Preek zondagavond 2 juli 2017

Preek zondagavond 2 juli 2017
Dankzegging en nabetrachting Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Psalm 36

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Psalm 36 begint met een innerlijke stem:
De overtreding van de goddeloze spreekt binnen in mijn hart.

Er zijn heel wat stemmen in onszelf,
ook als je in een kerkdienst aan de avondmaalstafel zit:
– ‘Heb ik er wel goed aan gedaan om naar de tafel te komen,
Want ik heb er in de afgelopen tijd niet echt naar geleefd.’
– ‘Het avondmaal wordt altijd als iets bijzonders gebracht, maar ik voel van binnen niets.
Hoor ik wel iets te ervaren? Doe ik het niet goed, omdat ik niets binnen in mij merk?’
– ‘Wat is het fijn om bij Christus te zijn en mijn zonden achter te laten.
Ik neem mij voor om de komende tijd echt uit Christus te leven.
Ik was vanmorgen zo heel dicht bij Christus, dat wil ik echt vasthouden de komende tijd.’

Daar is avondmaal ook voor bedoeld, dat je de stem van Christus weer verneemt
En dat je je in de komende tijd ook weer laat leiden door Zijn stem
dat je niet ingaat om de andere stemmen die er zijn, die ook in je kunnen klinken.
Psalm 36 begint ermee dat bij bepaalde personen een andere stem klinkt,
die veel overheersender is, een stem waardoor iemand zich laat leiden.
De zonde die diep van binnen in iemand klinkt,
een stem die van binnen zegt: trek je niets aan van God.
Je hoeft in je doen en laten niet met God bezig te zijn.
Trek je eigen plan, een weg zonder God.
Het is voor iemand die gelooft een afschrikwekkend voorbeeld:
Zo wil je niet leven, zo los van God en alleen je eigen plan,
zonder dat je jezelf rekenschap geeft van God.
Je kunt juist dankbaar zijn, dat er in je eigen leven een andere stem heeft geklonken,
de stem van Christus, die je geroepen heeft om naar Hem toe te gaan,
een stem die in de afgelopen week misschien weer heel duidelijk geklonken heeft:
‘Zondag is het avondmaal. Kom naar de tafel en ontvang van Mij brood en wijn,
als tekenen van Mijn genade,
kom bij Mij aan tafel zitten, maak deel uit van Mijn gemeenschap,
kom een stukje brood nemen, kom een slokje wijn drinken,
proef dan weer Mijn genade, weet dan weer dat Ik voor jou aan het kruis ben gegaan.’

Je zou willen dat deze stem steeds de enige stem is, die in je klinkt,
die je luid en duidelijk de weg wijst, die je steeds meeneemt
en ervoor zorgt dat je naar al die andere stemmen niet meer luistert.
Toch klinken die andere stemmen nog steeds.
En dan zal het vast niet zo extreem zijn als bij de goddeloze,
waarbij alleen de zonde het voor het zeggen heeft
en waarin de stem van God wordt bespot: aan God heb je niets, zonder Hem ben ik beter af.
In de eerste dagen zul je zulke stemmen nog negeren of het zwijgen op willen leggen,
waarbij je aan de afgelopen zondag terugdenkt, en het brood en de wijn haast nog proeft,
en je jezelf nog ziet zitten aan de tafel,
je weet nog wat er door je heen ging, dat het weer indruk op je maakte,
wat Christus voor je heeft over gehad, dat het je weer greep: Christus is voor mij gestorven!
En je herinnert je nog heel duidelijk dat je het had voorgenomen,
om in de komende weken dicht bij Christus te blijven en alleen naar Hem te luisteren.
Misschien ook omdat er in de afgelopen periode juist de klad in gekomen was
en je wist, dat moet ik niet weer laten gebeuren,
want dan gaat het mijn geloof achteruit en dan raak ik Christus uit het oog.
En vanmorgen, bij het avondmaal was Hij er weer,
was er weer Zijn brood en wijn, was er weer die genade,
was het zoals Psalm 36 dat bezingt:
Zij worden verzadigd met de overvloed uit Uw huis;
U laat hen drinken uit Uw beek vol verrukkelijke gaven.
Het is iets wat je meekrijgt voor de komende weken, waar je op mag teren
en je zou het willen dat het er steeds weer voor je is,
zoals vers 11 in de NBV is vertaald: Toon aan uw getrouwen gedurig uw liefde.
Gedurig: aanhoudend, onophoudelijk, constant.
Laat er geen dag voorbij gaan zonder iets te zien, te merken van die liefde.
Laat mij steeds weer terugkomen bij die bron van het leven.
Want anders drogen wij net zo uit als het gras dat om het huis staat,
het is droog en bruin, het groeit lang niet zo goed als wanneer er water genoeg is.
Zo kunnen wij ook niet zonder die constante aanstroom van liefde.
En als er momenten zijn waarop ik vergeet om naar die bron te gaan,
dagen waarop ik vergeet om dit water van het leven te drinken,
zorg dan dat ik stil kom te staan, laat mij niet verder gaan zonder U.
Dwing mij desnoods om U weer onder ogen te komen,
want al denk ik dat ik zonder U kan, ik houd het echt niet lang uit.

Hoe voorkom je nu dat deze stem verdrongen wordt, door die andere stem
waar de psalm mee begint, de stem die diep van binnen kan klinken,
maar die je juist een andere weg wilt doen gaan, niet Gods weg,
maar bij Hem vandaan.
Ook in de komende tijd zullen we geen volkomen geloof hebben,
ook in de komende tijd zullen we God niet altijd met zo’n ijver dienen als we horen te doen,
ook in de komende tijd hebben we elke dag weer opnieuw strijd te voeren
– strijd omdat ons geloof en vertrouwen vaak zo zwak is,
– strijd omdat we de tekenen om ons heen, die spreken van Gods trouw en liefde niet horen:
hoog als de hemel is Uw liefde en tot de wolken Uw trouw
we horen deze stem die van Gods goedheid en liefde spreekt vaak niet.
er is strijd, omdat ook in ons die zonde blijft spreken,
wij komen daar niet helemaal los van,
We bevinden ons tussen twee werelden:
De wereld van de goddeloze en de wereld van God
en van beide kanten wordt aan ons getrokken:
Als een strijd die om ons gevoerd wordt, van God en de zonde,
van de boze, die aan ons trekt, die ook een stem in ons heeft, en tot ons spreekt,
die verleiding in ons kan laten opvlammen en daarbij ons geweten in slaap sust,
door te suggereren dat het helemaal niet zo erg is dat je je laat gaan.
Want iedereen doet dat, en niemand is perfect, de boog kan toch niet altijd gespannen staan.
Aan het einde van de psalm klinkt het besef door,
dat de boze je kan meetrekken, voor ons te sterk kan zijn.
Er klinkt een gebed om geen nederlaag te hoeven te leiden,
om niet meegesleurd te worden door een machtiger iemand.
Dat kan een mens zijn tegen wie je niet opgewassen voelt,
maar dat kan ook de boze zijn, die het steeds weer probeert
om je van Christus weg te leiden, op een andere weg,
een weg van minder moeiten, minder tegenstand.
Het is een gebed om dan Gods macht te zien, die zichtbaar werd op Golgotha
waar de macht van de boze werd gebroken,
om die macht ook concreet in je eigen leven te zien
als de boze op je afkomt, om je weer zijn kant op te trekken,
om je te doen vergeten dat je het zo goed had aan tafel bij de Heere Jezus,
om je te doen vergeten dat je zo overweldigd was door alles wat de Heere geeft,
de dankbaarheid en verwondering over God die in de psalm doorklinkt
een dankbaarheid en verwondering die er vanmorgen vast ook was,
en vaak in een kerkdienst, de verwondering over Gods trouw.
Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid, o God!
Die verwondering en die dankbaarheid kan weg zijn, als die andere stem luider klinkt,
die stem waartegen je moet vechten, maar die geregeld sterker is.
daarom dat naar de Heere toegaan om onder Zijn vleugels te schuilen

Daarom dat gebed: laat het niet gebeuren dat de boze sterker is.
Laat het niet gebeuren dat hij mij weer in zijn greep krijgt.
Ik heb juist vanmorgen aan de tafel toch weer gevierd,
dat ik ben bevrijd uit zijn macht,
dat ik die door de boze overweldigd was, gekidnapt, ontvoerd,
bevrijd ben uit die macht en weer in vrijheid mag leven.
Daar werd Hij gebonden, opdat Hij ons zou losmaken.
Vanmorgen is er gevierd, dat de boeien waarmee de boze u had vastgemaakt,
losgebroken zijn en dat hij u moest laten gaan,
maar hij zal niet rusten voor hij u weer terug heeft in zijn macht,
voordat zijn stem weer in u klinkt en u daaraan gehoor geeft.
Maar u heeft ook avondmaal gevierd om te weten
dat u mag leven onder de bescherming van Christus,
de toevlucht genomen onder de schaduw van Uw vleugels.

Weggehaald uit de wereld van de goddeloze,
al zal het niet voor iedereen zo extreem zijn als hoe de goddeloze wordt beschreven,
maar wel weggehaald uit de macht van de boze
om ons te laten leven in de andere wereld, waar Psalm 36 ook over spreekt,
een totaal tegenovergestelde wereld: die van Gods liefde en trouw,
die over heel de wereld gaat, die ieder mens wil bereiken,
een wereld waarin u nu al mag leven, door Christus’ genade.
Het heeft Christus heel wat gekost om ons daar te krijgen:
Hij gaf daarvoor Zijn eigen leven
en vanmorgen heeft u dat weer mogen vieren, dat Hij dat voor u over had,
dat Hij bereid was om Zijn leven te geven
voor mensen die naar de stem van een ander hadden geluisterd,
die op een weg gingen, die niet door Hem was uitgestippeld, die kozen voor het kwade.

Dat is nu die goedertierenheid, die trouw waar deze psalm zo uitbundig van zingt.
Die zo overweldigend groot is – die tot in de hemel reikt,
waar de hele aarde vol van is, die de sfeer is waarin we mogen leven,
de lucht die we mogen opademen, die we mogen inhaleren, als bevrijde mensen.
Avondmaal vieren is je geluk niet op kunnen,
omdat God zo genadig is geweest je mee te nemen naar Zijn wereld
in het geloof dat die oude wereld eens voorbij zal zijn
en er een nieuwe wereld zal komen, die weer helemaal vol van God zal zijn.
Waar de goddeloze, waar de hooghartige geen plek meer heeft,
Waar de boze er niet meer is, radicaal en voorgoed uit onze werkelijkheid verbannen.

De psalm neemt op die toekomst, die er na de Wederkomst zal zijn, een voorschot.
Het blijft niet bij het gebed, om verlossing en bescherming tegen die machtige vijand.
In het geloof wordt gezien dat degenen die nu macht hebben, geweldenaars zijn,
plaats zullen maken, zullen omvallen, onderuit zullen gaan,
omdat zij niet bestand zijn tegen die sterke Held, die ons terzijde staat.
Door God aan ons toegewezen.

Vraagt gij zijn naam?
Zo weet, dat Hij de Christus heet,
Gods eengeboren Zoon,
verwinnaar op de troon:
de zeeg’ is ons beschoren!

Avondmaal is schuilen bij deze held, die de vijand heeft verslagen,
die ons laat weten, dat we niet meer hoeven te vrezen,
dat we niet meer onder de indruk hoeven te zijn
dat we niet meer gevangen hoeven te zijn, niet meer machteloos.
Al zullen we nog steeds onderuit gaan en zullen we nog steeds verliezen,
we hebben iemand die met ons meestrijdt, die voor ons strijdt
die voor ons gestreden heeft, die de overwinning reeds heeft behaald
en vanuit die overwinning ons reeds geeft
om in de tijd die ons op aarde nog rest te strijden tegen alles
wat ons van de weg van God vandaan houdt.
Gebed en geloof gaan hier hand in hand, zoals zo vaak in het leven
en hoort dat niet altijd zo te zijn?
Dat we steeds bidden, schuilen bij God, vragen om Zijn bescherming
en tegelijk geloven en weten, dat Gods macht er is en zal zijn
en niemand ons uit de hand van Christus zal rukken,
zelfs niet degene die sterker is dan wij.


Dan kunnen we om ons heen nog zo veel zien,
dat tegen God in gaat, dat ons aangrijpt,
Waardoor we ons afvragen, waarom is er zoveel onrecht in deze wereld.
Als Gods macht over heel de wereld is en als Gods liefde over heel de wereld gaat,
waarom is er dan nog plek op deze aarde voor de goddeloze,
waarom kan er dan toch weer iemand opstaan die hooghartig is,
en in zijn hoogmoed tegen God strijdt en tegen de kerk.
Daar kun je aan lijden, zeker als je er zelf mee te maken hebt
dat er tegenstand is omdat je gelooft
Daar kun je aan lijden, omdat je weet dat er op deze wereld
broeders en zusters zijn die het minder riant hebben dan wij,
die weten wat het is om vertrapt te worden, die weten wat het is om opgejaagd te worden.
Waarom?
Als er al een antwoord te geven is, is dat wat de Heere Jezus zegt,
als Hij spreekt over het liefhebben van onze vijanden:
God laat Zijn zon schijnen over goede en slechte mensen
en laat het regenen over rechtvaardige en onrechtvaardige mensen,
zodat de goedheid van God die daaruit spreekt het hart zal raken
en een omkeer te weeg brengt, de ogen opent voor de Heere,
het verlangen opwekt om ook bij deze goede God te horen,
die ook aan mensen die Zijn genade niet verdienen royaal Zijn genade uitdeelt
en hen laat proeven van Zijn goedertierenheid
hen laat drinken uit de bron van het leven,
zodat ook zij de genadige God mogen leren kennen, Hem leren aanbidden,
zijn macht, zijn liefde, zijn trouw gaan bezingen,
samen met al die mensen door al de eeuwen heen
van wie het hart vol is geraakt van deze God,
die er helemaal lyrisch van kunnen worden hoe deze God is.
HEERE Uw goedertierenheid reikt tot in de hemel
ook ik ben daarmee in aanraking gekomen, het heeft ook mijn hart geraakt,.
Uw trouw is tot in de wolken
zo oneinding groot en toch ook voor mij,
Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid voor mij geworden. Ik kan er niet meer buiten.
Daarom keer ik steeds weer terug bij U, elke dag weer, vanwege dat wat U geeft.
De overvloed van Uw huis, Uw beek die vol is, de verrukkelijke gaven.
Want bij U is de bron van het leven – meer hebben wij niet nodig.
U bent voor ons alles geworden.
Amen

Advertenties

Preek zondagmorgen 2 juli 2017

Preek zondagmorgen 2 juli 2017
Viering Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Psalm 36
Tekst: Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid, o God!
Daarom nemen de mensen de toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels
Zij worden verzadigd met het goede van Uw huis
U laat hen drinken uit Uw beek vol verrukkelijke gaven (vers 8-9)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als het avondmaal er weer aankomt, word je weer gedwongen om over jezelf na te denken.
Althans zo vergaat mij dat.
Ik ga de afgelopen maanden na: Hoe heb ik geleefd met de Heere?
Je kijkt in als het ware in een spiegel:
Hoe ben ik geweest naar God toe, naar de mensen om mij heen?
Het is altijd weer confronterend, want je kunt altijd wel iets bedenken, wat mis is gegaan.
Ik hoorde een keer iemand zeggen: ‘Het is een heel intensieve week,
maar ik zou die week niet willen missen. Dat intensieve is ook niet erg.’
Het is goed om zo over jezelf na te denken, zeker rondom het avondmaal.
Om eerlijk aan de Heere te belijden als het niet goed zat
en dat niet weg te duwen en te doen alsof dat niet erg is,
maar om daarmee naar de Heere te gaan: Heere, wilt U mij vergeven, mij reinigen?

In de afgelopen weken dacht ik voor mijzelf na over de vraag:
Moet je nu eerst weten dat het mis zit, eerst inzien dat we in ons geloof en wat we doen
tekortschieten en vaak niet doen wat de Heere van ons vraagt?
Of kun je ook eerst onder de indruk zijn van de liefde die de Heere voor ons heeft,
dat je geraakt bent door het besef dat de Heere ook jou genadig wil zijn?
Ik merk bij mijzelf dat ik vaak begin bij de liefde, bij de genade
als ik dan daar over na begin te denken raak ik weer helemaal verwonderd over de Heere.
Dat was voor mij een reden om deze Psalm 36 te kiezen,
omdat deze Psalm zo heel uitbundig over de trouw, de genade van de Heere zingt.
Dan kan ik als ik deze Psalm lees en zing ook verlangen naar het Avondmaal,
waar weer zichtbaar wordt, in het brood dat gebroken wordt, de wijn die uitgegoten wordt,
hoe de Heere Jezus Zich voor mij heeft gegeven,
ondanks mijn fouten en tekorten, ondanks dat ik het er vaak bij laat zitten.
Dan denk ik na over het avondmaal en zie ik de gemeenteleden weer zitten
en weet je dat er voor heel wat gemeenteleden een stap is
om naar voren te lopen en aan het avondmaal te gaan.
Dat gun je ze dan ook, dat ze uitkomen bij de Heere Jezus.
Dat ze niet alleen met zichzelf blijven,
want daar is het avondmaal uiteindelijk niet voor bedoeld dat iemand over zichzelf nadenkt
en er dan niet uitkomt en dan alleen achter blijft met zijn eigen zonden.
Het avondmaal is er niet alleen voor om te laten zien dat het aan onze kant mis zit,
– we hoeven dat niet weg te doen, dat mogen we, moeten we eerlijk onder ogen komen –
maar het avondmaal is er ook voor om ons te laten zien, te laten proeven zelfs
dat God Zijn genade geeft – juist omdat wij die genade nodig hebben
en zonder die genade niet kunnen bestaan.
Dat je naar de Heere toe mag gaan om van je zonden, van je falen los te komen,
omdat bij de Heere vergeving is.
Avondmaal gaat over dat onvoorstelbare: de Heere wil ons vergeven,
Hij wil naar ons toekomen en wij mogen naar Hem toe gaan.
Schuilen onder de schaduw van Uw vleugels, zingt de Psalm.
En dat kan, dat schuilen, dat heel dicht bij Hem komen,
vanwege Zijn goedertierenheid – trouw, liefde, geduld.
Als je bij Hem komt, omdat je Hem nodig hebt, stuurt Hij je niet weg,
De hoge en heilige God, die de zonde niet bij Zich duldt,
duldt wel de mensen in Zijn nabijheid, Hij nodigt hen zelf en roept hen
om naar Hem toe te komen, bij Hem te schuilen.
Hij roept u, Hij nodigt jou uit. Hij wil niets liever dan dat jij, u komt, om bij Hem te zijn.
Dat leeft er in Zijn hart en dat werd zichtbaar op Golgotha
en vanmorgen wordt het weer zichtbaar in dat brood dat gebroken wordt
en waarvan u, jij een stukje mag eten.
Dat wordt zichtbaar in de wijn die wordt uitgegoten
en waarvan u, jij een slok mag drinken.
Dat brood dat gebroken wordt en ook de wijn die uitgegoten wordt,
dat is een uitnodiging: Kom maar, want het zit goed,
het zit goed tussen jou en Mij, want Ik ben een het kruis gegaan
en die plek daar aan die tafel, daarvoor heb Ik gezorgd.
Kom maar bij Mij schuilen, als de zonde tegen je zegt: ‘Daar hoor je niet.’
Kom maar bij Mij schuilen, als je eigen hart je aanklaagt en zegt: ‘Dat is niet voor jou.’
Kom maar hier bij Mij.
Waarom zou je wel luisteren naar de stem die je tegenhoudt
en niet naar de stem die je uitnodigt?
Zie je niet dat Ik het ben, je Heiland, je Redder, je Zaligmaker,
en geloof je dan niet, dat Ik voor jou gestorven ben?
Wijs niet Mij, je Heer, je redder af, maar ontvang dan Mijn genade.
Zie je dan niet, dat die plek daar aan die tafel, de plek bij Mij, er voor jou is
om vergeving te ontvangen, om bij Mij te zijn, brood en wijn tot je nemen
om daarmee aan te geven dat je zonder Mij niet kunt leven?
Als je bij Mij komt, is daar ook het goede dat Ik je wilt geven.
Zij worden verzadigd met het goede van Uw huis
U laat hen drinken uit Uw beek vol verrukkelijke gaven
Het is brood dat je mag eten – het brood dat je herinnert aan Golgotha
en door te eten belijd je dat je niet zonder Mijn offer op Golgotha kunt en neem je het aan.
Je hebt er genoeg aan, het is goed voor je, voor je geloof, voor je weg met Mij.
Het is een slokje wijn en als je dat drinkt, mag je weten, dat je drinkt uit de beek van God,
het verkwikt je, het lest je dorst, omdat Christus aan het kruis Zijn leven gaf,
Als je de wijn in je naar binnen voelt stromen, mag je weten
dat Ik jou reinig van binnen reinig van al je zonden.
Kom dan en ontvang van Mij, brood en wijn
Eet en drink, weet, geloof dat jij gereinigd wordt van al je zonden.Amen

Preek zondagmorgen 25 juni 2017

Preek zondagmorgen 25 juni 2017
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Psalm 36

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Psalm 36 begint met een innerlijke stem:
De overtreding van de goddeloze spreekt binnen in mijn hart.
Er zijn heel wat stemmen in onszelf
als je op zondagmorgen stil zit in de kerk kunnen die stemmen zomaar in je gaan spreken.
Stemmen die te maken hebben met wat er vanmorgen gebeurde:
– ‘Als mijn man eerder uit bed was, hadden we niet zo hoeven haasten op weg naar de kerk.’
– ‘Heb ik er wel goed aan gedaan om mijn kind te laten slapen
ipv te wekken om mee naar de kerk te gaan?’
– ‘Ik zit hier nu wel in de kerk, maar ik heb deze week geen tijd genomen voor God.’

Het kunnen stemmen zijn die met het Avondmaal te maken hebben:
– ‘Dat wordt een intense week van piekeren of avondmaal wel iets voor mij is.’
Of juist: ‘Wat fijn dat het volgende week weer avondmaal is. Ik kijk er altijd naar uit.’
– ‘Nu moet ik er toch echt over nadenken of ik aanga.
Toen ik nog geen belijdenis had gedaan, kon ik die stap voor mij uit schuiven.
Hoe zal dat zijn om de eerste keer aan te gaan?’
Of: – ‘Volgende week ga ik niet, want avondmaal is niets voor mij.
Niemand in onze familie heeft ooit deelgenomen aan het avondmaal.
Dat is niet voor ons en voor mij ook niet.’

Tussen al die stemmen is er ook nog de stem van God,
die tussen al die stemmen ook gehoord wil worden
en van alle stemmen misschien wel het minst gehoord wordt
omdat andere stemmen harder roepen of eerder onze aandacht krijgen.
Zelfs op zondagmorgen wanneer je toch speciaal gekomen bent om naar Gods stem te horen
kunnen allerlei andere stemmen in onszelf om aandacht roepen
en ons afleiden om werkelijk te luisteren naar de stem van God.
Zelfs al laat de wereld om ons heen de trouw van God aan ons weten,
zoals Psalm 36 daarover zingt: HEERE, Uw goedertierenheid reikt tot in de hemel,
Uw trouw tot de wolken

kunnen we daar aan voorbij gaan
en ons afvragen waarom wij niets van God horen,
terwijl eerder de vraag zou kunnen zijn,
waarom we niet openstaan voor alle signalen om ons heen, ook in de schepping,
die tot ons spreken over de liefde, de goedheid en trouw van de Heere, onze God.
Omdat we de handen vol hebben aan onszelf,
allerlei stemmen die in ons iets over onszelf zeggen:
– ‘Wat zal je moeder ervan vinden?’
– ‘Ik kan dit plan zelf wel geweldig vinden,
maar als die ene collega daar een opmerking over maakt,
is mijn zelfvertrouwen gelijk helemaal weg en ben ik niet meer bezig met het plan,
maar met mijzelf, waarom ik er niet in slaag iets voor elkaar te krijgen.’
Er kan vaak een innerlijke onrust zijn, een heel gesprek in onszelf
waarin we met anderen over onszelf bezig zijn,
of waarin je jezelf vergelijkt met anderen,
soms met een bepaalde boosheid, waarom die ander het toch altijd weer voor elkaar krijgt
om over jouw grenzen heen te gaan, waarbij jij je moet schikken.
Zo veel innerlijke onrust, dat er geen aandacht uitgaat naar de stem van God,
terwijl die stem veel belangrijker is dan al die andere stemmen om ons heen.

Zou dat ook komen, zoals in Psalm 36, dat we naar anderen kijken
en daar een mening over hebben,
waarbij je de misstap van een ander ziet, de goddeloze:
Dat is toch erg dat zoiets gebeurt!
Iemand die zo leeft en zo handelt als die goddeloze doet, heeft geen gezag voor God.
De Nieuwe Bijbelvertaling geeft dat eerste vers trouwens anders weer.
Daar is het een stem, die in de goddeloze zelf spreekt,
iemand die je op het verkeerde pad wil brengen, maar je ondertussen wijs maakt
dat het niet zo erg is wat je doet.
Een stem die allemaal redenen weet op te sommen,
Waarom je een verklaring hebt voor je gedrag.
Dat je in de afgelopen week geen tijd voor God had, dat is toch niet zo erg,
je had ook zoveel andere dingen te doen.
Dat je er niet toe kwam om voor anderen te bidden, of geen giften hebt gegeven,
ja, je kunt ook niet aan alles denken – ik heb al zoveel om aan te denken.
Natuurlijk kun je van de goddeloze, zoals hij hier wordt afgeschilderd denken:
Dat staat wel heel ver van me af, daar hoef ik me gelukkig mijzelf niet in te herkennen.
Dat je, zoals de goddeloze, wanneer je oog in oog met God staat,
Dat je dan nog geen ontzag voor God hebt,
dat je dan nog geen reden ziet om iets in je leven te veranderen
en zo zonder God verder te leven – dat staat ver van ons af – gelukkig!
Psalm 36 noemt het gedrag van de goddeloze ook als aan afschrikkend voorbeeld:
wanneer je zo bent en zo leeft, dan is het echt slecht met je gesteld.
Maar ik denk niet dat de bedoeling is dat we daar verder laconiek verder leven,
onze schouders ophalen en denken: met ons zit het wel goed.
Dat extreme voorbeeld van de goddeloze, waarvan we kunnen zeggen:
zo zijn we niet – gelukkig, Goddank!
is er voor bedoeld om jezelf onder de loep te nemen, naar je zelf te kijken:
Hoe zit het dan wel?
In deze Psalm – en dat geldt ook voor de rest van de Bijbel –
gaat het niet alleen om wat we doen: goed of fout,
maar wordt er verder doorgevraagd – naar ons hart, dat wil zeggen:
de intentie waarmee we de dingen doen.
Voor de goddeloze is de intentie duidelijk: hij wil zonder God leven,
hij heeft lak aan God. Al zou God bestaan, dan wil ik daar geen rekening mee houden.
Een intentie heeft altijd effect op wat we doen, op onze daden:
De woorden van zijn mond zijn onrecht en bedrog,
hij laat na verstandig te handelen en goed te doen.
Op zijn slaapplaats bedenkt hij onrecht;
hij gaat op een weg die niet goed is, het kwaad verwerpt hij niet.

Wat er in het hart leeft, komt altijd in daden naar buiten.
Daarom is het altijd van belang om te weten wat er in je hart leeft.
Nou, dat hart van die goddeloze is niet de onze.
Maar wat leeft er dan wel in ons hart?
Passen wij helemaal in de andere wereld, die de Psalm als contrast schildert,
de wereld van Gods trouw, die over heel de wereld is, die hoger dan de wolken is,
machtiger dan de bergen waar je tegenop kunt kijken.
Zitten wij er niet tussen in? Niet helemaal bij de goddeloze – zo zijn we niet,
maar toch ook – als we eerlijk zijn – niet bij God.
We zitten er tussen in, met onze zo je kunnen zeggen huis-tuin-en-keuken-zonden
en daarmee bedoel ik, dat de zonden die we doen vaak niet extreem erg zijn,
daarom huis-tuin-en-keuken, onze zonden zijn vaak net zo gewoon als ons dagelijks bestaan
en tegelijkertijd zijn het wel zonden, die ons tegenhouden om helemaal van God te zijn.
Wat laten die huis-tuin-en-keuken zonden zien van wat er leeft in ons hart?
Het treft mij steeds weer, dat het avondmaal gaat om ons hart, wat daarin leeft.
Niet alleen om de dingen die zichtbaar zijn.
Ja, er worden wel steeds punten opgenoemd die voor anderen zichtbaar zijn:

Alle afgodendienaars,

allen die zich een beeld van God maken,

allen die de Naam van God lasteren en misbruiken,

allen die het Woord van God en Zijn heilige sacramenten verachten,

allen die tweedracht zaaien in de kerk en in ons volk, die weigeren gezag te aanvaarden in kerk en samenleving,

allen die in haat en nijd tegen hun naaste leven of lichtvaardig hun woord breken, die het leven, van God geschonken, verachten,

allen die het huwelijk moedwillig in gevaar brengen, van zichzelf of van anderen,

allen die stelen, die in de ban zijn van geld en bezit,

allen die liegen, bedriegen of kwaadspreken,

allen die zich aan verslaving overgeven en van het genot hun god maken.

Daarbij gaat het er niet om, dat je naar anderen kijkt,
maar je eigen hart erop na gaat: hoe sta ik tegenover God?
Kan ik zelf God met hoe ik leef zelf wel recht in de ogen kijken?
Of zal ik mijn ogen neerslaan, omdat ik besef dat het toch niet goed gegaan is,
dat ik het er weer bij heb laten zitten, dat er aan mijn trouw toch eea ontbrak,
dat mijn hart toch niet onverdeeld was, alleen op God gericht, alleen op Zijn stem,
maar dat ik toch geluisterd heb naar die andere stemmen in mij,
Die mij meenamen op een andere weg, die niet goed voor mij was,
waarbij mijn geloof schade opliep, omdat het niet Gods weg was.
En die terwijl ik me ervan bewust was, dat het een verkeerde weg was,
sussend in mij spraken: ach, het is helemaal niet zo erg, want iedereen doet het.
Wat geeft het als je Bijbel een week hebt dicht gelaten,
Want denk je dat al die andere gemeenteleden daar wel tijd voor hadden?
Wat geeft het als je met elkaar niet gesproken hebt thuis over wat je bezig houdt
en hoe jullie samen staan tegenover God en hoe je elkaar scherp houdt,
want denk je dat die andere echtparen in de gemeente ook niet elke avond voor de tv zitten
en ook niet samen doorspreken over wat goed voor hen is in hun leven met de Heere?
En denk je nou echt, dat het zo erg is dat je meer aan geld verdienen hebt gedacht
dan dat je de tijd hebt genomen om God te danken voor de luxe die je hebt,
van werk en een goed inkomen, een mooie klus of een goede winst,
want God zal toch ook wel begrijpen dat er brood op de plank moet komen
en dat de hypotheek moet worden afbetaald?
En is het echt zo erg om een roddel over een ander de wereld in te helpen,
want iedereen doet dat, op verjaardagen, tijdens het wandelen, in de app.
En denk je dat het zo erg is als je ‘s avonds terwijl je vrouw al bed ligt,
Dat je op de computer foto’s opzoekt van erotische beelden,
want een man is toch snel geprikkeld en kan zijn lust toch niet altijd beheersen?
Dat zijn allemaal stemmen in ons
en zijn dat niet allemaal stemmen, die net als in de goddeloze
ons geweten in slaap sussen en ons verder doen gaan op die verkeerde weg,
een weg die ons uiteindelijk verder bij God vandaan haalt.

Die zonde is niet alleen erg, omdat het ons bij God vandaan haalt,
maar ook omdat vaak anderen er de dupe van zijn, schade lijden door ons gedrag,
doordat wij liegen een ander de waarheid niet meekrijgt,
doordat je roddelt een beeld creëert van een ander, dat niet klopt,
doordat je naar erotische beelden kijkt, niet meer onbevangen van je vrouw kunt genieten,
en alleen maar op haar gericht bent.
Het gaat om ons hart, dat ons hart zuiver op God is gericht
geleidt wordt door zuivere gedachten, over God, over onszelf, over de mensen om ons heen

Ons hart – ook in het avondmaal gaat het om ons hart,
over wat er leeft in ons hart, en dat ons hart gereinigd moet worden,
steeds weer opnieuw.
Geijkt moet worden – net zoals meetinstrumenten geijkt moeten worden.
Voorbereiding avondmaal geeft aan, dat wij zelf in ons hart kijken: Hoe staat het ervoor,
en dat we weer bij God aankloppen, dat Hij ons hart reinigt,
dat Hij een grote schoonmaak houdt, ons hart zuivert
en die andere stemmen, die zo aan ons trekken het zwijgen oplegt en uit ons leven bant
zodat we alleen nog maar aandacht hebben voor de stem van de goede Herder,
zodat het waar is door God zelf, wat Christus zegt:
dat de schapen de stem van de goede Herder horen, omdat ze Zijn stem herkennen
en dat ze daarom niet naar andere stemmen luisteren,
omdat ze weten, dat ze daarmee op de verkeerde weg worden gebracht.

Nu kan er altijd nog een stem in ons klinken, die bij het avondmaal steeds sterker wordt:
Als je in je eigen hart kijkt, en ziet wat er allemaal mis is,
dan kun je alleen maar schrikken en kun je beter wegblijven bij God.
Denk je echt dat je Hem onder ogen kunt komen?
Denk je echt dat je zo aan het avondmaal kunt zitten?
Er moet eerst heel wat gebeuren.
Je moet maar niet gaan.
Maar dan begrijpt u niet, waar het avondmaal over gaat.
Dat daar de Heere Jezus staat, die zegt:
je hart kan weer schoon worden, kijk maar naar het kruis op Golgotha,
Daar ben ik voor jou gestorven, en kijk maar naar het brood,
kijk maar naar de wijn – die wijzen naar mijn lichaam, die voor jou verbroken werd,
jij met je verkeerde leven, met je zonden, met je ongehoorzaamheid,
jij die eerder luistert naar verleiding dan naar mijn stem.
Nu roep Ik je om je te reinigen.
Door het avondmaal wordt u door dit betrouwbare teken en onderpand herinnerd aan en verzekerd van Mijn hartelijke liefde en trouw voor u.
Christus die zich overgaf in de dood, om u weer terug te brengen.

In de psalm is er een kloof, een grote overgang
en daar zullen we volgende week uitgebreid bij stil staan:
een loflied op God, op Zijn goedertierenheid en trouw.
Heere, Uw goedertierenheid reikt tot in de hemel,
Uw trouw tot in de wolken.
Dat is niet om afstand te scheppen.
Hoe heilig het avondmaal ook is, de stem van Christus roept u en jou
om erbij te zijn en erbij te horen bij Zijn gemeenschap
om Zijn goedertierenheid te ontvangen, die zo hoog is en zo wijd,
maar niet te hoog voor jou, voor u, maar juist er voor u, voor jou is,
als je van jezelf weet: ik red het zelf niet om rein voor God te staan
al ben ik geen grote zondaar, een heilige ben ik ook niet.
Of misschien bent u juist wel die grote zondaar.
Hoe ongelooflijk dat ook klinkt, er is ook die ene stem, die roept
de stem van Christus, van de goede Herder, jouw redder, Zaligmaker,
die jouw hart wil reinigen en zal reinigen:
Kom bij mij en ik zal je de waardigheid geven, die jij zelf niet hebt,
maar die je van Mij mag ontvangen om bij Mij aan tafel te zitten
om te proeven van Mijn goedertierenheid die zo hoog als de hemel is, die er ook voor jou is
Mijn trouw, die zichbaar werd op Golgotha en volgende week in brood en wijn.

Je mag komen, om bij Mij onder Mijn vleugels te schuilen, ook jij.
JE mag komen om verzadigd te worden met de overvloed van Mijn huis.

Bij het zien
van al die brokjes
denk ik
het is vogelbrood

Kom maar
schuwe hippe vogel,
kom maar
oude tamme kraai
kom maar
postduif moegevlogen
kom maar
mussen uit de goot.

Bij het zien van al die brokjes
weet ik
het is vogelbrood.

Amen

Preek zondag 12 februari 2017

Preek zondag 12 februari 2017
Viering Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Johannes 3:1-15
Tekst: Vers 14-15

Gemneente van onze Heere Jezus Christus,

Nu we vandaag met elkaar het avondmaal vieren,
staan we weer stil bij de betekenis van het kruis op Golgotha
en luisteren we naar de stem van Christus zelf, die tegen ons zegt:
‘Ik heb Mijn lichaam aan het kruis laten vastspijkeren, voor jou.
Mijn lichaam werd aan het kruis verbroken, voor u.’
Het brood dat u aangereikt krijgt, van Christus zelf,
onderstreept dat nog eens: Hij deed dat echt voor u,
om u een nieuw leven te geven, een eeuwig leven.
De beker met daarin de wijn die Christus jou aanreikt
herinnert jou eraan dat er een hoge prijs is betaald
om jou bij God terug te brengen
en die hoge prijs is dat het Christus Zijn leven heeft gekost:
Hij stierf aan het kruis op Golgotha.

Jezus laat aan Nicodemus al weten,
dat er op Golgotha een kruis zal staan dat voor Hem is bestemd.
De Zoon des mensen zal verhoogd worden:
Zijn lichaam zal aan een kruis worden vastgemaakt en omhoog getild worden,
boven de mensen uit, zodat iedereen kan zien, dat Hij aan een kruis hangt.
En dat zal niet zomaar gebeuren,
maar dat heeft een bedoeling – God heeft daar een bedoeling mee.
Om uit te leggen waarom Hijzelf daar aan het kruis hoog opgetild zal worden,
verwijst Christus naar een verhaal uit het Oude Testament.
Nicodemus, je kent het Woord van God heel goed.
Elke dag leef je in dat Woord van God.
Er is een verhaal uit de tijd dat het volk Israël door de woestijn ging,
vanuit Egypte naar het Beloofde Land.
Het volk moppert weer eens moppert over het brood dat ze krijgen,
manna – het brood dat de Heere hen uit de hemel geeft, vanuit Zijn zorg.
Ze zeggen tegen God: U hebt ons naar de woestijn gebracht
om ons hier te laten sterven, zonder water en zonder brood.
De hand van God, die hen uitleidde uit het harde bestaan in Egypte
en hen onderweg doet zijn naar een eigen land, dat de Heere hen heeft beloofd,
waar ze in vrijheid kunnen leven.
Ze kunnen alleen maar zien, dat God hen leidt om hen te vernietigen daar in de woestijn.
Een diep wantrouwen richting God, waardoor ze niet kunnen zien
dat de Heere juist het goede met hen voorheeft en hen wil leiden als herder, als Vader.
Dan komen er giftige slangen, door God gestuurd
en wie door die slang gebeten wordt, overlijdt.
Maar dan is er die slang, die Mozes van God omhoog moet richten.
En wie naar die slang kijkt, zal worden gered.

Zo zal de Zoon des mensen verhoogd worden,
net als die slang die omhoog getild werd
en redding bracht voor wie naar deze slang keek.
Wie naar dat kruis opkijkt, waarin Christus hing, hoger dan de mensen om Hem heen,
en gelooft dat Hij daar niet zomaar hing,
maar om ons te laten zien dat Hij daar hing aan het kruis, voor ons.
Opdat een ieder die gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Vanmorgen als we het brood breken, kijken we op naar het kruis waar Christus hing.
Als we de wijn aangereikt krijgen, zien we dat Christus daar lijden, in onze plaats
en mogen we geloven dat Zijn sterven voor ons alles betekent:
we hoeven niet verloren te gaan, maar mogen weten dat er eeuwig leven is.
Het brood dat gebroken wordt en dat op de schaal langs komt geeft aan:
dat eeuwige leven is er ook voor jou, voor u, pak het maar,
want daarvoor is Jezus gestorven
neem, eet en gedenkt gelooft dat Hij ook voor jou is verbroken.
Zoals er voor het volk Israël redding was, toen ze opkeken naar die slang en mochten leven,
zo is er redding voor ons, voor u, voor jou,
als je dat kruis voor ogen ziet en gelooft: dat deed Hij voor mij.
Het moest zo zijn, want daardoor mag ik komen bij God,
leven met God en daardoor mag ik bij Hem komen aan het avondmaal
en daar te gast zijn, het brood krijgen dat wijst naar Zijn sterven,
de wijn drinken die wijst naar Zijn bereidheid.
Het is Jezus zelf die het tegen ons zegt: Kijk naar mij op en zie wat ik voor je doe,
hoe ik daar hang aan het kruis, daardoor kun je leven.
En het is Christus zelf die ons roept om te komen:
Neem van het brood en proef dat die redding, dat eeuwige leven er ook voor jou is.
Drink de wijn en weet dat Ik het voor jou volbracht heb.
De Zoon des mensen – die moet worden verhoogd.
Jezus gebruikt een bijzondere aanduiding, die Nicodemus gekend zal hebben.
Zoon des mensen, dat is God die als rechter komt, om het oordeel uit te spreken.
De Zoon des mensen zal worden verhoogd,
Niet om het oordeel uit te spreken, maar om te zeggen:
Dat oordeel is voor Mij, zodat jij, zodat u vrijgesproken zal worden.
Kom naar Mijn tafel en wees Mijn gast,
zodat je het kunt ontvangen, zodat je het zelf kunt proeven, wat ik voor je heb gedaan,
zodat je zelf kunt zien, hoe dat kruis op Golgotha er stond,
hoog opgericht zodat het niet verborgen zou zijn wat daar gebeurde,
maar u, jij het ook zou kunnen zien en u, jij het zou weten: het is ook voor mij.
Ik mag dit geloven, ik mag deze genade aannemen.

Lof Hem, die door zijn kruis en dood
gena voor zondaars heeft bereid!
Lof Hem en zijne liefde groot,
alom en tot in eeuwigheid!

Amen

Preek zondag 5 februari 2017

Preek zondag 5 februari 2017
Johannes 3:1-15
Tekst: Johannes 3:3
Voorbereiding Heilig Avondmaal


Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als ik over Nicodemus nadenk, zie ik een man voor me die eerbied en heiligheid uitstraalt,
een man voor wie ik een zwak zou hebben,
omdat je bij het zien van hem al merkt dat hij dicht bij God leeft
en ik zou graag bij hem langs gaan, omdat hij een wijze man is,
die weet wat er in de Bijbel staat, die kan luisteren
en als je je verhaal gedaan hebt, in staat is om vanuit het Woord van God te geven
wat je op dat moment nodig hebt, waardoor ikzelf ook de nabijheid van God ervaar.
Een man die elke dag in het Woord van God leest
en daar de tijd voor neemt
om het te lezen, om het op zich in te laten werken,
om te luisteren naar wat God hem te zeggen heeft
vanuit het gedeelte dat hij gelezen heeft.

Je ziet het voor je, hoe hij leest en hoe hij erover mijmert.
Ik stel me voor dat het hem vaak overkomt,
wat mij wel eens overkomt als ik bezig ben met een gedeelte uit de Bijbel
als ik bezig ben met de preekvoorbereiding: dat ik dan in een andere wereld kom,
de wereld van God, in een andere werkelijkheid,
waar ik in mijn gedachten naar toe gekomen word.
Ik stel me het zo voor dat dit bij Nicodemus elke dag gebeurt.
Omdat Nicodemus zijn hele dag invult
vanuit het besef dat hij hij elke dag leeft in Gods tegenwoordigheid.
Als farizeeër is hij zich van bewust dat hij altijd leeft in de nabijheid van de heilige God.
Dat hij in de wereld van de heilige God binnentreedt is niet iets dat hem af en toe overkomt,
maar zijn leven, vol van leven in de Schrift en vol gebed, is vol van God.
Een farizeeër is geen schijnheilige, maar iemand die zijn hele leven
van minuut tot minuut heeft afgestemd op God.

Ik proef om mij heen een verlangen naar het leven dat Nicodemus heeft,
dat leven dicht bij God, met het overwegen en mijmeren over het Woord van God
en een tijd waarin je geconcentreerd bent op God zonder afgeleid te zijn.
Ik proef het bij degenen die belijdeniscatechisatie volgen en gevolgd hebben.
Bij hen is het een zoektocht om in het gewone dagelijkse leven dicht bij God te zijn,
om Hem te ervaren, bij Hem te verkeren ,
en tijd te hebben om aandacht voor God te hebben, om vormen daarvoor te hebben.
Ik proefde het van de week toen ik bij een presentatie was
van een boek over het maken van preken,
dat er een gesprek op gang kwam over het avondmaal,
waarbij verscheidene aanwezigen aangaven:
we zouden wel vaker avondmaal willen vieren.

Na dat gesprek bedacht ik, dat dit verlangen naar meer avondmaal vieren
ook wel eens een verlangen zou kunnen zijn naar het meer van God ervaren,
en vormen om die sfeer, die wereld van God binnen te gaan
om ook in het dagelijkse leven van werk, telefoon, mail en appjes,

van tijd willen hebben voor elkaar en God, tijd die er niet is
omdat je werk zoveel van je vraagt, dat je er ook thuis nog vol van bent
en je komt er maar niet van los.
Je zou tijd voor je gezin willen hebben, maar je kunt het niet opbrengen
en tijd voor God is al helemaal moeilijk te vinden, omdat je vol innerlijke onrust bent.
Zou dat verlangen naar vaker avondmaal iets kunnen hebben
van verlangen om ook in dat dagelijkse bestaan de wereld, de sfeer van God te betreden,
elke dag even in die heilige wereld binnentreden, al is het maar voor even,
om God de lof te brengen, om je gebeden bij God te brengen,
om voordat je naar je werk gaat of je dagelijkse dingen oppakt,
weer weet: God is er en Hij heeft nog steeds deze wereld in Zijn hand,
Hij leidt mijn leven en Hij bestuurt deze wereld.
Als je zo de dag kunt beginnen om de wereld van God te betreden,
dan begin je anders aan de dag.
Misschien is je dag niet anders, maar je weet dat je een God hebt,
die jou niet vergeet en die deze wereld niet vergeet.

Nicodemus had zo’n leven: aan het begin van de dag betrad hij de wereld van God,
nam hij de tijd om te horen wat God te zeggen had
door de woorden uit de Schrift te lezen en daar langdurig over te denken,
een leven dat ik ook zou willen, minder hectiek en meer tijd met God.
Niet dat Nicodemus zonder zorgen was.
Zorgen had hij genoeg.
Als hij zich weer aan de woorden van de Heere wijdde,
Dan deed het hem vaak pijn dat de mensen om hem heen, in zijn eigen stad Jeruzalem,
van zijn eigen volk, dat toch ook het volk van God was, daar niet zoveel mee deden.
Zij namen die tijd niet.
Zij kenden de Schrift gewoon niet en hadden met de wetten van God niets te maken.
Nicodemus bad dan voor zijn volk
en door het bij God te kunnen brengen, kon hij mild zijn in zijn optreden
en een wijze leider voor het volk.
Want hij kende zijn eigen hart.
Hij wist hoe moeilijk het voor hem zelf was om steeds zo in Gods nabijheid te leven.
Hoe verantwoordelijkheden hem soms van het bestuderen van Gods woord konden afhouden
De verleidingen, die aan hem trokken, hij kende ze maar al te goed.
En dan hoe het in de stad ging: de Romeinen die de macht hadden in de stad
hen wel een bepaalde zelfstandigheid hadden gelaten, over de tempel bijvoorbeeld
maar toch uiteindelijk aan de touwtjes trokken.
Was dat niet een teken dat zijn volk eigenlijk in ballingschap verkeerde,
ondanks de tempel die er is in zijn stad, ondanks wat er in de tempel gebeurde.
Juist over die tempel maakte hij zich zorgen.
De tempel werd verfraaid, een project dat al meer dan 40 jaar duurde,
begonnen door een koning die niet uit het eigen volk kwam, Herodes,
die deze uitbouw van de tempel nodig had om zijn eigen macht te versterken.
Het was mooi geworden, die tempel
en als je er was, kwam je onder de indruk  van Gods grootheid,
je stapte de wereld van God binnen, maar het was ook wel de wereld van Herodes
waar je binnenstapte, de grandeur van de tempel die afstraalde op zijn regering.
En tegenwoordig ook de wereld van Kajafas, de hogepriester,
die allerlei kooplui van buiten de stad naar de tempel had gehaald:
handelaars in koeien en schapen, in duiven, geldwisselaars
om handel te drijven bij de tempel, om met de opbrengst de tempel te kunnen financieren.
Nicodemus had ook hier moeite mee gehad,
maar kon weinig doen dan in de vergadering van het Sanhedrin aangeven
dat hij er niet mee eens was, dat hij dit niet kon verenigen met het dienen van God
en toen daar niet naar geluisterd werd, kon hij het alleen maar in gebed brengen bij God.

En toen was daar die Jezus geweest, die al die mensen wegjoeg.
Het had Nicodemus diep geraakt: iemand die zo vol van ijver was van Gods huis,
gedreven om van de tempel weer een heilig gebouw te maken,
waar God te vinden was en die aanwezigheid niet door het commerciële verdrongen werd,
waar iemand kritische kanttekeningen durfde te plaatsen
bij het megaproject waarmee Herodes aan de haal ging met de tempel:
Breek deze tempel af en ik zal deze tempel in drie dagen opbouwen.
Dat is niet zomaar iemand.
Daarvoor kent Nicodemus de Schrift te goed.
Deze man is door God gestuurd.
Nicodemus wil deze man ontmoeten.
Hij doet dat in de nacht, als hij door niemand gezien kan worden.
Johannes, die als enige evangelist het verhaal van Nicodemus doorgeeft,
heeft de nacht nog een extra betekenis:
het volle licht is nog niet doorgebroken, het volle licht van het geloof in Christus.
Hij komt als het donker is in Israël, duister in de wereld,
maar het kan ook zijn dat Johannes bedoelt: Hij komt uit een duistere wereld
en maakt de gang naar het licht,
In Jezus heeft hij al iets van Gods licht gezien
– Ik ben het licht der wereld, zal Jezus later zeggen,
wie in Mij gelooft, zal niet in het duister wandelen.
Hij komt tot Jezus. Dat heeft voor Johannes twee kanten:
komen tot Jezus dat kan iets oppervlakkigs hebben,
dat je komt vanwege het bijzondere, vanwege de wonderen die Jezus laat zien,
maar het kan ook een eerste stap in geloof zijn
en dan wordt komen tot Jezus een stap in geloof.
Zoals er ook hier in de gemeente velen tot Jezus gekomen zijn,
misschien aarzelend, zoals we zongen voor de preek, misschien zoekend,
maar toch gekomen zijn en daarna verder groeiden in geloof,
omdat ze steeds meer in gesprek waren met Christus.
En er zijn er velen in onze gemeente die komen tot Jezus als er avondmaal is
naar voren lopen, naar de tafel, omdat ze daar Jezus weten en bij Hem willen zijn.
Jezus als Gastheer, die brood en wijn uitdeelt, om je geloof te versterken.
Daar moeten we zijn, omdat Jezus daar is, en ik voel dat ik geroepen word.
Ik moet naar Hem toe.
En dan komt Nicodemus in die nacht bij Jezus aan, het licht der wereld.
In dankbaarheid komt Nicodemus en zijn woorden zijn een lofprijzing op God:
U bent een leraar die door God gestuurd is,
want wat U gedaan hebt, kan alleen iemand doen die door God is gestuurd.
Mooi is het, dat iemand kan opmerken wat God doet, de hand van God ziet in wat er gebeurt.
En toch, het is de vraag of Nicodemus het volledig door heeft wie Jezus is.

Dat is een troost voor ons.
Je kunt komen tot Jezus, zonder dat je alles doorhebt.
Je hoeft niet alles te begrijpen in één keer.
Je geloof hoeft niet af te zijn.
Als je maar komt en gehoor geeft aan de stem van Jezus die je roept
en als je daarna maar openstaat om verder te groeien.
Dat is wat Christus Nicodemus ook gunt.
Je kunt het opvatten als heel kritisch wat Jezus zegt,
maar ook als iets wat Jezus aan Nicodemus gunt: Nicodemus het is ook voor jou!
Als je niet opnieuw geboren wordt, kun je het koninkrijk van God niet zien.
Dat is vaak als een heel kritische opmerking opgevat,
zo van: je kan het koninkrijk van God niet binnen gaan,
er moet wel eerst wat met je gebeuren.
En dan ook voor het avondmaal: je kunt maar niet zomaar aangaan,
er moet wel wat gebeuren.
Ik heb geregeld die gesprekken gehad, met gemeenteleden die aangaven
dat ze niet aan het avondmaal konden aangaan,
omdat er eerst nog iets moest gebeuren.
‘Wat dan?’ is dan altijd mijn vraag. ‘Wat moet er met jou, met u gebeuren?’
Het valt mij op dat het antwoord dan uitblijft.
Er moet wat gebeuren, alleen weet men niet wat
en dan komt er een onzekerheid: dan zal het wel niet voor mij zijn.
Je kunt beter maar niet gaan, want dan eet en drink je je ook geen oordeel.
Of er moet iets ingrijpends gebeuren, dat als de stem van God ervaren wordt.
Voor Nicodemus is het een bijzondere gebeurtenis, de tempelreiniging,
maar het is vooral zijn bezigzijn met Gods Woord
waardoor hij de stem van Christus verneemt, waardoor hij geroepen wordt
om te komen tot Christus.
Daar begint het mee, dat je die stem van Christus verneemt, die je roept.
En dat hoeft niet in een bijzondere gebeurtenis,
dat kan ook in een preek, zoals nu, in een lied, in een gebed, in een opmerking,
zoek het niet teveel in het bijzondere, ook niet in iets dat je intens beleeft, (dat kan wel)
maar hoor die stem ook in de gewone dingen die gebeuren:
als je de Bijbel leest en daarover nadenkt, als je naar een preek luistert,
of een lied zingt of beluistert.
U bent niet zomaar een leraar, maar door God gestuurd.
Dat kun je ook zomaar hebben, dat een opmerking of een lied, niet zomaar kwam,
maar een persoonlijke boodschap was van God voor jou.

Zo krijgt ook Nicodemus een persoonlijke boodschap:
Nicodemus, je ziet mij als een leraar, die door God gestuurd is,
dan zal ik je wat vertellen.
Je bent zoveel met het Woord van God bezig, je betreedt de sfeer van God elke dag
en heel je leven is op God afgestemd,
maar zien hoe God bezig is en waar, dat kun je alleen als er iets met je gebeurt.
Alleen als je opnieuw geboren wordt.
Zodra dat niet gebeurt, dan ben je net als Mozes, die voor de Jordaan moest blijven staan
en het beloofde land niet mocht binnengaan.
Dan heb je het zelfs nog slechter dan Mozes, want Mozes mocht dat land zien,
maar als je niet opnieuw geboren wordt, dan kun je Gods werk en Gods koninkrijk niet zien.

Het is niet alleen voor Nicodemus onduidelijk.
Ook voor veel gemeenteleden is het onduidelijk: opnieuw geboren worden,
wat is dat en wanneer is dat en hoe weet je dat ik wedergeboren ben?
We zullen niet de gedachte hebben van Nicodemus,
dat je weer terug moet kruipen de baarmoeder in,
maar het is wel een troost dat ook de wijze Nicodemus het niet begrijpt,
ondanks zijn kennis van de Bijbel en ondanks zijn dicht bij God leven.
Opnieuw geboren worden, dat is voor heel mensen iets mysterieus.
Er moet wat gebeuren, maar wat?
De Heere Jezus zegt tegen Nicodemus:
als je uit water en Geest geboren wordt, dan kun je het koninkrijk van God binnengaan.
Maakt dat het duidelijker? Uit water en Geest?
De Heere Jezus zegt het hier tegen iemand die het Oude Testament door en door kent.
Welke gedeelten uit het Oude Testament zouden er zijn,
die duiden op geboren worden uit het water?
Dan krijg je het verhaal van de zondvloed:
de 8 mensen die gered worden van Gods toorn over de wereld, Noach met de zijnen.
Dan zou het betekenen: Nicodemus, die door God veroordeeld wordt, is een uitweg,
een redding, ook voor jou, zoals die er voor Noach was.
Of het is het verhaal van het pad dat er onverwacht komt door het water,
als het volk door de Rode Zee moet en later door de Jordaan.

Nicodemus, je hoeft niet voor het water te staan, dat de weg blokkeert,
water waar jij niet overheen kunt.
Er is een weg, door dat water heen, naar dat door God beloofde land.
Wat Jezus hier tussen de regels door zegt:
Nicodemus, Ik ben die weg. Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Nicodemus, er moet wat met je gebeuren, jij moet ook door dat water heen,
dat lijkt een onmogelijkheid voor jou, maar voor God niet,
want Hij stuurde Mij, om niet alleen een leraar te zijn, maar om de weg te zijn.
Als je in geloof tot Mij komt, dan ga je door die weg door het water.
Het gaat niet om iets mysterieus of iets ingrijpends dat er moet gebeuren,
alleen maar om het geloof dat Jezus die weg is
en dat die weg er ook voor u, voor jou is en dat je die weg ook moet gaan, naar Christus toe.
Er moet wat gebeuren, Nicodemus, je moet niet alleen in je gedachten in  Gods sfeer komen,
maar je moet met heel je bestaan, met lichaam en ziel,
zoals je bij het aangaan aan de tafel niet alleen dat in gedachten doet,
maar ook daadwerkelijk gaat, de stap zet, naar voren loopt en gaat zitten,
brood pakt van de schaal, het brood dat Christus je aanreikt
en wijn dat door Christus je gegeven wordt.
Het is de enige weg ten leven, Nicodemus.
Het is de enige weg ten leven, gemeente.
De weg die is er, u mag die weg gaan, u moet die weg gaan.
Een weg ten redding.
De Heere Jezus zegt nog meer, om uit te leggen hoe die je die weg kunt gaan.
We zullen daar volgende week in de avondmaalsdienst naar luisteren:
de Zoon des mensen die verheven wordt.
Hij vergelijkt het kruis met een verhaal uit het Oude Testament:
Als het volk Israël te maken krijgt met giftige slangen, waarvan de beet dodelijk is.
Alleen wie opkijkt naar de slang, die door Mozes op een stok gestoken werd, wordt genezen.
Zo wordt iedereen, die zijn oog op Christus slaat, die gestorven is aan het kruis, voor u gestorven, gered, van de zonde, gered uit de duisternis.
Hij is de weg en als je naar dat kruis kijkt, waarin Christus gehangen heeft, dan ga je die weg
de weg van het opnieuw geboren worden, de weg van het water, de weg van de Geest.
Dan ga je beloofde land in en dan is de Geest al in je en zal in je werken.
Je weet niet hoe de Geest werkt, waar Hij je vandaan haalt en waar Hij je brengt.
Daar moet je ook niet druk mee zijn.
In de week van voorbereiding gaat het vooral om, dat u die weg gaat,
de weg door het water heen, de weg die Jezus is, door te kijken naar het kruis
en elke dag die sfeer, die wereld van God, van Christus aan het kruis gestorven is te betreden.
Ja, ik schiet tekort, ik kom uit het donker,

maar Hij is het licht, Hij is mijn leven, mijn redding.
Wij komen uit de nacht van zonden, daar komen we vandaan,
maar we komen bij U, door die weg heen, om bij U te zijn,
voor altijd en ook volgende week als Uw tafel er is.
Dat is ons houvast wanneer wij onszelf en onze tekorten zien, onze zonden,
dat uw licht schijnt, uw licht alleen.
We schromen er te komen, om volop in uw licht te staan,
geef ons kracht toch te komen.
Had Gij ons niet meegenomen, dan waren wij niet gegaan,
maar U neemt ons mee, de weg door het water heen, om opnieuw te beginnen,
de weg die U bent.
Laat uw liefde ons bestralen en net als Nicodemus U als het licht vinden.
Uw licht dat schijnt, ook over mij, uw licht alleen!
Amen



Vragen – Heilig Avondmaal

Vragen –  Heilig Avondmaal
(Belijdeniscatechisatie 2017)

1) Vooraf aan avondmaal is er een week van voorbereiding. Houd voor jezelf bij:

  • Of je tijd hebt om aan het avondmaal te denken
  • Waar je het meest aan denkt als het om het avondmaal gaat
  • Lukt het om met Christus bezig te zijn? Of ben je veel met jezelf bezig?

2) Lees het avondmaalsformulier door.  (wel de hertaalde versie!)

  • Welke passages spreken je aan? Welke niet?
  • Het avondmaal wordt tot troost en hulp gegeven. Waar bestaat die troost en hulp uit?
  • Beproef jij je eigen geloof wel eens? Lijkt dat op de 3 stappen uit het avondmaalsformulier?
  • Zijn er voor jezelf redenen om niet te gaan? Hoe moet je daarmee omgaan? Welke redenen noemt het formulier om niet aan te gaan?
  • Wanneer mag je volgens het formulier aan het avondmaal aangaan? Voldoe jij daaraan?
  • Volgens het formulier gaat het om een dubbele band: met God en met de mensen om je heen. Kun jij uitleggen waarom?
  • Het formulier eindigt met dankzegging. Waar zou jij dankbaar voor zijn?
  • Hoe ziet je leven en je geloof er na het avondmaal uit?

2) Als je op 12 februari in de kerk bent:

  • wat spreekt je het meest aan? Wat het minst?
  • op welke manier is Christus voor jou aanwezig bij het avondmaal?
  • waar zou jij mee bezig zijn als je aan de tafel zit?
  • wat verwacht je dat het avondmaal met je doet?

 

Preek zondagavond 4 september 2016

Preek zondagavond 4 september 2016
Dankzegging en nabetrachting Heilig Avondmaal
Deuteronomium 4:1-11

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Een bijzonder moment wil je heel lang vasthouden.
Toch? Hebt u dat niet,
dat als je iets bijzonders meemaakt, dat de ervaring je daar nog heel lang van bij blijft.
Vaak lukt dat niet,
omdat er iets gebeurt waardoor je die bijzondere ervaring kwijt bent.
Zelf had ik dat de dag na mijn belijdenis.
De zondag had ik als een heel bijzondere dag ervaren,
de dag waarop ik mijn ja-woord aan de Heere gaf.
De volgende dag was ik aan het werk in de supermarkt waar ik een bijbaan had,
waar niemand wist dat ik de dag ervoor belijdenis had gedaan.
Ik had – denk ik – niet durven vertellen,
terwijl er toch enkelen waren die dat heel bijzonder hadden gevonden
en die naar mij toe gekomen zouden zijn.
Nog meer dan de zondag van mijn belijdenis herinner ik mij het contrast met de dag erop,
waardoor die mooie ervaring gelijk weg was
en ik te maken had met het alledaagse bestaan
waar lang niet altijd de tijd en de ruimte is om bezig te zijn met de dingen van de Heere.
Misschien hebt u dat ook wel
als u morgen op uw werk komt.
Deze zondag een bijzondere zondag, omdat het avondmaal was
en morgen weer het werk, dat een heel andere sfeer heeft
een sfeer die misschien wel haaks staat op vandaag.
Je komt op je school, waar iedereen vertelt wat ze in het weekend hebben gedaan
en je houdt maar je mond omdat je niet weet hoe het valt
als je vertelt dat je in de kerk bent geweest.
Je zou bepaalde ervaringen willen koesteren
omdat je toen ervaren hebt hoe dicht de Heere bij je komt
en hoe fijn het is om in Zijn nabijheid te zijn
en je zou meer van die ervaringen willen hebben,
omdat het leven van alledag zo anders is
En de ervaring van Gods nabijheid naar de achtergrond kan worden geduwd
door alles wat er gebeurt.
De viering van het Heilig Avondmaal kan dan een moment zijn
Waarop al die dingen om je heen voor even kunt wegvallen
even alleen Gods nabijheid,
even niets anders dan dat kruis dat op Golgotha was opgericht
even niets anders dan het werk van de Heilige Geest in je hart.

Dat kan je goed doen als je het zo ervaren hebt
en het kan je ook wat meegeven voor de komende tijd.
Om een ouderwetse uitdrukking te gebruiken – die best mooi is:
teerkost voor onderweg.
Als je in de komende dagen wat verder weg bent van het avondmaal
en de ervaring wat is afgezwakt en vervluchtigt
dan heb je nog wat om op te teren
en je leven met God niet net zo afzwakt en vervluchtigt als de ervaringen.

De reden waarom Mozes het volk aanspreekt,
is dat hij bang is dat het leven met God vervluchtigt en afzwakt
als het volk eenmaal in het land Kanaän aangekomen is.
In het begin zal dat besef er nog wel zijn:
We zijn ontsnapt aan dat zware leven in Egypte,
tijdens de woestijnreis waren we steeds ooggetuige van Gods bijzondere bemoeienis
en het land dat we hebben is niet zomaar een land,
maar een beloofd land: God heeft gezworen aan onze voorouders
dat Hij dit land zal geven aan het nageslacht.
Je zou kunnen zeggen dat hij de bui al ziet hangen
dat het volk druk is met wat er in dat land moet gebeuren.
Het moet eerst veroverd worden op volken die sterker en groter zijn.
Ook al hoeft het volk dat land niet van onderaf op te bouwen
omdat er reeds steden zijn  en akkers en weiden,
het zal toch druk zijn om de akkers te bewerken, een veestapel te onderhouden,
de steden te onderhouden en verder te versterken.
Het is nog een heel verschil
of het volk in de woestijn is, op een eenzame plek
of dat het volk de verantwoordelijkheid heeft over een land, over een gebied.
Verantwoordelijkheid dragen is over een gebied, over een groep mensen, over een bedrijf,
heel wat weerbarstiger dan een leven in afzondering,
waarbij je het ideaal van een heilig leven kunt vasthouden.
Op zondag kun je bepaalde richtlijnen horen, die de Heere vraagt:
oprechtheid, eerlijkheid, een leven zonder anderen te bedriegen,
maar vanaf de maandag kun je een bestaan hebben,
waar er van die richtlijnen niets meer overblijft, omdat die wereld heel anders is.
Mozes waarschuwt het volk daarvoor:
Het volk moet de richtlijnen die het van de Heere heeft gekregen ook echt in praktijk brengen, want die richtlijnen zijn niet voor niets gegeven.
Ze komen van de Heere
en het zijn richtlijnen die – omdat ze van de Heere komen – goed zijn, eerlijk en rechtvaardig.
Zo begint Mozes zijn toespraak:
Houd je aan de verordeningen en bepalingen, die de Heere aan jullie gegeven heeft.
Het Bijbelboek Deuteronomium bevat een aantal woorden,
die sterk op elkaar lijken: wetten, richtlijnen, verordeningen, bepalingen, geboden.
Al deze woorden hebben de overeenkomst
dat God dit van het volk Israël vraagt, omdat het volk Israël een heilig volk is,
een uniek volk, dat de taak heeft om op de plek waar ze zijn
te laten zien in wie God is

en dat moeten ze door hun gedrag, hun houding laten zien.
Verordening – dat is een opdracht van hogerhand, van Godswege.
Met dit woord worden richtlijnen voor de eredienst bedoeld:
Wat is er nodig om voor God te kunnen verschijnen?
Hoe maak je van sabbat, zondag een bijzondere dag die anders is dan de andere dagen?
Wat is er nodig bij het bidden? Welke houding, welke instelling, welke gedachten?
Dat zijn niet zomaar dingen die wij zelf kunnen bedenken.
Daar kan God ook zijn verordeningen voor geven.
Zoals we vanmorgen het Avondmaal hebben gevierd,
niet omdat het ons eigen idee is, of omdat wij daar behoefte aan hebben,
maar omdat de Heere Jezus het avondmaal heeft ingesteld
en ons heeft opgedragen om dat avondmaal te blijven vieren
om door de viering van het heilig avondmaal steeds bezig te zijn
met het offer dat Hij op Golgotha bracht voor onze zonden.
We zouden kunnen zeggen op basis van Deuteronomium:
Avondmaal is een verordening, we komen daar niet onderuit.
Die verordeningen zijn niet bedoeld als een zware last,
maar juist als een hulpmiddel
om in Gods nabijheid te kunnen verkeren, om omgang te hebben met de heilige God.
We spreken over het heilig avondmaal
en ik denk dat iedereen die aangegaan is
en ook degenen die erover hebben nagedacht hebben
maar de vrijmoedigheid niet hadden om aan te gaan,
daar ook steeds iets van merken, van de heiligheid van God
die er ook rondom het avondmaal is.
Een heilig God en toch zo dichtbij dat de andere volken er jaloers op zijn.
Hoe kunnen wij zo dicht bij die heilige God leven?
Daar geeft God zijn verordeningen voor,
niet zomaar, maar om ons in Zijn nabijheid te hebben.

Een heilig God vraagt een heilig volk.
Daar hebben die bepalingen (dat 2e woord) mee te maken.
Dat zijn richtlijnen voor het dagelijks leven,
Voor hoe wij met elkaar omgaan in gezin, familie, dorp en maatschappij.
Die richtlijnen hebben alles te maken met die verordeningen.
Onze eredienst op zondag heeft alles te maken
met wat we op maandag doen op ons werk of school
en maandagavond op de voetbaltraining, of de dinsdag het repeteren van Concordia,
met hoe onze collega’s behandelen,
niet alleen onze leidinggevenden, maar ook degenen die onder ons staan en de schoonmakers – het zijn allemaal schepselen van God
en in ons gedrag horen we ook te laten zien
dat we voor Gods aangezicht op hetzelfde niveau staan.
Ik ben niet minder dan mijn leidinggevende, ik ben niet meer dan de schoonmakers.
Behandel hen allemaal op dezelfde manier,
als een mens met een ziel: vanuit oprechte belangstelling wie ze zijn
en wat ze meemaken,
omdat God ook naar ons toe zo belangstellend is.
In de bepalingen die Mozes geeft zijn richtlijnen voor het omgaan met
krijgsgevangenen, met mensen met schulden, slaven.
In alles gaat het er niet om
dat ze behandeld worden volgens onze normen van onze economie,
van onze nationalistische opvattingen,
maar volgens de bepalingen die God geeft
en die bepaalt dat we in ons gedrag heilig zijn
en iets van Hem uitstralen en doorgeven,
zodat de mensen om ons heen jaloers worden op onze God
die zulke mooie en rechtvaardige regels geeft.
Een heilig volk, omdat we een heilig God hebben,
met rechtvaardige regels, omdat onze God betrouwbaar en rechtvaardig is.

En dat is niet alleen iets van het Oude Testament (alsof het dan overbodig zou zijn),
maar juist de eis om een heilig volk te zijn
wordt in het Nieuwe Testament overgenomen.
Dat we als kerk ervan bewust zijn dat we een heilig volk zijn.
Heilig heeft de betekenis dat er in ons iets zichtbaar wordt van God, van hoe God is.
In alles.
In ons nadenken, in hoe we met onze emoties omgaan,
welke beslissingen en keuzes we maken, hoe we ons opstellen naar anderen toe.
In het formulier voor het avondmaal wordt onze opstelling naar anderen toe uitgewerkt:
Er wordt van ons een broederlijke liefde gevraagd.
We hebben een verantwoordelijkheid voor de mensen,
die met ons aan de tafel aanzaten.
Ze zijn onze broeders en zusters.
Voor broers en zussen kies je niet, die heb je.
Daar kun je je ook niet van ontdoen.
Ook zij behoren tot de familie van Christus.

Het is makkelijker om een voorbeeld te geven van wat mis gaat.
Onlangs las ik de uitspraak van een Japanse boeddhist
die in het westen gekomen was en met christenen in aanraking gekomen was
en die aangaf, hoezeer hij geschrokken was
omdat hij bij de christenen zoveel haat tegen elkaar tegenkwam
en hij merkte een tegenstrijdigheid op met de boodschap van Jezus
van liefde en gebed voor de vijand.

Of van een werknemer die teruggevraagd werd door zijn oude baas,
omdat ze hem misten in het werk.
Nadat hij was weggegaan, hadden ze pas door hoe belangrijk hij voor hen was.
Hij kon zelf de voorwaarden geven waarop hij zou terugkomen.
Hij koos voor meer atv-dagen.
Toen zijn collega’s hem vroegen wat hij nu voor een extra’s had gehad
vertelde hij over zijn atv-dagen.
Die collega’s vroegen hem of die atv-dagen
niet werden gecompenseerd in loonsvermindering.
Uiteindelijk bleek dat zo te zijn en ging hij er per saldo niet eens zo op vooruit.
Hij ging naar zijn baas,
maar die wuifde dat weg, want: ‘Je hebt niets zwart op wit op papier staan.’
Van deze baas was het bekend dat hij naar de kerk ging
en het bedrijf stond bekend als een christelijk bedrijf.
Maar in de praktijk was het als het om mondelinge afspraken ging niet betrouwbaar.
Wat straal je dan uit van God?
Dat God belooft, bijvoorbeeld een land aan de voorouders,
Maar als het puntje bij het paaltje komt, is het een loze belofte.
Houd u aan de verordeningen en bepalingen,

want in het leven gaat het niet alleen om de winst van je bedrijf,
maar juist ook wat je in het bedrijf van God laat zien.
Ik weet uit eigen ervaring, in de bedrijven waar ik heb gewerkt,
dat dit niet eenvoudig is,
omdat de mensen die je als medeschepsel van God heel erg op de proef kunnen stellen
en van alles bij je boven kunnen roepen aan onchristelijke gedachten en daden.
Houd die verordeningen en bepalingen
omdat je niet zomaar iemand bent
en ook niet zomaar leeft,
maar door Gods genade, door het offer van Christus
vrijgekocht en apart gezet om iets van God te laten zien – juist in het leven van alledag.
Paulus spreekt erover, dat het aan ons af te lezen moet zijn
wie Christus is en welk offer Hij gebracht heeft
en ik denk dat deze opdracht, deze houding in deze tijd steeds belangrijker wordt.

De verordeningen en bepalingen van de Heere zijn heilzaam,
niet alleen voor gelovigen, maar ook voor degenen die God niet dienen.
Een van de richtlijnen is dat je niet mag doden.
Bij de allereerste christenen was het daarom niet toegestaan om abortus te plegen.
Dat gebeurde in het Romeinse Rijk volop,
vooral omdat het de man niet uitkwam die een vrouw met wie hij niet getrouwd waren
zwanger had gemaakt en dwong daarom een risicovolle operatie af,
waarbij de vrouw nogal eens het leven liet.
In de Vroege Kerk was niet alleen tegen abortus. Dat is te beperkt.
Men besefte dat dit gebod om niet te doden om meer vroeg,
namelijk een respectvolle houding ten opzichte van vrouwen.
Vrouwen waren er niet alleen voor het plezier van de mannen.
Juist dat respect en de hoge achting voor vrouwen maakte die vrouwen nieuwsgierig
die in hun eigen cultuur vaak niet in tel waren.
Wat is dat voor een gemeenschap, een God waar de vrouwen op respect kunnen rekenen?
Dit is maar één voorbeeld
dat onze houding die God van ons vraagt
voor anderen van betekenis kan zijn, tot zegen kan zijn.
Wat we op zondag doen, de liederen die we zingen, de preken die we horen,
De ervaringen die we van God hebben,
die hebben te maken met wat we op maandag tot en met zaterdag doen.
De liturgie ligt op straat – het dienen van de Heere beperkt zich niet
tot de zondag en de kerkdienst,
maar krijgt handen en voeten door de weeks in alle relaties die we hebben.
De avondmaalstafel heeft alles te maken
met onze keukentafel, de vergadertafel, de onderhandelingstafel,
de kassa in de winkel, het toetsenbord van de computer.
Daar zijn we geen ander en mogen we geen ander zijn,
omdat God een heilig God is
en vraagt om heilig te leven.

Dat is de opdracht die God geeft,
Maar het is niet alleen een opdracht.
Als God een opdracht geeft, is dat altijd ook evangelie,
een blijde boodschap.
In het houden van die verordeningen en bepalingen
zijn we tot zegen voor de mensen om ons heen
en worden we het gebruikt in Zijn dienst om Zijn koninkrijk uit te breiden.
We vieren avondmaal voor ons zelf, voor Gods aangezicht
maar tegelijkertijd met het oog op onze dienst in deze wereld
om daar in woord en daad van onze God te getuigen.
Amen