Crisis der Middenorthodoxie en prediking binnen de Gereformeerde Bond

Crisis der Middenorthodoxie en prediking binnen de Gereformeerde Bond

‘Onlangs las ik weer in een bekend geworden boekje van prof. dr. H. Berkhof,
Crisis der Middenorthodoxie (Nijkerk 1952)’, schrijft een collega in de Waarheidsvriend. Weer dat boekje van Berkhof! In kringen van de Gereformeerde Bond wordt dit boekje tegenwoordig haast als een belijdenisgeschrift gezien. Of minstens als een profetisch vergezicht: ‘Wat hij hierin schrijft over de gevaren die de midden-orthodoxie bedreigen, zien we vandaag terug in gemeenten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond.’
PTRanELmfoKPrK6FqYEIEr zijn twee redenen waarom Crisis der Middenorthoxie geciteerd wordt: Het is de enige  polemiek, waarin iemand uit de kring van de Gereformeerde Bond op niveau discussieerde met iemand van buiten de Gereformeerde Bond. Het is dus de enige polemiek waarin duidelijk wordt wat de Gereformeerde Bond heeft in te brengen in het bredere geheel van de kerk. Het citeren van dit geschriftje gebeurt dan ook niet zonder de nodige nostalgie.
Hendrikus_Berkhof


De andere reden is dat het boekje wordt gebruikt om de prediking van collega’s binnen andere gemeenten die zich tot de Gereformeerde Bond rekenen de maat te nemen. De prediking binnen de kring van de Gereformeerde Bond vervlakt. En Berkhof had nota bene daar al meer dan 65 jaar geleden voor gewaarschuwd! In het artikel wordt Berkhof geciteerd: ‘De midden-orthodoxe prediking verkondigt genade zonder gericht, verlossing zonder dankbaarheid, vreugde zonder vrees, voorzienigheid zonder gebod.’ Het voordeel van een citaat is dat dit niet bewezen hoeft te worden, maar als een profetische waarschuwing uit het verleden, die inmiddels in eigen kring bewaarheid zou zijn, naar voren gebracht kan worden.

Eerlijk gezegd vind ik deze manier van elkaar de maat nemen erg kwalijk. Ik ben zelf niet iemand die de prediking van collega’s bewust volgt. De preken die ik hoor zijn vaak van gastpredikanten. Een enkele keer beluister ik preken van een collega, van wie ik vind dat hij een bijzondere manier van preken heeft waar ik van kan leren. De eerste vraag die bij mij boven komt, is: Hoe weet men binnen de Gereformeerde Bond dat de prediking in eigen kring vervlakt? Beluistert men veel preken van predikanten? Gaat men af op signalen van gemeenteleden, die melden dat ze de prediking vinden vervlakken? Wat zijn de criteria voor vervlakking? Als ik de kenmerken van Berkhof aanhoudt, dan heb ik nog nooit een midden-orthodoxe preek gehoord binnen de Gereformeerde Bond.
91650abe72b74891ce17dffa3726f716_XL


De tweede vraag die bij mij opkomt, is of de analyse wel klopt. Is er niet iets anders aan de hand? Mijn indruk is dat er wel verschuiving in de prediking kan zijn: de verschuiving van een Kohlbrüggiaanse prediking of een meer Lutherse prediking van wet en evangelie naar een meer gereformeerde prediking, die het geheel van de Bijbel wil laten spreken in plaats van de persen door de mal van de verzoening (door voldoening). Als ik het artikel van deze collega lees, heeft het evangelie één kern: de hoogspanning van de verzoening. 2 Korinthe 5:12-21 wordt de norm voor elke preek.
Tijdens mijn studie was het niet meer vanzelfsprekend dat studenten uit de Gereformeerde Bond kozen voor kerkgeschiedenis en dogmatiek. Het merendeel koos juist voor de Bijbelse vakken: exegese van het Oude of van het Nieuwe Testament, Bijbelse theologie. Er was een enthousiasme voor de Bijbel en voor de grote mate van variatie in de Bijbel. Aandacht voor het Oude Testament, zonder dat dit deel van de Bijbel direct in een christologische exegese werd geduwd. Aandacht voor de wijsheid van het Oude Testament, de verhalen, de profeten, voor de godsdienstgeschiedenis in het Oude Israël. In het Nieuwe Testament aandacht voor de gelijkenissen, de paranese, de apocalyptische teksten, de zoektocht naar de historische Jezus. Zou deze aandacht voor de exegese en de Bijbelse theologie niet in de prediking doorwerken? Naar mijn idee maken we meer de omslag mee van een eenzijdige prediking, waarin het Paulinische evangelie norm en kern van de Bijbel is naar het oog voor de eigenheid en de variëteit van de Schrift.

Een derde vraag die bij me opkomt is: hoe doe je dat dan? Dan zijn we op het terrein van de materiële homiletiek: de inhoud van de verkondiging. Want je kunt stellen dat er gepreekt moet worden vanuit de gedachte van ‘tweeërlei kinderen van het verbond’, ‘twee wegen en drie stukken’, maar hoe doe je dat in de concrete praktijk? Daar worstel ik bijna bij elke preek mee. Vooral ook omdat er nauwelijks materiaal is dat mij daarbij helpt. Zonde en het laatste oordeel zijn thema’s die mij theologisch bezighouden en boeien en waarin ik mij geregeld verdiep, maar er het materiaal dat mij helpt om erover te preken is erg schaars. Als ik zou willen uitzoeken hoe ik in deze tijd ‘onderscheidend’ zou willen preken (d.w.z. in de preek er niet vanuit gaan dat elke aanwezige kerkganger een ware gelovige is), hoe doe ik dat dan? Een van de weinigen die dat uitgewerkt heeft is ds. A. Moerkerken, maar dat stamt uit een heel andere theologische traditie, waardoor het niet eenvoudig wordt om er iets uit mee te nemen. Als je wilt dat de prediking onder de ‘hoogspanning van de verzoening’ staat, volstaat het niet om te zeggen waar het aan schort of wat de norm is, maar ook hoe dat praktisch uitgewerkt kan worden: welke stijl, welke inhoud, welke aanspraak hoort erbij? En wat houdt dit in voor de predikant als eerste hoorder? Zonder die uitwerking blijft zo’n oproep alleen maar in de lucht hangen.

download (2)

Een complicerende factor is dat de kennis van de eigen traditie, ook binnen de Gereformeerde Bond, aan het wegebben is. Dat gebeurt onder kerkgangers, zodat er vanuit de prediking niet zomaar aansluiting is, maar van onderop opgebouwd moet worden. Het volstaat niet om leuzen in de prediking rond te strooien, maar zo’n leus dient uitgelegd en praktisch toegepast te worden, wil de traditie levend gehouden worden. De eigen traditie van de Gereformeerde Bond verdwijnt volgens mij ook onder predikanten. Want wie van de predikanten leest nog ds. I. Kievit, ds. G. Boer, ds. J.G. Woelderink of ds C. van der Wal? Zelf heb ik alleen enkele boeken van ds. Woelderink – ongelezen – in de kast staan. Als de eigen traditie hooggehouden moet worden in het geheel van de kerk, vraagt dat ook om een levend houden van de eigen traditie en een doorwerking naar onze huidige tijd.

Is dat nodig dat de oudere generatie predikanten uit de Gereformeerde Bond nog gelezen worden? Ik weet het niet. Ik red me redelijk met theologen en homileten uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten of Canada. (Nee, geen N.T. Wright!) Alleen is er misschien niet steeds een aansluiting op de specifieke spiritualiteit binnen de Gereformeerde Bond.

Naschrift
De reactie kan zijn: er wordt toch minder over of vanuit de rechtvaardiging van de goddeloze gepreekt? Deze constatering heeft een aantal complexe elementen in zich:

(1) is die rechtvaardiging de kern van de Schrift? Volgens prof. dr. W. van ’t Spijker is volgens de gereformeerde traditie niet de rechtvaardiging van de goddeloze de kern van het christelijk geloof, maar de gemeenschap met Christus. Een andere manier om de kern van het christelijk geloof aan te geven is: hoe God aan Zijn eer komt. Daarbij is de rechtvaardiging van de goddeloze weliswaar onmisbaar, maar niet dé kern.

(2) Is de rechtvaardiging van de goddeloze de enige manier om over het heilswerk van Christus te spreken? Volgens Fleming Rutledge zijn er twee hoofdbetekenissen van het kruis op Golgotha (met allerlei nuanceringen): verzoening door God van de zondige mens (waarvan de rechtvaardiging een onderdeel is) en de overwinning van God op de zonde, het kwade en de duivel.

(3) als je vanuit de rechtvaardiging wil preken: wat vraagt dat van Schrift, gemeente en predikant? Aan welke voorwaarden moet de verkondiging voldoen wil de boodschap gehoord en geloofd worden? Daarbij is het niet alleen nodig om te kijken naar de predikant, maar ook naar de gemeente en naar de Schrift. In welke gedeelten komt de rechtvaardiging aan de orde en welke niet? Welke plaats krijgen de brieven van Paulus in de verkondiging? Welk effect heeft de verschuiving van de Lijdenstijd naar de Veertigdagentijd voor de inhoud van de verkondiging?

(4) is het ook mogelijk dat de zaak in hedendaagse woorden en begrippen waardoor de sfeer anders is maar de inhoud niet? M.a.w. Is het slechts schijn dat de verkondiging oppervlakkiger wordt? Is er sprake van verandering van preekvorm of voordracht, waardoor het lijkt dat de inhoud oppervlakkiger wordt? Of het die veranderde vorm of performance effect op de inhoud?

(5) In hoeverre is de rechtvaardiging nog een levende geloofsbeleving of wordt het bewust of onbewust in de prediking gemeden omdat het slechts een systeem geworden is waarbij de levende geloofswerkelijkheid is verdwenen?

(6) De prediking over de rechtvaardiging van de goddeloze is extra complex geworden door het Nieuwe Perspectief op Paulus, waarin de Paulus-exegese van Luther, die ten grondslag ligt aan de gedachte van de rechtvaardiging van de goddeloze, ernstig wordt bekritiseerd. Inmiddels zijn daarop weer nuanceringen gekomen en wordt dit nieuwe perspectief ter discussie gesteld. Dat maakt het er allemaal niet eenvoudiger op.

Naschrift – 2
1) In de inleiding haal ik het boek Crisis der Middenorthodoxie (1952) van dr. H. Berkhof en de briefwisseling tussen dr. H. Berkhof en ds. G. Boer uit 1956 door elkaar.

2) In 2016 kwam het verzameld werk van ds. G. Boer uit: Tijdbetrokken vreemdelingschap.
Tweedehands zullen de boeken van ds. I. Kievit, ds. L. Kievit, ds. J.G. Woeldering, ds C. van der Wal verkrijgbaar zijn.
Meer recentere publicaties m.b.t. hervormd-gereformeerde prediking zijn de boeken van C. Graafland, W. Balke, W. Verboom en J. Hoek. Of de serie postilles: Woord der prediking.

Mijn punt was niet zozeer dat geschriften niet verkrijgbaar zijn, maar dat ik merk dat er eerder naar theologen van buiten de GB gegrepen wordt: Koopmans, Miskotte, Noordmans, Van Ruler. Of Engelstalig: Tom Wright, Tim Keller, Eugene H. Peterson.

Advertenties

Alternatieve homiletiek

Alternatieve homiletiek

In de afgelopen jaren ben ik heel wat benaderingen tegengekomen waarvan ik dacht: als ik deze benadering nu eens inzet in het preekproces, kan het mij heel veel opleveren. Hierbij een alternatieve homiletiek.

Deze alternatieve homiletiek is bedoeld als aanvulling op (en niet als vervanging van) het gebruikelijke proces van preekvoorbereiding. Voor mijzelf is de uitwerking hiervan een project waaraan ik tussen de bedrijven door mee bezig ben. In ieder geval in mijn reflectie. En misschien ook wel op papier

Opzet van elk hoofdstuk:
Wie – wat – uiteenzetting – toegepast op de preek – werkvormen – literatuursuggesties

I. Uitzoeken van de Bijbeltekst

1. De Bijbel elementair

2. Curriculum; einddoelen

3. Competentiegericht

4. Waar de kerk van leeft: zekerheid – gemeenschap – leer – sacrament (Christian Möller)

5. De geloofsbelijdenis als gids voor het persoonlijke leven (M. Craig Barnes)

II. Ontsluiten van de tekst

1. Biblioloog & bibliodrama

2. Lectio divina

3. Existentiële bijbeldidactiek (Ingo Baldermann)

4. Laaggeletterdheid

5. Kinder- en jongerentheologie

6. Meisjes en jongens als exegeten

7. Contextuele benadering

III. Boodschap van de preek

1. Elementarisering (Friedrich Schweitzer)

2. Basismotieven in de Bijbel (Gerd Theißen)

3. Motiverende gespreksvoering (Miller & Rollnick)

IV. Prediker

1. De basishouding van Carl Rogers

2. Communicatietheorie van Schulz von Thun

3. Transactionele analyse

4. Geloofwaardig leiderschap (Joke van Saane)

5. Minor poet (M. Craig Barnes)

6. Mystagoog (Henk van der Meulen; Paul M. Zulehner)

V. Hoorder en context

1. De ideale gemeente (bestaat niet) – Eugene Peterson / Reiner Knieling

2. Journalistieke benadering


3. Gevoeligheid voor de sociale milieus (Heinzpeter Hempelmann ea)

4. Dialogisch zelf (Hubert Hermans)

5. Levensloop: preken voor kinderen, jongeren, volwassenen, 50+, ouderen.

6. Pastoraat aan mannen

7. Kerk op het dorp

VI. Preek

1. Theo-poëzie

2. Leren van schrijvers, schilders, fotografen, filmmakers enz

3. De kunst afkijken van Bach en andere musici

4. Het kerklied als levensbegeleider (Michael Heymel)

5. Creative writing

6. Preek als kleinkunst; als song(tekst)

7. Marketing

8. Voetbal & kerk (Christian Möller, Michael Herbst, Thorsten Kapperer)

VII. Eredienst

1. Homiletische presentie

2. Enscenering; toneel


3. Performatieve godsdienstpedagogiek; kerk(ruimte)pedagogiek

4. Het gezangboek (Rainer Braun)


Dramaturgisch preken

Tot de verbeelding spreken. De predikant als acteur en regisseur

 De film heeft tegenwoordig ook impact op het  maken en houden van de preek. Martin Nicol, hoogleraar praktische theologie aan de universiteit van Erlangen, voert samen met zijn medewerker Alexander Deeg een pleidooi voor een dramaturgische homiletiek. Bij zowel de voorbereiding als het houden van de preek is men in de leer gegaan bij het toneel en de film. In hun model werken ze het uit aan de hand van de film, omdat toneel een elitair karakter heeft. In hun model komt het preekproces er anders uit te zien.

Dit model leidt tot een andere manier van voorbereiden, omdat er met andere ogen naar een bijbelverhaal wordt gekeken. De exegese wordt niet afgeschaft, maar de uitleg wordt heel anders. De spanningen die dramaturgische kracht hebben, blijken ook gewichtige theologische spanningen: tussen God en schepsel, tussen zondaar en Christus, tussen ons postmoderne alledaagse leven en de wereld van toen.

De predikant let in het bijbelgedeelte op een dramaturgische spanning. De predikant bedenkt niet meer hoe hij de tekst van toen naar nu kan halen. De hoorder in de kerk moet uiteindelijk in de wereld van de tekst worden geplaatst.

De preek die gehouden wordt bevindt zich al in het spanningsveld van God, gemeente en predikant. Daar heeft het de preek een eigen effect. Maar een acteur, hoe goed hij zijn best ook doet, heeft het nooit in de hand of het ook overkomt. Of zijn spel aanslaat. Het blijft een mysterieus gebeuren. In de kerkdienst is het ook een mysterieus gebeuren, omdat de Heilige Geest bepaald hoe een preek overkomt. Maar de predikant heeft wel de taak om de preek zo goed mogelijk uit te voeren.

Ook de opbouw van de preek wordt anders. De preek wordt geënsceneerd. De preek heeft in dit model niet meer de opbouw van een betoog, zoals voorheen dat wel het geval is. De retorica en argumentatie blijft van belang, maar krijgen een andere rol. Argumenten en retorische stijlfiguren staan ten dienste aan het scenario. Het gaat erom dat de hoorder wordt meegenomen en wordt aangeraakt.

Zo kan bij de opbouw van de preek kan men veel leren van de opbouw van een film. Een film is een opeenvolging van scènes. Bij een dvd kun je vaak de afzonderlijke scènes kiezen. Nicol en Deeg voeren een pleidooi om een preek uit verschillende scènes te laten bestaan. In een scène staat een bepaalde ontwikkeling of een onderdeel van een verhaal aan de orde stellen.

Dat is een verschil met vroeger. Voorheen werd de preek als een toespraak gezien. Om te leren preken kreeg men les in retorica. Het doel van een toespraak is om het publiek te overtuigen. Argumenten spelen daarin een belangrijke rol. Men lette bijvoorbeeld op beroemde redenaars, zoals politici.

Een film is iets anders dan een toespraak. Er worden ook andere zintuigen gebruikt. Een toespraak richt zich op het gehoor, een film op de kijker. De luisteraar bij een toespraak bevindt zich op een afstand tot de redenaar. Een luisteraar zal zich niet snel identificeren. De redenaar is vaak een expert. Deze expert praat over een onderwerp. Degene die de toespraak houdt, moet dus alle zeilen bijzetten om de luisteraar mee te krijgen. Hulpmiddelen als beamer en handout dragen bij aan de duidelijkheid, maar laten het onderwerp niet dichter bij komen.

Een film wil de kijker niet overtuigen, maar een bepaalde ervaring bij de kijker oproepen. Het doel van de film is vooral om de kijker te boeien, mee te nemen in zijn verhaal. Het gaat om verbeelding. Een goede regisseur weet hoe bepaalde ervaringen opgeroepen moeten worden. Vaak gebeurt dit door middel van suggestie. Door van perspectief te wisselen kunnen bepaalde beelden opgeroepen worden, terwijl de film die niet toont. Vaak zijn deze beelden die gesuggereerd worden krachtiger dan wanneer de beelden expliciet getoond worden.

De invloed van de film op andere vormen van kunst was al lang bekend. Zo is men in de literatuur onder invloed van de film gaan werken met flashbacks. Dramaturgisch preken probeert bij het maken van de preek te leren van film en toneel.

De rol van de predikant op de kansel is vergelijkbaar met een acteur. Een acteur staat er niet als privépersoon. Maar als persoon heeft hij wel veel invloed op zijn rol. De predikant staat er niet als privépersoon. Als persoon heeft de predikant veel invloed op zijn rol en daardoor ook op zijn boodschap. De luisteraars letten niet alleen op de boodschap, maar letten ook op gebaren, op intonatie, op alle mogelijke non-verbale signalen. Van een toneelspeler kan de predikant leren om zijn houding, zijn rol, zijn non-verbale communicatie, het gebruik van de ruimte bewust te gebruiken. Van een acteur kan de predikant leren hoe hij dit kan oefenen.

De rol van de predikant is ook vergelijkbaar met een regisseur. Een regisseur let op de verhaallijn, let op het vertoonde spel van de acteur, let op het effect van op de kijker. De regisseur ensceneert een relatie tussen de acteurs en de kijkers.

Deze enscenering is belangrijk voor een preek. Als de preek een toespraak is, blijft er een afstand lang niet altijd overbrugd kan worden. Het gevaar bestaat dat de preek een toespraak over de bijbel wordt. De kunst – die van de acteur en regisseur geleerd kan worden – is om de luisteraar te betrekken in het verhaal. De afstand tussen vroeger en nu moet zoveel mogelijk overwonnen worden. Anders wordt de preek een interessante lezing, maar geen verkondiging.

Het doel van de preek is immers om Gods Woord te verkondigen en niet om een interessante historische lezing te horen. Een kerkganger wil zelf betrokken worden in het verhaal van God. Als de bijbel actueel wil zijn, moet het meer zijn dan een historisch betrouwbaar boek. De bijbel moet dan ook een rol in ons leven spelen. Door de bijbel moeten wij betrokken worden in het verhaal van God.

Een regisseur heeft een aantal middelen tot zijn beschikking om de hoorder te betrekken:

–         De regisseur moet een goed verhaal hebben. Het verhaal moet op tot op zekere hoogte geloofwaardig en herkenbaar zijn.

–         Dat betekent dat het verhaal een goed begin, een goede verhaallijn en een goed einde moet hebben. Een begin moet verwachtingen scheppen. Het einde moet niet voorspelbaar zijn, maar ook niet te vreemd. Is het einde te voorspelbaar, dan haken kijkers halverwege al af. Volgt het einde niet logisch uit de verhaallijn, dan voelen de kijkers zich bedrogen.

–         Een verhaallijn moet dus boeiend genoeg zijn. Het verhaal moet verschillende lagen hebben, verschillende wendingen. Een film is een verhaal in beweging.

–         Een van de middelen om het verhaallijn boeiend te krijgen, is door gebruik te maken van spanningen. Een spanning bouwt men op door bewust gebruik te maken van tegenstellingen (flashbacks, perspectiefwisselingen).

De predikant kan gebruik maken van scènes, van spanningen en van enscenering om de hoorders te betrekken in het Woord van God.

Dramaturgisch preken heeft gevolgen voor het lezen van de bijbel. Men gaat dan op zoek naar spanningen:

–         tussen God en mens of tussen Schepper en schepsel.

–         tussen onze cultuur en de inhoud van de bijbel. Hoe christelijk wij ook zijn, de bijbel is niet altijd vertrouwd. Het lezen van de bijbel kan ook vervreemdend werken

–         tussen identificatie met de bijbel en vervreemding van de bijbel.

–         tussen verschillende bijbelgedeelten.

–         door bewust een tegenstelling te creëren met het bijbelgedeelte.

Dramaturgisch preken komt natuurlijk op in een belevingscultuur. Maar beleving als zodanig is niet belangrijk. De belangrijkste reden om tot dramaturgisch preken is het geloof dat God nu nog handelt en dat de bijbel actueel is. Het geloof dat de bijbel tot onze verbeelding spreekt, effect op ons heeft. De bijbel plaatst ons voor het aangezicht van God.

De preek is de actualisering van dit Woord van God. Daar hebben mensen (en dus ook predikanten) maar gedeeltelijk de regie over.

Elke preek heeft – door de werking van de Geest – onverwachte uitwerkingen. God zet door middel van evangelie mensen in beweging. De preek kan daar een bijdrage aan leveren. Dramaturgisch preken heeft veel aandacht voor de rol van de predikant. Tegelijkertijd heeft wordt die rol gerelativeerd: de predikant wordt medearbeider, medespeler op Gods toneel. Uiteindelijk is God de werkelijke regisseur.

ds. M.J. Schuurman

Een prediking die landt

Een prediking die landt

 Het is vaak een prettig gevoel om de laatste zin van een preek te typen. De klus is geklaard. Het was geen gemakkelijke klus om de inhoud van de preek te bedenken: een veelheid aan informatie binnen een week verwerkt (of in het slechtste geval binnen enkele uren). Die veelheid aan informatie helpt je echter niet verder. De exegese brengt je lang niet altijd bij de boodschap voor een preek. In de preekvoorbereiding is het vaak een frustrerende ervaring: wie helpt je bij het vinden van de boodschap voor een preek?

Een preek schrijven is een behoorlijke aanslag op de creativiteit. Maar dat is niet voor elke kerkganger merkbaar. Wat in de preek gezegd is, kan mooi klinken. Maar hoe breng je het in praktijk? Of het is een preek die niet raakt. Na het uittypen van de laatste zin ben ik er nog niet. Want een uitgetypte preek is nog geen preekvoordracht.

Om wat meer praktische handreikingen te krijgen, volgde ik een cursus van de IZB. In deze cursus wordt aandacht besteed aan de presentatie en de communicatie. Ook wordt er nagedacht over de boodschap in de preek. De cursus is behoorlijk confronterend: je ziet je eigen fouten. De preek blijft bijvoorbeeld in algemeenheden steken. Of de predikant denkt een boodschap voor nu te hebben, maar heeft het in werkelijkheid over de wereld van toen. Hoe kan een luisteraar gehoor geven aan de verkondiging? Het in praktijk brengen?

In deze cursus heb ik veel geleerd. Bijvoorbeeld om in het voorbereidingsproces ook veel meer tijd in te plannen om de boodschap voor nu te vinden. Het vinden van de boodschap voor vandaag de dag is net zo belangrijk als het ontdekken van de betekenis van de tekst.

 

De belangrijkste taak van een predikant is de bediening van Woord en sacrament. Dat staat in de kerkorde vermeld als eerste taak van een predikant (PKO 3-9-1). Door Woord en sacrament wordt de gemeente opgebouwd. Maar zo makkelijk werkt dat niet in de praktijk. Andere taken dreigen meer ruimte in de weekplanning in te nemen. Wie de opbouw van de gemeente serieus wil nemen, moet dus andere prioriteiten stellen. En meer ruimte inplannen voor de voorbereiding van de verkondiging.

Maar dan ben ik er nog niet, want ik moet ook aan jezelf denken. Hoe blijf ik zelf dicht bij de Heere? Hoe kun je de Heilige Geest verwachten als je zelf geen tijd neemt om te luisteren naar de Geest? Het heeft mij altijd verbaasd, dat er in de opleiding zo weinig aandacht is voor deze onderdelen van het predikantschap: hoe blijf je zelf open voor God en Zijn Woord? Als het mij niet geleerd wordt, hoe kan ik dan verkondigen? Hoe kan ik dan een bijdragen aan de opbouw van de gemeente? Reden genoeg om zelf te werken aan de verbetering van de eigen preken. In dienst van de verkondiging van Gods Woord.

 

                                               Ds. M.J. Schuurman

                                               Ilpendam – Watergang (Noord-Holland)