Preek zondag 24 november 2019

Preek zondag 24 november 2019
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Jesaja 63:7-19

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Kunt u God ontmoeten?
Kunt u de Heere ontmoeten, volgende week aan Zijn tafel?
Kunt u de Heere ontmoeten als Hij morgen zou terugkomen op aarde?
Als de Wederkomst morgen een feit zou zijn?

Dat is een vraag die wij zelf eigenlijk niet kunnen beantwoorden,
Want Degene die alleen een antwoord zou kunnen geven op die vraag
of wij God kunnen ontmoeten is de Heere zelf.
Want wij kunnen denken dat het wel goed zit
en ons daarmee in slaap sussen terwijl het ondertussen niet goed zit.
Het zou ook kunnen dat als de Heere voor ons verschijnt
Hij ons duidelijk maakt dat we Hem helemaal niet kunnen ontvangen zoals we denken,
maar dat er eerst orde op zaken gesteld moet worden.

Dat God op een manier kan verschijnen waarop we niet rekenen
– daar kan Israël over meepraten.
Na een aantal verzen waarin de grootheid van God wordt bezongen,
is erop eens een verandering van toon: God is gekomen,
maar met de vreugde was het dan wel gelijk over:
Daarom is Hij voor hen veranderd in een vijand. Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.
Dat is wat, als God tegen je strijdt, je eigen God voor jou in een vijand veranderd.
Niet meer aan uw kant staat, niet meer aan jouw kant staat, maar zich tegen je keert.
Er wordt hier in dit hoofdstuk niet beschreven hoe Israël merkte dat God tegen hen was,
maar we kunnen er zeker van zijn dat het een diepe val geweest is
en dat Israël veel kwijt raakte wat niet gemist kon worden.

‘Als ik God niet zou kennen,
zou ik niet weten hoe ik door die moeilijke periode heen zou kunnen komen.’
Dat hoor ik nogal eens zeggen tijdens een bezoek.
Je kunt het je niet voorstellen, maar je zou voor je gevoel radeloos worden.
Hier gaat het om de ervaring dat je God wel kent,
maar dat Hij er niet voor je is als je Hem nodig hebt.
Dat als je Hem zoekt, Hij niet van zich laat horen.
Dat als je vraagt om Zijn steun, dat Hij je in de steek laat.
Dat als je roept om Zijn komst, Hij wel komt,
dan maar op een manier die je de angst aanjaagt en je denkt:
had ik maar niet gevraagd om Zijn komst.
Een vijand van Zijn eigen volk, tegen wie de Heere meermalen heeft gezegd:
Ik ben jullie God en jullie zijn Mijn volk. Een verbond dat voor eeuwig duurt.
Dan kun je nog zo mooi zingen over de grote daden van de Heere,
nog zo je mond vol hebben van de grootheid en de trouw van God,
maar dan sta je er wel alleen voor en krijg je geen steun van Hem.
Sterker nog, Hij gunt je geen moment rust en neemt je alles af wat je dierbaar is.

Zou ons dat ook kunnen overkomen,
dat de Heere aan ons verschijnt op een manier die we liever niet hebben?
Kan Hij ook tegen ons ten strijde trekken? Voor ons een vijand worden?
Laten we niet te snel zeggen dat dit nu iets voor het volk Israël is
en dat het ons niet meer kan overkomen, omdat we leven na de komst van Christus,
ook al zegt het avondmaalsformulier dat wij niet meer door God verlaten kunnen worden
omdat Christus de aan het kruis is gegaan en afdaalde in de hel,
door God verlaten werd, zodat wij niet meer door God verlaten hoeven te worden.
Want ook het volk Israël had de belofte gekregen dat God hen niet in de steek zou laten,
voor hen zou strijden, Zich persoonlijk met hun lot bemoeien en met hen meegaan.
Wat Israël hier in de woorden van de profeet overkomt, is ook voor Israël een schok geweest
een intense, aangrijpende ervaring, waarin ze beseften:
We hebben God niet meer, Hij staat niet meer aan onze kant. Wij zijn verloren.
Vijanden die het land aanvielen en stad na stad veroverden
En zelfs de meest heilige plaats, Jeruzalem,
Waarvan ze dachten dat die nooit zou vallen, omdat de Heere Zelf de muren beschermde
werd ingenomen en verwoest.
De Tempel, plaats waar God op aarde woonde, werd verwoest
alsof Hij daar nooit gewoond had, alsof Hij nooit iets met het volk had gehad,
Alsof die mooie verhalen over vroeger alleen maar inbeelding waren.
Zo gingen ze als gevangenen in een stoet naar Babel.
Als ze achterom keken zagen ze de restanten van de muren, wat brokstukken van de tempel
en ook de stad die in een ruïne was veranderd.
Niets meer van overgebleven en alles wat aan God herinnerde was weggevaagd.

Dan hebben we het hier nog een stuk beter:
Andere gelovigen met wie we samen een gemeente kunnen vormen,
om elkaar bij te staan en te wijzen op hoe God in ons leven bezig is.
Een kerk waar we mogen horen over God, mogen zingen over wat Hij voor ons doet.
Of rekenen we ons dan te rijk en moeten wij ook onder ogen zien
dat ook wij, net als het Israël uit de tijd van de Bijbel, God kunnen kwijtraken?
Hier in dit gedeelte gaat aan het wegblijven van de Heere wel het een en ander vooraf
En is de komst van God als vijand wel een reactie op wat er bij het volk gebeurt.
Zij daarentegen zijn ongehoorzaam geworden en hebben Zijn Heilige Geest bedroefd.

Voordat God Zijn volk in de steek laat, is Israël zelf al weggelopen bij God vandaan.
Ondanks alle zorg die de Heere heeft laten zien.
Ondanks Zijn eigen betrokkenheid, dat Hij persoonlijk is meegegaan
op de weg uit Egypte, via de Sinaï, door de woestijn naar het Beloofde Land.
Ze haalden hun schouders op over Gods grote daden,
ze werden niet meer warm van liefde en trouw die daarin zichtbaar werd,
dat verhaal van de uittocht en de woestijn was iets van lang geleden,
te lang geleden om er nog een verhaal van deze tijd te kunnen maken.
Zo raakte God steeds meer uit het hart, meer en meer.
Hoe dichtbij God ook kwam door zelf mee te gaan,
Hoezeer ze konden merken dat God in hun midden was,
het deed hen niets meer, het raakte hen niet meer
En zo gleed het geloof langzaam uit hun leven weg en gingen ze hun eigen gang.
Kan dat ook bij ons gebeuren?
Dat God zo langzaamaan uit ons leven wegglijdt?
Dat je bij jezelf denkt: de verhalen uit de Bijbel zijn wel een verleden.
Dat het je niets meer doet als het over God gaat,
dat geloof iets van de buitenkant wordt: je zit nog wel in de kerk,
maar in je hart is het leeg geworden
en je bent bezig om je eigen weg te gaan bij God vandaan.
Je hebt Hem niet meer nodig in je leven. Je redt het wel zonder Hem.
Wat je van Hem meegemaakt hebt is van vroeger. Het leven is nu anders geworden.
Meer je eigen regie over je leven. Je bidt niet meer of God je leven leidt.
God staat niet meer op de eerste plaats. Je hebt iets anders op de eerste plaats staan.

Je hebt je vertrouwen niet meer op God gesteld, maar op iets aards.
In het formulier wordt een verdere uitwerking gegeven aan de hand van de Tien Geboden:
dat je je eigen beeld van God maakt.
Dat je er vanuit gaat dat God altijd aan jouw kant staat, dat Hij je zegent.
Dat het succes dat je hebt met jouw gekozen koers
achteraf door God een stempel opgedrukt krijgt.
Dat je alles zo weet te draaien, dat God het met jou eens is
in plaats dat je zoekt naar Gods wil.
Er zit in het avondmaalsformulier een bezorgde toon:
Als het nu echt zo met je gesteld is, zit het niet goed en ben je op de verkeerde weg.
Dan kun je het wel tegen jezelf zeggen dat het goed zit,
maar kun je God niet ontmoeten, ook niet volgende week aan Zijn tafel.
Dan kom je niet eens voorbij de eerste stap van het zelfonderzoek,
waarin je eerlijk nagaat of er iets aan jouw kant mis zit in de relatie met God.
Of je Christus echt wel in je hart hebt, of dat daar een lege plek is
Waar Christus hoort te wonen.
Dat was waar het met het Israël uit de Bijbel misging,
het punt waar de weg werd ingeslagen bij God vandaan,
een weg van ongehoorzaamheid, een weg van het bedroeven van de Geest.
Het staat de Heilige Geest voor Gods merkbare aanwezigheid,
dat je weet en merkt, ervaart en ziet dat God er voor je is op dat moment.
Ook als er gesproken wordt over de Engel van Gods aanwezigheid
dan wil de profeet erop wijzen, dat God in eigen persoon met Israël meeging.
Nu komt God weer. Nu is het weer bemoeienis van God Zelf hoogstpersoonlijk.
Ook als Israël God losgelaten heeft en een eigen weg is ingeslagen.
Ook als God zich als een vijand toont van Israël is dat gedreven door Zijn zorg.
Hij kan Israël niet loslaten, omdat het Zijn volk is.

Als Hij zo tegen Zijn eigen volk ten strijde trekt,
is dat om weer in het hart te komen van al Zijn onderdanen.
Om weer als hun God gediend en geëerd, gehoorzaamd te worden.
Om hen te confronteren met de leegte in hun hart.
Om hen te laten beseffen dat ze Hem hebben losgelaten en dat Hij hen terug wil.
Dat is ook de reden waarom we ons voorbereiden op het avondmaal.
Om na te gaan of Christus wel in ons hart is.
Om na te gaan of ons geloof geen lege huls is, alleen maar buitenkant
met in ons hart een grote leegte omdat we Christus missen.

Soms kunnen we zo vast zitten in onze gedachte dat we gelovig zijn en God dienen
dat de Heere een confronterende manier naar ons toekomt.
Ons leven op de kop zet, ons alle zekerheid afneemt,
En zich zelfs kan voordoen als iemand die ons steeds moet hebben,
ons dit leven niet gunt, bezig is om steeds wat we hebben af te nemen.
Zodat je je kunt afvragen: Is dit God zoals ik Hem heb leren kennen?
Waar is de God van vroeger?
Waarom laat Hij mij zo diep wegzakken?
Waarom laat Hij mij aan mijn lot over?
Waar blijft Hij om mij te redden, nu ik Hem zo nodig heb?
Het kan een ervaring zijn, die elke gelovige kan overkomen.
Er is een uitdrukking voor: de donkere nacht van de ziel.
Momenten waarop het zo donker in je is, dat er geen enkel licht meer gloort
en je denkt: nu is het over met God en mij. Hij heeft mij verlaten.
Ook als gelovige kun je je worsteling met de Heere hebben.
Dat brengt de Heere niet in je leven, omdat Hij van u af wil.
Hij laat je dat niet doormaken omdat het over is.
Maar omdat Hij op hartstochtelijk naar u op zoek is
en niets liever wil dat jij je hart weer voor Hem opent en Hij in je kan komen.
Ja, Hij zoekt je op om je te herinneren aan je schuld.
Dat is niet om te laten zien dat er geen plaats meer bij Hem is,
maar zodat u naar Hem toekomt omdat u het zelf niet meer weet
hoe u daar los van kunt komen en het maar bij Christus brengt.
Hier is het. Ik kan er zelf niets meer van maken.
Dat ik hier ben, bij U, is voor mijzelf ook een verrassing.
Ik had het zelf niet verwacht dat ik durfde, maar ik ben gekomen omdat ik moest.
Ik kwam er zelf niet meer uit.
Zo donker werd het in mijn leven. Er is er maar Eén die mij kan redden: en dat bent U.
Dat je je herinnert hoe God vroeger werkte
en dat je die herinnering vastgrijpt om weer naar God te gaan
en tot Hem te roepen, Hem te smeken om Zijn hulp, Zijn redding.
Dat Hij op een andere manier naar je toekomt dan als vijand,
dan als een rechter die al je zonden en fouten opnoemt om je te veroordelen.
Al zou Hij daar wel het recht toe hebben.
Dat Hij naar je toekomt en zegt dat al je zonden vergeven zijn,
dat het weer goed zit.

Omdat God eerder al eens kwam naar deze wereld, nog voor wij geboren waren.
Dat Hij zelf als een kind geboren werd, in de stal van Bethlehem
om, nadat Hij was opgegroeid en verteld had over de nieuwe wereld die God brengt,
stierf aan het kruis, ook voor ons, voor u, voor mij, voor jou.
In deze week van voorbereiding gaat het om de vraag
of je kunt geloven dat dit ook voor jou is gebeurd,
dat u dat kunt aannemen, kunt geloven dat Christus ook voor u stierf
en uw zonden zijn weggedragen,
al zijn het voor je gevoel misschien dezelfde als drie maanden geleden.
Al kun je dat ook misschien niet eens als een belijdenis uitspreken,
maar meer als een gebed: Heere, red mij.
Kom naar mij toe, daal neer uit de hemel, om mij te redden,
Want als U niet komt, dan gaat het mis, dan is er niemand meer die mij kan redden
om mij terug te brengen bij U.

Wat denkt u: Wat zal de reactie van de Heere zijn als u zo tot Hem roept?
Wat zou de Heere voor jou doen als je zo tot Hem en om Hem roept?
Zou Hij onbewogen in de hemel blijven zitten, of afdalen en komen?
Vanuit de Bijbel weten we, zegt de Heere over Zichzelf dat Hij dan komt.

En kunnen wij dan de Heere ontmoeten?
Zijn wij dan in staat om Hem te ontvangen?
Want er is toch nog zoveel mis? Ons ongeloof – we zijn dat niet zomaar kwijt
en het kan steeds weer opvlammen.
Begeerten die ons op de verkeerde weg brengen. We zijn er niet zomaar los van.
En toch: je ontvangt een waardigheid om Hem te ontmoeten.
We kunnen Hem ontmoeten omdat Christus de weg baande,
omdat Hij al onze zonden op zich genomen heeft aan het kruis.

Daarom kunnen we avondmaal vieren.
In dat avondmaal proeven we in het brood en in de wijn de genade.
Zien we in het brood dat gebroken wordt, hoe Christus zich liet breken voor ons.
Zien we de wijn en denken we terug aan die dag dat Christus daar hing op Golgotha.
Hoe Hij de dood inging. Door God verlaten werd, zodat de Heere altijd naar ons terugkeert,
ons niet aan ons lot overlaat in de zonde, maar neerdaalt uit de hemel om ons te redden.
Wij hebben niet veel te bieden en kunnen alleen maar vragen:
Heere, kom om mij te redden, om mij terug te brengen bij U.
Om te geloven dat God dat ook zal doen.
Amen

Preek zondag 29 september 2019

Preek zondag 29 september 2019
Viering Heilig Avondmaal
Schriftlezing: 1 Korinthe 1:1-17

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Onlangs was ik weer te gast in een gemeente, waar ik al lang kom als gastvoorganger.
Het is een gemeente, die ik aardig heb leren kennen.
Ik wist dat die gemeente ook de nodige zorgen hebben gehad.
De gemeente was lange tijd vacant en was behoorlijk gedoe binnen de gemeente geweest.
Ik was benieuwd hoe ik de gemeente zou aantreffen.
De vorige keer dat ik er was, begin dit jaar, viel het me op dat het zo leeg was in de kerk.
In tussentijd was er wat veranderd in de gemeente: er was een nieuwe predikant gekomen.
Ik was benieuwd wat voor predikant er gekomen was en wat zijn komst betekent.
In de consistorie vertelde een van de ouderlingen,
dat er heel wat gebeurd was voordat deze predikant kwam.
Ze wilden de nieuwe predikant niet opzadelen met de problemen van de afgelopen tijd
en als gemeente wilden ze na alle spanningen en conflicten een nieuwe start maken.
Ze besloten een speciale kerkdienst te beleggen,
waarbij alle gemeenteleden uitgenodigd werden.
Het zou een dienst van verootmoediging en schuldbelijden worden,
waarbij iedereen de pijn die is aangedaan, maar ook de fouten die hij of zij zelf maakte
bij Christus konden brengen.
Om het zichtbaar te maken, dat de fouten en de pijn bij Christus gebracht konden worden,
hadden ze een groot houten kruis laten maken, van wel 2 meter.
Dat kruis stond voor in de kerk.
De kerkenraad wist van tevoren niet hoeveel gemeenteleden er zouden zijn in die dienst.
Toen ze de kerk in kwamen, bleek de kerk vol te zitten.
Tijdens de dienst kwamen de gemeenteleden een voor een naar voren
en gingen naar het kruis toe.
Bij het kruis legde iedereen een briefje neer met daarop de eigen fouten die gemaakt waren.
Die werden aan de voet van het kruis gelegd.
Aan het einde van de dienst werden de briefjes verzameld en vernietigd.
Het was voor de gemeente een indrukwekkende dienst geweest:
om met elkaar als gemeente de eigen fouten, die naar elkaar gemaakt zijn
En de zonden die men naar God toe gedaan had, bij het kruis te kunnen brengen.
Zichtbaar stond daar voor in de kerk het kruis, dat heenwees naar het kruis van Christus,
Waar Hij hing om de zonden van de mensen weg te dragen en het goed te maken met God.
Nadat deze dienst er geweest was en de zonden en fouten bij de Heere waren gebracht
Was er ook ruimte om met elkaar een nieuwe predikant te beroepen.
Toen ik met de kerkenraad de kerk binnenkwam, zag ik naast de preekstoel dat kruis staan.
Een groot kruis, een eenvoudig kruis van hout.
De kerkenraad had er voor gekozen om het kruis te laten staan
Als herinnering hoe het mis gegaan was in de gemeente,
maar vooral ook als herinnering hoe de gemeente een nieuwe start mocht maken,
een nieuwe start van de Heere ontving.
Ik kan u zeggen, dat het indrukwekkend was om onder aan de kansel te staan
naast dat houten kruis en op de kansel dat houten kruis naast me te hebben,
dat sprak van het nieuwe begin met Christus.
Duidelijk ervoer ik hoe het kruis van Christus een kracht heeft
en hoe bijzonder de genade van God is, dat Hij Zijn Zoon gaf
en dat wij onze fouten en zonden bij Hem mogen brengen,
om van onze zonden en fouten los te raken, vergeving te ontvangen,
een nieuwe start te krijgen.
De zonden, die ons aanklagen, de pijn die we een ander aandoen, mogen we brengen
aan de voet van het kruis, waar Hij hing in onze plaats.
Vanmorgen komen we ook bij dat kruis, om daar onze zonden te brengen
en vergeving te ontvangen, een nieuwe start te krijgen van de Heere.
We hebben geen zichtbaar kruis voor in de kerk staan.
Wel staat voor in de kerk de tafel met het brood en de wijn:
het brood dat straks gebroken wordt laat zien hoe Christus zich liet brengen.
De wijn, die uitgegoten wordt en doorgegeven wordt,
laat zien hoe Christus met het offer dat Hij bracht ons reinigt van onze zonden.
We mogen daar onze fouten, onze zonden brengen, aan de voet van het kruis.
Hij neemt ze aan en draagt ze weg, zodat ze ons vergeven zijn.
Krachtig is het kruis, want daar nam Christus al onze zonden op zich,
zodat wij van al onze zonden bevrijd kunnen worden en gereinigd kunnen worden.
Dat kruis, dat zo lang geleden werd opgericht, spreekt nog steeds:
van genade, van bewogenheid van de Heere, van de grote liefde die onze God heeft,
zo groot dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf.
Laat het kruis die kracht niet verliezen, waarschuwt Paulus in de brief aan Korinthe.
Raak de inhoud van het kruis niet kwijt, dat spreekt van verzoening, van vergeving,
van Gods liefde die niet te beschrijven is.
Want daar leren we God kennen, kijken we Hem in het hart.
Daar kunnen we van onze zonden bevrijd worden en opnieuw beginnen.
Het staat er voor ons, zodat wij komen en neerknielen en alles neerleggen bij Hem.
U bent geroepen, hoorden we vorige week, geroepen tot de gemeenschap met Hem.
Hij liet van Zich horen, kwam in uw en jouw leven, zodat je niet achter kon blijven,
maar voelde dat je wel moest komen, omdat Hij je riep.
Nu roept Hij u, jou om naar voren te komen, naar de tafel,
om uit Zijn eigen hand het brood te ontvangen, uit Zijn hand de beker aangereikt te krijgen.
In dat gebaar, waarmee Hij dat brood en de wijn ons aanreikt, zegt Hij:
Dit heb ik voor jou, voor u gedaan.
Het is genoeg!
Neemt, eet en drinkt tot Mijn gedachtenis,
geloof hoe Ik ook voor u, voor jou mijn leven gaf,
Jouw zonden meenam op Golgotha en uw fouten droeg aan het kruis.

Genade, zo oneindig groot. Dat ik, die ’t niet verdien

het leven vond, want ik was dood en blind, maar nu kan ‘k zien.


Want Jezus droeg mijn zondelast en tranen aan het kruis.

Hij houdt mij door genade vast en brengt mij veilig thuis. Amen

 



Preek 30 juni 2019 avonddienst

Preek 30 juni 2019 avonddienst
Dankzegging Heilig Avondmaal. Schriftlezing: 1 Johannes 1:1 – 2:2
Tekst: Opdat u ook gemeenschap hebt met ons; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader; en met Zijn Zoon Jezus Christus (vers 3b).

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is bijzonder om zo met elkaar het avondmaal te vieren.
Om met elkaar daar vooraan te zitten, de schaal en de beker aan elkaar door te geven,
waarbij we elkaar de tekenen van brood en wijn doorgeven.
Dat geeft aan, dat we niet alleen maar voor onszelf daar zitten aan die tafel,
maar ook voor elkaar.
Als je daar zit, pak je de schaal aan van degene die naast je zit
En die de schaal aan je doorgeeft.
Je neemt het brood ervan en geeft de schaal door.
Je pakt de beker aan van degene die de beker jou aanreikt en je geeft de beker weer door.
Dat aannemen en doorgeven is niet voor niets. Dat heeft een betekenis.
Er is iemand uit de gemeente – en je hebt wellicht niet zelf voor diegene gekozen –
reikt jou de tekenen aan, die heenwijzen naar het offer dat Christus bracht.
In het aangeven van de schaal zegt degene naast je (zonder woorden):
Hier is het brood, gedenkt en gelooft dat Christus ook voor jou gestorven is.
En als de beker wordt aangereikt zegt je buurman of buurvrouw in dat gebaar:
Christus reinigt ook jou van je zonden.
Ik mag je dat doorgeven, net zoals ik dat zelf ook weer van iemand gekregen heb.
Zo worden we gesterkt, zowel in ons geloof, in onze band met Christus
en ook gesterkt in de onderlinge band, doordat we samen daar zitten
en elkaar de tekenen mogen aanreiken, die Christus ons weer aanreikt.
Bovendien is het door die Geest dat wij als leden van één lichaam met elkaar
in ware broederlijke liefde verbonden worden.
Dat gaat in samen op: gesterkt worden in je eigen geloof en ook in de onderlinge band.
In zijn brief wijst Johannes daar op op:
Opdat u ook gemeenschap hebt met ons;
en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader; en met Zijn Zoon Jezus Christus.
Je kunt blijkbaar niet alleen, niet in je eentje geloven.
Ja, soms kan het niet anders. Als je leeft in een omgeving, waar niemand christen is
en je tot geloof komt en je bij niemand terecht kunt, dan moet je alles in je eentje doen.
Maar dan is geloven niet gemakkelijk: om in je eentje avondmaal te vieren,
om jezelf aan te spreken en bij de les te houden,
jezelf moed in te spreken als je het niet ziet zitten, jezelf op te beuren en te troosten
– dat is allemaal niet gemakkelijk.
We hebben elkaar nodig, al is het maar om de schaal met brood aan te geven
en de beker aan te reiken,
het gebaar waarmee we tegen elkaar zeggen: het is ook voor jou!
Het is voor ons leven met de Heere, voor ons geloof, niet goed, als we dat alleen doen.
Ik hoorde ooit een voorbeeld, en dat ben ik nooit vergeten
en heeft er zelfs toe geleid om maar aandacht te schenken aan de onderlinge band:
Iemand vertelde dat ze kort na de belijdenisdienst in een zwart gat viel.
In een jaar tijd had ze intensief met anderen opgetrokken,
op een vast tijdstip bij elkaar gekomen, week in week uit.
Door dat samenkomen, door die gesprekken leefde ze dicht bij de Heere
met als climax, als hoogtepunt een mooie belijdenisdienst.
Maar na die belijdenisdienst was het voorbij, was er niets meer, stil.
Geen ontmoetingen meer, geen gesprekken meer,
geen vaste avonden meer aan God gewijd.
Het was opeens stil en leeg: een zwart gat.
Onverwacht kreeg haar geloof een duw naar beneden.
Pas later besefte ze hoe belangrijk die bijeenkomsten en die gesprekken waren.
Ik ben haar er altijd dankbaar voor geweest, dat ze deze teleurstelling meldde,
omdat ze mij daarmee leerde, hoe belangrijk is voor het geloofsleven
om samen op te trekken, geregeld bij elkaar te komen.
Niet dat die gedachte helemaal nieuw was, maar toch:
Als je van iemand hoort, dat het wegvallen van de onderlinge contact
ervoor zorgt dat je terugvalt in geloof, geeft dat wel aan dat we niet zonder kunnen.
Als gelovige niet zonder de onderlinge band.

Die band wordt in het avondmaal versterkt.
Althans, dat is de gedachte van het formulier.
Zo zullen wij allen, die door het waarachtige geloof in Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde samen één lichaam vormen.
Aan de tafel zijn we één, net een gezin, het gezin van Christus,
Waarin iedereen die er is een broeder en een zuster is.
Een broer of een zus zijn: dat betekent, dat je daar niet voor gekozen hebt,
zoals je vrienden wel kunt kiezen.
Je hoort bij elkaar en je kunt je niet van elkaar los maken, ook al verbreek je het contact.
Als we verbonden raken met Christus, krijgen we er anderen bij,
die ook verbonden zijn met Hem.
Aan de avondmaalstafel groeit zowel de verbondenheid met Christus als met elkaar.
Gemeenschap met elkaar en met God.
Gemeenschap – een mooi woord, dat geeft aan dat je samen iets gemeen hebt:
Samen heb je gemeen dat je van Christus bent geworden.
Je hebt allemaal het kenmerk dat de Heere in je leven werkt
en dat je kon overgeven aan Hem, dat je Hem ging liefhebben en vertrouwen.
Dat heeft bij de een vast meer tijd gekost dan bij de ander,
maar dat is gezamenlijk: dat er in ons hart de liefde is voor Hem,
die hebben we daar niet zelf in gelegd, maar heeft de Heere zelf gegeven.
Dat hebben we gemeenschappelijk.
Gemeenschap betekent ook, dat je samen ergens onderdeel van bent.
Samen onderdeel van het gezin van God,als broeders en zusters.
Daarom samen aan de tafel, zoals een gezin gezamenlijk de maaltijd gebruikt
Gemeenschap betekent daarom ook, dat je niet allemaal losse individuen bent,
maar dat er onderling ook iets groeit.

Dat groeit niet zomaar, vanzelf. Daar moet de Heilige Geest voor aan de slag.
Want als mensen een gemeenschap vormen, als is dat aan de avondmaalstafel,
is dat niet iets dat vanzelfsprekend gaat.
Samen een gemeenschap vormen heeft iets positiefs:
Je stimuleert elkaar, daagt elkaar uit, je versterkt elkaar.
Je gaat met iemand in gesprek die de stap niet kan maken naar het avondmaal
in de hoop dat hij of zij de volgende keer wel kan gaan.
Je luistert naar de aarzelingen en neemt die serieus
en je weet ook iets aan te reiken dat verder helpt in dit opzicht.
Je deelt ervaringen met elkaar,
waardoor je hoort hoe een ander de gang naar het avondmaal beleeft.
Je denkt daarover na en het verrijkt je eigen omgang met het avondmaal
omdat je nieuwe inzichten hebt opgedaan, die je bijblijven.
Of je spreekt van tevoren af, dat je bij elkaar gaat zitten,
Zodat de stap voor iemand, die niet zo makkelijk aan het avondmaal gaat, niet zo groot is
omdat je met elkaar gaat
en je besluit om er na afloop om er met elkaar over door te praten hoe het was.

Samen een gemeenschap vormen kan ook iets ongemakkelijks hebben.
Je zit aan tafel met anderen uit de kerk, die heel andere opvattingen hebben,
met wie je maar geen gesprek moet hebben, omdat het op discussie uitloopt.
Of met iemand met wie je ooit een akkefietje hebt gehad, dat nooit echt is uitgepraat.
Je moet niet teveel de kant van die ander opkijken, want je wordt er nog aan herinnerd.
Je zit naast iemand, die ooit eens iets gezegd heeft, dat niet zo heel tactisch was,
je vermoedt dat degene die naast je zit allang vergeten is, wat hij of zei ooit tegen je zei,
maar je weet het nog steeds en toch is hij of zij degene die je de schaal en de beker aanreikt
en jou de tekenen van genade en vergeving overhandigt, in naam van Christus.
Samen zit je aan de tafel van Christus en allebei heb je de genade nodig.
Mag die opmerking nog een belemmering zijn om de schaal en de beker aan te nemen?
Betekent dat de tekenen van brood en wijn, die heenwijzen naar de genade is er is,
betekent dat je deze tekenen ontvangt, dat je die opmerking voortaan moet vergeten
en er niet meer zo mee bezig moet zijn, omdat je zelf ook genade nodig hebt
en je naast iemand zit, bij wie je zelf ook weer iets aangericht hebt?
Of betekent het nog iets anders, dat je het ook bij Christus mag brengen
en in Zijn handen mag leggen en dat Hij weet wat er tussen jullie zich afspeelde?
Heel makkelijk kunnen we voor elkaar een belemmering zijn om bij Christus te komen.
En toch zegt het avondmaal, dat de Heere ons met elkaar verbindt, één van hart maakt.
Niet losse individuen, die toevallig een plek aan de tafel hebben,
die allemaal iets met Christus hebben en die als ze de kerk verlaten
weer ieder de eigen kant op gaat, zonder nog iets met elkaar te maken te hebben.
Nee, in het avondmaal gevormd tot één lichaam.
En ik denk dat we dat niet moeten beperken tot onze kerk alleen,
maar alle kerken die er zijn in Oldebroek en over heel de wereld: samen dat ene Lichaam.
Gevormd tot één lichaam, omdat we elkaar nodig hebben om verbonden te zijn met God.
Johannes verbindt dat hier ook aan elkaar:
verbonden met elkaar en verbonden met de Vader en met Christus.
Die verbondenheid is zowel een opdracht, die we hebben,
een verantwoordelijkheid die we voor elkaar gekregen hebben,
waar we ons niet van kunnen afmaken.
Maar ook een geschenk van God, een gemeenschap, waarin Hij ons opneemt,
waarin Hij ons een plek geeft en anderen om ons heen.
Het is een verantwoordelijkheid om niet te veel uit elkaar te groeien,
zodat je elkaar niet meer begrijpt.
De tijd nemen om naar elkaar te luisteren, te begrijpen hoe iemand anders denkt, gelooft.
Om zelf wellicht ook te vertellen hoe de Heere werkt in jouw leven.
De tijd nemen om elkaar op te zoeken.
De tijd nemen om voor elkaar te bidden.
Op de opleiding leerde ik bij het vak pastoraat:
Het gaat erom dat we gossip veranderen in gospel.
Gossip: roddel. Gospel: het evangelie van onze Heere/
In plaats van ongezonde nieuwsgierigheid, doorvertellen omdat het smeuïg is,
betrokkenheid tonen en oprecht mee te leven.
Als je het doorvertelt, om dan te laten merken dat je om die ander geeft
en iemand anders ook verantwoordelijk maakt om mee te leven en naar je om te zien.
Gospel: evangelie – oog krijgen voor hoe de Heere werkt in iemands leven
en dat doorvertellen en de Heere danken voor die persoon

en voor de genade die de Heere laat merken.
Zo zullen wij allen, die door het waarachtige geloof in Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde samen één lichaam vormen, omwille van Christus, onze geliefde Zaligmaker, die ons tevoren zo bijzonder heeft liefgehad. Dit zullen wij niet alleen met woorden, maar ook met daden aan elkaar bewijzen. Daartoe helpe ons de almachtige en barmhartige God en Vader van onze Heere Jezus Christus, door Zijn Heilige Geest.

Die verbondenheid met elkaar is nodig om verbonden te blijven met de Heere.
We hebben avondmaal gevierd.
We hebben vanmorgen weer mogen ervaren, mogen proeven
hoe het is dat de Heere ons weer opneemt in Zijn gemeenschap, met ons verder wil
en dat Hij zo in ons wil werken, dat we groeien in geloof, andere mensen worden,
vol van Hem, vol van Zijn Geest.
Het avondmaal vieren, aan de tafel aangaan, is de belofte geven aan de Heere
dat je in de komende tijd uit die gemeenschap wilt leven.
en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader; en met Zijn Zoon Jezus Christus.
Avondmaal is geen momentopname, niet alleen maar iets voor 30 juni 2019,
maar geldt ook voor de komende maanden,
als je morgen op je werk komt.
Als je het komend weekend een weekendje weg bent.
laat ieder zijn geweten onderzoeken of hij ook gezind is voortaan met zijn hele leven waarachtige dankbaarheid aan God de Heere te bewijzen en oprecht te wandelen voor Gods aangezicht. En eveneens of hij, terwijl hij van harte alle vijandschap, haat en afgunst aflegt, zonder enig huichelen, een ernstig voornemen heeft voortaan in waarachtige liefde en eensgezindheid met zijn naaste te leven.

Want de Heere is dat waard. In Zijn zorg voor ons geeft Hij mensen om ons heen.
Die over Hem vertellen. Die voorleven hoe je met God kunt leven.
Die meeleven en ons aanspreken, die ons stimuleren en ons een voorbeeld zijn.
Voor wie wij zelf een voorbeeld mogen zijn, die zich aan ons optrekken.
Samen met elkaar de weg van Christus gaan.
Als je zo met elkaar optrekt, kom je bij de Heere uit. Samen bij de Heere uit.
Een  gemeenschap waarin God werkt, een gemeenschap die God eert
met woord en daad. Amen

Preek zondag 30 juni 2019 morgendienst

Preek zondag 30 juni 2019 morgendienst
Viering Heilig Avondmaal. Schriftlezing: 1 Johannes 1:1- 2:2
Tekst: En het bloed van Jezus Christus reinigt ons van onze zonde (1 Johannes 1:7b)

Deze brief van Johannes begint met de grootheid van God:
Hij was er al voor wij geboren werden, ja voordat de wereld er was, was Hij er al.
Hij schiep deze wereld.
Vol verwondering schrijft Johannes dat de Heere niet op een afstand bleef,
zelfs niet toen wij als mensen kozen voor de zonde.
Hij kondigde Zijn komst aan en kwam in Zijn Zoon Jezus Christus op aarde
om ons mensen op te zoeken en terug te brengen.
Hij kon daarover uit eigen ervaring spreken, omdat hij erbij was,
Jezus met eigen ogen mocht zien, met Hem mee optrok.
Tegelijkertijd wil Johannes ons laten weten, dat het ook onze ervaring kan zijn,
dat Jezus er is, in ons midden, dat we Hem horen en ervaren,
dat we weten dat Hij hier is en dat we Hem ook ontmoeten.
Doordat Jezus op aarde kwam, weten we dat God mensen opzoekt,
omdat Hij hen bij Zich wil hebben, in Zijn gemeenschap,
dat ze bij Hem horen, van Hem zijn.
Johannes spreekt over de mogelijkheid om bij God te horen.
Het is zelfs de wens van de Heere, dat we van Hem zijn.
Alles in de Bijbel – ook al in het Oude Testament – spreekt van onze God
Als een God die Zijn volk Israël op zoekt en met Christus alle mensen zoekt
om hun God te zijn.
Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat een ieder die in Hem gelooft, het eeuwig leven heeft.
Daar is het de Heere om te doen, dat we geloven in Hem
en dat we het eeuwige leven ontvangen, waar we voor altijd bij Hem mogen zijn.
Ook in dat eeuwige leven gaat het om Hem, onze Heere,
gaat het erom dat we nooit meer van Hem gescheiden zijn.
Daarom vieren we avondmaal: Omdat God ons in Zijn gemeenschap wil hebben.
Het avondmaal vieren we: we vieren dat we verbonden zijn met onze Heere.

Maar kunnen we dat wel vieren?
U bent in de afgelopen week bezig geweest met het avondmaal,
want dat is toch niet iets dat je zomaar even doet.
Je bereidt je daar innerlijk toch op voor: of je kunt aangaan of niet.
Dat werd ook gevraagd: om erbij stil te staan, dat er heel wat aan onze kant mis zit.
U bent nagegaan hoe dat bij u is en tot de conclusie gekomen:
Er is bij mij nog teveel dat niet in orde is.
Ik kan zoals ik nu ben niet aan het avondmaal gaan.
Ik kan niet vieren dat ik verbonden ben met de Heere,
Want van mijn kant is er zoveel dat mij aanklaagt:
Mijn geloof – ja, kan ik wel spreken van geloof?
Ik breng er zo weinig van terecht.
En mijn manier van leven, wat laat ik daarvan zien dat ik bij de Heere hoor?
Zo goed doe ik het als christen niet. Ik kan me eigenlijk niet eens christen noemen
en een plek aan die tafel kan ik helemaal niet innemen.
Hoe kan ik aankomen bij de Heere, die zo groot en heilig is?

En het bloed van Jezus Christus reinigt ons van onze zonde, zegt Johannes.
Daarmee wil hij zeggen, dat we dat vanuit onszelf ook niet kunnen.
Niemand van ons kan zeggen: mijn plek daar aan die tafel heb ik aan mijzelf te danken.
Het is allemaal genade, omdat Christus stierf
en omdat Hij gestorven is, gestorven voor u, voor jou, mij, daarom kunnen wij komen.
Daar wijst het brood dat gebroken ook naar: naar hoe Hij aan het kruis stierf
en daar stierf met een reden: om ons vrij te kopen.
Daar wijst de wijn naar: het bloed van Christus dat ons reinigt.
Daar naar voren te komen en brood en wijn te ontvangen,
geven we aan, dat we dat offer van Christus nodig hebben,
dat we niet zonder zijn lijden en sterven aan het kruis kunnen,
omdat Zijn dood ons vrijmaakt van de zonde en ook reinigt.
Met Zijn dood aan het kruis – daarom vieren we het avondmaal –
geven we aan, dat God met ons opnieuw wil beginnen, schoon schip maakt.

De zonde die zo diep in ons kan zitten, wordt helemaal weggenomen.
Als je weet dat je geloof niet volmaakt is en je steeds weer tekortschiet,
Als je weet dat je er niet genoeg naar leeft,
dan kan dat heel makkelijk klinken: je gaat naar het avondmaal,
je krijgt vergeving en je mag weer opnieuw beginnen,
Terwijl je eigenlijk al weet, dat je over drie maanden weer diezelfde worsteling hebt
Van een geloof dat onvolmaakt blijft en God geen recht doet, want Hij heeft recht op meer.
Hij heeft er recht op, dat we Hem helemaal dienen, op de eerste plaats stellen
en ons niet pas met Hem bezig gaan houden als wij er tijd voor hebben, aan toe zijn.
Dat we er ook naar leven, niet alleen maar voor de vorm, maar ook met ons hart.
Is het niet te gemakkelijk om zo over vergeving en reiniging te spreken?
Dat is zeker niet Johannes’ bedoeling om maar makkelijk over de zonde te denken
en daar zomaar over heen te stappen.
Nee, er was heel wat voor nodig: Christus moest sterven.
Er is ook in ons heel wat nodig: Reiniging van zonden.
De zonde is ernstig – en Johannes wil die ernst volop onderstrepen.
Maar nog ernstiger is aan de genade voorbij gaan.
Nog ernstiger is  aan de mogelijkheid, die Christus biedt door Zijn sterven,
om gereinigd te worden voorbij te gaan.
Want dan blijf je nog in de zonde, dan is nog de breuk met God niet geheeld.
Wat had de Heere nog meer moeten doen om u vrij te kopen?
Is het offer dat Christus niet genoeg?
Zegt de Heere zelf niet, hier bij monde van Johannes, dat Zijn sterven genoeg is,
ook voor u: gedenkt, gelooft, dat dit kostbaar bloed vergoten is
tot volkomen verzoening van al onze zonden.
Wij maken het niet met God, maar Hij: Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden.
Met het avondmaal vieren we dat Hij, onze Heer, die het God maakt met God,
ons verzoent, hier in ons midden is, gastheer aan de tafel, ons nodigt om te komen:
Hier is brood en wijn, dat herinnert hoe Ik ook voor jou gestorven ben.
Neem, eet, gedenkt en gelooft dat Mijn lichaam verbroken is, ook voor jou.
Kom, hier bij Mijn tafel, om dat te gedenken, te vieren, dat het ook voor jou is.
Amen

Preek zondag 23 juni 2019

Preek zondag 23 juni 2019
1 Johannes 1
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Tekst: Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens.  – want het leven is geopenbaard en wij hebben het gezien. (1 Johannes 1:1-2a)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als je leest van Johannes hier schrijft, kun je daar jaloers op worden,
Johannes die Christus heeft horen spreken, die Christus gezien heeft, meegemaakt heeft.
Konden wij onze Heere ook maar zo van dichtbij zien, Hem horen spreken,
Zijn aanwezigheid merken, in Zijn nabijheid zijn.
Johannes was erbij, maakte het allemaal mee
en vanuit die ervaring wil hij de gemeente, waaraan hij schrijft,
aanmoedigen en sterken in het geloof.
Wie zou dat niet willen, dat je zo kunt terugkijken op je ontmoeting met Christus.
Dat je met Hem optrok en Zijn onderwijs aanhoorde
en dat je met die ervaring – dat je zo dicht bij Christus was – andere gelovigen mocht helpen.

Als ik Johannes in deze brief lees, dan is het hem er niet om te doen
om die ervaring uniek te maken.
Alsof het iets van hem alleen is, omdat hij achter Jezus aanging
en alles zag wat er om Jezus gebeurde.
Hij heeft het over “wij”: wij hebben gehoord, wij hebben met onze ogen gezien,
wij hebben aanschouwd, wij hebben het Woord des levens aangeraakt.
Daarmee bedoelt hij ook de gemeenteleden die deze brief krijgen
En ik denk dat wij ons daar ook bij mogen insluiten en het op onszelf mogen betrekken:
wij hebben gehoord, wij hebben met onze ogen gezien,
wij hebben aanschouwd, wij hebben het Woord des levens aangeraakt.
Dat is niet een ervaring die zich beperkt tot de twaalf leerlingen, die met Jezus meegingen
en ook niet tot de Joden die erbij waren toen Jezus gelijkenissen vertelde of wonderen deed.
Wij mogen, wij kunnen ons erbij insluiten: ook wij hebben gehoord en gezien,
Wij hebben aanschouwd en met onze handen aangeraakt.
Het lijkt erop, dat Johannes wil aangeven dat hij ooggetuige was, dat hij er zelf bij was.

Maar het gaat toch om iets anders, om iets dat ook wij kunnen meemaken.
Namelijk een overweldigende ervaring, waarbij je niet goed meer uit je woorden komt.
Als je verliefd bent op iemand en gaat stamelen,
Of als je een belevenis van de natuur had, die zo bijzonder was, dat je er stil van wordt.
Zo bijzonder, je kunt het niet onder woorden brengen, het raakt niet aan wat je meemaakte.
Dan gaat het Johannes hier om een ervaring die nog bijzonderder is, overweldigender is:
de ervaring iets van God mee te maken.
Je kunt het als Bijbellezer er niet goed uithalen, maar de woorden die hier staan,
zijn niet vloeiend geschreven, het is een stamelen,
een proberen onder te brengen van iets dat niet onder woorden te brengen is:
probeer maar eens onder woorden te brengen wat je meemaakt van onze Heere.
Johannes probeert het, maar het lijkt wel of hij er niet uitkomt, in ieder geval niet vloeiend.
Of het moet een lied zijn, dat hij citeert, waarvan de woorden als je gezongen hoort
wel kloppen, omdat ze een loflied zijn om de glorie van Christus te prijzen.
Je moet ze horen, misschien wel gezongen, of je moet de woorden zelf zingen:
Wat er was vanaf het begin
Wat wij gehoord hebben
Wat wij gezien hebben met onze ogen
Wat wij aanschouwd hebben
en onze handen getast hebben van het Woord des levens.
Wat er was vanaf het begin – niet alleen maar het begin dat God in ons leven kwam
en wij begonnen te geloven, het prille begin van ons als christen, als gelovige,
maar verder terug, niet terug naar het moment dat Christus op aarde kwam,
maar nog verder terug, zelfs naar het moment voor de wereld er was.
Toen de wereld nog niet geschapen was, er geen hemel en aarde was,
was er al wel een God – Vader, Zoon en Heilige Geest.
Voordat wij er waren, voordat onze wereld er was.
De reden waarom hierover gemediteerd wordt, hierover gezongen wordt,
is dat onze Heere die toen er reeds was een beweging maakte naar ons toe,
steeds dichterbij kwam: je kon Hem horen komen, aangekondigd in het Oude Testament
en nadat Hij geboren was en opgroeide, rondwandelde, wonderen deed en sprak,
was Hij voor mensen met eigen ogen te zien,
konden ouders hun kinderen bij Jezus brengen om gezegend te worden
En kon Thomas zeggen:
Ik wil Jezus zelf aanraken om te geloven dat Hij werkelijk is opgestaan.
Hoe menselijk Jezus ook werd – echt mens – Hij bleef wel God
En was er al voor de wereld geschapen werd.
Zo indrukwekkend en groots is God dat de hemel Hem niet kan bevatten
en toch wordt Hij mens en komt Hij onze wereld binnen, kunnen wij Hem ontmoeten.

Het is wat gebeurd, is dat we over Hem horen.
Een stem die in je leven klinkt, uitnodigend om bij Hem te horen,
om alle twijfels die er kunnen zijn, nu eens aan de kant te leggen
dringend, om je op te roepen tot geloof en niet meer zonder Hem te leven.
Dat horen over Hem kan ook op een manier die niet zo spectaculair is:
Iemand die uit de Bijbel leest, vertelt, je liederen leert, of je leert bidden, een preek houdt,
iemand die je uitlegt, dat je het avondmaal niet moet vermijden,
maar juist daar moet zijn omdat je dan Christus ontmoet.
Wat wij gehoord hebben – over God en dat kan ook door God gebruikt worden,
waardoor de Heere iets van Zichzelf laat horen:
Ik kwam voor jou uit de hemel, dat was toen, maar ook nu nog laat Ik van Mij horen
en Ik wil dat je naar Mij toekomt, dat je niet weg blijft.
Dat je niet allerlei belemmeringen en bezwaren opwerpt voor jezelf.
Luister naar Mij en kom!
De stem van God die tot ons komt en wij die horen,
Dat geeft aan dat God naar ons op zoek is, ons bij Zich wil hebben, in Zijn gemeenschap,
weer een band wil, dat we van Hem zijn.

God die ons wil hebben en daarom in deze wereld kwam en in ons leven komt.
Eerst hoorbaar, maar ook zichtbaar.
Wij hebben met eigen ogen gezien.
Dat kunnen we heel makkelijk verbinden aan Jezus die hier op deze aarde rondliep,
vertelde en genas, voor Pilatus stond en veroordeeld werd, de weg liep door Jeruzalem
op weg naar het kruis, waar Hij aan zou hangen, waar Hij stierf
en daarna de opgestane Heer die verscheen: aan de vrouwen, aan de discipelen.
Ik ben dood geweest en zie Ik leef. De dood overwonnen.
Zijn er ook momenten waarop we Christus kunnen zien in ons eigen leven.
Dat we Hem niet alleen maar horen, maar ook zien?
We geloven dat als we als gemeente samenkomen onze Heer er ook is. Aanwezig is.
Dat als we avondmaal vieren, Hij aan de tafel staat en ons het brood aanreikt
En ons aanspreekt: het brood dat je krijgt wijst naar het kruis waar Ik aan hing,
waar Ik mij gaf voor jou – verbroken tot volkomen verzoening van al je zonden.
Hij komt dan zo dichtbij, omdat Hij wil dat wij dichtbij Hem zijn, bij Hem zijn, van Hem zijn.
Als je het brood aanraakt, naar je mond brengt en eet.
Er zijn gelovigen die zeggen: dat brood, dat wordt Christus: je raakt Hem aan,
je eet Zijn lichaam.
Als gereformeerde protestanten zijn we wat voorzichtiger,
omdat je daar ook misbruik van kunt maken,
als je Christus zo in een stukje brood kunt hebben.
Maar we geloven wel, dat als je brood eet, dat Hij dan zichzelf geeft,
dat als je de wijn drinkt en in je lichaam naar binnen voelt gaan,
Dat Hij zo in je wil komen, om je lichaam te reinigen van de zonde.
Neemt, drinkt, gelooft, dat het kostbaar bloed van onze Heere Jezus Christus
vergoten is tot volkomen verzoening van al onze zonden.
Hoorbaar – zichtbaar – al is dat voor de ogen van het geloof
En dat is wat Johannes bedoelt met aanschouwen.

Want je kunt avondmaal zien – dat geldt misschien wel helemaal voor de kinderen
die dan in de kerk zitten en alleen maar kunnen kijken wat er voor in de kerk staat,
Wat daar gebeurt: een tafel, met daarop borden met brood en bekers wijn,
mensen die naar voren lopen en gaan zitten bij de tafel,
brood en wijn dat wordt rondgedeeld en mensen die dat eten en drinken.
Dat heeft allemaal betekenis.
Er staat een tafel in de kerk. Wat doe je met een tafel? Je kunt aan een tafel zitten.
Alleen of gezamenlijk. Op die manier laat tafel gemeenschap zien:
dat je bij elkaar hoort, als gezin bijvoorbeeld, of als vriendengroep.
Aan die tafel zitten mensen die bij de kerk horen – maar het is ook de tafel van Christus.
Is Hij er bij? Ja, Hij is gastheer.
Een tafel wordt ook gebruikt om dingen op te zetten: een vaas met bloemen bijvoorbeeld.
Zo staat er brood en wijn op de tafel.
Waarom brood en wijn?
Wat betekent dat?

Met zien alleen ben je er nog niet. En met horen ook niet.
Het gaat om geloof, om eigen maken, dat het van jezelf wordt.
Dat je onder de indruk komt en van Christus gaat houden,
Dat je met Hem wilt leven – Johannes noemt dat aanschouwen.
In het evangelie van Johannes is dat ook steeds zo: ooggetuige zijn is nog niet genoeg.
Het gaat erom, dat je ziet dat God erin aan het werk,
dat de Jezus die daar rondloopt, voor Zijn geboorte bij de Vader was en één met Hem.
Dat is in het evangelie van Johannes ook zo:
Als Jezus water in wijn verandert, gaat het niet om het wonder als zodanig,
net als de blindgeborene die weer kan zien, waarbij het ook niet om het wonder alleen gaat.
Maar om het werk van Christus dat zichtbaar wordt:
Dat Hij laat zien dat Hij gekomen is om het Koninkrijk van God te brengen,
De wijn die vooruit wijst naar het hemelse feest: de bruiloft van het Lam.
Hoe Jezus gekomen is, om de blindheid, die er vanaf onze geboorte is,
de geestelijke blindheid, waardoor wij God niet kunnen waarnemen, geneest
en ons ogen geeft om God te zien – om God te geloven.
Dat is aanschouwen: in wat je ziet God opmerken, God aan het werk zien.
In je eigen leven, in de kerkdienst,
in het avondmaal: de tafel die er staat,
het brood dat al gesneden is en gebroken gaat worden
de wijn die reeds ingeschonken is en rondgedeeld gaat worden,
Waarin we Christus kunnen zien en horen, die tegen ons zegt: dat heb ik voor jou gedaan.
Blijf niet weg, maar kom, geloof, laat je reinigen van je zonden en laat je sterken in je geloof.

Het spreekt – dat brood en die wijn. Het spreekt van onze Heer.
Het verwoordt Zijn roepstem: Kom!

En waarom je zou komen? Omdat het hier om leven gaat:
Christus die het leven is, die je levend maakt,
Die je het leven geeft, dat je kwijtgeraakt was.
Het leven is geopenbaard – schrijft Johannes.
Dat kun je op twee manieren zien: de komst van Christus, Zijn gang naar het kruis,
Dat Hij daar moest hangen – laat zien hoe het met ons gesteld was.
Stevige woorden gebruikt het formulier daarvoor: zonden en vervloeking,
die we bij onszelf moeten overdenken.
Om ons wakker te schudden
en aan te geven dat we er niet te licht over mogen denken,
moeten beseffen, hoe ernstig te zonde is.
We mogen daar niet voor weg lopen.
Maar er is ook een andere kant: Christus die laat zien, dat Hij het leven is.
Als in de Vroege Kerk er een afbeelding van het kruis was,
dan werd het kruis afgebeeld als een boom,
een boom die altijd groen blijft en vrucht geeft.
Een manier om te laten zien hoe Christus aan het kruis ons leven geeft.
Brood is voedsel – zonder voedsel kun je niet leven.
Honger naar God, Christus.
Wijn is drinken – zonder drinken overleef je het niet.
Dorst naar Christus – Psalm 42: zo verlangt mijn ziel naar U.
U alleen kunt mijn hart vervullen.
Leven – verkrijgbaar, te vinden. Bij Christus, die uit de hemel kwam om dat leven te brengen
en ons te geven.
Omdat wij het leven buiten onszelf zoeken in Jezus Christus.
We hebben het zelf niet – Christus heeft het. En Hij wil het geven.
Alleen dan kunnen we zeggen, dat het goed zit.
Komende week moeten we er weer over nadenken, hoe het met ons zit.
Hebben wij dat leven? Hebben wij dat al aangenomen?
Leven we daar echt uit? Of zijn we het inmiddels kwijt?
Wel met een doel: om bij Christus uit te komen.
Er is van alles dat ons volgende week kan weghouden, uit de kerk, bij de tafel.
Het formulier noemt dat ook – en zegt erbij, dat je daar nooit los van komt.:
de strijd met de zwakheid van ons geloof, begeerten die ons naar de ondergang brengen.
Je hele leven blijf je daarmee te maken hebben
en als dat je criteria zijn, om te bepalen of je naar voren mag komen en mag aangaan,
dan kom je er nooit, want er is nooit een moment dat je geloof perfect is,
dat je zonder zonde bent, op geen enkele verleiding ingaat.
Maar je komt ook niet, omdat je het zelf zo goed doet,
maar je komt, omdat Christus daar is.
Omdat Hij zichzelf geeft. Omdat je niet zonder Hem kunt,
Want je weet: Zonder Hem ben ik verloren.
En ik hoef niet verloren te gaan, want Hij geeft mij het leven  – eeuwig leven.
Hoezeer mijn zwakke geloof mij aanklaagt, en de duivel mij influistert: daar hoor je niet.
Christus roept en spreekt mij aan: Luister, kom!
Wie zijn wij om als Christus roept dat te negeren. Daaraan voorbij te gaan?
Amen

Preek zondagmiddag 10 februari 2019

Preek zondagmiddag 10 februari 2019
Dankzegging Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Mattheüs 7:13-27
Tekst: vers 18

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
We zijn hier bij elkaar om de Heere te danken voor wat Hij ons geeft in het avondmaal.
Allereerst geeft Hij een tafel hier in het midden van de kerk,
waar Hij zelf de gastheer is en waar wij naar toe kunnen gaan
om bij Hem, onze Heere, aan tafel te zitten.
Dat is al een voorrecht: de Heere die hemel en aarde gemaakt heeft,
die alles wat er is gemaakt heeft: de wereld waarin wij leven en de schepping om ons heen,
die aan ons het leven heeft gegeven,
die in de hemel troont en regeert over het hele universum, over alles wat er is,
een voorrecht dat Hij in ons midden wil zijn en dat wij naar Hem toe kunnen gaan,
bij Hem aan tafel kunnen zitten, waar Hij ons bedient met brood en wijn.
De almachtige en heilige God wil met zondaren de tafel delen
en aan hen Zijn goede gaven geven.
Dat op zichzelf is al een reden om de Heere te danken.

Aan Zijn tafel maakt de Heere zichtbaar dat er voor ons vergeving is voor ons.
Een tweede reden om Hem te danken,
dat Hij het ons niet meer aanrekent, wanneer we een verkeerde weg hebben gekozen,
dat Hij het vergeeft als we te weinig vertrouwen hadden,
te weinig met Hem bezig geweest zijn, Hem uit het oog verloren zijn.
Zelf wanneer we tegen Hem in gegaan zijn, een verkeerde keuze maakten, zondigden,
als we ons mee lieten nemen door verleidingen,
dan is er bij de Heere vergeving.
Dat die vergeving er is, wordt zichtbaar in het brood dat gebroken wordt,
een herinnering aan hoe het lichaam van Christus voor ons verbroken werd.
Dat God ons vergeeft en met ons opnieuw wil beginnen wordt zichtbaar in de wijn,
die rondgaat, de beker waaruit we drinken,
die ons weer doet weten, wat Christus heeft over gehad, dat Hij Zijn leven gaf,
dat Hij diep wilde gaan, zo diep mogelijk,
als Herder die het verloren schaap zoekt, hoe ver dat ook is afgedwaald,
bereid om uit de hemel te komen, maar ook bereid om aan het kruis te gaan,
in het rijk van de dood en in de hel, om ons bij de Vader terug te brengen.

Avondmaal is een moment bij Hem zijn.
De grazige weiden, waar we neer mogen liggen en op krachten mogen komen,
de stille wateren, waar Hij ons naar toe leidt.
Hij sterkt ons met Zijn aanwezigheid,
Hij voedt ons met Zijn Woord en lest onze dorst met het levende water, de Heilige Geest.
Avondmaal is een plek op onze reis door het leven,
op de weg die smal is en moeilijk te vinden en moeilijk te gaan is,
om bij te komen, maar ook de bevestiging te krijgen, dat dit de juiste weg is,
de weg die God wil dat we gaan.
We krijgen er aanwijzingen voor hoe we verder gaan
en de bevestiging dat  de Heere zelf mee gaat op onze weg.
Wat we krijgen bij het avondmaal, het moment om heel dicht bij God te zijn,
aan Zijn tafel gast te zijn, gesterkt te worden in het geloof,
de bevestiging dat er voor ons vergeving is en dat God weer opnieuw met ons begint,
ons reinigt van onze zonde – dat nemen we mee als we naar huis gaan
en er zijn in ons eigen huis, in ons gezin, onze familie, de buurt waarin we wonen,
op de plek waar we werken en onder collega’s zijn.
Dat is wat de Heere Jezus bedoelt met de goede vruchten die een gelovige voortbrengt.

(2) Christus verwacht van de gelovige goede vruchten
Het klinkt steeds bij de voorbereiding van het Heilig Avondmaal:
laat ieder zijn of haar geweten onderzoeken
of u ook gezind bent voortaan met uw hele leven
waarachtige dankbaarheid aan God de Heere te bewijzen
en oprecht te wandelen voor Gods aangezicht.
Dat laat zien dat het Heilig Avondmaal niet alleen een plek is om op adem te komen,
om gesterkt te worden in het geloof,
om weer te zien en te mogen weten dat het lichaam van Christus ook voor u gebroken is
en dat Hij ook voor jou Zijn leven gaf, daar aan het kruis van Golgotha.
Christus geeft dat aan ons, het is een geschenk dat we aan mogen nemen
en we hoeven daar niets voor te betalen, we mogen dat zo maar ontvangen,
maar Hij verwacht er wel iets voor terug:
Hij verwacht dat we Hem dankbaar zijn
en dat we die dankbaarheid die we hebben niet alleen maar in woorden zullen zeggen,
of als een gevoel in ons hart meedragen,
maar dat die dankbaarheid ook tot uiting komt in wat we doen.
Christus verwacht van ons daden, waarin het zichtbaar wordt,
dat we vergeving hebben ontvangen,
dat God het goed maakte met ons en opnieuw wil beginnen.
Christus verwacht het van ons, dat het zichtbaar wordt, allereerst voor God
maar ook voor de mensen om ons heen,
zodat die weten dat we een God hebben, een Heer hebben die Zijn leven gaf,
die met ons een nieuwe start maakt, die genadig is.
Aan de vrucht zult u ze kennen.
Stel dat je een moestuin hebt, waar je niets aan doet.
Je laat de planten hun gang gaan, ook het onkruid (of het niet-gewenste kruid).
Als je dan een aantal maanden later gaat kijken, om iets uit de tuin te halen
als groente, of vruchten die groeien, of om een bos bloemen op tafel te zetten,
dan zul je niets vinden.
Van een brandnetel kun je geen appel plukken: daar heb je een appelboom voor nodig.
Als er zevenblad in je tuin staat, dan kun je die niet oogsten
om die in de pan te koken en als groente op tafel te zetten.
Wanneer je groente uit de tuin wilt hebben, dan moet je zaaien,
Moet je weten welk zaad je moet hebben
en moet je de tuin steeds wieden en het gewas steeds weer opnieuw verzorgen.
Dan zegt de Heere Jezus: wie gelooft en dat niet alleen maar van binnen doet,
maar ook je karakter door het geloof laat vormen,
als je leven met Christus een stempel op je drukt,
dan ben je kun je verwachten dat er vrucht te vinden is.
Dan zal God dat in ieder geval merken.
Of de mensen om je heen dat merken zullen, hangt ervan af
of zij de ogen hebben om de vrucht van het geloof waar te nemen.
Als je geen werk maakt van je geloof,
als geloof alleen maar een gevoel is dat je af en toe hebt, een fijne stemming,
Als geloof alleen maar iets is wat je oppervlakkig doet
en waar je niet uit leeft, dan moet je er niet raar van opkijken
als je geen vrucht voortbrengt, als er niets bij je te vinden is,
voor God niet en voor de mensen om je heen niet.
Hij draagt het ons wel op, om die vrucht voort te brengen
en de avondmaalstafel, of nu deelgenomen hebben of niet, vraagt aan ons:
En nu, wat ga je er mee doen? Wat breng je er van in praktijk?
Niet om dat als een vervelende plicht te doen,
maar uit dankbaarheid, omdat je zoveel van de Heere ontvangen hebt,
omdat Hij er weer was, omdat Hij je geloof wil vernieuwen en je wil vergeven.
Wat staat daar tegenover? Wat doe je ermee?
Laat je het alleen een fijn gevoel zijn, of mag het ook een uitwerking op je leven hebben?
Denk ook er aan, dat je met wat je in je in je leven gedaan hebt voor God komt te staan.
Zul je dan kunnen aankomen met een mooie oogst uit je leven, die je Hem kunt aanbieden?
In de voorbereiding lopen wij zelf er even in de tijd terug
om na te gaan, welke vruchten wijzelf zouden kunnen vinden in ons leven,
Wat wij vanuit wat wij zien de Heere kunnen aanbieden.

Vrucht dragen kan alleen als je aan Christus verbonden bent,
Als je van Hem bent en als Hij met Zijn Geest in je leven werkt.
Dan mag je ervan uit gaan, dat je wat aan kunt bieden.
Dat je kunt zeggen: Heer, ik heb omgezien naar mijn buurman die niemand had.
Ik was bereid om iemand op te zoeken die het moeilijk had.
Ik was iemand op wie je kon bouwen. Ik heb nooit iemand laten vallen.
God zal vruchten bij ons vinden, die we zelf niet zouden zien:
de vreugde die je uitstraalt brengt bij anderen de vreugde in het leven.
De manier waarop je moedig met je zorgen omgaat, geeft anderen een voorbeeld
om zelf wanneer er moeilijkheden komen niet van slag te raken
en de steun en hulp bij de Heere te zoeken.
Vruchten die groeien als je bij de Heere Jezus hoort.
En met het avondmaal hebben we aangegeven,
dat wat wij er zelf aan kunnen doen ook zullen doen,
uit dankbaarheid en liefde voor God.
Kunnen wij dat wel uit onszelf, wat God ons opdraagt?
En wat brengen er in de komende tijd van terecht?

(3) God laat de gelovige goede werken doen
De belofte van God bij het avondmaal is, dat Hij die vrucht aan ons geeft,
omdat we bij Christus horen
en het vanmorgen weer bij Hem gezocht hebben,
omdat we aan Zijn tafel kwamen en daarmee aangaven:
We brengen er zelf niets van terecht.
De vruchten die wij zelf zien in ons leven, de vruchten van geloof,
is maar een schamele opbrengst en niet de grote oogst die U belooft, die U vraagt.
En  dan zegt Hij tegen ons: Ik laat je vrucht dragen.

Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen.
Als je bij Mij hoort, als je naar Mij luistert, dan zul je vrucht dragen.
Dan zal er iets te vinden zijn, wat je later als je voor Mij verschijnt kunt aanbieden,
dankbaar en vol verwondering, dat je dit mocht doen.
Als je dan op je leven terug kijkt, dan zul je tot je eigen verrassing zien,
dat er een licht van je uitstraalde in de wereld om je heen,
niet je eigen licht, maar Gods licht dat door je heen ging
en dat andere mensen om je heen merkten: er is een God, die ook mijn God wil zijn.
Er is een God, die mij niet veroordeelt als ik kom
omdat er een gelovige was, die mij niet veroordeelde.
Er is een God, die royaal geeft, omdat er een christen in mijn omgeving was,
Die niet karig was in het geven.
Er is een God, die bereid is om iemand die van zijn leven niets gemaakt heeft,
op te zoeken en een nieuw leven te geven,
omdat er iemand was, gedreven door dezelfde liefde die deze God heeft,
Die mij opzocht in de gevangenis of in een kliniek.
Er is een God, die geduld met mij heeft, omdat ik iemand ontdekte,
Die beter thuis was in het geloof, die de tijd en de moeite nam om uitleg te geven
en met mij mee te lopen en mijn vragen aan te horen.
Er is een God die luistert, omdat ik iemand heb waar ik mijn verhaal kan uitstorten
en elke keer als ik met mijn verhaal kom is het niet teveel,
maar kan ik zomaar weer vertellen, waar anderen zeggen: nu weten we het wel.
In wat we doen, vervangen we God niet
en we doen het wellicht, omdat het ons zo geleerd is, of bij ons karakter past
En toch zijn het de gaven die de Heere uit ons leven kan vinden,
vruchten die Hij zelf aan ons laat groeien, omdat we aan Christus zijn verbonden
en dat we aan Christus verbonden zijn, is te merken aan de vrucht die we voortbrengen.
Vrucht voortbrengen is altijd een wonder van God.
Dat geldt voor een appelboom, voor een veld vol koren, voor koeien die melk geven.
Ook de vrucht die in het leven van gelovigen groeit is een wonder van God.
Bijzonder dat Hij ons kan gebruiken, een instrument in Zijn hand
om de wereld om ons heen van Hem te laten zien.
In het evangelie van Mattheüs is er steeds de aansporing om vrucht voort te brengen.
– Dat is wellicht in de afgelopen weken al opgevallen.
Het gaat erom, dat we het niet alleen bij woorden laten, maar ook doen.
Steeds wordt daarbij naar de basis gegaan: ons hart.
Als ons hart goed is, dan is het als een goede boom die goede vruchten voortbrengt.
Vruchten vol smaak en kleur, voedzaam en gezond.
Het is het wonder van Gods genade, dat God met ons hart bezig is om het te zuiveren,
te reinigen van de zonde,
zodat we die goede vruchten kunnen voortbrengen.
Vanmorgen hebben we dat gevierd, mocht het weer zichtbaar worden,
Dat Christus zijn leven gaf, zich liet verbreken om ons te reinigen van onze zonde,
volkomen verzoening van al onze zonden.
Dan kunnen we vrucht voortbrengen.

(4) Afsluiting
Een leven niet voor onszelf, maar voor anderen en vooral voor God.
Dan is ons leven een loflied op Hem,
dan is onze manier van leven een eerbetoon aan onze Heer.

Amen.

Preek zondagmorgen 10 februari 2019

Preek zondagmorgen 10 februari 2019
Viering Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Mattheüs 7:13-27
Tekst: Vers 24-27

Gemeeente van onze Heere Jezus Christus,

We moeten allemaal eens voor God verschijnen.
Als ons leven op aarde voorbij is, dan komen we voor Zijn troon te staan.
Hoe zal Hij dan over ons leven oordelen?
Mag je binnenkomen in Zijn heerlijkheid?
Of zal Hij aangeven dat er geen plaats voor je is?

Je kunt die vraag voor je uitschuiven,
maar er komt een dag waarop we daar staan voor Hem.
Niemand weet wanneer die dag zal komen
en niemand of hij of zij de tijd krijgt om daar alsnog over na te denken.
Als je niet wilt nadenken over hoe het straks zal zijn, als je voor Hem komt,
dan lijk je op iemand die een huis bouwt op het zand, een huis zonder fundament.
Een huis op zand bouwen, betekent dat je je niet zo druk maakt
over hoe het zal gaan als je voor God komt te staan.
Je komt er wel door en zult wel worden binnengelaten.
Je bent dan iemand die een huis bouwt, je eigen levenshuis,
zonder je druk te maken om het fundament,
zonder na te denken of je huis wel stevig staat.
Het is onverstandig, dwaas, als je ervan uit gaat dat het altijd mooi weer blijft,
dat de zon altijd in je leven blijft schijnen.
Als het zover is, blijft er weinig van overeind, want het had geen enkele vastigheid.
De storm, waar de Heere Jezus over spreekt,
de hevige regen en het water dat buiten de oevers treedt en zorgt voor een overstroming,
daarmee bedoelt Hij niet dat er over je aardse levens heel wat stormen kunnen komen.
Dat kan zeker – hier in de kerk zijn er heel wat bij wie het gestormd heeft in hun leven
en ook dan is het belangrijk dat het huis van je leven op Christus de rots is gebouwd.
Maar hier betekenen de storm die om het huis heen waait:
het oordeel van God over ons leven, dat Hij zal uitspreken
Als we aan het einde van ons aardse leven voor Zijn troon komen te staan.
Er is maar één manier waarop ons levenshuis in die storm overeind kan blijven staan,
Waardoor we ook geen zorgen hoeven te maken voor dat moment,
Waarop we voor Hem moeten verschijnen.
Als ons huis gebouwd is op Christus de rots
en het huis van ons leven is op Hem gebouwd
als we Hem in geloof aannemen, als we in vertrouwen op Hem leven
en dat niet alleen bij mooie woorden laten.
Ons levenshuis is op Hem gebouwd, als we Zijn woorden niet alleen horen,
maar ook in praktijk brengen.
Wanneer je dat doet, dan ben je verstandig
en dan weet je zeker dat je kunt verschijnen, dat je houvast hebt.

Wanneer je dat niet doet, wanneer je de woorden van Jezus wel hoort,
maar langs je heen laat glijden en er niets mee doet en ze niet in praktijk brengt
dan ga je er aan voorbij dat je leven hier op aarde eens zal eindigen
en dan ben je net zo dwaas bezig als iemand die een huis bouwt,
zonder voor een goed fundament te denken.
We komen niet alleen aan het einde van ons leven voor God,
maar ook als we in de kerk zijn, als we bidden of lezen in de Bijbel.
Dan komen we voor God te staan.
Omdat we Hem dan niet zien en niet altijd ervaren,
kunnen we er op dat moment aan voorbij gaan, dat we voor God zijn gekomen.
En als we het hier goed hebben, kunnen we het voor ons uitschuiven
dat het moment eens zal komen waarop de Heere vraagt
wat we met ons leven hebben gedaan.
We kunnen dat niet voor ons uitschuiven,
want als we ons levenshuis nu niet op Hem bouwen, dan staat ons huis op het zand
En zijn we onvoorbereid voor dat moment.
Het gaat er om dat ons levenshuis op Hem is gebouwd.
Als we naar de kerk gaan, dan is de vraag die steeds op ons afkomt:
Waar is ons huis op gebouwd?
Op zand omdat we denken dat we er zo wel komen en zelf genoeg doen?
Of is ons huis gebouwd op de enige Rots die er is: Jezus Christus?
Als we avondmaal vieren, dan zijn we bezig om ons levenshuis op Hem te bouwen.
We beseffen dat als Christus niet het fundament onder ons leven is
We niet overeind blijven als we voor Hem komen.
Als we avondmaal vieren, kijken we ook terug en beseffen we
Dat er heel wat momenten weer zijn geweest, waarop we eerder bouwden op het zand
Dan op de Rots, die God ons biedt, de stevigheid, het houvast dat God ons aanreikt.
Avondmaal vieren is de kans weer opnieuw krijgen,
om niet op zand te bouwen, maar ons levenshuis te bouwen op Christus.
Alleen dan heeft ons huis stevigheid en houvast.
Alleen dan blijft ons levenshuis overeind als de storm om het huis giert,
Als een zware regenbui tegen de ramen en de muren aanslaat.
De Heere Jezus vertelt het ons ook als uitnodiging om het te doen,
als aansporing om te komen tot Hem en ons leven niet zonder Hem te leven.
Als waarschuwing dat als we dat niet doen,
we niets anders hebben dan een huis zonder fundament, dat niet overeind blijft.
Als we avondmaal vieren, dan zoeken we onze houvast in Hem.
Dan zeggen we tegen de Heere: wij willen ons huis niet op zand bouwen,
maar ons levenshuis bouwen op het fundament dat U geeft, dat U zelf bent.
Als we avondmaal vieren, is dat een gebed: Bouwt U ons levenshuis,
legt U dat fundament onder ons leven,
want wijzelf zijn geneigd om op een verkeerde plek te bouwen.
Dat moeten we ook belijden, en vragen of U ons wilt vergeven
door het sterven van Uw zoon Jezus Christus
Door Zijn sterven is er fundament onder ons leven
En met dat fundament onder ons leven laat U ons bij U binnengaan. Amen