Preek zondag 12 januari 2020

Preek zondag 12 januari 2020
Bevestiging ambtsdragers
Schriftlezing: Lukas 4:14-30

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als ik iets ga vertellen over de wijk Schrijverspark in Veenendaal zal u dat weinig zeggen.
De plaats zal de meesten weinig zeggen en de wijk al helemaal niet.
In mijn jeugd was het een wijk die in de volksmond geen beste klank had.
Het was een wijk van flats
en een wijk waar – volgens de beeldvorming – veel buitenlanders woonden.
Een wijk waar je niet graag kwam en waar je ook niet graag wilde wonen.
Het Schrijverspark had een heel andere klank dat de wijken Dragonder of West.

Als we met elkaar lezen over Galilea en de omgeving van Galilea
Zegt dat waarschijnlijk net zoveel een wijk in Veenendaal – of bijvoorbeeld Amsterdam.
De naam Galilea stond er echter niet best op,
Een gebied waar je als je er niet moest zijn ook niet graag kwam.
Galilea van de heidenen werd het wel genoemd:
Het hoorde wel bij Israël, maar je zou willen dat het er niet bij hoorde
omdat de mensen die er woonden niet betrouwbaar waren
en je je er als gelovige niet echt op je gemak voelde en zeker niet wilde wonen
En al helemaal je kinderen niet wilde laten opgroeien.
En stond Galilea al niet best bekend, de omgeving van Galilea had een nog slechtere klank.
Dat is alsof je over de Wallen in Amsterdam zou praten,
of een andere wijk in een grote stad die een bedenkelijke reputatie heeft.
Als Lukas spreekt over de omgeving van Galilea gebruikt hij een manier van spreken
Die maar één keer eerder in de Bijbel voorkomt:
In Genesis 13, waar verteld wordt dat Lot naar de omgeving van Sodom gaat.
Dat gebied waar Jezus rondtrekt van synagoge naar synagoge is niet een willekeurig gebied
maar een omgeving die gelijk staat aan Sodom, of minstens iets van Sodom heeft.
Sodom en Gomorra – als we die benaming gebruiken, bedoelen we dat niet positief.
Daar wil je niet zijn en daar wil je al helemaal niet wonen.
Als je daar woont, of een winkel hebt, of een kerk hebt staan,
heb je voortdurend met overlast te maken van de gevolgen van alcohol en drugs.
Je spullen zijn er niet veilig, omdat er gestolen wordt
en je gaat er niet alleen over straat.

De mensen uit Nazareth zullen hun wenkbrauwen gefronst hebben
toen ze merkten dat Jezus daar begon met zijn verhalen en zijn wonderen.
Waarom daar?
Goed, Nazareth had wellicht niet de allerbeste reputatie,
maar het was altijd nog beter dan de omgeving van Galilea.
Daar waren ze helemaal van God los. Hoe kon Jezus daar beginnen?
Nu ging het verhaal over Jezus rond, zonder dat Hij zich hier had laten zien
en zonder dat de naam van hun stand met Jezus in verband werd gebracht.
Als Hij zo bijzonder was, waarom had hij dat niet bij hen laten zien.
Dat Hij Jeruzalem opgezocht had om daar te beginnen, hadden ze nog wel begrepen,
maar dat hij de andere kant op gaat, dieper afdaalt, dat begrijpen ze niet.
Waarom dan niet hier, waar Hij onder hun ogen is opgegroeid?

Als je leest dat Jezus rondtrekt door Galilea en de omgeving daarvan
zonder dat je weet welke bijklank dat gebied heeft, lees je er overheen
en ben je geneigd om gelijk naar Jezus’ optreden in Nazareth gaan.
Ik denk echter dat Lukas wil dat we erbij stilstaan waar Jezus begint met Zijn missie.
Op deze zondag van bevestiging van ambtsdragers is het goed om te beseffen
dat onze Heer Zijn missie niet begon in een keurig kerkelijk dorp
met kerken die tot de juiste richting binnen een kerk behoren,
maar in een gebied, waar op de synagogen nogal wat aan te merken was
en mensen die op andere gebieden niet snel in het bestuur van een synagoge kwamen
omdat ze er vreemde opvattingen op na hielden of op een bedenkelijke manier leefden.
Wellicht is dat de ervaring van een van de ouderlingen, die nu afscheid neemt:
Oldebroek staat bekend als een kerkelijk dorp,
maar ik ben er in mijn wijk ook heel wat tegengekomen die je zo zou kunnen plaatsen
in de omgeving van Galilea, het Galilea der heidenen, met de klank van Sodom.
Van de theoloog Eugene Peterson, die namens zijn kerk een gemeente stichtte
in een Amerikaanse nieuwbouwwijk, waar mensen woonden, die niets met geloof hadden
heb ik twee dingen geleerd: het evangelie is lokaal
en in een omgeving als de omgeving van Galilea ging Jezus niet preken of onderwijs geven,
maar ging Hij vooral het gesprek met mensen aan.
Lukas is voor hem het evangelie waar Jezus vooral in gesprek is en verhalen vertelt,
omdat de mensen waar Jezus mee in aanraking komen, God niet goed kennen.
Dat vraagt een andere manier van aanpak om hen met Christus in aanraking te brengen
dan een gezin of een dorp waar de mensen bekend zijn met het geloof.
Maar mensen nu heel bekend zijn met het geloof of juist niet,
de beste manier om hen met Christus bekend te maken is het evangelie lokaal aanbieden:
door er te wonen, met degenen die er wonen vertrouwd te worden,
Hun gewoonten leren kennen, hun taal leren spreken, een van hen te worden.
De ouderlingen kunnen daar wellicht iets in herkennen
Als je 4, 8 of 12 jaar lang dezelfde wijk hebt (hoewel er gewisseld is),
dan bouw je een band op en leer je de mensen anders kennen en heb je andere gesprekken
dan wanneer je maar één keer bij iemand langs gaat.

Ooit heb ik gelezen – ik heb het nooit terug kunnen vinden –
dat het uitdragen van het evangelie moeilijker is dan in een grote stad.
Om twee redenen: allereerst omdat de sociale controle groter is.
Ze weten het van je als je naar de kerk gaat en vaak ook als je ambtsdrager bent.
Ze weten ook hoe je als privépersoon bent, hoe je met je vrouw en kinderen omgaat,
wie je bent in de buurt – of je daar ook een vertegenwoordiger van Christus bent,
niet als officieel aangestelde ambtsdrager alleen,
maar als ook gewone gelovige buiten dat pak dat je op zondag draagt.
Ben  je er een van hen, of ben je een vreemde waardoor je ze moeilijker bereikt.
Een andere reden waarom evangelie uitdragen op een dorp zo veel moeilijker is,
is dat mensen op een dorp toch meer afwachten of je echt wel voor hen komt.
Doe je het plichtmatig, omdat je het doet, of heb je een hart voor hen.

Dat onze Heere Jezus niet plichtmatig de dorpen van Galilea afging
en een hart had voor de omgeving van Galilea dat niet zo goed bekend stond,
dat is bekend. Hij is zelf het voorbeeld van de herder die naar het verlorene op zoek is.

In Nazareth hebben ze dat wellicht mooi gevonden, maar hebben ze ook hun aarzelingen.
Vergeet Jezus met Zijn missie onder degenen die van God zijn afgedwaald
niet een belangrijke groep, namelijk degenen die altijd trouw gebleven zijn:
wel zijn gegaan naar de samenkomsten, waar Jezus zelf ook steeds naar toe ging.
Passen zij met wie Jezus opgroeide niet ergens in Zijn missie.
Het op zoek zijn naar degenen die afgedwaald zijn kan soms botsen
met de zorg voor degenen die altijd trouw de gemeenschap hebben gevormd.
Als je alles in het teken zet van evangeliseren, van werken onder mensen buiten de kerk
komt de eigen gemeente dan niet tekort?
Hebben zij ook niet recht op bezoek en aandacht, op een kerk die bij hen past?
Als Jezus in Zijn eigen plaats komt, zijn de verwachtingen hooggespannen.
Wat gaat Hij hier doen? Dezelfde wonderen die Hij elders doet?
Dezelfde preken houden, die Hij elders ook houdt?
Of zichzelf verdedigen waarom Hij eerst naar elders gaat
en waarom Hij daar in de omgeving van Galilea, waar ze van God los zijn,
zo met de mensen kan omgaan en zo mild preekt,eerder gezellig met hen optrekt
dan hen ernstig te waarschuwen voor hun eeuwige bestemming.
Heel begrijpelijk dat Jezus de gelegenheid krijgt om te lezen uit de rol
en niemand kijkt ervan op dat Hij een preek houdt naar aanleiding van het gelezene.
Of het een lezing is die bij die sabbat paste is niet duidelijk.
Jezus leest wel een paar verzen uit Jesaja die veel zeggen over Zijn missie.
De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft.
Jezus kan hiermee uitleggen dat Hij er niet zelf voor gekozen heeft
om Nazareth uit te trekken en te gaan naar de omgeving van Galilea:
nee, het was een roeping; Hij weet zich gestuurd door de Heilige Geest.
Jullie zien mij als de jongen die bij jullie is opgegroeid,
over wie je allerlei verhalen kunt vertellen van wat je van Mij gezien hebt,
maar dat Ik ben uitgegroeid tot een profeet, meer dan een profeet zelfs,
Dat is jullie wellicht ontgaan. Ik ben niet zomaar een gezalfde, maar dé Gezalfde,
Jesaja had het over Mij en over Mijn komst.
Ik ben niet zo maar gekomen, om hier in het veilige en beschutte Nazareth op te groeien,
maar ik ben gekomen om het goede nieuws, Gods evangelie te vertellen
aan de mensen die nu niet met God leven.
Jesaja noemt hen armen.
Ze zijn arm, al hebben ze wellicht miljoenen op de bank en bewonen ze een mooie villa.
Ze zijn arm, omdat ze de rijkdom van God missen.
Om hen over God te vertellen.
Want u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden en heb aan niets gebrek, maar u weet niet dat juist u ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent.

Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt.
Ik ben gekomen, legt Jezus uit, om degenen die gevangen zitten in de zonde te bevrijden
uit de macht van de zonde, van de duivel.
Om degenen die het werk van God niet kunnen zien, omdat ze God niet kennen,
die blind zijn voor het werk van God in hun eigen leven, of in onze tijd de ogen te openen.
Een bijzondere tijd, want dit is de tijd waarin God laat zien wie Hij is:
Het jaar het van het welbehagen van de Heere.

Er zijn niet zoveel liederen en gezangen die gaan over de rondwandeling van Jezus.
De gezangenbundel die wij hebben springt van Kerst gelijk over naar de Lijdenstijd.
Het Liedboek voor de Kerken heeft er al meer.
Daarom vond ik het Opwekkingslied dat we zongen voor de preek zo passend:
Heer, Uw licht en Uw liefde schijnen, waar U bent zal de nacht verdwijnen.
In Zijn preek legt Jezus uit wat het concreet betekent
Dat door Hem, door Zijn komst de nacht in ons leven zal verdwijnen.

Het mooie van het ambt is dat je als ambtsdrager iets van Jezus mag laten zien,
op kleine schaal iets mag laten zien van onze Heere Jezus Christus,
Zoals Hij daar kwam in Nazareth en iets mag laten zien van wie Jezus is.
In dit gedeelte kunnen we iets zien van de ouderling, van de kerkrentmeester en diaken.
Diaken is Jezus in Zijn passie voor de armen,
voor de mensen die niet mee kunnen komen in deze maatschappij.
Dat het werk van de ouderling-kerkrentmeester niet alleen maar zakelijk is,
maar bedoeld is om de prediking van het evangelie mogelijk te maken,
zien we hier: er is een ruimte om als gemeente samen te komen,
er is een rol waaruit gelezen wordt, een zetel waar Jezus zijn boodschap kan vertellen.
Dat is allemaal dienstbaar aan de voortgang van het evangelie.
Het werk van de ouderlingen zien we terug als Jezus op zoek gaat
naar degenen die niet in de kerk komen,
hen juist opzoekt om met hen in gesprek te gaan over God,
om hen te bewegen om te geloven, om terug te keren, om tot inkeer te komen.
We zien er ook iets van terug als Jezus de rol aangereikt krijgt.
Preken is geen eenzame koers en al helemaal geen egotripperij,
maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de kerkenraad – vooral voor ouderlingen.

Waar alle ogen gespannen toekijken wat Jezus zal zeggen en zal doen,
waarschuwt Jezus hen voor teleurstelling.
Vanmorgen kun je het gevoel hebben als ambtsdrager dat je ook wel moet teleurstellen,
want je bent Jezus niet.
Je wordt wel bevestigd of herbevestigd als ambtsdrager, maar zoals Jezus
dat zul je nooit worden. Hij is onze Heer en wij zijn maar dienaren,
al ben je geroepen om in Zijn naam te gaan en mag je Hem vertegenwoordigen.
Op momenten tijdens een bezoek of tijdens een vergadering,
tijdens een TOV-groep of tijdens het zoeken naar leiding voor de kinderclubs
kun je wel eens het gevoel hebben: Was Jezus zelf maar hier
en kon Hij mij helpen, kon Hij Zijn grootheid en macht laten zien.
Het is hier net of ik in de omgeving van Galilea ben,
waar je zo weinig van Christus’ werk kunt zien.
Wat moet er van terecht komen?
Wat Jezus in ieder geval laat zien is dat geloof in Hem geen vanzelfsprekendheid is.
Zijn eigen mensen, die daar zitten met een zekere trots
– die Jezus is toch maar mooi hier opgegroeid –
kijken alleen naar Jezus zoals zij Hem kennen: de jongen die hier vandaan kwam
en die ook wel een beetje van hen moet blijven.
Het valt mij op dat het zien van Jezus bij Lukas vaak een rol speelt, ook hier:
alle ogen zijn op Jezus gericht. Maar welke Jezus zien ze?
Een van hen, die wat bijzonderder is dan hen? Of zien ze de Zoon van God,
die gekomen is, niet alleen om het evangelie te prediken, maar zelf evangelie is,
die niet alleen maar gekomen is om te vertellen over de bevrijding van de zonde,
maar die zelf van de zonde bevrijd.
Die degenen die van God verwijderd zijn niet alleen maar opzoekt,
omdat daar een uitdaging ligt of omdat Hij met Zijn radicaliteit zich niet thuisvoelt
bij zijn dorpsgenoten die alles maar bij het oude houden,
maar omdat Hij de Goede Herder is, die het verlorene thuisbrengt.
Waar Jezus komt, zal de nacht verdwijnen.
En Jezus wil komen, waar jij denkt dat het niets wordt,
of wanneer je denkt dat er niets van terechtkomt.
Jezus zocht niet alleen de omgeving van Galilea op, het Sodom van Zijn tijd,
maar ook Nazareth – omdat Hij ook daar het evangelie wilde brengen
ook daar wilde redden, wilde genezen van geestelijke blindheid.
Zo mag je Jezus verwachten op alle momenten.
Soms werkt Hij door je heen, soms mag je zelf zien hoe Hij werkt
en soms moet je wachten tot Hij op Zijn tijd komt.
Maar het is waar: waar Jezus is, zal de nacht verdwijnen.
Zo mogen jullie dienstbaar zijn – toegewijd aan Zijn eer.
Amen

Nazareth

Nazareth

In de nieuwste “Theologische Beiträge” schrijft Rainer Riesner over wat er door archeologisch onderzoek bekend is geworden over Nazareth. Riesner is een nieuwtestamenticus die graag archeologische gegevens verwerkt in zijn exegese en reconstructie van het leven van Jezus en het Vroege Christendom.

Kon men in de 20e eeuw nog zeggen dat Nazareth niet bestond, inmiddels zijn er volop bewijzen voor een stichting van Nazareth in de 2e – 1e eeuw voor Christus (munten, scherven). Dat Jezus uit Nazareth afkomstig is geldt tegenwoordig als een van de weinige gegevens waarover onderzoekers eens zijn.

Tot aan de tweede eeuw was Galilea dunbevolkt doordat in de 7e en 6e eeuw de inwoners waren weggevoerd naar Assyrië of Babylonië. Vanaf de 2e eeuw komen er mensen uit Judea zich settelen in Galilea. De inwoners van Nazareth waren dus niet (half)heidens. Dat berust op een verkeerde uitleg van Mattheus 4:15.

Niet bij Josephus genoemd
Nazareth wordt niet bij Josephus genoemd. Vandaar dat men in de 20e eeuw dacht dat Nazareth niet bestaan heeft en men de naam Nazareth aan Jezus verbond om hem een torah-trouwe Jood te maken. Dat Josephus Nazareth niet noemt, heeft met de geringe omvang te maken. Op basis van de teruggevonden begraafplaats gaat men uit van een inwonersaantal van 200-500. Een andere reden waarom Josephus Nazareth niet noemt, is dat in dit kleine plaatsje niets gebeurde ten tijde van de Joodse Opstand. Nazareth werd ook niet verwoest, zoals wel eens wordt aangenomen.

Afgebroken
Omdat in de eerste onderzoeken geen muren gevonden werden dachten sommigen (die niet bij de opgravingen betrokken waren) dat men in grotten woonden. De huizen lijken echter afgebroken te zijn om er een kerk en klooster te bouwen.

Torah-trouw Joden
Bij opgravingen zijn kalkstenen vaten gevonden. Deze niet heel praktische vaten golden binnen het toenmalige Jodendom als cultisch rein (wat zou kunnen duiden op torah-trouwe Joden). Daarnaast is er een restant van wat duidt op een ritueel bad gevonden. Samen met de aanwijzing in Lukas 4:16-20 van een synagoge duidt dat op aanwezigheid van torah-trouwe Joden.
In een oppervlakte-onderzoek uit 2008-2009 kwam naar voren dat er een culturele kloof was tussen Nazareth en het nabijgelegen Sepphoris. In Nazareth grensde men zich meer af voor de hellenistisch-Romeinse omgeving dan in Sepphoris.
Nazareth was mogelijk net als de rest van Israël drietalig: Hebreeuws (vanwege Judese afkomst inwoners en taal van de vroomheid), Aramees en Grieks (vanwege handel met nabijgelegen Sepphoris).

Jodenchristenen
Mattheus brengt het geboorteverhaal vanuit het perspectief van Jozef. Zijn afkomst uit Nazareth is niet onmogelijk, omdat er bericht is van Julius Africanus (ca 160-240) dat hij verwanten van Jozef uit Nazareth sprak. Nog in de 6e eeuw na Christus is er sprake van een gemeenschap van Jodenchristenen in Nazareth. De gemeenschap van Jodenchristenen is in Israël in die eeuwen veel groter geweest dan gedacht. In Mattheus 2:23 wordt de woonplaats van Jezus verbonden met de profetie van Jesaja 11:1 (nzr, spruit). Ook de naam Nazareth komt het meest waarschijnlijk van het woord nzr (spruit). De volgelingen van Jezus worden geregeld Nazareeers genoemd (Handelingen 24:5, nosrim, nasrani).

Davidische komaf
Voor de geboorteverhalen zoals Mattheüs die vertelt is het wezenlijk dat Jezus een nakomeling van David is. Ook in Lukas komt deze gedachte naar voren, zelfs verbonden met zijn komaf uit Nazareth (Lukas 18:37). De uitroep van Nathanaël – ‘Kan uit Nazareth iets goeds voortkomen?’ is geen ontkenning van de davidische komaf van Jezus. Integendeel, juist een bevestiging. Wie niet ziet dat Johannes kennis heeft van de geboorte van Jezus in Bethlehem en zijn davidische afkomst, mist de ironie van Johannes (1:46, 5:29, 7:40-42). Johannes en zijn lezers hadden kennis van deze traditie.

Familie
Als de sporen van de familie van Jezus in Nazareth en zijn volgelingen tot in de 6e eeuw te vinden zijn, zijn de gegevens over Jezus in Nazareth mogelijk serieuzer te nemen. zoals de gedachte dat Geboortekerk gebouwd is op het woonhuis van Jozef en Maria.
In dat geval behoorde de familie van Jezus niet tot de armsten maar tot de (eenvoudige) middenklasse. Galilea was niet het armste deel van Israël maar bleek juist in die tijd economisch het meest stabiel te zijn.

Consequenties voor het onderzoek naar de historische Jezus
Consequenties voor het onderzoek naar historische  Jezus:
(1) Jezus groeide op in een vrome Joodse beweging.
(2) Hij behoorde niet tot de armsten van het land.
(3) Het is niet uit te sluiten dat Jezus Hebreeuws sprak.
(4) In de synagoge werd hij onderwezen in de traditie. Jezus was geen ongeschoolde autodidact, maar iemand die in zijn woonplaats werd geschoold. Met die kennis werd hij de messiaanse leraar leefde vanuit de Schrift van Zijn volk.
(5) davidische oorsprong was een levende traditie, die in Nazareth werd doorgegeven in de families die uit Judea afkomstig waren.

N.a.v. Rainer Riesner, ‘“Was kan aus Nazareth Gutes kommen?” (Johannes 1,46). Archäologie und Geschichte des Heimatortes Jesu’, Theologische Beiträge 48/8 (2017) 324- 339