Gesprekskring Eugene H. Peterson

Gesprekskring Eugene H. Peterson
Eugene-Peterson-04
Eugene Peterson werd een pastor voor predikanten genoemd. Zijn boeken zijn een bemoediging en een aanscherping voor predikanten. In zijn boeken vraagt hij aandacht voor de ‘gewone’ taken van de predikant: lezen in de Schrift, preken, wonen op een plek om daar het evangelie zichtbaar en hoorbaar te maken. Tegelijkertijd is hij kritisch op de consumptiementaliteit die er onder christenen (en ook onder predikanten) kan zijn. Het aardige van Peterson is dat hij naast aandacht voor spiritualiteit ook steeds aandacht vraagt voor het gewone, alledaagse. Voor Peterson zijn dat geen gescheiden werelden, maar horen ze bij elkaar.


In de jaren-’90 werd Peterson even bekend in Nederland. Boeken als Dragende delenOnder de wonderboomDavid en GodGesprek tussen vriendenLaatste woordenEen zaak van lange adem werden vertaald. Daarna verdween de aandacht voor Peterson, terwijl hij toen nog het meeste moest schrijven. Boeken als Tell It SlantRun with the HorsesPractice ResurrectionChrist Plays in 10.000 Plays, The Pastor kwamen uit zonder in Nederland veel aandacht te krijgen.


Het is de moeite waard om met collega’s eens wat van Peterson te lezen. Wil je meedoen? Laat het weten! (dsschuurman [at] hervormdoldebroek [punt] nl of via Twitter of Facebook).
Geef dan gelijk aan welk dagdeel het beste uitkomt en welk boek je graag zou willen bespreken met elkaar.

O ja, geef ook aan welke locatie. Het kan hier bijvoorbeeld in Oldebroek. Maar mag ook elders.

P.s. Mogelijk…  mogelijk… gaan er meer boeken van Peterson vertaald worden

Eugene Peterson was pastor voor predikanten

Eugene Peterson was pastor voor predikanten

Op 22 oktober overleed Eugene H. Peterson. Hij werd 85 jaar. Met zijn boeken, lezingen en interviews wordt Peterson gezien als een pastor voor predikanten. Van zijn boeken zijn alleen de eerste boeken vertaald, zoals
Een zaak van lange adem, Dragende delen en Onder de wonderboom. Met een Nederlandse vertaling van zijn eigen Bijbelvertaling The Message is men bezig.

peterson-square

Peterson was 26 jaar lang predikant van dezelfde gemeente: de Christ Our King Church in Bel Air (Maryland). Hij stichtte deze gemeente namens de Presbyteriaanse Kerk (PCUSA). Daarna werd hij hoogleraar Spirituele Theologie aan het Regent College in Vancouver. Hij publiceerde meer dan 30 boeken op het gebied van spiritualiteit. Het was vanwege zijn spirituele theologie, die hij in zijn boeken verwoordde, dat hij een pastor voor predikanten werd. Zijn boeken hielpen predikanten om spiritualiteit als het belangrijkste onderdeel van hun predikantschap te zien.

Spiritualiteit
Voor Peterson zijn spiritualiteit en theologie niet van elkaar los te maken. Spiritualiteit kan niet zonder theologie en theologie is alle onderdelen spiritualiteit. Spiritualiteit is voor Peterson leven met de levende God. Hij signaleerde dat spiritualiteit een modewoord was, maar dan wel een hele vage, elitaire invulling kreeg. Spiritualiteit had voor Peterson te maken met Jezus, die God-in-ons-midden is. Door Jezus is de spiritualiteit heel alledaags en concreet. Spiritualiteit heeft te maken met bidden, lezen in de Bijbel, werken, relaties binnen het gezin en vriendschap. Spiritualiteit is voor hem niets anders dan christelijk leven, een leven tot eer van God.

Kwijtgeraakt
Tijdens zijn predikantschap merkte Peterson dat de Amerikaanse kerk de alledaagse, door Jezus gevormde en op de levende God gerichte spiritualiteit was kwijtgeraakt. Zijn gemeenteleden waren meer Amerikaan dan christen, meer consument dan discipel. Christenen en kerk waren onderdeel van een consumptiemaatschappij, waarin alles snel voorhanden is en verlangens en behoeften direct bevredigd konden worden. Peterson begon daar discipelschap tegenover te stellen. Discipelschap was een zaak van lange adem: een moeizame weg van gehoorzaamheid die om volharding vraagt. God is niet ons idee of ons project.

1001004001376993
Afgoderij
Wanneer we de levende God vervangen door ons idee of ons project vervallen we in afgoderij, een verleiding die volgens Peterson de kerk voortdurend bedreigt. Snelle doelen kunnen in het geloof niet worden gehaald. Elke kleine stap die je zet is al een aankomst. Predikanten hield hij voor zich niet te laten imponeren door de megakerken, die vaak de media halen. Zulke megakerken zijn volgens hem bij uitstek gevoelig voor afgoderij en de consumptiementaliteit, die het moeilijk maakt om discipel te zijn. Predikanten doen er beter aan om trouw te zijn aan de lokale gemeenschap en daar in kleine kring het evangelie te leven, trouw en volhardend, puttend uit de Bijbel en steeds weer in gebed, in vertrouwen op God die werkt. De predikant leeft het evangelie van de opgestane Heer. Predikantschap heeft met de ziel te maken. Het woord ziel is uit de gratie geraakt en werd een term die alleen maar binnen geestelijke kring werd gehanteerd. Ziel was vervangen door zelf en dat onthult veel over de maatschappij waarin we leven. Wanneer we over ziel spreken, heeft onze identiteit met de levende God te maken. Wanneer we het hebben over zelf, is onze identiteit ik-gericht.
Peterson was zelf predikant geweest en kende de eenzaamheid en de verleidingen van het predikantschap. Na 6 jaar in zijn gemeente gestaan te hebben, raakte hij in een crisis. In die crisis kwam hij niet bij modellen en methoden uit, maar bij de traditie van de kerk. Vanaf die tijd wilde hij de rijke spirituele traditie doorgeven. Om zijn gemeente te helpen meer discipel dan Amerikaan te worden, vertaalde hij de brief van Paulus op een eigentijdse manier. Uit deze Galatenvertaling groeide een hele Bijbelvertaling: The Message.

Interview met Eugene H. Peterson over de vraag waarom hij The Message vertaalde

In een van de levensbeschrijvingen die ik las in de afgelopen dagen wordt Peterson beschreven als een protestantse monnik. Hij had ook iets wereldvreemds. Nadat hem gemeld werd, dat Bono van U2 met hem in contact wilde komen, vroeg hij verbaasd wie dat was. Toen zijn vertaling The Message miljoenen keren verkocht werd, vroeg hij een vriend wat hij eigenlijk met het geld moest doen dat hij met de verkoop verdiende.

Verwondering
Als predikant hield hij de maandag vrij. Dan hield hij zijn sabbat, omdat hij door te preken op zondag niet aan rust toe kwam. Dan trok hij er samen met zijn vrouw op uit. Eerst lazen ze iets uit de Bijbel, dan wandelden ze een hele tijd. Na afloop noteerden ze iets in hun dagboek. Maar meer dan wat ze onderweg gezien hadden aan vogels en planten was het niet. Peterson was ook dichter en schreef zelf gedichten. Steeds weer komt in zijn boeken de verwondering over God die overal terug te vinden is naar voren. In zijn boeken leert hij zijn lezers om oog te krijgen voor Gods werk in onze nabije omgeving. Peterson was ook lezer. Hij vond het als predikant van belang om grote literaire werken te lezen. In zijn agenda noteerde hij twee keer per week een blok van twee uur voor een gesprek met FD. Dan las hij Fjodor Dostowjeski om zijn gemeenteleden beter te begrijpen.

Eugene-Peterson-04

Gesprek
Gesprek is een kernwoord in Petersons spiritualiteit. Zijn boeken waarin hij zijn spirituele theologie uiteenzette noemde hij conversaties in spirituele theologie. Hij benadrukte dat gesprekken de alledaagse vorm is waarmee Jezus optrad. In zijn boeken benadrukt hij dat in een cultuur waarin het geloof niet meer bekend is, gesprekken over God, geloof, ziel minstens net zo belangrijk zijn als preken en onderwijs. Net zoals Jezus in Samaria (Lukas hoofdstuk 9-19) vooral gelijkenissen vertelde en gesprekken aanging. De boeken van Peterson zijn vaak met een twinkeling geschreven, hoopvol van toon en vol mooie anekdotes. Zijn werk blijft de komende tijd de moeite waard.

Gepubliceerd op 31 oktober 2018 in het Friesch Dagblad

Andere blogs over Peterson:
– Over zijn memoires ThePastor: blog over The Pastor
– Over Tell it Slant (deel 1): Tell it Slant deel 1
– Over Tell it Slant (deel 2): Tell it Slant deel 2
– Over Run with the Horses (Jeremia): Run with the Horses
– Over Een zaak van lange ademEen zaak van lange adem

Commentaren Bijbelboek Openbaring

Commentaren Bijbelboek Openbaring

Bij de prekenserie over Openbaring heb ik de volgende boeken gebruikt:

(1) Dit recente commentaar van Klaus BergerDie Apokalypse des Johannes
die-apokalypse-des-johannes-kommentar-978-3-451-34779-5-49193

Het bijzondere aan dit commentaar is: (a) Bergers grondige kennis van de Joodse apocalyptiek en (b) Bergers grondige kennis van de receptiegeschiedenis. Bij elke perikoop geeft Berger ook aan op welke manier dit gedeelte door de eeuwen heen in liturgie en preken is opgenomen.  (c) Bijzonder is ook dat zijn commentaar is opgedragen aan de herinnering van de kathedraal, die in zijn geboorteplaats stond. Deze kathedraal van 800 jaar oud moest plaats maken voor een kazerne die na 80 jaar werd afgebroken. (d) Bergers combinatie van wetenschappelijke exegese en meditatieve overweging van dit bijbelboek. Berger is ook eigenzinnig in de uitleg. Soms storend, vaak prikkelend. Ondanks de hoge prijs een mooie aanwinst voor de exegese van Openbaring.

(2) Dit recente commentaar van Craig R. Koester.
revelation.jpg
Ook Koester is een kenner van de apocalyptiek. Steeds een sterke exegese, waarbij je als lezer merkt dat Koester dit bijbelboek begrijpt. Dit commentaar bevatte voor mij veel eye-openers en maakte voor mij het ook aangeschafte commentaar van Beale eigenlijk overbodig.

(3) Op de een of andere manier heb ik iets met Ben Witherington III. Daarom heb ik ook zijn commentaar op Openbaring aangeschaft.
517oj1kW+lL._SX331_BO1,204,203,200_
Zijn commentaar is beknopt en to-the-point. Prettig om mee te werken. Zijn specialiteit: aandacht voor de rethotiek en de socio-historische achtergrond van Openbaring. Steeds legt Witherington uit hoe Openbaring gelezen moet worden in de context van het Romeinse imperium.

(4) Ook het commentaar van Gregory K. Beale schafte ik aan.
682076
Vooral omdat dit commentaar werd geroemd vanwege de aandacht voor het Oude Testament in Openbaring. Een nuttig commentaar, maar zoals ik al schreef: naast het commentaar van Koester niet echt nodig.

Naast deze meer wetenschappelijke commentaren gebruikte ik nog twee meer meditatieve commentaren, die geschreven zijn met kennis van de wetenschappelijke exegese:

(5) Marva J. Dawn, hoogleraar theologie, die te maken heeft met allerlei ziekten en lichamelijke handicaps vond in Openbaring Vreugde (met hoofdletter!) in Christus beschreven.
download
Vanuit de kennis van de exegese en vanuit haar eigen ervaring schreef ze een uitleg van Openbaring: Joy in Our Weakness, waarin de nadruk ligt op de volharding en de trouw aan Christus in een wereld vol verleidingen. Net als al haar andere boeken zeer de moeite waard!

(6) Ook Eugene H. Peterson schreef een boek over Openbaring. Het enige boek dat in het Nederlands (alleen tweedehands) verkrijgbaar is: Laatste woorden. Net als het boek van Dawn geschreven met het oog op de gemeente. Voor Peterson is Johannes, de schrijver van het bijbelboek Openbaring allereerst pastor.
989104.jpg

Naast deze boeken heb ik nog twee boeken thuis liggen die ik incidenteel gebruikte:
(7) K. Schilder, Openbaring en het sociale leven
(8) K.H. Miskotte, Hoofdsom der historie

Lid zijn van de kerk van de toekomst

Lid zijn van de kerk van de toekomst
Lezing Emèt Qenee, C.S.F.R. Dispuut Eindhoven
23 mei 2017

Door de studentenvereniging Emèt Qenee uit Eindhoven (onderdeel van de C.S.F.R.) was ik gevraagd om een lezing te geven over de toekomst van de kerk. Ik heb daarbij stil gestaan bij de rol die deze studenten daarin kunnen hebben.

Voor vanavond ben ik gevraagd om te spreken over hoe jullie als christelijke studenten je kunt voorbereiden op de cultuur die komt. Na wat doorvragen begreep ik dat het er vooral om ging om in jullie eigen omgeving waarin je nu verkeert, het evangelie te kunnen delen. Daar wil ik graag met jullie over nadenken. De uitnodiging om hier voor jullie te komen spreken heeft mij wel verrast. Ik ben sinds 2011 predikant in één van de meest kerkelijke regio’s van Nederland.  Uit een plaatselijk onderzoek van de Christenunie bleek  dat 30% van de inwoners van onze burgerlijke gemeente een kerk bezoekt. Mensen die geen lid van de kerk zijn, zijn een minderheid. Daarnaast ben ik ook predikant in een dorp, waarbij weinig jongeren gaan studeren. Dan mag ik met jullie nadenken hoe je christen kunt zijn  in een academische, veelal seculiere context.

Missionaire wending
Daar ben ik niet voor opgeleid: dat nadenken over het evangelie in een cultuur waar geloven niet meer vanzelfsprekend is. De huidige Protestantse Theologische Universiteit is daar gelukkig meer mee bezig dan de theologische faculteit in mijn studententijd. Binnen de kerk heb ik dat ook niet meegekregen.
In Veenendaal, waar ik opgroeide was het gewoon om naar de kerk te gaan en mensen die niet gingen, hadden vaak hun redenen om niet te gaan en zetten zich nogal eens af tegen de kerk.
Ook binnen heel veel kerken in Europa is er een omslag gekomen, waarbij het besef gekomen is, dat een kerk niet zonder het uitdragen van de boodschap kan. De Anglicaanse Kerk nam een rapport in 2004 aan Mission-Shaped Church en stimuleert Fresh expressions of Church, waarbij andere Engelse kerken meegingen. De toonaangevende theoloog Eberhard Jüngel verklaarde voor een synode van de EKD in 1999 dat missie tot het wezen van de kerk behoorde. Daarop volgde een Imulspaper “Kirche der Freiheit” (2006) en werd een Instituut voor Onderzoek naar Evangelisatie en Gemeenteontwikkling dat bewust werd verbonden aan een universiteit die in het onkerkelijke Oost-Duitsland is. Ook de Protestantse Kerk in Nederland heeft  vanaf haar start in 2004 een missionaire kerk willen zijn. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat andere kerken, zoals de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, hier al veel meer mee bezig waren met gemeentestichtingen.

Zoektocht
Binnen kerk en theologie zijn we bezig met een omslag naar een meer missionaire kerk. Dat is wel een zoektocht voor kerken, ambtsdragers en gelovigen. Wat steeds meer gebeurt, is dat ervaring uit de zending en uit de zoektocht naar een meer missionaire kerk  verwerkt wordt binnen de kerken en de theologie, zoals meer oog voor onze cultuur en dat verwerken in het uitdragen van het evangelie, meer aandacht voor discipelschap, dwz: het evangelie tonen door je houding, door je daden in het leven van alledag.
Naar mijn idee kan een missionaire houding ook weer leren van discussies binnen de meer klassieke terreinen van de praktische theologie, zoals homiletiek, liturgiek, pastoraat,  cultuurduiding, enz.

Keuzedwang
Voor ik dat uitwerk, eerst nog even dit: De omslag naar een meer missionaire kerk heeft onder andere te maken dat de kerken kleiner worden en dat dit proces bij lange na nog niet gestopt is. In onze tijd is het niet meer vanzelfsprekend om te geloven en al helemaal niet meer bij een kerk te horen. Wie nu wel blijft geloven, maakt meestal toch ergens een min of meer bewuste keuze. Tegelijkertijd komen we in een tijd, waarin de manieren van vroeger niet altijd meer werken. Het is noodzakelijk om na te denken over de vormen van kerkzijn en geloven,  en ook over de inhoud van dat geloof. Je kunt dus niet zomaar meer terugvallen op wat je van thuis hebt meegekregen. Je hebt in je leven een scala aan mogelijkheden om uit te kiezen: van actief kerklid, tot randlid, tot afzijdig, onverschillig, atheïst of een ander geloof.
In 1981 publiceerde de socioloog Peter L. Berger al Zwang zur Häresie. Daarin gaat het erom, dat omdat er zoveel is om te kiezen, je moet kiezen en je haast niet ontkomt om verkeerd te kiezen. Die enorme mogelijkheden om te kiezen, kom je op heel veel terreinen tegen.

Het leven als project
Omdat jouw leven anders is dan die van je ouders en helemaal die van je grootouders, kun je je in je maatschappelijke carrière en je beroep niet meer spiegelen aan wat zij deden. Je moet je eigen leven uitstippelen, bewust erover nadenken, wat jij met je leven doet met het risico, dat je ook verkeerd kunt kiezen. Dat is zowel een voorrecht als een last als een mogelijkheid.
Het is een voorrecht om verder te studeren. Ik zie dat in Oldebroek: de oude generatie heeft alleen lagere school. Die generatie heeft veel geld opzij gelegd om hun kinderen te laten doorleren. Die middengeneratie heeft de middelbare school afgerond. Hun kinderen konden weer met het geld van ouders doorleren een vervolgopleiding doen. De financiële positie en de levensomstandigheden zijn enorm verbeterd: emancipatie!
Het geeft wel een generatiekloof: de kinderen en kleinkinderen maken door hun verbeterde maatschappelijke en financiële positie andere keuzes dan (groot)ouders zouden doen: met keuze voor werk, werkdruk, vakanties enz.
De last is dat de middengeneratie en de huidige generatie moet nadenken over wat zij willen. Zij mogen gaan doen wat zij willen, want daar is vaak de mogelijkheid voor, maar ze moeten ook hun eigen leven uitstippelen. Het leven wordt zo een eigen project, waar jij zelf verantwoordelijk voor bent. Als jouw levensproject slaagt, dan heb je het goed gedaan, maar als het project van jouw leven misloopt, ben je zelf verantwoordelijk, of misschien wel schuldig.
Zelf zie ik deze generatie zoveel ballen tegelijk in de lucht houden, omdat je het haast niet kunt permitteren om er een te laten vallen, want stel je voor dat juist die bal die je hooghoudt je gelukkig maakt. Dat project van het leven met de verantwoordelijkheid om dat zelf vorm te geven en de mogelijkheid om te mislukken en vast te lopen, doet een enorm appèl op coaching en (geestelijke) begeleiding.
Mocht je wat willen betekenen als gelovige voor je medestudenten,  dan heb je hier een  belangrijk terrein: zorg en aandacht voor hoe iemand zijn eigen leven vorm moet geven of vormgeeft. Het valt mij steeds meer op, hoe belangrijk de levensbiografie van iemand is. Om een theoloog te begrijpen, zoek ik op internet vaak iets de biografie op en in pastorale gesprekken laat ik mensen eerst vertellen wie ze zijn. Dat is op zichzelf al verkondiging – iemand laten vertellen, maar daar kom ik nog op terug.

Persönlichkeitsspezifik Credo
Als je een ander leven hebt dan je ouders of grootouders, Dan kun je ook niet zomaar meer terugvallen op hoe zij het geloof beleefden en verwoordden. Het gaat er nu om, wat jij gelooft en wat jij aan jouw geloof hebt. Dat is niet alleen van belang, omdat jouw leven anders is dan die van de mensen voor jou, maar ook omdat de tijd anders is:  Geloof, kerk, geloofsbelijdenis, Bijbel – het is allemaal niet meer bekend. Je kunt niet meer volstaan met: ‘Mijn kerk zegt…’, ‘De Bijbel zegt…’
Het kan ook zijn, dat je nu in deze fase van je leven niet alles  voor je rekening neemt,  dat je een slag om de arm houdt met betrekking tot bepaalde punten. In het nadenken over het pastoraat wordt er gesproken over een persönlichkeitsspezifik Credo: het geloof, zoals jij op dit moment voor je rekening kunt nemen, wat je zelf onderschrijft. Je gelooft wordt daardoor authentieker, meer van jezelf. Doordat het geloof meer authentieker is, maak je de drempel voor de ander lager: Ook jouw geloof is niet perfect, ook jij als gelovige worstelt met vragenen hebt niet overal een antwoord op. Dat kan voor de ander de ruimte bieden om ook over geloof na te denken: Je hoeft niet alles gelijk te snappen en je mag ook mis zitten. In de kerkgeschiedenis is er niemand geweest die een perfect geloof heeft. Ook de grootste theologen hebben hun worstelingen gehad en de meeste gelovigen hebben hun twijfels en aanvechtingen. Het gaat er alleen hoe je er mee omgaat.
Dat kan het zwakke van dit persönlichkeitsspezifik Credo zijn, wanneer je niet in gesprek blijft met God, met de Bijbel of met anderen. Wanneer je geloof, zoals je dat beleeft, een soort status quo wordt en twijfel gekoesterd wordt als een fase waar je niet uit hoeft te komen. Voor mijzelf als predikant betekent dat dit authentieke Credo ook steeds in gesprek moet zijn met de Bijbel, met het credo van de kerk en met grote theologen uit verleden en heden. Voor mij was het een eyeopener om te ontdekken dat de Bijbel veel meer worstelde dan ik in mijn Schriftuurlijk-bevindelijke opvoeding meekreeg in preken en op catechisatie. Zelf merk ik dat ik steeds meer gereformeerder wordt, dan wel op een authentieke manier.
Om met anderen over het geloof te spreken,  mag je dus je eigen, niet-perfecte, soms fragmentarische geloof hebben. in onze traditie heet dat theologie van het kruis: God kiest de weg van de ondergang en vernedering, niet alleen met Christus, maar ook met Zijn koninkrijk. Als dat geloof maar een zoeken naar God blijft en naar een omgang met God blijft.

Wortelen
Wie in de zending gaat, krijgt eerst een uitgebreide kennismaking  met de cultuur van het gebied en moet daarin gaan wortelen. Wil je in deze tijd het evangelie kunnen uitdragen, dan betekent op z’n minst dat je je best doet om deze cultuur te begrijpen. Nog mooier is als je de cultuur ook echt aanvoelt, iets van jezelf wordt,  als je erin wortelt, als het je habitat wordt, als je van deze cultuur gaat houden. Dat geldt ook voor mij als predikant: ik kan niet goed preken maken als ik de cultuur niet snap, niet peil. Dat geldt ook voor de plaatselijke cultuur.  Ik kan geen goed predikant zijn als ik niet een bepaalde affiniteit heb met de plek waar mijn gemeenteleden wonen, als ik er niet onderdeel van ben.Inburgeren, aarden in een cultuur, is van belang. Voor jullie dat je inburgert in de studentencultuur, in de academische wereld. Je hoeft echt niet helemaal één te worden, in alles mee te doen, als je hen maar begrijpt, in wat hen bezighoudt, of probeert te begrijpen. Als je maar probeert de taal, de manier van leven,
van denken en reageren probeert te begrijpen. Als je er onderdeel van bent, dan zie je ook de schaduwzijden en kun je dat soms aan de orde stellen, maar dat werkt vaak het beste vanuit
verbondenheid en interesse voor de ander en de cultuur voor de ander.
Gebruik je academische houding om je cultuur te doorgronden, om dieper te peilen. Of om verrassende dwarsverbanden te leggen. Een van de verrassende dwarsverbanden, waar ik veel aan heb,  is het onderzoek van Motivaction: het onderzoek naar levensstijlen, dat in Nederland en vooral uit Duitsland benut wordt om na te denken, wat de verschillende levensstijlen betekenen voor het doorgeven van het evangelie.

Incarnationeel
Zending is vaak ook een beweging naar de ander toe. Soms letterlijk, dat je iemand anders opzoekt in zijn huis of op zijn kamer. In de 10 jaar dat ik predikant ben, heb ik gemerkt hoe bijzonder mensen het vinden als je de moeite neemt om hen op te zoeken. Dat heeft ook theologische betekenis. In het missionaire debat wordt de vergelijking gemaakt met de komst van Christus: Hij kwam naar de aarde, Hij zocht ons op, Hij deelde ons bestaan, onze manier van leven. In Christus liet zien dat God ons als mensen opzoekt. In het bezoeken van een ander kun je iets laten zien dat God mensen opzoekt, ook mensen die vanuit zichzelf niet zo snel een kerk binnenstappen, vanuit zichzelf niet zomaar over geloof zouden beginnen of zich open zouden stellen van God. Geregeld heb ik de indruk, als ik met gemeenteleden spreek, dat zij niet alleen met mij maar via mij ook met God in gesprek zijn. Je moet niet onderschatten op welke manier jullie voor iemand die niet gelooft een beelddrager kunt zijn van God, of zoals Paulus dat zegt: een leesbare brief. Iemand die God niet kent, die de Bijbel niet kent, ziet aan jullie wie God is. Jullie zijn voor diegene een zichtbare Bijbel, een belichaming van het evangelie.

Weerspiegelen van Christus

Dat vraagt veel van je houding: In je houding naar anderen toe weerspiegel je iets van Christus. Vandaar dat in de brieven in het Nieuwe Testament veel aandacht is voor onze levenshouding. Die keren dat ik erover preek, valt het me vaak op dat ik daar zelf zo weinig over hoorde. Vaak lag de nadruk op het eerste deel van de brieven,  op de rechtvaardiging van de goddeloze, op het komen tot Christus, niet op het groeien in Christus – uit angst wellicht voor werkheiligheid, dwz dat je eigen prestaties ertoe leiden dat je in de hemel mag komen. In de Bijbel ligt veel nadruk op integer zijn, op bereid zijn om de ander te dienen,
om de ander hoger te achten dan jezelf, om je niet door haat of jaloezie te laten leiden. Vanuit het besef dat je hier op aarde voor Gods aangezicht leeft en dat je bevrijd bent uit de macht van de zonde. Met een bepaalde levensstijl plaats je jezelf dan weer in die macht. Eugene H. Peterson, één van mijn theologische helden, legt veel nadruk op op de groei in geloof: tot de maat van de statuur van Christus, gezond in God en robuust in liefde (Efeze 4:13, 15). HSV: totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen  man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.
De Geest is bezig om ons daarin te vormen naar het beeld van Christus. Dat volledige, volkomen, perfecte beeld zullen we pas in de hemel hebben, maar dat wil niet zeggen dat we hier niets iets kunnen uitstralen. Paulus die scherp elke menselijke prestatie om bij God uit te komen afwijst, heeft ook juist veel aandacht voor het wonder van de Geest in ons leven, de Geest die aan ons leven vrucht laat groeien: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing – niet misschien, maar zal laten groeien.
Ik zeg er altijd bij: die vrucht, die zie je vaak niet, maar een ander ziet die wel. Die vrucht is zelden, wat jij wil uitdragen – want onze beste werken zijn met zonde bevlekt – maar wat je zelf niet doorhebt, wat voor jezelf haast gewoon is, dat straal je uit.

Basishouding
Ik maak nu een stap naar drie grondbeginselen die uit de psychologie van Carl Rogers komen en die in het pastoraat overgenomen zijn: echtheid, aanvaarding, empathie. Deze voorwaarden zijn niet helemaal een uitwerking van de vrucht van de Geest. Ik had ook kunnen kijken naar ethici voor wie karaktervorming belangrijk is (Alisdair McIntyre, Stanley Hauerwas, Samuel Wells), maar daar ben ik niet zo in thuis.

  • Echtheid (authenticiteit) is een voorwaarde voor communicatie met de ander.
    Echtheid is dat je in het hier en nu weet wat er in je omgaat en dat je vandaar uit communiceert.
  • Aanvaarding: je aanvaardt de hele persoon, met zijn positieve en negatieve kanten. Je veroordeelt niet iemand op wie hij is, wat zij zegt of doet, wat iemand bij je oproept. Zonder persé eens te zijn met de ander.
  • Empathie: proberen manier van denken en leven van de ander te begrijpen, alsof je de ander bent.

Deze 3 basishoudingen zijn niet het evangelie, maar wel behulpzaam om in gesprek te zijn met anderen, want ze leren je:
– authentiek te zijn, eerlijk over wat je zelf denkt en gelooft
– open en nieuwsgierig te zijn naar wat een ander beweegt, zonder direct in een kramp te schieten wat de ander aangeeft te moeten veroordelen en zorgen ervoor dat je in de ander meer ziet dan zijn opvattingen of haar levensstijl, maar de mens.die de ander is.

Levensverhaal
De mens die de ander is – in deze tijd is de biografie van grote betekenis. Ik heb dat al eerder iets over gezegd. Wat mij steeds weer opvalt, hoe bijzonder mensen het vinden als je over zichzelf kunnen vertellen, hun levensverhaal kunnen delen, als er iemand is die luistert naar wie ze werkelijk zijn. (Margriet van der Kooi: Tevoorschijn luisteren. Psalm 116:1 Want die getrouwe Heer, hoort mijn stem. Hij neigt Zijn oor.)
Wanneer je voor iemand iets wilt betekenen, heb dan oog en oor voor iemand levensverhaal. Wie een levensverhaal kan vertellen, bij iemand de openheid en belangstelling en ook de zorgvuldigheid vindt waarmee iemand omgaat met wat verteld wordt, opent een deur voor het evangelie. Dat evangelie zit allereerst in de luisterende, niet-veroordelende houding, maar ook in de vragen die gesteld worden en de overige interventies die gepleegd worden.
Dat vraagt soms een fijngevoelig instrumentarium en dat moet je ook ontwikkelen. In mijn tweede gemeente heb ik pas geleerd wat het betekent als iemand aangaf dat hij in Nederlands-Indië is geweest, welke gruwelijke ervaringen iemand heeft meegemaakt welke trauma’s hij heeft opgelopen, welke verliezen en welke teleurstellingen daarna.
Voor het luisteren naar levensverhalen is een zekere historische kennis van groot belang net als het signaleren van woorden, die de betekenis van iets aangeven. Vaak als je daarop doorgaat, gaat er een deur naar iemands hart open. Als je weet wat het overlijden van een ouder of broer of zus kan betekenen, als je weet hoe diep een teleurstelling er in kan hakken. Als je weet dat depressiviteit niet zomaar even iets is, maar een ongrijpbaar gebeuren, dat je in de greep houdt, zonder dat je er aan ontworstelt.

Niveau’s in het gesprek
1) Feiten: naam, geboortedatum, opleiding, achtergrond, levensloop.
2) Ervaring en gevoel

Wanneer iemand iets vertelt, kan het heel waardevol zijn om stil te staan bij wat het met de ander heeft gedaan. Een mogelijke reactie zou kunnen zijn:

– ‘Dat is nogal wat, wat je mij vertelt!’

– ‘Wat naar voor je!’

– ‘Ik zie dat het je nog steeds bezighoudt!’

– ‘Wat een mooi bericht!’

– ‘Het lijkt me nogal ingrijpend wat je mij vertelt. Hoe ben je er zelf onder.’
– Bijzonder dat je dat volhoudt

3) Betekenis en zin

Wanneer iemand iets vertelt, kan het heel waardevol zijn om stil te staan bij wat het voor de ander betekent. De ander kan een verlangen hebben, dat nu niet meer in vervulling kan gaan. Een droom die vervliegt. Of juist een droom die uitkomt, een blijde gebeurtenis.

– ‘Hoe ga je er mee om?’

– ‘Heeft deze gebeurtenis je veranderd?’

– ‘wat betekent dit voor je?’

– ‘Dat is net wat je nodig had, toch?’
– Waar gaat dat heen?

Soms weten mensen niet hoe ze er betekenis aan kunnen geven. De geloof en bijbel kan helpen om er betekenis aan te geven. Soms kan de betekenis ook zinloosheid en vertwijfeling zijn. In de klaagpsalmen worden ingrijpende gebeurtenissen verwoord. Wanneer mensen ontdekken dat dit in de bijbel staat, kan hen dat erkenning geven voor wat hen overkomt.

Op de opleiding kreeg ik een tip, voor als we in gesprek zouden komen met iemand van wie we niet weten, of hij of zij gelooft. We zouden dan kunnen vragen: “Waar haal je je kracht vandaan?”

4) Geloof

Na aandacht voor wat het met de ander doet en wat het voor de ander betekent, kan er ruimte ontstaan om iets over God te vertellen of naar Hem te vragen. Bij zulke vragen is het wel verstandig om God zelf te kennen en te leven uit de Bijbel.

– ‘Zou het je helpen als je wist dat er een God was?’

– ‘Hoe denk je dat God zou reageren op wat je meemaakt?’

– ‘Wat je nu vertelt, doet me denken aan iets uit de Bijbel. Mag ik je dat vertellen?’

(5) Christus)
Misschien moet er aan niveau worden toegevoegd: in Christus, als een ruimte waarin je komt,
nadat je gaat geloven of het geloof eigen maakt, geroepen uit de duisternis tot Zijn licht.

Verboden en verborgen
Die niveau’s helpen mij om twee redenen:  Allereerst laten ze zien dat het spreken over het geloof niet zomaar gaat. Dat er heel wat nodig is aan vertrouwen, aan onderweg zijn in een  gesprek. De praktisch-theoloog Manfred Josuttis spreekt over het heilige en dat is een verboden en verborgen zone. In onze tijd, die vaak seculier is, mag je daar niet zomaar komen (verboden) en veel mensen weten niet meer de weg naar dat heilige (verborgen). Wat je als gelovige kunt betekenen, is dat je een gids bent, die iemand meeneemt op dat verboden en verborgen terrein, omdat je zelf weet welke fijngevoeligheid er nodig is om geloof, het leven met God, het leven in Christus aan de orde te stellen. Daarnaast helpen deze fasen mij juist als een weg om het geloof wel aan de orde te stellen. Het volgen van die niveau’s brengt diepgang in het gesprek, een openheid voor de ander, Voor wat de ander denkt en beleeft, welke betekenis hij of zij aan zijn of haar leven geeft. Om een voorbeeld te geven: Je komt in contact met een medestudent: je vertelt aan elkaar hoe je heet, welke richting je volgt, misschien waar je woont en waar je vandaan komt. In het tweede niveau geef je daar een waardering aan in positieve of nieuwsgierige zin, als een erkenning, waarmee je laat zien dat je je in een ander wilt verdiepen. Dat kan een uitwisseling zijn van hoe je de studie beleeft.
Vaak blijven de gesprekken op deze manier steken en als het klikt ga je misschien op een andere keer verder.
Niveau 3 gaat over de betekenis voor iemand, de zingeving. Misschien betekent zo’n studie heel wat,  ligt er een soort persoonlijke roeping aan ten grondslag, of is het een soort emancipatie. Misschien juist vanuit het gevoel dat iemand niet weet wat hij of zij met het leven aan moet. De studie kan verrijkend zijn, waardoor je als persoon groeit, je kunt tijdens de studie vastlopen, afstompen, een gevoel: is dit nu. Zorgvuldig luisteren op de eerste 3 niveau’s, naar de woorden met een diepere betekenis – ‘symbolen’ die meer verraden – geven een openheid voor de persoon. wanneer er genoeg openheid en vertrouwdheid is, kan het ook mogelijk worden om het geloof te delen, op een voorzichtige manier,  meer tastenderwijs, vragenderwijs of het voor de ander iets kan betekenen.

Empathieve spiritualiteitskritiek
Misschien hoor je wel allerlei dingen, waar je zelf niet gelukkig van wordt, die je zelf liever anders zou zien, een soort vage spiritualiteit, of een mix aan allerlei vormen, een andere godsdienst. Van de godsdienstsocioloog Paul Zulehner heb ik het woord empathieve spiritualiteitskritiek geleerd: Je hebt kritiek op de spiritualiteit van de ander, maar je doet wel je best om het denkkader en manier van leven te begrijpen en vanuit dat begrip reageer je, niet om de ander onderuit te halen, maar juist om de ander verder te helpen. Het is kritisch op een respectvolle manier, ten dienste van de ander.

Levende relatie
Kun je zomaar wat inbrengen, kun je het met de ander zomaar over God en geloof hebben? Wie psychologie studeert, leert misschien wel dat het inbrengen van iets nieuws wat buiten het denkkader of manier van leven van de ander zorgvuldig moet gebeuren. Je moet zelf weten wat je doet. Tegelijkertijd leert iemand als persoon vooral door nieuwe inzichten, door in contact te komen met een vreemde wereld. Inbrengen in een gesprek werkt vooral vanuit een authentieke houding en vanuit respect én zorgzaamheid voor de ander. Hier weer dat persönlichkeitsspezifik Credo, je reageert authentiek vanuit je eigen omgang met God. Vanuit wat voor jezelf belangrijk is, vanuit waar je zelf nog niet uit bent of begrijpt. Om het geloof uit te kunnen dragen, is het nodig  om zelf een levende relatie met Christus te hebben. Om het geloof niet te zien als een systeem van waarheden dat verdedigd moet worden, Maar als een samenzijn met God dat je de ander ook zou gunnen.
Dat is van belang om te onthouden, dat het geloof niet een systeem is,  een levensbeschouwing alleen, een set van waarheden en regels waaraan je je houdt. Geloven is een manier van leven, met rituelen, zoals bidden en Bijbellezen, kerkgang, zegen ontvangen, het goede over anderen doorgeven, verduren en ondergaan. Die manier van leven raakt steeds meer naar de achtergrond, omdat er weinig aanraking meer is met vormen van christelijk geloof. Tegelijkertijd zijn er nog steeds zulke aanknopingspunten: Iemand die op tv the Passion ziet, een concert bezoekt met muziek van Bach of Händel, de trouwdienst van een studiegenoot of een collega bezoekt. Een uitdaging en een taak om ook hier te laten zien,
dat het christelijk geloof misschien wel een kwetsbaar, niet voor de hand liggend geloof is,
maar nog steeds levend, een manier om God te ontmoeten,  om met Hem in aanraking te komen, om van Hem te horen en met Hem te leven. Als het gaat om het beleven van het christelijk geloof, het levend houden door viering, kunnen we juist veel leren van andere christelijke tradities.
In onze protestantse traditie hebben we heel wat vormen weggedaan, waardoor God op een afstand is komen te staan,  geloven veel meer een intellectueel gebeuren is geworden, minder een manier om de werkelijkheid van God ‘binnen te gaan’. Het is een uitdaging om vormen te vinden, die in deze tijd helpen om God te beleven en te vinden. Tish Harrison Warren – Liturgy of the Ordinary heeft een boek geschreven, waarbij ze alledaagse rituelen verbondt aan rituelen uit de christelijke traditie: bed opmaken, kruisje bij het opstaan, tanden poetsen als gebed. Die vormen helpen ook om voor anderen te bidden, bij God te brengen. Die vormen helpen ook met wachten op Gods tijd. (Markus 4:26)
(Warren werd later studentenpastor en gaf als advies dat je als student goed moet slapen en je nachtrust moet nemen. Ze zegt erbij: het is altijd het beste geestelijke advies dat ik kan geven.

Samaria
Eugene H. Peterson schreef in Tell It Slant over de reis van Jezus naar Jeruzalem (Lukas 9-19). Deze weg gaat door Samaria. Samaria is het gebied, waarin mensen vijandig of onverschillig zijn ten opzichte van God. Op de weg door Samaria doet Jezus iets bijzonders. Hij voert gesprekken. Hij vertelt verhalen over het gewone alledaagse leven, gelijkenissen die – zonder dat ze over God gaan – aan het nadenken zetten over God. Geen verkondiging of onderwijs, maar alledaagse gesprekken, alledaagse verhalen. Dat is wat we in Samaria kunnen doen. Niet prediken of betweterigheid, maar ruimhartige gesprekken met aandacht voor de vragen die mensen hebben. Ons laten bevragen op ons geloof. Verhalen vertellen die tot nadenken stemmen over God. Niet speciaal geestelijke verhalen, maar gewone alledaagse verhalen die toch iets onthullen over Gods liefde, Gods geduld en barmhartigheid, een uitnodiging zijn om ook kennis te maken met de Heere.












Gods geduld (meditatie)

Gods geduld (meditatie)

Het geschiedde, toen de dagen van Zijn  opneming vervuld werden, dat Hij Zijn aangezicht naar Jeruzalem keerde om daarheen te reizen. (Lukas 9:51)

Toen de discipelen Jakobus en Johannes dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt U dat wij zeggen dat er vuur van de hemel moet neerdalen en hen verteren, zoals ook  Elia gedaan heeft? (Lukas 9:54)

En hij antwoordde en zei tegen hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, totdat ik om hem heen gegraven en hem bemest heb (Lukas 13:8)

Jezus gaat op weg naar Jeruzalem. Hij kiest daarvoor wel een ongebruikelijke route: door Samaria. Samaria is ander gebied dan Galilea en Jeruzalem. Galilea was het gebied waar Hij rondtrok, verkondigde, onderwijs gaf, genas. Jeruzalem is de stad van de tempel, de stad waar God woning heeft op aarde, een heilige stad. Ook de stad van Golgotha, de plaats waar Jezus zal lijden en sterven. De stad van de Olijfberg waar vandaan Christus weer terug gaat naar de hemel.

Samaria is een gebied waar de mensen anders zijn: een ander geloof hebben, onverschillig zijn of zelfs vijandig. Op reis door Samaria vindt Jezus geen onderdak. De mensen in Samaria zijn ongastvrij, een grove belediging in die contreien. Zou onze tijd ook niet een soort Samaria zijn? Een tijd waarin mensen anders geloven? Waarin mensen mensen onverschillig zijn of zelfs vijandig zijn ten opzichte van Christus? Op zondag is er dan even een Galilea of een Jeruzalem, waar je samen met de gemeente bent, maar doordeweeks Samaria: kritische vragen van collega’s, schampere opmerkingen, schouderophalen. Opmerkingen als: ‘Dat moet jij zelf weten. Het boeit mij niet.’

Op de weg door Samaria doet Jezus iets bijzonders. Hij voert gesprekken. Hij vertelt verhalen over het gewone alledaagse leven, gelijkenissen die – zonder dat ze over God gaan – aan het nadenken zetten over God. Geen verkondiging of onderwijs, maar alledaagse gesprekken, alledaagse verhalen. Dat is wat we in Samaria kunnen doen. Niet prediken of betweterigheid, maar ruimhartige gesprekken met aandacht voor de vragen die mensen hebben. Ons laten bevragen op ons geloof. Verhalen vertellen die tot nadenken stemmen over God. Niet speciaal geestelijke verhalen, maar gewone alledaagse verhalen die toch iets onthullen over Gods liefde, Gods geduld en barmhartigheid, een uitnodiging zijn om ook kennis te maken met de Heere.

Het geestelijke en het alledaagse zijn niet gescheiden. Het geestelijke is alledaags en het alledaagse kan heel geestelijk zijn. Onze omgang met Christus vraagt dezelfde taal als onze omgang met onze vrienden. En omgekeerd: onze omgang met onze vrienden vraagt dezelfde taal als onze omgang met Christus. Onze gereformeerde traditie heeft altijd een grote waardering gehad voor het gewone alledaagse leven. Daar heeft God ons geplaatst. We leven niet alleen op de zondag. Niet alleen in Jeruzalem of Galilea, maar ook in Samaria. Ook op maandag tot zaterdag.

Op de reis door Samaria is er afwijzing en tegenstand. De zonen van Zebedeüs hebben daar wel een oplossing voor: weg ermee. Vuur uit de hemel. Religieuze ijver zoals Elia had.
In de kerk zijn er vaak zonen van Zebedeüs geweest, die tegenstand uit het evangelie met geweld uit de weg wilden ruimen. Soms letterlijk geweld, door mensen die anders denken en geloven om te brengen. Soms met verbaal geweld, door zulke mensen scherp te bestrijden. Door zulke mensen buiten de gemeenschap te plaatsen.

Jezus houdt ze tegen en houdt hen iets anders voor: geduld. Even later zal Hij een verhaal vertellen over een vijgenboom, die geen vrucht draagt. Al 3 jaar niet. De eigenaar wil de boom omhakken. De tuinman zegt: ‘Nee. Laat mij nog een jaar werken en deze boom voeden.’ Het voeden is geen gemakkelijk werk. Ook niet binnen de kerk. Voeden vraagt geduld en volharding, terwijl je niet weet of de boom nog vrucht kan dragen. Het tegendeel zal eerder het geval zijn: vruchteloos zwoegen.

Het is makkelijker om radicaal overnieuw te beginnen. Nee, zegt Jezus. Er zijn tijden waarin je alleen maar moet voeden en hoop moet houden, dat een boom zonder vrucht toch vrucht zal dragen. Is dat niet onze roeping als gemeente? In volharding en vol geduld voedsel geven. In de verwachting dat Gods zelfs het meest doodse tot leven kan wekken. Geen mens, hoe onverschillig of vijandig, is buitengesloten van de mogelijkheid om door God gevonden te worden.

(Nav de eerste hoofdstukken van: Eugene H. Peterson, Tell It Slant)

Heb lief! Over een verhaal van een Samaritaan die goed doet.

Heb lief! Over een verhaal van een Samaritaan die goed doet.
Eugene H. Peterson – Tell It Slant (2)

Lukas heeft in zijn evangelie een ‘reisverslag’ van de weg die Jezus gaat vanuit Galilea naar Jeruzalem. Hij gaat daarbij door Samaria heen. In het eerste hoofdstuk van Tell It Slant zegt Eugene H. Peterson dat Samaria grensgebied, tussenin is: niet het Galilea waar Jezus rondtrok en verkondigde en niet het Jeruzalem van de tempel en Golgotha. Samaria is het gebied waar mensen vijandig zijn of waar mensen vanwege hun onverschilligheid geen band met God hebben. Het eerste verhaal dat Jezus vertelt op die reis is het verhaal van een Samaritaan die goed doet: de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan (Lukas 10:25-37).

Drop-outs
Voordat Jezus dit verhaal vertelt, gaat de aandacht eerst naar 3 drop-outs, die Jezus niet kunnen of willen volgen:
– Een man die zegt dat hij Jezus wil volgen. Het antwoord van Jezus is dat Hij niet in hotels verblijft, maar geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. De man verdwijnt daarop uit beeld.
– Er is een man die Jezus wel wil volgen, maar dan op eigen voorwaarden.
– Een man die best Jezus een keer zou willen volgen, maar nu nog niet. Hij is er nog niet klaar voor. Jezus gaat niet in op deze voorwaarden. We volgen Jezus op de voorwaarden die Hij stelt.

Uitgezondenen
Als contrast van de drie drop-outs krijgen we te horen van 72 mensen die Jezus wel gehoorzaam zijn. Zij trekken er op uit op bevel van Jezus. Jezus bereidt hen voor op weerstand, op oppositie. Niet iedereen in Samaria zal enthousiast reageren op de boodschap dat het koninkrijk van God gekomen is.

Oordeel
De weigering om te geloven is een serieuze aangelegenheid, want Jezus spreekt in het oordeel. Alleen als Hij over het oordeel spreekt, heeft Hij het niet meer over Samaria, maar heeft Jezus het opeens over steden uit Galilea, waar Hij rondtrok, verkondigde en onderwijs gaf: de ‘evangelische driehoek’ van Chorazin, Bethsaïda en Kapernaüm.
Wat Jezus hiermee wil aangeven is: verwacht weerstand hier in Samaria, dat vijandig kan zijn of op zijn minst onverschillig zal reageren, maar ga er niet vanuit dat deze weerstand tegenover de boodschap van het aangebroken koninkrijk van God uniek is voor de vijandige of onverschillige Samaritanen. Ook in Galilea is er deze weerstand.

Verrast door vreugde
De 72 mensen die uitgezonden zijn, zijn overweldigd door de positieve reacties. Tijdens hun missie onder de Samaritanen worden de uitgezondenen ‘verrast door vreugde’. Bij terugkomst worden ze wel weer gewaarschuwd door Jezus: ze lopen het gevaar om het bijzondere centraal te stellen en dat ze daarbij de kern vergeten. De kern is dat ook hun eigen namen in de hemel geschreven moeten staan in het boek van het leven.

Reacties op de boodschap
Deze twee uitersten – de 3 drop-outs die Jezus niet kunnen of willen volgen en de 72 mannen die gehoorzaam op pad gaan en overweldigd worden door de positieve respons – geven een realistisch beeld van hoe er in dat vijandige of onverschillige Samaria op de boodschap van het koninkrijk van God gereageerd wordt. Deze verhalen laten zien dat het uitdragen van de boodschap onder mensen die vijandig of onverschillig zijn gepaard gaat met zowel teleurstelling als met grote vreugde.

Wetgeleerde
Dan komt er iemand bij Jezus. Iemand van wie niet de naam wordt genoemd maar wel de functie: een wetgeleerde. Vandaag de dag zou je kunnen zeggen: hoogleraar theologie, bijbelwetenschapper. Hij wordt geïdentificeerd met zijn werk. De taak van deze bijbelwetenschapper is om uit te maken of het beroep wat mensen doen op de Bijbel terecht is. Hij komt om Jezus aan de Bijbel te toetsen.

Toetsen
Het toetsen aan de Schrift is helemaal niet verkeerd. De intentie hoeft niet gemeen te zijn. Het werk van deze hoogleraar is een serieuze zaak. Niemand wil een messias die niet de toets van de Schrift kan doorstaan. De norm voor messias is daarvoor te hoog. Jezus wordt vaker getoetst en op de proef gesteld. Nog voor zijn publiek optreden wordt hij getoetst door de satan. Tegen het einde van Zijn missie op aarde wordt Hij op de proef gesteld in de hof van Gethsemané. Tijdens de laatste maaltijd geeft Jezus aan: ‘Jullie zijn altijd bij mij geweest in verzoekingen.’ (Lukas 22:28) Een van die toetsen is de vraag van de wetgeleerde.

Toets via vraag om persoonlijk advies
Er komt een deskundige bij Jezus om Hem te toetsen. De toets is verpakt in een serieuze vraag om persoonlijk advies over het verkrijgen van het eeuwige leven. Deze wetgeleerde weet wat hij doet. Hij weet dat als je iemand toetst door een vraag te stellen diegene ontwapend is en zich niet bedreigd voelt. Wanneer je iemand om persoonlijk advies vraagt is dat minder aanvallend dan wanneer je iemand ter verantwoording roept. Een vraag om advies laat iets van respect zien.

Wedervraag
De man is geen partij voor Jezus, want hij krijgt van Hem een vraag terug. Toen Elie Wiesel wel eens gevraagd werd waarom Joden zoveel vragen stellen, stelde hij een wedervraag: waarom niet?In de reactie van Jezus zien we hoe Jezus de taal gebruikt: niet om te verkondigen of om te interpreteren, maar om de conversatie aan te gaan. Een conversatie nodigt uit tot participatie en bewerkstelligt participatie. De wetgeleerde moet nu zelf een antwoord geven. De rollen zijn omgedraaid. Jezus keurt het antwoord goed en geeft de man een opdracht: handel op deze manier en je zult leven!

Zelfrechtvaardiging
Alleen als je je niet op je gemak voelt of als je zelf aanvoelt dat je niet helemaal goed zit, ga je jezelf rechtvaardigen. Wat gaat er dan mis? Waarover voelt de wetgeleerde is ongemakkelijk? Met zijn professionele competentie is niets mis. Hij kent de Schrift. Door de vraag van Jezus wordt hij gedwongen na te denken over zijn levenshouding, over hoe hij is. Misschien voelt hij aan dat hij niet betrouwbaar is in een relatie die hem op de weg van lijden kan brengen. Heeft elke relatie dat niet in zich? Misschien dat hij niet bereid is om zich in te zetten in een relatie die om liefde vraagt. Misschien dat hij zich niet waagt aan een relatie met God of de mensen om zich heen, omdat een relatie onzekerheden en risico’s met zich meebrengt.

Zelf getoetst
De wetgeleerde wordt nu zelf persoonlijk betrokken in de toets. Ook hij moet de toets ondergaan. De wetgeleerde, die ondanks de wedervraag en de opdracht van Jezus nog niet overtuigd is van Jezus’ orthodoxie, gaat opnieuw een vraag stellen: ‘Wat is uw definitie van “naaste”?’ Lukas geeft weer dat de man zichzelf wilde rechtvaardigen. De man is expert in godsdienstige gesprekken. Hij weet dat iemand zich – zelf een heel leven lang – kan verschuilen achter godsdienstige vraagstukken.Hij moet gedacht hebben dat hij met
zijn wedervraag zich er op een goede manier uit redde. Aangeven wat je naaste is, is ontzettend moeilijk. Het is gemakkelijker om te omschrijven wie God is dan om aan te geven wie je naaste is.

Stereotypen
Door een verhaal te vertellen daagt Jezus de man uit nog meer te participeren. Hij nodigt door de gelijkenis de man uit om over zichzelf na te denken. Op deze weg door Samaria vertelt Jezus een verhaal aan een Joodse deskundige op geloofsgebied. Bewust van de stereotypen die leven vertelt Jezus een verhaal over een man die over een Joodse weg gaat en overvallen wordt. Drie keer wordt deze man – is het een Jood? – in de steek gelaten: door de overvallers, door een priester en een Leviet. Net als de wetgeleerde waren de priester en de Leviet ingewijd in de betekenis van de torah. Zij waren ervoor om het volk te onderwijzen in het liefhebben van God en de naaste, om het volk in te wijden en aan te spreken. Het is een Samaritaan die de man verpleegt en wegbrengt naar een betere plek.

Naaste
De hele conversatie tussen de wetgeleerde en Jezus draait om vragen. De definitieve vraag komt bij Jezus vandaan: Wie werd een naaste? De wetgeleerde moet het antwoord geven: die barmhartigheid heeft laten zien. Het verhaal van Jezus definieert niet wat een naaste is, maar creëert een naaste. Het verhaal van Jezus doorkruist alle mogelijke definities van ‘naaste’. De vraag is voortaan: ben ik een naaste? ‘Je kunt een naaste niet definiëren; je kunt alleen een naaste zijn.’ (Heinrich Greeven)

Heb lief!
Het leidende woord, hoewel niet nadrukkelijk aanwezig, is een werkwoord in de gebiedende wijs: heb lief! Het gebod om lief te hebben is de rode draad door de gehele conversatie. Liefde als zelfstandig naamwoord is een ingewikkeld woord, waar psychologen, filosofen en theologen veel woorden aan gewijd hebben om de culturele uitingen, de emotionele reacties en de psychologische nuances te verwoorden. In de Bijbel is liefde niet een woord waarover gediscussieerd wordt. Liefde als zelfstandig naamwoord komt in de Schrift voor. Maar vaker is het een werkwoord: zo lief heeft God de wereld gehad.

Verbeelding
Als een gebiedende wijs vraagt het om een houding van gehoorzaamheid, om in praktijk gebracht te worden: heb lief! ‘Ga en doe net zo!’ zegt Jezus. Geen vragen meer, geen antwoorden, geen veilige woorden over God of christelijk jargon (godtalk). De verhalen die Jezus vertelt spreken tot onze verbeelding om ons tot liefhebben uit te nodigen. Geen onpersoonlijke discussies meer, maar gehoorzame participatie, gehoorzame volgelingen op de weg van Jezus door Samaria.

Antwoord
Begreep de bijbelwetenschapper de opdracht die in het voor hem zo vertrouwde liefdesgebod wel? We kunnen die vraag niet beantwoorden. We kennen alleen ons eigen antwoord en onze eigen verhalen.

N.a.v.: Eugene H. Peterson, Tell It Slant. A Conversation on the Language of Jesus in His Stories and Prayers.  Serie: Conversations in spiritual theology, deel 4 (Grand Rapids / Michigan: Eerdmans, 2008) 32-43.

Discipelschap leer je op reis door Samaria

Discipelschap leer je op reis door Samaria, waar mensen onbekend zijn met of onverschillig zijn ten op zichte van Jezus.

Als Jezus het Woord is dat vlees geworden is (Johannes 1:14), dan is taal van grote betekenis voor spiritualiteit. Eugene H. Peterson is niet alleen predikant en hoogleraar Spirituele theologie geweest, maar is ook dichter. In zijn dagelijks leven en daarmee ook in zijn geestelijk leven spelen taal en literatuur een grote rol. Tijdens zijn predikantschap las hij intensief de romans van Dostojeski, die hij in zijn agenda inplande als ‘gesprekken met FD’. 

Gesprekken
Gesprekken zijn van grote betekenis voor spiritualiteit. Naast verkondiging en onderwijs heeft de kerk altijd de waarde ingezien van gesprekken. Niet alleen van diepgaande, filosofische gesprekken over God en geloof, maar ook van alledaagse gesprekken. Juist die gewone alledaagse gesprekken kunnen diep spiritueel zijn. Voor Peterson is er geen specifieke spirituele taal en zijn het dagelijks leven en het geestelijk leven geen twee gescheiden werelden. Hij beroept zich daarvoor op de gesprekken die Jezus voerde, zoals die door het evangelie van Lukas zijn doorgegeven.

Alledaags
In zijn evangelie geeft Lukas aan ons 10 door Jezus vertelde gelijkenissen door, die niet zijn opgenomen in de andere evangeliën. Deze gelijkenissen zijn alledaagse verhalen over alledaagse onderwerpen. In het alledaagse geven ze iets van God door. Het bijzondere van gelijkenissen is dat het verhalen zijn, die ons erbij betrekken. Door de gelijkenissen zijn we opeens, zonder dat we er op bedacht zijn, bezig met God.

Verkondiging
De gesprekken zijn een derde vorm van taalgebruik – naast de verkondiging en het onderwijs. De verkondiging is proclamatie; de verkondiging benoemt wat God nu doet, in het hier en nu, op deze plaats, in deze tijd. Verkondiging is het goede nieuws, dat God de levende is, die aanwezig is en heel concreet handelt in het hier en nu. Verkondiging betrekt ons op God die aanwezig is en handelt – Hij is aanwezig en handelt voor mij. In het evangelie van Markus staat voor Peterson de verkondiging voorop.

Onderwijs
Een tweede vorm is het onderwijs, waarin we te horen krijgen wat het leven als christen in het dagelijkse bestaan inhoudt: Wat het betekent om volgens het koninkrijk van God te leven. Wat het inhoudt met Christus gekruisigd te worden en op te staan tot een nieuw leven (to live the crucifixion and resurrection life). Dit onderwijs gebeurt onder andere door het herscheppen van onze verbeelding, door ons metaforen te geven. Peterson koppelt het onderwijs aan het evangelie van Mattheüs.

Gesprekken als derde vorm
De gesprekken zijn een derde vorm. Deze derde vorm ziet Peterson in het evangelie van Lukas naar voren komen. Lukas vertelt over informele gesprekken die Jezus heeft, met woorden uit het alledaagse leven en over onderwerpen uit het dagelijks leven. Tijdens deze gesprekken bereidt Jezus Zijn leerlingen voor op een leven van met Hem gekruisigd te worden en met Hem op te staan. Peterson moet bij deze handelswijze denken aan een gedicht van Emily Dickinson: Tell the truth but tell it slant (vertel de waarheid, maar buig je voorover, ga door de knieën).

Grensgebied
Lukas laat Jezus deze gelijkenissen vertellen op de weg naar Jeruzalem. Tussen het Galilea en Jeruzalem is Jezus onderweg door het grensgebied Samaria. ‘In between’, zoals Peterson dat noemt. Samaria is niet het Galilea, waar Jezus verkondigde en genas. Samaria is niet Jeruzalem, de heilige stad waar de tempel staat, het doel ook van Jezus’ reis. Daar in Jeruzalem zal Jezus sterven aan het kruis en opstaan. Samaria is geen van beide. Het is vijandig gebied, gebied van godsdienstige onverschilligheid, van mensen zonder betrokkenheid op God. In dat grensgebied bereidt Jezus zijn leerlingen voor op dat leven van mede gekruisigd worden en mede op te staan. Om hen voor te bereiden als zij later zelf in dat grensgebied wonen.

Amerika als grensgebied
Peterson maakt de toepassing op zijn eigen context. De christenen in de VS leven vaak in dat grensgebied: het grensgebied ‘tussen de zondagen’. Op zondag is er de eredienst, het samenzijn met de gemeente. Doordeweeks is het leven tussen de amerikaanse Samaritanen: mensen die de godsdienstige taal niet beheersen, onbekend met God of onverschillig zijn.

Gesprekken in dat grensgebied
Jezus voert in dat grensgebied gesprekken. Hoewel het einddoel Jeruzalem nadert, gaat Jezus geen godsdienstige crisistaal gebruiken, waarin hij de mensen oproept tot bekering. Hij voert gesprekken. Informeel. Hoe dichter hij bij Jeruzalem komt, hoe meer ontspannen Hij is. Hij gebruikt niet de intense taal, die in preken vaak gebruikt wordt als de urgentie toeneemt.
Die intense taal ontneemt ons het zicht op de mensen met wie we te maken hebben. De mensen met wie we omgaan, zijn niet meer mens maar worden een geval. Gedrongen door de urgentie om het woord van God te spreken komt de relatie waarin er ruimte is om echt te luisteren onder druk te staan. Terwijl we willen spreken over het Woord dat vlees geworden is, eindigen we met onpersoonlijke taal: christelijk jargon (godtalk).

Alledaagse
Jezus’ reis door Samaria geeft ons oog voor het alledaagse, het gewone als de plek waar de volgelingen van Jezus worden gevormd. Temidden van de mensen die geen idee hebben van Jezus en ons niet zullen aanmoedigen Jezus te volgen. De reis door Samaria opent onze ogen ervoor dat de Heilige Geest gewone gesprekken over heel alledaagse onderwerpen kan gebruiken om iets van God te laten zien. Vaak gebeurt dat onbedoeld door een gebaar of door een opmerking, een verhaal.

Zonen van Zebedeüs
Het reisverslag wordt voorafgegaan door de zonen van Zebedeüs, die vol religieuze ijver zijn het verzet tegen Jezus te bestrijden. Maar volgens Jezus is dat geen taak voor Zijn leerlingen. IJver voor Jezus ontaardt al snel in geweld tegen mensen die niet voor Jezus open staan. Dat geweld begint al in de taal.

Jezus biedt op de weg naar Samaria een alternatief. En leert Zijn volgelingen ook vandaag de dag door een hedendaags Samaria te gaan, waar mensen onverschillig zijn met betrekking tot Jezus en de taal van Jezus.

N.a.v Eugene H. Peterson – Tell it slant. A conversation of the language of Jesus in his stories and prayers. Serie: Conversations in spiritual theology, deel 4 (Grand Rapids / Cambrigde: Eerdmans, 2007) 1-31