Geestelijk leiding geven aan de kerk als contrasterende gemeenschap

Geestelijk leidinggeven aan de kerk als contrasterende gemeenschap

De kerk staat er niet goed voor. De invloed van de kerk loopt terug. Dat is nog niet het enige probleem? Weten de kerkgangers nog wel wat de kerk is? ‘Er is iets gaande’, zegt  De Leede. Hij was op de conferentie gevraagd om te vertellen hoe liefde voor de kerk weer gekweekt kan worden. Er is iets gaande, want liefde voor de kerk was altijd het kenmerk van de Gereformeerde Bond. Wanneer die weer aangeleerd moet worden, is er feitelijk sprake van een breuk met de traditie.

De Leede wil 3 publicaties gebruiken om te peilen wat er gaan de is:
* James Kennedy, De stad op een berg
* Charles Tayler, Een seculiere tijd
* De grenzenloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders.

De overbodigheid van de kerk
Bij Kennedy doet De Leede de volgende inzichten op:
(1) Bij Kennedy ziet De Leede, hoe het komt dat de verzuiling het niet gehouden heeft. De verzuiling was een stoere vorm van godsdienst, maar uiteindelijk ook kwetsbaar. Nadat de emancipatie van de gereformeerden en de katholieken was voltooid in de jaren-’60 hielden de zuilen het niet meer.
De verzuiling vereiste een bepaald soort kerk: de beginselkerk (o.a. GKN, GKv). In de Nederlandse Hervormde Kerk werd deze beginselkerk gecorrigeerd door de volkskerk. Deze volkskerk was echter vooral in agrarische omgeving aanwezig. Wat De Leede nog meer van Kennedy leert, is dat de scheiding van kerk en staat al scherp getrokken was ten tijde van de verzuiling. De verzuiling bestond bij de gratie van de scheiding van kerk en staat. De cultuur was godloos, maar vanwege de verzuiling had men dat niet door. Het Nederlands protestantisme was verkerkelijkt en de publieke ruimte neutraal.
(2) Het maatschappelijk middenveld was in de tijd van de verzuiling erg sterk – juist door die zuilen. Volgens de godsdienstsocioloog Gerard Dekker was dat tevens ook de reden waarom het christelijk geloof overbodig werd. Onze civiele cultuur (en daarmee ook de civil religion) is niet door het christendom gestempeld, maar door het humanisme. De verzuiling heeft de kerk uiteindelijk overbodig gemaakt. De humanistische moraal kan blijkbaar zonder een groot verhaal.
(3) Het is voor de kerk een verleiding om invloed te hebben in de samenleving. Dit is de verleiding van de theocratische hartstocht. Volgens Kennedy heeft de kerk in de jaren-’50 en –’60 haar hand overspeeld.
Geestelijk leidinggeven in tijden van crisis betekent dat we de kritiek op de theocratie en de bijbehorende ecclesiologie moeten verwerken. De Leede vraagt zich af of deze kritiek wel echt verwerkt is. Het houdt in dat we afstand moeten nemen van de kerk als zichtbare machtsfactor en moeten accepteren dat ook de Protestantse Kerk in Nederland een minderheidskerk in een democratische samenleving is geworden.

Contrasterende gemeenschao
De noodzaak om de kritiek op de theocratie is om te voorkomen dat we terugvallen in de nostalgie (Bart-Jan Spruyt), ressentiment of de apocalyptiek. Ook moeten we niet streven naar een kerk met sociaal kapitaal. Hoe interessant het ook is, dat er uitgerekend wordt hoeveel kerkelijke vrijwilligers er zijn en wat de kerk maatschappelijk betekent, dit sociaal kapitaal is slechts een bijproduct. Door in te zetten op de kerk als cement van de samenleving maken we de kerk overbodig. De kerk moet er niet meer naar streven om een speler te zijn op het maatschappelijk middenveld. Want dan vormt de kerk geen christenen, maar nette burgers. Dit is voortdurend de theologische aanvechting van de kerk. Terwijl kerkgangers vaak niet naar de kerk komen om als nette burger te worden gevormd.

De oplossing voor deze situatie is volgens Kennedy de kerk als contrastgemeenschap. Kennedy ontleent dit idee aan Stanley Hauerwas.
De kritiek van De Leede op Kennedy is dat hij vindt dat Kennedy te sterk op de ethiek inzet. Van de contrasterende ethiek wordt geacht een missionaire kracht te hebben. Volgens De Leede is er meer nodig om een contrasterende gemeenschap te zijn

Geestelijk leiding geven & secularisatie (Charles Taylor)
Volgens Charles Taylor heeft de secularisatie het hart van het christelijk geloof bereikt. De secularisatie begon lang geleden in Frankrijk.
Taylor laat het niet bij een analyse, maar wil ook een uitweg bieden. Ook Taylor komt uit bij de contrasterende gemeenschap. De mens is niet alleen een handelend wezen, hij is ook receptief.
De conclusies van Taylor t.o.v. de secularisatie:
* Het huidige wereldbeeld is gesloten.
* Er is geen aanknopingspunt meer in de civil religion. De Protestantse Kerk is dus geen nationale kerk meer.
* Wie niet meer participeert, heeft niets meer met het geloof.
Geestelijk leiding geven vandaag de dag houdt in, dat met de conclusie van Taylor rekening gehouden wordt. De predikant dient dit aan te voelen. Foto’s van de hubbletelescoop brengt de westerling niet meer op de knieën. Er is eerder een verlegenheid met de hemel.
Geestelijk leiding geven betekent ook theologisch doordenken waarom een natuurramp zowel bij gelovigen als ongelovigen geen schuldbelijdenis oproept. De overheid wordt verantwoordelijk gehouden.

De grenzenloze generatie
De traditionele burgers, de groep waarin de kerk haar meeste leden was, zit geen groei meer. De groei zit vooral bij degenen die beleving hebben. Vandaag de dag wordt de secularisatie gekenmerkt door een snelle banalisering en vulgarisering. Het is een treurigmakend beeld; religie speelt nauwelijks nog een rol. God is helemaal afwezig in het rijk van de vrijheid.
Het boek De grenzenloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders is overigens wel een seculiere boetepreek.

DEEL II: Hoe geven wij hier geestelijk leiding aan?
Volgens Hauerwas dient de kerk een contrasterende gemeenschap te zijn. Bij Hauerwas zijn er de volgende contrasten:
* Het onderscheid tussen kerk en wereld is heel nadrukkelijk.
* De doop is belangrijk als toegang tot het lichaam van Christus
* Het wezen van de gemeente is God leren kennen en ervaren.
* In de sacramenten gaat het om de reële presentie van Christus. Hauerwas benadrukt de heiligheid van de kerk. De kerk is een mystieke grootheid, met de reële aanwezigheid van haar Heer in haar midden. In het leren kennen van God zit dus het contrasterende.
Hauerwas geeft aan dat we ons niet moeten focussen op de ethiek. De kerk is afgezonderde tijd. Het contrast zit bij hem in de schuldbelijdenis, de lof, de toewijding en de tucht van het leven.
Kan de protestantse traditie de gedachte van de porti coeli opnemen? In de reformatorische traditie wordt de eenheid tussen Woord & sacrament benadrukt. De prediking dient sacramenteler te zijn. Dat vereist een andere bijbeluitleg. Er moet een duidelijke boetepraktijk in prediking en pastoraat komen. Geestelijk leiding geven betekent: toeleiding naar het Heilig avondmaal (zie de bijdrage van De Leede in het maart-nummer van Kontekstueel).

DEEL III: De verbinding met de eigen traditie

Volgens De Leede zijn we te vertrouwd geraakt met de eerste twee nota ecclesiae (zuiverheid in de bediening van Woord en sacrament), dat we de derde zijn vergeten: de zuiverheid van ons leven. Door de boetepraktijk dient de derde weer te worden opgewaardeerd. In de tucht gaat het om het bewaren. De kerk staat in eschatologisch kader. In de kerk moet er weer geleefd worden uit verkiezing, roeping, doop, vreemdelingschap, discipelschap en de gemeenschap van brood en wijn.
Aan het avondmaal wordt zichtbaar dat de kerk contrasterende gemeenschap is. Bij de kerk als een contrasterende gemeenschap zijn ook de ambten nodig. Zij behouden de kerk bij haar katholiciteit. Het episcopale aspect mag in de prediking sterker worden benadrukt: het ambt staat ten dienste aan de katholiciteit en het contrast. Deze vorm van geestelijk leiding geven dient niet alleen in de gemeente te gebeuren, maar ook bovenplaatselijk.
Geestelijk leidinggeven impliceert:
* Het doordenken van de ecclesiologische dimensie. Dat betekent dat de theocratie, de volkskerk en de kinderdoop niet meer op deze manier kunnen functioneren. De theocratie en de volkskerk dienen losgelaten te worden. De doop niet meer uit het verbond, maar vanuit de eschatologie en het geloof.
In de catechese gaat het om een mystagogische toewijding tot het avondmaal
* Het episcopale aspect van de predikant wordt belangrijker. Bijvoorbeeld door contact met de andere kerken, bedoeld om de gebroken avondmaalstafel te helen en de ambten over en weer te erkennen.
* Leiding geven aan een contrasterende gemeenschap in liturgie, boeteprediking en ethiek, waarbij men het smalle pad dient te bewandelen om niet als sekte te eindigen. De sekte kent een gesloten karakter. De ethiek van de sekte stoot af en sluit buiten. De ethiek dient wervend te zijn.

M.J. Schuurman

NB: De lezing is volgens mijn weergave. De Gereformeerde Bond geeft te zijner tijd een brochure uit, waarin de echte lezing is terug te lezen.