Nazareth

Nazareth

In de nieuwste “Theologische Beiträge” schrijft Rainer Riesner over wat er door archeologisch onderzoek bekend is geworden over Nazareth. Riesner is een nieuwtestamenticus die graag archeologische gegevens verwerkt in zijn exegese en reconstructie van het leven van Jezus en het Vroege Christendom.

Kon men in de 20e eeuw nog zeggen dat Nazareth niet bestond, inmiddels zijn er volop bewijzen voor een stichting van Nazareth in de 2e – 1e eeuw voor Christus (munten, scherven). Dat Jezus uit Nazareth afkomstig is geldt tegenwoordig als een van de weinige gegevens waarover onderzoekers eens zijn.

Tot aan de tweede eeuw was Galilea dunbevolkt doordat in de 7e en 6e eeuw de inwoners waren weggevoerd naar Assyrië of Babylonië. Vanaf de 2e eeuw komen er mensen uit Judea zich settelen in Galilea. De inwoners van Nazareth waren dus niet (half)heidens. Dat berust op een verkeerde uitleg van Mattheus 4:15.

Niet bij Josephus genoemd
Nazareth wordt niet bij Josephus genoemd. Vandaar dat men in de 20e eeuw dacht dat Nazareth niet bestaan heeft en men de naam Nazareth aan Jezus verbond om hem een torah-trouwe Jood te maken. Dat Josephus Nazareth niet noemt, heeft met de geringe omvang te maken. Op basis van de teruggevonden begraafplaats gaat men uit van een inwonersaantal van 200-500. Een andere reden waarom Josephus Nazareth niet noemt, is dat in dit kleine plaatsje niets gebeurde ten tijde van de Joodse Opstand. Nazareth werd ook niet verwoest, zoals wel eens wordt aangenomen.

Afgebroken
Omdat in de eerste onderzoeken geen muren gevonden werden dachten sommigen (die niet bij de opgravingen betrokken waren) dat men in grotten woonden. De huizen lijken echter afgebroken te zijn om er een kerk en klooster te bouwen.

Torah-trouw Joden
Bij opgravingen zijn kalkstenen vaten gevonden. Deze niet heel praktische vaten golden binnen het toenmalige Jodendom als cultisch rein (wat zou kunnen duiden op torah-trouwe Joden). Daarnaast is er een restant van wat duidt op een ritueel bad gevonden. Samen met de aanwijzing in Lukas 4:16-20 van een synagoge duidt dat op aanwezigheid van torah-trouwe Joden.
In een oppervlakte-onderzoek uit 2008-2009 kwam naar voren dat er een culturele kloof was tussen Nazareth en het nabijgelegen Sepphoris. In Nazareth grensde men zich meer af voor de hellenistisch-Romeinse omgeving dan in Sepphoris.
Nazareth was mogelijk net als de rest van Israël drietalig: Hebreeuws (vanwege Judese afkomst inwoners en taal van de vroomheid), Aramees en Grieks (vanwege handel met nabijgelegen Sepphoris).

Jodenchristenen
Mattheus brengt het geboorteverhaal vanuit het perspectief van Jozef. Zijn afkomst uit Nazareth is niet onmogelijk, omdat er bericht is van Julius Africanus (ca 160-240) dat hij verwanten van Jozef uit Nazareth sprak. Nog in de 6e eeuw na Christus is er sprake van een gemeenschap van Jodenchristenen in Nazareth. De gemeenschap van Jodenchristenen is in Israël in die eeuwen veel groter geweest dan gedacht. In Mattheus 2:23 wordt de woonplaats van Jezus verbonden met de profetie van Jesaja 11:1 (nzr, spruit). Ook de naam Nazareth komt het meest waarschijnlijk van het woord nzr (spruit). De volgelingen van Jezus worden geregeld Nazareeers genoemd (Handelingen 24:5, nosrim, nasrani).

Davidische komaf
Voor de geboorteverhalen zoals Mattheüs die vertelt is het wezenlijk dat Jezus een nakomeling van David is. Ook in Lukas komt deze gedachte naar voren, zelfs verbonden met zijn komaf uit Nazareth (Lukas 18:37). De uitroep van Nathanaël – ‘Kan uit Nazareth iets goeds voortkomen?’ is geen ontkenning van de davidische komaf van Jezus. Integendeel, juist een bevestiging. Wie niet ziet dat Johannes kennis heeft van de geboorte van Jezus in Bethlehem en zijn davidische afkomst, mist de ironie van Johannes (1:46, 5:29, 7:40-42). Johannes en zijn lezers hadden kennis van deze traditie.

Familie
Als de sporen van de familie van Jezus in Nazareth en zijn volgelingen tot in de 6e eeuw te vinden zijn, zijn de gegevens over Jezus in Nazareth mogelijk serieuzer te nemen. zoals de gedachte dat Geboortekerk gebouwd is op het woonhuis van Jozef en Maria.
In dat geval behoorde de familie van Jezus niet tot de armsten maar tot de (eenvoudige) middenklasse. Galilea was niet het armste deel van Israël maar bleek juist in die tijd economisch het meest stabiel te zijn.

Consequenties voor het onderzoek naar de historische Jezus
Consequenties voor het onderzoek naar historische  Jezus:
(1) Jezus groeide op in een vrome Joodse beweging.
(2) Hij behoorde niet tot de armsten van het land.
(3) Het is niet uit te sluiten dat Jezus Hebreeuws sprak.
(4) In de synagoge werd hij onderwezen in de traditie. Jezus was geen ongeschoolde autodidact, maar iemand die in zijn woonplaats werd geschoold. Met die kennis werd hij de messiaanse leraar leefde vanuit de Schrift van Zijn volk.
(5) davidische oorsprong was een levende traditie, die in Nazareth werd doorgegeven in de families die uit Judea afkomstig waren.

N.a.v. Rainer Riesner, ‘“Was kan aus Nazareth Gutes kommen?” (Johannes 1,46). Archäologie und Geschichte des Heimatortes Jesu’, Theologische Beiträge 48/8 (2017) 324- 339