Vorming van kinderen tot navolgers van Christus in een post-christelijke maatschappij

Vorming van kinderen tot navolgers van Christus in een post-christelijke maatschappij

Is de christelijke gemeenschap nog in staat om kinderen te vormen als navolgers van Christus? Of is de invloed van de postchristelijke maatschappij op het denken en handelen van de kinderen, die bij de christelijke gemeenschap horen, te sterk?

Marva J. Dawn, theologe, auteur en spreekster, maakt zich grote zorgen over de geloofsopvoeding. Niet alleen omdat de geloofsopvoeding in een postchristelijke maatschappij niet zo gemakkelijk is. Ze maakt zich vooral zorgen, omdat ouders de geloofsopvoeding verwaarlozen en de vorming van hun kinderen aan de maatschappij overlaten, waardoor ze niet de christelijke waarden en normen meekrijgen. Daarom schreef ze het boek Is It a Lost Cause? voor ouders en de gemeenschap, zodat zij leren het belang hiervan in te zien. Ze wil waarschuwen, alternatieven aanreiken en het gesprek op gang brengen.

ResizeImageHandler

Machten en wereldbeheersers
Dawn kon door lichamelijke beperkingen zelf geen kinderen krijgen, maar is juist daardoor erg begaan met de kinderen van de christelijke gemeenschap. Ze trekt veel met jongeren op, geeft cursussen aan jongeren en spreekt hen op bijeenkomsten toe. Zij promoveerde op het werk van de Franse socioloog Jacques Ellul. Van hem heeft ze geleerd dat een christelijke opvoeding ook inhoudt, dat je je kinderen leert niet onder de invloed te laten komen van de ‘machten en wereldbeheersers’  (Efeze 6:12).


Geschenk
Kinderen zijn een geschenk van God. Daarom zijn ouders aan God verplicht de kinderen een goede, christelijke opvoeding te geven, waarbij de normen en waarden gestempeld zijn door de Bijbelse normen en waarden en niet door de opvattingen van wat in onze cultuur gebruikelijk is.

Gemeenschap
Ouders staan er niet alleen voor. Zij hebben de christelijke gemeenschap om zich heen. Kinderen maken onderdeel van die gemeenschap uit. De opvoeding en de vorming van kinderen tot navolgers van Jezus is een taak voor heel de gemeenschap. Het is de ervaring van Dawn dat kinderen het beste worden gevormd door de liturgie van de eredienst en door een christelijke gemeenschap die ook echt een gemeenschap is. In die gemeenschap hebben kinderen een eigen plaats, maar worden ze ook gevormd en krijgen ze bagage voor hun levensreis mee.

Geestelijke bagage
Elk hoofdstuk wordt daarom voorafgegaan door een lied, waarin iets verwoord wordt van wat voor de vorming en geloofsopvoeding van kinderen van groot belang is. Het is haar eigen ervaring dat liederen een enorm vormend effect hebben. Zij vindt het daarom van groot belang dat kinderen liederen aangeleerd krijgen als geestelijke bagage.

Post-christelijke tijd
Deze tijd is volgens Dawn niet de makkelijkste tijd om kinderen op te voeden: we leven in een post-christelijke tijd. De maatschappij leert de kinderen geen christelijke waarden en normen meer aan. De normen en waarden van deze maatschappij staan in veel gevallen juist haaks op deze maatschappij.

Media
Bezorgd is Dawn over de invloed van televisie en internet. Ze snapt niet waarom ouders hun kinderen afschepen met wat ze op televisie te zien krijgen in plaats van zelf tijd en energie te steken in het aanleren van goede, christelijke waarden en normen:

  • Door de televisie worden kinderen overspoeld met informatie. Met die informatie kunnen ze heel weinig. Daardoor ontwikkelen kinderen een passiviteit. Ze noemt dit in navolging van Neil Postman de Low Information-Action Ratio (L.I.A.R. = leugenaar). Deze passiviteit is dodelijk voor het engagement van kinderen op de nood van deze wereld. Deze passiviteit is ook dodelijk voor het geloof van Gods betrokkenheid op deze wereld.
    In plaats van de kinderen tv te laten kijken, is het beter om hen de waarde van verhalen te leren ontdekken. Of om hen mee te nemen in de sociale betrokkenheid op mensen die minder hebben. Tegenover de overkill aan informatie van de media zou de christelijke gemeenschap de kinderen levenswijsheid moeten aanleren.
  • De tv leert kinderen om consumenten te zijn. Daardoor leren ze dat ze wat ze hebben willen gelijk kunnen krijgen. Samen met de welvaart die er is, leren ze niet meer te wachten op iets wat van waarde is. Doordat ze niet meer kunnen wachten en sparen, zijn ze niet goed in volharding en geven ze bij het minste of geringste op. Daardoor leren ze ook niet, dat lijden en ascese wezenlijke onderdelen van het leven zijn.
  • Door tv en internet leren christelijke kinderen waarden en normen, die niet streven bij de christelijke ethiek. Ze leren dat geweld gewoon is. Ze leren niet dat trots en egoïsme verderfelijke eigenschappen zijn. Ze leren dat seks verkrijgbaar zou moeten zijn op het moment dat je er behoefte aan hebt.


De christelijke gemeenschap is geroepen om in deze wereld een andersoortige gemeenschap te zijn, die Jezus als model heeft. Om de kinderen tot voorbeeld te zijn dienen alle leden van de gemeenschap te leven uit die normen en waarden.

Zuigkracht
De zuigkracht van deze wereld is sterk. Dat komt, omdat de wereld waarin wij leven, ook probeert om het verlangen dat er is naar verdieping, naar leven, naar ervaring ook wil vervullen, maar dan zonder een leven met God. In navolging van C.S. Lewis noemt ze dat Sehnsucht. De machten en wereldbeheersers willen via die Sehnsucht invloed uitoefenen op ons denken, onze ervaring, op ons handelen. Dat doen ze door een snelle bevrediging van die Sehnsucht te beloven. Daarmee gaan ze de concurrentie aan met God.

Hart van God
De regels die God gegeven heeft zij er echter niet voor niets. Ze zijn er ter bescherming. Ze zijn er om werkelijk leven te vinden. In Hem. De christelijke gemeenschap moet het hart van God hebben voor kinderen. Wanneer men dat alleen met de mond belijdt en dat geen handen en voeten geeft in de liturgie, in de gemeenschap en de opvoeding zijn de kinderen verloren voor de kerk. Om de kinderen te bewaren bij Christus wordt er inspanning gevraagd van ouders en de gehele gemeenschap:

  • Door de machten en wereldbeheersers en hun verleidelijke trucjes te ontmaskeren.
  • Door op tijd ‘nee’ te zeggen tegen media, series, films en andere invloeden wanneer de invloed te schadelijk is.
  • Door de gemeenschap een gemeenschap van liefde, vriendschap, verantwoordelijkheid en betrokkenheid te laten zijn.
  • Door de ene, ware God (Vader, Zoon en Heilige Geest) te dienen in de eredienst
  • Door als gemeenschap afstand te doen van alle afgoderij, die het vervullen van de Sehnsucht buiten God om belooft.
  • Door als ouders en gemeenschap zich te laten vormen door Christus, door Gods Woord.

N.a.v. Marva J. Dawn, Is It a Lost Cause? Having the Heart of God for the Church’s Children (Grand Rapids / Cambrigde: William B. Eerdmans Publishing Company, 1997)

Zie de website van Marva J. Dawn

een boven alles uitstijgend leven

een boven alles uitstijgend leven
Het leven van Jeremia als voorbeeld voor gewone gelovigen en predikanten

Het is een raadsel waarom zoveel mensen zo slecht leven. Niet slecht in de betekenis van verdorven, maar in de betekenis van zinloos. Niet in de zin van wreed, maar in de zin van dom. Er is zo weinig om te bewonderen en zo weinig om te imiteren in de mensen die in onze cultuur dominant zijn. We hebben beroemdheden maar geen heiligen.

3706

Zo begint Eugene H. Peterson zijn boek over Jeremia, dat hij schreef voor zijn zoon Eric. Zijn zoon volgde op het moment dat hij zijn boek schreef een studie theologie maar had nog niet besloten wat hij daarmee zou doen. Uiteindelijk werd Eric, net als zijn vader, predikant.

In dit boek maakt Peterson een contrast met onze oppervlakkige cultuur en het leven van Jeremia. Onze oppervlakkige cultuur: want Peterson schrijft weliswaar vanuit de Amerikaanse cultuur van begin jaren-’80, maar die cultuur wijkt net zoveel af van het leven van Jeremia als de cultuur waarin wij leven. Het contrast van het leven van Jeremia met de cultuur waarin hij leefde is – in de schets van Peterson – net zo groot.
In die oppervlakkige cultuur van het Jeruzalem van net voor de verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap leidt Jeremia een leven dat indruk maakt, waarmee hij ons een voorbeeld geeft hoe wij kunnen leven in onze eigen oppervlakkige cultuur.

Meer nog dan zijn woorden heeft het leven van Jeremia een grootsheid, een grandeur. Niet dat hij daarmee een onmenselijke grootheid krijgt. Het leven dat Jeremia leidt zou door iedereen geleid kunnen worden, maar de meesten kiezen voor een oppervlakkig leven in plaats van een leven dat uitblinkt in excellentie.
Jeremia voelde ook de verleiding om te kiezen voor een oppervlakkig leven. In zijn leven als profeet was er een moment, waarop hij er de brui aan wilde geven en wilde kiezen voor een oppervlakkig leven. Door zijn roeping aan de HEER terug te geven. Daarom kreeg Jeremia van de HEER de vraag:

Zo, Jeremia, als je al in de hardloopwedstrijd met mensen uitgeput raakt,
hoe kom je dan op het idee dat je de race tegen paarden kunt winnen?
Als je je verstand niet kunt behouden in een rustige tijd,
wat gebeurt er dan als de nood komt die zal doorbreken als een watersnoodramp?
(Jerema 12:5)

running-horse

Daarop besluit Jeremia zijn leven vol te houden en zo met zijn manier van leven een stugge, volhardende verkondiging te zijn, een levende boodschap van de HEER.

Jeremia had er niet zelf voor gekozen. Tegen zijn wil in werd hij geroepen als profeet. Een roeping die al aan zijn geboorte vooraf ging. De HEER gaf daarbij aan, dat hij niet bang moest zijn voor de reacties van de mensen.

Ik zal je zo onneembaar als een vesting maken,
zo onbeweeglijk als een pilaar van staal,
zo solide als een massieve muur.
Je zult een eenmansverdediging zijn
tegen deze cultuur,
tegen Juda’s koningen en prinsen,
tegen priesters en lokale leiders.

Ondanks zijn geregelde worstelingen met God over zijn rol, gaf Jeremia gehoor aan die roeping. Met zijn manier van leven gaf Jeremia aan, dat hij zich liet leiden door de levende God. 23 jaar lang leefde hij dit geloof voor. Kritisch in een tijd waarin de reformatie van de godsdienst slechts een oppervlakkige omkeer was. Scherp in een tijd waarin zijn volk afscheid nam van het geloof in de levende HEER.
Een scherpe criticus ook van de populaire predikers, die door iedereen geliefd werden en door iedereen werd gesticht. Kritisch was hij, omdat deze predikers niet Gods boodschap brachten, maar slechts religieuze masseurs van de massa waren. Terwijl de massa niet door hadden dat deze predikers slechts met hun eigen ego bezig waren. Een van deze religieuze masseurs van de massa, Paschur, wordt door hem Overal-gevaar genoemd, een uitdrukking die door het volk weer als een spotnaam voor Jeremia wordt gebruikt. Kritisch was hij op het nationalisme, dat het volk ervan weerhield als volk van God te leven.

Jeremia was een dichter, die oog had voor Gods boodschap in de alledaagse gebeurtenissen: het dagelijkse werk van de pottenbakker bevatte een boodschap van God voor zijn volk. Hij koos zijn woorden zorgvuldig. Nooit werd hij abstract of algemeen. Geen profetisch boek kent zoveel namen als het boek van Jeremia. Zelfs de profetieën over de landen waar hij nooit is geweest, zijn gedetailleerd en onthullen dat hij zich verdiepte in zijn hoorders. Zijn optreden had vaak symbolische betekenis: een dure mantel, die door onzorgvuldigheid vergaan was, gaf de status aan van Gods volk. Een juk gaf aan wat er te wachten stond. Maar boven alles was Jeremia een man van gebed, die steeds gericht was op God. Hoe onbegrijpelijk de opdrachten van de HEER waren, hij voerde ze uit. Hoewel worstelend, toch zijn leven lang dezelfde: als een onbeweeglijke stalen pilaar.

Uniek? Dat zeker. Want er was niemand die het hem nadeed en slechts een enkeling die zich bij hem voegde. En toch: niet uniek in de zin dat het alleen voor religieuze hoogvliegers was weggelegd. Zo maken middelmatige mensen zich ervan af: dat het leven van een excellent gelovig leven niet is weggelegd voor de gewone man. Als Jeremia de opdracht krijgt om de Rechabieten wijn aan te bieden, ontdekt hij dat een leven naar Gods geboden voor iedereen is weggelegd. De Rechabieten houden zich onder alle omstandigheden aan de voorschriften van hun voorvader, die hen verboden had om wijn te drinken en om in huizen te wonen. Zelfs tijd van oorlog of kameraadschap kon hen niet op andere gedachten brengen. Zo kunnen gewone mensen ook een indrukwekkend leven leiden door zich naar Gods geboden te voegen. Hoezeer Jeremia’s kracht om zo stabiel te zijn van de HEER afkomstig is, hij is een voorbeeld voor gelovigen. En zeker voor predikanten en pastores.

Michelangelo_Buonarroti_027

Een heel leven lang was Jeremia een eenling. Eenzaam bekritiseerde hij het volk in de tijd van de reformatie van Josia. Zonder gehoor was hij toen hij waarschuwde voor de komst van de Babyloniërs. Als hij om de mening van de HEER gevraagd werd, was dat zelden zonder bijbedoeling. Gevangengenomen, geslagen en bespot, in de put gegooid en gevangen genomen. Maar toen aan het einde van zijn leven waardering kwam, ging hij er niet in mee. De waardering kwam van de Babyloniërs, die hem eerden als een profeet. Hij kon met hen mee, om als een gewaardeerd profeet in Babel verder te leven. En toch koos hij, om bij de armoedige achterblijvers, het uitschot dat niet waardig genoeg was om in ballingschap gevoerd te worden. Om zo tot uitdrukking te brengen dat na dit oordeel de HEER van deze armoedige bende weer zijn volk zal maken en het weer het oude luister zou teruggeven. Terwijl de glorie van het vaderland en de religie weg was, bleef God aanwezig.

Ook toen werd hij niet gehoord en tegen zijn zin meegevoerd naar Egypte. In Egypte, de plaats waar hij niet wilde zijn met mensen die hem slecht behandelden, bleef hij vastberaden geloofwaardig, magnifiek dapper en harteloos verworpen – een boven alles uitstijgend leven fenomenaal geleefd.

N.a.v. Eugene H. Peterson – Run With the Horses. The Quest for Life at Its Best (Downers Grove, Illinois: IVP Books, 20092).

Geestelijk leiding geven aan de kerk als contrasterende gemeenschap

Geestelijk leidinggeven aan de kerk als contrasterende gemeenschap

De kerk staat er niet goed voor. De invloed van de kerk loopt terug. Dat is nog niet het enige probleem? Weten de kerkgangers nog wel wat de kerk is? ‘Er is iets gaande’, zegt  De Leede. Hij was op de conferentie gevraagd om te vertellen hoe liefde voor de kerk weer gekweekt kan worden. Er is iets gaande, want liefde voor de kerk was altijd het kenmerk van de Gereformeerde Bond. Wanneer die weer aangeleerd moet worden, is er feitelijk sprake van een breuk met de traditie.

De Leede wil 3 publicaties gebruiken om te peilen wat er gaan de is:
* James Kennedy, De stad op een berg
* Charles Tayler, Een seculiere tijd
* De grenzenloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders.

De overbodigheid van de kerk
Bij Kennedy doet De Leede de volgende inzichten op:
(1) Bij Kennedy ziet De Leede, hoe het komt dat de verzuiling het niet gehouden heeft. De verzuiling was een stoere vorm van godsdienst, maar uiteindelijk ook kwetsbaar. Nadat de emancipatie van de gereformeerden en de katholieken was voltooid in de jaren-’60 hielden de zuilen het niet meer.
De verzuiling vereiste een bepaald soort kerk: de beginselkerk (o.a. GKN, GKv). In de Nederlandse Hervormde Kerk werd deze beginselkerk gecorrigeerd door de volkskerk. Deze volkskerk was echter vooral in agrarische omgeving aanwezig. Wat De Leede nog meer van Kennedy leert, is dat de scheiding van kerk en staat al scherp getrokken was ten tijde van de verzuiling. De verzuiling bestond bij de gratie van de scheiding van kerk en staat. De cultuur was godloos, maar vanwege de verzuiling had men dat niet door. Het Nederlands protestantisme was verkerkelijkt en de publieke ruimte neutraal.
(2) Het maatschappelijk middenveld was in de tijd van de verzuiling erg sterk – juist door die zuilen. Volgens de godsdienstsocioloog Gerard Dekker was dat tevens ook de reden waarom het christelijk geloof overbodig werd. Onze civiele cultuur (en daarmee ook de civil religion) is niet door het christendom gestempeld, maar door het humanisme. De verzuiling heeft de kerk uiteindelijk overbodig gemaakt. De humanistische moraal kan blijkbaar zonder een groot verhaal.
(3) Het is voor de kerk een verleiding om invloed te hebben in de samenleving. Dit is de verleiding van de theocratische hartstocht. Volgens Kennedy heeft de kerk in de jaren-’50 en –’60 haar hand overspeeld.
Geestelijk leidinggeven in tijden van crisis betekent dat we de kritiek op de theocratie en de bijbehorende ecclesiologie moeten verwerken. De Leede vraagt zich af of deze kritiek wel echt verwerkt is. Het houdt in dat we afstand moeten nemen van de kerk als zichtbare machtsfactor en moeten accepteren dat ook de Protestantse Kerk in Nederland een minderheidskerk in een democratische samenleving is geworden.

Contrasterende gemeenschao
De noodzaak om de kritiek op de theocratie is om te voorkomen dat we terugvallen in de nostalgie (Bart-Jan Spruyt), ressentiment of de apocalyptiek. Ook moeten we niet streven naar een kerk met sociaal kapitaal. Hoe interessant het ook is, dat er uitgerekend wordt hoeveel kerkelijke vrijwilligers er zijn en wat de kerk maatschappelijk betekent, dit sociaal kapitaal is slechts een bijproduct. Door in te zetten op de kerk als cement van de samenleving maken we de kerk overbodig. De kerk moet er niet meer naar streven om een speler te zijn op het maatschappelijk middenveld. Want dan vormt de kerk geen christenen, maar nette burgers. Dit is voortdurend de theologische aanvechting van de kerk. Terwijl kerkgangers vaak niet naar de kerk komen om als nette burger te worden gevormd.

De oplossing voor deze situatie is volgens Kennedy de kerk als contrastgemeenschap. Kennedy ontleent dit idee aan Stanley Hauerwas.
De kritiek van De Leede op Kennedy is dat hij vindt dat Kennedy te sterk op de ethiek inzet. Van de contrasterende ethiek wordt geacht een missionaire kracht te hebben. Volgens De Leede is er meer nodig om een contrasterende gemeenschap te zijn

Geestelijk leiding geven & secularisatie (Charles Taylor)
Volgens Charles Taylor heeft de secularisatie het hart van het christelijk geloof bereikt. De secularisatie begon lang geleden in Frankrijk.
Taylor laat het niet bij een analyse, maar wil ook een uitweg bieden. Ook Taylor komt uit bij de contrasterende gemeenschap. De mens is niet alleen een handelend wezen, hij is ook receptief.
De conclusies van Taylor t.o.v. de secularisatie:
* Het huidige wereldbeeld is gesloten.
* Er is geen aanknopingspunt meer in de civil religion. De Protestantse Kerk is dus geen nationale kerk meer.
* Wie niet meer participeert, heeft niets meer met het geloof.
Geestelijk leiding geven vandaag de dag houdt in, dat met de conclusie van Taylor rekening gehouden wordt. De predikant dient dit aan te voelen. Foto’s van de hubbletelescoop brengt de westerling niet meer op de knieën. Er is eerder een verlegenheid met de hemel.
Geestelijk leiding geven betekent ook theologisch doordenken waarom een natuurramp zowel bij gelovigen als ongelovigen geen schuldbelijdenis oproept. De overheid wordt verantwoordelijk gehouden.

De grenzenloze generatie
De traditionele burgers, de groep waarin de kerk haar meeste leden was, zit geen groei meer. De groei zit vooral bij degenen die beleving hebben. Vandaag de dag wordt de secularisatie gekenmerkt door een snelle banalisering en vulgarisering. Het is een treurigmakend beeld; religie speelt nauwelijks nog een rol. God is helemaal afwezig in het rijk van de vrijheid.
Het boek De grenzenloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders is overigens wel een seculiere boetepreek.

DEEL II: Hoe geven wij hier geestelijk leiding aan?
Volgens Hauerwas dient de kerk een contrasterende gemeenschap te zijn. Bij Hauerwas zijn er de volgende contrasten:
* Het onderscheid tussen kerk en wereld is heel nadrukkelijk.
* De doop is belangrijk als toegang tot het lichaam van Christus
* Het wezen van de gemeente is God leren kennen en ervaren.
* In de sacramenten gaat het om de reële presentie van Christus. Hauerwas benadrukt de heiligheid van de kerk. De kerk is een mystieke grootheid, met de reële aanwezigheid van haar Heer in haar midden. In het leren kennen van God zit dus het contrasterende.
Hauerwas geeft aan dat we ons niet moeten focussen op de ethiek. De kerk is afgezonderde tijd. Het contrast zit bij hem in de schuldbelijdenis, de lof, de toewijding en de tucht van het leven.
Kan de protestantse traditie de gedachte van de porti coeli opnemen? In de reformatorische traditie wordt de eenheid tussen Woord & sacrament benadrukt. De prediking dient sacramenteler te zijn. Dat vereist een andere bijbeluitleg. Er moet een duidelijke boetepraktijk in prediking en pastoraat komen. Geestelijk leiding geven betekent: toeleiding naar het Heilig avondmaal (zie de bijdrage van De Leede in het maart-nummer van Kontekstueel).

DEEL III: De verbinding met de eigen traditie

Volgens De Leede zijn we te vertrouwd geraakt met de eerste twee nota ecclesiae (zuiverheid in de bediening van Woord en sacrament), dat we de derde zijn vergeten: de zuiverheid van ons leven. Door de boetepraktijk dient de derde weer te worden opgewaardeerd. In de tucht gaat het om het bewaren. De kerk staat in eschatologisch kader. In de kerk moet er weer geleefd worden uit verkiezing, roeping, doop, vreemdelingschap, discipelschap en de gemeenschap van brood en wijn.
Aan het avondmaal wordt zichtbaar dat de kerk contrasterende gemeenschap is. Bij de kerk als een contrasterende gemeenschap zijn ook de ambten nodig. Zij behouden de kerk bij haar katholiciteit. Het episcopale aspect mag in de prediking sterker worden benadrukt: het ambt staat ten dienste aan de katholiciteit en het contrast. Deze vorm van geestelijk leiding geven dient niet alleen in de gemeente te gebeuren, maar ook bovenplaatselijk.
Geestelijk leidinggeven impliceert:
* Het doordenken van de ecclesiologische dimensie. Dat betekent dat de theocratie, de volkskerk en de kinderdoop niet meer op deze manier kunnen functioneren. De theocratie en de volkskerk dienen losgelaten te worden. De doop niet meer uit het verbond, maar vanuit de eschatologie en het geloof.
In de catechese gaat het om een mystagogische toewijding tot het avondmaal
* Het episcopale aspect van de predikant wordt belangrijker. Bijvoorbeeld door contact met de andere kerken, bedoeld om de gebroken avondmaalstafel te helen en de ambten over en weer te erkennen.
* Leiding geven aan een contrasterende gemeenschap in liturgie, boeteprediking en ethiek, waarbij men het smalle pad dient te bewandelen om niet als sekte te eindigen. De sekte kent een gesloten karakter. De ethiek van de sekte stoot af en sluit buiten. De ethiek dient wervend te zijn.

M.J. Schuurman

NB: De lezing is volgens mijn weergave. De Gereformeerde Bond geeft te zijner tijd een brochure uit, waarin de echte lezing is terug te lezen.