Pleidooi om het publieke debat te voeren op basis van argumenten en niet op basis van morele appèls en gevoelsargumenten

Pleidooi om het publieke debat te voeren op basis van argumenten en niet op basis van morele appèls en gevoelsargumenten

De theoloog Ulrich Körtner maakt zich zorgen over het publieke debat. Politici, journalisten en burgers gebruiken gebruiken steeds vaker gevoelsargumenten en morele appèls als feiten.

download (1).jpg

Fake news & MSM
Na een onderzoek waarin vastgesteld werd dat 98% van de migranten zich aan de wet houdt, was de reactie de Duitse AfD-politicus Georg Pazderski: ‘Wat iemand voelt is ook een feit.’ Als er nieuws gebracht wordt dat in de eigen straat past, wordt dat afgedaan als fake news. Er wordt gesproken over MSM: MainStreamMedia. Daarmee wordt bedoeld dat de belangrijkste media bewust positieve verhalen over Trump en negatieve verhalen over migranten bewust verzwijgen.

Niet alleen bij populistisch-rechts
Körtner ziet dat niet alleen bij populistisch-rechts gebeuren. Links laat zich als het gaat om de complexe wereld van de geglobaliseerde economie liever door Thomas Piketty of door Yanis Varoufakis voorlichten dan door serieuze economen. Hij ziet het ook gebeuren als Merkel in de vluchtelingencrisis benadrukt dat Duitsland een cultuur van verwelkomen heeft.

Ortsschild_JiSign---Fotolia_6a00d13255

Zorgen
Het morele appèl verdringt de discussie over de gevolgen van haar beleid en over wat er allemaal komt kijken bij opvang en integratie van migranten.  Körtner maakt zich zorgen, omdat het debat binnen een democratie alleen maar goed gevoerd kan worden als het op basis van rationele argumenten en controleerbare feiten wordt gevoerd.

Körtner begrijpt wel waarom er vaak gevoelsargumenten gebruikt worden. Dat heeft te maken met bezorgdheid. Bezorgdheid over de instroom van migranten uit een andere cultuur. Of juist bezorgdheid dat bij het sluiten van de grenzen Europa de eigen normen en waarden verloochent. Die bezorgdheid is niet altijd hard te maken, maar is wel een reëel gevoel. Daarom worden gevoelens als feiten gebracht.

Wees bezorgd!
Körtner neemt in deze tijd een moreel gebod waar: wees bezorgd! Wie niet bezorgt is, krijgt het verwijt de kop in het zand te steken. Dat morele gebod dat zowel door links en rechts wordt benadrukt is een roep om moreel leiderschap. Hij ziet zowel bij rechts als bij links een populisme ontstaan, dat aansluit bij die bezorgdheid en die bezorgdheid uitvergroot om politieke winst te behalen.
demo_fuer_eine_menschliche_asylpolitik_-_30_-_hans_breuer_konvoi_aus_ungarn_1
Omdat politici op die morele trom slaan, is het moeilijk om een weerwoord te bieden. Want wat moet je antwoorden als iemand zegt: ‘Er zijn teveel vluchtelingen!’ Of bij het tegenovergestelde: ‘Wie barmhartig is, kan de grenzen niet sluiten voor vluchtelingen!’

Kerken
Wat Körtner ook ziet, is dat de kerken graag inhaken op het morele leiderschap dat gevraagd wordt. Körtner is daar kritisch op. In zijn ogen negeren de kerken daarmee dat hun positie marginaal in de maatschappij geworden is. De kerk moet niet in de valkuil trappen om het door secularisatie verloren terrein via dit morele leiderschap te willen winnen.

Met de manier waarop de kerken dat morele leiderschap tonen is Körtner ook niet gelukkig. Dat is slecht voor zowel de theologie als de maatschappij.In de theologie is bij velen de God die in deze wereld ingrijpt ingewisseld voor de mensen die Gods handen zijn geworden. Gods rol is daarmee uitgespeeld en de last licht bij mensen. Voor de samenleving is het nadelig, omdat de kerken politieke kwesties versimpelen, doordat ook de kerken de moraal als basis voor beleid benadrukken.

33ab5c15ea23dff3abfffe3697f26244

Elke vorm van kritiek op het vluchtelingenbeleid van Merkel wordt afgedaan als rechts-populisme, dat in strijd is met de christelijke waarden van barmhartigheid en naastenliefde.

Twee verschillende domeinen
Wat Körtner daarin stoort, is dat de kerken daarmee hun eigen traditie uit het oog verliezen. In de Lutherse traditie wordt er namelijk een onderscheid gemaakt tussen de taak op politiek terrein en de taak op kerkelijk terrein. Dat zijn twee verschillende domeinen die niet vermengd mogen worden.

2-reiche-lehre-730x400

Niet direct in politiek beleid te vertalen
De christelijke waarde van barmhartigheid en naastenliefde is niet direct in politiek beleid te vertalen, omdat de overheid volgens de christelijke traditie ook de taak heeft om voor de eigen burgers te zorgen en voor veiligheid te zorgen. In het domein van de politiek is het nodig om de juiste balans te vinden tussen barmhartigheid en veiligheid, naastenliefde en rechtvaardigheid.

Waarschuwen voor een teveel aan moreel appèl
Het is niet de taak van de kerk om een moreel appèl op de samenleving te doen, maar juist te waarschuwen voor een teveel aan moreel appèl in de samenleving, omdat daarmee in de politieke besluitvorming de argumentatie op basis van feiten wordt ingeruild op basis van gevoelens en morele appèls. In feite is dat het einde van het democratisch debat. Want op basis van gevoelens en morele appèls is geen beleid te maken.

WB_LH_Gesetz-und-Gnade-470x260

Agressiviteit van waarden
De protestantse theologie is trouwens niet zo gelukkig met een ethiek op basis van waarden. Ethiek op basis van waarden en christelijke ethos zijn vijanden van elkaar, stelt de theoloog Eberhard Jüngel. In zijn ogen hebben waarden altijd iets agressief, de wil om anderen te overwinnen. In die agressiviteit is er voor hem een verband tussen waarden en zonde in de mens. Waarden verbinden niet, maar waarden grenzen af en sluiten uit.

Visie en praktijk
Moraal vraagt om beleid en in praktijk te brengen visie. Wie stelt een land een cultuur van verwelkomen heeft, moet ook beleid ontwikkelen hoe dat verwelkomen in praktijk gebracht wordt. Er is een beleid nodig voor opvang, voor integratie, voor het vinden van banen voor deze nieuwkomers. Er is een visie nodig op wanneer die nieuwkomers hun eigenheid mogen bewaren en wanneer ze zich moeten aanpassen aan de nieuwe samenleving. Opvang van migranten moet ook gepaard gaan met het besef dat het land van herkomst aan opleidingsniveau inboet, omdat het de hoger opgeleiden zijn die wegtrekken naar Europa.

684714

Marginaal
Körtner is voorstander van een theologie die zich uit in het publieke debat. Als het maar gebeurt vanuit het besef dat de kerk zich in de diaspora bevindt en heel marginaal geworden is en in de multireligieuze samenleving slechts een van de vele stemmen is. In het debat kunnen de kerken zich ook niet op christelijke morele appèls beroepen, omdat er slechts een minderheid is die de onderliggende visie deelt. Deze visie kan alleen in het debat ingebracht te worden als de argumenten ook voor niet-gelovigen te begrijpen zijn.

cover_koertner_vernunft

N.a.v. Ulrich H.J. Körtner, Für die Vernunft. Wider Moralisierung und Emotionalisierung in Politik und Kirche. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2017.

Vorming van kinderen tot navolgers van Christus in een post-christelijke maatschappij

Vorming van kinderen tot navolgers van Christus in een post-christelijke maatschappij

Is de christelijke gemeenschap nog in staat om kinderen te vormen als navolgers van Christus? Of is de invloed van de postchristelijke maatschappij op het denken en handelen van de kinderen, die bij de christelijke gemeenschap horen, te sterk?

Marva J. Dawn, theologe, auteur en spreekster, maakt zich grote zorgen over de geloofsopvoeding. Niet alleen omdat de geloofsopvoeding in een postchristelijke maatschappij niet zo gemakkelijk is. Ze maakt zich vooral zorgen, omdat ouders de geloofsopvoeding verwaarlozen en de vorming van hun kinderen aan de maatschappij overlaten, waardoor ze niet de christelijke waarden en normen meekrijgen. Daarom schreef ze het boek Is It a Lost Cause? voor ouders en de gemeenschap, zodat zij leren het belang hiervan in te zien. Ze wil waarschuwen, alternatieven aanreiken en het gesprek op gang brengen.

ResizeImageHandler

Machten en wereldbeheersers
Dawn kon door lichamelijke beperkingen zelf geen kinderen krijgen, maar is juist daardoor erg begaan met de kinderen van de christelijke gemeenschap. Ze trekt veel met jongeren op, geeft cursussen aan jongeren en spreekt hen op bijeenkomsten toe. Zij promoveerde op het werk van de Franse socioloog Jacques Ellul. Van hem heeft ze geleerd dat een christelijke opvoeding ook inhoudt, dat je je kinderen leert niet onder de invloed te laten komen van de ‘machten en wereldbeheersers’  (Efeze 6:12).


Geschenk
Kinderen zijn een geschenk van God. Daarom zijn ouders aan God verplicht de kinderen een goede, christelijke opvoeding te geven, waarbij de normen en waarden gestempeld zijn door de Bijbelse normen en waarden en niet door de opvattingen van wat in onze cultuur gebruikelijk is.

Gemeenschap
Ouders staan er niet alleen voor. Zij hebben de christelijke gemeenschap om zich heen. Kinderen maken onderdeel van die gemeenschap uit. De opvoeding en de vorming van kinderen tot navolgers van Jezus is een taak voor heel de gemeenschap. Het is de ervaring van Dawn dat kinderen het beste worden gevormd door de liturgie van de eredienst en door een christelijke gemeenschap die ook echt een gemeenschap is. In die gemeenschap hebben kinderen een eigen plaats, maar worden ze ook gevormd en krijgen ze bagage voor hun levensreis mee.

Geestelijke bagage
Elk hoofdstuk wordt daarom voorafgegaan door een lied, waarin iets verwoord wordt van wat voor de vorming en geloofsopvoeding van kinderen van groot belang is. Het is haar eigen ervaring dat liederen een enorm vormend effect hebben. Zij vindt het daarom van groot belang dat kinderen liederen aangeleerd krijgen als geestelijke bagage.

Post-christelijke tijd
Deze tijd is volgens Dawn niet de makkelijkste tijd om kinderen op te voeden: we leven in een post-christelijke tijd. De maatschappij leert de kinderen geen christelijke waarden en normen meer aan. De normen en waarden van deze maatschappij staan in veel gevallen juist haaks op deze maatschappij.

Media
Bezorgd is Dawn over de invloed van televisie en internet. Ze snapt niet waarom ouders hun kinderen afschepen met wat ze op televisie te zien krijgen in plaats van zelf tijd en energie te steken in het aanleren van goede, christelijke waarden en normen:

  • Door de televisie worden kinderen overspoeld met informatie. Met die informatie kunnen ze heel weinig. Daardoor ontwikkelen kinderen een passiviteit. Ze noemt dit in navolging van Neil Postman de Low Information-Action Ratio (L.I.A.R. = leugenaar). Deze passiviteit is dodelijk voor het engagement van kinderen op de nood van deze wereld. Deze passiviteit is ook dodelijk voor het geloof van Gods betrokkenheid op deze wereld.
    In plaats van de kinderen tv te laten kijken, is het beter om hen de waarde van verhalen te leren ontdekken. Of om hen mee te nemen in de sociale betrokkenheid op mensen die minder hebben. Tegenover de overkill aan informatie van de media zou de christelijke gemeenschap de kinderen levenswijsheid moeten aanleren.
  • De tv leert kinderen om consumenten te zijn. Daardoor leren ze dat ze wat ze hebben willen gelijk kunnen krijgen. Samen met de welvaart die er is, leren ze niet meer te wachten op iets wat van waarde is. Doordat ze niet meer kunnen wachten en sparen, zijn ze niet goed in volharding en geven ze bij het minste of geringste op. Daardoor leren ze ook niet, dat lijden en ascese wezenlijke onderdelen van het leven zijn.
  • Door tv en internet leren christelijke kinderen waarden en normen, die niet streven bij de christelijke ethiek. Ze leren dat geweld gewoon is. Ze leren niet dat trots en egoïsme verderfelijke eigenschappen zijn. Ze leren dat seks verkrijgbaar zou moeten zijn op het moment dat je er behoefte aan hebt.


De christelijke gemeenschap is geroepen om in deze wereld een andersoortige gemeenschap te zijn, die Jezus als model heeft. Om de kinderen tot voorbeeld te zijn dienen alle leden van de gemeenschap te leven uit die normen en waarden.

Zuigkracht
De zuigkracht van deze wereld is sterk. Dat komt, omdat de wereld waarin wij leven, ook probeert om het verlangen dat er is naar verdieping, naar leven, naar ervaring ook wil vervullen, maar dan zonder een leven met God. In navolging van C.S. Lewis noemt ze dat Sehnsucht. De machten en wereldbeheersers willen via die Sehnsucht invloed uitoefenen op ons denken, onze ervaring, op ons handelen. Dat doen ze door een snelle bevrediging van die Sehnsucht te beloven. Daarmee gaan ze de concurrentie aan met God.

Hart van God
De regels die God gegeven heeft zij er echter niet voor niets. Ze zijn er ter bescherming. Ze zijn er om werkelijk leven te vinden. In Hem. De christelijke gemeenschap moet het hart van God hebben voor kinderen. Wanneer men dat alleen met de mond belijdt en dat geen handen en voeten geeft in de liturgie, in de gemeenschap en de opvoeding zijn de kinderen verloren voor de kerk. Om de kinderen te bewaren bij Christus wordt er inspanning gevraagd van ouders en de gehele gemeenschap:

  • Door de machten en wereldbeheersers en hun verleidelijke trucjes te ontmaskeren.
  • Door op tijd ‘nee’ te zeggen tegen media, series, films en andere invloeden wanneer de invloed te schadelijk is.
  • Door de gemeenschap een gemeenschap van liefde, vriendschap, verantwoordelijkheid en betrokkenheid te laten zijn.
  • Door de ene, ware God (Vader, Zoon en Heilige Geest) te dienen in de eredienst
  • Door als gemeenschap afstand te doen van alle afgoderij, die het vervullen van de Sehnsucht buiten God om belooft.
  • Door als ouders en gemeenschap zich te laten vormen door Christus, door Gods Woord.

N.a.v. Marva J. Dawn, Is It a Lost Cause? Having the Heart of God for the Church’s Children (Grand Rapids / Cambrigde: William B. Eerdmans Publishing Company, 1997)

Zie de website van Marva J. Dawn

naastenliefde

Naastenliefde

31567-1_Soeding_Naechstenliebe_V7.indd

Naastenliefde is een toonaangevend begrip in de christelijke ethiek, omdat naastenliefde in het onderwijs en het leven van Jezus een belangrijke plaats innam. Die naastenliefde geldt ook voor degene met wie je het niet goed kunt vinden: ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. (Matteüs 5:44-45a)

Deze woorden van Jezus zijn zo bekend, dat gemakkelijk de indruk bestaat dat hij de liefde voor de naaste heeft ingevoerd. Dat is niet zo. Door deze opdracht aan zijn leerlingen te geven toont Jezus zich een zoon van Israël. Als hij in de bergrede de opdracht tot naastenliefde geeft, citeert Jezus uit de torah een gebod dat de Heer aan zijn volk heeft gegeven: Heb je naaste lief als jezelf (Leviticus 19:18, 34). Ook in de radicale uitleg, waarmee hij de opdracht tot naastenliefde uitbreidt tot het liefhebben van de vijand, is Jezus niet uniek. In de context van de Heiligheidswet (Leviticus 19-26) wordt ook de vreemdeling, de niet-Israëliet als naaste gezien. Ook op andere plaatsen in het Oude Testament wordt de vreemdeling als naaste gezien. Zo mag een Israëliet niet het hoofd wegdraaien als hij ziet, dat de lastdier van een niet-Israëliet onder de last bezwijkt (Deuteronomium 22:1-4).

Ethiek op ooghoogte

In de torah de Heer de basis van de naastenliefde. Omdat de Heer Israël liefheeft en Israël heeft uitgekozen is, krijgt het volk de opdracht om als volk van de Heer die liefde naar anderen uit te dragen. Niet alleen binnen het eigen volk, maar ook over de grenzen van het eigen volk. De Heer is immers de enige God die er is en Schepper van hemel en aarde. De andere volken hebben ook hun leven aan de liefde en zorg van de Heer als schepper te danken. Naastenliefde is het doorgeven dan de zorg en de liefde die Israël zelf van de Heer ontvangt God. In de uitwerking van de naastenliefde in de Heiligheidswet wordt zichtbaar dat de naastenliefde is een ethiek van aangezicht tot aangezicht is.een ethiek op ooghoogte waarbij men elkaar in de ogen kijkt om elkaar echt te zien.

Vervulling
Het is niet verwonderlijk dat het gebod tot naastenliefde een belangrijke kern is in het onderwijs van Jezus. In zijn onderwijs werkt hij steeds die ethiek van aangezicht tot aangezicht uit. Zijn optreden wordt steeds gekenmerkt door die ethiek op ooghoogte, waarbij de ander echt wordt gezien. Maar niet alleen in zijn onderwijs en zijn praktijk is de naastenliefde voor Jezus belangrijk.
Het unieke van Jezus is dat de naastenliefde een christologische invulling krijgt: Zijn eigen leven en zijn komst naar deze aarde is zelf uitdrukking van de naastenliefde die God heeft. Ook in de radicalisering om de vijanden lief te hebben. Jezus geeft van zichzelf aan dat hij  de vervulling van de wet. Die vervulling van de wet houdt in dat Jezus niet de wetten en richtlijnen van de Heer uit de torah afschaft, maar de oorspronkelijke intentie met zijn eigen leven vervult. De naastenliefde staat in het teken van Jezus’ zending en van zijn boodschap over het koninkrijk van God. Zijn komst naar de aarde is de belichaming van Gods liefde, ook voor degenen die God afwijzen. Zijn komst, zijn optreden en zijn sterven aan het kruis is Gods naastenliefde.  Hij vervult met zijn woorden en daden en met zijn leven dit gebod.

Spanning
In het Oude Testament wordt het gebod van de naastenliefde wel gekenmerkt door een spanning.  Wanneer iemand vijandig tegenover God is, is dat in het Oude Testament vaak wel een grens: Zou ik niet haten wie u haten, HEER, niet verachten wie tegen u opstaan? (Psalm 139:21). De haat tegenover Gods vijanden krijgt echter niet een plaats in de ethiek. De Israëliet wordt niet opgeroepen de vijanden van God te doden. Deze haat krijgt een plaats in het gebed: in de worsteling met God, waarbij de bidder een appèl doet op Gods gerechtigheid.
Daarmee draagt de naastenliefde in het Oude Testament een spanning in zich: Ieder met wie men omgaat is een naaste. Wanneer men zich echter tegen God keert is een grens bereikt: de grens van Gods gerechtigheid. In het Vroege Jodendom blijft die spanning bestaan. De naaste is dan vaak de mede-Israëliet. De haat tegen de vijanden van God blijft ook aanwezig. Niet als een oproep om geweld tegen hen te gebruiken, maar als een oproep voor de Jood om zich van de kwaaddoeners af te keren.
In het onderwijs van Jezus krijgt deze spanning ook een plaats, door voor de vijand het tegenovergestelde te doen: in plaats te wreken te reageren met een zegen en een gebed voor de vijand. Jezus bracht dat zelf ook in praktijk doordat hij, terwijl hij aan het kruis werd geslagen, bad om vergeving voor zijn vijand. In de bergrede gaf Jezus aan, dat dit gebed in lijn staat met wat God doet:
Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen ( Mattheüs 5:45).

Navolging
Jezus draagt zijn leerlingen op hem na te volgen. Door de naastenliefde in praktijk te brengen, wordt men onderdeel van het koninkrijk van God, dat Jezus verkondigde en dat in Jezus is aangebroken. Naastenliefde is een vorm van zelfverloochening en het dagelijks opnemen van het kruis. In de gemeenten die ontstaan krijgt de naastenliefde een belangrijke rol. Naar binnen toe is de liefde die men zelf ontvangt de norm voor hoe men met anderen omgaat. Ook in conflicten die de gemeenten verdelen. Naar buiten toe is naastenliefde een manier om aan anderen de goedheid en genade van Christus uit te dragen. Kort nadat de gemeenten ontstaan begint ook de eerste vervolging. In die tijd neemt de naastenliefde toe: in het verdragen van het onrecht en het gebed om bekering van de vervolgers.

N.a.v. Thomas Söding, Nächstenliebe. Gottes Gebot als Verheißung und Anspruch (Freiburg / Basel / Wien: Herder Verlag, 2015)

Euthanasie

Euthanasie
Samenvatting van een lezing

Hoe moet je als predikant aankijken tegen euthanasie? Moet je er tegen zijn? Kun je in bepaalde gevallen vóór zijn? Prof. dr. H. W. de Knijff hield een lezing voor predikanten van de Gereformeerde Bond over euthanasie.

Cultureel
De dood is niet meer zoals vroeger een definitieve grens. Was vroeger de dood de absolute grens op aarde, door medische techniek kan het leven verlengd of verkort worden. Elke ingreep voor de poorten van de dood is een vervaging van de grens tussen leven en dood. Vroeger werd de dood geconstateerd als het hart niet meer klopte. Vandaag de dag is hersendood het criterium. Dit criterium is vaak alleen voor de arts meetbaar.
Die vervaging van de grens tussen leven en dood speelde in de lezing van De Knijff een belangrijke rol. Doordat er vroeger weinig levensverlengende ingrepen mogelijk waren, werd de dood ervaren als een roepstem van God. “De Heere nam hem weg uit dit leven.” “Hij verwisselde het tijdelijke met het eeuwige.” Door de vervaging van deze grens komt ook het geloof in Gods voorzienig handelen onder druk te staan. Want sterven is dan (gechargeerd gezegd) niet meer een “thuishalen” door God, maar een constatering van de medicus. Wat toebehoorde aan God, is na naar de mens overgeheveld.
Overigens wees De Knijff erop, dat bij absoluut verzet tegen euthanasie ook de voorzienigheid een rol kan spelen: als gelovigen vinden dat God ook nog ruimte moet hebben om te handelen. De Knijff verzette zich hiertegen, omdat hij het een verkeerde visie op Gods handelen vond. Gods handelen constateren wij dan alleen maar als de factor onzekerheid. En zou het niet zo kunnen zijn, dat wij door levensverlengend ingrijpen mogelijk het handelen van God kunnen weerstaan?

theologisch
Omdat euthanasie een menselijk handelen is, brengt De Knijff vanuit de theologie de gedachte van de concursus divinus in. Deze gedachte uit de gereformeerde scholastiek denkt na over de verhouding tussen het handelen van God en het handelen van de mens. Er is een parallel tussen het handelen van de mens en het handelen van God. Zonder dat deze samenvallen. Is er alleen handelen van God, dan vervallen wij in determinisme. Is er alleen handelen van de mens, dan is de mens te autonoom. De gedachte van de concursus behoort tot de scheppingsleer en denkt na over Gods verborgen tegenwoordigheid in onze wereld en over Gods handelen in onze werkelijkheid.  Zowel God als mens zijn zelfstandig handelend subject. De volledige subjectiviteit van God en mens mag niet ter discussie staan. De gedachte geeft ook aan dat de mens een beperkte autonomie gekregen heeft. De mens is wel volledig subject, maar niet volledig autonoom.
Deze gedachte is een theologische gedachte. In de huidige maatschappij wordt de mens als volledig autonoom beschouwt. Dat levert wel een complicatie voor de gedachte van de concursus op. Toch kan De Knijff deze gedachte gebruiken in de discussie, omdat vanuit de klassief-gereformeerde theologie (en later op een andere manier uitgewerkt door Barth) een mogelijkheid geboden wordt om na te denken over het eigenwettelijk handelen van de medicus.

Complicerende factoren
Euthanasie wordt gezien als een directe ingreep in de overgang van leven naar dood. De Knijff wijst erop dat elke medische handeling in de terminale fase een soortgelijke ingreep is. Hij zegt dit niet om euthanasie te bagatelliseren. Hij vindt het een extreme situatie, maar relativeert het onderscheid tussen euthanasie en sedatie.
Werd vroeger het moment van de dood toegeschreven aan God of het lot, vandaag de dag heeft de mens veel meer zelf invloed op deze grens. Tegelijkertijd is er een complicerende factor dat ook op andere terreinen een autonomie is gekomen: alleen ik heb het recht om over mijn leven te beschikken. Hierbij wordt overigens vergeten dat de mens een sociaal wezen is. Dat gegeven relativeert onze autonomie al. Als wij echt autonoom zouden zijn, waren wij er niet geweest.
Er is in onze maatschappij sprake van een sneeuwbaleffect: als ik zelf over mijn leven mag beschikken, mag ik toch ook zelf het einde bepalen? Waarom mag ik niet klaar met het leven zijn? De Knijff vondt dat het recht op een eigen dood bestreden moet worden.

Conclusies
De arts is degene die handelen moet. Daarbij is euthanasie geen categoriaal verboden terrein. Nogmaals: het handelen is aan de medicus. De theologische grondslag ligt in de concursus divinus. Euthanasie blijft echter een extreme handeling. Tegen de publieke opinie in (die geen moeite heeft met euthanasie) is het goed om de meerderheid van de artsen (die geen euthanasie willen uitvoeren) te ondersteunen. In plaats van euthanasie is er op het terrein van sedatie veel mogelijk.
Voor de politieke discussie betekent dit:
– euthanasie is een zaak tussen arts en patiënt
– Misbruik mbt euthanasie moet tegengegaan worden
– Euthanasie in het kader van levensmoeheid is ongewenst
– Euthanasie op het terrein van neonatalogie zorgvuldig doordenken.

Pastoraat
Heb een genuanceerd oordeel. Wees terughoudend mbt de wens tot euthanasie. Ga geen theoretische discussies aan.
Als geestelijke handelingen, die veel kunnen betekenen op de weg naar het sterven toe, heeft de kerk een schat aan middelen: ziekenzalving en het vieren van heilig avondmaal. De predikant verkondigt niet de wet, maar de genade. (Aanhakend bij deze zin vroeg een van de aanwezige predikanten zich hardop af, of we niet met de verkeerde vraag bezig waren. Ook tijdens de discussie. Waren we niet teveel bezig met de vraag of euthanasie mocht of niet? Is onze roeping niet zieken en stervenden toe te vertrouwen aan Christus)

ds. M.J. Schuurman

De ethische relevantie van verhalen

De ethische relevantie van verhalen

Onlangs zag ik de film A Courageous Heart, over een Poolse verpleegster die 2500 Joodse kinderen wist te redden uit het getto van Warschau. Volgens de achterflap zou worden getoond hoe de verpleegster steeds inventievere manieren moest bedenken om de kinderen uit het getto te smokkelen. Daar zat in de film echter nauwelijks ontwikkeling in. De film liet zien, hoe deze verpleegster tot haar keuze kwam. Op het einde na was het een goede film, die de kijker laat nadenken over de eigen keuzes. Zou ik mijn kinderen afstaan? Wat zou ik doen als in de rol van deze verpleegster zou zijn?
De situatie is nu denkbeeldig. Toch is het van belang om deze verhalen te zien en te verfilmen. Een verhaal heeft namelijk de kracht om na te laten denken over de eigen keuze. Verhalen hebben een ethische relevantie.
Deze postmoderne tijd wordt wel eens getypeerd als ethisch onverschillig. Dat is een halve waarheid. Wanneer de postmoderniteit vooral wordt gezien als belevenismaatschappij (G. Schulze) of als een samenleving van het dikke ik (H. Kunneman) zou dat wel eens kunnen. Voor belangrijke postmoderne filosofen als Derrida of Lyotard gaat dat niet op. Hun pleidooi voor een postmoderniteit, waarin de grote verhalen hun geloofwaardigheid hadden verloren, heeft zijn oorsprong in de Tweede Wereldoorlog en de bloedige Onafhankelijkheidsoorlog van Algerije. Het pleidooi voor een postmoderniteit heeft juist een ethische oorsprong. De grote verhalen (eigenlijk geen goed woord: beter zou zijn de overkoepelende theorieën of systemen) hadden juist geleid tot de Tweede Wereldoorlog of die onafhankelijkheidsoorlog.
Op veel terreinen kwam er aandacht voor het ‘kleine verhaal’: de eigen biografie, de verhalen van de gemarginaliseerden, de verhalen van slachtoffers. Aandacht voor die verhalen is volop ethiek.
De kerk zou in verkondiging en pastoraat meer aandacht kunnen hebben voor de ethiek van levensverhalen. Dat gebeurt al – vooral in de kringen van (post)moderne theologie. Denk bijvoorbeeld aan het contextueel pastoraat, dat expliciet aandacht vraagt voor de ethiek in de relaties met de eigen ouders en kinderen. Denk ook aan een ethicus als Stanley Hauerwas.
In veel theologische disciplines (bijbelse theologie, systematische theologie, praktische theologie) wordt de verbinding al gelegd. Voor de reformatorische theologie valt hier nog genoeg winst te behalen. Door de ethische kant van (levens)verhalen komt er meer ruimte om de betekenis van de rechtvaardiging van de goddeloze te laten zien voor de biografie. Niet als een systeem, maar als een hulpmiddel bij uitstek om de biografie te begrijpen en spanningen bloot te leggen. Volgens Jüngel is het kenmerk van de zonde zelfbedrog (Lebenslügen). Het oordeel van God prikt door dat zelfbedrog heen.
Ethiek heeft ook te maken met (be)oordelen. Juist het oordeel van God is het meest rechtvaardige en het meest genadige oordeel over ons leven. Vanuit dat oordeel kan de ethiek van een levensverhaal op waarde worden geschat.

ds. M.J. Schuurman

Wie meer wil lezen over de ethiek van verhalen: Marco Hofheinz / Frank Mathwig / Matthias Zeindler (Hg.), Ethik und Erzählung. Theologische und philosophische Beiträge zur narrativen Ethik (Zürich: Theologischer Verlag, 2009).