Verleiding

Verleiding
Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt (Galaten 6:1b)

Enige tijd geleden stond ik op een weegschaal. Het was lang geleden dat ik op een weegschaal stond. We hebben er zelf geen. Bij familiebezoek kreeg ik een weegschaal in het oog en ik was benieuwd wat die weegschaal zou aangeven. Omdat ik lang niet meer op een weegschaal gestaan had, kon ik tegen mijzelf zeggen dat het wel meeviel met mijn overgewicht. De weegschaal haalde mij uit de droom. De wijzer gaf meer aan dan ik had gedacht. Daar schrok ik toch wel van en besloot dat ik mijn levensstijl moest veranderen: minder eten, meer bewegen.
Het is een gewoonte van mij om bij de dingen die ik in het dagelijks leven meemaak de vergelijking te maken met het geestelijk leven. Ik ging nadenken over verleidingen, omdat voor mij de overeenkomst opviel. Ik eet meer ongezonde dingen die goed voor me zijn. Dat wist ik wel, maar ik hield me voor dat het wel meeviel met het effect op mij. Verleidingen zijn ongezond voor ons. Voor ons geloof, maar ook voor ons dagelijks leven. Een verleiding is een verslaving, aan mijn mobiel, aan internet, social media. Het is ongezond voor mij als ik dat teveel doe. Mijn aandacht wordt in beslag genomen en dat gaat ten koste van tijd voor mijn gezin, voor God. Maar verleiding heeft ook de neiging om te zeggen dat het wel meevalt. Dat je het kunt hebben. Dat het ook een goede kant heeft. Daardoor ga ik door en stop ik niet met mijn ongezonde gedrag.
Sinds die weegschaal sla ik ook meer dingen af. Koek tijdens huisbezoek, de kroket tijdens kerkenraadsvergadering. Wat mij opvalt is dat als ik dat doe er dan verbaasd wordt gekeken. Ik krijg de vraag: ‘Waarom sla je af? Wat is er aan de hand?’ Of ik krijg de opmerking: ‘Je kunt het best nog hebben.’ Op een subtiele manier komt toch de verleiding naar mij toe iets te pakken, toch mee te doen, geen spelbreker te zijn. Je moet dan sterk in je schoenen staan. Of kijken naar waarom je afslaat. Zo is het ook met verleiding. Die komt vaak subtiel: ‘Deze keer kan geen kwaad!’ ‘Je kunt het nog hebben!’ ‘Wees nou geen spelbreker.’ Ook verleiding zegt tegen ons: ‘Kom, ga met ons en doe als wij!’ Op korte termijn geeft het ons iets plezierigs. Maar we moeten de lange termijn in de gaten houden: de band met Christus die bewaard blijft. Want verleiding weekt ons zachtjes aan van Christus los. Het gaat vaak heel subtiel. Net als een bootje dat niet vast ligt: het dobbert zachtjes weg, op de golven mee, weg van de kant.
In de afgelopen maanden ben ik meer gaan nadenken over verleiding en over de strijd tegen verleiding. Het valt mij op dat die strijd niet zo gemakkelijk is. We zitten in een wereld van verleidingen. We hebben niet altijd door dat die verleidingen slecht voor onze band met Christus zijn. Of we willen dat niet weten, omdat als we het beseffen van ons een andere manier van leven wordt gevraagd.
Dat probeer ik ook: een andere manier van leven. Onder andere door meer te bewegen. Minder achter de boeken, minder tijd achter de computer. Het valt niet mee. Elke week probeer ik een dagdeel in de week vrij te houden om te gaan hardlopen. Het lukt me helaas niet elke week. Maar die keren dat het me wel lukt heb ik er dagen plezier van. Ik voel me fitter en het geeft een positief gevoel dat ik toch in staat geweest ben om mijn leven voor één dagdeel die week anders in te vullen. Ook hier is een vergelijking te maken met het geestelijk leven. Namelijk in het mezelf tijd gunnen bezig te zijn met God. Ook dat is tijd die niet komt aanwaaien, net als tijd voor hardlopen. Het vraagt om een agendaplanning: die tijd bewust in te plannen. Tijd nemen voor God. Ook hiervoor geldt: als ik het doe, dan heb ik er die dag en dagen erna ‘plezier’ van. Ik leef dichter bij God.
Houd uzelf in het oog, schrijft Paulus. Hij heeft net ervoor geschreven over twee manieren van leven: leven uit de Geest van Christus of leven uit de geest van deze wereld. Die laatste geest is niets minder dan de geest van de zonde, die steeds weer probeert om invloed op ons te krijgen en ons wil wegdrijven van Christus. Geloven is niet alleen iets van ons hoofd of iets van alleen de zondag. Geloven is een manier van leven. Om in een wereld die vol is van verleidingen te strijden tegen die verleidingen. Daarbij moeten we niet alleen naar anderen kijken. We moeten onszelf niet vergeten: Houd uzelf in het oog. Want niemand van ons is een supergelovige. Dat kunnen we als troost zeggen. Maar ook als excuus , waarbij we aan verleidingen meer toegeven dan goed voor ons is. Om te voorkomen dat we toch meedoen met die verleidingen, die niet alleen ongezond zijn voor ons geloof, maar ook voor ons dagelijks bestaan. Want ruzie, jaloezie, egoïsme, onenigheid – zomaar wat minder geestelijke verleidingen die Paulus opsomt naast afgoderij en andere geestelijke verleidingen – zijn voor niemand goed. Daarom: Houd uzelf in het oog. Om dicht bij Christus te blijven.

Meditatie voor Hervormd Oldebroek  (plaatselijk kerkblad)

Preek Tweede Pinksterdag

Preek Tweede Pinksterdag
Galaten 5:13-26
1 Korinthe 13

Thema: Liefde als vrucht van de Geest

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Er is een verhaal van een dominee die een scherpe preek had voorbereid,
ernstig en waarschuwend,
om de gemeente eens te vertellen wat er moest gebeuren,
maar die toen hij de gemeente overzag die voor hem zat
de gezichten zag en zijn scherpe preek vergat
en alleen nog maar ruimhartig over de liefde van Christus kon preken.

Gemeente, ik zal u zeggen dat ik dat ook vaak heb.
Niet pas als ik de preek begin, maar wel in de voorbereiding
en dan zeker bij een Bijbelgedeelte waarin een aantal scherpe dingen staan.
Dan lees ik dat Bijbelgedeelte en dan weet ik:
voor mijzelf snijden die scherpe Bijbelteksten hout,
ze laten mij zien dat er in mijn leven iets verkeerds zit,
maar dan lukt het mij niet zo goed om dat ook in de preek te verwerken
omdat ik dan denk aan al de gemeenteleden die ik ken voor wie het niet opgaat.
Voor mijzelf lees ik de laatste tijd nog wel eens in Jeremia
en wie scherpe Bijbelteksten zoekt, zou dat Bijbelboek eens moeten lezen.
Als ik dan bij Jeremia lees, dat de Heere Zijn volk aanklaagt
omdat het bij Hem vandaan gaat en andere wegen kiest,
dan denk ik:
het is goed voor mij dat ik die woorden lees
om mij weer terug te laten roepen naar de Heere.
Maar een preek over die woorden houden, zou mij moeilijk afgaan.
niet zozeer omdat angst mij tegenhoudt,
maar omdat ik dan denk aan degenen van wie ik weet
dat ze oprecht de Heere willen dienen en dat ook doen.
Dan vraag ik mij af: kan ik die scherpe woorden wel voorhouden aan degenen
van wie ik weet dat die oprechte liefde tot de Heere er is?
Dan moet ik denken aan het voorbeeld van de predikant,
die zijn preek inruilt omdat hij de gezichten voor zich ziet.

Gemeente, het kan ook niet anders.
al zou ik een scherpe preek houden, waar iedereen nog jaren over spreekt,
maar ik had de liefde niet,
het zou een gillende sirene zijn waar iedereen de handen voor de oren zou moeten houden
omdat je dat geluid niet wilt en niet kunt aanhoren.
Al was het een preek waarvan iedereen zou zeggen:
die moet je ook horen, want daar zit zoveel in,
Al kwamen mensen van heinde en verre
en kon iedereen zeggen: wat groeit de gemeente de laatste tijd zo,
maar de preek was niet vanuit liefde geschreven,
het baatte niets
en de gemeente werd er niet door opgebouwd, maar door afgebroken.
Want in het Koninkrijk van God kunnen wij niet te koop lopen
met wat we hebben of wat we doen.
In het Koninkrijk van God kunnen geen pauwen zijn,
die de ander willen veroveren door indruk te maken.

Mensen raken gemakkelijk onder de indruk van een ander.
Jannie door de woorden die Piet gebruikt in zijn gebed
en denk bij zichzelf: Hij moet wel een groot gelovige zijn,
want hij gebruikt zulke mooie woorden als hij bidt.
Henk is onder de indruk van de Bijbelkennis van wijkouderling Jansen,
die steeds een treffend stukje weet te lezen op huisbezoek.
Ria heeft als nieuwtje tijdens het koffiedrinken uit de kerk
dat een docent van een van haar kinderen zijn baan heeft opgezegd
om in Afrika hulpverlener te worden.
Het maakt allemaal indruk op mensen,
maar als er geen liefde bij komt kijken,
is het voor God niets waard
en heeft het Koninkrijk van God er alleen maar last van.
De eerste vrucht van de Geest is niet dat we in staat zijn
om een keuze te maken waarbij we onszelf overtreffen.
Het werk van de Geest in ons is niet dat wij tot grote hoogten stijgen
en daarbij onszelf en anderen en hopelijk ook God zouden verbazen.
De eerste vrucht is liefde
en liefde is essentieel, zegt Paulus,
want als de liefde ontbreekt, stelt het voor God niets voor,
hoeveel het jezelf ook aan kracht, tijd, inspanning en werk ook kost.
Je hebt er alleen maar last van,
hoe hard iemand ook voor God loopt.

Om te weten wat die liefde is kunnen we niet bij onszelf te rade.
We moeten ook niet zomaar denken, dat wij wel weten wat liefde is.
Het Woord van God houdt ons voor
wat liefde is
en vertelt ons wat liefde wel en wat liefde niet is.
Want als mensen kunnen wij ons in de liefde vergissen.
Als mensen denken we vaak wel wat liefde is
en denken we wel dat wij die liefde wel hebben,
dat wij overstromen van liefde,
maar hoe vaak is het niet dat onze liefdeblijken helemaal geen liefde is,
maar een poging om anderen zo ver te krijgen
dat ze zien wat wij allemaal doen
en allemaal over hebben.

De liefde is niet jaloers, niet afgunstig.
Daar ga je dan als predikant als je merkt
dat je gemeenteleden alleen maar spreken over de preken van je collega,
daardoor geraakt zijn, daar vol van zijn, maar dat over jouw preken nooit zeggen.
Daar ga je dan als dochter als je merkt
dat je zus een betere relatie met je moeder heeft dan jij
en meer te horen krijgt dan jij.
Of als je zo graag wilt dat de juf of meester jou op school ziet
en jou voortrekt, maar je ziet dat de meester of juf alleen maar aandacht heeft voor een ander.
De liefde is niet jaloers omdat je door jaloezie zo verbitterd kunt raken
En door verbittering zo moeilijk bereikbaar voor Gods Geest
en zo vatbaar voor verkeerde invloeden.
Als het niet goedschiks kan dan maar kwaadschiks.

De liefde pronkt niet – loopt niet met zichzelf te koop.
Daar ga je dan als je zelf vindt dat je de beste bent en de eerste plaats verdient.
Liefde is niet dat je je huiskamer tiptop op orde hebt
als familie of vrienden komen als het motief is dat je wilt laten zien
dat jij je leven zo goed op orde hebt.
(En omgekeerd ook niet: dat als je in bij vrienden bent
die een goed ingerichte kamer hebben en alles goed opgeruimd
dat je daardoor onder de indruk komt en aan jezelf gaat twijfelen
en alleen nog maar kan denken dat anderen het goed doen.)
De liefde pronkt niet, want dat is een krampachtige manier
om liefde te winnen, te kopen, af te dwingen.
Maar liefde kan niet worden gekocht of verdiend.
Liefde kan alleen maar ontvangen worden.
Liefde kan alleen maar als een geschenk worden aangenomen.
Het is een geschenk van de Heilige Geest.

Het is niet prettig om door een ander veranderd te worden.
Soms kan een man bepaalde dingen niet doen omdat zijn vrouw het vraagt
en hij doet het als zijn vrouw er even niet is, dan doet hij dat
en denkt ondertussen dat hij het zelf heeft bedacht.
Maar de Geest verandert ons wel, van binnenuit,
ons hart – we zouden kunnen zeggen: onze identiteit.
D.w.z. hoe wij ons presenteren naar God toe en naar anderen toe.
Vaak willen wij dat zelf bepalen, zelf de regie over hebben.
Nee, zegt de Geest, ik verander je.
Ik haal de jaloezie en verbittering weg,
ik zorg ervoor dat je niet meer zo te hunkeren aan de behoefte van anderen
schouderklopjes en complimenten te ontvangen,
alsof je dan pas weet dat je meetelt, dan pas weet dat je er mag zijn.
Ik haal uit je hart weg
de neiging om steeds zo negatief over anderen te praten,
of zo negatief op anderen te reageren.
In de leegte die de Geest schept, groeit iets anders,
dat er groeit tot eer van God: de vrucht die de Geest laat groeien.
Het is een vreugde voor de Geest om dat werk te doen,
om dat werk in jouw leven, uw leven te doen.
De Geest is met plezier schoonmaker
en hoeft geen loonsverhoging van degenen bij wie Hij werkt
als Hij maar de kans krijgt
het vuil weg te halen en ruimte te maken voor Christus.
De ene keer doet de Geest dat fluitend, waardoor je denkt:
Ik heb een liedje in mijn hart, dat blijft daar altijd zingen.
De andere keer is het diepingrijpend en confronterend,
omdat je voelt dat je oude ik gekruisigd wordt.
De Geest maakt ruimte voor Christus – in uw leven, in jouw leven.
Pinksteren: werk in uitvoering. Flinke verbouwing: bewoonbaar voor Christus.
Voor de Geest is geen enkel leven, hart onbegonnen werk.
Zelfs wie ver van God verwijderd is, van wie het leven vervallen is,
kan de Geest bewoonbaar maken.

De ene keer is dat makkelijker dan de andere keer
omdat wij soms ook zo vast kunnen zitten aan onze oude gewoonten
en dat niet los kunnen laten, omdat het ons zoveel lijkt te geven.
Zekerheid, een identiteit, weten hoe anderen over je denken, waardering, status.
Christus – daar gaat het om
en dan komt dat andere ook.
Ja nee, niet wat ons in dat oude leven een identiteit gaf of zekerheid,
maar liefde en blijdschap, vrede en geduld.
Dat groeit in uw, jouw hart,
en dat werkt in heel je bestaan, je identiteit, je doen en laten door.
Jezelf en anderen ook = merken dat je bij Christus hoort
en dat je verandert.
Dat je naar anderen toe meer geduld hebt
in je reactie naar anderen toe of in je denken over anderen
iets van Gods goedheid krijgt.
Een bereidheid om een stap terug te doen
en niet zomaar je gelijk te halen.
Liefde verdraagt – alles, zegt Paulus: spot, kleinering, pijn, genegeerd worden
om daarmee in de voetsporen van Christus te gaan.
want de liefde die in u, jou groeit is de liefde van Christus
is Christus zelf die in je groeit.
Dat is nou de liefde van God
die zoveel om u, om jou geeft, dat Zijn Geest in u, jou werkt.
God is ons genegen!
De Geest maakt een woning voor Christus in je hart.
Geweldige belofte: God is in je bezig.
Dat is maar goed ook, want als wij het zelf zouden moeten doen…

De liefde – al die hoge woorden van Paulus over de liefde
we kunnen dat wel zien bij anderen, maar bij ons zelf?
De liefde is geduldig, zegt Paulus.
Geduld is dat je erop vertrouwt dat de Geest echt wel werkt in je leven.
En dat je niet van slag raakt als het voor jou gevoel niet opschiet.
Liefde kent namelijk ook volharding
en verliest de moed niet als het allemaal nog niet zo veel lijkt,
want de liefde komt van Christus
en klampt zich vast aan Christus,
want het weet, ik kan niet zonder Hem.
Ik kom uit Christus voort en kan alleen maar groeien als ik verbonden ben met Christus.
De liefde is een vrucht van de Geest.
Het is onze roeping om uit Christus te leven, vanuit Zijn liefde en zo te zijn als Hem.
Maar het is de Geest die ons daarin stimuleert en aanspoort
en daarin voorop gaat en verder gaat als wij stoppen.
Een vrucht van de Geest: dat wil zeggen dat ons leven bloeit tot eer van God
en een zegen is voor anderen.

De volken zullen, Heer’, U loven;
O Heer’, U loven altemaal,
Die d’ aarde – ook ons hart ! – vruchtbaar maakt van boven
Dat z’ ons op haar gewas onthaal’.
God is ons genegen;
Onze God geeft zegen
Hij, die alles geeft,
Hij zal zijn geprezen,
Hem zal alles vrezen,
Wat op aarde leeft.

Amen