Vragen bij 1 Petrus 3:1-12

Vragen bij 1 Petrus 3:1-12
(gebaseerd op de Bijbel in Gewone Taal)


1) Vrouwen, jullie moeten luisteren naar jullie man (vers 1). In de Herziene Statenvertaling staat zelfs: Wees uw mannen onderdanig.

  • Voor de vrouwen: Is het moeilijk om als vrouw naar je man te luisteren? Wat is daarvoor nodig?
  • Voor de mannen: In welke situatie zou je vrouw naar je moeten luisteren?
  • Algemeen: Waarom wordt deze opdracht gegeven?

2) Je zult hem op die manier voor het geloof winnen. Op welke manier kun je in je relatie of huwelijk de ander voor Christus winnen? Wat is daarvoor nodig?

3) Schoonheid zit niet aan de buitenkant, maar aan de binnenkant: het gaat om hoe je hart is. Hoe is jouw hart? En wat heeft Christus met jouw binnenkant, jouw hart te maken?

4) Die innerlijke schoonheid hadden Bijbelse vrouwen ook. Welke Bijbelse vrouwen zijn voor jou een voorbeeld? En welke Bijbelse mannen hebben een innerlijke schoonheid volgens jou. Zijn zij ook een voorbeeld?

5) Sara noemde haar man ‘Heer’. Dat wordt hier geprezen. Deze tekst is bekend en berucht, omdat deze tekst opgenomen is in het oude huwelijksformulier. We zullen dat in deze tijd niet meer zo snel overnemen. Hoe moet je nu als christelijke vrouw tegen je man aankijken? Hoe moet je hem benaderen? Wat vraagt dat van je? Wat vraagt dat van een man? Hoe passen jullie dat zelf toe in je huwelijk?

6) Mannen moeten respect hebben voor hun vrouw, omdat de vrouw een zwakker schepsel is. Kunnen we dat in deze tijd nog zeggen? Hoe moet je nu als christelijke man aankijken tegen de vrouw met wie je getrouwd bent? Hoe passen jullie dat zelf toe in je huwelijk?

7) Een respectvolle houden geldt niet alleen binnen het huwelijk, maar in iedere relatie die je hebt en in elk contact dat je hebt. Welke voorbeelden geeft Petrus? Wat kost dit om dit te doen? Wat helpt je om dit in praktijk te brengen?

Craig S. Keener – Mijn leven als Hosea

Craig S. Keener – Mijn leven als Hosea
(vertaling)

De meeste mensen kennen mij als nieuwtestamenticus. Om het lezen van de Bijbel in balans te houden, wijd ik mij tijdens mijn stille tijd vooral aan het lezen uit gedeelten uit het Oude Testament. Op een bijzonder diepe manier heb ik God ontmoet tijdens het lezen van profetische boeken als Jeremia en Hosea. God heeft zijn volk bestemd om een intieme relatie met Hem te hebben, een verbondsrelatie die in de Bijbel wordt vergeleken met een huwelijk.

In Hosea horen wij Gods gebroken hart, zijn verlangen naar het volk van zijn verbond, dat Hem vaak ontrouw was. Ze keerden zich daadwerkelijk tegen Hem, de enige die hen echt hielp (Hos. 13:9). God uitte zijn klacht via de profeet Jeremia: Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad gedaan: Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten, om zich bakken uit te hakken, lekke bakken die geen water houden (Jeremias 2:13).
God blijft echter in zijn toorn nog trouw aan Israël. In zijn jaloerse liefde verklaarde God dat Hij hen zou ontdoen van alles wat waarde had, de geschenken die zij ten onrechte toeschreven aan de afgoden. Op die manier zou Hij ze leren om alleen van Hem afhankelijke te zijn. (Hos. 2:8-13)
Gegrepen door Gods liefde hield ik een van mijn eerste preken – ik was nog student – over Hosea 11:8. Hier, tussen alle oordeelsaankondigingen door, klinkt de stem van Gods liefde: Hoe zou Ik u prijsgeven, Efraïm, u uitleveren, Israël? Hoe zou Ik u prijsgeven als Adama, met u doen als Zeboïm? Adama en Zeboïm waren steden, die net als Sodom en Gomorra, waren omgekeerd vanwege Gods toorn (Deut. 29:23). God wil Israël niet behandelen als deze steden en daarom roept Hij uit: Mijn hart keert zich in Mij om, al Mijn medelijden is opgewekt. God kiest om Zijn oordeel en toorn in eigen persoon tegen te houden en belooft zelfs zijn volk uit de ballingschap uit te leiden. (Hosea 11:8-11)
Gods liefde voor zijn ontrouw volk wordt concreet gedemonstreerd in Hosea’s huwelijk met een ontrouwe vrouw. (Hosea 1:2) Hosea scheidt van haar vanwege haar ontrouw. Daarmee laat hij Gods oordeel over Israël zien (Hosea 2:1-3). Hoewel exegeten betwijfelen of Hosea zijn vrouw, die hem ontrouw was, weer terugnam, geloof ik zelf dat hij dat deed. Hij wilde op die manier laten zien dat Israël zal worden hersteld.  

Nadat ik mijn studie had afgerond, voerde ik een toneelstuk op, gebaseerd op het verhaal van Hosea. Ik deed dat telkens weer als ik lesgaf over dit boek. Wat ik nooit kon bevroeden, was dat een deel van Hosea’s verhaal mijn eigen verhaal werd.

In het laatste semester van mijn seminarie, begon mijn vrouw over een afscheid van God. Haar gedrag veranderde snel. In mijn gebeden ervoer ik dat God mij vertelde dat zij ontrouw was. Ik was in de veronderstelling dat dit inhield dat zij God ontrouw was. Maar toen zij en de echtgenoot van haar beste vriendin samen een weekend weggingen, realiseerde ik de afschuwelijke waarheid. Toen ze terugkwam, deelde ze mee dat ze bij me wegging en zou trouwen met de echtgenoot van haar beste vriendin.
De twee dingen die mij in die tijd het meest bezighielden waren mijn huwelijk en mijn predikantschap. Voor mijn gevoel waren beide nu verbroken, zonder hoop op herstel. In die tijd bood mijn kerkgenootschap weinig hoop voor degenen van wie het huwelijk stuk liep. (Gelukkig zijn de regels inmiddels veranderd.)
Ik was wanhopig. Ik voelde niet meer Gods aanwezigheid. Ik kon niet meer bidden. Alleen nog maar steeds de naam van Jezus herhalen. Jarenlang had ik een geheime angst: dat als mijn geloof en mijn ervaring van Gods aanwezigheid verbroken zouden zijn, ik zou terugvallen in het atheïsme van mijn jeugd. Nu was ik te gebroken en afgestompt om iets te voelen. Ik had het nodig dat er mensen om mij heen waren die mij voedden met hun wil om te leven. Toch kon ik op de een of andere manier niet twijfelen aan God en zijn aanwezigheid.

In een nacht waarin ik niet kon slapen, ging ik naar buiten om te wandelen. Een politieagent hield mij tegen. Hij was door iemand ingeschakeld die een verdachte man zag rondlopen in de buurt. Ik verontschuldigde mij en vertelde hem dat ik niet kon slapen omdat mijn vrouw bij mij weggegaan was. Ik zag in de ogen van de agent zijn medelijden. Hij zei: ‘Loop maar verder. Ik heb dat vorig jaar doorgemaakt.’
Terwijl ik daar liep en bad, voelde ik dat God door mijn verdoving heen kwam. Hij zei: ‘Mijn kind, je vrouw heeft jou – net als de vrouw van Hosea – niets anders gedaan dan dat mijn volk mij steeds aandoet. Dag en nacht roep ik hen, zodat ze mij gaan liefhebben.  En dag en nacht gaan ze op dingen in waar ze meer van houden dan van mij.’
Mijn eigen pijn hielp mij om duidelijk Gods hart te ervaren. Hij houdt van ons, meer dan we ons kunnen voorstellen. Zijn hart is gebroken vanwege degenen die hem hebben afgewezen, vanwege degenen die kozen voor de kortdurende pleziertjes in plaats van het eeuwige plezier van het kennen van God. Zijn toorn die door de boodschap van de profeten heen klinkt, is niets anders dan het leed van een bedrogen en diep gekwetste echtgenoot. (Hos. 1:6-3:5)
Op een dag bezocht ik een evangelicale gemeente van de presbyteriaanse kerk (PCUSA). De predikant gaf onderwijs vanuit het boek Hosea. Ik deelde hem mijn hoop mee, dat het mijn verhaal zou eindigen als het verhaal van Hosea. Maar deze predikant waarschuwde mij terecht dat God wel eens een ander eind van mijn verhaal had bedacht.
Na 2,5 jaar voerde mijn vrouw de echtscheiding door. Zij trouwde met de echtgenoot van haar vriendin, waarna ik mijn hoop op terugkeer moest opgeven. Ik gaf naar hen beiden aan dat ik van hen hield en hen vergaf. Hoe zou ik niet kunnen vergeten, als ik zelf voortdurend Gods trouwe en onvoorwaardelijke liefde vergeet en toch door door hem vergeven wordt?

Totdat zij de scheiding doorvoerde, deed ik alles om de scheiding te voorkomen. Omdat ik wanhopig bezig om ons huwelijk te helen en bezorgd was voor het geestelijk welzijn van mijn vrouw, was ik bereid om alles te doen om ons huwelijk te herstellen. Zolang ik hoop had dat zij terug zou keren, was ik bereid om de pijn van de afwijzing te verdragen. Ik was niet altijd hoopvol gestemd en soms wilde ik dat mijn leed voorbij was.
Ik realiseerde mij dat God meer geduld kon opbrengen dan ik. Toch suggereert de Bijbel dat er voor God een point of no return is. In zijn oneindige liefde koos God ervoor zijn Zoon te sturen om de pijn van het kruis te lijden. Hij wilde niet de pijn van de eeuwige vervreemding verdragen. Toch blijven mensen volharden in de afwijzing van Gods liefde. Daarom geeft God hen uiteindelijk over aan de scheiding waar zij voor kozen.
Als gelovigen hebben wij het kruis niet afgewezen. Maar soms zijn we net zo ontrouw aan God. Hij verlangt een intiem vertrouwen. Maar vaak gaan we het geluk van deze wereld achterna in plaats van ons met alles wat we hebben en zijn aan God te verbinden. Soms lijken we meer kleuters dan opgevoede kinderen. We roepen God aan als we hem nodig hebben, maar vergeten dat Hij gepassioneerd van ons houd en dat Hij een dynamische relatie met ons wil, die vergelijkbaar is met een huwelijk. Soms kunnen we zelfs in onze religieuze activiteiten uit het oog verliezen wat er echt toe doet. Als gevolg daarvan falen wij in onze wederliefde tot Hem en de naaste, op de manier zoals God doet.

God is geduldig en trouw. Hij voedt om te groeien. Maar soms hebben wij, net als het volk Israël, nodig dat Hij ons leven op orde brengt (disciplineert), zodat we weer op Hem gericht zijn. Als God ons afneemt wat wij waardevol vinden, is dat omdat Hij van ons houdt en ons wil leren om te waarderen wat er echt toe doet.
In de tijd van mijn scheiding was ik bang dat mijn eigen leven voorbij was. Ik voelde mij waardeloos voor het Koninkrijk van God. Een christelijk echtpaar verbrak zelfs het contact met mij. Zij verklaarden dat het weggaan van mijn vrouw een teken was van Gods oordeel over mij.
Toch leefde in mijn hart de overtuiging dat God mij wilde laten zien dat Hij mij liet dienen, ondanks mijn twijfel over mijn nut voor God. Ik bleef mensen tot Christus leiden. Ik leerde mijn studenten om discipel te zijn, in afwachting van de roeping die God volgens mijn overtuiging mij opdragen had. God liet ook merken, dat hij mijn nood zag. Vaak op een ongedachte wijze.
Nu, drie decennia later, ben ik God dankbaar dat Hij mij door deze moeilijke periode heen leidde. Hij was zo genadig om mij toch te gebruiken in zijn dienst. Een korte tijd als predikant, maar vooral in het onderwijzen en schrijven van boeken.
Geregeld verwaarloos ik Gods liefde. Toch herinnert Hij mij steeds aan zijn liefde en trekt Hij mij weer naar zich toe. Het is moeilijk om te begrijpen waarom iemand in staat is om Gods liefde te ervaren en toch niet geheel in de liefde tot Hem opgaat. Zelfs te midden van onze gebrokenheid – juist te midden van onze gebrokenheid – is zijn trouw liefde aanwezig. Dat is ook de boodschap die Hosea bracht. De God met het gebroken hart, wiens liefde eeuwig is, gaat achter ons aan. Tot op Golgotha.

Craig S. Keener
Keener is Hoogleraar Biblical Studies aan het Asbury Theological Seminary en auteur van talloze toonaangevende boeken op nieuwtestamentisch terrein (waaronder een aantal omvangrijke commentaren op boeken uit het NT).
Bron: http://www.christianitytoday.com/ct/2016/january-web-only/my-real-life-hosea-story.html

Preek zondagavond 5 juli 2015

Preek zondagavond 5 juli 2015

Efeze 5:21-33

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Groeien in het geloof – het thema van de Efezebrief –
heeft te maken met het allergrootste wat er is,
met God en Zijn plan om de mensen in Christus te redden van de verlorenheid.
Tegelijkertijd heeft groei te maken met onze eigen kleine wereld:
met de relatie van man en vrouw in het huwelijk,
met de relatie tussen ouders en kinderen
en tussen werkgever en werknemer, baas en knecht.
Groei in geloof naar een volwassen geloof eindigt niet in grootse plannen
die wij als mensen moeten opstellen om anderen te redden
of in grootse visioenen van wat de Geest nog allemaal gaat doen in ons land.
Groei in geloof krijgt gestalte in het gewone alledaagse leven
huis-tuin-en-keuken.
Groei in geloof krijgt gestalte in onze omgang met anderen:
met onze man of vrouw,
met onze ouders en – als de Heere die ons gegeven heeft – kinderen,
op ons werk.
En groei in geloof krijgt in die relaties een vorm
die wij in onze maatschappij niet graag hebben:
Wees elkaar onderdanig.
Daarin wordt het werk van de Geest zichtbaar
en onze groei naar een volwassen geloof zichtbaar
in het onderdanig worden aan elkaar.
Een vraag aan de echtparen: bent u aan elkaar onderdanig?
Is de omgang in jullie huwelijk, zoals Paulus dat voorschrijft?
Of is de manier waarop jullie als man en vrouw met elkaar omgaat in het huwelijk
niet bepaald door wat de Bijbel daarover zegt?
Waardoor dan wel?
Of heb je in de verkeringstijd of in de jaren van je huwelijk
hier nog nooit over gehad op welke manier jullie omgang met elkaar
te maken heeft met wat de Bijbel erover zegt?

Nu is dat niet zo eenvoudig om op dit punt bij de Bijbel in de leer te gaan.
Want we leven in een tijd die juist probeert af te rekenen met onderdanigheid.
Vrouwen moeten zelfstandig zijn
en zelf in hun eigen inkomen moeten voorzien.
Een vrouw moet niet afhankelijk zijn van haar man en onderdanig al helemaal niet.
In onze tijd kan deze Bijbeltekst dan als hopeloos ouderwets,
een patroon in een huwelijk of in een relatie die we niet meer willen.
De nadruk op de zelfstandigheid van de vrouw
en het idee dat deze tekst uit een heel andere tijd afkomstig is
en voor nu niet meer geldt,
maakt het niet makkelijk om te luisteren wat de Heere ons te zeggen heeft
over het huwelijk.

Willen we het onderwijs over het huwelijk begrijpen en in praktijk kunnen brengen,
moeten we bij het begin beginnen
en niet zomaar een tekst over de vrouw die onderdanig moet zijn eruit halen.
Want dan kunnen we een heel andere boodschap krijgen dan Paulus bedoelde.
We moeten beginnen bij vers 21, waar Paulus schrijft:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
De Herziene Statenvertaling maakt een ongelukkige keuze
door ná vers 21 een nieuw gedeelte te laten beginnen,
waarbij je gemakkelijk vergeet vers 21 te betrekken op de omgang in het huwelijk.
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
Allereerst: wees elkaar onderdanig.
Dat is het uitgangspunt van alles: voor alle relaties die er in de gemeente zijn.
Wees aan elkaar onderdanig schrijft Paulus.
Het is niet de één onderwerpt zich aan het gezag van de ander.
Er is in de gemeente niet het patroon waarbij de één heel dominant is
en zijn of haar mening weet door te drijven ten koste van de anderen.
Nee, in de gemeente van Christus is er niet één de leider
aan wie iedereen moet gehoorzamen en onderdanig moet zijn.
Omdat Christus die leider is: Christus is het hoofd.
Daarom kan het niet zo zijn dat er één de toon aangeeft en overheersend is.
Wees daarom elkaar onderdanig.
Ook vers 21 is niet helemaal het begin.
We kunnen nog verder terug, naar vers 18, waar Paulus spreekt:
wordt vervuld met de Heilige Geest.
Het onderdanig worden aan elkaar is een gevolg van de de Heilige Geest
die intrek in ons neemt en ons vormt naar het beeld van Christus.
De oorsprong van de onderdanigheid is dus het werk van de Geest in ons.
We zijn niet aan elkaar onderdanig,
omdat we tegen iemand opzien of vol ontzag zijn voor een ander,
omdat we tegen iemand niet op durven of kunnen,
maar omdat de Geest ons vormt naar het beeld van Christus,
Christus die ook kwam om ons te dienen
en onderdanig te zijn aan ons.
Dat onderdanig worden is aan de ene kant een opdracht: wees onderdanig,
maar aan de andere kant een gebeuren vol belofte en evangelie:
als we onderdanig worden aan elkaar, mogen we zien dat de Geest werkt in de gemeente.

Paulus geeft een kleine opsomming van wat de Geest doet.
De Geest werkt in ons, doordat we elkaar aanspreken en bemoedigen
met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen,
waardoor we elkaar verder helpen en God loven.
Het onderdanig worden aan elkaar staat daarmee op één lijn.
Het is niet opeens heel anders,
maar geeft aan dat we er in de gemeente voor elkaar zijn
en niet voor onszelf.
Elkaar – voor Paulus een heel belangrijk woord
en geeft wederkerigheid aan.
Als gelovige ben je niet in je eentje, maar onderdeel van een gemeenschap.
Je leeft niet voor jezelf, maar voor Christus en daarmee ook voor de andere gelovigen.
Je bent ook niet op je eentje, maar je hebt anderen om je heen,
die je aanspreken en bemoedigen, verder helpen
of als het moet in liefde corrigeren en vermanen.

En de ander is er ook om jou te dienen en daarmee te helpen
in je dagelijks leven en in je weg met de Heere.
En zo ben je er ook om anderen te helpen en te dienen.

Wie allemaal?
Er is een verhaal van Charles Dickens:
Esther Summerson samen met een neef en een nicht op kamers bij ene Mrs. Jellyby.
Als ze bij het huis van die Mrs. Jellyby aankomen, is zij er niet.
De kinderen doen open en Esther en haar familieleden komen in een huis binnen,
waarin het heel rommelig en heel smerig is.
De kinderen zijn al enige tijd niet gewassen en hun kleren zijn smoezelig.
Na enige tijd komt er een vrouw binnen,
een aardige mevrouw, maar haar ogen zijn gericht in de verte
alsof ze niets kan zien dat dichterbij is dan Afrika.
Want dat is haar passie: begaan met het lot van een stam in West-Afrika.
Ze stelt zichzelf voor: ‘Je zult me vast heel druk vinden, maar ik hoop dat je het begrijpt.
Het Afrika-Project slokt mij helemaal op.
Ik heb daarvoor met heel veel en heel belangrijke mensen contact.
het vraagt al mijn aandacht en energie.
Maar het geeft me ook veel voldoening, omdat ik elke dag de resultaten zie.’
De maaltijd is een goede maaltijd:
mooi stukje vlees, groente en een pudding,
ware het niet dat alles rauw was en ongekookt.
De schrijver Charles Dickens gaf dit verhaal de titel: telescopische filantropie.
Met andere woorden: liefdadigheid die alleen maar oog heeft voor wat ver weg is.

Paulus beschrijft juist een mensenliefde voor degenen om ons heen.
Het is niet moeilijk om begaan te zijn met een hele stam in Afrika.
Je ziet hun slechte kanten niet en zij zijn jouw slechte kanten niet.
Juist degenen die heel dicht bij ons zijn, die ons ook zien
als we ons niet mooier kunnen voordoen dan we zijn,
die onze zwakten kennen, omdat ze elke dag hun leven met de onze delen,
juist voor hen geldt dat dienen, die mensenliefde:
Wees elkaar onderdanig.
Wees je eigen man onderdanig.
Niet elke willekeurige man, niet alle mannen in de gemeente,
maar je eigen man die je door de Heere werd gegeven als echtgenoot.

Die onderdanigheid is geen slaafse onderdanigheid
en het is ook niet de bedoeling dat ik de ander in alles naar de zin maak
of naar de pijpen van de ander dans en zijn of haar wil opvolg.
Het is een keuze om de ander op de eerste plaats te stellen,
uit respect, niet alleen voor de ander, maar ook uit respect voor Christus.
Omdat Christus ons kwam dienen
én omdat in de ander iets zichtbaar wordt van Christus,
door de Geest gevormd naar het beeld van Christus.
Hebt u zo wel eens gekeken naar de mensen om u heen,
in uw gezin, in de familie, om u heen in de kerk de mensen die voor u zitten
of die met je op dezelfde Bijbelkring zitten:
dat ze al iets hebben van het beeld van Christus,
omdat de Geest met hen bezig is hen te vormen?

We doen het ook voor de Heere:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
In de vreze Gods, de vreze des Heeren,
zoals daar in het Oude Testament over gesproken wordt,
waarbij de vrees geen angst is,
maar diep ontzag voor God,
diep ontzag voor Zijn heiligheid
diep ontzag voor de manier waarop Hij met mensen omgaat
door hun wegen te leiden, hen te beschermen, hen wijsheid te geven,
ontzag die bij de gelovige ook gepaard gaat met een diepe liefde
en verlangen om deze God te dienen en met Hem te leven.
Vreze des Heren: heilig ontzag en diepe liefde voor de Heere.
Vanuit dat ontzag en vanuit die liefde dienen we elkaar.
In de gemeente,
in ons gezin
in ons huwelijk, als man en vrouw.
In je man, zegt Paulus, zie je iets van Christus.
Mooi als je dat binnen je huwelijk mag beleven.
Dat je daarom je man dient, omdat je in hem iets van je Heer ziet,
omdat je in je dienen niet alleen iets aan je man geeft,
maar ook aan Christus.
Onderdanig zijn is een bewuste keuze,
het is niet afgedwongen, niet omdat de vrouw minder is,
want in Christus is er geen verschil meer in waarde tussen man en vrouw,
omdat Christus van ons de nieuwe mens wil maken.
We mogen dit dienen van Christus niet losmaken van de vernieuwing door de Heilige Geest.

En dan de man:
zoals Paulus het formuleert, lijkt het erop alsof er toch verschil is tussen man en vrouw.
Van de vrouw wordt onderdanigheid gevraagd en van de man liefde.
Toch verschillen die woorden niet zoveel.
Want liefde is bij Paulus meer dan een gevoel: een houding.
Een houding waarbij je jezelf wegcijfert
en de eer en de waardigheid van de ander op het oog hebt.
Je doet een stapje terug voor de ander.
Heb uw vrouw lief – betekent niet alleen dat je gevoelens voor je vrouw moet hebben of houden (al zal dat wel gewaardeerd worden als je dat laat zien).
Het liefhebben van de man vergelijkt Paulus met de liefde van Christus,
het offer dat Hij op Golgotha bracht.
Wat de man in liefde hoort te doen,
is alle aandacht aan zijn vrouw geven, zodat ze ook in de weg van Christus kan gaan,
heilig en onberispelijk kan leven
en in het oordeel van Christus onbevreesd kan verschijnen voor de rechterstoel van Christus.
Dat is de taak van de man ten opzichte van zijn vrouw.
Zoals Christus de hemel verliet en op aarde kwam,
zo dient de man een stap te maken bij zijn ouders weg naar zijn vrouw,
zoals Christus op aarde kwam wonen, ons leven deelde,
zo is de man geroepen om bij zijn vrouw te doen,
zijn leven met haar te delen en haar leven te delen.
Zodat – zegt Paulus – in het samenleven als man en vrouw
iets zichtbaar wordt
er iets van uitgaat, naar de kinderen, naar de familie, de buren en de vrienden,
zoals Christus met de gemeente omgaat.
Dat bijzondere gebeuren waarmee Christus naar de aarde kwam
om ons leven te delen, bij ons te zijn en Zijn leven te geven aan het kruis,
wordt zichtbaar in het huwelijksleven van man en vrouw.
Een hoge roeping daarom als man en vrouw.

In de kerk ‘kiezen’ we daarom voor het huwelijk.
Dan niet een huwelijk, zoals dat in films zichtbaar wordt
of volgens romantische voorstellingen die we kunnen hebben
of volgens de normen van onze maatschappij van wat een relatie of een huwelijk is.
Maar zoals de Bijbel dat voorhoudt.

En samenwonen dan? Dat kan tegenwoordig ook? Wat is daarmee mis?
De beste verwoording hoorde ik in een consistorie van een ouderling
wiens zoon ook samenwoonde:
Met samenwonen is het alsof je toch makkelijk van elkaar af wilt.
Alsof je niet voor 100% voor de ander gaat.
Als dat zo is, dan is het inderdaad mis.
Niet omdat het niet past bij wat we gewend zijn, niet omdat het niet hoort,
maar omdat het een verkeerd getuigenis van Christus afgeeft.
In de relatie die Christus aanging, in het samenwonen met ons,
koos Hij voor 100% en hield niet een soort deurtje open
om makkelijk uit die relatie met ons weg te komen.
De basis is de bereidheid om een ander te dienen.

En mensen die alleengaan?
Van hen wordt geen andere manier van leven verwacht
dan van degenen die getrouwd zijn.
Zij maken volop deel uit van de gemeente
(hoewel de kerk soms wel heel vaak de nadruk legt en aandacht heeft voor gehuwden)
en zijn geroepen om te dienen,
maar mogen ook verwachten van de gemeente
dat ook zij gediend worden.
Gehuwden hebben het dan gemakkelijker, omdat er dan altijd iemand is
die je kunt dienen en door wie je gediend wordt.
Degenen die alleen gaan mogen van de gemeente verwachten,
dat de gemeente extra best doet om juist hen te dienen
die anders wellicht gemakkelijker over het hoofd worden gezien.
Dienen door hen niet te vergeten,
dienen door niet alles in de kerk af te stemmen op gehuwden of gezinnen.
Dienen door voor hen te bidden, met het gebed dat ook zij
een leven mogen hebben tot zegen van velen.
zodat ze weten: we behoren volop tot de gemeente van Christus.

In de gemeente van Christus is het niet het belangrijkste of we getrouwd zijn.
De belangrijkste vraag is: kunnen wij elkaar dienen,
degenen die er in deze gemeente zijn, die vlak bij ons zijn,
als we getrouwd zijn onze wederhelft in het bijzonder op de manier zoals Paulus beschreef,
maar niet alleen in ons eigen kringetje.
Het moet het patroon zijn voor de gehele gemeente:
Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods
amen

Voorbereiding op de huwelijksdienst – praktisch

Naam bruidspaar:

GEGEVENS

Trouwdatum:

Doopnaam man:

Doopnaam vrouw

Welke achternaam wordt er gekozen:

PRAKTISCHE GEGEVENS

Tijdstip van de dienst:

Tot hoelang mag de dienst duren:

Plaats:

Gegevens van de koster:

Onder verantwoordelijkheid van:

Ouderling van dienst:

Telefoonnummer ouderling van dienst

Organist:

Telefoonnummer van de organist:

Mail van de organist:

Ceremoniemeester:

Telefoonnummer:

Mailadres:

De ringen worden wel / niet gewisseld in de kerkdienst. Zo ja, aangeboden door:

Huwelijksbijbel: SV / HSV / NBG1951 / NBV, anders:

Wie zorgt dat de huwelijksbijbel wordt aangeschaft:

Eventuele bijdragen in de dienst:

* Schriftlezing:
* Lezing huwelijksformulier
* Anders:

Wie zijn er bij het consistoriegebed aanwezig:

Volgorde van binnenkomen:

Eventuele felicitaties na de dienst?

Wanneer wordt het huwelijksboekje ingevuld?

Afspraak om trouwfoto’s te kijken:

DIENST (Inhoud)

Schriftlezing:

Hoe komen jullie aan dit gedeelte?
Liederen:

Nr. 1:
Nr. 2:
Nr. 3:
Nr. 4:
Nr. 5:
Nr. 6:
Welke plaats in de dienst?

Doel van de collecte:

PERSOONLIJKE GEGEVENS

Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?

Wat waardeer je in de ander?

Wat is voor jullie de betekenis van het huwelijk? Waarom wil je met elkaar trouwen?

Waarom is een kerkdienst op jullie bruiloft belangrijk?

Welke rol speelt het geloof in jullie leven?

Ervaren jullie dat God jullie bij elkaar heeft gebracht?

Wat betekent voor jullie de zegen van de Here voor jullie en voor jullie relatie?

Op welke manier willen jullie elkaar steunen in het geloof?

Bijbels gezin is het huwelijk een verbond. Hoe zien jullie de rechten en de verplichtingen die bij het huwelijk horen?