Show, don’t tell

Show, don’t tell

Een verhaal wordt het beste gecommuniceerd als het beeldend aan de luisteraars wordt verteld. Wanneer er een beroep wordt gedaan op het inlevingsvermogen van de luisteraars, komt het verhaal en de boodschap beter over dan wanneer er allerlei beweringen worden gedaan. De slogan Show, don’t tell is terecht.

Theologische taal kan heel beeldend zijn, maar tegelijkertijd kent theologische taal ook beweringen, vaststaande formuleringen. Een predikant kan bij de preekvoorbereiding terugvallen op zulke formuleringen. Bewust, omdat hij ervan uit gaat dat zijn luisteraars die formuleringen wel kennen en zullen gebruiken. Onbewust door gemakzucht, tijdgebrek of gebrek aan woorden en inspiratie tijdens het schrijven van de preek.
Deze oefening van Daniel Overdorf wil predikanten ertoe aanzetten, dat zij tijdens de preek niet terugvallen op die beweringen en vaststaande formuleringen, maar dat zij die formuleringen beeldend en verhalend uiteenzetten.

Uitbeelden
Zo werkt het in de film en in de literatuur ook. Als een regisseur de angst van een hoofdpersoon wil uitbeelden, plaatst hij geen ondertiteling in beeld: ‘Dit meisje is bang’. In plaats daarvan laat de regisseur ons kijkers zien dat het meisje bang is. Bijvoorbeeld vanuit de ogen van het meisje of aan de buitenkant aan het gezicht en de lichaamstaal van de acteur.
Goede schrijvers bouwen hun verhalen op dezelfde manier op. Een schrijver zal niet snel schrijven: ‘De man was zenuwachtig voor zijn toespraak.’ De schrijver zal laten zien dat hij over het podium loopt, het zweet van zijn voorhoofd wist, de benen trillen en zijn hart klopt.
In plaats van te vertellen dat iemand angst heeft of zenuwachtig is, wordt de angst en de spanning getoond.

Jezus maakte in zijn onderwijs vaak gebruik van dit principe. Soms vertelt Hij over het Koninkrijk van God, over Zijn Vader, over discipelschap. Meestal vertelt hij door te laten zien. Als iemand hem vraagt wie zijn naaste is, geeft Jezus geen definitie uit de Dikke van Dale. Hij laat zien hoe een man vanuit Jeruzalem naar Jericho gaat (Lukas 10:30). Als Hij ermee geconfronteerd wordt dat Hij veel met zondaren optrekt, had Hij kunnen zeggen: ‘Die zondaren hebben mij nodig.’ Maar Hij liet dat zien: ‘Gezonden hebben geen dokter nodig, maar iemand die ziek is wel.’ Als antwoord op dezelfde beschuldiging vertelt Hij over de vreugde van een vrouw die een verloren geraakt muntje terugvindt, over een herder die blij is met een teruggevonden schaap, een vader die zijn verloren gewaande zoon weer kan omhelzen. Jezus gaf beeldend onderwijs.
Predikanten kunnen van hun Meester leren. Door hetzelfde principe in hun preek toe te passen: Show, don’t tell. Predikanten vragen zich meestal af: hoe kan ik dit het beste uitleggen. Ze kunnen zich beter afvragen: hoe kan ik dit het beste uitbeelden?

Voorbeelden
TELL: Toen hij naar de universiteit ging, leken hem de dingen die hij tijdens zijn middelbare-schoolperiode van belang vond minder belangrijk.
SHOW: Pa en ma hadden hem gedag gezegd en gingen weer naar huis. Hij gooide zijn tas in zijn kamer. Gelukkig, zijn kamergenoot komt pas de volgende dag. Hij heeft tijd nodig om tot zichzelf te komen. Hij deed zijn sokken in de la en legde zijn tandenborstel in de douche. Hij hing zijn shirts op een hanger. Ook het shirt van het voetbalteam van zijn school. Hij aarzelde om dat shirt uit zijn tas te halen, deed het toch en hing het shirt helemaal achter in de kast. In dat shirt had hij vele malen gevoetbald en verschillende prijzen voor zijn school gewonnen. Hij hing het bij de oude jas van zijn vader, die hij had gekregen en waarvan hij wist dat hij dat shirt ook nooit zou dragen.

TELL: Sommige mannen zijn zo druk bezig met hun carrière dat zij hun relatie stukmaken.
SHOW: Een man haast zich zijn kantoor uit. Doet zijn stropdas af en laat zijn Lexus uit de parkeergarage voorrijden. Terwijl hij de motor start, gaat zijn telefoon af. Via de bluetooth komt de stem van zijn vrouw in de auto. Zijn en haar dochter gaan erop uit dit weekend. Hij was tot op het laatst op het kantoor gebleven, omdat er nog zaken zijn aandacht vroegen. ‘Wij komen niet thuis,’ zegt zijn vrouw. ‘Blijven jullie een extra dag?’ vraagt hij. ‘Nee,’ zegt ze direct, ‘Dat bedoel ik niet. Ik bedoel, wij komen helemaal niet meer thuis. Nooit meer.’

TELL: Zij had grote moeite om haar vader te vergeven.
SHOW: Tijdens het gesprek stamelde ze. Het was een moeizaam gesprek. Ze hing op en liep naar de kast en pakte daar een briefje uit. Op het briefje schreef ze wat ze niet had kunnen zeggen: ‘Pa, ik vergeef je.’

TELL: Jezus leed aan het kruis.
SHOW: Met elke hamerslag van de soldaat kromp het lichaam van Jezus ineen. Afgrijselijke uitroepen kwamen uit zijn bebloede mond, waarin de gebroken tanden zichtbaar waren.

Oefening
TELL: Ik voelde me geïntimideerd toen ik haar kantoor binnenliep.
SHOW: ….

TELL: Hij is erg bezorgd over wat het gezin nog te besteden had.
SHOW: …

TELL: Zij werd hoe langer hoe meer een enthousiaste gelovige.
SHOW: …

TELL: Ouders en tienerdochters begrijpen elkaar lang niet altijd.
SHOW: …

TELL: Roddel berokkent schade aan vriendschappen.
SHOW: …

1) Doe de oefening volgens het principe: Show, don’t tell.

2) Lees na afronding de preek die net geschreven is nog eens door. Kruis 5 zinnen aan, waarin je iets beweerde of stelde (tell) in plaats van het te laten zien (show).

3) Herschrijf die zinnen volgens het principe: Show, don’t tell.

N.a.v. Daniel Overdorf, One Year to Better Preaching (2009) 43-47.

Literatuursuggesties:

  • Mark Galli – Preaching That Connects: Using the Techniques of Journalists to Add Impact to Your Sermons (Zondervan, 1994)
  • Sondra Willobee – The Write Stuff: Crafting Sermons That Capture and Convince (Westminster John Knox, 2009)
  • Dawn Copeman – ‘How to “Show Don’t Tell”’
  • Rabort J. Sawyer – ‘On Writing: Show, Don’t Tell.

Zoek illustraties in je nabijheid

Zoek  illustraties in je nabijheid

Ze hadden haar gezegd dat ze niet naar dat huis moet gaan. Toch kon ze het niet laten, want het was het huis waar ze is opgegroeid.
Als ze bij dat huis komt, komen de herinneringen – die ze steeds bij zich droeg – weer boven. Haar voetstappen en handafdrukken zijn nog terug te vinden. Ze vertelt over haar kamer waar ze haar huiswerk maakte en gitaar leerde spelen. In de tijd onder de eik ligt haar lievelingshond begraven. Dit huis was de droom van haar moeder en haar vader slaagde het steeds stukje bij beetje, spijker voor spijker, te realiseren. Door de herinneringen weer te zien, kan ze de wond in haar ziel laten genezen. Ze neemt niets mee, alleen de herinneringen die ze reeds heeft.

The House That Built me – het is een song, geschreven door Tom Douglas en Alan Shamblim en uitgevoerd door country zangeres Miranda Lambert. Het liedje raakt een snaar en werd een hit.

Voor Daniel Overdorf reden om dit liedje als opstap te gebruiken voor een oefening in het preken maken. Hij daagt de predikant uit om voorbeelden uit de nabije omgeving te gebruiken, om gebruik te maken van de herinneringen die je met je meedraagt. Herinneringen zijn verhalen, waarmee het leven, relaties en geloof getypeerd kunnen worden. Zij geven houvast als het leven gaat wankelen. Ze geven warmte als het leven kil wordt. Ze geven een kompas als in het leven de oriëntatie ontbreekt.

Voor een predikant voorzien herinneringen in bruggen tussen de Bijbelse waarheid en het leven van vandaag de dag. Luisteraars begrijpen de waarheid het beste als zij deze waarheid kunnen verbinden met hun eigen leven. Degenen die effectief weten te communiceren, maken gebruik van zulke verbindingen door verhalen.

Maar hoe vinden we deze verhalen die de verbinding leggen? Hoe kunnen we de herinneringen terugvinden die het leven het het geloof typeren? Een manier om deze herinneringen weer op te roepen is om door en rondom ons huis te lopen

Oefening
1) Loop ten minste een uur door en rondom je huis – van binnen en van buiten.
2) Spreek je herinneringen in of schrijf ze op in een notitieboekje.
3) Sta toe dat herinneringen in je verbeelding opborrelen. Wat komt bij je boven als je naar de foto’s aan de muur kijkt? Wat komt er bij je boven als je door de achtertuin loopt? En als je naar de krassen op de deurposten kijkt of naar de vaas op tafel, naar de boomhut, de familiebijbel.
4) Nadat je je herinneringen hebt opgenomen of opgeschreven, ga je na welke waarheid over God en over de menselijke natuur deze herinneringen in zich meedragen. Noteer deze inzichten.
5) Bewaar de verhalen en de waarheden die ze illustreren, zodat je hen voor een volgende preek kunt gebruiken.

Om ideeën op te doen werk je de volgende beginzinnen uit:

  • Vorige week toen we met elkaar aan tafel zaten om te eten, zei mijn vrouw:
  • De krassen op het parket werden veroorzaakt toen:
  • Wij zetten de kerstboom altijd in die hoek, behalve in het jaar toen:
  • Die man op de foto is mijn opa. Hij zei altijd:
  • De telefoon ging over om 2 uur ‘s nachts:
  • We zaten op deze bank toen mijn dochter vertelde:
  • Ik kocht nieuwe kleren, omdat:
  • Deze sportkleren herinneren me aan:
  • In de muur zat een gat en daarachter:
  • Op zolder is er een doos en daarin:
  • In die nacht stonden we in een kring en baden toen:
  • Toen de waterkraan lekte, dacht ik dat ik zelf de lekkage kon verhelpen:
  • Ik denk vaak aan het tegeltje in de keuken, vooral als:
  • Toen deze raam door de voetbal sneuvelde:
  • Op een keer toen ik naar de brievenbus ging:
  • In deze achtertuin hebben we heel wat afgespeeld:
  • Ik vergeet nooit meer die morgen toen ze wegreed:
  • De buren hadden ons uitgenodigd om:

 

Extra suggesties:

  • Je zou ook in je verbeelding kunnen lopen door het huis waarin je bent opgegroeid.
  • Je zou door het kerkgebouw kunnen lopen om te speuren naar de herinneringen van je kerkelijke gemeente.
  • Zulke opgeroepen herinneringen dienen in de preek met zorg te worden behandeld. Enkele suggesties bij het gebruik van persoonlijke herinneringen:
    – Wees niet te overdadig met persoonlijke herinneringen. 1 à 2 herinneringen per preek is meer dan voldoende.
    – Laat de herinnering niet om jezelf draaien. Houd de aandacht op Christus gericht.
    – Wees zorgvuldig met het vertrouwen dat je is geschonken. Beschaam dat vertrouwen niet. Als het verhaal over iemand anders gaat, vraag dan van tevoren toestemming of je het verhaal mag vertellen. Dat geldt ook in het geval het verhaal over je familie gaat.
    – Voel je vrij genoeg om over jezelf te lachen.
    – Vertel vooral alledaagse voorvallen. Luisteraars hebben dan de beste mogelijkheid voor identificatie.
    – Vertel vooral over wat je hebt gezien en ervaren en praat wat minder over jezelf. Als het verhaal een film zou zijn, sta je achter de camera en niet in de spotlights.

Leessuggestie
– Bryan Chapell, Using Illustrations to Preach With Power (Crossway Books, 2001)

N.a.v. Daniel Overdorf, One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills (Grand Rapids: Kregel, 2013) 39-42

Houd de principes van het preken maken bij!

Houd de principes van het preken maken bij!

Preken maken kan vergeleken worden met sporten. Net als bij een sport heeft het preken maken ook regels waaraan je je moet houden. En een predikant moet net als een sporter blijven trainen op onderdelen.
In 2013 publiceerde Daniel Overdorf het boek One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills. Predikanten kunnen hun preken verbeteren door elke week een oefening uit dit boek te doen. Een oefening kost een predikant ongeveer 1 à 2 uur werk. De 4e oefening gaat over 5 fundamentele principes van het preken maken.

(1) Bestudeer de tekst
Bestudeer de tekst waarover je wilt preken voordat je besloten hebt wat je in de preek wil zeggen. Ga de context van het gedeelte na: hoe past het gedeelte dat je gekozen hebt in de originele context? Gebruik hiervoor commentaren en andere hulpmiddelen om de culturele en historische context te achterhalen. Gebruik de grondtalen (wanneer je ze beheerst).
Vaak is er reeds een boodschap gekozen voordat de Bijbeltekst is bestudeerd. Draai dit om en laat de Bijbeltekst je gedachten en de boodschap van de preek bepalen.

(2) Formuleer de boodschap van de preek
Effectieve preken hebben een enkel idee als basis. Deze boodschap is dan herkenbaar en makkelijk te onthouden geformuleerd. Om dit idee te formuleren gebruik je de vorige stap (bestudering van de tekst). Formuleer dan een tijdloze waarheid die uit het Bijbelgedeelte opkomt en formuleer dat als een duidelijke stelling. Weersta de verleiding om alleen een vage omschrijving of een breed thema te formuleren.

(3) Kies een vorm
De preek is dan gebaseerd op een enkel idee, dit idee moet wel worden uitgewerkt in een preek. Er zijn over het algemeen twee manieren om een preek uit te werken:
– In een deductieve vorm plaatst de predikant de stelling (de boodschap van de preek) aan het begin van de preek, liefst in de introductie. De stelling wordt in de preek uitgewerkt.
– In een inductieve vorm is de boodschap van de preek (de stelling) de climax van de preek. De preek werkt naar de boodschap toe en de boodschap wordt aan het slot, in de climax meegegeven.
Ga voor jezelf na welke vorm het beste past bij de boodschap. Stel jezelf de vraag: is het voor de luisteraar beter om de boodschap aan het begin van de preek reeds mee te geven of is het beter om naar die boodschap toe te werken?

Opbouw
Deductief:
(1) Introductie: stelling
(2) romp: punten die ontleend zijn aan de tekst om de stelling uit te leggen, te onderbouwen of toe te passen
(3) Conclusie: herhaling van de stelling en de punten
Geef na de stelling in de introductie kort weer welke stappen je onderneemt om de stelling uit te werken.

Inductief
(1) Introductie: probleemstelling
(2) Romp: bewegingen vanuit de tekst, stappen ontleend aan de tekst om deze probleemstelling te beantwoorden
(3) Conclusie: uiteindelijke beantwoording of oplossing.
Maak duidelijk dat de bewegingen en de stappen de luisteraars leiden naar een manier die voor hen duidelijk is en hen verder helpt om de probleemstelling te beantwoorden.

(4) Ontwikkel voorbeelden en toepassingen
Voorbeelden helpen de luisteraars om de waarheid te begrijpen. Toepassingen helpen de luisteraar om te zien welk effect deze waarheid op hun leven heeft.
Ga, nadat je je boodschap en structuur hebt uitgekozen, na welke verhalen, quotes, statistieken, suggesties of scenario’s-uit-het-leven-gegrepen de luisteraar kan helpen om de boodschap te begrijpen en toe te passen.

(5) Bereid het begin en het slot zorgvuldig voor
Als de preek is uitgewerkt, bereid je zorgvuldig voor hoe je de preek wilt beginnen en afsluiten.

De introductie zou (1) de aandacht moeten vangen door een verhaal, quote, of misschien een vraag.
De introductie zou (2) op basis van de Bijbeltekst een zorg of verlangen moeten formuleren met betrekking tot onze onvolmaaktheid of worsteling met de boodschap van de tekst.
De introductie zou (3) de luisteraar het idee moeten geven welke kant de preek opgaat – zie punt 3 over de vorm van de preek.

Het slot zou (1) de stelling moeten belichten. In een deductief opgebouwde preek zou het slot de stelling uit de introductie moeten herformuleren in het licht van wat er in de preek aan de orde is geweest.  In een inductief opgebouwde preek formuleert en benadrukt het slot de stelling voor de eerste keer, waarmee het de preek tot een climax brengt.
Het slot zou (2) aan de luisteraar een duidelijk beeld kunnen geven door een voorbeeld bij de stelling te geven.
Het slot zou (3) de luisteraars moeten uitdagen om de in de preek onderwezen waarheid in praktijk te brengen.

Overdorf geeft enkele leestips:

  • Donald R. Sunukjian, Invitation to Biblical Preaching: Proclaiming Truth With clarity and Relevance (Kregel, 2007)
  • Calvin Miller, Preaching: The Art of Narrative Exposure (Baker, 2006).

N.a.v. Daniel Overdorf, One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills(Kregel, 2013) 33-38

Rekening houden met de verschillen in luisteraars

Rekening houden met de verschillen in luisteraars
Verbeteren van de preken – oefening 3

In 2013 publiceerde Daniel Overdorf het boek One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills. Predikanten kunnen hun preken verbeteren door elke week een oefening uit dit boek te doen. Een oefening kost een predikant ongeveer 1 à 2 uur werk.

In een groot onderzoek naar kerkgangers deelden de onderzoekers de luisteraars in 3 categorieën in. Deze 3 categorieën kwamen overeen met de oude indeling van Aristoteles:
* luisteraars die gericht zijn op ethos
* luisteraars die gericht zijn op logos
* luisteraars die gericht zijn op pathos

Type luisteraar: Ethos
luistert naar: de persoon die preekt
Sleutelwoorden: relaties, verbinding
typische reacties na de preek
– ‘Deze dominee is net als ieder van ons’
– ‘Wat een eerlijke preek’
– ‘Deze predikant is een warm en authentiek persoon’

Wat dit vraagt aan preekvoorbereiding
:
– Gebruik wij in plaats van u, jij
– Deel persoonlijke verhalen, worstelingen en dank
– Laat zien wat deze Bijbeltekst voor jou persoonlijk betekent
– Gebruik voorbeelden uit de kerk en uit de plaatselijke gemeenschap
– Drijf af en toe de spot met jezelf
– Geef onderwijs over de relatie met God en met naasten

Type luisteraar: Logos
luistert naar: de inhoud, de gepresenteerde ideeën
Sleutelwoorden: logica, informatie
typische reacties na de preek
– ‘Deze preek geeft mij iets om op te kauwen’
– ‘Ik heb een hoop van deze preek geleerd’
– ‘Deze predikant heeft zijn punten helder uiteengezet’

Wat dit vraagt aan preekvoorbereiding
:
Onderwijs de Bijbelse waarheid op een logische, ordelijke manier
– Beveel boeken, artikelen of andere bronnen aan voor verdere studie
– Geef redenen waarom jouw luisteraars zouden geloven en handelen wat je in de preek aan de orde stelt.
– Geef uitleg over historische, culturele, contextuele of taalkundige achtergronden van de Bijbeltekst die aan de orde is
– Bied statistieke en andere feitelijke informatie die de tekst uitleggen of toepassen aan
– Stel moeilijke vragen die de luisteraar uitdagen om verder te denken

Type luisteraar: Ethos
luistert naar: de emoties die worden opgeroepen
Sleutelwoorden: gevoelens, ervaringen, passies
typische reacties na de preek
– ‘Wat een gepassioneerde, gedreven dominee’
– ‘De preek raakte mij’
– ‘De predikant sprak recht uit zijn hart’

Wat dit vraagt aan preekvoorbereiding
:
Vertel boeiende verhalen die verbonden zijn aan vragen en problemen uit het leven van alledag
– Stel de behoeften en zorgen van de luisteraars aan de orde
– Laat zien op welke manier het genoemde thema jezelf bezig houdt
– Gebruik poëzie, foto’s, schilderijen en andere kunstuitingen om de boodschap te communiceren
– Help luisteraars om te ontdekken hoe de Bijbelse waarheid met hun eigen leven verbonden kan worden
– Daag de luisteraars uit om een concreet antwoord te geven op de preek

(Gegevens afkomstig uit: Ronald J. Allen, Hearing the Sermon: Relationship, Content, Feelig, Charlice Press, 2004)

Oefening
1) Check de aantekeningen, samenvattingen en teksten van je laatste 3 preken op basis van de bovenstaande indeling
2) Gebruik 3 tekstmarkers van verschillende kleur om aan te geven welk deel van je preek de ethos, de logos of de pathos raakt. Deze oefening helpt om te ontdekken of je de 3 verschillende onderdelen in de preek hebt verwerkt.
3) Evalueer de resultaten van oefening 2. Welke patronen springen in het oog? Welke van de 3 stijlen gebruik je het meest? Welke gebruik je het minst? Hoe zou je kunnen streven naar een evenwicht in de 3 benaderingen?
4) Pak nadat de exegese en de formulering van de boodschap van de preek is afgerond een wit vel papier en deel die in drieën. Zet boven aan: ethos – logos – pathos. Neem de tijd om in te vullen hoe de boodschap van de preek in deze drie categorieën aan de orde kan komen.
5) Probeer zoveel mogelijk van de ideeën uit oefening 4 in de preek te verwerken.

N.a.v. Daniel Overdorf, One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills (Kregel, 2013) 27-31

Uitgebalanceerde prediking

Uitgebalanceerde prediking
Verbeteren van de preken – oefening 2

In 2013 publiceerde Daniel Overdorf het boek One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills. Predikanten kunnen hun preken verbeteren door elke week een oefening uit dit boek te doen. Een oefening kost een predikant ongeveer 1 à 2 uur werk.

Wanneer we elke dag pizza of patat eten gaat dat ten koste van onze gezondheid. Om gezond te leven moeten we gevarieerd en liefst zo gezond mogelijk eten.
Wat geldt voor onze lichamelijke gezondheid geldt ook voor onze geestelijke gezondheid: eenzijdigheid is ongezond. Veel predikanten hebben echter een eenzijdige verkondiging doordat ze slechts uit een beperkt deel van de Bijbel preken. In deze oefening gaat het om een uitgebalanceerde prediking op basis van een uitgebalanceerde keuze van Schriftgedeelten voor de verkondiging.

dieet-tips-voor-een-gezond-hart

Opdracht
1) Ga voor de preken van de afgelopen 3 – 5 jaar na uit welk deel van de Bijbel de Schriftlezingen kwamen. Kijk ook bij de themapreken, zoals jeugddiensten of catechismuspreken, op welke Schriftlezingen je als predikant terugvalt.
2.) Turf de resultaten in de volgende tabel:

* Pentateuch (Genesis – Deuteronomium):
* OT Historische boeken (Jozua – Esther):
* Wijsheid (Job – Hooglied):
* Profeten (Jesaja – Maleachi):
* Evangeliën + Handelingen:
* Brieven van Paulus:
* Algemene Zendbrieven + Openbaring:

3.)Evalueer de resultaten:
* Over welke Bijbelgedeelten heb je het meest gepreekt?
*Welke delen heb je verwaarloosd?
*Komt dit overeen met wat je verwacht had of is het resultaat toch verrassend?
4) Plan voor de komende tijd 2 prekenseries over Bijbelboeken die weinig aanbod gekomen zijn.

Variant
Deze opdracht kan ook toegepast worden op de verschillende onderdelen van de geloofsleer:
1) Ga voor de preken van de afgelopen 3 – 5 jaar welke onderwerpen en thema’s aan de orde kwamen.
2) Turf daarbij de resultaten in de volgende tabel:
* Thema’s uit de geloofsleer. (Deze tabel kan ook weer uitgesplitst worden  door na te gaan welke onderdelen van de geloofsleer in die preken aan de orde gekomen zijn)
* Ethische thema’s
* Thema’s over de praktijk van het christenzijn
* Thema’s over spiritualiteit en geloofsbeleving
* enz.
Een andere variant is om de in de preek gebruikte voorbeelden na te gaan: Welke aspecten van het leven komen hier in naar voren? Hoeveel voorbeelden komen uit de sportwereld? Vanuit je eigen gezin? Hoe vaak (en op welke manier) komen populaire films aan de orde? Hoe vaak komen ‘heiligen’ als Martin Luther King of Bonhoeffer of grootheden uit de kerkgeschiedenis (Calvijn, Luther, ed) voor?

N.a.v. Daniel Overdorf, One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills (Grand Rapids: Kregel, 2013) 21-26

Gebed tijdens de voorbereidingen van de preek

Gebed tijdens de voorbereidingen van de preek
Verbeteren van de preek – Oefening 1

In 2013 publiceerde Daniel Overdorf het boek One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills. Predikanten kunnen hun preken verbeteren door elke week een oefening uit dit boek te doen. Een oefening kost een predikant ongeveer 1 à 2 uur werk.

De eerste oefening is om enkele gemeenteleden te vragen te bidden tijdens de voorbereidingen van de preek. Zij kunnen dat afzonderlijk doen of gezamenlijk als een gebedskring (met of zonder de predikant). Wanneer deze gemeenteleden bidden op het moment dat de voorbereidingen plaatsvinden, wordt de predikant in de voorbereidingen gedragen door het gebed.
Praying-Hands-Bible
Overdorf raadt de predikant aan om de gemeenteleden de dag van tevoren te melden op welke manier hij zich gaat bezig houden met de preek. Hij geeft suggesties voor gebedsonderwerpen. Deze gebedsonderwerpen zijn niet alleen voor de biddende gemeenteleden van belang, maar ook voor de gebeden van de predikant zelf.

Suggesties voor dagelijks gebed

Maandag
* Bid om vrede over de gisteren gehouden preek.
* Bid om verlangen het Woord van God (weer) met vreugde te bestuderen.
* Bid om volharding om in de komende week gedisciplineerd aan de preek te werken.

Dinsdag
* Bid om de Heilige Geest voor het ingewikkelde maar ook beloftevolle taak de Bijbel te interpreteren.
* Bid om de leiding van de Heilige Geest, zodat Hij laat zien welke studiebronnen de predikant het beste kan benutten tijdens de voorbereidingen deze week.
* Bid om verlichting door de Heilige Geest om de tekst van deze week te begrijpen.

Woensdag
* Bid om geloof om de glorie van God vanuit dit Bijbelgedeelte te zien.
* Bid om intellectueel inzicht om de tekst voor de preek te verbinden aan het grotere verhaal van Gods redding door Christus.
* Bid om pastoraal inzicht om deze Bijbeltekst te verbinden aan de zorgen en verlangens van de gemeente.

Donderdag
* Bid om een duidelijke preekopbouw.
* Bid om moed om alles te zeggen wat nodig is, zoals de noodzaak om te corrigeren, te vermanen en de bemoedigen.
* Bid om overtuiging om deze waarheid zelf in praktijk te brengen (conviction to live the truth) voordat deze waarheid verkondigd wordt.

393878076_6257d0c303

Vrijdag
* Bid om voorbeelden die de waarheid van deze Bijbeltekst verhelderen of toepassen.
* Bid om duidelijkheid over de toepassingen, zodat de luisteraars begrijpen welk verschil deze waarheid in hun levens gaat maken.
*Bid om een goede introductie die de luisteraars uitnodigt naar de preek te luisteren.
* Bid om een goede afsluiting die de luisteraars helpt om deze boodschap in praktijk te brengen (to live that message).

Zaterdag
* Bid om overtuiging en helderheid in hoofd en hart met betrekking tot de preek die is voorbereid.
* Bid om een hart gevuld met de vrede van God over de boodschap en de taak van de verkondiging.
* Bid om een uitgerust lichaam dat voorbereid is op de verkondiging.

Zondag
* Bid om vrijmoedigheid om de waarheid gepassioneerd te verkondigen.
* Bid om precisie om de boodschap helder te verkondigen.
* Bid om transparantie om de waarheid authentiek te verkondigen.
* Bid om nederigheid om jezelf helemaal te verloochenen.
* Bid om verlangen om Christus zo veel als mogelijk te kunnen verhogen.
* Bid om vrucht op de verkondiging.

N.a.v. Daniel Overdorf, One Year to Better Preaching. 52 Exercises to Hone Your Skills (Grand Rapids: Kregel, 2013) 15-19