Waarom de preek echte verhalen nodig heeft

Waarom de preek echte verhalen nodig heeft
N.a.v. Scott Hoezee, Actuality. Real Life Stories for Sermons That Matter

Tell me the old, old story of unseen things above, of Jesus and His glory, of Jesus and His love.

7 Elements of Passionate Preaching041610


In veel preken wordt geen verband gelegd met de alledaagse werkelijkheid van de luisteraars. Dat is de ervaring van Scott Hoezee, rector van het Center for Excellence in Preaching van de Calvin Theological Seminary in Grand Rapids (Michigan).  Preken hebben vaak een boodschap, die ontzettend waar is. Ook de schoonheid van de preek komt niet tekort. Wat wel tekort komt, is wat de kerkganger met deze boodschap kan, omdat de boodschap abstract blijft.

Daardoor leert de kerkganger ook geen verbinding te maken tussen de Bijbel en zijn eigen leven. Volgens Hoezee kan er door middel van verhalen een brug worden geslagen tussen de boodschap en de leefwereld van de luisteraars. In verhalen heeft de luisteraar de mogelijkheid om zichzelf te herkennen en om te zien hoe de boodschap verschil maakt in zijn eigen leven.

actuality


Doel
Het verwerken van verhalen is geen gemakkelijke klus, erkent Hoezee. Kant-en-klare preekvoorbeelden werken averechts, omdat ze saai en voorspelbaar zijn en vaak ook niet echt zijn. Een predikant dient daarom zelf de voorbeeldverhalen te vinden. In de literatuur, de films, het nieuws of de eigen pastorale praktijk. Bij voorbeelden uit de eigen praktijk dient een predikant voorzichtig te zijn. Het ambtsgeheim is een groot goed. Daarom zijn voorbeelden uit de literatuur en film veiliger. Met dit boek geeft Hoezee een nadere uitwerking van wat zijn leermeester Cornelius Plantinga heeft verwoord in Reading for Preaching.

Pastorale zorg en liefde
Ook al is het vinden en verwerken van verhalen geen makkelijke klus. Het is volgens Hoezee wel een belangrijke taak voor een predikant. Door verhalen te verwerken, geeft de predikant woorden aan de ‘trouble’, waar gemeenteleden mee te maken hebben. Door verhalen laat de predikant ook zien hoe God aanwezig is in die ‘trouble’ en welke uitwerking Gods genade heeft. Het verwerken van verhalen is daarom geen vorm van zelfetalering, maar een vorm van pastorale zorg en liefde voor degenen die naar de kerk gekomen zijn om te horen wat God voor hen doet. Verhalen worden niet in de preek opgenomen om de preek interessanter te maken, maar om de preek echter en werkelijker te maken.

sharpton 910-091312


Show, Don’t Tell
De prediker dient concreet en specifiek te zijn in de uitwerking van de boodschap. De Amerikanen kennen daarvoor het principe Show, Don’t Tell. Als een predikant uitleg geeft of stelt (tell) blijft dat meer abstract en wordt het minder goed onthouden dan wanneer de predikant laat zien (show).
Een predikant kan voor het principe Show, Don’t Tell veel leren van schrijvers en filmmakers. Een voorbeeld geeft Hoezee met de eerste roman van Harper Lee, To Kill a Mockingbird (Spaar de spotvogel). In die roman is de hoofdpersoon Atticus een goed man. Lee gebruikt echter nooit deze typering voor Atticus, maar laat in gebeurtenissen en door het beschrijven van gebaren zien dat Atticus een goed man is.

Boodschap uitwerken
In een preek dient er ook uitleg gegeven worden. Het Tell-element kan niet ontbreken. Hoezee pleit voor een juiste balans tussen Tell en Show en voor een goede balans tussen beide. Uitleg dient wel gepaard te gaan met de concrete uitwerking in een verhaal. Want een predikant kan wel zeggen, dat God helpt, bemoedigt, erbij is, enz. Maar hoe dan? Wanneer de predikant dat uitwerkt in een concreet verhaal, leert de kerkganger zien hoe God in zijn alledaagse leven aanwezig is en werkt.
Dat predikanten deze uitwerking niet geven, zou ook wel eens te maken kunnen hebben, dat zij zelf het ook niet eenvoudig vinden om Gods aanwezigheid daar te zien. Een predikant dient te leren zien hoe God werkt en hoe Zijn genade verschil maakt.

Levendiger
Een preek wordt levendiger als de predikant dezelfde manier van spreken hanteert als in het alledaagse contact. Wanneer iemand bij de koffie vertelt over wat er thuis gebeurde, wat zijn vrouw of dochter zei, wordt iemand al sprekend geciteerd. ‘Ze zei tegen mij: “Bij anderen heb je er wel oog voor.” Hoezee pleit ervoor om ook op die manier te citeren, iemand in de 1e persoon sprekend in te voeren.
Wanneer een voorbeeld te algemeen is, helpt het nog niet verder. Maak een voorbeeld specifiek, door authentieke details te vermelden. Gebruik verbeelding, maar niet op een ongebreidelde manier. Zorgvuldig en gedisciplineerd, zegt Hoezee.
En vermijd ‘kunststof-heiligen’. Geen enkele heilige is alleen maar goed. Niets is moeilijker te beschrijven dan een heilige, zegt de predikant-schrijver Frederick Buechner. Ook het beschrijven van de aantrekkingskracht van een heilig leven is volgens hem het moeilijkst te beschrijven.

Showing trouble
Hoezee sluit in zijn boek aan bij Paul Scott Wilson, die in zijn The Four Pages of the Sermon aangeeft dat in elke preek zowel de menselijke trouble (zorg, nood, zonde) als de goddelijke genade verwoord moet worden. Naar mijn idee is de menselijke trouble gemakkelijker te tonen dan de werkzaamheid van God. Dat valt mij ook bij Hoezee op. Het hoofdstuk over ‘Showing trouble’ is veel uitgebreider dan het hoofdstuk over ‘Showing grace’.
Het belang van het tonen van de menselijke problematiek is dat de luisteraars woorden vinden voor wat hen bezighoudt. Door het lezen van literatuur en biografieën, door het kijken van films, door de eigen pastorale praktijk krijgt een predikant een sensitiviteit voor de menselijke problematiek. De kunst is om in de preek deze problematiek met de Bijbel te verwoorden. Door verhalen te vertellen kan de luisteraar op een veilige afstand blijven en zich toch herkennen.

Voor Hoezee zijn er 4 belangrijke vormen van menselijke trouble:
– de pijn van niet-functionerende gezinnen
– het verdriet om niet-uitgekomen dromen en vervlogen hoop
– menselijke karakters en de zonden
– De worsteling van eenzaamheid.
In zijn boek geeft Hoezee voorbeelden hoe deze trouble op een zorgvuldige en herkenbare manier voor luisteraars verwoord kunnen worden door te laten zien hoe hij zelf deze thema’s aan de orde stelt en verbindt met een Bijbelgedeelte. Alleen daarom al is dit boek de moeite waard om zelf te lezen!
De predikant stelt deze problematiek niet aan de orde uit een soort leedvermaak. De predikant vindt ook geen genoegen in het verwoorden van al deze ‘sores’. Deze nood wordt verwoord om aan te geven welk verschil God en Zijn genade maakt.

Showing grace
Het is een groot voorrecht voor de predikant om elke week te laten zien hoe God in Zijn genade werkzaam is. De uitwerking van Gods genade dient net zo echt en levendig uitgewerkt te worden als de menselijke trouble. Het ontdekken van Gods genade en het vinden van verhalen die Gods handelen uitwerken zijn niet eenvoudig te vinden. De predikant moet ook niet op zoek gaan naar grootse verhalen. Gods genade zit vaak juist in het kleine. Gods handelen komt vaak openbaar in iets dat onverwachts gebeurt. Ook Gods genade dient concreet en specifiek te worden uitgewerkt.
Hoezee vertelt dat zijn kinderen op de middelbare school de opdracht kregen om een opstel te schrijven over de glimpen van God, die zij om zich heen zagen. Alle kinderen van de klas zagen in die glimpen in hun alledaagse leven. Niet in de uitzonderlijke gebeurtenissen. Juist in de alledaagse gebeurtenissen zagen zij iets van Gods genade oplichten.

And when, in scenes of glory,
I sing the new, new song,
‘twill be the old, old story

that I have loved so long.

N.a.v. Scott Hoezee, Actuality. Real Life Stories for Sermons That Matter. Serie: The Artistry of Preaching (Nashville: Abingdon Press, 2014).

 

Lezen om te preken – 2: de leeslijst

Lezen om te preken – 2: de leeslijst.
Mijn eigen leesprogramma “Lezen om te preken”

Cornelius Plantinga geeft cursussen Imaginative Reading for Creative Preaching. Hoe zou mijn eigen leeslijst voor het lezen om te preken?

Werner Bergengruen – Der Großtyrann und das Gericht
Heinrich Böll – Herinneringen van een clown
– Biljarten om half 10
– Alle verhalen
Alfred Döblin – Pardon wird nicht gegeben
Sushako Endo – De samoerai
Max Frisch – Homo faber
Graham Greene – Genezen verklaard
– Geheim agent
– Monsieur Quichotte
Maarten ’t Hart – De aansprekers
Khaled Hosseini – De vliegeraar
John Irving – Bidden wij voor Owen Meany
Robert Lemm – Ontijdige bespiegelingen
François Mauriac – De adderkluwen
Vonne van der Meer – Zondagavond
B. Nijenhuis – De Tornado
Amoz Os – Een verhaal van liefde en duisternis
Willem Jan Otten – Waarom komt u ons hinderen?
* Arjan Plaisier, Is Shakespeare ook onder de profeten? Theologische meditaties bij zeven stukken van Shakespeare
Leo Pleysier – Wit is altijd schoon
– Zwart van het volk
Chaim Potok – De gave van Asjer Lev
– De zoon van Asjer Lev
– Het boek van het licht
Karel Schoeman – Verliesfontein
* Wilfred Scholten – Mooie Barend. Biografie van B.W. Biesheuvel (1920-2001)
Jan Siebelink – Laatste schooldag
* John Steinbeck – Druiven der gramschap
Maritha van der Vyver – Stiltetijd
Martin Walser – Rechtfertigung
Franz Werfel – De verduisterde hemel
Frank Westerman – Ararat
* Annejet van der Zijl – Anna. Het leven van Annie M.G. Schmidt

* = nog niet gelezen

Plantinga geeft ook aan dat het de moeite waard is om kinderboeken te lezen. Kinderboekenauteurs die op de ‘lezen om te preken’-lijst komen, zijn:
– Tonke Dragt – De brief voor de koning
– Vivian den Hollander – serie over Lisa en Jimmy
– Rindert Kromhout – Rintje; serie over meester Max
– Martine Letterie – serie over Berend; boeken over de Tweede Wereldoorlog
– Carry Slee, Iris & Michiel; Kinderen van de Grote Beer; Het grote Opa en Oma-boek
– Jacques Vriens – Meester Jaap; de bende van de Korenwolf

Lezen om te preken

Lezen om te preken Een predikant kan leren van schrijvers, journalisten en biografen, aldus Cornelius Plantinga MN_Lesen_ist_cool
Een predikant kan voor het preken maken in de leer van goede schrijvers, journalisten en biografen. Dat vindt Cornelius Plantinga, emeritus hoogleraar aan Calvin Theological Seminary. 10 jaar lang gaf hij in het postacademisch onderwijs voor predikanten een cursus Imaginative Reading for Creative Preaching.

In deze cursus liet hij predikanten schrijvers als John Steinbeck en Khaled Hosseini lezen, behandelde hij gedichten en biografieën en las hij essays van journalisten. Plantinga is van mening dat predikanten veel van schrijvers, journalisten en biografen kan leren in de preekvoorbereiding. Hij pleit ervoor dat predikanten voor zichzelf een leesprogramma opstellen.

Hij wil nog niet zo ver gaan als Eugene H. Peterson. Peterson had als predikant de gewoonte om zich van 13.30-15.00 af te zonderen om zich te verdiepen in schrijvers als Dostojewski. Op dit tijdstip was hij dan ook niet bereikbaar voor gemeenteleden. Plantinga geeft aan, dat dit wel veelgevraagd is, maar geeft tegelijkertijd aan dat het heel zinvol kan zijn om van het lezen een vast onderdeel van het werk te maken. De predikant en de gemeente hebben er baat bij.

Pittige taak
De predikant heeft namelijk een pittige taak: elke week het evangelie brengen voor een gemengd publiek. Er is, volgens Plantinga, geen enkel ander beroep waarin zoveel van iemand gevraagd wordt.
Een predikant moet voor zijn woordgebruik en stijl rekening houden met zijn hoorders: niet te ingewikkeld voor de een, niet te platvloers voor anderen. Geen ander als een predikant heeft zoveel thema’s te bespreken met zijn luisteraars – vaak ook steeds dezelfde luisteraars.
Het zijn ook niet de minste onderwerpen: God, wereld, genade, zonde, leven, e.d. Het lezen van literatuur, essays en biografieën helpt om een rijk gevarieerde woordenschat aan te leggen, waaruit geput kan worden en helpt ook in het onder woorden brengen de onderwerpen.

Daarbij gaat het niet om het showen van de opgedane kennis, maar om hulp bij de verkondiging van Gods Woord. Het is niet de bedoeling dat gemeenteleden na afloop van de dienst onder de indruk van de predikant (en zijn kennis) naar huis toe gaan, maar aangesproken door Gods Woord. Om dat te bereiken kan een leesprogramma zinvol zijn.

Verbeelding
Een leesprogramma helpt ook bijvoorbeeld om voorbeelden te vinden die de boodschap illustreren en toepassen. Een predikant heeft daardoor een rijkere voorraad aan preekvoorbeelden. Nog meer helpt zo’n algemeen leesprogramma om zijn eigen verbeeldingskracht te activeren en zo alert en gevoelig te zijn voor wat er in zijn eigen leefomgeving afspeelt.

Een predikant kan natuurlijk een zin van een schrijver citeren, naar een gedicht verwijzen of een voorbeeld van een journalist aanhalen. Voor een groot deel van de gemeente zal die naam echter onbekend zijn. Een voorbeeld wordt echter en authentieker en gemakkelijker inpasbaar in een preek als een voorbeeld uit de eigen waarneming van de predikant opkomt. Door het lezen wordt deze waarneming gestimuleerd.
Een predikant leest daarom romans, korte verhalen of gedichten. Niet om deze schrijvers te citeren, maar vooral ook om zelf te verbeelden.

Wijsheid
Door te lezen kan de predikant wijsheid opbouwen. De predikant is geroepen om over veel onderwerpen te spreken. Door journalisten en schrijvers te lezen leert een predikant de nuances te ontdekken bij een onderwerp, maar kan hij ook ontdekken hoe een onderwerp in de wereld van vandaag leeft.

Twee voorbeelden die niet uit het boek van Plantinga komen:
– John Irving liet met zijn Bidden wij voor Owen Meany zien dat uitverkiezing ook in onze tijd plausibel verteld kan worden. (Deze tip heb ik bij Gerhard Sauter opgedaan.)
– Chaim Potok bouwt zijn boeken over Asjer Lev op vanuit de ondoorgrondelijkheid van Gods wegen.

Complexiteit
Literatuur en krantenartikelen kunnen op een onverwachte manier een brug slaan naar de boodschap of zelfs helpen een boodschap in een Bijbelgedeelte te ontdekken.
Plantinga laat zien dat de winnaars van de Pulitzer-prijs allemaal geschreven hebben over een bepaalde zonde. Tegelijkertijd kunnen juist schrijvers en journalisten helpen om op onverwachte plaatsen genade te ontdekken. Door te lezen ontdekt een predikant dat de mensen met wie hij te maken heeft vaak complexer in elkaar zitten dan je in eerste instantie zou denken. Dat geeft aan de ene kant bewogenheid met mensen, die anders afgeschreven zouden worden.
Aan de andere kant krijgt de predikant er oog voor dat ook ‘gewone’ mensen complexer zijn dan je zou denken. Vanwege die complexiteit van mensen en van de wereld waarin wij leven geeft Plantinga aan dat het niet goed is om (te snel) een mening te hebben over de levensbeschouwing van een schrijver. Een predikant is God niet en kent het hart van de schrijver niet.

Leesprogramma
Wat moet een predikant lezen? Elke maand een goede roman van een grote schrijver? Plantinga beseft dat dit veel gevraagd is. Maar elke dag een gedicht moet toch wel kunnen. En het moet toch mogelijk zijn om in 1 jaar tijd 1 roman, 1 biografie en een aantal journalistieke essays te lezen? Op dit leesprogramma staan natuurlijk ook de belangrijke homiletische literatuur. Maar, zo Plantinga, lezen in het algemeen hoort ook bij de preekvoorbereiding.

N.a.v. Cornelius Plantinga, Reading for Preaching. The Preacher in Conversation with Storytellers, Biographers, Poets, and Journalists (Grand Rapids, Michigan / Cambrigde, U.K.: William B. Eerdmans Publishing Compagny, 2013) ResizeImageHandler Een ander interview: http://vimeo.com/77532651