Preek biddag 2016 – morgendienst

 

Preek biddag 2016 – morgendienst
Dienst samen met C.N.S Looschool
Thema: Rust bij de Vader
Schriftlezing: Markus 1:29-39

Als kind las ik een keer een strip over een jongen,
Kobus heette deze jongen.
In het eerste plaatje zag je dat Kobus om 7 uur wakker schrok.
Daarna had hij alleen maar haast.
Je zag hem snel aankleden, snel wat ontbijten, naar school rennen.
De hele dag door was hij zich aan het haasten en rennen.
Op het laatste plaatje zag je hem op bed liggen
en je zag aan zijn gezicht dat er iets tot hem doordrong:
ik ben de hele dag druk geweest,
maar ik heb niet eens de tijd gehad om God te danken voor deze dag.

Ik denk wat er met die Kobus gebeurde in heel veel gezinnen gebeurt.
Ik zie dat ook bij ons thuis.
Haasten om je aan te kleden, om de tassen voor school klaar te maken,
om te eten,
soms is er geeneens tijd om met elkaar te eten.
Of tijd om met elkaar de Heere God te danken voor deze dag
en te bidden om kracht en wijsheid,
om te bidden of Hij mee wil gaan en wil beschermen en bewaren.

Wat mis je eigenlijk
als je vergeet om te bidden?
Je mist het contact met de Heere God.
Je kunt Hem vertellen dat je dankbaar bent
dat je van Hem weer een nieuwe dag gekregen hebt,
Hem danken dat je weer eten en drinken hebt, en kleren om aan te trekken, gezondheid,
danken dat je naar school kunt gaan.
Als je de tijd neemt om te bidden – en veel tijd kost dat niet eens,
dan sta je er even bij stil dat de Heere God er is,
Dat Hij je niet vergeet en voor je zorgt,
dat Hij meegaat, jou kracht geeft en beschermt.
Als je tijd neemt om te bidden, herinner je jezelf eraan
dat je niet alleen bent, maar dat God er ook is.

We hebben gelezen dat Jezus tijd neemt om te bidden.
Ook al is Hij heel druk geweest met het genezen van zieke mensen
en kan Hij de volgende dag direct weer beginnen met genezen,
Hij neemt de tijd om te bidden:
Hij zoekt rust bij de Vader.
En Hij doet dat door heel vroeg op te staan, terwijl het nog donker is.
Om te begrijpen waarom de Heere Jezus dat doet,
moeten we kijken naar de dag ervoor.
We hebben daar iets over gelezen.
De Heere Jezus die in het huis van Petrus komt
en daar ontdekt dat de schoonmoeder van Petrus ziek is
en haar geneest.
Dat vraagt wel wat uitleg,
Want als in onze tijd iemand koorts heeft, dan blijf je thuis om uit te zieken
en als je er niet overheen komt, ga je naar de dokter
en krijg je een medicijn.
In de tijd van de Heere Jezus werd koorts gezien als een kwade geest
en men dacht dat die kwade geest je dan besprong en de baas over je werd.
Als iemand koorts had,
dan moest je maar een beetje uit de buurt blijven,
want stel je voor dat die demon ook jou besprong
en jou in de macht kreeg.

Als Jezus uit de synagoge komt
en met Petrus en de anderen meeloopt naar hun huis,
hoort hij hen bezorgd praten over de schoonmoeder van Petrus.
Misschien hebben ze de Heere Jezus wel willen waarschuwen:
Denk erom: er is een kwade geest bij ons in huis.
Weet je zeker dat je meekomt? Durft u dat wel?
Of misschien hadden ze juist moed gekregen,
want in de synagoge had Jezus ook iemand genezen die een kwade geest had.
Hij was sterker.

Een kwade geest, daar hebben we tegenwoordig niet zo snel meer over.
Als het in de Bijbel gaat om een kwade geest,
Dan wordt daarmee bedoeld dat er iets in je is
Dat jou iets verkeerds wil laten denken of doen,
waardoor je niet meer aan God durft te denken.
Vandaag de dag zou zo’n kwade geest zijn
dat je bij jezelf denkt:
‘Ik kan helemaal niets.’
‘Het was beter als ik er maar niet was, dan had niemand last van mij.’
‘Iedereen vindt mij stom.’
‘Alleen als ik mij heel gek ga gedragen, als een clown, als anderen om mij lachen
dan heb ik de aandacht.’
Je kunt ook denken aan een vloek in je hoofd.
Je wilt dat niet denken en toch gebeurt het.
Dat zijn gedachten die je misschien helemaal niet wilt,
maar ze zijn sterker dan jezelf
En je kunt er niets aan doen,
ze besluipen je opeens en worden jou de baas.
En ze willen je dan ook doen geloven
dat je voor God niets waard bent
en dat Hij niets met je kan.
Die verkeerde gedachten willen jou doen geloven
dat je niet bij God kunt komen, kunt horen
omdat het verkeerd is wat je denkt.
Dat is een kwade geest.

De hele dag is Jezus bezig geweest
om zulke kwade geesten het zwijgen op te leggen.
Om te laten zien dat Hij sterker is dan zo’n kwade geest
en dat Hij gekomen is
om bevrijding te brengen,
Waardoor de mensen, die eerst zo’n kwade geest hadden,
opgelucht adem konden halen
en gingen geloven: ik mag ook weer bij God horen.
Hij is weer mijn Vader.
Ik mag weer bidden en aan Hem denken.
Ik mag weer rust vinden bij de Vader.

Ook de koorts van de schoonmoeder van Petrus werd gezien als een kwade geest.
Die schoonmoeder moest maar in een kamertje apart.
Je kunt beter maar niet bij haar komen
en ze hoeft ook niet meer te denken, dat God haar gebeden hoort,
Want de kwade geest is de baas over haar
en die wil niet meer dat ze naar God toe roept.
Als Jezus over de zieke schoonmoeder hoort, zegt Hij:
Ik ga naar haar toe.
Ik laat haar niet in dat aparte kamertje,
Waar ze geen hoop meer heeft.
Jezus maakt contact: Hij gaat op haar af en is niet bang om haar aan te raken.
Hij is niet bang dat die koorts op Hemzelf overspringt.
Hij weet: Ik ben sterker.
Als Hij haar aanraakt, voelt die zieke schoonmoeder: Ik hoor er weer bij.
Bij mijn gezin, maar ook weer bij God.
En ze voelt doordat Jezus haar aanraakt, dat de kracht van Jezus in haar komt.
Als Markus dit voorval vertelt, het zijn maar een paar zinnen,
Geeft hij aan: Wat er met die schoonmoeder gebeurt, is bijzonder.
Het is alsof ze weer uit de dood opstaat.
Niet meer de macht van de koorts; ze is helemaal gezond.
Ze kan voor Jezus en zijn discipelen zorgen.
Ze heeft een nieuw leven, waarbij ze van betekenis mag zijn voor de Heere Jezus.
Ze mag Hem dienen.
Ze heeft nu een nieuwe Heer: niet meer de koorts, maar Jezus als haar Heer.
Wat zal ze dankbaar zijn geweest
En dat dienen is vast ook manier om te laten merken dat ze dankbaar is.

Als het donker is, nacht al,
komen er nog meer mensen.
Mensen voor wie het donker is in hun leven.
Ze zijn er slecht aan toe, zegt de Bijbel.
Ze hebben allemaal zo’n kwade geest in zich
die tegen hen zegt:
‘Je hoort er niet bij.’
‘Denk jij dat God om jou geeft?’
‘Je bent voor God niets waard. Je kunt jezelf beter iets aandoen, want God zorgt toch niet voor je.’
Merk je hoe zo’n kwade geest iemand kapot kan maken?
Ze komen bij Jezus – al die mensen die er slecht aan toe zijn
en voor wie het altijd nacht is.
Ze komen bij Jezus en Hij verdrijft voor hen de nacht die hen gevangen houdt.
Jezus is ook gekomen om de strijd aan te binden tegen al die kwade geesten
die het leven van mensen kapot willen maken.
Bij Jezus is een rust te vinden, genezing.

Als deze dag voorbij is, waarop Jezus heel wat kwade geesten heeft moeten verdrijven,
heeft Hij het nodig om weer nieuwe krachten op te doen.
Hij doet dat niet door te gaan slapen,
misschien heeft hij dat wel even gedaan, want de Heere Jezus blijft was ook echt mens.
Die nieuwe kracht wil Hij vooral bij Zijn Vader halen.
Heel vroeg staat Hij op
en gaat Hij naar buiten: buiten de stad, in de eenzaamheid.
Dat is niet alleen maar voor de concentratie,
want dat had vast ook wel gelukt in een huis waar iedereen slaapt.
Nee, hij gaat naar buiten, in de nacht.
Bidden op de plek waar men in die tijd dacht dat de kwade geesten woonden.
Waar je als mens kwetsbaar bent voor die kwade geesten.
Daar gaat Hij bidden.
Waarmee Hij wil laten zien aan die kwade geesten:
Weet je wie Ik ben? Ik ben de Zoon van God
en Ik ga de strijd met jullie aan en Ik zal jullie verslaan,
Want dat is een van de doelen, waarom Ik op aarde gekomen ben.
Jezus is eerder in de wildernis geweest en toen werd Hij door de satan op de proef gesteld.
Nu gaat Hij opnieuw de wildernis in, om te bidden.
Om contact te zoeken met God.
Vader, dit is toch de missie waarvoor Ik naar de aarde ging?
Vader, geef Mij kracht om deze Missie te volbrengen.
Bewaar Mij tegen verleidingen die zullen komen,
waardoor de kwade geesten voor Mij te sterk zullen zijn
en waardoor Ik hen niet meer kan verdrijven.

Weet je waar ik aan moest denken?
Ik moest denken aan een coach van een sporter of een sportploeg.
Een goede coach neemt van tevoren een strijdplan door,
een plan om te winnen, om de tegenstander te verslaan.
Halverwege de wedstrijd kom je als voetballer even naar de kant om te vragen:
coach, houden wij ons nog aan ons plan?
En dan zegt je coach: Ja, het gaat goed, hou vol zo, doorzetten.
Of een schaatscoach, zoals op televisie, die zijn duim omhoog steekt:
Je bent op de goede weg, zo ga je de rit winnen!
Dat is de rust die Jezus bij Zijn Vader zoekt,
de zekerheid dat Hij het goed doet, op de overwinning afkoerst.
Rust bij de Vader, is vooral een concentratie,
concentratie op God en op het doel.

Dat zou voor ons ook goed zijn.
Wij hebben dan niet zoveel macht als Jezus,
maar in de rust die we bij de Vader kunnen vinden,
kunnen we ook de kracht van de Heere ontvangen,
De rust en de concentratie,
en de zekerheid dat de Heere Jezus ook nu nog steeds bij ons, bij jou
die kwade geesten willen verdrijven
en je vrij wil maken.

Er is iemand die Jezus in zijn gebed in de stilte komt storen.
Daar heeft Petrus helemaal geen erg in dat hij een stoorzender is.
Hij is juist onder de indruk van Jezus gekomen
en weet dat er veel meer mensen onder de indruk zijn.
Heer, U moet komen, er zijn zoveel mensen die naar U op zoek zijn.
Petrus heeft Jezus gevolgd,
maar niet als discipel,
maar meer als een jager, als iemand die ontdekt heeft
Dat Hij van Jezus een beroemd persoon kan maken.
Petrus heeft die hele nacht wellicht gedroomd over de beroemdheid van Jezus
en bij die Jezus mag hij dan horen.
Je zou kunnen zeggen, dat het ook een soort kwade geest is,
het verlangen om heel beroemd te zijn.
Voor Jezus is dat in ieder geval wel.
Daarom was Hij die nacht alleen, in de eenzaamheid.
Daar doet Hij vaak Zijn beste werk.

Later zal Hij aan het kruis hangen.
Ook eenzaam.
Al zou je dat niet zeggen, want er zijn veel mensen om Hem heen.
Maar al die mensen lachen Hem uit en bespotten Hem:
Jezus, je hebt zoveel mensen bevrijd en gered.
Bevrijd jezelf nu eens. Kun je dat wel? Heb jij wel die macht?

En God? Die is er ook niet.
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Jezus kon al die mensen helpen, die zich door God verlaten voelden,
omdat er een kwade geest in hen was.
Maar daar aan het kruis lijkt het of de kwade geesten alsnog winnen.
Maar nee, gelukkig niet.
Jezus sterft wel.
Maar als Hij weer uit het graf komt, is dat een teken
Dat de kwade machten voorgoed overwonnen zijn
En dat er niets meer ons bij God kan weghouden.
De rust die Jezus bij de Vader vond,
die mag er daarom voor jullie ook zijn.
Dat is het goede nieuws, waar Jezus over wilde vertellen
en het goede nieuws dat er door Hem gekomen is.
Voor dat goede nieuws moest Hij de eenzaamheid in
om rust te zoeken bij de Vader.

En die Kobus? Wat zou hij missen als hij vergeet te bidden?
En jij? Wat mis je als je te druk bent om te bidden?
Dan vergeet je dat die kwade geesten overwonnen zijn.
Als je niet oppast, ga je daar in geloven
en worden ze de baas over jou.
De rust bij de Vader, door te bidden en op God te concentreren, mag je weten en geloven:
Jezus wil ook jouw Heer zijn,
net zoals Hij dat was voor de schoonmoeder van Petrus.
Je mag rust bij de Vader zoeken, door te bidden.
En dan mag je weten, dat de Vader je dat wil geven.
Daar heeft Jezus voor gezorgd, dat je weer bij God mag horen.
Als je van die kwade gedachten in je hebt,
moet je niet gaan denken: ik heb een kwade geest in mij,
maar mag je geloven:
wat ik ook heb – de Heere Jezus is sterker
en ook al kan ik ze niet de baas, die nare gedachten,
de Heere Jezus kan ervoor zorgen dat ze verdwijnen.
Hij kan ze verdrijven.
Toen Hij in die eenzaamheid was, heeft Hij vast ook gebeden voor zijn discipelen.
Vader, bewaar hen.
Jezus is nu niet meer eenzaam, ook niet meer op aarde.
Hij is nu in de hemel.
Hij is wel in gebed.
En Hij bidt voor iedereen op aarde.
Voor degenen die in Hem geloven
en voor degenen die niet in Hem geloven.
Zodat iedereen in Hem gaat geloven
en de rust en het geloof zoekt en vindt in Zijn Vader. Ook jij.
Amen

 

Advertenties

Markus 1:29-39

 

Markus 1:29-39

29. En toen zij uit de synagoge gegaan waren, gingen zij meteen naar het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes. 30. En de schoonmoeder van Simon lag met koorts op bed, en zij spraken met Hem over haar. 31. En Hij ging naar haar toe, pakte haar hand op, en meteen verliet de koorts haar; en zij diende hen.

Jezus is Messias in woord en daad (Ernst Fuchs): op de sabbat houdt hij een indrukwekkende verkondiging en toont Zijn macht door genezingen en het uitdrijven van demonen. Omdat Jezus toont wie Hij is, wordt dit gedeelte in bepaalde leesroosters voorgesteld als evangelielezing in de tijd van Epifanie. Het Common Revised Lectionary heeft dit gedeelte bijvoorbeeld in jaar B op de 5e zondag van Epifanie.
Jezus is op de sabbat in de synagoge geweest. De synagoge zal belangrijk geweest zijn voor Jezus. De evangeliën vertellen dat Jezus hij het woord voert in de synagoge. Ook wordt er melding gemaakt van genezingen in de synagogen. Wie gaat nazoeken, vindt het woord synagoge echter niet zo vaak terug. Daarom de vraag: waarom wordt hier wel melding gemaakt van de synagoge. Heeft Markus ons daarmee iets willen doorgeven over het optreden van Jezus (als Messias in woord en daad)?
Na de synagoge gaat Jezus met Petrus mee naar zijn huis. Dat laat zien dat Petrus voor het volgen van Jezus meer heeft achtergelaten dan zijn boot en zijn netten. Hij heeft ook zijn gezin achtergelaten.  De enige andere keer dat Jezus met Petrus, Andreas, Johannes en Jakobus is, is in 13:4. Hierdoor loopt er een lijn van deze genezing naar de toespraak over de laatste dingen. In beide hoofdstukken wordt duidelijk dat het volgen van Jezus ook de gezinnen raakt. In hoofdstuk 13 gaat het namelijk om de vervolging, die ook vanuit het eigen gezin kan worden aangewakkerd. Volgens Klaus Berger, die mij op deze lijn attent maakt, geeft de genezing van de schoonmoeder van Petrus aan dat Jezus niet tegen gezinnen is.
De schoonmoeder van Petrus ligt ziek op bed. Werd in die tijd de koorts gezien als een demon, een onreine geest die je aangreep? Markus plaatst deze genezing in ieder geval na het uitdrijven van een onreine geest. Het wordt Jezus meegedeeld dat Petrus’ schoonmoeder ziek is.
Jezus maakt contact met haar: hij gaat naar haar toe en raakt haar aan. Markus vertelt vaker dat Jezus in zijn genezingen de mensen aanraakt. Dit is niet alleen een gebaar van tederheid, maar ook een gebaar waarmee hij grenzen overschrijdt: een man die de hand pakt van een vrouw, een gezonde man die de hand pakt van een zieke en dus onreine vrouw. Is het ook een gebaar waarmee Jezus zijn kracht naar deze vrouw over doet gaan? In de beschrijving van Markus doet het oprichten denken aan een wederopstanding uit de dood. De vrouw wordt opgewekt.
Als zij is opgericht, dient zij Jezus en de andere aanwezigen: ze wordt een diaken in de gemeenschap van Jezus. Ook dat is een overschrijden van een grens. Rabbijnen geven namelijk aan dat het niet goed is om je door een vrouw te laten dienen. Hij die gekomen is om te dienen wordt nu gediend, zoals de engelen dat deden na de verzoeking en vrouwen rondom het kruis dat later ook zullen doen.

32. Toen het nu avond geworden was en de zon onderging, brachten ze bij Hem allen die er slecht aan toe waren, en hen die door demonen bezeten waren. En heel de stad had zich verzameld bij de deur. 34. En Hij genas er velen, die er door allerlei ziekten slecht aan toe waren, en dreef veel demonen uit, en Hij liet de demonen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.

Als de zon is ondergegaan, is de sabbat voorbij. Dan kunnen ook de anderen gebracht worden, die beheerst worden door een onreine geest. In het eerste hoofdstuk laat Markus zien dat Jezus gekomen is om het koninkrijk van God te brengen en dat koninkrijk bestaat ook uit het verdrijven van de onreine geesten. Ze waren er slecht aan toe, degenen die bij Jezus worden gebracht. Bij Jezus vinden ze heling en worden weer mens zoals de Schepper hen had bedoeld. Was het vorige wonder, waarbij de schoonmoeder van Petrus genezen werd, een ‘interne aangelegenheid’ (in huis), nu is zijn optreden (voor de deur) publiek.
Uit zijn daden moet blijken wie Jezus is. Maar als de demonen en de onreine geesten willen spreken over Jezus, verbiedt Jezus dat. Wanneer de demonen over Jezus spreken, is dat geen goed teken. (Zie vers 24). Ze kenden Hem, schrijft Markus.
Jezus is sterker dan de demonen en kan hen het zwijgen opleggen. Als Markus vertelt over Jezus die de demonen niet toelaat om over Hem te spreken, heeft dat ook te maken met het (beruchte) Messiasgeheimenis: in Markus laat Jezus ook mensen niet toe om te vertellen wie Hij is. Niet alleen zijn genezingen en zijn daden laten zien wie Hij is. Vooral na kruis en opstanding wordt duidelijk wie Jezus is.

35. En ’s morgens vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf Zich naar een eenzame plaats,  en bad daar. 36. En Simon en die bij hem waren, gingen Hem achterna, 37. en toen zij Hem gevonden hadden, zeiden zij tegen Hem: Iedereen zoekt U! 38. En Hij zei tegen hen:  Laten wij naar de naburige plaatsen gaan, opdat Ik ook daar predik,  want daarvoor ben Ik uitgegaan. 39. En Hij predikte in hun synagogen door heel Galilea en dreef de demonen uit.

Op een vroeg tijdstip kunnen cruciale gebeurtenissen plaatsvinden: zo wordt in alle vroegte besloten om Jezus over te leveren aan Pilatus (15:1) en gaan de vrouwen in alle vroegte op weg naar het graf (16:2). Als de vrouwen bij het graf komen, schijnt dan reeds de zon. Nu is het nog nacht. Vertaald kan ook worden met: ‘in duisternis gehuld’. Vroeg, in de duisternis, gaat Jezus bidden. Wil Markus hiermee laten zien, dat Jezus’  optreden zich afspeelt in de context van het uitdrijven van demonen? De duisternis wordt ook nog eens benadrukt: nog diep in de nacht.
In die duisternis gaat hij naar buiten. Hij begeeft zich buiten de bescherming van de stad en gaat naar de eenzaamheid, waar hij alleen is en kwetsbaar. Jezus gaat vaker de eenzaamheid in. Ook als hem het bericht wordt gegeven van de dood van Johannes de Doper, neemt Hij zijn leerlingen de eenzaamheid in. Wanneer de mensen Hem als bijzonder gaan zien, trekt Hij zich terug. Na een wonder geeft Hij de opdracht om te zwijgen: het beruchte Messiasgeheimenis. In Markus is Jezus pas echt te kennen na kruis en opstanding en tot die tijd trekt Hij zich geregeld terug.
In de eenzaamheid was hij reeds 40 dagen geweest. De Geest had Hem toen naar buiten gedreven, om door de satan verzocht te worden. Nu nadat Hij de demonen uitgedreven had en hen het zwijgen opgelegd heeft, komt opnieuw in de eenzaamheid, de woestijn. Zal Hij hier opnieuw worden verzocht door de satan?
Bij de verzoeking in de woestijn meldt Markus geen gebed. Deze keer in de eenzaamheid is Jezus wel in gebed. Markus vertelt vaker dat Jezus bidt. Soms in afzondering (6:46), dan weer in gezelschap (in Gethsemané). Is het in Markus 1:35 een rust zoeken bij de Vader? In dat geval een rust na het gezag over de demonen. De gebeden in Markus geven aan, dat Jezus zijn gezag en macht niet uit zichzelf heeft. Op basis van het gedeelte over Gethsemané kunnen we zeggen: Jezus zoekt de eenheid met de wil van Vader, een weg in gehoorzaamheid aan Zijn Vader. Midden in de duisternis heeft Hij die eenheid. De eenheid die Hij er in de duisternis aan het kruis voor Hem niet is, als Hij zich verlaten weet door God. Die duisternis uit Markus 14:33 is een ander woord dan uit 1:35. Terwijl Jezus aan het kruis hangt, wordt Hij bespot: anderen heeft Hij verlost, zichzelf verlossen kan Hij niet. Waar Hij bij anderen de onreine geesten, die voor een duisternis en de afwezigheid van God zorgden, ondergaat Jezus nu zelf die duisternis. Waarbij er voor Hem geen uitredding is.
Als Hij in gebed is, wordt Jezus opgezocht door Petrus en de andere leerlingen. Dat opzoeken is geen positief gebeuren. Kwam in de woestijn de verzoeking door de satan, nu komt de verzoeking door Petrus. Jezus had ze opgedragen om Hem te volgen. Maar ze volgen Jezus niet. Ze jagen op Hem. (Het gebruikte woord komt in Markus alleen in negatieve betekenis voor.) Willen ze dat Jezus volop in de belangstelling staat? ‘Iedereen zoekt u!’ Kan het nog mooier?
Vanuit zijn gebed weet Jezus dat dit een verzoeking voor Hem is, die nu in de persoon van Petrus tot Hem komt. Waar ligt Jezus’  taak? In het openbaar? Of in het verborgen? Af en toe in het openbaar, waarbij heel het volk de gelegenheid krijgt om de zieken en bezetenen te brengen. In het openbaar vertelt Hij over het koninkrijk van God. En toch, geregeld trekt Hij zich terug. Aan het kruis en bij het graf wordt zichtbaar dat zijn werk ook in het verborgene zich afspeelt. Het wordt zichtbaar voor wie dat wil zien. Niet voor de menigte die om het kruis heen staat. Slechts een hoofdman bij het kruis (waarbij het nog de vraag is of deze hoofdman zijn opmerking niet ironisch bedoelde) en enkele vrouwen die op een afstand kijken. Ook de opstanding gebeurt in het verborgen. Daar is niemand bij. Slechts enkele vrouwen zien iets, waardoor ze in een opstanding gaan geloven.
Als iedereen naar Jezus op zoek is, is het Zijn taak om weer verder te gaan. Zoals Hij in die nacht opstond en naar buiten ging, de eenzaamheid in. Zo verlaat Hij Kapernaüm weer en trekt verder. Na enkele dagen zal Hij overigens weer in Kapernaüm aankomen. In Markus is Jezus steeds onderweg. Als ik ooit een uitleg over het evangelie van Markus zou schrijven, zou Onderweg een mooie titel zijn voor een uitleg van het evangelie van Markus. Jezus blijft niet in Kapernaüm. Ook niet in de wildernis. Het doel waarvoor Hij gekomen is, is om overal het goede nieuws van Gods koninkrijk te brengen. en Hij zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen;  bekeer u en geloof het Evangelie. (1:15) Daarvoor is Hij gekomen. Hij gaat verder met zijn missie. Eerst in Galilea en later in Jeruzalem.

 

Jezus als exorcist (Samenvatting van Klaus Berger, Jesus (2004) p. 247-267

Jezus als exorcist

Er is een tijd geweest waarin men niet zoveel met het exorcisme van Jezus kon. In de tijd van Bultmann kon men er niet zoveel mee. De duiveluitdrijvingen waren onderdeel van het wereldbeeld van die tijd. De laatste decennia is men tot de conclusie gekomen, dat het exorcistische optreden van Jezus wel degelijk een historische basis heeft.

In het boek van Gerd Theißen & Annette Merz, Der historische Jesus wordt dit uitdrijven van demonen niet meer ontmythologiseerd. Theißen & Merz plaatsen de exorcismen van Jezus wel dicht in de buurt van het therapeutisch optreden, maar willen toch het onderscheid vasthouden.
Nog veel sterker benadrukt Klaus Berger het belang van Jezus’ optreden als exorcist. “Ik ben van mening dat de wereld van exorcismen een heel noodzakelijke verrijking is” (Jesus, p. 248). Een mens is immers ingebed in relaties en machten. Het exorcistische optreden is een rode draad door de evangeliën.
Voordat hij over exorcismen gaat spreken, wijst hij op enkele dingen:
* De duivel en demonen zijn niet alleen machten, maar ook personen. Zij zijn echter niet zo volledig persoon als God dat is.
* Het spreken over de duivel en het bidden om bevrijding mag er niet toe leiden, dat mensen belast worden. Maar ook theologische correctheid helpt niet verder.
* De bijbel en de christelijke traditie geven aan dat niemand verontschuldigd kan worden voor het bezeten-zijn.
* Bezeten-zijn dient scherp van psychopathologische verschijnselen onderscheiden worden. Psychotherapie en theologie hebben niet met hetzelfde onderwerp te maken!
* Wie over de duivel spreekt, spreekt over de boze in al zijn onvoorstelbaarheid. De duivel valt echter niet samen met wat wij als negatief ervaren. Wie over de duivel spreekt heeft het over blinde vernietiging, over haat tegen God en mensen.

Bevrijding
Het Nieuwe Testament spreekt alleen over demonen. Niet alleen omdat deze machten mensen beheersen met negatieve gevolgen, maar vooral ook omdat deze machten door Jezus overwonnen zijn.
Wanneer het spreken over demonen psychologisch wordt weggeredeneerd, gaat het bevrijdende effect verloren. Van demonen kan men bevrijd worden. Het is mogelijk om losgemaakt, om gereinigd, om bevrijd te worden.
De bevrijding is individueel. In het Nieuwe Testament komt het uitdrijven van demonen sterk in de buurt van de doop. Bij de doop gaat het immers om het afzweren van het kwaad en de boze? Nadat iemand gereinigd is van een boze geest kan hij of zij worden vervuld met de Heilige Geest.

Strijd
Het Nieuwe Testament spreekt over een strijd. Er is een conflict tussen God en de duivel. Beiden willen hun macht op aarde en over de mensen laten gelden. Het bijbelse spreken over de duivel prikt de illusie door dat het op deze aarde er slechts om gaat om temidden van andere mensen van goede wil een brave, oplettende burger te worden.
In een mens kan er strijd plaatsvinden tussen de Heilige Geest van God en de boze geesten. Dat Jezus de kwade machten kon uitdrijven, laat Zijn volmacht zien, de volmacht die Hij van Zijn Vader in de hemel heeft ontvangen.

Actualisering
Waar is de duivel vandaag de dag te merken? Berger vergelijkt het met een scheepswrak, dat alleen bij eb zichtbaar is. Zo kan in bepaalde omstandigheden de macht van de boze duidelijk zijn. Vaak is zijn macht echter niet zichtbaar.
Hij pleit er voor om bij de doop weer de formulering te gebruiken, waarin met het kwade en de boze afzweert. De exorcistische betekenis van de doop dient volgens hem weer volop gehonoreerd te worden.

Engelen
Daarnaast stuurt God Zijn engelen naar deze wereld om de gelovigen te beschermen. Volgens Berger staat een groot deel van de theologische wereld veraf van de gelovige praktijk. Men brengt het geloof in het bestaan van engelen in verband met het toenmalige wereldbeeld. Volgens Berger is het nadenken over engelen geen kwestie van wereldbeeld, maar een kwestie van de godsleer. Dat wil zeggen: wanneer wij nadenken over God en hoe Hij Zijn kinderen op deze wereld beschermt tegen de boze en hen leidt naar Zijn koninkrijk, kunnen we er niet onderuit om te spreken over engelen. Bij engelen gaat het om de concrete bescherming van een individu.
Bij het nadenken over de boze mogen we ook weten dat God voortdurend Zijn macht en Zijn dienaren uitzendt om ons te beschermen.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Klaus Berger, Jesus (20072) p. 247-267: ‘De demonische context van Jezus’.