Alternatieve homiletiek

Alternatieve homiletiek

In de afgelopen jaren ben ik heel wat benaderingen tegengekomen waarvan ik dacht: als ik deze benadering nu eens inzet in het preekproces, kan het mij heel veel opleveren. Hierbij een alternatieve homiletiek.

Deze alternatieve homiletiek is bedoeld als aanvulling op (en niet als vervanging van) het gebruikelijke proces van preekvoorbereiding. Voor mijzelf is de uitwerking hiervan een project waaraan ik tussen de bedrijven door mee bezig ben. In ieder geval in mijn reflectie. En misschien ook wel op papier

Opzet van elk hoofdstuk:
Wie – wat – uiteenzetting – toegepast op de preek – werkvormen – literatuursuggesties

I. Uitzoeken van de Bijbeltekst

1. De Bijbel elementair

2. Curriculum; einddoelen

3. Competentiegericht

4. Waar de kerk van leeft: zekerheid – gemeenschap – leer – sacrament (Christian Möller)

5. De geloofsbelijdenis als gids voor het persoonlijke leven (M. Craig Barnes)

II. Ontsluiten van de tekst

1. Biblioloog & bibliodrama

2. Lectio divina

3. Existentiële bijbeldidactiek (Ingo Baldermann)

4. Laaggeletterdheid

5. Kinder- en jongerentheologie

6. Meisjes en jongens als exegeten

7. Contextuele benadering

III. Boodschap van de preek

1. Elementarisering (Friedrich Schweitzer)

2. Basismotieven in de Bijbel (Gerd Theißen)

3. Motiverende gespreksvoering (Miller & Rollnick)

IV. Prediker

1. De basishouding van Carl Rogers

2. Communicatietheorie van Schulz von Thun

3. Transactionele analyse

4. Geloofwaardig leiderschap (Joke van Saane)

5. Minor poet (M. Craig Barnes)

6. Mystagoog (Henk van der Meulen; Paul M. Zulehner)

V. Hoorder en context

1. De ideale gemeente (bestaat niet) – Eugene Peterson / Reiner Knieling

2. Journalistieke benadering


3. Gevoeligheid voor de sociale milieus (Heinzpeter Hempelmann ea)

4. Dialogisch zelf (Hubert Hermans)

5. Levensloop: preken voor kinderen, jongeren, volwassenen, 50+, ouderen.

6. Pastoraat aan mannen

7. Kerk op het dorp

VI. Preek

1. Theo-poëzie

2. Leren van schrijvers, schilders, fotografen, filmmakers enz

3. De kunst afkijken van Bach en andere musici

4. Het kerklied als levensbegeleider (Michael Heymel)

5. Creative writing

6. Preek als kleinkunst; als song(tekst)

7. Marketing

8. Voetbal & kerk (Christian Möller, Michael Herbst, Thorsten Kapperer)

VII. Eredienst

1. Homiletische presentie

2. Enscenering; toneel


3. Performatieve godsdienstpedagogiek; kerk(ruimte)pedagogiek

4. Het gezangboek (Rainer Braun)


Dramaturgisch preken

Tot de verbeelding spreken. De predikant als acteur en regisseur

 De film heeft tegenwoordig ook impact op het  maken en houden van de preek. Martin Nicol, hoogleraar praktische theologie aan de universiteit van Erlangen, voert samen met zijn medewerker Alexander Deeg een pleidooi voor een dramaturgische homiletiek. Bij zowel de voorbereiding als het houden van de preek is men in de leer gegaan bij het toneel en de film. In hun model werken ze het uit aan de hand van de film, omdat toneel een elitair karakter heeft. In hun model komt het preekproces er anders uit te zien.

Dit model leidt tot een andere manier van voorbereiden, omdat er met andere ogen naar een bijbelverhaal wordt gekeken. De exegese wordt niet afgeschaft, maar de uitleg wordt heel anders. De spanningen die dramaturgische kracht hebben, blijken ook gewichtige theologische spanningen: tussen God en schepsel, tussen zondaar en Christus, tussen ons postmoderne alledaagse leven en de wereld van toen.

De predikant let in het bijbelgedeelte op een dramaturgische spanning. De predikant bedenkt niet meer hoe hij de tekst van toen naar nu kan halen. De hoorder in de kerk moet uiteindelijk in de wereld van de tekst worden geplaatst.

De preek die gehouden wordt bevindt zich al in het spanningsveld van God, gemeente en predikant. Daar heeft het de preek een eigen effect. Maar een acteur, hoe goed hij zijn best ook doet, heeft het nooit in de hand of het ook overkomt. Of zijn spel aanslaat. Het blijft een mysterieus gebeuren. In de kerkdienst is het ook een mysterieus gebeuren, omdat de Heilige Geest bepaald hoe een preek overkomt. Maar de predikant heeft wel de taak om de preek zo goed mogelijk uit te voeren.

Ook de opbouw van de preek wordt anders. De preek wordt geënsceneerd. De preek heeft in dit model niet meer de opbouw van een betoog, zoals voorheen dat wel het geval is. De retorica en argumentatie blijft van belang, maar krijgen een andere rol. Argumenten en retorische stijlfiguren staan ten dienste aan het scenario. Het gaat erom dat de hoorder wordt meegenomen en wordt aangeraakt.

Zo kan bij de opbouw van de preek kan men veel leren van de opbouw van een film. Een film is een opeenvolging van scènes. Bij een dvd kun je vaak de afzonderlijke scènes kiezen. Nicol en Deeg voeren een pleidooi om een preek uit verschillende scènes te laten bestaan. In een scène staat een bepaalde ontwikkeling of een onderdeel van een verhaal aan de orde stellen.

Dat is een verschil met vroeger. Voorheen werd de preek als een toespraak gezien. Om te leren preken kreeg men les in retorica. Het doel van een toespraak is om het publiek te overtuigen. Argumenten spelen daarin een belangrijke rol. Men lette bijvoorbeeld op beroemde redenaars, zoals politici.

Een film is iets anders dan een toespraak. Er worden ook andere zintuigen gebruikt. Een toespraak richt zich op het gehoor, een film op de kijker. De luisteraar bij een toespraak bevindt zich op een afstand tot de redenaar. Een luisteraar zal zich niet snel identificeren. De redenaar is vaak een expert. Deze expert praat over een onderwerp. Degene die de toespraak houdt, moet dus alle zeilen bijzetten om de luisteraar mee te krijgen. Hulpmiddelen als beamer en handout dragen bij aan de duidelijkheid, maar laten het onderwerp niet dichter bij komen.

Een film wil de kijker niet overtuigen, maar een bepaalde ervaring bij de kijker oproepen. Het doel van de film is vooral om de kijker te boeien, mee te nemen in zijn verhaal. Het gaat om verbeelding. Een goede regisseur weet hoe bepaalde ervaringen opgeroepen moeten worden. Vaak gebeurt dit door middel van suggestie. Door van perspectief te wisselen kunnen bepaalde beelden opgeroepen worden, terwijl de film die niet toont. Vaak zijn deze beelden die gesuggereerd worden krachtiger dan wanneer de beelden expliciet getoond worden.

De invloed van de film op andere vormen van kunst was al lang bekend. Zo is men in de literatuur onder invloed van de film gaan werken met flashbacks. Dramaturgisch preken probeert bij het maken van de preek te leren van film en toneel.

De rol van de predikant op de kansel is vergelijkbaar met een acteur. Een acteur staat er niet als privépersoon. Maar als persoon heeft hij wel veel invloed op zijn rol. De predikant staat er niet als privépersoon. Als persoon heeft de predikant veel invloed op zijn rol en daardoor ook op zijn boodschap. De luisteraars letten niet alleen op de boodschap, maar letten ook op gebaren, op intonatie, op alle mogelijke non-verbale signalen. Van een toneelspeler kan de predikant leren om zijn houding, zijn rol, zijn non-verbale communicatie, het gebruik van de ruimte bewust te gebruiken. Van een acteur kan de predikant leren hoe hij dit kan oefenen.

De rol van de predikant is ook vergelijkbaar met een regisseur. Een regisseur let op de verhaallijn, let op het vertoonde spel van de acteur, let op het effect van op de kijker. De regisseur ensceneert een relatie tussen de acteurs en de kijkers.

Deze enscenering is belangrijk voor een preek. Als de preek een toespraak is, blijft er een afstand lang niet altijd overbrugd kan worden. Het gevaar bestaat dat de preek een toespraak over de bijbel wordt. De kunst – die van de acteur en regisseur geleerd kan worden – is om de luisteraar te betrekken in het verhaal. De afstand tussen vroeger en nu moet zoveel mogelijk overwonnen worden. Anders wordt de preek een interessante lezing, maar geen verkondiging.

Het doel van de preek is immers om Gods Woord te verkondigen en niet om een interessante historische lezing te horen. Een kerkganger wil zelf betrokken worden in het verhaal van God. Als de bijbel actueel wil zijn, moet het meer zijn dan een historisch betrouwbaar boek. De bijbel moet dan ook een rol in ons leven spelen. Door de bijbel moeten wij betrokken worden in het verhaal van God.

Een regisseur heeft een aantal middelen tot zijn beschikking om de hoorder te betrekken:

–         De regisseur moet een goed verhaal hebben. Het verhaal moet op tot op zekere hoogte geloofwaardig en herkenbaar zijn.

–         Dat betekent dat het verhaal een goed begin, een goede verhaallijn en een goed einde moet hebben. Een begin moet verwachtingen scheppen. Het einde moet niet voorspelbaar zijn, maar ook niet te vreemd. Is het einde te voorspelbaar, dan haken kijkers halverwege al af. Volgt het einde niet logisch uit de verhaallijn, dan voelen de kijkers zich bedrogen.

–         Een verhaallijn moet dus boeiend genoeg zijn. Het verhaal moet verschillende lagen hebben, verschillende wendingen. Een film is een verhaal in beweging.

–         Een van de middelen om het verhaallijn boeiend te krijgen, is door gebruik te maken van spanningen. Een spanning bouwt men op door bewust gebruik te maken van tegenstellingen (flashbacks, perspectiefwisselingen).

De predikant kan gebruik maken van scènes, van spanningen en van enscenering om de hoorders te betrekken in het Woord van God.

Dramaturgisch preken heeft gevolgen voor het lezen van de bijbel. Men gaat dan op zoek naar spanningen:

–         tussen God en mens of tussen Schepper en schepsel.

–         tussen onze cultuur en de inhoud van de bijbel. Hoe christelijk wij ook zijn, de bijbel is niet altijd vertrouwd. Het lezen van de bijbel kan ook vervreemdend werken

–         tussen identificatie met de bijbel en vervreemding van de bijbel.

–         tussen verschillende bijbelgedeelten.

–         door bewust een tegenstelling te creëren met het bijbelgedeelte.

Dramaturgisch preken komt natuurlijk op in een belevingscultuur. Maar beleving als zodanig is niet belangrijk. De belangrijkste reden om tot dramaturgisch preken is het geloof dat God nu nog handelt en dat de bijbel actueel is. Het geloof dat de bijbel tot onze verbeelding spreekt, effect op ons heeft. De bijbel plaatst ons voor het aangezicht van God.

De preek is de actualisering van dit Woord van God. Daar hebben mensen (en dus ook predikanten) maar gedeeltelijk de regie over.

Elke preek heeft – door de werking van de Geest – onverwachte uitwerkingen. God zet door middel van evangelie mensen in beweging. De preek kan daar een bijdrage aan leveren. Dramaturgisch preken heeft veel aandacht voor de rol van de predikant. Tegelijkertijd heeft wordt die rol gerelativeerd: de predikant wordt medearbeider, medespeler op Gods toneel. Uiteindelijk is God de werkelijke regisseur.

ds. M.J. Schuurman

Een prediking die landt

Een prediking die landt

 Het is vaak een prettig gevoel om de laatste zin van een preek te typen. De klus is geklaard. Het was geen gemakkelijke klus om de inhoud van de preek te bedenken: een veelheid aan informatie binnen een week verwerkt (of in het slechtste geval binnen enkele uren). Die veelheid aan informatie helpt je echter niet verder. De exegese brengt je lang niet altijd bij de boodschap voor een preek. In de preekvoorbereiding is het vaak een frustrerende ervaring: wie helpt je bij het vinden van de boodschap voor een preek?

Een preek schrijven is een behoorlijke aanslag op de creativiteit. Maar dat is niet voor elke kerkganger merkbaar. Wat in de preek gezegd is, kan mooi klinken. Maar hoe breng je het in praktijk? Of het is een preek die niet raakt. Na het uittypen van de laatste zin ben ik er nog niet. Want een uitgetypte preek is nog geen preekvoordracht.

Om wat meer praktische handreikingen te krijgen, volgde ik een cursus van de IZB. In deze cursus wordt aandacht besteed aan de presentatie en de communicatie. Ook wordt er nagedacht over de boodschap in de preek. De cursus is behoorlijk confronterend: je ziet je eigen fouten. De preek blijft bijvoorbeeld in algemeenheden steken. Of de predikant denkt een boodschap voor nu te hebben, maar heeft het in werkelijkheid over de wereld van toen. Hoe kan een luisteraar gehoor geven aan de verkondiging? Het in praktijk brengen?

In deze cursus heb ik veel geleerd. Bijvoorbeeld om in het voorbereidingsproces ook veel meer tijd in te plannen om de boodschap voor nu te vinden. Het vinden van de boodschap voor vandaag de dag is net zo belangrijk als het ontdekken van de betekenis van de tekst.

 

De belangrijkste taak van een predikant is de bediening van Woord en sacrament. Dat staat in de kerkorde vermeld als eerste taak van een predikant (PKO 3-9-1). Door Woord en sacrament wordt de gemeente opgebouwd. Maar zo makkelijk werkt dat niet in de praktijk. Andere taken dreigen meer ruimte in de weekplanning in te nemen. Wie de opbouw van de gemeente serieus wil nemen, moet dus andere prioriteiten stellen. En meer ruimte inplannen voor de voorbereiding van de verkondiging.

Maar dan ben ik er nog niet, want ik moet ook aan jezelf denken. Hoe blijf ik zelf dicht bij de Heere? Hoe kun je de Heilige Geest verwachten als je zelf geen tijd neemt om te luisteren naar de Geest? Het heeft mij altijd verbaasd, dat er in de opleiding zo weinig aandacht is voor deze onderdelen van het predikantschap: hoe blijf je zelf open voor God en Zijn Woord? Als het mij niet geleerd wordt, hoe kan ik dan verkondigen? Hoe kan ik dan een bijdragen aan de opbouw van de gemeente? Reden genoeg om zelf te werken aan de verbetering van de eigen preken. In dienst van de verkondiging van Gods Woord.

 

                                               Ds. M.J. Schuurman

                                               Ilpendam – Watergang (Noord-Holland)