Hou(d)vast hoofdstuk 19 – hoop vinden en uitdelen. Over getuigen van je geloof

Hou(d)vast hoofdstuk 19 – hoop vinden en uitdelen. Over getuigen van je geloof

Vraag 1: Wat zouden anderen in jouw omgeving over God, Christus, geloof moeten weten?

Vraag 2: Wat zou voor jou een mooi moment zijn om iets over jouw leven met God te delen?

Vraag 3: Welk Bijbelverhaal /Bijbeltekst, lied, gebeurtenis, inzicht zou je dan willen delen? Als dat te maken heeft met een bepaalde gebeurtenis, schrijf die gebeurtenis dan op.

Vraag 4: Wat zou een reden zijn om niet over je geloof te vertellen? Hoe zou je dat kunnen ondervangen? Zijn er momenten waarop het niet gepast is om te delen?

Vraag 5: In het boekje wordt op p. 135 verwezen naar 1 Petrus 3:13-17. Daarom gaat het om getuigen, omdat je hoopvol bent door Christus. Wanneer merk jij in jouw leven dat je door Christus hoopvol gestemd bent? Als je dat niet hebt, hoe zou dat dan komen?

Vraag 6: Op pagina 136 wordt een voorbeeld gegeven van een gesprekje in een voetbalkantine: ‘Jij gelooft toch ook?’ Welke vragen krijg jij van mensen die niet geloven? Hoe reageer jij daar op? Wat doe je als je weerstand voelt of je je ongemakkelijk voelt?

Vraag 7: Op pagina 136-137 wordt uitgelegd wat getuigen is. Het zit in woorden en daden. Waar ben jij beter in: in getuigen door woorden of in getuigen door daden? Kun je daar een voorbeeld van geven?

Vraag 8: Waar zou jij hulp bij willen hebben?

Preek zondagmorgen 15 januari 2017
Johannes 1:19-34

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Johannes heeft alles in zich om de aandacht naar zich toe te trekken:
dat hij doopt en dat veel mensen op zijn doop afkomen
trekt zoveel aandacht dat er een officiële delegatie vanuit Jeruzalem gestuurd wordt
naar de Jordaan waar Johannes doopt
om erachter te komen wie die man is die doopt
waarom hij dat doet en waar hij het gezag vandaan haalt om te dopen.

Tegen de mannen die vanuit Jeruzalem gestuurd zijn om te achterhalen wie hij is
had Johannes uitgebreid kunnen vertellen over zijn doop
en over de reden waarom hij mensen uit zijn eigen volk doopt,
terwijl zij al bij het verbond van God met Zijn volk horen
en als teken daarvan de besnijdenis hebben ontvangen.
Johannes had deze priesters, die in de tempel de dienst aan God verrichten
kunnen vertellen dat zijn doop een kritiek is  
op het werk van de priesters en levieten is in de tempel.
Die kritiek zouden ze dan kunnen bespreken en wellicht ter harte zouden kunnen nemen.
Johannes heeft de gelegenheid dat zijn stem wordt gehoord in Jeruzalem,
door de priesters en de Levieten en de Farizeeën, dat zijn boodschap besproken wordt.

Maar Johannes wil deze aandacht niet voor zichzelf.
Hij heeft maar één doel: alle aandacht naar Christus.
Als mensen met hem bezig zijn, gaat dat ten koste van de aandacht voor Christus
en dat is niet wat Johannes wil: geen aandacht voor zichzelf.
Johannes is als een gemeentelid die tegen een predikant zegt:
Niet teveel aandacht voor de personen  in de Bijbel,
maar vooral aandacht voor Christus,
want als je je met de personen van de Bijbel bezig bent,
kun je zo maar met hen als mensen bezig zijn
en kun je uit het oog verliezen dat het hen om Christus gaat.
Als je bij personen uit de Bijbel stil staat, zoals Johannes
is om hen tot voorbeeld te maken,
zodat wij aan Johannes kunnen zien hoe wij Christus centraal kunnen stellen.
Als een schijnwerper die in op een donkere avond een gebouw verlicht,
zodat het gebouw toch zichtbaar is – zo wil Johannes zijn,
die Christus in het volle licht wil zetten:
het gaat om Hem – en niet om mij.
Dat is wat Johannes zegt: ik ben Hem niet.
Hij is er al wel, dichterbij dan je denkt, hier in ons midden, onder ons,
Hij heeft zich nog niet bekend gemaakt en dat mag ik gaan doen.
Dit is het getuigenis van Johannes – daar gaat het om,
om de persoon om wie dat getuigenis draait: Jezus Christus.
Hoe spreek je zo over Jezus Christus
dat de mensen niet met jou als spreker bezig zijn, maar met je Heer,
Met Christus zelf en dat ze door je woorden heen Christus zelf mogen zien?
Dat er geloof in Hem gewekt wordt.
Getuigenis – dit is een woord dat in later tijd een bijzondere betekenis krijgt.
Martyria – daar groeit later het woord ‘martelaarschap’ uit,
omdat christenen een hoge prijs moesten betalen voor het getuigenis over Christus.
In de tijd dat Johannes zijn evangelie schreef al: je kon buiten de synagoge worden gezet,
het geloof in Christus kon ervoor zorgen dat je buiten je familie komt te staan
en niemand meer met je te maken wil hebben.
En als de boodschap over Christus over het Romeinse Rijk wordt verspreid
wordt de prijs nog hoger: dan worden gelovigen vanwege hun getuigenis gedood,
ze worden martelaar; omdat ze het getuigenis niet wilden opgeven, werden ze gedood.
Ze hielden vast aan hun Heer.

Onlangs ging ik in een gemeente voor, waarin ook een Pakistaans gezin was.
Ik sprak hen na afloop, omdat ik niet wist of ze christen of moslim waren,
want in het land is nog geen 5% christen
en ik wilde er zeker van zijn dat ik hen niet ten onrechte als christen had bestempeld.
Ze waren inderdaad christen, afkomstig uit een familie van predikanten en pastors.
Ze waren gevlucht, omdat de vrouw een Bijbel had gegeven aan een collega.
Deze collega leek heel oprecht geïnteresseerd in het christelijk geloof,
maar verraadde haar bij de politie en het gezin werd opgepakt en opgesloten en mishandeld.
Ze vluchtten naar Nederland en wachten hier op de mogelijkheid om asiel aan te vragen.

Getuigenis – dat is niet alleen maar met woorden, niet alleen het gesprek aangaan,
maar getuigenis is een manier van leven,
waarmee je voor jezelf en voor anderen wil aangeven:
in mijn leven is Christus het allerbelangrijkste.
Al het andere in mijn leven is daaraan ondergeschikt
en door te getuigen, of dat nu met je woorden is, of met je hoe je bent, hoe je doet,
hoop je dat anderen in je omgeving daar iets van oppikkken,
gaan nadenken over Christus, geprikkeld worden: hier moet ik meer van weten,
nieuwsgierig worden: zou het ook iets voor mij zijn?
Op zoek gaan: dat wil ik ook, dat leven, die Heer in mijn leven,
hebben ze het over Christus? Daar wil ik meer van weten. Kan dat ook voor mij?
Johannes is gelukkig als de mensen die op hem afkomen het over Jezus hebben
en Christus vinden.
Zijn discipelen zet hij ook op het spoor van Christus, zodat ze niet meer bij hem blijven
maar Jezus gaan volgen.
Hij is gelukkig als anderen door zijn woorden en door wat hij doet over Jezus horen
dat ze gaan zien hoe Hij in hun leven aanwezig is,
Hij is al dichterbij dan je denkt, in jullie midden, onder ons.
Waarom zijn jullie zo met mij bezig, ik ben Hem niet. Je hebt de verkeerde!
Je moet Christus hebben en ik ben Hem niet.


Soms kan het zijn dat mensen met je bezig zijn vanwege je geloof,
Dat ze vinden dat je een raar geloof hebt, merkwaardige opvattingen
en soms zelfs dat die opvattingen zo raar en vreemd zijn, dat ze bestreden moeten worden
en uit de wereld geholpen.
Dan kunnen mensen met je bezig zijn: hoe kun je nou geloven?
Jij bent toch niet dom, toch niet onredelijk?
In de vorige gemeente vertelden catechisanten dat ze dat geregeld meemaakten,
dat medestudenten dat vol verbazing tegen hen zeiden: ‘Jij? Ben jij gelovig?’
Dat irriteerde hen, omdat daaruit de suggestie sprak dat geloven iets vreemds is.
Voor Johannes gaat het niet om hem en om de merkwaardige dingen die hij zegt en doet.
Niet om zijn woorden en om zijn dopen, maar om degene die na hem komt
en die er al voor hem was: Christus.

Ook al heeft het dopen van Johannes genoeg in zich om rumoer te veroorzaken,
om voor opschudding te zorgen, dat mensen erover spreken
en zelfs een officiële delegatie erop af komt/.
De doop heeft de betekenis van: terug naar af, opnieuw beginnen,
zoals Christus zelf dat later tegen Nicodemus zegt: als je niet opnieuw geboren wordt,
helemaal opnieuw, vanaf het allereerste begin beginnen, terug naar af.
De doop van Johannes geeft aan: een nieuwe start is nodig, een nieuwe start met God.
Alsof iemand straks bij de uitgang van de kerk staat en tegen u als gemeente zegt:
jullie zijn als baby gedoopt, maar dat moet nog een keer gebeuren,
helemaal opnieuw beginnen.
Geen wonder dat er een delegatie wordt gestuurd, waaruit de nodige verontrusting blijkt.
Wie is die man daar bij de Jordaan?
Waarom doet hij dat en met welk doel?
En waar haalt hij zijn bevoegdheid vandaan?
Heeft hij niet zichzelf aangesteld?
Ik zag ooit een Amerikaanse film waarin iemand zichzelf doopte,
omdat hij tot de overtuiging gekomen was dat hij een missie had die hij alleen moest beginnen.
Dat is het gelijk van deze mannen uit Jeruzalem:
een roeping mag worden getoetst: aan de Schrift.

Het is een officiële delegatie: priesters, Levieten en farizeeën.
Dat zijn niet de minsten. Het is nogal officieel:
priesters die in de tempel dienst doen, dienst aan God.
de verbinding tussen de mensen en God tot stand brengen,
hen meenemen in de liturgie naar Gods troon,
voor hen de offers brengen, die hun dankbaarheid tot uitdrukking brengen,
de offers die ze brengen vanwege hun zonden, om gereinigd te worden
en God weer onder ogen te kunnen komen, tot hem bidden, met Hem leven.
Levieten, die de priesters daarbij helpen, als diakenen of kosters,
die het volk onderwijs geven over Gods Woord, als catecheten, kerkelijk werkers, ouderlingen.
Farizeeën, die vinden dat het dienen van God niet alleen in de woorden zit,
niet alleen in mooie, indrukwekkende erediensten, met een mooi koor, goede zangers,
maar dat het als je buiten de tempel bent, ook in praktijk gebracht moet worden.
Johannes bevindt zich op hun terrein, hij doet wat zij horen te doen.

Je zou verwachten dat zulke mensen hun inlichtingen al klaar hebben.
Dat ze weten dat hij Johannes heet.
Ze zullen het nodige over Johannes gehoord hebben.
Wat ze komen doen is vragen naar zijn identiteit.
In het evangelie van Johannes is dat een belangrijk thema: identiteit.
Allereerst de identiteit van Jezus – is Hij echt de zoon van God
en hier ook naar de identiteit van Johannes.
Johannes, wie ben jij werkelijk? Wat gaat er in jou om? Wie dien je? Wie heeft je aangesteld?
Ben jij soms de Christus?

Ook dat is een kenmerk van het Johannesevangelie: die vragen.
Ben jij soms de Christus?
Nee, zegt Johannes, ik ben Hem niet.
Zijn doop, zijn optreden, zijn woorden, ze roepen wat op.
En de delegatie zet hoog in: zou Johannes soms de beloofde messias zijn?
Nee, die ben ik niet.
In dit antwoord gaat het eigenlijk al om Christus,
het wijst vooruit naar Jezus die wel zal zeggen: IK BEN.
Ik ben … het licht van de wereld, ik ben … de goede herder. Zeven keer “Ik ben”.
Jullie moeten niet met mij bezig zijn,
maar met Hem, die wel kan zeggen: IK BEN het.
Met zijn nee richt Johannes de schijnwerper op Christus.
Bij Hem moet je zijn.
In het evangelie van Johannes krijgt Johannes de Doper, Johannes de Getuige
een bijzondere rol.
Niet de voorloper zoals bij de andere evangeliën,
die het volk gereed moet maken om de messias te kunnen ontvangen,
niet een voorbereider, maar een aankondiger,
iemand die onthult wat er al reeds is.
Jezus die gekomen is, die al op aarde rondloopt en zich elk moment kan laten zien,
zodat ook zij, de priesters en Levieten, de farizeeën Jezus kunnen zien.
Hier koos de Heer zich vaste voet.
Hij heeft zijn stappen al gezet, zonder dat jullie dat opmerkten.
Hij is al aan zijn missie begonnen, zonder dat jullie je daarvan bewust waren.
Jullie zijn dan wel met mij bezig, met mijn doop,
Maar weet je wel dat Hij er al is? Het woord is vlees geworden – en dat woont nu onder ons.

De volgende dag hoeft Johannes niet alleen met woorden over Jezus te spreken
en niet alleen door woorden op Jezus te wijzen,
maar mag Johannes Jezus ook aanwijzen, omdat Jezus naar hem toekomt.
Zie, het lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt.
Ook dat “Zie!” is bij Johannes een belangrijk woord:
dat houdt in: laat het op je inwerken en geloof het.
Je mag het zelf ook zien en ervaren.
Het Lam van God dat de zonde der wereld wegdraagt.
Waarom sta je bij mijn doop stil, als je in Hem iemand hebt gevonden,
die je niet alleen zegt dat je opnieuw moet beginnen, die niet alleen die boodschap heeft,
confronterend en radicaal,
maar die er ook voor zorgt dat je opnieuw kunt beginnen:
het Lam van God dat de zonde der wereld wegdraagt.
Ik doop met water, maar weet je waar Hij mee doopt?
Dat kan ik je niet geven: Hij zal je dopen met de Heilige Geest.

Dit is het getuigenis van Johannes,
dat hij mag aanwijzen wie Jezus is,
dat hij mag onthullen dat Jezus gekomen is, op aarde.
Het gaat niet om Johannes zelf, maar om dat Lam van God, om Christus,
het gaat om ons getuigenis, dat wij het Johannes kunnen nazeggen,
waarbij de woorden in ons resoneren, omdat ze woorden van geloof zijn, onze eigen woorden:
Ik heb gezien en getuigd dat Jezus de zoon van God is.
Hebt u dat ook gezien? Is dat ook uw getuigenis?
amen

Preek zondagmiddag 31 januari 2016

Preek zondagmiddag 31 januari 2016

Lukas 12:1-12

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Dat zijn heftige woorden, die we net met elkaar gezongen hebben:

Delf vrouw en kind’ren ’t graf,
neem goed en bloed ons af.

Er zijn mensen die deze woorden niet kunnen zingen,
misschien u wel.
Hebben ze geen gelijk, die bij deze woorden hun mond dicht houden?
Want hoe kunnen wij dit nu zingen:
dat ons alles afgenomen kan worden,
ook degenen met wie we hartstochtelijk verbonden zijn.
Als deze woorden overkomen als grootspraak
– Neem ons alles af; buigen zullen we toch niet! –
kan ik me voorstellen dat er mensen zwijgen.
Dit heeft iets van het uitdagen van de boze.

Het 3e couplet, minder bekend, maakt het niet gemakkelijker:

En grimd’ ook d’ open hel ons aan
met al haar duizendtallen,
toch zal geen vrees ons nederslaan,
toch doen wij ’t krijgslied schallen.

Als kind kon ik deze stoere tekst uit volle borst meezingen,
maar nu ben ik altijd dankbaar dat het van mij, van ons niet wordt gevraagd.
Ik weet niet wat er van mijn getuigenis over zou blijven
als aan mij de keuze voorgehouden worden:
kies voor Jezus of kies voor je vrouw en kinderen.
Een keuze die christenen elders, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten, wel moeten maken.
Hoe zou u dat dan doen?
We kunnen ons het niet indenken,
maar stel dat u voor deze keuze gesteld zou worden,
zou u dan nog naar de kerk gaan?
Zou u Jezus dan nog als Heer belijden?
Of gelooft u omdat er nu niet zoveel van u wordt gevraagd
en het dienen van de Heere voor u, voor jou niet zoveel consequenties heeft?

Daar waarschuwt de Heere Jezus juist voor:
voor een geloof dat niet bereid is om de gevolgen van de weg van Jezus te dragen,
voor een geloof dat niet bereid is om – achter Jezus aan – het kruis op zich te nemen.
Voor een geloof dat, als er volledige inzet gevraagd wordt, het erbij laat zitten
en zegt: voor mij hoeft het niet meer.
Vorige week was de kritiek op de Heere Jezus, onder andere van Johannes de Doper
dat het wel erg makkelijk gaat.
Dat geloven bij Hem geen consequenties heeft.
Hier kunnen we duidelijk zien, dat Johannes nog niet alles wist over Jezus,
want hier roept Jezus op, om alles te geven: totale inzet.
Ook als het je leven kost.
Dan moet je niet terugdeinzen.

Dat is wat Hij juist de farizeeën verwijt.
Voor het oog lijkt het erop dat zij bereid zijn om een groot offer te brengen voor hun geloof.
Hun dagelijks leven was door geloof gestempeld.
Ze stonden zichzelf minder toe dan de andere Joden.
Op de sabbat bleven ze dicht bij huis,
de afstand tot de synagoge- dat kon nog wel, maar verder niet.
Ze hadden een heel systeem van geboden en regels
en als ze die in praktijk brachten, konden ze zo heilig mogelijk leven.
De Heere Jezus is niet tegen die regels als zodanig.
Het is bij Hem geen vrijheid-blijheid.
Zeker als die regels u helpen om God te dienen,
om heilig te dienen moet u die regels ook handhaven.
Waar de Heere Jezus voor waarschuwt is een geheel aan regels,
die het bij de mensen goed doen,
Waardoor je aan de mensen kunt laten zien,
wat je er allemaal voor over hebt voor je geloof,
wat het je allemaal wel niet mag kosten.
Terwijl het je eigenlijk weinig kost.
Je hebt nog de regie over je eigen leven.
Je kunt zelf bepalen wat je inzet is.

Huichelarij noemt de Heere Jezus dat.
Huichelarij is een woord uit de wereld van de toneel.
Dat had Hij ook kunnen zeggen over de farizeeën:
Jullie zijn toneelspelers.
Wat je laat zien, dat ben je niet zelf.
Wat de mensen van je zien, dat is niet echt.
Dat is een masker.
Een hypocriet is iemand die aan masker draagt vanwege zijn rol.
Zo zijn de farizeeën in de tijd van Jezus.
Het is gevaarlijk om dat huichelen alleen maar bij de farizeeën te laten,
alsof alleen zij dat gevaar liepen om te huichelen.
Om jezelf niet echt te laten zien, je hart verborgen te houden.
Nee, de Heere Jezus waarschuwt Zijn leerlingen er heel nadrukkelijk voor.
Ook Zijn eigen leerlingen kunnen het gevaar lopen om toneelspeler te worden.
Het is zelfs een zuurdeeg:
Deze huichelarij kan overal in gaan zitten, je helemaal doortrekken:
je gedachten, je doen en laten, je gebeden, je kerkgang.
Je gaat naar anderen kijken:
Zien ze welk offer ik breng voor de goede zaak, wat ik allemaal doe?
Als ik mij houd aan de regels, mag ik op anderen neerkijken.
Als ik op zondag naar de kerk ga, ook naar de tweede dienst,
ook als het mooi weer is, doe ik al genoeg
en hoef ik niets te doen aan al die armoede die er in de wereld is.
Als ik genoeg aan de zending en evangelisatie geef,
hoef ik niet zelf met mijn eigen kinderen en kleinkinderen, met mijn buren en vrienden
iets te delen van wat er in mijn hart leeft,
van dat verlangen dat in mijn hart leeft, dat iedereen Christus zal vinden.
Een zuurdeeg van huichelarij.
Dat gaat overal in zitten
en het kan onze beste daden die we voor Gods koninkrijk willen doen besmetten.

Wat is daar nu erg aan?
Waarom die scherpe waarschuwing aan de discipelen –  en daarmee ook aan ons?
(1) Je maakt de verkeerde berekening en (2) je verloochent God
en dat heeft met elkaar te maken.

Allereerst: je maakt de verkeerde berekening:
Je kijkt alleen maar naar het leven hier op aarde.
En dat is een berekening op korte termijn.
Voor het oog lijkt het een slimme zet, die je veel oplevert.
Als je jezelf strikte regels oplegt, kan dat bewondering van anderen opleveren.
Je wordt gezien.
Je wordt ingeschat als een principieel persoon.
En als ze er toch geringschattend over doen, kun je het jezelf voorhouden
dat je het niet zomaar hebt gedaan, maar voor God.
Waar de Heere Jezus hier op doelt,
is dat die strikte levenswandel een manier is om aan het kruis dragen te ontkomen.
Je leeft strikt.
Je hebt duidelijke opvattingen over wat zondag wel mag en niet mag.
Duidelijke opvattingen over welke woorden je wel mag zeggen en welke niet.
Nogmaals: niets mis met een strikte levenswandel.
Ik denk dat de Heere Jezus ook met pijn in zijn hart de farizeeën
als verkeerd voorbeeld moet aanhalen,
want in hun intens verlangen om God te dienen met heel hun bestaan,
met hart en ziel, met hun lichaam en gedachten, staan ze heel dicht bij Jezus.

Maar ze zijn niet bereid om het offer te brengen –  het grote gebaar.
Ze zijn niet bereid om getuige te zijn,
niet bereid om hun leven te geven als het er op aankomt.
Als blijkt dat het gevolgen heeft voor je gezin, voor de sfeer thuis,
als het gevolgen heeft voor vriendschappen, als het gevolgen heeft voor je werk,
dan doe ik het maar niet.
Dan bouw ik een schijnleven op, waardoor de mensen niet zien
wat er werkelijk in mij leeft, waar mijn hart voor brandt.
Ik probeer te peilen welke kritiek de Heere Jezus op de farizeeën heeft
en dan niet zozeer om te kijken wat die groep verkeerd deed,
maar op welke manier die waarschuwing voor ons geldt.
Ik denk dat de Heere Jezus het de farizeeën ook kwalijk neemt,
dat zij kunnen leven in een zondige samenleving.
Eigenlijk is dat een heel tegenstrijdige kritiek,
want de farizeeën proberen heilig te leven
en konden daarom overhoop liggen met de Romeinse overheid.
Maar ze waren er meester in om te schikken.
Als ze maar een bepaalde ruimte kregen voor hun eigen geloof,
als ze niet teveel in de weg werd gelegd konden ze het aardig uithouden.
De Heere Jezus houdt voor dat dit een verkeerde berekening is.
Een berekening op korte termijn: je behoudt je leven,
maar je ziel lijdt schade – zoals Hij dat ergens anders kan aangeven.

De basis van huichelen, zo begrijp ik de Heere Jezus, is angst:
angst voor de mensen. – vrees voor mensen,
die je heel wat aan kunnen doen.
Je van alles kunnen afnemen als ze macht hebben:
Je baan, je gezondheid, je man of vrouw, je kinderen.
Angst voor mensen, vrees dat ze veel van je zullen vragen, omdat je gelooft.
Je vrouw en je kinderen, je huis, je baan, je goede naam, je leven.
Omdat te beschermen, verberg je je, zodat ze je niet doorhebben.
Er wordt moed gevraagd.
Moed om te belijden dat Jezus jouw Heer is en ook Koning over deze wereld,
om te belijden dat niet degenen die het hier voor het zeggen hebben
de macht hebben, maar de Koning in de hemel.

Moed om tegen de stroom in te gaan.
Je gaat niet in alles mee, omdat er een grens is bereikt
voor wat je met jouw geweten nog aankan.
Jaren terug haalde een Amerikaanse afdeling van het Leger des heils het nieuws
omdat ze een groot bedrag weigerden,
omdat dit geld door middel van de loterij verkregen werd.
De reden: als we strijden tegen verslaving, kunnen we geen geld aannemen
waarbij mensen verleid worden om verslaafd te raken aan gokken.
Geen huichelarij.
Wat er in je hart leeft, komt ook naar buiten in je daden.
Je bent in je daden geen ander dan je van binnen bent.

Schipperen heeft dus een gevaar in zich,
dat je het getuigenis met je mond en met je daden erbij laat zitten.
En dat is de tweede reden, waarom Jezus waarschuwt voor deze vorm van huichelarij.
Je verloochent God.
Je hebt niet door dat je vrees voor mensen sterker is dan de vreze des Heeren.
Je hebt ontzag voor mensen, terwijl je alleen maar ontzag voor God moet hebben.
Want niemand kan tegen God op.
Die angst voor mensen is begrijpelijk: dat zie je, dat maak je mee,
daar heb je mee te maken.
En God is onzichtbaar, meer op een afstand.
Je hebt niet door, wat het leven met God meebrengt.
Op aarde kan het een weg van het kruis zijn,
waarbij je veel moet inleveren, een weg van pijn en vernedering.
Er zijn inderdaad christenen op deze wereld,
die hun vrouw, die hun kinderen zijn kwijtgeraakt,
die zelf jarenlang opgesloten zaten, die zelfs het leven er bij moesten laten.

Een interview met Maryam (27), moeder van een kind van 2:

Waarom denk je dat God toestond dat dit met je man gebeurde?
“God koos mijn man uit om een boodschap te geven aan iedereen die God verlaten heeft om bij Hem terug te komen. We zijn blij en dankbaar dat Jezus naar de aarde kwam om gekruisigd te worden voor onze zonden. Op dezelfde manier zijn we verblijd dat deze mannen hun leven hebben prijsgegeven voor Jezus.”

Wat hebben deze gebeurtenissen betekend voor je persoonlijke geloof?
“Het heeft mijn geloof sterker gemaakt. Het heeft mij bemoedigd om voor niets en niemand bang te zijn. En het heeft me sterker gemaakt in de wetenschap dat God altijd bij ons is.”

Ik denk dat het voor veel mensen moeilijk zal zijn om dit te begrijpen. Ze verwachten tranen en verdriet. Waarom overheerst dat niet?
“Dat komt omdat God een God van troost, ontferming en liefde is. We moeten niet om hen huilen, maar om onszelf. Zij zijn bij Christus, waar het veel beter is.”

Wat wil je zeggen tegen christenen in het westen?
“We zijn niet boos op de strijders van IS. We bidden dat God hun harten en ogen zal openen om Zijn glorie te zien.”
(Bron: SDOK)

Wees daar niet bang voor. Een ongelooflijke opdracht! Hoe zouden wij die kracht kunnen opbrengen?

Je moet er in gesterkt worden.
Daarom de Heilige Geest: Hij zal je sterken.
De Heilige Geest
Jezus spreekt zijn leerlingen aan als vrienden
en dat doet Hij niet voor niets.
Vriend – dat betekent dat je onder de bescherming van de ander staat.
Mijn vrienden, zegt Jezus, jullie staan onder Mijn persoonlijke bescherming.
God vergeet je niet: zoals Hij geen musje vergeet, zo zal Hij jou niet uit het oog verliezen.
Ze kunnen wel je lichaam doden.
Maar niet je ziel, niet wie je diep van binnen bent: mijn kind.
God is een toevlucht voor de Zijnen
Dat kunnen ze niet van je afpakken.
Daarom: Het brengt u geen gewin.

Dat lied – Een vaste burcht – moeten we niet zingen als grootspraak,
Waarbij we onze tegenstander uitdagen.
Maar als een lied dat ons helpt
om de moed te vinden bij Christus,
een lied dat ons helpt in te zien, dat als Christus aan onze kant staat,
we er uiteindelijk beter van afkomen
ook als wij de weg van het kruis gaan, als ons lichaam wordt gedood.

Moed om te belijden.
De kracht van de Heilige Geest geeft je een innerlijke vrijheid.
De vreze voor God bevrijdt je van de angst voor anderen.
Als er thuis niet meer over gesproken kan worden, omdat het anders ruzie oplevert.
Je gaat dan ook niet de discussie meer aan,
maar je hebt moed om op een andere manier het geloof aan de orde te stellen,
waarbij er in je hart gekeken kan worden
en geproefd kan worden wat je diepste verlangen is,
waar je voor leeft, wie je werkelijk wil dienen: Christus.
Dat levert je veel meer op dan wat je op deze wereld kunt bereiken.
Je hoeft dan niet bang te zijn dat je geen woorden weet te vinden.
De Heilige Geest geeft u de juiste woorden.

Als God iets van ons vraagt, geeft Hij ook de kracht om die opdracht te vervullen.
Als Hij wil dat wij getuige zijn, getuige worden,
Geeft Hij ons de Heilige Geest
Amen