter ons ligt, macht over ons hebben kunnen krijgen – terwijl wij menen te midden van Gods volk te staan.’
Deze –laatste – oproep is niet vrijblijvend. Iwand: ‘De ontmoeting met het Woord van God in Christus zijn altijd van eschatologische betekenis.’De komst van Jezus heeft alles wat tot nog toe open was een definitief karakter gegeven. Genegeerde genade betekent: oordeel. Daarom: het heden als moment om (weer) te gehoor te geven. We kunnen de keuze niet voor ons uit schuiven. Vandaag wordt er besloten over de toekomst. Door Christus en door ons. In die zin kan men dus zeggen dat het oordeel over leven en dood nu voltrokken wordt. (Dat betekent overigens niet dat Johannes het oordeel op de laatste dag niet kent.) Nogmaals: Jezus is niet gekomen om te oordelen, maar om te redden. Jezus spreekt niet als privépersoon, maar namens God.
De kerk moet overigens wel serieus nemen dat het oordeel toekomt aan God. De kerk heeft alleen het oordeel aan te bieden; niet te oordelen over wie het afwijst. In 1937 zei Iwand tegen de studenten van de Bekennende Kirche: ‘Wat daaruit worden zal, mag u aan God over laten. Hij kan de gemeente ook in dwaalleer laten verkeren. Dank God, dat u vandaag de dag de gemeente nog mag verkondigen!’
Iwand zei dit midden in de strijd tussen de Deutsche Christen en de Bekennende Kirche (wat die opmerking over de dwaalleer een spannend gegeven laat zijn). Eerder had hij al tegen zijn studenten gezegd: ‘Tussen u en uw gemeente staat God. Een zegen en een troost als u deze grens respecteert, maar een scherp zwaard voor wie deze grens negeert. Op het moment dat u als verkondiger wilt heersen over de harten, loopt u in Gods zwaard.’

ds. M.J. Schuurman

Gebruikte literatuur:
* Rudolf Bohren, Das Gebet I (Waltrop, 2003).
* Hans-Joachim Iwand, Predigtmeditationen (Göttingen, 19642).
* Christian Möller, Die homiletische Hintertreppe. Zwölf biographisch-theologische Begegnungen (Göttingen, 2007) – het hoofdstuk over Hans-Joachim Iwand.
* Gottfried Voigt, Die große Ernte. Homiletische Auslegung der Predigttexte der Reihe V (Göttingen, 19762).