Preek Goede Vrijdag 2019

Preek Goede Vrijdag 2019
Schriftlezing: Mattheüs 27:33-56

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de beschrijving, die Mattheüs van het gebeuren op Golgotha geeft,
krijgt het kruis de minste aandacht.
Meer aandacht is er voor wat er om het kruis gebeurt:
Hoe de mensen, die zich om het kruis verzameld hebben, zich gedragen
en op de gebeurtenissen die plaatsvinden rondom het kruis.
Het enige dat Mattheüs vertelt over Jezus aan het kruis
is dat Hij weigert om te drinken, dat Hij de regel uit Psalm 22 uitroept:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten
en dat Hij vrij snel daarna overlijdt.
Voor de rest laat hij vooral het tafereel om het kruis zien.

Het begint al met de aankomst op de heuvel Golgotha.
De naam die de mensen aan deze plek hebben gegeven,
geeft aan dat het geen fijne plek is om te verkeren.
Schedelplaats betekent deze naam.
Het is niet helemaal duidelijk of de naam afkomstig is van de vorm van de heuvel,
die op een schedel zou lijken
of van de schedels die daar kunnen liggen, afkomstig van de mensen die gekruisigd zijn.
Meestal werden degenen, die gekruisigd werden niet begraven,
maar liet men hen hangen tot ze vergaan waren, of werden ze in de buurt neergegooid.
De naam geeft in ieder geval aan, dat het een lugubere plaats is om te zijn,
een plek waar een macabere sfeer hangt, de sfeer van de dood, van verdoemd-zijn.
Dit is het koninkrijk van deze koning: een rijk dat ten dode is opgeschreven.
Hier in dit land dat mag Hij koning zijn.
Alles wat er verder gebeurt,
is bedoeld om de vernedering van deze koning compleet te maken.
Bij aankomst op de heuvel Golgotha, waar het kruis opgericht zou worden,
krijgt Jezus een wat te drinken, alsof hij door kameraden wordt onthaald,
die samen willen vieren dat Hij als koning de troon zal bestijgen.
Maar in de wijn, die Jezus aangeboden krijgt, hebben ze iets gedaan,
waardoor de wijn niet te drinken is: met gal gemengd.
Voor het oog is het vriendschap die aangeboden wordt, kameraadschap.
Maar met het aanbieden van dit gemixte drankje,
wijn gemengd met spot, minachting, wordt Jezus op de ziel getrapt
en nog eens meer vernederd dan al gebeuren zal aan het kruis.
Het is wat in Psalm 69 beschreven wordt: Ze mengden gif door mijn eten
en lesten mijn dorst met azijn.
Alles wordt aangegrepen om Jezus nog eens extra te vernederen.
Jezus wil echter niet drinken: Hij weigert deze beker.
Niet omdat Hij de steek onder de gordel opmerkt in de beker die aangereikt wordt,
maar omdat Hij het lijden met volle bewustzijn wil ondergaan.
Hij heeft ingestemd om die andere beker leeg te drinken,
de figuurlijke beker die Hem door de Vader in de hemel is aangereikt
en omdat Hij daarmee instemde, die te zullen drinken.
Aan het kruis brengen en Hem koning maken van dit macabere koninkrijk
is nog niet vernederend genoeg. De vernedering gaat door.
Om aan te geven dat Hij helemaal niets voor voorstelt en zich niets hoeft in te beelden
Wordt het laatste dat Hij heeft, Zijn meest persoonlijke eigendom, Zijn kleren
verdeeld onder de soldaten die aan het kruis moeten waken
om te voorkomen dat de aanhangers van Jezus komen om Jezus van het kruis te halen.
Het laatste dat Jezus bij zich had, wordt Hem nog afgenomen.
Hij heeft geen volgelingen meer.
Ja, alleen wat vrouwen die in de verte kijken wat er gebeurt.
Ook geen eigendommen meer, zelfs geen kleren meer.
Hier hangt geen mens meer, maar minder dan een mens
van al het menselijke ontdaan.
Nog meer vernedering, steeds verder tot de diepste vernedering is bereikt.
Mattheüs, de evangelist, registreert wat er gebeurt, maar ziet ook met de oog van het geloof.
Hij ziet dat in de diepste vernedering waarin Jezus af moet dalen
tegelijk ook Gods plan ten uitvoer wordt gebracht, de Schriften worden vervuld (Ps 22).
Twee uitersten komen hier samen: het verwerpen van Gods Zoon,
waarmee God zelf door de mensen verworpen wordt
en het plan van God om de mensen te redden door deze dood.
Jezus die door de mensen verworpen en vernederd wordt, brengt juist daardoor redding.
Voor de mensen die daar lopen is dat niet zichtbaar.
Ze kunnen en ze willen dat niet zien.
Ze zien een machteloze man, die een te grote pretentie had, zichzelf Messias noemde
en vooral Mensenzoon, de goddelijke rechter die aan het einde van de tijden zou komen.
Moet je Hem daar zien hangen! Als dit een koning is…
Het is eerder een parodie op wat een koning hoort te zijn.
Zijn eer en waardigheid is Hem afgenomen.
Hij regeert niet vanaf een troon over een heel koninkrijk,
maar vanaf het hout op deze kleine heuvel,
Waar alleen maar opstandelingen en misdadigers aan het kruis worden getoond
om het volk te laten weten, dat het niet in hun hoofd moesten halen om in opstand te komen.
Hij – redding brengen? Hij kan zichzelf nog niet eens redden.
Wat had die Man aan het kruis ook al weer gezegd?
Dat Hij de tempel kon afbreken en in drie dagen weer op kon bouwen?
Mattheüs vermeldt nergens dat Jezus heeft gezegd dat Hij de tempel zal afbreken.
Als Jezus voor de hogepriester staat en zich moet verantwoorden,
wordt ook als beschuldiging naar voren gebracht:
Hij heeft gezegd dat Hij de tempel van God kan afbreken en in 3 dagen opbouwen.
Je proeft de verontwaardiging in die woorden:
het meest heilige gebouw dat er op de wereld bestaat, de plaats waar God woont,
waar Zijn aardse troon staat – afbreken en snel herstellen.
Als de brand van de Notre Dame al diep raakt,
dan kunnen we voorstellen dat het spreken over het afbreken van de tempel
nog dieper snijdt in de harten van de Joden.
De tempel afbreken betekent dat God er niet meer is,
dat Zijn woonplaats op aarde overbodig is geworden
of ontheiligd is, niet meer waardig om de heilige God te huisvesten.
Hoe durft Hij te zeggen, dat de tijd van God in Jeruzalem voorbij is
en de tempel geen functie meer heeft en daarom afgebroken kan worden.
En hoe kan zo’n gebouw, waar jaren aan gewerkt is, weer in 3 dagen opgebouwd worden?
Nu Jezus aan het kruis hangt, zie je hen daar onder het kruis over gniffelen:
Heeft Hij dat werkelijk gezegd? Hoe heeft Hij dat kunnen bedenken?

Ook hier moet Mattheüs aan eerdere woorden uit de Schrift denken, woorden uit Ps 22:
Ze kijken vol leedvermaak naar mij. Ze schudden hun hoofd als ze mij zien.
Het is leedvermaak waarom ze daar bij het kruis blijven staan:
Hoe heeft Hij dat allemaal kunnen bedenken? Zoon van God, Zoon des mensen?
waar is toch uw almacht thans, waar uw goddelijke glans?
Kan de spot je dieper raken dan wanneer ze over je machteloosheid beginnen
en je daarom uitlachen?
Anderen kon Hij wel helpen, maar nu Hij zelf in nood is, blijkt er van Zijn macht niets meer.
Anderen kon Hij op de goede weg helpen, maar nu er voor Hem geen uitweg meer is,
is Hij alleen en wordt Hij door niemand geholpen.
Zelfs God heeft Hem in de steek gelaten.
Hij vertrouwde toch op God?
Kan een vernedering dieper raken dan wanneer mensen je geloof raken,
je vertrouwen op God en zeggen dat de God in wie je gelooft er niet is,
zich niet laat zien, je in de kou laat staan.
‘De spotters die hem omringen wachten met huiverende sensatiebelustheid
op het ingrijpen van God, die toch zeker zijn messias niet de dood zal laten ingaan.
Een wending in de laatste minuut: (….) dat zou een bewijs zijn dat God hem goedgezind is.’
Als er al een antwoord van God komt is dat een duisternis die over het hele land valt
op het toppunt van de dag, er van uitgaande dat God de hand heeft in de schepping
en dat wat er gebeurt niet buiten Hem om gaat.
Alleen voor wie is die duisternis en wat heeft die duisternis te zeggen?
Duisternis is er op de aarde aan het begin van de schepping,
als God het licht nog niet geroepen heeft om te schijnen en het duister te verdrijven.
Het is een duisternis dat de wereld steeds kan bedreigen.
Duisternis is er in Egypte als de farao weigert om te buigen
en het gevecht aangaat met de God van Israël en Israël weigert te laten gaan.
In die duisternis moet de farao ervaren dat de God van Israël sterker is dan hij
en aan hem en zijn machtige rijk Zijn wil kan opleggen.
Duisternis is er op de berg Sinaï als de Heere daar verschijnt en Zijn geboden geeft,
een duisternis die aangeeft dat God te heilig is om zomaar tot Hem te komen.
Duisternis zal er zijn, zegt de profeet Amos als de Dag des Heeren aanbreekt,
de dag waarop God terug zal komen om de wereld en ook Israël te oordelen.
Het zal de dag zijn, waarop de Zoon des mensen terugkeert
om op de rechterstoel in Jeruzalem plaats te nemen en iedereen zal oordelen.
Wat voor duisternis valt er over het kruis heen?
Voor Jezus is de stilte de afwezigheid van God,
Want na 3 uur klinkt er een luide schreeuw van Jezus naar de Vader:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
De luide stem geeft aan dat Jezus nog bij volle bewustzijn is
en weet wat Hem overkomt, wat Hij moet doorstaan:
de duisternis die er over de aarde is als God er niet meer is.
Temidden van de spot en de hoon van de mensen aan de voet van het kruis,
laat God Jezus ook alleen zijn in het donker en trekt zich terug.
Dit is de beker die Jezus moet leegdrinken,
de beker van de toorn die voor Zijn volk bedoeld is
En die door de Koning van Israël plaatsvervangend wordt leeggedronken.
Bijna is het moment dat Hij Zijn leven geeft als offer voor de zijnen.
Voor Hij sterft, is er nog een keer de spot van degenen onder aan het kruis.
Ze moeten de tekst hebben herkend als een tekst uit de Bijbel,
maar ze doen net of ze Jezus verkeerd verstaan
en op dit heilige moment voor Jezus en voor de Vader in de hemel
komen degenen voor wie Jezus lijdt en Zijn leven opgeeft niet meer bij van het lachen.
Elia? Op dit moment? Ze stoten elkaar aan, hikkend van de lach: Hoor je om wie Hij roept?
Er is er een die denkt: Laat ik Zijn lijden verlengen door hem te drinken te geven,
maar de anderen duwen hem weg:
‘Laat dat. Wacht of Elia ook werkelijk komt om deze Koning te bevrijden.’
Maar het is al te laat, want terwijl ze zich opmaken om op Elia te wachten,
laat Jezus met een luide roep weten dat Zijn einde gekomen is
en zich overgeeft in de dood.
Voor de aanwezigen mag Zijn heengaan wellicht onverwacht komen,
voor Jezus zelf niet.
Dit is het moment.
Nee, Hij heeft zichzelf niet willen redden,
al moet de verleiding groot geweest zijn, omdat de omstanders de woorden gebruiken,
Waarmee de duivel aan het begin van Jezus rondgang op aarde naar Hem toe kwam:
Als je de Zoon van God bent, als je werkelijk door God gestuurd bent,
Als je een missie hebt, kom dan van het kruis af en wij zullen in je geloven.
Dan heb je ons, dan vallen we voor u op de knieën.
Dan is er geen lijdensweg nodig, maar gaan we achter u aan naar de troon in Jeruzalem.
Maar nee, Jezus slaat deze verleiding af en blijft volhouden op de weg,
De weg die voor Hem doodloopt, maar voor ons leven geeft.
Hij wilde zichzelf niet redden, omdat Hij niet aan zichzelf dacht,
maar aan al die anderen voor wie Hij leed, voor wie Hij daar aan het kruis hangt,
die door het offer aan het kruis gered kunnen worden,
Die aan de macht van de dood kunnen ontkomen, omdat Hij zich overgeeft in de dood,
die bij God kunnen horen, omdat Hij door God verlaten werd.
Die vergeving kunnen ontvangen, omdat Hij daar in de duisternis hing
en onze zonden wegdroeg.

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

hangt ten spot van snode smaders.

Zoon des Vaders,

waar is toch uw almacht thans,

waar uw goddelijke glans?

 

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

en Hij hangt er mijnentwegen,

mij ten zegen.

Van de vloek maakt Hij mij vrij,

en zijn sterven zaligt mij.

Amen

 

Offeren, waarom moet dat eigenlijk?

Offeren, waarom moet dat eigenlijk?
De manier waarop Jezus sterft is niet willekeurig of toevallig

Iemand die sterft voor jou, voor je zonden. Het is een ergernis of een dwaasheid maar gewoon geaccepteerd wordt het nooit. Hoe moet je dat offer van Jezus duiden? De valkuilen zijn legio, zeker in een cultuur waarin we geen offercultus kennen.

Vanaf het moment dat Jezus stierf, hebben christenen nagedacht over de betekenis van dit sterven en over de betekenis van de manier waarop hij stierf. Al in de allereerste reflecties op de betekenis wordt Jezus’ sterven aan het kruis verbonden met God. Het kruis is geen toevallige gebeurtenis, maar in de ogen van Paulus het middel dat God koos om de mensen te bevrijden uit de macht van de zonde.

sllcrocifissoguidoreni
altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina (Rome)

Het sterven van Jezus aan het kruis is allereerst een handelen van God, waarin God iets bewerkstelligt: Hij brengt daarin twee partijen bij elkaar die zonder dat kruis niet te verenigen zijn. In het sterven van het kruis wordt de mensheid, die in de macht van de boze en de zonde geraakt was, verenigd met God.

Verzoend
Aan het kruis wordt de mensheid verzoend met God. God hoeft niet verzoend te worden, aan zijn kant zit de fout niet. De mensen moeten verzoend worden met God. Voor Paulus gaat het sterven van Jezus aan het kruis niet buiten ons om. Als Jezus sterft aan het kruis, sterft elke gelovige op dat moment aan het kruis met Jezus mee, schrijft hij in Romeinen 6.

Op beeldende wijze
In de vier evangeliën wordt de betekenis van Jezus’ dood op beeldende wijze verteld. In Mattheüs, Markus en Lukas worden op cruciale momenten teksten uit Jesaja 53 verwerkt, waarmee zij willen aangeven dat er met het sterven van Jezus er iets gebeurd is in de relatie tussen God en mensen. Jezus sterft in de plaats van de mensen. Hij neemt het oordeel van God op zich en draagt dat weg. Zijn dood is een loskopen. Dat beeld wordt niet ontleend aan de slavenhandel, maar aan het vrijkopen van krijgsgevangenen die in de macht van de vijand zijn geraakt. Zo koopt de dood van Jezus de gelovigen vrij uit de macht van de zonde en de duivel.

Johannes legt andere accenten: zijn evangelie verbindt aspecten uit de tempelcultus met het Joodse Pesachfeest. Jezus is het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Jezus sterft bij Johannes op het moment dat het Pesachlam wordt geslacht. In alle vier de evangeliën staat Jezus dicht bij God of kan hij worden gezien als God zelf.
16th-St-Baptist-Ch-Wales
“The Black Christ of Alabama” – Gebrandschilderd raam in de 16th Street Baptist Church Birmingham (Alabama)

Onttronen van de kwade machten
Ook in de overige geschriften van het Nieuwe Testament is de dood van Jezus onderdeel van het handelen van God. De dood van Jezus onttroont de kwade machten, verslaat de duivel, verbreekt de macht van de dood. In zijn dood daalt Jezus in het dodenrijk neer om daar zijn overwinning te proclameren en aan te kondigen dat de gelovigen, die nu nog gevangen zijn in het dodenrijk, bevrijd zullen worden. In alle gevallen kan de betekenis van de dood van Jezus niet los gezien worden van zijn opstanding en binnengaan in de hemel.

Niet willekeurig of toevallig
De manier waarop Jezus sterft is ook niet willekeurig of toevallig. De dood aan het kruis is de meest vernederende en de meest gruwelijke vorm van ontmenselijking. Daarnaast is de kruisdood de meest eenzame vorm van sterven, want als Jezus sterft aan het kruis is hij ook door God verlaten, het is de totale vorm van Godverlatenheid.
william-congdon-crucifix-no.-2
William Congdon – Crucifix no. 2

Daarom hebben buitenstaanders en ook christenen geregeld moeite met deze vorm van sterven van Jezus aan het kruis. In de tijd van het Nieuwe Testament was de gedachte dat een God sterft aan het kruis de grootst mogelijke onzin en de hoogste vorm van Godslastering. Voor gelovigen is het moeilijk om te zien dat God ervoor kiest verworpen en vernederd te worden, dat Hij zijn zwakheid toont in plaats van zijn macht.

Moeite
Tegenwoordig hebben mensen niet minder moeite met de dood van Jezus, eerder meer. Een van de moeiten ontstaat als Jezus helemaal losgemaakt wordt van zijn eenheid met de Vader. Jezus wordt dan een mens, weliswaar een van de meest bijzondere, maar wel een mens. Dan valt het aspect weg, dat Jezus niet alleen mens is maar ook God en aan het kruis niet alleen als mens, maar ook als God daar hangt. Wanneer dat aspect van het God-zijn van Jezus wegvalt, ontstaat het beeld dat God de last van de zonde neerlegt op een mens. Dat een mens de volle woede van God over zich heen gestort krijgt.

Een ander probleem ontstaat wanneer Jezus als individueel mens gezien wordt en niet meer als representant van de hele mensheid. Dan wordt ingewikkeld om te zien wat de dood van Jezus met mij te maken heeft en raakt de gedachte uit beeld dat ik aan het kruis in de dood van Jezus meesterf.

Offer
Weer een andere moeite gaat over de beelden die gebruikt worden om de betekenis van het kruis uit te leggen. Neem het beeld van het offer, dat toegepast wordt op de dood van Jezus. Al gauw is de gedachte dat Jezus door God is opgeofferd, God slachtoffert een mens als Jezus voor een doel, dat God wil bereiken.

En dan is er nog de taal van de offercultus uit het Oude Testament die gebruikt wordt om de betekenis uit te leggen. Bij een offer in de tempel vloeide namelijk bloed. De oud-testamentische offercultus is voor ons moderne mensen moeilijk te begrijpen, omdat er met het bloedvloeien het idee ontstaat dat er iets wreeds gebeurt. De gedachte bij het offer is echter dat een dier de plaats van een mens inneemt. De kern van het offer is dat er één dier zijn leven geeft, waardoor een heel volk het leven van God ontvangt en verder kan blijven leven.

Bloed
Wanneer in Hebreeën gesteld wordt dat Jezus als hogepriester met zijn eigen bloed de hemel ingaat en voor God verschijnt, is dat een uitleg van de betekenis van Jezus’ dood: zoals het offer reinigt van zonden – een reiniging die nodig is om in gemeenschap van God te komen – zo is de dood van Jezus aan het kruis het definitieve offer. Jezus wordt niet door God geofferd, maar geeft zijn leven over in de dood. Dat doet hij bewust, met het oog op ons. Om ons vrij te kopen en te reinigen van de zonde.

Het uitleggen van de dood van Jezus aan het kruis is niet eenvoudig. We staan op heilige grond, omdat we hier te maken hebben met het meest diepe van Gods wezen, woorden schieten tekort. Woorden schieten ook tekort omdat we hier met het meest diepe in de geschiedenis van de mensheid in aanraking komen, namelijk de totale Godverlatenheid.

Daarnaast worden beelden, die in het verleden iets van dit heilige en diepe lieten zien, onbegrijpelijk doordat de tijden veranderen. Omdat we geen offercultus kennen, wordt het zoeken naar wat de Bijbel wil uitdrukken met het toepassen van het offer op Jezus’ dood. Bovendien hebben we een eeuw achter de rug waarin mensen rücksichtslos geslachtofferd werden. Er is een gevoeligheid ontstaan met betrekking tot een dood die gewild is door God.

Als we Jezus’ gewelddadige dood op Golgotha in verbinding brengen met Gods handelen, zoals heel het Nieuwe Testament doet, kunnen we er niet aan voorbij gaan dat God met het kruis op Golgotha meer doet dan vergeving en verlossing bieden: God rectificeert. Hij herstelt geschonden recht, dat wij als mensen God en elkaar hebben aangedaan. Wanneer wij als mensen het recht van een ander schenden, kunnen wij het nooit helemaal goed maken. Wij kunnen de persoonlijke schade die is aangericht bij de ander hooguit erkennen, maar rechtzetten niet.

Het bijzondere van het kruis is God zelf met Jezus’ dood, die mens is en ook God, zich verantwoordelijk maakt voor die schade en onze schuld op zich neemt, verzoent en ons en die ander herstelt.

Gepubliceerd in Christelijk Weekblad 18 april 2019

Preek Goede Vrijdag 2018

Preek Goede Vrijdag 2018
Schriftlezing: Mattheüs 27:27-56
Tekst: vers 45-46

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wie kan de diepe afgrond peilen, waarin Christus afdaalt aan het kruis?
Zo diep is nooit een mens gegaan,
Al zijn er heel wat mensen die zich in Psalm 22 hebben herkend en ook hebben uitgeroepen:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
Nog dieper daalt Jezus af aan het kruis.
En zelfs degenen die de ervaring kennen, door God verlaten te zijn,
kunnen nog niet peilen hoe diep onze Heiland ging
toen Hij daar in die duisternis aan het kruis hing en uiteindelijk tot God riep.

Door God verlaten, Hij die op aarde gekomen is als de Immanuël,
om voor ons God-met-ons te zijn,
Hij, God-met-ons, wordt aan het kruis door iedereen verlaten,
zelfs door Zijn eigen Vader in de hemel.
Een gesloten hemel, het ergste wat je als mens kan overkomen,
God die bij je was, maar dan Zich terugtrekt en jou alleen laat.
God, wiens Naam HEERE is: Ik zal zijn, die Ik zijn zal
– je kunt op Mij aan, Ik ben er altijd voor je: in de hemel sta Ik klaar om in te grijpen.
Maar niet voor Jezus,
Niet voor Zijn eigen Zoon, die naar deze wereld is gestuurd om de wereld te redden.
Voor de Redder zelf is er geen redding, maar verlatenheid,
al zoekt Hij Zijn hulp bij de Vader – geen gehoor.

Deze uitroep van Jezus – deze schreeuw om hulp – roept de spot op van de omstanders,
degenen die het meest aan het woord zijn
– Jezus zwijgt – op die ene schreeuw naar de Vader na,
en de Vader laat zich helemaal niet zien of horen. –
Het zijn de omstanders die het hoogste woord hebben
en de meeste aandacht krijgen van de evangelist.
Juist op het moment waarop Jezus aan het kruis hangt,
het moment waarop het allemaal draait in de komst van deze Immanuël – God-met-ons,
gaat de aandacht naar degenen die de spot drijven met deze Jezus,
die Zich verbeeldt heeft de Redder te zijn, de Zoon van God.
Anderen kon Hij redden, zichzelf niet – hoor maar hoe Hij roept naar God:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
De omstanders, ze wrijven in hun handen: eens kijken of deze roep tot God wordt gehoord
en kijken of Elia gezonden wordt om deze Jezus te redden.

Duidelijker kan het niet worden, dat zij niet geloven dat Jezus die hier aan het kruis hangt
de Zoon God is, de beloofde Messias –
zo door God verlaten, dat niet de messias, niet Gods eigen Zoon zijn.
Het is een opeenstapeling: eerst laten de discipelen hun Meester in de steek,
de priesters en de leidslieden, het volk, ze roepen om de dood van Jezus: kruisig Hem
en stadhouder gaat ermee akkoord
en op compassie van de Romeinse soldaten hoeft Jezus niet te rekenen.
Nu aan het kruis is  de laatste die bij Hem was ook weggegaan: Zijn eigen Vader.

Waarom doet God dat?
Als Jezus alleen maar een mens was, net als wij,
hadden we God ook kunnen aanklagen, zoals het begin van Psalm 22 ook aan aanklacht is,
hadden we partij kunnen kiezen voor Jezus:
God, ziet U dan niet wat er gebeurt met Jezus die niets verkeerds heeft gedaan
en nu hulpeloos en kwetsbaar hangt aan het kruis, door iedereen bespot
en zelfs door U in de steek gelaten.
Als Jezus alleen maar mens als wij was, hadden we medelijden kunnen hebben,
diep geraakt door het lijden waardoor Hij getroffen wordt
en door de wanhoop waarin Hij wegzinkt.
Maar Jezus is meer, Gods eigen Zoon, God-met-ons,
God neergedaald en mens geworden hier op deze aarde om onze Redder te zijn.
De schreeuw van Jezus naar de Vader is niet alleen voor onze hemelse Vader bedoeld,
maar ook voor ons
en is verkondiging voor ons, heeft ons, hier vanavond bij elkaar om Zijn dood te gedenken,
iets te zeggen.
Maar wat? Want Mattheüs lijkt ons alleen maar verslag te doen van wat er gebeurt,
als een verslaggever die alleen maar de gebeurtenissen aan kijkers of luisteraars doorgeeft.
Mattheüs vertelt hoe Jezus gekruisigd wordt,
hoe Jezus tussen twee misdadigers in wordt gekruisigd,
hoe de omstanders de spot drijven, hoe het duister wordt
en Jezus aan het einde van het duister roept tot God.
En toch is het meer dan alleen de feiten, die Mattheüs ons doorgeeft.
De profeet Amos had het aangekondigd, hoe het midden op de dag donker zal worden.
Een duisternis over het gehele land, over de gehele aarde,
zoals dat ook drie dagen was in Egypte.
In Egypte was dat om de grootheid van God te laten zien,
zoals een andere profeet dat namens God zei:
Ik formeer het licht, Ik schep de duisternis.
Als het kruis midden op de dag opgericht is en de spot van de omstanders klinkt,
is er een duisternis, die door God geschapen wordt,
de zon is weg, ondergegaan – het licht gedoofd als Jezus aan het kruis hangt.
Niet meer het vriendelijk aangezicht van God dat over Jezus licht,
maar de duisternis, die om Hem heen is,
de duisternis die er is, als God zich terugtrekt en een leegte achterlaat.
De duisternis maakt het zichtbaar dat God zich teruggetrokken heeft.

En in die duisternis hangt Jezus, die duisternis is er niet alleen voor de omstanders,
voor Gods eigen volk, die de gezonden messias aan het kruis hebben geslagen,
maar ook voor Jezus.
De duisternis komt op Hem neer, omhult Hem,
hier aan het kruis niet meer de hemelse glans die Hem omhult,
maar de duisternis.
Het is het oordeel van God, dat over Hem losbarst,
de schalen van Gods toorn worden over Hem uitgestort.
Daar hangt Jezus, terwijl Hij het oordeel van God ondergaat en draagt,
die gebeden in Gethsemané heeft of Hij de beker van Gods toorn niet hoefde leeg te drinken
maar toe Hij bevestigd kreeg, dat het wel Zijn taak, Zijn weg, Zijn missie was,
om die beker leeg te drinken, zei Hij: Uw wil geschiede, niet Mijn wil.
Hier wordt de beker leeggedronken.

Het is de beker die voor ons was bestemd,
het oordeel dat over ons voltrokken had moeten worden.
God die bij ons had moeten weggaan, ons had moeten verlaten,
zodat wij het hadden uitgeroepen: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
Waarbij we – net als Jezus geen antwoord krijgen uit de hemel,
waarin we zouden ontdekken dat wij begonnen waren met het verlaten van God
en dat Hij alleen maar de consequentie van onze eigen daden liet zien.
Het is onze beker die Jezus leegdrinkt,
Het is onze duisternis waarin Jezus hangt,
ons kruis dat Jezus draagt, ons kruis waarin Hij geslagen is,
het oordeel over ons dat Jezus draagt.
Zoals Jezus dat eerder gezegd heeft over Zijn eigen dood
dat Hij Zijn leven zou geven als losgeld voor velen.
Hier betaalt Jezus de prijs voor onze zonden.
Hier betaalt Jezus de prijs voor de keuze die wij gemaakt hadden:
de keuze om God te verwerpen.
Hier koopt Jezus ons, u, jou, mij vrij door het oordeel in te gaan en te dragen,
door in onze plaats door God verworpen te worden, betaalt Hij de prijs
Die wij hadden moeten betalen, maar niet kunnen betalen.

Hij hangt daar voor ons, in onze plaats.
Dat is het aangrijpende, dat is waarom het lijden van Jezus zo diep is,
waarom de afgrond zo diep is, dieper dan er ooit een afgrond kan zijn voor een mens.
Gods eigen Zoon, Immanuël God-met-ons – Hij is het die in onze plaats daar hangt.
En het laat zien hoe ingrijpend het is, om tegen God in te gaan,
hoe ernstig de zonde is, hoe diep de val in het paradijs.
Hier zien we, aan het kruis waar Jezus hangt, wat de diepte van de woorden is,
die we horen bij de voorbereiding op het Heilig Avondmaal:
laat ieder bij zichzelf zijn of haar zonden en vervloeking overdenken,
opdat u  een afkeer van uw zonde heeft en u zich voor God verootmoedigt,
want de toorn van God tegen de zonde is zo groot
dat Hij die niet ongestraft wilde laten,
maar de straf ervoor door de bittere en smadelijke kruisdood heeft voltrokken
aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus.
Dat is de ernst van Goede Vrijdag – het confronterende:
Wij waren eens in de macht van de zonde, op ons rustte een oordeel
en het was verdiend, want wij kozen ervoor God uit te bannen,
wij kozen ervoor God te verlaten, zonder te beseffen hoe ingrijpend dat was.
En hier aan het kruis zien we hoe ingrijpend het is om door God verlaten te worden,
Hier aan het kruis zien we hoe ingrijpend het is om verloren te gaan
als wij het oordeel van God niet kunnen doorkomen.

Het is een aanklacht tegen ons, waarbij we gelijk ook zien
dat de straf gedragen is, het oordeel niet aan ons voltrokken wordt,
er een vrijspraak is
en meer nog dan een vrijspraak: een mogelijkheid om bij God te horen,
onderdeel van Gods gemeenschap te zijn,
zodat de naam van God voor ons waar is: Ik zal zijn die Ik zijn zal.
Ik ben er voor jou, voor u – Ik ben uw God.
Zodat de naam van Jezus waar wordt voor ons: Immanuël, God-met-ons

Daar werd Hij door God verlaten, opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden.
In het leven op aarde worden wij niet meer verlaten.
Als ons leven voorbij is, dan staat Hij aan onze zijde
Als we door de dood heen moeten, draagt Hij ons tot in het Vaderhuis.
Nooit meer door God verlaten.
Dat is de boodschap van het kruis, want Jezus werd verlaten. Hij droeg.
Hoor ik, hoe Hij klaagde dat
Hem zijn God verlaten had,
‘k weet dan, wat mij ook ontvall’
God mij nooit verlaten zal.

God zal mij nooit verlaten.
Ook niet als ik voor God kom te staan, als over mijn leven het oordeel wordt uitgesproken
en mijn zonden een lange lijst zijn,
een lijst die ik maar al te goed kan, omdat zowel de duivel als mijn eigen geweten
die zonde steeds mij onder ogen brengen en mij geen rust gunnen
waardoor het soms moeilijk te geloven is, dat God mij nooit verlaten zal.
Ook niet, nu het er op aan komt, als ik voor Gods troon sta
en het oordeel voorgoed wordt uitgesproken?
Dat er dan niet klinkt: Ga weg, ver bij Mij vandaan, maar: Kom in.
Want dat kruis droeg de straf, nam de schuld van mij af,
‘t werd de toegang voor mij tot Gods troon.
Amen

Preek Goede Vrijdag 2016

Preek Goede Vrijdag 2016
Lukas 23:26-49

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Gisteren kwam er een man bij ons thuis die een klusje moest doen.
De man was door zijn bedrijf vanuit het noorden van het land naar ons adres gestuurd.\
Bij het weggaan vroeg hij: ‘U bent predikant?
Wat vind u van deze tijd, met die aanslagen in Brussel?
De islam wil over de hele wereld regeren.
Wat moet dat van ons worden?’
Ik weet nooit zo goed hoe ik op dat soort vragen moet antwoorden.
Allereerst kon ik niet goed inschatten
of deze man bij een kerk hoorde en geloofde
of dat hij was afgehaakt.
‘We leven in een rare tijd,’ zei ik maar – om tijd te winnen.
‘Ach,’ zei de man, ‘het is met alle oorlogen zo.
Ook in de Tweede Wereldoorlog speelde het geloof een rol.’
‘Bij het kruis op Golgotha toch ook?’ zei ik,
want ik was bezig met de preek.
‘Dat is ook zo,’ zei de man
‘het is van alle tijden.’
Toen wist ik pas wat ik moest zeggen:
‘Er is er maar één die regeert!’
‘Dat is waar.’
Toen vertelde ik hem dat ik vorig jaar de diensten van Goede Vrijdag en Pasen niet kon doen
en dat de diensten door gastpredikanten werden geleid
en dat op Goede Vrijdag de boodschap was
dat Christus aan het kruis de overwinnaar is gebleken,
De overwinnaar op de zonde en op de duivel
En dat daarmee alle kwade en demonische machten overwonnen zijn
en het uiteindelijk niet zullen houden.
‘Moed houden dan maar’ zei ik tegen hem toen ik hem uitgeleide deed.
‘Dat moeten we maar doen: moed houden!’ zei hij.

Dat Christus aan het kruis de overwinnaar is
op alle kwade machten
en dat macht van de duivel en de demonen
dat zien we niet, ook niet in onze tijd.
Juist niet in onze tijd.
De aanslagen in Brussel raken ons diep
en geven het gevoel dat het nu wel dichtbij komt.
Wat we in Brussel hebben gezien,
het geweld dat zo zinloos is en zoveel mensenlevens kost
en zoveel mensen in levenslang verdriet dompelt – ook als de aanslagen vergeten zijn
gebeurt in deze wereld op veel plaatsen dagelijks
waar oorlog, geweld, bombardementen en aanslagen het dagelijks leven beheersen.
Het gebeurt ook dichtbij
wellicht in uw eigen leven
En dan niet in de vorm van een aanslag,
maar dan als ziekte, een tegenslag die ingrijpend is en alles op zn kop zet
een overlijden van iemand die je nu nog niet kunt missen.
Er kan zoveel duisternis in je leven komen.
Er wordt niet voor niets gesproken over een kruis dat iemand te dragen heeft.
Door uw, jouw eigen lijden
kun je soms dichterbij het lijden van Christus komen
omdat je er iets meer van aanvoelt
dan toen je dat kruis niet te dragen had.

Op Golgotha was er ook een sprake van duisternis,
op het zesde uur,
midden op de dag.
Een duisternis die niet gewoon was,
geen gewone zonsverduistering,
maar het is, wat de Heere Jezus al had aangekondigd:
het uur van de macht van de duisternis.
Lukas meldt aan het begin van zijn evangelie,
als de Heere Jezus in de woestijn is verzocht geweest
dat de satan Hem voor een bepaalde tijd verliet
en Lukas heeft er oog voor
dat de satan, als het kruis op Golgotha dichterbij komt,
zijn uiterste best doet
om te voorkomen dat het kruis op Golgotha zal staan.
Door Petrus zo ver te brengen
Dat hij zijn Meester aanspreekt om de weg van het kruis niet te kiezen.
En als het kruis er toch gekomen is,
de verzoeking door middel van de spot probeert op te voeren.
Anderen heeft Hij verlost,
laat Hij zichzelf verlossen,
als Hij de Christus is,
de Uitverkorene.
De uitdaging die ook in de wildernis op Christus afkomt:
Bewijs maar eens dat U het bent:
de Christus waarop heel de wereld wacht,
waar de gelovigen in het Oude Testament naar hebben uitgekeken.
Moet je zien hoe machteloos Hij daar hangt.
Moet dat de Uitverkorene zijn, de Gezalfde?
Is dat Gods zoon, als Hij zichzelf niet eens kan bevrijden?
En als die verzoekingen geen effect hebben,
dan door middel van de duisternis
die midden op de dag, het 6e uur, om het kruis hangt, 3 uur lang.

Enkele uren daarvoor,
toen Jezus voor Herodes stond,
kreeg Jezus de vraag om een teken te geven, een wonder te verrichten.
Hier om het kruis gebeuren er enkele tekenen:
een duisternis van 3 uur,
het gordijn dat in de tempel hangt dat scheurt.
Ondertussen zijn er al meerdere tekenen geweest:
Jezus die op de weg naar het kruis
de vrouwen waarschuwt om niet over Hem te rouwen,
maar over zichzelf vanwege de rampspoed dat hen te wachten staat,
het gebed dat Jezus bidt voor degenen die Hem kruisigen:
Vader, vergeef hen wat zijn weten niet wat zij doen,
de ene moordenaar die het verzoek bij Jezus aan het kruis indient:
Gedenk mij, als U in Uw koninkrijk gekomen bent.
Herodes, je vroeg om een teken.
Nu ze komen, die tekenen, ben je er niet
en als je er was, had je dan die tekenen begrepen?
Had je dan door wat die tekenen tegen jou, tegen de overpriesters, tegen het volk,
tegen ons willen zeggen?
Het duiden van wat er gebeurt,
is niet zo eenvoudig.
We zien dat bij de aanslagen die in Brussel zijn gepleegd.
Als de afschuw en verontwaardiging is geluwd,
hebben we dan door wat die aanslagen betekenen?
Ook de tekenen op Golgotha zijn niet zo eenvoudig
en toch geeft Lukas ons een aantal van die tekenen om het kruis door
om daarmee aan ons aan te geven
wat daar op Golgotha gebeurde
toen Jezus aan het kruis gehangen werd.

Er gebeurt een hoop op Golgotha.
Alles balt er samen, een intense strijd van goed en kwaad,
van Christus tegen de macht van de duisternis,

de rechtvaardige, die terwijl Hij onschuldig is, wordt gestraft als misdadiger
tegen de satan die mensen knecht in boeien van de zonde en opstand tegen God.
Het is er Lukas alles aangelegen
dat wij begrijpen
dat omdat Jezus daar hangt,
u vergeving van zonden kan krijgen als u in Hem gelooft.
Die vergeving is tegelijkertijd een bevrijding, een uittocht uit het slavenhuis,
uit de slavernij van de zonde,
bevrijding van de dictatuur van de satan.
Dat is te zien aan de duisternis die over heel de aarde komt.
Nu kwam het vaker voor dat er gesproken werd over duisternis
bij het overlijden van een grootheid in die tijd.
Ook bij de dood van Julius Caesar wordt zo’n duisternis gemeld,
om aan te geven dat ook de hemel rouwt om de doodheid van deze grote man,
ik denk vergelijkbaar wat er gisteren te zien was in de media
bij het overlijden van Johan Cruyff:
de hele wereld die er bij stilstaat en stilhoudt en een vorm van rouw laat zien.
Maar dat is niet wat Lukas wil aangeven.
Die duisternis om het kruis is een laatste poging van de vorst van de duisternis
om zijn macht over Jezus te laten gelden,
een laatste greep naar de macht over heel de wereld.
Jezus kondigt dat uur aan,
als Hij in Gethsemané gevangen genomen wordt.
Hij uit een verwijt richting de leiders:
Jullie hadden me kunnen oppakken toen Ik in de tempel was.
Dat het nu gebeurt, komt,
omdat nu de tijd is aangebroken van de macht van de duisternis.
Drie uur lang houdt Jezus deze duisternis uit,
drie uur lang, waarbij heel de schepping en alle engelen in de hemel de adem inhouden.
Nooit zijn er op aarde spannender uren geweest,
nooit is een tijdstip op aarde crucialer geweest dan deze uren
die Jezus aan het kruis doorbrengt.
Het is geen gewone duisternis,
maar een zon die verduisterd wordt,
het licht dat elke dag teken is van Gods trouw en goedheid
mag zijn kracht niet laten zien
en Jezus moet in het donker hangen,
de beker die Hij moet leegdrinken van de Vader.
Neem deze drinkbeker van Mij weg,
maar niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.
Daarom houdt Jezus het uit,
in die zwaarste aanval die er is,
de laatste en ultieme poging om Jezus er onder te krijgen
en de macht over deze wereld voort te laten bestaan.

Als die uren van duisternis voorbij zijn, is er een nieuw teken:
het gordijn in de tempel dat scheurt.
Is dat een teken dat de tempel niet meer nodig is?
Of is dat juist een teken dat wat er in de tempel gebeurt onbeschermd is
omdat de Heer die tot Zijn tempel kwam gedood werd?
Geeft God daarmee aan, dat de deur voor iedereen naar Hem open staat
en dat er voor iedereen op deze wereld verzoening, bevrijding, vergeving te vinden?
Een teken dat de poorten van het paradijs zijn opengegaan
en dat iedereen die in Hem gelooft, mag zien, mag geloven
dat er een poort openstaat en dat wij daar vrij door heen mogen gaan?
Of is dat een slag van de boze, een litteken voor altijd op dit heilige gebouw,
Gods huis op aarde?
Dan opeens is het voorbij.
De spot wordt uitgebreid uit de doeken gedaan,
de tekenen om het kruis krijgen volop aandacht,
maar het sterven van Jezus wordt maar kort en sober beschreven.
Jezus blaast de laatste adem uit.
Na alle hectiek, na alle spanning en strijd is er rust en overgave:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.

Een intiem moment: Vader, zoals Jezus steeds zei
om de intieme band te benadrukken
Dat wat Jezus doet op een lijn staat met wat God vraagt
En dat het Gods weg is, Gods wil,
naast de aanval van de boze ook de beker van God.
Vader, hier ben Ik.
Wat U verder doet, is aan U.
Mijn taak is volbracht.
Al zou het moeten zijn dat Ik voor altijd uitgewist zou moeten zijn
om daarmee anderen vrij te kopen.
Vader, wat Gij doet is goed.
Jezus had al aangekondigd
dat Hij de dood moest ingaan,
maar ook dat er een opstanding zou zijn,
een weg door de dood heen.
Hoe zwaar die duisternis ook zou zijn
– we moeten het donker van de dood niet onderschatten –
het zou maar een korte tijd zijn
dat het donker het wint.
Drie uur duisternis bij het kruis,
drie dagen donkerheid in het graf
en dan, op de eerste dag breekt er weer een ochtendgloren aan,
weer een teken,
een teken van God, dat er een nieuwe schepping is,
Dat al het oude voorbij gegaan is,
Daarmee ook de macht van de satan.

Hoe machtig de satan ook is,
Hoe sterk de duisternis ook in ons leven aanwezig kan zijn,
Er komt een einde aan,
Zoals aan de duisternis om het kruis een einde kwam, na 3 uur
en na 3 dagen het licht weer doorbrak, een nieuwe zon
die zich nooit meer liet verduisteren
omdat Jezus sterker bleek dan de dood, dan de duivel.

Dat is moeilijk te geloven, zeker in een week waarin zo’n ingrijpende gebeurtenis plaatsvindt,
een aanslag met zoveel mensen die daarbij het leven moeten laten.
Moeilijk te geloven in een wereld waarin de duisternis sterker overkomt.
‘Moed houden’ zei ik tegen de man die wegging.
Heb ik hem een te makkelijke boodschap gegeven?
Ik weet niet hoe hij thuis kwam, wat zijn privésituatie was,
zelfs niet of hij geloofde.
Ik weet niet wat hij met die opmerking deed.
Misschien was hij die opmerking wel vergeten
toen hij van de Ratelaar de Otto Veeninglaan opreed.

Afgelopen weken las ik een recent boek over de betekenis van het kruis,
waarin de schrijfster alle aspecten van het kruis langs wilde gaan.
In de afgelopen weken zijn verschillende betekenissen langsgekomen:
het dragen van Gods oordeel,
de schande die God draagt en wegdraagt,
Jezus die in onze plaats hangt
en deze preek de overwinning op het kwaad en de duivel aan het kruis.
Op de voorkant van het boek staat een glas-in-loodraam afgebeeld.
Dat raam heeft de bijnaam het Wales-raam,
Het is in 1963 geschonken door de bevolking van Wales
aan een baptistenkerk in de Amerikaanse plaats Birmingham.
Op zondagmorgen 15 september 1963 werden er 4 meisjes doodgeschoten.
Deze meisjes waren in het wit gekleed vanwege de kerkdienst.
Deze meisjes werden doodgeschoten door de Ku Klux Klan.
Het was de tijd van de hevige rassenrellen
en de meisjes werden in de kerk doodgeschoten vanwege hun huidskleur.
Uit diepe medeleven besloot men in Wales geld in te zamelen voor een raam
om de gebeurtenissen te herdenken.
Er werd een raam gemaakt,
met Christus daarop afgebeeld,
Als een gekruisigde,
niet naakt, zoals toen gebruikelijk was,
maar in kleren, dagelijkse kloffie of gevangeniskleren?
Het hoofd gebogen,
als de Christus die lijdt voor de zonde van heel de mensheid,
hier een donkere Christus die lijdt
voor het kwaad dat door blanke mensen werd aangedaan,
De moord op 4 onschuldige meisjes,
Christus die lijdt aan het onrecht van deze wereld en dat draagt.
De ene hand duwt weg,
Duwt de kwade machten weg, het demonische, de behoefte aan wraak,
De andere hand is een zegengebaar,
een hand die zegt: Kom maar bij mij,
Bij Mij ben je veilig, Ik bescherm je.
Jezus die zich geeft in een donkere wereld,
De chaos die zich om het kruis toont als een heftige storm,
een woedende en alles vernietigende storm.
En toch, in die donkerheid is er een licht.
Licht in de vorm van het kruis
en achter het hoofd van Jezus breekt het licht door, een zon die opkomt,
het ochtendgloren reeds, de dag van de opstanding breekt aan.
De duisternis heeft niet het laatste woord.
In die duisternis stond het kruis van Christus,
dat het duister breekt.
Jezus die zich geeft, lijdend,
maar daardoor het licht brengt, het licht is, in deze donkere wereld.

16th-St-Baptist-Ch-Wales

Daarom: het kan – moed houden,
Want Christus stierf,
als overwinnaar – op de zonde, de dood, de satan,
op alle machten die er zijn en ons leven willen beschadigen, kapot willen maken.
De duisternis heeft niet het laatste woord.
Na het kruis gaat het verder.
De nieuwe week begint met het ochtendgloren,
een scheppingsdag – de nieuwe schepping.
Jezus stierf – maar won.
Amen

 

Gepassioneerde prediking: de Gekruisigde voor ogen schilderen

Gepassioneerde prediking: de Gekruisigde voor ogen schilderen

Vanaf het ontstaan is de boodschap van het christendom de gekruisigde Christus geweest. In de laatste eeuwen is er binnen bepaalde stromingen van het christendom verzet geweest tegen de betekenis van Christus die gekruisigd is. Deze kritiek is in de afgelopen decennia veel sterker geworden en is invloedrijk in de kerk en theologie in West-Europa. Tegen de achtergrond van deze vraag stelt Michael Herbst zich de vraag, hoe in deze tijd gepreekt kan worden over de gekruisigde Christus.

Herbst is hoogleraar Praktische Theologie aan de Universiteit van Greifswald, waar hij zich onder meer bezig houdt met de homiletiek. Herbst is tevens directeur van het missionaire Instituut voor Evangelisatie en Gemeenteopbouw.
Hij begint zijn uiteenzetting met de boodschap van Paulus: aan de Galaten schrijft hij dat hij hen u steeds Jezus Christus eerder voor ogen heeft geschilderd alsof Hij onder hen gekruisigd was (Galaten 3:1). Tegen de Korinthiërs zegt hij dat hij geen andere boodschap heeft dan Christus, die is gekruisigd (1 Korinthe 2:2).

grunewald372

Troost
Ook de reformator Maarten Luther heeft deze boodschap in zijn preken en pastoraat centraal gesteld. Zo schrijft hij in een pastorale brief aan Georg Spenlein, dat hij zich steeds de gekruisigde Christus voor ogen moet houden, over de betekenis voor hemzelf moet nadenken en de gekruisigde Christus moet aanbidden als degene die ook voor hem gestorven is.

Ook in zijn liederen klinkt deze boodschap door. Zijn lied Verheug u, christenen, tesaam (Gezang 402, Liedboek 1973) is een ballade, die erover zingt wat de gekruisigde Christus voor de gelovige en de gemeente betekent. In vers 4 schildert Luther de hemelse dialoog tussen Vader en Zoon:

Toen zag God in de eeuwigheid
mijn mateloze ellende
en haastte zich, te rechter tijd
mij, arme, hulp te zenden.
Mijn Vader, want Hij wendde mij
zijn hart vol liefde toe, ja Hij
liet het zich ’t liefste kosten.

In vers 7 en 8 wat Christus tegen de gelovige persoonlijk zegt:

Hij sprak tot mij: Zie, het is nu
de kentering der tijden.
Ik heb mijn leven veil voor u,
Ik zelf zal voor u strijden.
Want Ik ben de uwe, gij zijt mijn,
en waar Ik ben, daar zult gij zijn,
geen vijand zal ons scheiden.

De vijand zal Mij ’t hartebloed,
het leven zelfs ontroven,
’t is u ten goede, en daar moet
gij rotsvast in geloven.
Mijn leven overwint de dood,
mijn onschuld delgt uw schulden groot,
En zo zijt gij behouden.

Luther-Predigt-LC-WB

Christelijke prediking, zo geeft Herbst aan, is in wezen gepassioneerde Christusprediking. Wanneer Christus centraal staat, kan men niet om het kruis heen. De gekruisigde Christus en de betekenis van Zijn sterven aan het kruis voor ogen schilderen is een kerntaak van de christelijke verkondiging. In die verkondiging moet steeds worden bedacht en doorgegeven, dat dit sterven aan het kruis – zoals de liederen van Luther ook aangeven – tot onze troost is.

Omstreden thematiek
Dat wil niet zeggen dat deze kerntaak om de gekruisigde Christus voor ogen te schilderen eenvoudig is. Allereerst omdat de thematiek van de gekruisigde Christus tegenwoordig niet alleen buiten de kerk maar ook binnen de kerk omstreden is. Veel kerkgangers vragen zich af, wat voor God dat is die Zijn eigen Zoon of de mens Jezus opoffert.

Crucifix-strijd
In Duitsland zijn er in het afgelopen decennium enkele voorbeelden geweest die de betekenis  van het kruis laten zien.
Vanaf de jaren-’90 is er in de deelstaat Beieren een discussie over crucifixen in schoolgebouwen. Ouders die geen christelijke achtergrond hebben, hadden via de rechter afgedwongen dat de kruisbeelden werden verwijderd uit de openbare schoolgebouwen. Van christelijke ouders en van kerken kwam er protest, omdat de kruisbeelden aangeven dat Duitsland een christelijke traditie kent. In 2009 gaf de Europese rechter de ouders, die om een verbod vroegen, gelijk. Met als argument dat het kruis niet zo maar een symbool is, maar een duidelijk symbool is dat verwijst naar waar het christendom voor staat. Het kruis is geen nationaal, maar religieus symbool.
Herbst tekent hierbij aan dat de Europese rechter veel duidelijker dan kerken en theologen weet aan te geven wat de betekenis van het kruis voor het christelijk geloof is. Vooral degenen die geen christelijke achtergrond (meer) hebben, ervaren het ergerlijke en aanstootgevende van het kruis. In plaats van kritisch te zijn op de klacht van de ouders en de uitspraken van de Beierse en Europese rechters zouden de kerken juist dankbaar moeten zijn dat het kernachtige symbool van het christelijk geloof zo sterk spreekt en dat het ergerlijke en aanstootgevende voor buitenstaanders zo helder is.

Navid Kermani
Ook in de discussie over de opmerkingen van Navid Kermani zitten de kerken mis. Herbst ziet de kerkelijke reactie bijvoorbeeld kardinaal Lehmann als een theologisch bedrijfsongeval, waarbij men de kans laat liggen om aan te geven welke betekenis de gekruisigde Christus heeft voor christenen.
Wat is het geval? De moslim en oriëntalist Navid Kermani heeft zich over het kruis uitgelaten: Hij ervaart het kruis als negatief. Het kruis is niet een onschuldig symbool, maar roept om zich af te wenden. Hij neemt radicaal afstand van het kruis: het kruis is godslastering en afgodenverering.
Als in 2009 kardinaal Lehmann en Peter Steinacker samen met Kermani zijn voorgedragen voor de Hessische cultuurprijs, geven Lehmann en Steinacker aan dat zij de prijs niet samen in ontvangst kunnen nemen met Kermani vanwege zijn uitspraken over de gekruisigde Christus.
Deze houding van Lehmann en Steinacker heeft voor veel discussie en kritiek gezorgd. Herbst vraagt zich verbaast af, waarom deze vooraanstaande christenen niet hebben gezien dat de woorden van Kermani een goede illustratie zijn van wat Paulus schrijft over het aanstootgevende en het ergerlijke van het kruis. Deze moslim heeft het kruis beter begrepen dan die vooraanstaande christenen.
Hersbt bekritiseert Lehmann en Steinacker ook dat ze door hun verontwaardiging niet verder hebben gelezen. Kermani gaat namelijk verder en schrijft dat over een altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina (Rome):

‘Toen zat ik voor het altaarbeeld van Guido Reni in de San Lorenzo in Lucina. Ik vond de aanblik zo indrukwekkend, zo vol zeggen, dat ik het liefst nooit meer was opgestaan. Voor het eerst dacht ik: Ik – niet alleen: men – ik zou in een kruis kunnen geloven.’

sllcrocifissoguidoreni

Kermani blijft volhouden dat hij Jezus niet kan zien als Gods Zoon of als een door God gezondene. Toch is deze ‘belijdenis’ van een moslim bijzonder. Door de gekruisigde Christus voor ogen geschilderd te zien, ervaart deze moslim iets van het geheimenis van God.
De prijs is uiteindelijk wel gezamenlijk uitgereikt, maar de schade is groot: in plaats van een missionaire dialoog grepen de vooraanstaande christenen terug op een machtsmiddel.

Herbst vraagt zich af of de kerken niet teveel bezig zijn om het ergerlijke en aanstootgevende af te zwakken. Hij vraagt zich tevens af, of deze strategie wel zinvol en gepast is. Zou het niet beter zijn om dit aanstootgevende te laten staan en anderen uit te nodigen om te ontdekken welk heil en welke troost er in het kruis verborgen is.

Binnenkerkelijke kritiek
Niet alleen buiten de kerk maar ook binnen de kerk reageert men op het ergerlijke en aanstootgevende van het kruis. Binnen de kerken is er veel verlegenheid met de gekruisigde Christus en kan men niet meer de troost van de gekruisigde Christus ontdekken. In preken op Goede Vrijdag wordt dan niet meer de gekruisigde Christus voor ogen geschilderd, maar wil men een pastorale boodschap brengen (God staat aan de kant van degenen die lijden) of een ethische boodschap (zoals Jezus aan de kant van degenen die lijden stond, zo hebben wij aan de kant van degenen die lijden te staan).
Deze verlegenheid kan ook omgezet worden in een programma. De theoloog en journalist Matthias Morgenroth voert een pleidooi om het christendom van Goede Vrijdag en Pasen te vervangen door een Kerst-christendom, waarbij de kribbe – en niet meer het kruis – het centrale symbool van het christendom wordt.
Veel moeite is er met de gedachte dat er aan het kruis sprake is van plaatsvervanging en verzoening. Waarom heeft God een bloedig offer nodig? Hij kan toch ook vergeven zonder offer? Hoezo kunnen wij vervangen worden?

Volgens Herbst is het goed om deze kritiek serieus te nemen. Bepaalde elementen uit deze kritiek is terecht: zoals het beeld van een wrede, sadistische God die zijn gram haalt via een ander. Tegelijkertijd wordt er in de kritiek teveel overhoop gehaald en worden er karikaturen gemaakt van wat er in de Bijbel en in de Reformatie is gezegd. Wat Herbst vooral verbaast, is dat de kritiek op het kruis en de betekenis daarvan meer afkomstig is uit onze eigen cultuur dan uit een goed lezen van wat er in de Bijbel staat.

Verzoening ondanks het kruis
De verlegenheid en de kritiek heeft ook tot een tegenreactie geleid. Bijvoorbeeld van de praktisch-theoloog Reiner Knieling. Herbst vindt de poging tot rehabilitatie van de gekruisigde Christus van belang, omdat Knieling een belangrijke stem is in het missionaire debat in Duitsland.
Herbst neemt wel een verschuiving waar bij Knieling: kan Knieling in zijn onderzoek naar preken over Pasen, Goede Vrijdag en Kerst nog uitgaan van de plaatsbekleding, in latere boeken laat hij dit punt varen. In zijn homiletiek (2009) spreekt Knieling over een verdamping van de christelijke traditie in een postmoderne tijd. Veel onderdelen van het christelijk geloof moeten opnieuw worden uitgelegd en zeker de theologie van het kruis. Wat wil Knieling?
(1) Navertellen van de geschiedenis van de kruisiging, waarbij Jezus de liefdesverklaring van God aan mensen is. Deze liefde gaat zover, dat Jezus zich laat kruisigen. De verzoening vindt dan echter niet plaats door het kruis, maar ondanks het kruis. Zelfs het kruis kan Gods liefde niet afwijzen. Het kruis is de prijs die God bereid is te betalen voor Zijn liefde. Het kruis is de uiteindelijke consequentie van Gods liefde.
(2) In de kruisiging handelt God. Hier volgt Knieling – in de ogen van Herbst doet Knieling dat terecht – de theologen Otfried Hofius en Hartmut Gese.
Conclusies van Knieling:
– Jezus is groter dan onze duidingen. In een gemeente met verschillende stemmen is het goed om de veelkleurigheid met betrekking tot de duidingen van het kruis serieus te nemen.
– In de liturgie moeten liederen, die spreken over de toorn van God, niet te snel meer gezongen worden, omdat deze liederen veel misverstanden oproepen.
– In de boodschap van het kruis moet de passie van God voor mensen worden verkondigd.

Herbst waardeert de poging van Knieling, maar vindt de gedachte dat de verzoening niet door het kruis, maar ondanks het kruis tekort schieten. Op die manier kan men niet gepassioneerd spreken over de gekruisigde Christus.

Plaatsbekleding – voor ons en niet voor God
In de theologie kan er gesproken worden over de hedendaagse Tübinger School met theologen als Bernd Janowski, Peter Stuhlmacher, Hartmut Gese, Otfried Hofius. Deze ‘school’ houdt vast aan de plaatsbekleding van Christus en wijst op de betekenis van het Oude Testament in het geheel. Niet God moet verzoend worden, maar de wereld die zich tegen God heeft gekeerd moet worden verzoend.
De oudtestamenticus Bernd Janowski heeft zich bijvoorbeeld intensief bezig gehouden met dit thema. Hij geeft aan dat de thematiek van de zondebok (Leviticus 16) en het plaatsvervangende offer (Jesaja 53) van grote betekenis zijn om het kruis op Golgotha te begrijpen. In de verzoening wordt de mens gereinigd van de zonde (Romeinen 3:25). Jezus sterft niet voor God, maar voor ons.

Anselmus
Wie nadenkt over de kruisiging, plaatsbekleding en verzoening komt op een gegeven moment bij Anselmus van Canterbury uit. Nu bestaan er veel karikaturen over zijn theologie, alsof Jezus moest sterven om de geschonden eer van God te herstellen. De karikaturen gaan voorbij aan de wezenlijke vraag, waar het voor Anselmus om draaide: Waarom moest de almachtige God een kwatsbaar mens worden. Deze vraag draait om het moeten, om de noodzakelijkheid van dit gebeuren.
Anselmus geeft aan dat de mens voor de zaligheid was bestemd maar door de val een zondaar geworden is die verzoening nodig heeft. De mens heeft Gods eer geroofd. De zonde heeft ook de orde in de schepping verstoord. Als God ons zou straffen, zouden we niet zalig worden en mist God zelf het doel van Zijn schepping. In het kruis gaat het om het herstel van de geschonden orde. Daarbij moet de ernst van de zonde bedacht worden. God kan niet zomaar over de zonde heen stappen, omdat hij anders onrecht zou vergoelijken. Gods toorn is geen duistere emotie, maar de keerzijde van Zijn liefde. In het kruis laat God Zijn bereidheid zien zelf dat onrecht op zich te willen nemen. Het gaat niet om de zwaarte van het lijden, maar om Wie er aan het kruis lijdt: Christus die in overeenstemming met Gods liefde en Gods wil tot heil vrijwillig zich geeft. God heeft het lijden en sterven van Jezus niet nodig voor zichzelf, maar voor het herstel van de schepping. De doordenking van Anselmus is juist gericht tegen een wrede, willekeurige God die zomaar straft.

Waarom moest Jezus dan lijden? Moest het zo gebeuren? Dit moeten, is volgens Herbst, geen moeten uit dwang. Het is een moeten uit liefde: zie de hemelse dialoog in het lied van Luther.
Wanneer we niet bij God beginnen, maar bij de mens die betekenis moet geven aan het gebeuren van het kruis, lopen we het gevaar weer theologisch terug te vallen in zelfverlossing en gaan we er aan voorbij dat in het sterven van Christus de goddeloze wordt gerechtvaardigd. Nogmaals: het aanstootgevende en ergerlijke moet niet worden afgezwakt, maar uitgelegd welk heil en welke troost er schuil gaat in het kruis van Christus.

Wat betekent dat nu voor de prediking?
(1) Navertellen
Het beste wat men kan doen is het gebeuren, die op christelijke feestdagen centraal staan, navertellen van wat er op deze dag in de hemel en op aarde gebeurt (Walter Lüthi). Rudolf Bohren voegt daar aantoe, dat men niet moet onderschatten hoe moeilijk dit navertellen is.
In een narratieve prediking wordt Christus voor ogen geschilderd en worden de gemeenteleden uitgenodigd en meegenomen op de weg van Christus naar het kruis. Herbst voegt hieraan toe, dat het van belang kan zijn om de theologische betekenis in de navertelling in te voegen. Een narratieve verkondiging staat niet haaks op een dogmatische preek. Beide kunnen elkaar versterken: het verhaal kan vooraf gaan om de inhoud uit te leggen. De inhoud kan helpen de diepgang en de betekenis van het verhaal uit de doeken te doen. Het gaat niet om zomaar een historisch verhaal, maar zoals Friedrich Mildenberger in zijn Kleine Predigtlehre terecht opmerkte, over de geschiedenis van God. Juist hier. En deze geschiedenis is ons leven.

(2) De beelden natekenen
Dit is een variant op de narratieve verkondiging. Bij het natekenen van de beelden gaat de preek na wat de betekenis en de diepgang van de in de Bijbel gebruikte beelden is. De ervaringen die in die beelden aanwezig is, is niet eens zo ver van de hedendaagse ervaring verwijderd. Romans, verhalen en films kunnen helpen om analogieën voor het gebeuren aan het kruis te vinden. Daarbij moet men wel rekening houden met de grenzen van de analogie: de dood van Christus is uniek en kan niet te snel met iets anders worden vergeleken. Het is een gevaar om een ingewikkelde dogmatiek te vervangen door eenvoudige verhalen en ervaringen. Daarmee kan de predikant zijn gemeente wel op een verkeerd spoor zetten. Centraal moet blijven staan dat in het sterven van Christus iets gebeurt, dat alleen God kan doen.

(3) Pleidooi voor een apologetische prediking van het kruis
Omdat het gebeuren van het kruis binnen en buiten de gemeente niet helder is, kan een themapreek helpen om de betekenis uit te leggen en met de gemeente nadenken over het geheimenis van het gebeuren van het kruis. De verkeerde interpretaties kunnen dan worden bestreden en de juiste interpretaties uitgelegd worden. In de preek kan dan uit de doeken gedaan worden wat Paulus, Lukas, Johannes of Markus bedoelde en ook wat de Joodse wortels zijn van het apostolisch geloof.

(4) De gekruisigde Christus voor ogen schilderen
Bij het kruis gaat het niet alleen maar om het gebeuren als zodanig, maar ook om de betekenis voor ons en de troost en heil die in het gebeuren besloten ligt. Wanneer de gekruisigde Christus voor ogen geschilderd wordt, is dat tot onze troost en tot ons heil. Waarbij de gemeente ook leert om in de aanvechtingen zich tot de Gekruisigde te wenden en zich aan Hem vast te klampen en Hem te vertrouwen en te belijden. Deze vorm van prediking hoeft niet alleen op kerkelijke ‘insiders’ gericht te zijn. Zo’n prediking kan ook de ‘buitenstaanders’ uitleg geven en uitnodigen mee te doen.

N.a.v. Michael Herbst, ‘Passionierte Predigt: Den Gekreuzigten vor Augen malen. Systematische und praktische Überlegungen zu einem umstrittenen Thema,’ Theologische Beiträge 41/5, oktober 2010, 314-334.

 

Preek zondag 29 maart 2015

Preek zondag 29 maart 2015
Markus 15:1-16: Het zwijgen van Jezus

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Waarom was U zo stil, zongen we.
Zou jij dat niets zeggen
als iedereen om je heen oneerlijk is tegen je?
Bijvoorbeeld als iedereen van je klas op het schoolplein om je heen staat
en allerlei nare dingen over je zeggen?
Als je sterk genoeg bent, dan ga je er tegenin en zeg je:
‘ Echt niet! Daar klopt echt niets van! Jullie liegen!’
Als je bang bent, zeg je niets.
Of je zegt niets uit een soort trots of onverschilligheid.
Dan denk je bij jezelf:
‘ Ik luister toch niet naar wat ze over mij zeggen.
Daar klopt niets van.’

Nadat de Heere Jezus gevangen genomen is,
zegt Hij niet veel meer.
Ook als de Heere Jezus bij Pilatus is gebracht,
zegt de Heere Jezus weinig meer.
Alleen als Pilatus aan de Heere Jezus iets vraagt,
zegt de Heere Jezus nog iets kort.
Pilatus vraagt: ‘ Bent u de koning van de Joden?’
En dan zegt de Heere Jezus: ‘ U zegt het.’
Als het Sanhedrin de Heere Jezus van allerlei dingen beschuldigen,
zegt de Heere Jezus niets.
Hij gaat niet in discussie.
Hij geeft geen weerwoord.
Bij alle oneerlijke uitspraken over Hem, blijft Hij zwijgen.
Ook als de soldaten de Heere Jezus bespotten
of als het volk roept dat Jezus gekruisigd moet worden,
zegt Hij niets. Helemaal niets. Hij zwijgt.
Ook tijdens de weg naar Golgotha
of als Hij aan het kruis wordt geslagen.
In het Markus-evangelie zegt de Heere Jezus pas weer iets
als Hij aan het kruis hangt en het donker is geworden.
Dan verbreekt Hij het zwijgen
en roept het uit: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.’

Pilatus verbaast zich, dat de Heere Jezus niets zegt.
Hij lijkt te denken: Jezus ziet er onschuldig uit,
maar als Hij niets zegt, hoef ik ook geen moeite doen
om Hem vrij te laten.

Misschien verbaas jij je daar ook wel over, over dat zwijgen.
Want als er iemand iets aan onrecht kan doen,
dan is dat de Heere Jezus wel.
Want wie is machtiger dan Hij?
Hij is de hoogste Heer, de belangrijkste koning.
Hij zou engelen kunnen sturen.
Hij zou zelf kunnen opstaan, om te strijden.
Maar Jezus doet niets. Hij zwijgt.
Hij laat het allemaal over zich heenkomen.

Lijkt dat zwijgen van de Heere Jezus toen
ook niet op het zwijgen van de Heere Jezus nu?
Er zijn zoveel oneerlijke dingen in deze wereld.
Denk aan de oorlogen die er in deze wereld zijn.
Denk aan de mensen die arm zijn of de kinderen die niet naar school kunnen.
Of gebeuren er bij jou allerlei dingen die niet eerlijk zijn.
Waarom bent U zo stil,
als al die oneerlijke dingen gebeuren?
Waarom zegt U daar niets van?

Omdat Jezus lijdt.
Hij keurt het niet goed,
al die oneerlijke dingen die er gebeuren bij Pilatus in de rechtzaal.
Hij keurt het niet goed,
alle oneerlijke dingen die er vandaag gebeuren,
de oorlogen die maar doorgaan,
de ruzies die er ook vandaag zijn.
Jezus lijdt er aan.
En dat doet Hij niet zomaar.
Alleen door te lijden,
kan Hij sterker zijn dan alle oneerlijke mensen en oneerlijke dingen die gebeuren.
Want door te lijden,
neemt Hij alles wat verkeerd is hier op deze wereld
en alles wat wij als mensen verkeerd doen,
de pijn die wij elkaar en God aandoen
op Zijn rug.

Door niets te zeggen, zegt de Heere Jezus toch ook iets.
Tegen Pilatus. Tegen de Joodse leiders die Jezus aanklagen. Tegen ons.
Hij zegt: ‘ Kijk naar wat Ik ga doen.
Kijk naar het kruis op Golgotha waaraan Ik zal hangen.
Als Ik aan het kruis ben, draag ik alles wat verkeerd en oneerlijk is,
draag ik alle zonde en schuld.
Hij draagt het als een lam.
Als een lam wordt Hij naar de slacht geleid.
Zoals het lammetje werd geslacht tijdens het Joodse paasfeest,
een onschuldig dier,
zo gaat de Heere Jezus die niets verkeerds heeft gedaan, sterven.
Hij sterft voor ons.
Dacht u aan ons misschien? zongen we.

Bent u de koning van de Joden, vroeg Pilatus aan de Heere Jezus.
Als de Heere Jezus had gezegd: ‘ Ja’,
had Pilatus gedacht aan een koning, zoals dat gebruikelijk was:
een koning in een paleis, een koning op een troon,
met een koninkrijk en een leger.
Een koning die zou vechten aan het hoofd van die leger tegen zijn vijanden.
Maar Jezus is een koning die niet vecht,
tenminste niet zoals aardse koningen vechten.
Hij vecht op een andere manier, tegen onze echte vijanden: de duivel en de zonde.
Niet door geweld te gebruiken
of door er op los te slaan.
Maar door te sterven.
Door kwetsbaar te zijn en hulpeloos, zoals een lam.
Jezus kan wel sterk zijn en kan de strijd wel aangaan,
maar Hij wil het niet.
Want Hij weet: alleen als Ik niets zeg, alleen als Ik sterf,
maak Ik mensen werkelijk vrij.

De Heere Jezus werd vastgebonden,
zodat wij, die in Hem geloven, ook echt vrij konden worden.
De Heere Jezus zweeg,
zodat God over ons zou kunnen zeggen: ‘ Je hoort weer bij Mij.’
De Heere Jezus werd bespot en geslagen,
zodat de Heere Jezus tegen ons zegt:
‘ Je hoeft nooit meer door God te worden weggestuurd.’
Dacht u aan mij?
Ja, Hij dacht aan mij, aan jou
aan alle mensen die Hij zou kunnen redden.
Door te zwijgen, zegt de Heere Jezus:
Ik ga in jouw plaats staan,
jij hoeft dat allemaal niet meer te dragen.
Als Ik sterf, ben jij echt vrij.
Het is geen angst, waarom de Heere Jezus niets zegt of machteloosheid.
Ook geen trots of onverschilligheid.
Maar gehoorzaamheid.
Jezus zegt niets tegen Pilatus en de anderen,
maar in Zijn hart klinkt het naar de Vader in de hemel:
Vader, het is goed zo.
Het is zwaar, het is oneerlijk, maar het is goed.
Want als Ik sterf aan het kruis, ben Ik de redder die U naar deze aarde hebt gestuurd.
Amen

Preek Goede Vrijdag 2014

Preek Goede Vrijdag 2014
Wij dwaalden allen als schapen,
wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen
op Hem doen neerkomen.

(Jesaja 53:6)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wij zijn hier bijeen om het sterven van onze Heere te gedenken.
De Zoon van God die zich in de dood gegeven heeft.
Wat daar zich op Golgotha afspeelde, daar hebben wij geen woorden voor.
Wij kunnen niet bevatten, hoe diep onze Heere is gegaan,
toen Hij afdaalde in het allerdiepste
om onze schuld te dragen.
Dat is zoiets groots, dat wij er niet bij kunnen.
En toch zoiets wezenlijks, omdat het over ons gaat.
En vooral op deze dag, waarin dat sterven centraal staat,
zouden we willen dat we in dat grootse worden meegenomen,
zodat we het ook weer ervaren dat Christus zijn leven voor óns gegeven heeft.
Ervaren tot in alle vezels van ons bestaan: ervaren dat het goed is tussen God en mij.
Dat ondergaan en het daardoor weer weten:
weten dat Christus zich voor mij gegeven heeft.
Doordat Hij zich gegeven heeft in de dood
mag ik leven,
mag ik leven met God.
Doordat Hij zich gaf in onze plaats,
mogen we een open poort zien,
waardoor er voor u en mij een weg is om het Koninkrijk van God binnen te gaan.
Juist op deze dag is dat iets wat je weer wilt mee wilt krijgen,
niet alleen als een boodschap waar je over nadenkt,
maar dat je het ook weer meemaakt en meekrijgt,
dat de vergeving er is, dat de schuld is weggedragen,
dat Christus ging in mijn plaats.
In de afgelopen weken ben ik er veel mee bezig geweest
en u en jij vast ook.
Het maakt mij stil, zoals dat ook vaak gebeurt bij het avondmaal.
een intense stilte, die niet leeg is, maar gevuld met Gods aanwezigheid.
Aan de ene kant zijn heiligheid,
waarbij ik besef dat ik niet heilig ben, maar schuldig sta.
Maar aan de andere kant God die het laat weten, dat het weer goed is,
omdat de schuld is weggedragen.
Als ik dan zie hoe het brood gebroken wordt en de schaal rondgaat
en iedereen van die schaal het stukje brood pakt.
Ik hoor de woorden die gesproken worden:
Neem, eet, gedenkt en gelooft
dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus is verbroken
tot volkomen verzoening.
Een stilte waarin de gedachten gericht worden op Golgotha
op het sterven van de Zoon van God.
Daar op Golgotha werd zichtbaar waar de profeet Jesaja over sprak:
De HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen.
Het kwam allemaal op Hem neer – wat wij verkeerd deden.
Ongerechtigheid, daarmee wordt bedoeld:
Het afwijken van de weg die God had aangewezen om te gaan.
Dat gebeurde bewust, met opzet.
Het gaat niet om een weg, die per ongeluk ingeslagen wordt,
omdat het gebied, de weg onbekend is.
Het gaat om het afwijken van de weg die in Gods naam moest worden ingeslagen.
Afwijken uit verzet tegen God.
Het gaat hier om een schuldbelijdenis die wordt uitgesproken:
dat afdwalen deden we met opzet.
Als God “ja!” zei, zeiden wij “nee!” – alleen maar omdat het God was, die het tegen ons zei.
Toen God zei: “Ga hier links af!” – zeiden wij: “nee, dan kiezen wij ervoor juist om rechtsaf te gaan!”
Wij keerden ons een ieder naar onze eigen weg.
Vandaag op Goede Vrijdag, op deze dag waarop wij terugdenken aan Golgotha,
beseffen we: dat is niet alleen een schuldbelijdenis uit vroeger tijd.
Ook wij moeten het belijden:
Ook wij dragen een schuld met ons mee,
omdat ook voor ons de stem van God niet altijd de richtingaanwijzer is.
Vanuit onszelf zijn wij ook geneigd om als God “ja!” zegt, “nee” te zeggen,
als God “linksaf” zegt, “rechtsaf” te gaan.
Alleen omdat we niet willen dat God ons de weg in het leven wijst
en van ons vraagt om Zijn weg te gaan.
Wij dwaalden allen als schapen:
nu wij het sterven van onze Heere gedenken,
moeten we belijden
dat het niet alleen woorden van lang geleden zijn,
die over anderen gaan,
maar woorden die ook aangeven hoe het met ons gegaan is:
Wij dwaalden allen als schapen,
we keerden ons ieder naar zijn eigen weg.
Als schapen zijn wij die een herder nodig hebben,
maar die vanuit onszelf de Goede Herder niet willen
en ons liever keren naar de weg die wij hebben uitgekozen.
We hadden dat vanuit onszelf niet door, maar juist door dat kruis van Christus op Golgotha,
daarmee geconfronteerd, moeten we het inzien:
die wegen die wij zelf kozen, waren wegen om bij God vandaan te gaan,
om Hem los te laten en tegen Hem in te gaan.
Onze ongerechtigheid – dat kiezen van eigen wegen is schuld naar God toe
wordt in Jesaja 53 beleden: het is ongerechtigheid – ingaan tegen Gods wil.
In de schuldbelijdenis uit Jesaja 53 klinkt door:
we hadden het eerst niet in de gaten, dat we zo dwars tegen God waren.
We hadden het niet door, dat het onze eigen wegen waren
die ons juist bij God vandaan brachten
en dat we voor die wegen kozen omdat we de Heere niet wilden gehoorzamen.
In Jesaja 53 klinkt ook door, vooral in het eerste begin:
We dachten dat die ander, die zo moest lijden, de schuldige was.
Dat Hij die zo moest lijden door God was losgelaten, prijsgegeven, gestraft werd om Zijn zonden.
Nu zien we pas, dat Hij daar moest lijden.
niet voor zichzelf, maar voor ons.
Vanwege schuld die wij zelf hadden moeten dragen.
De HEERE heeft onze ongerechtigheid om Hem doen neerkomen.
De kerk heeft in deze woorden herkend wat er op Golgotha gebeurde.
Gods eigen Zoon, die gezonden was naar deze wereld, die werd gedood.
Niet zomaar, maar vanwege onze schuld, vanwege ons wegdwalen bij God vandaan.
Schuld kunnen wij niet overdragen aan een ander.
Wij kunnen niet een ander naar voren schuiven en zeggen:
Hij neemt onze schuld op ons.
Wij hebben het gedaan, maar hij draagt onze straf.
God doet dat wel.
Hij schuift Zijn Zoon naar voren en zegt tegen Hem:
Jij draagt de schuld van de mensen op aarde,
van degenen die Ik had opgedragen om Mijn weg te gaan.
Die schuld leg ik op jouw schouders
en aan het kruis draag je de volle last van hun schuld.

De last van onze schuld legde God niet op ons,
maar op Zijn eigen Zoon.
Onze schuld – voor Hem.
Dat is het wonder van Golgotha
en dat geeft aan de tekst uit Jesaja zo’n ongelooflijke diepte:
De HEERE deed onze ongerechtigheid op Hem neerkomen.
Niet op ons, maar op Hem.
Een diepe weg wordt mij bespaard, omdat de Zoon van God die weg ging.
Het weggestuurd worden door God, wordt ons bespaard
omdat de Zoon van God zich liet wegsturen
aan het kruis, waar Hij ook door Zijn Vader verlaten werd
en gevoeld heeft wat het is om de band met God losgesneden te hebben.
Dat deed Hij voor ons,
zodat het met ons niet meer hoeft te gebeuren.
Geen straf, omdat Christus hing op Golgotha.
De Heere doet niet met ons wat wij verdienden.
Het onverdiende doet Hij:
de weglopers, de ongehoorzamen biedt Hij een plaats bij Hem,
omdat Hij gezegd heeft tegen Zijn Zoon: jij draagt hun straf.
Het komt niet op ons neer, maar op Hem.

Gemeente, hoe kunnen wij ooit peilen wat daar op Golgotha gebeurde.
Hoe kunnen wij ooit aanvoelen wat het Christus heeft gekost?
Wij kunnen dat Godzijdank ook niet,
omdat we dat niet meer hoeven.
Het blijft ons bespaard.
Wij mogen naar Golgotha kijken
en het met diepe dankbaarheid in ons hart zeggen:
dat blijft ons bespaard – gelukkig, want hoe zouden wij dat kunnen dragen?
Als de Zoon van God al onderging in het oordeel en onze straf,
Hij die onschuldig was en dat uit eigen vrije wil deed voor u, voor mij.
Hoe zouden wij dat kunnen dragen.
Wij hoeven niet!
Daarvoor brengen wij de eer bij Christus, die als een lam ging:
Het Lam, voor ons op aard’ geslacht,
is eeuwig waard t’ ontvangen
de wijsheid, rijkdom, eer en kracht
en dankbre lofgezangen!

Daarom hoort naast besef van onze schuld ook de dankbaarheid
voor de weg die Christus ging.
Deze dag is vol van de goedheid van God,
die wel ons spaarde, maar niet Zijn eigen Zoon.
Deze dag is vol van de bewogenheid en barmhartigheid van God.
Onze ongerechtigheid komt niet op onszelf neer.
Wanneer wij via het kruis naar ons eigen leven kijken, zien wij dwaalwegen
en moeten wij belijden: wij deden het verkeerd.
Maar we mogen ook iets anders zien,
dat de Heere door onze wegen heenschrijft
en dat Hij belangrijker vindt dan onze schuld.
Door onze wegen heen schrijft Hij: je bent nu van Mij,
vrijgekocht uit de macht van de zonde,
als een schaap dat weg dwaalde weer thuisgebracht in Mijn gemeenschap.
Niet die eigen wegen bepalen meer wie wij zijn,
maar daardoor heen geschreven met het bloed van Christus:
Ik nam dat op Me en Ik schenk jou Mijn weg.

Bij Jesaja was het een onverwachte omkeer in het leven van de knecht des Heeren
waardoor de ogen opengingen: dit is de weg die God met Hem ging voor ons
en alles viel op zijn plaats en het besef brak door:
Hij deed dat voor ons, voor onze schuld,
maar ook dat andere: een nieuwe weg met God,
omdat God er weer is, omdat de knecht die door God gestuurd werd,
leed in onze plaats.

Zo spreekt het kruis op Golgotha tegen ons:
God is er weer in je leven.
Je gaat niet meer die eigen wegen en je weg gaat niet meer bij God vandaan.
Ik ben gekomen om je ook terug te brengen.

Hoe kan ik nog voor mijzelf leven
als Christus zich gegeven heeft?
Daar G’U voor mij hebt in de dood gegeven,
hoe zou ik naar mijn eigen wil nog leven?
Zou ik aan U voor zulk een bitter lijden
mijn hart niet wijden?

We kunnen niet op een afstand blijven staan,
kijken hoe Jezus daar hangt voor anderen.
Nee, Hij hangt daar voor mij.
Om ook mij, ook u te winnen voor God.
Golgotha is dan alleen het wegwissen van onze schuld.
Het is een uitnodiging van God, een handreiking,
meer nog: een roepstem om met Hem te leven.
Om Zijn wil te gaan.
en dat kan ook.
In het Avondmaalsformulier wordt het gezegd:
Hij geeft Zijn gezegend lichaam over aan het kruis
opdat Hij ons met Zijn zegen zou vervullen.
De zegen: de Heilige Geest die wil komen wonen in ons hart.
De Geest van Christus die er voor ons is en in ons.
Door Golgotha kunnen wij ook dat andere over onszelf zeggen,
met diepe dankbaarheid, omdat ons leven veranderd is.
Nu, dankzij wat Christus deed op Golgotha,
nu, dankzij Zijn Geest
dwalen wij niet meer weg en kiezen wij niet meer onze eigen weg,
maar zijn we schapen die de stem van de Goede Herder volgen
en gaan als Hij ons roept.

Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.
En Ik geef hun eeuwig leven;
en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken.
Amen